Nieuwe Testament, Een Cursus in Wonderen en Een Cursus van Liefde.

De Bijbel en het christelijk geloof.

Christenen geloven dat er een God is die alles gemaakt heeft wat wij kunnen zien. De mens vormt de kroon op zijn schepping. God heeft duidelijke ideeën hoe mensen met elkaar om moeten gaan. Ze mogen niet met elkaar vechten, niet stelen en niet met de partner van een ander vrijen. Om maar eens een paar voorbeelden te noemen. De mensen mogen zelfs niet aan deze dingen denken. Dat lukt natuurlijk niemand. Iedereen gaat wel eens de fout in. Dit kan de heilige God niet verdragen en daarom moeten zondaren bestraft worden bijvoorbeeld door ziekte of armoede. Zelfs als de zondaren doodgaan is het nog niet klaar. Ze moeten verder knarsetanden in de hel. Alleen wie niks verkeerd heeft gedaan mag na zijn of haar dood eeuwig leven en genieten in de hemel. Maar ja, de spoeling wordt zo wel heel dun. Iedereen heeft wel eens een hekel aan een ander of wil stiekem iets hebben wat niet van hem is. Niemand is goed genoeg om later naar de hemel te mogen. Iedereen verdient straf.

Gelukkig werd er in het Oude Testament een oplossing gevonden. Zondaren mochten hun zonden aan een dier geven en vervolgens dit dier offeren als straf voor deze zonden. Een briljante vondst! Na zo’n offer voelde de mensen zich even opgelucht. Ze begonnen weer met een schone lei. Dat duurde alleen nooit lang. Binnen de kortste keren was men weer boos op de buurman of keek men verlekkerd naar zijn mooie vrouw. Het werd een eindeloze cyclus van de fout in gaan, je schuldig voelen, offeren, opluchting, weer de fout in gaan enzovoort.

Totdat Jezus kwam, de hoofdrolspeler van het Nieuwe Testament. Met Jezus was iets geks aan de hand. Wij zouden tegenwoordig zeggen dat hij verlicht was. Omdat hij verlicht was wist hij dat er helemaal geen boze God was die in de hemel met een aantekenboekje onze zonden zat op te schrijven. Omdat Jezus verlicht was wist hij dat hij innig verbonden was met God. Hij sprak ook niet afstandelijk over ‘God’, maar heel warm over ‘mijn Vader’. Jezus zag glashelder dat ziekte geen straf van God was. Een liefdevolle Vader deelt helemaal geen straffen uit maar wil juist dat zijn kind beter wordt. Vanuit zijn innige verbinding met de liefdevolle Vader kon Jezus dat ook laten zien aan mensen. Hij herhaalde telkens weer dat hun zonden waren vergeven en dat het niet de Wil van God was dat ze pijn hadden of ziek waren. Ze waren hoogstens ziek zodat ze de genezende macht van liefde zouden kunnen ervaren.

Het gave van Jezus was dat hij kon bewijzen dat mensen geen zondaren zijn maar de geliefde kinderen van de vader. Vanuit zijn verbondenheid met deze Vader, deze bron van liefde, kon hij namelijk de scheppende en genezende kracht van deze liefde laten zien. Door de liefde te laten stromen kon hij bij mensen die bereid waren zijn boodschap te ontvangen simpelweg ziektes laten verdwijnen. “Kijk”, zei Jezus, “Dit is hoe de schepping van de Vader bedoeld is. Je mag blij zijn en leven in een gezond lijf, zonder honger, pijn of verdriet”. De wonderlijke daden van Jezus worden beschreven in de Bijbel. Hij genas niet alleen zieken maar deed ook dingen die helemaal niet kunnen volgens onze natuurwetten. Hij veranderde water in wijn, maakte van een paar stukjes brood en een visje een maaltijd voor een grote mensenmassa en hij kon over water lopen. Een groot wonder betrof het levend maken van een overleden man, genaamd Lazarus. En tenslotte natuurlijk Jezus’ eigen opstanding na zijn dood aan het kruis.  Wat een diepe indruk zal dit gemaakt hebben op zijn tijdgenoten!

Van zijn naaste volgelingen, de discipelen, wordt verteld dat ze ook wonderen konden verrichten en zieken konden genezen. Na hun overlijden werden de verhalen over Jezus eerst doorverteld en later ook opgeschreven. Hoe keken mensen van latere generaties terug op het leven van die wonderlijke man? Zijn oproep om anderen lief te hebben is gelukkig gedurende tweeduizend jaar doorgegeven. Het bleek lastiger om de betekenis van zijn dood en opstanding te begrijpen maar men bedacht een uitleg die naadloos aansloot bij dat oudtestamentische beeld van een wraaklustige God. Hoewel Jezus had verteld dat God meer lijkt op een lieve Vader dan op een strenge rechter, konden latere generaties kennelijk toch nog niet anders dan blijven denken in termen van zonde en straf. Het duurde daarom niet lang voordat men het oude beeld van een strenge God en het getuigenis van Jezus over een liefdevolle Vader aan elkaar knoopte tot een vreemd verhaal waarin God nog steeds wilde straffen en bloed zien. Deze keer niet het bloed van offerdieren maar van Jezus, zijn enige en unieke zoon. Natuurlijk zijn er haast net zoveel opvattingen over God als er christenen zijn. Maar vrijwel altijd blijft er sprake van een innerlijke spagaat waarbij iemand God vreest omdat hij zo streng naar onze morele zonden kijkt maar hem ook dankbaar is omdat hij bereid is om het bloed van Jezus te aanvaarden en daarmee onze zonden door de vingers te zien. En we zijn Jezus dankbaar dat hij zijn rol als uniek offerlam voor ons wilde vervullen.

Ik merkte in de tijd dat ik zelf naar de kerk ging dat gelukkig vooral aandacht werd gegeven aan de kern van de Bijbelse boodschap van Jezus: heb God en je naaste lief en laat dat zien in woord en daad. Het dogmatische criterium voor een Christen om ooit in de hemel te kunnen komen is als de spreekwoordelijke olifant in de kamer: je moet geloven dat Jezus in jouw plaats gestorven is. En als je dat lastig vindt om te geloven? Met die vraag leg je de vinger op een gevoelige plek en voor vele christenen op het hart van hun geloof. Je kunt nog zo’n lief mens zijn maar als je het offer van Jezus niet aanvaardt kun je niet in de hemel komen.

Een Cursus in Wonderen en zijn visie op Jezus.

Ik kan me goed voorstellen dat christenen die ontdekken hoe er in de Cursus gesproken wordt over de schepping, over zonde, over de kruisdood van Jezus en zijn opstanding tot de conclusie komen dat deze visie niet te rijmen valt met hun eigen geloof. En ik kan me net zo goed voorstellen dat ex-christenen die wél blij zijn met de visie van de Cursus, vinden dat hun klassiek Christelijke geloof een complete vergissing was. Ik wil proberen te laten zien dat de klassieke christelijke opvattingen en de Cursus-visie veel meer samenvallen dan gedacht wordt.

De schepping.

In de Bijbel lezen we dat God de aarde en de mens heeft geschapen. Eerst was alles nog letterlijk paradijselijk en leefde de mens precies zoals God bedoeld had. Helaas werden Adam en Eva eigenwijs en ongehoorzaam, dus moreel zondig, en werden ze verbannen uit het paradijs, moesten hard gaan werken voor de kost en waren minder gelukkig dan eerst.

In de Cursus leren we dat God schept op geestelijk niveau, inclusief een geestelijke versie van de mens. Dit is schepping zoals God het bedoeld heeft. Helaas wilde de mens weten hoe het was om afgescheiden van God te leven. Dit doet de mens door vanuit zijn echte geestelijke wezen te dromen dat hij een stoffelijk lichaam is en leeft in een fysiek universum van tijd en ruimte. Dit is echter niet een moreel verkeerde keuze maar wel een super onhandige beslissing. Ook hier wendt de mens zich dus af van God en wordt daardoor minder gelukkig dan eerst. Er lijkt een verschil te bestaan tussen het klassieke scheppingsverhaal waarin God de aarde schept en de Cursus versie waarin de (geestelijke) zoon van God de aarde droomt. Wat veel Cursus-studenten niet weten is dat de Cursus aangeeft dat tegelijk met de vergissing van de mens om de aarde te dromen, de Cursus vermeldt dat God de fysieke aarde schept als middel voor de mens om de terugweg naar de ware, geestelijke wereld terug te vinden. Volgens de Cursus is de fysieke schepping weliswaar niet het oorspronkelijke doel van Gods (geestelijke!) schepping, maar wel een leermiddel om de weg terug te vinden naar de geestelijke werkelijkheid. De eerste stap op deze terugweg is het tot expressie brengen van Gods liefde in de wereld.  

Zonde.

Een ander duidelijk verschil lijkt de betekenis die wordt toegekend aan het woord ‘zonde’. Christenen vinden de rebellie van de mens tegen God moreel verwerpelijk. De mens is hierdoor moreel zondig en verdient straf, in feite zelfs de doodstraf. Zonde en straf horen als het ware bij elkaar want God kan in zijn heiligheid geen enkele onreinheid dulden. Maar ook hierin verschilt de visie van de Cursus veel minder dan op het eerste gezicht lijkt. Ook in de Cursus wordt gezegd dat het fysieke droomlichaam van de mens tijdelijk is, onecht en niet bedoeld voor de eeuwigheid. Ook hier is die absolute scheiding tussen het eeuwige, het geestelijke domein van God en zijn ware schepping, en de tijdelijke wereld. De mens droomt een angstige droom waarin hij meent sterfelijk te zijn geworden. De mens ervaart zijn wens om afgescheiden te zijn van het geestelijke, van God, ook als rebellie en voelt zich daarom, net als de Christen, schuldig.

De uitweg uit de zondige staat.

De christen meent dat hij door te zondigen echt zondig geworden is en straf verdient omdat God boos op hem is. Hij gelooft dus dat het hem daadwerkelijk gelukt is om God teleur te stellen door hem de rug toe te keren. Het lastige van deze opvatting is dat deze erop neer komt dat in de schepping van God iets echt fout kan gaan: het is de mens gelukt om werkelijk te zondigen en God teleur te stellen en boos te maken. Het roept de eeuwenoude vraag op hoe een perfecte God zo’n imperfect wezen als de mens heeft kunnen maken. Dit wordt verklaard door te wijzen op de vrije wil die de mens heeft gekregen van God. Daarmee kan hij echte keuzes en missers maken waarvoor hij verantwoordelijk is en straf verdient van een boze God. In de visie op de schepping in de Cursus is er niet echt iets fout gegaan. God blijft eeuwig liefde, de mens droomt slechts van afscheiding, die vrijheid heeft de mens, maar hij is altijd welkom om op zijn schreden terug te keren naar zijn goddelijke vader. De afscheiding is nooit echt gebeurd. De verloren zoon wordt met open armen ontvangen en hoeft dan ook niet bestraft te worden. Jezus vergeeft in het Nieuwe Testament de mensen zondermeer want “ze weten niet wat ze doen”, ze vergissen zich slechts.  

Betekenis van kruisdood en opstanding.

Christenen gaan uit van morele zonde die gestraft moet worden door God. Deze straf is echter door Jezus gedragen en wie dit gelooft (zich bekeert) dient net zo liefdevol te gaan leven als Jezus en mag ervan uitgaan dat hij na zijn dood eeuwig verder zal leven in de hemel. Cursus-studenten willen nu ontwaken uit de boze droom en doorkrijgen dat ze geestelijke wezens zijn en niet samenvallen met hun droomlichaam dat lijkt te leven in een droomwereld. Zij zien de kruisdood van Jezus, maar vooral zijn opstanding, als het hoopgevende bewijs dat Jezus’ lichaam weliswaar stierf maar dat Jezus’ echte leven gevestigd is in het geestelijke domein van de liefde. Doordat Jezus bewust leefde in geestelijke verbondenheid met de Vader kon hij vanuit het geestelijk domein van de liefde ervoor kiezen om, voor het overtuigen en troosten van zijn discipelen, opnieuw te verschijnen in een lichaam. Door, net als Jezus, vanuit liefde te leven zullen we ontwaken en onze ware identiteit als geestelijk wezen herinneren. De dood van het fysieke lichaam zal dan niet langer angst inboezemen maar gezien worden als het afleggen van een jas die niet langer nodig is.

In beide versies kan gezegd worden dat Jezus zijn leven heeft gegeven voor onze zonden. De christen denkt hierbij ook aan de genoegdoening die hiermee aan God gegeven zou worden. De Cursus-student gelooft niet in een God die genoegdoening zou willen ontvangen en is vooral Jezus erg dankbaar dat hij ons heeft laten zien dat we veilig zijn in de armen van onze Vader. Onze fysieke dood is niet ons einde. Vanuit diepe geestelijke verbondenheid met Jezus wordt gevoeld dat wij met hem deze ervaring delen.

De uniekheid van Jezus.

Volgens christenen was Jezus de eniggeboren zoon van God, een uniek offerlam. Cursus-studenten zien Jezus als een gevorderde broer die zich zijn ware geestelijke identiteit herinnert en die met een ultiem voorbeeld liet zien dat rampspoed in de fysieke wereld niet meer is dan een nare droom. Een nachtmerrie die wij geloven omdat we onze geestelijke identiteit vergeten zijn. Cursus-studenten houden van deze oudere, wijze broer en ervaren zijn bemoediging en hulp in dit droomleven.

De Heilige Geest

Christenen gaan ervan uit dat, na het verdwijnen van het fysieke lichaam van Jezus, hij ervoor gezorgd heeft dat we niet zonder geestelijke leiding achterblijven. Hij heeft de Heilige Geest gezonden om zijn volgelingen te troosten en bemoedigen. In de Cursus wordt gezegd dat bij de keuze van de mens om de droom van afgescheidenheid te dromen, de Heilige Geest direct beschikbaar was als Stem van God, als herinnering aan zijn werkelijke thuis. Ook de cursus-student wendt zich tot de Heilige Geest voor leiding en bemoediging.

Onze opdracht in de wereld.

In het Nieuwe Testament wordt uitgelegd dat Jezus zijn discipelen de wereld instuurt om te verkondigen dat het Koninkrijk van God gekomen is. Elders staat dat hij zegt dat “het Koninkrijk al aanwezig is maar dat het niet gezien wordt”. En dat het dus zinloos is om van hot naar her te rennen om het Koninkrijk te zoeken. Jezus moedigt de discipelen aan om, net zoals hij zelf deed, de waarheid van deze woorden te illustreren door het aanbieden van wonderen aan mensen die openstaan voor deze blijde boodschap. Opvallend is dat Jezus deze opdracht geeft terwijl hij nog niet gestorven is. Het goede nieuws en de wonderen kunnen dan ook niet gekoppeld worden aan het geloof van de toehoorders in het toekomstige ‘plaatsvervangend lijden’ van Jezus. Mensen moeten zich wel bekeren, dus afwenden van hun zondige, op zichzelf gerichte, leven. Een Cursus in Wonderen vermeldt het woord ‘wonderen’ zelfs in de titel en benadrukt daarmee het belang ervan. De Cursus vermeldt twee hoofdaspecten van dit wonder. Het eerste betreft de genezing van de eigen denkgeest, het ervaren van de verzoening voor jezelf. Het tweede, net zo belangrijk, is het demonstreren van de nieuwe verbondenheid met de liefde door het aanbieden van wonderen (in gedachte, woord en daad) aan broeders en zusters door hen niet langer te oordelen maar onvoorwaardelijk lief te hebben en behulpzaam te zijn. Dit komt helemaal overeen met het grootste gebod dat Jezus ons al in het Nieuwe Testament gaf: “Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.”

Innerlijke vrede en actiebereidheid.

In de Bijbel wordt melding gemaakt van een “innerlijke vrede die alle verstand te boven gaat”. Deze innerlijke vrede wordt ook genoemd in de Cursus. In beide boeken staat in feite het zojuist genoemd grootste gebod centraal. Ik zie dat wat betreft de gerichtheid op anderen, de bereidheid om in raad en daad onze naasten bij te staan, er verschillen zijn ontstaan in de houding van christenen en cursus-studenten. Ietwat zwart-wit gesteld komt het mijns inziens op het volgende neer. Christenen gaan uit van de echtheid van de wereld omdat ze deze zien als Gods schepping. Ze zijn bereid om de liefde die hen inspireert om te zetten in daden en zijn hiermee trouw aan de opdracht van Jezus in de Bijbel. Dit geeft ongetwijfeld ‘een goed gevoel’ maar dit is niet het hoofddoel van hun handelen. Je komt tot geloof en niet per se tot (een goed) gevoel. Men verwacht de fijne, hemelse toestand van eeuwige vrede vooral na de dood van het lichaam.

Cursus-studenten zijn, helaas, de wereld vooral gaan zien als nare droom en dit gaat soms zover dat andere mensen worden gezien als droomfiguren. In de angst om zich in deze droom te verliezen besluit men soms om de aandacht vrijwel uitsluitend te richten op het bereiken van innerlijke vrede. Werken in die ‘onechte’ wereld krijgt een lage prioriteit. Daarmee wordt de helft van de boodschap van Een Cursus in Wonderen, het aanbieden van wonderen aan anderen, verwaarloosd. Waarom zou je liefde laten stromen naar een droomwereld of naar droomanderen?

Waar brengt dit ons na de Nieuwe Testament-periode en na de Cursus in Wonderen- periode?

Christenen kunnen en durven zich niet losmaken van het beeld van een wraaklustige God. Ze bevinden zich in een vicieuze cirkel waarbij ze geloven dat wie God niet vreest naar de hel gaat. Waarom geloven ze dit? Omdat dit in de Bijbel staat. Vooral christenen die wat streng in de leer zijn durven niet te overwegen dat hun theologie ook op angst gebaseerde menselijke denkbeelden over God bevat. Ze durven niet de conclusie van Bijbel-onderzoek te aanvaarden dat de Bijbel en de hierop gebaseerde theologie mensenwerk blijft en fouten bevat. Als men zich vastketent aan op angst gebaseerde beelden van een wraaklustige God zal men nooit de bevrijdende visie van Een Cursus in Wonderen kunnen verwelkomen.

Cursus-studenten mogen genieten van de bevrijding van een negatief Godsbeeld. Ze mogen zich verbonden weten met de liefdevolle Schepper-Vader. Er is niks mis met de blijdschap die dit oplevert. We zijn als een kind dat ontdekt dat we ons altijd in de armen van onze Vader mogen werpen. Hij straft niet, oordeelt niet, verlangt geen offer en heeft ons onvoorwaardelijk lief. Maar Jezus roept ons zowel in het Nieuwe Testament als in de Cursus op om onze liefde uit te breiden naar onze broeders en zusters in de wereld. Als we niet bereid zijn om te geven wat we ontvangen hebben, dan stagneert de stroom van liefde en bevestigen we slechts onze keuze voor afscheiding, van ik-gerichtheid, waarmee de nachtmerrie begon. In mijn beleving ziet Jezus onze kinderlijke ik-gerichtheid. Hij veroordeelt deze niet maar roept ons wel op om nu echt te gaan leven vanuit ons vernieuwde gewaarzijn van onze echt, geestelijke, liefdevolle identiteit.

Samenvattend voelt de boodschap die Jezus ons in het Nieuwe Testament geeft voor mij warm en liefdevol. Zowel mijn gevoel maar ook mijn verstand protesteren echter heftig tegen de manier waarop mensen zijn gaan aankijken tegen zijn kruisdood en opstanding. Alles in me roept dat God totaal liefdevol is en dat de boodschap van schuld, straf en offer daarmee niet te rijmen valt. Een Cursus in Wonderen legt haarfijn uit hoe wij gekomen zijn om God zo te zien. Wij projecteren op Hem ons eigen nare geloof in afgescheidenheid en dichten Hem hierbij een eigenschap toe als wraaklust. Wij mogen God opnieuw als Vader leren kennen door ons eigen oordeel los te laten. Deze keer zegt alles in mij volmondig “JA” tegen deze visie.

Ooit vroeg een christen mij of mijn eigen inschatting op basis van intuïtie, gevoel en verstand wel bepalend dient te zijn voor het prefereren van de Cursus-visie boven de Bijbelse-visie. Mijn antwoord was dat niemand iets anders kan doen dan dat. Ook de christen die mij deze vraag stelde kan niet anders dan op basis van zijn eigen intuïtie, gevoel en verstand de keuze maken voor de Bijbelse visie. Het belangrijkste is, lijkt mij, om de betrekkelijkheid van je eigen keuze te onderkennen. Vanuit een open houding is het fijn om overtuigingen en ervaringen te delen.

Tenslotte: Een Cursus van Liefde

In dit boek legt Jezus uit dat door Een Cursus in Wonderen ons ego, onze neiging om te streven naar afgescheidenheid, ernstig verzwakt is geraakt. Hij merkt echter ook op dat we kunnen blijven hangen in een wat verstandelijke levenshouding. We staan als het ware voor de brug naar ons geestelijk thuis, aarzelen en maken niet zelden rechtsomkeer. Misschien hebben we af en toe een glimp opgevangen van die nieuwe wereld, van het Koninkrijk der Hemelen, maar vallen we toch weer snel terug in ons oude doen. In Een Cursus van Liefde legt Jezus ons uit dat de tijd van studeren en leren voorbij is. Het is fijn om te begrijpen dat we moeten stoppen met het veroordelen van onze broeders en zusters maar we kunnen ons levensdoel alleen echt vervullen als we ons denken en handelen laten leiden door ons hart, door de liefde. Nu is de integratie van hoofd en hart nodig zodat we echt kunnen gaan leven vanuit ons Zelf. Jezus schetst een beeld waarbij we op de top van een berg de verbinding ervaren met het Christus-bewustzijn en in het dal daadwerkelijk gaan leven vanuit dit bewustzijn. Er wordt niet van ons verwacht dat we ons als spirituele kluizenaars terugtrekken op de bergtop. Maar we kunnen in het dal de liefde alleen tot expressie laten komen vanuit de op de bergtop hervonden verbinding met ons hart.

Een Cursus van Liefde is niet negatief over wat we tot dusver geleerd hebben en over ons denken als zodanig, maar nodigt ons uit om nu daadwerkelijk te gaan leven vanuit ons hervonden Zelf.  We hebben genoeg geleerd en mogen het oude loslaten, we mogen ontleren. Een Cursus van Liefde is nauwelijks samen te vatten, juist omdat het denken overstegen wordt. Al lezende ervaar je de relatie met broeder Jezus die we reeds kennen uit het Nieuwe Testament en uit Een Cursus in Wonderen. Het boek bestaat uit drie delen en het lijkt me goed om hieronder aan de hand van citaten een paar stukjes uit elk deel weer te geven.

Deel I: Een Cursus van Liefde

Hier word je zachtjes en geleidelijk langs de weg geleid om je ware Zelf te leren kennen. Jezus voelt aankomen dat we moeite zullen hebben als we te horen krijgen dat liefde toch echt het antwoord is. Het woord liefde is helaas wat sleets geworden.

“Het woord liefde is deel van je probleem met deze Cursus. Wanneer ik het woord liefde zou nemen en het zou vervangen door de één of andere ingewikkelde technische term, en je dan zou vertellen dat dit het materiaal is dat de wereld tot eenheid smeedt, dan zou dit voor jou veel gemakkelijker te aanvaarden zijn. En als ik je vervolgens zou zeggen dat je deze gesofisticeerde term niet kent en dat je daarom meer gelooft in je afscheiding van alles dan in je eenheid met alles, dan zou je er veel eerder toe geneigd zijn instemmend te knikken. Dan zou je zeggen: “Net als ieder ander, was ik hier niet van op de hoogte.”

Stel dat een wetenschapper je zou vertellen dat er een goedaardige energie is ontdekt die bewijst dat je met alles en met iedereen in het universum bent verbonden en als deze energie één of andere extravagante naam zou hebben dan zou je zeggen: “Er is een nieuwe wetenschappelijke ontdekking gedaan en ik ben geneigd te geloven dat ze kan kloppen, vooral als anderen er ook in gaan geloven.” Je voelt je nu een beetje beetgenomen als je te horen krijgt dat liefde het antwoord is. Je voelt je een beetje berispt als je te horen krijgt dat je niet weet wat liefde is.

Loslaten van wat je gespleten geest je ingeeft ten gunste van wat je hart al weet, is het doel van deze Cursus.  Het denken zou kunnen zeggen: ”Ja, ja, dit weet ik allemaal al, vertel mij iets dat ik niet weet.” Het denken kan steigeren bij tegenspraken, zich vastklampen aan bekende waarheden en deze wijsheid vergelijken met andere wijsheid. Het denken zal proberen alles te begrijpen vanuit zijn eigen logica en zal de logica van het hart bevechten.

Het doel van deze Cursus is het vaststellen van je identiteit. Dit is een cursus voor het hart. De geboorteplaats van het nieuwe. Wij doen een stap opzij, weg van het intellect, de trots van het ego, en benaderen deze laatste lessen vanuit het domein van het hart.”

Deel II: De Verhandelingen

Deel I beschrijft dus de grondbeginselen waarop ons ware Zelf berust en dicht de kloof tussen geest en hart. De Verhandelingen willen ons helpen om die verbinding van geest en hart (In het boek aangeduid als “heelheid-van-hart”) in het dagelijks leven te brengen. Een “verhandeling” is een werk dat een diepgaand inzicht biedt in een bepaald onderwerp. Er zijn in totaal vier verhandelingen, die elk een specifiek onderwerp behandelen: 1) Een verhandeling over de kunst van denken; 2) Een verhandeling over de aard van eenheid en de herkenning ervan; 3) Een verhandeling over het persoonlijk zelf; 4) Een verhandeling over het nieuwe.

“Deze verhandelingen trachten je te tonen hoe te leven als wie je bent en hoe in deze wereld te handelen als het nieuwe Zelf dat je herkend hebt. Deze verhandelingen houden zich niet langer bezig met cursuswerk omdat het werk van deze Cursus in jou is voltooid. Deze verhandelingen dienen simpelweg om je te ondersteunen te leven naar wat je hebt geleerd. Leren is niet bedoeld om blijvend te zijn. Je hebt je gerealiseerd dat al je leren en studeren je zover heeft gebracht als tot waar je kunt gaan.

Maar nu is de tijd aangebroken om dat wat geleerd is achter je te laten ten gunste van waarneming, visie en openbaring. Nu is de tijd om studie achter te laten ten gunste van verbeelding, visualisering en verlangen.  Nu is het moment om uit de tijd van het worden wie je bent te stappen naar de tijd van het zijn wie je bent.”

Deel III: De Dialogen

Zoals de titel suggereert, zijn De Dialogen een uitwisseling tussen de lezer en het Christus-bewustzijn dat aanwezig is in alles waarmee zij of hij in relatie staat. Je wordt niet alleen uitgenodigd om te luisteren, maar ook om te responderen. De Dialogen monden uit in een intensieve “40-daagse ervaring” die zich afspeelt in je innerlijke wereld: “De Veertig Dagen en Veertig Nachten.” Het is een voorbereiding om in de wereld te leven in eenheid en relatie met al het leven, voortdurend luisterend en responderend op elk aspect van de schepping. De Dialogen plaatsen ons op de weg van directe kennis. Dit is de nieuwe manier om je Zelf te leren kennen, de manier van delen in eenheid en relatie.

“De schepping van het nieuwe is begonnen. Wij zijn een interactief deel van deze creatieve daad van een liefdevolle Schepper. De Schepping is een dialoog. De Schepping – die God en ons in eenheid is – zal respons geven op onze respons. Zal respons geven op wat wij visualiseren, ons verbeelden en verlangen. De schepping van het nieuwe zou niet kunnen beginnen zonder jou. Je bereidwilligheid voor het nieuwe, een bereidwilligheid die het achterlaten van het oude omvatte, een bereidwilligheid die het achterlaten van angst en oordeel en een separate wil omvatte, was nodig om de schepping van het nieuwe te beginnen. 

Wat zal de toekomst brengen? Dat is aan ons, geliefde broeders en zusters. Het is aan ons terwijl we als één lichaam, één geest en één hart handelen. Het is aan ons terwijl we scheppen als één lichaam, één geest, één hart.  Omdat het de nieuwe toekomst is van een nieuwe vorm verbonden in eenheid en relatie, is de enige garantie die we hebben dat het een toekomst zal zijn van liefde, een toekomst zonder angst, een toekomst met onbegrensde vrijheid. 

Vergis je niet dat wat van ons gevraagd wordt alles is. Wat gevraagd wordt is onze totale bereidwilligheid het oude op te geven, onze totale bereidheid het nieuwe te omarmen. Maar vergis je niet, alles wat ons gegeven is, is alles. Alle macht van schepping is ons gegeven. Laten we beginnen.”

Samenvatting:

Ik zie Een Cursus in Wonderen en Een Cursus van Liefde als verdere uitwerking van de boodschap die Jezus ons al tweeduizend jaar geleden gaf en die opgetekend staat in het Nieuwe Testament. Deze boodschap drong niet in één keer tot ons door, wij konden de verlossende werking ervan niet in één keer helemaal binnenlaten. Ondanks het feit dat Jezus vertelde dat God de Schepper één en al liefde is en van ons houdt als een Vader, konden wij het beeld van een wraaklustige God die bloed wilde zien niet loslaten. Vanuit onze angst konden wij de liefde van de Vader nog niet helemaal aanvaarden. Dankzij Een Cursus in Wonderen kunnen we precies zien hoe zo’n naar Godsbeeld tot stand komt. Het is niet meer dan een angstige projectie van onszelf. We krijgen van Jezus in deze Cursus een wonderschone visie aangereikt op Gods Schepping en op onze eigen identiteit. Daarbij krijgen we oefeningen in de vorm van 365 werkboeklessen die ons helpen om onze vooroordelen los te laten en met liefdevolle ogen te kijken naar onze Vader en onze broeders. De klassieke theologie mag vervangen worden door een wonderschone metafysica.

Dankzij Een Cursus in Wonderen ervaren we iets van de verbinding met de Vader en met elkaar. Wat een heerlijke ervaring is dit! Maar we mogen nu de brug helemaal oversteken, helemaal gaan leven vanuit ons Zelf. Ook hierin komt Jezus ons te hulp. Hij heeft ons een aantal prachtige, inspirerende boeken gegeven. Hierboven gaf ik hiervan als voorbeeld Een Cursus van Liefde, een boek dat naadloos aansluit bij Een Cursus in Wonderen en hiervan een nadere uitwerking biedt. In deze Cursus van Liefde worden we goed beschouwd uitgenodigd om de liefde door ons Zelf heen daadwerkelijk te laten stromen, om deel te nemen aan de creatieve schepping. Jezus heeft gezien dat we van een te doenerige interpretatie van de Bijbelse boodschap waren doorgeslagen in een te abstracte interpretatie van zijn woorden in Een Cursus in Wonderen. In Een Cursus van Liefde wordt de balans hersteld. De balans tussen hoofd en hart, tussen de verlossing aanvaarden voor jezelf en deze uitbreiden naar anderen, tussen het wonder aanvaarden voor jezelf en het wonder aanbieden aan anderen.

Ik wens iedereen alle wijsheid en liefde.

Hartegroet,

Simon Schoonderwoerd