Liefdevol kijken zonder jezelf te foppen.

Jezus vertelt ons in Een Cursus in Wonderen (ECIW) dat we als Kinderen van God de wereld en ons lichaam gemaakt hebben om onszelf afgescheiden te wanen. Hij legt uit dat we ons (onbewust) schuldig voelen en onszelf straffen door pijn, ziekte en sterfelijkheid van het fysieke lichaam. Het opheffen van deze vergissing lijkt nu heel simpel: hecht geen geloof aan wat je ogen je willen laten zien. Hun doel is immers slechts de illusie echt te laten lijken? Direct in het verlengde hiervan zou je dus ook niet moeten geloven in het ogenschijnlijke lijden van andere mensen.

Ik heb geworsteld met deze metafysica en in blogs geageerd tegen de afstandelijkheid die deze zienswijze met zich mee kan brengen. Want ik zie dat er geen speld tussen te krijgen is. Maar toch voelt het niet goed. En deze constatering biedt een belangrijke ingang: de zienswijze is wáár, maar kan ontaarden in liefdeloosheid. Mijn hoofd zegt “ja” maar mijn hart zegt “nee”.

Toch zie ik dat de waarschuwing tegen “lief doen” uit medelijden inderdaad het risico met zich meebrengt dat de illusie echt gemaakt wordt. Een tijdje reserveerde ik de “niet geloven in pijn en ziekte”, de harde aanpak, voor mijzelf. Ik vond deze houding te hard voor anderen. Voor zelfliefde was weinig ruimte in mijn agenda. Temeer omdat ik niet zelden zie dat een overmatige focus op zelfliefde het risico op narcistische ontsporing met zich meebrengt.

Deze patstelling, leed niet echt willen maken maar ook niet liefdeloos en afstandelijk worden, illustreert de verstandelijke benadering. We denken in of-of termen, óf je bent onbewogen en doet niks óf je bent bewogen en handelt. Het hoofd denkt dat het óf dit óf dat is. Een variant hierop is eerst dit (bijvoorbeeld zelfliefde ontwikkelen) en dan dat (liefde naar anderen laten stromen). In feite geldt dat ook voor de overtuiging dat liefde vanzelf opborrelt nadat je de illusie niet meer echt maakt. In een tekst van John Prendergast, een Amerikaanse therapeut die werkt van uit een non-duale visie, las ik een benadering meer vanuit het hart.

Johns benadering van deze kwestie is verfrissend. Het is de en-en-visie. Als therapeut neemt hij een houding aan waarbij de cliënt zijn of haar ellende alle ruimte kan geven. Daarbij velt John geen enkel oordeel en gaat dus ook niet mee in het verhaal. Hij maakt de illusie niet echt. Maar, en nu komt het, tegelijkertijd neemt hij het verhaal van zijn cliënt 100% serieus alsof het zijn eigen leed betreft. Hij maakt er volledig contact mee op haast tedere wijze. Hij geeft aan dat dit de en-en-werking is van waarheid én liefde. Vanuit waarheid weet je dat het verhaal niet meer is dan dat; een verhaal dat we zijn gaan geloven. Maar vanuit liefde is er totale compassie met het lijden van je broeder of zuster, een herkenning en een samen zijn en stilstaan bij wat er op dit moment de aandacht vraagt.

Ik zie hierin de ontmoeting van ECIW met Een Cursus van Liefde (ECVL). In ECVL spreekt Jezus over die totale acceptatie van dat kleine zelf zonder te vergeten dat het omringd wordt door de ruimheid van het Zelf. Hij maakt zeker de illusie niet echt maar kiest ook niet de weg van verstandelijke dissociatie. Deze woorden kunnen wat droog en zakelijk klinken maar mijn hart juicht als ik dit zo besef en opschrijf. Een werkelijk non-duale aanpak ziet geen onderscheid tussen waarheid en liefde, hoofd en hart. Het is niet eerst zelfliefde en dan pas de rest of eerst de illusie doorzien en dan pas liefde. Het is met wijsheid én liefde naar zowel onszelf als naar onze naasten kijken en van daaruit zien welke respons er van ons gevraagd wordt. Het neemt, kortom, niet zozeer het leed maar wel de lijdende ander liefdevol serieus.

Tot slot een citaat uit ECVL, Verhandelingen 3 Hoofdstuk 20(8): “Lijden en Toegewijde-waarneming”. Ik vind die term, toegewijde waarneming, prachtig. Je kijkt hierbij niet afstandelijk naar het leed van jezelf of anderen maar op toegewijde, liefdevolle manier. Met de liefdevolle ogen van Christus.

Je zult het in eerste instantie wel moeilijk vinden om in zulke situaties op een nieuwe manier te responderen. Maar alle situaties in het huis van illusie vragen om hetzelfde antwoord, het antwoord van liefde tot liefde. Waarom denk je dat het liefdevol is om in lijden te geloven? Begin je niet te zien dat door dit te doen je het alleen maar versterkt? Dat je het zelfs ‘de feiten’ noemt? Kun jij je niet in plaats daarvan afvragen wat voor kwaad het kan om een nieuw soort toegewijde-waarneming te bieden?

Plaats een reactie