Mijn Zelf is heer en meester van het universum (WB253)

Dit is de radicale kernboodschap van ECIW. De Zoon van God projecteert het ons bekende universum van vorm, tijd en ruimte. Op zich zou dit geen probleem hoeven te zijn. De Zoon kan in de denkgeest allerlei gedachten denken en een “materiële gedachte” in de vorm van een universum behoort gewoon tot de mogelijkheden. Dit universum, inclusief ons eigen lichaam, is en blijft echter ten diepste niet meer dan dat: een materieel gedachte-experiment van de Zoon van God. Lichamelijkheid is niet per se een negatief fenomeen. Lees bijvoorbeeld maar eens (T2:IV: 3,8-13):

“Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.”


Hierin kun je zien dat het scheppen van een universum en een lichaam niet meer en niet minder is dan een aspect van de macht van de denkgeest van de Zoon van God. ECIW is niet uniek in de uitspraak dat het universum slechts een soort materiële gedachte is. In Advaita-kringen zou men zoiets zeggen als: “bewustzijn kijkt daarbij naar zichzelf”.

Het materiële gedachte-experiment verandert pas in een nachtmerrie als we het universum en ons lichaam gaan misbruiken om te gaan geloven in dualiteit. We kiezen er dan voor om te geloven dat wij een lichaam zijn en dat we ons bevinden in een universum waar we toevallig in terecht zijn gekomen. Vanaf het moment dat we deze vergissing begaan zijn de rapen gaar en wanen we ons in een nachtmerrie. We zijn dan onze ware identiteit vergeten (ECIW spreekt van een versluiering van de waarheid), beseffen niet dat wij de schepper zijn van de wereld die we nu buiten onszelf menen te zien. We voelen ons nu slachtoffer van de wereld die we zien.

In ECIW-kringen worden soms de intentie om ons afgescheiden te willen wanen en het verschijnen van het universum over één en dezelfde negatieve kam geschoren. Het klopt ook dat de wereld zoals wij die percipiëren symbool staat voor onze rare wens om ons afgescheiden te willen voelen. Het universum is echter een neutrale speelplaats voor de Zoon van God zolang deze Zijn ware identiteit niet uit het oog verliest. In ECIW staat dan ook dat we te maken krijgen met een heel andere wereld als we onze neiging tot afscheiding laten genezen. Vergeven is niet meer dan het laten varen van ons geloof in afgescheidenheid, het geloof een zielig zelfje te zijn in een grote boze wereld. De ‘werkwijze’ hiertoe is verbluffend simpel: stop met veroordelen en begin met het laten stromen van liefde door jouw handen naar jezelf en naar je broeders en zusters. We zijn liefde maar kunnen ons dit slechts herinneren als we deze liefde laten stromen.

Het lastige voor ons met de werkboekles van vandaag is dat we deze ontvangen terwijl we ons nog midden in de identificatie bevinden met ons kleine zelf. Dan komt namelijk de volgende tekst op een vervelende manier binnen:

Het is onmogelijk dat iets, wat ook, tot mij zou kunnen komen waar ik niet zelf om heb gevraagd. Zelfs in deze wereld ben ik het die mijn lot beheerst. Wat gebeurt, is wat ik verlang. Wat niet plaatsvindt, is wat ik niet wil dat gebeurt. Dit moet ik aanvaarden.

Ons kleine zelf vat dit kernachtig samen: “Eigen schuld, dikke bult”. Het gevolg hiervan kan bestaan uit venijnige zelfbeschuldiging en een harteloze houding naar de andere sukkels die worstelen met tegenslagen in de wereld. Vervolgens willen we ons niet laten foppen door wat we zien en kunnen we ervoor kiezen ons te dissociëren van ons pijnlijke lichaam en van worstelende broeders en zusters.

“Want zo word ik voorbij deze wereld geleid naar mijn scheppingen, kinderen van mijn wil, in de Hemel waar mijn heilige Zelf vertoeft met hen en Hem die mij geschapen heeft.”

Dat denken we althans.

We vergeten dat dissociatie nu typisch de wens en de taal is van het afgescheiden zelf, van het ego, dat dolblij is met deze verharding van zijn denkbeeldige grenzen. De werkboekles eindigt met dit gebed:

“U bent het Zelf dat U als Zoon geschapen hebt, die schept zoals U, Één met U. Mijn Zelf, dat het universum regeert, is slechts Uw Wil in volmaakte eenheid met de mijne, die niets dan blije instemming kan bieden aan de Uwe, opdat het tot Zichzelf mag worden uitgebreid.”

Hierin staat de werkelijke sleutel die een einde kan maken aan ons geheugenverlies: “onze kleine wil dient in te stemmen aan de Wil van God”, en deze Goddelijke Wil is onze eigenlijke Wil. En we weten wat God Wil en wat wij dus zouden moeten willen: liefde uitbreiden naar alles wat we zien, zelfs naar ons eigen maaksel, het universum. Ontkenning, verwerping, afscheiding, oordeel en dissociatie werken averechts als we hiermee vanuit ons kleine zelf aan de slag gaan. Kernwoorden voor onze genezing zijn overgave, omarming, compassie, vriendelijkheid en liefde.  ECIW geeft ons ten diepste een hartelijke boodschap. Goddank.

Een gedachte over “Mijn Zelf is heer en meester van het universum (WB253)

  1. Aafke

    Bedankt Simon,
    dit is nou precies zo’n thema waar ik in vast kan komen. En als ik jou uitleg lees voel ik ruimte en merk ik dat ik wat ik lees kan omarmen.
    Fijn dat er broeders zijn die een paar klassen hoger zitten. ❤️

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s