1 Stem, verschillende vormen

Heilige BoekenDeze Blog en de hieraan gekoppelde FB-groep (ECIWcoach) zijn opgericht rond het boek Een Cursus in Wonderen. Dit boek heeft een mysterieuze, holografische gelaagdheid. Het zal jullie ook bekend voorkomen dat je bij het herlezen van het boek of van passages telkens weer nieuwe inzichten krijgt en je hart zich verder opent. Dit lijkt eindeloos door te kunnen gaan en wat dat betreft kan het ons onnodig afleiden als we rusteloos op zoek blijven gaan naar andere boeken die ons de ervaring van liefde kunnen bieden waar we naar zoeken. Dit eindeloos zoeken naar andere boeken kan een onbewuste vlucht zijn om de confrontatie met de Liefde die we zijn en waar ECIW ons op wijst te ontlopen.

Toch kan dit ook omslaan in een soort fanatisme waarbij we ECIW als enige vorm aanhangen en andere uitingen van de waarheid met achterdocht bekijken. Zien jullie de twee uitersten? Aan de ene kant het rusteloze shoppen om je boekenkast volstoppen met de bedoeling om echte diepgang te ontwijken en aan de andere kant het vastklampen aan het zogenaamd enige juiste boek, zoals we al zo vaak in de geschiedenis van onze godsdiensten hebben meegemaakt.

Vermoedelijk is het onze beperkte ego-blik die ons probeert wijs te maken dat we moeten kiezen; welk boek is het beste? Totaal onnodig natuurlijk. ECIW leert ons dat niets werkelijks bedreigd kan worden en dat geldt dus ook voor ons prachtige blauwe boek. Ik ervaar zelf dat die mysterieuze stille Stem die ons leidt kan spreken door verschillende vormen. Eerder wees ik al op “The Way of Mastery”. Toen ik hieruit las ervaarde ik dezelfde vertrouwde stem van Jezus die ik herkende uit ECIW. Slechts de vorm verschilde. Bij The Way of Mastery voelt het voor mij of de liefdevolle Leraar gezellig even samen met mij het klaslokaal van ECIW verlaat en op een bankje in het park met me verder spreekt. Het is heerlijk om zo samen in de zon te zitten.

Een lieve medestudente, Sjaan, wees me enige tijd geleden op “Een Cursus in Liefde”. Mijn eerste reactie is dan toch altijd wat argwanend, zo van “ja, ja; het zal wel”. Toch maar even Gegoogeld en uiteindelijk de Nederlandse vertaling gekocht. En weer die herkenning, die helderheid, die Liefde.

Ieders leerweg is uniek en deze bestaat maar voor een klein deel uit de boeken die we lezen. Juist vanuit ECIW leren we dat we niet moeten kijken naar vorm maar naar inhoud. Uiteindelijk draait het tenslotte allemaal om luisteren naar die ene Stem die middels alle denkbeeldige vormen spreekt en om overgave aan Hem, aan de Liefde die we in eenheid zijn. Het is niet mijn bedoeling om iemand aan te moedigen om de weg die hij of zij volgt te verlaten als dat niet goed voelt. Ook wil ik niet suggereren dat “The Way of Mastery” of “Een Cursus in Liefde” iets onmisbaars toevoegen aan ECIW. Ik wil alleen doorgeven dat deze beide boeken mij inspireren en bemoedigen. Ik ben Sjaan dankbaar dat ze haar “impuls” om mij op het laatste boek te wijzen heeft gevolgd. Ik doe nu hetzelfde middels dit bericht. Onderzoek het, als je hart dat ingeeft. Laat het maar lekker aan je voorbijgaan als dat jouw weg is.

Lieve groet,

Simon

 

 

Ik-gevoel

mens en boomDe wind waait tegen de boom. Blaadjes ritselen en de boom wiegt zacht heen en weer. De wortels in de aarde, de takken in de lucht en beschenen door een mager herfstzonnetje.

De ogen gaan open en de neus kriebelt. Stramme gewrichten, een volle blaas. Opstaan en naar het toilet lopen. Het is koud in huis. Gedachten over het instellen van de thermostaat. Pakken van de ochtendjas, de trap op, laptop openen. Gedachten, stilte en typen.

Eenheid bij de boom, eenheid bij het ochtendritueel van Simon. Maar in het tweede geval iets meer dan dat. Bij elke waarneming en handeling in- en door Simon ontstaat een bijproduct. Ik doe mijn ogen open en ik voel dat mijn neus kriebelt. Ik heb wat stijve handen en voeten en ik moet plassen. Ik sta maar op en ik heb het koud. Ik moet wat aan de kachel doen maar laat ik voor nu maar even een ochtendjas aantrekken. Ik krijg nu een inzicht en het lijkt mij leuk dat te delen dus ga ik het posten.

Dat is opvallend. Bij alles wat er in eenheid gebeurt met Simon ontstaat een bijproduct genaamd “ik-gevoel” of ook wel “illusie van afgescheidenheid”. De illusie van een ikje dat dingen ervaart en uitgaande van een vrije wil ook kan doen. Is dat fout dat dit, naar men zegt, bij een boom niet gebeurt en bij Simon wel? Nee, het is gewoon wat gebeurt. Een ogenschijnlijke vernauwing binnen de eenheid. Het verlies van het besef dat Simon, net als de boom, totaal één is met alles.

De boom verliest bladeren in de herfst, soms zelfs een tak in de boom. Na honderd jaar is hij vermolmd en valt om waarna alle bestanddelen vervloeien in de bodem en de lucht, Geen angst maar eenheid die overgaat in eenheid.

Binnen de Simon-illusie is een gevecht gaande. Uitgaande van de zo echt lijkende ervaring van afgescheidenheid moet er overleefd worden, moeten bedreigingen onderkend en overwonnen worden. Angst, verdedigen, aanvallen en dit allemaal gedragen door een vaag schuldgevoel. Een schuldgevoel gebaseerd op het rare idee dat er iets aan de eenheid ontstolen is. En vooral angst voor de dood. Angst om eindig te zijn en te zullen verdwijnen.

Nu wordt ieder oprijzend ik-gevoel gezien. Ik als ontvanger van prikkels en als doener, als yin en als yang. Het ik-gevoel is totaal onschuldig en het mag losgelaten worden, vergeven, overgegeven aan de eenheid en liefde waarin het geboren werd. De liefde wordt er weer in uitgenodigd, vrede mag er bij elke klop van het hart weer doorheen stromen. Vergeving, overgave aan Hem, aan die Heerlijkheid.

WB 267: Mijn hart klopt mee in de vrede van God.

 

Niet wat ik wil

frustratie

Hoe vaak gebeurt het niet dat een ander niet doet wat ik wil? “Die ander” kan een persoon zijn maar ook een instantie, een situatie of zelfs mijn eigen lichaam. Maar laat ik me voor de helderheid even beperken tot een andere persoon of instantie en een thema dat bij mij telkens weer de aandacht vraagt: de ander of die instantie geeft me niet het geld waar ik recht op meen te hebben. Vooral de overheid en verzekeraars zitten dan in mijn doelgroep.

Na bijvoorbeeld 30 jaar trouw een premie te hebben betaald doe ik eindelijk een keer een beroep op een verzekering. De contactpersoon staat me vriendelijk te woord en men zal mijn zaak gaan bestuderen. Het moet gezegd worden; ik krijg snel antwoord zelfs met citaten uit mijn eigen polis die ik destijds natuurlijk niet zorgvuldig genoeg gelezen heb. Helaas, helaas; men begrijpt dat het teleurstellend voor me is maar betaling zit er niet in want de kwestie wordt in de polis nadrukkelijk uitgesloten van vergoeding.

Ik kan nog net de uiterlijke beleefdheid opbrengen om mijn naïviteit te erkennen en vriendelijk te blijven. Toch knarsen mijn tanden en vermenigvuldig ik eens voor mezelf het aantal maanden dat ik verzekerd dacht te zijn met de premie die ik per maand betaal. Groot onrecht wordt mij aangedaan, meen ik. En dan nu de Cursus les van vandaag.

WB 266: Mijn heilig Zelf woont in jou, Zoon van God.

Ik nodig je uit om met me mee te voelen en iemand in het vizier te nemen die simpelweg niet doet wat jij wilt terwijl jij toch overduidelijk gelijk hebt. Heb je iemand in gedachten? Probeer het dan maar eens om met gemeende eerlijkheid dit tegen deze persoon te zeggen: “Mijn heilig Zelf woont in jou, zoon van God”. Merk je het? Die weerstand? Wat zou je zeggen als je echt eerlijk zou zijn? “Ik baal van jouw gedrag, lelijke bal gehakt!”. Zoiets? Vervolgens merk ik dat ik overtuigd ben van mijn gelijk en dat mij groot onrecht wordt aangedaan. Ik zoek erkenning bij mensen die mij gelijk moeten gaan geven en met me mee willen huilen. “Och ja, heb ik ook. Boeven zijn het die verzekeraars, zakkenvullers”. Samen boos zijn is nog fijner voor me.

Terug naar de tekst van de werkboekles. Ik herhaal deze in gedachten terwijl ik aan mijn doelwit denk en ervaar grote weerstand. Ik wil gewoon vasthouden aan mijn oordeel, aan mijn gelijk en aan mijn woede, hoe beleefd ik alles ook onder een milde glimlach probeer te verstoppen. De Cursus leert me dat dit mijn verborgen keuze is voor een gevoel van afgescheidenheid dat ik koester. Ik wil dus gelijk hebben en boos blijven om me lekker afgescheiden en een hard ikje te kunnen blijven voelen. 99% tegen mijn zin in nodig ik de Liefde, de Heilige Geest uit om met me mee te kijken. Wat een weerstand ervaar ik nu. Ik schenk dat kleine procentje vertrouwen en blijf kijken en wachten. En dan gebeurt het wonder en gaat het ijs langzaam smelten. Ik krijg zicht op die verborgen keuze; ik doe deze woede mijzelf aan. Ik begin te zien hoe die ander “mijn verlosser” kan zijn. In die ander zie ik mijn eigen krampachtige hebzucht weerspiegeld en ik erken deze als onze angst waar we ons aan vastklampen. Dan gebeurt het onverklaarbare; de hardheid verdwijnt langzaam, mildheid doet haar intrede en een onverklaarbare rust begint mijn hart te verwarmen.

Vandaag betreden we het Paradijs, terwijl we Gods Naam en die van ons aanroepen en ons Zelf in ieder van ons erkennen, verenigd in Gods heilige Liefde.

Apocalyps?

apocalypsDe oorlogsretoriek van Trump maakt een oude belangstelling van me wakker voor voorspellingen over apocalyptische gebeurtenissen in de zogenaamde eindtijd. Zowel in de Bijbel als door Nostradamus wordt gesproken over het klinken van de trompet bij het begin van allemaal ellende. Trump, trompet?

Eerst protesteert m’n verstand. Wil ik zo’n naar beeld geloven? God die, in het geval van de Bijbel, als een klein jongetje zijn schepping als een speelgoedautootje op een tafel een flinke zet geeft en gaat zitten wachten op het moment dat het wagentje met passagiers en al naar beneden stort. Hij roept de poppetjes nog na dat degenen die in Hem geloven niks te vrezen hebben want ze zullen wonderbaarlijk gered worden. Bizar.

Dan maar naar de Cursus. Deze stelt dat we helemaal geen slachtoffer zijn van twee alfa-mannetjes die met raketten willen gooien. Alles gebeurt in de ene denkgeest waarin een nare film wordt getoond. We vergeten dat we veilig in de bioscoop zitten en we schuifelen angstig heen en weer met het angstzweet in de handen.

Met moeite neem ik een stapje terug. Ik zie de morbide neiging, verslaving haast, om mee te gaan in het rampdenken. Ik zie hoe het geloof in deze projecties mij definieert als een angstig, afgescheiden ikje. Vergeving is nodig. Hulp met de hoofdletter H is nodig. Dus ik bid:

Heer, in dit moment van angst kom ik tot U
Ik leg mijn geloof in wat ik zie in Uw hand Heer,
Liefde, mijn diepste Zelf; doet U maar wat nodig is
Ik wil niks verwachten, niks invullen, niks bepalen
Slechts vertrouwen op U, op oneindige en grenzeloze Liefde
De Liefde is het middel, en het doel
Hieraan geef ik me over.

WB 263: Mijn heilige visie ziet alles als zuiver.

Als de rook om je hoofd is verdwenen

als de rook om je hoofd is verdwenenIk word wakker en hoor de wind gieren om het huis. Het is nog donker in huis. Duistere gedachten dringen de denkgeest binnen. Het onafwendbare verlies van een leuke, goedbetaalde baan door gezondheidsproblemen. De komende donkere maanden waarin ik de afleiding van de problemen niet meer buiten in het zonnetje kan zoeken. Dit alles wordt vanmorgen nog eens opgefleurd met een zeurende koppijn.

En zo zwelg ik nog even verder. Want dat is het. In eerste instantie komt de verstandelijke kennis van de Cursus me te hulp. Ongevraagd. “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. Bah Cursus, moet dat nou? Dit is niet het medelijden waarop ik gehoopt had. En wat kan ik nu doen aan deze rot situatie? Ik heb er toch ook niet omgevraagd? Het overkomt me gewoon! Het is heel normaal dat ik me zo voel en de mensen die ik spreek zijn met me begaan en tonen alle begrip voor mijn gevoelens die hier bij horen.

En toch. In deze minuscule opening in de duistere zak die om mijn brein lijkt te zitten ontstaat een scheurtje waardoor meer licht naar binnenkomt. Er komt eerst wat overzicht. Ik zie, verstandelijk nog, dat er totaal geen oorzakelijk verband is tussen wat NU aan de orde is en de boze droom in mijn hoofd. Er is geen wet die zegt dat nare situaties die zich zogenaamd buiten me bevinden perse moeten leiden tot een grauwsluier in mijn hoofd. Het lijkt logisch dat dit zo gaat, maar het hoeft niet. Schoorvoetend zie ik dat ik ervoor kies om te focussen op het dode verleden en een verbeelde toekomst. Waartoe doe ik dit? En dan wordt het haast gênant. Want ik begin te zien dat ik me nu een afgescheiden, zielig, slachtoffer ikje voel.

Vanaf enige hoogte, iets boven het slagveld zou de Cursus zeggen, kijk ik op de donkere wolk die ik in mijn hand houd. Hoe zou het zijn om niet te geloven in dat afgescheiden ikje dat zo’n dappere strijd voert in de grote boze buitenwereld. Hoe zou het zijn om de wolk omhoog te tillen, richting de Zon? Het voelt haast ongepast. Het hoort niet om me in deze situatie gewoon goed en vredig te voelen. Dat zegt mijn ego althans. Nu glimlach ik. Ik merk dat er een keuze is om de vrede van God buiten de deur te houden maar zie nu ook mogelijkheid om mijn weerstand over te geven.

Dus kijk ik slechts naar Hem in blije en hoopvolle afwachting. “Dag Broer, hier ben ik. Ik hoor vele stemmetjes die me van alles willen wijsmaken en ik zie dat ik geneigd ben hierin mee te gaan. Ik wil echter met Jouw mee. Mag dat? Dank je, neem me maar met je mee. Naar God, naar het Licht”.

WB 256: God is vandaag mijn enig doel.

 

100% liefde

God is lichtGisteren woonde ik een doopdienst bij. Mijn eenentwintig jarige lieve dochter werd gedoopt door onderdompeling. Het is een prachtig en ontroerend ritueel. De dopelingen hadden familie en genodigden meegenomen en de voorganger deed zijn best om de dienst een uitnodigend en evangelisch karakter te geven. De sympathieke man sprak geïnspireerd en bewogen. Ik merkte hoe de liefde van de Heilige Geest zich door hem heen uitstrekte naar alle mensen in de zaal.

Toen hij bijna aan het eind van zijn preek was veranderde de toon. Het leek of hij zichzelf ver excuseerde: “ik verzin het zelf niet, het staat in de Bijbel”. Daarna volgde uitspraken met een dreigende ondertoon. “Wie niet voor Jezus is, is tegen hem”, “Door je keuze voor Jezus weet je zeker dat je na je dood verder leeft”, “Ga heen (na de doop) en zondig niet meer; dus niet meer liegen, stelen en ongehuwd samenwonen”, “Er is maar één God, die van de Bijbel”.

Vanmorgen vroeg werd ik wakker en ik bespeurde boosheid van binnen over deze venijnige staart van de preek. Waarom moet er een morele grauwsluier gelegd worden over die heerlijke uitnodiging om je te laten inspireren door- en tot liefde? Waarom moet er weer angst gezaaid worden? Ooit schreef ik een van ironisch boekje over het klassieke Godsbeeld van een narrige God die hoe dan ook iemand wilde straffen voor vermeende zonde. Zelfs al was hij zo “lief” om daarvoor zijn eigen zoon Jezus te kiezen (Geen beeld van God). De oude verontwaardiging van toen speelde weer op maar deze keer werd iets duidelijk; ik heb vergevingswerk te doen.

Wat is er namelijk aan de hand? Ik meen dat de voorganger echt in staat is om met zijn duale angst- en aanvalsgedachten de waarheid geweld aan te doen. Anders gezegd; ik meen dat een mens die gelooft in afscheiding de Christus waarlijk kan kruisigen. Dat is nu juist de hele boodschap van Jezus als hij zich de beledigingen, martelingen en kruisdood laat welgevallen: dit is niet waar. Er zijn geen booswichten buiten mij die mij iets aan kunnen doen. De waarheid kan niet bedreigd worden, niets onwerkelijks bestaat. Jezus laat zich door een denkbeeldige boze menigte verscheuren als een lam door een stel wolven. Hij geeft zijn lichaam weg als brood om opgegeten te worden en zijn bloed als wijn om gulzig gedronken te worden om te laten zien dat hij voortleeft. Om te laten zien dat hij geen afgescheiden en tijdsgebonden lichaam is van vlees en bloed maar de Zoon van God. Hij heeft zijn naasten onvoorwaardelijk lief omdat hij weet dat ze één zijn met hem. Onbegrensde en eeuwige liefde, net als wij.

In gedachten komt weer mijn broeder op de kansel in gedachten. Nu zie ik dat ik vast wil houden aan mijn boosheid tegen zijn opvattingen. Ik meen dat hij zich vergist en mijn boosheid is natuurlijk een regelrechte aanvalsgedachte. Ik wil gelijk hebben. Daarin ben ik weer precies gelijk aan wat ik in een ander veroordeel. Nu zie ik dat oordeel van mij duidelijk voor me. Ik zie hoe ik het koester en anderen wil overtuigen van mijn gelijk uit naam der waarheid. Och, wat zijn we gelijk hierin; hij en ik. Nu roep ik om Jezus. Nee, ik schreeuw om mijn Heiland. Heer, dompel me ook onder in Uw Liefde. Neem dit bokkige schaap op Uw schouder en draag me naar het vredige weiland waar ik samen mag zijn met de rest van de kudde want ik kan niet over het hek springen dat ik zelf bedacht heb. Dit kleine beetje bereidwilligheid is genoeg. Het eenvoudige “ja-woord” van de dopelingen, mijn bereidheid om als een schaapje dat geen benul van richting heeft op de schouders van de herder gedragen te worden. En dan is daar dat wonder, de vrede. Dankbaar.

WB 254: Laat elke stem in mijn verstommen, behalve die van God.

Happy de peppie!

happy

Het is wel eens aardig om een stapje terug te doen en onze activiteiten rondom de Cursus van een afstandje te bekijken. YouTube en Facebook zijn hiervoor een prima uitgangspunt. De basis is steeds de tekst van de Cursus zelf maar vanaf hier lopen de uitingen van de verschillende vertegenwoordigers sterk uiteen. Mijn persoonlijke favoriet blijft Ken Wapnick. Zowel zijn boekjes als zijn toespraken vind ik zwaar indrukwekkend; doorspekt met een diep begrip van de metafysica van de Cursus. Het kost wellicht wat moeite om door de vorm heen te kijken. Je ziet een wat oudere man die statisch op een stoel zit en stotterend de meest mooie uiteenzettingen geeft.

Sta me toe even een klein ommetje te maken richting Tony Parsons. Hij hanteert geen Cursus-terminologie maar qua inhoud komt het natuurlijk op hetzelfde neer. Ook hier een oudere man, veel stiltes tijdens zijn toespraken en een zaal vol serieuze zoekers hoewel Tony een goed gevoel voor humor heeft.

Wat opvalt bij zowel Ken als Tony is dat hun focus op de inhoud gericht blijft en niet zozeer op de vorm die al dan niet het gevolg kan zijn van hun inzicht. Ze schermen niet met een happy de peppie, hiep-hiep-hoera-stemming, met lichamelijke gezondheid, met aantrekkelijke successen die je te wachten staan als je het pad volgt. Tony is heel realistisch ten opzichte van de grootte van het publiek dat hij met deze ingetogen boodschap bereikt: “deze boodschap zal nooit populair worden”.

Hoe anders profileren andere leraren zich. Sommigen hebben een duidelijk charisma, een haast magnetische aantrekkingskracht. Iemand met een serene of juist positief energetische uitstraling heeft een grote aantrekkingskracht op ons. Dat willen we ook, knellende banden afwerpen, een einde aan de pijn, ons diepste verlangen volgen, ons ego afbreken en onafgebroken geluk!

Ik merk dat ik wat weerstand voel tegen deze ambassadeurs van de gelukkige droom. Dit is niet erg als ik dit maar onderken als een onderdeel van mijn persoonlijke voorkeur en als een uitnodiging tot vergevingswerk. Dit houd me de laatste maanden bezig en is een mooi oefenterrein. Eerste stap hierin is het onderkennen van mijn eigen beperkte oordeel gebaseerd op een uiterlijke vorm. Hoezo is een metafysisch, serieus en doortimmerd verhaal beter dan een aanpak die sterk neigt naar haast Amerikaans positief denken? Zoals altijd lost deze verstandelijke beschouwing mijn vooroordeel niet echt op.

Ik word uitgenodigd te voelen. Als ik zwijg, kijk en voel dan merk ik dat ik mijn oordeel als het ware koester. Mijn ego roep: “het is toch zo? Ze hebben het helemaal niet over vergeven! Ze lijken te vergeten dat de werkboeklessen de weg wijzen en niet hun eigen slappe aftreksels hiervan!”. Ik kijk toe en zie dat mijn geloof in mijn mening haast “lekker” voelt; de verstandige ik tegen de rest. De ik die gelijk wil hebben. Vervolgens is daar die oncomfortabele uitnodiging; wil ik gelijk hebben of vrede ervaren. “Maar het voelt helemaal niet als vrede om mild te zijn richting die positivisten”. Weer kijken naar dat gevoel en Hulp inroepen. Ik mag mijn oordeel op Zijn altaar leggen. Alstublieft Heer, hier houd ik kennelijk aan vast om me lekker afgescheiden, speciaal en superieur te voelen. Kennelijk is het te eng voor me om het aan U over te geven en de vrede te ervaren die het loslaten van mijn oordeel biedt.

En in die stilte komt steeds meer ruimte voor het wonder, voor het oplossen van mijn oordeel. Ik zie de veelkleurigheid, ons zoeken naar de gelukkige droom. En het is goed zo. We spartelen allemaal, met elkaar, naast elkaar, met elkaar verbonden, serieus of juist lachend. In Hem, in de Liefde.

 

Geloof in 2, geloof in 1

2 is 1

Sta eens stil bij wat je nu ten diepste gelooft. Geloof je nu dat je als ikje om je heen kijkt? Vraag je je nu af wat je moet doen? Wil je nu iets anders? Belijd dan je zonden. Huh, klassiek Christelijke termen? Je zonden belijden? Nee, ik heb het niet over een moreel oordeel. Er is geen sprake van dat jij als ikje iets fout hebt gedaan. “Zonde” betekent “afscheiding”. Je zonde belijden betekent: “eerlijk toegeven dat je ervan overtuigd bent dat je een ikje bent dat zich afvraagt wat het moet doen. Zie je het? Zie je jezelf zo staan met je geloof in 2? Zie je de vraag; wat moet ik doen? Zie je je eenzaamheid ondanks het feit dat in gelooft in 2?

Precies hier grijpt de Cursus in. Precies hier komt “Jezus je redden”. Er word je niet gevraagd een onmogelijke kwantum sprong te maken van 2 naar 1. Je zou niet weten hoe je dat moest doen, hoe je hiermee zelfs maar een begin zou kunnen maken zonder je geloof in 2 te bevestigen. Wat moet ik doen? Not again..

Vergeven, dat is de sleutel. Niet vanuit een schijnbaar 2. Jij als ikje kunt niet vergeven zonder je meer te voelen dan die denkbeeldige ander. Nee, het goede nieuws is dat Hij er is om je te vergeven. Hij zal de modder van je voeten wassen. Herinner je Petrus bij het tafereel van de voetwassing? Petrus wil zelf wat doen. Hij wil Jezus de voeten wassen. Maar zo kan het niet. Petrus moet leren zich over te geven aan de Ene, aan 1, aan Jezus. Hij moet zich laten reinigen door Hem, door de Liefde.

Wanneer voelen we ons heel erg 2? In de speciale relaties. De 2-relatie die we hebben met de hele wereld die we geprojecteerd hebben juist met als doel om ons 2 te kunnen voelen. Maar vooral in relatie met onze broeders en zusters. We vinden het niet leuk wat ze ons zogenaamd aandoen of we willen juist dat ze ons iets geven. Liefde, aandacht, seks. We spelen met hen het spel van 2.

Totdat. Totdat Jezus ons laat zien dat Hij in de ogenschijnlijk meest extreme omstandigheid dit spel niet meespeelt. Hij vergeeft de mensen die hem geselen, uitlachten, bespuwen en hem kruisigen. Hij speelt het spel van 2 niet mee. Hoe flikt hij dat? Hij flikt het helemaal niet als kleine Jezus. Hij geeft zich totaal over aan de Vader, aan God, aan Liefde. Hij illustreert onze zoektocht. Vanuit het “Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’, zoals we ons nu voelen, naar “In Uw handen beveel ik mijn geest” naar het “Het is volbracht”. Het aanroepen van Zijn Naam.

Waar 2 verenigd zijn in Zijn naam, in 1, daar zal Hij zijn. Daar zal Hij harten vullen. Daar vragen we niet wat wij moeten doen. Daar is overgave aan de ene Heilige Wil, Zijn Wil. Daar is Liefde, daar is zegen, daar zijn tranen van geluk. Dankbaar.

Les 246

Houden van mijn Vader is houden van Zijn Zoon.

Laat me niet denken dat ik de weg naar God kan vinden als ik haat draag in mijn hart. Laat me niet proberen Gods Zoon te kwetsen en dan denken dat ik zijn Vader kan kennen of mijn Zelf. Laat niet toe dat ik mezelf niet herken en desondanks geloof dat mijn bewustzijn mijn Vader kan omvatten, of dat mijn denkgeest zich een voorstelling kan maken van alle liefde die mijn Vader voor mij heeft, en alle liefde die ik Hem teruggeef.

Ik zal de weg aanvaarden die U, mijn Vader, voor mij kiest, om tot U te komen. Want daarin zal ik slagen, het is immers Uw Wil. En ik wil inzien dat wat U wilt evenzeer is wat ik wil, en niets dan dat. En dus kies ik ervoor te houden van Uw Zoon. Amen.

 

Onbewust masochisme

laat het verleden los

Bij anderen zie je het zo makkelijk. De gescheiden vriendin wiens ex al lang uit beeld is maar die blijft klagen over wat haar door hem is aangedaan. De ontslagen ex-collega die al ander werk gevonden heeft maar blijft hangen in de boosheid op haar vorige werkgever. Als ik er heel voorzichtig op wijs dat dit alles NU niet meer aan de orde is dan gaan beide over op het geven van uitleg dat het heel logisch is dat ze zich zo voelen, dat dit gewoon menselijk is en zelfs, jawel, dat ze recht hebben op dit gevoel van een misdeeld slachtoffer te zijn.

Sta ik hier soeverein en glimlachend boven? Nee, allerminst. Die splinter bij die ander springt nu eenmaal duidelijker in het oog dan die balk mij mezelf. Als ik immers met de Cursus een stapje terug doe dan wordt hierin uitgelegd dat de hele vertoning die we opvoeren in deze droomwereld voortkomt uit ons verlangen om ons in de hel te willen wanen in plaats van te ontwaken en te beseffen dat we in de hemel zijn.

Ik kies ervoor om het spel van afscheiding te spelen. Door een grote boze buitenwereld te projecteren lukt het me om ellende te ervaren en het toneelstukje “ik op weg naar geluk” op te voeren. Ik Zelf, die liefde en geluk ben, kies ervoor om me klein te voelen en te verwachten dat ik geluk ergens daarbuiten ga weten te vinden. Dat geluk zou dan moeten bestaan uit een partner die doet wat ik wil, een werkgever die me de hemel in prijst en me overlaadt met geld, een prachtig huis, een mooie auto, goede gezondheid en zonovergoten vakanties. En als hier iets niet naar mijn zin is, bijvoorbeeld bij genoemde vervelende partner of werkgever, dan ben ik boos en misdeeld en is er sprake van een schuldige ander.

De Cursus leert ons dat we ons onbewust schuldig voelen over onze vermeende rebellie tegen God, onze verbeelde afscheiding van de liefde. Dit voelt echter zo stom, banaal en akelig dat we liever een droomwereld bedenken die ons van alles aandoet. Als de Cursus ons hierop wijst reageren we net zo defensief als vriendin en ex-collega. “Hoezo, wil je beweren dat ik mezelf ziek maak? Dat slachtoffers van rampen en oorlog er zelf om gevraagd hebben? Hoe durf je, dat is onmenselijk en wreed!”.

Maar nee, dat zegt de Cursus niet. Er is geen klein schuldig ikje dat zo machtig zou zijn dat het echt die ellende over zichzelf kan afroepen en echt schuldig zou willen zijn. Dat zou dat denkbeeldige ikje wel willen. Zo makkelijk laat het ego zich niet afschepen. Als het zelf niet verantwoordelijk is voor de shit die het ervaart dan moet het God zijn. Dan is God wreed en dat weigert het ikje te geloven. Of ik of God is schuldig. Die blinde vlek in deze redenering is enorm. De aanname dat er sowieso sprake is van ik en God. Nee dus. Vanuit de eenheid die je werkelijk bent, als Zoon van God, projecteer je een nietig dwaas idee dat zowel buitenwereld (of buiten-God) en een ikje lijkt op te leveren. De droom is begonnen van ikje versus de wereld of ikje versus God.

Maar wat kan die “ik” dan doen? In feite niets want juist die wens om te “doen” bevestigt de illusie dat er iets gebeurd is dat gecorrigeerd kan worden, dat er een ikje bestaat dat in actie zou kunnen komen. Daarom is vergeven “niets doen en het overlaten aan de Heilige Geest”, aan de liefde die je bent. Middel en Doel zijn één. We zijn niet in een buitenwereld. Er is nog steeds slechts eenheid. Elke ervaring die hierin verschijnt, elke doe-neiging of slachtoffer-neiging mogen we gaan leren herkennen als valse getuigen. Als afgoden voor wie we gekozen hebben om te knielen om onze denkbeeldige afgescheiden identiteit te bevestigen. Maar nu is het genoeg, want:

WB 244: Nergens in de wereld ben ik in gevaar.

Ik hoef Uw Naam slechts aan te roepen (de waarneming, pijn, emotie naar het Licht brengen) en ik zal me mijn veiligheid en Uw Liefde herinneren, want die zijn één. En daar bevinden we ons in waarheid. We zijn die ene Denkgeest en in God zijn we veilig. Want wat kan God Zelf komen bedreigen, of bang maken? We zijn eeuwig deel van Hem!