Halve shift versus hele shift

Ben of heb ik een lichaam?  Weet God nu wel of niet van deze wereld? Zijn er anderen of ben ik alleen op de wereld en zijn de mensen die ik zie mijn projectie? ECIW-studenten lopen uiteindelijk tegen dit soort vragen aan. En, spoiler alert, een makkelijk te begrijpen “antwoord” is niet te geven maar gelukkig ook niet de bedoeling. Mij helpt het om tenminste enig gevoel te krijgen over deze kwesties. Of misschien beter uitgedrukt: een kleine herinnering, een glimp van een diepere en ongrijpbare waarheid.

Wat studenten van de non-duale visie in eerste instantie nogal eens gaan doen duid ik aan met achteruitlopen, ofwel dissociëren. Hierbij krijg je het gevoel dat je de onbewogen toeschouwer bent van bijvoorbeeld je lichaam, de wereld die je ziet en van andere mensen. Typerend voor deze fase is dat je blij bent ontdekt te hebben dat je een lichaam en gevoelens hebt maar niet bent. Metaforen die je hoort zijn die van toeschouwer zijn in een bioscoop of van boven het slagveld zweven.

Deze fase kan wat onhandig zijn als je erin blijft hangen. Je hebt als het ware de shift maar half gemaakt. Je meent dat je vordert en dat het goed is dat je pijn en ellende niet meer serieus neemt. Je redenering gaat ongeveer als volgt: “de Zoon van God is de fout in gegaan doordat hij vergat te lachen om zijn eigen projecties dus dan zal lachen om ellende wel een goede houding zijn”.

Als je echter heel zorgvuldig kijkt dan kun je opmerken dat het kan gebeuren dat je ongemerkt het geloof in afscheiding alleen maar sterker hebt gemaakt. Je raakt gedissocieerd van je lichaam, van de wereld, van anderen en van God en je denkt dat je hiermee vordert richting verlossing. Maar dat doe je niet. Het is eerder zo dat je radicaliseert en je geloof in afscheiding nog absoluter maakt. Je denkt dat je vanuit je hogere Zelf leeft maar de hoofdletter Z staat eerder voor een klein zelf met een spiritueel waterhoofd dan voor het begin van verlossing. Je hebt een halve shift gemaakt maar het middel (onthechting) is erger dan de kwaal. In de filosofie wordt gesproken van solipsisme. In ECIW-termen zou je kunnen zeggen dat je meent dat de wereld die je ziet de projectie is van je kleine zelf.

Hoe dan verder? Jezus’ weg is niet een weg van achteruitlopen en uitlachen maar van vereniging en liefde. Metafysica en werkboeklessen werken hand in hand om de vereenzelviging met dat kleine zelf los te weken. We hebben te leren dat de metafysische waarheden alleen gelden vanuit het perspectief van de Zoon van God maar niet vanuit ons kleine perspectief. Als Simon, en vul hier je eigen naam maar in, beweert dat hij niet zijn lichaam is, dat God niks van hem afweet of dat er geen anderen zijn (om bijvoorbeeld te helpen) dan maakt hij zijn geloof in afscheiding sterker. Hopelijk doe je dit jaar weer de werkboeklessen. Merk op dat eerst al de opvattingen van Simon, van het kleine zelf, ontmanteld moeten worden voordat de latere werkboeklessen op hun plaats kunnen vallen. Ik ga ze hier niet citeren maar lees eens achter elkaar de titels door van bijvoorbeeld de eerste 50 werkboeklessen. Zeer kort door de bocht zegt Jezus hier tegen mij: “Simon, jij snapt totaal niks van wat je meent te zien. Zwijg maar liever en plug in op mijn visie, kracht en liefde”.

Wat er kan gebeuren als je de Cursus echt doet en niet alleen doorleest is dat de vereenzelviging met het mannetje of vrouwtje dat je meent te zijn vermindert. Vergeving is niet hetzelfde als denken dat jij echt bent en jouw lichaam of de wereld nep. Vergeving is het doorzien dat de Zoon van God er voor kiest om een wereld van tijd en ruimte te bedenken en ervoor kiest om zich erin te verliezen middels een multipele persoonlijkheidsstoornis. Simon is een bewustzijnsvernauwing van de Zoon van God. Alles wat Simon onderneemt, denkt te snappen en denkt te bereiken gebeurt binnen die bewustzijnsvernauwing. Simon kan niet anders dan vanuit afscheiding iets beleven totdat hij zichzelf als het ware laat oplossen door vergeving, door liefde, Jezus, HG, de Vader. Met die kleine bereidwilligheid kan bij Simon het gevoel binnenstromen dat zijn perspectief ernstig vernauwd is. Met dat binnenstromen begint de volledige shift op gang te komen en begint er die universele ervaring te gloren dat ik mezelf als Zoon van God een loer draai. Ik, als Zoon van God, fop mezelf door al mijn zintuigelijke indrukken te interpreteren als bewijs van mijn afscheiding, voor het bewijs van de echtheid van het lichaampje Simon dat leeft in tijd en ruimte en daar probeert zoveel mogelijk te genieten en zo min mogelijk te lijden.

Als langs de weg van vergeving mijn blik verruimt dan daalt het besef in dat ik slechts mijzelf kan kruisigen. Nu wordt duidelijk dat God zichzelf niet alleen 2000 jaar geleden schijnbaar kruisigde in Jezus maar dat dit NU aan de orde is in Simon, in jou. We moeten dit Bijbelverhaal absorberen, naar binnen slurpen en “toepassen” op onze eigen beleving van onze droom in deze wereld. Je kunt steeds dieper en in elke vezel van je wezen gaan voelen dat je een verkozen droom droomt.

Als dit wonder gebeurt dan valt de bodem uit de vermeende echtheid van je afgescheidenheid. De pijn en je perceptie van een wereld waarin je slachtoffer meent te zijn verdwijnen als de contouren van je lichaam als het ware een stippellijn worden. Je krijgt er gevoel voor dat er los van jou als Zoon geen God bestaat die al dan iets van de wereld zou weten maar dat God door de ogen van zijn Zoon weet dat vergeving de droom van de kruisiging doet verdwijnen als sneeuw voor de Zon. Je spreekt nu niet meer over God als over een losstaande entiteit. Zo over God denken is denken vanuit de afscheiding. Hetzelfde geldt voor het denken over je Broeders vanuit afscheiding. Als door liefde en vergeving jouw grenzen vervagen dan vloei je als het ware over in de andere zogenaamde persoonlijkheden van de Zoons multipele persoonlijkheidsstoornis. Dit is vooralsnog onvoorstelbaar omdat wij ons slechts vanuit het perspectief van ons huidige geloof in afscheiding iets voor kunnen stellen.

Maar dit weet ik wel. We zullen de wonderlijke eenheid met onze Vader en onze Broeders niet ervaren middels een halve shift, een soort ultieme dissociatie. Als we onze projecties ontkennen dan ontkennen we de macht van de Zoon van God. De projecties en ons lichaam hoeven niet ontkend te worden want ontkenning suggereert “echt-maken”. Het is echt balanceren. Ware vergeving (de hele shift) kan leiden tot het doorzien van de hoax van de kruisiging en tot een waarachtig lachen. Maar lachen vanuit een halve shift kan de dissociatie en het gevoel van afscheiding juist versterken. Nadat je denkbeeldige contouren verzacht zijn kan het geloof in een bedreigende wereld verdwijnen en kan je opgelucht uitroepen dat God slechts een geheelde wereld ziet zonder leed. Maar in een vroegtijdig uitroepen dat God niks van jouw lijden weet koppel je de vergevende macht van liefde los van jouw ingebeelde leed en dat helpt je niet.

Ik besef dat bovenstaande woorden tekortschieten, dat ze verkeerd opgevat kunnen worden of zelfs tot defensieve reacties kunnen leiden. Vergeef me mijn onbeholpen wijze van uitdrukken, deze blog komt vanuit mijn hart en op dit moment kan ik mijn beleving niet nauwkeurig schetsen dan ik hierboven deed.

Op wonderlijke wijze met jou verbonden in het Zoonschap,

Simon

Advertentie

Metafysica in twee alinea’s!

De werkboekles van 19 januari zit bomvol duizelingwekkende metafysica. Lees als je wilt met me mee. Ik geef mijn ingevingen schuingedrukt weer.

Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten.

We springen direct het diepe in. De titel van deze werkboekles maakt korte metten met een mening die soms wat te gemakkelijk wordt geroepen. De mening: “er zijn geen anderen”. Laat de eerste vijf woorden van de titel eens goed doordringen: “Ik ben niet de enige”. De enige conclusie lijkt nu te zijn: “aha, er zijn dus toch anderen!” Maar dat gaat me ook te ver. Het punt is dat wij met ons verstand altijd denken in of-of termen. Of ik ben alleen of er zijn van mij onderscheiden anderen. Er zijn ook filosofen die denken dat ze alleen zijn en dat zelfs de mensen die ik meen te zien niet echt zijn maar figuren in mijn droom. Deze opvatting wordt in de filosofie “solipsisme” genoemd. Je gelooft dan in feite dat de broeders en zusters die je ziet jouw bedenksels, (filosofische-) zombies, zijn. Dat is het ene uiterste. Het andere uiterste van ons of-of denken is dat er wél anderen zijn die echt van ons gescheiden zijn. Maar dat is dus ook te zwart-wit, te duaal, gedacht. Volgens ECIW is het geloof in (echte) afscheiding niet correct. Dus confronteer je denken maar eens met de volgende uitspraak: “Er zijn echte broeders en zusters en ze zijn niet van mij gescheiden”.

1. Het idee van vandaag is natuurlijk de reden waarom jouw manier van zien niet alleen op jou invloed heeft.

Deze opmerking kan nu iets beter binnenkomen. Als ik in de (denk)geest verbonden ben met allen en alles dan hebben mijn gedachten meer effect dan ik voor mogelijk hield.

Je zult opmerken dat de ideeën die verband houden met denken soms voorafgaan aan die met betrekking tot waarnemen, terwijl op andere momenten de volgorde omgekeerd is. De reden daarvoor is dat de volgorde niet uitmaakt. Denken en de resultaten daarvan zijn in feite gelijktijdig, want oorzaak en gevolg zijn nooit gescheiden.

Houd je vast. Want wat staat hier nu toch? Wij snappen wel dat je gaat nadenken over wat je waarneemt. Als ik de buitenwereld zie dan heb ik daar zo mijn gedachten over. Dus dan is wat ik in de wereld zie de oorzaak van mijn gedachten erover. Wij staan zelden stil bij ons ingebakken geloof over hoe de werkelijkheid in elkaar zou steken. Samengevat: er is een echte buitenwereld los van ons die we kunnen waarnemen en waarover we kunnen nadenken. De Cursus en een stroming binnen de filosofie genaamd “fenomenologie” wijzen ons op een onontkoombare waarheid die we ons maar zelden realiseren: in feite hebben we alleen zekerheid over onze waarnemingen (percepties, ervaringen). Dat zijn fenomenen waar we ons bewust van zijn. Dus het enige waar we zeker van zijn bestaat uit innerlijke ervaringen in bewustzijn. De rest, de opvatting dat er een echte “buitenwereld” is die onze ervaringen veroorzaakt, is goed beschouwd slechts geloof. “Maar dat bewustzijn zit toch in onze hersenen?” Zie je dat deze uitspraak berust op het geloof dat die waargenomen fysieke hersenen echt zijn? Het enige dat je zeker weet is dat je een grijze massa ziet, die glibberig voelt maar die kleur en dat gevoel (en alle andere waarnemingen die je kunt doen aan de hersenen) zijn niet meer dan percepties in bewustzijn.

De Cursus gaat nog een stap verder in deze werkboekles. Het is één ding om te beseffen dat we gedachten kunnen hebben over dat wat we waarnemen, zelfs als aan die waarneming niet een echte, bewijsbare fysieke wereld ten grondslag ligt maar “slechts” onze percepties (fenomenen in ons bewustzijn). Hij gaat echter nog verder door te beweren dat het ook mogelijk is dat er eerst sprake is van “denken” en dat “de resultaten hiervan”, dus dat wat we waarnemen hieruit voortvloeien. We denken over wat we waarnemen en we nemen waar wat we denken, tegelijkertijd! We kunnen nu vol ongeloof de schouders ophalen maar in feite is dit gebeuren ons niet vreemd. Want wat gebeurt er in een droom? We vormen zelf de droomwereld die we ons verbeelden, die we bedenken.  En laat dat nu exact de boodschap zijn van ECIW: de zogenaamd echte wereld die we menen te zien is ook niet meer en niet minder dan een denkbeeld van ons dat we menen waar te nemen.

Nu kun je menen dat ECIW hiermee een vreemd, haast sektarisch, geloof propageert. Maar ook hier staat ECIW niet op zichzelf. Tweehonderd jaar geleden beweerde de filosoof Schopenhauer precies hetzelfde. Kijk eens naar de titel van zijn belangrijkste werk: “De wereld als wil en voorstelling”. Oké, zul je wellicht zeggen. Dan is deze opvatting wellicht een langer bestaand bijgeloof. Maar ook de meest moderne kwantumfysica komt tot dezelfde duizelingwekkende inzichten: de waarnemer heeft invloed op (bepaalt!) dat wat waargenomen wordt. Omgekeerde wereld, letterlijk, dus.


2. We beklemtonen vandaag opnieuw het feit dat denkgeesten verbonden zijn. In het begin is dit idee zelden helemaal welkom, want het lijkt een enorm gevoel van verantwoordelijkheid met zich mee te brengen, en kan zelfs beschouwd worden als een ‘inbreuk op je privacy’. Toch is het een feit dat er geen privé-gedachten bestaan. Ondanks je aanvankelijke weerstand tegen dit idee zul je uiteindelijk begrijpen dat dit wel waar moet zijn, wil verlossing überhaupt mogelijk zijn. En verlossing moet mogelijk zijn, want het is de Wil van God.

Om deze blog niet te lang te maken rond ik het nu af. We hebben gezien dat het enige dat we zeker weten over de fysieke wereld die we menen te zien met bomen, beestje, huisje en andere mensen bestaat uit onze waarnemingen (ervaringen, percepties) in ons bewustzijn. Ik schrijf hier bewust “ons” bewustzijn omdat ik niet de enige ben maar kennelijk een wezen dat onlosmakelijk verbonden is met anderen die dus in feite niet echt anders zijn dan ikzelf ben. Raar maar waar. “Denkgeesten zijn verbonden”.
Vervolgens eindigt alinea twee positiever dan het wereldbeeld waarmee Schopenhauer eindigt. Hij ziet vooral een donkere wereld waarin slechts een vreemde oerkracht (een Wil) heerst die wij uit ECIW herkennen als het streven van het ego naar afscheiding. Hij ziet slechts twee mogelijke wegen tot verlossing: ascese en je overgeven aan (muziek)kunst.

Wat hij niet zo duidelijk ziet als ECIW is dat er een andere keus mogelijk is naast die keuze voor afscheiding: de keuze tot verbinding. De nadruk die Jezus legt op liefde in Bijbel, ECIW en ECVL (en andere boeken) overstijgt in mijn beleving de huidige stand van zaken in filosofie en wetenschap. Als de ogenschijnlijke wereld gevormd wordt door de intentie van onze waarneming dan is onze enige weg tot verlossing de verandering van onze waarneming. Van liefdeloos en oordelend naar liefdevol en vergevend.

En verlossing moet mogelijk zijn, want het is de Wil van God.

Wonderlijk!



In mijn laatste blog schreef ik over Bernardo Kastrup. Deze self-made filosoof heeft een ongelofelijk overzicht van de filosofie en de bevindingen van de recente (kwantum-)natuurwetenschappen. Hieronder geef ik een vertaling van een citaat uit één van zijn boeken. Ik heb het snel vertaald met DeepL dus hang me niet op aan precieze bewoordingen maar verbaas je, als je wilt, met mij over de treffende overeenkomst met de metafysica van ECIW. Mindblowing!


|”Ondanks zijn ongrijpbaarheid moet het hele bestaan passen binnen het huidige moment, want het heden is alles wat er is. Zelfs het verleden en de toekomst, als mythen ervaren in het heden, bestaan daarin. Uit het quasi-niets van het nu komt dus op de een of andere manier alles voort. Het huidige moment is het kosmische ei dat in veel religieuze mythen wordt beschreven. Het is een singulariteit die al het bestaan vorm geeft. Het bezaait onze geest met vluchtige consensusbeelden die we vervolgens opblazen tot de omvangrijke bulk van geprojecteerd verleden en toekomst. Deze projecties zijn als een cognitieve ‘oerknal’ die zich in onze geest ontvouwt. Ze rekken de ongrijpbaarheid van de singulariteit uit tot de substantie van gebeurtenissen in de tijd. Maar in tegenstelling tot de theoretische oerknal van de huidige fysica is de cognitieve oerknal geen geïsoleerde gebeurtenis in een ver verleden. Het gebeurt nu, nu, nu. Het gebeurt alleen nu. Het bestaan lijkt alleen substantieel door onze intellectuele inferenties, aannames, confabulaties en verwachtingen. Wat zich nu werkelijk voor onze ogen afspeelt is ongelooflijk ongrijpbaar. Het geheel van onze ervaringen – het grootste deel van het leven zelf – wordt gegenereerd door onze eigen interne mythevorming. We creëren substantie en continuïteit uit pure ongrijpbaarheid. We veranderen schijnbare leegte in de vastheid van het bestaan door een truc van cognitief bedrog waarbij we zowel tovenaar als publiek spelen. In werkelijkheid gebeurt er nooit echt iets, want de reikwijdte van het heden is niet breed genoeg om elke gebeurtenis objectief te laten verlopen. Dat we het leven zien als een reeks substantiële gebeurtenissen die aan een historische tijdlijn hangen, is een fantastische cognitieve hallucinatie. De laatste woorden van Roger Ebert, verlicht door de helderheid die alleen de snel naderende dood kan brengen, lijken het meest passend te beschrijven:” Dit is een enorme hoax. “En wie denk je dat de bedrieger is? (Kastrup 2016a: 102-104)”

Gevoel krijgen voor “dat hogere”

Momenteel lees ik het boek “Science Ideated” van Bernardo Kastrup. Fascinerende kost. Hij houdt een pleidooi tegen het gangbare materialistische wereldbeeld waarbij mensen menen dat  ze rondlopen in een wereld die bestaat uit materie en waarin hen van alles overkomt. Volgens deze opvatting zijn het onze hersenen die ons bewustzijn produceren. Bernardo is op de hoogte van de meest recente bevindingen van de kwantumfysica en stelt op grond hiervan dat, in mijn eigen vertaling, wij als het ware mentale entiteiten zijn die leven in een transpersoonlijk, mentaal universum. Materie is hierbij niet meer, maar ook niet minder, dan onze perceptie. Klinkt bekend voor ons als ECIW-studenten, vind je niet? Wij zijn de gedachten van God en onze ware natuur is onze denkgeest. We projecteren ons schijnbaar afgescheiden materiële fysieke lichaam binnen de Denkgeest.

Wat mij trof bij het lezen van genoemd boek is de onmacht die Bernardo lijkt te ervaren als hij hardcore materialisten probeert duidelijk te maken dat het klassieke, materialistische wereldbeeld gewoonweg niet kan kloppen. Waar hij tegenaan loopt is dat zelfs buitengewoon geleerde wetenschappers simpelweg geen gevoel lijken te hebben voor de mentale aard van de door ons gepercipieerde werkelijkheid. Critici proberen deze visie van Bernardo te weerleggen met behulp van argumenten waaruit blijkt dat ze als het ware op een andere frequentie zitten dan hijzelf. Het lukt hem nauwelijks om duidelijk te maken dat wij als mens altijd slechts onze perceptie beleven en dat we op basis hiervan overhaast de conclusie trekken dat er een onveranderlijke, materiële werkelijkheid ten grondslag moet liggen aan deze percepties. Zelfs als talrijke resultaten van onderzoek binnen de kwantumfysica de onhoudbaarheid van hun klassieke wereldbeeld omverwerpen.

Ik herken zijn frustratie en haast wanhoop. Mijn eerste herinnering hieraan gaat terug tot in mijn pubertijd waarin ik me verbaasde dat er überhaupt iets bestaat. De gedachte: “voor hetzelfde geld bestond er helemaal niets!” deed me duizelen en zwijgen van een soort ontzag. Deze verwondering is nooit minder geworden. Dit geldt echter ook voor de glazige blikken die ik om me heen zie als ik deze verwondering probeer te delen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat deze existentiële verwondering nauwelijks lijkt te spelen voor de meeste van de mensen die ik ken. Ik besef dat deze uitspraak snel arrogant kan klinken en wellicht zul je me terecht willen tegenwerpen dat ik helemaal niet kan weten wat mijn medemensen ervaren. Laat ik het dan maar voorzichtig uitdrukken, velen lijken een leven te leiden dat ik aanduid als een 3D-leven: helemaal gericht op het alledaagse; wonen, werken, vakantie, gezelligheid, kindjes opvoeden enzovoort. Levensvragen komen niet zelden pas naar boven als het rustige leven verstoord wordt door lijden, ziekte en de dreigende dood van de betrokkene of zijn of haar dierbaren.

Eerlijk gezegd was ik vroeger wel eens jaloers op mensen die zorgeloos een hedonistische levensstijl vierden. Begrijp me alsjeblieft goed; ik kijk niet neer op het alledaagse leven en op het genieten hiervan. Ook voor mij is dit fijn en de moeite waard. Maar toch is daar altijd die “achtergrondverwondering” en dat gevoel van een 3D overschrijdende dimensie. Dat gevoel werd door ECIW en andere Jezus-boeken alleen maar versterkt. Gelukkig ben ik vanaf mijn studietijd in contact gekomen met talloze “lotgenoten”, broeders en zusters die ook die herinnering hebben aan dat wat onze 3D-werkelijkheid omvat. Ik trof hen aan onder christenen, Satsang-bezoekers, Soefi’s, filosofen, ECIW-studenten, vrijmetselaars en andere vrijdenkers waar geen enkel etiketje op past.

Het is heerlijk om mijn passie te kunnen delen met broeders en zusters van wie de antenne ook gericht is op “dat hogere” ofwel “dat omvattende”. Ieder drukt zijn verwondering uit in de woorden die hij (of zij) kent vanuit haar traditie of belangstelling maar ook zonder woorden herken je in de ogen van die ander je eigen vreugde. Het is een vreugde die zorgt voor verbinding, voor tederheid, voor kippenvel soms.

Ik ben ervan overtuigd dat iedereen geroepen is om besef te krijgen van dat veld van liefde wat ons omspant. Ik ben er ook van overtuigd dat dit meer nodig is dan ooit in de wereld waarin we leven. We moeten de schijnbare afgescheidenheid van ons zelfje doorzien en gaan beseffen dat egocentrisme ons alleen maar verder de narigheid in zal werken. Ooit initieerde ik een huiskamergroep voor ECIW-studenten met als doel om meer gevoel, meer benul te krijgen van dat “hogere”. Ik ondervond, net als Bernardo, dat ik dit niet kon uitleggen. Er was wel sprake van herkenning en de vreugde van het delen met enkelen van de groep.

Jezus krijgt, natuurlijk, wel voor elkaar wat Bernardo en mij niet lukken. In ECIW presenteerde hij niet alleen meer dan 50 jaar geleden in het Tekstboek een metafysica waar wetenschappers nu pas de bewijzen voor vinden maar, belangrijker haast nog, hij biedt een methode die ons kan helpen om ons 3D-denken te openen voor dat hogere. Die methode is het Werkboek van ECIW. Dit is voor ons een magische sleutel. Het alleen maar begrijpen van de metafysica van ECIW brengt ons niet veel verder. Misschien wordt het tijd om het woord “hersenspoeling” eens wat positiever te beoordelen en aan de slag te gaan met het werkboek. De achterhaalde, materialistische 3D-programmering is zo gemeengoed geworden dat er een sterk medicijn nodig is. Ik geef daarom graag het laatste woord van deze blog aan Jezus met de werkboekles van deze dag.

LES 11

Mijn betekenisloze gedachten laten mij een betekenisloze wereld zien.

Dit is het eerste idee dat we presenteren dat verband houdt met een van de belangrijkste fasen van het correctieproces: de omkering van het denken van de wereld. Het lijkt alsof de wereld bepaalt wat jij waarneemt. Het idee van vandaag introduceert het denkbeeld dat het jouw gedachten zijn die de wereld die jij ziet, bepalen. Wees eens te meer blij dat je dit idee in zijn basisvorm kunt toepassen, want in dit idee is jouw bevrijding verzekerd. De sleutel tot vergeving ligt erin vervat.
De oefenperioden voor het idee van vandaag moeten iets anders worden aangepakt dan de voorgaande. Begin met gesloten ogen en herhaal het idee langzaam voor jezelf. Doe dan je ogen weer open en kijk rond, dichtbij en ver weg, omhoog en omlaag, overal om je heen. Herhaal het idee gewoon voor jezelf in de minuut ongeveer die je aan de toepassing ervan besteedt, maar zorg ervoor dat je dat zonder haast doet en zonder een gevoel van inspanning of drang.
Om zoveel mogelijk profijt te hebben van deze oefeningen moeten je ogen vrij snel van het ene naar het andere voorwerp bewegen, omdat ze niet op iets in het bijzonder moeten blijven rusten.  De woorden moeten echter op een kalme, zelfs ontspannen manier worden gebruikt. Dit idee moet je vooral heel ongedwongen inleiden. Het vormt de basis voor de vrede, de ontspanning en de onbezorgdheid die we proberen te bereiken. Sluit aan het eind van de oefeningen je ogen en herhaal het idee nog een keer langzaam voor jezelf. Drie oefenperioden zullen waarschijnlijk voldoende zijn vandaag. Maar als jij je er niet of nauwelijks ongemakkelijk bij voelt en de aandrang hebt meer te doen, mag je tot vijf keer oefenen. Vaker wordt niet aangeraden.

De leraar en ik

Wie is de beste ECIW-leraar? Als ik deze vraag zo direct stel dan klinkt het haast onaangenaam hard. Is het niet ongepast voor ons als student om ECIW-leraren de maat te nemen? En welke criteria zouden we kunnen hanteren om deze vraag te beantwoorden? Over ECIW-leraren zijn haast net zo veel meningen als dat er studenten zijn. De ene student wil van de leraar een kloppend metafysisch verhaal horen, de andere student let vooral op de uitstraling van de leraar en sommigen willen mogelijk vooral persoonlijke aandacht.

Ik stond zelf niet boven de neiging om een voorkeur te hebben voor bepaalde leraren maar merk dat ik er toch wat genuanceerder naar begin te kijken. De vraag “wie is de beste leraar?” is in feite nog niet af. Een juistere vraag is: “wie is de beste leraar nu voor mij?”. Nu hoeven we niet meer te gaan kibbelen waarom de ene leraar beter of prettiger zou zijn dan de andere. Het wordt nu, anders gezegd, een subjectieve kwestie. Toch is hiermee de kous niet af want automatisch borrelt nu de volgende vraag omhoog: “kan ik zelf wel bepalen wie nu voor mij de beste leraar is?”. Dit is een lastige. In feite is de hele cursus erop gericht om zicht te krijgen op een blinde vlek. Hoe kunnen wij dan ooit weten welke leraar het beste is voor ons op dit moment als we, per definitie, geen zicht hebben op waar we precies mee bezig zijn? Mogelijk vind ik dat het verhaal van de leraar overtuigend klinkt of ben ik gecharmeerd van haar mooie stem en liefdevolle ogen. Maar is dat het beste voor mij?

Ik zal het wat concreter maken met een voorbeeld dat ik vaker heb gegeven. In ECIW-land is er een beetje een controverse over de visies van Ken Wapnick aan de ene kant en Robert Perry aan de andere kant. Even heel kort door de bocht benadrukt Ken Wapnick de radicale non-duale aard van de cursus en durft Robert Perry iets meer te spreken over de schijnbare differentiatie in de schepping. Let nu eens op wat deze woorden bij je doen. Merk je dat er haast vanzelf een voorkeur bij je naar boven komt? In Nederland heeft Ken Wapnick overigens de meeste fans. Maar nu terug naar mijn punt. In mijn beleving is de betere vraag wie de beste leraar is voor jou, op dit moment van je ontwikkeling. Hoe kun je dat nu ooit te weten komen als ik zojuist gezegd heb dat we lijden aan een blinde vlek?

Wat mij helpt is om te kiezen voor een uitgangspunt waar ik mijn voorkeur aan toets. Een uitgangspunt dat, in mijn beleving, het meest basale uitgangspunt is in alle “Jezus-boeken” die me bekend zijn. Dit uitgangspunt is liefde. We zijn vanuit liefde geschapen, we zijn liefde en onze functie is deze liefde te laten stromen. Liefde is middel en doel: door liefde te laten stromen door ons heen ontdekken we dat we zelf liefde zijn. Maar is dit niet weer de zoveelste stelling? Een nieuw dogma? Dat kan ik natuurlijk nooit helemaal uitsluiten maar er zijn op dit moment twee bevindingen die me sterken in mijn visie en mijn beleving dat de keuze voor liefde als “absoluut” uitgangspunt (voor mij) helemaal oké is. De belangrijkste bevinding is wellicht de ervaring dat het gewoonweg werkt. Dat alles hier voor mij samenkomt. Als ik mijzelf, God en mijn naasten niet veroordeel maar liefdevol omarm dan verdwijnen angst en het gevoel van afgescheidenheid en ervaar ik “de vrede die alle verstand te boven gaat”, om het maar eens in Bijbelse termen te stellen. De tweede bevestiging van het belang van liefdevolle relaties komt voort uit de filosofie van Emmanuel Levinas. Hij baseert zich niet op een openbaring door Jezus maar komt door uiterst zorgvuldig doorvoelen en doordenken van zijn belevingen tot dezelfde kern: in feite leven wij slechts door de relatie die we hebben met de Ander. Vanuit de tijdloosheid is een schepping ontstaan waarin de Ander een appél op mij doet. Vertaal dit eens naar cursus-taal: iedere uiting (van een ander) is een uiting of een roep (appél) om liefde.

In mijn beleving is het mogelijk om, beetje gek gezegd wellicht, een antenne te ontwikkelen voor het stromen van liefde in je binnenste. Daarmee vermoed ik dat het hoogst haalbare dat ik kan bereiken met mijn blogs is dat de lezer hopelijk de blik naar binnenslaat en doorvoelt wat een tekst met hem of haar doet.

Ik zal het tenslotte proberen concreet te maken met een voorbeeld. Ken Wapnick deed de uitspraak “er zijn geen anderen” en Robert Perry zegt dat er wel degelijk Zonen (meervoud) van God zijn. Wie heeft er gelijk? Laat deze uitspraken eens landen in je hart en kijk wat er gebeurt. Als “er zijn geen anderen” leidt tot een verharding die klinkt als “alleen IK bestaat”, dan kun je misschien opmerken dat je gevoel van afgescheidenheid toeneemt en dat er nauwelijks sprake is van het stromen van liefde. Maar mogelijk landt de boodschap heel anders bij jou en besef je “ja, de ander en ik zijn innig met elkaar verbonden in een wonderlijke eenheid!’. Misschien verzacht hierdoor je blik en strek je jouw armen uit om die zo wonderlijk met jouw verbonden broeder of zuster te omarmen. Zie je het? Zie je hoe dezelfde boodschap heel anders kan worden verstaan door verschillende studenten?

Tenslotte een mooi citaat uit het voorwoord van ECIW:

De leerstof die de Cursus aanbiedt is zorgvuldig samengesteld en wordt stap voor stap uitgelegd, zowel op theoretisch als op praktisch niveau. Hij legt de nadruk op toepassing in plaats van theorie en op ervaring in plaats van theologie. Hij stelt uitdrukkelijk: ʹEen universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk (VvT. In.2:5)

Dit zal de wereld redden.

Gisteravond keken we de kerstfilm gebaseerd op de serie Oogappels. Het is de makers van de film gelukt om een feel-good movie te maken zonder dat het allemaal te zoetsappig wordt. In de film komt een fragment voor waarin de pubers vragen wat er afgelopen jaar in hun leven “top” was en wat “flop”. Na afloop stelden m’n partner en ik elkaar dezelfde vraag. Er kwamen bij mij verschillende top-ervaringen naar boven en vooral één grote flop-ervaring: de oorlog in de Oekraïne met alle nare gevolgen voor dat land en in feite voor de hele wereld. Na de Covid-pandemie haalde de wereld opgelucht adem maar die opluchting was van korte duur. Rusland startte een oorlog en de ellende die dit teweeg breng zien we dagelijks op het journaal.

Natuurlijk schieten mij allerlei citaten uit Een Cursus in Wonderen te binnen die ik kan gebruiken om mezelf moed in te spreken. Ik kan de metafysische benadering volgen en alle narigheid afdoen als een illusoire droom. ECIW leert tenslotte dat de 3D wereld die we zien de projectie is van de Zoon van God om zichzelf afgescheiden te voelen. Dit brengt sommige ECIW-leraren en studenten ertoe om hartelijk te lachen om al die onware beelden van oorlog en geweld. Maar is het weglachen van wat ons verontrust werkelijk de oplossing die Jezus ons biedt? Is dit het wonder uit Een Cursus in Wonderen? Is dit de liefde waar in zowel het Nieuwe Testament, ECIW als in Een Cursus van Liefde zo vaak naar verwezen wordt?

In mijn beleving is dit niet waartoe we opgeroepen worden. Het voelt als een kille benadering vanuit het hoofd. Begrijp me alsjeblieft goed. Ik verwerp niet de wijsheid van ECIW maar meen dat deze wijsheid van het hoofd samen dient te gaan met de liefde van het hart. De harmonie tussen hoofd en hart wordt in Een Cursus van Liefde aangeduid met “heelheid-van-hart”. In mijn beleving worden we uitgenodigd om vanuit deze heelheid-van-hart een respons te geven op wat er in onze naaste omgeving en in de wereld gebeurt. Misschien kan de wijsheid van ons hoofd ons behoeden om weg te zakken in depressies en angst, niet door afstandelijk de ellende weg te lachen, maar door te bedenken dat we ons hart mogen laten spreken vanuit liefde. Liefde voor onze broeders en zusters, voor de wereld en voor onszelf.

Eén van mijn top-ervaringen van 2022 was het gereedkomen van de Nederlandse vertaling van A Course of Love: Een Cursus van Liefde. Vandaag herlas ik uit deel III, de Dialogen, de tekst van Dag 10. Hierin roept Jezus ons op om onze gevoelens serieus te nemen en erop te responderen met liefde in plaats van met angst. Ik wil afsluiten met het citeren van de laatste paragrafen van Dag 10. En ook zonder metafysische onderbouwing geloof ik oprecht en intens dat het in deze donkere dagen onze taak, opdracht en hoop mag zijn om ons uit te strekken naar de macht en kracht van liefde. “Dit zal de wereld redden”.

10.36 Alle oplossingen voor de problemen waar de wereld en degenen die erin leven mee geconfronteerd waren, zijn tot nu toe los van elkaar en los van God nagestreefd – tot voor kort. Nu wordt naar eenheid gezocht en wordt eenheid gevonden.

10.37 Maar deze problemen, wanneer ze van gevoelens worden ontdaan, blijven nog steeds problemen. Het blijven sociale kwesties, milieukwesties en politieke kwesties. De oorzaak van al deze problemen is angst. De oorzaak en het gevolg van liefde is het enige dat deze oorzaken van angst zal vervangen door de middelen en doelen die deze samen met jou zullen transformeren. Jullie zijn middel en doel. Het ligt in jullie macht om verlossers van de wereld te zijn. Het is van binnenuit dat jullie macht de wereld zal redden.

10.38 Zoals je kunt zien, is het moeilijk voor mij, zelfs nu, zelfs in dit laatste betoog waarin ik me als de mens Jezus tot je richt om over gevoelens te spreken zonder het over het grote geheel te hebben. Ik wil je troosten en geruststellen in deze laatste boodschap. Ik wil je zeggen je te laten omarmen door liefde en alle gevoelens van liefde die je doorstromen nu hun uitdrukking te laten vinden. Ik verlang, meer dan wat ook, jouw geluk, jouw vrede en jouw aanvaarding van de macht die ertoe zal leiden dat deze dingen tot stand zullen komen. Toch ken ik je en weet wat je wilt horen. Ik weet dat je lang hebt gewacht tot je gevoelens op een meer persoonlijke manier behandeld zouden worden. Maar vergeet alsjeblieft niet dat geen van de benaderingen die gebruikt zijn om je gevoelens ‘te behandelen’ op een manier die jij zou wensen, gewerkt heeft. Dit zal werken.

10.39 Dit is het geheim van opvolging, je beloofde nalatenschap. Dit is het geschenk van liefde dat ik kwam geven en nu opnieuw aan je geef. Gezegende broeder en zuster, we voelen dezelfde liefde, dezelfde compassie, dezelfde tederheid voor elkaar en voor de wereld. Dit is eenheid. Dit zal ons redden. Dit zal de wereld redden.

Die ene ster

De Cursus vertelt ons dat we zijn gaan geloven dat we in een staat van afgescheidenheid verkeren. Dat klinkt niet plezierig. In deze staat ervaren we strijd, pijn en conflict en voelen we ons eenzaam. In Hoofdstuk 27 VIII:6 lezen we de bekende passage:

In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen. Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat.

Het nadeel van het citeren van overbekende passages is dat we menen deze te doorgronden zonder goed te beseffen wat er nu eigenlijk staat en wat dit voor ons betekent. Dit citaat komt uit een stukje dat de wereld beschrijft als een nare droom. Het is niet vreemd dat wij graag willen ontwaken uit deze nachtmerrie. De volgende aanpak ligt dan ook voor de hand:

Laten we proberen te ontwaken door de nare gedachte van afscheiding weg te lachen, te beseffen dat tijd niet bestaat en dat alleen de eeuwigheid, waar alles één is, echt bestaat.

Klinkt dit plausibel en aantrekkelijk voor je? Heerlijk terug naar de eenheid als een kindje dat zich veilig waant in zijn warme bedje? Mij trekt het wel aan hoor. Geen pijn en strijd meer ervaren, geen angst voor oorlog, pijn, ziekte en dood. Dit zijn allemaal nare zaken die plaatsvinden in onze illusoire en duale 3D-wereld van tijd en ruimte. Nee, ik geef dan toch de voorkeur aan de tijdloze wereld van de eeuwigheid, waar alles één is en waarin tijd niet bestaat.

Maar sta nu eens een moment stil bij wat dit betekent voor jou. Keer je eens een moment naar binnen en merk op dat je het heel gewoon vindt dat je een zelfje bent dat van alles ervaart. Het zelfje ervaart nu strijd en conflict. Dit ervaren gebeurt binnen de tijd. Het zelfje heeft nu wat pijn, nu wat meer, nu wat minder. Als wij denken aan het einde van dit lijden dan denken we automatisch aan hetzelfde zelfje dat zich nu lekker comfortabel voelt en even later nog steeds. Net als dat kindje dat in zijn bedje ligt. Anders gezegd: onze hele ervaring van het leven is gebaseerd op dat gevoel een zelfje te zijn dat leeft en zich beweegt binnen de tijd. Wij zien verlossing als het wegvallen van de narigheid die het zelfje meemaakt. Wat komt daarvoor in de plaats? Ach, dat zullen wel comfortabele en fijne gevoelens van liefde zijn. Toch?

Maar kunnen wij een zelfje zijn met prettige gevoelens als er geen tijd meer bestaat? Kunnen wij nog een ervarend zelfje zijn in eenheid? Het woord “zelfje” duidt op “iets anders”, het niet-zelf ofwel de wereld. Maar wat blijft er dan over als de tijd verdwijnt en de droomwereld als het ware implodeert? Dat vertrouwde zelfje, de voelbare kern van ons wezen, zal tegelijk met deze wereld imploderen, verdwijnen. Wij vragen ons af wat wij dan ervaren na de verlossing. Maar blijft er een “wij (of ik)” over en blijft er “ervaren” over als de tijd verdwijnt?

Hier lopen we tegen de grens van ons denken en voorstellingsvermogen aan. De uitnodiging is om hier eens bij stil te staan en je zo vanzelfsprekende verlangen naar eenheid eens met een verse blik te beschouwen. Wil “jij” nog steeds dat de tijd wegvalt als jij je geen ervarend “jij” zonder tijd kunt voorstellen? Wat is eigenlijk het verschil tussen “tijdloos leven in de eeuwigheid” en “niets”? Is het woord “leven” nog wel van toepassing in de eeuwigheid? “Leven” impliceert “dood” en deze twee termen kunnen ons benauwen maar zijn ons wel zeer vertrouwd en de basis van ons “zijn” in de wereld. Misschien ben je geneigd om te zeggen dat er in de eeuwigheid alleen sprake is van “zijn”, maar daarmee verplaats je slechts de kwestie. Want wat is “zijn” zonder tijd en ruimte? Wie ben jij zonder tijd en ruimte om in te bestaan?

En hiermee eindigt deze blog. Met een open einde. Ik kan je geen houvast bieden, geen geruststellende woorden of concepten waarmee het zelfje weer even lekker onder de wol kan. De vragen echoën na, ze weerklinken in de stilte en verdwijnen in het niets, in het duister. We naderen de kortste dag van het jaar. Het is grijs en donker buiten. Ik staar in de duisternis en zoek die ene ster.

Onze Christus-geest

Ik ben de vertalers van Een Cursus in Wonderen dankbaar voor het prachtige blauwe boek dat ze hebben opgeleverd. Mijn waardering voor de uitdagingen waarvoor zij gesteld werden is alleen maar gegroeid door mijn eigen pogingen om mee te helpen aan de vertaling van A Course in Love naar het Nederlands (Een Cursus van Liefde). Een lastige kwestie is het vertalen van de Engelse woorden “spirit” en “mind”. Als ik even kort door de bocht ga dan zou ik zeggen dat “spirit” een wat hoger abstractieniveau heeft dan “mind”, nog wat meer van de oorspronkelijke Goddelijke kwaliteit. Bij “mind” gaat het meer de kant op van de menselijke geest of soms, nog wat concreter, ons menselijk denkvermogen of verstand.

Vanmorgen las ik in ECIW Txt Hoofdstuk 4, III. Liefde zonder conflict. In de eerste paragraaf stond de zin:

“Je ego en je geest zullen nooit medescheppers worden, maar jouw geest en jouw Schepper zullen dat altijd zijn”.

Ik vermoedde dat de “geest” in deze vertaling wel het Engelse “spirit” zou zijn en dit werd bevestigd toe ik het nasloeg in de Engelse versie van ons blauwe boek:

“Your ego and your spirit will never be co-creators, but your spirit and your Creator will always be”

Waar we als Nederlandse lezers zelden bij stil staan is het feit dat de versie van ECIW waar wij zo bekend mee zijn, bestaat uit een selectie van het materiaal dat Helen Schucman aangeboden kreeg door Jezus. Ik ga nu even niet in op de vraag waarom er, vooral uit de eerste hoofdstukken, zo veel tekst niet is opgenomen maar ik ben wel blij dat de weggelaten hoofdstukken tegenwoordig wel beschikbaar zijn in de Engelstalige “Complete and Annotated Edition”. Toen ik hierin dit hoofdstuk vier herlas viel me op dat er mooie en verhelderende passages niet zijn opgenomen in de blauwe versie van ECIW. Zo staat er in de eerste paragraaf van de complete editie ook nog:

“The Christ Mind wills from the spirit, not from the ego, and the Christ Mind is yours”.

Het is lastig om dit even in het Nederlands te vertalen maar ik word blij van deze zin. Kijk eens hoe mooi “your Christ Mind” in relatie staat met “spirit”. Ook de rest van hoofdstuk vier brengt nuances aan in de relatie tussen spirit en onze mind. De goddelijke impulsen uit spirit komen als het ware binnen in ons “superconscious” maar ons ego duwt deze weg naar ons “unconscious”. Die impulsen van boven zijn vol liefde en worden nu als het ware in de kelder van ons bewustzijn gestopt naast onbewuste angst-impulsen. Vervolgens krijgen we het rare fenomeen dat we (onbewust) ook bang worden voor de liefdesimpulsen die vanuit de kelder omhoogkomen. Ik besef dat ik nauwelijks recht doe aan de subtiliteit van hoofdstuk 4 uit de complete editie, maar ik probeer even een indruk te geven.

Het belang van deze “details” wordt duidelijk als we naar een van de laatste zinnen kijken uit dit hoofdstuk:

“Bedenk eens met hoeveel waakzaamheid je bereid was je ego te beschermen, en met hoe weinig je juiste denken”.

In het blauwe Engelse boek staat:

“Consider how much vigilance you have been willing to exert to protect your ego, and how little to protect your right mind”.

Nou, mooi vertaald, zou je dan zeggen. En ik begrijp dat de vertalers ervoor gekozen hebben “your right mind” met “je juiste denken” te vertalen. Alleen sprak Jezus niet over “right mind” maar over “higher mind”! In de complete editie is dit helemaal in lijn met bijvoorbeeld die mooie uitdrukking “your Christ Mind”. Toch gaat er in mijn beleving nogal wat verloren om deze zin te vertalen in een oproep om juist te denken. We worden opgeroepen om de Goddelijke impulsen van liefde te koesteren en daar waakzaam voor te zijn. Het “juist denken” vind ik een nogal vale afspiegeling van “protect your higher (Christ-) mind”.

Graag sluit ik af met een ander zinnetje uit de eerste paragraaf van dit hoofdstuk dat is weggelaten in de blauwe versie en dat vlak voor de al geciteerde zin staat:

Christmas is not a time: it is a state of mind. The Christ Mind wills from the spirit, not from the ego, and the Christ Mind is yours”.

Ik vat dit als volgt op (waarbij ik mind met geest en spirit met geest, cursief gedrukt, vertaal):

Kerstmis is meer dan een feest waarbij we gezellig met elkaar onder de kerstboom kruipen, uitgebreid dineren en elkaar cadeautjes geven. Het is een juiste gerichtheid van onze geest. We worden uitgenodigd onze geest af te stemmen op de Goddelijke-geest. Onze Christus-geest heeft een wil die verbonden is met de geest en niet met ons ego en het goede nieuws is dat deze Christus-geest ons toebehoort.

Een Cursus van Liefde nu ook als e-boek verkrijgbaar.

In m’n blogs heb ik een aantal keer geschreven over Een Cursus van Liefde (ECVL, Engels: A Course of Love). Ik zie dit boek als een vervolg op ECIW. Hoe mogen we gaan leven als de barricades die wij zelf tegen liefde hebben opgeworpen verdwenen zijn? Is het mogelijk om te leven vanuit een diep besef dat we met alles en allen op wonderlijke wijze verbonden zijn? In de Prelude van ECVL staat het als volgt:

P.24 De Cursus spreekt over een geduld dat eindeloos is. God is geduldig maar de wereld is dit niet. God is geduldig want Hij ziet jou alleen zoals je bent. De Christus in jou is nog altijd en eeuwig aanwezig. Maar toch lijkt het erop dat door de verzwakking van het ego, als gevolg van welk leerproces dan ook, er ruimte is gekomen voor een kracht, een kracht die als het ware is binnengekomen door een klein gaatje dat in het harnas van het ego is gemaakt. Een kracht die alsmaar groeit en ongeduldig wordt vanwege de vertraging. Het is niet je ego dat ongeduldig wacht op verandering, want jouw ego investeert immens veel opdat de dingen blijven zoals ze zijn. In plaats daarvan is het een geest van mededogen die bewogen wordt door de zinloosheid van ellende en lijden. Een geest die wil weten wat hem te doen staat, een geest die niet gelooft in de antwoorden die tot nu zijn gegeven.

P.25 Alleen de Christus in jou kan het dualisme overwinnen dat zelfs de meest alerte leerlingen kan bedreigen; de Ene die weet wat het betekent om tegelijkertijd als kind van God en als mensenkind te leven op deze aarde. De Christus in jou is niet jouw helper, zoals de Heilige Geest, maar jouw identiteit. Hoewel de Heilige Geest terecht werd aangeroepen om jouw perceptie te veranderen en jou het valse van het juiste te doen onderscheiden, is het nu het geschikte moment om in deze tijd van herkenning van je onverdeelde Zelf de Christus in jou te herkennen.

De Nederlandse vertaling is nu enkele maanden beschikbaar als gedrukt boek. Ik was betrokken bij de vertaling van het boek en heb de vertaalde tekst meermalen gelezen vanaf het scherm van mijn computer of iPad. Toen het boek eenmaal gedrukt was heb ik de tekst ook vanaf papier, dus in fysieke boekvorm, gelezen. Het verbaasde me dat (in mijn beleving) dit nog beter bij me binnenkwam. Maar goed, dat kan een persoonlijk dingetje zijn. Het e-boek is in elk geval een stuk lichter, makkelijker mee te nemen en als ik nu stukjes ’s avonds herlees voor het slapengaan ben ik blij met het lichte gewicht van mijn e-reader. Hoewel we ernaar gestreefd hadden de prijs van het fysieke boek zo laag mogelijk te houden (35 euro) is het e-boek natuurlijk nog vriendelijker geprijsd: 12,85 euro. Zie deze info svp niet als reclame; de vertalers hebben letterlijk pro deo gewerkt. Het mooie is dan wel weer dat geven en ontvangen in waarheid één zijn, en dat mochten we ervaren bij het werken aan de vertaling. Dit bleek een voorrecht en een zegen te zijn waar ik dankbaar voor ben.

Hartegroet,

Simon Schoonderwoerd

PS: Het boek wordt onder andere aangeboden op Bol; Een Cursus van Liefde door Mari Perron.
NB: Er circuleert nog een eerdere Nederlandse vertaling maar deze bevat slechts één van de drie delen van de complete versie. De titel van deze niet complete vertaling luidt: Een Cursus in Liefde (in tegenstelling tot de volledige versie: Een Cursus van Liefde) en deze oude vertaling heeft een roze kaft (de nieuwe, complete vertaling heeft een paarse kaft).

Is ECIW een beeld (geloof) dat bestormd moet worden?

Ik heb zelf stevig geworsteld met de keuze tussen het Christelijke geloof en de non-duale visie zoals bijvoorbeeld verwoord in Advaita. Hoe zit het nou? Wat is de waarheid? Dat vroeg ik me toen af. Pas een jaar of 15 geleden doorzag ik tamelijk plotsklaps mijn strijd. Ik besefte dat het geloof in een concept van ‘zo zit het’ altijd relatief was en zou blijven. Anders gezegd: elk denkbeeld bleek relatief en ‘aan bederf onderhevig’. Toen ik via ECIW de nieuwe betekenis van ‘vergeven’ kreeg aangereikt schreef ik ooit een blog met de titel: “het vergeven van het ‘zo zit het-‘geloof”. Dit doorzien van de beperkte houdbaarheid van elk conceptueel geloof ervoer ik destijds als een heerlijke verlichting. Het resulteerde in het schrijven van twee boekjes: “Een Christen op Satsang” en “Geen beeld van God”.

Dit inzicht biedt letterlijk verlichting. Er viel een ballast van mij af. Het inzicht is iets dat niet meer weggaat. Soms betrap ik mezelf erop dat ik toch weer geloof ben gaan hechten aan bijvoorbeeld een mooie metafysische uiteenzetting. Gelukkig duurt dit meestal niet lang en valt het pas opgerichte “aha, zo zit het-“ beeld weer snel van zijn voetstuk. Toch moet ik dit wat toelichten. De gebruikte beelden, theorieën, filosofieën et cetera zijn niet per se verkeerd. Slechts de manier waarop ik omga met deze beelden kan onhandig zijn. Als ik beelden zie als ‘de waarheid’ dan neem ik mogelijk genoegen met te weinig. Mijn zoektocht blijft dan hangen op een mentaal niveau, de deur naar twijfel blijft openstaan en ik loop het risico om de strijd aan te willen binden met mensen die de voorkeur geven aan andere beelden dan de mijne. Kort gezegd: beelden zijn er niet om te aanbidden. Ze kunnen behulpzaam zijn als wegwijzers, als symbolen die verwijzen naar een werkelijkheid die niet zo makkelijk met woorden is uit te drukken. In een oosterse wijsheid-traditie wordt geadviseerd om je niet vast te klampen aan de vinger die wijst naar de maan, dus aan het beeld. Die vinger is een uitnodiging om de blik op te richten en naar de maan te kijken.

Onlangs las ik wat blogs van een ECIW-leraar die tamelijk plotseling een draai maakte van 180 graden. Eerst sprak ze vol enthousiasme over ECIW en nu ziet ze het als een onnodig ingewikkeld geloof. Dit doet me denken aan mij eigen ‘verlichting’ van 15 jaar geleden. In de twee genoemde boekjes zette ik me af tegen de Bijbel, soms in tamelijk cynische bewoording. Deze ECIW-leraar doet hetzelfde maar nu is het blauwe boek de klos. Ik vermoed dat zo’n beeldenstorm een functie heeft. Het is een fase waar je doorheen gaat. Deze fase zegt ook meer over jezelf dan over het beeld dat je wilt vermorzelen. Een beeldenstorm is onnodig. Het is ons geloof in ‘de uitlegbaarheid van de werkelijkheid’ dat bevraagd dient te worden. Anders gezegd: ons geloof in de absolute waarde van de vinger die naar de maan wijst is terecht in het geding.

Destijds meende ik dat de verstandelijke verlichting een eindpunt vormde. Hetzelfde meen ik te zien bij de ECIW-leraar. Eindelijk doorzie je ‘de flauwekul’ en je probeert anderen ervan te overtuigen om ook die Bijbel of dat blauwe boek maar te laten voor wat ze zijn. Nu zie ik dat het relativeren van zogenaamd heilige of geïnspireerde teksten weliswaar nuttig is maar geen doel op zich. Het blijkt namelijk mogelijk om te genieten van mooie beelden als we deze maar niet overvragen. Ooit heeft iemand woorden gekozen om zijn of haar inspiratie over te dragen aan anderen. Kunnen wij deze woorden laten binnenkomen en zelf iets van deze inspiratie ervaren?

Om deze ervaring mogelijk te maken is het inderdaad nuttig om de relativiteit van de gebruikte woorden (beelden) te doorzien. Als ons verstand dan zo tot rust komt kan er iets gaan resoneren op een dieper niveau. Ik noem het maar even op hartniveau. Als de beeldenstorm is gaan liggen komt er ruimte voor mildheid. Vanuit deze rust en mildheid kun je makkelijker contact krijgen met de intentie van schrijvers die andere beeldtaal gebruiken dan jij gewend bent. Er treedt dan herkenning op, vreugde en een gevoel van verbondenheid.

Afgelopen jaren mocht ik meewerken aan de vertaling van A Course of Love naar het Nederlands (Een Cursus van Liefde: ECVL). Ik zie dit boek als een voortzetting van ECIW. ECIW is de mooiste ‘vinger’ die ik ken. ECVL, ook een vinger, biedt mij een verdere verdieping. De uitnodiging is nu om de verstandelijke verlichting te vergeven. Om open te staan voor de liefde, voor God, voor elkaar. De verdieping houdt niet op, er is geen grens aan liefde. Goddank.