Kunnen we leren om verlicht te worden?

Zelfrealisatie valt niet te leren. Het komt immers neer op het doorzien van de illusie van de afgescheiden student die één of andere verheven staat zou kunnen bereiken door flink zijn best te doen. Dat ‘doorzien’ is niet hetzelfde als verstandelijk begrijpen. Het is niet zo dat we het nu nog niet snappen, een tijdje ECIW doen en het dan na enkele jaren wél snappen. Aan de ene kant is dat jammer voor ons omdat we niet kunnen toepassen waar we denken goed in te zijn: ons best doen om iets door te krijgen. Aan de andere kant is het ook wel weer fijn omdat het dan ook niet zo gek veel meer uitmaakt als we het niet zo goed snappen. Hiermee worden alle verbeten discussies over de juiste interpretatie van de metafysica van ECIW direct gerelativeerd.

“Hoe moet ik God, de Heilige Geest en andere nu zien binnen de Cursus? Begrijp ik ECIW nu wel of niet op de juiste manier?” Al dat ‘begrijpen’ lijkt zich in ons hoofd af te spelen. Het is vermoeiend en buitenstaanders verwijten ECIW dat het de student naar “het hoofd” zou trekken. Dat klopt bijna. Echter, ECIW trekt studenten niet naar hun hoofd maar studenten hebben de neiging om met hun hoofd aan de slag te gaan met ECIW. Is ECIW dan geen training voor de denkgeest? Jawel, maar de denkgeest is niet hetzelfde als ons denken, ons verstand. In het Engels wordt het woord “mind” uit A Course in Miracles gebruikt voor zowel ons Nederlandse “denken/verstand” als voor het meer abstractere “geest”.

Er is correctie nodig in onze ‘mind’. Dat kan beginnen met het corrigeren van ons denken, van verkeerde mentale concepten. Vooral erg “duale concepten” kunnen blokkerend werken. Paar voorbeelden:

  • Ik ben een afgescheiden lichaam
  • Ik sta los van God
  • De Heilige Geest kan mijn verlangens inwilligen
  • Ik ben ik en jij bent jij

Jezus is in ECIW niet bevreesd om middels het denken en met behulp van woorden deze duale concepten flink door elkaar te rammelen. Je krijgt dan zoiets als:

  • Ik ben niet dit lichaam
  • Ik ben een schepping van God, innig met Hem verbonden
  • De Heilige Geest kan mijn denkgeest corrigeren
  • Jij en ik zijn in éénheid met elkaar verbonden

Dit kan ons een eerste gevoel van verruiming geven. Het lijkt of onze blik wat breder wordt. We ervaren wat meer verbondenheid. Toch beoordelen we al die ruimere gedachten en de wat meer vredige gevoelens nog steeds vanuit een grotendeels onbewust geloof in afgescheidenheid. Dat onze blik nog steeds beperkt is blijkt uit onze neiging om de strijd aan te gaan met studenten die ogenschijnlijk nog niet zo ver zijn als wij en nog lijken te geloven in duale concepten. Zo kan het gebeuren dat ECIW studenten kritiek leveren op Een Cursus van Liefde (ECvL). In ECvL geeft Jezus aandacht aan de grens van ons conceptuele “begrijpen”. Hij laat zien dat de correctie van ons denken nuttig was maar dat we er niet zijn met geloof in nieuwe, zogenaamd “non-duale” denkbeelden. In mijn eigen woorden uitgerukt gaat ECvL over een mysterie waar woorden tekortschieten. Grof geschetst gaat het hier over:

  • Ik ben inderdaad niet beperkt tot een lichaam maar er hoeft ook niet duaal afstand genomen te worden van het lichamelijke of van het fysieke als zodanig.
  • Ik ben niet gescheiden van God maar er is wel zoiets als onbegrensde individuatie.
  • Wat is “leren”, wat is de rol van de HG, wie is het ten diepste die leert, wat is het Zelf, wat is leven vanuit de Christus-natuur etc?
  • Wat is de relatie tussen “jou” en “mij”?

Het doel van ECvL is om ons verstand onder curatele te stellen van ons hart. Correctie van duale concepten was goed en nodig maar moet niet doorslaan in een nieuw, zogenaamd non-duaal, leersysteem van waaruit het spel van beoordeling en veroordeling vrolijk doorgaat. Na het opruimen van blokkerende denkbeelden dient er een verder oplossen plaats te vinden van de denkbeeldige grenzen van ons zelfje.

Op een bepaald moment kan het gebeuren dat het kwartje valt en dat er een diep besef is van de beperkte waarheid en houdbaarheid van mentale concepten. Er wordt dan gezien dat het zelf, het denkertje, het doenertje, de zoeker etc een denkbeeldige identiteit is die oprijst in ‘mind’, in de geest. Dit gaat samen met een relativering van gehanteerde concepten. Er wordt diep beseft dat concepten niet waar of onwaar zijn maar bruikbaar of minder bruikbaar voor een bepaalde student op een bepaald moment in zijn of haar weg naar verzoening.

Een voorbeeld. Een student die meent duidelijk afgescheiden te zijn van zijn broeders kan geholpen zijn door enige tijd gecorrigeerd te worden door de woorden “er zijn geen anderen”. Deze woorden kunnen in deze situatie verbindend werken. Maar als de student doorslaat kun je de situatie krijgen dat hij het volgende denkt: “IK besta als enige en God en jij zijn MIJN bedenksels die IK moet negeren.” De woorden “er zijn geen anderen” werken nu niet langer verruimend en versterken nu de student slechts in een uiterst verkrampte en duale illusie van IK ben hier echt en de rest is nep.

Als die IK niet “ervaren” wordt als het ondoorgrondelijke, verbonden en van liefde overstromende Zelf dan is er slechts sprake van het geloof in de ultieme afscheiding. In gesprek met mentaal ‘verlichte’ leraren merk je een onweerlegbare doch koude logica. Dit wordt haarfijn gevoeld door kritische “buitenstaanders”. Het is, zoals gezegd, zeker niet inherent aan ECIW maar wel iets wat zorgt voor volharding in de illusie van afgescheidenheid.

Het doel van ECvL én ECIW is niet het bereiken van de ultieme conclusie die gepaard gaat met een waterdichte babbel. Als middels deze boeken het starre denken gecorrigeerd wordt en daardoor de liefde weer haar natuurlijke ruimte krijgt dan groeit er een zekerheid en een verwondering die niets van doen heeft met mentale conclusies. Er ontstaat een besef dat woorden en concepten verschijnen en verdwijnen in een onbegrensd, tijdloos en mysterieus “Zijn”. Sterker nog; het besef van “Zijn” vindt slechts plaats middels dat wat erin verschijnt. We hebben geen relatie met allen en alles maar zijn deze relatie. Een Heilige Relatie.   

Liefde, genees ons totaal!

Ik las op Facebook dat Jeff Foster kampt met een nare, chronische ziekte. Hij schrijft erover op zijn gebruikelijke open, eerlijke en kwetsbare wijze. Hij probeert niet een beeld overeind te houden van de verlichte leraar die alle ellende even snel en makkelijk accepteert, een plekje geeft en ondertussen in vrede blijft. Hij houdt mij een spiegel voor, zeker zo vlak na Pasen.

In ECIW-groepen ontmoet je natuurlijk broeders en zusters die worstelen met allerlei lichamelijke en psychische kwalen. Ik herken deze worsteling ook in mijn leven. Ik merk dat ik vanuit de Cursus probeer zoiets als ‘een juiste houding’ te vinden ten opzichte van fysiek lijden in de meest brede zin van het woord. Ik weet ondertussen ook wel hoe ik fysiek lijden zou kunnen duiden aan de hand van de metafysica van de Cursus. Kortgezegd is het zoiets als automutilatie omdat we ons (ten onrechte) schuldig voelen en onszelf straffen. De echte ziekte bevindt zich in de denkgeest die gelooft in zonde,

We beseffen dat we dus geen slachtoffer zijn van narigheid die ons ‘overkomt’ (denk aan: “ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”). Maar vanuit ons geloof in afgescheidenheid lijken we niet anders te kunnen dan of-of-denken: óf we kunnen er niks aan doen (we zijn slachtoffer) óf we kunnen er wél iets aan doen (we zijn dader ofwel schuldig). Herken je het? Dus zodra we erkennen dat we de ellende zelf projecteren voelen we onszelf schuldig en willen we hiermee ophouden. We verhogen onze Cursus-inspanningen, maken onszelf wijs dat we slechts streven naar genezing van de denkgeest maar hopen toch stiekem op het wonder van fysieke genezing. Zodra we dit merken voelen we ons hierover weer schuldig: “hé, nu hecht ik toch weer geloof aan mijn lichamelijke ziekte en lichamelijke identiteit”.

Het doorzien van onze houding ten aanzien van fysiek lijden vergt radicale eerlijkheid. Het lijkt heel Cursus-achtig om het lichamelijk leed wat te bagatelliseren en te beweren dat je focus uitsluitend op de genezing van de denkgeest ligt. Ik kan niet beoordelen of iemand die dit beweert hier echt 100% van overtuigd is. En, veel belangrijker dan dit, vraag ik me af of dit werkelijk is waar ECIW toe oproept. Voordat je het weet beland je in een nieuw dualistisch geloof waarbij je meent afstand te moeten nemen van een lijdend lichaam om te verkeren in een vredige, gedissocieerde toestand.

Ik houd van de radicale visie van Nouk Sanchez in ‘Het einde van de dood’ die volgens mij geheel in lijn is met ECIW en, verrassend genoeg, ook met verhalen uit het Nieuwe Testament  en met de Paas-gedachte. Want ja, we moeten voorkomen dat we geloven dat we een afgescheiden, fysiek lichaam zijn en het is goed te herinneren dat alle projecties over het zieke en sterfelijke lichaam zich in de denkgeest bevinden. Maar de eenheid dient niet opgedeeld te worden in een echte denkgeest en een nep lichaam. Heimelijke veroordeling van de wereld en van het lichaam als een inferieure illusie waarvan we afstand zouden dienen te nemen is een grote truc van het ego. Afstand nemen, ons afscheiden van iets of iemand, is juist de oorzaak van onze nachtmerrie.

Als ECIW-studenten kunnen we zoveel leren van het Nieuwe Testament. Wat zegt Jezus NIET tegen de blinden, de kreupelen en de melaatsen? Hij zegt niet: “ach, wen er maar aan, accepteer het maar want het gaat uitsluitend om de genezing van je denkgeest”. Nee, hij zegt: “je zonden zijn je vergeven” of, in ECIW-termen, de afscheiding heeft niet plaatsgevonden. Vervolgens biedt hij het wonder aan van totale genezing die geïllustreerd wordt op een manier die mensen zoals jij en ik met onze gewone fysieke ogen kunnen zien. Genezing van de denkgeest resulteert namelijk ook in fysieke genezing en dit versterkt de impact van de boodschap van Jezus op enorme wijze.

Hoe eindigt het Paas-verhaal NIET? Er staat niet dat het lichaam van Jezus begraven werd en dat hij slechts doorleefde in de gedachten van zijn discipelen. Nee, de ultieme boodschap is dat de fysieke dood geen echte dood is. De Zoon van God is meer dan een sterfelijk lichaam. Zonder probleem creëert Jezus na zijn dood een wonderlijk nieuw lichaam dat overal in tijd en ruimte kan opduiken, kan praten en aangeraakt kan worden. Wat een blijde boodschap!

Mijn denkgeest mag verder genezen en het is weliswaar niet het primaire doel, maar zeker ook niet misplaatst om tevens fysieke genezing te verwachten als ik me uitstrek naar de Liefde. Jezus gaf 2000 jaar geleden de liefde letterlijk handen en voeten toen hij zich onder ons bevond. Nu mogen wij zijn handen en voeten zijn en liefde aanbieden aan elkaar opdat we gezamenlijk genezen. Totaal genezen in alle aspecten van ons wezen.

Mijn partner stuurde een lief berichtje naar een vriendin van ons die, naar de droom gesproken, terminaal ziek is. Dit is liefde die zich ‘in het fysieke domein’ bedient van een WhatsApp-berichtje. Zo simpel. We kregen een berichtje terug. “Ik ben niet bang, eerder benieuwd en nieuwsgierig. Ik hoop er zo in te kunnen blijven staan”. Zo zegende zij ons, met dit bericht. En ik weet dat ik de leerweg van deze vrouw niet ken. Wellicht legt ze middels deze ziekte rustig haar lichaam af en is dit haar weg. Ondertussen gaat mijn stille gebed naar haar uit. Naar haar, naar Jeff, naar de wereld en naar mezelf. Liefde, genees ons totaal.