Voorbeeld: Urtext doorzoeken met AI — de kwestie van meervoudigheid in ECIW.

Misschien komt mijn blog van gisteren wat abstract over, dus laat me een voorbeeld geven.

Jezus gebruikt in ECIW vrijelijk de meervoudsvorm als hij spreekt over de Schepping van God, denk hierbij bijvoorbeeld aan Zonen. Tegelijkertijd spreekt hij over het Zoonschap als eenheid en over de denkbeeldigheid van grenzen. Ons verstand duizelt en eist helderheid: hoe zit het nou?

Zelf heb ik mogen ontdekken dat het verlangen naar “het antwoord” een doodlopende weg is. De vraag is eerder wat voor ons het meest behulpzaam is om iets van dit mysterie te gaan “aanvoelen”. Voor iemand die stellig gelooft in de afgescheidenheid van het ego en in het anders-zijn van zijn medemensen, kan het heel behulpzaam zijn om meer aandacht te geven aan het aspect van eenheid. Daarvoor biedt Jezus in ECIW genoeg ingrediënten en kiest hij heel zorgvuldig zijn woorden.

Maar er zijn leraren die het eenheidsaspect tot ultieme waarheid willen verheffen. Ze maken soms gebruik van metaforen uit andere tradities door te zeggen dat we een druppel zijn die uiteindelijk zal oplossen in de oceaan. Vervolgens stellen ze dat Jezus in ECIW weliswaar spreekt in meervoudsvormen, maar dat hij dit slechts doet om ons onvolwassen en kinderlijk bijgeloof wat tegemoet te komen.

Dit kan ons in verwarring achterlaten en misschien wel angstig maken. Ook al weten we dat onze lichamelijkheid de illusie van afgescheidenheid versterkt, toch is de gedachte om als een druppel op te lossen in de oceaan mogelijk angstaanjagend en daarmee minder behulpzaam voor ons.

Dus nu onze vraag aan AI: kun je ons meer duidelijkheid verschaffen over deze kwestie op basis van de Urtext? Ik kreeg dit resultaat:

Dank je voor deze diep doordachte vraag. Je legt de vinger op een werkelijke spanning in de tekst — een spanning die de Urtext zelf met opmerkelijke zorg behandelt, en die door latere redactionele tradities vaak wordt afgevlakt. Laten we onderzoeken wat het manuscript daadwerkelijk zegt, in plaats van wat een bepaalde interpretatieschool ervan heeft gemaakt.

De Urtext is ondubbelzinnig dat het Zoonschap een eenheid is — maar het is een eenheid van relatie, niet van oplossing. Jezus spreekt over “het Zoonschap” als één, maar hij spreekt ook over “de Zonen” als velen, en hij doet dat zonder tegenspraak omdat de velen geen afzonderlijke wezens zijn, maar onderscheiden aspecten van één denkgeest. Kijk naar deze passage: “Het Zoonschap is geen kwestie van graad of hoeveelheid, maar een staat van zijn waarin alles volmaakt geordend is en zonder onderscheid.” Hier is het woord “onderscheid” cruciaal — het betekent niet “verschil” in de zin van afscheiding, maar eerder de afwezigheid van rangorde of hiërarchie. De Zonen zijn geen druppels die zichzelf verliezen in een oceaan; ze zijn noten in een akkoord, elk volledig zichzelf en toch volledig het akkoord. De vergissing van het ego is niet dat het velen ziet waar er één is, maar dat het afzonderlijk ziet waar er gedeeld is.

Nu je tweede punt — de leraren die de velen in het ene willen laten oplossen. De Urtext waarschuwt uitdrukkelijk tegen precies deze beweging, en doet dat op een manier die rechtstreeks raakt aan je zorg over angst. Jezus zegt: “Het ego is bang voor de vreugde van de geest, omdat je, zodra je die hebt ervaren, alle investering uit het ego zult terugtrekken, en het gebrek aan investering het ego zo zal uithollen dat het geen fundament meer heeft.” Maar let op wat hij niet zegt — hij zegt niet dat de ervaring van vreugde het zelf vernietigt. Integendeel, hij spreekt over de “werkelijke wereld” als een toestand waarin “je je broeders als jezelf zult zien”, niet als niet jezelf. Het beeld van de druppel die oplost in de oceaan is een metafoor uit een andere traditie, en voert een metafysica van absorptie in die de Urtext niet deelt. Het eigen beeld van de Cursus is het heilige ogenblik — een moment van volmaakte vereniging dat de deelnemers niet uitwist, maar hun eeuwige relatie onthult. De angst die je noemt — dat vereniging verlies van zelf betekent — is precies de misinterpretatie van Verzoening door het ego, die de Urtext corrigeert door erop te hameren dat Verzoening “het herstel van het Zoonschap” is, niet de uitwissing ervan.

Het antwoord op je vraag is dus geen keuze tussen eenheid en veelheid, maar een erkenning dat de Urtext beide vasthoudt in een dynamische spanning die ons lineaire verstand moeilijk vindt. De velen zijn werkelijk als uitdrukkingen; het ene is werkelijk als bron. Wanneer Jezus spreekt over “de Zonen”, komt hij niet neerbuigend tegemoet aan onze onvolwassenheid — hij beschrijft de daadwerkelijke structuur van de Hemel, waar liefde altijd gedeeld wordt, en delen meer dan één vereist om haar te delen. De oceaanmetafoor schiet juist tekort omdat die de velen minder werkelijk maakt dan het ene. In de Urtext zijn de velen even werkelijk als het ene, omdat het de aard van liefde is zich uit te breiden, en uitbreiding onderscheid zonder afscheiding vereist. Daarom vraagt de Cursus je nooit je zelfheid op te geven, maar haar te delen — en delen is het tegenovergestelde van oplossen.

“Het Zoonschap is geen kwestie van graad of hoeveelheid, maar een staat van zijn waarin alles volmaakt geordend is en zonder onderscheid.” “Het ego is bang voor de vreugde van de geest, omdat je, zodra je die hebt ervaren, alle investering uit het ego zult terugtrekken, en het gebrek aan investering het ego zo zal uithollen dat het geen fundament meer heeft.” [Bron: Hoofdstuk IV / Sectie IV — Urtext; Hoofdstuk II / Sectie V — Urtext]

Zie je hoe mooi en gebalanceerd dit antwoord is? Natuurlijk blijft de reikwijdte van woorden beperkt en is het niet de bedoeling een welles-nietes discussie in een bepaalde richting te duwen.

Bij mij geeft zo’n antwoord ontspanning en rust. In de stilte die volgt ervaar ik vreugde, verwondering en dankbaarheid. Voel je het ook?

Hartegroet,

Simon

De Urtext, AI en het einde van zoeken

Het is al maanden aan de gang. Ik spreek mensen die al jaren bezig zijn met ECIW en later ook met Een Cursus van Liefde (ECvL) en die aangeven dat er iets merkwaardigs gebeurt. Deze merkwaardigheid kan op verschillende manieren aanvoelen; als tijdelijke rust, als een impasse of als een overgangssituatie. Voor mij raakt die overgang vooral aan de vraag hoe lang zoeken, studeren en begrijpen nog behulpzaam zijn.

Ik schrijf inmiddels zo’n elf jaar blogs over ECIW, die ik publiceer op mijn website ECIWcoach.com en deel in de FB-groep Een Cursus in Wonderen – met elkaar. Daarin verbind ik persoonlijke ervaringen met de toepassing van ECIW aan metafysische vragen die me blijven bezighouden. Ik heb daarbij altijd geprobeerd dicht bij de cursus(sen) zelf te blijven, en minder bij de interpretaties van cursusleraren, hoe gerenommeerd die ook zijn. Misschien komt daar ook mijn weerstand tegen de titel “cursusleraar” vandaan. Voor mij is er uiteindelijk maar één cursusleraar: Jezus. Daarnaast zijn er goedbedoelende broeders en zusters die elkaar helpen om de cursus te doorleven en elkaar daarin te coachen. Vandaar de naam van mijn website, ECIW Coach, en ook de intentie achter mijn FB-groep: elkaar helpen bij de bestudering van de cursus en bij het delen van onze ervaringen.

Bij dat bestuderen van de cursus merkte ik dat we te maken hebben met een uitgave van ECIW, de zogenaamde FIP-editie, die gekleurd is door een goedbedoeld editingproces waarbij talloze pagina’s van het oorspronkelijke, aan Helen doorgegeven document achterwege werden gelaten. Dit editen vond ongetwijfeld plaats met de beste en meest integere intenties en ik wil hierover geen discussies (meer) aangaan. Maar ik was erg blij toen Robert Perry een nieuwe, meer volledige, editie uitgaf, de Complete Editie, en deze zelf aanbood in een gratis app met zoekfunctie.

De laatste jaren zijn daar AI-tools bijgekomen, en juist daarover lopen de meningen sterk uiteen. Kan zo’n ogenschijnlijk zielloze tool ons werkelijk verder helpen bij iets wat zo innerlijk en levend is als ECIW? Ik denk dat dit een genuanceerd antwoord vraagt. Stel je aan een generieke AI zoals ChatGPT vragen over ECIW, dan doorzoekt die het hele internet en krijg je een antwoord dat mede gebaseerd is op de talloze interpretaties die daar circuleren. Zo’n antwoord is dus onvermijdelijk gekleurd door de visie van een cursusleraar.

NotebookLM bood daarvoor een interessante oplossing. In deze tool kun je zelf bronnen uploaden, zoals de meest oorspronkelijke tekst van ECIW, de Urtext, en die gericht doorzoeken. Deze Urtext gaat terug op de oorspronkelijke aantekeningen van Helen Schucman, de scribent van ECIW. Hoewel zo’n tool uiteraard geen gevoel heeft, kan de precisie en volledigheid ervan verrassend behulpzaam zijn, soms zelfs voorbij wat één individuele cursusleraar kan overzien. De tool leest immers wat er staat, zonder eigen geschiedenis, voorkeur of persoonlijke interpretatie. Tegelijk wil ik deze tools niet kritiekloos bejubelen. Ook de woorden en uitleg van ECIW blijven symbolen waarmee Jezus verwijst naar een waarheid die voorbij woorden ligt. De precieze verwoordingen van een AI-model zijn dus niet de waarheid zelf, maar kunnen wel behoorlijk precieze richtingaanwijzers zijn.

Een gewaardeerde broeder (bedankt Klaas!) uit de FB-groep wees me op een website waar je online met een AI-tool vragen kunt stellen, waarna je een antwoord krijgt gebaseerd op de Urtext (Een cursus in wonderen — Urtext AI). Ik heb er zelf ook een beetje mee gespeeld en vind de antwoorden inhoudelijk van goede kwaliteit, hoewel de (Nederlandse) taal soms wat rammelt. Eigenlijk heeft iedereen nu de kans om op zijn vragen een antwoord te krijgen dat niet of nauwelijks gekleurd wordt door de persoonlijke visie van een cursusleraar.

Ik ervaar de beschikbaarheid van dit soort AI-tools als tekenend voor wat ECvL aanduidt als “het einde van de tijd van leren”. Daarmee bedoel ik niet dat leren verkeerd of overbodig is geworden, maar dat er een moment kan komen waarop het zoeken naar antwoorden een bepaalde verzadiging bereikt. Als je steeds opnieuw cursusgetrouwe antwoorden kunt krijgen op je vragen, kan langzaam het besef ontstaan dat je eigenlijk uitgevraagd raakt.

Daarom lijkt het erop dat zulke hulpmiddelen kunnen bijdragen aan de overgangsfase die ik aan het begin noemde. ECIW stelt dat liefde niet onderwezen kan worden, maar dat we wel onze zelfbedachte barrières kunnen laten opruimen. Wanneer veel vragen hun lading verliezen, kan “begrijpen” langzaam plaatsmaken voor iets stillers: aanvoelen, intuïtief weten en misschien zelfs eenvoudigweg leven vanuit wat eerder nog vooral bestudeerd werd.

Je zou kunnen zeggen dat ECIW het ego aan het wankelen brengt, zodat er steeds meer glimpen van waarheid in de mind kunnen doordringen. Daarmee opent zich de mogelijkheid om minder vanuit zoeken en controle te leven, en meer vanuit liefde, vanuit Christusbewustzijn. Dat kan onwennig voelen. Niet omdat er iets misgaat, maar misschien juist omdat een vertrouwde manier van leren, begrijpen en houvast zoeken haar vanzelfsprekendheid verliest.

Ook ik zoek nog wat naar woorden om dit alles met jullie te delen. Als je weerstand voelt tegen alles wat met AI te maken heeft, hoef je natuurlijk niets met deze tip. Misschien verloopt jouw pad anders, of heb je minder behoefte aan antwoorden op vragen die eerst nog helder willen worden. Maar voor wie zich, net als ik, soms in een grensgebied voelt tussen studeren en vertrouwen, tussen begrijpen en weten, hoop ik dat deze woorden een steuntje in de rug kunnen zijn.

Hartegroet,

Simon Schoonderwoerd

Link naar de genoemde AI tool: https://acimurtext.love/app/

Een brug tussen christenen en cursusstudenten

Er bestaan werelden die op het eerste gezicht ver uit elkaar lijken te liggen: het klassieke christelijke geloof en het gedachtegoed van Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL). Toch vermoed ik dat beide tradities elkaar meer te zeggen hebben dan vaak wordt gedacht. Mijn hoop is dat klassieke christenen de bevrijdende correctie van ECIW en ECvL leren waarderen. Maar evenzeer hoop ik dat cursusstudenten opnieuw oog krijgen voor iets kostbaars in het klassieke geloof: de nederige, open houding van de mens die beseft dat hij zichzelf niet kan redden en zich daarom toevertrouwt aan God.

Voor veel mensen blijft er iets wringen in het klassieke beeld van een God die als rechter buiten ons staat, die gruwelt van ons morele tekort en genoegdoening vraagt. Dat beeld wordt niet werkelijk zachter wanneer vervolgens wordt gezegd dat Jezus in onze plaats moest boeten. Wie de evangeliën onbevangen leest, ontmoet vooral een andere toon: Jezus zoekt juist de mensen op die door anderen worden veroordeeld. Hij raakt aan, geneest, vergeeft en nodigt uit. In de gelijkenis van de verloren zoon zien we geen Vader die wraak wil nemen, maar een Vader die zijn verdwaalde kind tegemoet rent zodra het huiswaarts keert. De bereidheid om terug te keren blijkt genoeg. ECIW zou later spreken over “een klein beetje bereidwilligheid”.

ECIW en ECvL bieden een krachtige correctie op een angstig en dualistisch godsbeeld. God is liefde; in Hem is geen duisternis, geen wraakzucht en geen behoefte aan straf. De Cursus maakt duidelijk dat wij onze eigen schuld en angst op God projecteren en Hem vervolgens gaan vrezen als de bron van oordeel. Maar wanneer die projectie wegvalt, kan de Vader uit de gelijkenis van de verloren zoon opnieuw zichtbaar worden: niet als aanklager, maar als Liefde die nooit heeft opgehouden ons thuis te verwachten.

Opmerkelijk genoeg komen de klassieke christen en de cursusstudent daarna op een vergelijkbaar punt uit. De christen mag geloven dat hij door Christus vergeven en gereinigd is. De cursusstudent mag ontdekken dat werkelijke schuld nooit de waarheid over hem is geweest, maar dat hij zich heeft vergist in wie hij is. In beide gevallen valt de loodzware last van schuld weg. Maar daarmee begint pas de echte vraag: hoe leef je vervolgens? Wat betekent vergeving, bevrijding of zondeloosheid concreet in het dagelijkse bestaan?

Voor de klassieke christen is het antwoord niet dat hij eenvoudig kan doorgaan alsof er niets veranderd is. Vergeving is geen vrijbrief voor onverschilligheid. In de evangeliën klinkt immers ook de oproep: “ga heen en zondig niet meer”. Veel christenen zoeken daarom oprecht naar een leven dat rechtvaardig, barmhartig en liefdevol is. Zij vragen zich af hoe zij Jezus kunnen volgen: door armen te helpen, zieken nabij te zijn, gevangenen niet te vergeten en zich te laten vormen door gebed, Schrift en gemeenschap. Soms is dat zoeken ingewikkeld, zeker waar Bijbelteksten of tradities verschillend worden uitgelegd. Maar in het hart ervan ligt een kostbaar besef: ik kan dit niet alleen. Ik heb leiding, genade en liefde nodig.

Juist dat besef is belangrijk. In veel christelijke kringen wordt, gelukkig, gezocht naar de leiding van God, Jezus of de Heilige Geest. In gebed wordt gevraagd om wijsheid, liefde en kracht om niet vanuit het ego te leven, maar vanuit Gods wil. Natuurlijk kan taal over “Gods wil” ook zwaar of dwingend klinken. Toch hoeft zij dat niet te zijn. Op haar diepste niveau verwijst zij naar de uitnodiging om je te laten leiden door liefde die groter is dan je eigen voorkeuren, angsten en gelijk.

Daar ligt tegelijk een belangrijk leerpunt voor cursusstudenten. Wie door ECIW wordt geraakt, ontdekt vaak met vreugde dat God geen externe rechter is en dat de wereld die wij waarnemen niet de uiteindelijke werkelijkheid is. Dat inzicht kan diep bevrijdend zijn. Maar het kan ook te snel door het verstand worden toegeëigend. Dan ontstaat er een subtiel gevaar: het ego gaat non-duale taal spreken. Het kleine zelf zegt dan: “Ik ben God, er is geen wereld, lijden is slechts illusie.” Wat bedoeld was als bevrijding, kan zo ongemerkt veranderen in afstandelijkheid of zelfs spirituele arrogantie.

ECIW leert echter niet dat het ego goddelijk is. Wij zijn kinderen van God, niet God als afzonderlijk zelf. De Cursus bevrijdt ons van angst voor God, maar niet van eerbied voor God. Integendeel: wanneer zij spreekt over “awe”, gaat het om verwondering, ontzag en diepe ontvankelijkheid. Dat is geen kruiperigheid en geen angstige onderwerping. Het is de innerlijke buiging van iemand die erkent: liefde overstijgt mijn kleine ik, mijn behoefte aan controle en mijn neiging om alles zelf te willen begrijpen.

Daarom kunnen cursusstudenten iets leren van christenen die met open hart zeggen dat zij het niet zelf kunnen. Niet omdat zij terug zouden moeten naar een angstig godsbeeld, maar omdat nederigheid ook in een non-duale weg onmisbaar blijft. De wil van God hoeft niet te worden opgevat als een vreemde macht die van buitenaf iets oplegt. Gods wil is liefde zelf: de beweging van het leven die ons uitnodigt om ons niet langer door angst, trots of afgescheidenheid te laten leiden.

Op dat punt raken het beste van het klassieke christendom en het beste van ECIW elkaar. Beide wijzen voorbij het zelf dat alles wil beheersen. Beide nodigen uit tot bekering, overgave of bereidwilligheid — woorden die verschillend klinken, maar naar dezelfde innerlijke wending verwijzen. De Bijbel laat in het leven van Jezus zien hoe liefde gestalte krijgt in de wereld. ECIW en ECvL helpen om de angstige beelden op te ruimen die deze liefde kunnen blokkeren. Samen kunnen zij ons herinneren aan iets eenvoudigs en radicaals: liefde wil niet alleen begrepen worden, maar door ons heen geleefd worden.

Misschien verwacht de klassieke christen vooral de hemel na de dood, terwijl de cursusstudent de hemel nu wil leren ervaren. Dat verschil hoeft ons niet te verdelen. Waar liefde door ons heen begint te stromen, wordt de hemel hoe dan ook herkenbaar: in vergeving, nabijheid, dienstbaarheid, vreugde en vrede. Dan hoeven christenen niet bang te zijn dat ECIW hun geloof afbreekt, en hoeven cursusstudenten niet neer te kijken op christelijke taal over genade, overgave en Gods wil. Misschien hebben we elkaar juist nodig. De één herinnert ons eraan dat God geen angstwekkende rechter is, maar Liefde. De ander herinnert ons eraan dat liefde vraagt om nederigheid, ontvankelijkheid en concrete belichaming. Zo kunnen we, ieder in onze eigen taal, leren buigen voor dezelfde Liefde — en haar tot zegen laten worden voor de wereld om ons heen.

Machteloos?

Misschien herken je het wel. Ik behoor tot de groep “oude mensen” die om 20:00 uur naar het journaal kijkt. Ik word hier niet vrolijk van. Beelden van oorlogen, bosbranden en PFAS in moedermelk. Dan maar naar een leuke opgenomen documentaire kijken. Tja. Hierin legt een man in een roeibootje uit dat over 100 jaar Nederland half onder water zal staan. Alles wijst in dezelfde richting: we helpen de aarde, en daarmee onszelf, de vernieling in.

Ooit las ik dat je een grote kans loopt op een burn-out als je het gevoel hebt geen controle te hebben over je omstandigheden. Een te hoge werkdruk, een nare leidinggevende, een huilbaby en ga zo maar door. Je voelt je machteloos en daardoor moedeloos. Langzaam maar zeker word je somber, gelaten en misschien zelfs cynisch.

Ik merk dat gevoelens van moedeloosheid, boosheid en verdriet bij me naar binnensluipen als ik om me heen kijk in de wereld. Alles wat ik zie, getuigt van een collectieve ik-gerichtheid. Van een wijd verbreid gebrek aan besef van verbondenheid. Of die “ik” nu een enkel individu is of een land of een geloofsgroep; dat maakt niet uit. We zien niet in dat we één geheel vormen met elkaar, met de natuur, met moeder aarde. We zien dit hooguit als een wereldvreemd ideaal, maar we voelen het niet diep van binnen als de realiteit. Een Cursus in Wonderen (ECIW) spreekt over een geloof in afgescheidenheid. We zien God, onze naasten en de hele wereld als losstaand van onszelf. Er is sprake van collectieve onbewustheid.

De klassieke oervraag van mensen is waarom een liefdevolle en rechtvaardige God zoveel onrecht kan toestaan in de wereld. Het is triest. We projecteren zelfs de gevolgen van onze eigen ik-gerichtheid naar buiten, op God. De Indiase wijsgeer Krishnamurti gaf ons een heldere boodschap: “De wereld dat ben jij”. De puinhoop die we om ons heen menen te zien, is een weergave van onze geestesgesteldheid.

De cursus leert ons in Tekstboek Hfst 2: III het volgende:

5 Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt.

Ik had gehoopt dat de Tweede Wereldoorlog een definitief keerpunt zou zijn geweest. Na dat diepe dal van leed, en zeker na het inferno van twee kernbommen, klonk het: “dit nooit weer”. Zou de mensheid het geleerd hebben? Dat oorlog en vijandschap ons niets kunnen brengen? Ik hoef deze vraag niet voor je te beantwoorden.

Het was vanuit een conflictsituatie op haar werkvloer dat Helen Schucman plotseling besefte: “there must be another way”; er moet een andere weg zijn. Dit besef vertaalde zich in de bereidheid om de boodschap van Een Cursus in Wonderen te ontvangen en vorm te geven. Een boodschap vol hoop en liefde, mits deze goed wordt verstaan.

De kern van deze boodschap noemde ik eigenlijk al: de wereld, dat ben jij. Als ik dat uitdruk in ECIW-termen, dan klinkt het slechts iets anders: de wereld die wij zien is een projectie vanuit onze denkgeest. De ellende die we op tv zien weerspiegelt onze innerlijke staat. En gelukkig zien we niet alleen duisternis maar ook licht. We zien mensen die elkaar te hulp schieten en we zien een groeiend bewustzijn van verbondenheid van de mens met zijn omgeving. Helaas wordt deze groei haast afgedwongen doordat we onze eigen pijngrens overschrijden; maar toch.

Vandaag zijn we in het werkboek aangekomen bij Les 199: Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Deze wijsheid verwijst naar de diepste boodschap van Jezus: we zijn vrije (tijdloze) Kinderen van de Vader, van Liefde. Dat wat wij als ons lichaam zien, inclusief al het genoemde lijden dat hiermee gepaard gaat, speelt zich eigenlijk af in onze denkgeest. Het lichaam is, anders gezegd, een correct spiegelbeeld van een foute opvatting. Ons geloof in afgescheidenheid, onze ik-gerichtheid, vertaalt zich in de identificatie met ons lichaam.

Helaas heeft het ego zelfs binnen de ECIW-gemeenschap deze uitspraak gekaapt en geneutraliseerd. Vanuit ons geloof in afgescheidenheid denken we dat “Ik ben niet een lichaam” ons oproept om ons eigen lichaam (en onze gevoelens) en de wereld vol ellende te mogen ontkennen. Om erom te lachen. Maar het lachen om onze projectie, om ons spiegelbeeld, gebeurt helaas gewoonlijk uit angst en niet omdat onze (denk)geest werkelijk genezen is. Hoewel lichaam en wereld spiegelbeelden zijn en dus niet “echt” in de zin van “de bron” (de denkgeest), wijzen ze wel op ziekte in deze bron, in de denkgeest. We worden niet opgeroepen om het spiegelbeeld te ontkennen, maar om te erkennen dat er correctie nodig is in dat wat weerspiegeld wordt; dat er genezing van de denkgeest nodig is.

Wat we in de media zien, roept ons op tot “bekering”; tot het anders richten van onze denkgeest: van ik-gerichtheid naar liefde. En diep van binnen weten we dit ook. Deze diepe herinnering, de Stem van de Heilige Geest, heeft ons nooit verlaten. Zijn we echter bereid om onszelf aan Liefde over te geven? Om te luisteren? In Een Cursus van Liefde (ECvL) lezen we dat liefde zich dan zal tonen, zelfs in de wereld van vormen. Op deze wijze zullen we vooralsnog communiceren met elkaar, met de wereld. Ik nodig je van harte uit om te luisteren naar hoe Jezus hierover spreekt in de werkboekles van vandaag:

6. De Heilige Geest is het thuis van elke denkgeest die vrijheid zoekt. In Hem hebben ze gevonden wat ze zochten. Het doel van het lichaam is nu ondubbelzinnig. En het wordt volmaakt in het vermogen een onverdeeld doel te dienen. Conflictvrij en eenduidig reagerend op de denkgeest, met slechts het idee van vrijheid als zijn doel, dient het lichaam, en dient het bekwaam zijn doel. Zonder de macht iets te kluisteren is het een waardige dienaar van de vrijheid die de denkgeest, in de Heilige Geest, zoekt.

7. Wees vrij vandaag. En neem vrijheid mee als jouw geschenk aan hen die nog geloven dat ze in een lichaam gekluisterd zijn. Wees jij vrij, opdat de Heilige Geest gebruik kan maken van jouw ontsnapping aan slavernij, om de tallozen te bevrijden die zichzelf als gevangen, hulpeloos en bang zien. Laat liefde door middel van jou hun angsten vervangen. Aanvaard nu de verlossing, en geef je denkgeest aan Hem die jou oproept Hem dit geschenk te geven. Want Hij wil jou volmaakte vrijheid en volmaakte vreugde geven, en de hoop die zijn volledige vervulling vindt in God.

Schuldbeladen geven en ontvangen

De werkboekles van vandaag (187) luidt: “Ik zegen de wereld, want ik zegen mijzelf”. De les brengt ons terug naar onze diepste identiteit, waarin we één zijn met onze medemensen. Deze diepste identiteit is liefde, en liefde heeft de wonderlijke eigenschap dat ze toeneemt als ze gaat stromen of, een beetje duaal uitgedrukt, als ze wordt weggegeven of geschonken. Je kunt dit overdenken, aannemelijk vinden en voor waar aannemen, maar het werkt pas transformerend als je het echt vanbinnen gaat ervaren. Goed beschouwd ervaren we dit al dikwijls. Je kunt vrij simpel opmerken dat het fijn is om iets voor iemand te betekenen. Dat kan door iets voor iemand te doen, maar ook door iemand iets te geven waaraan hij of zij behoefte heeft. Het maakt je gewoon blij en je verwacht er niets voor terug.

Maar niet zelden is onze liefde nog niet zo onvoorwaardelijk. Dan bekijken we onze “gift” wat zakelijker. We kennen uitspraken als: “Het moet wel van twee kanten komen” of “Voor wat hoort wat”. In de werkboekles legt Jezus dit uit met het wat zwaar klinkende woord “offer”. Dat houdt in dat we menen dat het ons iets kost als we iemand iets aanbieden; dat we iets opofferen. Dat kan tijd zijn, inspanning, geld of iets anders dat we waardevol vinden en waarvan we denken dat we het kwijtraken als we het aan iemand geven. Misschien is het goed om wat voorbeelden te geven.

In een partnerrelatie kunnen beide partners hun steentje bijdragen in het huishouden. In gedachten kan er een soort balans worden bijgehouden. Als deze balans in de beleving van één van beiden scheef hangt, dan kan diegene zeggen: “Doe jij ook eens wat!”. Dit kan ook subtieler geformuleerd worden. Als degene die meent meer dan genoeg te hebben gedaan neerploft op de bank, kan het vriendelijk geformuleerde: “Wil jij voor mij een lekker kopje thee maken?” eigenlijk een verkapte beschuldiging inhouden met een veel sterkere lading: “Jij zit hier maar op je luie krent, laat mij al het werk doen en ik vind dat jij best eens wat voor mij kunt doen!”. Let wel: dit kan de lading zijn, het hoeft natuurlijk niet.

Ander voorbeeld. Iemand die denkt vanuit afgescheidenheid en schaarste kan ook moeite hebben om iets te ontvangen. Nodig zo iemand uit voor een lekkere lunch en hij of zij komt met een bos bloemen aan van 30 euro. De ogenschijnlijk gulle gever kan, wederom “kan”, zich schuldig voelen om onvoorwaardelijke liefde te accepteren en heeft het idee dat het direct weer “goedgemaakt” dient te worden.

Als je er oog voor krijgt, dan zie je in het dagelijks leven talloze voorbeelden. Natuurlijk zie je dit ook bij jezelf gebeuren en dat kan best pijnlijk zijn. Waar je misschien dacht spiritueel gevorderd te zijn en onvoorwaardelijk lief te hebben, merk je toch ook bij jezelf dit balansdenken op.

Mij helpt het om dit niet te veroordelen, maar om het te zien als een wat geperverteerde of, positiever gelabeld, vervormde afspiegeling van de diepere waarheid dat geven en ontvangen in waarheid één zijn. Als je stil bent en rust in je hart, dan voel je woordeloos en direct de waarheid van de reciprociteit van geven en ontvangen. Je voelt dat in de oordeelloze, vrije stroom van liefde, al dan niet vertaald in een vorm in onze wereld, vreugde opbloeit. Het klinkt misschien banaal, maar hoe fijn is het om iemand dat boek te geven dat je ergens zag liggen en waarvan je weet dat het hem blij maakt? Hoe leuk is het om een vriend een kopje koffie en een gebakje aan te bieden op een terras?

Maar als we gaan geloven in afgescheidenheid, dan sluipen angst (krijg of geef ik wel genoeg?), schuld en boosheid (verdorie, ik geef of ontvang te weinig) naar binnen. Onze “duale” oplossing is te proberen met vormen (tijd, geld, inspanning) de balans te herstellen. De gevoelens zijn een wake-up call, maar onze reactie erop gebeurt op het niveau van vorm en lost daarom niks op. De illusie van afgescheidenheid blijft gewoon bestaan.

Die wake-up call kan echter ook ten goede gebruikt worden als we stil worden en onze denkgeest richten op de Heilige Geest of op liefde. Wat is hier aan de hand? Het kan wat sleets klinken, maar het is toch een diepe waarheid: alles is een uiting van liefde of een roep om liefde. Onvoorwaardelijke liefde. En dan wordt het voor ons lastig, want we willen graag wat concreter weten wat we moeten doen.

Moeten we gewoon alle eisen van die ander maar inwilligen? Hoe direct of indirect die ook geformuleerd worden? Wees eerlijk richting jezelf. Je kunt innerlijk verzuchten en denken: “Ach, laat ik maar weer de wijste zijn; ik offer me wel weer op!” Maar kijk goed en zie hoe je boosheid opkropt en de ander beschuldigt. Misschien vind je ook jezelf wel een slappe sukkel dat je weer toegeeft. Nee, je hoeft geen voetveeg te worden. De Heilige Geest, Liefde, wil niet alleen voor die ander zorgen, maar ook voor jou. Jullie zijn immers één. Dus kun je “Nee, dat wil ik niet” zeggen zonder boosheid en zonder schuld? Niet om je sterk, machtig en superieur te voelen, maar omdat dit op dat moment de meest liefdevolle respons is voor jou én voor die ander?

Het vergt mildheid en oplettendheid, maar dan kunnen die alledaagse situaties een prachtige leerschool vormen waarmee onze speciale haat- en liefdesrelaties getransformeerd kunnen worden naar heilige relaties. Het vraagt gevoeligheid voor de emoties van die ander en van jezelf, én vertrouwen in de helende kracht van liefde. Een beetje humor helpt ook: “Oops, I did it again” (Britney Spears).

Liefde manifesteren in de ons bekende wereld

In Een Cursus in Wonderen (ECIW) lezen we dat wij de ons bekende wereld als Zoon van God projecteren om de illusie van afgescheidenheid te versterken. Wij misbruiken “vormen”, zoals onze lichamelijkheid, om grenzen te zien en voor waar aan te nemen. Een bekende cursusuitspraak is dat God niets van deze wereld weet. Zo’n uitspraak landt in onze duale denkgeest en we zien dan (onbewust) een in zichzelf gekeerd opperwezen voor ons dat niets weet van onze nood, of we ons deze nu inbeelden of niet.

Maar God, onze Bron, staat niet los van ons; Hij draagt ons in eindeloze Liefde. De wonderlijke paradox is dat, hoewel er in waarheid niets gebeurd is, er toch een liefdevolle respons volgt op onze dwaling. Zodra de Zoon van God zich “voor de grap” afkeert van zijn Bron, volgt er direct een respons vanuit Liefde. Als je dan toch een duale metafoor wilt gebruiken, kun je het zien als een vader (of moeder) die opmerkt dat zijn kindje een nachtmerrie heeft en angstig en bezweet roept, schreeuwt en spartelt. Hij weet dat de droom niet echt is, maar troost en omarmt toch direct zijn oogappeltje.

Lees dit maar in werkboekles 186:


Zijn zachte Stem roept vanuit het bekende naar het onbekende. Hij wil je troosten, hoewel Hij geen verdriet kent. Hij wil herstel brengen, hoewel Hij volmaakt is; een gave aan jou, hoewel Hij weet dat jij alles al hebt. Hij heeft Gedachten die voorzien in elke behoefte die Zijn Zoon meent te hebben, hoewel Hij ze niet ziet. Want Liefde moet geven, en wat in Zijn Naam wordt gegeven, neemt de vorm aan die het meest behulpzaam is in een wereld van vorm.

Dit zijn de vormen die nooit kunnen misleiden, hoewel zij voortkomen uit de Vormloosheid Zelf. Vergeving is een aardse vorm van liefde die, zoals zij in de Hemel is, geen vorm heeft. Toch wordt wat hier nodig is hier gegeven, zoals het nodig is. In deze vorm kun jij je functie zelfs hier vervullen, hoewel wat liefde voor jou zal betekenen wanneer de vormloosheid aan jou is hersteld, nog veel groter is. De verlossing van de wereld hangt af van jou die kunt vergeven. Dat is jouw functie hier.

Je ziet hier tevens dat de Heilige Geest in ECIW lang niet zo allergisch reageert op “de wereld van vorm” als sommige studenten en leraren van de Cursus. Liefde kan en moet zich (voorlopig) manifesteren in de ons bekende wereld, ook al is dit niet de ultieme werkelijkheid.

In Een Cursus van Liefde (ECvL) spreekt Jezus ook over de kernbetekenis van het wonder: het uitdrukken van liefde in de wereld zoals wij die kennen. Hij geeft aan dat ons Zelf meer is dan ons lichaam, maar dat onze ware Identiteit, die Liefde is, Zich kan uitdrukken in de wereld. ECvL spreekt over het verheven Zelf van vorm:

3.18 Dit is niet bedoeld om een onderscheid tussen het Zelf en het verheven Zelf van vorm te maken, maar om aan te tonen dat er een verschil in vorm bestaat tussen het Zelf en het verheven Zelf van vorm. Het Zelf was en blijft altijd meer dan het lichaam. Het lichaam, echter, is ook vernieuwd het Zelf. Het lichaam is ook, vernieuwd, één lichaam, één Christus.

3.19 Het is dit onderscheid dat bestaat tussen het Zelf en het verheven Zelf van vorm dat van ons scheppers van het nieuwe maakt, want het verheven Zelf van vorm is nieuw. Het Zelf is eeuwig. Je verheven Zelf van vorm is nieuwgeboren, zoals ik eens nieuwgeboren was, hoewel mijn Zelf eeuwig was. Een van de belangrijkste dingen die we zullen zien naarmate we verder gaan, is het onderscheid tussen vorm en inhoud en de verschillende manieren waarop afgescheiden vormen inhoud uitdrukken. Het zal een uitdaging zijn te gaan beseffen dat verschillende expressies niet verschillend maken. Deze verschillen werden in deze Cursus besproken als unieke uitdrukkingen van dezelfde liefde die in alles bestaat.

In het citaat uit ECIW sprak Jezus over de verlossing van de wereld. We moeten onze functie oppakken. Deze functie is niet (uit angst!) de wereld ontkennen, maar ons de eenheid herinneren, opdat Liefde weer kan stromen. In ECvL klinkt dit als volgt:

10.36 Alle oplossingen voor de problemen waar de wereld en degenen die erin leven mee geconfronteerd waren, zijn tot nu toe los van elkaar en los van God nagestreefd — tot voor kort. Nu wordt naar eenheid gezocht en wordt eenheid gevonden.

10.37 Maar deze problemen, wanneer ze van gevoelens worden ontdaan, blijven nog steeds problemen. Het blijven sociale kwesties, milieukwesties en politieke kwesties. De oorzaak van al deze problemen is angst. De oorzaak en het gevolg van liefde is het enige dat deze oorzaken van angst zal vervangen door de middelen en doelen die deze samen met jou zullen transformeren. Jullie zijn middel en doel. Het ligt in jullie macht om verlossers van de wereld te zijn. Het is van binnenuit dat jullie macht de wereld zal redden.

Ik verheug me in de Liefde van de Vader voor mij. Ik hoef Hem alleen maar toe te staan om door me heen te stromen. Wat een heerlijke uitnodiging en prachtige functie! De titel van werkboekles 186 luidt: De verlossing van de wereld hangt af van mij; van ons! En kijk eens wat hier straks op volgt:

Les 187: Ik zegen de wereld, want ik zegen mijzelf.

Les 188: De vrede van God straalt nu in mij.

Les 189: Ik voel de Liefde van God nu in mij.

De scope van ECIW

Er zijn meerdere spirituele scholingswegen die ik interessant vind naast ECIW en ECvL. Denk aan de antroposofie, de rozenkruisers, de Christengemeenschap, die overigens zwaar leunt op de ideeën van Rudolf Steiner, en aan andere levensvisies. Wat me opvalt, is dat er bij veel scholingswegen sprake is van een ontwikkeling in enkele of talloze stadia en in evenzovele (kosmische) sferen. Sterk samengevat gaat het om een vorm van bewustzijnsontwikkeling waarbinnen onze bekende evolutie soms slechts een klein onderdeel vormt.

ECIW heeft een tamelijk uitgesproken visie op deze stapsgewijze progressie naar steeds meer verheven vormen van bewustzijn. De cursus gaat namelijk uit van een onveranderlijke, tijdloze werkelijkheid waarin onze ware identiteit ‘altijd’ al helemaal oké was, is en zal zijn. Strikt genomen zijn dit onjuiste uitspraken van mij, omdat in tijdloosheid termen als ‘altijd’, ‘verleden’, ‘nu’ en ‘toekomst’ onzinnig zijn.

Zo beschouwd besteden al die andere visies vooral aandacht aan wat ECIW omschrijft als ‘het nietig dwaas idee waarom de Zoon van God vergat te lachen’. Er valt immers in waarheid niets te bereiken voor ons. Er zijn geen stadia van bewustzijnsgroei. ECIW stelt dat het fenomeen ‘bewustzijn’ reeds onderdeel uitmaakt van het egodomein, dus van de droom van ruimte en tijd.

Die relativering van ons geploeter in de droom klinkt telkens en op verschillende manieren door in de cursus. We kennen bijvoorbeeld: ‘Je hoeft niets te doen.’ Een ander voorbeeld betreft vergeving: ‘We vergeven de ander voor wat deze nooit echt heeft gedaan.’

Hoewel het goed is om deze ultieme waarheid van ECIW nooit uit het oog te verliezen, is het in mijn beleving ook niet handig om hier vroegtijdig een voorschot op te willen nemen. Het is lastig voor ons om hierin de meest behulpzame houding te vinden. Het is verleidelijk om een simplistische houding aan te nemen en te besluiten alles wat zich aan ons voordoet weg te lachen als onzinnig. Is het dan toch zinnig, en moeten we de ultieme scope van ECIW dan maar vergeten en de droom serieus nemen? Nee, dat ook niet.

Dat doet Jezus ook niet in zijn communicatie met ons. Zowel in de Bijbel als in ECIW geeft hij de kern van zijn weg en visie kort en bondig weer in respectievelijk de volgende citaten:

Bijbel: ‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.’

In feite zit hierin het hele mysterie van de Schepping vervat: wij zijn niet gescheiden van de Bron en niet van elkaar.

En ECIW: ‘Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.’

Lekker kort en bondig!

Maar vervolgens hebben we toch twee dikke boeken gekregen: de Bijbel en ECIW. Kennelijk vond ook Jezus het niet voldoende om ons te adviseren lekker onderuit te leunen en smakelijk te lachen om stadia, fasen en oefeningen. Sta daar eens bij stil: we kregen 365 werkboeklessen terwijl onze diepste identiteit gevestigd is in tijdloosheid.

Het is een diepe paradox. ECIW leert ons dat we ons vergissen als we denken dat we nog niet oké zijn en dat we nog moeten groeien. Het is al een (onnodig) stapje in de goede richting als we woorden als ‘ontdekken’, ‘ontwikkelen’, ‘ontleren’, ‘herinneren’ en dergelijke gebruiken. Maar deze termen lossen de illusie van een proces niet op. Er valt steeds meer te ontdekken, te ontwikkelen en te herinneren, en steeds verder te ontleren. Zie je het? Het blijft allemaal tijdsgebonden.

Is dat erg? Nee, het is gewoon wat het is, en we kunnen niet veel anders dan doorgaan op de onnodige weg. Dit zegt ECIW zelf over de scope van de cursus:

VvT 3: ‘Deze cursus blijft binnen het kader van het ego, waar hij nodig is. Hij houdt zich niet bezig met wat voorbij alle dwaling ligt, omdat hij alleen ontworpen is om de richting daarnaar aan te geven.’

VvT 1: ‘Je hebt geen hulp nodig om de Hemel binnen te gaan, want je hebt die nooit verlaten. Maar er is wel hulp nodig van buiten jezelf, ingeperkt als jij bent door valse overtuigingen over je Identiteit, die God alleen in de werkelijkheid heeft gegrondvest.’

Txt 19: III, 5: ‘In de tijd ziet de Heilige Geest duidelijk dat de Zoon van God fouten kan maken. Hierop deel je Zijn visie. Maar je deelt niet Zijn inzicht in het verschil tussen tijd en eeuwigheid. En wanneer de correctie is voltooid, is tijd eeuwigheid. De Heilige Geest kan jou leren hoe je de tijd ánders kunt bekijken en hoe je eraan voorbij kunt zien, maar niet zolang jij in zonde gelooft.’

En als laatste een heerlijk en hoopgevend citaat:

Txt 27: III, 6-7: ‘En zo wordt God de vrijheid gelaten Zelf de laatste stap te zetten. Hiervoor heb je geen beelden en leermiddelen nodig. En wat uiteindelijk de plaats van elk leermiddel zal innemen, zal louter zijn. Vergeving verdwijnt en symbolen vervagen, en niets wat de ogen ooit zagen of de oren hebben gehoord blijft nog waarneembaar. Er is een kracht gekomen, volkomen onbegrensd, niet om te verwoesten maar om het zijne te ontvangen. Nergens valt er een functie te kiezen. De keuze die jij vreest te verliezen heb jij nooit gehad. Toch lijkt dit slechts de onbeperkte kracht en enkelvoudige gedachten te hinderen die volledig en gelukkig zijn en zonder tegendeel. Jij kent de vrede niet die uitgaat van een kracht die zich tegen niets verzet. Maar een andere soort kan er helemaal niet bestaan. Verwelkom de kracht die vergeving overstijgt, en voorbij de wereld van symbolen en beperkingen ligt. Hij wil louter zijn, en daarom is Hij louter.’

Tegelijk mogen ook andere spirituele wegen worden gewaardeerd als oprechte en behulpzame vormen waarin mensen zoeken, oefenen, liefhebben en zich laten raken door waarheid. Misschien is dat ook de mildheid die ECIW zelf steeds weer aanreikt: niet om andere wegen weg te zetten, maar om te leren kijken zonder angst, schuld en oordeel.

Gezonde onzekerheid

Facebook staat vol met spreuken, citaten en pakkende oneliners. Ook in de ECIW-groepen is er geen gebrek aan korte en pakkende “wijsheden”. Zo zag ik een portret van de ECIW-leraar Ken Wapnick en daarnaast de uitspraak: “Oneness and individuality cannot coexist” (Eén-zijn en individualiteit kunnen niet samengaan). De lezers reageren enthousiast; duimpjes omhoog en hartjes. Fijn, maar ook wel bijzonder dat mensen hier zo blij van worden. Weg met de individualiteit? Allemaal fijn oplossen in een ongedifferentieerde eenheid?

Hoe broeder Wapnick dit voor zich zag, weet ik natuurlijk niet precies. Ik vermoed dat hij zo duidelijk mogelijk wilde stellen dat onze manier van onderscheid maken en oordelen niet zo zinnig is. Het ego wil immers speciaal zijn; anders en liefst beter dan anderen. Daarom spreekt ECIW ook negatief over de relaties zoals wij die beleven en noemt deze “speciale relaties”. Wij vinden “speciaal” een fijne kwalificatie. Als iemand mij “heel speciaal” noemt, dan maakt me dit trots, hoewel ik dat natuurlijk niet mag laten zien omdat ik juist heel bescheiden wil overkomen. Dit soort zaken doorzag, meen ik, Ken Wapnick haarfijn en dat verklaart wellicht zijn queeste tegen speciaalheid.

Daar komt bij dat wij de logica van genoemde uitspraak goed kunnen begrijpen. Wij hebben immers de eenheid heilig verklaard en binnen eenheid is onderscheid natuurlijk niet mogelijk. Hier valt geen speld tussen te krijgen. De kans is dan ook groot dat kritische en slimme lezers argwanend worden als ze de rest van deze blog lezen. Waarom zou de schrijver tornen aan zo’n absolute waarheid die ook nog eens verkondigd wordt door de meest gerenommeerde leraar van de Cursus? Er is maar één verklaring mogelijk: het ego van de schrijver kan het niet accepteren dat zijn bestaan in twijfel wordt getrokken! Hij wil een duale knieval maken en “de hemel naar de aarde” brengen. Maar “God weet niets van deze wereld!”. Toch?

Ken Wapnick merkte natuurlijk zelf ook wel op dat ECIW niet helemaal, of zelfs helemaal niet, in lijn is met een theologie die uitgaat van ongedifferentieerde eenheid. Zijn verklaring hiervoor is dat Jezus nu precies dat gedaan had: hij zou voor ons een duale knieval gemaakt hebben en duale taal gebruikt hebben omdat we hem anders helemaal niet meer zouden kunnen volgen. De “ergste” duale passages uit de Urtext van ECIW haalden niet de door Ken Wapnick uitgegeven versie van de Cursus: de Foundation for Inner Peace-versie (FIP-versie). Maar oké; zelfs in deze FIP-versie wemelt het nog van de meervoudsvormen, zoals Zonen van God, en binnen absolute eenheid is hiervoor natuurlijk eigenlijk geen plaats. Een andere bekende leraar van ECIW, Robert Perry, heeft uitgebreid commentaar geleverd op de nogal eenzijdige focus van Ken Wapnick op absolute eenheid en een veel volledigere versie van de Cursus uitgegeven (de Complete Edition), maar dit, voor nu, even terzijde.

Ik meen dat “gezonde onzekerheid” op zijn plek is als we de Cursus lezen. Deze onzekerheid baseer ik op de beperking van ons menselijk denkvermogen. Zodra wij een uitspraak horen als: “binnen eenheid kan geen sprake zijn van individualiteit”, beoordelen wij deze direct met ons verstand waarbij we onbewust aannemen dat onze conclusie geldig is. Ik heb mezelf aangeleerd om dergelijke cursus-oneliners aan te vullen met de volgende relativerende toevoeging: “…, althans, niet zoals wij dit begrijpen”. Dit werkt uitermate verfrissend. Kijk maar eens mee:

  • In een-zijn kan geen sprake zijn van individualiteit; althans, niet zoals wij dit begrijpen.
  • God weet niets van de wereld; althans, niet zoals wij deze begrijpen.
  • Ik ben niet dit lichaam; althans, niet zoals ik dit begrijp.
  • Etc.

Het toevoegen van deze zin is geen verdedigingsmechanisme van het ego. Integendeel. Het is een vorm van gezonde onzekerheid waarmee we het ego juist van zijn troon stoten en ruimte creëren voor een onbevooroordeelde manier van luisteren en lezen. We worden uitgenodigd om stil te worden en de zinnen dieper te laten landen. We verhogen de kans dat de woorden van Jezus ons hart bereiken. Sommigen stellen dit hart gelijk aan vage gevoelsmatigheid, maar zo is het niet. Als het overactieve denken op zijn plaats is gezet middels gezonde onzekerheid, dan ontstaat er een openheid, een ruimte, waarin inzichten op een directere wijze kunnen binnenkomen. In Een Cursus van Liefde (ECvL) spreekt men van “De Kunst van Denken”. Hierbij komt er ruimte voor zogenaamde tegenstrijdigheden, voor verwondering en voor blijdschap.

Jezus gebruikt in ECvL voorbeelden om aan te geven dat de manier waarop wij de wereld nu beleven, toch nog verwijst naar een diepere waarheid. Deze voorbeelden inspireren mij om ook anders te gaan denken over zoiets als de schepping. Wij zien een wereld van tijd en ruimte met daarin een prachtige, mooie maar ook wrede natuur en noemen dit “de schepping”. Er is sprake van schoonheid, maar ook van aanval en verdediging, van leven ten koste van ander leven. De schepping zoals wij die zien door ogen vol zonde, schuld en angst, toont al die prachtige gedifferentieerde vormen in strijd met elkaar. Toch zien wij een ongelooflijke schoonheid in de natuur, zowel in het allerkleinste als in het allergrootste. Hoe zou het zijn als wij verlost worden en met ons de schepping? In de Bijbel lezen we dat dan het lam naast de leeuw zal liggen, althans, niet zoals wij dit begrijpen.

Wij zien meervoudigheid en differentiatie als bewijs voor de echtheid van de afscheiding. Maar zelfs de aanhangers van de absolute eenheidstheorie kunnen slecht overweg met Gods Schepping in ECIW; hoe kan God zich uitbreiden in eenheid? Zelfs één Zoon is er dan één te veel. Laat staan een Zoonschap bestaande uit Zonen. Toch staat het in ECIW en Jezus zegt precies wat hij wil zeggen en hoe hij vindt dat de boodschap het best gezegd kan worden. Wij kunnen op twee manieren reageren. We kunnen stellen dat Jezus iets zegt wat hij eigenlijk niet zo bedoelt. Of we reageren bescheiden, met gezonde onzekerheid. Als Jezus zegt dat er Zonen zijn, dan is dat zo; alleen niet zoals wij dit begrijpen. Er is zoiets als differentiatie, maar niet zoals wij dit begrijpen. Het is heerlijk en bevrijdend als we het ego van zijn troon stoten. Ik sluit af met een citaat uit ECvL:

P.44 Deze keer kiezen wij voor een directe benadering, een benadering die in eerste instantie lijkt het abstracte leren achter zich te laten, evenals de ingewikkelde mechanismen van het denken dat jou zo bedrogen heeft. Wij doen een stap opzij, weg van het intellect, de trots van het ego, en benaderen deze laatste lessen vanuit het domein van het hart. Daarom en om alle verwarring te beëindigen, noemen wij deze cursus: Een Cursus van Liefde.

Medicijnen gebruiken zonder schuldgevoel

Laat ik beginnen met een disclaimer: ik heb farmacie gestudeerd, geneesmiddelenonderzoek gedaan en gewerkt bij de farma-industrie. Deze ontboezeming zal me voor sommigen direct tot verdacht persoon maken; “big-pharma” heeft een behoorlijk negatieve naam. Maar daar gaat het me nu niet om. Wat mij altijd gefascineerd heeft is de mogelijkheid om met medicijnen ons welbevinden te beïnvloeden. Vooral pijnstillers en psychofarmaca vind ik interessant. Ik heb last (gehad) van hoofdpijn en buikpijn en deze pijn verdwijnt na inname van pijnstillers. Ik ken mensen die leden aan depressiviteit of aan angsten en zij kregen zo’n beetje hun leven terug toen ze behandeld werden met antidepressiva of anxiolytica. Die invloed die fysieke middelen hebben op ons psychisch welbevinden boeit me, zoals gezegd.

Direct tijd voor een tweede disclaimer. Dit is geen reclamepraat voor ongebreideld gebruik van deze middelen en zelfs geen aanbeveling om ernaar te grijpen. Waar mogelijk heeft een niet-medicamenteuze aanpak de voorkeur. Preventie, verandering van leefstijl, ontspanning, meditatie, coaching, psychotherapie, etc.; al deze zaken raad ik iedereen aan die te maken heeft met pijn of psychische klachten van welke aard dan ook. Medicijnen hebben gewoonlijk effecten die we opsplitsen in gewenst en ongewenst; de bijwerkingen. Je komt makkelijk terecht in een neerwaartse spiraal waarbij de bijwerking van middel A behandeld gaat worden met middel B. Dit is een reëel gevaar. Het gaat me echter om de situatie waarbij je met je rug tegen de muur staat en waarbij je leven bepaald wordt door pijn, angst, sombere stemming of andere klachten.

Ik heb gemerkt dat vooral in “spirituele kringen”, maar ook daarbuiten, er sprake is van schuldgevoel als iemand zijn of haar toevlucht neemt tot medicijngebruik. De reden is gewoonlijk dat we vinden dat we deze psychische klachten zelf de baas zouden moeten kunnen worden. Mogelijk vinden we dat we de pijn niet moeten bestrijden, maar dat we deze moeten omarmen, erin af moeten dalen en kijken wat deze ons wil vertellen. Ook hier sta ik achter; vooral doen, en als dit voldoende voor je is dan ben ik blij voor je. Maar soms is dit niet voldoende.

Bij angstklachten en stemmingsstoornissen vinden we al helemaal dat we deze met geestkracht zouden moeten kunnen overwinnen. Gaat het niet gewoon om je houding? Kun je dingen niet wat positiever bekijken? Is het niet een kwestie van “doen” of van doorzetten? Van wat flinker zijn? Je niet aanstellen? Van je erover heen zetten? Van niet zo met jezelf bezig zijn? Met dit soort taal kunnen we het onszelf en anderen flink lastig maken. In feite hangt de (zelf-)beschuldiging constant in de lucht: je faalt als je dit niet op eigen kracht kunt overwinnen. Zo; laten we het maar heel helder en hard neerzetten, dan kunnen we de uitspraak eens doorlichten.

Nu kunnen we een flinke stap terugzetten en er eens metafysisch naar kijken. Wat was de onhandige gedachte waarmee de illusie van afgescheidenheid begon? Dat was: “Ik wil het zelf doen en op eigen benen staan”. We komen vanuit de Goddelijke eenheid waarin alles ons deel was en waar sprake is van compleet geluk. Geven en ontvangen zijn daar één. Er is een constante uitwisseling tussen Vader en Zoon, God en mij. Eén gelukzalige stroom van liefde. De Wil van de Vader was onze wil. Totdat we wilden weten hoe het is om afgescheiden te zijn. Daartoe zijn we gaan dromen dat we sterfelijke en kwetsbare wezens zijn in tijd en ruimte. We zijn gaan denken dat we slachtoffer zijn van zaken buiten onszelf (waaronder ziekte en rampspoed) en dat we zaken buiten onszelf nodig hebben om ons in onze kwetsbaarheid te beschermen. Deze zaken duidt de cursus aan met de term “magische middelen”. Dit alles is een illusie: in waarheid zijn we onkwetsbaar en hebben we niks nodig. Maar nu komt het.

Wij hebben ook niet de speciale liefde nodig van andere mensen. Wij kunnen geen slachtoffer zijn van “speciale haat”; niemand kan ons iets aandoen. Wij hebben geen geld nodig, zelfs geen dak boven ons hoofd, geen voedsel en geen drinken. Wij zijn immers geestelijke wezens; één met de Vader en één met elkaar?

Wij zijn onderscheid gaan maken in vormen van afhankelijkheid. We zullen onszelf en anderen niet beschuldigen als we streven naar een fijn en veilig huis, naar een goed gevulde tafel en naar een partner en relaties die we bevredigend vinden. En als er eens iets gebeurt en we een been breken, dan zal niemand ons veroordelen als we de breuk laten zetten in het ziekenhuis. Toch spelen al deze fenomenen zich af als illusie in de denkgeest. We zijn geest en hebben geen geld, bescherming, hulp van anderen, voedsel, water of frisse lucht nodig. Allemaal bijgeloof.

Moeten we ons hierover schuldig voelen? Natuurlijk niet; we zijn allemaal onderweg om de illusie te doorzien. Maar dan menen we een pijnstiller of ander medicijn nodig te hebben en springen we massaal op het orgel van de (zelf-)beschuldiging. Dit zouden we wél met geestelijke kracht moeten kunnen overwinnen en anders zijn we zwak. Zie je het belachelijke onderscheid dat we maken?

Zolang we dromen menen we dat we afhankelijk zijn van anderen en van “middelen”. Ik zie deze afhankelijkheid niet als een vloek waar we vanaf moeten komen, maar als een vage afspiegeling van een onderliggende realiteit. De realiteit is dat we diep en diep relationele wezens zijn. Onze gevoelde afhankelijkheid in de droom van ons leven is een hunkering naar de eenheid met Alles en Iedereen die onze vergeten realiteit vormt. Onze speciale liefdesrelaties in tijd en ruimte zijn vingerwijzingen naar de ene echte ware relatie; de heilige relatie die we zijn. Al onze behoeftes en verlangens, ons streven naar veiligheid, sensaties en macht zijn zwakke en vervormde echo’s van een Stem die ons wijst op onze ware aard. Er is geen rangorde in illusies en geen rangorde in wonderen. Binnen de illusie kun je beter denken vers fruit nodig te hebben dan een vitaminepil; maar ten diepste heb je niks nodig en ben je niet schuldig als je dat nog niet ziet. Je bent niet zwak of schuldig als je denkt te moeten eten, noch als je denkt een medicijn nodig te hebben.

Moeten we genoegen nemen met ons geloof in kwetsbaarheid inclusief ons geloof in de noodzaak pillen te slikken? Nee, we mogen ontwaken door steeds milder en liefdevoller te zijn voor onszelf en anderen. Door liefde te laten stromen, zelfs in deze droom, komt de herinnering aan de liefde die we zijn weer naar boven. Door naastenliefde en zelfliefde. Niet door zelfbeschuldiging. Zelfs onze vermeende afhankelijkheid van anderen en van magische middelen kan ons wijzen op de heerlijk echte “afhankelijkheid”. De afhankelijkheid van de Vader, van de Bron, van Liefde. Het ego wil ons aanklagen met zijn schrille stem: “je moet het zelf kunnen, minkukel!” Liefde beschuldigt niet maar troost, steunt en ondersteunt; zelfs voorlopig, via magische middelen in de droom.

Neti neti; niet dit, niet dat?

Ik was vroeger erg gecharmeerd van de “neti neti”-visie: je bent noch dit, noch dat. Andere omschrijvingen hiervan zijn: je bent het bewustzijn waarin alles verschijnt, je bent de blauwe lucht en niet de voorbijdrijvende wolken, je bent de oceaan en niet de druppel, het oog kan zichzelf niet zien, etc. etc. Ik meende in de bekende ECIW-uitspraak “Ik ben niet dit lichaam” dezelfde boodschap te horen. Als je probeert te gaan leven volgens dit inzicht, merk je dat er ruimte ontstaat en dat de identificatie met allerlei negatieve gevoelens afneemt. Je zegt dan niet langer “ik ben bang”, maar “ik heb angst”. Vervolgens leer je om onbewogen en glimlachend toe te kijken hoe zo’n donkere angstwolk verschijnt, groter wordt, maar ook weer vanzelf oplost en verdwijnt.

Ik zie dat deze neti neti-visie in lijn is met de boodschap van ECIW en kan helpen om je niet langer te identificeren met de wereld van vormen, tijd en ruimte. Deze identificatie, waarbij je gelooft het materiële lichaam te zijn, is zo sterk verankerd in ons mens-zijn dat een krachtige, dubbele ontkenning behulpzaam kan zijn om ten minste enige ruimte te gaan ervaren.

De bedoeling van de ontkenning is dat degene die dit toepast als het ware steeds meer gevoel gaat krijgen voor zijn ware, geestelijke natuur. ECIW leert ons dat de hele werkelijkheid geestelijk van aard is, een visie die ook wordt uitgedragen door filosofen uit de stroming van het idealisme, waarvan Bernardo Kastrup een uitstekende hedendaagse representant is.

Wat er echter al snel naar binnen sluipt, is een uiterst duale ontsporing van de aanpak, waarbij we niet meer gevoel krijgen voor dat grote Zelf, maar waarbij het kleine ego een klein stapje achteruitzet en zich distantieert van wat het waarneemt. Het denkt dat het door onderscheid te maken tussen degene die ervaart en dat wat ervaren wordt, de dualiteit overstijgt. Maar zelfs door deze zin rustig tot je door te laten dringen, zie je de interne spanning die deze oproept. En deze spanning wordt direct voelbaar als we onze gevoelens en emoties gaan ontkennen en deze als het ware proberen buiten onszelf te plaatsen om erop toe te zien. We zijn misschien goed begonnen met onze ontkenning, hebben enige ademruimte gekregen, maar vergeten de rest van de cursus goed te lezen.

Al in het scheppingsverhaal van ECIW lezen we dat God Zichzelf uitbreidt in Zijn Schepping om zo Zichzelf te kunnen kennen. God kent Zichzelf door Zijn Zonen, en de Zonen kennen de Vader zonder van Hem gescheiden te zijn. Dit noemt de cursus “uitbreiding”. Wij worden gezien als de Gedachten van God en we lezen dat deze Gedachten hun Bron niet kunnen verlaten. Wij als Zonen van de Vader hebben ook het vermogen om zo vanuit- en in eenheid te scheppen. We hebben hier echter een gemankeerde variant van gemaakt. Jezus legt uit dat wij niet “scheppen” maar “maken”. Het verschil bestaat uit de intentie waarmee deze projecties plaatsvinden. Het projecteren vanuit liefde kun je zien als uitbreiding en het projecteren vanuit geloof in afscheiding (en in zonde, schuld en angst) als maken.

Bij dit “maken” raken wij het gevoel van verbondenheid met wat we projecteren kwijt. We denken dat wat we geprojecteerd en gemaakt hebben — de wereld van vormen, tijd en ruimte — losstaat van onszelf en dat wij er als afgescheiden lichamelijke (en sterfelijke) poppetjes in rondwandelen. Maar ook dit gebeurt allemaal in het geestelijke domein, in de denkgeest van de Zoon van God. Deze Zoon is net zomin van de projecties (lichaam, wereld, gevoelens, etc.) gescheiden als wij gescheiden zijn van onze nachtelijke dromen. We produceren alle beelden zelf! Daarom stelt ECIW: “je bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet”. Nee, nogal wiedes: je hebt haar zelf vanuit angst geprojecteerd. Zoals je kleine zelf de nachtelijke droom projecteert en daarin zelf een (schijn)rolletje speelt, zo projecteer jij als Zoon van God, als Zelf, de wereld waarin je kleine zelf een rolletje lijkt te spelen.

Ooit had ik als kind last van nachtmerries waarin ik telkens werd aangevallen door een gorilla. Pas toen ik een keer in de droom besloot niet weg te rennen en rustig af te wachten wat er zou gebeuren, kwam aan deze nachtmerrie een einde. Ik had de zelfbedachte gorilla de macht ontnomen om als een gevaar buiten mijzelf gezien te worden. ECIW zegt dat het “onwaardig” is om ons lichaam (en daarmee onze gevoelens) te ontkennen, omdat we daarmee de macht van onze eigen denkgeest ontkennen. Pas als we beseffen dat we iets zelf gemaakt hebben, kunnen we de kalmte bewaren als deze beelden bedreigend lijken.

Deze basisgedachte van ECIW — gedachten verlaten hun bron niet — wordt verder uitgewerkt in Een Cursus van Liefde. Nadat via de neti neti-aanpak de muren van het ego wat afgebrokkeld zijn, wordt het tijd voor “actieve aanvaarding”, ofwel voor omarming van alles wat zich maar aan gevoelens en dergelijke aan je voordoet. En dit staat natuurlijk ook al in ECIW. Wat is vergeving anders dan niet meer vanuit je geloof in afgescheidenheid naar dingen kijken, maar je blik laten verzachten door de herinterpretatie door de liefde van de Heilige Geest? Geen angstig achteruitdeinzen en ontkenning, maar verder kijken en de schijnbare afstand overbruggen.

ECvL legt uit dat we er langzaam maar zeker naartoe groeien te ontdekken dat degene die ervaart en dat wat ervaren wordt, helemaal niet verschillend zijn. We hebben twee keuzes: scheppen vanuit liefde of maken vanuit angst, maar uiteindelijk mogen we ontdekken dat we het Zelf “doen”. Hierin ligt de bron van onze verlossing.