Wil je gelijk hebben of het mysterie ervaren?

Momenteel lees ik het boek “De boodschap van ECIW” door Kenneth Wapnick. Ik heb aardig wat boeken en toelichtingen van hem gelezen en ook nu ben ik weer onder de indruk van de helderheid van zijn verstand en zijn manier van redeneren. In “De boodschap van ECIW” hamert Ken telkens op het non-duale karakter van ECIW. Hij beschouwt veel teksten uit ECIW als metafoor en als symbolisch. Hierin gaat hij veel verder dan die andere grote leraar, Robert Perry. Zonder de verschillen in beide visies uitgebreid op te rakelen kan ik hier volstaan met het voorbeeld van hun zienswijze op de Heilige Geest. In mijn eigen woorden samengevat zegt Robert dat de HG een eeuwige schepping is van God die ons kan leiden in deze wereld. Ken hamert op het symbolisch karakter van de HG en doet er alles aan om aan te tonen dat de HG vooral niet beschouwd mag worden als een onderscheiden aspect van de Drie-eenheid die kan ingrijpen in de wereld (zie uitgebreid artikel: https://eciwcoach.com/handelt-de-heilige-geest-echt-in-de-wereld)

Ons ego smult van geschillen en wil meediscussiëren om te bepalen wie er gelijk heeft. Enkele jaren geleden heb ik Robert gemaild en vroeg ik of het zo kon zijn dat Ken als het ware meer voor gevorderde studenten schrijft en daarom kiest voor een hoger abstractieniveau. Maar Robert was stellig; hij vond dat Ken zich op bepaalde punten simpelweg vergiste.

In mijn beleving is de juiste vraag niet wie er gelijk heeft en wie niet, maar de vraag of een bepaalde visie al dan niet behulpzaam is. Hiermee komt dan direct de ontvanger in beeld, de lezer van de toelichtingen van Ken en Robert. Ik zie bij mezelf en anderen dat de uitleg van Ken snel een eigen leven gaat leiden bij studenten die erg vanuit hun hoofd bezig zijn met ECIW. De focus op het non-duale karakter van ECIW leidt dan tot een anti-duale houding en deze is dan paradoxaal genoeg weer uiterst duaal. Een voorbeeld om het minder abstract te maken. Als je heel erg hamert op het verschil tussen werkelijkheid (de eenheid van God) en onwerkelijkheid (alles wat maar riekt naar differentiatie zoals de Heilige Geest, Jezus, of andere Zonen van God) dan zorgt dat in een nog niet genezen denkgeest voor spanning. Het verstand maakt daarbij overuren om alles wat riekt naar iets buiten zichzelf te ontkennen en er als het ware afstand van te nemen. Dit ontkennen van “de onwerkelijkheid” wordt dan de voornaamste missie met als verwachting dat middels de ultieme ontkenning de liefde gevonden wordt.

Maar voor de meesten van ons geldt dat een intellectuele en ontkennende houding, waarbij alles en iedereen in de fysieke wereld moet worden ontkend en afgedaan als illusoir, slechts leidt tot een soort terugtrekken in een ivoren toren, tot een ultieme zegetocht van de afscheiding van het slimme zelf. Deze weg van ontkenning voelt in mijn beleving niet zo liefdevol. Het hoofd raakt oververhit maar dit is niet de liefdevolle warmte van het hart. In het genoemde boek van Ken is iets van frustratie en zelfs enige verbetenheid voelbaar over die verkeerde duale manier waarop studenten ofwel hun ego’s er toch telkens weer instinken.

Ik waardeer het oprechte verlangen van Ken om ons te behoeden voor een terugval naar het klassieke duale Godsbeeld maar in mijn beleving is benadrukken van transformatie beter geschikt voor de meeste studenten dan de weg van ontkenning. De weg van transformatie loopt via de “duale” hulp van Jezus en de HG en via de “duale” omarming van onze naasten naar een diep besef van verbondenheid. Naarmate we dan vorderen op het pad van aanvaarding en vergeving, dus als we “gevorderde” studenten worden, beginnen de woorden van Ken op hun juiste plaats te vallen. Maar het diepe besef van de eenheid van de schepping komt dan naar boven vanuit het zoeken naar liefdevolle verbinding, eerder dan uit intellectuele afwijzing.

In mijn beleving kiest Jezus er niet voor niets voor om duaal taalgebruik te hanteren in ECIW. Het is goed voor ons om ons te laten leiden door de HG en om de uitgestoken hand van Jezus aan te pakken. Dat is in mijn optiek voor velen behulpzamer dan een verhandeling over het symbolisch karakter van de HG en van Jezus, hoe juist zo’n non-duale visie metafysisch gezien ook moge zijn. Ons denken is er namelijk een meester in om te zeggen hoe de schepping niet in elkaar steekt maar slaat daarna makkelijk door in het formuleren van een wat kille, weinig inspirerende en abstracte non-duale visie op “eenheid”.  Ik vermoed dat Jezus ons daarom Een Cursus van Liefde (ECVL) heeft gegeven, zo’n dertig jaar na ECIW. In ECVL geeft hij aan dat ECIW behulpzaam is om de muren van het ego te slechten maar dat de uitnodiging is om nu verder te gaan vanuit de liefde van ons hart. Het is, voor mij althans, heerlijk om het hoofd af te laten koelen en onder curatele te stellen van dit hart. Ik sluit daarom graag af met het volgende citaat uit ECVL:

“Deze Cursus is geschreven voor het denken, maar alleen om het denken ertoe te bewegen een beroep op het hart te doen. Om het ertoe te bewegen te luisteren. Het ertoe te bewegen verwarring te accepteren. Het ertoe te bewegen zijn weerstand tegen mysterie op te geven, zijn zoektocht naar antwoorden te staken en zijn focus te richten op de waarheid, weg van wat alleen door het denken kan worden geleerd.” (I.1) 

Warm, genezend en liefdevol

Zojuist bekeek ik een zonnebloem waar het zonlicht op viel. Wat een prachtige kleuren en structuren! Ik moest denken aan de wijze waarop ECIW spreekt over de wereld. Dat is, op z’n zachtst gezegd, niet altijd even positief. De wereld is een illusie die door de Zoon wordt geprojecteerd om zijn dwaze droom van afscheiding te dromen. De wereld is onze onwerkelijke nachtmerrie. Natuurlijk weet ik dat de natuur wreed kan zijn. Het is eten of gegeten worden en de dood regeert. Toch valt er ook zoveel moois te zien. Hoe kan dat toch?

Robert Perry heeft in de complete uitgave van ECIW een bijlage geschreven met als titel: “Schiep God ruimte en tijd?”, dus impliciet: schiep God deze wereld? Wij zijn zo gewend geraakt aan alle negatieve teksten uit het blauwe boek over onze wereld dat we menen zeker te weten dat het antwoord op deze vraag een volmondig “nee!” is. Toch blijkt dat de oorspronkelijke tekst van ECIW een genuanceerder antwoord biedt. Kort samengevat komt het erop neer dat God direct een antwoord gaf op onze dwaze wens door voor ons de wereld te scheppen als gelegenheid om verzoening te leren. Ongeveer in dezelfde lijn waarin wordt gesteld dat God ons in de Heilige Geest een antwoord bood toen wij besloten de droom van afscheiding te dromen. Dus een mooie Stem als antwoord op het gekrijs van het ego dat door ons was bedacht. (Ik heb de bijlage van Robert vertaald voor wie het wil nalezen: https://eciwcoach.com/schiep-god-ruimte-en-tijd ).

Het hoeft ons niet te verbazen dat de wereld niet per se als negatief hoeft te worden gezien. Zo weten we dat ons lichaam, als onderdeel van onze wereld, een neutraal communicatiemiddel is. We kunnen het in dienst stellen van ons ego of van de Heilige Geest. ECIW geeft aan hoe wij gaan stralen als wij de verzoening voor onszelf aanvaarden en in de wereld gaan leven onder leiding van de HG. We maken de liefde letterlijk zichtbaar voor onze broeders en zusters.

Een Cursus van Liefde vertelt veel meer over het gaan leven vanuit Christus bewustzijn. Als wij de liefde zichtbaar maken in vorm dan spreekt ECVL over “het verheven Zelf van vorm”. Verrassend genoeg spreekt ECVL (20 jaar doorgegeven aan Mari Perron) op een wijze over het oorspronkelijk Goddelijk ontwerp van de wereld die heel sterk overeenkomt met de wijze waarop Robert Perry over de wereld spreekt naar aanleiding van zijn nauwgezette studie van de complete uitgave van ECIW, nog niet zo lang geleden. Hier een stukje uit ECVL over Goddelijke patronen in de schepping (D: 4.12)

“Goddelijke patronen zijn de patronen die zowel je leven in vorm mogelijk hebben gemaakt als de patronen die het je mogelijk hebben gemaakt om terug te keren naar je ware identiteit. Deze patronen zijn zowel extern als intern. Externe goddelijke patronen omvatten de observeerbare vormen die je wereld vormen, alles van de planeet waarop je leeft tot de sterren aan de hemel, van het lichaam dat je lijkt te bewonen tot het dierlijke- en plantaardige leven dat rondom je bestaat. Van de meest verfijnde en complex uitgekristalliseerde structuur van de sneeuwvlok tot de stengel van een plant en de werking van het menselijke brein is een goddelijk patroon overduidelijk en zou niet ongeloofwaardig moeten zijn. Ondanks de verschillen in wat je ziet, denkt en voelt, is er maar één extern goddelijk patroon dat de waarneembare wereld schiep en maar één intern goddelijk patroon dat de interne wereld schiep. Het interne goddelijke patroon was dat van leren. “

Sommige ECIW-studenten zijn nogal negatief over de visie van Robert Perry of van ECVL over een wereld en lichaam die geïnspireerd zouden kunnen worden door Goddelijke liefde. Zij menen dat hiermee een poging wordt gedaan om de illusie echt te maken. Maar zowel Robert als ECVL zijn volkomen ondubbelzinnig over het karakter van de wereld: deze heeft geen eeuwigheidswaarde en is dus illusoir. Toch meen ik dat onze route naar verzoening bestaat uit het uiten van de liefde van God via ons lichaam in de wereld. Dat hierdoor onze nachtmerrie een meer paradijselijke droom gaat worden wil geenszins zeggen dat er gestreefd wordt naar eeuwigdurend leven in een 3D-lichaam/wereld.

In mijn beleving roepen zowel ECIW als ECVL ons op om, nadat we de verzoening voor onszelf aanvaard hebben, deze te uiten in onze relaties met onze broeders en zusters en in onze relatie met de wereld. Als we onze nare ego-projecties van de wereld afhalen, komt er ruimte voor een genezen lichaam en een genezen wereld. ECVL zou dit het oorspronkelijk ontwerp van God noemen. ECIW zegt dat we van hieruit ons lichaam met een glimlach kunnen afleggen als het goed geweest is.  

Het is goed om constant te herinneren dat wij niet bestaan in een echte wereld maar dat de wereld geprojecteerd wordt vanuit de denkgeest. Ze is geen oorzaak maar gevolg. Deze herinnering moet echter niet doorslaan in een negatieve houding en afwijzing van de wereld en van ons lichaam. Voel maar eens wat zo’n negatieve houding met je doet ‘vanbinnen’. Met genezen innerlijke ogen zien we niet langer grenzen tussen onszelf en anderen of tussen ons en de wereld. We ontwikkelen de visie waarin we de verbondenheid met alles en iedereen ervaren. We herkennen de uitingen van liefde in de schepping en waar we een roep om liefde zien kunnen we een liefdevolle respons geven. Warm, genezend en liefdevol.