Zonen en Zoon

einde der tijden

Zolang we de droom van afscheiding dromen zien we vooral verschillen en grenzen. Het is dan ieder voor zich. De gevolgen hiervan zijn overduidelijk in onze wereld en vertalen zich naar de manier waarop we omgaan met elkaar, met dieren en met het milieu. De non-duale boodschap die Jezus ons in de Cursus aanreikt is hard nodig. Het is een boodschap van verbondenheid, gerichtheid op eenheid, gerichtheid op relaties, op elkaar.

Het is dus belangrijk dat we gewezen worden op eenheid. Het is belangrijk dat we leren dat we als het ware verenigd zijn in één lichaam, het lichaam van Christus. Vanuit onze angst projecteren wij grenzen tussen mensen (en dieren en volkeren enzovoorts). Deze grenzen zijn denkbeeldig en doen geen recht aan de verbondenheid van allen en alles. Als Zonen vormen wij het Zoonschap en worden we in de Cursus aangesproken als Zoon, enkelvoud.

Het rijke van de Cursus is dat we zowel in het enkelvoud, Zoon, als in het meervoud, Zonen, aangesproken worden. Dit raakt dat diepe mysterie waar we met ons denken niet bij kunnen. We zijn als Zelf een schepping van God en zien Broeders die ook Zonen zijn van onze Vader en die toch één zijn met ons. Wij menen dat we moeten kiezen: wat is het nou, enkelvoud of meervoud?

Medestudenten die, zoals ik het zie, doorslaan in hun non-duale visie zien natuurlijk ook die meervoudsvormen staan in de Cursus. Er wordt dan besloten dat Jezus niet precies opschrijft wat hij bedoelt maar ons toespreekt op het niveau waarop we ons menen te bevinden. Het is gewoon een kwestie van tijd en dan vallen alle denkbeeldige verschillen als symbolen weg en zijn we één met God. Uiteindelijk krijgen we dan de wederkomst. Hiervoor gebruikt de Cursus die prachtige mysterieuze taal (vlak voor werkboekles 300):

De Wederkomst is de enige gebeurtenis in de tijd waarop de tijd zelf geen invloed heeft. Want ieder die ooit kwam om te sterven, of die nog komen zal, of nu aanwezig is, wordt gelijkelijk bevrijd van wat hij heeft gemaakt. in de gelijkheid wordt Christus hersteld als één Identiteit, waarin de Zonen van God erkennen dat zij allen één zijn. En God de Vader glimlacht naar Zijn Zoon, Zijn ene schepping en Zijn enige vreugd.

Meervoud en enkelvoud (Zoon en Zonen) samen in een alinea. De Zonen, wij dus, erkennen dat we de denkbeeldige grenzen zelfbedacht hebben en dat deze niet echt zijn. We erkennen dat we alleen één zijn en naar die mysterieuze vereniging, die ene schepping, kijkt onze Vader met vreugd.

Ik lees graag stukjes van Tony Parsons, een eigentijds leraar die met ander taalgebruik over hetzelfde spreekt. Het publiek begrijpt niks van hem. Hij ervaart niet langer een gevoel van afgescheidenheid en toch lijkt er iemand voor de groep te zitten. “Apparently”, zou hij zelf hierover zeggen. Of “it’s a mystery”. We begrijpen het niet. Hij weet dat hij geen stoel is en toch ziet hij green grens.

Dit is ons mysterieuze voorland. We zullen ontwaken in eenheid en geen grenzen meer ervaren tussen onze Vader en Broeders. Maar toch zullen we ons-Zelf niet verwarren met Hen. We zijn zowel Zonen als één Zoon. Voor ons aardse denken is dit heel ongemakkelijk. Die absolute eenheid is lekker eenduidig en het klinkt zo logisch. Die meervoudigheid moet onzin zijn, die anderen die we menen te zien moeten onze projectie zijn. Wonderen moeten slechts de correctie van onze eigen perceptie zijn: er is geen wereld, er zijn geen anderen, er is geen van ons onderscheiden Heilige Geest die toch wonderlijk één met ons is.

Maar toch. Deze verbeten focus op eenheid is niet nodig in het mysterie van de Schepping van onze Vader. We (!) hebben een rol om deze verbondenheid in mysterieuze eenheid te ontdekken. Geniet met open denkgeest met me mee van de laatste alinea van de wederkomst:

Bid dat de Wederkomst spoedig mag zijn, maar laat het daar niet bij. Ze heeft jouw ogen en oren en handen en voeten nodig. Ze heeft jouw stem nodig. En bovenal behoeft ze jouw bereidwilligheid. Laten we ons erin verheugen dat we Gods Wil kunnen doen, en ons verenigen in het heilig licht daarvan. Zie, de Zoon van God is één in ons, en door Hem kunnen we de Liefde van onze Vader bereiken.

Ik ben er voor je!

I M Here For You Quotes Will Smith Quote “I Love You And I'm Here For You.” (5 Wallpapers

Enkele jaren geleden volgde ik een cursus non-duaal coachen bij Alexander Zöllner. De naam hiervan lijkt al direct met zichzelf in tegenspraak. Wat zou er immers te coachen vallen binnen eenheid? Eenheid heeft niks nodig en heeft genoeg aan zichzelf. De term coachen suggereert dat er iets gefikst zou moeten worden. Dat is toch onzin als alles één is?

Hoe gaat dit non-duale coachen dan in zijn werk? De basis wordt gevormd door liefdevolle aandacht. Een gerichtheid op wat de hulpvrager je vertelt, zonder oordeel of veroordeling. Je luistert naar alle ego-kwesties die naar voren worden gebracht en je ziet, proeft en doorleeft de ellende waarin die ander meent te zitten. Jij echter, als hulpverlener, laat je niet vangen door de vermeende toestanden. Het is een soort meeleven zonder gevangen te raken in de droom van de hulpvrager. Nu terug naar de twee visies op onze Cursus in Wonderen waar ik momenteel veel aandacht aan besteed in m’n besloten Facebook-groep (ECIW-coach). Eerst de visie van Wapnick:

“God is zich niet bewust dat Zijn Zoon in slaap is gevallen. God zou niet eens afweten van de afscheiding. Als God zou afweten van die ‘kleine, gekke gedachten waarover de Zoon vergat te lachen” dan zou hij ook de wereld als echt beschouwen”.

Nu de visie van de Circle:

“God weet dat Zijn Zonen in slaap zijn gevallen. Hij weet dat ze zo Zijn Liefde en geluk niet ontvangen en deze ook niet doorgeven. God weet echter niet van de specifieke inhoud van hun dromen”

(Uit: One Course, Two Visions p 5,6)

Nu de parallellen en de verschillen met het non-duale coachen waar ik mee begon. Wapnick staat op het standpunt van de absolute non-dualiteit. Er is in wezen niks gebeurd en God zit onbewogen op zijn troon. Omdat er niks gebeurd is hoeft Hij ook niks te doen en kan Hij gewoon stoïcijns doorgaan met God te zijn. Hij hoort onze hulpvraag niet omdat deze niet echt is. Er is ook geen enkele actie van Zijn kant nodig. Als we mazzel hebben dan herinneren we Hem op een goede dat (deze herinnering zou dan de Heilige Geest zijn).

Dan de overeenkomst tussen de visie van de Circle en het non-duale coachen. Onze God, zoals de Circle deze ziet, is meer dan een coach, Hij is onze Vader. Net zoals de coach echter hoort hij onze wanhoop en voelt Hij onze eenzaamheid. Maar net als de menselijke non-duale coach laat God zich niet foppen door de specifieke inhoud van die droom. Hij weet dat we om de verkeerde redenen huilen. Hij biedt ons Zijn liefdevolle aandacht in de vorm van de Heilige Geest. Dit is onze Trooster. Geen Trooster die meehuilt als we een financiële strop hebben en die ons de dag erna de loterij laat winnen. Wel een Trooster die ons liefdevol en begripvol onze tranen hierover laat huilen en dan aan ons vraagt: “Maar waar huil je nu écht om? Wat is je échte vraag?”.

Nu naar onszelf. Waarom besteed ik de laatste tijd hier zoveel aandacht aan? Omdat sommigen of mogelijk wel velen van ons zijn gaan geloven in het Godsbeeld van Wapnick en we daarmee de Vader die Jezus ons in de Cursus laat zien uit het oog zijn gaan verliezen. We zijn daarmee zelfgerichte therapeuten geworden die gepreoccupeerd dreigen te worden door slechts één deel van onze functie. Terwijl die ander onze hulp vraagt zijn wij alleen maar bezig met het vermijden van de valkuil. We proberen te voorkomen dat we meegezogen worden in het verhaal van die ander. Op zich is dit goed. Maar als we dan de lijn van Wapnick volgen dan kunnen we doorslaan en menen dat er helemaal geen ander is. Er is dan geen sprake van liefdevolle aandacht voor een echt medemens maar slechts een eenzijdige gerichtheid op ons eigen welbevinden. Voel je het? Ja, we hoeven die droom van een ander niet serieus te nemen. Maar alsjeblieft, zie dat daar een echte broeder zit die van jou het wonder van liefdevolle aandacht vraagt! De aardse coach stuurt ons na een uur ook niet weg met de mededeling dat de sessie succesvol was omdat hij zich nu zelf beter voelt. Nee, hij neemt weliswaar de ego-verlangens van de ander niet serieus maar hij is zeer bewogen en gericht op de vraag naar liefde van zijn client. Zó is God, onze Vader, en zó mogen wij ons opstellen om onze functie te vervullen en waarlijk behulpzaam te zijn. En ja, dit is ook voor ons de enige weg naar geluk.

Les 301

En God Zelf zal alle tranen wissen.

Vader, als ik niet oordeel, kan ik niet in tranen zijn. Noch kan ik pijn lijden, of voelen dat ik verlaten ben of overbodig in de wereld. Omdat ik er niet over oordeel, is dit mijn thuis, en daarom is het alleen maar wat U wilt. Laat me de wereld vandaag onveroordeeld zien, door blije ogen die door vergeving van elke vervorming zijn bevrijd. Laat me Uw wereld zien in plaats van de mijne. En alle tranen die ik vergoot zullen vergeten zijn, want hun bron is verdwenen. Vader, ik zal geen oordeel vellen over Uw wereld vandaag.

Gods wereld is gelukkig. Zij die ernaar kijken, kunnen er enkel hun vreugde aan toevoegen en haar zegenen als reden tot nog meer vreugde in hen. We waren in tranen, omdat we niet begrepen. Maar we hebben geleerd dat de wereld die we zagen onwaar was, en we zullen vandaag Gods wereld zien.

Het mysterie van eenheid in relatie

eenheid en relatie

Binnen onze duale droom zijn dit twee woorden die elkaar lijken uit te sluiten. Voor een relatie heb je tenminste twee personen nodig terwijl dit in eenheid niet kan bestaan. Jezus in de Cursus deelt ons ongemak niet. Zo spreekt hij over de Heilige Drie-eenheid en over een Heilige Relatie. Hierbij is steeds sprake van zowel meerdere personen (of wezens) als van eenheid. Zijn deze personen verschillend van elkaar? Nu loopt ons denken vast. Bij het woord “verschillen” kunnen wij niet anders dan denken aan bepaalde vormen, en deze heb je niet in tijd- en ruimteloze eenheid. Zijn de personen dan innig verbonden met elkaar? Dit lijkt toch weer te zwak uitgedrukt. Het woord “individu” is ook al zo raar: ondeelbaar, maar toch onderscheiden van andere individuen. We snappen het niet en hoeven het ook niet te snappen. We mogen Jezus in de Cursus op zijn woord nemen en het mysterie laten rusten in onze denkgeest. Het beste wat we kunnen doen is voorkomen dat we doorschieten naar één van de twee uitersten. Hiertoe neigt ons ego gewoonlijk.

Het bekendste is doorschieten in het belang van echt duale relaties waarin sprake is van verschil en van onderscheid. We plaatsten God buiten en los van ons en doen dit ook met anderen. Vervolgens gaan we ons best doen om iets moois te maken van deze duale relaties. We willen God tevreden stellen middels goede werken, we willen Hem en elkaar niet boos maken, we gaan Hem en andere mensen proberen te verleiden om ons liefde te geven omdat we vergeten zijn dat we ondeelbare liefde zijn.

Het andere uiterste is doorschieten in non-dualiteit. Dit is vooral een risico voor studenten die al langer met de Cursus bezig zijn. De absolute eenheid heeft namelijk iets heel aantrekkelijks voor ons. We denken aan een soort universele baarmoeder waarin we warm en vredig zweven, één met alles en los van de boze buitenwereld. We gaan in ons leven nu alles door deze eenzijdige non-duale bril beoordelen. Het onbegrijpelijke onderscheid tussen God en zijn Zoon (wij dus) valt hierbij weg en we denken dat we één zijn met God. We vergeten hiermee de echtheid van het verschil tussen Schepper en Schepsel. Ook reduceren we de Heilige Geest tot ondeelbaar deel van ons eigen geheugen. Hij wordt onze herinnering aan God in plaats van Iemand die ons aan God herinnert. Zie je dat subtiele verschil? Tenslotte zien we anderen niet langer als een (onbegrijpelijk maar waar) “andere” Zoon van God maar als een projectie in onze denkgeest. De ander die zo wonderlijk één is met ons verliest hiermee zijn echtheid als persoon.

Dit alles kan onbelangrijk lijken maar het heeft grote gevolgen voor onze studie van de Cursus. Als we doorslaan naar het extreme non-duale standpunt dan zien we elke relatie als een nep-relatie. We kunnen niet echt hulp vragen aan de Heilige Geest maar slechts ons best doen om ons de eenheid te herinneren. Andere mensen worden gereduceerd tot projecties van onszelf die onze gemoedsrust kunnen verstoren. Ze zijn niet echt en we richten ons op het wegnemen van die storende projectie middels vergeving. Herken je deze neiging? Zie je dat het aanhangen van dit extreme standpunt als het ware het leven, het mysterie uit de Schepping perst? We stevenen af op een naar binnen gekeerde zelfgerichtheid. Het doel wordt een grote zeepbel waarin we nu zogenaamd als Zelf (lees spiritueel ego) rondzweven met buiten onze spirituele baarmoeder die pijnlijke droomwereld vol met mensen die onze gemoedsrust vroeger verstoorden.

De Cursus geeft ons de uitweg: het is én een kwestie van onze perceptie laten corrigeren door de Heilige Geest (de betekenis van het woord wonder dat het minst vaak voorkomt in de Cursus) áls van het uitdrukken van onze liefde naar onze broeders en zusters (wonderen als expressie van liefde), ook onder leiding van de Heilige Geest.

Iets anders geformuleerd nu. De kans bestaat dat we bij een te eenzijdige focus op eenheid de relaties uit het oog verliezen. We worden dan ik-gericht en daarmee op ontvangen gericht. “Ik wil gelukkig zijn, mijn perceptie moet veranderen”. Onderzoek je denkgeest en kijk of je die focus op eigen geluk, die zelf-gerichtheid, herkent. Voel je niet schuldig als dit zo is maar wees blij dat je hiervan genezen kunt middels dat wonderlijke fenomeen “relatie”. Bid tot Jezus en de Heilige Geest en besef diep van binnen dat je jezelf niet voor de gek houdt. Het zijn geen symbolen maar echte personen met kracht en liefde. Ze herkennen elke ego-gerichtheid in jouw hulpvraag en transformeren die naar je echte vraag; de vraag om liefde in relatie. En richt je liefde op je broeders en zusters door de liefde van de Heilige Geest onder Zijn leiding naar hen te laten stromen. Dit is de meest voorkomende betekenis van het wonder zoals genoemd in de Cursus. Dit is de betekenis van geven en ontvangen zijn in waarheid één.

Sta jezelf die waarheid en vreugde toe, het mysterie van eenheid in verbondenheid, waarheid en liefde. Laat de liefde zijn en laat de liefde stromen.

Ben jij slechts een projectie van mij?

toon mijn liefde

Vanuit ons duale denken kunnen we niks met een scheppende God. Zodra God aan de slag gaat en iets schept moeten er toch twee zijn? Dat kan toch niet anders? Toch leren we uit de Cursus dat God schept. Met Zijn scheppingen is iets geks aan de hand. Ze zijn één met God, maar toch niet aan God gelijk. Hij is immers de Schepper en wat Hij schept zijn schepselen. Als Zoon van God zijn wij op wonderbaarlijke wijze één met onze Vader, maar toch is Hij de Oorzaak en wij zijn van Hem afgeleid. Er lijken er dus nu twee te zijn, maar toch zijn ze in werkelijkheid innig verbonden en vormen ze een eenheid. Houd deze, voor ons, onmogelijke mogelijkheid even in gedachten.

Want er is meer. God schiep niet alleen Zijn Zoon maar ook de Heilige Geest. Hiervoor geldt precies hetzelfde als voor de Zoon. Ook hier het wonderlijke fenomeen dat God een wezen schept dat onderscheiden is van Hemzelf maar toch een eenheid met Hem vormt. Ook hier kunnen we niet met ons denken bij maar de term Drie-eenheid is geen verzinsel van de kerk en wordt genoemd in de Cursus. (bijv T3 II-5: De Zoon van God is een deel van de Heilige Drie-eenheid, maar de Drie-eenheid Zelf is één. Er is geen verwarring binnen de Niveaus hiervan, omdat Zij één van Denkgeest en Wil zijn.)

De Drie-eenheid is dus een mysterie in zichzelf waar wij onze hersentjes op kunnen laten stuklopen. Echt begrijpen doen we het niet maar we blijken wel in staat om op twee manieren de plank mis te slaan. De bekendste voor ons is ons vertrouwde geloof in dualiteit. Daarmee maken we onszelf van God los en komen zo terecht bij het klassieke Godsbeeld. Hierbij zijn wij zondig en is God boos. Enfin, dit verhaal ken je wel. Een minder bekende manier bestaat uit het andere uiterste: we ontkennen hierbij in feite de “Drie” van de Drie-eenheid en proberen nu alles te zien vanuit de bril van eenheid. Met alle respect voor de persoon van Ken Wapnick en het werk dat hij heeft gedaan, komt deze visie op de Cursus vooral van zijn hand. In Nederland is kritiek uitoefenen op de visie van Wapnick totaal not-done. Dit geldt overigens voor iedere vorm van kritiek wat door bezorgde Cursus-studenten (te) snel gezien wordt als een aanval en het begin van verdeling en onrust. Jezus zelf ziet kritiek echter niet zo, zoals bijvoorbeeld blijkt uit zijn kritiek op Freud in de oorspronkelijke Cursus-tekst die hij doorgaf aan Helen Schucman (zie bijvoorbeeld ACIM Complete and Annotated edition). Hij weet dat woorden symbolen van symbolen zijn maar toch doet hij zijn uiterste best om ook de metafysica van de Cursus zo duidelijk en ondubbelzinnig mogelijk aan ons te beschrijven.

Terug naar het doorslaan richting de eenheid en de daarbij behorende afkeer van het mysterie van grenzeloze meervoudigheid. In de Cursus wordt de Heilige Geest duidelijk omschreven als het derde lid van de Drie-eenheid. Ook hier dat mysterie van een Zelf binnen eenheid, net als bij de Zoon. De Cursus spreekt uitvoerig over de taak van de Heilige Geest (zie: Handelt de HG echt in de wereld, als pdf te downloaden vanuit de FB groep ECIWcoach). Wapnick ziet de HG als symbool waar wij voorlopig nog gebruik van maken. Hij zou onze herinnering aan God zijn, maar dit is toch echt wat anders dan een Schepping van God die ons helpt herinneren.

Hetzelfde is aan de orde met de broeders en zusters die wij binnen deze droom samen met ons rond zien wandelen. De Cursus zelf doet hier niet moeilijk over en geeft aan dat er sprake is van dezelfde wonderlijke meervoudige eenheid als in de Drie-eenheid. Er is sprake van Zonen (denkgeesten, communicatiekanalen, kinderen, Zoonschap enz) binnen de ene Zoon van God. Elk van deze zonen leidt aan geheugenverlies en is vergeten dat hij innig verbonden is met de andere zonen die hij ziet en met God. Maar ook hier dat mysterie: innig verbonden: ja, een ongedifferentieerde eenheid: nee. Ook hier de twee gevaren van de uitersten. De eerste is ons weer welbekend: we denken toch dat we speciaal zijn en anders (meer / minder) dan anderen. Nee, we zijn als één verbonden en onafscheidelijk van ieder die we zien. Bij het andere uiterste wordt het een heel ingewikkeld verhaal. Uiteindelijk komt het er op neer dat degene die jij tegenover je ziet staan niet bestaat. Hij is slechts een projectie in jouw denkgeest.

Nu wordt duidelijk waarom een precies begrip van de Cursus wel degelijk belangrijk is. Want als je iemand anders ziet lijden en die ander bestaat geeneens dan hoef je niks anders te doen dan te sleutelen aan jouw projectie zodat je weer heerlijk innerlijke vrede ervaart (Voilá: Foundation for Inner Peace). Maar wat als er toch, in eenheid, een werkelijke ander is? Een ander die, net als jij, meent dat hij afgescheiden is van jou en van God? Dan gaat het niet slechts om het veranderen van jouw perceptie maar kun je werkelijk behulpzaam zijn voor je broeder. Dan corrigeer je niet slechts een vergissing in je denkgeest maar kun je liefde laten stromen. Want door die liefde te laten stromen ervaar je dat je liefde bent. Er is geen noodzaak voor stromende liefde in niet-scheppende eenheid. Scheppen is het stromen van liefde van Schepper naar scheppingen en tussen scheppingen onderling (Voilá: Circle of Atonement). En, halleluja, je kunt hulp vragen aan de Heilige Geest en aan Jezus. Niet als voorlopig surrogaat omdat je nog zo infantiel bent dat je de waarheid niet aankunt, maar omdat dit waarheid is.

Ons doorslaan in geloof in de afgescheidenheid van de schepping en binnen de schepping gaf ons de angst voor een wraaklustige God. Ons doorslaan in geloof in een niet echt scheppende God geeft ons een naar binnen gekeerdheid, een stoïcijnse Vader, een symbolische Jezus en Heilige Geest en uiteindelijk geprojecteerde broeders en zusters.

Vraag ik je nu om mij te geloven of om partij te kiezen tegen broeder Wapnick? Roep ik nu op tot verdeeldheid in Cursus-land? Nee, ik suggereer dat de boodschap van de Cursus eenvoudiger en liefdevoller is dan je misschien bent gaan denken. Nodig broeder Jezus uit om je te helpen bij het lezen ervan, vraag de kracht van de Heilige Geest en de liefde van onze Vader. Want wie geeft Zijn kinderen nu stenen als ze om brood vragen?

Mijn geluk!

mijn gelukZeg eens eerlijk; is er iets wat je belangrijker vindt dan jouw geluk? Zelfs indien je reageert met het belang van geluk voor je kinderen of geluk voor het milieu dan nog geldt dat dit het is wat jou gelukkig maakt. In de laatste blogs schreef ik over de fixatie op ons eigen geluk wat zich in Cursus-kringen kan manifesteren als spiritueel navelstaren. Kijk eerst eens hoe we hierop reageren vanuit ons ego. We kunnen ons aangevallen en gecorrigeerd voelen en afhaken omdat we niet zitten te wachten op teksten van een wereldverbeteraar tijdens onze niet-materiele en spirituele reis. Als dit je neiging is, houd dan svp nu toch even vol! Een andere reactie kan zijn dat we onszelf egoïstisch en schuldig voelen en besluiten toch wat meer aandacht te besteden aan anderen door onze aandacht naar buiten te richten. Als dit ook al niet deugt, gezien het voorbeeld van aandacht voor kinderen en milieu, wat blijft er dan nog over?

Gelukkig is er de werkboekles van vandaag die wel degelijk wijst op het heerlijke geluk wat we kunnen zien als onze ogen opengaan en we middels een perceptieverandering ons niet langer doodstaren op de angstaanjagende en pijnlijke droom “werkelijkheid” die we zelf hebben gemaakt. Het ego zucht opgelucht. Dus toch! Het is toch uitsluitend een kwestie van perceptieverandering, de focus ligt toch op dat geluk in mij en ik word toch helemaal niet opgeroepen om me meer naar buiten te richten. Wat kletst de schrijver van deze blogs toch steeds?

De clou zit hem in de diepe Cursus-wijsheid dat geven en ontvangen te diepste één zijn. Want laten we nog eens kijken naar de werkboekles van vandaag. De Cursus nodigt ons uit om onze ogen te openen en de visie van Christus tot ons te laten komen. Dit zal leiden tot Gods correctie van wat we zien. En ja, dit leidt tot een verandering van perceptie: je zoekt en ziet je geluk in het nu. Maar dan komt het. Het Goddelijke “venijn” zit hem in de staart. Kijk maar:

“Les 290

Mijn geluk nú is al wat ik zie.

Tenzij ik kijk naar wat er niet is, is mijn geluk in het nu al wat ik zie. Ogen die beginnen open te gaan, zien ten langen leste. En ik wil graag dat nog deze dag de visie van Christus tot mij komt. Wat ik waarneem zonder Gods eigen Correctie van het zicht dat ik heb gemaakt, is angstaanjagend en pijnlijk om aan te zien. Maar ik wil niet toestaan dat mijn denkgeest nog een ogenblik langer wordt misleid door het geloof dat de droom die ik gemaakt heb werkelijk is. Dit is de dag waarop ik mijn geluk in het nu zoek en naar niets anders kijk dan waarnaar ik zoek.

Met dit besluit kom ik tot U en vraag Uw kracht om me vandaag te steunen, terwijl ik er louter naar streef Uw Wil te doen. U zult mij zeker horen, Vader. Wat ik vraag hebt U me al gegeven. En ik ben er zeker van dat ik vandaag mijn geluk zal zien.”

 Zie je dat vetgedrukte zinnetje? Dat is nu net niet wat ons ego wil lezen in deze les. De zin loopt toch ook keurig door als we het zouden weglaten? Maar nee, het staat er: Terwijl ik er louter naar streef Uw Wil te doen. Maar Gods Wil voor mij is toch louter geluk? Ja, Goddank! Maar ook Goddank dat de Cursus ons leert dat geven en ontvangen in waarheid één zijn. Is dit zo nieuw voor ons? Nee, getuige de wijsheid van de lieve broeders en zusters die erop wezen dat ze gelukkig zijn door geluk te gunnen aan anderen of aan een groter doel. Want hier daagt het besef dat “eigen” geluk inderdaad toeneemt door te geven. En dat geven hoeft zich niet te beperken tot het aanbieden van onze veranderde perceptie. Het is zo subtiel. Net zoals de betekenis van het wonder in de Cursus in Wonderen zowel een veranderde perceptie is als het aanbieden van wonderen aan anderen (en dat kan gewoon zijn door het doen van alledaagse dingen) is, zo vinden we ons eigen geluk door ons te bekommeren om het geluk van anderen.

Want wat is die Wil van God? De Wil van God is dat Zijn Liefde mag stromen door ons heen naar onze broeders en zusters. Dat maakt Hem gelukkig! Ik citeerde eerder T4, VII (Schepping en communicatie) 6:46:

Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn [Gods] vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren

Zie je hoe Zijn Geluk toeneemt? Dat gebeurt als zijn kanalen (wij dus!) ons openen zodat zijn liefde kan uitvloeien. Zo in de Hemel, alsook op de aarde; zo bij God, zo bij ons. Ons geluk is niet compleet als we niet mee-geven met God. Het is zo’n heerlijke boodschap. Hoe worden we gelukkig? Door Zijn Liefde te delen met onze broeders en zusters. Zo Goddelijk simpel.

Ik kan en wil niet zonder jou!

jezus met melaatse

Als twintiger bezocht ik een evangelische kerk. De liefde die ik daar ervoer werkte als een magneet op me. Toch raakte ik geblokkeerd door het beeld van een wraakzuchtige God; een God die het plaatsvervangend offer van Zijn Zoon Jezus nodig had om van ons te kunnen houden. Ik herinner me een gesprek met de voorganger. Een gedreven man met een grote baard en een gepassioneerd spreker. Uiteindelijk riep ik vertwijfeld uit: ik wil wel geloven, maar het moet wel wáár zijn! De geruststellingen van de lieve man werkten niet voor mij. Ik kon niet verder met het beeld van een wraaklustige God.

Na heel wat omzwervingen kwam ik terecht bij een Baptistengemeente. Weer zo’n warm bad. Ik besloot de waarheidsvraag maar te negeren en me te richten op de liefde van God waarover gesproken werd vanaf de kansel. Om mijn overgave aan deze liefde uit te drukken liet ik me dopen. Men vroeg me of ik een doopgetuigenis wilde geven, een verhaaltje over hoe ik tot mijn keuze voor Jezus gekomen was. Dit wilde ik niet. Ik wilde slechts één woord uitspreken op de vraag of ik Jezus had leren kennen als persoonlijke verlosser en heer. Eén woord: “JA”. Ik wist niet goed waar ik theologisch gezien nu precies “ja” tegen zei. Natuurlijk spookte de duistere beelden van een bestraffende God nog ergens in m’n achterhoofd. Daar kon ik ze echter een tijdje laten rusten terwijl ik trouw de kerkdiensten bezocht en Gods glorie bezong.

Mijn geestdrift was ook de predikant opgevallen. Uiteindelijk mocht ik zelfs “oudste” worden. Ik vond het een voorrecht om mijn Vader zo te mogen dienen. In de oudstenraad kon ik de weggestopte beelden niet meer ontlopen. Ik moest ongehuwd samenwonenden gaan corrigeren. Ik weigerde dit want ik zag er niks zondigs in. Ik moest meegaan in de afkeuring van homoseksuelen, ook al werd dit met een zo liefdevol sausje overdekt. Hetzelfde gold voor mensen die euthanasie wensten. Mijn allergie tegen het veroordelen kwam in alle heftigheid naar boven. Steeds klonk de volgende zin in mijn hoofd: God is liefde, in Hem is in totaal geen duisternis.

Na vertrek uit de Baptistengemeente en omzwervingen in Satsang-land kwam ik uit bij de Cursus. Wat een ontdekking. De liefde van de Vader die ik kende en de waarheid uitgelegd door Jezus. Het gaf en geef me onuitsprekelijke vreugde en blijheid om de onheilige drie-eenheid van zonde-schuld-angst steeds verder te ontmantelen als mijn projecties bedoeld om de liefde van mijn Vader niet te ervaren.

De zuivering bleek echter nog niet klaar. Een nieuw Godsbeeld schoof voor het licht van de liefde. Deze keer niet het beeld van een boze God maar dat van een neutrale God die niks van het gedoe in onze droom af wist. De droomwereld is een maaksel van onszelf maar in de diskwalificatie hiervan werd God teruggebracht tot ongedifferentieerd bewustzijn en Jezus en de Heilige Geest tot respectievelijk een behulpzame tijdelijke projectie en een voorlopige herinnering aan God. De noodzakelijke correctie van wat erg menselijke Godsbeelden schoot door en dreigde God van Zijn Liefde te ontdoen en tot een initiatiefloze abstractie te reduceren.

Doet het er überhaupt iets toe hoe we over God denken? Voor velen niet. In de kerk kon ik jaloers zijn op broeders en zusters die zich niet zo druk maakten over de christologie van een wraakzuchtige God. Ze voelden zich schoongewassen door het bloed van het lam en probeerden niet-gelovigen met alle goede bedoelingen ertoe over te halen zich bij hen aan te sluiten opdat ze ook gered zouden worden en na hun dood naar de hemel konden gaan. Gelukkig trekt de liefde van God zich weinig aan van ons rare geloof in bizarre concepten en zag ik ook hoe God door mensen werkt die hun hart aan hem toevertrouwen, zelfs als ze er, in mijn ogen, kromme denkbeelden op na houden. Hetzelfde geldt voor mijn medestudenten van de Cursus. Het geloof in een wat onbewogen God maakt dat sommigen voor zichzelf een zelfde mate van onbewogenheid proberen te bereiken. Last van lichamelijke klachten? Geen nood; ik ben niet dit lichaam. Onder de indruk van de ellende in de wereld? Laat je innerlijke hier niet door verstoren, het is immers allemaal maar een droom. Waar klassieke christenen proberen de liefde van God uit te drukken in de wereld zijn veel Cursus-studenten gefixeerd op het ervaren van een vredige denkgeest, wat er ook in die droomwereld gebeurt. Gelukkig werkt ook hier de liefde corrigerend. We kunnen een tijdje genieten van ons nieuwe laagje teflon waarlangs de ellende van de droom afglijdt maar uiteindelijk dragen we zo geen vrucht.

We mogen de Cursus opnieuw en met frisse blik lezen en ons bevrijden van het beeld van een onbewogen God wat helaas binnengeslopen is in Cursus-kringen. Want wat staat er bijvoorbeeld in T4, VII (Schepping en communicatie) 6:46?:

Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn [Gods] vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.

Dit betekent niet dat we hoeven terug te vallen op een te menselijk Godsbeeld. Non-dualiteit is prima om duale concepten te ontmaskeren. Maar we moeten het Goddelijk Kind niet wegspoelen met het badwater. God is Liefde, Hij breidt zich uit naar Zijn Zoon. De Heilige Geest is ook Zijn Schepping en onze Trooster. We worden niet opgeroepen tot navelstaren en afstandelijkheid maar tot het doorgeven van Zijn Liefde. We mogen weten dat onze Broeder Jezus alle trucen van ons ego heeft meegemaakt en doorzien en ons tot hem wenden om samen de leiding van de Heilige Geest te vragen. De weg van de Cursus is exact hetzelfde als die van de Bijbel. Droomwereld of niet, we dienen wonderen van vergeving aan te bieden aan onze broeders en zusters. Zo simpel.

Bekijk een willekeurige Facebook groep (inclusief de groep die ik beheer) en zie hoe we verzand dreigen te raken in vredige plaatjes die ons doen hopen op dezelfde vredigheid in onze denkgeest. Hier is niks mis mee maar laten we niet vergeten dat de Jezus uit de Cursus dezelfde is als de Jezus uit het Nieuwe Testament. Ook hier worden we gewezen op het Koninkrijk der Hemelen in onszelf maar met aandacht voor melaatsen, blinden, kreupelen, hoeren, soldaten, rijke jongelingen, tollenaars enzovoorts. Ik wil niet oproepen tot fanatiek activisme, een nieuwe versie van het doen van goede daden om behouden te worden, maar de blik mag wel wat meer naar “buiten”.

God is Liefde die Zich uitbreidt, Jezus reikt ons liefdevol de hand, de Heilige Geest geeft ons Kracht als we ons uitstrekken naar onze naasten. Dus die liefde van God is niet alleen bedoeld als warm badje voor onszelf. Wellicht kan Bewustzijn een beetje neutraal om zich heen kijken maar Liefde breidt uit en moet stromen. Waarheid is prachtig maar zonder liefde..

Zo zei Paulus het in Korintiërs I: hoofdstuk 13:

De liefde

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.

Gedachten die pijn doen

feeling stupid

Met het woord “zonde” kunnen wij wellicht niet zo veel meer. We vinden het “zonde” als we een mooi wijnglas kapot laten vallen. Voor de rest menen we dat deze term vooral thuis hoort in de wat behoudende kerken. We hebben niet zoveel feeling meer met zonde. Het gevoelsaspect komt echter wat meer in beeld bij het woord “schuld” wat als het ware de oudste zoon van zonde is. Schuld kennen we veel beter. Iemand die iets fout doet of heeft gedaan, is schuldig. Deze persoon is fout en moet gecorrigeerd of zelfs bestraft worden.

Vanaf dit punt lijkt de weg zich soms wat te splitsen. Sommigen kijken bij het zoeken naar de schuldige vooral naar buiten. Naar andere mensen of zelfs andere situaties. Deze zijn dan fout en schuldig en zij zelf zijn het slachtoffer hiervan. Anderen, waaronder ikzelf, richten de beschuldigingen vooral tegen zichzelf. Ik heb gewoonlijk iets fout gedaan en ben stom en schuldig. De kindjes van schuld zijn dan vooral spijt (zelfverwijt) en schaamte, zeg maar de kleinkinderen van de zonde. Bij schuld en schaamte vallen we onszelf aan en noemen onszelf niets- of minderwaardig. De tijd, die anders zo vriendelijk alle wonden voor ons kan helen, werkt nu meedogenloos in ons nadeel. “Gedane zaken nemen geen keer, berouw komt na de zonde”, en ga zo maar door. Bij de meer extraverte schuldzoekers zijn de kindjes eerder irritatie, verwijt en boosheid. Het kan lijken dat deze groep minder last heeft van het fenomeen schuld dan de groep van introverte schuldzoekers, maar dit is slechts schijn. Bij zowel boosheid op jezelf als boosheid op een ander kiezen we voor een verkramping die, zeker op de lange duur, niet fijn aanvoelt en zelfs onze fysieke droomgezondheid kan schaden.

En dan hebben we vandaag WB les 284: Ik kan kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen. We kunnen pas iets van deze les leren als we hem toepassen en er niet slechts verstandelijk mee in stemmen. Hoe doe je dit? Voor de extraverte schuldzoekers: kijk eens wat er vanbinnen gebeurt als je ervoor wilt kiezen die ander per direct niet meer als schuldige te zien. Hiermee bedoel ik niet zoeken naar verzachtende omstandigheden maar direct, in één keer de hele beschuldiging laten vallen en die ander zien als totaal schuldloos kind van God. Voel je die rare weerstand hiertegen? En voor de zelf-beschuldigers geldt hetzelfde. Kun je besluiten in één keer je schuldgevoel of schaamte rondom een kwestie die speelt los te laten?

Als je dit gedachtenexperiment serieus uitvoert in een situatie die je echt bezighoudt dan kun je flinke weerstand ervaren tegen het zomaar loslaten van de beschuldiging, of deze nu tegen een ander of tegen jezelf gericht is. Het zit als het ware enorm diep in onze droomgenen: we willen perse dat er een schuldige is en het voelt haast ongepast om een beschuldiging zo maar op te geven.
De reden hiervoor is dat we met het loslaten van schuld het hele ego-denksysteem op losse schroeven zetten. Als we namelijk zeggen dat er geen schuldige is dan ontkennen we dat de zonde van de afscheiding heeft plaatsgevonden. Ons ik-gevoel staat met het hele gewicht op het geloof in zonde; ik heb me als ikje afgescheiden van het geheel. Onbewust voelen we ons hier schuldig over en omgekeerd koppelen we de mogelijkheid om echt schuldig te kunnen zijn aan ons geloof in afgescheidenheid: ik ben afgescheiden van god en van mijn broeders. Het maakt niet uit waar we de schuldvraag gaan parkeren; we mogen God wreed vinden, onze broeders fout of onszelf schuldig zolang we iemand maar de schuld-kaart toespelen. Het stoppen van dit spel geeft grote verwarring in de ego-wereld. We zijn enorm aan dit zwartepieten-met-schuldgevoelens verslaafd geraakt. Voor ons is het vanuit onze identificatie met het kleine zelf een lastige klus om ermee te stoppen omdat het dus leidt tot twijfel aan de echtheid van dit zelf. Geen schuld, geen zonde, geen afscheiding, geen zelf. Omgekeerd, als iemand echt schuldig is dan voelt dit weliswaar niet fijn (boos op mezelf of op anderen) maar het lijkt oh zo overtuigend te bewijzen dat ik als afgescheiden zelf besta.

Iets van onze weerstand tegen het loslaten van dit geloof klinkt door in de werkboekles:

En iedere vorm van lijden is niets dan een droom. Dit is de waarheid, die

* eerst alleen dient uitgesproken
* en dan veelvuldig herhaald,
* om vervolgens onder veel voorbehoud maar gedeeltelijk als waar te worden aanvaard.
* Om daarna steeds serieuzer te worden overwogen en
* uiteindelijk als de waarheid aangenomen

Zie je hoe we ons vastklampen aan ons geloof in gedachten die pijn doen? Het lijkt wel of we een stuk kauwgom onder onze schoen vandaan proberen te trekken.

Het goede nieuws is dat we mogen stoppen met worstelen en ook mogen stoppen met onszelf te beschuldigen omdat we dit rare spel maar blijven volhouden. De uitnodiging is om onszelf weer in te pluggen in Zijn Liefde die iedereen onschuldig verklaart. Mij helpt de zin “ik vergeef mezelf alles wat ik voel en doe (of gedaan heb)” De werkboekles zegt het als volgt:

Vader, wat U gegeven hebt kan geen pijn doen, dus verdriet en pijn moeten wel onmogelijk zijn. Laat me vandaag niet nalaten U te vertrouwen, en alleen het vreugdevolle aanvaarden als Uw gaven, alleen het vreugdevolle aanvaarden als de waarheid.

Wil je Jezus echt volgen?

jezus radicaalToen Jezus rondwandelde in onze droomwereld kwamen veel mensen op hem af. Mogelijk werden ze aangetrokken door verhalen over fysieke genezingen. Maar misschien voelden ook velen een leegte van binnen en hadden ze een vaag vermoeden dat deze profeet van God hen verder kon helpen. Met welke verwachtingen komen wij terecht bij de Cursus? Een enkele uitzondering daargelaten zullen we niet direct meer gedreven worden door hoop op materiele rijkdom of lichamelijke genezing van kwaaltjes. De meesten van ons zullen ook gemotiveerd worden door een soort leegte, een gevoel van “er moet toch meer zijn”?

Toen Jezus 2000 geleden begon te onderwijzen, schrokken veel omstanders zich rot. Als een rijke jongeling hem vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te verkrijgen dan krijgt hij van Jezus als tip om al zijn bezittingen te verkopen (Mat 19:16-22). Als twee mannen Jezus willen volgen maar eerst nog de begrafenis van hun vader moeten regelen dan noemt Jezus hen ongeschikt omdat ze achterom blijven kijken (Luc 9: 59-62). Ook het breken met je vader, moeder, vrouw en kinderen en me je eigen alledaagse leven is niet een aantrekkelijk verzoek (Luc 14: 25-35). Wij zijn maar wat opgelucht dat Jezus in de Cursus niet zo radicaal lijkt als destijds in Israël. Opgelucht zeggen we dat de Cursus geen gedragsregels geeft. En dat klopt. Dat maakt zijn boodschap echter niet minder radicaal.

Terug naar onze eigen motivatie. Mag ik het even samenvatten door te stellen dat we gelukkiger willen worden? Niks mis mee, en we zijn met dit verzoek ook op het goede adres aangekomen, net als onze broeders en zusters uit het oude Israël. Er is een Stem in ons, een herinnering, die gewoonweg weet dat Jezus gelijk heeft met zijn oproep om ons slechts te richten op liefde. We hebben echter mogelijk niet altijd goed zicht op onze eigenlijke motivatie. Dat komt omdat we onze eigen metafysische geschiedenis vergeten zijn. Anders gezegd: we menen dat we liefde, vrede en geluk willen en dat we hier volledig voor willen gaan. Het dubbele is echter dat wanneer we dit echt zouden willen we ons nooit in deze denkbeeldige situatie zouden bevinden van ongelukkig en afgescheiden zelf op zoek naar waar geluk. Juist onze wens om ons afgescheiden te voelen is de basis van ons illusoire bestaan.

We kunnen zelfs met de mond belijden dat we liefde willen maar ondertussen toch onbewust onszelf vastklampen aan de illusie van afgescheidenheid. De historische Jezus riep uit: Wat noemt gij mij Here, Here en doet niet hetgeen ik zeg”(Luc 6:46). Er is niet veel veranderd. Hoewel onze echte Wil weet dat liefde de weg is, handelen we in de droom vanuit onwetendheid van onze uitgangspositie (de wens om ons af te scheiden van liefde) en nemen we genoegen met valse surrogaten voor die grote liefde. We menen dat er in de Cursus geluk wordt aangeboden voor ons kleine afgescheiden zelf. Met behoud van ons hele geloof in het belang van een gezond lichaam, een dikke portemonnee en veel luxe willen we ons van binnen toch nog wat lekkerder en gelukkiger voelen. Ons ego is zo slim. Door gedragsregels (terecht!) te ontkennen als de oplossing menen we ons onbewuste geloof in afgescheidenheid (inclusief het belang van zekerheid, sensaties en macht voor ons lichamelijke zelf) veilig in stand te kunnen houden.

Het zou ons ook niks brengen als we de boel op zijn kop zouden zetten. Als we doodsbang onze bezittingen verkopen en het geld weggeven of de band met dierbaren afkappen om elders ons geluk te zoeken dan gebeurt er niks in onze zelf-gerichte denkgeest. En toch heeft de oproep van Jezus in de Cursus niks aan radicaliteit ingeboet. Het klinkt allemaal zo heerlijk zoet en zacht en als een soort extra bonus voor ons zelf: “je bent liefde..”. Oh jaaahhh, heerlijk! Ook hier weer dat onbegrijpelijke mysterie. Want ja; je bent liefde. Maar als klein zelf dat zich zo graag in z’n uppie happy de peppie wil voelen ben je, niet zondig maar verdwaasd, nog steeds niks meer dan de Zoon van God die Zich vergist.

Voor ons kleine zelf is het een slechte boodschap dat Jezus ook in de Cursus net zo radicaal is als destijds. Hij heeft geen populaire boodschap voor ons als zelfjes. Want ook nu moeten we geloof in zekerheden als geld, gezondheid en speciale haat- en liefdesrelaties doorzien en loslaten als we Hem echt willen volgen. Ook nu wijst hij ons op het belang van het liefhebben van onze naasten. Er is hierin niks veranderd. Per definitie kunnen we dit niet zelf en wensen we dit vanuit ons kleine zelf ook niet oprecht. Maar, Godzijdank, ons tedere verlangen, die Stem die ons terugroept en die we zo makkelijk misverstaan, deze Stem is wél onze echte Stem en onze echte Wil. En vanuit ons machteloze kleine ikje kunnen we gelukkig nog het allerbelangrijkste: we kunnen ons “bekeren”, Hem erkennen als Verlosser en Heer door Hem de leiding te geven. “Heer, ik ben onvrij en wil van alles maar ik weet nauwelijks wat ik te diepste wil. Help Jezus, broeder, leid mij naar de echte vrijheid en help me mijn verslaving aan de illusie los te laten. Help me te houden van mijn broeders en zusters. Uw Wil, welke gelijk is aan Mijn Wil, geschiede!

Les 280

Welke beperkingen kan ik opleggen aan Gods Zoon?

Laat me vandaag Uw Zoon eren, want alleen zo vind ik de weg tot U. Vader, ik leg geen beperkingen op aan de Zoon die U liefhebt en zonder beperkingen hebt geschapen. De eer die ik hem geef is de Uwe, en wat van U is behoort ook toe aan mij.

Liefdevol of voetveeg?

people please

In de Cursus lezen we hoe Jezus de mensen vergaf die hem geselden en aan het kruis nagelden. Ook roept hij ons in het Nieuwe Testament op om de andere wang toe te keren als we geslagen worden of om onze kleding af te staan als daarom gevraagd wordt. We zien Jezus als ons grote voorbeeld en willen hem graag navolgen. Toch vergt dit nadere toelichting.

De Cursus geeft ons geen gedragsregels, geen nieuwe ge- en verboden. We krijgen geen handboek waarin zoiets staat als: “als iemand dit of dat doet dan moet jij zo reageren”. Dit zou een typisch gevalletje zijn van niveauverwarring. Alles wat ons in de wereld lijkt te overkomen zouden we niveau II kunnen noemen. Op dit niveau liggen bijvoorbeeld onze wetten en gedragsregels. Allemaal heel nuttig om enige houvast te bieden zolang we nog zo slaperig zijn. Jezus spreekt echter over niveau I als hij alle geboden terugbrengt tot het belangrijkste “gebod”:

Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.

Zelfs vanuit niveau II kan het goed zijn om op te merken wat hier niet staat: “gij zult uw naaste altijd zijn of haar zin geven”. Het is opvallend dat we dit logisch vinden als we met kinderen omgaan. Als Jantje uit het zolderraam wil klimmen of als Marieke met de fles gootsteenontstopper wil spelen dan hebben we er geen moeite mee om dit liefdevol te weigeren. Maar hoe anders wordt het wanneer de buren vragen of je ze om 3 uur ’s nachts even naar Schiphol kunt brengen voor hun vlucht naar Ibiza. Wat moet je doen? Je weet dat je dan zelf die hele nacht geen oog dicht doet maar je denkt dat je als goede student van de Cursus niets mag weigeren.

Zo zijn er legio voorbeelden te bedenken. Mogelijk welt er boosheid in je op en voel je je voor het blok gezet en overvraagd. Dit kan gevolgd worden door een schuldgevoel over de agressie die je naar boven voelt borrelen. Ik wil helemaal niet boos worden. Misschien moest ik het toch maar doen om de lieve vrede te bewaren want ik moet tenslotte nog jaren naast hen wonen. Wellicht verzin je een zo goed mogelijke smoes. “Oh, ik zou het graag doen maar als ik zo kort slaap krijg ik migraine en dan ben ik een gevaar op de weg”. Ondertussen ben je boos en vindt je de ander schuldig voor dit belachelijke verzoek. Het ego viert ondertussen feest want je lijkt je in een onmogelijke spagaat te bevinden: of de buurman is schuldig omdat hij je overvraagt of jij bent schuldig omdat je boos wordt en weigert jezelf op te offeren. Ergens las ik het goedbedoelde advies om vaker “schijt” aan anderen te hebben. Dat lijkt een praktisch toepasbare oneliner maar je hoeft maar te voelen hoezeer je hierdoor vanbinnen verhardt om toch maar niet voor deze negatieve gedragsregel te kiezen.

Liefde vraagt geen offers en roept niet op tot martelaarschap. Het ego is dol op keuzes (ik of jij) en denkt in termen van winnen en verliezen. “Ik offer me maar weer op, zucht”. Wat moet je dan in zo’n situatie wel doen? Je “moet” niks maar je wordt wel in deze leersituatie uitgenodigd om stil te worden en de liefde uit te nodigen in je denkgeest. Van de Heilige Geest weten we een paar dingen zeker:

  • Hij veroordeelt noch de brutale buurman, noch de sullige of boze jij
  • Hij dwingt je niet tot een keuze: die ander of ik
  • Hij heeft jullie beiden lief en heeft het belang van beiden voor ogen
  • En, volgens WB 277 van vandaag: Hij bindt de Zoon niet aan wetten die wij zelf gemaakt hebben (je hoeft dus niet het slaafje te worden van je broeder)

Zolang je je boos voelt of bang en aangevallen, kun je nauwelijks een wijs en liefdevol antwoord van jezelf verwachten. Je bent wel uitgenodigd om met je boosheid of angst en met je beschuldigingen stil te worden en je tot de liefde te wenden. Mogelijk merk je dan verzet op. Je wilt helemaal niet stil en liefdevol worden, die ander moet niet zo over jouw grenzen heen walsen! Zie die reacties gewoon opborrelen en kies weer voor een zachtere Stem. Totdat het stil en mild wordt vanbinnen. En dan kijk je wat je mag doen in deze situatie. Wat hieruit komt is liefdevol voor die ander en voor jezelf.

Lukt mij dit altijd zo mooi? Nee hoor, nog niet. Als ik het niet zo snel naar de liefde kan brengen pas ik een niveau II trucje toe. Ik vraag even de tijd om te besluiten. Dat kan ook ongemakkelijk voelen. “Hé, die ander weet nu dat ik het niet van harte doe en dat ik aarzel; nu ben ik echt een schuldige vent die niks voor andere over heeft!”. Weer een mooie vergevingsoefening. “Heer, ik meen dat ik schuldig ben als ik bedenktijd vraag. Gek genoeg wil ik dit idee niet zomaar loslaten. Ik koester dit schuldgevoel kennelijk. Heer, ik keer me naar Uw liefde en weet: Ik ben vrij, want ik ben mijn Vaders Zoon (WB277)”.

Welkom Thuis: metafysica in gewone woorden

man op bank

Als Zoon van God spelen we een spelletje waarbij we onszelf klein willen denken en klein willen voelen. Dat klein-denken doen we door te geloven dat we afgescheiden zijn van het Geheel. Het is niet zo dat we weten dat we dit spel spelen. Om onszelf écht als begrensd te ervaren moesten we even vergeten dat we eigenlijk dat Geheel zijn. De waarheid hebben we daarom toegedekt met een sluier van onwetendheid. Het klein-voelen lukt het beste door te geloven in de echtheid van het gevoel van angst. Voel maar eens hoe je hierdoor van binnen als het ware samenknijpt. In de vorm van een angstig zelf, voelen we ons optimaal afgesnoerd en gekrompen. Ook hiervan weten we niet meer dat we ten diepste kiezen voor het ervaren van deze angst als truc om onszelf zo ineengekrompen te voelen.

Het klein-denken en klein-voelen is dus niet onze natuurlijke staat. Zonder dat we het door hebben kost het ons moeite om in afgescheidenheid te blijven geloven. Het spel zit echter ingenieus in elkaar. Eérst foppen we onszelf dat we afgescheiden zijn. Het meest geschikte instrument hiervoor is het geloof in een afgescheiden lichaam dat met zintuigen een wereld buiten zichzelf waarneemt. Als er dingen worden gezien, gehoord, geroken, gevoeld en geproefd dan zal er wel een afgescheiden zelf zijn die ziet, hoort, ruikt, voelt en proeft. We weten niet meer dat deze zogenaamde vanzelfsprekende situatie, van een lichaam in een buitenwereld, helemaal niet bestaat. Het bestaat uit maaksels in de denkgeest. Dus kijk-, geur-, reuk-, voel- en smaaksensaties zijn maaksels van de denkgeest die bedoeld zijn om een begrensd zelfgevoel op te leveren.

Hetzelfde geldt voor het klein-voelen: de angst die hiervoor nodig is komt voort uit een geloof dat we heel fout bezig zijn door ons spelletje waarbij we ons een klein zelf willen voelen. Stel je even voor dat je in een winkel loopt en stiekem iets uit de schappen in je broekzak steekt. Hoe loop je daarna verder? Minder relaxt dan daarvoor want je voelt je schuldig en bent bang dat je gestraft zult worden door de eigenaar van de winkel. De grote grap is echter dat we even vergeten zijn dat we zélf de eigenaar zijn van de winkel waarin we lopen. Er is niemand anders tegen wie we gezondigd hebben. God heeft ons gemaakt uit Zichzelf en alles wat van Hem is, is ook van ons. We kunnen denken dat we een stukje van Hem hebben gestolen door ons een klein zelf te voelen maar dit is gelukkig Godsonmogelijk.

Dan de terugweg. Want hoe goed de sluier van onwetendheid ook werkt, ergens blijft een Stemmetje binnen in ons knagen en ons eraan herinneren dát we onszelf foppen. Vanuit ons kleine zelf hebben we echter slechts een vaag benul welke kant we op moeten. Wat betreft het klein-denken hebben we de indruk dat we meer moeten weten. We geloven dat wanneer we met onze kleine hersentjes weten hoe het zit dat we dan weer oké zijn. Dus gaan we zoeken en lezen en studeren en leraren bezoeken die het ons moeten uitleggen. Of we willen de wereld met ons kleine zelf verenigen doordat we de wereld willen hébben. Dus we willen geld en lekkere ervaringen. Het bange zelf willen we veilig stellen door onze grenzen te bewaken en alles buiten ons te beoordelen en veroordelen en ons tegen bedreigingen te verdedigen door deze aan te vallen. Uiteindelijk denken dat we er zijn: we hebben geld zat, drinken wijn, vrijen wanneer we willen en plaatsen een groot hek rond onze villa dat ons samen met een alarmsysteem moet beschermen tegen gespuis.

Maar het werkt niet. Vanuit het geloof in het kleine zelf kunnen we niet herinneren Wie we echt zijn als Zoon van God. Onze kleine zelf-acties zijn slechts schijnoplossingen. Hoe kunnen we dan wel wakker worden? Dat werkt best wel makkelijk en natuurlijk. We hoeven ons slechts te laten terugvallen in wat we zijn. Dit doen we door loslaten en vertrouwen. Als we vertrouwen op het Geheel dan verdwijnt de onzekerheid vanzelf. Ons kleine verstand hoeft geen werk te verzetten. Wees stil en vertrouw erop dat het Geheel het door jou heen doet. Het Geheel heeft het overzicht over alles en biedt echte Kennis. Jij als klein zelf hoeft niks te kiezen. Het komt goed want het is al goed. Dit geeft rust. Met je angst kun je je tot de Liefde wenden. Zie deze desnoods maar even buiten je in de vorm van God, Jezus of de Heilige Geest aan wie je hulp kunt vragen. Het gaat er om dat je leert ervaren dat er van je gehouden wordt door een Liefde die al ons benul te boven gaat. Dit is ook een natuurlijk proces; je hoeft je alleen maar over te geven aan deze Liefde én bereid te zijn deze door je heen te laten stromen naar anderen. Het zit zo mooi in elkaar. Liefde is een 100% gevende dynamische en scheppende kracht en dit kun je alleen ervaren door deze Kracht door je heen te laten stromen middels vergeving van alles en iedereen om je heen.

Laat je leiden door het Geheel en laat de Liefde door je stromen en vervolgens: welkom Thuis.

WB274: Een speciale zegening komt vandaag tot ons, van Hem die onze Vader is. Schenk Hem deze dag en er zal vandaag geen angst zijn, aangezien de dag aan liefde is gegeven.