Onder een stolp

onder een stolpHet volgende zie ik als valkuil bij het bestuderen van de Cursus. We kunnen gefascineerd raken door het non-duale karakter van de Cursus. Ten opzichte van duale geloofssystemen heeft de non-duale visie ook een aantrekkelijke elegantie en eenvoud. Het “gevaar” bestaat dat we vanuit een nieuw concept gaan kijken naar de wereld zoals die zich aan ons voordoet. We zien dan daarin allerlei vormpjes en besluiten vanuit ons nieuwe non-duale geloof dat wat we zien (voelen en denken) niet waar is. We willen ons niet laten foppen door deze beelden en proberen onbewogen toe te kijken. Het volhouden van deze onbewogenheid noemen we dan ten onrechte het trainen van de denkgeest.

Dit kunnen we een tijdje volhouden. We denken dat we op de goede weg zijn omdat immers God, volgens sommige Cursus-leraren, ook niks weet en dus niks wil weten van die nare wereld. Nou, dan zal dit voor ons ook wel een goede houding zijn. Zo worden we toeschouwers van dat wat we nu beschouwen als ons schijnleven. Het volharden in deze houding waarbij we niet betrokken willen raken bij wat zich lijkt voort te doen wordt ons nieuwe ideaal en we kunnen zelfs gaan proberen anderen ervan te overtuigen hoe fijn het is om zo veilig van onderuit een stolp te leven. Gelukkig laat het leven ons niet met rust.

We kunnen trots zijn dat we niet meer onder de indruk raken van nare woorden van Trump en van huilende oorlogsslachtoffers op tv. Het gaat nu goed met ons, menen we. Op weg naar een serene stilte waar alles doorzien wordt als nep. Is dit realisatie? Is dit verlichting? Dan wordt ons eigen kind ernstig ziek. Of we worden verlaten door onze partner. De ellende komt echt dichtbij. Is dit de ultieme test om te kijken of we onze koele emotieloze toestand kunnen volhouden?

Gelukkig trekt de liefde zich hier niks van aan en zal ze in de spaarzame momenten van echte vergeving ons hart weer aanraken. Genoemde houding is niet inherent aan het gedachtengoed van de Cursus en de Cursus-student die uit ervaring weet dat hij of zij niet zo afstandelijk is geworden door de Cursus hoeft deze schoen niet aan te trekken. Voor mezelf geldt deze valkuil echter wel degelijk en hopelijk ben ik de enige en projecteer ik mijn eigen valkuil te lichtvaardig op wat ik bij andere studenten meen te zien gebeuren.

Training van de denkgeest is niet gelijk aan het aanhangen van een nieuw, dit keer non-duaal, geloof en dit concept met geweld op onze ervaringen proberen te duwen. De training bestaat in het van moment tot moment opmerken van elk voorval dat op ons pad komt. Dit ene voorval in dit ene moment hoeft vervolgens niet snel non-duaal weggeredeneerd te worden. Het plakken van zelfs een non-duaal etiket op een voorval is het beoordelen ervan. De werkboekles van vandaag vraagt ons om dit na te laten (243): Vandaag zal ik over geen enkel voorval een oordeel vellen. En lees eens verder in de les met in je achterhoofd  ons prachtige nieuwe non-duale denksysteem waarmee we alles proberen conceptueel te doorgronden: “Ik zal niet denken dat ik het geheel begrijp op basis van brokstukken van mijn waarneming, wat alles is wat ik kan zien”. Het is tijd om te vergeven. In elk klein moment dat we meemaken hebben we de keuze. Besluiten we ons ongenaakbaar op te stellen vanuit een nieuw geloof of openen we ons totaal voor de ervaring en trainen we onze denkgeest in elk moment door open te staan voor de betekenis die het Geheel (de eenheid, HG, liefde) eraan geeft? Durven we zo zonder het instrument van ons denken, onmiddellijk, te leven? Het is heerlijk om ontslag te nemen als je eigen leraar. Lees verder en juich met me mee met deze woorden:

Les 243

Vandaag zal ik over geen enkel voorval een oordeel vellen.

Ik zal vandaag eerlijk zijn met mezelf. Ik zal niet denken dat ik al weet wat mijn huidige begrip beslist nog steeds te boven gaat. Ik zal niet denken dat ik het geheel begrijp op basis van brokstukken van mijn waarneming, wat alles is wat ik kan zien. Vandaag erken ik dat dit zo is. En zo word ik ontlast van oordelen die ik niet vellen kan. Aldus bevrijd ik mezelf en dat waarnaar ik kijk, om in vrede te zijn zoals God ons geschapen heeft.

Vader, vandaag laat ik de schepping vrij om zichzelf te zijn. Ik eer al haar onderdelen, waarin ik inbegrepen ben. Wij zijn één omdat elk deel de herinnering van U bevat, en de waarheid wel als één in ieder van ons moet stralen.

Advertenties

Ervaring als ingang

glazen kooi

Hoe heb ik me te verhouden te opzichte van mijn ervaringen in het algemeen en mijn sensaties en gevoelens in het bijzonder? Deze vraag houdt me al maanden bezig en klinkt door in m’n blogs. Bij studenten van de Cursus, inclusief mijzelf, zie ik de neiging om zo snel mogelijk af te willen van wat we bestempelen als “negatieve gevoelens” met als uiterste variante de nare lichamelijke sensatie “pijn”. Terecht merken we op dat negatieve sensaties en gevoelens projecties zijn van onszelf die we maken om de illusie van afgescheidenheid geloofwaardig te maken. Dit inzicht is metafysisch gezien juist maar onze reacties op dit inzicht slaan soms wat door.

We tonen namelijk vervolgens de neiging om afstand te willen nemen van deze “leugens”. Dit is een listige ego-truc. Afstand nemen ergens van, het klinkt logisch als ik het zo opschrijf, suggereert een tweeheid. Een ikje en de nare sensatie of ervaring waarvan afstand wordt genomen. Van Tony Parsons leen ik graag het beeld van een glazen huisje waar we in willen gaan zitten met kogelvrij glas tussen ons en de enge ervaringen. Deze neiging om afstand te nemen laat zien dat we de ervaring nog als écht zien, anders zouden we niet achteruit hoeven te deinzen.

Een fundamenteel inzicht van de Cursus is dat we de zaken die we ervaren zelf de betekenis geven die ze voor ons hebben. Alles wat wij in de droom buiten ons zien is ten diepste neutraal. Als Heilige Zoon van God kunnen we echter het spel van ervaren te serieus gaan nemen en geloven dat de beelden in onze denkgeest gelijkstaan aan projecties buiten ons. Dit is een vorm van interpreteren die wij zijn gaan omschrijven als “de stem van het ego”. Dit is prima zolang we beseffen dat het ego geen duiveltje buiten onszelf is maar onze eigen neiging te willen geloven in afscheiding. Het is precies vanuit deze neiging dat we bij nare ervaringen kiezen voor afstand nemen. We nemen dan de neutrale ervaring te serieus. De andere kant van dezelfde medaille is overigens als we leuke ervaringen gaan nastreven vanuit een vermeende toestand van tekort. Dit is het streven naar genot. In iets breder perspectief zijn dit de speciale haat- en speciale liefdesrelaties waar de Cursus over spreekt.

De oplossing, de weg terug naar het besef van onze ware Identiteit, bestaat uit het niet geloven van onze innerlijke ego stem. Ten diepste weten we nog steeds dat alles voortkomt uit onze denkgeest en dat we zelf de maker zijn van projecties. Deze juiste herinnering noemen we de Stem van de Heilige Geest. De leerweg van de Cursus bestaat uit het weer leren luisteren naar onze ware herinnering.

Terug naar waar we in de droom mee te maken lijken te hebben; die nare sensatie of ervaring. Hoe kunnen we in deze momenten ons de waarheid herinneren? Het helpt om te weten dat onze ego-stem snel reageert en veel kabaal maakt. Proberen stil te worden is voor mij behulpzaam en hierbij heb ik veel aan mindfulnessoefeningen. Kenmerk hierbij is niet het wegvluchten van sensaties en ervaringen maar juist een ernaar toegaan op een betrokken maar toch niet-geïdentificeerde wijze. Dit moeten we leren want voordat we het beseffen zitten we weer in het glazen huis. In andere non-duale tradities wordt nu vaak het woord “acceptatie” gebruikt. Ook dit vervormt het ego graag tot accepteren-om-ergens-vanaf-te-komen. Dat is een valstrik. Nee, vanuit stilte kijk je met de liefdevolle ogen van je ware natuur naar wat er zich voordoet. Dit is luisteren naar de Stem van de Heilige Geest. Als je goed oplet ontdek je weerstand hiertegen. Dit is een ego-kracht die je oproept vooral hiermee te stoppen. Gewoon blijven glimlachen en als het ware rusten in het gevoel in een open en liefdevol vertrouwen. Zonder verwachtingen, zonder de neiging zaken anders te willen. Als die neiging toch optreedt dan zie je dat en ga je terug naar die houding van eenvoudige ontvankelijkheid.

Blijf hierbij en vertrouw op de kracht van eenheid, liefde, God. Dit is de moment om de Wil van de Eenheid te ontdekken die ten diepste je eigen Heilige Wil is. Nu kunnen de sensaties en ervaringen veranderen tot instrumenten. Een soort nieuwe zintuigen van een nieuwe wereld. Er vindt woordeloze herkenning plaats dat jijzelf de maker bent van wat je waarneemt en kan kiezen om dit niet te geloven; het wonder. Er is kijken uit bewustzijn naar ervaringen die uit hetzelfde “materiaal” bestaan. Bewustzijn kijkt naar bewustzijn. De speciale haat- of liefdesrelatie wordt overstegen, de dualiteit wordt overstegen en bewustzijn van de Heilige Relatie in het Heilig ogenblik vindt plaats. Dit is de werkelijke wereld waarbij we de intieme, wonderlijke en niet duale verbondenheid van onszelf met onze scheppingen kennen. In dit ogenblik vieren we ons Zoonschap in stille verwondering.

Les 237

Nu wil ik zijn zoals God mij geschapen heeft.

  1. Vandaag wil ik de waarheid over mezelf aanvaarden. 2Ik zal in heerlijkheid opstaan en het licht in me toestaan heel de dag door over de wereld te schijnen. 3Ik breng de wereld de tijding van verlossing die ik hoor wanneer God mijn Vader tot mij spreekt. 4En ik aanschouw de wereld die Christus mij wil laten zien, ervan bewust dat de bittere droom van de dood beëindigt, ervan bewust dat het mijn Vaders Roep is tot mij.
  2. Christus is vandaag mijn ogen, en Hij is de oren die vandaag luisteren naar de Stem namens God. 2Vader, ik kom tot U door Hem die Uw Zoon en tevens mijn ware Zelf is. 3Amen.

Wat wil ik?

visgraat

Als je me deze vraag stelt zal ik antwoorden dat ik gelukkig wil zijn, vrede ervaren en een probleemloos leven leiden. Mijn dagelijkse ervaringen zijn helaas anders. Er lijken me allerlei dingen te overkomen waar ik helemaal niet om gevraagd heb. Van die stomme, alledaagse dingetjes die haast te banaal zijn om te benoemen. Zo at ik gisteren een stukje makreel en slikte ik een graatje door. Nog steeds voelt het of dit graatje in m’n keel vastzit. Het is allemaal niet dramatisch maar bij elke slikbeweging trekt het m’n aandacht. “Ach, het zal wel gewoon een beetje beschadigd zijn en komende dagen gewoon wegtrekken”, houd ik mezelf voor. Maar een ander stemmetje beweert dat er iets vast zit dat kan gaan ontsteken en adviseert me om toch maar even naar de huisarts te gaan. Maar nee, hoor ik nu, doe dat nu maar niet want dat komt ook wel weer hypochonder over. Als ik de alledaagse ego-stemmetjes heb aangehoord doet het spiritueel-ego er ook nog een schepje boven op. “Tjonge Simon, wat hecht je nog erg aan de illusie van dat lichaam. Je vergeet nu als Zoon van God om te lachen om de illusie. En dat na zoveel jaren bla bla bla…”.

Terug naar de vraag: wat wil ik? Nou, in elk geval geen graatje in m’n keel. Dan lees ik in les 235 dat God in Zijn goedheid wil dat ik ben verlost. Da’s mooi. Lieve Heer, kunt u dan ervoor zorgen dat, als er al een graatje zit, dit spontaan losschiet of, als het niks is, dat dat prikkende gevoel en de ongerustheid verdwijnen? Liefst direct en als dat toch wat te lastig is dan in elk geval in de loop van deze dag. Dank alvast voor Uw moeite.

Zo, dat wil ik. Niet echt ingewikkeld. Zo lijkt het althans. Maar stel je nu eens voor dat er een Heilige Dokter op een wolk zou zitten die naar dit gebedje zou luisteren en hatsikidee het graatje zou verwijderen? Ik zou even heel blij en opgelucht zijn en echt geloven dat een wondertje had plaatsgevonden. Vervolgens zou ik gaan twijfelen en menen dat het waarschijnlijk toch niks was geweest en dat het daarom spontaan is weggetrokken. In elk geval zou ik weliswaar opgelucht zijn geweest maar er zou totaal niks veranderd zijn aan mijn geloof dat ik een lichaam ben dat leeft in een wereld waarvan ik soms lelijk het slachtoffer kan worden.

De Cursus is compromisloos in haar metafysica. Ze stelt dat ik ten diepste deze nare ervaring wil hetgeen totaal in tegenstelling staat tot mijn eigen besef van mijn wil. Ik projecteer vanuit eenheid een duale wereld waar ik mezelf slachtoffer van wil wanen. Voor deze gelegenheid neemt dit de vorm aan van een vijandig graatje in m’n keel. Want wat lijkt deze kleinmenselijke ervaring me te vertellen: Simon, je bent een lichaam dat gekwetst kan worden, zoals je maar al te duidelijk voelt. Dit is niet leuk om te horen. Het ego springt er bovenop en roept direct: “zie je nou wel, eigen schuld, je hebt het zelf gedaan, stommeling!”.

Mij helpt het om in dit soort gevallen te denken aan de aardse vader-kind relatie. Want wat deed ik als vroeger één van m’n dochters huilend bij me kwam omdat ze gevallen was? Riep ik dan “kijk dan toch uit stommeling?” Natuurlijk niet. Ik nam m’n meisje op schoot, hield het vast en gaf een kusje op de schaafplek. Zo strek ik me nu uit naar de Heilige Geest, naar mijn Vader. Kijk Pap, ik wil zo graag geloven dat ik een lichaam ben dat ik mezelf onbewust mutileer. Langzaam begin ik de leren Vader, dat ik dit doe om een illusie overeind te houden. De illusie dat ik afgescheiden ben, op mezelf, een lichaam. In Uw boek, de Cursus, lees ik dat ik dit doe omdat ik te bang ben om me helemaal te geven aan U. Ik meen dat het niet veilig is om U totaal te vertrouwen. Toch wil ik nu bij U komen Vader en U vragen om U te ontfermen over mij. Uw Wil voor mij is louter geluk en ik mag leren dat Uw wil ten diepste samenvalt met mijn wil. Ik ben de Zoon die U liefheeft. En ik ben verlost, omdat U het in Uw goedheid zo wil.

WB 235: Vader, Uw Heiligheid is de mijne. Uw Liefde heeft mij geschapen en mijn zondeloosheid voor eeuwig tot deel van U gemaakt. Ik draag schuld noch zonde in mij, want die is er niet in U.

Duaal dutten

dutten

Vrijwel alle studenten van de Cursus zullen weten dat deze ons een non-duale visie op de werkelijkheid biedt. Als je vraagt wat dit inhoudt dan lopen we direct tegen de beperktheid van ons duale denken en dus ook duale woordgebruik aan. We kunnen met de mond belijden dat alles één, ongedeeld of liefde is. Dat is ook zo maar toch kunnen we ons hier niets bij voorstellen. Dat weerhoudt ons er niet van om ons uiterste best te gaan doen om deze eenheid te bereiken. We willen ontwaken. De Cursus is zo lief en geduldig voor ons dat ze zich ook bedient van duale terminologie en rustig wacht tot enig onuitspreekbaar benul van het mysterie van eenheid op ons neerdaalt.

Dat neemt niet weg dat we alert moeten blijven opdat we niet duaal indutten. Dit doen we telkens wanneer we druk doende zijn met van alles en nog wat , inclusief onze werkboeklessen, en hierbij telkens uit het oog verliezen dat deze hele manier van denken en doen één getuigenis is van onze gevangenschap in dualiteit. Dit klinkt niet alleen abstract maar het ís ook abstract. Per definitie is het makkelijker om het duale in ons gespartel te ontmaskeren dan om non-dualiteit in positieve termen te benaderen. Wat voorbeelden ter illustratie.

  1. We vragen hulp aan de Heilige Geest voor van alles en nog wat. Hierbij vergeten we dat we uitgaan van een illusoir ikje dat gebrek zou hebben en hulp nodig heeft van een goddelijke entiteit die we dan toch buiten onszelf menen. Net als klassieke gelovigen.
  2. We menen dat er, naast de Heilige Geest, ook een negatieve tegenhanger is die we niet langer de duivel noemen maar ons ego. Vroeger baden we “en verlos ons van de boze” en nu proberen we ons ego ongedaan te maken met hulp van de Heilige Geest. Wat is het verschil?
  3. Als het ons allemaal wat teveel wordt willen we boven het slagveld zweven. Maar zweven als wat? Als happy ikje dat onbewogen alle ellende van de wereld van een afstandje gadeslaat en er niet langer door geraakt wordt?

Dit was het makkelijke deel. Aangeven waar we de mist in gaan. Overigens niets om ons sullig of zondig over te voelen en we mogen erop vertrouwen dat er een steeds helderder besef zal komen, ondanks ons eigen gespartel.

De diepe mysterie gaat terug op de relatie tussen God en de Zoon van God met de Heilige Geest als een soort brug hiertussen. Bestaat de Christus nu wel of niet als afzonderlijke entiteit van God? We denken dat dit een terechte vraag is terwijl we bij het stellen ervan al weer over het hoofd hebben gezien dat we de vraag stellen vanuit ons duale denken waar weliswaar antwoorden mee kunnen formuleren maar deze hebben weinig met kennis van doen.

Eén ding kan ons echter houvast bieden ook al kunnen we niet anders dan het gebrekkig omschrijven: liefde is de weg en het doel en wat we zijn. Liefde heeft te maken met een innige relatie tussen schijnbaar afzonderlijke delen. In de uiting van de liefde van God is Zijn Zoon geboren en gekend. Deze Zoon, wij dus, kiest ervoor het spel van afscheiding te spelen. Bij “liefde en relatie” is de beweging naar elkaar toe, bij ons spel kiezen voor oordeel, aanval en afstand. Projectie om een denkbeeldige afstand te maken. Dit alles met als doel om een klein, begrensd ik te ervaren.

Deze maatlat van beweging (ofwel naar een liefdevolle verbinding ofwel juist naar een grotere afstand) kunnen we leggen naast onze ideeën en inspanningen. Daar gaan we:

  1. We willen af van nare ervaringen en onderscheid maken tussen leuke, genotvolle ervaringen en nare, pijnlijke ervaringen. We willen deze zaken uit elkaar trekken en de leuke zaken vasthouden en de nare zaken in de prullenbak deponeren. Een gezond lichaam: ja graag! Een ziek lichaam: nee, dat willen we niet. Om maar eens iets te noemen.
  2. We haten ons ego; weg ermee. Waarom valt het ons toch de hele tijd zo lastig? We willen dit toch helemaal niet?
  3. Oh yes, heerlijk zweven als een gelukkig arend boven al die narigheid. Hoe groter de afstand hoe fijner en als we nog een bloedig detail zien dan vergroten we de hoogte nog wat.

Helaas, we doen hiermee aan duaal dutten. Er is slechts één, en dat zijn wij. We mogen hulp vragen aan de Heilige Geest en kunnen vanuit onze droom niet anders. God zij dank voor deze optie en voor de Cursus die aangeeft dat we ons mogen voorstellen dat we Jezus’ hand pakken. Maar laten we niet vergeten dat we dan hulp vragen bij iets wat we onszelf aandoen. Er is niet een gezellig triootje in de vorm van ego, ik en de Heilige Geest. Vanuit onze ware ondeelbare identiteit, als wonderlijke Zoon van God, projecteren we een nare wereld met als verborgen intentie om ons afgescheiden te voelen. Wij zijn het die weg willen zweven van de beelden die we zelf maken om ons lekker afgescheiden te voelen. Wij kiezen ervoor om deze gedachte serieus te nemen en noemen onze wens dan de stem van het ego. Er is geen ego buiten ons. Er is onze verbeten neiging om afstand te maken tussen van alles en nog wat en vervolgens kijken we met afschuw naar dit vreemde trekje van onszelf.

Hoe kunnen we dit in elk geval niet erger maken? Niet door weg te willen zweven van narigheid die we zelf gemaakt hebben of door ons slachtoffer te voelen van een denkbeeldig ego dat onze eigen stiekeme wens vertegenwoordigt om afscheiding te ervaren. Nee, door de beweging terug in te zetten. Door “ja” te zeggen tegen elke vijand en elke nare ervaring. Door “ja” te zeggen, en te beseffen dat ons niks overkomt maar dat we aan het “genieten” zijn van ons eigen spel van afscheiding. We nemen niet langer afstand en beperken ons niet tot, nog steeds afstandelijk, “waarnemen in bewustzijn”. Nog zo’n ego-constructie. Nee, zoals God zijn Zoon met liefde tegemoet treedt zo treden wij de denkbeeldige wereld en anderen tegemoet. Achter de vormen die we maken wacht de onbegrensde schepping. Niet in de veroordeling van onze maaksels maar in een open en vergevende houding, zonder vlucht of vecht-neiging, verdampt de door onszelf opgeworpen denkbeeldige grens. Wij hoeven ons alleen te onthouden van oordeel en aanval en het Geheel openbaart zich vervolgens zoals het altijd al was; één en liefdevol. Dit noemen we het wonder. We vergeven de ander, de wereld en het ego voor wat ze nooit konden doen omdat ze ons eigen maaksel zijn.

Als dit lastig voor te stellen is kan het helpen om wat beelden van Jezus zoals we die kennen uit de Bijbel te herinneren. Jezus bad inderdaad vanuit eenzaamheid en vanaf een berg. Maar vervolgens begaf hij zich in de illusie en was begaan met de wanhoop die hij om zich heen zag. Hij was geen afstandelijke Schriftgeleerde die alles afdeed als “een illusie”, zelfs als het wel zo is. Hij omarmde ons liefdevol en noemde ons zijn broeders en zusters.

Les 229

Liefde, die mij geschapen heeft, is wat ik ben.

  1. Ik zoek mijn eigen Identiteit en vind die in deze woorden: “Liefde, die mij geschapen heeft, is wat ik ben.” 2Nu hoef ik niet meer te zoeken. 3Liefde heeft gezegevierd. 4Zo kalm heeft Ze op mijn thuiskomst gewacht, dat ik me niet langer van het heilig gelaat van Christus af zal wenden. 5En wat ik zie, bevestigt de waarheid van de Identiteit die ik probeerde kwijt te raken, maar die mijn Vader veilig voor mij heeft bewaard.
  2. Vader, ik dank U voor wat ik ben, dat U mijn Identiteit onaangetast en vrij van zonden hebt bewaard, te midden van alle zondegedachten die mijn dwaze denkgeest verzonnen heeft. 2En ik dank U dat U me daarvan hebt verlost. Amen.

 

Het spel “ik-makertje”

nieuw spel

Kijk eens wat er in bewustzijn verschijnt. Dat kan van alles zijn. Natuurlijk de beelden van de zogenaamde buitenwereld. Vooral ook wat we hierover denken en de gevoelens die daar weer bij horen. Ongemerkt kabbelt dit de hele dag door en ’s nachts is het eigenlijk niet veel anders als we aan het dromen zijn.

Bij dit hele gebeuren is er iets wat we gewoonlijk als vanzelfsprekend aannemen. Dat “iets” is de overtuiging dat “ik” de dingen zie, denk, ervaar en voel. Ook als we al langer bezig zijn met de Cursus kan dit toch de grondovertuiging zijn van waaruit we leven. Als ik dit zo verwoord kan het gebeuren dat je je herinnert dat het eigenlijk anders zit en dat er geen “ik” bestaat en dat alles één is. Draai de volumeknop van die gedachtestroom even op nul en open je voor de volgende woorden.

Al die waarnemingen, sensaties, gedachten en gevoelens gebeuren gewoon als onderdeel van een geheel. Wat wij echter doen is dat we deze passanten die door het bewustzijn trekken onbewust willen gebruiken. Heel gemakkelijk ontstaat er na het voorbij komen van een passant namelijk een soort bijproduct. Noem het maar even het ik-gevoel. Eerst is er een waarneming en het bijproduct is vervolgens een ikje die iets zou zien, horen, voelen, ruiken enzovoorts. Hetzelfde met die voorbij dwarrelende gedachtes. Als bijproduct ontstaat de illusie “ik denk”. Bij gevoelens en emoties gebeurt het weer: de geboorte van een ikje dat zich blij, somber, bang, tevreden enzovoorts voelt. Dus weer de illusie van een ik-gevoel.

De Cursus legt uit dat de richting van waarnemen als het ware omgekeerd is. Wij menen dat er een buitenwereld bestaat die door een binnenwereld (het ikje) wordt waargenomen. Het is echter andersom. Dat wat we menen waar te nemen aan waarnemingen, sensaties, gedachten en gevoelens wordt vanuit eenheid geprojecteerd juist om dat echo-effect, dat bijproduct, van een ikje in het leven te roepen. Er is sprake van een verborgen intentie. Als Zoon van God vonden we het lollig om deze beelden te maken. We zijn ze echter te serieus gaan nemen en kijken nu angstig naar de droombeelden die we zelf bedacht hebben.

Als we wakker worden uit de nachtelijke dromen zoals we die allemaal wel kennen, beseffen we direct of na enkele seconden vooral één ding: oh, het was maar een droom, het is niet echt, ik heb het maar gedroomd. Hoe kunnen we ons weer herinneren dat ook ons “normale” waakleven niet meer dan een illusie is? Dat is wat lastiger omdat we aan al onze waarnemingen, sensaties, gedachten en gevoelens nu juist het gevoel ontlenen dat we bestaan als echt en stevig ikje in ruimte en tijd. De waarheid vinden we eng. Vanuit onze illusie hebben we geen benul hoe het zal zijn om tijd- en ruimteloos, één en liefde te zijn. Hoe nu verder?

Geloof hechten aan verhaaltjes over eenheid, liefde en “het afleggen van je ego” stammen allemaal vanuit de illusie zelf en dit zal ons niet helpen om wakker te worden. En hier komt de Cursus ons tegemoet als weerklank van ons wijze Zelf die nog steeds precies weet wat er aan de hand is. We kijken gewoon nogmaals naar genoemde waarnemingen, sensaties, gedachten en gevoelens maar deze keer letten we iets beter op. Kijk ontspannen en wakker hoe alles wat in bewustzijn verschijnt de illusie met zich mee brengt dat er een ikje is aan wie dit alles gebeurt. Merk als het ware telkens opnieuw de geboorte van de ik-illusie op.

De grap is dat dit een proces is en niet iets om na te streven of een truc om iets te gaan bereiken. Zelfs als gedachten oprijzen als “merk ik al iets geks?” of “ben ik er al?” kun je met een glimlach constateren dat de ik-illusie weer geboren is. Merk dat het een spelletje is dat je als Zoon van God speelt, alleen vergeet je deze keer niet om te lachen. Geef het spelletje maar een naam, bijvoorbeeld: “ik-makertje”. Vervolgens mag er van alles gebeuren in bewustzijn en zie je dat ik-makertje haast als vanzelf gebeurt en dat je steeds gelooft in de illusie van een ikje. Alles wat verschijnt is van harte welkom en draagt bij aan het grappige spelletje “ik-makertje”.

“Nu raak ik gefrustreerd!!”. Jippie, ik-makertje doet het goed. “Wanneer snap ik het nou?” Ha, ha; weer gelukt, de illusie van een vragend ikje is geboren. “Wanneer raak ik nou verlicht!?” Leuk zeg, wat een overtuigend beeld van een ikje met een einddoel is er weer gemaakt; bravo!

Zo vergeef je al je impressies, al je botsingen met zogenaamde anderen: je herkent ze als feestelijke bijdragen aan ik-makertje. Want vergeven wordt zo “teruggeven”. Op een gegeven moment is de lol er af en neem je al die special effects niet meer serieus. Je leunt ontspannen achterover met een lach. Klaar om verder te spelen, als je dat wilt.

Les 227

Dit is het heilig ogenblik van mijn bevrijding.

Vader, vandaag ben ik vrij, omdat mijn wil de Uwe is. 2Ik dacht een andere wil te maken. 3Maar al wat ik los van U gedacht heb, bestaat niet. 4En ik ben vrij, omdat ik me vergist heb en mijn eigen werkelijkheid allerminst met mijn illusies heb beroerd. 5Nu geef ik ze op en leg ze aan de voeten van de waarheid neer, opdat ze voor eeuwig uit mijn denkgeest kunnen worden weggenomen. 6Dit is het heilig ogenblik van mijn bevrijding. 7Vader, ik weet dat mijn wil één is met die van U.

En zo vinden we vandaag onze blijde terugkeer naar de Hemel die we in werkelijkheid nooit hebben verlaten. 2Op deze dag legt de Zoon van God zijn dromen neer. 3Op deze dag komt de Zoon van God weer thuis, bevrijd van zonde en met heiligheid bekleed, en met het juiste denken ten langen leste weer in hem hersteld.

Het ego is vlei-baar en aanval-baar

kritiek en compliment

Als je je hoofd boven het maaiveld uitsteekt, en in feite in elk contact met anderen, dan kan het gebeuren dat anderen op je reageren. Ik zie dat gebeuren als ik stukjes post op m’n website en in Facebook-groepen. Het is leerzaam om te zien wat de reacties van anderen met me doen. Met “leerzaam” bedoel ik dan geen afstandelijke interesse of geamuseerdheid maar een leerzaamheid als grondstof voor groei en ontplooiing. Ik wil dit graag proberen duidelijk te maken en in eerste instantie vlieg ik het thema daarbij wél wat verstandelijk aan door onderscheid te maken tussen de vorm van de reactie en de afzender van de reactie. Ik nodig je uit om tijdens het lezen te zoeken naar voorbeelden uit je eigen leven zodat het dieper bij je binnen kunt komen.

Eerst de vorm van de reactie. Deze kan neutraal zijn bijvoorbeeld als iemand zich echt focust op de inhoud van wat ik heb geschreven en daar een vraag over stelt of eigen inzicht en ervaring deelt. De vorm kan echter ook meer gericht zijn op mij als afzender van het bericht en getuigen van genoegen of ongenoegen bijvoorbeeld in de vorm van een compliment / bedankje of in kritiek die stelt dat ik er geen bal van snap en er beter aan zou doen om mijn onzinverhaaltjes voor me te houden.
Dan de afzender van de reactie. Dat kan iemand zijn die ik totaal niet ken of iemand die ik wat beter ken, met wie ik een al dan niet hechte band heb en die ik al dan niet bewonder, op een voetstuk plaats of juist verguis.

Dan, nog steeds een beetje als beperkt mentaal experiment, de impact van de reactie. Deze is het product van vorm en afzender. Dus: impact = vorm x afzender. Wat voorbeelden ter illustratie.

  1. Onbekende afzender stelt vraag: nauwelijks impact
  2. Onbekende afzender heeft kritiek: licht vervelend
  3. Iemand waarmee ik veelvuldig schrijf vindt bijdrage van vandaag echt niks: het doet me wat
  4. Dezelfde persoon vindt het vandaag geweldig: ik ben blij
  5. Mijn partner leest mijn stukje en wijst me op spelfouten: snetver
  6. Eén van mijn kinderen krijgt het onder ogen en toont interesse: yes!
  7. Hé plotseling Koos Janson op de website en zo fel en negatief heb ik hem nog nooit bezig gezien: shit, wat moet ik nu doen?
  8. David Hoffmeister aan de telefoon, of hij iets van mij mag gebruiken in zijn nieuwe boek: yesss, blij en trots!

Dit alles opschrijven kost me moeite want ik geloof in het beeld van een gevorderde student die boven alle complimenten en kritiek staat en mild glimlachend iedereen even wijs en liefdevol te woord staat. Iemand die glimt van trots of in de verdediging schiet past niet bepaald in dit plaatje. Deze reacties kan ik maar beter niet tonen, laat staan het internet op slingeren. Maar nee, ik wil dit toch graag doen. Want de gevoelens die in mijn bewustzijn verschijnen zijn als een soort zintuigen die gebruikt kunnen worden en uiterst behulpzaam kunnen zijn.

Als ik het kunstmatige onderscheid tussen vorm en afzender los laat en de projectie terugneem kom ik uit op de volgende gevoelighed bij mezelf. Ik heb als het ware twee knoppen die ingedrukt kunnen worden; de compliment-knop en de aanval-knop. Bekende Cursus-begrippen komen naar boven: de speciale liefdesrelatie en de speciale haatrelatie. Daar kun je verstandelijk over nadenken maar voelen wat het betekent is spannender en bruikbaarder. Zeker als het lukt om de eerste prille reacties bij het lezen van een compliment of kritiek op te pikken in bewustzijn. Het voelt als een soort trilling, een tinteling. Ik voel deze tinteling en daarmee voel ik dat op dat moment het ego geboren wil worden en zich wil laten horen. Het ego-ik wil zich koesteren in het compliment als surrogaat voor liefde of het wil zich verdedigen zodat een geloof kan groeien in een ego dat afgescheiden is en verdedigd zou moeten worden (Als ik me verdedig word ik aangevallen: bijvoorbeeld WB 26, 56, 135). En dan de uitnodiging om opnieuw te kiezen. Als die eerste tinteling wordt opgemerkt en gevoeld dan mag ik deze er gewoon laten zijn. Dít is de uitnodiging die ik nú krijg, precies voor mij, precies op maat. Ik heb de vrijheid om niet “zelf” te reageren en mee te gaan in het geven van vaste grond aan het geloof in het ego. De mogelijkheid om te ontdekken dat het ego geen leven heeft in zichzelf als ik het niet voed. Ik heb een keuze. Een keuze om slechts te kijken en stil te blijven. Een keuze om in vertrouwen te wachten op gedachten en reacties die niet van mij zijn. Reacties die schoon zijn, onbezoedeld en nieuw. Wat een heerlijke, zachte keuze.

LES 223

God is mijn leven. Ik heb geen leven buiten dat van Hem.

Ik heb me vergist toen ik dacht dat ik los van God leefde, als een afzonderlijk wezen dat zich in afzondering bewoog, aan niets gebonden, en gehuisvest in een lichaam. 2Nu weet ik dat mijn leven dat van God is, ik geen ander thuis heb en los van Hem niet besta. 3Hij heeft geen Gedachten die niet deel zijn van mij, en ik heb geen andere dan de Zijne.

Kijken in de ziel van religieuze leiders

kijken in de zielIk heb nu drie afleveringen gezien van “Kijken in de ziel van”. Dit seizoen komen vertegenwoordigers van Godsdienstige en religieuze stromingen aan het woord. Een bont gezelschap heren en dames trek voorbij en doet uitspraken over hoe ze denken over God, het leven en de dood, lijden en andere belangrijke kwesties. Pas tijdens de derde aflevering viel me iets op bij mezelf. Het viel me op dat ik zat te genieten van deze prachtige mensen en hun mooie en dikwijls ontroerende eerlijkheid en woorden. Dit klinkt mogelijk wat zoetsappig maar zo is het niet bedoeld.

Ik heb lang gezocht naar “De Waarheid” en zal je niet vermoeien met de paden die ik hierin onderzocht en bewandeld heb. De laatste etappe vóór de Cursus was een Baptisten gemeente waarbinnen ik een wonderlijke vermenging vond van vasthouden aan orthodox Christelijke standpunten en praktische liefde voor elkaar. Het was voor mij nodig om me los te schudden van de conceptuele dogma’s van het klassieke Christendom en ik zag het proces dat ik hierbij onderging verwoord door een oudere dame in “Kijken in de ziel” die nu Boeddhist geworden was. Ook zij ervaarde, wat ik nu aanduid als, “mentale verlichting”. Ik bedoel hiermee dat het plotseling voor 100% verstandelijk duidelijk wordt dat je de waarheid nooit in concepten zult kunnen uitdrukken. Ik herinner me dat ik dit inzicht vrijwel in één keer opschreef ik m’n boekje “Een Christen op Satsang” waarbij ik de onhoudbaarheid van de Christelijke dogma’s zoals plaatsvervangend sterven uitleg.

Zoals we ook zien bij mensen die bijvoorbeeld stoppen met roken vond er ook bij mij een soort doorslaan naar de andere kant plaats. Ik vond nu het letterlijk nemen van de Bijbel echt belachelijk en vlak na “Een Christen op Satsang” schreef ik het satirische “Geen beeld van God” waarbij ik los ga op het letterlijk nemen van de Bijbel. Ook in de jaren hierna merkte ik dat ik me op kon winden als ik tijdens een Paasviering mensen de marteldood aan het kruis interpreteerden als de wil van God. In één op één gesprekken met Christenen kon ik dit geloof vilein fileren en de onzinnigheid ervan blootleggen. Blinde vlek hierbij bij mezelf was een combinatie van boosheid en gevoel van superioriteit. Ik had tenslotte nu door dat conceptueel geloven nergens op sloeg en het frustreerde als het me niet lukte om ook anderen van dit korset te bevrijden.

En dan dat rare inzicht bij “Kijken in de ziel van religieuze leiders”. Nog steeds zie ik concepten langskomen die mensenwerk zijn. Maar ik zie bovenal prachtige broeders en zusters en er borrelt compassie en een diep gevoel van verbondenheid bij me naar boven. Ik durf dit nu op te schrijven omdat ik zie dat dit niet “mijn” verdienste is. Die “mij” is juist degene die, ook met een helder verstandelijk inzicht, bleef oordelen en debatteren. Pas bij de derde aflevering viel me op dat deze scherpe “mij” zich veel minder roerde. Er is ongemerkt in de afgelopen jaren van Cursus-werk iets gebeurd dat niet te maken heeft met “iets verstandelijk geleerd of begrepen hebben”. “Ik” ben niet milder geworden maar “ik” roer me minder waardoor er vanzelf meer ruimte is voor mildheid en liefde.

Ik moest hieraan denken bij de werkboekles van vandaag over vergeving. Ook hierin maken we als studenten een soort training door en blijkt nu pas dat die training vrucht draagt. Het vergeven van concepten, zoals ik eerst moest leren voor wat betreft een heel geloofssysteem, breidt zich uit tot steeds meer voorvallen in het leven. Er ontstaat een gevoeligheid voor het trekken van conclusies over mezelf of over anderen. Let wel, ik ben student en heb ook hierin nog te leren en ga nog regelmatig onderuit waarbij ik een conclusie over mezelf of een ander nog wél serieus neem. Maar steeds vaker onderken ik m’n neiging om een conclusie die ik trek over eigen gedrag of gedrag van een ander serieus te nemen en mezelf of die ander hierom schuldig te verklaren. Steeds vaker lukt het om de neiging in een heel vroeg stadium te herkennen en te onderscheppen door stil te zijn en mijn denkgeest te openen voor een ander verhaal. Een verhaal dat iets heel anders vertelt over mezelf of over die zogenaamde ander.

Ongemerkt wordt door de werkboeklessen onze denkgeest werkelijk getraind. Het wonderlijke is dat het geen training is die vermoeit of aanleiding geeft tot trots. Er is slechts verwondering en dankbaarheid op momenten dat in ene duidelijk wordt dat diepe verandering mogelijk is. In de Bijbel wordt het beeld gebruikt van een zaadje dat in grond valt. Blokkerende concepten zijn als dorre grond met rotsblokken. Als student van de Cursus, en van andere religieuze stromingen, bewerken we trouw de grond en dan gaat het Goddelijke zaad vanZelf bloeien. Bij ons allemaal, door Hem die onze liefdevolle en gemeenschappelijke bron is. Werkelijk, gezegend is Zijn Heilige Naam.

LES 221

 In vrede zij mijn denkgeest. Laat al mijn gedachten stil zijn.

  1. Vader, vandaag kom ik tot U om de vrede te zoeken die U alleen kunt geven. 2Ik kom in stilte. 3In de rust van mijn hart, in de diepste domeinen van mijn denkgeest wacht ik en luister naar Uw Stem. 4Mijn Vader, spreek tot mij vandaag. 5Ik kom om Uw Stem te horen in stilte, vol overtuiging en liefde, in de zekerheid dat U mijn roep zult horen en mij antwoorden zult.

Omarm de wereld als je droom

omarm 1Studenten van de Cursus kunnen besluiten om de wereld die we zien niet meer serieus te nemen. Is dit niet wat de Cursus ons leert? Dat het allemaal nep is? Maar oei, het komt zo precies omdat ons ego zo uitermate slim en uitgekookt is. De verwarring ligt op de loer. Het stichten van een zogenaamd nieuw, maar in feite oeroud, duaal geloof gebeurt zo snel. Zodra ik als denkbeeldige student besluit om wat ik om me heen zie niet serieus te nemen dan gebeurt dat mogelijk vanuit de neiging om afstand te nemen van wat ik zie. In het proces van afstand nemen gebeurt wat de droom in stand houdt; het maken van een illusie van een ikje dat afstand meent te kunnen nemen van dat wat het buiten zichzelf meent te zien. We zien, zo zegt de Cursus, een droom waar de Zoon van God om vergat te lachen. Maar als we besluiten om “weer gaan lachen” op te vatten in de zin van “afstand nemen van” dan is dit een keuze om het geloof in dualiteit te handhaven. Weglachen is niet de oplossing. Weglachen is afstand maken tussen een denkbeeldig ikje en zijn grap.

Het mysterie gaat diep. God is één, jawel, maar pas in de denkbeeldige drie-eenheid kon God Zichzelf kennen als één. In de schepping van Zijn Zoon leert God Zichzelf kennen als Schepper. Hij neemt de Zoon niet serieus als afgescheiden van Hemzelf maar heeft Hem direct lief door de Heilige Geest. God lacht Jezus niet uit. Hij laat de Heilige Geest als een Duif op Hem neerdalen en daarbij erkent Hij Zijn Zoon als Zijn Zoon. Hij lacht Zijn schepping niet weg als vergissing maar heeft Zijn Schepping, Zijn Zoon, ons, lief gelijk Zichzelf. Hieruit bestaat dat ongelofelijke wonder dat God Die één is Zijn Zoon geschapen heeft om een liefdesrelatie mee te hebben.

Wij scheppen niet in eeuwigheid zoals God maar wij maken. Wij maken een wereld in tijd en ruimte en doen dit vanuit onszelf zoals God Zijn Zoon vanuit Zichzelf geschapen heeft. Als we menen onze geprojecteerde wereld weg te moeten lachen als een droom die los van ons staat dan vergeten we wie we zijn. God kan Zijn Zoon niet veroordelen want daarmee zou Hij die onbegrijpelijke liefdesband ontkennen en Zichzelf niet langer kennen als God. Wij kunnen de wereld die we maken niet ontkennen want daarmee vergeten we dat we de dromer ervan zijn.

Pas door de innige verbondenheid te erkennen tussen ons en onze droom kunnen we besef van onze eenheid behouden. Dit is vergeven, dit is houden van wat we door ons heen gemanifesteerd zien in de droom. In het herkennen van de wereld, van die zogenaamde ander, als onszelf kunnen we onszelf kennen als maker en daarmee als bron van de stroom van projecties. Weglachen van onze projecties is een serieus nemen van de droom en geloven in dualiteit. Liefdevol gadeslaan hoe we de droom maken en deze liefdevol omarmen biedt ontwaken. Weglachen vergroot het geloof in slachtofferschap. Hierin blijft het ikje getergd worden door een nepwereld die hij , naar zijn beleving, niet wil.

Wij kiezen ervoor te lijden aan onze eigen droom om afgescheidenheid te ervaren. Herinnering van onze ware Identiteit gebeurt niet door weglachen maar door ons kind lief te hebben, door zogenaamde anderen liefdevol te vergeven. Pas in onze 100% acceptatie van die ander als één met onszelf leren we onszelf kennen als één met God, als Zijn Zoon. We moeten de droom niet afwijzen maar tot ons nemen. Het is ons eigen lichaam dat gekruisigd lijkt te worden maar wat we tot ons mogen nemen als heilig vlees (brood) en bloed (wijn) dat niet afgewezen maar “gegeten en gedronken” mag worden. “doe dit tot mijn gedachtenis”, dus om te herinneren wie we ten diepste zijn. Denk aan Les 196: Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen. Wat we buiten ons menen te zien als een buitenwereld, anderen en ons lichaam verdient geen oordeel maar vergeving. In de diepste erkenning van ons maaksel, ons “lichaam”, als ons maaksel leren we onszelf als dromer kennen en herinneren we ons pas weer dat we geen afgescheiden lichaam zijn maar nog steeds zijn zoals God ons geschapen heeft.

LES 218
Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wie ik ben, zo schiep God mij.

(198) Alleen mijn veroordeling verwondt me.

2Mijn veroordeling houdt mijn visie in duisternis gehuld, en door mijn blinde ogen kan ik het visioen van mijn heerlijkheid niet zien. 3Maar vandaag kan ik deze heerlijkheid aanschouwen en me verheugen.

Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wie ik ben, zo schiep God mij.

Een goed boek?

i dont like itEen enkele keer deel ik mijn enthousiasme als ik een boek heb gelezen dat me erg aanspreekt. Onlangs deed ik dat voor A Course in Love opgeschreven door Mari Perron die aangeeft dat ze hierin geïnspireerd is door Jezus, vergelijkbaar met de ervaring van Helen Schucman bij het opschrijven van onze bekende Cursus in wonderen (ACIM). Een gewaardeerde broeder reageerde door te stellen dat onze bekende Cursus-vriend Gary Renard zich heeft gedistantieerd van ACOL omdat het een verheerlijking zou zijn van het individu terwijl onze Cursus juist aangeeft dat alles één is en het geloof in individuen juist de grootste misvatting is die de Cursus probeert te corrigeren.

Los van deze inhoudelijke kritiek, die overigens veel te kort door de bocht is, is het aardig om te zien waarop Gary zich baseert. Na een beetje Googelen blijkt dat hij zich aansluit bij een zeker Bob Rosenthal die op amazon.com een commentaar heeft geschreven op ACOL. M’n nieuwsgierigheid werd getriggerd en ik zocht Bobs recensie eens op. Het begint al aardig:

I have vacillated for months about whether or not to review this book. As a longstanding student of A Course in Miracles (ACIM), a personal friend of one of its scribes, a board member of the foundation that publishes ACIM, and the author of a book that reinterprets the story of Exodus through the lens of ACIM From Plagues to Miracles: The Transformational Journey of Exodus, from the Slavery of Ego to the Promised Land of Spirit..

Ik heb gewerkt als marketing manager binnen farma, jawel, ik ben een echte boef, en herken deze manier van het aanprijzen van een zogenaamde waarheid. Het is “authority based evidence”, dat wil zeggen dat je een bekende figuur van grote naam op het toneel plaatst en hoopt dat hij bereid is om iets positiefs over jouw standpunt te zeggen. Het verbaast me dat iemand in Cursus-kringen deze tactiek toepast om klaarblijkelijk gewicht toe te kennen aan eigen standpunt. Het is goed om te onderzoeken in hoeverre ik hier zelf gevoelig voor ben. Liefst zou ik zeggen dat het totaal geen indruk op me maakt maar dat zou een vergissing zijn. Als Ken Wapnick nog zou leven en als hij een boek zou aanprijzen dan zou dit zeker indruk op me maken. Hetzelfde geldt voor aanbevelingen door de Nederlandse leraar Koos Janson, hoewel ik merk dat zijn smaak niet altijd samenvalt met die van mij.

Terug naar de recensies op Amazon.com. Als je al een recensie wilt gebruiken als waardeoordeel over een boek dan kun je ook verder kijken dan de mening van één zogenaamde autoriteit. Denk maar aan het zoeken naar een goed hotel of restaurant. Hierbij kijk ik naar de trend van de beoordelingen en als het overgrote merendeel van de eerdere bezoekers positief is dan neem ik de negatieve ervaring van een klager met een korrel zout. Via deze ingang verdeelt Amazon de recensies van ACOL in 28 negatieve- en 188 positieve reviews. Het grappige is dat onder die 188 positieve reviews ook iemand is die zichzelf als een autoriteit beschouwt. Reja Joy Greenon schrijft het volgende:

I am one of the founding members of Course in Miracles Society [CIMS] publishers of A Course in Miracles: Workbook for Students/Manual for Teachers and have been a Course student since 1983. For me, A Course of Love: Combined Volume is a GIFT from the Right Mind that we all share, given to everyONE of us who opens their Heart to its message. It is not for everyone, however, since it requires a degree of relinquishment, much like A Course in Miracles. It requires that you come from the “not-knowing” place, releasing all prior thoughts and concepts, and begin with an empty slate. Etc etc..
How blessed we are to have A Course of Love – It is truly a gift from Love to Love.

Ondanks mijn aarzeling bij het lezen van een onderbouwing van haar eigen autoriteit citeer ik Reja toch vanwege de zin die ik vet heb weergegeven. Dit is namelijk voor mij de manier waarop ik er achter kom of een boek iets voor mij betekent of niet: een onbevangen lezen en kijken wat het met me doet. Dit levert een subjectieve ervaring op, dat kan niet anders. Slechts vanuit deze persoonlijke ervaring kan ik zeggen dat ik met ACOL een directheid ervaar die me blij maakt. Het feit dat ACOL pas deels vertaald is in het Nederlands maakt dat het complete boek helaas slechts toegankelijk is voor hen die makkelijk Engelse tekst kunnen lezen. Ik merkte dat ik hier mee zat als ik mijn enthousiasme ervoor wilde delen.

Het wonderlijke wil echter dat er een Nederlands boek is verschenen wat me qua titel aanvankelijk helemaal niet aansprak: Het Ja-gevoel door Linda Rood. Ik kreeg echter keer op keer directe en indirecte hints dat ik hiermee iets moest en besloot het daarom toch aan te schaffen. Hoewel ik het nog niet uit heb ben ik nu al erg enthousiast. Linda presteert het om in het Nederlands op nuchtere wijze een directe weg uit de doeken te doen die me constant herinnert aan mijn ervaring bij het lezen van ACOL. Ik zal hier zeker meer van gaan delen in de toekomst.

Samenvattend geldt dat zowel ACOL als het Ja-gevoel me steeds meer in contact brengen (even lekker duaal gesproken)  met “the Self (ACOL)”of “Bewustzijn” (Ja-gevoel). Beide boeken bevrijden van gevangenschap in conceptuele “waarheden” naar een stromen van waarheid en leven door me heen. Moet je dit als lezer van mijn blogs maar aannemen omdat ik “al lang student van de Cursus ben en al jaren aardige stukjes schrijf”? Alsjeblieft niet. Je eigen hart zal aangeven of- en wanneer het tijd is om je te openen voor zoiets als ACOL of het Ja-gevoel. Als het je niks zegt dan doe je het niet en dat is helemaal prima. Dan is dat een nee-gevoel dat er ook mag zijn. Als je echter getriggerd wordt en signalen krijgt dat het iets zou kunnen zijn? Volg gewoon open en onbevangen dit ja-gevoel!

It requires that you come from the “not-knowing” place, releasing all prior thoughts and concepts, and begin with an empty slate.