Mijn spiritueel jaaroverzicht III: ACOL

a course of love

“Je hoeft niks te geloven want je kunt het direct ervaren!” Dit probeerde ik afgelopen jaren over te brengen in mijn blogs en in persoonlijke contacten met medestudenten. Ook ik was de eerste jaren van Cursus-studie vooral bezig om te proberen deze zo goed mogelijk te begrijpen. Het lijkt zo eenvoudig: als je begrijpt hoe het zit dan ben je eruit. Gaandeweg werd duidelijk dat dit grabbelende en zwoegende zelf onderdeel is van de kramp die het juist probeert te ontlopen. Hoe harder je je best doet om het mentaal te begrijpen hoe meer afgescheiden je je voelt. Hier letterlijk gevoel voor krijgen biedt een sleutel tot vergaande en ervaarbare vergeving.

Dit wilde ik delen met anderen en begin 2018 organiseerde ik enthousiast een soort huiskring om het over te dragen. Ik wilde uitleggen dat het een kwestie was van voelen wat oordelen veroorzaakt zodat je ook kunt voelen wat overgave voor heerlijk gevolg heeft. Ik wilde de ander dolgraag helpen maar zag dat het niet zo makkelijk was om dit over te brengen. Dus gooide ik er een schepje bovenop en hoe meer verwarring ik zag hoe drukker ik probeerde de ervaarbaarheid van vergeving ook aan de hand van teksten uit de Cursus over te brengen. Op de tweede of derde avond ervoer ik haast paniek: deze lieve mensen kwamen vanuit het hele land en ik kon hen niet helpen zoals ik zo graag wilde.

De Heilige Geest greep gelukkig in en door omstandigheden waren we de avonden hierna met een klein groepje van drie. Ik hield op met nadenken wat ik die avond zou vertellen en vertrouwde erop dat het wel duidelijk zou worden. Deze overgave bood, achteraf gezien natuurlijk zeer voorspelbaar, vrede voor ons allen. Ook in de rest van het jaar moest ik leren loslaten en vertrouwen. Telkens wanneer ik probeerde iets te fiksen in mijn eigen situatie bad ik, zodra ik het doorkreeg, dat prachtige gebed waarmee de werkboeklessen van de Cursus eindigen (361-365), nu in keer in het Engels:

“This holy instant would I give to You
Be You in charge. For I would follow You,
certain that Your direction brings me peace.”

Telkens zag en ervaarde ik de weerstand tegen deze overgave aan Hem. Vanuit ons geloof in afgescheidenheid (vanuit ons ego) willen we iets doen, we willen de ongewenste situatie veranderen. Het heeft jaren gekost om niet alleen te begrijpen maar ook te voelen hoe diep de wortels van het ego schijnbaar reiken. Ook bij broeders en zusters zie ik dat ze menen dat de situatie, omstandigheden of psychische gesteldheid, niet oké is en dat ze dus met behulp van de Cursus hun best moeten doen om hier verbetering in te brengen. De eerste waarneming is correct: er is inderdaad geen ervaring van vrede. Maar het vervolg is een misvatting: ik moet nu iets gaan doen om aan iets wat ik niet wil een einde te maken. Dit versterkt slechts de verwarring van slachtofferschap.

De oplossing van de kramp begint als je durft te geloven dat je als machtige Zoon van God gekozen hebt om precies dat te ervaren wat je ervaart. Radicaal geformuleerd: je doet het jezelf aan, niet voor 99% maar voor 100%. Eerst bereikt dit via woorden de mind, dan kun je er gevoel voor krijgen. Het bizarre besef daagt dat je alles op z’n kop hebt gezet: als Zoon van God ben je gaan oordelen om te spelen met de illusie van afgescheidenheid. Bij elk oordeel kun je voelen hoe de ervaring van kramp toeneemt en, nu komt het, bij overgave aan Liefde, bijvoorbeeld middels genoemd gebed, kun je direct ervaren dat vrede binnen komt. Dit is vergeven. Het heeft niks met het mentaal aanvaarden van holle kreten te doen.

Gaandeweg vindt een heerlijke omkering plaats. Er is geen ik die dingen meemaakt die het niet wil. Nee, er is projectie van ervaringen waarmee de Zoon van God de illusie wil creëren een afgescheiden zelf te zijn. Dit lukt het best als we ook nog eens veroordelen wat we buiten ons menen te zien. Ook het gevolg van dit oordeel is voelbaar. Ik (vanuit mijn geloof in afscheiding, vanuit mijn ego) kan niks doen want alle zelf-oordelen en zelf-doen versterkt de illusie. Maar, wat een zegen, dat kleine beetje bereidwilligheid om het gebed van overgave steeds weer te bidden en steeds meer te vertrouwen op de kracht van liefde is al wat nodig is om vrede te ervaren. Het is een rare, niet begrijpelijke vrede. Zogenaamd nare omstandigheden lijken soms nog voort te duren maar met het wegvallen van de weerstand tegen onze eigen projecties (Love allows all things, trusts all things, embraces all things and thereby transcends all things (WOM)) valt de bodem (het geloof in een lijdend ik) weg.

Van “believe in separation” naar “experience of union”. En dit brengt me bij A Course of Love. Want aangekomen bij de waarheid van werkboeklessen 361-365 daagt besef van het mysterie van eenheid. De overgave aan de Heilige Geest blijkt een wonderlijke overgave aan de Liefde die je bent. Bij het minder hard worden van de ego-grens door overgave blijkt dat er geen afgescheiden Zoon van God is die Zich aan iets moet overgeven. Hij blijkt nooit weg te zijn geweest van Thuis en wonderlijk en onbegrijpelijk één met Zijn Vader.

Ook via ACOL drong deze vreugde steeds dieper door. Wat mij niet of nauwelijks lukte in de huiskring begin dit jaar, krijgt broeder Jezus in ACOL wel voor elkaar. Het uitleggen (voor de mind) gaat over in die directe ervaring (voor het hart). Al lezend ben je samen en één met Hem. Woorden schieten tekort en ik weet ook niet hoe dit te delen is met hen die hier voor open staan. Ik vrees dat mijn blogjes een beperkte reikwijdte hebben: tot aan het gaan ervaren van vergeving. Daarna, en feitelijk nu reeds, staat ieder op Zichzelf, innig verbonden en één in Liefde met elkaar.

 

Mijn spiritueel jaaroverzicht II: The Way of Mastery (WOM)

The way of mastery

Heb je WOM nu nodig als je ECIW doet? Is WOM wel echt? Dit zijn de vragen die men me stelde toen ik enthousiast over WOM schreef. Terechte en begrijpelijke vragen, laat ik daar mee beginnen. Een wijs leraar zei dat het niet handig is om steeds te switchen van spirituele leerweg. Het is net alsof je op zoek bent naar water en tien ondiepe putjes graaft in plaats van het aanwenden van je energie voor het graven van één diepe put waarmee je de kans om water te vinden zou vergroten. Ik vind dat er veel voor dit argument te zeggen valt en zie ook dat het veelvuldig en wanhopig hoppen van het ene boek naar het andere het ego helpt om z’n motto “zoek en vind niet” vorm te geven.

Voor mij vormt ECIW m’n grote inspiratiebron en, voor zover ik dat kan beoordelen, vormt het een compleet spiritueel curriculum in zichzelf. Gisteren schreef ik dat het me bevreemdt dat veel studenten het slechts eenmaal, en dan ook nog vaak slechts deels, lezen dus waarom dan nu beginnen over WOM? Is het lezen hieruit nodig, handig of zelfs een ontwijken van het doen van de Cursus?

Naar mijn mening is echter in WOM dezelfde auteur aan het woord als in ECIM; Jezus, en vormt hiermee geen aparte leerweg. Eigenlijk moet ik het preciezer formuleren: ik geloof dat ook in WOM de liefde ons met woorden probeert te bereiken die aansluiten bij ECIW. Critici merken op dat WOM (en ACOL) echter veel minder erudiet en diep op hen overkomen dan ECIW en vermoeden op grond hiervan een frauduleus meeliften op de bekendheid van ECIW. Men reageert argwanend, voorzichtig of zelfs ronduit aanvallend op WOM en ACOL of men noemt de auteurs, op basis van hun karaktereigenschappen, ongeloofwaardig en kijkt niet voorbij aan hun rol als notulist. Aanvankelijk voelde ik behoefte om de “echtheid” van WOM en ACOL te gaan verdedigen maar gelukkig komt ECIW me hierin te hulp; niets werkelijks kan bedreigd worden en, lekker praktisch, verdedigen is slechts een manier om me afgescheiden te wanen. Dus ik gun ieder zijn of haar mening hoewel ik het jammer vind als men angstig reageert en zichzelf mooie dingen onthoudt. Iedereen heeft echter zijn eigen leerweg en zal op zijn pad precies krijgen wat hij nodig heeft, daar hoeft deze jongen geen PR voor te bedrijven.

Mijn vreugde uiten is echter wat anders, want voor mij is WOM een geschenk. Hoewel de vorm (het taalgebruik) verschilt van dat van ECIW hoor ik dezelfde Jezus aan het woord. Voor mij is WOM (en ACOL) geen andere leerweg. Ik ontmoet in WOM mijn Broeder tijdens een wandelcoach-sessie. Hij praat nu ontspannen in plaats van geconcentreerd te dicteren. Maar nog steeds met enorme wijsheid en natuurlijke autoriteit. Hij licht de grote thema’s uit ECIW op indringende wijze toe, steeds met milde humor. Zo verheldert hij op prachtige wijze onze neiging tot slachtofferschap. Dit heeft me geholpen om niet in de valkuil te trappen om het ego als een vervelend iets buiten mezelf te zien waar ik dan toch weer slachtoffer van zou zijn. Staat dit dan onduidelijk in ECIW? Allerminst, maar het lijkt wel of Jezus het een tijdje heeft aangezien hoe angstig en vanuit ons ego wij omgaan met de Cursus en ons in WOM geruststelt, een steuntje in de rug geeft en daarmee verder helpt.

Ik schreef eerder over “doorgeschoten non-dualisme”, een mentaal construct waarbij we denken dat we als Zoon van God alles door hebben maar waarbij we houterig op onze bank blijven zitten en overal angstig “nee, nee, nee” tegen zeggen. Zodra iemand beweert dat het buiten lekker weer is en dat er heel wat te genieten valt wordt hem een duale vervorming verweten, affiniteit met de illusie, en moet hij terugverwezen worden naar “de eenheid”. Staat dit zo in ECIW? Nee hoor; ECIW bruist ook van scheppende kracht, liefde, blijheid, vrede enzovoort en gelukkig beleven veel ECIW-studenten dit ook zo. Maar in WOM benadrukt Jezus deze positieve “ja, ja, ja” houding, wellicht vooral voor de bange en verkrampte ECIW-lezers.

Voor mij klinkt uit WOM steeds het: “Love allows all things, trusts all things, embraces all things and thereby transcends all things”. Bange Cursus-studenten zien hierin, zoals gezegd, een verheerlijken van de illusie. Maar WOM is net zo mysterieus non-duaal als ECIW. De Zoon van God wordt echter geportretteerd in al zijn glorie en blijheid. Vrijuit spelend en scheppend zoals Hij geschapen is door Zijn Vader. Het is feest in WOM. Wellicht heeft niet iedereen (nu) zin in dit feestje maar ik ben er blij mee en ben mijn broeder Jezus dankbaar dat hij heeft aangebeld en me mee heeft gesleurd vanaf mijn bank naar buiten. Het blijkt heerlijk hier en ik gun dit iedereen!

Mijn spiritueel jaaroverzicht I: De Cursus

a course in miracles complete

Dit jaar deed ik weer dagelijks de werkboeklessen en verbaasde me opnieuw, zoals elk jaar, over de onpeilbare diepte van elke les. Er wordt wel eens gewaarschuwd voor verslaving aan de Cursus en dat beweegt sommige studenten om na één jaargang te besluiten zich geheel te gaan richten op hun innerlijke leraar en te stoppen met de Cursus. Ik meen dat dit niet terecht is. Het is waar dat het ego kan besluiten dat de Cursus erg moeilijk is en dat er maar lastig doorheen te komen is na zware en langdurige studie. Dit is inderdaad een valkuil en een ego-truc. Dan wordt inderdaad herhaling gebruikt als afweermechanisme tegen die heerlijke waarheid: je bent in liefde één met je Vader en je Broeders. Maar een herhaling van de werkboeklessen onder leiding van die innerlijke leraar is geen afweermechanisme maar een eerlijke bereidheid tot verdieping. Het ego verklaart zichzelf vroegtijdig volleerd maar wie wil blijven luisteren aarzelt niet om ook de geschreven woorden van Jezus herhaaldelijk te lezen, te overdenken en toe te passen in zijn leven.

In aansluiting hierop merkte ik in communicatie met medestudenten sowieso soms een onzorgvuldig en willekeurige omgang met de Cursus. Telkens werd een beroep gedaan op leiding door de innerlijke leraar en werd er geschermd met een paar absolute begrippen uit de Cursus zoals: alles is één, er is geen buitenwereld en er is geen ander. Hoewel dit inderdaad kernbegrippen zijn uit de Cursus merkte ik dat het schermen hiermee niet goed voelde en dat het opvallende duale bijwerkingen met zich mee bracht. Samengevat is dit te omschrijven als spiritueel navelstaren dat eindigt in geloof in een afgescheiden zelf dat “naar buiten” kijkt en de wereld en de ander afdoet als een nare droom met een soort onverschilligheid en vervreemding als resultaat.

Waar komt dit vandaan? Het spoor bleek terug te volgen tot de manier waarop Ken Wapnick in zijn latere boekjes schreef over de Cursus. Sommigen beweren dat hij zich vergiste met een eenzijdige interpretatie van de Cursus. Ik vermoed dat het iets minder zwart-wit is. Wapnick geeft zwaar tegengas aan de toen gangbare duale Christelijke visie. Deze visie, met scheiding tussen een zelf, God en de wereld, is erg aantrekkelijk voor het ego. Wapnick torpedeert terecht elke listige poging van het ego om van de Cursus toch weer een vertrouwd duaal construct te maken. Maar ons ego zou geen ego zijn als we ook de woorden van Wapnick niet zouden gaan gebruiken om ons geloof in afscheiding te bestendigen. Ik noem dit: doorgeschoten non-dualisme. Hierin gaan we vanuit ons ego (dus terwijl we nog geloven in afscheiding) in feite roepen dat er geen schepping is en dat Vader, Zoon, Heilige Geest (Drie-eenheid) samengeperst en platgeslagen dienen te worden tot één ongedifferentieerd prutje dat dan weer opvallend veel op ons ego gaat lijken.

Ik kwam een andere interpreet van de Cursus op het spoor, Robbert Perry en zijn vrienden van The Circle of Atonement. Ik ga niet zo ver als Perry door te beweren dat Wapnick er soms naast zit in zijn boeken. Ik meen echter wél dat we in de Nederlandse Cursus-gemeenschap te veel leunen op zijn boeken en video’s waar het voor ons huidige studieniveau beter zou zijn om dichter bij de didactische structuur van de Cursus zelf te blijven. Hierin worden we via duaal woordgebruik wat we kunnen begrijpen  gebracht tot een langzaam en zorgvuldig oplossen van ons geloof in afscheiding. Perry volgt de hoofddocent, Jezus, hierin op de voet en vermijdt hiermee volgens mij valkuilen waarin we snel stappen als we aan de haal gaan met Wapnicks abstracte eindinzichten.

Letterlijk uit deze kring van The Circle las ik hun fraaie “Complete & annotated edition” van de Cursus. Een enorme pil met daarin alle notities van Helen Schucman. Vertegenwoordigers van de Foundation of Inner Peace, de groep die onze bekende blauwe variant op de markt hebben gebracht, geven aan dat het niet de bedoeling was dat persoonlijke berichten van Jezus aan Helen en Bill gepubliceerd zouden worden, iets wat Perry overigens overtuigend weerlegt. Ik vond de dikke pil interessant en leerzaam maar ook moeilijk door alle verwijzingen naar psychotherapie en de Bijbel. Iets voor liefhebbers, denk ik, maar geen noodzaak voor een goed begrip van de Cursus.

Dit gezegd hebbende vind ik het boekje “One Course, Two Visions” (ook van The Circle) wel een regelrechte aanrader voor elke Cursus-student die meent dat hij het nu wel weet en doorheeft wat de Cursus zegt, hierin onbewust beïnvloed door de uitingen van Wapnick. Dit absoluut niet om te komen tot een mentaal welles-nietes-spel maar om onbewust geadopteerde en (onbewust) blokkerende overtuigingen los te kunnen laten. Zeker mensen die worstelen met vragen als “zijn er anderen buiten mij” of “weet God nu wel of niet van mijn problemen” kunnen middels dit boekje een heerlijke en Cursus-getrouwe bevrijding ervaren.

<Binnenkort: Mijn spiritueel jaaroverzicht II: The Way of Mastery>

 

Ons rare verlangen naar zonde en ziekte

ziekte en zonde

Zo’n tweeduizend jaar geleden zagen de discipelen van Jezus een zieke man lopen en ze vroegen wat hij verkeerd had gedaan dat hij deze straf van God verdiende. Jezus antwoordde dat de ziekte een ander doel kon hebben, namelijk het tonen van Gods macht tot genezing. Mooi om ook in de Bijbel dat verschil te zien tussen de ego-interpretatie en die van de Heilige Geest. Toch ettert dat ego-geloof zoals uitgesproken door de discipelen nog verder in onze denkgeest. Nog steeds denken we dat we iets fout hebben gedaan als we pijn of ziekte ervaren als een soort straf hiervoor. Die overtuiging zit kennelijk nogal diep.

Nu is er van straffen geen sprake. Dat ego-bedenksel kunnen we heerlijk loslaten. God, onze Vader, is louter liefde en Hij zit Zich niet kwaad te maken, wordt niet boos en deelt geen straf uit. De ziekte en pijn hebben niks met God te maken. Mogen we dan vragen of Hij ons ervan af helpt? Ja hoor, dat mogen we zeker doen. God wil niets liever dan liefde, genezen en vrede. Het punt is echter dat wij zelf niet echt van de ziekte en de pijn af willen. Dat klinkt in eerste instantie gek. We roepen dat we wél echt van dit lijden af willen maar dat het niet lukt. We voelen ons machteloos en roepen om Zijn hulp.

Verwarring alom. Het is handig om te beginnen bij dat woord “zonde”. Het heeft mij enorm geholpen door hiervoor telkens te lezen “mijn geloof in afscheiding”. Het is een lekker nuchtere omschrijving waarin geen schuldvraag doorklinkt. Als ik in afscheiding wil geloven maakt dit me niet fout, schuldig of zondig in de ouderwetse, morele betekenis van het woord. Het toont wel dat ik mezelf wens te foppen en de ervaring verkies om afgescheiden te zijn terwijl de waarheid is dat ik op wonderlijke wijze één ben met mijn Vader en mijn Broeders.

Dat “mezelf foppen”, hoe doe ik dat? Hoe kan ik mezelf het beste wijs maken dat ik afgescheiden ben? Onze joker hierin is het geloof in lichamelijkheid met hieraan gekoppeld geloof in tijd, ruimte en vooral sterfelijkheid. Zet ze maar eens naast elkaar. Aan de ene kant de tijdloze, ruimteloze eenheid, de liefde, de grenzeloosheid. Dit zijn we als Zoon van God. Maar, aan de andere kant, wilden we eens wat anders en bedachten (projecteerden, in Cursus-taal) we een lichaam in een wereld. Onze dagelijkse routine met dit lichaam is dat het dingen lijkt waar te nemen. Dat doen we met zintuigen die we bedacht hebben als instrumenten om onszelf de illusie te geven dat we zogenaamd in een lichaam zitten. Deze intentie van zintuigen missen we gewoonlijk. We denken dat iets echt is als we het waarnemen. Maar in waarheid staat de boel op z’n kop: we denken dat wij echt zijn omdat we zogenaamd waarnemen. Zie je het mechanisme? Waarnemen met als doel je afgescheiden en lichamelijk te voelen.

Nu de stap naar pijn en ziekte. Je kunt ons gewone waarnemen zien als een bescheiden praten van de zintuigen. Op normale gesprekstoon vertellen ze ons dat we een afgescheiden lichaam zijn. Soms willen we dit onszelf nog wat nadrukkelijker wijsmaken en gaan de zintuigen schreeuwen. Ze roepen ons met luide stem toe: “Voel je de pijn en de ellende? Ervaar je de wanhoop? Ben je bang voor de dood? Prima, geloof in onze echtheid, dan heb je je nog nooit zo afgescheiden gevoeld als nu. Je hebt je spel uitstekend gespeeld, heel er goed gedaan!”

Hierop reageren we gewoonlijk vanuit onze denkbeeldige positie van afgescheidenheid. We voelen de pijn, de ellende en de wanhoop en willen hiervan af. Op zich is dit een valide verzoek. Gelukkig kunnen we maar een beperkte hoeveelheid pijn verdragen en dan worden we ons spel zat. Maar zolang we onze verborgen agenda niet door hebben (we willen ons afgescheiden voelen) vragen we om het verkeerde. We vragen om een gezond en pijnvrij lichaam. We vragen dus gewoon om een leukere scene uit dezelfde film, de film van afscheiding.

Wij zien genezing als lichamelijke genezing maar het lichaam is een illusie, of we het nu zien als ziek of als gezond. Werkelijke genezing bestaat uit het opgeven van ons verlangen om ons afgescheiden te wanen. Hiertoe mogen we ons wenden tot onze Vader. Hij wil niets liever voor ons maar zolang wij onbewust toch het spel van afgescheidenheid willen spelen (en dus vragen om pijn) is hij zo grenzeloos lief dat hij ons die ruimte geeft. Hij zal ons nooit dwingen, nooit ingaan tegen onze wil, zelfs niet als we iets onzinnigs willen.

Als wij vragen: “papa, help ons van onze pijn af want we willen in een gezond lichaam verder spelen”. Dan zal Hij ons antwoorden: “lief kind, je mag spelen zoveel als je wilt maar zie je dan niet dat je jezelf daarin pijn doet? Stop toch lieve schat met je dwaze spel!” Zegt God dit echt? Jawel, Hij heeft een uitgebreide brief aan ons geschreven waarin Hij het heel precies uitlegt. Die brief heet “Een Cursus in Wonderen”. Lees nu uit deze brief de werkboekles van vandaag met me mee (356):

Les 356

 Ziekte is slechts een andere naam voor zonde.
Genezing is slechts een andere naam voor God.
Zo is het wonder een beroep op Hem.

Vader, U hebt beloofd dat U nooit zou verzuimen een beroep te beantwoorden dat Uw Zoon op U zou doen. Het doet er niet toe waar hij is, wat zijn probleem lijkt te zijn, noch wat hij gelooft dat hij geworden is. Hij is Uw Zoon en U zult hem antwoorden. Het wonder weerspiegelt Uw Liefde en zodoende antwoordt het hem. Uw Naam vervangt elke gedachte aan zonde, en wie zonder zonde is kan geen pijn lijden. Uw Naam geeft Uw Zoon antwoord, want Uw Naam aanroepen is niets anders dan de zijne aanroepen.

Naschrift: Binnen Cursus-kringen wordt ook geschreven over genezing van het lichaam, dus binnen onze droomwereld. Is dit nu wel of niet mogelijk? Natuurlijk is dit mogelijk. We hebben het hele universum bedacht en kunnen die gedachte weer loslaten. Dat geldt dus ook voor de illusie van ziekte en pijn. Maar teveel aandacht hiervoor is koren op de molen van het ego. Het wil dan de Cursus gaan gebruiken, niet om de illusie van afgescheidenheid op te geven maar toch stiekem om dat gezonde en pijnvrije lichaam te bemachtigen. Dit doel is echter geen handig doel maar een heimelijk voortzetten van het spel. Zelfs in het Nieuwe Testament ziet Jezus liever dat we blij zijn wanneer we accepteren dat “onze zonden vergeven zijn” (dus wanneer we het geloof in afscheiding loslaten door ons naar de Liefde, de Vader te keren) dan wanneer we ons slechts verheugen om weer ziektevrij verder kunnen wandelen in de droom. Hij gebruikte de droom-wonderen van lichamelijke “genezing” om te wijzen op waar het werkelijk om gaat: het binnen laten van de liefde die we zijn. Lichamelijke genezing is een plezierige en bemoedigende bijwerking maar we kunnen er beter geen (ego-) doel op zich van maken. We doen onszelf dan erg tekort.

Ik kom geen stap verder!

ballon

Herken je dit gevoel? Je ziet medestudenten van de Cursus sereen wegzweven naar vredige oorden en zelf lijk je gevangen in de ellende van het bestaan. Ik herinner me dit gevoel van toen ik als jonge adolescent de boeken van Krishnamurti las. Het werd me duidelijk dat elke inspanning van mijn kant averechts werkte maar begreep niet hoe ik hiermee kon stoppen. Jarenlang bleef ik deze boeken lezen en de frustratie groeide tot enorme proporties. Ik voelde fysiek de spanning in mijn kaken en schouders; ik wilde zo dolgraag verlicht worden maar het lukte me maar niet. Op een moment kreeg ik het beeld van Krishnamurti in het mandje onder een heteluchtballon. “Kom naar boven”, riep hij, “het uitzicht hier vandaan is prachtig!”. Ik sprong op en neer maar kwam niet los. Toen werd ik boos dat hij niet iets van een touwladdertje naar beneden liet zakken. Help me dan toch, klonk het diep in mij. Uiteindelijk besloot ik deze boeken maar even in de boekenkast te laten staan. Ze hielpen me toen niet.

Dezelfde frustratie klinkt door onder studenten van de Cursus. Het heerlijke nieuws is dat Jezus wél een laddertje naar beneden laat zakken in de vorm van het blauwe boek. Toch blijkt het laddertje niet helemaal wat we ervan verwachten. De Cursus biedt namelijk geen manier voor ons ego om omhoog te klimmen. Ze gaat veel verder dan dat. Ze biedt ons een diep inzicht in ons motivatie om te roepen om die ladder. Via Krishnamurti kwam ik niet veel verder dan het motto van het ego zoals ook beschreven in de Cursus: zoek en vind niet. Maar na bestudering van de Cursus komt, wat mij betreft, de ongelofelijke rijkdom van de Cursus naar boven. Het is een parel van wijsheid die zo helder beschreven wordt door Jezus maar die gewoonlijk toch totaal door ons gemist wordt. Het sleutelwoord hierbij voor mij is “intentie”. Wat bedoel ik hiermee?

Zolang we menen dat we als afgescheiden wezentjes “het” nooit kunnen bereiken hebben we al een flinke denkbeeldige stap gezet. Maar het gaat verder. Het is onze intentie om niet te bereiken. Als Zoon van God willen we een raar spel spelen. Dit spel heet “geloof in- en gevoel van afscheiding”. Dit spel spelen we bijzonder knap. Zo knap zelfs, dat we niet meer weten dat we aan het spelen zijn. We hebben een aantal instrumenten, zeg maar speeltjes, tot onze beschikking die we gebruiken om het spel zo overtuigend mogelijk voor onszelf te maken. Oordelen is vaak de gemene deler van deze spelletjes. Wij denken dat oordelen ons helpt om te constateren of we “er” al zijn of niet. Maar nee, we gebruiken oordelen als tool om ervoor te zorgen dat we de illusie overeind houden dát we er nog niet zijn. Het is onze tool om geloof in afscheiding te versterken.

Dus als we gefrustreerd en vol geloof in afscheiding gaan roepen om een ladder dan gebruiken we ons oordeel (het is nu niet oké; lees: ik ben als Zoon van God niet oké) om de frustratie (ons geloof in onomkeerbare afscheiding) te vergroten. Kort gezegd: we vechten niet om aan ons geloof in afscheiding te ontkomen maar we vechten om ons afgescheiden te voelen. En als machtige Zonen van God kunnen we dit heel goed, kijk maar naar jezelf en kijk maar naar de hele droomwereld.

Wat dan? Je kunt letterlijk gevoel krijgen voor wat onvrede en frustratie voor je betekenen. Je kunt voelen dat je oordeel dat het nu niet oké is je helpt als Zoon van God om je afgescheiden te voelen. Dit gebeurt niet alleen in wat wij “het grote” noemen; grote conflicten. Ik heb bijvoorbeeld nu koude handen. In mijn oordeel zit een conclusie besloten: ik geloof dat ik koude handen heb dus dat ik een lichaam en dus afgescheiden ben. De Zoon van God gebruikt geloof in de echtheid van koude handen om de illusie van lichamelijkheid te versterken. Het maakt niks uit, als ik het maar zie. Dan kan ik lachen om deze fopperij en, laten we normaal doen, de kachel een tandje opdraaien.

Samenvattend: merk op dat je niet gefrustreerd bent omdat je iets overkomt. Je bent geen ego dat gevangen is in een wereld waar je uit wilt ontsnappen. Je bent de Zoon van God die oordelen (afkeuren van de huidige situatie) gebruikt als instrument om frustratie te ervaren en je afgescheiden te voelen. Pak de macht terug. Jij, als Zoon van God, kiest ervoor om jezelf dit aan te doen. Zodra je het ziet leer je ermee te spelen (vergeven). Zelfs in onze droom zijn er veel ontspanningstechnieken waarbij je eerst de spieren spant zodat je ze daarna beter kunt ontspannen. Ze ook met de denkgeest. Frustreer je maar even wat erger, voel de verkramping, en heb dan vrede met je onvrede. Relax en los op in liefde.

Uit WB 353:

Dan verlies ik mezelf in mijn Identiteit, en besef dat Christus niets anders is dan mijn Zelf

Kijken met de Helende Geest

meditatiehelm

“Hoe vergeef je nu precies?” Over deze vraag hadden we binnen de ECIW-Coach Facebook groep een fijn gesprek. Iemand bracht in dat je het juist niet kunt “doen”. Dit is een intrigerende opmerking. We weten immers ook dat als we gewoon maar door razen in de droom er niks verandert. Er is dan geen sprake van wakker worden. Maar tevens voelen we aan dat juist die doe-neiging ons zo in de weg kan zitten en ons gevangen houdt in ons geloof dat we echt afgescheiden zijn en dat er echt iets te doen valt. Wat dan?

Deze kwestie schoot me weer te binnen toen ik vanmorgen nadacht over iets wat ik in de krant heb gelezen. Middels electroden op een soort badmuts hebben onderzoekers een meditatiehelm gemaakt. Wat doet dit ding? Het geeft ons via een beeldscherm een terugkoppeling van de vredigheid van onze gedachten. We kunnen met onze ogen wilde vormen zien als we aan het voortrazen zijn en mooie golfjes als we goed meditatief bezig zijn. Het sleutelwoord bij deze vinding is “terugkoppeling”. Zolang we de gevolgen van onze gedachten niet letterlijk zien gaat alles gewoon door zoals gewoonlijk.

Vanmorgen werd ik wakker en mijn gedachten buitelden over elkaar en wat warrige gevoelens volgden deze gedachten op de voet. De vraag “wat moet ik doen” kwam naar boven, tegelijk met het besef dat ik juist meer gevangen zou raken in de illusie als ik deze impuls om te gaan “doen” zou volgen. Dus wat dan?

Voor mij ligt het antwoord in de richting van die biofeedback die ik hierboven beschreef aan de hand van de meditatiebadmuts. Gelukkig zijn we niet afhankelijk van zo’n techniek maar ze kan ons wel de weg wijzen. Biofeedback komt namelijk neer op een direct kunnen ervaren wat de gevolgen zijn van wat je aan het doen bent. En hier ligt een sleutel. Het blijkt mogelijk om te voelen wat het wakker worden van de doe-neiging met je doet. Dit vergt allereerst een bereidheid om te kijken, om dit fenomeen te onderzoeken. Ik zal het proberen te verduidelijken in de ik-vorm.

Na wakker worden merkte ik dus op dat er een soort algemene onrust en een gevoel van onbehagen was. Hierop volgde eerst een oordeel, deze situatie is niet oké, en hierdoor ook direct de neiging om iets te gaan doen. Bijvoorbeeld om te gaan vergeven om van de situatie af te komen. Direct voelde ik dat dit mijn gevoel van afgescheidenheid versterkte. Dit voelen vergde slechts een kleine bereidheid om op te letten, een weigering om in actie te komen. Er komt geen of nauwelijks denken aan te pas en het voelt meer als een pas op de plaats maken en opletten. Iedere kleine neiging om te gaan sleutelen aan m’n ongenoegen merkte ik op, en daarmee ook telkens de neiging om te verkrampen tot een klein en afgescheiden zelf.

In dat pauze moment, dat tijdstip t=0, dat heilige moment, valt de neiging te zien en te voelen om het spel van de ik-illusie te gaan spelen. De verborgen intentie van het spelen van dit spel is voelbaar: als ik oordeel en iets ga doen dan voel ik me als afgescheiden ikje echter. Het is een spelletje dat gespeeld kan worden (het spelletje: voel-me-ik) maar er is een keuze. Er is een keuze om met een zachte blik, met een milde glimlach, de neiging tot het geboren laten worden van een nepwereld te zien en deze niet te geloven. In dat heilige moment kan er gekeken worden met een heilige blik, een blik die groter is dan de ego-blik, dan mijn-blik. In deze heilige blik kan ik blijven rusten. Het is nog leuker om de heilige blik toe te staan te blijven kijken als je gewoon opstaat en de droom instapt.

Je kunt zien dat het ego steeds vraagt zijn spel serieus te nemen. Dat hoeft echter niet te gebeuren. Je komt broeders en zusters tegen die nog wel willen spelen, liefst met jou. En dan het wonderlijke. Je herkent in hun vergeetachtigheid of zelfs verbetenheid dezelfde verwarring die je zo goed kent van na t=0. Je ziet dat dit ego-spel van jou en van hen geen fijn spel is als je het te serieus neemt en je treedt hun spelletjes met dezelfde zachtheid tegemoet als die in jouw denkgeest. Wat zij doen, wat er gebeurt in de wereld, blijkt een verleiding te bevatten om als afgescheiden zelf te reageren. Maar deze betekenis hoef ik het niet te geven. Ik mag in plaats hiervan kiezen voor de helende blik, het wonder. En dan volgt, als vanzelf, een reactie naar “buiten”, naar de ander, naar de wereld, vanuit het heilige moment. Met het oplossen van geloof in vaste vormen en een vast ikje  lijken deze uiteen te vallen en energie vrij te geven. Een soort liefdesenergie, warmte, tederheid. Deze is beschikbaar, voor jezelf, voor de ander, voor de wereld. De vormen op zich zijn onschuldig en je mag ze zelfs maken en in liefde uitdelen aan ieder die ze nodig heeft. Om de liefde die we zijn, de liefde van de Vader, te tonen. Om te delen in blijdschap en vreugde. Dankbaar.

Les 350

 Wonderen weerspiegelen Gods eeuwige Liefde.

Ze aanbieden is zich Hem herinneren. En de wereld verlossen door de herinnering van Hem. Wat we vergeven, wordt een deel van ons, zoals wij onszelf zien. De Zoon van God verenigt alles in zich, zoals U hem geschapen hebt. De herinnering van U hangt af van zijn vergeving. Wat hij is wordt niet beïnvloed door zijn gedachten. Maar wat hij ziet is het directe resultaat daarvan. Daarom, mijn Vader, wil ik me tot U wenden. Alleen de herinnering van U zal me bevrijden. En alleen mijn vergeving leert me om de herinnering van U tot mij terug te doen keren en die in dankbaarheid aan de wereld te schenken.

En terwijl we de wonderen van Hem verzamelen, zullen we inderdaad dankbaar zijn. Want wanneer we ons Hem herinneren, zal Zijn Zoon ons worden teruggegeven in de werkelijkheid van de Liefde.

Deze Cursus lukt me niet!

frustratie2Soms raken we gefrustreerd over onze vorderingen met de Cursus, of liever gezegd; het gebrek hieraan. We ervaren allerlei negatieve emoties en kunnen jaloers worden op broeders of zusters die gelukzalig verslag doen van wat de Cursus hen allemaal aan moois biedt. Hoe kan dat nou? We willen zo graag en doen toch echt ons uiterste best om de Cursus te begrijpen? Het voelt gewoonweg niet eerlijk!

Herkenbaar? Hoe kunnen we hier mee om gaan? Het onderkennen van deze negatieve gevoelens is een eerste en belangrijke stap. De pijn wil gevoeld worden en heeft ruimte nodig. We nemen hier zelden de tijd voor. Onze eerste reactie is om direct aan de slag te gaan om van de pijn af te komen. Dit willen we niet, hier hebben we tenslotte nooit om gevraagd. Dus gooien we alles in de strijd om ons weer lekker te gaan voelen. Vroeger beperkten we ons hierbij tot zogenaamd magische middelen die kunnen variëren van afleiding zoeken, pillen slikken tot een paar glazen wijn. Dit is niet slecht of zondig maar de kern van de kwestie bereiken we zo niet. Als Cursus student menen we de sleutel gevonden te hebben. We vragen Jezus om onze pijn weg te nemen. Dit is een uitstekende stap om mee te beginnen maar toegepast zonder enig dieper begrip van de metafysica van ons denkbeeldig bestaan werkt deze stap niet zo lang door.

We zijn dol op mensen die ons erop wijzen dat we liefde zijn en dat liefde het antwoord is. Niks is fijner dan in een lesgroep even stevig gehugged te worden door de leraar en door de andere groepsleden. Dit bedoel ik niet spottend of neerbuigend want dit is ook een heerlijke manier om je met elkaar in liefde te verbinden en te steunen. We roepen met dezelfde intentie de hulp van Jezus of van de Heilige Geest in. “Heer troost ons, wis de tranen van onze wangen en laat ons weten dat we liefde zijn!” Bij mij komt het beeld naar boven van het laatste avondmaal met die ene discipel die aan de borst van Jezus ligt.

In scholen voor zijnsontwikkeling wordt gewerkt met visualisaties waarbij een wijsheidsgestalte ons zo bemoedigt, steunt en van ons houdt. Bij mij kwam dan het beeld van moeder Maria naar boven die onvoorwaardelijk van me hield en haar liefde naar me toe straalde. Ook Jezus sprak in gelijkenissen tot zijn discipelen, een soort visualisaties avant la lettre. Toch ging Jezus destijds een stap verder. Hij legde uit dat men richting kinderen gebruik maakt van kinderlijke taal maar dat je volwassenen anders mag aanspreken. Baby’s geef je melk maar volwassenen hebben vast voedsel nodig. We mogen een tijdje ons in regressie rondwentelen in de warmte en liefde van broeders, zusters, Jezus, Heilige Geest of onze Vader. Heerlijk, ik doe het ook graag en geniet hier enorm van. Maar we mogen verder.

Want waarom ervaren we deze staat soms helemaal niet en gewoonlijk slechts tijdelijk? Waarom is het leven zo hard als we de sessie verlaten? Dan moet ik terugkomen op mijn verwijzing naar de metafysica. Want als we deze liefde niet- of niet duurzaam ervaren dan zijn we geen zielig slachtoffer van een wrede wereld. Onze frustratie overkomt ons niet maar we kiezen hier onbewust voor. Voor ons ego klinkt dit hard en wreed. We menen toch echt dat we wél liefde en warmte willen ervaren. We doen toch zo ons best? Kijk heel goed en zie in deze uitspraken en gevoelens het slachtoffer-element. We hebben er nog geen zicht op dat we deze subtiele vorm van slachtofferschap stiekem koesteren.

Hierop reageert het ego steevast met zelfbeschuldiging: “anderen zien het wel en ik ben zo stom om het niet te zien”. Stoppen hiermee, gewoon kappen. Probeer je open te stellen voor het volgende, wat bizar klinkende, gedachtenexperiment. Kijk nogmaals voor de shit waarin je meent verzeild te zijn geraakt. Ervaar je gevoelens van afgescheidenheid. Neem vervolgens 100% verantwoordelijkheid: “Ik als Zoon van God heb besloten om het spel van afscheiding te spelen. Ik wil daartoe deze negatieve gedachten en gevoelens koesteren”. Het kan een hele toer zijn om zonder schuldgevoel met totale overtuiging de zin: “ik doe dit mezelf aan” uit te spreken. Waarom zou je dit doen als Zoon van God? Omdat je het kan. Het is een spelletje, alleen vergeet je er nu even om te lachen.

Probeer het en merk dat je de angel haalt uit het slachtofferschap. Pas nu is de weg open voor echte genezing die een tijdelijke knuffelsessie overstijgt. Pas nu kun je leren dat die liefde er altijd is maar dat je deze zelf kunt blokkeren door te geloven in de echtheid van aanval, verdediging, schuld, angst en ellende. Dit hoeft niet zo te zijn! Stap volledig uit de slachtofferrol. Onderken je gekke geneigdheid om vast te houden aan negatieve verhalen en nodig hierin de liefde van de Heilige Geest uit. “Heer, ik pijnig mezelf met oordelen en vechten. Ik geef nu dit gevecht aan u en vertrouw op u. Dank u Heer dat u trouw en almachtig bent”

En dan voor alle knuffelaars, inclusief mezelf. Het is niet onze uiteindelijke roeping om in regressie te gaan en hierin te blijven hangen. Nadat mensen destijds hun zonden hadden beleden (geen morele zonden maar hun geloof in de afscheiding en de erkenning van de narigheid die dat geloof met zich meebrengt) ging Jezus hen niet op zijn rug verder dragen. Nee, hij zei: pak je bed op en wandel! Hopla, op eigen benen, nu als broeder van Jezus. Neem de verantwoordelijkheid voor het opnieuw koesteren van nare gevoelens en lach telkens weer als je deze grieven door de liefde laat wegschijnen. Door de liefde die je bent. En dan; onze heerlijke opdracht. Wees het licht der wereld, gaat uit en maakt alle volkeren mijn discipel. Dat is geen verspreiding van een oppervlakkig geloof maar het voorleven van de kracht van liefde midden in onze droomwereld. En potverdorie, wat heeft deze wereld toch lichtpunten nodig!

Er is niets buiten mij?

forgiveness

Het valt me op hoe hetzelfde zinnetje, er is niets buiten mij, verschillende effecten kan hebben op ons. Onlangs sprak ik een zuster die eenzaam, somber en passief werd door aandacht te schenken aan de zin: er is niets buiten mij. Kort hierop beschreef een andere zuster hoe het lezen van deze tekst in een boek van Gary Renard voor haar enorm behulpzaam is in het doen van vergevingslessen. Dit lijkt een bizar gebeuren, haast alsof dezelfde boom (gedachte) twee verschillende vruchten kan dragen; de vrucht van eenzaamheid en de vrucht van verbinding en vrede.

De neiging bestaat om te gaan kijken of de stelling “er is niks buiten mij” dan wel klopt. Zijn we echt alleen op deze wereld en zijn de andere mensen die we menen te zien slechts projecties van ons? Dit moet toch wel de uitkomst zijn van een echt non-duale visie?
Zoals zo vaak verzand je in deze verwarrende vragen zodra je vergeet van waaruit de vraag gesteld wordt. We schieten snel uit de startblokken om een goed antwoord te bedenken zonder ons eerst eens af te vragen wie die “we” (of ik) zijn (is) die aldus aan de slag gaat. Gewoonlijk gaan we uit van ons huidig geloof in afgescheidenheid (ego) als we met deze vraag aan de slag gaan. Even ter herinnering: als we uitgaan van ons ego dan denken we in tegenstellingen. Voorbeeld: als ik één ben dan is er geen ander en ben jij dus nep. Het lukt me dan niet om over mijn eigen denkbeeldige schaduw te springen en concludeer: alleen Simon is echt en in zijn eentje droomt hij een droom waarin anderen lijken voor te komen, maar ten diepste is dit niet zo. Het is niet gek dat de vrucht van deze manier van denken nogal bitter smaakt. Het wordt een soort droevige “alleen op de wereld”.

Om deze valkuil te voorkomen is het handig om, als je er last van hebt, de vergezichten van mannen als Garry Renard en Ken Wapnick maar even te parkeren en je te laten onderwijzen door Jezus met behulp van de Cursus. De Cursus spreekt vrijuit van Zonen van God, meervoud dus. Het staat ons dus volkomen vrij om vooralsnog Anderen te zien, hier bewust even met een hoofdletter geschreven. Dit is een uitstekende remedie tegen gevoelens van eenzaamheid, depressie en futloos navelstaren in je eentje op de bank. Halleluja; Jezus vindt het oké als ik geloof dat er echte Broeders van mij bestaan met wie ik een relatie mag hebben. Beschouw dit als vreugdevol uitgangspunt van je studie. Deze manier van denken is volgens mij veel behulpzamer dan een vroegtijdig hameren op eenheid waar we vanuit ons geloof in afscheiding op een deprimerende manier aan de haal kunnen gaan.

Vanuit deze uitgangspositie (God heeft Zonen geschapen) kun je je gaan openen voor een waarheid die een prachtig mysterie vormt: als Zonen van God (of “Kinderen”, als je nog wat gevangen zit in de man-vrouw-illusie) zijn we verenigd in één Zoonschap. Die eenheid zien we nu, vanuit ons geloof in afscheiding, nog niet. Wij zien vooral verschillen die we serieus nemen. We zien andere mensen met andere belangen waar we last van kunnen hebben of waar we juist aandacht, respect en liefde van verwachten. Vergeven wordt nu eerst het onderkennen wat dit geloof met je doet. Zo kun je je bedreigd voelen of tekort gedaan. Bij mij verloopt het vergevingsproces dan als volgt:

  • Hé, ik voel me angstig of teleurgesteld. Dit lijkt te komen doordat anderen niet doen wat ik wil. De Cursus leert me dat ik er gek genoeg voor kies om deze, in mijn ogen, negatieve gevoelens te ervaren omdat ze mijn geheime wens om me afgescheiden te voelen bevestigen.
  • Kan ik hier mee stoppen en die angst, teleurstelling of ander vervelend gevoel zomaar loslaten?
  • Wat raar, dat lijkt me niet te lukken. Ik meen echt dat ik dan mezelf opoffer ten koste van die ander.
  • Dus mijn standaard ego programmering wil me vasthouden in deze ego modus van aanvallen, verdedigen, liefde verwachten van anderen enzovoorts.
  • “Ik” kan deze gewoonte niet “zelf” doorbreken omdat die zogenaamde “ik” juist precies is wat ik denk te willen ervaren.
  • En nu komt ie: “Heilige Geest, ik ervaar negatieve gevoelens en ik ervaar me afgescheiden van mijn broeders. Dit doe ik door ze allerlei eigenschappen toe te dichten zodat ik niet meer besef dat we eigenlijk wonderlijk en in eenheid met elkaar verbonden zijn. Ik wil nu zwijgen om mezelf niet verder vast te draaien in deze illusie en me openstellen voor Uw Heilige Blik. Ik open me om te ontspannen in Uw Liefde, de Liefde die ik ben”.
  • Wat er in dit heilig ogenblik dan gebeurt is het wonder van vergeving. Je ziet die denkbeeldige verschillen tussen jou en anderen als het ware verdampen. Dan pas ervaar je, in die innige verbondenheid met je broeders, dat er in feite geen anderen zijn. Dan ervaar je de eenheid waar broeders Garry en Ken naar verwijzen.

Voor de duidelijkheid even de “valkuil” uitgespeld:

  • Ik voel me niet lekker omdat de anderen of de buitenwereld me niet bevallen
  • Ik begrijp dat er geen anderen en geen buitenwereld bestaan
  • Ik moet me er dus gewoon niks van aantrekken want ze zijn niet echt
  • Hé, hoe kan het nu dat ik me zo alleen, gefrustreerd en depri voel en nergens meer zin in heb omdat er niks buiten mij bestaat?

Zie je het verschil? Zie je het “gevaar” van te vroeg aan de haal willen gaan, vanuit je ego, met de absolute non-duale waarheid van de Cursus? Even heel praktisch. Geniet van de boeken en filmpjes van Cursus-leraren maar gebruik ze om één ding te leren: ik wil me bij de studie en beoefening van de Cursus laten leiden door de Heilige Geest. Dat relatieve gevaar zit hem hierin dat je die filmpjes beschouwt als lekkere fastfood, de Cursus opzij schuift en als ego jezelf nog verder versterkt door vanuit je geloof in afscheiding te schermen met absolute waarheden zonder deze doorleefd en werkelijk ervaren te hebben. Door gefocust te blijven op de woorden van Jezus in de Cursus voorkom je deze valkuil. Uiteindelijk komt alles goed omdat het al goed is maar je kunt jezelf wellicht wat (denkbeeldige) tijd besparen door niet te snel te denken dat je het allemaal door hebt omdat je mentaal snapt dat de wereld en anderen illusies zijn. De Cursus vraagt geen mentale ontkenning van dat wat we voor echt aanzien. Ze nodigt ons uit om door vergeving te ervaren dat er een mysterieuze eenheid is waarin we in liefde verbonden zijn met onze Vader en onze Broeders.

 

Steeds ontvankelijker worden

strahlender diamant

Als we net beginnen met de Cursus dan valt het gewoonlijk niet mee om er doorheen te komen. Geconfronteerd met lange zinnen en een Bijbelse taalgebruik dat we nog niet goed begrijpen reageren we zoals we gewend zijn te doen: we schakelen een tandje bij en laten onze hersenen kraken. De studiebollen onder ons lijken hierbij in het voordeel omdat ze de metafysica eerder lijken te begrijpen. Toch is dit een erg relatief voordeel want hun theoretische kennis is niet perse een doorleefde ervaring. Ik meen me te herinneren dat in de Bijbel gesproken wordt van een plantje dat nog geen diepe wortels heeft en daardoor ook snel weer ontworteld raakt en meegezogen in de waan van de droom.

Er is dan ook goed nieuws voor de minder grote studiebollen. Het geheim van een succesvolle studie van de Cursus zit hem niet in een bovengemiddeld goed stel hersenen maar in de bereidheid om goed te luisteren naar de docent, Jezus, en te vertrouwen op zijn geduld en bekwaamheid. Op dat vertrouwen wordt een beroep gedaan als je dat wat je leest in de Cursus niet direct snapt. Je mag dat gewoon constateren en je verheugen in het stukje tekst wat verderop wat je wél aanspreekt. Het komt wel goed. Wij kunnen ons de bekwaamheid van Jezus nauwelijks voorstellen. De Cursus is een compleet en zeer vakkundig samengesteld studieboek. De manier waarop ze doorwerkt onttrekt zich aan ons begrip. Ergens staat dat wat wij beschouwen als een grote vooruitgang (bijvoorbeeld een intellectueel inzicht) mogelijk wat minder belangrijk is dan wij denken. Omgekeerd kunnen wij snel heenstappen over een zogenaamd klein en intuïtief inzichtje waar we even vluchtig om moeten glimlachen. Dit kon wel eens van veel grotere waarde blijken.

Het ego, ons geloof in de afscheiding, heeft een hekel aan de Cursus en zal proberen er ons van weg te leiden. Ik noem een paar van zijn strategieën:

  • Ongeduld: we willen graag instant geluk voor ons kleine zelf en staan niet toe dat dit kleine zelf langzaam maar zeker opgelost gaat worden door de Heilige Geest.
  • Boosheid: waarom moet het toch zo ingewikkeld worden verwoord, zeg gewoon op meer eenvoudige wijze hoe het zit! De Cursus heeft veel woorden nodig maar dat is omdat wij het zelf zo ingewikkeld mogelijk hebben willen maken. We zijn het zicht verloren op de trucs die we bedacht hebben om de liefde niet te willen ervaren als onze essentie. Inzicht hierin helpt ons om onze trucs te doorzien en te vergeven.
  • Zelfoverschatting: dit kan zowel een gevaar zijn voor de bolleboos als voor minder fanatieke studiebollen. De bolleboos kan denken dat hij weet hoe het zit en dat hij met deze “kennis” weet hoe hij en anderen de wereld moeten zien. Hij roept bijvoorbeeld dat niemand zich druk hoeft te maken om de wereld omdat deze toch slechts een illusie is. Het contact met hem voelt wat hard aan en vragen worden gesmoord met waterdicht klinkende wijsheid. Zogenaamde wijsheid zonder liefde voelt niet prettig; niet voor de omgeving en uiteindelijk ook niet voor de bolleboos zelf.
  • Zelfoverschatting treedt ook op bij de intuïtieve student. Zodra het “geheim” van de Cursus doorzien wordt (luister naar je innerlijke leraar) wordt de Cursus, desnoods slechts deels gelezen en gedaan, aan de kant geschoven. Men vindt de geschreven woorden van de docent niet meer zo belangrijk. Hij spreekt toch immers direct tot ons? Als we het vergelijken met de ons bekende wereldse manier van onderwijs dan wordt snel duidelijk wat hiervan het nadeel is. Als we bij een opleiding van bijvoorbeeld vier jaar na slechts 6 maanden stoppen omdat we ongeveer wel weten waar het om draait en als we ook de verplichte studieboeken als overbodig aan de kant schuiven dan maken we weinig kans op het halen van het eindexamen. Ook hier krijgen we geen diepgang.

Onze moeite met de Cursus komt door onze gehechtheid aan ons denkbeeldige en afgescheiden zelf. Aanvankelijk lezen we de Cursus bijna helemaal door de bril van dit zelf en daarom komen de waarheid en liefde slechts mondjesmaat binnen. Ze zijn reeds 100% beschikbaar in de Cursus maar we nemen maar 1% op. Maar dan gaat de Cursus werken op een wijze die ons kleine zelf niet begrijpt en niet kan doorzien maar die wel tot gevolg heeft dat de schilden van het zelf gaan zakken. Als we doorgaan met de studie blijkt er hierdoor plotseling 5% binnen te komen. Wow, dat voelt reeds zo vreugdevol dat we snel geneigd zijn te denken dat we het nu helemaal snappen. Toch studeren we door, en wat blijkt.. Er kan nog meer binnenkomen: 10%. Wij spreken van een “gelaagdheid” van de Cursus maar, voor de duidelijkheid, de Cursus geeft al haar liefde en wijsheid in één keer. Het is onze bereidheid die groeit. Uiteindelijk blijkt dat we ons niks kunnenvoorstellen van wat we ervaren als we richting die 100% gaan. Het heeft echter weinig te maken met theologisch begrip en veel meer met vrede, vreugde, tederheid, verwondering, genade, dankbaarheid en liefde.

Koester die blauwe diamant met daarin woorden van Jezus en sta hem toe zijn woorden toe te lichten en levend te maken voor je.

Johannes 1:

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. 4 In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.

(16): En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.

 

 

Gelukkig door Zijn Wil te doen

jezus volgen

Ik leg je twee uitspraken voor en vraag je om ze goed te lezen en om te voelen wat ze bij je oproepen:

1: Heer, hier ben ik met al mijn strijd en problemen. Ik ben zo moe en ik ben het zo zat. Kom tot mij, droog mijn tranen en geef me Uw liefde en innerlijke vrede.

2: Heer, hier ben ik, Uw dienaar. Ik geef me aan U zodat U met mij kunt doen wat U wilt. Stuur me naar elke plek die u wilt, ongeacht de omstandigheden die ik daar zal aantreffen. Laat me afscheid nemen van wie U wilt en ontmoeten wie U wilt. Al mijn bezittingen en geld leg ik in Uw handen.

Ik zal de mogelijke reactie niet voor jullie invullen maar als ik eerlijk ben over mijn voorkeur dan is dat toch wel optie 1: innerlijke vrede voor mijzelf. Met dat verzoek kwamen mensen ook naar Jezus toen hij 2000 jaar geleden met ons in de droom wandelde. Maar velen vonden zijn boodschap hard en besloten hem niet langer te volgen: “Geef iemand je spullen als die ze nodig heeft (jas, eten, geld). Laat alles vallen en volg me. Verkoop alles wat je hebt en geef je geld aan de armen. Wie zijn leven wil behouden zal het verliezen maar wie het voor mij wil opgeven zal het terugvinden” Ga zo maar door.

Voor ons lijken 1 en 2 van elkaar gescheiden zaken te zijn. We weten zeker dat we 1 willen en zien 2 als nare bijwerking. Gelukkig, zo houden we onszelf voor, geeft de Cursus geen gedragsregels en hoeven we dus niet al die akelige dingen te doen die Jezus destijds vroeg. Maar de Jezus van toen is dezelfde als de Jezus van nu. Er is geen toen en er is geen nu: deze tweestrijd speelt zich in elk moment in onze denkgeest af. Het klopt dat er geen gedragsregels worden gegeven die we tandenknarsend moeten volgen. Dat is wat het ego ons wijs wil maken. Het beweert dat we onze zogenaamde welvaart moeten offeren, dat we moeten lijden en afzien, dat we “martelaar” moeten worden vanwege ons geloof in Jezus.

We missen hiermee het punt. De twee genoemde zaken zijn niet van elkaar te onderscheiden. Vanuit ons geloof in afgescheidenheid zoeken we verlichting van onze kramp (verwoord in punt 1). Vanuit dit geloof menen we dat we als afgescheiden zelf in een lichaam leven dat van alles nodig heeft. Vanuit dit geloof in afscheiding betekenen materiele overdadigheid, zekerheid en veiligheid voor ons vrede. Het wegnemen hiervan, of zelfs de suggestie daartoe zoals Jezus ons gaf, vervult ons daarom met angst. Deze angst kan voor ons een ingang betekenen om zich te krijgen op ons geloof in lichamelijkheid en kwetsbaarheid. Het opmerken van deze angst is een sleutelmoment voor ons. Hiermee kunnen we naar de Heilige Geest gaan. “Heer, zie mijn angst en mijn geloof in kwetsbaarheid. Ik vergis me omtrent mijn identiteit en denk dat ik een sterfelijk en kwetsbaar lichaam ben. Heer, zie mijn angst en treed met uw liefde mijn denkgeest binnen om me te genezen. Heer, help me in deze kwestie Uw Wil, Kracht en Liefde te ervaren zodat ik deze daadwerkelijk mag laten stromen in de wereld en doen wat U van me verwacht”.

Dan kan er iets geks gebeuren. Vanuit ons ego zien we een enge Wil van God die van ons onmogelijke en nare zaken vraagt. Wat we totaal over het hoofd zien is dat Zijn Wil eigenlijk samenvalt met onze Wil als Zoon van God. Al onze angst kwam voort vanuit geloof in een kleine wil, de wil van ons ego dat uitgaat van de waarheid van de afscheiding.

Richting het einde van het werkboek (lessen 361-365) gaan we naar een wonderschone samensmelting van punten 1 en 2. Het is binnen onze droom onze functie om van moment tot moment ons op te stellen als dienaar van onze Vader. Voor het ego klinkt dit als een gruwelijk en slaafse houding. Maar als we er maar een kleine glimp van op gaan vangen dan gaat er iets bewegen in de denkgeest. Er begint een verlangen te groeien naar deze dienstbaarheid en een voorzichtig experimenteren met discipelschap. We mogen vertrouwen dat de Heilige Geest ons ego-geloof in rangorden van uitdagingen kent en daar liefdevol mee omgaat. Hij zal ons precies de situaties op ons pad brengen die we nodig hebben en aankunnen om onze wonderbereidheid vrucht te zien dragen. Door ons heen gaat Hij kleine dingetjes doen en geven aan broeders en zusters, soms zonder dat we het zelf helemaal doorzien. We merken echter wel de vruchten van onze kleine bereidheid om een Goddelijk doorgeefluikje te mogen zijn. En dat is een raar wondertje voor onszelf. Want daar, vanuit onze dienstbaarheid, bloeit vreugde en vrede op. Daar waar we stoppen met navelstaren en spiritueel grabbelen naar innerlijke vrede krijgen we het haast achteloos als we ons uitstrekken naar anderen. Het is een soort Goddelijke indirectheid. Maar als je er ook maar een klein beetje oog voor gaat krijgen dan herken je hierin dat mosterdzaadje waar Jezus het over had. Het is zo klein en teder, maar uiteindelijk gaat het bloeien en komt er een grote en prachtige plant uit. En zo mogen wij ontspannen in de liefde die we zijn.

Les 361-365

Dit heilig ogenblik wil ik U geven.Neemt U het in handen.
Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.