Dit wil ik

Een manager in mijn bedrijf heeft een in mijn ogen onzinnig plan in gedachten. Natuurlijk geef ik aan dat de aanpak die hij voorstelt mij “sub-optimaal’ lijkt. Maar er spelen veel meer belangen mee dan alleen rationele argumenten. Op de achtergrond zijn er ‘politieke’ motieven die zich aan het zicht onttrekken. De baas wil A, ik wil B. Wat doet dit met me?

En je kan dit voorbeeld breder trekken. In de denkbeeldige buitenwereld gebeurt A (vervelende ontmoeting, ziekte, armoede etc) en ik wil B (leuke ontmoeting, gezondheid, rijkdom etc). Zolang die wensen voorkeuren blijven gaat het nog wel. Maar dikwijls is het meer dan dat. Het zijn eisen en we merken de innerlijke spanning als het niet gaat zoals we willen. Er ontstaat een gevecht. Er is een dader en wij zijn het slachtoffer. Mogen we dan geen wensen hebben? Geen voorkeuren? Natuurlijk wel. Ik krijg binnen de illusie het liefst mijn zin en geef de voorkeur aan leuke en plezierige dingen. Maar als we denken dat we echt bedreigd worden en daarom vastklampen aan onze eisen dan is er meer aan de hand.

We zijn dan druk bezig om de illusie van afgescheidenheid te voeden. Niets om ons schuldig over te voelen. Wel iets om naar het licht te brengen. Om te vergeven. Dus kijk ik nogmaals naar genoemde manager. Hij denkt dat hij het nodig heeft om gelijk te krijgen. Dat herken ik wel. Tegelijk proef ik iets van angst. Want wie ben je als je geen gelijk krijgt? Als je je zin niet krijgt? Wat is mijn Wil met een hoofdletter W? Wil ik gelijk krijgen en wil ik mijn dwangmatige wensen vervuld zien? Of wil ik vrede ervaren? Wil ik Liefde zijn en hem laten zien dat zijn dwang de Liefde niet kan schaden? Geen oordeel, geen verdediging, geen aanval, geen gevecht. Dus breng ik mijn vechtneiging naar de Liefde. En ik breng de vechtneiging die ik bij hem meen te zien naar de Liefde. Onze wensen kunnen tegengesteld zijn maar ik wil met die persoon de hemel betreden. Ik kan hem niet buiten laten staan want daarmee sluit ik in mijn beleving direct ook mezelf buiten. Hij en ik zijn één, zelfs in de illusie.

WB307:
Vader, Uw Wil is de mijne, en anders niets. Er is voor mij geen andere wil. Laat me niet proberen een andere wil te maken, want dat is zinloos en doet me zeker pijn. Alleen Uw Wil kan me geluk brengen, en alleen de Uwe bestaat. Als ik wil hebben wat U alleen kunt geven, moet ik Uw Wil voor mij aanvaarden en de vrede binnengaan waar conflict onmogelijk is, Uw Zoon één is met U in wezen en in wil, en niets de heilige waarheid tegenspreekt dat ik blijf zoals U mij hebt geschapen.

Wat is onze rol?

Als studenten van de Cursus hebben we een dubbele agenda. Aan de ene kant moeten we ons ding doen in de wereld. Hoe denkbeeldig deze wereld ook mag zijn. Soms fantaseer ik wel eens over een rustig bestaan, ver weg van alle drukte. Maar deze vluchtgedachten gaan er al van uit dat er echt iets bestaat waarvan gevlucht kan worden en dat er iemand is die dat kan doen. Dus dan maar die andere kant. Onze dubbelrol is onze echte rol. Deze bestaat niet uit een vlucht uit de illusie terwijl je toch gelooft dat deze illusie echt bestaat. Nee, onze echte rol is die van verlosser. Dat klinkt zwaar maar dat is het juist niet. Het is onze functie om waarlijk behulpzaam te zijn. Hoe doen we dat? Niet door te vluchten naar de Himalaya, dat is zeker. Maar door met open ogen en open hart de illusie aan te gaan. Door te realiseren dat het oplossen (letterlijk) van onze problemen niet bestaat uit het manipuleren van de zogenaamde buitenwereld. Het is niet onze taak om andere mensen te dwingen om naar onze pijpen te dansen. Het is onze taak om andere te laten zien dat hun gedrag onze liefde niet beïnvloedt. Samen met de Heilige Geest moeten wij opnieuw kijken naar wat we menen te zien. Bij anderen en bij onszelf want dit blijkt uiteindelijk hetzelfde ding.

Dus terwijl wij onze dagelijkse dingen doen, oefenen we in vergeving. Daar is onze blik op gericht. En dat beperkt zich niet tot conflictsituaties met onze broeders en zusters. Alles wat we meemaken leent zich tot het doen van vergevingsoefeningen. Je kunt oefenen zoveel als je wilt. Zelfs de zachte aanraking van de wind op je huid mag je in liefde ontvangen en vergeven. Niet omdat deze fout is maar omdat het ons gegeven is om elke waarneming te gebruiken als venster naar Zijn Liefde.

WB306: Wat anders dan de visie van Christus zou ik vandaag willen aanwenden, wanneer die mij een dag kan bieden waarop ik een wereld zie die zo op de Hemel lijkt dat een aloude herinnering bij mij terugkeert? Vandaag kan ik de wereld die ik heb gemaakt vergeten. Vandaag kan ik aan alle angst voorbijgaan en liefde, heiligheid en vrede hervinden. Vandaag word ik verlost en opnieuw geboren in een wereld van genade en zorgzaamheid, van liefdevolle goedheid en de vrede van God.

Vrede

Op het internet las ik een stukje kritiek op de Cursus. De toonzetting was agressief en gericht op Helene Schucman die de Cursus mocht opschrijven. Samenvattend kwam het er op neer dat de intenties van Helene en van de Cursus kwaadaardig waren en dat deze niet voldeed aan de criteria van rationeel denken. Al lezend merkte ik dat de broeder die dit geschreven had vanuit zijn hoofd en met grote boosheid schreef. En onder deze boosheid klonk de angst door.

De verleiding is groot om zelf ook met verontwaardiging, boosheid en uit je hoofd de Cursus te gaan verdedigen. Maar het  is veel fijner om deze aspecten ook bij jezelf te onderkennen en er een vergevingsoefening van te maken. Het ego wil dat we zijn spelregels van de meetbare logica en vastomlijnde concepten volgen. Daar heeft het tenslotte de hele wereld mee gebouwd. Maar ja, waar komen dat ego en die wereld zelf vandaan?

Jarenlang geloofde ik ook in de waarheid als een soort super concept waarin alle puzzelstukjes in elkaar vielen. En die Waarheid blijkt inderdaad te bestaan. Alleen leert deze ons dat zowel de puzzelstukjes als de puzzelaar onderdeel zijn van de illusie. Door al deze gedachten naar de Liefde te brengen komt er rust. De vrede die alle verstand te boven gaat. Tijdens Cursus bijeenkomsten klinkt de vraag: ‘wil je gelijk hebben of vrede ervaren?’ En dit is zo waar. Dus mag ik genieten van Liefde. En er mag een diep weten zijn dat het goed is. Wat heerlijk dat ik daar niemand van hoef te overtuigen maar dat ik wel waarlijk behulpzaam mag zijn. Door te vergeven vanuit de innige en warme verbinding met de Heilige Geest.

WB305: Wie louter de visie van Christus aanwendt, vindt een vrede zo diep en stil, zo onverstoorbaar en totaal onveranderlijk, dat de wereld daarvoor geen tegenhanger bevat. Vergelijkingen verstommen ten overstaan van deze vrede. En heel de wereld gaat in stilte heen wanneer deze vrede haar omhult en haar met zachtheid naar de waarheid voert, niet langer nu de woonplaats van de angst. Want liefde is gekomen en heeft de wereld genezen door haar de vrede van Christus te geven.

Eigen schuld dikke bult?

Als Cursus-studenten oefenen we met situaties die we tegenkomen in ons dagelijks leven. We worden geconfronteerd met werksituaties waarin we stress ervaren en met lastige mensen. Als we de blik wat verder naar buiten richten zien we een wereld die niet bepaald gezellig is. Vluchtelingen, ziekte, oorlog, natuurgeweld en ga zo maar even door. Dit noemen we dan de wereld waarin we leven.

Werkboekles 304 laat ons zien dat we verder moeten leren kijken dan wat we zo ogenschijnlijk zien. ‘Laat mijn wereld de visie van Christus niet vertroebelen.’ Heel subtiel wordt hier gesproken over ‘mijn wereld’ en niet over ‘de wereld’. En dat maakt een wereld van verschil. Doorvoel het maar eens. Met ‘de wereld’ creëer je een soort afstand. De grote boze buitenwereld waar je in verschenen bent als slachtoffer. En dit slachtoffer moet nu aan de slag gaan om uit de slachtofferrol te stappen. Maar ‘mijn wereld’ gaat verder. De volgende zin laat geen ruimte voor onduidelijkheid bestaan: ‘Waarneming is een spiegel, en geen feit.
Wat ik zie is de staat van mijn denkgeest die naar buiten is gespiegeld.’

De liefdeloze ego-vertaling hiervan is ‘eigen schuld dikke bult’. Die bult wordt dan gezien als straf voor een daadwerkelijke schuld. We vinden onbewust dat we straf van God verdienen maar projecteren hiervoor in de plaats een buitenwereld die ons rampspoed biedt. Een vorm van onnodige zelfkastijding. Het komt helemaal akelig over als we dit op een ander projecteren: ‘Wat gek, hij leek zo’n gevorderde leraar en nu krijgt hij of zij kanker’. Au, wat een pijnlijke vergissing om zo je eigen schuldprojectie op een medemens te projecteren die ziekte als een lichamelijke straf zou moeten ondergaan. Doe deze manier van ego-denken jezelf en de ander niet aan.

De Heilige geest is liefdevol. Al die ellende die we voor onszelf of voor een ander menen te zien is ‘mijn wereld’. Niet meer dan een illusie die we serieus zijn gaan nemen. Dus glimlach om die spreuk ‘eigen schuld, dikke bult’. Vergeef jezelf dat je zo dacht. Vergeef en besef dat we liefde zijn die niet gestraft kan en hoeft te worden. En dat geldt ook voor mijn ‘zieke’ broeder. Maak zijn illusie niet echt voor jezelf en voor hem door te geloven dat hij die ziekte ervaart omdat hij iets fout gedaan of gedacht heeft. WB 304: ‘Ik wil de wereld zegenen door er met de ogen van Christus naar te kijken. En ik zal de onbetwistbare tekenen zien dat al mijn zonden mij vergeven zijn.’ Want ik ben liefde en mijn broeder is liefde. Er is geen morele schuld die vergeven moet worden. We mogen onze vergissing vergeven. Zó kunnen we echt behulpzaam zijn. Een echte gave. Aan onszelf en aan onze broeder die één is met ons.

WB304:
U leidt me uit het duister naar het licht, uit zonde naar heiligheid. Laat me vergeving schenken en zo voor de wereld verlossing ontvangen. Het is Uw gave, Vader, die mij gegeven wordt om te schenken aan Uw heilige Zoon, zodat hij de herinnering van U en van Uw Zoon zoals U hem geschapen hebt, weer vinden kan.

Ik en de wereld?

Goedemorgen beste lezer. Klaar om aan de dag te beginnen? Kijk dan maar eens goed om je heen. Naar de kamer, je beeldschermpje en naar je handen. Sla de blik maar eens naar binnen en zie de goede voornemens die je hebt. Vast van plan om weer eens goed te oefenen met vergevingslessen. Een mens op weg naar verlichting in deze grote wereld.

Dus niet. Alles wat je net meende te zien en te denken is een illusie. Niet meer dan een gedachte die je bent gaan geloven. Er is geen ik. Er is geen wereld. En er is dus al helemaal geen ikje die zijn of haar best kan doen om iets te bereiken. Dat geloof je maar. Maar al die vormen die je meent te zien in de fysieke wereld en die gedachten en gevoelens zijn er niet echt. Het speelt zich allemaal slechts af in de denkgeest. Zogenaamd dan. Al die waarnemingen kunnen vergeven worden. Opgelost. Naar de Liefde gebracht. Eng hé? Want wat blijft er dan over? Een ikje dat niets ziet en niets voelt? Nee, helemaal geen ikje meer. ‘Alleen’ grenzeloze Liefde. Onvoorstelbaar. Letterlijk. Is dit te angstaanjagend? Tijd voor de mannen met witte jassen? Bedenksels van een doorgeslagen medestudent? Mag je gerust denken. En dan weer vergeven.

WB303: Uw Zoon is welkom, Vader. Hij is gekomen om mij te verlossen van het kwade zelf dat ik heb gemaakt. Hij is het Zelf dat U mij gegeven hebt. Hij is niets anders dan wat ik in waarheid werkelijk ben. Hij is de Zoon die U boven alles liefhebt. Hij is mijn Zelf  zoals U mij hebt geschapen. Het is niet Christus die kan worden gekruisigd. Laat me, veilig in Uw Armen, Uw Zoon ontvangen.

Projectie-ouders

Mijn vader was marineman. Ik was nog maar net geboren toen hij voor twee jaar vertrok naar Indonesië. Een oerangst werd bevestigd; vader houdt niet meer van me en laat me alleen. Hij kwam terug. Een strenge vader. Hij rekende me elke fout aan. Heftige straf. Uit onmacht sloeg hij zijn kinderen de kamer door. Zijn gezicht als een masker van angstige, machteloze agressie. ‘Nee pap, niet meer slaan!’ Moeder liet hem begaan omdat ze hem niet durfde tegen te spreken. Ik voelde me alleen, schuldig, beschaamd en bang. Ik was bang om de volgende fout te maken die onze ‘god’ zou laten ontbranden in woede.

Ik hield vast aan dit beeld van een boze en straffende vader. Hem had ik nodig om me het ultieme, schuldige slachtoffer te blijven voelen. God de vader die wil dat zijn zoon schuldig wordt bevonden en gekruisigd wordt. De zoon moet zijn toorn dragen en de gifbeker totaal leegdrinken. En vanaf dit denkbeeldige kruis mag ik nu eindelijk mijn ogen opslaan naar mijn echte Heilige Vader die nooit zou willen dat zijn zoon meende gekruisigd te moeten worden. Ik zie de tranen van ontroering in zijn liefdevolle blik. Hij knielt neer bij een kleine Simon die zich probeert te verstoppen achter de bank. Kom maar jongen, er is niks gebeurd. Kom in m’n armen want ik houd onvoorwaardelijk van jou. Wees niet bang voor Mijn liefde. Laat je beeld van een straffende vader en afzijdige moeder los. Zie hun roep om liefde. Je bent nog steeds in de Liefde en hebt een nare droom. Stop met het projecteren van schuld. Kom maar jongen; rust maar zacht. Ik huil tranen van vergeving, van geluk.

WB302:
Vader, onze ogen gaan ten langen leste open. Uw heilige wereld wacht ons, nu ons zicht eindelijk is hersteld en we kunnen zien. We dachten dat we pijn leden. Maar we waren de Zoon die U geschapen hebt vergeten. Nu zien we dat de duisternis onze eigen inbeelding is, en dat er licht is dat we kunnen aanschouwen. De visie van Christus verandert duisternis in licht, want angst moet wel verdwijnen wanneer liefde is gekomen. Laat me vandaag Uw
heilige wereld vergeven, zodat ik haar heiligheid kan zien en begrijpen dat ze slechts de mijne weerspiegelt.

Nieuw geloof

Bij de orthodoxe manier van geloven gaan we er van uit dat God onze wereld serieus neemt. Dat Hij de problemen die het ego ons voorhoudt onderkent en dat Hij het met ons eens is dat we ernstig slachtoffer zijn van de grote boze buitenwereld, inclusief ons zieke en sterfelijke lichaam. In ons klassieke gebed vragen we Zijn Goddelijke interventie dan ook op het niveau van de wereld. Heer, zorg er toch voor dat die oorlog ophoudt. Heer, genees me a.u.b. van kanker. Oud geloof.

De Cursus laat ons zien dat wij zelf deze wereld vol ziekte en geweld hebben geprojecteerd. We hebben dat gedaan om ons veilige afgescheiden te kunnen voelen, zelfs als we daar een onveilige wereld voor nodig denken te hebben. We lezen dat God niet meegaat in deze illusie. Hij laat zich niet voor ons karretje spannen door op ons verzoek een beetje te gaan sleutelen in onze droom. Het is Zijn Wil dat we wakker worden. Dat we leren dat we dromen. En raad eens? Daar hebben we geloof voor nodig. Nieuw geloof. En dat is geen geloof in nieuwe dogma’s. Het heeft meer de kwaliteit van vertrouwen. Vertrouwen dat Liefde de grond is van ons diepste wezen. En dat we een beroep mogen doen op deze Liefde. We kunnen niet op eigen kracht uit de droom stappen omdat de ‘ik’ die wil gaan stappen onderdeel is van die droom. Het is de eerste, onjuiste, aanname dat er een ikje is dat op stap kan gaan. We lijken daarom machteloos en totaal gevangen in de droom. Maar dan is daar nieuw geloof. Echt geloof. Het geloof dat ons leert dat we mogen vertrouwen op God, op de Liefde die we zijn, om ons wakker te maken. Om de sluier van de illusie op te heffen.
En dat betekent niet dat de oorlog ophoudt of dat ons zieke lichaam perse geneest. Nee, het laat ons zien dat we er om mogen glimlachen. Dat we leren dat we geen lichaam in een boze wereld zijn maar Zonen van God. Zijn vrede is niet van de wereld die we zien. Maar Zijn koninkrijk is in ons en Hij wast de tranen van onze ogen. Als we Hem vertrouwen.

WB301: Gods wereld is gelukkig. Zij die ernaar kijken, kunnen er enkel hun vreugde aan toevoegen en haar zegenen als reden tot nog meer vreugde in hen. We waren in tranen, omdat we niet begrepen. Maar we hebben geleerd dat de wereld die we zagen onwaar was, en we zullen vandaag Gods wereld zien.

Lekker belangrijk

Dit was een tijdje een slogan van de jeugd. Er klonk een mate van onverschilligheid in door met een milde spot voor degene die een serieus punt probeerde te maken. Daarmee was het ook een kleine aanval. ‘Jeetje, sukkeltje; maak jij je daar nu echt zo druk over?’

Toch moest ik er vanmorgen glimlachend aan denken toen ik wakker werd en dacht aan alles wat ik vandaag moet doen. Ik liet het zwaar op me drukken. Gisteravond belde ik een ex-collega op die al een jaar werkeloos thuis zit. Het grappige doet zich dan voor dat je een beetje jaloers bent op elkaars situatie. Op dit moment lijkt het me heerlijk om (even!) werkeloos te zijn terwijl hij er wat voor over zou hebben om een drukke baan te hebben.

Hoe dan ook, vanmorgen dus weer die stress. Tijdens m’n stille tijd keek ik er eens naar. Allerlei zogenaamd brandende kwesties riepen zo hard ze konden om aandacht. Alles werd keurig bij elkaar gehouden door een portie bezorgdheid en als toefje op de kluwen zorgen ook nog wat schuldgevoel over iets wat ik denk niet zo handig gedaan te hebben. Lekker begin van de dag zo. Lekker belangrijk allemaal. Maar het helpt niet als ik mezelf wat belachelijk maak door te suggereren dat ik er boven moet staan. Ik irriteer me ook licht als ik dat advies krijg van iemand die gepensioneerd, werkeloos of arbeidsongeschikt is. Makkelijk praten denk ik dan. Natuurlijk ook weer projectie, ik weet het. Ik moet mezelf serieus nemen omdat het ego serieus genomen wil worden. Als ik dat niet doe dan wordt het ego bedreigd in zijn voortbestaan. Maar dat wil ik natuurlijk niet onderkennen. Het is de kern van mijn slachtofferschap dat het me overkomt. Logisch dat ik het niet leuk vind als een ander me daarop wijst, los van de werksituatie van die ander.

Wel een fijne Werkboekles vandaag. WB 300: De wereld duurt maar een ogenblik. Niet bedoeld als fatalistische verzuchting. Niet: ach, nog een paar jaar en dan ben ik met pensioen. Of, een beetje cynisch; ach, voordat je het weet lig je toch in je kist. Nee, de Werkboekles is bedoeld als aansporing om naar een andere Stem te luisteren. Een stem die vraagt om onze blik niet gefixeerd te houden op de dagelijkse beslommeringen. Om stil te worden en ons zware gevoel aan Hem te presenteren. En nadat ik het gevoel van vandaag gevoeld heb bied ik het Hem aan. ‘Liefde lost mij op tot Liefde’, laat ik zachtjes klinken. En in deze overgave komt er weer wat licht naar binnen. Wat vrede. En dit is voor mij lekker belangrijk.

WB300: We zoeken vandaag Uw heilige wereld. Want wij, Uw liefhebbende Zonen, zijn even de weg kwijt. Maar we hebben naar Uw Stem geluisterd en precies geleerd wat we moeten doen om de Hemel en onze ware Identiteit te hervinden. En we zeggen vandaag dank dat de wereld maar een ogenblik duurt. We willen voorbij dat nietig ogenblik naar de eeuwigheid toe gaan.

Zwoegend op weg

De weg van de Cursus voelt soms als een steile kronkelweg omhoog. De weg is zwaar en overwoekerd met de taaie takken van onze negatieve gevoelens. Het is een donker pad vol glibberige stenen. We houden ons vast aan het voorgespiegelde vredige einddoel. De vrede van God, geluk. We weten niet wanneer we de top zullen bereiken maar de kracht van het ego is zo groot dat het wel eens heel lang zou kunnen duren. Het ego smult van deze voorstelling. Het heeft deze wereld geprojecteerd waar dit soort gezwoeg om iets te bereiken de normale gang van zaken is. ‘In heet zweet des aanschijns’, of zoiets.

Wat is het dan een verademing om dan bijvoorbeeld WB les 299 te lezen: Eeuwige heiligheid woont in mij. Er staat dus niet dat we heiligheid gaan bereiken als we maar flink ons best doen. Nee, het is de kern van ons wezen. We zijn liefde. En nu wordt het opletten geblazen. Want het ego neemt ons voor we het weten als een volleerd judoka in de heupzwaai. Zelfingenomen maakt het pas op de plaats. Het tovert een schijnheilige glimlach op onze lippen. We voelen ons verheven boven de mensen die nog zo hun best aan het doen zijn. Die arme zwoegers. Als spiritueel ego klimmen we op een stoel en genieten we van alle aandacht.

Maar hoe moeten we dan wél omgaan met de wetenschap dat we liefde zijn? In ons oude Bijbeltje stond het zo mooi. We moeten eerst onze zonden belijden en dan zal God ze vergeven. Natuurlijk is hier het woord ‘zonden’ onnodig moreel geladen. De Cursus zou het anders formuleren. We moeten eerst heel oplettend zijn. Oog krijgen voor wat we geloven. Voor ons geloof in daders en slachtoffers. In mijn ervaring ga je dan steeds meer zien. Het is voor mij niet een snel halleluja-verhaal. En dit is geen veroordeling van mensen voor wie dat wél geldt hoor. Maar ik merk dat die ene boze bui en die kleine bezorgdheid een topje van een ijsberg van illusies vormen. Ik zie hoe wijd verbreid de illusie van schuld en zonde is doorgedrongen in mijn denkgeest. En als ik dan bijna moedeloos word, dan is WB 299 een zegen. Want het biedt me hulp. Goddelijke hulp. Ik mag weten dat het Gods Wil is dat ik Hem leer kennen. Dat de uitkomst vast staat. Ondanks alle duistere wolken mag ik weten dat Hij er altijd voor me is. En als ik Hem dan een klein beetje vertrouwen kan geven dan is Hij altijd trouw en vindt vergeving plaats. Wat een zegen.

WB 299: ‘Vader, mijn heiligheid is niet van mij. Het is niet aan mij om haar door zonde te laten vernietigen. Het is niet aan mij om haar onder aanvallen te laten lijden. Illusies kunnen haar versluieren, maar ze kunnen haar stralende gloed niet doven, noch temperen haar licht. Ze blijft eeuwig volmaakt en onaangetast. In haar zijn alle dingen geheeld, want ze blijven zoals U ze geschapen hebt. En ik kan mijn heiligheid kennen. Want ik werd door Heiligheid Zelf geschapen, en ik kan mijn Bron kennen omdat het Uw Wil is dat U wordt gekend.’

Pensioen

Met regelmaat krijg ik brieven van mijn pensioenverzekeraars. De strekking is steevast hetzelfde. Het zijn moeilijke tijden en ik krijg in de toekomst minder dan ik had gedacht. Ik baal hiervan. Mijn pensioenopbouw is toch al geen successtory. Mijn jarenlange deelname aan een pensioensysteem gebaseerd op aandelen flopte hopeloos. Nu bouw ik ook nog eens minder op dan gedacht en als klap op de vuurpijl mag ik doorwerken tot mijn 67ste. Getverderrie.

U hoort het al. Het ego leeft zich heerlijk uit. Want laten we het maar eens bezien in het licht van de Cursus. Ik denk dat mijn geluk afhangt van geld en van de mogelijkheid eerder te kunnen stoppen met werk. Ik geloof dat vrijheid bestaat uit niet meer hoeven op te draven voor een werkgever. Dan slachtofferschap. Als loonslaaf denk ik dat ik nu gevangen zit. En als slachtoffer van de afnemende welvaart krijg ik mijn ingebeelde vrijheid pas erg ver in de toekomst.

Simon als slachtoffer van de grote boze buitenwereld. Dus vergevingswerk te doen. Ik maak contact met gevoelens van bezorgdheid en herken ze als angst. Ik zie mijn aanvalsgedachten die ik projecteer op ‘het systeem’ en breng deze naar de Liefde. Samen met mijn gevoelens van slachtofferschap. Heer hier ben ik. Zie mijn gedachten en bezorgdheid door Uw ogen. Laat Uw Liefde binnenstromen. Laat vergeving mijn projecties en ingebeelde angsten wegstralen. Leer me dat mijn geluk in U is, in Liefde en in eenheid. En gelukkig is Liefde de enige zekerheid die we hebben. Dankbaar.

WB297:
Vergeving is het enige geschenk dat ik geef, want het is het enige geschenk dat ik verlang. En al wat ik geef, geef ik aan mijzelf. Dit is de eenvoudige formule voor verlossing. En ik, die verlost wil worden, wil me die eigen maken, zodat dit de manier wordt waarop ik in een wereld leef die verlossing nodig heeft, en die verlost zal worden wanneer ik de Verzoening voor mezelf aanvaard.