Omgaan met woede

Afgelopen week werd ik knap pissig op iemand die zich, in mijn ogen, erg dwingend opstelde. Direct daarop word ik dan boos op mezelf. Waarom lukt het me niet om sereen alles op afstand te bekijken en laat ik me zo meeslepen door het gebeuren? Kennelijk geloof ik dat noch dwangmatig gedrag noch boosheid er mogen zijn. Ik weet dat ik alleen voor mezelf mag spreken maar toch meen ik dat veel studenten van ECIW vergelijkbare wijze aan het worstelen zijn met hun niet-vredige reacties op allerlei situaties.  Dit voorbeeld laat zien dat we vinden dat sommige ervaringen niet oké zijn en dat we zo snel mogelijk ze dienen om te vormen naar een vredige toestand. Op zich lijkt dit in lijn met ECIW die ons leert dat we een les te leren hebben als we niet gelukkig zijn, in onvrede verkeren en aanvalsgedachten koesteren. Toch kan het bij zo’n ervaring twee kanten op gaan voor wat betreft onze reactie.

  1. We willen de boosheid als het ware overwinnen en als kampioen humeurbeheersing uit de strijd komen (zie mijn reactie). Dit sluipt heel gemakkelijk ons Cursus-werk binnen en we kunnen het herkennen onder de noemer “veilige afstand creëren”. Ongemerkt maken we van ons zelf een achteruit-loper. Iemand die op de achterste stoel gaat zitten, het slagveld van bovenaf gaat beschouwen, het publiek in de bioscoopzaal, degene die herhaalt dat hij niet het lichaam is enzovoorts. Herken je dit? Misschien vraag je je nu af wat hier dan mis mee is. Is dit niet juist de bedoeling van ECIW? Ik meen van niet. Ik vrees dat het een subtiele truc van ons ego kan zijn om de situatie als doenertje te willen beheersen. Het is daarmee uiterst duaal en de enige verandering die optreedt is er hoogstens een van “gefrustreerd zelfje” naar “zelfingenomen zelfje dat zich onaantastbaar waant”, totdat zich een situatie voordoet waarin het weer eens ontploft. Maar wat dat wel?
  2. Het begint met de manier waarop we omgaan met de vervelende ervaring. We worden niet uitgenodigd om achteruit te gaan lopen maar om te omarmen en te komen tot een heilige relatie met alles en iedereen. De ervaring van woede hoeft niet weggepoetst te worden maar mag dienen als een soort zintuig, een boodschapper die me vertelt wat ik nog geloof. Als ik als het ware afdaal in de boosheid en er niet voor wegren dan begint deze mij dingen te vertellen die ik gemist heb door het snel als “ongewenste woede” te labelen. Hoewel ik weet dat het rationeel klinkt en niet gevoelsmatig, kan ik het niet anders formuleren dan door te stellen dat ik de “tweeheid” in de woede kan voelen als een soort innerlijke verscheurdheid en pijn. Denken hierover is van een totaal andere orde dan het innig contact maken ermee. In dat contact herken ik telkens opnieuw de wegloop-neiging. Ik wil weg van het gevoel door mijn beschuldiging van die ander te herhalen of desnoods mezelf nog meer op m’n kop te geven. Alles lijkt me beter dan gewoon stil te staan bij deze innerlijke strijd, verscheurdheid en pijn. Toch is dit mogelijk. Het voelt wat onwennig en vreemd maar op een nieuwe manier ook “juist” om te doen. En vanuit deze pas op de plaats roep ik met een piepklein stemmetje de Liefde om Hulp. Telkens weer opnieuw.

Dit is wat anders dan een successtory of quick-fix. In het beschreven geval diende ik urenlang telkens opnieuw terug te gaan naar die plek vanwaar ik niet wegloop. Maar het kleine beetje vertrouwen op de kracht van Liefde blijkt dan te groeien, niet door mijn verdienste maar omdat kracht de eigenschap van liefde is. Het gave is dat met het langzaam oplossen van de strijd mijn aanvalsgedachten richting die ander ook langzaam maar zeker oplossen. De relatie begint te helen, op weg naar een geheelde, heilige relatie. Er ontstaat geen veilige afstand maar een wonderlijk gevoel van verbondenheid.

Misschien een beetje vreemde wending nu. Volgens mij is deze manier van vergeven, vanuit de omarming en vanuit het hart, precies waar ECIW toe oproept. Het is onze soms wat te verstandelijke en conceptuele benadering van de Cursus die kan leiden tot een nieuwe vorm van dualisme. De non-duale visie dient niet te resulteren in een onbewogen, afstandelijke (!) toeschouwer. Dit gebeurt helaas te vaak als we ECIW beschouwen als legitimatie om de wereld en anderen af te doen als illusie die we moeten ontkennen. Dit is een misplaatst gebruik van ontkenning. Ons geloof in denkbeeldige grenzen tussen onszelf en anderen of de wereld mag naar het licht gebracht worden ter vergeving. Dat deze grenzen denkbeeldig zijn ontdekken we als we kiezen voor liefdevol omarmen en niet door onbewogen achteruit te wandelen. Ik meen dat A Course of Love (en The Way of Mastery) heerlijke boeken zijn om ons te helpen deze valkuil te voorkomen. Dankbaar voor zoveel hulp en liefde.

 

Iemand de les lezen

Wie een beetje meedoet in ECIW- Facebookgroepen zal het wel herkennen. Gesprekjes die ongeveer als volgt verlopen.

A: Ik kwam iemand tegen die heel boos op me werd!

B: Dit betekent dat jij vergevingswerk hebt te doen, want je ziet alleen je eigen projecties. Het gebeurt immers allemaal in die ene denkgeest en er is helemaal geen “boze ander”.

Herkenbaar? Hier is toch geen spel tussen te krijgen? Dit is toch de kern van de non-duale visie? Toch zijn dit soort opmerkingen de dood in de pot. A kan reageren met “Oh ja, dank je wel, dat is ook zo” en B kan tevreden zijn dat hij zoveel helderheid heeft kunnen bieden. Maar is deze manier van elkaar de les lezen nu wel zo behulpzaam?

Ik meen van niet. We kunnen gewoon een boze broeder tegenkomen en hoeven dat niet te ontkennen met een premature niveau-I cursus werkelijkheid. Als iemand ons uitmaakt voor rotte vis dan hebben we dat niet zelf bedacht, laat staan zelf “gedaan”. Wat wél de vraag is, en waar ons werkelijke werkterrein ligt, gaat over onze reactie op deze woesteling. De vraag is niet of er een boze meneer staat te schreeuwen maar hoe we hierop reageren; doen we dit vanuit angst of vanuit liefde? Dus het minste wat B kan doen is om, in plaats van het voorval te ontkennen, aan A te vragen wat het voorval met hem deed. Werd A bang? Ging A zichzelf verdedigen? En kan B in een hierin iets betekenen voor A? En dat hoeft geen belerend metafysisch gesprek te zijn maar het kan ook zoiets simpels zijn als: “Joh, ik zie dat je geschrokken bent (dit is dus ook geen verzinsel dat B moet corrigeren in eigen hoofd!), ga even zitten. Wacht, ik zet even een lekker kopje thee voor je. Enzovoorts.

In ECIW maakt Jezus ons duidelijk dat iets metafysisch gezien op niveau-I inderdaad niet waar is maar dat het voorbarig ontkennen hiervan op niveau II niet behulpzaam is. Hij noemt dit het “oneigenlijk gebruik van ontkenning” (Txt 2, VII 5) en “onwaardig” (Txt 2, IV). In dit laatste geval gaat het over het lichaam (en dus over alles wat we menen te zien in de wereld) en zegt Jezus:

Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. ‘De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.

Ik kan me zo voorstellen dat persoon B de telefoon pakt en Jezus opbelt om verhaal te halen. “Zeg Jezus, wat motiveerde jou eigenlijk om ECIW te dicteren aan Helen Schucman”. Jezus: “eh, ik wilde waarlijk behulpzaam zijn. Ik zag zoveel verwarring onder m’n broeders dat ik graag wilde helpen. B, nu triomfantelijk: “Aha! Daarmee maakte je de illusie echt, lieve broeder. Er zijn geen anderen, dat projecteer je maar. Je had gewoon je eigen denkgeest moeten corrigeren en daar je innerlijke vrede hervinden!”.

Binnen onze wereld mogen we “normaal” doen en hieronder valt het zien en benoemen van alle shit om ons heen. De volgende stap is niet het ontkennen ervan, dat is “bijzonder onwaardig”. Ontkennen is maar al te vaak de reactie van een bang, klein zelf. Anderen aansporen hetzelfde te doen is al helemaal niet behulpzaam. De vraag is, zoals gezegd, wat de beelden met ons doen? Als we bang worden mag de angst naar de liefde gebracht worden. Na vergeving hiervan ontstaat de mogelijkheid om met een liefdevolle respons te komen. En wellicht daagt vervolgens een besef van verbondenheid met die boze man. Mogelijk zien we dan niet langer een boze broeder maar een verwarde broeder die om liefde vraagt. En zou het niet heerlijk zijn als we dan komen tot een ervaring van innige, mysterieuze verbondenheid met hem en alle andere broeders en zusters. Een besef dat de ander geen “denkfout” van ons is maar dat we in eenheid verbonden zijn met elkaar. Liefde is zowel middel als doel om te komen tot een ervaring van eenheid. Dat is heel wat anders dan elkaar met een eenheidstheorietje de les te lezen.

Stoort me dit dan zo? Ja zeker, dat hoef ik dus niet te ontkennen. En nu? Nu mag ik een vergevingsles leren. Wat doet het mij als ik meen dat (een echte!) broeder of zuster mij de les leest? Dan voel ik me soms aangevallen. Oké Heilige Geest, ik maak even een belafspraak met U!

De- of een dromende Zoon?

Laten we dicht bij huis beginnen. Als ik om me heen kijk dan zie ik andere mensen, van mij gescheiden wezentjes die samen met mij deze wereld bewonen. Mij vallen vooral de verschillen op tussen mijzelf en die anderen en tussen die anderen onderling. Ik zie andere lichamen, karakters enzovoort. In de Cursus lees ik dat ik kijk naar Kinderen van God, mijn Broeders, en dat de verschillen die ik meen te zien niet echt zijn maar dat ik ze geloof om m’n illusie van afgescheidenheid te versterken. Volgens Jezus zijn al die andere Kinderen in feite met mij verbonden in een wonderlijke eenheid. In de Cursus leert hij me dat ik niet moet focussen op verschillen (dus niet oordelen, geen grieven koesteren, aanvallen, verdedigen enzovoorts) maar dat ik m’n projecties naar de liefde mag brengen. Steeds meer worden deze blokkades dan opgeruimd en stroomt de liefde vrijelijk. Steeds meer is er die wonderlijke herkenning dat degene die ik “de ander” noemde op liefdevolle en mysterieuze wijze met mij verbonden is in eenheid. Ik was een dromende Zoon die dacht dat hij alleen was en nu ik ontwaak verblijd ik me in de liefdevolle schepping van de Vader.

Bovenstaande omschrijving is, meen ik, zoals Jezus ons benadert in de Cursus. Hij kent ons door en door en weet precies welke woorden hij moet kiezen om ons te helpen. Er staan in ECIW geen complexe diagrammen of illustraties van hoe alles in elkaar zou steken. Ondanks het soms lastige taalgebruik is het scheppingsverhaal en de uitleg van ons geloof in grenzen tamelijk recht-toe-recht-aan beschreven.

Maar de mens zou de mens niet zijn als hij niet zou menen het nog wat te moeten verduidelijken. Het instrument wat hij hiertoe meebrengt is zijn verstand. Dit verstand laat er geen misverstand over bestaan: eenheid is eenheid, nul=nul, binnen deze eenheid kan niks gebeuren en als er al iets lijkt te gebeuren dan is dit nep en moeten we het zo snel mogelijk corrigeren door het te ontkennen. Binnen de hyper verstandelijke benadering is er geen plek voor het mysterie van de schepping: er is uitbreiding mogelijk zonder grenzen. Jezus is niet zo bang voor dit mysterie. Hij schrijft over God de Vader, de Heilige Geest, het Zoonschap en over Zonen. Verschillende “aspecten” die toch niet van elkaar gescheiden zijn. Sommige Cursus-leraren menen dat ze het beter kunnen uitleggen dan Jezus en hameren koppig op de eenheid. Je krijgt dan echter rare ontsporingen die vooral opvallen doordat de liefde, het kenmerk van de schepping, op de achtergrond verdwijnt en een bijproduct wordt van het bereiken van die droge eenheid.

Jezus zei het al in de Bijbel; aan de vruchten herkent men de boom. De vruchten van de Cursus zijn liefde, een woord dat talloze malen voorkomt in de Cursus. In de droge eenheidstheorie gaat het om correctie en, als de teller weer volkomen op nul staat, innerlijke vrede. Als de eenheidstheorie landt in een brein dat nog gelooft in afscheiding dan zijn de vruchten bitter. Het klinkt, ietwat aangezet voor de duidelijkheid, dan als volgt:

“Alles blijft één dus God en ik zijn één. Ik meen anderen te zien maar dat kan niet want ik ben één. Ik ben de Zoon van God. Dus zijn die anderen mijn projectie, mijn verzinsel. Hetzelfde geldt voor de hele wereld. Het is mijn nare droom dus ik mag er hartelijk om lachen. De Heilige Geest is in feite mijn herinnering aan de eenheid. Als ik de hele zogenaamde wereld heb ontkend, inclusief die andere mensen, dan is het wonder verricht en ervaar ik weer dat ik liefde ben”

Ik wil niet verzanden in verstandelijke welles-nietes discussies over de metafysica. Iedereen mag kiezen wat hij of zij wil geloven. Mijn ervaring is echter dat een verstandelijke eenheidstheorie nauwelijks helpt bij het oplossen van het kleine zelf en de herkenning van het Zelf. Ik vrees zelfs dat het omgekeerde het geval is en dat het ego blij is met een God die niks van ons lijden weet, de Heilige Geest die samenvalt met ons geheugen en illusoire broeders en zusters. Alles draait weer om “die ene”, om mijzelf en mijn innerlijke vrede. We zijn terug bij af.

Ik meen dat het goed is om ons vastgeroeste verstand wat los te wrikken met de wonderlijke non-duale visie van ECIW. Het is echter niet handig om hierin door te slaan. Uiteindelijk gaat het niet om een eenheidstheorie maar om de uitbreiding van liefde. Het zou goed zijn om wat meer ons hart te kiezen als kompas op het moment dat ons verstand duizelt van de mysterieuze metafysica. Het is niet de bedoeling dat we ons verstand versterken en op de troon zetten. Het wordt door de Cursus juist onttroond. Ons conceptuele denken is een blokkade en ECIW is juist bedoeld om die onwrikbare mensenlogica te ontmantelen, niet om een nieuwe theologie te stichten. Een Cursus in Wonderen is ten diepste Een Cursus in Liefde.

 

 

Onze worsteling met de Cursus

Hoe kun je het beste beginnen met ECIW? Gisteren klonk deze vraag in de Zoom-groep. En direct maar de spoiler: ik heb ook geen pasklaar antwoord. Als je spreekt met studenten die al wat jaartjes meedraaien dan blijkt iedereen een eigen aanvliegroute te hebben gehad. Dat geldt zowel voor de manier waarop we in aanraking zijn gekomen als de manier waarop we aan het dikke blauwe boek begonnen zijn. Enkelen kunnen het Tekstboek verteren, de meeste beginnen liever met het Werkboek en sommigen zelfs met de Handleiding voor leraren. Ik hoor ook wel van mensen die het boek simpelweg openslaan en de regel of alinea lezen waar hun ogen op vallen.

Ik denk dat hierin geen goed of fout bestaat. We zijn in aanraking gekomen met de Cursus en daar mogen we blij mee zijn hoewel er ook menig gevecht mee wordt gevoerd. Toch wil ik er wel een pleidooi voor houden om niet te snel te denken dat we het wel weten. Het klopt dat een enkeling aan een paar woorden genoeg heeft om het Licht te herkennen maar voor de meesten van ons geldt dit niet. Wat echter wel geldt voor deze meerderheid is dat we te maken hebben met een zeer listig ego dat erg blij is als we zo min mogelijk doen met de woorden van Jezus. Het bedient zich daarbij van een aantal uitspraken die op zich niet onjuist, gevaarlijk of verkeerd zijn maar er wel voor kunnen zorgen dat we blijven hangen in ons geloof in afscheiding. Paar voorbeelden:

  • Een Cursus in Wonderen het niet voor niets “een” Cursus; ik doe van alles en ook een beetje uit de ECIW.
    Op zich een juiste constatering zolang we beseffen dat ook het ego het heerlijk vindt als we van alles een beetje doen zonder de wortels van ons ego-denken bloot te leggen.
  • Het voornaamste is leiding te vragen aan de Heilige Geest.
    Klopt, dat is waar we op uit komen als we onze vergevingsoefeningen doen. Maar zonder studie van ECIW kan dit leiding vragen aan de HG verward worden met het volgen van je intuïtie…
  • Ik volg m’n intuïtie (innerlijke stem/ gids).
    Echter, intuïtie is geen synoniem met Heilige Geest, Zelf of Christus-natuur. Intuïtie kan gebaseerd zijn op onbewuste angsten en bij het luisteren ernaar kies je dan voor het ego als innerlijke Gids. Hoeveel oorlogen zijn er niet begonnen door mensen die, uit naam van God, meenden te weten wat ze moesten doen?
  • Het belangrijkste is om te leren houden van mezelf.
    Het klopt dat zelfhaat uit de koker van het ego komt en dus vergeven mag worden. Maar einddoel van de Cursus is geen tevreden en mogelijk wat narcistisch klein zelf. We worden uitgenodigd ons te voegen in Gods verlossingsplan en kanalen van liefde te worden; te leven vanuit de liefde die we zijn.

ECIW is zo dik omdat de listen van het ego zo talrijk zijn en omdat wij zo graag naar deze valse leraar luisteren. Verreweg de meesten van ons zullen de 365 werkboeklessen tenminste een keer moeten doen. Er zijn mooie boekjes geschreven om ons daarbij te helpen. Het Tekstboek is geen makkelijke kost, ik weet het maar er zijn Facebook groepen en Zoom-meetings waar uitleg wordt gegeven en waar je terecht kunt met je vragen. En na de Corona-droom zullen ook de gewone bijeenkomsten weer gelegenheid bieden om meer te leren over de barrières die ons ego wil opwerpen om de liefde buiten de deur te houden.

Begrijp me goed; je kunt het hier in de droom niet echt fout doen. Dus als je besluit om ECIW er een beetje bij te doen, vooral te luisteren naar je innerlijke stem of je te richten op zelfliefde; helemaal oké. Jezus biedt ons echter in ECIW een snelweg waarbij hij ons waarschuwt voor obstakels en valkuilen. Het “zelf-willen-doen” is de wortel van ons ervaren van- en geloven in de afscheiding. We hebben echter van Jezus een geniale handleiding van onszelf gekregen. De schoonheid ervan kan steeds dieper binnenkomen als we deze samen met de Heilige Geest en samen met onze Broeders lezen. Zelf ben ik nu ruim 10 jaar bezig met dit heerlijke boek en ik heb mogen leren dat een houding van “ik snap het nu wel zo ongeveer” niets anders is dan een nieuwe vergevingsles. Pas als de liefde overstroomt en zich zonder tussenkomst van dit kleine manipulerende zelfje manifesteert, is het klaar met leren. Pas dan hebben we als Zoon van God onze functie in Zijn Schepping hervonden.