Gedragen door Liefde

Een Cursus in Wonderen (ECIW) vergt van zijn lezers de nodige intellectuele arbeid. Daarom stellen sommige critici dat de cursus je “naar je hoofd trekt”. En dat kan ook zeker gebeuren. Toch vind ik de cursus ervaringsgericht. Je kunt proberen te begrijpen waarom het vellen van een oordeel over anderen jouzelf geen goed doet, maar als je een beetje oplet, kun je ook direct voelen wat het vanbinnen met je doet. Hetzelfde geldt voor vergeving zoals de cursus deze onderwijst. Je kunt simpelweg opmerken dat je je blijer voelt als je in de ander geen dader ziet, maar een mogelijk verward en toch liefdevol Kind van God herkent. ECIW vraagt dus niet om een keuze tussen een benadering via het hoofd of via het hart; beide zijn betrokken bij het doen van de cursus.

In Een Cursus van Liefde (ECvL) wordt het prachtig verwoord: het hoofd dient onder curatele van het hart geplaatst te worden. Als dat gebeurt, is er sprake van eenheid van hoofd en hart; kortweg aangeduid als heelheid-van-hart. Om te voorkomen dat je hoofd nu protesteert, voeg ik graag toe dat hoofd (mind) en hart (heart) geen gescheiden zaken zijn. Juist omdat wij in deze termen denken, gebruikt Jezus ze om ons het een en ander uit te leggen.

Ik moest aan deze hoofd-en-hartkwestie denken toen ik nadacht over onze relatie met de Heilige Geest. Ik heb daar meerdere blogs over geschreven en aanvankelijk gebeurde dit volgens een patroon dat ik onbewust vaker volg. Als iemand stellig beweert: “het is A!”, dan heb ik de neiging om te roepen: “nee hoor, B kan ook!”; en omgekeerd.

Dus toen een bekende cursusleraar stelde dat de Heilige Geest geen aparte “entiteit” binnen de Drie-eenheid is, maar onze herinnering aan eenheid, voelde ik me (in lijn met de visie van Robert Perry) geroepen om te protesteren. Die omschrijving voelde voor mij te klein en ik zag het risico dat we, vanuit ons geloof in afgescheidenheid, minder geneigd zouden zijn om ons over te geven aan de leiding van zoiets als onze herinnering. Deze omschrijving maakte de Heilige Geest voor mij te klein, te beperkt, te menselijk.

Maar ook het omgekeerde voelt voor mij niet goed. Als leraren beweren dat de Heilige Geest apart door God geschapen is en ons als aparte entiteit te hulp kan komen, dan is zijn grootsheid wel gered, maar sluipt er een afstandelijkheid naar binnen die wringt. Weliswaar groeit mijn bereidheid om me over te geven aan de Heilige Geest wanneer deze wordt voorgesteld als een soort afgezant van God, maar er treedt ook vervreemding op en daarmee een soort niet-pluisgevoel.

In ECvL wordt voor de Heilige Geest de term “intermediair” gebruikt en er wordt gesteld dat de tijd van de intermediair voorbij is. Nu is het moment om direct vanuit het Christusbewustzijn te gaan leven. En dat gebeurt ook meer en meer, maar nu wordt het lastig om de juiste woorden te vinden.

Het is namelijk gemakkelijk om van een uitspraak te zeggen dat deze niet klopt en dat er ook iets waars zit in het schijnbare tegendeel ervan. Maar zodra je woorden probeert te geven aan hoe het voelt om geleid te worden door de Heilige Geest, of om te leven vanuit het Christusbewustzijn, wordt het lastiger. Toch doe ik een poging.

Want wat er vanuit onze Bron, die Liefde is, door mij heen stroomt, is altijd hetzelfde geweest. Het is het perspectief van waaruit ik deze stroom ervaar dat een schijnbaar onderscheid maakt. Als ik mezelf vooral vanuit een (onbewust) gevoel van afgescheidenheid wil overgeven, helpt het me om me toe te vertrouwen aan iets dat groter is dan mijn kleine zelf. Dan helpt het mij, en dit is persoonlijk, om Hem als anders en groter dan mijn kleine zelf te zien. Ik neem dan als het ware genoegen met een wat duaal beeld van de Heilige Geest, omdat dit simpelweg voor mij werkt.

Wanneer ik mijn hart op die manier durf te openen voor Liefde, ontdek ik dat deze Liefde mijn Basis is, mijn Bron, en dat zij dus niet los van mij staat maar mij draagt. Deze Liefde is intiemer met mij dan wat dan ook; zij draagt mij en omarmt mij.

Nu ik toch zo aan het stamelen ben, stamel ik nog even verder. Aanvankelijk leek het een soort stappenplan. Ik liep ergens tegenaan, merkte onrust op en zag tegelijk dat ik daar zelf weinig aan kon doen. Ik riep de hulp in van de Heilige Geest, vertrouwde op Hem en na enige tijd verzachtte ik wat.

Maar gaandeweg treedt er een soort onmiddellijkheid op. Liefde draagt mij een situatie binnen, ontmoet deze en gaat er direct een intieme relatie mee aan. Gebeurt dit altijd zo makkelijk, snel en harmonieus? Nee hoor; zeker niet. Oude ego-patronen zijn mij niet vreemd en op zulke momenten val ik ontspannen terug op mijn stappenplan. Ik erken dan dat ik er zelf natuurlijk weer eens niet veel van bak, dat ik mezelf beschuldig en veroordeel, en meer van dit soort ongein.

Gelukkig breekt de glimlach sneller door, samen met het besef dat het hele duale rattenplan liefdevol gedragen wordt door Liefde. Het gevoel zelf iets voor elkaar te moeten boksen, slinkt als sneeuw voor de Zon. Tegelijkertijd groeit de dankbaarheid hiervoor. “Neem ontslag als je eigen leraar” voelt als genade, als verlossing. Ik mag minder worden, Hij zal groeien. En dat blijkt mijn grootste geluk. Paradoxaal, maar waar.

Vijftig jaar Een Cursus in Wonderen: voorbij hyperabstracte eenheid

Ik bekeek een video met een recente toespraak van Willem Glaudemans, medevertaler van Een Cursus in Wonderen (ECIW) en een gerespecteerd cursusleraar van het eerste uur. Hij sprak daarin over lichamelijke ziekteverschijnselen en herinnerde aan een centrale gedachte uit de cursus: ik ben niet dit lichaam. Die herinnering kan bijzonder behulpzaam zijn. Zij kan ons bevrijden van de neiging om onszelf of anderen schuldig te verklaren aan lichamelijke pijn, ziekte of ongemak. De hele bedoeling van ECIW is immers juist dat we de pijnlijke, onheilige driehoek van zonde, schuld en angst leren doorzien als de bron van onze nachtmerrie.

Tegelijk merkte ik dat juist deze ogenschijnlijk bevrijdende gedachte ook een nieuwe spanning kan oproepen. Wanneer ik ben niet dit lichaam te eenzijdig of te afstandelijk wordt opgevat, kan er ongemerkt opnieuw een tweedeling ontstaan: hier het lichaam, daar de geest; hier het ego, daar het ware zelf. Iets vergelijkbaars proef ik soms in de manier waarop over het ego wordt gesproken, alsof het iets is waar we afstandelijk naar kunnen kijken of ons van moeten ontdoen, terwijl precies die afstandelijkheid opnieuw een subtiele vorm van dualiteit kan worden.

Het is vanuit het nadenken over dit soort vragen dat ik deze blog schrijf. Willems video bracht mij opnieuw bij een bredere vraag die na vijftig jaar A Course in Miracles actueel blijft: hoe bewaren we de radicale bevrijding van non-dualiteit zonder haar te laten verharden tot een hyperabstract systeem? Hoe voorkomen we dat “niet twee” ongemerkt verandert in een nieuw dogma van “alleen maar één”?

De cursus beoogde, en beoogt nog steeds, een foutief duaal beeld dat we hebben van God en van onszelf te corrigeren. Dat beeld bestaat uit het geloof dat God ons en de wereld heeft gemaakt, dat wij ongehoorzaam werden en ons vervolgens van Hem afkeerden. Daarmee zou de mens fundamenteel zondig zijn en straf verdienen. Om dit belastende, duale Godsbeeld te ontmantelen, is destijds een zo kernachtig mogelijke versie van ACIM uitgegeven: de zogenoemde Foundation for Inner Peace (FIP)-versie.

Die krachtige versie was nodig om ons diep verankerde duale Godsbeeld aan het wankelen te brengen. Je kunt deze aanpak heel kort samenvatten met de slogan: “niet twee, maar één!” ACIM was en is primair bedoeld om ons geloof in dualiteit te doorbreken. Je zou dit als volgt kunnen samenvatten:

  • Alleen Geest is werkelijk.
  • Tijd, ruimte en vorm zijn illusies.
  • God en Zijn Zoon zijn onverdeeld één.
  • De afscheiding heeft metafysisch nooit plaatsgevonden.
  • God kent de fysieke wereld van vorm niet.
  • Er bestaat geen afgescheiden ‘ander’.
  • De uiterlijke wereld is louter een droom van de gespleten denkgeest

Ik heb deze krachtige en absolute visie eerder omschreven als hyperabstract eenheidsdenken. Die krachtige taal had haar functie: zij hielp om ons geloof in afgescheidenheid, ook wel het “geloof in het ego”, te verzwakken en te doorbreken.

Ongeveer twintig jaar na het verschijnen van de FIP-editie begon met name Robert Perry erop te wijzen dat deze visie weliswaar waardevol was, maar mogelijk absoluter en abstracter dan de oorspronkelijke tekst die Jezus aan Helen Schucman had gedicteerd. Vanuit de kring rond de FIP-editie kwam stevig verzet tegen dit kritische tegengeluid, uiteindelijk zelfs in de vorm van juridische procedures.

Ongeveer vijfentwintig jaar na het verschijnen van de FIP-editie verscheen A Course of Love (ACOL). Dit boek is enkele jaren geleden in Nederland verschenen als Een Cursus van Liefde (ECvL). Het spreekt naast ons verstand ook ons hart aan, waardoor de toon minder hyperabstract, zachter en intuïtiever is. Ook hierop volgde stevige kritiek vanuit de hoek van de FIP-uitgevers. Hun zorg was dat wij mensen de neiging hebben om de strenge non-duale boodschap van ECIW af te zwakken en er een verwaterd compromis van te maken.

En die zorg is niet zonder grond. Wij mensen hebben die neiging ongetwijfeld, en het is goed om daar alert op te blijven. Tegelijkertijd bestaat er volgens mij ook een andere neiging die ons — en helaas ook sommige ECIW-leraren — gemakkelijk als blinde vlek parten kan spelen. We kunnen ons eigen verstand heilig en maatgevend verklaren en daarbij vergeten dat ons menselijk denken zelf duaal van aard is. Ons denken laat maar beperkt ruimte voor het onbegrijpelijke, voor het mysterie van de schepping.

Daarom lijkt het mij belangrijk dat aanhangers van hyperabstract eenheidsdenken opnieuw stilstaan bij de subtiliteit van het begrip non-dualiteit; letterlijk: “niet twee”. “Niet twee” is toch gewoon één? Waarom spreken we dan over non-duaal en niet simpelweg over eenheid? Het antwoord is dat ook “één” de lading niet volledig dekt. Wanneer je zegt dat alles één is, kan er nauwelijks nog ruimte overblijven voor het mysterie van schepping. Schepping verwijst juist naar dat wonder waarbij binnen eenheid toch iets kan worden ervaren dat aanvoelt als twee. En dat “gevoel” verdient het niet om te snel te worden weggezet als een menselijke tekortkoming of als een illusie die zo snel mogelijk ontkend moet worden.

Misschien had zo’n radicale, hyperabstracte eenheidstheorie ooit haar functie in het corrigeren van ons bijgeloof in de absoluutheid van twee, maar we hoeven daar niet in door te schieten. Die twee is onderdeel van het wonder van ons bestaan en onlosmakelijk verbonden met — en opgenomen in — één.

Daarbij ligt er volgens mij nog een subtieler gevaar op de loer. Het gevaar zit zowel in verwatering als in het maken van een abstracte leerstelling van non-dualiteit. ECIW is niet bedoeld als een systeem van ideeën dat we correct moeten leren begrijpen. De woorden en ideeën van de cursus hebben uiteindelijk geen waarde als ze alleen maar ons denken vullen met een ander, spiritueler wereldbeeld. Hun functie is dat we ze werkelijk gaan leven en dat ze ons helpen om anders te gaan kijken, anders te gaan ervaren en ons in het dagelijks leven te openen voor wat waar is.

Een nuancering van de eerdere opsomming zou dan als volg klinken:

  • De fysieke wereld is een waardevolle expressie binnen de geestelijke werkelijkheid.
  • Tijd en vorm zijn leermiddelen op weg naar de verheffing van het Zelf.
  • God en de Zoon zijn in liefdevolle eenheid én relatie verbonden.
  • De schepping is geen verleden fout, maar een voortdurend gebeuren in het heden.
  • God openbaart Zich direct in en door de menselijke ervaring.
  • Mens en medemens ontmoeten elkaar in een heilige, onafscheidelijke relatie.
  • Binnenwereld en buitenwereld weerspiegelen elkaar (“Zo binnen, zo buiten”)

Ook dit zijn woorden die per definitie tekortschieten, maar ze kunnen helpen voorkomen dat we als ECIW-studenten wegvluchten in een collectieve spirituele bypass. Dan zouden we onszelf in feite opnieuw verliezen in een duaal geloof, doordat we onze menselijke ervaring loskoppelen van wat we als geestelijke realiteit zien.

Misschien is daarom de belangrijkste vraag niet of we “twee” of “één” moeten geloven. Want ook “één” kan een concept worden waarachter we ons verschuilen. De werkelijke vraag is wat er gebeurt wanneer we stil genoeg worden om niet langer vast te houden aan onze ideeën over wat de werkelijkheid zou moeten zijn. Is “niet twee, maar één” uiteindelijk een waarheid die je moet geloven — of een uitnodiging om zó stil te worden dat je zelf ontdekt dat er inderdaad nooit twee zijn geweest?

Ik eindig met een mooie passage uit ECvL die dit kernachtig samenvat:

“Vervolgens heb jij jezelf nog meer in verwarring gebracht door te accepteren dat je uit twee zelven bestaat: een ego zelf, dat wordt vertegenwoordigd door het lichaam en een spiritueel zelf, dat de vertegenwoordiger is van een onzichtbare wereld waarin je kunt geloven maar waar je geen deel van kunt uitmaken. Daarmee heb je het ego en de geest lijnrecht tegenover elkaar geplaatst in een conflict waarin het ego vecht tegen een onzichtbare interne vijand. […] De waarheid verenigt. Zij verdeelt niet.”

De directe weg

Toen ik een jaar of zestien was, begon ik spirituele verlichting na te streven. Omdat ik veel boeken las, ontdekte ik al snel dat juist dit najagen van verlichting de illusie versterkt dat er zoiets bestaat als een klein zelf dat verlicht zou kunnen worden. De hele grap van verlichting is nu juist het inzicht dat dit kleine zelf een soort fenomeen is van afgescheidenheid binnen het Goddelijke Geheel van waaruit het oprijst. Later kon ik hier de ECIW-termen aan koppelen; we zijn als Zoon van God een onafscheidelijk Aspect van Hem, onze Bron.

Dit intellectueel doorhebben is wat anders dan dit door en door ervaren als realiteit. Hier loop ik tegen de grens aan van ons per definitie duale taalgebruik. Immers, bij het woord “ervaren” gaan we nog steeds uit van dat kleine zelf dat dan een soort ervaring van eenheid zou hebben. We kunnen maar moeilijk met woorden vangen dat we niet van ordinair zelf naar spiritueel zelf op weg zijn, een zelf met spirituele ervaringen, maar dat er een soort diep ontluiken plaatsvindt waarbij ervaring en degene die ervaart als het ware samenkomen, waarbij dit wel geweten wordt. Geweten door wie? Door het Weten Zelf.

Zelfs de titel van deze blog: “de directe weg” wordt dan doorzien als onjuist. Een weg suggereert immers een vordering, bezien vanuit een bepaald perspectief. En ongemerkt is het dan weer dat kleine zelf dat meent nu eindelijk aardig op weg te zijn. Terwijl dat diepere weten juist inhoudt dat de onzinnigheid van zelfverbetering doorzien wordt. Maar ja, vooralsnog kunnen we niet anders dan onze toevlucht nemen tot gebrekkige taal om het onduidbare te proberen te duiden.

Jezus is natuurlijk bekend met de beperking van het voorstellingsvermogen van het kleine zelf. Toch spreekt hij in ECIW van vergeving en van verlossing of van het kiezen voor een ander, meer liefdevol perspectief. Net zoals ik op jonge leeftijd doorzag dat het streven naar verlichting onzin was, zo zijn er ook velen die al snel roepen dat er niets te vergeven valt, dat verlossing dus onzinnig is en dat gaan kiezen voor een meer liefdevolle bril een onvrede suggereert met “dat wat is”. En wie is het die dan ontevreden is en die toch weer op instrumentele wijze de situatie probeert te fixen? Jawel, ons bekende zelf op weg naar zelfverbetering.

Ik ken broeders en zusters die, net als Amoda Maa in deze video, de onzinnigheid van streven naar verlichting, vergeving en verlossing daadwerkelijk (deels) doorzien. Ze hebben recht van spreken en hun woorden zijn, net als die van Amoda in deze prachtige video en hopelijk deze blog, behulpzaam. Toch schieten we er weinig mee op als we angstig worden om ons “duaal uit te drukken”. Als jongeling werd ik bang om ervoor uit te komen dat ik naar verlichting streefde totdat ik, als een soort verslaafde, voor de spiegel ging staan en eerlijk zei: “hallo, ik ben Simon en ik streef naar spirituele verlichting, naar een soort ultiem geestelijk orgasme”.

Deze eerlijkheid is, meen ik, belangrijk. Het is goed om te onderkennen dat je een beeld hebt gevormd van hoe jij je ideale zelf voor je ziet. Misschien meen je dat je altijd aardig moet zijn, alles moet accepteren en de hele tijd moet glimlachen. Grenzeloze vriendelijkheid wellicht. Of wellicht streef je naar zelfloosheid, naar het oplossen als druppeltje in een oceaan van liefde. Vooral Een Cursus van Liefde (ECvL) zegt hier rake dingen over.

In mijn beleving is het onhandig om op basis van verstandelijk begrip, en zonder dit echt gerealiseerd te hebben, ECIW terzijde te schuiven, een enkeling daargelaten. Zolang we hier rondlopen in een fysiek lichaam ervaren we zaken die ons tonen dat we nog (deels) vanuit dat kleine zelf leven en ons hiermee (deels) identificeren. We herkennen dat op momenten dat onze innerlijke vrede verstoord raakt.

Op zo’n moment kunnen we zien dat we ons dom, niet-spiritueel, onaardig, schuldig, verward, etc. voelen. En hoewel ik weet dat er in absolute eenheid niets te kiezen valt, adviseert Jezus om simpelweg hier te beginnen en te kiezen voor “vergeving”. Een mooi subtiel woord uit ECIW is “bereidwilligheid”, ofwel: wees wonderbereid. ECvL gebruikt woorden als tederheid en toegewijde waarneming. En ja, wellicht zit hier aanvankelijk simpelweg de wens in om je onvrede te veranderen in vrede. Wees eerlijk: “ik voel nu onvrede en wil vrede”. Is dit volgens de hoogste inzichten nodig? Nee. Houdt dit de dualiteit voorlopig in stand? Het lijkt zo. Moeten we uiteindelijk niet komen tot zoiets als: “Ik heb vrede met mijn onvrede”? Prachtig, diep en helemaal waar.

Maar tot die tijd mogen we zonder schuldgevoel voor de spiegel gaan staan en zeggen:

Ik kan mijn gevoelens van gedeprimeerdheid, onrust of tobberij [of mijn gedachten over deze situatie, persoon of gebeurtenis] vervangen door vrede.”

En neem dit vooral niet van mij aan, want ik heb deze cursieve zin uit Werkboekles 34 van ECIW. Het is een aanbeveling van Jezus. En laat hij het hierbij? Zeker niet, want in Les 35 vervolgt hij met:

Mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig.

Ik geef hem graag het laatste woord door de derde alinea van deze les weer te geven:

Het idee voor vandaag biedt een heel ander zicht op jezelf. Door jouw Bron vast te stellen, stelt het jouw Identiteit vast, en het beschrijft jou zoals jij in waarheid werkelijk moet zijn. We zullen voor het idee van vandaag een iets andere vorm van toepassing hanteren, omdat vandaag de nadruk ligt op de waarnemer en niet op wat hij waarneemt.https://youtu.be/iQT9UtqNHvY?si=kvZ97JIvoxwp3zKa

Helen Schucman die ECIW vervloekt?

Broeder Klaas deelde vandaag een bericht met de volgende strekking:

Volgens Father Benedict Groeschel, die Helen Schucman persoonlijk kende en haar in contact bracht met Kenneth Wapnick, was haar houding tegenover Een cursus in wonderen in haar laatste levensjaren diep ambivalent en uiteindelijk ronduit afwijzend. In zijn herinneringen beschreef hij hoe Schucman, ziek en depressief, vervuld raakte van woede tegenover het boek en zelfs tegenover spiritualiteit in het algemeen; aan haar sterfbed zou zij het werk in grove bewoordingen hebben vervloekt en het “het ergste” hebben genoemd dat haar ooit was overkomen. Groeschel zag hierin geen eenvoudige bevestiging van de goddelijke oorsprong van de Cursus, maar eerder een problematische mengeling van religieuze invloeden, psychologische nood en mogelijk misleidende openbaringservaringen.

Ik ben benieuwd wat zo’n bericht met je doet. Het is natuurlijk niet bepaald iets dat je graag leest als je zelf een enthousiaste ECIW-student bent. Je zou dan liever zoiets lezen:

Na het ontvangen van ECIW door Jezus voltrok zich een transformatie in het leven van Helen. Waar haar leven tot dan toe gekenmerkt werd door conflicten in de privésfeer en op de werkvloer, leidde de consequente toepassing van de werkboeklessen ertoe dat Helen milder, zachter en liefdevoller begon te reageren. Mensen die haar kenden, vertelden dat een serene sfeer haar leek te omringen als ze sprak over haar geliefde boek. Een liefdevol licht leek dan de kamer te vullen, en rust en vrede landden in het hart van alle aanwezigen. Helen stierf vredig op hoge leeftijd, blij en dankbaar voor de rol die ze had mogen spelen in de zegen die ECIW betekent in het leven van velen.

Eerlijk gezegd weet ik niet wat er waar is en wat niet van wat ik hoor en lees over Helens omgang met de Cursus. Gisteren deelde ik een video waarin men stelt dat Helen haast dwangmatig heeft zitten schrappen in de woorden die ze mocht ontvangen en dat daardoor veel tekst uit de oorspronkelijke woorden van Jezus verdwenen of aangepast is. Wat moeten we nu geloven en wat niet?

Er zijn ECIW-studenten die voor Helen in de bres springen. Waarom zou Jezus haar wel hebben geleid bij het opschrijven van de eerste tekst en niet bij het editen van deze tekst? Zou hij zich dan zo in haar hebben vergist?

Sommige christenen zullen de eerste alinea van deze blog met graagte aangrijpen om te stellen dat Helen bezeten was en dat ECIW uit de koker komt van de duivel of een van zijn kornuiten. Ze kunnen dit standpunt onderbouwen met Bijbelteksten die stellen dat er in het einde der tijden allerlei nep-openbaringen zullen zijn die velen zullen verleiden, maar gelukkig niet de echte gelovigen. Deze echte gelovigen zijn dan degenen die geloven in het beeld van een rechter-God die plaatsvervangend wil straffen en daarom het bloed van Jezus wilde zien. Wie gelooft in dit offer zou dan een ware gelovige zijn.

Hoe sta ik hier zelf in? Ik zie vooral een vrouw die vanuit het ego worstelt met de boodschap die haar vanuit het Christusbewustzijn wordt aangereikt. Heel ECIW handelt over het zachter maken van de grenzen die wij zelf in stand houden; over onze strijd tegen liefde en overgave. Een strijd die wij allemaal herkennen.

Het bijzondere van de tekst van ECIW is dat deze aan Helen wordt aangereikt. Zij is “verkozen” deze op te schrijven; niet omdat zij een moreel zeer gezuiverd mens was, maar omdat zij vanuit een soort telepathische gevoeligheid en praktische vaardigheid (bijvoorbeeld steno) een zuiver kanaal was. Tijdens dit proces ontving zij trouwens liefdevolle leiding en suggesties voor haar eigen leven en ontwikkeling. Helen werd echter niet gedwongen door de stem die zij als het ware van binnen kon horen. Het was dus niet bepaald zo dat zij na een soort goddelijke inspiratie een doorleefde wijsheid heeft geformuleerd. Anders gezegd: zij verhield zich volgens mij na afronding van ECIW op dezelfde wijze tot dit boek als wij. We kunnen van ECIW houden, het boek kan ons onverschillig laten of we kunnen het haten.

Belangrijker dan deze wat afstandelijke beschouwing vind ik wat ECIW met ons van binnen kan doen. In mijn beleving klinkt in dit boek een ongelooflijke liefde, zachtheid en geduld door. Helaas zijn sommige, en misschien wel vele, ECIW-leraren en studenten met de woorden van ECIW aan de haal gegaan en hebben zij deze voor het ego-karretje gespannen. De boodschap wordt dan misvormd en verminkt tot een pleidooi voor de ontkenning van menselijk leed en tot een focus op ik-gerichte innerlijke vrede. Deze boodschap staat dan inderdaad haaks op die van Jezus in de Bijbel. Maar dat is niet de boodschap van ECIW.

De liefdevolle bron waaruit ECIW voortkomt, kun je nog beter herkennen als je Een Cursus van Liefde (ECvL) leest. Hierin kijkt Jezus terug op het doel van ECIW, namelijk de verzwakking van het ego, en nodigt hij de lezer uit om daadwerkelijk de heilige relatie aan te gaan en te gaan leven vanuit het Christusbewustzijn. ECvL is de triomf van de relatie over het ego, de kroon op ECIW.

Wij projecteren onze verwachtingen op de scribenten van ECIW en ECvL, respectievelijk Helen Schucman en Mari Perron. Als medevertaler van ECvL heb ik een uurtje mogen praten met Mari Perron. Wat me vooral is bijgebleven van dit gesprek, is waardering voor deze lieve vrouw en verwondering over het feit dat ze wat aarzelend en haast schuchter spreekt en helemaal niet welbespraakt is. Hoe is het mogelijk dat zij een meesterwerk als ECvL heeft kunnen schrijven? Dat heeft ze ook niet zelf gedaan, en ze is de laatste die zich dit zou toe-eigenen. Ook zij heeft zich nu te verhouden tot de inhoud van het boek dat ze heeft doorgekregen.

We projecteren niet alleen onze verwachtingen op de scribenten van ECIW en ECvL, maar ook op de vertalers ervan. Nu moet ik zeggen dat er onder de vertalers van ECIW prachtige leraren zijn opgestaan. Maar als medevertaler van ECvL kan ik u zeggen dat de andere vertalers en ik nog steeds ontdekken dat elke herlezing van onze “eigen” vertaling ons met verbazing en dankbaarheid vervult: “Zo hadden we dit nog niet eerder gezien; wat is dit mooi!”

Mijn voorstel is om geen oordeel uit te spreken over Helen (en Mari), maar hen te bedanken voor wat ze voor ons hebben mogen betekenen. Zij hebben hun eigen vergevingswerk te doen en hun eigen pad te volgen. Lees beide cursussen en zie wat er van binnen gebeurt. Word je zachter, liefdevoller en meer begaan met je medemens? Dan zegt dit genoeg. Je herkent dan zelf de boom der liefde, het Christusbewustzijn, waaraan je zelf als vrucht mag groeien.

Het ontstaan van de FIP-en andere edities

1. Ken Wapnick zorgde niét voor de hyperabstracte FIP-versie

Er wordt in de ‘cursus’-gemeenschap vaak gedacht dat Ken Wapnick degene was die verantwoordelijk is voor de ‘abstracte’ en streng geschrapte Foundation for Inner Peace (FIP)-editie. Ik moet bekennen dat ik in een aantal blogs meeging met deze opvatting. Daarom vind ik het gepast om deze video met jullie te delen waarin Robert Perry de resultaten van zijn onderzoek naar de bijdrage van Bill Thetford en Ken Wapnick op de verschillende versies van de cursus geeft. Hier volgt een door AI gegenereerde samenvatting van de video:

  • De abstractie gebeurde al veel eerder: Het schrappen van concrete voorbeelden, specifieke referenties (zoals passages over seks of de inquisitie) en het veralgemeniseren/afvlakken van het taalgebruik vond al grotendeels plaats tijdens de eerste bewerkingsrondes door Helen zelf.
  • Het meeste schrapwerk lag al vast: Ruim 24.000 woorden werden geschrapt vóórdat het Hugh Lynn Casey-manuscript (HLC) klaar was — dus nog vóórdat Ken Wapnick überhaupt in beeld kwam.
  • Bescheiden rol van Ken: Kens rol in de uiteindelijke FIP-editie was redactioneel gezien bescheiden. Hij bracht weliswaar structuur aan (zoals indelingen en de 50 miracle principles), maar de tekstuele keuzes en de abstracte toon waren al door Helen neergezet.

2. Helen Schucman als de absolute hoofdredacteur

Helen Schucman speelde van begin tot eind de onbetwiste hoofdrol in het redactionele proces van alle versies.

  • Dwangmatige editor: Helen was een inveterate/compulsieve editor. Ze kon het fysiek niet laten om teksten te corrigeren en te herschrijven (Ken vertelt zelfs hoe ze een vluchtig briefje van hem aan het editten was terwijl ze aan de telefoon zat).
  • Angst leidde tot over-editing: Wanneer Helen angstig of gechoqueerd was door bepaalde passages (vooral in de vroege hoofdstukken of bij intieme onderwerpen), schoot ze in een “felle over-editing” om de tekst formeler en algemener te maken.
  • Ze hield de absolute regie: Geen enkele bewerking vond plaats zonder Helens uitdrukkelijke goedkeuring. Ze was extreem beschermend over het materiaal en liet zich door niemand — noch door Bill, noch door Ken, noch door Jezus zelf — dwingen tot keuzes waar ze het niet mee eens was.

3. Hoe de onderlinge samenwerking er werkelijk uitzag

De dynamiek tussen de drie betrokkenen laat zich het beste omschrijven via de verdeling die Ken Wapnick later zelf samenvatte: Helen als de baas, Bill als consultant en Ken als secretaris.

  • Helen Schucman (De Beslisser & Redacteur):

Zoals ooggetuige en uitgeefster Judy Skutch het verwoordde: “Helen ruled the roost” (Helen maakte de dienst uit). Ze bewerkte de tekst eigenhandig tijdens het dicteren, tijdens het uittypen van het tweede concept, bij het HLC-manuscript én bij de uiteindelijke FIP-versie.

  • Bill Thetford (De Raadgever/Consultant):

Bill had simpelweg het geduld niet om woord voor woord te editten. Bij hun wetenschappelijke artikelen schreef Bill vaak de eerste opzet, waarna Helen het uit elkaar trok en bewerkte. Bij de Cursus adviseerde hij over wat er wel of niet in moest blijven als het te persoonlijk was, maar de daadwerkelijke pen werd door Helen gehanteerd.

  • Ken Wapnick (De Secretaris/Assistent):

Ken zat er tijdens de redactiesessies voor de FIP-editie vaak “stil en onopvallend bij”. Als er discussies waren over kapitaalgebruik of interpunctie, kreeg Helen altijd haar zin. Ken zag zijn eigen functie vooral als die van een secretaris die Helens wensen uitvoerde en hielp de tekst drukklaar te maken.

Samengevat

Het idee dat Ken Wapnick de Cursus eigenhandig heeft gestript tot een hyperabstracte versie is historisch onjuist. Die abstractie was het directe gevolg van de manier waarop Helen Schucman als dwangmatige hoofdredacteur het materiaal stapsgewijs bewerkte. Bill trad op als haar adviserende consultant en Ken als haar ondersteunende secretaris.

Vergeving (ECIW) en toegewijde waarneming (ECvL)

Toelichting: Ik ervaar rijkdom door te ontdekken hoe ECIW en ECvL overlappen, elkaar aanvullen en verrijken. Onderstaande studie is voor hen die deze interesse en passie met me delen. NotebookLM is een AI die zich direct baseert op genoemde bronnen zelf; dus op ECIW en ECvL.

Simon: Is het begrip toegewijde waarneming uit Een Cursus van Liefde (ECvL) in feite hetzelfde als het begrip vergeving in Een Cursus in Wonderen (ECIW)?

NotebookLM: Op basis van de bronnen kan gesteld worden dat toegewijde waarneming (observance) uit Een Cursus van Liefde (ECvL) en vergeving uit Een Cursus in Wonderen (ECIW) in essentie hetzelfde doel dienen, maar verschillen in hun focus en de fase van het leerplan waarin ze worden toegepast. Beiden zijn instrumenten voor de correctie van waarneming en het ongedaan maken van de illusie van afscheiding.

Hieronder volgt een uitwerking van de overeenkomsten en de subtiele verschuiving in benadering:

1. Fundamentele overeenkomst: Correctie van de denkgeest

Zowel vergeving als toegewijde waarneming zijn geen morele handelingen (zoals een zondaar gratie verlenen), maar epistemologische correcties.

  • ECIW Vergeving: Dit is het middel van de Verzoening (Atonement). Het kijkt voorbij het lichaam en de fout naar de waarheid. Het houdt in dat je de dwaling als onwerkelijk ziet, waardoor de illusie van schuld verdwijnt.
  • ECvL Toegewijde waarneming: Dit wordt gedefinieerd als een “dienstbare vorm van waarneming” die verbonden is met goddelijke aanbidding en devotie. Het is de weigering om oordelen te vellen en de bereidheid om de waarheid te zien in plaats van de illusie, ongeacht hoe echt de illusie lijkt.

2. De focus op de ‘Oorzaak’ in plaats van het ‘Gevolg’

Beide concepten vragen de beoefenaar om de blik te verleggen van de uiterlijke vorm naar de innerlijke werkelijkheid.

  • In ECIW is vergeving de herkenning dat wat je dacht dat je broeder had gedaan, niet heeft plaatsgevonden omdat de afscheiding nooit echt was.
  • In ECvL wordt dit toegepast als het “bij de oorzaak blijven in plaats van afdwalen naar het gevolg”. Toegewijde waarneming ziet gezondheid in plaats van ziekte en overvloed in plaats van tekort, omdat het de onveranderlijke heiligheid (oorzaak) waarneemt in plaats van de fysieke manifestatie (gevolg).

3. De verschuiving van ‘Leren’ naar ‘Zijn’

Hoewel ze hetzelfde effect hebben, markeert toegewijde waarneming de overgang naar de Tijd van Christus.

  • Vergeving in ECIW is vaak nog een actieve handeling binnen het denksysteem van het ego om de denkgeest te trainen en schuldgevoel weg te nemen. Het is de “sleutel tot geluk” voor de lerende geest.
  • Toegewijde waarneming in ECvL is de staat van de “reeds voltooide”. Het is een actieve staat van ontvangst waarbij geven en ontvangen één zijn. Het wordt omschreven als het wonder zelf: “Jouw toegewijde-waarneming van de waarheid van jouw broeders en zusters is het wonder”. Het is de realisatie van de eenheid die de behoefte aan verder leren opheft.

4. De verheffing van de vorm

Een belangrijk verschil is de rol van het lichaam:

  • In ECIW helpt vergeving je in te zien dat je niet een lichaam bent en dat de wereld een droom is die niet bestaat.
  • In ECvL voert toegewijde waarneming je naar de “verheffing van de vorm”. Het lichaam wordt niet langer ontkend, maar gezien als een neutrale representatie die de waarheid van het Christus-bewustzijn kan uitdrukken. Toegewijde waarneming is het middel waarmee de oorspronkelijke natuur van de schepping weer zichtbaar wordt in de fysieke vorm.

Conclusie: Toegewijde waarneming is de voltooiing van vergeving. Waar vergeving in ECIW de “valse beelden” wegwast, is toegewijde waarneming in ECvL de bereidheid om in de leegte die daardoor ontstaat de waarneembare waarheid van de nieuwe schepping toe te laten. Beiden zijn de “brug naar de werkelijke wereld”, maar toegewijde waarneming is de stap waarbij je die brug niet alleen oversteekt, maar zelf de brug bent in de wereld van vorm.

Simon: Ik onderken dat vergeving ogenschijnlijk nog uitgaat van een duaal gezichtspunt en dat toegewijde waarneming oproept tot het niet verlaten van het non duale gezichtspunt. Toch geldt dat vergeving in feite uitgaat van de waarheid van deze non duale staat en dat toegewijde waarneming in ECvL geïllustreerd wordt aan de hand van fenomenen die dualiteit illustreren zoals ziekte en lijden; kortweg aangeduid als de verlokkingen van de menselijke ervaring. Ik wil je vragen in dit licht je antwoord te heroverwegen.

NotebookLM: Je hebt een zeer scherp en verhelderend punt. Door de termen vergeving (uit ECIW) en toegewijde-waarneming (uit ECvL) naast elkaar te leggen vanuit hun gezamenlijke non-duale wortel, wordt de continuïteit tussen beide cursussen nog duidelijker. Je hebt gelijk dat vergeving niet louter een duale handeling is, en dat toegewijde-waarneming juist midden in de dualistische ‘verlokkingen’ van de wereld wordt toegepast.

Hier is een heroverweging en verdieping van de relatie tussen beide begrippen op basis van de bronnen:

1. Vergeving als non-duale correctie

Hoewel de term ‘vergeving’ in het dagelijks taalgebruik duaal klinkt (iemand vergeeft iemand anders), stelt ECIW dat ware vergeving een epistemologische correctie is die uitgaat van de absolute non-duale waarheid.

  • De onwerkelijkheid van de fout: Vergeving in ECIW ziet de dwaling als onwerkelijk omdat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden. Het is de “gelukkige fictie” die de kloof overbrugt tussen waarneming en kennis.
  • Het einde van het oordeel: Omdat zonde niet bestaat, ziet ware vergeving louter onschuld. Het gaat er dus niet om een ‘zondaar’ gratie te verlenen, maar om te herkennen dat er geen zonde is om te vergeven. Dit is de kern van de non-duale staat: het Al van Alles kent geen tegendeel.

2. Toegewijde-waarneming en de ‘verlokkingen’

Je merkt terecht op dat toegewijde-waarneming in ECvL vaak wordt geïllustreerd aan de hand van dualistische fenomenen zoals ziekte en lijden. Dit zijn de “verlokkingen van de menselijke ervaring”.

  • Waarneming binnen de droom: Toegewijde-waarneming is een “dienstbare vorm van waarneming” die juist nodig is zolang we ons nog gewaar zijn van de vorm. Het is het middel om de verheffing van de vorm te bewerkstelligen terwijl we nog in die vorm lijken te verkeren.
  • Bij de oorzaak blijven: Net als vergeving vraagt toegewijde-waarneming om niet af te dwalen naar het ‘gevolg’ (het lijden, de ziekte), maar bij de oorzaak te blijven: de onveranderlijke heiligheid van de ander. Het ontkent niet dat er pijn wordt ervaren, maar het ontkent dat deze pijn voortkomt uit een werkelijk gescheiden werkelijkheid.

3. De gedeelde essentie: Oorzaak versus Gevolg

Beide begrippen zijn in feite instrumenten om de geest terug te brengen van de illusie (het gevolg) naar de werkelijkheid (de oorzaak).

  • ECIW (Vergeving): “De wonderdoener neemt alles waar zoals het is“. Dit betekent de perfectie zien achter de vervormingen van de afscheiding.
  • ECvL (Toegewijde-waarneming): “Jouw toegewijde-waarneming van de waarheid van jouw broeders en zusters is het wonder“. Als je gezondheid waarneemt in plaats van ziekte, wordt de ziekte onwerkelijk voor de ander.

4. Het subtiele verschil in focus

Waar de twee begrippen in elkaar overvloeien, ligt het verschil vooral in de actie binnen de vorm:

  • Vergeving is vaak het instrument van ‘ont-leren’ en het ongedaan maken van de illusie. Het wast de beelden van schuld weg opdat de waarheid kan dagen.
  • Toegewijde-waarneming is de stap naar de ‘incarnatie van de waarheid’. Het is de bereidheid om de waarheid niet alleen te kennen als een abstractie, maar haar te representeren in de waarneembare vorm. Het is de actieve staat van ontvangst waarin de vorm de aard van het Christus-bewustzijn aanneemt.

Conclusie: Je hebt gelijk dat beide begrippen in wezen rusten op hetzelfde non-duale fundament. Vergeving is de weigering om in de illusie van afscheiding te geloven, terwijl toegewijde-waarneming de actieve toewijding is om de eenheid te zien te midden van de illusie van vorm. Beiden gebruiken de fenomenen van de dualiteit (zoals lijden) als aangrijpingspunt om de waarheid van de non-dualiteit te bevestigen. Toegewijde-waarneming kan worden gezien als de voltooiing van vergeving: het is de staat waarin de brug niet langer alleen wordt overgestoken, maar waarin de wandelaar zelf de brug is geworden.

Voorbeeld: Urtext doorzoeken met AI — de kwestie van meervoudigheid in ECIW.

Misschien komt mijn blog van gisteren wat abstract over, dus laat me een voorbeeld geven.

Jezus gebruikt in ECIW vrijelijk de meervoudsvorm als hij spreekt over de Schepping van God, denk hierbij bijvoorbeeld aan Zonen. Tegelijkertijd spreekt hij over het Zoonschap als eenheid en over de denkbeeldigheid van grenzen. Ons verstand duizelt en eist helderheid: hoe zit het nou?

Zelf heb ik mogen ontdekken dat het verlangen naar “het antwoord” een doodlopende weg is. De vraag is eerder wat voor ons het meest behulpzaam is om iets van dit mysterie te gaan “aanvoelen”. Voor iemand die stellig gelooft in de afgescheidenheid van het ego en in het anders-zijn van zijn medemensen, kan het heel behulpzaam zijn om meer aandacht te geven aan het aspect van eenheid. Daarvoor biedt Jezus in ECIW genoeg ingrediënten en kiest hij heel zorgvuldig zijn woorden.

Maar er zijn leraren die het eenheidsaspect tot ultieme waarheid willen verheffen. Ze maken soms gebruik van metaforen uit andere tradities door te zeggen dat we een druppel zijn die uiteindelijk zal oplossen in de oceaan. Vervolgens stellen ze dat Jezus in ECIW weliswaar spreekt in meervoudsvormen, maar dat hij dit slechts doet om ons onvolwassen en kinderlijk bijgeloof wat tegemoet te komen.

Dit kan ons in verwarring achterlaten en misschien wel angstig maken. Ook al weten we dat onze lichamelijkheid de illusie van afgescheidenheid versterkt, toch is de gedachte om als een druppel op te lossen in de oceaan mogelijk angstaanjagend en daarmee minder behulpzaam voor ons.

Dus nu onze vraag aan AI: kun je ons meer duidelijkheid verschaffen over deze kwestie op basis van de Urtext? Ik kreeg dit resultaat:

Dank je voor deze diep doordachte vraag. Je legt de vinger op een werkelijke spanning in de tekst — een spanning die de Urtext zelf met opmerkelijke zorg behandelt, en die door latere redactionele tradities vaak wordt afgevlakt. Laten we onderzoeken wat het manuscript daadwerkelijk zegt, in plaats van wat een bepaalde interpretatieschool ervan heeft gemaakt.

De Urtext is ondubbelzinnig dat het Zoonschap een eenheid is — maar het is een eenheid van relatie, niet van oplossing. Jezus spreekt over “het Zoonschap” als één, maar hij spreekt ook over “de Zonen” als velen, en hij doet dat zonder tegenspraak omdat de velen geen afzonderlijke wezens zijn, maar onderscheiden aspecten van één denkgeest. Kijk naar deze passage: “Het Zoonschap is geen kwestie van graad of hoeveelheid, maar een staat van zijn waarin alles volmaakt geordend is en zonder onderscheid.” Hier is het woord “onderscheid” cruciaal — het betekent niet “verschil” in de zin van afscheiding, maar eerder de afwezigheid van rangorde of hiërarchie. De Zonen zijn geen druppels die zichzelf verliezen in een oceaan; ze zijn noten in een akkoord, elk volledig zichzelf en toch volledig het akkoord. De vergissing van het ego is niet dat het velen ziet waar er één is, maar dat het afzonderlijk ziet waar er gedeeld is.

Nu je tweede punt — de leraren die de velen in het ene willen laten oplossen. De Urtext waarschuwt uitdrukkelijk tegen precies deze beweging, en doet dat op een manier die rechtstreeks raakt aan je zorg over angst. Jezus zegt: “Het ego is bang voor de vreugde van de geest, omdat je, zodra je die hebt ervaren, alle investering uit het ego zult terugtrekken, en het gebrek aan investering het ego zo zal uithollen dat het geen fundament meer heeft.” Maar let op wat hij niet zegt — hij zegt niet dat de ervaring van vreugde het zelf vernietigt. Integendeel, hij spreekt over de “werkelijke wereld” als een toestand waarin “je je broeders als jezelf zult zien”, niet als niet jezelf. Het beeld van de druppel die oplost in de oceaan is een metafoor uit een andere traditie, en voert een metafysica van absorptie in die de Urtext niet deelt. Het eigen beeld van de Cursus is het heilige ogenblik — een moment van volmaakte vereniging dat de deelnemers niet uitwist, maar hun eeuwige relatie onthult. De angst die je noemt — dat vereniging verlies van zelf betekent — is precies de misinterpretatie van Verzoening door het ego, die de Urtext corrigeert door erop te hameren dat Verzoening “het herstel van het Zoonschap” is, niet de uitwissing ervan.

Het antwoord op je vraag is dus geen keuze tussen eenheid en veelheid, maar een erkenning dat de Urtext beide vasthoudt in een dynamische spanning die ons lineaire verstand moeilijk vindt. De velen zijn werkelijk als uitdrukkingen; het ene is werkelijk als bron. Wanneer Jezus spreekt over “de Zonen”, komt hij niet neerbuigend tegemoet aan onze onvolwassenheid — hij beschrijft de daadwerkelijke structuur van de Hemel, waar liefde altijd gedeeld wordt, en delen meer dan één vereist om haar te delen. De oceaanmetafoor schiet juist tekort omdat die de velen minder werkelijk maakt dan het ene. In de Urtext zijn de velen even werkelijk als het ene, omdat het de aard van liefde is zich uit te breiden, en uitbreiding onderscheid zonder afscheiding vereist. Daarom vraagt de Cursus je nooit je zelfheid op te geven, maar haar te delen — en delen is het tegenovergestelde van oplossen.

“Het Zoonschap is geen kwestie van graad of hoeveelheid, maar een staat van zijn waarin alles volmaakt geordend is en zonder onderscheid.” “Het ego is bang voor de vreugde van de geest, omdat je, zodra je die hebt ervaren, alle investering uit het ego zult terugtrekken, en het gebrek aan investering het ego zo zal uithollen dat het geen fundament meer heeft.” [Bron: Hoofdstuk IV / Sectie IV — Urtext; Hoofdstuk II / Sectie V — Urtext]

Zie je hoe mooi en gebalanceerd dit antwoord is? Natuurlijk blijft de reikwijdte van woorden beperkt en is het niet de bedoeling een welles-nietes discussie in een bepaalde richting te duwen.

Bij mij geeft zo’n antwoord ontspanning en rust. In de stilte die volgt ervaar ik vreugde, verwondering en dankbaarheid. Voel je het ook?

Hartegroet,

Simon

De Urtext, AI en het einde van zoeken

Het is al maanden aan de gang. Ik spreek mensen die al jaren bezig zijn met ECIW en later ook met Een Cursus van Liefde (ECvL) en die aangeven dat er iets merkwaardigs gebeurt. Deze merkwaardigheid kan op verschillende manieren aanvoelen; als tijdelijke rust, als een impasse of als een overgangssituatie. Voor mij raakt die overgang vooral aan de vraag hoe lang zoeken, studeren en begrijpen nog behulpzaam zijn.

Ik schrijf inmiddels zo’n elf jaar blogs over ECIW, die ik publiceer op mijn website ECIWcoach.com en deel in de FB-groep Een Cursus in Wonderen – met elkaar. Daarin verbind ik persoonlijke ervaringen met de toepassing van ECIW aan metafysische vragen die me blijven bezighouden. Ik heb daarbij altijd geprobeerd dicht bij de cursus(sen) zelf te blijven, en minder bij de interpretaties van cursusleraren, hoe gerenommeerd die ook zijn. Misschien komt daar ook mijn weerstand tegen de titel “cursusleraar” vandaan. Voor mij is er uiteindelijk maar één cursusleraar: Jezus. Daarnaast zijn er goedbedoelende broeders en zusters die elkaar helpen om de cursus te doorleven en elkaar daarin te coachen. Vandaar de naam van mijn website, ECIW Coach, en ook de intentie achter mijn FB-groep: elkaar helpen bij de bestudering van de cursus en bij het delen van onze ervaringen.

Bij dat bestuderen van de cursus merkte ik dat we te maken hebben met een uitgave van ECIW, de zogenaamde FIP-editie, die gekleurd is door een goedbedoeld editingproces waarbij talloze pagina’s van het oorspronkelijke, aan Helen doorgegeven document achterwege werden gelaten. Dit editen vond ongetwijfeld plaats met de beste en meest integere intenties en ik wil hierover geen discussies (meer) aangaan. Maar ik was erg blij toen Robert Perry een nieuwe, meer volledige, editie uitgaf, de Complete Editie, en deze zelf aanbood in een gratis app met zoekfunctie.

De laatste jaren zijn daar AI-tools bijgekomen, en juist daarover lopen de meningen sterk uiteen. Kan zo’n ogenschijnlijk zielloze tool ons werkelijk verder helpen bij iets wat zo innerlijk en levend is als ECIW? Ik denk dat dit een genuanceerd antwoord vraagt. Stel je aan een generieke AI zoals ChatGPT vragen over ECIW, dan doorzoekt die het hele internet en krijg je een antwoord dat mede gebaseerd is op de talloze interpretaties die daar circuleren. Zo’n antwoord is dus onvermijdelijk gekleurd door de visie van een cursusleraar.

NotebookLM bood daarvoor een interessante oplossing. In deze tool kun je zelf bronnen uploaden, zoals de meest oorspronkelijke tekst van ECIW, de Urtext, en die gericht doorzoeken. Deze Urtext gaat terug op de oorspronkelijke aantekeningen van Helen Schucman, de scribent van ECIW. Hoewel zo’n tool uiteraard geen gevoel heeft, kan de precisie en volledigheid ervan verrassend behulpzaam zijn, soms zelfs voorbij wat één individuele cursusleraar kan overzien. De tool leest immers wat er staat, zonder eigen geschiedenis, voorkeur of persoonlijke interpretatie. Tegelijk wil ik deze tools niet kritiekloos bejubelen. Ook de woorden en uitleg van ECIW blijven symbolen waarmee Jezus verwijst naar een waarheid die voorbij woorden ligt. De precieze verwoordingen van een AI-model zijn dus niet de waarheid zelf, maar kunnen wel behoorlijk precieze richtingaanwijzers zijn.

Een gewaardeerde broeder (bedankt Klaas!) uit de FB-groep wees me op een website waar je online met een AI-tool vragen kunt stellen, waarna je een antwoord krijgt gebaseerd op de Urtext (Een cursus in wonderen — Urtext AI). Ik heb er zelf ook een beetje mee gespeeld en vind de antwoorden inhoudelijk van goede kwaliteit, hoewel de (Nederlandse) taal soms wat rammelt. Eigenlijk heeft iedereen nu de kans om op zijn vragen een antwoord te krijgen dat niet of nauwelijks gekleurd wordt door de persoonlijke visie van een cursusleraar.

Ik ervaar de beschikbaarheid van dit soort AI-tools als tekenend voor wat ECvL aanduidt als “het einde van de tijd van leren”. Daarmee bedoel ik niet dat leren verkeerd of overbodig is geworden, maar dat er een moment kan komen waarop het zoeken naar antwoorden een bepaalde verzadiging bereikt. Als je steeds opnieuw cursusgetrouwe antwoorden kunt krijgen op je vragen, kan langzaam het besef ontstaan dat je eigenlijk uitgevraagd raakt.

Daarom lijkt het erop dat zulke hulpmiddelen kunnen bijdragen aan de overgangsfase die ik aan het begin noemde. ECIW stelt dat liefde niet onderwezen kan worden, maar dat we wel onze zelfbedachte barrières kunnen laten opruimen. Wanneer veel vragen hun lading verliezen, kan “begrijpen” langzaam plaatsmaken voor iets stillers: aanvoelen, intuïtief weten en misschien zelfs eenvoudigweg leven vanuit wat eerder nog vooral bestudeerd werd.

Je zou kunnen zeggen dat ECIW het ego aan het wankelen brengt, zodat er steeds meer glimpen van waarheid in de mind kunnen doordringen. Daarmee opent zich de mogelijkheid om minder vanuit zoeken en controle te leven, en meer vanuit liefde, vanuit Christusbewustzijn. Dat kan onwennig voelen. Niet omdat er iets misgaat, maar misschien juist omdat een vertrouwde manier van leren, begrijpen en houvast zoeken haar vanzelfsprekendheid verliest.

Ook ik zoek nog wat naar woorden om dit alles met jullie te delen. Als je weerstand voelt tegen alles wat met AI te maken heeft, hoef je natuurlijk niets met deze tip. Misschien verloopt jouw pad anders, of heb je minder behoefte aan antwoorden op vragen die eerst nog helder willen worden. Maar voor wie zich, net als ik, soms in een grensgebied voelt tussen studeren en vertrouwen, tussen begrijpen en weten, hoop ik dat deze woorden een steuntje in de rug kunnen zijn.

Hartegroet,

Simon Schoonderwoerd

Link naar de genoemde AI tool: https://acimurtext.love/app/

Een brug tussen christenen en cursusstudenten

Er bestaan werelden die op het eerste gezicht ver uit elkaar lijken te liggen: het klassieke christelijke geloof en het gedachtegoed van Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL). Toch vermoed ik dat beide tradities elkaar meer te zeggen hebben dan vaak wordt gedacht. Mijn hoop is dat klassieke christenen de bevrijdende correctie van ECIW en ECvL leren waarderen. Maar evenzeer hoop ik dat cursusstudenten opnieuw oog krijgen voor iets kostbaars in het klassieke geloof: de nederige, open houding van de mens die beseft dat hij zichzelf niet kan redden en zich daarom toevertrouwt aan God.

Voor veel mensen blijft er iets wringen in het klassieke beeld van een God die als rechter buiten ons staat, die gruwelt van ons morele tekort en genoegdoening vraagt. Dat beeld wordt niet werkelijk zachter wanneer vervolgens wordt gezegd dat Jezus in onze plaats moest boeten. Wie de evangeliën onbevangen leest, ontmoet vooral een andere toon: Jezus zoekt juist de mensen op die door anderen worden veroordeeld. Hij raakt aan, geneest, vergeeft en nodigt uit. In de gelijkenis van de verloren zoon zien we geen Vader die wraak wil nemen, maar een Vader die zijn verdwaalde kind tegemoet rent zodra het huiswaarts keert. De bereidheid om terug te keren blijkt genoeg. ECIW zou later spreken over “een klein beetje bereidwilligheid”.

ECIW en ECvL bieden een krachtige correctie op een angstig en dualistisch godsbeeld. God is liefde; in Hem is geen duisternis, geen wraakzucht en geen behoefte aan straf. De Cursus maakt duidelijk dat wij onze eigen schuld en angst op God projecteren en Hem vervolgens gaan vrezen als de bron van oordeel. Maar wanneer die projectie wegvalt, kan de Vader uit de gelijkenis van de verloren zoon opnieuw zichtbaar worden: niet als aanklager, maar als Liefde die nooit heeft opgehouden ons thuis te verwachten.

Opmerkelijk genoeg komen de klassieke christen en de cursusstudent daarna op een vergelijkbaar punt uit. De christen mag geloven dat hij door Christus vergeven en gereinigd is. De cursusstudent mag ontdekken dat werkelijke schuld nooit de waarheid over hem is geweest, maar dat hij zich heeft vergist in wie hij is. In beide gevallen valt de loodzware last van schuld weg. Maar daarmee begint pas de echte vraag: hoe leef je vervolgens? Wat betekent vergeving, bevrijding of zondeloosheid concreet in het dagelijkse bestaan?

Voor de klassieke christen is het antwoord niet dat hij eenvoudig kan doorgaan alsof er niets veranderd is. Vergeving is geen vrijbrief voor onverschilligheid. In de evangeliën klinkt immers ook de oproep: “ga heen en zondig niet meer”. Veel christenen zoeken daarom oprecht naar een leven dat rechtvaardig, barmhartig en liefdevol is. Zij vragen zich af hoe zij Jezus kunnen volgen: door armen te helpen, zieken nabij te zijn, gevangenen niet te vergeten en zich te laten vormen door gebed, Schrift en gemeenschap. Soms is dat zoeken ingewikkeld, zeker waar Bijbelteksten of tradities verschillend worden uitgelegd. Maar in het hart ervan ligt een kostbaar besef: ik kan dit niet alleen. Ik heb leiding, genade en liefde nodig.

Juist dat besef is belangrijk. In veel christelijke kringen wordt, gelukkig, gezocht naar de leiding van God, Jezus of de Heilige Geest. In gebed wordt gevraagd om wijsheid, liefde en kracht om niet vanuit het ego te leven, maar vanuit Gods wil. Natuurlijk kan taal over “Gods wil” ook zwaar of dwingend klinken. Toch hoeft zij dat niet te zijn. Op haar diepste niveau verwijst zij naar de uitnodiging om je te laten leiden door liefde die groter is dan je eigen voorkeuren, angsten en gelijk.

Daar ligt tegelijk een belangrijk leerpunt voor cursusstudenten. Wie door ECIW wordt geraakt, ontdekt vaak met vreugde dat God geen externe rechter is en dat de wereld die wij waarnemen niet de uiteindelijke werkelijkheid is. Dat inzicht kan diep bevrijdend zijn. Maar het kan ook te snel door het verstand worden toegeëigend. Dan ontstaat er een subtiel gevaar: het ego gaat non-duale taal spreken. Het kleine zelf zegt dan: “Ik ben God, er is geen wereld, lijden is slechts illusie.” Wat bedoeld was als bevrijding, kan zo ongemerkt veranderen in afstandelijkheid of zelfs spirituele arrogantie.

ECIW leert echter niet dat het ego goddelijk is. Wij zijn kinderen van God, niet God als afzonderlijk zelf. De Cursus bevrijdt ons van angst voor God, maar niet van eerbied voor God. Integendeel: wanneer zij spreekt over “awe”, gaat het om verwondering, ontzag en diepe ontvankelijkheid. Dat is geen kruiperigheid en geen angstige onderwerping. Het is de innerlijke buiging van iemand die erkent: liefde overstijgt mijn kleine ik, mijn behoefte aan controle en mijn neiging om alles zelf te willen begrijpen.

Daarom kunnen cursusstudenten iets leren van christenen die met open hart zeggen dat zij het niet zelf kunnen. Niet omdat zij terug zouden moeten naar een angstig godsbeeld, maar omdat nederigheid ook in een non-duale weg onmisbaar blijft. De wil van God hoeft niet te worden opgevat als een vreemde macht die van buitenaf iets oplegt. Gods wil is liefde zelf: de beweging van het leven die ons uitnodigt om ons niet langer door angst, trots of afgescheidenheid te laten leiden.

Op dat punt raken het beste van het klassieke christendom en het beste van ECIW elkaar. Beide wijzen voorbij het zelf dat alles wil beheersen. Beide nodigen uit tot bekering, overgave of bereidwilligheid — woorden die verschillend klinken, maar naar dezelfde innerlijke wending verwijzen. De Bijbel laat in het leven van Jezus zien hoe liefde gestalte krijgt in de wereld. ECIW en ECvL helpen om de angstige beelden op te ruimen die deze liefde kunnen blokkeren. Samen kunnen zij ons herinneren aan iets eenvoudigs en radicaals: liefde wil niet alleen begrepen worden, maar door ons heen geleefd worden.

Misschien verwacht de klassieke christen vooral de hemel na de dood, terwijl de cursusstudent de hemel nu wil leren ervaren. Dat verschil hoeft ons niet te verdelen. Waar liefde door ons heen begint te stromen, wordt de hemel hoe dan ook herkenbaar: in vergeving, nabijheid, dienstbaarheid, vreugde en vrede. Dan hoeven christenen niet bang te zijn dat ECIW hun geloof afbreekt, en hoeven cursusstudenten niet neer te kijken op christelijke taal over genade, overgave en Gods wil. Misschien hebben we elkaar juist nodig. De één herinnert ons eraan dat God geen angstwekkende rechter is, maar Liefde. De ander herinnert ons eraan dat liefde vraagt om nederigheid, ontvankelijkheid en concrete belichaming. Zo kunnen we, ieder in onze eigen taal, leren buigen voor dezelfde Liefde — en haar tot zegen laten worden voor de wereld om ons heen.

Machteloos?

Misschien herken je het wel. Ik behoor tot de groep “oude mensen” die om 20:00 uur naar het journaal kijkt. Ik word hier niet vrolijk van. Beelden van oorlogen, bosbranden en PFAS in moedermelk. Dan maar naar een leuke opgenomen documentaire kijken. Tja. Hierin legt een man in een roeibootje uit dat over 100 jaar Nederland half onder water zal staan. Alles wijst in dezelfde richting: we helpen de aarde, en daarmee onszelf, de vernieling in.

Ooit las ik dat je een grote kans loopt op een burn-out als je het gevoel hebt geen controle te hebben over je omstandigheden. Een te hoge werkdruk, een nare leidinggevende, een huilbaby en ga zo maar door. Je voelt je machteloos en daardoor moedeloos. Langzaam maar zeker word je somber, gelaten en misschien zelfs cynisch.

Ik merk dat gevoelens van moedeloosheid, boosheid en verdriet bij me naar binnensluipen als ik om me heen kijk in de wereld. Alles wat ik zie, getuigt van een collectieve ik-gerichtheid. Van een wijd verbreid gebrek aan besef van verbondenheid. Of die “ik” nu een enkel individu is of een land of een geloofsgroep; dat maakt niet uit. We zien niet in dat we één geheel vormen met elkaar, met de natuur, met moeder aarde. We zien dit hooguit als een wereldvreemd ideaal, maar we voelen het niet diep van binnen als de realiteit. Een Cursus in Wonderen (ECIW) spreekt over een geloof in afgescheidenheid. We zien God, onze naasten en de hele wereld als losstaand van onszelf. Er is sprake van collectieve onbewustheid.

De klassieke oervraag van mensen is waarom een liefdevolle en rechtvaardige God zoveel onrecht kan toestaan in de wereld. Het is triest. We projecteren zelfs de gevolgen van onze eigen ik-gerichtheid naar buiten, op God. De Indiase wijsgeer Krishnamurti gaf ons een heldere boodschap: “De wereld dat ben jij”. De puinhoop die we om ons heen menen te zien, is een weergave van onze geestesgesteldheid.

De cursus leert ons in Tekstboek Hfst 2: III het volgende:

5 Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt.

Ik had gehoopt dat de Tweede Wereldoorlog een definitief keerpunt zou zijn geweest. Na dat diepe dal van leed, en zeker na het inferno van twee kernbommen, klonk het: “dit nooit weer”. Zou de mensheid het geleerd hebben? Dat oorlog en vijandschap ons niets kunnen brengen? Ik hoef deze vraag niet voor je te beantwoorden.

Het was vanuit een conflictsituatie op haar werkvloer dat Helen Schucman plotseling besefte: “there must be another way”; er moet een andere weg zijn. Dit besef vertaalde zich in de bereidheid om de boodschap van Een Cursus in Wonderen te ontvangen en vorm te geven. Een boodschap vol hoop en liefde, mits deze goed wordt verstaan.

De kern van deze boodschap noemde ik eigenlijk al: de wereld, dat ben jij. Als ik dat uitdruk in ECIW-termen, dan klinkt het slechts iets anders: de wereld die wij zien is een projectie vanuit onze denkgeest. De ellende die we op tv zien weerspiegelt onze innerlijke staat. En gelukkig zien we niet alleen duisternis maar ook licht. We zien mensen die elkaar te hulp schieten en we zien een groeiend bewustzijn van verbondenheid van de mens met zijn omgeving. Helaas wordt deze groei haast afgedwongen doordat we onze eigen pijngrens overschrijden; maar toch.

Vandaag zijn we in het werkboek aangekomen bij Les 199: Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Deze wijsheid verwijst naar de diepste boodschap van Jezus: we zijn vrije (tijdloze) Kinderen van de Vader, van Liefde. Dat wat wij als ons lichaam zien, inclusief al het genoemde lijden dat hiermee gepaard gaat, speelt zich eigenlijk af in onze denkgeest. Het lichaam is, anders gezegd, een correct spiegelbeeld van een foute opvatting. Ons geloof in afgescheidenheid, onze ik-gerichtheid, vertaalt zich in de identificatie met ons lichaam.

Helaas heeft het ego zelfs binnen de ECIW-gemeenschap deze uitspraak gekaapt en geneutraliseerd. Vanuit ons geloof in afgescheidenheid denken we dat “Ik ben niet een lichaam” ons oproept om ons eigen lichaam (en onze gevoelens) en de wereld vol ellende te mogen ontkennen. Om erom te lachen. Maar het lachen om onze projectie, om ons spiegelbeeld, gebeurt helaas gewoonlijk uit angst en niet omdat onze (denk)geest werkelijk genezen is. Hoewel lichaam en wereld spiegelbeelden zijn en dus niet “echt” in de zin van “de bron” (de denkgeest), wijzen ze wel op ziekte in deze bron, in de denkgeest. We worden niet opgeroepen om het spiegelbeeld te ontkennen, maar om te erkennen dat er correctie nodig is in dat wat weerspiegeld wordt; dat er genezing van de denkgeest nodig is.

Wat we in de media zien, roept ons op tot “bekering”; tot het anders richten van onze denkgeest: van ik-gerichtheid naar liefde. En diep van binnen weten we dit ook. Deze diepe herinnering, de Stem van de Heilige Geest, heeft ons nooit verlaten. Zijn we echter bereid om onszelf aan Liefde over te geven? Om te luisteren? In Een Cursus van Liefde (ECvL) lezen we dat liefde zich dan zal tonen, zelfs in de wereld van vormen. Op deze wijze zullen we vooralsnog communiceren met elkaar, met de wereld. Ik nodig je van harte uit om te luisteren naar hoe Jezus hierover spreekt in de werkboekles van vandaag:

6. De Heilige Geest is het thuis van elke denkgeest die vrijheid zoekt. In Hem hebben ze gevonden wat ze zochten. Het doel van het lichaam is nu ondubbelzinnig. En het wordt volmaakt in het vermogen een onverdeeld doel te dienen. Conflictvrij en eenduidig reagerend op de denkgeest, met slechts het idee van vrijheid als zijn doel, dient het lichaam, en dient het bekwaam zijn doel. Zonder de macht iets te kluisteren is het een waardige dienaar van de vrijheid die de denkgeest, in de Heilige Geest, zoekt.

7. Wees vrij vandaag. En neem vrijheid mee als jouw geschenk aan hen die nog geloven dat ze in een lichaam gekluisterd zijn. Wees jij vrij, opdat de Heilige Geest gebruik kan maken van jouw ontsnapping aan slavernij, om de tallozen te bevrijden die zichzelf als gevangen, hulpeloos en bang zien. Laat liefde door middel van jou hun angsten vervangen. Aanvaard nu de verlossing, en geef je denkgeest aan Hem die jou oproept Hem dit geschenk te geven. Want Hij wil jou volmaakte vrijheid en volmaakte vreugde geven, en de hoop die zijn volledige vervulling vindt in God.