Liefde

Liefde
Eenheid
Als lucht, overal.
Er is een inademing in een denkbeeldig lichaam.
Ik denk geboren te zijn en houd de adem in.
Ik neem mijn denkbeeldig bestaan heel serieus.
Denkbeeldige afscheiding; zonde.
Ik voel mijn gezwollen borstkas en de spanning en verwar dit gevoel met liefde.
Ik denk lucht gestolen te hebben van liefde en voel me schuldig.
De liefde, lucht en eenheid die overal is merkt hier echter niets van.
Maar ik kijk bang om me heen vanuit mijn denkbeeldige burcht.
Ik meen een vijand te zien aan de andere kant van de muur.
Ik fantaseer: de liefde wil de lucht uit mijn longen terug en dat wordt mijn dood!
Ik moet die liefde die buiten de poort op me loert doden en schiet mijn pijlen af.
Maar er valt niks te raken.
De liefde is niet te kruisigen.
Maar ik ben zo bang dat ik door zuurstof tekort meen andere lichamen te zien
Ook zij willen de lucht uit mijn longen hebben.
Ik smeek de liefde buiten de poort en in de denkbeeldige anderen om me te sparen.
Wees lief voor me; dood me niet.
Maar ik vertrouw ze niet en blijf op ze schieten.
Ik schreeuw naar de liefde buiten de poort: spaar me, neem de liefde terug uit andere lichamen maar niet uit het mijne!
Ik weet dat ik niet oneindig lang mijn adem kan inhouden.
Ik meen dat mijn lichaam zal sterven maar zie dat juist als bewijs dat het echt is.
Ik houd van de denkbeeldige dood.
Er klinkt een Stem, woorden uit een blauw boek.
Ontspan Simon, vecht niet.
Er is niemand om tegen te vechten, niet buiten de poort en niet naast je op de barricaden.
Vertrouw en vergeef de denkbeeldige andere strijders.
Vertrouw Mij.
Ontspan en wordt één met Mij.
Want je bént onbegrensd.
Liefde.

Advertenties

Drempelvrees

 

Als we aan alle lezers van dit forum zouden vragen wie in het schitterende licht van de waarheid alle illusies zouden willen vergeten, dan zouden we naar ik aanneem allemaal staan te popelen. Natuurlijk willen we dat; we doen deze Cursus JUIST omdat we meer vrede willen ervaren en omdat we gelukkiger willen zijn dan nu. Maar ja, het valt allemaal niet mee en het lijkt ons een hele toer om zo ver te komen. En wat zegt deze werkboekles ons dan? ‘De sleutel ligt in mijn hand, en ik heb de deur bereikt waarachter het eind van dromen ligt. Ik sta voor de Hemelpoort, en vraag me af of ik naar binnen zal gaan om thuis te zijn’. Wat een vraag; natuurlijk willen we thuis zijn, toch? Wat houdt ons tegen, omdraaien die sleutel en het feest kan beginnen!

Kennelijk is dit te simpel gedacht. Wij interpreteren het omdraaien van de sleutel op het niveau van de illusie. Wij willen sleutelen aan nare omstandigheden en nare gevoelens om er vanaf te komen en te vervangen door hun positieve tegenhangers. We willen niet alleen de sleutel maar ook de touwtjes in handen houden. Het klopt dat we een feestje willen, maar dan wel het feest dat WIJ voor ogen hebben. En daar missen we de boot want zo werkt het niet. We staan te ongeduldig te trappelen met die sleutel om iets te vinden wat aan onze verwachtingen voldoet.

Het sleutelwoord in deze les is ‘vergeving’. We hoeven ons niet schuldig te voelen als onze motivatie ontstaat uit onvrede met onze huidige situatie. Maar de Heilige Geest vraagt ons om te komen met lege handen en niet met een verlanglijstje. Heer, ik zie de ellende die ik projecteer en serieus neem en ik weet: ‘zo is het niet’. Dus hier ben ik, met lege handen, stil en in vertrouwen op U. En wat blijkt? Dit kleine beetje bereidheid ís de sleutel. In die openheid is daar een stille Kracht die de sleutel voor je omdraait. En schitterend licht straalt ons tegemoet. Het is ons dikwijls nog te vreemd en te overweldigend, we hebben drempelvrees. Dan mogen we de deur weer een beetje dicht doen. Volgende keer kijken we wel weer verder en doen we de deur pas iets later dicht. Hij wacht op ons.

WB342: ..terwijl de herinnering van U tot mij terugkeert.

Deze dag?

Moet je eens tellen hoe vaak ‘vandaag’ of ‘deze dag’ wordt gezegd in deze werkboekles en hoeveel blijdschap erin verpakt is. De neiging bestaat om de les in te voegen in ons gewone denken. Ik merkte daarbij een aantal gevoelens op. Er was sprake van hoop, verwachting, ongeduld en ook wel frustratie en angst. Ik had eerst het gevoel dat ik bezig was met een lange aanloop van 339 lessen en dat het vandaag, zondag 6 december, allemaal tot een hoogtepunt moest leiden, tot een soort climax.

Tijdens de stille tijd dwarrelt dit stof wat naar beneden en verschijnen de woorden ‘NU’, en overgave aan Gods trouw. NU kan ik vrij van lijden zijn. De onrust en het idee om van alles te moeten doen om iets in de loop van de dag te bereiken worden zichtbaar. De keuze wordt weer helder. Vertrouw ik op mijn eigen kracht en slimme inzichten zodat er iets moois kan gebeuren? Of vertrouw ik er op dat de Liefde er NU al is en dat ik maar hoef te ontspannen en te luisteren naar die zachte Stem? Ik merk de neiging op om voor het eerste te kiezen. Ontspannen en vertrouwen lijken onmogelijk. Maar dan die heerlijke sleutel die de Cursus aanreikt: vergeving. Dus breng ik mijn verwachtingen, onrust, frustratie en doe-neiging naar Hem en meer niet. Gewoon zitten in Zijn vrede. En dan blijkt het zo waar en zo mooi:

WB340: Onze Vader heeft deze dag Zijn Zoon verlost.

De juiste vraag

Ik zal ontvangen wat ik maar vraag. Erg toepasselijke les op pakjesavond; ik zal hem maar niet laten lezen aan m’n jongste dochter 😉. Maar zonder dollen. De les stelt dat we onbewust vragen om pijn. Dat herkennen we niet zo gemakkelijk. We hebben de neiging om dit te ontkennen en te zeggen dat we juist om liefde vragen. Dat doen we ook ten diepste maar we zoeken het in een richting die juist pijn oplevert. Deze richting noemt de Cursus de ‘speciale liefdesrelatie’. Die speciale andere persoon, dat perfecte en gezonde lichaam, de zonnige vakantie en het lang verwachte pensioen: allemaal voorbeelden van die speciale liefdesrelatie. Daar verwachten we geluk van. De ogenschijnlijke tegenhanger, de speciale haatrelatie, proberen we juist te ontlopen. Voorbeelden kun je zelf wel bedenken.

Is dit zo erg, moeten we ons hier schuldig over voelen? Natuurlijk niet, dat zou het ego wel willen. Het vormt prachtig lesmateriaal. In speciale liefdesrelaties en -haatrelaties zoeken en vinden we bewijzen van ons geloof in afgescheidenheid want situaties in de denkbeeldige buitenwereld lijken ons pijn te kunnen doen of juist een kick te kunnen geven. Zo bezien krijgen we wat we vragen maar niet waar we ten diepste naar terug verlangen; onvoorwaardelijke liefde en eenheid.

Waarom zijn we dan zo druk met deze speciale relaties? Omdat we even ‘vergeten’ zijn waar we die echte onvoorwaardelijke Liefde kunnen vinden. Deze liefde betreft geen uitwisseling van knuffels en cadeautjes tussen twee denkbeeldig afgescheiden personen of wezens waaronder Sinterklaas of de klassieke God uit de Bijbel. Deze Liefde hoeft niet gekregen te worden maar kan wel ervaren worden omdat je deze allang bent. Deze Liefde lijkt ons echter zo overweldigend omdat denkbeeldige grenzen hier vervagen. Daarom hebben we er armzalige projecties voor in de plaats bedacht, als uitvlucht. Als we ons openstellen voor deze liefde, door te vergeven, dan ontvangen we deze zo zeker als God. We moeten alleen de juiste vraag stellen: Lieve Heer, mijn Heilige oorsprong, wilt u me laten zien dat ik liefde ben?

WB339: Vader, dit is Uw dag. Het is een dag waarop ik niets op mezelf wil doen, maar Uw Stem wil horen bij al wat ik doe; en waarop ik alleen vraag om wat U me biedt, en alleen de Gedachten accepteer die U met mij deelt.

Zelf bedacht

De boodschap van vandaag staat haaks op onze stevig ingebakken overtuiging dat we een soort poppetje zijn in ons eigen hoofd dat naar buiten kijkt door onze ogen en daar een buitenwereld ziet. De Cursus vertelt dat alles wat we zien zich slechts in de denkgeest bevindt. Dus niet alleen onze gedachten maar ook je eigen lichaam, de tafel en die stoel. Alles.

De Cursus stelt dat de informatiestroom omgekeerd is van wat wij gewoonlijk denken. Er is geen buitenwereld die we waarnemen en waarover we wat mijmeren maar er zijn projecties in de denkgeest waarvan wij geloven dat ze echt zijn. Ons lichaam is zo’n projectie en die zogenaamde buitenwereld ook. Voel eens met ogen dicht aan een tafel of zo. Je eerste indruk? Geen twijfel mogelijk, ik voel die tafel buiten me. Maar kijk eens heel precies. Wat weet je nu echt? Je zogenaamde waarneming van ‘iets buiten je’ is niets meer dan een zintuigelijke indruk ‘binnen je’ waar je een verhaal omheen verzonnen hebt. Misschien zeg je nu:’ja wacht even; als ik m’n ogen open doe dat zie ik de tafel toch?’ Maar hiervoor geldt hetzelfde. Het zijn nu niet de tactiele- maar de optische indrukken waar je een verhaal omheen babbelt.

Die zintuigelijke indrukken (waarnemingen) worden vrolijk geprojecteerd en wij zijn gek genoeg om er een verhaal omheen te bouwen. Waarom? Omdat die zintuiglijke projecties onze illusie versterken dat we een ‘ikje’ zijn die dit alles ervaart. Met deze zintuiglijke indrukken als bouwstenen en de hersenen als metselaar maken we een ongelooflijk ingewikkelde wereld met natuur, mensen, sterren en ga maar door. Zijn die daar dan niet echt? Nee, ideeën verlaten de denkgeest niet. Er is niets buiten je en dat biedt je de machtige sleutel van deze les: ‘Ik ondervind uitsluitend de gevolgen van mijn gedachten.’ Alles wat je meent te zien en mee te maken is grappenmakerij van de denkgeest die je serieus bent gaan nemen. Sta nu eens even stil bij een zogenaamd ‘groot’ idee: ik ben een lichaam en ik kan sterven. Waar of niet waar? Niet waar, want zelf bedacht. En nu leen ik even wat woorden van Byron Katie: wie zou je zijn zonder (geloof in) dat idee?

WB338: Nu heeft hij begrepen dat niemand hem bang maakt en niets hem in gevaar kan brengen. Hij heeft geen vijanden en hij is veilig voor alle uiterlijke dingen. Zijn gedachten
kunnen hem bang maken, maar aangezien deze gedachten alleen hem toebehoren, heeft hij het vermogen ze te veranderen en elke angstgedachte voor een vreugdevolle gedachte van liefde in te ruilen.

Er is niks gebeurd

De reikwijdte van de titel van deze werkboekles is enorm: ‘Mijn zondeloosheid beschermt me tegen alle kwaad.’ Je kunt het in eerste instantie met behulp van het verstand wat ontrafelen; daar gaan we dan. Ik denk dat me van alles kan overkomen. Met ‘kwaad’ denk ik dan aan ziektes, ruzies, geweld en alles waar ik van weg zou willen vluchten. Als ik dit zo ervaar dan laat het zien dat ik geloof dat ik een afgescheiden ikje in een lichaam ben. Waarom ben ik dat gaan geloven? Het was een vlucht in projecties omdat het idee dat ik me ‘los gedacht’ heb uit de eenheid te overweldigend is. Want onbewust denk ik dat die eenheid (God, liefde) het mij kwalijk neemt dat ik me zo vrij gedacht heb. Dus ik denk dat ik iets fout heb gedaan en schuldig ben. Ik denk dat ik een oerzonde bedreven heb; ik heb God iets aangedaan.

Nu de weg terug. Ik heb God niks aangedaan en heb me nooit echt los kunnen denken. Dit is een illusie. Er is dus geen noodzaak om te vluchten en een onecht lichaam en onechte wereld te projecteren. Die bestaan niet echt buiten me, het zijn ideeën in de denkgeest die te serieus genomen werden. Er is dus geen ik en een buitenwereld en dus ten diepste geen ‘me’ die enig kwaad kan overkomen omdat er geen afgescheiden ‘ik’ maar alleen zondeloosheid is.

Pff, wat een verhaal. Wat een denkwerk meen ik te moeten verrichten en ik weet niet of ik er echt feeling mee heb. Maar dan het goede nieuws. ‘Wat moet ik doen om te weten dat dit alles mijn deel is? Ik moet de Verzoening voor mezelf aanvaarden, en meer niet. God heeft alles al gedaan wat gedaan moest worden.’ Wat een opluchting. We kunnen kijken naar de hele mikmak, glimlachen en het roer overgeven aan Hem. Er is niks gebeurd, het is al volbracht want er viel nooit wat te volbrengen. Er is geen ‘ik’, geen verleden, geen toekomst, alleen maar NU, Liefde.

WB337: U, die mij in zondeloosheid geschapen hebt, vergist Zich niet omtrent wat ik ben. Ik vergiste me toen ik dacht dat ik zondigde, maar ik aanvaard de Verzoening voor mezelf. Vader, mijn droom is nu ten einde. Amen.

Mijn God..

Wat een mysterieuze en mooie les. De openingszin is duizelingwekkend: ‘Vergeving is het aangewezen middel om waarneming te beëindigen.’ Hier lopen we tegen de grenzen van ons denken aan. Het is niet zo moeilijk om te schermen met het begrip ‘non-dualiteit’ maar ons voorstellingsvermogen gaat nu toch echt tekort schieten. Want binnen de illusie is er altijd sprake van ‘ik’ die iets meemaakt. In onze ogen is gewoon waarnemen zonder oordeel zo’n beetje het hoogst haalbare. En dat is het in feite ook want pas dan krijgt Liefde de ruimte die zo natuurlijk is.

Maar dan die laatste stap die geen ‘ik’ meer kan zetten maar die God laat gebeuren. Het einde van waarneming. Geen ‘ik’ meer die iets waarneemt maar pure kennis en liefde. De grenzeloosheid die we in eenheid zijn. Ik weet niet hoe het jullie vergaat maar hier valt het denken even stil bij het binnen laten komen van deze werkboekles. Mijn hart jubelt mee: ‘ Want hier, en hier alleen, wordt innerlijke vrede hervonden, want dit is de woonplaats van God Zelf.’ Mijn God..

WB336:Moge vergeving in stilte mijn dromen van afscheiding en zonde wegwissen. Vader, laat me dan naar binnen kijken en ontdekken dat U Uw belofte omtrent mijn zondeloosheid gehouden hebt; dat Uw Woord onveranderd blijft in mijn denkgeest, en Uw Liefde nog altijd woont in mijn hart.

Kijken door Zijn ogen

Gisteren zag ik een deel van de schitterend gefilmde EO serie: Hunt. Het gaat over de jagers in het dierenrijk. Het is één groot gevecht tussen de levensvormen. Daarnaast zien we de beelden van oorlog en geweld op het journaal. Dit vinden we gruwelijk terwijl het óók gezien kan worden als een strijd tussen levensvormen. Dat deze vormen nu toevallig mensen zijn doet aan het onderliggende fenomeen weinig af. Het is ‘kill or be killed; ik of jij’.

Voilà de projectie van onze denkgeest aan ons getoond op televisie. De hamvraag is of we dit als onze werkelijkheid willen zien. Het is niet iets buiten ons, niet een wereld waarin we menen te leven. Het is slechts het beeld van onze eigen denkwereld. Bizar eigenlijk. Ik wil opnieuw kiezen. Iets anders zien. Maar mijn kleine wil is onderdeel van die geprojecteerde vecht-wereld. Dus heb ik hulp nodig van de Liefde die onze Bron is. Ik wil kijken door Zijn ogen.

WB335: Wat anders zou de herinnering van U bij mij kunnen terugbrengen dan het zien van mijn broeders zondeloosheid? Zijn heiligheid herinnert mij eraan dat hij als één met mij en zoals ik geschapen werd. In hem vind ik mijn Zelf, en in Uw Zoon vind ik ook de herinnering van U.

Keuze

Het klinkt best wel gemakkelijk: ‘Gods Stem biedt de vrede van God aan allen die luisteren en ervoor kiezen Hem te volgen. ‘ dus wat zeuren we eigenlijk dat de Cursus moeilijk is en dat we er veel tijd voor nodig hebben? M’n ouders zeiden het vroeger al: ‘wie niet luisteren wil die moet maar voelen’. Daar zit onverwachts een waarheid in die we kunnen gebruiken. De sleutel zit in het woordje ‘wil’. Want daar houden we onszelf met onze Cursus-studie snel zonder het echt door te hebben voor de gek. Wie wil er vrede ervaren? We steken nu allemaal de vingers in de lucht. Wie ervaart altijd vrede? Nu gaan er slechts enkele vingertjes omhoog en over een uurtje gaan ze weer naar beneden.

We kunnen ervan uitgaan dat God geen verstoppertje speelt en zich altijd 100% aan ons wil geven. Dus kennelijk fluctueert die wil van ons nogal. Soms willen we graag, soms een beetje en soms niet. Wat is dat toch met die wil? De Cursus biedt ons een blik op ons onderbewuste. Ze vertelt ons dat angst ons tegenhoudt ook al zien we dat zelf niet. Want 100% kiezen voor God, voor Liefde is 0% kiezen voor ego, voor ons ik-gevoel. En wat blijft er dan nog over van die wilskrachtige keuzemaker die zo graag vrede wil? Uiteindelijk niks en dat vinden we eng. Is het dan zo eng? Nee, want dan ontstaat er pas zicht op wie we zelf zijn; 100% liefde. De ‘plek’ waar geen geloof in afgescheidenheid kan bestaan en waar angst dus onmogelijk is. Gelukkig hoeven we niet in één keer het ogenschijnlijke diepe in te springen en mogen we rustig wennen middels ons vergevingsoefeningen. Als we hiermee slecht voor éven weigeren te geloven in de grote boze buitenwereld dan ervaren we kort een voorbode van die vrede. Beetje spannend maar zo mooi..

WB334: Ik zoek alleen het eeuwige. Want Uw Zoon kan met niets minder dan dat tevreden zijn. Wat anders kan daarom zijn vertroosting zijn dan datgene wat U zijn verbijsterde denkgeest en angstig hart aanbiedt, om hem zekerheid te geven en vrede te brengen? Vandaag wil ik mijn broeder zonder zonde zien. Dit is Uw Wil voor mij, want zo zal ik mijn eigen zondeloosheid zien.