Hebben we Poetins excuses nodig?

Vanmorgen las ik in de Trouw een stukje over de dialoog met Rusland over de MH17 ramp. Rusland wil er niet verder over praten. De volgende tekst trof me:

“Deze actie (=weigering van Rusland om verder te praten) dupeert de nabestaanden van de inzittenden. Zij zijn er zeer bij gebaat dat de waarheid boven tafel komt en dat erkenning volgt door de verantwoordelijken. Alleen zo kunnen ze hun verdriet echt verwerken. Dat vergt een andere, transparante houding van Rusland”.

Momenteel kijk ik ook een documentaire over Poetin. Ook hij is een Kind van God maar zijn karakter op droomniveau is overduidelijk: een man zonder scrupules, wraaklustig, moordzuchtig en een notoire leugenaar. Wat verwachten we nu van deze man? Dat hij plotseling zegt: “oké, ik ben betrokken bij de oorlog in de Oekraïne, die groene mannetjes waren inderdaad Russen, dat luchtafweergeschut was van Russische makelij en het waren Russen die zich vergisten en op de knop drukten. Sorry”? Dat gaat hem dus niet worden.

Ik wil de gevoelens van de nabestaanden niet bagatelliseren want, droomniveau of niet, we kunnen allemaal meevoelen met hun intense verdriet. Maar goddank klopt de cursief gedrukte zin niet. Deze MH17 kwestie is wat dit betreft illustratie met een bijgeloof dat wij allemaal koesteren. Het gaat ervan uit dat we gelukkiger en weer in vrede zouden kunnen zijn “als eerst maar etc”. Dat “als eerst maar” betreft dan een verandering van uiterlijke omstandigheden of personen of van de gezondheidsstatus van ons lichaam. Als die ander zou inbinden, als de Corona-ellende voorbij zou zijn, als ik meer geld zou hebben als mijn ziekte zou genezen enz. De Cursus legt uit dat we ons op deze wijze slachtoffer blijven voelen van de wereld die we menen te zien. We voelen ons afhankelijk van uiterlijke omstandigheden die we niet in de hand hebben. Die bepalen ons geluk, daarvan hangt onze gemoedsrust af.

Gelukkig is er hoop voor de nabestaanden van de MH17 ramp en voor onszelf. De zin “Alleen zo kunnen ze hun verdriet echt verwerken” is onjuist. Het is wat Jezus een magische oplossing noemt en dus in feite helemaal geen oplossing. De echte verwerking kan slechts plaatsvinden door vergeving. Als we dat woord “vergeving” gebruiken dan denken we dat we een ander moeten vergeven, zoals Poetin. Nu helpt het ons zeker niet om kwaad te blijven op personen of omstandigheden. Dit wil overigens niet zeggen dat we het oké moeten vinden of dat droom-daders niet berecht hoeven te worden. Hun daden zullen op droomniveau gevolgen hebben. Wie wil er handeldrijven met een onbetrouwbare tegenpartij? En het kan heel verstandig zijn om verkrachters en misdadigers een tijd van de straat te halen. Echte vergeving is niet net doen alsof er niks gebeurd is. Echte vergeving heeft met ons eigen geloof in afgescheidenheid, kwetsbaarheid, zonde, schuld en straf te maken.

Want wij geloven dat de aanval echt was, wij geloven dat we een kwetsbaar lichaam zijn, wij geloven dat ziekte en de lichamelijke dood echt zijn en wij geloven dat anderen en situaties ons gelukkig kunnen maken met surrogaten voor liefde zoals excuses, geld, gezondheid etc. Wat dit betreft klinkt de boodschap van ECIW velen hard in de oren. Maar de boodschap van Jezus is nu hetzelfde als in het Nieuwe Testament. Hierin vertelt Jezus dat we onze Vader en onze naasten moeten liefhebben. Het wordt, voor ons, schokkend als we lezen hoe ver deze liefde dient te reiken:

(Mattheüs 5:43)  Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben, en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel degenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen;

Wij zouden deze opdracht bovenmenselijk noemen, en dat is ze ook. Deze liefde kunnen wij niet opbrengen vanuit ons kleine zelf. Onze menselijke reactie is die van intens verdriet en een roep om wraak. We hebben een wonder nodig. We hebben bovenmenselijke kracht nodig. We hebben onze echte Kracht nodig, de Kracht van de Liefde die we zijn. Vanuit de donkere nacht van onze ziel, vanuit ons diepste verdriet mogen we onze betraande ogen opslaan naar Hem.

“Heer, mijn hart voelt verscheurd, ik heb zo’n pijn, zo’n verdriet. En ik ben zo boos heer, zo kwaad. Alles in mij protesteert en wil vechten tegen dit onrecht. Ik ben zo leeg heer, het is zo donker hier. Kom tot me Heer, met Uw Liefde, Uw zachtheid. Troost me Vader en geef me Uw zachte Kracht. Help me Heer, genees me. Vader, hier ben ik”

Ga niet mee in het doemdenken!

We hebben een functie, lieve broeders en zusters. Momenteel menen we allerlei problemen te zien in de wereld. Hoe reageren we hierop? Bedenk dat onze hele Cursus gaat over onze onjuiste perceptie. We menen dreiging te zien, we menen domme politici en domme medeburgers te zien; maar zo is het niet. Wij dienen niet te geloven in bedreiging en afscheiding. Vergeving is onze functie. Wij dienen, juist nu, wonderwerkers te zijn. Wat betekent dit? Ja; we dienen onze perceptie te laten genezen door de Heilige Geest. Daar is niks mis mee. Maar wonderwerker zijn gaat verder. We mogen kanalen zijn van liefde. Laat svp de volgende wonderprincipes diep binnenkomen in je geest:

  1. Wonderen gebeuren van nature als uitingen van liefde. 2Het echte wonder is de liefde die ze inspireert. In die zin is alles wat uit liefde voortkomt een wonder.

    We mogen de liefde uiten; hoe heerlijk is dat?

  1. Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben.

Zie je onze rol? Als bakens van liefde is het niet handig als we meegaan in doemdenken. Elk geloof dat onderscheid en afscheiding voor wáár neemt mag vergeven worden. We moeten nu heel zorgvuldig zijn. We zien om ons heen niet iets wat er echt is maar slechts een projectie. Onze rol gaat verder dan streven naar eigen innerlijke vrede. Als doorgeefluiken van liefde mag, nee moet, deze liefde zich uiten richting onze broeders. We mogen Zijn liefde laten stromen door onze handen. Weet je wat de eerste zin is in het notitieboekje van Helen Schucman?

“You will see miracles through your hands through me”
(“Je zult wonderen zien via jouw handen door mij.”)

Momenteel mag ik meehelpen met het vertalen van A Course of Love (Een Cursus van Liefde). Vandaag werkte ik aan Verhandelingen 4 Hoofdstuk 6 en hierin roept Jezus ons op om niet te geloven dat slechts enkelen van ons uitverkoren zijn en anderen verloren zullen gaan. Iedereen wordt uitverkoren door de Liefde en het is aan ons om onze functie als baken van Liefde te vervullen. Genoemd hoofdstuk eindigt als volgt:

6.8 Je hebt nu de ongeëvenaarde kans, omdat je in de Tijd van Christus leeft, rechtstreeks het Christusbewustzijn te delen en zo het Christusbewustzijn te bestendigen. Je kunt de erfenis doorgeven die je in deze tijd van vervulling aanvaardt. Wijd in deze tijd van eenheid al je gedachten aan eenheid. Aanvaard geen afscheiding. Aanvaard alle keuzes. Aldus zijn allen verkozen in de tijd van vervulling.   

We zijn geen slachtoffers van een wereld met Corona en domme mensen. Vanuit onze genezen perceptie mogen we wonderwerkers zijn en vormgevers van de nieuwe wereld. De wereld van tijd en ruimte is geen vast gegeven. Er is geen ellendige periode die we maar moeten zien te overleven of waarin we onze tijd maar moeten uitzitten. Weiger te geloven in onafwendbare ellende in onderscheid. Stop met oordelen en laat de liefde door je stromen. Wonderwerkers zijn geen slachtoffers maar medescheppers. We vragen niet te veel maar te weinig. We mogen een rol spelen in het ontwaken.  Als we dit zeggen vanuit ons kleine zelf dan is het onzinnig maar als we dit in verbondenheid met Hem zeggen dan is het de waarheid. Sluit je aan en vervul je rol, Stop met doemdenken en begin met vergeven. Wees vol vertrouwen dat er niks vaststaat in deze droom. Dat allen geroepen zijn en dat wij ons mogen verbinden met al ons broeders en zusters en onze tijdelijke overvloed met hen delen. Dus nogmaals:

8. Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben.

Halleluja!

Een paar gedachten over lichamelijk lijden.

Ik merk dat het hebben van lichamelijke pijn en ongemak een belangrijk thema blijft in mijn leerweg. Langzaam maar zeker vindt er hierbij verdieping plaats. Laat ik proberen om hierin wat fases te onderscheiden. Deze zijn niet “hard” en wellicht zelfs niet “echt” maar het helpt me om de kwestie te duiden.

Fase 1: Hierin geloof ik dat lichamelijk ongemak me ongevraagd overkomt. In deze fase voel ik me slachtoffer van negatieve krachten waarop ik geen controle meen te hebben. Deze krachten kunnen verscheidene namen hebben: aanleg, erfelijkheid of domme pech. In deze fase zoek ik ook naar schuldigen. Zo meen ik dat ik nu een beter gebit zou hebben gehad als mijn ouders me niet zoveel hadden laten snoepen. Er zijn ook dramatischere voorbeelden denkbaar waarbij ik slachtoffer kan zijn van onachtzaamheid of boze opzet van andere mensen. Denk hierbij aan slachtoffer zijn van een verkeersongeluk waarbij de ander schuldig is of aan ronduit crimineel gedrag door anderen.

Fase 2: In deze fase heb ik ECIW gelezen en hieruit opgemaakt dat ik allerlei lichamelijke narigheid projecteer om mezelf afgescheiden en kwetsbaar te voelen. Het is dan mijn geheime agenda om de illusie van afgescheidenheid zo echt mogelijk te laten lijken. Ik zoek de “schuld” nu iets dichter bij mezelf. Een mengvorm van fase 1 en fase 2 bestaat uit het geloof in “collectieve schuld”. Hierin bestaat er geen 1 op 1 relatie tussen mijn ziekte en iets dat ik verkeerd zou hebben gedaan maar ben ik het slachtoffer van de collectieve droom van afscheiding en schuld. Omdat de mensheid droomt van kanker kan ik het krijgen omdat ik een pechvogel ben. Voordeel van deze denkwijze is dat het me wat “ontschuldigt”. Hoe zou ik fysiek kunnen genezen als 7 miljard mensen geloven in de echtheid van kanker? Mijn doel moet zich in deze fase beperken tot het loslaten van mijn identificatie met het zieke lichaam. Ik ben niet het lichaam ook al wil de pijn me dit laten geloven. Het hoogst haalbare is om niet langer te vechten maar vol innerlijke vrede het onvermijdelijke te aanvaarden.

Fase 3: Ik geloof niet meer in slachtofferschap en in zoiets als “mijn lot” maar zie dat ik écht geen slachtoffer ben van uiterlijke omstandigheden, zelfs niet van een oppermachtig geloofscollectief. Nu begin ik echter mezelf nog schuldiger te voelen. Kennelijk is het 100% mijn schuld dat ik deze rot zieke heb. Wat doe ik toch fout? Ik meen dat ik iets specifieks fout doe. Krijg ik deze specifieke ziekte omdat ik maar boos blijf op iemand? Welke aanvalsgedachten koester ik onbewust waarvoor ik nu mezelf straf door deze fysieke ziekte? Ik heb nu toch alles vergeven?

Fase 4: Ik besef dat het ego smult van fasen 1,2 en 3. Het zegt: “ik vind elk theorietje prima Simon, zolang je maar gelooft dat je een afgescheiden en zondig wezentje bent en dat je hiervoor terecht straf krijgt in de vorm van ziekte!”. Het is fijn om wat zicht te krijgen op deze ego-gedachten en de zelfbeschuldiging neemt af. In deze fase treedt ook verbreding van inzicht op; eerst vooral verstandelijk maar langzaam komt het dieper. Tot dusver wilde ik af van de ellende (pijn) maar bleef ik streven naar een lichamelijk gezond leven vol ego-gericht hedonistisch genot. Dit is niet intrinsiek zondig maar ik besef daarbij niet dat ik me onbewust schuldig voel zolang ik gericht blijf op lichamelijk genot. En daarmee zal ik, wederom onbewust, lichamelijke straf over mezelf af blijven roepen. Het ego stelt nu voor om maar af te zien van lichamelijk genot omdat dit zondig is en straf verdient. Maar nee, op die Calvinistische fiets wil ik niet verder.

Fase 5: Er is radicale eerlijkheid nodig zonder zelfbeschuldiging. Hierin ervaar ik begeleiding door Jezus. Hij laat me zien waar ik zelfgericht ben omdat ik meen dat wereldse surrogaten me gelukkig kunnen maken in plaats van de Liefde. Hij toont me wat dit met me doet en vooral hoezeer ik mezelf hiermee tekortdoe en schaad. Het is een onthullend zuiveringsproces dat tegelijkertijd schokkend en helend is. Want ik voel, diep vanbinnen, dat dit de juiste weg is. Als vanzelf verschuift ook de focus van de lichamelijke ziekte naar de genezing die nodig is in de denkgeest. Jezus trekt de kwestie veel breder en is bereid, zoals altijd, om me te helpen om mijn functie steeds verder te ontdekken en daarmee ook de rol van mijn lichaam binnen deze wereld.

Het blijft bijzonder om te merken dat de verzoening nooit klaar lijkt te zijn maar, op ons droomniveau, steeds dieper en dieper gaat. Er is telkens zelfverwijt (“waarom zie ik dit nu pas?”) maar ook verwondering en dankbaarheid. Het belang van het genezen van mijn speciale relaties wordt steeds duidelijker. Niet alleen mijn speciale haatrelaties mogen genezen worden maar ook mijn speciale liefdesrelaties. Wie probeer ik te pleasen en wat is daarbij mijn verborgen doel? Wat is mijn echte Doel? Steeds helderder komt de schoonheid van deze vergevingsweg naar voren. De weg van verbinding, van geven en ontvangen als één, de weg van liefde.

Apocalyptische aankondigingen van gene zijde

Het valt me op dat in deze Corona-tijd zo veel broeders en zusters zich presenteren als spreekbuizen van gene zijde. Je kent er vast ook wel enige. Hun boodschappen tonen overeenkomsten. Er is iets gaande op kosmisch niveau, een soort strijd tussen goed en kwaad. Er zal een periode komen waarin de huidige structuur van de wereld ineen zal storten, een tijd van grote angst en onzekerheid. Er zal veel vrees en duisternis zijn en het is de taak van de geroepenen om nu extra hun licht te laten schijnen. We kunnen ons richten tot deze media voor spirituele reiniging en leiding. Sommigen geven zelfs gerichte adviezen over hoe we de komende apocalyps fysiek kunnen overleven.  Ik twijfel of ik voorbeelden moet noemen, maar doe dit niet. Zoals gezegd; je kent er vast wel een paar. Ik matig mezelf ook geen oordeel aan over de vraag of het al dan niet klopt wat ze zeggen, of ze de waarheid spreken. Het enige wat ik met enige zekerheid weet is wat mijn reactie is op dit fenomeen van “channels”.

Ik merk dat ik gevoelig ben voor de uitstraling van een medium. De blik in zijn of haar ogen, de klank van de stem, de passie waarmee gesproken wordt en de overtuigingskracht die ik ervaar. Dit intuïtieve gevoel wil ik niet afdoen als onzinnig, maar ik ben me er ook van bewust dat er hele rare dingen zijn gebeurd in “sektes” rondom charismatische leiders. Op zich ben ik niet bang voor woorden als sekte en hersenspoeling. Wat wij aanduiden als mainstream en gezond verstand is immers ook niet altijd even fris. Toch hecht ik er waarde aan om niet 100% op “mijn gevoel” te varen. Ook charismatische leiders zijn mensen en het kan hen naar de bol stijgen. De aanvankelijke zuiverheid van hun woorden kan ontsporen en de kans is groot dat je dit niet opmerkt als je idolaat aan deze persoon een soort goddelijke, onfeilbare status hebt toegekend. Omgekeerd ken ik mensen die helemaal niet zo’n charismatische en aanstekelijke uitstraling hebben maar waarbij je merkt dat, als je stil wordt en echt luistert naar wat ze zeggen, je een resonantie gaat ervaren, diep vanbinnen. Voor mij voelt dit heel rustig, zuiver en liefdevol.

Maar wat dan wel? Hoe scheiden we dan echt van onecht, goed van kwaad, echte media van ego-gerichte grappenmakers met een spirituele nep glimlach? Het stellen van deze vraag impliceert een arrogantie die niet makkelijk zichtbaar is. Want wie is het die zou kunnen beoordelen of een medium echt of onecht is? Wie kan dit oordeel vellen of, beter gezegd, wat is het in mij dat de neiging heeft om te oordelen? En nu komen we ergens want deze jongen kennen we: kiekeboe ego, kom maar voor de dag, ik heb je ontdekt! Nu wordt het echter lastig. Want wat moet ik als mijn “gevoel” er zo naast kan zitten en als dit ook geld voor mijn “oordelende verstand”?

Het is net een Cursus in Wonderen, de heerlijke combinatie van waarheid en liefde. Dit zijn geen twee verschillende “zaken”. En ik herinner me maar al te goed mijn reactie op ECIW zelf. Een boek dat door Jezus gedicteerd werd aan een Amerikaanse psychotherapeut? Ach, kom nou toch! Maar toch. Door mezelf bij volle verstand te openen voor de woorden ervan begon er iets in mij blij te resoneren. Er was herkenning en vreugde. Het werd voor mij steeds meer een baken. Niet de letterlijke woorden ervan maar een soort herkenning van de zekere weg die van de angst wegvoert en daardoor ruimte maakt voor verbinding en liefde. Of, zoals het in de Werkboekles van vandaag staat (278): “Ik kies de weg tot U in plaats van waanzin en in plaats van angst. Want de waarheid is veilig en alleen liefde staat vast.”

En vanuit deze grondhouding, vanuit deze stilte luister ik naar broeders en zusters die aangeven een boodschap voor me te hebben. Ik merk dat ik niet hoef te kiezen wie wel en wie niet een echt medium zou zijn. Zo’n oordeel leidt slechts tot verharding in m’n denkgeest. Ik mag me verheugen over woorden van verbinding en liefde maar ik mag ook opmerken dat sommige van hun adviezen op mij het effect dreigen te hebben van een bevestiging van kwetsbaarheid, bedreiging en angst. Soms ervaar ik het alsof er een beroep gedaan wordt op het bange doenertje in mij die het juiste moet ondernemen om niet ten onder te gaan. Misschien bedoelt de spreker dit niet zo ,maar hoe dan ook, het vormt voor mij de uitnodiging om stil te worden en de angst naar het licht te brengen. In die stilte wordt het me duidelijk; deze boodschap is niet de juiste voor mij. Opgelucht haal ik dan adem en lees, voor nu, in de boeken van mijn broeder-leraar, Jezus zoals opgetekend in bijvoorbeeld ECIW en Een Cursus van Liefde. Wellicht hebben anderen moeite met juist deze boeken. Dat mag en is volkomen oké. Ik hoef niet te overtuigen en evangeliseren. Ieders zij weg, ieder zijn leraar.

Les 278: Als ik gebonden ben, is mijn Vader niet vrij.

Vader, ik vraag om niets dan de waarheid. Ik heb veel dwaze gedachten over mijzelf en mijn schepping gehad, en heb een droom van angst in mijn denkgeest gebracht. Vandaag wil ik niet dromen. Ik kies de weg tot U in plaats van waanzin en in plaats van angst. Want de waarheid is veilig en alleen liefde staat vast.

 

Broeder Donald Trump

Donald Trump heeft Corona. Toen ik dat gisteren hoorde zei ik tegen m’n vrouw dat ik dat niemand gun, zelfs Donald Trump niet. Vanmorgen las ik dat hij daadwerkelijk wat klachten had gekregen. “Mooi, dacht ik, dat zal hem leren om er zo lacherig over te doen met die grote waffel van hem!”. Ik schrok er zelf van. Opeens kwam m’n spirituele ego pijnlijk in beeld. Natuurlijk weet ik als student van ECIW dat onze weg een weg van liefde hoort te zijn. Vandaar mijn eerdere, spiritueel correcte medeleven. Maar het was niet gemeend, niet van harte.

Als ik eerlijk ben erger ik me aan de man. Aan z’n leugens, z’n enorme ego, z’n agressie, respectloosheid en ga maar door. Dat ergeren is natuurlijk een oordeel. Ik vind hem schuldig aan het overtreden van zo’n beetje elke regel van goed fatsoen die ik ken en onbewust vind ik dat hij nu zijn verdiende straf krijgt. Ik ben hier niet trots op maar zie wel dat m’n eerste stap tot werkelijke vergeving bestaat uit radicale eerlijkheid over mijn verborgen motieven. Dus kijk ik naar mijn veroordeling, ik zie de hardheid ervan, de smerigheid en wil er liever niet over schrijven. Ik ervaar echter nu ook een niet onplezierige spanning.

Want als ik zo stil blijf staan en m’n diepste en meest duistere motieven zo opschrijf kan ik mijn ego-wens zien om dit verborgen te willen houden, ze te verzwijgen en snel verder te gaan. Ik doe dit niet en vraag me nu hardop af of ik bereid ben om broeder Donald anders te zien. Nu wordt m’n tegenzin om te vergeven duidelijk. Want nee, liever wil ik vasthouden aan mijn hardheid, aan mijn veroordeling: “hij krijgt precies wat hij verdient!”.

Vervolgens hoor ik dan eindelijk toch een piepklein stemmetje in m’n binnenste. Het vraagt me of ik bereid ben mijn oordeel en aanval te laten genezen. Mijn verzet is stevig en ik zie de neiging om de brede weg van de veroordeling te blijven volgen. Ik doe dit echter niet, ik voel weliswaar de zuigende kracht van die brede weg maar vraag nu eindelijk om Hulp.

“Heer, ik belijd mijn neiging om broeder Donald slechts te willen zien als opgeblazen ego maar ik merk ook wat dit vanbinnen met mij doet. Ik voel de innerlijke verharding en mijn verslaving aan deze hardheid. Heer, kom mijn kleine zwakke wensje om Donald als mijn broeder te zien tegemoet. Liefde, verzacht mijn geest en treed binnen in mijn hart. Ik ben slechts een klein beetje bereid om de bitterheid los te laten, maar help me Heer”

En langzaam begint het ijs te smelten. Ik besef dat Jezus mij altijd heeft gezien als zijn broeder. Hij heeft mij al mijn ego-neigingen niet aangerekend en is altijd vol goede moed en vertrouwen gebleven. Ik pak de Werkboekles (276) van vandaag erbij en lees daarin de volgende zinnen:

Wat is het Woord van God? ‘Mijn Zoon is zuiver en heilig als Ikzelf.’


Ontken dat we in Zijn Liefde werden geschapen en we ontkennen ons Zelf, en zullen onzeker zijn over Wie wij zijn en Wie onze Vader is, en met welk doel we zijn gekomen.

Vader, Uw Woord is het mijne. Dit nu wil ik tot al mijn broeders spreken, die mij gegeven zijn om hen als de mijnen te koesteren, zoals ik door U bemind ben, gezegend en verlost.

 Het plaatje wordt nu heel helder. Ik zie de voorkeursprogrammering van het ego, de keuze voor oordeel, schuld en aanval. Zodra ik dit zie, keert het zwaard zich om en wil het me overtuigen om de schaamte voor deze ego-gedachten serieus te nemen en mezelf te veroordelen. Maar zowel broeder Donald als ik vergissen ons als we menen dat we een zelfje zijn dat macht heeft om iets af te doen aan de Heiligheid van de Zoon van God. Wij zijn zo zuiver en heilig als God zelf. Wij zijn in Zijn Liefde geschapen en ontkennen ons Zelf. Daardoor zijn we nu onzeker over Wie we zijn. Ik aanvaard nu mij doel en wil het Woord van Liefde spreken tot Donald Trump. Je bent mijn broeder en ik bid voor de genezing van onze denkgeest. Mogen we het Licht zien en volgen, ons bemind voelen opdat we kunnen beminnen, zegenen en de wereld samen verlossen.

Het is me/ons gegeven Gods Woord te spreken.

 

 

Mogen we actievoeren als we onrecht zien?

Denk hierbij bijvoorbeeld aan rare of dwingende maatregelen die te maken hebben met het Corona-gebeuren, aan racisme, aan misstanden in het bankwezen of in de farmaceutische industrie enzovoorts. Aanvankelijk lijkt deze vraag heel simpel te beantwoorden. De Cursus geeft immers geen richtlijnen voor goed gedrag, dus waarom zou dit niet mogen? Actievoeren, of juist niet; het maakt niets uit.

Toch valt er wel wat meer over te zeggen. In eerdere blogs sprak ik van twee niveaus, dat van onze droomwereld (niveau II) en dat van ‘de werkelijkheid’, niveau I. Ken Wapnick raadde ons al aan om op niveau II toch vooral ‘gewoon’ te blijven doen. Zo leren we op niveau I dat we geen lichaam zijn en niet kunnen sterven maar kunnen we het beste toch af en toe een boterham eten, onze tanden poetsen en opzij stappen als er een auto aankomt. Hier zal weinig discussie over ontstaan want zelfs de meest fanatieke ECIW-student doet dit soort alledaagse dingetjes vanzelf. Anders wordt het bij gebeurtenissen die ik in het begin noemde. Geconfronteerd met deze kwestie hoeven we niet per se iets te doen. Als we besluiten hier niet op te reageren dan verhongeren we niet direct, we hoeven niet naar de tandarts en we worden niet platgereden.

Dat ‘niets doen’ lijkt ook door Jezus aangeraden te worden in de Cursus (zie bv Txt 18:VII). Dit motiveert sommigen om een wat passieve of zelfs lacherige houding aan te nemen over wat ze op tv aan zich voorbij zien trekken. Uit deze hoek klinkt ook het geluid dat alles wat je aan ellende meent te zien slechts jouw eigen projectie betreft en dat er helemaal geen ‘anderen’ zijn die je zou kunnen helpen.

Het valt niet mee om hier een speld tussen te krijgen. Alles is immers één? De wereld is toch slechts onze projectie? Er zijn dan toch ook geen anderen om te helpen? Toch voelen veel studenten van ECIW dat er ergens iets niet goed zit als ze deze uitspraken horen. Hoe komt dit toch? Ons denken viert een feestje bij zoveel helderheid. Heerlijk alles weglachen en je niet druk maken; is dit niet fantastisch? Maar dit soort uitspraken illustreren misschien wel de ultieme waarheid op mentaal niveau maar het hart voelt koud en het is de vraag is of dit soort denkbeelden behulpzaam zijn om te ontwaken uit de droom.

Jezus kent ons door en door en weet dat we onszelf niet langs deze weg als het ware ‘de droom uit kunnen denken’. Als we ons verlaten op deze mentale benadering sluipt het ego via de achterdeur naar binnen. Er is wederom een denkbeeldige scheidslijn ontstaan namelijk een grens tussen een onraakbaar zelfje aan de ene kant en een nepwereld of nare droom aan de andere kant. Het is een nieuwe vorm van schriftgeleerdheid waar Jezus ook in de Bijbel flink tegen ageerde.

Reeds in de Bijbel was Jezus’ advies NIET om de hongerigen maar te laten sterven en de zieken aan hun lot over te laten omdat het toch allemaal niet echt was. Hij hielp anderen op fysiek niveau, riep ons op om hetzelfde te doen terwijl hij toch ons zou laten zien dat de dood niet echt was door zijn lichaam te laten kruisigen. Bijzonder toch? De Jezus uit de Bijbel is geen andere dan die uit de Cursus. De ultieme boodschap is dat we geen lichamen zijn, geen sterfelijke wezentjes die van alles te vrezen zouden hebben. Maar de weg om dit te ontdekken is in de Bijbel, in ECIW en in Een Cursus van Liefde hetzelfde: ontdek dat je Liefde bent (één bent) door de weg van verbinding, door de heilige relatie met je broeders.

Het ‘niets doen’ in ECIW is geen oproep tot passiviteit. Jezus laat zien dat we vanuit ons kleine zelf niets kunnen doen dat echt behulpzaam is. Er wordt maar één ding van ons gevraagd en dat is een klein beetje bereidwilligheid om ons te openen voor de liefde. Onze leerweg bestaat eruit om op te merken waar wij in het oordeel schieten. Het maakt niet uit wat we willen veroordelen. Zodra we echter merken dat we boos worden op de overheid, complotdenkers, antivaxxers, farma, blanke mannen, demonstranten met donkere huidskleur etc: dan mogen we leren dat we kiezen voor afscheiding. Dit voelen we simpelweg in ons diepste wezen, in de verstoring van onze vrede. Vervolgens hoeven en kunnen we niet meer doen dan de Heilige Geest (Liefde, God, Jezus) uitnodigen om onze gespleten geest te genezen.

“Heer ik merk dat ik verontwaardig ben en boos. Dat ik de ander als vijand zie of mezelf als slachtoffer. Ik wil opkomen voor mijn rechten, anderen overtuigen met me mee te doen, andersdenkenden de mond snoeren, knokken voor de enige juiste en goede zaak. Ik voel hoe deze boosheid en angst mijn vrede verstoren. Toch wil ik eraan vasthouden. Ik merk dat ik verslaafd ben aan deze strijd voor de goede zaak, mijn eigen kleine heilige oorlog. Ondanks deze ego-krachten wil ik nu zwijgen en me keer op keer openstellen voor Uw zachte Stem. Leer me door Uw ogen kijken Heer!”.

En zwijg dan en wacht. Je hoeft inderdaad niets te doen. Maar dan. Als de vrede neerdaalt in je geest kan er de impuls komen om wél te handelen. Niemand weet hoe deze handeling eruit zal zien. Maar de bron zal liefde zijn en mededogen en de intentie zal zijn om waarlijk behulpzaam te zijn. En ja, je kan ook vanuit liefde je stem laten horen en daarmee verkeer je in het goede gezelschap van Jezus die zich ook uitsprak in de Bijbel. Maar hij ontving ook hoeren, tollenaars en Romeinse soldaten omdat hij het hart van de mens zag en de roep om liefde herkende. Hij serveerde geen groepen af zoals wij plegen te doen maar zag slechts broeders die zijn woorden of hulp nodig hadden.

Broeder Jezus, leer me zien zoals jij.  

Over de bedreiging door Corona, vaccins en farma

Met regelmaat post ik op m’n FB-tijdlijn stukjes over de aanpak van de overheid van de Corona-crisis. Met dezelfde regelmaat ontvang ik hierop reacties van ECIW-medestudenten waarmee ik via FB bevriend ben. Het valt me op dat enkelen van hen stellig geloven in kwade intenties van onze overheid, de farmaceutische industrie, machthebbers etc. Het helpt mij om in dit soort kwesties onderscheid te maken tussen de niveau I werkelijkheid (beschreven in de metafysica van ECIW) en onze niveau II droomwerkelijkheid van deze wereld.

Eerst vanuit niveau II. Op dit niveau lijkt van alles te gebeuren waarbij we bedreigd lijken te worden door een virus en door mensen die hier een slaatje uit zouden willen slaan. 10% van de Nederlandse bevolking gelooft zelfs in een soort masterplan. Hiervan bestaan verschillende versie. Een kwaadwillende partij (China, multinationals, farma etc) zou het virus ontwikkeld hebben en op ons losgelaten. De veronderstelde doelen variëren van financiële zelfverrijking tot uitroeien van de wereldbevolking. Ook de koppeling met 5G wordt gemaakt.  Deze 10% “complot-denkers” zijn oprecht bezorgd en zien zichzelf als klokkenluiders en vermoeden nogal eens naïviteit en goedgelovigheid bij de grote, domme massa.

Ik ben klaarblijkelijk zo’n naïeveling. Op niveau II, waar de concepten schuld en onschuld serieus worden genomen, wil ik graag de spelregels volgen die we met elkaar hebben afgesproken. Belangrijkste spelregel is dat iemand, of dit nu een persoon of een collectief betreft, onschuldig is totdat de schuld bewezen is. De bezorgde 10% meent overal bewijs te zien plus allerlei verbanden die door de andere 90% over het hoofd worden gezien. Waar het gaat over het al dan niet echt bestaan van het virus hebben we op niveau II afgesproken de regels van de wetenschap te volgen. Op dit gebied ben ik geen totale leek, ik mag mezelf doctor in de farmacie noemen, en constateer ik dat de vele berichten die circuleren op social media niet veel houtsnijden. Waar het vermeende samenzweringen betreft lijkt het me met, wat ik beschouw als common sense, onvoorstelbaar dat er een geheim boos plan bestaat waar vervolgens talloze mensen en partijen aan mee zouden werken om bijvoorbeeld de wereldbevolking te decimeren.

Op niveau II worden ook denkfouten gemaakt. Een bekende denkfout is ‘generaliseren’. Voorbeeld hiervan is het spreken over ‘de corrupte farmaceutische industrie’. Ik heb zo’n 25 jaar binnen deze industrie gewerkt (nu overigens niet meer). Ik voel me niet geroepen om ‘de farmaceutische industrie’ te verdedigen. Hiervoor geldt hetzelfde als alle andere bedrijven: men wil er graag winst maken. Binnen farma ligt dit echter wat gevoeliger omdat het geld verdiend wordt binnen de gezondheidszorg en daar ligt het algemeen geldende principe van vraag en aanbod wat gevoelig. Als we dit met ons allen absoluut niet willen dan moeten we farma uit de commerciële sector halen, maar dat is een andere discussie. Het punt dat ik hier wil maken is dat er meer- en minder ethische managers en medewerkers zijn binnen farma. Het zijn net mensen. Juist omdat we die vermenging hebben van gezondheidszorg en commercie staat deze branche echter stijf van de controlemechanismen. En ja, we moeten alert zijn en we mogen vragen om schappelijke prijzen voor innovatieve geneesmiddelen. Maar nee, deze branche is niet intrinsiek kwaadwillend. Er werken talloze mensen die veilige middelen willen maken om mensen beter te maken. Dit geldt ook voor farmabedrijven die nu hun stinkende best doen om een werkzaam vaccin te maken. Moeten we ons dan maar allemaal kritiekloos laten vaccineren met het middel dat als eerst beschikbaar komt? Nee, natuurlijk niet. We mogen kritisch zijn op prijs en kwaliteit, ons informeren over de noodzaak van zo’n injectie en dan besluiten of we het middel al dan niet willen nemen.

Dan niveau I. Jezus leert ons dat we ons graag afgescheiden willen voelen van God, van de liefde, van de eenheid. Onze meest effectieve tool hierbij is het veroordelen van anderen. We willen bedreiging zien opdat we ons kwetsbaar, slachtoffer en aangevallen kunnen voelen. We projecteren dus gevaar en de vorm hiervan doet er niet toe. Het mag COVID-19 zijn, Rutte, Van Dissel, farma, Bill Gates of de schrijver van deze blog. Het helpt als we geen misverstanden laten bestaan over de intenties van ons ego. We zijn dol op vijanddenken.

Hoe maken we nu het onderscheid tussen deze twee niveau? Moeten we dan kritiekloos worden? Ons alles maar laten welgevallen? Of moeten we alles weglachen omdat het toch maar een droom betreft? Hier ligt niveauverwarring op de loer. Mij helpt het om angst en boosheid te zien als signaal. Ook voor mij geldt dat de vorm er niet toe doet. Zodra ik me irriteer aan Rutte, Van Dissel of aan een complot-denker heb ik vergevingswerk te doen. Ik heb er dan namelijk voor gekozen om de liefde de rug toe te keren en in de ego-vecht-modus te duiken. Daar kan niets anders uitkomen dan een verstekring van het gevoel van afscheiding. Zodra ik dit zie, druk ik op m’n interne pauzeknop en richt ik me naar ‘boven’, naar de Heilige Geest. Heer, Vader, Heilige Geest; ik wil geen afstand voelen, treed met Uw Liefde mijn geest binnen. En dan wacht ik. Ik wacht op genezing en heb gemerkt dat die altijd komt als ik werkelijk dat kleine beetje bereidwilligheid kan opbrengen om de situaties anders te zien en te kiezen voor vrede.

Is daarmee dan iedere actie op niveau II verder onnodig? Nee, zeker niet, zie bijvoorbeeld dit blog zelf. Waar ik angst meen te zien kan ik geïnspireerd worden om te praten of schrijven over virussen, farma, de overheid of wat dan ook. En ik mag leren dat broeders en zusters op niveau II dingen heel anders zien dan ik. Als ik hun uitingen als aanval zie heb ik vergevingswerk te doen. Mijn tip is dan ook slechts om de triggers te herkennen: boosheid, je aangevallen of kwetsbaar voelen. En de gouden tip, zoals altijd, is om hiermee naar de liefde te gaan. Laat deze liefde je vervolgens inspireren om te zeggen en schrijven wat je wilt. Op niveau II kunnen we ons vergissen maar op niveau I kunnen we niet anders zijn dan het totaal schuldeloze Kind van de Liefde.

De gelukkige droom, het vrederijk!

We willen wakker worden en niet langer dromen. Het lijkt dus een handige keuze om de droom niet serieus te nemen. Om weer te gaan lachen om dat nietig, dwaas idee. In ECIW wordt onze droom voorgesteld als een nachtmerrie en onze wereld als een soort hel waar we voor gekozen hebben om de ellende van de afscheiding te ervaren. Het is dus niet zo gek dat we wakker willen worden en niet langer deze ellende meemaken. We willen wakker worden. Ik wil wakker worden. Ik ga de Cursus doen om wakker te worden. Ik, ik, ik.

De ik die in actie wil komen om wakker te worden is helaas onderdeel van de ellende, van de droom. Het is de doener die meent de huidige wereld niet te willen en daaraan iets te kunnen gaan doen. Het is de doener die z’n best doet om zichzelf uit te willen gummen om zo weer de eenheid te kunnen ervaren. Het is de man in het moeras die spartelt om los te komen. Het is het hondje dat zijn eigen staart probeert te vangen. Het is ook degene die het allemaal goed meent te weten en die, zelf speler in de duale droomwereld, het geloof in deze droomwereld stellig ontkent en anderen wijst op de duale ontsporing van hun geloofssysteem. Deze dappere strijder wil er alles voor doen om direct terug te keren in de hemel.

Geïnspireerde boeken als de Bijbel, ECIW en Een Cursus van Liefde (ECvL) geven ons allemaal een ogenschijnlijk minder verheven doel. Ze wijzen op een soort tussenfase en noemen deze: het duizend jarig vrederijk, de gelukkige droom/de nieuwe wereld of de ‘elevated form of Self’. Vanmorgen las ik een stukje over dat duizend jarige vrederijk dat in het laatste Bijbelboek openbaringen wordt genoemd (zie christenzijn.nl). Natuurlijk en helaas klinkt er in de tekst ook dreigende ego-taal door maar toch een paar citaten:

Maar na dit alles zal Jezus Christus terugkomen, samen met de legerscharen van de hemel, en dan breekt er een heerlijke, genezende tijd aan op aarde. Dit is het begin van een periode van duizend jaar vrede, wat het duizendjarig vrederijk wordt genoemd. Het duizendjarig vrederijk is een tijd van vrede en harmonie op aarde, waar Jezus en de heiligen heersen in gerechtigheid. Het is een tijd van herstel, waarin de wereld gereinigd wordt van al het kwade. In Jesaja 65:20-25 kun je een uitgebreidere beschrijving vinden van de wonderbaarlijke harmonie die deze tijd zal kenmerken. Niemand zal een ander uitbuiten, niemand zal stelen of moorden. De gehele aarde zal bestuurd worden door Christus, Zijn bruid en de martelaren. (Openbaring 20:4) Hun heerschappij zal rechtvaardig zijn en nauwkeurig volgens Gods wetten. Het zal zó op aarde worden, als God het vanaf het begin bedoeld heeft. Een paradijs van vrede, gerechtigheid en blijdschap. Een schepping in volkomen harmonie met haar Schepper. De mensen zullen veel langer leven dan nu het geval is. (Jesaja 65:20) Zelfs de dieren zullen elkaar niet meer doden voor voedsel; alle zullen gras en planten gaan eten. (Jesaja 65:25)

Wij als ECIW-studenten kunnen ons maar moeilijk een voorstelling maken van de gelukkige droom of van de nieuwe wereld. ECvL gaat hier verder op door, maar daar gaat het nu niet om. Waar het me wel om gaat is wat nu eigenlijk onze functie is in het wakker worden uit de nare droom. Zoals gezegd helpt het niet echt om te gaan ploeteren, oordelen of ons terug te trekken uit de wereld. ECIW moedigt ons aan om hier onze vergevingslessen te doen en om waarlijk behulpzaam te zijn. Alle boeken tonen ons de weg van de omarming van onze naasten, de weg van de heilige relatie. In het verlengde van ECIW en ACvL wordt ook in onze tijd steeds meer gewezen op onze functie in de huidige roerige tijden. Zie bijvoorbeeld http://journey.cocreatingclarity.org/.

Noch ECIW noch ACvL maken daarmee de gelukkige droom “echt”. Ook het duizendjarig vrederijk uit de Bijbel bestaat nog in ruimte en tijd. Alle boeken laten zien dat het niet onze opdracht is om direct de hemel in te willen springen op basis van een juist non-duaal geloof. Onze weg is er een van openheid, vertrouwen, ware ontkenning, overgave, stromende liefde. We hoeven niet bang te zijn om hiermee de illusie echt te maken. Dat de wereld van afscheiding niet eeuwig en grenzeloos is dat ‘weten’ we nu wel, maar pas in de omarming volgt de ervaring van levende liefde en mysterieuze verbondenheid. En dan. De laatste stap is aan God. Dat wisten de auteurs van de Bijbel ook al. Op christenzijn.nl wordt het als volgt beschreven:

Hoewel het Duizendjarig Vrederijk een tijd zal zijn van leven in vrede en gerechtigheid, is het niet Gods uiteindelijke doel voor zijn schepping. Satan werd wel gebonden, maar niet volkomen verdelgd. Ondanks de wonderbaarlijke vrede en harmonie op aarde, is deze nog steeds niet perfect in Gods ogen, omdat zij nog steeds de eeuwige smet van de zonde draagt.

(Oftewel; we blijven nog lang te maken krijgen met geloof in afscheiding en ego-motieven)

Maar dan is eindelijk de maat vol, dan is de tijd van Satan voorbij….Dit luidt het einde in van het duizendjarig vrederijk, het is de laatste gebeurtenis voor het laatste oordeel plaatsvindt; de tijd niet meer bestaat en de eeuwigheid begint.

Ik sluit graag af met Werboekles 168(3)

Vandaag vragen we God om de gave die Hij uiterst zorgvuldig in ons hart heeft bewaard, waar zij op erkenning wacht. Dit is de gave waarmee God Zich naar ons toebuigt en ons opheft, waarbij Hij Zelf de laatste stap van de verlossing zet. Alle stappen, behalve deze, leren we, door Zijn Stem onderwezen. Maar tenslotte komt Hij Zelf en neemt ons in Zijn Armen en veegt het spinrag van onze slaap weg. Zijn gave van genade is meer dan slechts een antwoord. Zij brengt alle herinneringen terug die de slapende denkgeest vergat, alle zekerheid omtrent wat de betekenis van Liefde is.

Foute en correcte visie?

Lezers van mijn berichten weten dat ik schrijf over verschillen in de visie van The Foundation for Inner Peace (FiP) en die van The Circle of Atonement (CoA). Ik schrijf ook over de kritiek die er vanuit FiP-kringen bestaat over A Course of Love. Graag wil ik hier iets over kwijt.

Het is niet mijn intentie om uitspraken te doen over wie er “gelijk” zou hebben of wat de “juiste” visie zou zijn. Woorden kunnen sowieso niet meer doen dan wijzen naar een waarheid die niet conceptueel is, dus niet met woorden te duiden. Een welles-nietes discussie kent alleen maar verliezers in de zin van broeders en zusters die versterkt worden in hun geloof dat we de waarheid in woorden zouden kunnen vangen.

Waarom schrijf ik dan over deze verschillen? Ten diepste schrijf ik over vreugdevolle ontdekkingen die ik mocht ervaren. Eerst genoot ik, tien jaar terug, van de bevrijding van een klassiek Godsbeeld door Een Cursus in Wonderen (ECIW). Dit dank ik vooral aan leraren uit de FiP hoek, zoals Ken Wapnick. Na deze bevrijding merkte ik dat verdere bevrijding mogelijk was door aandacht te geven aan aspecten die minder- of op een bepaalde manier belicht worden door deze schrijvers. Vanuit mijn directe studie van ECIW merkte ik dat de uitleg vanuit FiP hoek met regelmaat zich primair richtte op ontkenning. Dezelfde ontkenning van de werkelijkheid van grenzen (tussen God en mij of tussen mij en anderen) die eerst zo bevrijdend was, bleek te kunnen gaan knellen indien vergeten wordt aandacht te houden voor het mysterie van uitbreiding van Liefde middels de Schepping.

Anders gezegd: het ontkennen van grenzen is behulpzaam maar als dit doorslaat in ontkenning van het mysterie van schijnbare meervoudigheid in de eenheid (Schepper en Schepping/ Schepselen, Broeders, Heilige Geest, de Heilige Relatie, de gelukkige droom, de nieuwe wereld etc) dan is er kans op het ontstaan van een nieuw en dor geloof. Ik noemde dit verstandelijke verlichting of doorgeschoten non-dualisme. Nadat ik deze mentale ontsporing zelf ervoer en ontdekte dat deze niet inherent is aan ECIW zelf, ontdekte ik de uitingen van CoA. Deze groep wees op de eenzijdige aandacht van FiP op eenheid en gaf weer meer ruimte aan het mind-blowing mysterie van de Schepping: uitbreiding, expressie en individuatie met behoud van eenheid. Dit vervulde me met grote blijdschap en ik wilde niets liever dan deze blijdschap delen met mijn broeders en zusters. Ik zie A Course of Love (ACOL) ook als geïnspireerde uiting van de liefde om de balans tussen hoofd en hart weer te herstellen. Het legt de nadruk op de scheppende expressie van liefde, op verbinding en op het wonder van de relatie.

In de afbeelding probeer ik de eenheid van waarheid en liefde uit te beelden. Vanuit FiP perspectief worden CoA- en ACOL-uitingen als minder zuiver of zelfs duaal gezien. Vanuit ACOL-perspectief is vooral de FiP visie doorgeschoten en daardoor abstract, verstandelijk en dusdanig naar binnen gericht (focus op “inner peace”) dat er onvoldoende recht wordt gedaan aan de expressieve uitbreidingskracht van Liefde die zich toont in creatie en verbinding. Is de ene visie fout en de andere correct? Nee, het is een kwestie van accenten en het is mijn stellige overtuiging en ervaring dat de juiste balans tussen “mind” en “heart” de meest vruchtbare voedingsbodem vormt voor zowel ECIW als ACOL.

Hartegroet,

Simon

Is “A Course of Love” in strijd met ACIM?

Als ik iets schrijf over A Course of Love (ACOL) volgt er steevast een reactie van een medestudent die zelf het boek niet gelezen heeft maar verwijst naar de mening van Bob Rosenthal, een directielid van The Foundation of Inner Peace (FiP), of naar Gary Renard die overigens ACOL zelf ook niet gelezen heeft maar de mening van Bob kopieert.  Bob valt vooral over termen als “The elevated form of Self” en “The Christ in you is wholly human and wholly divine”. Op grond hiervan verwijt hij ACOL een dualistische visie en ziet hij een tegenspraak met A Course in Miracles (ACIM)). Zijn kritiek verrast me niet. De FiP propageert een eenzijdige interpretatie van ACIM. In deze interpretatie wordt vooral aandacht besteed aan de ontkenning van elke vorm van differentiatie. Dit is terecht voor zover het ons geloof in de echtheid van grenzen betreft en het is inderdaad een belangrijk doel van ACIM om dit geloof te vergeven. Vertegenwoordigers van FiP blijven soms hangen in deze ontkennende fase. Ze noemen anderen en de wereld een illusie, de HG een tijdelijke herinnering aan het Goddelijke en het helpen van anderen een gevaarlijke misvatting. Verstandelijk gezien is dit begrijpelijk; er zijn immers geen van ons afgescheiden anderen of een van ons afgescheiden HG etc. Het is echter een halve waarheid.

De eenzijdigheid van deze verstandelijke visie is gecorrigeerd door die andere grote vereniging, The Circle of Atonement (CoA). Deze groep publiceerde de volledige, ongecensureerde versie van ACIM, dus inclusief de “duale” tekstdelen die “niet pasten” in de visie van FiP. Vanuit FiP werden de uitingen van de CoA dan ook flink tegengewerkt. Auteurs van CoA laten zien dat de Schepping een mysterie is. Dat er sprake is van meervoud (Broeders) en van de HG als eeuwige schepping van God en van God als onze Vader. CoA maakt de illusie van een afgescheiden lichaam of een afgescheiden wereld niet echt maar trapt niet in de uiterst duale valkuil om afstand te willen nemen van het mysterie van “in onbegrijpelijke eenheid verbonden schepselen”. Wij kunnen het met ons verstand niet begrijpen dat er sprake kan zijn van schepselen, entiteiten, broeders, een wereld, vormen, het aanbieden van wonderen, Vader en Kinderen enzovoort en dit alles in eenheid.

Vanuit dit onbegrip wordt door FiP-auteurs iedere verwijzing naar het mysterie van schepping afgedaan als een voorlopige waarheid. Jezus gaat zogenaamd voor ons op zijn geestelijke hurken zitten totdat wij zover zijn om de abstracte, platte versie van de eenheid te accepteren en op te gaan in die deze ongedifferentieerde eenheid. Dit geloof leidt helaas snel tot zelfgerichtheid, focus op innerlijke vrede, ontkenning van lichaam en wereld, weigering uiting te geven aan liefde in de illusoire wereld etc. CoA heeft gelukkig de complete versie van ACIM gepubliceerd en de verstandelijke ontsporing van FiP-auteurs aan de hand van ACIM helder weerlegd (zie: One Course, Two Visions).

In ACOL grijpt Jezus zelf in om onze mentale omgang met ACIM te corrigeren. Hij nodigt ons uit om ons hart te openen voor de Liefde en om daarna deze Liefde door ons heen te laten stromen opdat ze tot expressie kan komen, zelfs in deze fysieke wereld. Vanuit FiP wordt uit monde van Bob hierop natuurlijk op allergische wijze gereageerd. “Het Goddelijke kan zich op geen enkele wijze verbinden met de droomwereld!’ Er is dus weer geen oog voor dat mysterie. Ons blauwe boek is zelf een uiting in de vorm, bedoeld om ons te helpen maar het maakt hiermee de illusie niet tot waarheid. Liefde is gelukkig niet zo bang voor onze wereld van vormen als FiP-aanhangers. Liefde komt vrijelijk tot expressie en schrikt er niet voor terug om een heerlijke nieuwe betekenis te geven aan op zich neutrale vormen die wij misbruikt hebben om ons geloof in afgescheidenheid te bestendigen.

In ACOL probeert Jezus woorden te vinden voor het mysterie, voor dat wat niet met woorden gezegd kan worden. Daar ben ik hem dankbaar voor. Scheppen is “in relatie staan met”. Het mysterie van de schepping, eenheid in verscheidenheid, weerspiegelt zich in relaties. Dit is niks nieuws, denk aan het mysterie van de Heilige Relatie in ACIM; relatie suggereert meervoud en heilig suggereert enkelvoud. Onbegrijpelijk maar waar. Ik ben Jezus dankbaar voor zijn bereidheid om onze mentale blokkades te omzeilen en voor zijn uitnodiging om, al lezende in ACOL, ons met hem te verbinden in zo’n heilige relatie. Hierin mogen we zelf ontdekken dat “The Christ in us is wholly human and wholly devine”. Ik zie ACOL niet als een duale knieval voor beginners maar als correctie voor mentaal gefixeerde ACIM-studenten. Het brengt ons terug naar het mysterie dat makkelijk verstaan wordt door ons hart maar onbegrijpelijk blijft voor ons verstand.

Ik voorzie dat dit schrijven kan leiden tot reacties van ACIM-studenten. Daarom wil ik me nu al verontschuldigen voor de wat ongenuanceerde wijze waarop ik FiP hier neerzet. De uitingen van FiP waren en zijn hard nodig om ons klassiek christelijk geloof te corrigeren. En de Heilige Geest gebruikt ook ons dierbare blauwe boek om mensen te bereiken en te inspireren met liefde. Als we ACIM niet langer selectief lezen maar integraal tot ons nemen dan volgt, na de verstandelijke ontkenning van de illusie en na het openen van ons hart, de inspiratie door de liefde. En deze liefde drukt zich op talloze manieren liefdevol uit in onze wereld. Daar ben ik dankbaar voor. Dus, lieve lezers, ontzeg jezelf ook niet het lezen van ACOL op basis van de mening van zogenaamde ACIM-autoriteiten. Lees, desgewenst, het boek zelf en ontmoet Jezus hierin.

Opmerking: Het is niet m’n bedoeling iemand te overtuigen van de waarde van ACOL. Dit schrijven is bedoeld om vermeende blokkades op te ruimen. Ik ga dolgraag in gesprek met mensen die ACOL aan het lezen zijn maar acht het niet zinvol om nog uitgebreider te reageren op broeders en zusters die een mening hebben gevormd over ACOL aan de hand van uit het verband gehaald citaten of meningen van anderen.

Hartegroet,

Simon