Zijn job

god-sign-saltlakecity1De wereld die we om ons heen menen te zien is ons leslokaal. Zo ziet de Cursus dat. We krijgen keer op keer de gelegenheid om onze Les met hoofletter L te leren. Toen m’n jongste dochter een keer verheugd vertelde dat ze een uur vrij had omdat de docent ziek was probeerde ik haar uit te leggen dat dit aantrekkelijk lijkt maar dat ze op uiteindelijk meer had aan een gezonde leraar en een les die gewoon door gaat. Pakje boter op m’n hoofd want in m’n eigen leventje zit ik ook niet altijd te springen om onderwezen te worden. Ik wil vrij zijn, onbekommerd leven met zo min mogelijk vervelende gebeurtenissen (leraren) die me lastig vallen.

Ook binnen onze illusoire wereld bestaat een leerplicht. Je ontkomt gewoon niet aan situaties die je niet aanstaan, die je wanhopig probeert te controleren en aan de frustratie die hierop volgt als dit niet lukt. Meesmuilend moet ik dan erkennen dat ik toch maar beter wat lessen kan volgen en begin ik met de Cursus. Ik wil dat de Cursus me leert wat ik moet doen om vervelende ervaringen uit mijn leven te bannen zodat ik vrij en vredig kan zijn. Zo praktisch en zo simpel is het.

Een eerste verbluffende les is dat de Cursus ons leert dat de ellende die we buiten ons zien niet anders is dan een projectie in de denkgeest. We krijgen informatie waarom we projecteren en daarbij stuiten we op de radicale non-dualistische kern van de Cursus; je bent liefde, één met God en geen afgescheiden individu. Uit angst voor de eenheid projecteren we een afgescheiden ikje in de grote boze buitenwereld. Onbewust willen we vechten en verdedigen om ons zo 100% echt te voelen.

In de bovenbouw van de Cursus krijg je dit redelijk in de gaten. Onlangs kocht ik het super heldere boekje van Van Aalst, Wonderen of waan waarin hij alle concepten binnen de Cursus uitlegt. En ja, ik “begrijp” wat hij schrijft. Afgelopen anderhalf jaar ontrafel ik met plezier de alledaagse gebeurtenissen die me lijken te overkomen; lees, die ik projecteer. Prima natuurlijk en het is meen ik ook het doel van het Tekstboek van de Cursus om deze vaardigheid bij ons te ontwikkelen.

Maar op zich lost deze vaardigheid niets op. Het slimme ego kan je er zelfs toe verleiden om eindeloos door te gaan met analyseren. Je bent als een wetenschapper die met microscoop en pincet op zoek gaat naar bewustzijn in de hersenen en al het materiaal haarfijn weet te ontleden. Zo kan ik steeds beter herkennen dat ik zelf de projector ben van wat me overkomt en het wordt ook steeds helderder waartoe ik dit allemaal doe; ik kies elk moment opnieuw voor de afscheiding.

Wat moet ik dan doen? Het stellen van deze vraag laat zien dat de kern van de kwestie nog niet is blootgelegd. Die kern zit verstopt in het gevoel dat er een ikje is die nog iets moet doen om een bepaalde situatie te bereiken.

In een virtuele huiskamergroep zegt een dierbare broeder geregeld “geef het aan de Heilige Geest, het is Zijn job!” En dit is zo kernachtig en zo waar. Het is prima als de meer theoretische kennis van de Cursus je brengt tot op dit punt. Deze kennis kan je verwachtingspatroon zuiveren. Je beseft dat je geen slachtoffer bent van de wereld die je ziet, dat je projecteert en dat iedere actie die je meent te moeten ondernemen alleen maar de illusie van afgescheidenheid versterkt. Stop, haal adem, zit stil en ontspan. Het is vanaf nu Zijn job. Maar dus ook manier, Zijn aanpak en Zijn uitkomst. Niet de mijne. En deze simpele woorden “Het is Zijn Job” zeggen alles. Wat een zegen.

WB302: Onze Liefde wacht ons nu we naar Hem toegaan, en vergezelt ons om ons de weg te wijzen. Hij schiet in niets tekort. Hij het Einddoel dat we zoeken, en Hij het Middel waardoor we tot Hem gaan.

Advertenties

Stel je eens voor..

image

Stel je eens voor dat je de keus had om aan al je lijden in één keer een eind te maken. Pats, boem, vrede. Zou je daar dan voor kiezen? Sta hier eens bij stil.

Wat doet deze suggestie met je? Merk je ongeloof bij jezelf? Merk je de overtuiging dat dit misschien ooit voor je is weggelegd, na één of meerdere levens druk in de weer te zijn geweest met spirituele oefeningen? Als dat zo is dan nodig ik je uit om deze aarzeling eens te onderzoeken. Hoe kom je aan dit vooroordeel?

Ons ego vertoont op deze suggestie typerende reacties. ‘Ik ben gewoon nog niet ver genoeg’, ‘Zo makkelijk kan het gewoon niet zijn’ of ‘Hij heeft gelijk, wat ben ik toch een trage sukkel’. Echte ego praat; ontwijkend, defensief en beschuldigend maar op zich gelukkig ook weer totaal onschuldig.

Toch heb je in elk moment waarin je gelooft dat je iets vervelends overkomt precies die keuze; geloof ik dat me in deze situatie iets overkomt tegen mijn wil (slachtoffer) of geloof ik dat ik NU vrede kan ervaren, ongeacht de omstandigheden waarin ik me lijk te bevinden? Ik zelf geloof met grote regelmaat de eerste optie. Deze manier van naar situaties kijken sluipt er telkens ongemerkt in. Het voelt zo gewoon, zo vertrouwd. Vooral bij nare situaties komt de laatste tijd de keuze echter wat sneller in m’n bewustzijn. Er gebeurt iets naars of ik zie op tegen een bepaalde gebeurtenis en plotseling zie ik mezelf ervoor kiezen om dit serieus te nemen. Vervolgens is er een kleine ruimte, een kleine opening, een moment van twijfel waarin ik besef ‘dit hoef ik niet perse zo te ervaren’.

Direct daarop volgt het protest. ‘Ik heb écht geen keuze, het gaat toch weer net zo slecht verlopen als altijd enzovoort’. Ik blijk haast verslaafd aan ellende en durf bijna niet de mogelijkheid te overwegen dat ik echt iets te kiezen heb. Als ik dan toch pas op de plaats maak, even stil ben en zodoende ruimte maak voor de Heilige Geest dan verschrompelt het doembeeld dat ik stiekem koesterde. Het voelt als een gespannen ballon waar de lucht uit wegloopt. Ik gebruik hier graag de omschrijving voor dat het ‘haast ongepast’ voelt om de ellende niet te adopteren en voor de liefde diep in jezelf te kiezen. Ik aanvaard de verlossing en liefde voor mijzelf.

Het is ook simpelweg een kwestie van oefenen. Het is niet moeilijk om een paar keer de affirmatie ‘ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie’ te herhalen. Een prima begin, maar om contact te maken met dit gevoel van slachtofferschap en het dan niet te geloven vergt iets meer. Het vergt geen prestatie, maar een vertrouwen in Liefde. Een vertrouwen dat alleen de waarheid waar is en niks anders. Ik geef iets op dat weliswaar onplezierig was maar tevens heel vertrouwd, het oude harnas van angst, verdediging en schuld. Hierdoor kan de liefde binnen stromen. Een beetje vreemd, haast ongepast, zo licht en zo blij.

Ik wens jullie een ongepast vreugdevol weekend!

In Uw handen beveel ik mijn geest

en-hij-zag-dat-het-goed-was

Johannes 3:16

 Want alzo heeft God de wereld liefgehad, dat hij zijnen eengeboren Zoon gegeven heeft, opdat allen, die in hem geloven, niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben.

Stel je voor dat God speelt. Vanuit de eenheid maakt hij de wereld, tijd, ruimte en mensen. Alle scheppingen zijn neutraal en zonder enige betekenis. God heeft ze zelf alle betekenis gegeven die ze voor Hem hebben. Hij speelt verder en verkiest de schepping serieus te nemen, te eten van de boom van kennis van goed en kwaad, alles te benoemen en te oordelen. God besluit sommige dingen mooi te vinden en andere lelijk, sommige dingen goed en sommige kwaad. De bijbehorende emoties stromen door Zijn bewustzijn zonder dit in het minst te beroeren.

Maar er wordt even niet gelachen om deze denkbeeldige wereld. God wil voelen en hij voelt. Hij wil de hemel verduisteren en het zonlicht buitensluiten. Hij wil roepen van het kruis van de denkbeeldige boze wereld: “Mijn God, mijn God; waarom hebt U mij verlaten”.

Wij zijn deze God, deze Heilige Geest. Wij maken nu, zoals toen, zoals later de illusie van de wereld waarin we denken te leren. Waartoe? Om te spelen en te voelen. Om de droom te dromen waarin we gedood kunnen worden en kunnen doden. Om het spel van denkbeeldige afgescheidenheid te kunnen spelen. Vanuit pure liefdevolle speelsheid.

En vanuit de donkerste duisternis van deze wereld, vanuit oorlogen en pijn, mogen we weer naar dat kruis kijken om ons te herinneren. Herinneren dat we geen lichaam zijn en niet aan een kruis hangen. Dat wij dat licht van God zijn, de Zoon. En als we niet de illusie, maar wel Hem geloven, dan vervliegt de illusie van afgescheidenheid. Slechts die ene roep is nodig: “Vader in Uw handen beveel ik mijn geest” en dan blijkt dat de donkere wolken nooit bestaan hebben. Dat de hemel opengaat en een Stem klinkt en afdaalt gelijk een duif die bevestigt: “Deze is Mijn Zoon, Mijn geliefde in wie Ik mijn welbehagen heb”.

Allen die in Hem geloven hoeven niet te menen dat ze verloren gaan maar ze mogen ervaren dat ze Liefde zijn en eeuwig leven hebben. Besef dat Jij het Zelf bent, Heilige Geest, Zoon van God, die vandaag door de ogen van het lichaam kijkt (WB 295).

Aan de kant voor mij!

image

Ik mag graag een stukje hardlopen over de dijk. Daarin ben ik niet de enige en ik kom dan ook veel puffende broeders en zusters tegen. We delen de dijk met fietsers. Fietsers houden altijd rechts, maar onder de hardlopers heb je rechts- en links renners. Deze laatsten kiezen voor de linkerkant van het pad zodat ze niet verrast worden door achterop komende fietsers. Een begrijpelijke redenering en ik herinner me vaag van de verkeerslessen van vroeger dat dit ook werd geadviseerd.

Toch is dit links rennen niet handig als het verkeer wat drukker wordt. Fietsers die niet direct de renners kunnen passeren kunnen namelijk geen kant op als er ook fietsende tegenliggers zijn. Ze kunnen hoogstens een beetje inhouden, maar als ze niet snel gelegenheid krijgen tot inhalen kunnen ze niet achteruit fietsen om de tegemoetkomende hardlopers te ontwijken. Als iedereen rechts houdt heb je dat probleem niet. In het ergste geval moet een fietser even wat vaart minderen en achter de hardloper blijven rijden tot hij of zij er langs kan.

Gewoonlijk wordt de soep niet zo heet gegeten en loopt het allemaal wel los. Toch ziet mijn ego kans om zelfs bij rustig verkeer problemen te creëren. Gebaseerd op bovenstaand theorietje ren ik meestal rechts. Dan kom ik, zoals te verwachten valt, andere renners tegen die de theorie van het links rennen aanhangen. En wie wijkt er dan voor wie uit?

Natuurlijk is dit koren op de molen van m’n ego. Het is ik of die ander. Als ik uitwijk dan vind ik dat ik de wijste of de meest vriendelijke of zelfs spirituele ben. Soms beweert m’n ego echter dat ik een slapjanus ben. ‘Waarom moet jij nu elke keer uitwijken, die anderen kunnen toch ook wel eens aan de kant?!’ Grimmig ren ik verder. Aha, zie je wel, ze wijken voor me uit! Ego zwelt een beetje op. Tjakka, hij gaat lekker zo, een feestje van afgescheidenheid.

Liefst wil ik duidelijkheid hierover. Een postbus 52 spotje dat iedereen oproept om, natuurlijk, rechts te houden. Iedereen moet doen wat ik logisch vind, ik heb tenslotte gelijk.
De Cursus maar even, het Handboek hoofdstuk 11 (4): ‘Vrede is onmogelijk voor hen die oorlog zien’. Tja.. Nieuwe verkeersregels gaan mijn strijd niet beëindigen. Wat dan wel? Het Handboek gaat gelukkig verder: ‘Vrede is onvermijdelijk voor hen die vrede schenken’.

Ik ren weer over de dijk. Ik wijk uit en zie de bekende ego-gevoelens naar bovenkomen. Een beetje uitvergroot: die ander is een dader en ik ben een slachtoffer dat onrecht wordt aangedaan. De neiging om dit oordeel te vellen is haast onbedwingbaar. Ik zie het gebeuren en breng het naar de liefde. Een klein glimlachje breekt door. Een volgende tegenligger. Ik wijk niet uit en zie de volgende reeks ego-gevoelens. Triomfalisme maar ook een beetje schuldgevoel. Weer zoek ik Hem. Weer een glimlachje. De volgende renners zie ik als mezelf. Ik neem geen besluit over wat ik zal doen. Ik zie wel en ren niet langer tegen mijn broedersen zusters maar met hen. Zij zijn mij en ik ben hen. Gevoelens buitelen over elkaar en verdwijnen in het licht. De zon schijnt. De vogels zingen een lied. Zo teder.

De doener vergeven

alleen-sukkels-hebben-het-druk

Ik word wakker. Direct wandelen beelden van wat ik vandaag moet doen mijn denkgeest binnen. Ik moet dit nog regelen, die nog bellen en dat niet vergeten. Als trouwe Cursus-student komen er nog wat dingetjes bij. De Werkboekles lezen, mijn vergevingsoefeningen eens wat minder vaak vergeten.

Laten we het bezige mannetje of vrouwtje dat zich in ons hoofd lijkt te bevinden eens de ‘doener’ noemen. Wie zong dat ook al weer, “Ik heb nog zo veel te doen”? Wat betreft onze Cursus-activiteiten hebben we meer of minder bewust ook wat zaken in ons hoofd die we willen bereiken. Vrede, liefde, rust, harmonie en zo.

Die doener voelt zo vertrouwd. ‘Ja, dat ben ik’, zo voelt het. Ik moet in dit leven de juiste dingen kiezen en doen. Druk, druk, druk. Dit is niet fout, zondig of stom.  Hele kuddes spirituele zoekers zijn half gek of in ieder geval erg moe geworden in de pogingen om van die doener, het ego, af te komen. En dit is direct het ego’s grootste troef. Het vindt het fantastisch als het zo serieus genomen wordt dat we het de oorlog verklaren en vol goede moed de strijd aan binden. Het gaat ons lukken, we gaan deze doener onder de knie krijgen en tot stilte dwingen, tjakka! En daarmee zitten we midden in de duale machtsstrijd. Eindeloos, zo lijkt het.

Maar wat gebeurt er als we op een mildere manier kijken? Goedemorgen doener. Je bent er vroeg bij vandaag. Tjonge, wat gaat er veel door je heen. Wat ben je enthousiast, wat ben je druk. Vertel eens joh, hoe zou het voor je zijn om eens een klein beetje gas terug te nemen? Gewoon een beetje te ontspannen. Goed zo, ga maar eens 15 minuten rustig op een stoel zitten. Merk je je ademhaling op? Geeft niet joh, die gedachten. Ontspan maar een beetje. Voel je het gewicht van je lichaam op de stoel? Hoor je de geluiden van buiten, de vogels? Ja, het is inderdaad koud. De kachel is nog niet aangesprongen. Ontspan maar lekker.

En luister naar het goede nieuws. Je hoeft niets te doen. Werkelijk waar. Ik heb zulk goed nieuws voor je. In jou is een Kracht aanwezig. Zo groot, zo zacht, zo stil, zo zeker. Je mag alles wat je denkt te weten en te begrijpen rustig even loslaten. Vergeef dat doenertje maar. Spannend he? Deze Kracht heeft het best met je voor. Hij draagt je, omsluit je en zal je met 100% zekerheid vrede geven. Daar hoef je niets voor te doen. Dat gaat vanZelf. Probeer het maar gewoon. Spartel gerust nog een beetje. Je hoeft het niet direct nu te geloven. Neem gerust je aardse tijd om me te leren vertrouwen zoon. Het is goed. Ontspan maar.

WB 286: De stilte van de Hemel omhult vandaag mijn hart.

Vergeven, omarmen, zegenen.

embrace

Gisteren had ik het over het verschil tussen “vergeven om ergens van af te komen” en “vergeven in de zin van ervaringen welkom heten en overgeven aan liefde”. Bij het eerste vergeven, om ergens vanaf te komen, ervaar ik nog steeds iets van een gevecht. Ik wil iets niet, bijvoorbeeld pijn of een nare relatie. Hiervan voel ik me slachtoffer en door vergeven hoop ik me uiteindelijk platgezegd wat beter te voelen. Niet fout of zondig om dit als uitgangspunt te hebben maar als we hierin blijven steken doen we onszelf tekort.

We kunnen ook naar narigheid kijken door de ogen van de Heilige Geest in plaats van door de ogen van het ego. Voel het verschil eens tussen de ego versie van vergeven, ik wil hiervan af komen, en de HG-versie: welkom aan deze gebeurtenis, wat nu gebeurt is behulpzaam want door dit te omarmen en te vergeven verdwijnt een denkbeeldige blokkade naar de liefde.

Als hulpmiddeltje om minder defensief naar narigheid te kijken, nodigt The Way of Mastery je uit om je eens voor te stellen dat je zelf alles wat je lijkt te overkomen zelf geprojecteerd hebt om middels die ervaring en vergeven terug te keren naar de bron die je bent: liefde en eenheid.

En toen las ik vanmorgen Werkboekles 283:

Nu zijn wij één in gemeenschappelijke Identiteit, met God onze Vader als onze enige Oorsprong en al het geschapene als deel van ons. En zo schenken we alles onze zegen, terwijl we ons liefdevol verenigen met heel de wereld, die dankzij onze vergeving één met ons geworden is. 

Toen ik dit las werd ik vervuld met dankbaarheid. Lees deze zin, drink hem in. Voel de kracht die uit zegening voorkomt. Niet langer vechten tegen de narigheid maar “alles onze zegen schenken”. Wat is het gevolg? Dat we de ellende van ons af slaan? Dat we overwinnen? Zo kan het lijken maar proef als het ware eens de heerlijke toon van “terwijl we ons liefdevold verenigen met heel de wereld”. Wow. We omarmen wat we geprojecteerd hebben als mogelijkheid om te vergeven en hierdoor de liefde te ontdekken die altijd al in alles aanwezig was. Amen.

 

Brandstof voor ontwaken

mystical-fire-een-gekleurd-vuurtje

Herken je jezelf in de volgende omschrijving: ik doe de Cursus als spiritueel pad. Als ik eerlijk ben jegens mezelf dan doe ik dit omdat ik last heb van allerlei zaken die me overkomen, omdat ik gemerkt heb dat niets in deze wereld mij echt gelukkig zal kunnen maken en omdat ik me onvrij voel. Herkenbaar?

Helemaal niks mis met dit uitgangspunt. Het is precies waar de Cursus ons tegemoet komt en de hand reikt. We gaan onze werkboeklessen doen en toepassen op specifieke gebeurtenissen binnen de illusie die we onze wereld noemen. Dit is ons pad en ik wil hier niets aan af doen.

Het helpt mij wel om af en toe een stapje terug te doen om als het ware dit hele proces eens te beschouwen. Want als ik de eerste alinea herlees dan merk ik met enige oplettendheid hier een subtiel gevoel van slachtofferschap in. Aanvankelijk geloven we immers toch dat er een ikje is dat ontevreden is en last heeft van zaken in een buitenwereld. We hoeven niet zo heel lang bezig te zijn met de Cursus om met ons verstand te snappen dat de Cursus hier anders tegen aan kijkt. Het hele Tekstboek wijst ons op een andere, non-duale, werkelijkheid. Maar die eerlijkheid ten opzichte wat we nu echt geloven is in mijn ogen belangrijk.

Als je oog krijgt voor ons geloof in een onvrede die we moeten kwijt raken, een wereld die we moeten overwinnen dan kun je opmerken dat je strijd hiertegen het beeld waarin je gelooft alleen maar versterkt. Je gevecht tegen ziekte laat zien dat je de ziekte serieus neemt. Je gelooft dat je een lichaam bent dat kan sterven. Vervelende mensen wil je weliswaar vergeven maar ondertussen geloof je wel dat zij je ook als het ware overkomen. Je vraagt immers niet om ziekte en conflict? Dit wil je overwinnen. Let goed op; voel je hem weer? Ik versus iets wat me overkomt; ergo, slachtofferschap. Niet fout, niet zondig maar wat dan wel?

In The Way of Mastery, het boek dat ik eerder genoemd heb, geeft Jezus ons een soort judo-methode om dit slachtofferschap wat van ons af te kunnen schudden. Hij stelt voor om alles wat ons lijkt te overkomen eens te beschouwen als iets wat je verlangt om te kunnen groeien. Ik noem het zelf ‘brandstof om te ontwaken’. Als ik bijvoorbeeld eens naar mijn pijn kijk en dan zeg: ‘welkom pijn, wie of wat ben je? wat wil je me laten zeggen? wat wil je me doen geloven? dank dat je gekomen ben, ik wil graag van je leren. je bent precies wat ik NU nodig heb om te kunnen vergeven. ik bied je aan de liefde aan, als brandstof op het vuur van ontwaken.’ Op een zelfde manier kun je kijken naar iemand waarvan je meent dat deze je iets aandoet. Voel het verschil tussen:

  • Er overkomt me een nare situatie en door vergeven ga ik proberen hiervan af te komen (slachtoffer gevoel)
  • Ik heb in mijn denkgeest een situatie gecreëerd waarbij ik een vervelende broeder of zuster nodig heb. Ik heb deze situatie nodig als brandstof. Het is precies de juiste gebeurtenis voor mij. Ik wil mijn gevoelens welkom heten en aan U geven. Aan de liefde.

Merk je dat het slachtoffergevoel minder is? Mist er dan iets in de Cursus dat ik nu met dat andere boek zit te schermen? Allerminst. Breng maar eens de volgende Cursus zin in gedachten: kies ik voor de stem van de Ego of voor de Stem van de Heilige Geest?

Het ego denkt in termen van ik versus de wereld, vechten en overwinnen. De Cursus leert ons dat bij het ontstaan van de illusie van afgescheidenheid direct ons die andere Stem als oplossing geboden werd. De Stem waarmee we eenzelfde ogenschijnlijk nare situatie kunnen herinterpreteren, opnieuw kiezen. Door nare situaties, in feite alle situaties, te zien als iets wat we nodig hebben, wat we hebben verlangd en uitgenodigd (zonder zelfverwijt en schuldgevoel) stemmen we actief in met de Stem van de Heilige Geest. Neem het niet van me aan maar probeer het gewoon eens.

Waartoe spelen we dit spel van projectie? Waarom geloven we in die boze buitenwereld? En dan komen we op de werkboekles van vandaag. Het is zo spannend voor ons om te beseffen dat we alleen maar onszelf willen kwellen met onze eigen gedachten (gisteren WB 281: Niets kan mij pijn doen behalve mijn gedachten). Waarom willen we dat dan? Omdat we bang zijn voor de eenheid, voor de liefde. We klampen ons vast aan ons slachtofferschap omdat we bang zijn voor de grenzeloosheid die we ervaren wanneer we het loslaten. Door te overwegen dat je nare situaties zelf verlangd hebt doorbreek je je slachtofferschap en stort je je regelrecht in de armen van Liefde. Geef je aan Hem.

WB 282: Ik zal vandaag niet bang voor liefde zijn.

Het ‘feest’ van projectie

images

Een collega gedraagt zich uiterst irritant. Ze wordt door anderen omschreven als een egoïstische narcist en doet nu ook volgens mij deze omschrijving eer aan. En ik ben hier  het slachtoffer van. Toch?

Nee, de situatie bestaat slechts in mijn denkgeest en fungeert als een spiegel. Ik meen dat ik zelf een eigenwijs egootje ben, afgescheiden van God, ik voel me schuldig en ontloop dit schuldgevoel door het op deze collega te projecteren. Ai, hoe vervelend om deze karaktertrek nu binnen in mijn eigen denkgeest te ontmoeten.

Een vriendin reageert nogal lauwtjes op mijn uitnodiging om samen iets leuks te gaan doen. Nou ja zeg, wat ondankbaar! Ik voel me een miskend slachtoffertje. Toch?

Nee, ik projecteer mijn eigen angst op afwijzing in deze situatie. Na de illusoire afscheiding probeer ik verloren gewaande liefde van God terug te winnen door te pleasen. Als mijn geprojecteerde vriendin niet alles opzij schuift voor mij, herbeleef ik die denkbeeldige afwijzing door God.

Een paar van die vage pijntjes. Zeurend gevoel in de maag en zo’n ongezellig achtergrondhoofdpijntje. Jasses, heb ik dat, op m’n vrije dag. Slachtoffer.

Nee, weer niet. Ik hecht geloof aan deze pijntjes omdat ze zo prachtig mijn illusie bevestigen dat ik een lichaam ben. Afgescheiden in tijd en ruimte, kwetsbaar.

Dit alles gebeurt in de denkgeest. Terugkerend thema is een gevoel van slachtofferschap. Anderen doen niet wat ik wil, mijn lichaam doet niet wat ik wil. Moet ik me hier schuldig over voelen? Stom? Nee, ik projecteer deze hele santenkraam uit angst voor de liefde. Het terugnemen van projecties zoals hierboven beschreven is een eerste stap in de richting terug, naar Huis. Als ik zie dat ze allemaal een doel hebben, het doel om de illusie van afgescheidenheid te bevestigen, dan kan ik overwegen om ze voorzichtig los te laten in het aangezicht van de Liefde. Vader hier ben ik. Mijn veroordeling van anderen is zelfveroordeling. Mijn geloof in lichamelijke pijntjes is mijn zogenaamd welverdiende straf. Ik leg dit allemaal voor u neer. Heer, het voelt spannend om mijn slachtofferschap op te geven door mijn projecties op te geven. Wat blijft er over Vader, als ik  de schepping van mijn projecties bevrijd?

WB 279: De vrijheid van de schepping belooft die van mij.

Ik zal Uw beloften vandaag aanvaarden en daar mijn vertrouwen in stellen. Mijn vader heeft de Zoon lief die Hij als de Zijne geschapen heeft. Zou U mij de gaven onthouden die U mij geschonken hebt?

Verlangen naar slachtofferschap?

refuse-to-be-a-victim

“Slachtoffer” is in ons dagelijks taalgebruik een groot woord. In eerste instantie denken we dan aan slachtoffers van oorlogen, vliegrampen, aanslagen en zo. Als we met de Cursus aan de slag gaan, krijgt de term een steeds bredere en algemenere betekenis. We gaan leren dat we ons slachtoffer voelen binnen veel relaties en idem bij ziektes. Maar het gaat nog veel verder. Als je oog krijgt voor dit slachtoffergevoel dan kun je leren hoe ongelofelijk vaak het aanwezig is in je denkgeest. Een paar voorbeelden ter illustratie:

• “Ik voel me wat onbestemd en negatief”; dit lijkt me zomaar te overkomen, ergo: slachtofferschap.
• “bij het updaten van Windows 10 liep mijn computer gisteren vast”; ik ervaarde dit als iets vervelends wat me ongevraagd overkwam: slachtoffer
• “Iemand laat me niet uitpraten”, wederom, ik ben hier het ‘slachtoffer’ van, meen ik
• “Ik moet straks naar het werk”, het gaat niet om deze constatering als “feit” maar om de subtiele gelatenheid die ik hierin ervaar; slachtofferschap

Het is niet de bedoeling om de kleinzerige piepdoos uit te hangen en om dit jullie ook aan te praten. Ik begin daarentegen enigszins te zien dat ik ervoor kies om te geloven in deze ontelbare kleine vormen van slachtofferschap om de illusie van afgescheidenheid in stand te houden. In The Way of Mastery (nauw verwant aan ECIW) wordt juist dit subtiele gevoel van slachtofferschap centraal gesteld en als ingang gekozen voor, in mijn optiek, krachtige oefeningen.

In ECIW wordt erop gewezen dat al die zogenaamde grote en kleine bedreigingen die ons slachtoffer lijken te maken voortkomen uit projectie. Dus uit onze eigen denkgeeest. Dat is het rare; we kiezen er voor om dit te projecteren zodat we ons slachtoffer kunnen voelen om ons gevoel van afgescheidenheid te bevestigen. In The Way of Mastery wordt dit, in mijn ogen, nog wat verder benadrukt door aan te geven dat we elk gevoel, elke situatie, elke waarneming zelf uitnodigen. We nodigen alles wat we meemaken uit, uit verlangen. De ego interpretatie gaf ik zojuist al; we zien elke ervaring die ons lijkt te overkomen als bewijs voor ons slachtofferschap en daarmee afscheiding. Maar tegelijkertijd is daar de interpretatie van de Heilige Geest; elke uitgenodigde ervaring (alles wat ons overkomt) hebben we als het ware gevraagd om te kunnen vergeven en zodoende te ontwaken.

Vanwaar deze uitweiding? Het gaat me niet om een nieuw theorietje. Maar als je rustig gaat zitten op een stoel en je kunt alles wat je lijkt te overkomen eens zien als het gevolg van je eigen verlangen dan verandert er op den duur iets essentieels. Zo woon ik vlak bij Schiphol en ik hoor dus wat vliegtuiglawaai. Probeer nu eens het subtiele verschil te voelen tussen:

1. Ik ben niet het slachtoffer van dit lawaai
2. Ik heb dit lawaai zelf verlangd als gelegenheid om het naar de liefde te kunnen brengen, te vergeven en te ontwaken als Christus

Ervaar maar eens de weerstand als je tegen jezelf zegt dat je een nare toestand “zelf verlangd” hebt. Alles in je schreeuwt nu NEE. Tussen de eerste- en tweede omschrijving zit geen absoluut verschil maar de nuance zit, voor mij althans, in het feit dat ik bij de tweede formulering een nog krachtiger tegengeluid ervaar tegen mijn ingebeelde slachtofferschap. Anders gezegd; door te erkennen dat ik het geluid zelf verlangd heb om te kunnen ontwaken wordt elke neiging tot slachtofferschap bij de wortels afgesnoeid.

Zoals gewoonlijk even de waarschuwing om geen geloof te hechten aan het ego-commentaar wat snel naar boven komt: “Oh, het is dus je eigen schuld!”. Het is zo subtiel. Nee, het heeft niet met schuld te maken maar wel met keuze. Zelfs schuldgevoel is een geloof in slachtofferschap, ook dit lijkt je te overkomen. Ook hiervoor geldt dat je een twinkeling in de ogen krijgt als je de scheppende macht terugpakt: “ik heb zelf dit schuldgevoel uitgenodigd om het te ervaren, te vergeven en los te laten en te ontwaken”. Voelen jullie de nuance en de pure vreugde die opborrelt als je het kleinste voorval dat je lijkt te overkomen herinterpreteert als iets dat je zelf hebt uitgenodigd om te kunnen vergeven en ontwaken? Je pakt als het ware de scheppende “macht” terug, je stelt je in de kracht van de Heilige Geest.

Vind je dit nu nog verwarrend? Laat het dan lekker rusten. Maar ik hoop iets van het gevoel van vreugde en kracht overgebracht te hebben. We zijn niet het slachtoffer van de wereld die we zien. We zijn degenen die ervoor kiezen te projecteren, uit verlangen omdat we zo kunnen kiezen om te leren. Om Zijn scheppende liefde door ons heen te laten stromen, te ervaren en zodoende te realiseren dat we één zijn.

(PS: wellicht dat sommigen van jullie hierin iets van de boodschap van Diederik Wolsak herkennen: Zijn God, de Heilige Geest en het ego eigenlijk een en dezelfde?)

Gerechtigheid?

imageDe MH17 is neergeschoten. Gezinnen worden wreed uiteengescheurd. Knuffelbeestjes liggen op de verschroeide aarde. We leven mee. We stellen ons voor dat een dierbare van ons zou zijn omgekomen. Een vader, een moeder, broer, zus of, ongeveer het ergste wat we ons kunnen voorstellen, ons kind. De daders moeten gevonden worden en daarna worden berecht.

Zo denken we. Dit herkennen we en hiervan vinden we dat het goed is. Dit is ook de basis van het klassieke godsbeeld. Uiteindelijk is er een supermacht die we God noemen. Hij weet precies hoe het zit. Hij weet precies wie de daders zijn en zij zullen hun straf niet ontlopen. De hel zal hun deel zijn en de onschuldigen wacht de hemel.

Nou ja, onschuldig. Ergens snappen we wel dat we zelf ook niet helemaal vrijuit gaan. Wellicht hebben we niet in een oorlogssituatie in verwarde toestand op een knop gedrukt waardoor medemensen stierven maar helemaal kosher zijn we ook weer niet. Hoe goed we ook onze best doen. Daarom heeft God zijn wraak laten neerkomen op een plaatsvervanger voor ons. In het Oude Testament een bokje, in het Nieuwe Testament op zijn eigen zoon. Iemand moet boeten, iemand moet berecht worden, iemand moet lijden en sterven om zijn- en onze honger naar gerechtigheid te bevredigen.

Het zit zo diep. Als ik mezelf voorstel dat iemand mijn kinderen iets zou aandoen dan kan ik makkelijk contact maken met dit wraakgevoel. Is dit dan fout? Moet een dader gewoon glimlachend als vrij persoon verder kunnen lopen? Daar heb ik geen simpel antwoord op. Daar gaat het ook niet ten diepste om. Wellicht is het beter op gedragsniveau om de maatschappij te beschermen tegen geweldenaars door hen even achter de tralies te zetten. Waar het wel om gaat is om die schreeuw om ‘gerechtigheid’ in mij.

Ik kan die zogenaamd gerechtvaardigde boosheid voelen. Ik kan die focus op de schuld in een ander zien en de daaropvolgende aanvalsgedachte. Ik kan voelen dat het ‘lekker’ is om te beschuldigen en om te straffen. Dit is de drijvende kracht achter IS, dit is de drijvende kracht van ego. Hier is de denkbeeldige afscheiding, de angst, de verdediging en de aanval zichtbaar en voelbaar. In al zijn rauwheid. Gewoon hier, heel dicht bij huis.

Ik merk weerzin om hier naar te kijken. Ik wil projecteren, protesteren en gillen dat wraak normaal is. Maar ik weet dat luisteren naar dit gegil leidt tot een volgend conflict. Een conflict tussen mij en jou, tussen het ene land en het andere. Dit gegil is oorlogstaal, ego-taal.

En ach lieve broeders en zusters. Dan is daar onze werkboekles.WB 275: Gods helende Stem beschermt alles vandaag. Een andere stem. Hij is alleen maar liefde, in Hem is in totaal geen duisternis. Ik breng mijn aanvalsgedachten naar deze stille Stem. Hier ben ik heer, met mijn aanvalsgedachten. Heer zie hoe bang ik ben om ze los te laten. U staat niet klaar om te straffen maar om ons toe te fluisteren dat U liefde bent, dat wij liefde zijn en dat die zogenaamde anderen ook liefde zijn. U en wij zijn er niet om iemand voor ons aan het kruis te nagelen maar om vanaf het kruis vanuit onze pijn naar hen te kijken en te fluisteren ‘ik vergeef jullie, jullie weten niet wat je doen’. Lieve Vader, dank voor deze grenzeloze, alles omsluitende liefde. Oneindige genade.