Bereidwillig?

Wij doen graag ons best. Zo ook met de Cursus. Vooral als we ons erg ongelukkig voelen, schakelen we nog een tandje bij. We moeten en zullen die fel begeerde innerlijke vrede bereiken. Ogenschijnlijk gooien de Werkboeklessen van gisteren en vandaag dan ook nog eens olie op het vuur van onze begeerte.

WB 20: Ik ben vastbesloten te zien.

WB 21: Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien.

Jezus begint ook voor wat betreft de denkgeesttraining zelf wat meer van ons te vragen. Hij nodigt ons uit om twee maal per uur te denken aan de les van de dag. Hij weet als geen ander dat we behoorlijk vastgeroest zijn in ons gebruikelijke denkpatroon. We dromen een diepe droom van afgescheidenheid.

Mijn lieve partner is niet echt een ochtendmens. Als ze voor haar werk eens vroeger dan gewoonlijk op pad moet dan zet ze twee wekkers in de herhaalstand en word ik ook ingeschakeld om haar wakker te krijgen. Als ik met m’n hand door haar krullen strijk en vraag of ze wakker wordt krijg ik een soort “jahummmhrrrrmm” te horen. Dat is echter het enige teken van leven en ze keert zich nog eens om en knort verder. Zowel de wekkers als ik hebben herhaling nodig om haar te helpen om wakker te worden. Ik rust hierbij niet totdat ik zoiets hoor als “jaha, ik ben wakker”.

Jezus is in werkboeklessen 20 en 21 onze herhaalwekker. Hij weet dat we heel makkelijk “ja, dat is prima hoor” tegen hem zeggen en vervolgens doorslapen. Hij weet dat we dikwijls niet naar hem zullen luisteren maar hij wordt niet boos of ongeduldig. Hij glimlacht en geeft ons gelukkig nog 340 lessen voor de rest van het jaar. Vergt het dan zo’n inspanning van ons om de Cursus te doen? Hierbij moeten we zorgvuldig kijken naar het verschil tussen bereidwilligheid en inspanning. Jezus legt het ons helder uit in het Tekstboek:

T 2:VI-6: Het is mogelijk een toestand te bereiken waarin je jouw denkgeest zonder bewuste inspanning onder mijn leiding plaatst, maar dit veronderstelt een bereidwilligheid die jij nu nog niet ontwikkeld hebt. De Heilige Geest kan niet méér vragen dan jij bereid bent te doen. De kracht daartoe komt voort uit jouw onverdeelde beslissing. Er is geen spanning in het doen van Gods Wil zodra je inziet dat die ook de jouwe is. De les hier is heel eenvoudig, maar wordt bijzonder makkelijk over het hoofd gezien. Ik zal het daarom herhalen, waarbij ik je dringend verzoek te luisteren. Alleen je denkgeest kan angst produceren. Dit gebeurt telkens wanneer hij in conflict verkeert over wat hij wil, hetgeen onvermijdelijk spanning veroorzaakt omdat willen en doen met elkaar botsen. Dit kan alleen worden gecorrigeerd door het aanvaarden van een eenduidig doel.

 Jezus stelt dat Hij bereid is onze denkgeest te leiden waarbij er geen bewuste inspanning van ons gevraagd wordt. Wij weten immers helemaal niet wat we zouden moeten doen om onze denkgeest te corrigeren. Wat moet ons doel zijn? Wat moeten we nastreven? Wij identificeren ons vooralsnog met ons droomlichaam en onze wensen en doelen zijn gebaseerd op deze identificatie. Jezus ziet ons als de Christus, als Zichzelf, en wil ons helpen om deze visie met Hem te delen. Hier kunnen wij ons nu nog weinig bij voorstellen.

De werkboekoefeningen van gisteren en vandaan zijn wake-up calls waarvan Jezus in het Tekstboek zegt dat hij ons “dringend verzoekt om te luisteren”. Kijk eens goed naar de Werkboeklessen. Merk op dat we niet vragen om iets specifieks te mogen zien. Wij zien aanval, bedreiging en een wereld vol narigheid. Wat moeten we hiervan denken, wat kunnen we hieraan doen? We hebben geen idee. Maar we worden opgeroepen om ons in te spannen om onze beperkte blik op onze wereld en op onszelf te laten corrigeren. We mogen onze bereidwilligheid ontwikkelen en ons best doen om vele keren op een dag tegen Jezus te zeggen:

“Heer ik snap er weinig van en ik zie zo veel problemen. Ik weet dat mijn waarnemen en denken verstoord is, dat heeft u in de eerste 19 werkboeklessen duidelijk gemaakt. Nu wil ik me tot U wenden. Kijk door mijn ogen, verleen me uw visie. Ik wil geen betekenis toekennen aan wat ik meen te zien maar mijn blik en mijn denken aan U geven. Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien”.

En zo stellen we ons vertrouwen op Hem, op zijn- en onze liefdeskracht. Hij popelt om zijn liefdevolle blik met ons te delen. Hij kan niet wachten om zijn heelheid van zien, zijn visie met ons te delen opdat we slechts Gods schepping zien, broeders en zusters met wie we in wonderlijke eenheid verbonden zijn.

Heer, genees mij denkgeest; leer me kijken met de ogen van liefde.

Ons beperkte verstand

Jezus leert ons in ECIW dat onze gedachten niets betekenen (WB 4). De diepgang van deze les is nauwelijks te peilen. Zonder dat we er erg in hebben kunnen we ons best doen om de werkboeklessen te begrijpen. Maar ra ra, waar doen we dat mee? Met ons conceptuele denken. We proberen hiermee tot een juiste conclusie te komen. Is dit dan zo erg? Nee hoor, helemaal niet. Sterker nog; we kunnen in het begin niet anders dan de tool te gebruiken die we altijd in de strijd gooien als we iets willen leren: ons denken. Jezus weet dit en deinst er niet voor terug om ons nieuwe gedachten te geven zoals de werkboekles van vandaag. Best grappig: gedachten die een bom leggen onder het instrument van ons denken, dat almachtige verstand van ons waar we zo graag een oordeel mee vellen.

Maar, zoals gezegd, er is niks mis met het gebruiken van ons verstand, mits we dit niet als een eindstation zien. Het doel van ECIW is niet om een eindconclusie te bereiken. Een definitief, verstandelijk: “Aha, zo zit het volgens mij!”. Het is plezierig als we verstandelijk begrip krijgen van de metafysica van ECIW. Het levert mooie oneliners op: “Alles is één”, “Er is niemand buiten mij”, “Ik ben geen lichaam”; enzovoorts. Maar we moeten oppassen dat we niet intens tevreden blijven hangen in deze staat van verstandelijke verlichting. Wellicht heb je nu je bachelors gehaald als slimme non-duale student. De basis is gelegd, maar je hebt nog meer te leren. Of misschien is “ont-leren” een beter woord.

Want Gods schepping is niet een puzzeltje dat opgelost kan worden. Het is een mysterie dat geleefd mag worden. Het is niet slechts een non-duale waarheid maar tevens een liefdevolle en wonderlijke schepping. Als we niet oppassen spoelen we echter het liefdeskind weg met het badwater van de onjuiste denkbeelden. We blijven dan superieur, tevreden en ongenaakbaar achter. Maar wat baat het een mens als hij het besef van liefde is kwijtgeraakt? Als hij zich beter acht dan de broeders die het nog niet zo goed door hebben?

We moeten ervoor waken dat we bij het corrigeren van ons droom-denken vergeten de liefde uit te nodigen om ons verstand te verlichten. Ons denken dient niet gecorrigeerd te worden maar omgekeerd te worden. Het moet niet langer geworteld zijn in een getraind maar beperkt verstand maar in de liefde zelf. En dat kan simpelweg gebeuren als we, na het opmerken van ons geloof in afgescheidenheid, de liefde (Jezus, Heilige Geest) uitnodigen om de denkgeest te genezen.

“Lieve Heer, ik weet met mijn verstand dat mijn broeder en ik één zijn, maar ik ben toch boos op hem. Hier ben ik heer, met mijn scherpe verstand maar met mijn koude hart. Ik stel me open voor Uw warmte, Uw liefde, uw genezing. Leer me kijken door uw zachte ogen”.

En dan mogen we zwijgen. Dit zwijgen, in het volste vertrouwen op de liefdeskracht, is een belediging voor ons kleine zelf die het denkt al te begrijpen. Maar door ons te openen kan ons hart geraakt worden en kunnen we ervaren dat Zijn liefde uitstroomt naar onze broeder en daarmee naar ons zelf. Wat nu gebeurt is veel mooier, dieper en wonderbaarlijker dan het verstandelijk besef dat alles één is. We ervaren de wonderlijke verbondenheid met onze broeder. We ervaren het mysterie van de eenheid in de ervaring van de liefde. Wauw, wat doen we onszelf tekort door te blijven hangen in dat stadium van verstandelijk begrijpen.

We mogen, zoals ECIW het zo fraai zegt, ontslag nemen als onze eigen leraar. Wat een zegen dat we het zelf niet kunnen doen “doen”. Slechts dat kleine beetje bereidwilligheid om Hem te vragen door ons heen te stromen. En dan borrelt het en bruist het. “Hier ben ik Heer; vul me, gebruik me in de glorie van Uw liefde”.