365 dagen succesvol

Nu niet gelijk aan de Cursus denken. Met de titel verwijs ik namelijk naar een programma dat in Nederland wordt aangeboden door twee sympathieke jongemannen die je het volgende beloven:

“maar vooral organiseren we impactvolle opleidingen om je leven leuker te maken op de thema’s die er écht toe doen: gezondheid, relaties, werk en geld.”

Gisteren zag ik hier een stukje over op tv. Ik merk dat ik wat sceptisch reageer als ik een zaal vol met mensen zie, die allemaal 4.000 euro betaald hebben om te leren gelukkiger te zijn. Het is dan een soort tik van me om te gaan rekenen. Zelfs als ik het voorzichtig inschat tel ik nog 500 deelnemers; keer 4.000 = 2 miljoen euro voor peptalks en dagelijkse positieve What’s app berichtjes. Tja; met dat geld zit het dus inderdaad wel goed voor die twee mannen.

Maar laat ik het dichter bij huis houden en m’n eigen wat cynische reactie eens nader bekijken. Want ik blijk wat allergisch te zijn voor mensen en programma’s die in ons groot werelds geluk en succes beloven. Die irritatie wordt nog groter als de coach of leraar die ons gaat uitleggen hoe we dit kunnen bereiken, talloze afbeeldingen van zichzelf gebruikt op zijn of haar website of FB-groep als stralend voorbeeld van de formule die ons zo enorm gaat helpen. Ik blijk daar regels voor opgesteld te hebben: iemand mag gerust een keer een fotootje van zichzelf afbeelden maar als ik bepaal dat er een grens wordt overschreden dan is het niet langer oké.

Ooit las ik dat zo’n allergie je kan wijzen op de eigenschap die je nu nog in jezelf afwijst en die je gerust wat meer mag aanzetten. Dat zou best wel eens kunnen kloppen. “Doe nou maar gewoon, dan doe je al gek genoeg” klinkt vanuit mijn opvoeding sterk door. Ik mocht geen kapsones hebben en mensen waarvan ik meen dat ze kapsones hebben gekregen verdienen dus mijn negatieve oordeel. Kennelijk associeer ik “jezelf laten zien” nu wat snel met narcisme en opscheppen.

Toch, dankzij mijn blauwe lesboek met 365-lessen, ontwikkelt zich hierin wat mildheid. Dat begint met het opmerken van m’n narrigheid en deze niet langer vanzelfsprekend vinden. Want het is dubbel. Zo’n veroordelende houding voelt stevig, duidelijk en gek genoeg voor even ook wel lekker. Maar dan de Cursus-les van vandaag (167): “Mijn geringste frons erkent de dood”. Als ik mijn voorhoofd frons over een programma voor zelfverbetering of als ik een happy-de-peppie-leraar veroordeel, dan erken ik de dood.

En ik zie het nu. Met elke vorm van oordeel, elk gevoel van superioriteit veroordeel ik slechts dat ene Zelf dat ik samen met mijn broeders ben. Les 167 vermeldt het weer eens: “ideeën verlaten niet hun bron”. Met mijn oordeel toon ik mijn geloof in de dualiteit en snijd ik mezelf in de buik. Het is voelbaar wat ik met mijn oordeel mezelf aandoe. Ik maak me klein, boos en afgescheiden en dat wil ik niet langer. Ik hoef geen zaken die er niet echt toe doen: geld, gezondheid en succes in het werk. Ik wil een vrede die alle verstand te boven gaat, die geen tegendeel kent, die niet bereikt hoeft te worden en die geen 4.000 euro hoeft te kosten. Ik wil me openstellen voor de liefde die ik ben. De route van de Cursus is duidelijk: ik mag in anderen en daarmee in mezelf vergeven wat ik aan schuld meen te zien. Niemand doet iets verkeerd, slechts mijn kijk op anderen en op mezelf is “verkeerd” in de zin van “uiterst onhandig”.

En bovendien doe ik het genoemde 365-dagen programma tekort als ik niet opmerk dat ook hierin gewezen wordt op belangrijkere zaken dan het bereiken van ambitieuze doelen voor een op zichzelf gefocust ikje. Ik zag mensen die hun oordeel over anderen en over zichzelf loslieten en de verbinding aangingen met elkaar. En daar ligt die kostbare sleutel: in de verbinding. De ware Cursus tot geluk kent geen tegendeel. Het is geen weg van aardse armoede naar aardse rijkdom maar het leren dat liefde geen tegendeel kent. Vergeven is het doorzien van de aard van het oordelen en er vervolgens niet langer kiezen om te oordelen. Zelfs lichamelijk ongemak, een somber gevoel, een tekort aan geld, die ruzie met een ander mogen doorzien worden als manieren om mijn geloof in afscheiding overeind te houden. Maar vervolgens gaat de Cursus dieper dan de meer wereldlijke variant. De oplossing bestaat niet uit het nastreven van gezondheid, vrolijkheid, geld en zelfs niet uit knuffelsessies om je kortstondig wat beter te voelen. Dit alles is niet fout, zondig , slecht of minderwaardig en het verdient al helemaal niet mijn negatieve oordeel. Maar er is meer dan dat. Al deze perikelen verschijnen in dat ene bewustzijn, in die diepe vrede en liefde die je bent. Kun je vrede hebben met je onvrede? In het tv programma dat ik noemde sprak de Belgische psychiater Dirk de Wachter. Hij wijst op dat teveel aan “ikkigheid” en leert ons de vreemde schoonheid die aanwezig is in ons gemodder en in de manier waarop we dat samen kunnen dragen. Ik houd van die man en ben blij dat ook hij volle zalen trekt. Daarom sluit ik af met wat woorden van hem.

“Goed leven is: zorg dragen voor de ander. Nabij zijn. Dat is baatzuchtig, niet alleen maar altruïstisch, want het omkijken naar anderen geeft een heel vervullend gevoel. En natuurlijk, er is ook wel eens ­tegenslag. En tristesse. Maar het dragen van verdriet kan óók vervullend zijn. Ge moet daar niet van weglopen. Leef op de golven van het bestaan. Let it be.”

 

Advertenties

De HG werkt door Ken Wapnick in de vorm

Ons ego smult van tegenstellingen, oordelen, aanvallen en verdedigen. Het kijkt door de ogen van strijd. Het is voor ons allemaal een mooie oefening om hier oog voor te krijgen. Laat me twee voorbeelden geven. Ons ego wil adoreren of haten. Daarbij verliest het alle onderscheidingsvermogen. Het is dan ook helemaal in de war als bijvoorbeeld degene die we adoreren zich blijkt te kunnen vergissen. Hij moet dan verdedigd worden en beschermd. Dit zie ik gebeuren als ik refereer aan kritiek op Ken Wapnick. Hij is ons boegbeeld als leraar van de Cursus en als wij kritiek menen te horen op wat hij onderwijst dan kunnen we gaan we steigeren en de neiging krijgen hem te verdedigen, iets wat hij zelf overigens nooit deed. Op mijn beurt hoef ik me niet te verdedigen als ik probeer uit te leggen dat ik meen dat in bepaald uitingen van hem (vooral uit zijn latere oeuvre) accenten wat eenzijdig zijn geplaatst op het corrigeren van een verkeerde perceptie. Uitingen van liefde in de vorm worden hierin te generaliserend verdacht gemaakt en dat kan bij toehoorders leiden tot een subtiele vorm van duale ik-gerichtheid.

Dat vind ik ook zo opvallend bij Ken Wapnick: deze lieve leraar stelt, geïnspireerd door de HG en de liefde, zijn aardse leven in dienst van het verspreiden van de prachtige boodschap van de Cursus. Hoe doet hij dat? Door te spreken en te schrijven; beide zijn uitingen van liefde binnen de vorm. Vervolgens zegt hij dat we op moeten passen voor uitingen van de Heilige Geest in de vorm omdat hiermee de illusie écht gemaakt zou worden. Zie je deze blinde vlek? Durf je, hoe ongepast ons ego het ook noemt, te zien dat Ken hiermee zelf wat last heeft van niveauverwarring? Want ja, in waarheid hebben we niks nodig en zijn wij en onze broeders de eeuwige en onveranderlijke Zoon van God. Niemand hoeft in feite een ander te helpen. Maar we zijn die waarheid vergeten en daarom is het een grote uitingen van liefde dat de HG afdaalt in de vorm om ons binnen ons droom te wijzen op onze ware identiteit. Hij gebruikt hiervoor Ken Wapnick als prachtig instrument.

Ken Wapnick heeft helemaal gelijk als hij ons waarschuwt voor “goed doen” vanuit ego motieven. Maar het valt andere leraren van de Cursus op dat hij het kind met het badwater dreigt weg te spoelen als hij beweert dat de HG niets doet in de wereld van vorm en dit met goede argumenten uit de Cursus onderbouwen. Natuurlijk valt er in diepste waarheid niets te doen zoals ook de Cursus zelf en de inspanningen van Ken Wapnick in werkelijkheid onnodig zijn. Maar binnen de droom mogen we er dankbaar voor zijn dat de HG zich bedient van vorm om onze denkgeest te corrigeren. De Jezus zoals in de Bijbel beschreven deed niet anders. En in onze tijd doet hij het weer door zicht te bedienen van mensen als Helen Schucman en Ken Wapnick. Maar hij doet het ook via die toevallige ontmoeting, door die tekst die je “toevallig” onder ogen komt, door dat tv-fragment enzovoort.

Dus de HG is niet bang om “de vergissing écht te maken” als hij zich bedient van de vorm. En als, wie dan ook, ons wél probeert te waarschuwingen voor deze zogenaamde valkuil dan is het goed om daar een kanttekening bij te plaatsen. Kom maar, heerlijke liefde, kom maar tot me en gebruik alle vormen die u daarvoor nodig hebt. Spreek tot me door de mond van Wapnick maar leid me ook door die toevallige ontmoeting in een winkel. Dank u vader dat u weet dat de wereld niet echt is maar dat u mijn eenzaamheid hebt opgemerkt en in liefde antwoord geeft als Vader. Dank dat u geen God bent die verheven is boven de droom en zwijgt. U spreekt met die Stem, de stem van mijn broeder Jezus, de Heilige Geest. U schuwt geen middel en ik ben u daar eeuwig dankbaar voor. Amen.

De illusie echt maken?

God zou niks van de droomwereld weten, de Heilige Geest zou zich niet bezighouden met de wereld van vormen en wij zouden ons afzijdig moeten houden van vormen van liefdadigheid. Zie hier de uitkomst van een eenzijdige interpretatie van de Cursus die verkondigd wordt door sommige Cursus-leraren, zelfs sommige van grote naam. Zo las ik op FB een citaat van Gary Renard dat kennelijk uit zijn meest recente boek komt (When Jesus and Buddha Knew Each Other p 173):

The Holy spirit does not make things happen in the world. That would be making the illusion real. The Holy Spirit does not manipulate level of form. But the Holy Spirit does guide you through your mind.

Zo’n geïsoleerde uitspraak bevat een stukje van de waarheid. Het klopt dat een belangrijke taak van de Heilige Geest bestaat uit het corrigeren van onze denkgeest. En het klopt dat dit hard nodig is omdat wij inderdaad de neiging hebben om de illusie waar te maken. Wij geloven dat armoede echt is, dat welvaart echt is dat ziekte, pijn en dood echt zijn. En ja, we hebben de neiging om dan te bidden om zaken die onderdeel zijn van de illusie: “Heilige Geest, maak me rijk en gezond en geef me een lang leven”. En zo werkt het uiteindelijk niet. De Heilige Geest is niet bedoeld om zich voor ons ego-karretje te laten spannen.

Maar dan het punt waarop Garry, geïnspireerd door Ken Wapnick, afwijkt van de Cursus. In een alles-of-niets poging om ons te behoeden voor genoemde duale valkuil, de illusie echt maken, lijkt men door te slaan en maakt men God onwetend, de Heilige Geest onmachtig op fysiek (droom-)niveau en ons apathisch jegens het leed dat we menen te zien.

En natuurlijk is alles wat gebeurt binnen onze droom illusoir. Maar dat is niet de kwestie als we vanuit onze droom ons bezig houden met deze vraag. Jezus heeft een materiele vorm gebruikt om ons te herinneren dat we dromen: hij gaf ons een dik blauw boek. Hoezo Jezus “does not make things happen in the world? Hoezo “this would be making the illusion real”? Jezus, God en Heilige Geest vrezen de droom niet en zijn niet zo vormen-foob als Ken en Garry, Alles in onze droomwereld is neutraal en we kunnen er op twee manieren mee omgaan.

Ja, we kunne goeddoeners worden vanuit een niet-gecorrigeerde denkgeest en daarmee in de valkuil van het ego trappen. En ja, dit verdient correctie op het niveau van de denkgeest. Maar NEE, niet elke uiting van ons in de vorm (of door Vader, Jezus of Heilige Geest) kom vanuit het ego. De bron dient juist de liefde te zijn. Ons bang maken voor de uitingen van liefde in de wereld is doorgeslagen non-dualisme en het heeft een nare uitwerking op ons. We raken eenzijdig gefocust op de correctie van onze denkgeest en worden argwanend voor liefdevolle uitingen in de (droom-)wereld.

Maar de Heilige Geest kan zonder de illusie echt te maken ons zonder enig probleem via droombeelden bereiken en ons onze levenslessen aanbieden. Net zoals Jezus ons de Cursus bood en net zoals wij, geïnspireerd door de Heilige Geest, onbaatzuchtige wonderen van liefde mogen aanbieden aan onze broeders en zusters.

Als regel volgt op een stukje zoals dit een geïsoleerde Cursus-tekst om het tegendeel te bewijzen. En het is prima en helemaal mijn ding om in dit soort kwesties terug te grijpen op de Cursus. Sterker nog, dit is precies de bedoeling van de Cursus. Ook ik merk nu de neiging om wat citaten te geven die deze visie krachtig ondersteunen. Maar dat hoef ik niet te doen want lieve medestudenten hebben dit met grote liefde reeds voor ons gedaan en gepubliceerd. Niet om tweedracht te zaaien in Cursus-land maar om de liefdevolle en warme boodschap van de Cursus voor ons toegankelijk te maken. Dus als je niet uit de voeten kunt met een God op afstand, met een Heilige Geest die wordt gereduceerd tot een symbool van onze herinnering en met een vorm van afstandelijkheid die binnen geslopen is in Cursus land: lees dan “One Course, Two Visions” van Robert Perry en anderen. Niet om te verzanden in een welles-nietes spelletje maar met de liefdevolle intentie om er achter te komen wat de Cursus (Jezus!) ons hierover leert, niet wat Ken, Garry of Simon hierover schrijven. Voor wie de Engelse taal niet machtig is heb ik hun hoofdstuk over de Heilige Geest vertaald in het Nederlands.

Merk bij jezelf eventuele weerstand op tegen wat je aanziet voor een “verstandelijke discussie”. Er zo tegen aan kijken is een ego-visie. Wellicht is voor jou, nu niet het moment om je met deze kwestie bezig te houden. Maar dat maakt het nog niet tot een onnodig, intellectueel spelletje. Zelfs het ego kan ons influisteren om niet alleen afstand te nemen van de wereld maar ook van de tekst van de Cursus. Dit kan vermomd zijn in “ik vraag alles gewoon direct aan de Heilige Geest”. Dit is een nieuwe vorm van dualisme waarbij men afstand neemt van de wereld, hier dus in de vorm van de tekst van de Cursus zelf. Het kan resulteren in een te eenzijdige focus op de innerlijke vrede. Innerlijke vrede (Inner Peace) is prima maar slechts het halve verhaal. Er is sprake van een “Circle of Atonement”, een cirkel van verzoening en daarbij worden fysieke uitingen niet serieus gemaakt maar ook zeker niet geschuwd. Ik bid dat ook dit stukje een fysieke uiting mag zijn van de Heilige Geest in vorm om jou te bereiken. In liefde met je verbonden.

HSP, NAH en geluidsoverlast

Sinds wanneer is er meer aandacht gekomen voor HSP? Ik weet het niet zo goed meer. Wat ik me wel herinner is dat ik er niet heel veel begrip voor kon opbrengen. Misschien zei ik het niet met zoveel woorden maar ik vond het toch wat aanstellerig gedoe, een vorm van aandacht vragen zelfs. Waarom moesten die HSP-ers op alle slakken zout leggen? Was het niet gewoon een vorm van zeuren en drammerig je zin proberen te krijgen ten koste van het plezier van andere mensen?

Totdat.. Het “lot” heeft een vreemd gevoel voor humor. Aanvankelijk had ik het nog niet zo door. Maar na een hersenoperatie in 2011 kreeg ik als gevolg van NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel) last van omgevingsgeluid. Ik werkte bij een bedrijf waar de deuren naar de kamers altijd open stonden. Mijn kamer zat tegenover het koffieapparaat en ik merkte dat het me nu meer energie kostte om de geluiden van de gang en de gesprekken die daar gevoerd werden te negeren en mijn aandacht bij het werk te houden. Dus deed ik de deur dicht. Ik weet niet of dit de directe aanleiding vormde voor een memo van de directrice waarin stond dat “ons bedrijf een open-deuren-beleid” voorstond”. Ik stuurde er een memo overheen met de vraag of dit dan gecombineerd kon worden met een-stille-gangen beleid. De deur hield ik overigens dicht.

Maar er was meer aan de hand. Ook achtergrond muziek kon ik niet meer velen. Rustige en zachte muziek ging nog wel maar zoiets als een hitparade met een drukke radiopresentator lukte niet meer. Sky radio lukte ongeveer 20 minuten, tot aan het volgende reclameblok. En waarom blijken zoveel documentaires op tv zo onrustig gefilmd? Zoveel plotselinge overgangen en waarom kan die camera niet gewoon even op een statief geplaatst worden? En waarom is trouwens achtergrond muziek zo vanzelfsprekend? In de wachtkamer van de fysiotherapeut, de stoel van de tandarts, in restaurants of gecombineerd met talloze tv-schermen in de fitnessclub. Op het recreatiestrandje in het bos en momenteel bij de bouwvakkers die tegenover me aan het werk zijn. Dwars door het geluid van bulldozers, schuurmachines en slijptollen heen. En dan heb ik het nog niet eens over motorrijders die ervoor kiezen een uitlaat te monteren die op 500 meter afstand te horen is en over de talloze vliegtuigen die over me heen bulderen. Ik doe de ramen dicht en heb gehoorkappen gekocht. Maar dan hoor ik de deurbel niet meer terwijl ik een pakje en bezoek verwacht.

Enkele dagen geleden was op tv een discussie over mensen die last hebben van het geluid van kerkklokken. Ik herkende me in de standpunten van de verschillende partijen. De één vindt het gezellig en nostalgisch; de ander ligt er letterlijk wakker van. Moet nu voor het ongemak van een minderheid een leuke traditie worden afgeschaft?

Hoe moet ik hier nu mee omgaan in het licht van de Cursus? Heb ik zelf alles de betekenis gegeven die het voor me heeft? Dat lijkt dan toch te impliceren dat het mijn eigen schuld is, dus toch een vorm van aanstellerij. Maar zo voelt het niet. Ik voel me slachtoffer van iets waar ik niet om gevraagd heb. Ik heb niet gevraagd om deze gevoeligheid en ik vraag ook niet om herrie.

Maar toch. Het helpt me om me vrij te voelen om ook te zoeken naar wat ik kan doen binnen de droom van onze wereld. De Cursus noemt dit magische oplossingen en geeft aan dat het niet fout, stom of zondig is om hier voorlopig gebruik van te maken. Het is dus oké als ik aan mensen vraag of de radio (en soms zelfs de tv) uit mag als ik op bezoek kom. Ik mag mijn oren bedekken met gehoorkappen of besluiten om gewoon uit te wijken naar een plek met minder lawaai: een andere kamer, een stiller plekje aan de recreatieplas, een rustiger restaurant enzovoorts.

Maar ik word ook uitgenodigd om vergevingslessen doen waar ik boos wordt op wat anderen me zogenaamd aandoen en op hun vermeende ongevoeligheid. Ik mag het gevoel van slachtofferschap naar de liefde brengen en ik hoef niet te kiezen voor verbittering en zelfmedelijden. Ook als mensen er geen begrip voor hebben en me een aansteller vinden. Kies ik voor het spel van aanval en verdediging en maak ik zo de illusie van daders en slachtoffers écht? Of weiger ik om te kiezen voor verharding en afscheiding? Kan ik in vrede verbonden blijven met de wereld mét gehoorkappen op mijn hoofd? Dát is mijn vergevingsles. In de werkboekles van vandaag wordt ook gesproken over luisteren. Waar kies ik voor? Wil ik luisteren naar de stem van mijn ego die anderen ervan beschuldigt geen rekening te houden met mij? Die mij wil vertellen dat ik slachtoffer ben van een gemene lawaaiige buitenwereld? Of luister ik naar Zijn zachte Stem? Die vertelt me heel wat anders.

Onze werkboekles voor vandaag (154)  luidt als volgt:

Ik ben een van de dienaren van God, en ik ben dankbaar dat ik het middel bezit om in te zien dat ik vrij ben.

De wereld wijkt terug als we onze denkgeest doen oplichten en beseffen dat deze heilige woorden waar zijn. Ze vormen de boodschap die ons vandaag vanwege onze Schepper wordt gezonden. Nu demonstreren we hoe ze onze gedachten over onszelf en wat onze functie is, hebben veranderd. Want wanneer we bewijzen dat we geen wil aanvaarden die we niet delen, zullen de vele gaven die wij van onze Schepper krijgen ons in het oog springen en in onze handen vallen, en zullen we weten wat we ontvangen hebben.