Vraag 5: Hoe kom ik toch af van dat hardnekkige ego?

Toelichting: Dit thema keert met regelmaat terug tijdens bijeenkomsten en in Facebook-groepen. We menen een strijd te voeren tegen het ego en hopen deze strijd uiteindelijk te winnen.

 

Overwegingen: Vanuit ons geloof in afgescheidenheid gezien, dus vanuit ons duale gezichtspunt, lijkt er sprake te zijn van twee tegengestelde krachten. Aan de ene kant is er het ego dat ons wil verleiden om ons te blijven identificeren met de droomwereld. Aan de andere kant is er dan de Stem van de Heilige Geest die ons uitnodigt om onze waarneming te laten corrigeren zodat we weer meer besef krijgen van ons ware Zelf. Wij zitten als het ware tussen deze twee kampen in. Cursusleraren beschrijven onze positie als die van “de keuzemaker”. Naar wie zullen we gaan luisteren, naar het ego of naar de Heilige Geest?

De terminologie die uitgaat van keuzemaker, ego en Heilige Geest kan zeker behulpzaam zijn. Toch is het goed om de metafysica van de Cursus helder voor ogen te houden. Door onszelf namelijk te identificeren met de keuzemaker kan het gemakkelijk gebeuren dat we het ego gaan zien als een op zichzelf staande kracht die ons tegenwerkt. We maken het dan, anders gezegd, tot een externe factor die ons bedreigt en we reduceren onszelf dan automatisch als potentieel slachtoffer van zijn listen en bedrog. Maar er zijn niet drie van elkaar gescheiden partijen in deze kwestie. We hebben beelden gevormd van een zelf als keuzemaker, een vervelend ego en een vriendelijke Heilige Geest. Hiermee kunnen we uit het oog verliezen dat niemand de Zoon van God verleidt dan Hijzelf. Wijzelf, als Zoon van God,  kiezen ervoor om het spel van afscheiding te spelen, te projecteren en de beelden die we maken serieus te nemen. Het is en blijft dus onze keuze en we zijn nooit en te nimmer slachtoffer van iets of iemand buiten ons. Ofwel:

Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie. <Wb 31>

Evenmin is de Heilige Geest een wezen dat los van ons staat. Wij zijn in eenheid met Hem verbonden (zie ook vraag 6). Hij is de kracht van onze eigen liefde die ons terugvoert naar de herinnering van wie we zijn als we stoppen met het serieus nemen van onze geprojecteerde maaksels. Wij zijn het dus die onszelf voor de gek wensen te houden en deze zelffopperij noemen we gemakshalve “ego”. Wij zijn het ook die toch wel weer besef willen hebben van onze ware identiteit en onze terugroepende kracht is de Heilige Geest.

Waarom is dit belangrijk? Zolang we ons slachtoffer voelen van het ego hebben we onze sleutel uit handen gegeven. We voelen ons speelbal van krachten buiten ons. We hopen maar dat de Heilige Geest ons te hulp zal komen zodat we niet al te lang die terreur van het ego hoeven te ondergaan. Zo is het dus niet. We zijn van niemand anders afhankelijk dan van onze eigen bereidheid om niet langer als doenertje te willen strijden en vechten. Want dát is onze verborgen agenda: wij willen winnen met behulp van God. Maar wij kunnen geen overwinning boeken, er is geen verlichtingsbuit te scoren. Wij zijn in onze Vader de alfa en de omega. Wij zijn al heel en compleet maar kiezen ervoor om anders te ervaren. Zo ook kunnen we kiezen om ons steeds meer en meer te herinneren door ons te openen voor de liefde die we zijn. Dat is onze weg van vergeving.

Moet ik eerst leren om meer van mezelf te houden?

Toelichting: ECIW gaat over het Zelf en over liefde en het lijkt dus voor de hand te liggen dat zelfliefde een belangrijke sleutel is voor zelfrealisatie. Het is ook een begrip dat ons aantrekkelijk in de oren klinkt.

Overwegingen: Een krachtige manier om ons niet verbonden te voelen met de wereld, anderen en onszelf is door het instrument “beschuldigen” te hanteren. Liefst beschuldigen we vanuit ons geloof in afgescheidenheid de zogenaamde anderen buiten ons. Dat kunnen onze naasten zijn, de farma-industrie, de boeren, politici of zelfs de president van Amerika. Zij zijn dan de schuldigen aan allerlei ellende en ze lijken ons boos en verontwaardigd te kunnen maken. ECIW leert dat dit zogenaamde projecteren van boosheid een manier is om ons geloof in afgescheidenheid heel écht te laten voelen. We projecteren daarbij de schuld op anderen maar we kunnen deze ook op vermeende slechte eigenschappen van onszelf projecteren. Dan vinden we onszelf slecht, minderwaardig, traag, dom, lelijk, onaardig, oneerlijk en ga maar door. De vormen van zelfbeschuldiging zijn haast eindeloos. Maar onder de streep komt het beschuldigen van anderen of onszelf op hetzelfde neer: er is een schuldige dus moet de afscheiding wel hebben plaats gevonden.

Ik behoor in de droom tot de categorie mensen die vooral zichzelf beschuldigen. Psychologen zouden samen met mij op zoek gaan naar oorzaken hiervan in mijn jeugd. Mijn vader was een autoritaire man, beroepsmilitair, met duidelijke beelden van goed en fout. We moesten gehoorzaam zijn, eerlijk, hardwerkend en beleefd. Papa’s oordeel was natuurlijk erg belangrijk voor de kleine Simon. Ik werd een pleaser en een expert in het interpreteren van de mimiek van mijn vader. Was hij blij met me of zag ik een eerste teken van afkeur en irritatie op zijn gezicht? Ik wilde het zo dolgraag goed doen om zo zijn liefde en waardering te mogen ontvangen. Zo’n uiterlijk gedragspatroon dat je als kind ontwikkelt kan uiteindelijk als een soort standaardprogrammering verankerd raken in je lichaam. Dat merk ik inderdaad nog steeds. Als een situatie niet helemaal verlopen is zoals ik had gehoopt dan is mijn eerste vraag: “wat heb ik fout gedaan?”. Ik ben wel eens jaloers op mensen die in eerste instantie de vinger op anderen richten. Een ander beschuldigen voelt voor mij minder vervelend dan mezelf beschuldigen.

Dat zoeken van de oorzaak van huidige trauma’s in onze jeugd kan resulteren in een beschuldigende houding richting onze opvoeders. Dit lijkt in eerste instantie wat verlichting te bieden maar, zoals gezegd, we houden ons geloof in dualiteit hiermee in stand. Binnen de niveau I werkelijkheid zijn we allemaal onschuldige Kinderen van de ene Vader, zowel onze aardse ouders als onszelf. Als we boosheid koesteren jegens hen dan help dit niet om ons in eenheid met onze ouders verbonden te voelen.

Maar terug naar mijn neiging tot zelfverwijt, zelfbeschuldiging en schaamte. Mogelijk herken je jezelf in deze neiging. Helpt het nu om ons bezig te gaan houden met het leren van zelfliefde? Ja en nee. “Ja” in de zin dat het zelfs op het niveau van onze II werkelijkheid handiger is om onszelf oké te vinden en onszelf niet te geselen met beschuldigingen. Maar “nee” als we doorslaan richting narcistische zelfgenoegzaamheid. We zijn namelijk noch een waardeloos zelf noch een waardevol zelf.  We zijn helemaal geen afgescheiden wezentjes waar een etiket opgeplakt zou kunnen worden. Elk oordeel, zowel negatief als positief, is misplaatst voor een Zoon van God en dat geldt net zo goed voor onze ouders als voor onszelf. Als we investeert in zelfverbetering en na enige tijd tevreden zijn over het resultaat dan blijven we geloven in de waarde van ons oordeel over ons droom-zelf. We hoeven niet op duale wijze een zelf lief te hebben waar we beoordelend naar zou kunnen kijken. We zijn die liefde.

Nu even praktisch. Wat moeten we dan doen als we weer eens zo streng zijn voor onszelf? Ook hier weer het advies om gevoel te krijgen voor wat het boos-zijn doet binnen onze denkgeest. Zie, maar vooral, voel hoe we een denkbeeldige innerlijke splitsing erger maken naarmate we bozer zijn op onszelf. Het is een bizarre situatie waarbij er sprake is van een soort gespleten zelf: de ene helft lijkt erg op die strenge ouder van vroeger en die andere helft is het stoute kind dat fout zou zijn. Hoe zou het zijn om gewoon eens te stoppen met dat zelfverwijt? Kijk hoe dat voelt. Merk op dat het haast ongepast lijkt om zo maar in eens niet langer boos te zijn op onszelf. Raar hé? Het is niet fijn om ons schuldig te voelen en toch houden we eraan vast. Weet je hoe dat komt? Omdat we onbewust willen vasthouden aan die rare illusie van tweeheid. Blijf stilstaan bij die aarzeling om je zelfverwijt zomaar los te laten en nodig onze liefdevolle Vader uit om je hart te vullen. Laat de liefde binnenstromen ook al voelt dit haast onverdiend. Deze liefde is tevens kracht en in staat om de donkere wolken van zelfbeschuldiging uit onze denkgeest weg te blazen. Open je voor die zachtheid en geniet van die liefde.

Maak ik de illusie écht als ik anderen probeer te helpen?

Toelichting: Deze kwestie kwam al eerder aan de orde maar is belangrijk genoeg om nogmaals te noemen.

Overwegingen: Het is weer behulpzaam om bedacht te zijn op het fenomeen niveauverwarring. Gewoonlijk denken en praten we dus zonder dat we in de gaten hebben dat we ons beperkte niveau-II verstand op de troon gezet hebben. Ons kleine zelf is dan het “ik” dat aan het woord is. Dit zelf gelooft in afscheiding, in kwetsbaarheid, ellende en ziekte. Als we nu bang worden van het leed dat we menen te zien en op onze eigen en beperkte manier zogenaamd afgescheiden en hulpeloze medemensen willen gaan helpen dan maken we hiermee inderdaad onze droom alleen maar echter voor onszelf. We geloven dan namelijk dat anderen écht in nood kunnen zijn. Het kan niet anders dan dat we dan hetzelfde mogelijk houden voor onszelf. We geloven dan dus in de dualiteit.

Wat moeten we dan? Een bekende en gerenommeerde cursusleraar, Ken Wapnick, schat het “gevaar” van het echt maken van de illusie zo hoog in dat hij adviseert om uiterst terughoudend te zijn. “Hoed u voor de weldoeners” is zijn waarschuwing. Toch moeten we dit niet als nieuw dogma gaan koesteren. ECIW geeft immers nooit gedragsregels maar nodigt ons uit om onze motieven te onderzoeken. Wie is onze raadgever? Handelen we vanuit geloof in afgescheidenheid (vanuit ons ego) of handelen we geïnspireerd door de Stem van de Heilige Geest? Als wij namelijk een broeder in droomnood zien en ons in stilte keren naar de Heilige Geest dan kan deze ons zonder enig probleem vragen om de liefde voor die ander uit te drukken in de vorm. Als iemand dreigt te verdrinken dan werpen we zonder aarzeling een reddingsboei toe, ook al kan de Zoon van God niet sterven. Ken Wapnick is daar gelukkig ook heel helder in als hij adviseert om toch vooral “normaal” te blijven doen.

Ik vrees dat de ongetwijfeld goedbedoelde waarschuwing van deze leraar zijn doel in cursusland voorbij geschoten is door onze neiging om zijn woorden te verheffen tot richtlijnen voor gedrag. Hij zag zelf ook dat gevaar toen hij zei dat je beter geen cursusstudent kunt vragen om je te helpen als je ziek bent. Je zou dan namelijk makkelijk een koud en afstandelijk antwoord kunnen krijgen. Ik vind de kwestie te pijnlijk om hierover te lachen. Als we pijn en ziekte serieus nemen zouden we toch juist een medestudent moeten bellen? Iemand die ons vanuit liefde en vanuit contact met de Heilige Geest precies kan geven wat we nodig hebben. Of dat nu een passend woord of een daad is; het zal uiteindelijk behulpzaam blijken om het geloof in ziekte in de denkgeest et genezen. En waarom zouden we dan bang zijn om de droom echt te maken? We mogen overstromen van liefde en ook middels ons lichaam werkelijk behulpzaam zijn in de droom zodat een ander deze liefde ook leert kennen. Ons lichaam is een communicatiemiddel. In dienst van de liefde is het prima geschikt om de schoonheid van verbondenheid te tonen.

Ik wil je uitnodigen om eens iets te lezen over de ontstaansgeschiedenis van ECIW. Het is erg verhelderend om te zien wat Jezus vraagt aan Helen Schucman, de psychologe die zijn woorden heeft opgeschreven. Hij vraagt haar niet alleen om het wonder te ervaren van haar gecorrigeerde perceptie maar ook om de liefde soms heel praktisch in de droomwereld te laten stromen en daarmee wonderen aan te bieden. Willen wij ECIW neerzetten als een zelfgerichte visie waarbij studenten zich distantiëren van het “normale” leven? Dat brengt me bij de volgende vraag.

 

Zijn andere mensen niet meer dan mijn projectie?

Toelichting: ECIW leert dat de wereld die we menen te zien slechts mijn projectie is. Deze wereld lijkt bevolkt door zo’n 7 miljard aparte mensjes. Het kan dus als we zo redeneren haast niet anders dan dat ik die andere mensen bedacht hebt, ze zijn dus niet echt.

Overwegingen: Ook bij het nadenken over deze kwestie moeten we opletten dat we niet in de valkuil van niveauverwarring trappen. Gezien vanuit niveau I klopt het dat we wereld en al haar inwoners een projectie zijn. Het is ook juist dat onze ware identiteit die van de Zoon van God is, een term die ook thuishoort op dit niveau I. Maar als wij vanuit ons niveau II dingen gaan zeggen als: “jij bent mijn projectie” dan is onze blinde vlek dat wij dit zeggen vanuit geloof in ons kleine zelf. Hiermee zetten we de boel flink op z’n kop. “Jij” bent namelijk niet de projectie van mijn kleine zelf. Als we dat geloven dan zit er een verkapt geloof in dualiteit in verborgen. Onbewust geloof ik dan dat ik als afgescheiden wezentje een ander afgescheiden wezentje (jij) projecteer. Sterker nog, ik kan menen dat ik als klein zelf de hele wereld projecteer. Je versterkt hiermee dus je geloof in tweeheid. Je hebt jezelf losgekoppeld van dat wat je ziet en de vruchten die je hiermee zult plukken zijn die van afstandelijkheid, superioriteit, passiviteit en onverschilligheid.

Hoe het dan wél precies zit laat zich minder makkelijk uitleggen met behulp van mijn beperkte verstand en met woorden en concepten die allemaal thuis horen op dat niveau II. Gelukkig blijkt ook hier vergeven de sleutel te zijn. Voel wederom wat het met je doet als je de ander als projectie van jezelf ziet. Voel je de denkbeeldige kloof eerder toenemen dan afnemen? Voel je de vervreemding? Breng dan dit geloof naar de Heilige Geest:

“Lieve Heer, ik merk dat ik door anderen als projectie van mezelf te zien juist een afstand tussen ons ervaar. Dit wil ik niet. Help me om me juist verbonden te voelen met mijn broeders en zusters. Laat ik zwijgen zodat de liefde de denkbeeldige ruimte tussen ons kan vullen. Ik dank u dat in deze stilte ik besef krijg van die wonderbaarlijke verbondenheid. Ik dank u dat wat ik met mijn verstand niet kan bevatten, voelbaar is in het diepst van mijn wezen. Wat een mysterie dat ik in de verbinding met die ander onze eenheid mag ervaren. Wij zijn één, doch ik ben nooit alleen.”

Eerder (zie: De onbegrijpelijke werkelijkheid (niveau-I)) schreef ik over dit mysterie: Er wordt in ECIW in meervoud gesproken over “Zonen” maar toch is er maar één Zoon. Zonder dat we het zelf weten zijn we in onze droom schuldeloos arrogant. We menen dat we alles kunnen bespreken en dat we, met het blauwe boek in de hand, precies kunnen uitleggen hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. Ooit hoorde ik een mooie uitspraak over dit fenomeen.

“De werkelijkheid is geen puzzel die opgelost kan worden maar een mysterie dat geleefd mag worden”.

 

Is het de bedoeling van ECIW dat we de wereld die we zien niet langer serieus nemen?

Is het de bedoeling van ECIW dat we de wereld niet langer serieus nemen

<Voor pdf klik svp op bovenstaande link>

Hier alvast een voorproefje:

..Studenten kunnen menen het allemaal wel te snappen als ze verstandelijk instemmen met het droomkarakter van de wereld. Ze roepen snel dingen als “het is toch maar een droom” of “er zijn geen anderen”. Er is echter nog steeds een rotsvast geloof in de echtheid van het eigen lichaam in de meest ruime zin van het woord: een begrensde entiteit in tijd en ruimte die het nu allemaal helemaal doorheeft. Het is echter een vorm van beperkt en verstandelijk begrip.

Hartelijke groet,

Simon

Vragen en antwoorden: waarom eigenlijk?

Goedemorgen!

Er zijn op internet genoeg sites te vinden met daarop antwoorden op de meest gestelde vragen over ECIW maar toch wil ik de komende periode een aantal kwesties nogmaals aandacht geven. In de vorige hoofdstukken van “Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW” heb ik geprobeerd duidelijk te maken dat het niet mogelijk is om vanuit ons beperkte droom-perspectief de juiste vragen te stellen of om te bepalen wat we zelf kunnen doen. Zowel ons voorstellingsvermogen, ons verstand en de woorden die we hanteren om ons uit te drukken zijn beperkt tot ons droomniveau van tijd en ruimte. De minst slechte benadering was om vast te stellen hoe we de illusie echter dreigen te maken (door ons spel van beschuldigen en oordelen) en wat we dan tenminste kunnen “doen” om niet van kwaad tot erger te geraken (vergeven).

Vanuit ons droomperspectief hebben we nauwelijks besef van het beperkte bereik van ons verstand. Ik noem dit “onze blinde vlek”. We menen dan dat we een heel redelijke vraag stellen en hebben niet in de gaten dat in die vraag allerlei aannames verborgen zitten. De belangrijkste vraag van dit werkje: “wat kan k doen” is hier een voorbeeld van. Deze vraag veronderstelt een echte “ik” (een zelf) die ook nog iets zou kunnen doen op droomniveau om te komen tot ontwaken. Dit terwijl ontwaken of zelfrealisatie een mysterieus gebeuren is waarbij doorzien wordt dat er geen afgescheidenheid bestaat. Een slimme student van de non-duale visie zou hierop direct de vraag kunnen stellen wie dit inzicht dan deelachtig zou kunnen worden. Een terechte vraag die niet te beantwoorden is maar waar wel glimlachend bij stilgestaan kan worden door “iemand” die dat nostalgische lied al weer wat beter hoort.

Maar nu dus toch ook hier aandacht voor vragen en antwoorden. Een betere titel zou in feite zijn: “vragen en blokkerende antwoorden”. Dit is namelijk vaak het punt. Ik wil proberen te laten zien hoe een ogenschijnlijk zeer correct non-duaal antwoord onze illusie van afgescheidenheid toch kan aanwakkeren. Het is niet mijn bedoeling om te vervallen in intellectuele haarkloverij. Het is wel mijn intentie om uit te nodigen tot toenemende fijngevoeligheid voor wat een bepaald geloof of bijgeloof met ons kan doen. Het is de kunst om stil te zijn en de subtiele innerlijke gevoelsbewegingen op te merken als we geloof hechten aan bepaalde denkbeelden. Ervaren we een toename van vrede en innerlijk geluk of nemen matheid en onverschilligheid de overhand? Gaan we bruisen van levensvreugde of vliegen eenzaamheid en zinloosheid ons naar de keel?

Aan onze ware identiteit zal dit alles niets afdoen of bijdragen. Die is eeuwig, onveranderlijk en liefdevol. Maar op onze weg van angstdroom naar gelukkige droom is deze fijngevoeligheid behulpzaam. Dit kan ons voorsorteren voor dat laatste besef van volmaaktheid. Dat moment waarop paradoxaal gezien wordt dat er helemaal niets gedaan hoefde te worden omdat er in werkelijkheid nooit iets verkeerd was gegaan. In ECIW staat het als volgt: <Txt 26 V (5)>

“Alleen in het verleden – een oeroud verleden, te kortstondig om een wereld te maken als antwoord op de schepping – leek deze wereld te verrijzen. Zo heel, heel lang geleden, en voor zo’n nietig korte tijdsspanne, dat niet één noot in het lied van de Hemel werd gemist. “

 

 

Leven vanuit de wonderstaat

Leven vanuit de wonderstaat

<klik svp op bovenstaande link voor openen pdf>

Vandaag het laatste hoofdstukje uit de serie “Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW”. Het gaat over die wonderlijk ervaring dat droombeelden waar we mee worstelen als sneeuw voor de zon verdwijnen wanneer we ze naar het Licht brengen. Daarmee komen we weer terug waar we zijn begonnen; bij die vraag “wat kan ik doen”. We mogen ons laten dragen door de kracht van de Liefde. Wonderlijk en wonderschoon.

Simon Schoonderwoerd

De kracht van Liefde

De kracht van Liefde

<Klik svp op bovenstaande link voor het openen van de pdf>

Goedemorgen lezer,

We zijn nu op het punt gekomen dat we kunnen zien en voelen dat we als klein zelf niets kunnen bijdrage aan het oplossen van de illusie een klein zelf te zijn. We kunnen niet over onze eigen schaduw heen springen. Hoe verdwijnt deze schaduw dan wel? Het antwoord is simpel: door naar het Licht te gaan.

Het is duidelijk dat een schaduw zelf niet naar het Licht wil. Dat betekent immers zijn einde? Maar juist in het Licht is er de herkenning van de ware Identiteit. We zijn de lichtstraal, de uiting van liefde.

Mooie dag gewenst, misschien zien we ondanks de regen en de wolken toch nog de Zon!

Simon

De rol van relaties bij onze studie van ECIW

De rol van relaties bij onze studie van ECIW

<Voor openen van dit hoofdstuk svp op bovenstaande link klikken>

Goedemorgen lezer,

Het bijzondere van ECIW is dat Jezus ons een middel biedt om ons geloof in afgescheidenheid helder te krijgen. Dit middel is “leren doorzien van speciale haat- en van speciale liefdesrelaties”. Zolang we alleen op de bank zitten kunnen we menen in innerlijke vrede te zijn. Maar zodra de buurman begint te boren, je partner tegen je zeurt, je baas kritiek levert of je kinderen zich weinig van je opvoedkundige tips aantrekken kan die innerlijk rust snel omslaan in wrevel of angst. Dit willen we niet. Waarom doet iedereen zo vervelend? Ik wil wel van jou houden maar dan verwacht ik ook waardering en liefde van jou!

We zien in relaties de ziekte in onze denkgeest weerspiegeld. Pijnlijk en confronterend, jazeker, maar voor wie dit pad echt wil gaan ook verhelderend en een mogelijkheid om ware vergeving te leren.

Fijne dag!

Simon Schoonderwoerd

Over liefdevol handelen en geven

Over liefdevol handelen en geven

<klik op bovenstaande link om het hoofdstuk te openen>

Goedemorgen lieve lezer,

Dit hoofdstuk uit de serie “Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW” gaat over liefdevol handelen. Hierbij een citaat om je een voorproefje te geven:

“Deze stromende liefde zal zich zelfs in onze niveau II droom willen uitdrukken. De vorm die ze daarbij kiest valt niet te voorspellen maar als ze geïnspireerd is door liefde dan zal het ongetwijfeld aan alle betrokkenen ten goede komen. Wij hoeven niet te gaan puzzelen óf en hoeveel geld we moeten geven aan een broeder die in de droom tekort lijkt te komen. Als liefde je vraagt om te geven en als angst je hierin remt dan breng je deze naar de liefde om genezen te worden. Wij hoeven ons totaal niet druk te maken over de vorm die via ons lichaam als communicatiemiddel zichtbaar wordt in de droom. Liefde maakt zich geen zorgen over zaken als “de illusie echt maken”. Alleen een verdwaasd ego is bang voor de echtheid van illusies. Liefde geeft zich zelf binnenste buiten omdat ze weet dat in dit geven de gever leert dat hij zelf die liefde is. ECIW zegt het zo mooi:

“Geven en ontvangen zijn in waarheid één <Wb 108>.”

Liefdevolle dag gewenst,

Simon Schoonderwoerd