Advaita versus ECIW

Iemand stelde me de volgende vraag waar ik graag op reageer:

“Wat is voor jou het verschil, of welke zijn de verschilpunten, tussen Advaita en ECIW ? Of om de vraag anders te stellen: wat heeft jou nu exact bewogen om Advaita dan misschien niet volledig los te laten, maar dan toch resoluut te kiezen voor ECIW?”

Steeds meer besef ik dat alle spirituele zoekers, en ik dus ook, hun eigen, unieke weg gaan. Ons verstand stelt daarbij de vraag: “Wat is de beste weg?”. In mijn ervaring leidt de vraag wat de beste spirituele weg is tot een zinloze discussie. Dat maakt verder niet uit, maar het schiet ook niet op. Een veel betere vraag is, dunkt me: “Wat is de beste weg voor mij”.  Echte Advaita-adepten veren nu al overeind en zullen me wijzen op de impliciete aannames die er al in deze vraag verscholen zitten:

  • Er zou een ik zijn
  • Die een doel zou kunnen bereiken
  • Door iets te doen

Maar wees eens eerlijk.  Onderzoek waarom je deze uitspraken gelooft. Is het niet omdat je toch ook ten diepste gelooft dat jij (!) daarmee de felbegeerde ego-loze toestand van verlichting kan bereiken? Zo wordt het eindeloos bijwonen van Advaita-meetings een komisch paradoxaal pad, waarbij vrijwel alle zoekers klaarblijkelijk toch tijd nodig hebben om ooit het moment te bereiken waarop het kwartje valt en duidelijk wordt dat er geen zoektijd nodig is. Maar terug naar de vraag waarbij ik dus niet schroom om aan te geven wat mij aanspreekt omdat ik weet dat zoekers niet anders kunnen doen dan dat.

Ik merkte dat (voor mij) het klassiek Christelijk geloof goed voelde, maar niet klopte. Het zit vol tegenstrijdigheden zoals het concept van een God die liefde is maar toch zonde ziet in ons en ons daarom wil straffen. Ik merkte vervolgens dat (voor mij) Advaita wel helemaal klopt, maar niet goed voelt. Dat “niet goed voelen” bestaat (voor mij) uit een bovenmatige focus op eigen innerlijk geluk, een ik-gericht navelstaren om de felbegeerde ego-loze toestand te bereiken. Het Christelijk geloof kan dus ontsporen tot een verlangen zelf gelukkig te worden door vreemde dogma’s te geloven of door je best te doen om liefdevol gedrag te vertonen. En Advaita kan ontsporen door zo je best te doen om ego-loos te worden dat je terecht komt in een uitzichtloze kramptoestand. Reminder: deze uitspraken zeggen dus niet zozeer iets over Christelijk geloof en Advaita an sich, maar over het effect dat ze op mij hadden. Want zowel binnen de klassiek Christelijke kerk als in Advaita-kringen heb ik broeders en zuster ontmoet die, in mijn beleving, prachtig, milde, wijze en liefdevolle mensen zijn.

ECIW kwam als een heerlijke verrassing. De mij vertrouwde Bijbelteksten vielen op hun plaats en wonnen aan glans door het Tekstboek. Eindelijk een Christelijke visie die klopte! En ECIW is, ondanks de 365 werkboeklessen, wel degelijk een non-duale visie. Ten diepste heeft het doen van de werkboeklessen hetzelfde paradoxale effect als het jarenlang bijwonen van Satsangs: met moeite leer je uiteindelijk dat je niks hoeft te doen, dat er geen doener is en dat jij jezelf mag ontslaan als eigen leraar. Ik merkte ook een fijne kruisbestuiving: door het doen van de Cursus kwamen de boeken en video’s van Satsang-leraren veel dieper en directer naar binnen.

Toch begon er iets te wringen na enkele jaren met ECIW bezig te zijn geweest. Het duurde even voor ik er de vinger op kon leggen en ik wil er hier niet te veel over uitweiden. Samengevat en erg vrij gesteld komt het erop neer dat dat ik de mooie 50%-50% liefde balans voor jezelf en anderen van de oorspronkelijke tekst van de complete editie van ECIW, te weinig terugzag in boeken óver ECIW en in hoe er in (sommige) Nederlandse groepen over de Cursus werd gesproken. Op basis van een (te) verstandelijke interpretatie van de metafysica was de focus verschoven naar eigen “innerlijke vrede”. De wereld was een droom die je maar het best kon negeren en als je broeders of zusters in nood zag was er iets mis met jouw perceptie. Het wonder van ECIW werd gereduceerd tot correctie van deze eigen perceptie. Tenenkrommend dieptepunt vormde voor mij onlangs het bericht dat in een Nederlandse ECIW-groep verkondigd was dat het prima was om een drenkeling te laten te verdrinken omdat je met een reddingspoging “de illusie echt zou maken”. Ik kan me levendig voorstellen dat Christenen op basis van dit soort berichten hun vrees uitspreken dat ECIW uit de koker van satan komt. Het ego zit op de troon, wenst ultieme innerlijke vrede voor zichzelf en ontkent het bestaan van anderen.

Ik herkende hierin noch de boodschap van Jezus uit de Bijbel, noch de boodschap van Jezus uit ECIW. Het zal niet toevallig zijn geweest dat ik in aanraking kwam met een meer getrouwe visie op ECIW; die van The Circle of Atonement. Later kwamen daar ook nog de boeken A Course of Love en The Way of Mastery bij. Ik zie een gouden lijn lopen van Bijbel naar ECIW naar ACOL naar WOM (waarmee ik andere geïnspireerde boeken niet wil uitsluiten).

De laatste jaren besteed ik vooral tijd aan deze boeken maar kan ik ook nog erg genieten van lezingen en boeken van Advaita-leraren. Het gaat over hetzelfde. Voor mij is Jezus als leraar (in deze fase) het meest geschikt, juist omdat hij me laat zien dat ik niet alleen op eigen verstand-kracht kan groeien in liefde. Jezus steekt zijn liefdevolle hand naar mij uit en ik weet, voel en ervaar in mijn hele wezen dat deze liefde alles is. Ze is middel en doel. En daarmee weet ik dat er een diepe transformatie plaatsvindt als ik bereid ben als doorgeefluik voor deze liefde te fungeren naar mijn broeders en zuster, ook in de wereld. Het is zo mysterieus gaaf. Ik merk dat Liefde niet een sleets woord is maar een levende, transformerende kracht vormt. Zowel in Advaita als in de verstandelijke versie van ECIW wordt er ook wel gesproken over liefde. Die zou als een soort restproduct optreden als we de klus met- en aan onszelf geklaard hebben. Het is de “niet-dit-niet-dat” route. Voor mij werkt deze weg niet of hoogstens tergend traag. In het openen van mijn hart voor de Vader en voor mijn broeders en zusters voel ik de kracht van liefde gaan werken. Het is een mysterie dat me vervult met grote dankbaarheid.

Van kloppende theorie naar doorleefde waarheid

Van kloppende theorie naar doorleefde waarheid

Als ik blogs plaats waarin ik oproep om niet negatief te staan ten opzichte van lichaam, wereld en universum, dan krijg ik steevast de vriendelijke doch besliste reactie die erop neer komt dat men bang is dat ik de illusie toch weer echt dreig te maken. Er bestaat kennelijk de vrees dat ik water bij de wijn wil doen en de radicale boodschap van ECIW wil afzwakken. Dezelfde waarschuwing klinkt over Een Cursus van Liefde. Hoofdthema hierin is hoe we vanuit ons Christus-bewustzijn kunnen leven in de wereld van vorm, tijd en ruimte. Dit wordt soms gezien als knieval voor een duale afzwakking van de waarheid. Mogelijk ben ik dan niet duidelijk genoeg geweest. Dus voor de duidelijkheid: zowel ECIW als ECvL noemen de wereld van vorm, tijd en ruimte illusoir en daar wil ik niks aan af doen.

Waar ik me wel “druk” over maak is hoe wij reageren op de mededeling dat de wereld illusoir is. Mijn zorg hierbij is dat zo’n uitspraak bij velen van ons binnenkomt in ons verstand, in ons hoofd. Dat gaat vanzelf, vanuit ons kleine zelf, en onbewust. Dit kleine zelf is niet anders gewend dan ergens de waarde van te willen bepalen. Als het oordeel positief uitpakt, dan durft het zelf dichterbij te komen, te omarmen, te aanvaarden enzovoorts. Als het oordeel negatief uitpakt dan wil het zelf afstand nemen, verwerpen, dissociëren enzovoorts. Mijn “zorg” betreft deze automatische en onbewuste reactie van dit kleine zelf op de uitspraak “de wereld is een illusie”. Want zoals gezegd kan het kleine zelfje dan besluiten om er afstand van te willen nemen. Lees dit goed: “afstand nemen”. Waar doet je dit aan denken? Juist; aan de afscheiding, het ultieme afstand nemen door een denkbeeldig zelfje van de mysterieuze eenheid.

De valkuil van geloof in de onechtheid en verwerpelijkheid van de wereld is dus de kans dat je onbewust als klein zelfje verder verhardt in plaats van verzacht en verbindt. De uitnodiging is om heel goed bij jezelf te onderzoeken wat uitspraken als “de wereld is een illusie” of “er zijn geen anderen” met je doen. Dit zelfonderzoek vergt grote zorgvuldigheid. Je dient er gevoel voor te krijgen of je meer schijnvrede ervaart door een soort ultieme dissociatie of echte vrede door ultieme verbondenheid. Bij ultieme dissociatie, dus steeds meer afstand nemen van anderen en van de wereld, kun je een schijnvrede ervaren waarbij jij je als (onbewust) klein zelfje onkwetsbaar waant. Kenmerk is een uiterst geringe betrokkenheid op je medemens. Houd deze houding eens naast het beeld van Jezus dat oprijst uit de Bijbel. Is hij de koele, afstandelijke kikker die zich niet laat foppen door de schijnwereld?

Dus inderdaad; de stoffelijke wereld heeft geen eeuwigheidswaarde. En ja; we mogen dat rustig “illusoir” noemen. Maar het herstel van ons diepe besef van eenheid en mysterieuze verbondenheid vindt niet plaats door een oordeel vanuit ons kleine zelf over deze wereld. De weg die Jezus ons toont in al de door hem geïnspireerde boeken is de weg van liefde. Ook hier loert een nieuwe valkuil dat we “de weg van liefde” ook oppakken vanuit ons kleine zelf en dan “lief gaan doen”! Het is balanceren tussen afwijzen en doodknuffelen. Hoe dan?

Op de “hoe-vraag” rust in non-duale kringen een taboe. Dat is begrijpelijk, omdat het vooral ons kleine zelf, het doenertje, is dat houdt van een duidelijke aanpak. Wellicht dat we die “eigen inspanning” wat kunnen voorkomen door slechts een paar bescheiden tips te geven waarbij ik mezelf toesta vaag taalgebruik te hanteren.

  • Voel wat een uitspraak als “de wereld is een illusie” met je doet. Wellicht voel je opluchting. Prima. Maar pas op wanneer je merkt dat onverschilligheid, vervreemding en een gevoel van zinloosheid binnensluipen. Dat zijn tekenen dat je geloof in afscheiding eerder toe- dan afneemt.
  • Besef dat jij niets hoeft te doen. De liefde is een kracht die altijd bereid is door jou heen te werken. Daarvoor hoef je alleen maar jouw bereidheid te tonen door (de wereld / anderen) niet te veroordelen en af te wijzen.
  • Herinner je dat Jezus ons de weg van liefde aanraadt en dat sleutelwoorden hierbij zijn: omarmen, compassie, relatie, verbinding, stromende liefde.
  • Uitspraken als “er zijn geen anderen” kunnen averechts werken als je ze, onbewust vanuit je kleine zelf, als slogans gaat hanteren. Het “er zijn geen anderen” is een diep en vreugdevol inzicht dat kan opborrelen in jouw diepste wezen als je de liefde door je heen hebt laten stromen, precies waar jij je op dit moment op deze plaats denkt te bevinden.
  • Verlossing is geen ultieme conclusie, geen logisch en theologisch bouwwerk, maar het gevolg van de bereidheid om je door liefde te laten omarmen en deze te delen.

Hartegroet,

Simon

Mijn Zelf is heer en meester van het universum (WB253)

Dit is de radicale kernboodschap van ECIW. De Zoon van God projecteert het ons bekende universum van vorm, tijd en ruimte. Op zich zou dit geen probleem hoeven te zijn. De Zoon kan in de denkgeest allerlei gedachten denken en een “materiële gedachte” in de vorm van een universum behoort gewoon tot de mogelijkheden. Dit universum, inclusief ons eigen lichaam, is en blijft echter ten diepste niet meer dan dat: een materieel gedachte-experiment van de Zoon van God. Lichamelijkheid is niet per se een negatief fenomeen. Lees bijvoorbeeld maar eens (T2:IV: 3,8-13):

“Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.”


Hierin kun je zien dat het scheppen van een universum en een lichaam niet meer en niet minder is dan een aspect van de macht van de denkgeest van de Zoon van God. ECIW is niet uniek in de uitspraak dat het universum slechts een soort materiële gedachte is. In Advaita-kringen zou men zoiets zeggen als: “bewustzijn kijkt daarbij naar zichzelf”.

Het materiële gedachte-experiment verandert pas in een nachtmerrie als we het universum en ons lichaam gaan misbruiken om te gaan geloven in dualiteit. We kiezen er dan voor om te geloven dat wij een lichaam zijn en dat we ons bevinden in een universum waar we toevallig in terecht zijn gekomen. Vanaf het moment dat we deze vergissing begaan zijn de rapen gaar en wanen we ons in een nachtmerrie. We zijn dan onze ware identiteit vergeten (ECIW spreekt van een versluiering van de waarheid), beseffen niet dat wij de schepper zijn van de wereld die we nu buiten onszelf menen te zien. We voelen ons nu slachtoffer van de wereld die we zien.

In ECIW-kringen worden soms de intentie om ons afgescheiden te willen wanen en het verschijnen van het universum over één en dezelfde negatieve kam geschoren. Het klopt ook dat de wereld zoals wij die percipiëren symbool staat voor onze rare wens om ons afgescheiden te willen voelen. Het universum is echter een neutrale speelplaats voor de Zoon van God zolang deze Zijn ware identiteit niet uit het oog verliest. In ECIW staat dan ook dat we te maken krijgen met een heel andere wereld als we onze neiging tot afscheiding laten genezen. Vergeven is niet meer dan het laten varen van ons geloof in afgescheidenheid, het geloof een zielig zelfje te zijn in een grote boze wereld. De ‘werkwijze’ hiertoe is verbluffend simpel: stop met veroordelen en begin met het laten stromen van liefde door jouw handen naar jezelf en naar je broeders en zusters. We zijn liefde maar kunnen ons dit slechts herinneren als we deze liefde laten stromen.

Het lastige voor ons met de werkboekles van vandaag is dat we deze ontvangen terwijl we ons nog midden in de identificatie bevinden met ons kleine zelf. Dan komt namelijk de volgende tekst op een vervelende manier binnen:

Het is onmogelijk dat iets, wat ook, tot mij zou kunnen komen waar ik niet zelf om heb gevraagd. Zelfs in deze wereld ben ik het die mijn lot beheerst. Wat gebeurt, is wat ik verlang. Wat niet plaatsvindt, is wat ik niet wil dat gebeurt. Dit moet ik aanvaarden.

Ons kleine zelf vat dit kernachtig samen: “Eigen schuld, dikke bult”. Het gevolg hiervan kan bestaan uit venijnige zelfbeschuldiging en een harteloze houding naar de andere sukkels die worstelen met tegenslagen in de wereld. Vervolgens willen we ons niet laten foppen door wat we zien en kunnen we ervoor kiezen ons te dissociëren van ons pijnlijke lichaam en van worstelende broeders en zusters.

“Want zo word ik voorbij deze wereld geleid naar mijn scheppingen, kinderen van mijn wil, in de Hemel waar mijn heilige Zelf vertoeft met hen en Hem die mij geschapen heeft.”

Dat denken we althans.

We vergeten dat dissociatie nu typisch de wens en de taal is van het afgescheiden zelf, van het ego, dat dolblij is met deze verharding van zijn denkbeeldige grenzen. De werkboekles eindigt met dit gebed:

“U bent het Zelf dat U als Zoon geschapen hebt, die schept zoals U, Één met U. Mijn Zelf, dat het universum regeert, is slechts Uw Wil in volmaakte eenheid met de mijne, die niets dan blije instemming kan bieden aan de Uwe, opdat het tot Zichzelf mag worden uitgebreid.”

Hierin staat de werkelijke sleutel die een einde kan maken aan ons geheugenverlies: “onze kleine wil dient in te stemmen aan de Wil van God”, en deze Goddelijke Wil is onze eigenlijke Wil. En we weten wat God Wil en wat wij dus zouden moeten willen: liefde uitbreiden naar alles wat we zien, zelfs naar ons eigen maaksel, het universum. Ontkenning, verwerping, afscheiding, oordeel en dissociatie werken averechts als we hiermee vanuit ons kleine zelf aan de slag gaan. Kernwoorden voor onze genezing zijn overgave, omarming, compassie, vriendelijkheid en liefde.  ECIW geeft ons ten diepste een hartelijke boodschap. Goddank.

Mijn enige weg is die samen met jou

Toen ik een jaar of 16 was raakte ik al besmet door het verlichtings-virus. Hoe heerlijk zou het zijn om met een vredige, kalme geest door de hectiek van deze wereld te wandelen? Helaas ontdekte ik vrij snel dat die felbegeerde verlichting niet zo makkelijk te bereiken was als een goed cijfer voor een tentamen. Het tegenovergestelde bleek eerder waar: hoe harder ik probeerde verlicht te raken hoe meer spanning ik ervoer. De theorie hierachter was niet erg ingewikkeld. Door hard te proberen maakte ik de illusie van een afgescheiden doenertje alleen maar hardnekkiger. Vervolgens ging ik mijn best doen om niet langer mijn best te doen maar dat is, nogal logisch, al helemaal tot mislukken gedoemd. Ik voelde me als een hond die zijn eigen staart achterna zat.

Ergens begreep ik wel dat die zelfgerichtheid niet echt behulpzaam was en wendde ik me tot het Christelijke geloof.  Het voordeel van je aansluiten bij een Christelijke gemeente is dat, als je het treft, je te maken krijgt met broeders en zusters die tenminste proberen om aardig en lief tegen je te doen. Dat klinkt negatiever dan ik het bedoel, want ik heb ook door en door lieve broeders en zusters ontmoet. Maar toch kan het leven van een Christen blijven hangen op het nadoen van Jezus. De voorganger spoorde ons aan om na te denken over de afkorting “WWJD”, what would Jesus do? Toch weer die focus op “doen”. Het “doel” van het geloof was misschien niet zo gericht op de korte termijn als in mijn verlichtingsperiode, maar ik hoopte toch wel op verhoorde gebeden en op een mooi plekje in de hemel aan het einde van mijn aardse rit.

Een aantal jaren werd ik heen en weer geslingerd tussen het non-duale verlichtingsdenken (Advaita, Satsangs enz) en het duale verlossingsdenken (Baptisten gemeente). Totdat plotseling het kwartje viel en ik zag dat “xxx-denken” me nooit zou bieden wat ik zocht. De relativiteit en de beperkte houdbaarheid van verstandelijke concepten werd in zeer korte tijd heel helder. In feite was dit de verlichting die ik had gezocht en het resulteerde in mijn boekje “Een Christen op Satsang” dat ik in enkele weken schreef. Dit was het dan, meende ik. Het einde van de zoektocht. Het is een inzicht dat ik herken als anderen erover schrijven en ik deel hun blijdschap en opluchting.

Maar toch. Toch merkte ik dat de zoektocht weliswaar ten einde was gekomen, maar dat ‘de vrede die alle verstand te boven gaat’ op zich liet wachten. Ik ervoer het inzicht toch vooral als verstandelijk. Ook in contact met andere mentaal-verlichten merkte ik dat ze het allemaal, net als ik, heel goed konden uitleggen en dat ze niet meer hun heil zochten in allerlei vormen van geloof maar dat ook hun levens niet echt getransformeerd leken. Het Bijbelse: ‘aan de vruchten herkent men de boom’, was van toepassing. De wortel van de ego-boom zat nog diep in de grond en de vruchten van deze boom zijn niet zoet; noch voor de verlichte persoon zelf, noch voor zijn of haar naasten.

De laatste jaren krijg ik dankzij Een Cursus van Liefde(ECvL)  een beter besef wat er aan de hand is. In dit boek wordt veel aandacht besteed aan de noodzaak voor een balans tussen ‘mind and heart’. De gezonde balans wordt aangeduid als ‘wholeheartedness’, heelheid-van-hart. De visies van Bijbel, ECIW en ECvL komen bij elkaar. Ik zie hoe Jezus in de Bijbel de liefde letterlijk handen en voeten geeft. Ik zie dat we de neiging hebben om ECIW te mentaal en zelfgericht te gebruiken. Zo is er vooral aandacht voor eigen innerlijke vrede en te weinig voor het aspect van een wonderbereidheid die is gericht op onze broeders en zusters. En verlossing blijkt toch wat anders dan verlichting. Die mentale verlichting kan vrij plotseling optreden. Maar verlossing is een fenomeen dat ons samen betreft, waarin de (heilige)relatie centraal staat.

We lopen eerder warm voor onze eigen innerlijke vrede dan voor gerichtheid op relatie, verbinding, en vereniging. Tijdens het lezen van genoemde boeken wordt het mij duidelijk hoe zelfgericht ik ben en hoe er slechts langzaam iets van mildheid groeit in mijn hart. Ook in ECIW staat ergens dat het uitzicht op ons ego niet bepaald fraai is. Toch groeit ook, wederom langzaam, de zekerheid dat het deze simpele vriendelijkheid is, deze gerichtheid op mijn broeders en zusters, waar het ten diepste om draait. In ECvL zegt Jezus het zo treffend. Wij zijn lichtelijk teleurgesteld als we erachter komen dat het toch echt neerkomt op liefde. Het woord ‘liefde’ is helaas sleets geworden en absoluut niet mindblowing of sexy. Ik heb geduld te leren. Het geduld om oude karakterpatronen te laten genezen door deze liefde. Totdat ik ten diepste zal beseffen: mijn enige weg is die samen met jou.

Stromende liefde

De weg van Jezus is een weg van Liefde. In ECIW staat dat Liefde niet onderwezen kan worden maar dat we wel aan de slag kunnen om de barrières die ons zicht op Liefde blokkeren op te ruimen. Helaas leidt dit bij sommige studenten vooral tot een boel geploeter en gezwoeg om de metafysica van de Cursus te kunnen doorgronden. Men denkt dan dat een juist begrip hiervan de felbegeerde verlichting zal opleveren. Dat het kwartje dan plotseling zal vallen. Zo wordt de Cursus een nogal verstandelijk pad, waarbij de student zo hard mogelijk studeert om het “diploma” van verlossing te behalen.

Ik ben zelf jarenlang lid geweest van een Baptisten-gemeente en ben ook wel naar diensten geweest van evangelische gemeenten. De “lesstof” die hier wordt onderwezen (de theologie of christologie) rammelt volgens mij aan alle kanten. De kern hiervan is namelijk dat wij zondig zijn, gestraft zouden moeten worden door God, maar dat Jezus deze straf voor ons gedragen heeft. Zelfs in die periode vond ik dat weliswaar heel lief van Jezus, maar niet zo vriendelijk van God. Deze leer van plaatsvervangend lijden was een belangrijke reden voor mij om uit te wijken naar ECIW. De metafysica van ECIW klopt gewoonweg veel beter.

Maar hoe zit het met de weg van de klassiek gelovige christen? Veel christelijke broeders en zusters zijn helemaal niet zo bezig met die nare, dogmatische christologie. Men is veel meer gericht op overgave aan de Heilige Geest, gerichtheid op de naaste, loven en danken, en het geven van handen en voeten aan liefde. De ECIW-student vindt dit al snel onzinnig. Deze klassiek christelijke weg past namelijk niet goed in de non-duale visie van de Cursus. De ECIW-student probeert juist de onjuiste perceptie te corrigeren. Die onjuiste perceptie bestaat uit het idee dat er een God los van je bestaat die geëerd of bedankt moet worden en, volgens sommigen, ook uit het idee dat er anderen bestaan die hulp nodig zouden hebben in deze “illusoire droomwereld”.

Natuurlijk is iedere ECIW-student weer anders, maar toch zie ik te vaak gebeuren dat men op basis van de metafysica wel heel erg naar binnen keert en gefocust raakt op eigen innerlijke vrede. Liefde wordt dan synoniem aan “jezelf lekker vreedzaam en ontspannen voelen”. Er kan daarbij een uiterst duale vervreemding optreden tussen een onbewogen zelfje en de nare buitenwereld. Of zelfs tussen een onbewogen zelfje en een ziek en pijnlijk lichaam. Ik heb meegemaakt dat een ECIW-“leraar” uitlegde dat er geen God, HG of Jezus is om je tot te wenden en dat er ook geen wereld, anderen of lichaam bestaat om voor te zorgen.

Als ik probeer de leer en de weg van Jezus samen te vatten in mijn eigen woorden dan kom ik tot het volgende. Onze Vader is Liefde. Liefde kent Zichzelf door uit te breiden en te geven. Geven en ontvangen zijn in waarheid één, dus in het laten stromen van liefde kent de Liefde Zichzelf. Jezus’ weg is de weg van stromende liefde. Als we menen dat we het bestaan, en dus ook het leed, van anderen moeten ontkennen, dan vergissen we ons en kan de liefde niet stromen. Ook als we denken dat we het allemaal zelf moeten doen, stellen we ons niet open en kan de liefde niet stromen. Pas als we ons in de armen van de liefde storten en roepen “Liefde; vul me, gebruik me, stroom door mij heen, hier ben ik!” vinden we onze ware bestemming en raken we vervuld van echte vrede en dankbaarheid.

Ik meen dat het ons als ECIW-studenten goed zou doen als we ons, desnoods met duale denkbeelden, in de armen van de Vader, Heilige Geest of Jezus zouden werpen en ons beschikbaar zouden stellen als instrumenten van  Liefde. Daarbij mogen we al die metafysisch juiste denkbeeldjes gewoon even parkeren, zodat deze niet juist de blokkades worden die het stromen van liefde verhinderen. De mysterieuze eenheid van de schepping is niet hetzelfde als een kloppende metafysica, maar een “ervaring” die we deelachtig worden als de liefde die we zijn werkelijk mag gaan stromen. Het is lastig om liefde te laten stromen als je geblokkeerd wordt door het denkbeeld dat wereld, anderen en lichaam nep zijn. Overgave aan Liefde is lastig als je denkt dat God samenvalt met je zelf. Het gaat niet om een kloppende eenheidstheorie, maar om de universele ervaring van ultieme en mysterieuze verbondenheid met alles en iedereen die optreedt als we bereidwillig ons oordeel laten vallen zodat de liefde kan stromen.

Gebed om dienstbaarheid

God, maak mij tot een werktuig van Uw vrede.
Leer mij omwille van uw vrede,
om te geloven in uw liefde voor mij.
Help mij om uw liefde te ontvangen
Opdat ik vanuit dankbaarheid kan delen,
in daden van dienstbaarheid
aan wat ik heb mogen ontvangen

ECIW als geloof?

Als jonge spirituele zoeker sprak ik met een lieve Christelijke voorganger van een evangelische gemeente. Hij vertelde me vol vuur dat Jezus gestorven was voor mijn zonden en dat ik het eeuwige leven zou krijgen als ik Jezus aan zou nemen als verlosser. Ik herinner me nog mijn antwoord: “Dat wil ik wel heel graag, maar hoe kan ik nu weten of het wáár is?” “Het is waar, vriend” antwoordde de man. Jaren later heb ik me aangesloten bij een Baptisten-gemeente maar die vraag bleef altijd op de achtergrond aanwezig: hoe kan ik nu weten of het echt waar is?

Samen met de meeste ECIW-studenten beschouw ik mezelf als niet-dogmatisch, juist omdat ik de klassieke dogma’s van een wraaklustige God niet aanvaard. Het omgekeerde geldt natuurlijk ook: ik kan niet met zekerheid stellen dat er geen mensachtige God boos op me is vanwege mijn moreel zondige levenswandel noch dat deze entiteit inderdaad bloed zou willen zien. Ik kan alleen zeggen dat het me zeer onwaarschijnlijk lijkt.

De metafysica van ECIW klinkt me veel waarschijnlijker in de oren. Toch meen ik dat we er als ECIW studenten goed aan doen om twee zaken te beseffen als we met de Cursus bezig zijn.

  1. De geloofwaardigheid van Helen Schucman: Zij geeft aan dat het Jezus is die de hele Cursus aan haar heeft doorgegeven. Dat wil ik wel graag van haar aannemen, maar ook hier geldt dat ik niet zeker kan weten of dit echt waar is. Misschien merk je als je dit leest nu enige wrevel bij jezelf. Wellicht zit je er niet op te wachten dat iemand de bron van ECIW in twijfel trekt. Bedenk dan dat deze wrevel niet verschilt van die van strenggelovige Moslim als wij onze twijfel uitspreken over Mohammed of over de Koran. Tornen aan iemands geloof is voor die persoon niet plezierig en hetzelfde kan voor ons gelden als iemand twijfelt aan- of negatieve dingen zegt over Helen Schucman of over ECIW.
  2. De uniekheid van ECIW-zelf: Bij het lezen van ECIW kreeg en krijg ik heel sterk het gevoel van “ja, zo zit het; het klopt gewoon”. Ik vond en vind ECIW enorm uniek en dat versterkte me in het idee dat de bron wel van buitenaardse afkomst moest zijn waarbij Jezus de meest waarschijnlijke kandidaat is. Pas de laatste maanden, nu ik me meer aan het verdiepen ben in filosofie, merk ik dat de metafysica die gepresenteerd wordt in ECIW weliswaar uniek is qua vorm maar niet qua inhoud. Al millennia wordt er gefilosofeerd over de relatie geest-materie. Zo zit Plato wat meer aan de kant van de ideeënwereld en Aristoteles aan de kant van de materiële wereld. Ook de ECIW-visie van de werkelijke denkgeest en de illusoire fysieke wereld is allesbehalve uniek voor ECIW. In de 18e en 19e eeuw hebben filosofen als Kant, Fichte, Schelling, Hegel, Berkeley en anderen daar hele diepe uitspraken over gedaan. Google maar eens op “idealisme”. Vergeet even de betekenis die we nu aan het woord geven en je zult ontdekken dat er al lang voor ECIW gesproken werd over de hypothese dat er geen materiële objecten ontstaan, slechts de waarneming ervan in de geest. Voorbeeld: Subjectief idealisme‘ staat vooral voor opvattingen die inhouden dat ideeën in de geest, met name de menselijke geest, de enige werkelijkheid vormen.

Waarom deze kritische opmerkingen? Omdat we de neiging hebben om de visie die we lezen in ECIW als een soort nieuwe religie simpelweg te geloven en dus voor waar aan te nemen. Ik meen dat het goed is om te beseffen dat je, net als iedere andere gelovige, ervoor kiest om te geloven in de waarheid van een Boek (ECIW) waarin een medium (“profeet”) beweert een boodschap van een opperwezen (Jezus) te horen. Vervolgens kun je denken dat deze boodschap uniek en waar is, grotendeels op basis van de autoriteit die je er zelf aan verleend hebt. Het is dan goed te beseffen dat de boodschap weliswaar qua vorm maar zeker niet qua inhoud uniek is.

Laat ik afsluiten met een voorbeeld, om het praktisch te maken. Je kunt door ECIW gaan geloven dat je huidige leven niet meer is dan een nare droom in een illusoire wereld. Je kunt geloven dat je alle aandacht dus moet richten op het corrigeren van je percepties. Dit kan resulteren in een nogal naar binnen gekeerd leven met een letterlijke en figuurlijke afkeer van de buitenwereld. Dit geloof kan dus zeer bepalend zijn voor hoe jij je dagen hier op aarde slijt en welke hoop en verwachtingen je koestert waarbij je meent de unieke aanwijzingen van Jezus te volgen.

Het is niet mijn doel om hier een waardeoordeel over te geven. Ik wil je er echter van bewust maken dat je met je geloof in ECIW een keuze hebt gemaakt om te geloven dat één van de vele (discutabele) eeuwenoude levensbeschouwelijke visies en te geloven dat deze afkomstig is van Jezus. Check het eens bij jezelf. Wat geloof ik, wat ervaar ik, wat weet ik nu eigenlijk wel en niet zeker?

Geloof, filosofie en ECIW

Wat hebben deze drie met elkaar te maken? Hier dacht ik tot enige jaren geleden nogal makkelijk over. “Geloof” had voor mij iets willekeurigs. Daarbij aanvaard je tamelijk kritiekloos wat een of ander oud en cultureel bepaald boek je voorschotelt. Voorbeelden zijn makkelijk te geven. Zo kun je als islamiet of christen geloven dat jouw God een hekel heeft aan homoseksualiteit. Of je gelooft dat je bepaalde dingen moet doen of bepaalde dogma’s geloven om later in de hemel te komen. Als je heel eerlijk zou zijn tegenover jezelf zou je moeten toegeven dat je niet zeker weet of dit echt zo is. Maar jij besluit geloof te hechten aan een heilig boek, voorganger, traditie of wat dan ook en simpelweg te geloven dat het waar is wat je hier leert.  Geloven is dan synoniem aan iets voor waar aannemen waarvan je goedbeschouwd helemaal niet zeker kunt zijn. Dit maakt discussies met gelovigen op voorhand tamelijk zinloos. Een gelovige neemt een overtuiging voor waar aan zonder hier bewijs voor te hebben en gelooft dat het loslaten van deze overtuiging de toorn van een opperwezen zal opwekken. Dit is een cirkelredenering die niet te doorbreken is.

Bij filosofie had ik de sterke associatie met “denkwerk”. Ik had respect voor wat wij als mensen kunnen bereiken door goed na te denken maar ik meende dat filosofie mij niet veel verder zou kunnen brengen op het gebied van levensbeschouwing. Toen ik zelf nog een klassiek gelovige was, stelde ik filosofie gelijk aan menselijke arrogantie waarbij de mens zich op Gods troon plaatste. Ook vanuit ECIW keek ik wat geringschattend op de filosofie neer. Want hoe je het ook wendt of keert, ons denken is altijd beperkt doordat het gebaseerd is op de illusoire droomwereld. Maar weet ik dat zeker of getuigen uitspraken over “droomhersenen” en “een droomwereld” ook slechts van geloof? Geloof in de metafysica uit het tekstboek van ECIW? Dan ben ik goed beschouwd geen haar beter dan de klassieke gelovige die iets uit Koran of Bijbel voor waar aanneemt en dit gebruikt als maat om van alles te beoordelen. Als ECIW-gelovige val ik in dezelfde categorie als de islamiet en de christen.

Als we als ECIW-studenten alleen het tekstboek zouden hebben dan zouden we inderdaad blijven hangen op het niveau van de gelovige. Een kenmerk van religie is dat een echte discussie erover niet mogelijk is. Over geloof valt weliswaar te twisten maar je komt niet tot een vergelijk omdat elke partij hardnekkig vasthoudt aan zijn eigen standpunt. Het elegante van filosofie is dat het hypotheses biedt waar wél over gediscussieerd kan worden. Hierdoor kan een filosofische stelling verworpen-, aangepast- of steeds verder verfijnd worden. Toch schuilt er een kern van waarheid in mijn bezwaar dat je het niveau van het denken hiermee niet kunt overstijgen. Het grappige is dat sommige filosofen aanvoelen dat er “iets” is waar de rede tekort schiet en dat hierbij niet sprake is van iets zuiver subjectiefs maar van een soort universele doch ongrijpbare waarheid. Je komt dan op zaken als ethiek, esthetiek en kunst. Ook hier schiet ons oordelende verstand tekort terwijl men toch haarfijn “aanvoelt” dat het daarmee niet allemaal als irrelevant of als onzinnig kan worden afgedaan.

De ultieme vraag voor gelovigen, filosofen en eigenlijk ieder mens is de vraag wat het betekent om dood te gaan. De gelovige gaat er bij deze vraag toe over iets stelligs te beweren. Als je goed hebt geleefd of een bepaald dogma hebt aangenomen zou je na je dood in de hemel komen waar je eeuwig verder kunt leven. Weer geldt dat als je heel eerlijk bent dit eerder een “hoop” is dan een zekerheid. Het eerlijke antwoord blijft dat de gelovige niet weet wat er na de dood gebeurt. Hetzelfde geldt voor de filosoof. In zijn boekje “Ultieme Vragen” schrijft de Engelse filosoof Bryan Magee in de laatste alinea:

“Zo blijft het een onbeantwoorde en onbeantwoordbare vraag wat er met ons zal gebeuren. Niemand weet het, en niemand zal het ooit weten, zelfs degenen die op het punt staan te overlijden. Ik kan alleen hopen dat als mijn tijd komt mijn nieuwsgierigheid het zal winnen van de angst hoewel het zeer wel mogelijk is dat ik me dan voel als iemand wiens lantaarn uitgaat en dan opgeslokt wordt door duisternis terwijl hij net dacht dat te vinden waarnaar hij op zoek was”.

Magee spreekt hier over doodsangst. Geconfronteerd met deze angst blijkt wat ons dogmatisch geloof en onze conceptuele filosofie waard is. Mijn antwoord op deze vraag is: “weinig”. Oog in oog met de aanstaande dood van ons fysieke lichaam vallen theorietjes, theologietjes en filosofietjes door de mand. Dan blijkt dat we de dood niet begrijpen en niet weten wat ons te wachten staat. Ik kan nog niet anders dan me, als ik heel eerlijk ben, aansluiten bij de onzekerheid van Magee. Ook ik heb geen rotsvast geloof in de eeuwigheid van de ziel of van ons Zelf. De metafysica van ECIW overtuigt me voor 99% maar dat laatste procentje blijft knagen. Toch wil ik deze blog zo niet afsluiten. Ik wil, in lijn met de werkwijze van Jezus in ECIW, mezelf en anderen de mogelijkheid voorhouden om nu al iets te proeven van die tijdloze “universele ervaring” waar ECIW toe oproept.

Want wat gebeurt er als we ons niet beperken tot het tekstboek van ECIW maar ook de werkboeklessen en vooral onze vergevingsoefeningen doen? We laten dan vastgeroeste concepten en geloof in grenzen, ruimte en tijd oplossen door liefde. Dan blijkt dat we helemaal niet zoveel verschillen van de meer mystiek ingestelde gelovige die zich laat inspireren door de liefde van Allah, Heilige Geest, de Vader en Jezus. En we ontmoeten dan ook de filosoof aan die stilvalt en zich verwondert over de diepgang van een kunstwerk. Hier voelen en ervaren de gelovige, de filosoof en de ECIW-student iets ongrijpbaars, iets “hogers” wat niet in woorden gevat kan worden maar daarom niet minder echt en waardevol voor ons allemaal is. Steeds blijkt dat we iets wonderlijks ervaren als we ons niet laten leiden door oordelen en denkwerk. We kunnen ons gedragen voelen door “iets” zonder dat we dit nader kunnen benoemen.

Deze universele ervaring heeft te maken met liefde en zachtheid en het blijkt zich uit te kunnen breiden in ons leven. Deze mildheid laat zich niet toe-eigenen door welk geloof, welke filosofie of visie dan ook. Ze komt daar waar liefde geschonken wordt in plaats van oordeel. Ze troost de gever evengoed als de ontvanger. Deze stromende liefde lost langzaam maar heel zeker alle angst en pijn op. Ik hoop dat de kracht van die liefde nu reeds een levende steun en troost voor ons mag zijn. Wellicht wordt door deze liefde een vage herinnering sterker. Een herinnering die zich niet laat vangen in woorden maar die ons doet glimlachen en vertrouwen dat er straks als we het lichaam bedanken en afleggen geen “opslokken door de duisternis” is maar een “welkom geheten worden door liefde”.

Boosheid vanuit stilte waarnemen?

Soms lees ik berichten van medestudenten die vertellen over de heftige dingen die ze meemaken. Onlangs las ik een verslag van een lieve zuster die vertelde hoe ze had geschreeuwd tijdens ruzies, met voorwerpen had gegooid, gehuild etc maar alles gadegeslagen vanuit de stille en onbewogen getuige. Ik merkte dat dit wat dubbele gevoelens bij me opriep.

Enerzijds geeft ECIW helemaal geen richtlijnen voor zogenaamd juist gedrag. En het klopt dat in bewustzijn van alles kan oprijzen en dat zo’n beetje elk spiritueel pad wijst op het omarmen van wat zich ook maar voortdoet. Het afwijzen van boosheid, angst, verdriet enzovoorts werkt immers niet helend en versterkt het kritische ego dat beweert te weten hoe een spiritueel persoon zou moeten zijn.  Anderzijds merk ik toch dat ik me niet goed kan voorstellen dat iemand die vervuld is van liefde als een briesende woesteling tekeer blijft gaan. In de Bijbel staat zo mooi dat je een boom herkent aan zijn vruchten. Groeien er vruchten van blinde razernij aan de boom van liefde?

In werkboekles 155 staat de volgende alinea:

“Er is een manier om in de wereld te leven die niet van deze wereld is, ook al lijkt ze dat wel te zijn. Je verandert niet van uiterlijk, hoewel je vaker glimlacht. Je voorhoofd is sereen, je ogen staan rustig. En degenen die door de wereld gaan zoals jij herkennen hun gelijken. Maar ook degenen die de weg nog niet hebben gezien herkennen jou, en geloven dat jij bent zoals zij, zoals je vroeger was.”

Die vredige glimlach wordt vaker vermeld in ECIW. Het is een glimlach die inderdaad aantrekkelijk is. Ik moet denken aan Adyashanti en Mooij. Wat een mooie uitstraling hebben zij! Maar hoe zit het nou? Is het enige wat ECIW oplevert dat we gaan leren vanuit stilte waar te nemen hoe we blijven rondbuitelen in de mallemolen van ons leven? Of mogen we toch iets anders verwachten?

“Het antwoord” weet ik natuurlijk ook niet en een zo-zit-het-mening zou ook niets toevoegen aan de kwestie. In mijn beleving is het echter goed om hier toch aanvankelijk onderscheid te maken tussen leerweg en doel van deze weg. Tijdens ons leerproces hier in de droom is eerlijkheid het handigst. Als je boos bent dan ben je boos, als je schreeuwt dan schreeuw je enzovoorts. Ik herken me niet zo erg in de broeders en zusters die al schreeuwend en tierend aangeven dat ze alles vanuit de stille getuige gadeslaan. Die stille getuige is gewoonlijk even een ommetje aan het maken als ik koppie onder ga in de situatie. Na afloop komt ie wel weer terug en dan nodigt hij me uit om de vergevingsoefening te doen en mijn boosheid, frustratie, schuldgevoel etc te laten helen door liefde.

In mijn ervaring worden oude reactiepatronen gelukkig wel langzaam maar zeker genezen door deze routine van vergeving. Het gebeurt dan, anders gezegd, gewoonweg minder vaak dat ik kopje onder ga. Pas dan kan ik zien hoe de impuls tot bijvoorbeeld het aangaan van een felle discussie opkomt maar dat ik nu de mogelijkheid heb om hier niet in mee te gaan maar rustig met beide voeten in liefde kan blijven staan. Zaken die voorheen steevast leidden tot een flinke emotionele buiteling verliezen langzamerhand hun lading. De glimlacht die op mijn gezicht verschijnt is dan oprecht en geen verkrampte grimas van ingehouden woede.

Pas las ik ook zoiets in The Way of Mastery. Het aanvaarden van alle ervaringen die zich voortdoen, dus ook die vanuit het ego, en het consequent naar het licht brengen hiervan zorgt ervoor dat je ontdekt dat er steeds minder situaties lijken plaats te vinden waarbij je gaat buitelen. Dit alles zonder moeite en zonder geforceerdheid. Het grappige is dat ik merk dat nog ongeheelde kwesties zich telkens opnieuw aandienen om mij de gelegenheid te bieden de denkgeest te openen voor genezing. Zo sprak ik enkele dagen geleden een aardige ex-collega waar ik vroeger pittige discussies mee had. Wederom bood hij me de gelegenheid deze discussie-fuik in te zwemmen maar ik zag nu eindelijk de keuze die ik hierin had. Ik wilde niet langer de verharding die het zou opleveren, de tweeheid en gunde hem zijn opvatting door rustig vast te stellen dat we gewoon een verschillende mening ergens over hadden.

Het stemt me hoopvol en blij om te zien hoe diep vergeving werkelijk kan genezen. Zelf zou ik niet blij worden van het vooruitzicht op onveranderd koppeltjeduiken in ruzies en twisten met een toekijkende stille getuige. Ik herken dit samengaan van stilheid en woede ook niet. Waar stille liefde verschijnt verdwijnt in mijn beleving het duister juist. Wellicht ervaren andere broeders en zusters dit anders, laat maar gerust weten! Ik wil geen recept geven van “zo doe je het fout en zoals ik het beleef is het juist”. Ieder zijn of haar weg!

Hartegroet,

Simon

Is het wel handig om een illusoire wereld te omarmen?

Staat het “omarmen van de wereld” niet haaks op de visie van ECIW? De wereld is toch juist de projectie van de Zoon van God die Hij heeft gemaakt om zichzelf te overtuigen van de echtheid van dualiteit? Je wilt toch niet de illusie in de armen sluiten? Het helpt mij om (tijdelijk) onderscheid te maken tussen de absolute waarheid en de weg hiernaartoe (waarbij ik me realiseer dat de waarheid er reeds is en dat spreken over een weg ernaartoe dus feitelijk onjuist is). Laat me dit toelichten.

Waar landt de boodschap “de wereld is een illusie” gewoonlijk in? In mijn beleving in ons duale verstand. Dit verstand wil na het horen van deze uitspraak het juiste “doen”, namelijk de illusie afwijzen. Het heeft niet door dat er binnen eenheid niets valt af te wijzen en dat juist de daad van afwijzing weer een vorm van veroordelen is. Als je dus de wereld afwijst dan trap je in de valkuil van het duale denken en versterk je de illusie van dualiteit slechts.

Het is al wat behulpzamer om onze projectie (zoals wereld en lichaam) “neutraal” te noemen. Dat zorgt er tenminste voor dat de extra verharding door een negatief oordeel grotendeels achterwege blijft. De “weg terug” naar eenheid verloopt slecht via verstandelijke veroordeling ergens van en veel beter via het aardse surrogaat voor de Liefde: omarming. Het is dan wel belangrijk dat je deze omarming goed begrijpt. Omarming is eigenlijk vergeving, het liefdevol aanvaarden dat er geen grens is tussen de Zoon van God en wat dan ook. Elk oordeel, elke afkeer wordt gezien als schuldeloos doch onzinnig en losgelaten. Jezelf openstellen voor iets en bereid zijn de vereniging te verwelkomen (zelfs van de illusoire wereld) is, in mijn beleving, behulpzamer dan jezelf te verharden door te oordelen. Natuurlijk kan ook dit omarmen weer doorslaan, bijvoorbeeld als je denkt dat je voor je geluk afhankelijk bent van de geprojecteerde wereld.

Een voorbeeld. Ik heb als kind maandenlang elke nacht dezelfde nachtmerrie gehad waarbij ik over een weg liep en een gorilla moest passeren die in een veld stond waar de weg langs liep. Ik keek telkens bang naar de grote aap om te zien of hij me in de smiezen had. Ik wilde er snel langs rennen maar de gorilla merkte me steevast op en zette de achtervolging in waarna ik zwetend en gillend wakker werd. Het hielp helemaal niks dat mijn toegesnelde moeder me probeerde gerust te stellen door te zeggen dat het maar een droom was. De droom bleef maar terugkomen. Totdat. Totdat ik tijdens de droom een vaag besef had dat ik droomde. Toen de gorilla kwam aanrennen spreidde ik mijn armpjes open, lachte en zei: “kom maar”. Onmiddellijk verdampte de droom als het ware en werd ik blij wakker.

Ik roep niemand op om te streven naar geluk in de wereld (hoewel ik het ook niet afraad). De gorilla hoefde niet mijn denkbeeldige vriendje te worden. Mijn uitnodiging is simpelweg om te onderzoeken wat jou meer leidt naar vereniging: afwijzing of omarming. Wederom: in mijn beleving is het dikwijls niet behulpzaam om verstandelijk ECIW-waarheden te accepteren wanneer dit leidt tot het veroordelen van zogenaamde onwaarheden. Neutraliteit “werkt” al wat beter tenzij deze ontaardt in onverschilligheid waarbij een verhard zelfje zegt dat het “MIJ allemaal niks meer uitmaakt”. Ik meen dat Jezus daarom ons de weg van liefdevolle omarming biedt, zowel in de Bijbel, in ECIW, in ACvL als in WOM. Na de ultieme omarming kan daar het verbluffende inzicht komen dat er sprake is van een compleet mysterieuze, liefdevolle schepping zonder grenzen.

Hartegroet,

Simon  

LONDON, ENGLAND – MAY 02: Kumbuka, a 15-year-old western lowland gorilla, explores his new enclosure in ZSL London Zoo on May 2, 2013 in London, England. The silverback male, who weights 185 kg and stands seven foot tall, moved from Paignton Zoo two weeks ago. It is hoped that Kumbuka will mate with the zoo’s three female gorillas to increase numbers of the critically endangered species as part of the European breeding programme. (Photo by Oli Scarff/Getty Images)

Hoe bereik je “het”?

Is dat niet waar we mee bezig zijn? Met een poging “het” te bereiken, het te pakken te krijgen? Als je enigszins bekend bent met spirituele paden dan weet je dat het als ongepast gezien wordt om de vraag zo te stellen. Haast een beetje banaal. Je weet dan dat streven naar zoiets als verlichting diezelfde verlichting juist in de weg zou staan. Maar ondertussen gaat het streven ernaar gewoon onderhuids door en dat is ook helemaal niet erg.

Het streven naar verlichting voert terug op het besef dat je huidige visie op de wereld je niet bevalt en dat is prima. Je lijkt te leven in een wereld van oorlog, ziekte en klimaatrampen en het is dus niet zo gek dat je dan naar verlichting van deze ellende streeft. Verlichting kun je zien als de herinnering dat het ook anders kan, dat de mens niet veroordeeld is tot lijden. Dus schaam je niet voor de vraag hoe je verlicht kan worden. Omarm dat verlangen gewoon, laat het er zijn. Kijk in de spiegel en geef toe dat je baalt als een stekker, dat je het zat bent en streeft naar verlichting. Wat gaat je helpen? Welk boek gaat je het antwoord geven? Welke leraar weet exact de juiste toon aan te slaan? Wat dien je te begrijpen, te doen of juist niet te doen om die verlichting te ervaren? Wat is, kort gezegd, het antwoord?

Dat antwoord is ons al ontelbare manieren gegeven maar we vinden het te abstract, te algemeen, te zweverig, te generiek. Ons ego walgt van het overbekende antwoord. Let maar eens op wat je nu ervaart: “Liefde is zowel middel als doel”. Bléhhh, wat een cliché. Het ego zegt vervolgens: “ja, ja; dat weet ik nu wel, maar hoe bereik ik dat antwoord, die liefde, dan?”.

Laat ik die liefde dan anders omschrijven. Je dient innerlijk te verzachten om zelf de weldaad van dit verzachten te ervaren. Dat is het. Zo simpel. Laat je niet afschrikken door uitspraken dat liefde niet te leren zou zijn. Het is wellicht niet te leren op de manier waarop wij gewend zijn te leren. Liefde is geen formule die je dient te doorgronden en te begrijpen. Maar de ervaringsweg van innerlijke verzachting ligt gewoon voor iedereen open. Je hoeft daarvoor niet eerst jezelf te forceren en dingen te gaan doen die (nog niet) bij je passen. Je hoeft maar één “ding te doen”: een beetje opletten wat er met je gebeurt als je oordeelt en wat er met je gebeurt als je vergeeft. Zo simpel. Gewoon een oogje in het zeil houden of misschien moet ik zeggen een oogje op je ziel houden.

Twee voorbeeldjes dan. Wat gebeurt er als jij je zoeken naar verlichting veroordeelt? Kijk naar binnen, voel en ervaar. Ervaar je door deze zelfveroordeling een toename van vrede of merk je een toename van boosheid. Doorvoel het oplettend en laat je dan bijsturen door dit gevoel. Oordelen stuurt naar innerlijke verkramping. Wil je dat? Wil je dat opnieuw? Zo niet, let dan op wat een milde houding met je doet. Wat ervaar je als je onderkent dat je keihard streeft naar verlichting? Kun je glimlachen om je vurige verlangen? Kun je merken dat acceptatie ervan onmiddellijk leidt tot verzachting. Laat je dan leiden door die verzachting.

Het tweede voorbeeld. Iemand vertelt je dat hij een boek gelezen heeft wat hem enorm heeft geholpen en geïnspireerd. Je bestelt het boek en het raakt je totaal niet. Sterker nog, je hebt sterk de indruk dat de schrijver helemaal geen lijntje met Jezus had maar dat er sprake is van simpel effectbejag of zelfs van fraude. Je probeert nu anderen ervan te overtuigen dat het betreffende boek niet de status verdient die het nu krijgt. Trouwe lezers van mijn blogs zullen deze neiging ook bij mij herkennen 😉. Maar wat doet deze mentale heksenjacht met ons? Wat levert het me op om anderen te overtuigen van de onechtheid van een spiritueel boek? Van een bepaalde visie? Niet meer dan een kortstondige, intellectuele genoegdoening maar zeker geen duurzame vrede, geen groei van mildheid en liefde. Is het dan slecht of zelfs zondig om kritiek te leveren? Het gaat niet om de vorm. We mogen gerust uitspreken dat een bepaald boek of een bepaalde leraar ons niet zo aanspreekt. Zolang we maar opletten wat er innerlijk met ons zelf gebeurt. Voelen we innerlijke verharding? Willen we daarin blijven hangen of, zoals ECIW zo mooi zegt, willen we onze grieven blijven koesteren? Prima; dan doe je dat nog even. Maar besef dat dit betekent dat je het eenvoudige antwoord op de vraag hoe je verlicht kunt worden dan simpelweg nog niet wilt aanvaarden. Je kiest er dan voor om de vergevende liefde nog niet binnen te laten. Je kiest er dan voor om nog wat langer het duale spel van innerlijke verharding te spelen. Totdat je het beu bent.

De vraag is simpel: kies je voor oordeel en innerlijke verharding of kies je voor vergeving en innerlijke verzachting? Kijk gewoon naar binnen en ervaar de gevolgen van je keuze. Je hebt de sleutel in je eigen hand. Wil je blijven verharden of aanvaard je de verzoening voor jezelf door liefde en mildheid toe te laten. Kies en ervaar het gevolg.

Hartegroet,

Simon