In den beginne schiepen Vader en Zoon de aarde?

In de complete editie van ECIW heeft Robert Perry een mooie studie gemaakt over de vraag wie de schepper is van het universum dat we menen te zien (Cameo Essays 13). Is dit dan niet duidelijk? Stelt ECIW niet overduidelijk dat wij, als Zoon van God, deze wereld dromen om de illusie van afgescheidenheid zo echt mogelijk te laten lijken? Opvallend genoeg staat in de beginhoofdstukken van de complete editie, gebaseerd op de aantekeningen van Helen Schucman, dat God de wereld van tijd en ruimte gemaakt heeft als een leerinstrument, om verzoening weer mogelijk te maken in onze denkgeest. In de latere hoofdstukken wordt deze rol toebedeeld aan de Heilige Geest. De schrijvers van de ons bekende versie van ECIW (de FIP-versie, het blauwe boek) hebben de God die een doel heeft met de wereld vervangen door de Heilige Geest om consistentie in de tekst te brengen.

Ik betrapte mezelf erop dat ik in termen van tijd blijf denken als ik denk aan het nieuwe doel dat God/HG met de wereld hebben. Dus ik stel me dan voor dat eerst de mens in de fout gaat (gaat geloven in afscheiding) en daarna God/HG ingrijpt en een soort truc bedenkt om onze miskleun toch ten goede aan te kunnen wenden. Zo van: “laten we er dan maar het beste van maken”.

We moeten echter heel voorzichtig zijn met dat logische denken van ons. Want dat “eerst” en “daarna” gaat al uit van het bestaan van tijd. Het is veel zuiverder om te overwegen dat “tijd” dus op hetzelfde moment door de mens werd gemaakt als dwaling, en tegelijk door God/HG werd geschapen als oplossing. Wellicht dat we nu weer protesteren tegen dat woord “geschapen” omdat we zo goed geleerd hebben dat het tijdelijke niet geschapen werd maar gemaakt. Maar ook hier geldt dat de oorspronkelijke Cursus, zeker in de eerste hoofdstukken, helemaal niet zo streng onderscheid maakte tussen maken en scheppen. (Hetzelfde geldt overigens voor het woord “projecteren” dat wij slechts zien als het projecteren van dromen terwijl de Cursus ook spreekt over projecteren (van liefde=scheppen) door God).

Waarom zouden we aandacht geven aan dit soort kwesties? Maakt het de boel niet onnodig verwarrend? Ik meen dat we deze nuance hard nodig hebben en dat deze behulpzaam is. Als wij immers de wereld slechts zien als een “door ons geprojecteerde hel” dan willen we deze zo snel mogelijk ontvluchten. We willen er ons van distantiëren en dit kan leiden tot een averechts effect waarbij we ons nog meer afgescheiden voelen dan we al deden. Als we daarentegen de wereld van tijd en ruimte ook kunnen zien als “Goddelijke creatieve oplossing” dan openen we de mogelijkheid om de weg van liefde en verbinding in deze wereld te kunnen bewandelen. Niet om de droom echt te maken maar om de verzoening in onze denkgeest te bewerkstelligen.

Ik heb genoemde Cameo Assay 13 voor eigen gebruik vertaald en plaats deze om mijn website voor geïnteresseerden (link: https://eciwcoach.com/schiep-god-ruimte-en-tijd  ). Het is een wat vrije vertaling en de referenties betreffen de Complete and Annotated Edition, maar ik meen dat de boodschap duidelijk overkomt.

Hartegroet,

Simon

Van correctie naar feest!

Goedemorgen broeders en zusters. Vandaag wil ik graag een ervaring delen die jullie zullen herkennen maar die toch ook weer lastig te delen valt. Het heeft te maken met een soort feestelijke overgang in ons wezen. Deze overgang is grondig voorbereid door ECIW en ECIW heeft ook alles in zich om deze overgang in gang te zetten. Wij mogen ECIW eerst gebruiken voor een grote opruimactie. Wat moet er dan zo nodig opgeruimd worden? Ons verstandelijk geloof in “zo-zit-het” concepten. Het diepst gewortelde en onjuiste concept is “ik ben afgescheiden van God en van anderen”. Geloof in het concept van afgescheidenheid brengt alle ellende met zich mee waar we helaas zo vertrouwd mee zijn geworden: eenzaamheid, angst, boosheid en eindeloos zoeken naar vrede.

En wat een heerlijk geschenk is ECIW dan! Ik ben zo dankbaar voor dit boek. De sleutel die ons hierin wordt aangereikt is die van vergeving. Vergeving is zoiets als ons geloof in afgescheidenheid laten oplossen door liefde. En dat voelt vreemd genoeg een beetje eng in het begin. Het voelt alsof je een wapenuitrusting moet neerleggen terwijl je bij iemand bent die je nog niet vertrouwt. Ik heb hier tijd voor nodig en steun. Het is een heerlijke ontdekking wanneer je hoort dat die steun er daadwerkelijk is in de vorm van onze wijze broer Jezus en de Heilige Geest. Als we ons vanuit onze vermeende afgescheiden staat tot hen richten en vragen om hulp bij het leren vertrouwen van onze naasten dan is deze hulp direct voor ons beschikbaar.

Sommigen wijzen erop dat we Jezus en de HG eigenlijk moeten zien als symbolen. Voor mij werkt dit niet. Als ik vanuit mijn kleine zelfje mijn vertrouwen moet richten op iets wat ik zou moeten opvatten als zelfbedacht symbool dan lukt dat natuurlijk niet. En de kracht komt ook niet uit mijn kleine zelf. Als ik Jezus en HG opvat als tijdelijke, eigen bedenksels dan moet ik nog steeds mijzelf aan mijn eigen haren uit het moeras trekken. Het is een feest om je over te geven aan de kracht van de liefde die van buiten dit kleine zelf lijkt te komen. Je Vader en je Broeders trekken je uit het moeras; wat een wonder!

Deze ontdekking brengt ons terug bij het ervaren van de scheppingskracht van liefde. Niet mijn eigen, naar binnen gerichte, kleine denken zal mij bevrijden. Nee, pas als ik mijn vertrouwen schenk aan die grote Wil, die liefdevolle scheppingswil van onze Vader, pas dan stroom ik in de flow van de schepping.

Wie mijn blogs een beetje volgt weet dat ik gepassioneerd reageer als ECIW-leraren ons oproepen om de blik voor 100% naar binnen te richten. Ik houd van hen omdat ik hun passie voel om innerlijke blokkades op te ruimen. Maar als de focus compleet komt te liggen op ontkenning van een ‘buiten’ dan ontken je het mysterie van de schepping en werp je het kleine zelf in feite terug op zichzelf. Dat vindt het ego helemaal niet erg. Het viert een macaber ‘feest’ als het roept dat het op zichzelf staat, dat er geen Jezus of HG of Vader ‘buiten’ hemzelf is om op te vertrouwen en te hulp te roepen. Als gevolg hiervan wordt ook het bestaan van andere Broeders en Zusters ontkend. Het ego wil koning zijn in zijn eigen rijk en wil alles zelf bedacht hebben en zijn redding zelf ter hand nemen.

Ik vermoed, of hoop vooral, dat deze knieval voor het ego slechts een tijdelijk gebeuren is op weg naar verlossing. Als je de valkuil zelf ervaren hebt dan herken je het ook duidelijk in de boodschap van anderen. De verstandelijke ‘verlichte’ zal mij met verbloemde strengheid direct willen corrigeren als ik het woord ‘anderen’ hanteer. Het is te merken dat vreugde, verwondering en sprankeling ontbreken. De gevorderde ECIW-student is vooral blij verwonderd als hij ontdekt dat de ‘andere’ broeders en zusters niet anders zijn maar in wonderlijke eenheid met hem verenigd. Voel je het verschil?

ECIW heeft een heerlijke omschrijving voor dat diepe mysterie van één te zijn zonder alleen te zijn. Het spreekt van een Heilige Relatie. Ons kleine verstand kijkt hier met opgetrokken wenkbrauwen naar. Het mompelt dat dit ook maar een tijdelijk iets is op weg naar echte eenheid. Maar met ‘Heilige Relatie’ plaatst Jezus ons in het hart van het mysterie van Gods door liefde gedreven schepping. Woorden schieten hier tekort maar het is werkelijk feest als je via de weg van vergeving en het ontvangen en aanbieden van wonderen ontdekt dat de anderen niet anders zijn maar wel echte Broeders en Zusters van Jou. Deze ontdekking luidt het einde van de angst in, zelfs de angst voor de dood. Wat een feest!

Jezus en onze vaccinatie-ruzie

Ik merk dat de discussie over wel- of niet vaccineren enorm beladen is geraakt. Ook in de ECIW-community. Sommige gevaccineerden houden de vaccinatie-weigeraars verantwoordelijk voor de overbezetting in de ziekenhuizen, de hieraan gekoppelde maatregelen in de maatschappij en daardoor een verlies van vrijheid. Sommige vaccinatie-weigeraars voelen zich onder druk gezet om iets te doen met hun lichaam wat ze niet willen en ook zij vinden dat ze in hun vrijheid beperkt worden omdat ze niet meer gaan en staan kunnen waar ze willen. Beschuldigingen vliegen over en weer. Vaccinatie-weigeraars worden, even scherp geformuleerd, uitgemaakt voor asocialen en gevaccineerden voor dictators.

Binnen ECIW-groepen vindt er een lastige spraakverwarring plaats die we kunnen herkennen als niveauverwarring. Gevaccineerden wijzen er dan op dat het heel liefdevol is om je te laten vaccineren, niet alleen voor jezelf maar ook voor de hele samenleving. Vaccinatie-weigeraars zeggen dat liefde je nooit de wet voorschrijft maar juist vrijheid biedt en zeker geen dwang. In de onderlinge discussie lijken niveau-I woorden als “liefde” en vrijheid” te botsen met niveau-II woorden als “ziekte, bijwerkingen, consequenties en schaarste”. Valt dit nog te ontrafelen? Mogelijk helpt het als we ons bezinnen op de vraag: “wat zou Jezus doen?”  

Jezus had ook te maken met een situatie waarbij anderen hem hun wil oplegden en hem lichamelijk leed aandeden in de vorm van geseling en kruisiging.  Hij keek liefdevol naar de soldaten die hem doodden. “Hoewel jij mij lijkt aan te vallen en te doden weet ik dat ik meer ben dan dit lichaam en houd ik van jou, onschuldige broeder”.

Ik wil dit niet vertalen naar de vraag hoe wij ons zouden moeten gedragen in de huidige vaccinatie-kwestie. Maar wellicht kunnen zowel gevaccineerden als vaccinatie-weigeraars iets leren van zijn houding en visie op leed dat anderen ons lijken aan te doen. Dus zie wat nu volgt als illustratie om binnen te laten komen, om de toon te zetten. Hoe zouden wij kunnen reageren vanuit Christus-bewustzijn?

  • Jezus tegen de gevaccineerde: “Waarom vrees je jouw ongevaccineerde broeders en zusters? Vreesde ik de melaatsen, de verstotenen en uitgeworpenen? Nee, ik zocht ze op, at met hen en omarmde hen. Je bent zo bezorgd over eigen gezondheid dat zelfs het vooruitzicht niet behandeld te kunnen worden bij een eventuele toekomstige ziekte je bang maakt, en je wijst beschuldigend richting de mensen die tussen jou en jouw verzorging in kunnen staan. Laat me jouw angst genezen. Zie de angst bij de vaccinatie-weigeraars en laat hun jouw angstloosheid zien door van hen te houden. Bied hun het wonder aan van jouw angstloosheid opdat hun denkgeest tegelijk met de jouwe mag genezen.
  • Jezus tegen de vaccinatie-weigeraar: “Waarom ben je zo boos op je bange gevaccineerde broeders? Je verdedigt jouw keuzes en jouw bewegingsvrijheid als een recht. Niemand mag jou dwingen iets tegen je zin in te ondergaan en als ze dat toch doen dan verdienen ze jouw oordeel. Ik zweeg toen ik aangeklaagd werd, liet me kruisigen door de angstigen en bood hun daarmee het wonder aan. Hoe ziet jouw kruisiging eruit? Een prikje in je arm? Een paar maanden thuiszitten? Kun je dat ondergaan zonder de stroom van liefde te doorbreken?”

Jezus zou, zowel met als zonder vaccin in zijn lichaam, het volgende zeggen tegen zowel vaccinatie-weigeraar als gevaccineerde: “als jij ziek bent en er geen bed voor jou is dan geef ik je het bed waar ik in lig, zelfs als dit betekent dat mijn lichaam sterft.” En daarmee laat hij ons zien dat zijn denkgeest genezen is en biedt hij ons door zijn gedrag het wonder van liefde aan.

Voordat iedereen over me heen buitelt dus nogmaals: dit zijn geen adviezen voor gedrag maar een poging om het radicale karakter van de boodschap van Jezus binnen te laten komen.

Ik heb geen boter op mijn hoofd broeders en zusters. Binnen de droom heb ik gekozen voor geloof in vaccinatie en heb ik te dealen met mijn oordeel over vaccinatie-weigeraars. Ik merk dat ik het oneens ben met hun argumenten maar doe telkens weer een beroep op de Heilige Geest om mijn angst en oordeel te genezen. En dat geeft me hoop. Het voorbeeld van het verven van een doek textiel spreekt me hierbij aan. Na één onderdompeling van het doek in het verfbad is de kleur nog bleek. Pas na vastbesloten en herhaald onderdompelen krijgt de doek zijn beoogde kleur. Ik heb veel en herhaalde vergevingsoefeningen nodig maar ik wil de kleur van liefde krijgen. Niet 50 of 90% maar 100%. Laat jij je met mij onderdompelen in Liefde?

Wat adviseert mijn leraar of medium?

Gisteren sprak ik een mede ECIW-student over rare opvattingen die soms de ronde doen. Eén van die ontsporingen is dat het niet handig zou zijn om iemand in deze wereld te helpen omdat je daar de illusie echt mee zou maken. Dit is een typisch geval van niveauverwarringen. De Cursus geeft geen richtlijnen over wat we wel of niet moeten doen maar spoort ons aan om vanuit liefde te handelen. Zo simpel is het. Ons hart weet direct dat we een drenkeling de helpende hand moeten reiken. Het is slechts ons denken dat de stroom van liefde blokkeert. Natuurlijk heeft ons denken een functie in de wereld maar als we ons verstand gaan gebruiken om te bepalen wat we wel of niet vanuit liefde zouden moeten doen volgens de één of andere theorie of theologie, dan slaan we de plank mis.

Ons verstand gaat op zoek naar boeken of leraren waar het gezag aan verleent om te horen wat het moet doen. Het gesprek met mijn broeder had een opvallend vervolg. Thuisgekomen had hij de kwestie van het helpen van anderen met zijn vrouw besproken. Hij mailde me dat zijn vrouw een medium kende dat direct contact had met Jezus en dat dit medium gezegd had dat het helpen van anderen volgens Jezus oké was. “Nou, prachtig toch?”, zou je nu wellicht zeggen, hiermee is de vraag beantwoord.

Ik ben echter helemaal niet gerustgesteld door deze gang van zaken. Natuurlijk is het antwoord totaal niet verrassend. Maar het is de afhankelijkheid van mijn broeder van een “autoriteit” die me zorgen baart. Want wat zouden mijn broeder en zijn vrouw zijn gaan geloven als het medium had gezegd dat je beslist niet moet proberen om in deze wereld anderen te helpen? Zouden ze dit dan tot leidraad van hun leven en handelen gemaakt hebben?

Dat zoeken naar de mening van zogenaamd gezaghebbende anderen is wijdverbreid. Kennelijk voelen we ons zo onzeker dat we ons tot autoriteiten wenden die ons moeten zeggen wat wáár en wat onwaar is, wat we wel en wat we niet moeten doen. We zien dit gevaarlijke patroon makkelijker bij anderen dan bij onszelf. Van de zelfmoordterrorist die zich in naam van God opblaast vinden we dat hij of zij gevaarlijk geradicaliseerd is. Vanuit blind geloof in een foute uitleg van (bijvoorbeeld) de Koran doet hij akelige dingen. Maar is die afstand tot onze eigen neiging om vanuit vreemde opvattingen te handelen werkelijk zo groot? Wat als een ECIW- leraar ons aanspoort om de ellende die we op tv zien weg te lachen? Wat als hij of zij ons zegt om het kind dat in de vijver valt maar te laten verdrinken omdat je slechts naar een droom kijkt? Volgen wij dan deze adviezen?

We zijn ons nauwelijks bewust hoe afhankelijk we zijn van de mening van mensen die we als autoriteit beschouwen. Ik ken studenten die de negatieve mening van ECIW-leraren over Een Cursus van Liefde klakkeloos overnemen terwijl deze leraren het boek zelf niet gelezen hebben. Maar vooral als channelers claimen een direct lijntje met Jezus te hebben neigt men tot blinde gehoorzaamheid aan hen. Besluiten om op hun advies een boek niet te lezen is één ding, maar je medemens niet meer helpen is allesbehalve behulpzaam. Momenteel is het kennelijk “hot” dat mediums apocalyptische uitspraken doen over het einde der tijden. Dat de tijd een illusie is hoeft ons als ECIW-studenten niet te verbazen maar uit angst op advies van een medium een moestuin beginnen, WC-rollen kopen, je niet (of wel) laten vaccineren etc is koren op de molen van het bange ego.

In Een Cursus van Liefde gaat het over onze relatie met leraren en channelers en vooral over onze relatie met Jezus. En laat ik helder zijn over mijn eigen relatie met hen: ik kan leren, genieten en geïnspireerd raken door woorden van anderen. Maar dat is wat anders dan hen zien als gezaghebbende orakels. ECvL gaat over het (her)vinden van de juiste balans tussen hoof en hart. Om te leren handelen vanuit ons Christus-bewustzijn. Als er via onze oren woorden binnen komen in ons verstand, dan is het goed om deze woorden onder curatele van ons hart te plaatsen. Wat merken we daar? Herkennen we de woorden als een expressie van liefde of klinkt er angst, minachting en aanval in door? Jezus roept ons ook in ECIW op om niks zo maar aan te nemen. Onze functie is om werkelijk behulpzaam te zijn, de genezing voor onze denkgeest door liefde te aanvaarden en het wonder van naastenliefde aan onze broeders en zusters aan te bieden.

Ik denk dat er onnoemelijk veel ellende plaatsvindt in de wereld omdat we klakkeloos anderen volgen waarvan we vinden dat ze een goed verhaal hebben. Die anderen kunnen bekenden zijn, stamhoofden, staatshoofden, religieuze leiders, ECIW-leraren van aanzien, channelers etc. De uitnodiging is om oplettend te blijven en het luisteren, nadenken en handelen onder leiding van de liefde, Jezus, de Heilige Geest te plaatsen. Vooral voor mezelf voeg ik er nog de volgende uitnodiging aan toe: liefdevol reageren wanneer te volgzame en verwarde broeders, zusters (en ikzelf) tijd nodig hebben om door liefde genezen en geleid te worden.

Is dat echt wat Jezus ons leert in ECIW?

.https://eciwcoach.com/eciw-fabeltjes-2/

Jezus heeft ECIW woordelijk gedicteerd aan Helen Schucman. We mogen ervan uitgaan dat hij zijn woorden zorgvuldig gekozen heeft en precies zegt wat hij bedoelt. Het is fijn dat er in de verspreiding van Jezus’ mooie boodschap een rol is weggelegd voor leraren. Jezus wijdt zelfs een apart gedeelte in ECIW aan hun rol (Handboek voor leraren). Wij als eenvoudige studenten moeten echter waakzaam blijven wanneer we luisteren naar de uitleg van leraren. Zeker als een leraar zoiets zegt als: “Jezus zegt in ECIW misschien wel dit, maar dit is slechts symbolisch bedoeld omdat wij de échte waarheid nog niet kunnen verdragen. Want de echte waarheid is zus of zo”

Als we te veel gaan steunen op de interpretatie van ECIW-leraren dan lopen we het risico om in ECIW precies te vinden wat we graag willen horen. Er sluipen misvattingen binnen in onze denkgeest. Robert Perry is een cursus-leraar die zo dicht mogelijk bij de woorden van Jezus blijft. Hij is zelf de eerste die toegeeft dat ook hij in zijn uitleg feilbaar is en verwijst ons daarom telkens terug naar de woorden van de volledige versie van ECIW, The Complete and Annotated Edition (helaas niet vertaald in het Nederlands).

Robert heeft een opsomming gemaakt van 50 veel gemaakte vergissingen die afgelopen decennia onze denkgeest zijn binnengeslopen. Afgelopen twee weken heb ik deze in gedeelten vertaald en deels als blog gedeeld in de serie “ECIW-fabeltjes”. De vertaling van Roberts hele artikel heb ik als pagina op mijn website geplaatst, ook als pdf (zie bovenstaande link). Ik hoop hiermee medestudenten te kunnen helpen die nu struikelen over vreemde misvattingen die over de cursus de ronde doen. Ik noem er hieronder een aantal.

Ik wens je veel wijsheid en liefde!

Simon Schoonderwoerd

Voorbeelden van misvattingen:

  • We moeten de Cursus niet zo letterlijk nemen
  • Zoeken naar de juiste interpretatie van ECIW is iets voor het ego
  • God weet niet dat wij bestaan en hij weet niets van de scheiding
  • God verhoort geen gebeden
  • De Heilige Geest is geen wezen maar onze herinnering aan God
  • De Jezus van ECIW heeft niets te maken met de Jezus uit de Bijbel
  • De wereld die we zien is een illusie en als je daarin wilt handelen of helpen maak je de illusie echt.
  • Het gaat er uitsluitend om mijn perceptie te veranderen
  • Anderen zijn mijn projectie
  • Hitler vervulde gewoon zijn perfecte functie
  • Je moet niet plannen maar slechts in het moment verkeren
  • Het doel van de cursus is uitsluitend om innerlijke vrede te vinden
  • Het gaat om het gevoel, woorden zijn vooral obstakels

Ken Wapnick en Robert Perry

Dit zijn bekende namen voor de meeste ECIW-studenten. Beiden hebben veel gedaan bij de verspreiding van ECIW en vertegenwoordigen twee verschillende visies op de Cursus (Zie: One Course, Two Visions). Over deze beide visies kun je dus, letterlijk, boeken schrijven. Ik probeerde voor mijzelf zo kort mogelijk te formuleren waarin de aanpak van beide gerenommeerde leraren verschilt en kwam tot het volgende:

  • Robert volgt zo precies mogelijk alle woorden van Jezus en komt zo tot een diep besef van de mysterieuze liefdevolle verbondenheid binnen de Schepping.
  • Ken vertrekt vanuit een absoluut non-duaal standpunt en beziet de woorden en boodschap van Jezus vanuit dit standpunt.

Ons verstand stelt nu onmiddellijk de vraag: “welke aanpak klopt?” Ik heb niet de pretentie dat ik deze vraag kan beantwoorden en betwijfel ook of zo’n antwoord behulpzaam zou zijn. Maar weer kan ik wel mijn beleving schetsen.

Ik vind het heerlijk om, net als Robert, de woorden van Jezus uit de complete Cursus te lezen zoals ze geschreven zijn, dus zonder een corrigerende non-duale bril op mijn neus. Daarbij merk ik dat deze benadering leidt tot een liefdevolle houding tegenover de wereld. Ik ervaar ook in dankbaarheid de grote continuïteit van de boodschap van Jezus van het Nieuwe Testament naar ECIW en naar andere geïnspireerde boeken. Voor mij is deze benadering werkelijk behulpzaam. Er groeit hierdoor een besef van verbondenheid en eenheid. De kwaliteit hiervan is mysterieus en liefdevol.

Dat neemt niet weg dat voor anderen de uitleg van Ken behulpzaam kan zijn. Waar bijvoorbeeld iemand denkt dat er grenzen zouden bestaan tussen hemzelf en God of tussen hemzelf en anderen is een non-duale visie (“er zijn geen anderen”) mogelijk behulpzaam. Mijn aarzeling bestaat echter hieruit dat het vertrekken vanuit een verstandelijke non-duale visie het risico met zich meebrengt dat we het mysterie uit de Schepping knuppelen. Het is een mysterie dat er “anderen” zijn, andere Zonen van de Vader, die toch niet van ons Zelf gescheiden zijn. Zolang dit nog niet volledig door ons beseft wordt, en dit geldt voor de meesten van ons, bestaat er een grote kans dat de uitspraak “er zijn geen anderen” wordt geïnterpreteerd als “alleen ik besta”, een narcistische ontsporing van de boodschap van Jezus.

Tot slot: Mijn belangrijkste aarzeling om te veel te steunen op de visie van Ken komt voort uit de volgende vraag: “Waarom zou Jezus zich in ECIW niet direct bediend hebben van de terminologie en manier van toelichten die Ken hanteert?”. Ken stelt dat Jezus ons tegemoet wil komen op het niveau waarop wij ons bevinden en daarom duale taal gebruikt. Maar dan snap ik het nog minder. Als Jezus meent dat wij het meest geholpen zijn met deze (zogenaamd) duale taal die hij Helen gedicteerd heeft, waarom zouden wij ons dan toch wenden tot de manier van uitleggen en toelichten van Ken? Een manier die Jezus kennelijk niet geschikt vond voor ons?

Mijn conclusie: voor mij is er één echte leraar van ECIW en dat is Jezus. Ik ga ervan uit dat hij precies de woorden gekozen heeft die optimaal zijn voor mij. Ik vind het fijn om eventuele toelichting te lezen van iemand die de intentie heeft om Jezus’ woorden zo serieus mogelijk te nemen. Ik ben Ken dankbaar als mijn eerste leraar, de man die me hielp om de restanten van het klassieke duale Godsbeeld die ik nog had op te ruimen. Maar ik ben enorm verheugd dat Robert me terugvoert naar het hart van een liefdevol mysterie: de unieke boodschap van Jezus.

ECIW-fabeltje deel XII

Vandaag het laatste deel in deze serie van misvattingen die de ECIW-community zijn binnengeslopen. Ik heb overigens niet het hele artikel van Robert Perry vertaald maar de kwesties die me aanspraken en die ik opmerk in mijn contacten met medestudenten.Ik besef dat veel lezers dit mogelijk taaie kost vinden en de voorkeur geven aan korte, opbeurende boodschappen. Toch heeft Jezus ervoor gekozen ons een dikke Cursus te geven die studie vergt. Onzorgvuldige studie is weinig vruchtbaar. In feite is dit ook het thema van vandaag.Het is waar dat de kern van Jezus’ boodschap nooit veranderd is: heb God, je naaste en jezelf lief. Maar zoals gezegd, hij geeft ons met ECIW geen tegeltje voor aan de muur maar een cursusboek. Mooier kan ik het niet maken.

Hartegroet,

Simon Schoonderwoerd

Misvattingen:

Je moet bij je studie van de Cursus niet de nadruk leggen op woorden. Woorden zijn, zoals de Cursus zegt, slechts symbolen van symbolen.

De Cursus is niets anders dan een lange reeks woorden. Het onderricht ervan is in de vorm van woorden. En het grootste deel van de praktijk bestaat uit het in stilte herhalen van woorden. De Cursus mag dan zeggen dat “woorden slechts symbolen van symbolen zijn” (M-21.1:9), maar hij zegt ook dat “de woorden die we gebruiken machtig zijn” (W-pI.162.4:2), en dat de Heilige Geest woorden kan verheffen “van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (M-21.5:9). Woorden zijn zo potentieel transformerend omdat zij betekenis overbrengen, en de betekenis waarin wij geloven bepaalt de emoties die wij voelen.

Het intellect is een uitdrukking van het ego. De denkgeest is het probleem, het hart is de oplossing, want het hart is van nature zuiver en spiritueel.

De Cursus ziet logica en rede als krachtige middelen om de denkgeest ertoe te brengen het ego los te laten en voor God te kiezen. De Cursus beweert zelfs dat de rede inherent ego-overstijgend is: “Er is geen rede in krankzinnigheid, want die berust volledig op de afwezigheid van rede. Het ego maakt er nooit gebruik van, want het beseft niet dat ze bestaat.” (T-21.V.8:6-7). De Cursus richt zich zozeer op het denken omdat hij het denken ziet als datgene wat het gevoel bepaalt. Om deze reden stelt de Cursus de denkgeest en het hart nooit tegenover elkaar. Hij plaatst ze altijd bij elkaar, hetzij ten goede (“Mijn hart is rustig en mijn denkgeest in rust”-W-pII.286.1:8), hetzij ten kwade (“zijn verbijsterde denkgeest en angstig hart”-W-pII.334.2:3).

Het gaat echt allemaal om directe ervaring, daarom zijn gevoelens waar het om gaat. Woorden, gedachten en overtuigingen zijn abstracties van directe ervaring, en daarom staan ze in de weg.

Directe ervaring wordt in de Cursus zeer gewaardeerd, maar dit leidt er niet toe dat de dingen van de denkgeest worden ontkend. Hoewel ze geen directe ervaring zijn, kunnen woorden, gedachten en overtuigingen cruciale representaties zijn van de waarheid die we op een dag rechtstreeks zullen ervaren. Ze kunnen noodzakelijke reflecties zijn die ons daadwerkelijk naar directe ervaring kunnen brengen, zoals velen hebben ervaren bij het doen van de Werkboek-lessen, die meestal gaan over het herhalen van woorden. Verder worden gevoelens als zodanig in de Cursus niet verheerlijkt. In de visie van de Cursus zijn er twee soorten gevoelens: gevoelens die van het ego zijn en geen betekenis hebben (woede, schuld, angst, zorgen, depressie, enzovoort) en gevoelens die van God zijn en waar zijn (liefde, vrede, vreugde, enzovoort). En welke kant we ervaren is een gevolg van welke gedachten we verkiezen te geloven.

Kinderen en dieren leven dichter bij de geest dan wij, omdat zij in het moment leven in directe ervaring. In principe is alles met een minder ontwikkeld intellect spiritueler.

De Cursus verheerlijkt kinderen of dieren niet. Hij gebruikt kinderen als grote symbolen voor ons, omdat hun ego’s, hun gebrek aan begrip en hun behoefte aan hulp en leiding duidelijker zijn dan bij ons het geval is. Dieren hebben het niet beter in de Cursus. Er zijn niet veel verwijzingen naar hen, maar degene die er zijn, beelden dieren af als mensen die menselijke emoties ervaren (liefde voor het nageslacht, woede, woede), in plaats van dat ze op de een of andere manier vrij zijn van dergelijke op het ego gebaseerde gevoelens. Dieren, met andere woorden, hebben ook ego’s.

ECIW-fabeltjese deel XI

Vandaag aandacht voor misvattingen over plannen maken, het eenzijdig belang hechten aan spirituele ervaringen en de bovenmatige focus op innerlijke vrede. Wellicht is de boodschap niet altijd even prettig om te horen maar de uitnodiging is toch om er met openheid naar te luisteren. Mooie dag gewenst, Simon

Misvattingen:

Er is niets belangrijker dan in het moment te zijn. Zoals de Cursus zegt: “Een genezen denkgeest plant niet.”

In de Cursus gaat het er bij in het moment zijn vooral om vrij te zijn van spijt uit het verleden en angst voor de toekomst en zo een heilig moment binnen te gaan. Het gaat er niet om in contact te zijn met het zintuiglijk heden – de directe ervaring van actuele beelden, geluiden en aanrakingen – maar om in contact te zijn met het tijdloze heden. We willen in het heden zijn niet gebruiken als een ontsnapping aan het leven en aan onze verantwoordelijkheid tegenover anderen. Sterker nog, we kunnen in het heden zijn en toch plannen maken. Het is waar: “Een genezen denkgeest maakt geen plannen.” Maar de volgende regel is ook belangrijk: “Hij voert de plannen uit die hij ontvangt door te luisteren naar wijsheid die niet van hemzelf is.” (W-pI.135.11:2-3). Het plant niet, maar het ontvangt wel plannen.

Spirituele ervaringen zijn het teken van geestelijke vooruitgang. We weten dat iemand spiritueel is als die persoon verheven spirituele ervaringen heeft gehad.

Spirituele ervaringen zijn uiterst waardevolle hulpmiddelen voor spirituele ontwikkeling. Maar volgens de Cursus zijn de echte tekenen van spirituele ontwikkeling het soort karaktereigenschappen die genoemd worden in “Wat zijn de eigenschappen van Gods Leraren?” (M-4): vertrouwen, eerlijkheid, verdraagzaamheid, zachtmoedigheid, vreugde, verdedigingsloosheid, vrijgevigheid, geduld, trouw, en openheid van denken. Het is helaas heel gewoon dat een en dezelfde persoon zowel een hoge geestelijke gesteldheid als niet-zo-verheven karaktereigenschappen heeft.

De reden waarom ik de Cursus doe is om vrede te vinden – om mijn oordelende, depressieve innerlijke toestanden in te ruilen voor vredige, gelukzalige innerlijke toestanden.

De Cursus stelt inderdaad dat zijn doel vrede is. Maar hij beschrijft zijn doel ook met veel andere woorden (zoals ware waarneming, vergeving, geluk, en heiligheid). Te veel gericht zijn op vrede kan gemakkelijk een narcistische focus worden die onze zorg voor het welzijn van anderen buitensluit, omdat hun problemen onze vrede in de weg kunnen lijken te staan. We moeten innerlijke vrede combineren met uiterlijke hulpvaardigheid – met het aanbieden van wonderen.

ECIW-fabeltjes deel X

Het zijn weer interessante kwesties vandaag. Vervulde Hitler zijn functie?Zijn alle keuzes ook juiste keuzes? Doet het er niet toe hoe anderen op mij reageren? Fijne dag verder!

Simon

Misvattingen:

Alles is volmaakt. Elke gedachte is volmaakt. Elk gevoel is volmaakt. Als ik denk dat iemand een fout heeft gemaakt, heb ik een oordeel. Het is allemaal goed. Hitler was gewoon zijn perfecte functie aan het vervullen.

Het is waar dat de Heilige Geest alles kan gebruiken voor Zijn doel. Zelfs onze fouten worden door Hem omgezet in leermomenten. Maar we maken wel fouten, fouten die in de kern uitingen zijn van kwetsende bedoelingen (“Niemand valt aan zonder de bedoeling te kwetsen”-W-pI.170.1:1). Verder wijst de Heilige Geest alleen functies toe die iedereen ten goede komen. Wat Hitler deed was een verwerping van wat zijn ware toegewezen functie ook was.

Alleen het ego wil gelijk hebben, en alleen het ego noemt iets verkeerd. In plaats van te proberen gelijk te hebben, moeten we gewoon gelukkig zijn.

Wanneer de Cursus vraagt: “Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn?” (T-29.VII.1:9), bedoelt hij dit: Wil je geloven dat je huidige opvatting (in het bijzonder je opvatting dat buiten jezelf zoeken je gelukkig kan maken) juist is, ook al maakt die opvatting je ongelukkig? De Cursus noemt dit later “het doel gelijk te krijgen als je ongelijk hebt” (T-30.I.11:6). Met andere woorden, heb je liever dat je gelijk hebt, ook al heb je ongelijk, en kost je ongelijk je je geluk? Met andere woorden, het is niet jouw taak om alle bezorgdheid over gelijk hebben overboord te gooien. Het is om je egoïstische overtuiging dat je op dit moment gelijk hebt los te laten, zodat je van gedachten kunt veranderen en zowel gelukkig zijn als gelijk hebben.

Ik moet de keuzes die ik gemaakt heb niet als “verkeerd” bestempelen. Dat is gewoon het ego dat zichzelf op de borst slaat. Ik deed het beste wat ik kon. Alles was juist voor dat moment.

De Cursus vraagt om “een herwaardering van alles wat je koestert” (T-13.IX.4:1). Het “vereist bereidheid om elke waarde die jij eropna houdt koestert in twijfel te trekken” (T-24.In.2:1). Hoe kunnen we zo’n grootschalige herwaardering uitvoeren als we onszelf niet toestaan onze keuzes in twijfel te trekken? In plaats daarvan moeten we een grenzeloos vermogen ontwikkelen om toe te geven dat we fout zijn geweest. “Erken slechts dat jij je hebt vergist, en al de gevolgen van je vergissingen zullen verdwijnen.” (T-21.II.2:7). Zoals de Cursus aangeeft, hebben we niet gezondigd, maar we “hebben ons zeer vergist” (T-10.V.6:1).

Kijken naar de effecten op anderen van mijn daden in de wereld is een verkeerde focus. De Cursus is heel duidelijk dat mijn fouten en “zonden” geen effect hebben.

Door de hele Cursus heen wordt het effect dat we op anderen hebben afgeschilderd als waardevolle feedback die ons kan helpen te laten zien of we uit het ego of uit de Heilige Geest komen. “En aan hun reacties zul je herkennen wat jij gekozen hebt.” (T-15.II.4:6). Onze fouten en “zonden” hebben geen effect op de eeuwigheid, maar in deze wereld hebben ze een groot effect. “Maar bedenk het volgende: jij bent niet schuldeloos in de tijd, maar in de eeuwigheid. 3Je hebt ‘gezondigd’ in het verleden, maar er is geen verleden” (T-13.I.3:2-3).

ECIW-fabeltjes deel IX

Goedemorgen allemaal. Hierbij weer een paar kwesties om te laten bezinken. Ik vind het vooral belangrijk dat het wonder van Een Cursus van Wonderen niet beperkt blijft tot het corrigeren van onze eigen perceptie; wonderen worden ook als uiting van liefde aangeboden aan onze broeders en zusters. Het is heerlijk om je zo door de HG te laten “gebruiken”. Liefs, Simon

Misvattingen:

Mijn speciale functie is alleen maar om te vergeven, om mijn eigen wrok los te laten. Denken dat ik een speciale aardse rol heb die mij door de Heilige Geest is gegeven, is slechts de verraderlijke stem van speciaalheid.

De Cursus zegt: “Aan ieder geeft Hij een speciale functie in de verlossing die alleen hij vervullen kan, een rol voor hem alleen” (T-25.VI.4:2). Dit is jouw unieke rol in Gods plan. Hij is voor jou uitgekozen door de Heilige Geest op basis van jouw specifieke sterke kanten: “Terwijl Hij jouw kwaliteiten precies ziet zoals ze zijn, en zich evenzeer bewust is waar, waarvoor, op wie en wanneer ze het best kunnen worden toegepast, kiest en aanvaardt Hij jouw rol voor jou.” (W-pI.154.2:2). En door deze krachten uit te oefenen word je “een verlosser voor de heiligen die speciaal aan jouw zorg zijn toevertrouwd” (T-31.VII.8:3). In de bladzijden van de Cursus is het dus Jezus’ stem – niet de stem van jouw speciaalheid – die jou vertelt dat je een belangrijke, goddelijk gekozen rol hebt: “Ik maak je Zijn plan volkomen duidelijk, en zal jou bovendien vertellen welke rol jij daarin speelt, en hoe dringend het is dat je die vervult.” (T-5.VII.4:4).

Het wonder is slechts een verschuiving in de waarneming. Het is niet iets dat in de wereld gebeurt. En het is zeker niet iets dat ik “verricht” in de wereld.

Als je de vijftig wonderprincipes leest, is het duidelijk dat wonderen iets genezends zijn dat overgaat van een wonderdoener naar een wonderontvanger. Wat overgaat is liefde, want wonderen zijn “uitingen van liefde”, en worden in de eerste hoofdstukken van de Cursus vijf keer zo genoemd. Dit is de voornaamste betekenis van “wonder” in de Cursus: een uitdrukking van liefde waardoor we de waarneming van een ander verschuiven. Een wonder als iets dat onze eigen waarneming verschuift, is een belangrijke betekenis van het woord in de Cursus, vooral in het Werkboek, maar het is niet de hoofdbetekenis van de Cursus.

Vergeving heeft niets met de ander te maken. Ik vergeef niet omwille van hen; ik doe het alleen voor mezelf.

In de Cursus is vergeving inherent intermenselijk: door je wrok los te laten, bevrijd je de ander van zijn of haar last van schuld: “Help hem de zware zondelast op te heffen waarmee jij hem beladen hebt en die hij als de zijne heeft aanvaard” (T-19.IV.D.16:5). Vergeving is dus de impuls om zowel onszelf als onze ogenschijnlijke aanvaller te bevrijden.

De Cursus zegt ons nooit dat we eerlijk moeten zijn in deze wereld. Hoe kan dat als de hele wereld een leugen is?

In het gedeelte over eerlijkheid als kenmerk van Gods leraren (H-4.II) beschrijft Jezus een soort mega-eerlijkheid, of ultra-integriteit, waarin al onze gedachten, woorden en daden absoluut consistent zijn. Dit betekent dat elk woord dat we zeggen een eerlijke weerspiegeling is van onze gedachten, daden en andere woorden; dat we altijd ons woord houden (we doen altijd wat we zeggen dat we zullen doen); en zelfs dat elke gedachte die we hebben een eerlijke weerspiegeling is van elke andere gedachte. Dit laat ons niet afzien van normale eerlijkheid. Dit roept ons op tot volmaakte eerlijkheid.