Het grotere plaatje

Ik houd ervan om te denken in grote lijnen. Dit zou ik ook minder positief kunnen formuleren door te stellen dat ik iets zelden echt grondig aanpak. Als ik een kamer opruim dan blijft er altijd wel ergens nog wat rotzooi slingeren. Ik stop belangrijke papieren weliswaar in ordners maar ben dan te lui om achter het tabblad de brieven te ordenen op datum.

Ook in mijn belangstelling voor godsdienst, levensbeschouwing, filosofie, natuurwetenschap en psychologie richt ik me op die grote lijn. Het leuke hiervan is dat je grote en soms duizelingwekkende verbanden ziet. Het lastige is dat ik per deelgebied nooit een uitmuntende specialist word. Dat laat ik graag aan anderen over. Die luiheid om me echt te verdiepen in de details heeft vermoedelijk ook te maken met mijn slechte geheugen voor namen. Dat is vooral lastig als ik een blog schrijf met daarin denkbeelden van filosofen of andere levensbeschouwelijke leraren. De kern van hun visie heb ik in me opgenomen maar wie was het ook alweer die hierover schreef? Ik weet het niet meer en heb er geen zin in om het na te slaan.

Een uitzondering hierop vormen een aantal boeken waarop ik telkens weer terugval en die me intrigeren. Dat zijn de Bijbel, Een Cursus in Wonderen (ECIW), Een Cursus van Liefde (ECVL) en andere boeken die tot ons gekomen zijn vanuit het Christus-bewustzijn. Filosofen zullen moeite hebben met die laatste toevoeging: “tot ons gekomen vanuit het Christus-bewustzijn”. Deze uitspraak klinkt als een uiting van een gelovige. Toch durf ik te kiezen voor deze beladen woorden. Laatste jaren lees ik graag in boeken die een overzicht geven van een paar duizend jaar westerse filosofie. Ik zie dan hoe de inzichten van deze filosofen langzaam toekruipen naar de visie van mijn geliefde Jezus-boeken, naar de metafysica uit bijvoorbeeld ECIW en ECVL. Dit werd al opgemerkt door Ken Wapnick die in het gedachtengoed van Schopenhauer een voorloper zag van deze metafysica. Wat zou het gaaf zijn als de Jezus-boeken bestudeerd zouden worden in universiteiten door gekwalificeerde top-filosofen! Ik ervaar een soort ongeduld als ik zie hoe de “compartimenten” filosofie en Jezus-boeken nu naast elkaar bestaan. In de ECIW-gemeenschap zitten talloze lieve broeders en zusters maar kennelijk weinig filosofen. En onder de filosofen zitten kennelijk weinig ECIW/ECVL-studenten.

Hetzelfde geldt voor het gebied van de psychologie. Een relatief nieuwe tak in de psychotherapie is ACT, Acceptance and Commitment Therapy. Ik zie daarin linea recta de metafysica van ECIW/ECVL bijvoorbeeld als je kijkt naar de aandacht voor het Zelf als context en naar onze innerlijke verhouding tot onze gedachten (zie het begrip defusie). Ook ACT en de Jezus-boeken zouden elkaar onderling enorm kunnen verrijken. Ik mis de expertise en de wil om dit uit te werken en ervaar ook hier datzelfde ongeduld waarin ik hoop dat iemand anders dit oppakt en diepgaand toelicht en verdiept. Iets daarvan heeft Paul Smit onlangs gedaan in zijn boek “Van vermijding naar bevrijding”. Hij brengt de non-duale visie in verband met ACT, mindfulness en heartfulness. Ik ben hier blij mee en waardeer het boek maar, met alle respect voor Paul, de non-duale visie is in mijn beleving slechts een deelaspect van de veel rijkere metafysica van de Jezus-boeken.

Langzaam maar zeker zie je inzichten uit veel deelgebieden samenkomen. Er is vrij veel te doen rondom de boeken en visie van Dr Joe Dispenza die vanuit een medisch-wetenschappelijke achtergrond de fysiologie van ons lichaam in verband brengt met bewustzijnsontwikkeling. Dan heb je nog Michael Brown die in “Het Presence Proces” haast een soort ECVL-light versie heeft gepubliceerd (bij navraag bleek dat hij nog nooit van ECVL gehoord had!). Ik kan lang doorgaan maar noem als laatste het boekje Intieme Vreemden, het essay van de Maand van de Filosofie 2022 door Paul Verhaeghe. Hij schrijft over die rare tegenstelling tussen de wens van de mens om zich te verbinden met anderen aan de ene kant en de wens zelfstandig te zijn aan de andere kant. Tja; ECIW-studenten die het boekje “Je weerstand tegen liefde loslaten” van Ken Wapnick kennen zullen er weinig nieuws in lezen.

Het is niet mijn bedoeling om reclame te maken voor de Jezus-boeken. Ik snap dat het Christelijke taalgebruik van deze boeken het bereiken van een echt groot publiek in de weg zal staan. Maar ik hoop dat mensen met meer geduld, doorzettingsvermogen en oog voor detail de rijkdom van de Jezus-boeken zullen ontdekken en gebruiken om filosofie, psychologie/-therapie, kwantumfysica etc een boost te geven. ECVL gaat over deze mogelijke “explosies van kennis” in de ons bekende domeinen. En dan het opvallende. Uiteindelijk gaat het hier niet om. De Jezus boeken reiken verder dan het verbeteren van de bestaande wereld. Ze gaan over het creëren van een nieuwe wereld. En dan gaat het over een andere dimensie van zijn en wordt het pas echt wonderlijk en wonder-rijk..

Advertentie

Van rookalarm naar Nieuwe Wereld

Vannacht om 4.00h ging het rookalarm af met een oorverdovend lawaai. Vals alarm, gelukkig. Maar het ding wist van geen ophouden en dat was minder fijn. Bij zo’n rookmelder van de bouwmarkt kun je de batterij er simpel uithalen maar in ons nieuwbouwhuis zit de melder gewoon aangesloten op het lichtnet. Ik had ooit ergens gelezen dat vals alarm veroorzaakt kan worden door een stofje of insectje voor de sensor. Inderdaad lukte het me om met een stofzuiger geduwd tegen de sensor de sirene tot zwijgen te brengen. Maar voor hoe lang?

Dat bedacht ik toen ik om 4.20h weer in bed lag. En die gedachte liet me niet direct los. Ik bedacht alvast een actieplan. Trapje uit de schuur halen, proberen een knopje te vinden of om het ding open te schroeven. Of zou het helpen om in de stoppenkast een groep uit te schakelen? Maar op welke groep zit ie en ik moet niet daarmee de wekkerradio uitschakelen. Zou zo’n melder trouwens een kleine back-up accu hebben? Zucht..

Ik bedacht dat de poes, Mies, die in de woonkamer slaapt ook wel geschrokken zou zijn. Met één oog kijk ik op de wekker. Het is 5.00h. Zou Mies nog wakker zijn? Vast niet. Zij wordt niet gekweld door een overactief brein dat anticipeert op allerlei vermeende rampspoed. Gewoon even schrikken, jezelf omkeren en doorslapen. Waarom lukt mij dat eigenlijk niet? Juist vanwege dat overactieve brein. Dit zal in de evolutie ongetwijfeld een belangrijke rol hebben gespeeld. Het anticiperen op gevaar kan in een gevaarlijke omgeving je overlevingskansen vergroten.

M’n gedachten kalmeren wat. Ik besef dat dit oude, evolutionair bepaalde patroon om me zorgen te maken over vermeend gevaar niet totaal zinloos is maar dat er nu geen sprake is van levensgevaar. Mijn reactie toont me dat die neiging tot lijfsbehoud diep in mij verankerd is. Het illustreert een diep geloof in kwetsbaarheid en sterfelijkheid. Als ik daar even bij stilsta komt er een cursus-tekst naar boven. “Ik kan in plaats hiervan vrede ervaren”. Weer even stilte en contact maken met dat ‘gevoel’ een kwetsbaar, afgescheiden wezen te zijn. De focus verschuift. Ik probeer niet langer krampachtig de slaap te vatten. Dat is tenslotte ook maar een geloof, dat er met te weinig slaap echt iets ernstigs aan de hand zou zijn. Nu komt het geloof in slachtofferschap naar boven. Het is fijn om enkele standaardteksten van ECIW paraat te hebben en er echt iets mee te kunnen. “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”, zeg ik nu tegen mijzelf.

Nu het niet langer een doel is dat wordt nagestreefd, komen de ontspanning en de vrede vanzelf. Ik moet stilletjes wat om mezelf lachen. Er verschijnen een soort intuïtieve inzichten. Vanuit het Christus-bewustzijn wat ik ten diepste ben, wordt een spel van kwetsbaarheid gespeeld. Ik voel me zelfs verbonden met de dieren in de natuur. Wat heftig. Bewustzijn speelt met zichzelf het recht van de sterkste. Het houdt niet op. Er verschijnen lijdende mensen in beeld. In hun leed zie ik mijn ‘leed’ en mijn geloof in kwetsbaarheid en sterfelijkheid.

Er treden snelle perspectiefwisselingen op. Vanuit mijn persoonlijke perspectief, gebaseerd op geloof in afscheiding en sterfelijkheid, buitelen zelfbeschuldiging en verwarring over elkaar heen. Het “jij doet het jezelf aan” of, haast nog schokkender, “anderen doen het zichzelf aan” klinkt verwijtend in mijn hoofd. Het voelt ongepast en oneerbiedig om dit af te doen als een ‘spel’ van bewustzijn. Maar dat andere perspectief heeft een zachte en kalmerende aard. Het is een ontluikend besef, een weten van die diepe waarheid, een gevoel van één-zijn. Vanuit dat gevoel mag ik mijn toevlucht nemen tot magische middelen als ik dat ‘spel’ wil spelen. Een pilletje tegen de pijn of een stofzuiger tegen een schreeuwend alarm. Maar er klinkt ook een zachte maar besliste aanmaning om te stoppen met dit ‘spel’. “Dit hoeft niet zo te zijn”, hoor ik. Het vervult me met blijheid en hoop.

En dan het belangrijkste. Die uitnodiging geldt voor iedereen. Dat kan ook niet anders omdat er helemaal geen afgescheiden Simontje is. Ik voel een haast kosmisch, borrelend en vreugdevol ongeduld. Het is het doorbreken van de dageraad. Vanuit het Christus-bewustzijn, dat we allemaal zijn, mag de vereniging zich uitbreiden en ons thuisbrengen. Het is zo heerlijk om vanuit Christus-bewustzijn te beseffen en te zien dat niemand hiervan uitgesloten kan zijn. Niemand! We zijn allemaal aan elkaar gegeven om hand in hand het licht tegemoet te gaan. Vanuit mijn afgescheiden denken ploppen de vragen op: hoe dan, en al die zieken dan, en al die kinderen en oorlogsslachtoffers? Ik kan hier geen zinnig antwoord op geven maar weet dat de beweging in volle gang is, ook al lijkt dat er absoluut niet op als ik kijk naar het nieuws. De Nieuwe Wereld komt er, is er al.

Een heerlijke, wonderlijke, non-duale omarming!

Als we de Cursus bestuderen dan proberen we deze te begrijpen. Logisch toch? We menen vrij snel door te krijgen dat ECIW een heuse non-duale visie vertegenwoordigt, en dat klopt. Toch springt ons denken iets te slordig en gemakkelijk met deze conclusie om. Ons verstand houdt namelijk erg van duidelijkheid en van kort door de bocht gaan. Het zegt dan zoiets als: “Aha, alles is één”. Eindelijk heeft het door hoe het zit en acht het zichzelf in staat om andersdenkenden te corrigeren. De verkregen helderheid voelt heel prettig: “Als alles één is dan zijn God en ik aan elkaar gelijk en jij en ik ook”. Het kan toch niet anders in eenheid? Ik ben God en ik ben jij! We roepen dan zoiets als “er zijn geen anderen”.

We zouden bij beter lezen van de Cursus niet zo hard van stapel lopen. Lees bijvoorbeeld maar eens Hoofdstuk 1: II:

  1. Ontzag is alleen op zijn plaats bij openbaring, want hierop is het volmaakt en met recht toepasbaar. Bij wonderen is het misplaatst, omdat een toestand van ontzag aanbidding in zich draagt en ervan uitgaat dat iemand van lagere orde voor zijn Schepper staat. Jij bent een volmaakte schepping, en hoort alleen ontzag te voelen in Tegenwoordigheid van de Schepper van volmaaktheid. Het wonder is dan ook een teken van liefde tussen gelijken. 5Gelijken behoren geen ontzag voor elkaar te koesteren, daar ontzag ongelijkheid veronderstelt.

We worden met beide benen op de grond gezet en mogen als schepsel ontzag voelen in tegenwoordigheid van onze Schepper. Dit zou een gepast moment zijn voor ons verstand om te zwijgen en ruimte te maken voor een “gevoel”, een gevoel van ontzag en verwondering. Nu wordt ons hart aangesproken en ons verstand overstegen. Want ja, wij zijn “goddelijk”(Engels: God-alike) maar wij zijn niet “God”. Hetzelfde geldt voor onze verhouding tot onze broeders, onze gelijken. Gelijken! Zie je het? Wij vallen dus niet samen met onze broeders maar we zijn broeder-alike, jij-alike.

Dit hoeft ons natuurlijk helemaal niet te verbazen want het is precies de reden dat binnen Advaita het liefst gesproken wordt over non-duaal: niet-twee. Ons verstand geeft het liefst een klap op zo’n begrip en gaat dan onbewust ervan uit dat non-duaal en één hetzelfde zijn. Ook hier moet echter ons gevoel, ons hart, te hulp schieten. Want nee, God en zijn scheppingen, zijn niet van elkaar gescheiden, ze zijn niet twee. Hetzelfde geldt voor jij en de ander; jullie zijn niet van elkaar gescheiden, jullie zijn niet twee. Maar jullie zijn ook niet hetzelfde in de zin dat jullie 100% samenvallen.

Daarom wordt in ECIW zowel gesproken van het Zoonschap en van de Zoon, enkelvoud, als van Zonen (meervoud). Die spanning is voor velen haast ondraaglijk en men eist dan duidelijkheid. Bij dat streven naar duidelijkheid sneuvelt het mysterie van de schepping en van de non-dualiteit. Alles wat riekt naar meervoudigheid (Vader, Zoon, Heilige Geest) en Zonen van God, wordt gezien als een voorlopige uitspraak van Jezus, als een metafoor omdat we nog niet ver genoeg zijn om te zien dat alles één is. In mijn beleving slaat men hierbij door van Schepping naar niets en van non-dualiteit naar radicale eenheid. Het mysterie van de Schepping, de wonderlijke non-dualiteit, wordt als een kind met het badwater weggespoeld.

Zo’n blog als deze trekt vaak weinig lezers. Wat heeft zo’n abstract metafysisch verhaal nu voor nut? Als regel volgen er wat lieve antwoorden met sterretjes en hartjes met een sussende liever-broeder-toon. Ik waardeer de lieve intentie van deze berichten en kan me voorstellen dat voor broeders en zusters die de verzoening werkelijk aanvaard hebben, deze kwestie niet meer speelt. Ik juich sowieso elk bericht toe dat het belang van liefde benadrukt omdat juist deze liefde overboord gaat in radicale, absolute eenheid. Want ook liefde draagt het mysterie in zich omdat ze tweeheid suggereert terwijl degene die liefheeft juist beseft dat er geen grenzen bestaan. Hetzelfde mysterie klinkt door in het begrip “Heilige Relatie”: heilig suggereert eenheid en relatie tweeheid.

Ik hoop met dit schrijven een ultieme ego-truc onder de aandacht te brengen. Degene die zich God waant en die meent dat zijn broeders, Jezus en de Heilige Geest niet meer zijn dan zijn eigen projecties, die is in een gemene val van zijn ego getrapt waarbij niet de ultieme verbinding gevonden is maar waarbij een ultieme vorm van afscheiding aanbeden wordt. Aan de vruchten herkent men dan dikwijls de boom. Zo’n wrange vrucht is bijvoorbeeld het lachend kijken naar broeders en zusters die roepen om liefde, een eenzijdige focus op eigen innerlijke vrede, een veroordeling van het fysieke domein en ga, helaas, zo maar even door. Zo’n ontsporing is niet slecht of zondig maar ook zeker niet behulpzaam en helaas een dwaalleer die wijdverbreid is geraakt binnen de ECIW-community.

Dit is een oproep tot aanvaarding van de omarming door de Vader en een oproep om elkaar te omarmen. Een liefdevolle omarming die zowel middel als doel is en die het fundament vormt van de Schepping.

Wat heerlijk dat we bestaan!

Er zijn ECIW-leraren die stellen dat ECIW een zuiver non-duale visie is. Als je zelf leest in de Cursus dan zou je dat niet direct zeggen. Je leest over een schepping, over kinderen van God, over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en ga zo maar door. Genoemde leraren hebben daar een verklaring voor en leggen uit dat deze woorden slechts metaforen zijn die Jezus gebruikt om ons tegemoet te komen op het niveau waarop wij ons bevinden. Wij geloven nog in de dualiteit dus gebruikt Jezus voorlopig nog duale taal, zeggen ze. Nu we het toch over Jezus hebben moeten we de lijn van denken doortrekken en stellen dat Jezus ook niet meer dan een tijdelijke metafoor moet zijn.

Het is leuk om eens in deze lijn verder te mijmeren. Stel dat we steeds meer oog krijgen voor de waarheid van de non-duale visie. Waar leidt dit dan toe? Mogelijk hebben we dan door dat de wereld een illusie is, dat Vader, Jezus en Heilige Geest slechts metaforen waren en niet echt en dat er natuurlijk geen sprake kan zijn van “anderen”. En daar sta je dan beste lezer, met lege handen en starend in een droomwereld. Doorvoel dit maar eens. Alles, alles wat je meent te zien, denken, voelen of anderszins te ervaren is niet echt en alleen maar bedoeld om je de illusie te geven dat je een zelf bent dat iets kan ervaren. En daarvan kan eigenlijk helemaal geen sprake zijn in echte non-dualiteit. Hoe kan er zowel een “zelf” zijn en iets om te ervaren? Klinkt dat niet weer duaal? Is dat dan niet slechts een volgende illusie die doorzien moet worden?

Wat zou er overblijven als dat ervarende zelf als het ware zou imploderen? Als ieder zweempje van onderscheid zou verdwijnen? Ons verstand kan hier wel antwoord op geven en zegt: “eenheid”. Maar wat is het verschil tussen absolute eenheid en niets? Toch is er één ding wat we zeker weten: er is iets. Als we nog iets beter kijken kunnen we het anders formuleren: er is bewustzijn en bewustzijn kan alleen bestaan bij de gratie van “iets”.

Daarmee komen we bij het mysterie van de schepping. Vanuit eenheid (God?) moest ogenschijnlijk iets (anders) gevormd worden om van bewust te zijn. Zelfs God moest Vader worden om bewust te worden. De Vader heeft net zo goed de Zoon nodig om bewust te zijn als wij gewaarwordingen van “iets” nodig hebben om te weten dat we bestaan. Dat is de grote grap van de schepping: er dient sprake te zijn van schijnbare dualiteit om boven de nietsheid uit te stijgen.

Ik ervaar dit als een hele opluchting en voor mij relativeert het de drang om al te fanatiek op jacht te gaan naar zogenaamd duale concepten in ECIW. Een besef van eenheid is niet hetzelfde als het diskwalificeren van alles waar we over kunnen denken, van de wereld die we zien en van onze ervaringen. Het gaat er niet om al deze ‘dingen’ an sich te ontkennen. Ware ontkenning gaat over het ontkennen van de echtheid van de grenzen die we menen te zien, over de ontkenning van de afscheiding.

Ons hoofd begrijpt niet hoe er ogenschijnlijke differentiatie (bijvoorbeeld Vader-Zoon-HG) kan zijn zonder geloof in grenzen. Het begrijpt niet dat er schijnbare individuatie kan zijn (ik en de ander, zonen van God) zonder werkelijke grenzen. De neiging van ons verstand is om de boel kloppend te willen maken en te roepen dat er alleen absolute eenheid kan bestaan. We zullen ons moeten wenden naar ons hart om gevoel te krijgen voor het wonder van schepping. In eenheid is zelfs geen ruimte voor liefde want ook liefde suggereert dualiteit: de minnaar en de beminde. Maar de schepping juicht van liefde, is liefde. De zogenaamde metafoor “Vader” is een sentimenteel concept in absoluut non-dualisme maar hetzelfde woord komt ongelooflijk dicht bij de liefde die de kern vormt van ECIW, dezelfde liefde waar Jezus van getuigt in Bijbel, ECIW en in Een Cursus van Liefde.

Het zal niet toevallig zijn dat in dit laatste boek, Een Cursus van Liefde, Jezus zoveel woorden wijdt aan schepping, relatie, vereniging, omarming enzovoorts. Dit boek spreekt direct tot je hart en plaatst je midden in het mysterie van de Heilige Relatie. De relatie die tweeheid lijkt te suggereren maar die handelt over onze onlosmakelijke verbondenheid met de Vader en met elkaar. Amen.

Wil je gelijk hebben of het mysterie ervaren?

Momenteel lees ik het boek “De boodschap van ECIW” door Kenneth Wapnick. Ik heb aardig wat boeken en toelichtingen van hem gelezen en ook nu ben ik weer onder de indruk van de helderheid van zijn verstand en zijn manier van redeneren. In “De boodschap van ECIW” hamert Ken telkens op het non-duale karakter van ECIW. Hij beschouwt veel teksten uit ECIW als metafoor en als symbolisch. Hierin gaat hij veel verder dan die andere grote leraar, Robert Perry. Zonder de verschillen in beide visies uitgebreid op te rakelen kan ik hier volstaan met het voorbeeld van hun zienswijze op de Heilige Geest. In mijn eigen woorden samengevat zegt Robert dat de HG een eeuwige schepping is van God die ons kan leiden in deze wereld. Ken hamert op het symbolisch karakter van de HG en doet er alles aan om aan te tonen dat de HG vooral niet beschouwd mag worden als een onderscheiden aspect van de Drie-eenheid die kan ingrijpen in de wereld (zie uitgebreid artikel: https://eciwcoach.com/handelt-de-heilige-geest-echt-in-de-wereld)

Ons ego smult van geschillen en wil meediscussiëren om te bepalen wie er gelijk heeft. Enkele jaren geleden heb ik Robert gemaild en vroeg ik of het zo kon zijn dat Ken als het ware meer voor gevorderde studenten schrijft en daarom kiest voor een hoger abstractieniveau. Maar Robert was stellig; hij vond dat Ken zich op bepaalde punten simpelweg vergiste.

In mijn beleving is de juiste vraag niet wie er gelijk heeft en wie niet, maar de vraag of een bepaalde visie al dan niet behulpzaam is. Hiermee komt dan direct de ontvanger in beeld, de lezer van de toelichtingen van Ken en Robert. Ik zie bij mezelf en anderen dat de uitleg van Ken snel een eigen leven gaat leiden bij studenten die erg vanuit hun hoofd bezig zijn met ECIW. De focus op het non-duale karakter van ECIW leidt dan tot een anti-duale houding en deze is dan paradoxaal genoeg weer uiterst duaal. Een voorbeeld om het minder abstract te maken. Als je heel erg hamert op het verschil tussen werkelijkheid (de eenheid van God) en onwerkelijkheid (alles wat maar riekt naar differentiatie zoals de Heilige Geest, Jezus, of andere Zonen van God) dan zorgt dat in een nog niet genezen denkgeest voor spanning. Het verstand maakt daarbij overuren om alles wat riekt naar iets buiten zichzelf te ontkennen en er als het ware afstand van te nemen. Dit ontkennen van “de onwerkelijkheid” wordt dan de voornaamste missie met als verwachting dat middels de ultieme ontkenning de liefde gevonden wordt.

Maar voor de meesten van ons geldt dat een intellectuele en ontkennende houding, waarbij alles en iedereen in de fysieke wereld moet worden ontkend en afgedaan als illusoir, slechts leidt tot een soort terugtrekken in een ivoren toren, tot een ultieme zegetocht van de afscheiding van het slimme zelf. Deze weg van ontkenning voelt in mijn beleving niet zo liefdevol. Het hoofd raakt oververhit maar dit is niet de liefdevolle warmte van het hart. In het genoemde boek van Ken is iets van frustratie en zelfs enige verbetenheid voelbaar over die verkeerde duale manier waarop studenten ofwel hun ego’s er toch telkens weer instinken.

Ik waardeer het oprechte verlangen van Ken om ons te behoeden voor een terugval naar het klassieke duale Godsbeeld maar in mijn beleving is benadrukken van transformatie beter geschikt voor de meeste studenten dan de weg van ontkenning. De weg van transformatie loopt via de “duale” hulp van Jezus en de HG en via de “duale” omarming van onze naasten naar een diep besef van verbondenheid. Naarmate we dan vorderen op het pad van aanvaarding en vergeving, dus als we “gevorderde” studenten worden, beginnen de woorden van Ken op hun juiste plaats te vallen. Maar het diepe besef van de eenheid van de schepping komt dan naar boven vanuit het zoeken naar liefdevolle verbinding, eerder dan uit intellectuele afwijzing.

In mijn beleving kiest Jezus er niet voor niets voor om duaal taalgebruik te hanteren in ECIW. Het is goed voor ons om ons te laten leiden door de HG en om de uitgestoken hand van Jezus aan te pakken. Dat is in mijn optiek voor velen behulpzamer dan een verhandeling over het symbolisch karakter van de HG en van Jezus, hoe juist zo’n non-duale visie metafysisch gezien ook moge zijn. Ons denken is er namelijk een meester in om te zeggen hoe de schepping niet in elkaar steekt maar slaat daarna makkelijk door in het formuleren van een wat kille, weinig inspirerende en abstracte non-duale visie op “eenheid”.  Ik vermoed dat Jezus ons daarom Een Cursus van Liefde (ECVL) heeft gegeven, zo’n dertig jaar na ECIW. In ECVL geeft hij aan dat ECIW behulpzaam is om de muren van het ego te slechten maar dat de uitnodiging is om nu verder te gaan vanuit de liefde van ons hart. Het is, voor mij althans, heerlijk om het hoofd af te laten koelen en onder curatele te stellen van dit hart. Ik sluit daarom graag af met het volgende citaat uit ECVL:

“Deze Cursus is geschreven voor het denken, maar alleen om het denken ertoe te bewegen een beroep op het hart te doen. Om het ertoe te bewegen te luisteren. Het ertoe te bewegen verwarring te accepteren. Het ertoe te bewegen zijn weerstand tegen mysterie op te geven, zijn zoektocht naar antwoorden te staken en zijn focus te richten op de waarheid, weg van wat alleen door het denken kan worden geleerd.” (I.1) 

Warm, genezend en liefdevol

Zojuist bekeek ik een zonnebloem waar het zonlicht op viel. Wat een prachtige kleuren en structuren! Ik moest denken aan de wijze waarop ECIW spreekt over de wereld. Dat is, op z’n zachtst gezegd, niet altijd even positief. De wereld is een illusie die door de Zoon wordt geprojecteerd om zijn dwaze droom van afscheiding te dromen. De wereld is onze onwerkelijke nachtmerrie. Natuurlijk weet ik dat de natuur wreed kan zijn. Het is eten of gegeten worden en de dood regeert. Toch valt er ook zoveel moois te zien. Hoe kan dat toch?

Robert Perry heeft in de complete uitgave van ECIW een bijlage geschreven met als titel: “Schiep God ruimte en tijd?”, dus impliciet: schiep God deze wereld? Wij zijn zo gewend geraakt aan alle negatieve teksten uit het blauwe boek over onze wereld dat we menen zeker te weten dat het antwoord op deze vraag een volmondig “nee!” is. Toch blijkt dat de oorspronkelijke tekst van ECIW een genuanceerder antwoord biedt. Kort samengevat komt het erop neer dat God direct een antwoord gaf op onze dwaze wens door voor ons de wereld te scheppen als gelegenheid om verzoening te leren. Ongeveer in dezelfde lijn waarin wordt gesteld dat God ons in de Heilige Geest een antwoord bood toen wij besloten de droom van afscheiding te dromen. Dus een mooie Stem als antwoord op het gekrijs van het ego dat door ons was bedacht. (Ik heb de bijlage van Robert vertaald voor wie het wil nalezen: https://eciwcoach.com/schiep-god-ruimte-en-tijd ).

Het hoeft ons niet te verbazen dat de wereld niet per se als negatief hoeft te worden gezien. Zo weten we dat ons lichaam, als onderdeel van onze wereld, een neutraal communicatiemiddel is. We kunnen het in dienst stellen van ons ego of van de Heilige Geest. ECIW geeft aan hoe wij gaan stralen als wij de verzoening voor onszelf aanvaarden en in de wereld gaan leven onder leiding van de HG. We maken de liefde letterlijk zichtbaar voor onze broeders en zusters.

Een Cursus van Liefde vertelt veel meer over het gaan leven vanuit Christus bewustzijn. Als wij de liefde zichtbaar maken in vorm dan spreekt ECVL over “het verheven Zelf van vorm”. Verrassend genoeg spreekt ECVL (20 jaar doorgegeven aan Mari Perron) op een wijze over het oorspronkelijk Goddelijk ontwerp van de wereld die heel sterk overeenkomt met de wijze waarop Robert Perry over de wereld spreekt naar aanleiding van zijn nauwgezette studie van de complete uitgave van ECIW, nog niet zo lang geleden. Hier een stukje uit ECVL over Goddelijke patronen in de schepping (D: 4.12)

“Goddelijke patronen zijn de patronen die zowel je leven in vorm mogelijk hebben gemaakt als de patronen die het je mogelijk hebben gemaakt om terug te keren naar je ware identiteit. Deze patronen zijn zowel extern als intern. Externe goddelijke patronen omvatten de observeerbare vormen die je wereld vormen, alles van de planeet waarop je leeft tot de sterren aan de hemel, van het lichaam dat je lijkt te bewonen tot het dierlijke- en plantaardige leven dat rondom je bestaat. Van de meest verfijnde en complex uitgekristalliseerde structuur van de sneeuwvlok tot de stengel van een plant en de werking van het menselijke brein is een goddelijk patroon overduidelijk en zou niet ongeloofwaardig moeten zijn. Ondanks de verschillen in wat je ziet, denkt en voelt, is er maar één extern goddelijk patroon dat de waarneembare wereld schiep en maar één intern goddelijk patroon dat de interne wereld schiep. Het interne goddelijke patroon was dat van leren. “

Sommige ECIW-studenten zijn nogal negatief over de visie van Robert Perry of van ECVL over een wereld en lichaam die geïnspireerd zouden kunnen worden door Goddelijke liefde. Zij menen dat hiermee een poging wordt gedaan om de illusie echt te maken. Maar zowel Robert als ECVL zijn volkomen ondubbelzinnig over het karakter van de wereld: deze heeft geen eeuwigheidswaarde en is dus illusoir. Toch meen ik dat onze route naar verzoening bestaat uit het uiten van de liefde van God via ons lichaam in de wereld. Dat hierdoor onze nachtmerrie een meer paradijselijke droom gaat worden wil geenszins zeggen dat er gestreefd wordt naar eeuwigdurend leven in een 3D-lichaam/wereld.

In mijn beleving roepen zowel ECIW als ECVL ons op om, nadat we de verzoening voor onszelf aanvaard hebben, deze te uiten in onze relaties met onze broeders en zusters en in onze relatie met de wereld. Als we onze nare ego-projecties van de wereld afhalen, komt er ruimte voor een genezen lichaam en een genezen wereld. ECVL zou dit het oorspronkelijk ontwerp van God noemen. ECIW zegt dat we van hieruit ons lichaam met een glimlach kunnen afleggen als het goed geweest is.  

Het is goed om constant te herinneren dat wij niet bestaan in een echte wereld maar dat de wereld geprojecteerd wordt vanuit de denkgeest. Ze is geen oorzaak maar gevolg. Deze herinnering moet echter niet doorslaan in een negatieve houding en afwijzing van de wereld en van ons lichaam. Voel maar eens wat zo’n negatieve houding met je doet ‘vanbinnen’. Met genezen innerlijke ogen zien we niet langer grenzen tussen onszelf en anderen of tussen ons en de wereld. We ontwikkelen de visie waarin we de verbondenheid met alles en iedereen ervaren. We herkennen de uitingen van liefde in de schepping en waar we een roep om liefde zien kunnen we een liefdevolle respons geven. Warm, genezend en liefdevol.

Helen, Mari, Jayem en wij.

Zojuist heb ik The Way of Mastery (TWOM) uitgelezen. Het blijft een fijn boek, zelfs na de zoveelste herlezing.  Ik heb afgelopen weken weer intens genoten van de speelse directheid van TWOM. Het boek komt minder serieus over dan Een Cursus in Wonderen (ECIW) of dan Een Cursus van Liefde (ECVL). De toon past, voor zover ik dat kan inschatten, goed bij de persoon van Jon Marc Hammer, beter bekend als Jayem, de scribent van TWOM. Iets dergelijks valt me op bij ECIW en bij ECVL. De toon van ECIW is serieus, poëtisch en wetenschappelijk tegelijkertijd. Dat past goed bij Helen Schucmann, de scribent van dit boek. ECVL klinkt ook serieus en tegelijkertijd bewogen, zacht en liefdevol. Dit past weer bij de wat schuchter ogende, zachtaardige Mari Perron.

Ons verstand kan zich hierover verbazen. Het denkt heel rechtlijnig en vraagt zich af: “Hoe is het mogelijk dat men stelt dat in alle drie de boeken dezelfde Jezus aan het woord zou zijn, maar dat er toch zulke duidelijke stijlverschillen zijn?”. Hierna volgt dan natuurlijk direct de vraag of ECVL en TWOM wel echt door Jezus gedicteerd zijn. Zo werkt ons duale denken nu eenmaal. Het ziet Jezus als de historische persoon van 2000 jaar geleden die scribenten gebruikt als een soort veredelde typemachine/computer; Jezus spreekt en Helen, Mari en Jayem notuleren.

Het klopt dat Jezus in ECIW kritisch te werk ging waar het zijn woordkeuze betrof. Hij corrigeerde Helen dikwijls en verwees haar terug naar tekst die ze eerder niet helemaal naar zijn wens had weergegeven. Volgens Ken Wapnick moest Helen er “nog even inkomen” en hij vindt daarom de eerste hoofdstukken van ECIW minder mooi dan de latere. Volgens Jayem zei Jezus tegen hem dat Helen van Jezus eiste dat alles heel logisch en intellectueel moest zijn. Jezus moest daarom heel voorzichtig zijn wat hij met haar deelde en hoe hij het bracht. Ons kritisch denken vindt dit te gemakkelijk.  Want stel je nu eens voor dat Jayem dit beweert als excuus voor het gebrek aan doordachtheid van het door hem gechannelde boek. Kunnen we hem wel op zijn woord geloven als hij zegt deze info over Helen van Jezus gehoord te hebben?

Maar ja; het hele fenomeen “channeling” blijft toch wat ongrijpbaar en vreemd voor ons nuchtere Nederlanders. Ik loop hier tegenaan als ik mijn enthousiasme voor deze boeken probeer te delen met mijn familie en kennissen. Als ze me vragen wie deze boeken heeft geschreven aarzel ik soms. Het is veilig om de naam van de scribent te noemen maar het voelt niet goed om het daarbij te laten. Dus gewoonlijk vertel ik er dan maar bij dat de schrijvers zich geïnspireerd voelden vanuit een soort hoger bewustzijn. Dan gaan de wenkbrauwen al een beetje omhoog. Als ik “bewustzijn” vervang door “Christus-bewustzijn” dan kijkt men nog kritischer en als ik het helemaal aftop door de naam “Jezus” te noemen dan verandert de argwaan soms in meewarigheid. Ik hoor ze denken: “Ach, laat die man maar, als hij dat nou toch gelooft”.

Wellicht zegt de aarzeling die ik bij mijn gesprekspartners meen te zien vooral wat over mijn eigen verwarring. Deze verwarring en de verstandelijke vragen verstommen echter als ik zonder vooroordelen geniet van deze drie boeken. De woorden, wijsheid en liefde hebben mijn denken helemaal niet nodig om mij blij te maken. Alles komt binnen in mijn hart en daar spelen al die zogenaamd belangrijke vragen over auteurschap helemaal geen rol meer. Hier, in de stilte van het hart, is slechts sprake van herkenning en vreugde. Hier herken ik in ECVL en in TWOM direct en overduidelijk dezelfde liefdevolle stem als in ECIW. Soms lijkt deze stem zichzelf tegen te spreken maar dat is slechts schijn. Jezus blijkt precies dát tegen me te zeggen wat ik op dat moment nodig heb en kan ontvangen.

Jezus zou Jezus niet zijn als hij niet met woorden zou proberen ons iets duidelijk te maken wat eigenlijk niet te zeggen is. Hij spreekt over het mysterie van relatie. Dat doet hij in ECIW wanneer hij het heeft over de Heilige Relatie. In TWOM bouwt Jezus het zorgvuldig op en sluit hij af met een beschrijving van de wonderlijke eenheid tussen hem en ons. Zelf ervaar ik ECVL als zijn meesterwerk waar het gaat om het direct ervaren van “de dialoog” tussen Jezus en mij. In deze dialoog vervagen de grenzen tussen Jezus en mij en mag ik ervaren wat heilige relatie inhoudt. Deze ervaring laat zich door mij nauwelijks meer met woorden uitdrukken maar wordt direct herkend door broeders en zusters die hier ook een glimp van hebben opgevangen. In de relatie met Jezus, in het gedeelde Christus-bewustzijn, is er sprake van een woordloos weten. Bij een poging om dit toch in woorden uit te drukken treedt er een soort persoonlijke kleuring op. Zo heeft deze blog mijn “persoonlijke” kleur maar hoop ik toch dat jij ziet en herkent dat het hier niet gaat om persoonlijke kennis van mij. Jij herkent het en zou er andere woorden aan wijden om het te schetsen. De gekozen woorden hangen dan ook nog eens af van het publiek waartoe de schrijver of spreker zich richt. Dat is iets om dankbaar voor te zijn. Misschien is het logisch dat ECIW een andere lezer trekt dan ECVL of TWOM. De ene lezer houdt van serieus en verstandelijk, de ander van zacht en vriendelijk of juist van sprankelend en licht. Mogelijk spreken de verschillende boeken elke lezer bovendien aan in verschillende fasen van zijn of haar leven. Zo kwam ECIW in mijn leven toen ik vastliep in de dogmatische en onlogische aspecten van het klassiek Christelijke geloof. Toen die barrières geslecht waren, kwam er ruimte om te genieten van ECVL en TWOM. Grappig genoeg waardeer ik nu ook de Bijbel weer meer dan vroeger en blijft mijn bewondering voor ECIW onverkort bestaan. Wellicht ben ik wat “luchtiger” geworden.

(Over lucht gesproken: toen ik zojuist TWOM dichtsloeg zag ik dat grappige wolkje. Ik zag er een lachend vliegend visje in met vleugels uit zijn hoofdje. Vond ik wel passen bij Jayem 😉)

Zo zit het! (denk ik…)Over vrouwelijke voorgangers en homoseksuele broeders en zusters.

Een aantal christenen blijft worstelen met kwesties als de rol van vrouwen binnen de kerk en met de leefwijze van onze niet-heteroseksueel geaarde broeders en zusters. Het uitgangspunt lijkt hierbij volkomen duidelijk: de Bijbel. De betreffende Christen zal zeggen dat hij zich baseert op de Bijbel en dat hij niet wil marchanderen met wat God hierin kenbaar maakt. Hiermee is zijn standpunt stevig verankerd en onwrikbaar geworden. Het staat in de Bijbel en dus is het waar.

Maar is de Bijbel in deze kwestie echt het uitgangspunt? Wat ziet men hier over het hoofd? Voor een buitenstaander is dit direct duidelijk. In feite is niet de Bijbel het uitgangspunt maar het geloof in de Bijbel, het menselijke geloof in dit boek. Het is immers de keuze van de mens om een geschreven tekst al dan niet aan te nemen als onwankelbaar uitgangspunt. Deze mens besluit dikwijls onbewust dat een bepaald boek de absolute waarheid bevat. De woorden van het boek vormen vanaf dat moment het fundament voor deze mens. Natuurlijk kan dit fundament ook bestaan uit de woorden van een godsdienstig of wereldlijk leider. Wat deze persoon dan zegt wordt dan gezien als de absolute waarheid.

De Engelse politicus en wijsgeer Bryan Magee schreef dat het in feite niet mogelijk is om een echte dialoog te hebben met iemand die een fundamenteel geloof aanhangt. De wederzijdse uitwisseling van ideeën en gevoelens blokkeert door de harde rotsen van de aangenomen overtuiging. Vrouwen kunnen geen leidende rol in de kerk hebben en homo’s mogen geen uiting geven aan hun gevoelens. Waarom niet? Antwoord: omdat dit in de Bijbel staat. Nee! Het juiste antwoord: omdat ik besloten heb om de woorden van, in dit geval, de Bijbel als onwrikbare waarheid aan te nemen en alles beoordeel vanuit deze keuze van mij.

Deze rotsvaste overtuigingen zijn hiermee keiharde dogma’s geworden. Ergens voelen de aanhangers van deze dogma’s aan dat deze houding liefdeloos is. Dan klinken er woorden als: “wij waarderen onze zusters in de gemeente natuurlijk enorm en zijn ze ook dankbaar voor de koffie die ze ons net gebracht hebben”. Of, over de homoseksuele medemens: “God haat de zonde maar heeft de zondaar lief”. Ik vrees dat Magee gelijk heeft. Een gesprek hierover heeft alleen zin als je gesprekspartner bereid is om zijn of haar uitgangspunt ter discussie te stellen. Dit blijkt heel moeilijk te zijn vanwege een cirkelredenering. Men heeft namelijk besloten om te geloven in de Bijbel waarin staat dat ongeloof in dit boek een zonde is die bestraft zal worden. Dit maakt een heroverweging van het eigen standpunt nog moeilijker.

Zijn ECIW-studenten dan zo anders? Ik vrees van niet. Die neiging om teksten uit een boek aan te nemen als absolute waarheid is een neiging die alle broeders en zusters die geloven in afgescheidenheid met elkaar delen. Allen geloven namelijk in de macht van het eigen verstand om te beslissen welke teksten waar en welke teksten onwaar zijn. De Christen heeft gelijk als hij zegt dat de mens beter niet de plaats van God kan innemen. Het is niet goed als het “ikje” op Gods troon wil gaan zitten. Wat hij echter niet ziet is dat dit nu precies is wat er gebeurt als het ikje teksten over liefde gaat verdraaien tot conceptuele dogma’s. Ook ECIW-studenten kunnen overmatig vertrouwen op de suprematie van het denken. Vervolgens gebeurt er exact hetzelfde namelijk het ontstaan van (ECIW-)dogma’s die gehanteerd worden als onwrikbare waarheden. Er is een nieuw geloof ontstaan. Herken je dit niet? Laat me dan één voorbeeld noemen.

Ik zag laatst een opsomming op Facebook van teksten die stelden dat “God niets afweet van deze wereld”. Deze wereld wordt gezien als een illusie en God heeft niets met illusies van doen. Denk niet dat het klakkeloos geloven van zo’n tekst minder gevolgen heeft voor de nieuwe gelovige dan de klassieke dogma’s voor de strenggelovige christen. Het kan gevolgen hebben voor iemands volledige doen en laten. Want waarom zou ik iemand willen helpen in deze wereld als deze wereld niet bestaat en zelfs God nergens van op de hoogte is?

Wat missen we hier lieve broeders en zusters? Wat gaat er toch telkens mis dat we na elk geïnspireerd boek weer blijven zitten met een nieuw geloof, met verschillende opvattingen en in het ergste geval strijd en oorlog? We presteren het om telkens onbewust ons conceptuele denken op de troon te zetten. Nu is er niks mis met dit denken als het er om gaat praktische probleempjes in ons leven op te lossen. Maar dit instrument, dat beperkte verstand van ons, is ten diepste ongeschikt om iets wezenlijks duidelijk te maken over het diepe mysterie van ons bestaan.

Het mysterieuze “gevoel” van het bestaan zelf, de verwondering, de tranen van ontroering, het ontzag, de liefde voor onze broeders en zusters, voor de natuur, voor de wereld en ga zo maar door laat zich niet vangen in dogma’s. Elk nieuw dogma is de dood in de pot. We kunnen uren erover praten dat we het ikje niet op Gods troon moeten zetten of dat we af moeten komen van ons ego maar als we rondjes blijven draaien in ons eigen hoofd en dit dan heel serieus blijven nemen dan doen we niet anders dan dát wat we juist willen voorkomen.

Natuurlijk herken ik de neiging om vanuit een vooropgezet idee een ander de maat te nemen. Deze blog illustreert dat zelfs. Op het moment dat ik een Christen of ECIW-student veroordeel als deze het conceptuele begrip van Bijbel respectievelijk het blauwe boek graag tot leidraad van zijn leven neemt, dan creëer ik met zo’n opvatting een nieuw geloof dat gericht is tegen gelovigen. Hoe komen we toch uit deze hersenspinsels?

Gelukkig is Jezus’ geduld met ons eindeloos. Hij is telkens bereid om ons bij te sturen en in deze tijd geeft hij ons zeer veel geïnspireerde woorden en boeken waarin hij ons telkens wijst op liefde als middel en doel. Kennelijk hebben we dit nu keihard nodig. En ik vind het zeer bemoedigend dat steeds meer broeders en zusters, zowel christenen als ECIW-studenten als wie dan ook, meer en meer gaan luisteren naar hun hart. Ik zag een jonge Christelijke voorganger die een mildere koers koos en afweek van de rigide koers van zijn kerkgemeente. Dit ondanks de dreigende woorden van oude, geleerde mannen met gefronste voorhoofden die waarschuwden voor een kerkscheuring.

In het onlangs in het Nederlands verschenen “Een Cursus van Liefde” (ISBN 978-94-64433-68-5) nodigt Jezus ons uit om ons denken onder leiding te plaatsen van ons hart. Dit hart staat symbool voor die liefde, dat Goddelijke licht in ons dat maar één doel heeft: het verwelkomen en verwarmen van al onze medemensen ongeacht geslacht, huidskleur, geaardheid, geloof enzovoorts. Deze liefde leidt nooit tot veroordeling, buitensluiting, scheuring en afscheiding maar altijd tot verbinding en samen zijn, met en voor elkaar.

Een ervaring met Een Cursus van Liefde (ECVL)

In al de jaren dat ik blogde over Een Cursus in Wonderen voelde het goed voor mij om mijn rol te omschrijven als “coach” in plaats van “leraar”. Dit kwam voort uit een verlangen om vooral naast mijn broeders en zusters te willen staan omdat ik zag dat het voor mij ongezond zou zijn om mezelf leraar te gaan noemen. Met deze houding was ik strenger voor mijzelf dan ECIW vroeg. Jezus was in ECIW namelijk niet zo bang voor de tijdelijke rol van leraren.

Nu, achteraf, zie ik dat mijn aarzeling bij het etiket van leraar een soort voorbode was van wat Jezus te zeggen heeft in ECVL. Een hoofdthema in ECVL is de rol van onderwijs, studie en leren in de weg die Jezus met ons wil gaan. In ECVL geeft Jezus aan dat er niks mis was met de leraar-leerling situatie maar dat het nu wel tijd wordt om onze studie af te ronden. Het is niet de bedoeling om eeuwige student te blijven. Als je vordert in ECVL zul je merken dat Jezus zich ook steeds meer terugtrekt als leraar. Hij legt uit dat hij ons geen nieuwe informatie wil aanreiken die we moeten opslaan in ons hoofd. Nee, hij wil ons laten ervaren hoe het is om vanuit Christus-bewustzijn te leven. Het blijkt heel wat anders om iets te menen te weten over eenheid dan om echt vanuit eenheid te leven in je relaties met Jezus, anderen en de wereld om ons heen.

In de jaren dat ik nu lees in ECVL merkte ik het volgende. Eerst resoneerde de tekst wel ergens maar ervoer ik deze toch vaak als ingewikkeld, van de hak op de tak en wat onsamenhangend. De beeldspraak die Jezus hanteerde sprak me lang niet altijd aan. Ergens voelde ik wel aan dat er iets van binnen aan het gebeuren was maar het lukte maar niet om als het ware een soort mentaal overzicht van het boek te krijgen. Over ECIW zijn talloze boeken geschreven met toelichting en uitleg. Er zijn zelfs filmpjes gemaakt over de metafysica van ECIW. Ik kon echter ECVL niet samenvatten, ondanks verwoede pogingen daartoe.

Toch trad er door ECVL zoiets op als transformatie. Een soort verschuiving van perspectief waarbij de rol van “het begrijpen” kleiner werd. Jezus omschrijft deze transformatie als de heel-wording van hoofd en hart. De eindtoestand duidt hij aan met “heelheid-van-hart”. Bij het herlezen van ECVL vanuit deze heelheid-van-hart groeit de diepe bewondering voor dit boek. Dan blijkt namelijk dat Jezus iets voor elkaar krijgt wat haast onmogelijk lijkt. Het lukt hem om te beschrijven wat er bij ons vanbinnen gebeurt als we ECVL volgen. Dit heeft als gevolg dat ECVL steeds dieper binnenkomt en herkend wordt als een erg treffende omschrijving van dit innerlijke proces naarmate we onszelf minder blokkeren om vanuit ons Zelf, vanuit die heelheid-van-hart, te gaan leven.

Wat eerst door mij gezien werd als toch wat lastig leesbaar en niet zo samenhangende taal blijkt een erg precieze beschrijving van die bijna niet te beschrijven innerlijke weg. De herkenning die dit oproept maakt me blij. Het zal duidelijk zijn dat ik deze woorden niet opschrijf als leraar. Zelfs het woord “coach” dekt niet helemaal de lading. Nee, ik schrijf deze blog om je te bemoedigen als je begint met ECVL. Als je een ECIW-student bent dan ken je het fenomeen dat ook ECIW bij elke herlezing dieper binnenkomt. Mogelijk is het enige verschil dat bij ECIW ons verstand vrij snel erkent dat het boek geniaal is maar dat we het niet direct begrijpen. Datzelfde verstand zal de neiging kunnen hebben om te oordelen dat ECVL anders overkomt qua structuur dan ECIW. Ik ben enorm blij dat ik mijn verstandelijk oordeel over ECVL geparkeerd heb en dat ik ben doorgegaan met lezen. Het paradoxale is namelijk dat je de genialiteit van ECVL pas ervaart als je voorbij dit verstandelijke oordeel kunt gaan.

In ECVL geeft Jezus aan dat sommigen ervoor zullen kiezen om verder te leren op de bekende wijze. Hij respecteert die keuze en geeft zelfs aan dat het een valkuil is om jezelf speciaal te gaan vinden als je wel je aandacht gaat geven aan deze weg van het hart. Arrogantie en een gevoel van speciaalheid komen uit de koker van het ego en als je hier geloof aan hecht dan zie je nog niet de eenheid die bestaat in het Christus-bewustzijn tussen alle broeders en zusters. Toch wilde ik mijn ervaring met- en enthousiasme voor ECVL hier met jullie delen. Ook ter bemoediging als je net bent begonnen met dit boek. Ik voel me met jullie allemaal verbonden.

De brug van Christus-bewustzijn

In Een Cursus van Liefde (ECVL) vertelt Jezus ons dat het niet mogelijk is en gelukkig ook niet nodig is dat wij in ons eentje onze ware aard kunnen realiseren. Juist onze neiging om op onszelf te willen staan is de oorzaak van ons gevoel van eenzaamheid dat gepaard gaat met heimwee naar ons thuis. We hebben de illusie gecreëerd dat we een losstaand zelfje zijn dat flink zijn best moet doen om de weg terug naar huis te vinden. Dit is de overtuiging die we moeten ont-leren om weer besef te krijgen van die wonderlijke verbondenheid met alles en iedereen om ons heen.

De herinnering aan onze onderlinge verbondenheid leeft bij veel broeders en zusters en vormt mogelijk de reden dat we ons zo aangetrokken voelen tot de non-duale visie. Iets in ons resoneert als we horen dat alleen de eenheid werkelijk is en dat grenzen alleen bestaan in onze verbeelding. Als we ons openstellen voor de woorden van verlichte broeders en zusters dan raken deze woorden ons en willen we nog sterker deze verlichte staat bereiken, zelfs als dezelfde leraren ons proberen duidelijk te maken dat het juist dit zelfgerichte verlangen is dat onze illusie van afgescheidenheid in stand houdt. Het is heerlijk dat deze verlichte broeders en zusters bakens van licht vormen waarin we iets van het goddelijke vonkje dat in onszelf gloeit herkennen. Maar hoe nu verder? Is er nu niets wat we kunnen doen om van ons eigen vonkje een helder licht te maken?

Het is vloeken binnen de non-duale visie om te spreken over iets doen en over stadia van verlichting. Toch is het duidelijk dat het slechts verstandelijk begrijpen van de onderlinge verbondenheid van alles en iedereen niet voldoende is om te komen tot een innerlijke revolutie die leidt tot een liefdevolle houding richting elkaar en richting de wereld die we met ons allen bewonen. We hoeven maar naar het journaal te kijken om te zien dat het nog te vaak “ieder voor zich” is. We zien daar een demonstratie van de ego-krachten die leven in ons binnenste.

Deze situatie vormt als het ware het beginpunt van ECVL. Jezus merkt op dat ons bekende kleine zelfje te veel zijn oren laat hangen naar het ego. Dit ego leert ons dat we afgescheiden zijn, dat we wonen in een kwetsbaar lichaam en dat onze angst voor de boze buitenwereld gerechtvaardigd is. We zijn gaan denken in tegenstellingen en geloven in de dualiteit. We willen geen ziekte maar gezondheid, geen armoede maar rijkdom, geen oorlog maar vrede geen dood maar leven. We projecteren ons innerlijk geloof in afscheiding naar buiten: ik versus God en ik versus de wereld.

In Een Cursus in Wonderen (ECIW), de voorloper van ECVL, bood Jezus ons een uniek inzicht in de gevolgen van het luisteren naar de stem van het ego. Hij wees ons in dit boek op het bestaan van een andere Stem, de Stem van de Heilige Geest. Waar het ego de stem was van zonde, schuld en angst sprak de Heilige Geest van zondeloosheid, schuldeloosheid en vergeving. Door naar deze zachte Stem te luisteren verloor het ego aan kracht en voelden we de kracht van liefde in ons werken.

In ECVL spoort Jezus ons aan om onze laatste aarzeling om ons over te geven aan deze liefdeskracht te laten varen. Hij ziet dat we aangekomen zijn bij een brug die we mogen oversteken om werkelijk thuis te komen en onze ware identiteit te herinneren. Maar hij ziet ook ons gepieker, onze neiging om te blijven hangen in verstandelijk begrip en in de rol van eeuwige student. Hij geeft aan dat er niks mis is met onze “studententijd” maar dat we geroepen zijn tot meer dan dit.  

De diepere waarheid van onze identiteit kan niet begrepen worden door ons conceptuele denken. Toch bestaat er diep in ons hart een “weten” dat dieper gaat en directer is dan wat ons dagelijkse denken ons te bieden heeft. Ons denken kan niet zo veel met het mysterie van de schepping en van de heilige relatie. We kunnen hier van alles over lezen maar als we eerlijk zijn dienen we toe te geven dat we het niet kunnen begrijpen. Jezus neemt ons in ECVL aan de hand en nodig ons uit om ons denken onder curatele van ons hart te stellen. Stapje voor stapje geeft hij aandacht aan onze bezwaren en angsten en nodigt hij ons uit om ons open te stellen voor een werkelijke, heilige relatie met hem, met elkaar en met de wereld.

ECVL bestaat uit drie delen: Een Cursus van Liefde, De Verhandelingen en De Dialogen. Naarmate we vorderen in het boek kunnen we ervaren dat Jezus ons de hand reikt en ons uitnodigt de brug over te steken. Die brug blijkt te bestaan uit het Christus-bewustzijn dat we delen met hem en met al onze broeders. Zorgvuldig zorgt hij ervoor dat dit niet blijft bij een nieuw concept maar dat het voor ons een geleefde ervaring kan worden. We ervaren in ECVL steeds meer en dieper hoe het is om vanuit dit Christus-bewustzijn te leven. Hoe het is om de kracht van liefde in ons leven tot expressie te brengen. Dit is het wonder waartoe hij ons uitnodigt. Wederom vraagt hij van ons hetzelfde als in ECIW: slechts een klein beetje bereidwilligheid. Onze keuze voor liefde.