ECIW als geloof?

Als jonge spirituele zoeker sprak ik met een lieve Christelijke voorganger van een evangelische gemeente. Hij vertelde me vol vuur dat Jezus gestorven was voor mijn zonden en dat ik het eeuwige leven zou krijgen als ik Jezus aan zou nemen als verlosser. Ik herinner me nog mijn antwoord: “Dat wil ik wel heel graag, maar hoe kan ik nu weten of het wáár is?” “Het is waar, vriend” antwoordde de man. Jaren later heb ik me aangesloten bij een Baptisten-gemeente maar die vraag bleef altijd op de achtergrond aanwezig: hoe kan ik nu weten of het echt waar is?

Samen met de meeste ECIW-studenten beschouw ik mezelf als niet-dogmatisch, juist omdat ik de klassieke dogma’s van een wraaklustige God niet aanvaard. Het omgekeerde geldt natuurlijk ook: ik kan niet met zekerheid stellen dat er geen mensachtige God boos op me is vanwege mijn moreel zondige levenswandel noch dat deze entiteit inderdaad bloed zou willen zien. Ik kan alleen zeggen dat het me zeer onwaarschijnlijk lijkt.

De metafysica van ECIW klinkt me veel waarschijnlijker in de oren. Toch meen ik dat we er als ECIW studenten goed aan doen om twee zaken te beseffen als we met de Cursus bezig zijn.

  1. De geloofwaardigheid van Helen Schucman: Zij geeft aan dat het Jezus is die de hele Cursus aan haar heeft doorgegeven. Dat wil ik wel graag van haar aannemen, maar ook hier geldt dat ik niet zeker kan weten of dit echt waar is. Misschien merk je als je dit leest nu enige wrevel bij jezelf. Wellicht zit je er niet op te wachten dat iemand de bron van ECIW in twijfel trekt. Bedenk dan dat deze wrevel niet verschilt van die van strenggelovige Moslim als wij onze twijfel uitspreken over Mohammed of over de Koran. Tornen aan iemands geloof is voor die persoon niet plezierig en hetzelfde kan voor ons gelden als iemand twijfelt aan- of negatieve dingen zegt over Helen Schucman of over ECIW.
  2. De uniekheid van ECIW-zelf: Bij het lezen van ECIW kreeg en krijg ik heel sterk het gevoel van “ja, zo zit het; het klopt gewoon”. Ik vond en vind ECIW enorm uniek en dat versterkte me in het idee dat de bron wel van buitenaardse afkomst moest zijn waarbij Jezus de meest waarschijnlijke kandidaat is. Pas de laatste maanden, nu ik me meer aan het verdiepen ben in filosofie, merk ik dat de metafysica die gepresenteerd wordt in ECIW weliswaar uniek is qua vorm maar niet qua inhoud. Al millennia wordt er gefilosofeerd over de relatie geest-materie. Zo zit Plato wat meer aan de kant van de ideeënwereld en Aristoteles aan de kant van de materiële wereld. Ook de ECIW-visie van de werkelijke denkgeest en de illusoire fysieke wereld is allesbehalve uniek voor ECIW. In de 18e en 19e eeuw hebben filosofen als Kant, Fichte, Schelling, Hegel, Berkeley en anderen daar hele diepe uitspraken over gedaan. Google maar eens op “idealisme”. Vergeet even de betekenis die we nu aan het woord geven en je zult ontdekken dat er al lang voor ECIW gesproken werd over de hypothese dat er geen materiële objecten ontstaan, slechts de waarneming ervan in de geest. Voorbeeld: Subjectief idealisme‘ staat vooral voor opvattingen die inhouden dat ideeën in de geest, met name de menselijke geest, de enige werkelijkheid vormen.

Waarom deze kritische opmerkingen? Omdat we de neiging hebben om de visie die we lezen in ECIW als een soort nieuwe religie simpelweg te geloven en dus voor waar aan te nemen. Ik meen dat het goed is om te beseffen dat je, net als iedere andere gelovige, ervoor kiest om te geloven in de waarheid van een Boek (ECIW) waarin een medium (“profeet”) beweert een boodschap van een opperwezen (Jezus) te horen. Vervolgens kun je denken dat deze boodschap uniek en waar is, grotendeels op basis van de autoriteit die je er zelf aan verleend hebt. Het is dan goed te beseffen dat de boodschap weliswaar qua vorm maar zeker niet qua inhoud uniek is.

Laat ik afsluiten met een voorbeeld, om het praktisch te maken. Je kunt door ECIW gaan geloven dat je huidige leven niet meer is dan een nare droom in een illusoire wereld. Je kunt geloven dat je alle aandacht dus moet richten op het corrigeren van je percepties. Dit kan resulteren in een nogal naar binnen gekeerd leven met een letterlijke en figuurlijke afkeer van de buitenwereld. Dit geloof kan dus zeer bepalend zijn voor hoe jij je dagen hier op aarde slijt en welke hoop en verwachtingen je koestert waarbij je meent de unieke aanwijzingen van Jezus te volgen.

Het is niet mijn doel om hier een waardeoordeel over te geven. Ik wil je er echter van bewust maken dat je met je geloof in ECIW een keuze hebt gemaakt om te geloven dat één van de vele (discutabele) eeuwenoude levensbeschouwelijke visies en te geloven dat deze afkomstig is van Jezus. Check het eens bij jezelf. Wat geloof ik, wat ervaar ik, wat weet ik nu eigenlijk wel en niet zeker?

Advertentie

Geloof, filosofie en ECIW

Wat hebben deze drie met elkaar te maken? Hier dacht ik tot enige jaren geleden nogal makkelijk over. “Geloof” had voor mij iets willekeurigs. Daarbij aanvaard je tamelijk kritiekloos wat een of ander oud en cultureel bepaald boek je voorschotelt. Voorbeelden zijn makkelijk te geven. Zo kun je als islamiet of christen geloven dat jouw God een hekel heeft aan homoseksualiteit. Of je gelooft dat je bepaalde dingen moet doen of bepaalde dogma’s geloven om later in de hemel te komen. Als je heel eerlijk zou zijn tegenover jezelf zou je moeten toegeven dat je niet zeker weet of dit echt zo is. Maar jij besluit geloof te hechten aan een heilig boek, voorganger, traditie of wat dan ook en simpelweg te geloven dat het waar is wat je hier leert.  Geloven is dan synoniem aan iets voor waar aannemen waarvan je goedbeschouwd helemaal niet zeker kunt zijn. Dit maakt discussies met gelovigen op voorhand tamelijk zinloos. Een gelovige neemt een overtuiging voor waar aan zonder hier bewijs voor te hebben en gelooft dat het loslaten van deze overtuiging de toorn van een opperwezen zal opwekken. Dit is een cirkelredenering die niet te doorbreken is.

Bij filosofie had ik de sterke associatie met “denkwerk”. Ik had respect voor wat wij als mensen kunnen bereiken door goed na te denken maar ik meende dat filosofie mij niet veel verder zou kunnen brengen op het gebied van levensbeschouwing. Toen ik zelf nog een klassiek gelovige was, stelde ik filosofie gelijk aan menselijke arrogantie waarbij de mens zich op Gods troon plaatste. Ook vanuit ECIW keek ik wat geringschattend op de filosofie neer. Want hoe je het ook wendt of keert, ons denken is altijd beperkt doordat het gebaseerd is op de illusoire droomwereld. Maar weet ik dat zeker of getuigen uitspraken over “droomhersenen” en “een droomwereld” ook slechts van geloof? Geloof in de metafysica uit het tekstboek van ECIW? Dan ben ik goed beschouwd geen haar beter dan de klassieke gelovige die iets uit Koran of Bijbel voor waar aanneemt en dit gebruikt als maat om van alles te beoordelen. Als ECIW-gelovige val ik in dezelfde categorie als de islamiet en de christen.

Als we als ECIW-studenten alleen het tekstboek zouden hebben dan zouden we inderdaad blijven hangen op het niveau van de gelovige. Een kenmerk van religie is dat een echte discussie erover niet mogelijk is. Over geloof valt weliswaar te twisten maar je komt niet tot een vergelijk omdat elke partij hardnekkig vasthoudt aan zijn eigen standpunt. Het elegante van filosofie is dat het hypotheses biedt waar wél over gediscussieerd kan worden. Hierdoor kan een filosofische stelling verworpen-, aangepast- of steeds verder verfijnd worden. Toch schuilt er een kern van waarheid in mijn bezwaar dat je het niveau van het denken hiermee niet kunt overstijgen. Het grappige is dat sommige filosofen aanvoelen dat er “iets” is waar de rede tekort schiet en dat hierbij niet sprake is van iets zuiver subjectiefs maar van een soort universele doch ongrijpbare waarheid. Je komt dan op zaken als ethiek, esthetiek en kunst. Ook hier schiet ons oordelende verstand tekort terwijl men toch haarfijn “aanvoelt” dat het daarmee niet allemaal als irrelevant of als onzinnig kan worden afgedaan.

De ultieme vraag voor gelovigen, filosofen en eigenlijk ieder mens is de vraag wat het betekent om dood te gaan. De gelovige gaat er bij deze vraag toe over iets stelligs te beweren. Als je goed hebt geleefd of een bepaald dogma hebt aangenomen zou je na je dood in de hemel komen waar je eeuwig verder kunt leven. Weer geldt dat als je heel eerlijk bent dit eerder een “hoop” is dan een zekerheid. Het eerlijke antwoord blijft dat de gelovige niet weet wat er na de dood gebeurt. Hetzelfde geldt voor de filosoof. In zijn boekje “Ultieme Vragen” schrijft de Engelse filosoof Bryan Magee in de laatste alinea:

“Zo blijft het een onbeantwoorde en onbeantwoordbare vraag wat er met ons zal gebeuren. Niemand weet het, en niemand zal het ooit weten, zelfs degenen die op het punt staan te overlijden. Ik kan alleen hopen dat als mijn tijd komt mijn nieuwsgierigheid het zal winnen van de angst hoewel het zeer wel mogelijk is dat ik me dan voel als iemand wiens lantaarn uitgaat en dan opgeslokt wordt door duisternis terwijl hij net dacht dat te vinden waarnaar hij op zoek was”.

Magee spreekt hier over doodsangst. Geconfronteerd met deze angst blijkt wat ons dogmatisch geloof en onze conceptuele filosofie waard is. Mijn antwoord op deze vraag is: “weinig”. Oog in oog met de aanstaande dood van ons fysieke lichaam vallen theorietjes, theologietjes en filosofietjes door de mand. Dan blijkt dat we de dood niet begrijpen en niet weten wat ons te wachten staat. Ik kan nog niet anders dan me, als ik heel eerlijk ben, aansluiten bij de onzekerheid van Magee. Ook ik heb geen rotsvast geloof in de eeuwigheid van de ziel of van ons Zelf. De metafysica van ECIW overtuigt me voor 99% maar dat laatste procentje blijft knagen. Toch wil ik deze blog zo niet afsluiten. Ik wil, in lijn met de werkwijze van Jezus in ECIW, mezelf en anderen de mogelijkheid voorhouden om nu al iets te proeven van die tijdloze “universele ervaring” waar ECIW toe oproept.

Want wat gebeurt er als we ons niet beperken tot het tekstboek van ECIW maar ook de werkboeklessen en vooral onze vergevingsoefeningen doen? We laten dan vastgeroeste concepten en geloof in grenzen, ruimte en tijd oplossen door liefde. Dan blijkt dat we helemaal niet zoveel verschillen van de meer mystiek ingestelde gelovige die zich laat inspireren door de liefde van Allah, Heilige Geest, de Vader en Jezus. En we ontmoeten dan ook de filosoof aan die stilvalt en zich verwondert over de diepgang van een kunstwerk. Hier voelen en ervaren de gelovige, de filosoof en de ECIW-student iets ongrijpbaars, iets “hogers” wat niet in woorden gevat kan worden maar daarom niet minder echt en waardevol voor ons allemaal is. Steeds blijkt dat we iets wonderlijks ervaren als we ons niet laten leiden door oordelen en denkwerk. We kunnen ons gedragen voelen door “iets” zonder dat we dit nader kunnen benoemen.

Deze universele ervaring heeft te maken met liefde en zachtheid en het blijkt zich uit te kunnen breiden in ons leven. Deze mildheid laat zich niet toe-eigenen door welk geloof, welke filosofie of visie dan ook. Ze komt daar waar liefde geschonken wordt in plaats van oordeel. Ze troost de gever evengoed als de ontvanger. Deze stromende liefde lost langzaam maar heel zeker alle angst en pijn op. Ik hoop dat de kracht van die liefde nu reeds een levende steun en troost voor ons mag zijn. Wellicht wordt door deze liefde een vage herinnering sterker. Een herinnering die zich niet laat vangen in woorden maar die ons doet glimlachen en vertrouwen dat er straks als we het lichaam bedanken en afleggen geen “opslokken door de duisternis” is maar een “welkom geheten worden door liefde”.

Boosheid vanuit stilte waarnemen?

Soms lees ik berichten van medestudenten die vertellen over de heftige dingen die ze meemaken. Onlangs las ik een verslag van een lieve zuster die vertelde hoe ze had geschreeuwd tijdens ruzies, met voorwerpen had gegooid, gehuild etc maar alles gadegeslagen vanuit de stille en onbewogen getuige. Ik merkte dat dit wat dubbele gevoelens bij me opriep.

Enerzijds geeft ECIW helemaal geen richtlijnen voor zogenaamd juist gedrag. En het klopt dat in bewustzijn van alles kan oprijzen en dat zo’n beetje elk spiritueel pad wijst op het omarmen van wat zich ook maar voortdoet. Het afwijzen van boosheid, angst, verdriet enzovoorts werkt immers niet helend en versterkt het kritische ego dat beweert te weten hoe een spiritueel persoon zou moeten zijn.  Anderzijds merk ik toch dat ik me niet goed kan voorstellen dat iemand die vervuld is van liefde als een briesende woesteling tekeer blijft gaan. In de Bijbel staat zo mooi dat je een boom herkent aan zijn vruchten. Groeien er vruchten van blinde razernij aan de boom van liefde?

In werkboekles 155 staat de volgende alinea:

“Er is een manier om in de wereld te leven die niet van deze wereld is, ook al lijkt ze dat wel te zijn. Je verandert niet van uiterlijk, hoewel je vaker glimlacht. Je voorhoofd is sereen, je ogen staan rustig. En degenen die door de wereld gaan zoals jij herkennen hun gelijken. Maar ook degenen die de weg nog niet hebben gezien herkennen jou, en geloven dat jij bent zoals zij, zoals je vroeger was.”

Die vredige glimlach wordt vaker vermeld in ECIW. Het is een glimlach die inderdaad aantrekkelijk is. Ik moet denken aan Adyashanti en Mooij. Wat een mooie uitstraling hebben zij! Maar hoe zit het nou? Is het enige wat ECIW oplevert dat we gaan leren vanuit stilte waar te nemen hoe we blijven rondbuitelen in de mallemolen van ons leven? Of mogen we toch iets anders verwachten?

“Het antwoord” weet ik natuurlijk ook niet en een zo-zit-het-mening zou ook niets toevoegen aan de kwestie. In mijn beleving is het echter goed om hier toch aanvankelijk onderscheid te maken tussen leerweg en doel van deze weg. Tijdens ons leerproces hier in de droom is eerlijkheid het handigst. Als je boos bent dan ben je boos, als je schreeuwt dan schreeuw je enzovoorts. Ik herken me niet zo erg in de broeders en zusters die al schreeuwend en tierend aangeven dat ze alles vanuit de stille getuige gadeslaan. Die stille getuige is gewoonlijk even een ommetje aan het maken als ik koppie onder ga in de situatie. Na afloop komt ie wel weer terug en dan nodigt hij me uit om de vergevingsoefening te doen en mijn boosheid, frustratie, schuldgevoel etc te laten helen door liefde.

In mijn ervaring worden oude reactiepatronen gelukkig wel langzaam maar zeker genezen door deze routine van vergeving. Het gebeurt dan, anders gezegd, gewoonweg minder vaak dat ik kopje onder ga. Pas dan kan ik zien hoe de impuls tot bijvoorbeeld het aangaan van een felle discussie opkomt maar dat ik nu de mogelijkheid heb om hier niet in mee te gaan maar rustig met beide voeten in liefde kan blijven staan. Zaken die voorheen steevast leidden tot een flinke emotionele buiteling verliezen langzamerhand hun lading. De glimlacht die op mijn gezicht verschijnt is dan oprecht en geen verkrampte grimas van ingehouden woede.

Pas las ik ook zoiets in The Way of Mastery. Het aanvaarden van alle ervaringen die zich voortdoen, dus ook die vanuit het ego, en het consequent naar het licht brengen hiervan zorgt ervoor dat je ontdekt dat er steeds minder situaties lijken plaats te vinden waarbij je gaat buitelen. Dit alles zonder moeite en zonder geforceerdheid. Het grappige is dat ik merk dat nog ongeheelde kwesties zich telkens opnieuw aandienen om mij de gelegenheid te bieden de denkgeest te openen voor genezing. Zo sprak ik enkele dagen geleden een aardige ex-collega waar ik vroeger pittige discussies mee had. Wederom bood hij me de gelegenheid deze discussie-fuik in te zwemmen maar ik zag nu eindelijk de keuze die ik hierin had. Ik wilde niet langer de verharding die het zou opleveren, de tweeheid en gunde hem zijn opvatting door rustig vast te stellen dat we gewoon een verschillende mening ergens over hadden.

Het stemt me hoopvol en blij om te zien hoe diep vergeving werkelijk kan genezen. Zelf zou ik niet blij worden van het vooruitzicht op onveranderd koppeltjeduiken in ruzies en twisten met een toekijkende stille getuige. Ik herken dit samengaan van stilheid en woede ook niet. Waar stille liefde verschijnt verdwijnt in mijn beleving het duister juist. Wellicht ervaren andere broeders en zusters dit anders, laat maar gerust weten! Ik wil geen recept geven van “zo doe je het fout en zoals ik het beleef is het juist”. Ieder zijn of haar weg!

Hartegroet,

Simon