Het wonder van liefde aanbieden

barmhartige samaritaanDe Bijbel blijft voor ons nuttig om ook de woorden van Jezus in de Cursus goed te kunnen begrijpen. De volgende vraag is voor mensen die de Bijbel kennen niet zo moeilijk te beantwoorden: roept Jezus in de Bijbel vooral op om zo goed mogelijk voor jezelf te zorgen of om zo goed mogelijk voor anderen te zorgen? Vanuit ons geloof in afscheiding denken wij dat dit twee verschillende kwesties zijn en neigen we naar het egocentrische antwoord: zolang wij onszelf happy voelen zijn we tevreden. Platgezegd willen wij dan ook de Cursus gebruiken om gelukkiger te worden. Is dit zo slecht? Nee, het is een prima startpunt maar het is onhandig, niet zondig, als we hierin blijven hangen.

Dit hangen blijven in een egocentrische visie kan gebeuren als we wonderen slechts opvatten als een verandering van perspectief uitsluitend bedoeld om onszelf gelukkiger te gaan voelen. De kans dat we hierin blijven hangen neemt toe als we te snel menen te moeten gaan handelen vanuit de niveau-I waarheid van de Cursus. Want wat is hier aan de hand? We proberen onze niveau-II overtuiging (ik ben een ikje) vroegtijdig te combineren met de niveau-II werkelijkheid (niks wat we zien is écht). Vanuit deze onzalige mix gaan we het wonder uit de Cursus in Wonderen misbruiken om een zelfgerichte onkwetsbaarheid na te streven. We denken dan dat we vorderen als we onbewogen blijven bij het zien van alle leed om ons heen. Dit is een akelige misvorming van de Cursus en buitenstaanders zien dit aan ons, studenten van de Cursus, als ze ons verwijten dat we door de Cursus ons hoofd in worden getrokken.

Natuurlijk is dit niet zo en zijn wij, studenten van de Cursus, af en toe net gewone mensen die nogal ik-gericht zijn. We kunnen de neiging ervaren om lekker thuis individualistisch met de Cursus bezig te zijn met als voornaamste doel de ellende van het harde bestaan te ontstijgen. Soms menen we dat de Cursus ons hiertoe oproept als ze woorden gebruikt als “boven het slagveld uitstijgen”. Hierbij zweeft dat niveau-II ikje alvast ongenaakbaar rond in een niveau-I hemel. Dit noem ik doorgeschoten schijn-non-dualisme. We proberen het “beste” van twee niveaus te combineren wat eigenlijk een soort ultieme afscheiding is: een onsterfelijk klein zelf dat onkwetsbaar geworden is.

In m’n vorige blog schreef ik dat we onszelf voorsorteren voor deze misvatting als we het wonder uitsluitend zien als een verandering van ons perspectief die maakt dat we ons afgescheiden én onkwetsbaar kunnen wanen. Met deze versie van wonderen scheren we vlak langs de waarheid maar we presteren het toch om deze waarheid hiermee volkomen te missen. Want zowel de Bijbel als de Cursus gaan over het belang van relaties. Onze houding binnen relaties vormt binnen onze droomwereld als het ware de weergave van ons geloof in afscheiding versus het geloof in liefde en eenheid. Als we wonderen beperken tot een manier om onszelf lekker te voelen dat leidt dit makkelijk tot dat schijn-non-dualisme. Daarom is het zo belangrijk om nooit te vergeten dat wonderen zo mooi zijn als expressie van liefde naar onze broeders en zusters.

Hoe kunnen we dan deze liefde tot expressie brengen? Denk aan het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Mensen lopen in deze gelijkenis langs een gewonde reiziger en bieden hem geen hulp. Misschien waren ze druk met het herhalen van de affirmatie “ik ben niet een lichaam en het lijden wat ik meen te zien in een ander is niet echt”. Zie je het bedrieglijke en gemene van het ego? Het klopt precies wat er staan en ondertussen leidt het tot koud en egocentrisch handelen als we aan een hulpbehoevende medemens voorbij lopen.

Binnen de droom is het lichaam neutraal en mogen we het de betekenis geven die het voor ons heeft. We mogen het gebruiken als tijdelijk medium om te communiceren naar anderen wat er in onze denkgeest hopelijk is doorgedrongen. Onze gewone alledaagse (lichamelijke) relaties en contacten zijn bij uitstek het middel om wonderen aan te bieden aan onze naasten. In het Hoofdstuk (23 IV) van het Tekstboek wordt ons opgeroepen om binnen relaties niet ten strijde te trekken met oordelen en aanvallen. Maar het zweven boven het slagveld is niet hetzelfde als je onttrekken aan de relaties en het leven van alledag maar juist het liefdevol aangaan van deze relaties om wonderen aan te bieden. Dit is getuigen van de kracht van transformerende liefde. Dit is waar Jezus ons 2000 jaar geleden en nu toe oproept. Geen solistisch en erudiet navelstaren maar de liefde laten stromen om de speciale haat en speciale “liefdes”-relaties om te vormen tot Heilige….RELATIES!

De Cursus zegt dat we gelukkige studenten mogen zijn. Ken Wapnick, een leraar van de Cursus, roept ons op om vooral normaal te blijven doen. Dit normaal doen is ons alledaagse materiele leven laten gebruiken door de Heilige Geest om onze broeders en zusters te tonen dat Zijn Liefde in ons werkt en dat wij ervaren dat hun belang niet verschilt van dat van ons.

 

Samen ontdekken dat we liefde zijn

samenHet kan verhelderend zijn om je zo af en toe eens af te vragen wat je nu eigenlijk wilt met bijvoorbeeld de Cursus of met welke andere spirituele leerweg dan ook. In dit verband is het aardig om te zien wat de discipelen van Jezus wilden zo’n 2000 jaar geleden. We lachen wel eens als we hen zien kibbelen over de vraag wie de grootste zal zijn in de hemel of wie er aan de rechterhand van Jezus mag zitten aldaar. Het eigenbelang spat er in al z’n menselijkheid vanaf. Maar zij wij veel beter dan zij? Wat willen wij ten diepste?

We kunnen er veel namen aan geven. Verlichting, ontwaken uit de droom, meer vrede ervaren en ga zo maar door. Het kan wat confronterend zijn als we eens heel direct de vraag stellen: “voor wie willen we een plezierige staat bereiken?” Ik zal het niet voor jullie invullen maar bij mezelf zie ik dan toch stevig egocentrische motieven naar boven komen. Ik meen te lijden aan de illusie van dit bestaan en ik wil blijvend vrede ervaren. Mijn zoeken naar vrede is dus zonder meer voor een (heel?) groot gedeelte zelfgericht.

Ik zag op YouTube een interview met Robert Perry, leraar van de Cursus, en hij wees op iets opmerkelijks. Als wij aan de wonderen denken van De Cursus in Wonderen dan zijn we er aan gewend geraakt om deze op te vatten als een correctie van onze perceptie van wat we menen te zien: eerst zien we ellende en afscheiding, we nemen de projectie terug en kijken met de HG en dan ervaren we het wonder en een gevoel van vrede. Hij ontkent dit aspect van het wonder niet, maar wijst erop dat deze betekenis minder vaak genoemd wordt in de Cursus dan een andere betekenis die we wat uit het oog dreigen te verliezen. Namelijk die waarbij het wonder wordt gezien als een expressie van liefde, als geschenk aan een ander en bedoeld om te helpen. Lees vanuit die invalshoek maar eens de Principes van wonderen door. Een paar fragmenten ter illustratie (niet volledig of uitputtend):

  • Uitingen van liefde (1,3)
  • Verricht voor hen die tijdelijk minder hebben (8)
  • Door gebed wordt liefde ontvangen, en door wonderen wordt liefde geuit (11)
  • Verlenen kracht aan de ontvanger (16) enz

Voor mij was dat interview verfrissend om te horen. Het ego vindt dit ook een bruikbare ontdekking en pakt, zoals gewoonlijk, stevig door en stelt direct dat ik een domme, schuldige egoïstische zondaar ben die dus absoluut geen vrede verdient. In plaats daarvan krijg ik de hel die ik verdien; het geloof en de ervaring van afgescheidenheid. Toch worden die beschuldigingen door het ego een beetje sleets en zijn werkwijzen voorspelbaar. Het ego is dol op absurde keuzes. Als ik in zijn ogen teveel kies voor het najagen van eigen vrede dan noemt het me fout en zondig en jut me op om me op die ander te gaan richten. Dit kan dan doorslaan in het doen van goede daden, zogenaamd gericht om liefde te tonen voor mijn medemens maar heimelijk toch gericht om zelf de beloning hiervoor te ontvangen door verlichting te bereiken. De Cursus noemt in dit verband bijvoorbeeld de oude betekenis van vergeving. Hierbij vind je nog steeds dat de ander schuldig is maar je besluit het te bedekken met een zogenaamd liefdevolle glimlach om jezelf beter te voelen en goed te doen voorkomen.

Ik heb gemerkt dat het handig is om me af te vragen óf ik wel iets moet kiezen als me dit wordt ingefluisterd door het ego. Hierin word ik gesterkt door de Cursus. Prachtig in dit verband is Wonder-principe 9:

Wonderen zijn een soort uitwisseling. Zoals alle uitingen van liefde, die in de ware zin altijd wonderbaarlijk zijn, draait deze uitwisseling de natuurkundige wetten om. Ze brengen gever en ontvanger beiden meer liefde.

Door na te denken over zaken als egoïsme en altruïsme naderen we het hart van de non-duale visie, wijsheid en liefde van de Cursus. De wijsheid is: we zijn één Zoon van God. De Liefde is: God houdt van ons als een Vader en we mogen Zijn Liefde weer gaan herinneren als onze Bron door deze Liefde te laten stromen naar onze broeders en zusters. We kunnen hier over nadenken maar het is directer om de waarheid van de uitspraak “geven en ontvangen zijn in waarheid één” te gaan ervaren. Zolang we menen dat we vooral moeten focussen op vrede voor ons kleine zelf kunnen we opmerken dat dit leidt tot gevoelens van begrensdheid, wanhoop en eenzaamheid. Navelstaren en spiritueel hypochondrisme zijn niet zondig maar ze leiden ook niet echt tot de ervaring van stromende liefde. Ook leeglopen op het doen van “goede daden” voor anderen en afhankelijk zijn van hun dankbaarheid voelt uitputtend.

In The Way of Mastery staat: “I am loved, I am loving and I am lovable forever”. In mijn beleving vertaalt zich dit in: Ik mag weten dat Mijn Vader van me houdt, ik mag deze liefde laten stromen naar mijn broeders en daarmee ervaren dat we allemaal liefde zijn”. We hoeven niet bang te zijn voor onze egoïstische trekjes. Als we niet zouden geloven in het belang van ons kleine zelf dan zou de Cursus niet nodig zijn. Maar het is mogelijk wel eens verfrissend om ons te herinneren dat Jezus de discipelen op pad stuurde om anderen te helpen. Ook hij verrichtte (en verricht) wonderen voor mensen die meenden ziek, arm of schuldig te zijn. Deze gerichtheid is goed als tegenwicht voor iets teveel focus op het wel en wee van ons denkbeeldige, kleine zelf. We mogen leraren en wonderwerkers worden door Zijn Liefde te laten stromen naar onze broeders. Ik sluit graag af met deze mooie zin uit het Handboek voor leraren (H 1: 1-2):

De geschiktheid van een leraar van God “bestaat louter hierin: ergens, op een of andere manier, heeft hij een doelbewuste keuze gemaakt, waarbij hij zijn belangen niet los zag van die van iemand anders”.

 

Is verandering in de buitenwereld nodig?

buitenwereld veranderen

Deze vraag kwam voorbij in een Facebook-groep. Het is een mooie kwestie die ons allemaal bezighoudt. Als ik niet direct een gewenst antwoord geef maar probeer eerlijk te zijn dat merk ik dat ik wel met grote regelmaat op een verbetering in m’n omstandigheden hoop. Vooral bij lichamelijke ongemakken is mijn wens een volmondig “ja, graag”!

Maar goed, soms lijken de dingen hardnekkig te zijn wat ze zijn; vervelend en onveranderbaar. Als we dit geloven dan kiezen we voor een andere aanvliegroute. We besluiten om te gaan werken aan onze perceptie door wat zich aandient niet langer te labelen als leuk, vervelend of als iets wat moet veranderen. We gaan over in de acceptatie-modus. Ten diepste is dit een aanpak op werelds psychologisch niveau. Niks mis mee en een mooi werelds symbool voor een dieper gelegen werkelijkheid. Door onze dwangmatige eisen betreffende de buitenwereld te versoepelen of helemaal los te laten gaan we inderdaad meer vrede ervaren. En dat is plezierig. We kunnen ontspannen en de dingen meer laten zijn zoals ze zijn.

Toch is dit niet het hele verhaal. De Cursus gaat namelijk verder dan dit. Als we op het psychologisch niveau blijven hangen dan nemen we nog steeds genoegen met een wat subtieler geloof in de afscheiding. Die buitenwereld zou echt en onveranderlijk zijn en wij hebben maar een manier te vinden om ons er zo goed mogelijk mee te verhouden. Projectie wordt op dit niveau gelijkgesteld met het plakken van een label op een vaststaand feit of een echte gebeurtenis buiten mij. Op subtiele wijze blijven we ons een slachtoffer voelen van een wereld waarin we leven. Even zo subtiel blijven we geloven in onze afgescheidenheid (in “ons lichaam”) waaraan zich dus van alles voltrekt.

De Cursus leert ons dat we totaal géén slachtoffer zijn. We zijn projectoren. Die zogenaamde buitenwereld is niks anders dan een film die we vanuit de denkgeest projecteren en waarvan we denken dat deze echt is. Iets als “echt” waarnemen doen we met alles wat we met onze zintuigen kunnen waarnemen. Als we het kunnen zien, horen, ruiken, proeven en aanraken dan denken we dat we te maken hebben met een echte en onveranderlijke buitenwereld.

Niet dus. Alles is gemaakt van denkgeest-“materiaal”. En alles is zo geprojecteerd door ons als Zoon van God. Met dit projecteren hebben we een doel. We hebben echter ons doel niet meer in de gaten en daarom spreek ik graag van onze verborgen agenda. Doel van het projecteren van die zogenaamde buitenwereld waarin we ons zouden moeten gaan verhouden is namelijk juist om onszelf de illusie van afgescheidenheid te geven. We kiezen ervoor onszelf te foppen door een echt aanvoelende buitenwereld te projecteren.

Dat maakt de vraag: “is verandering in de buitenwereld nodig” een onmogelijke schijnvraag. De vraag impliceert namelijk dat er echt zoiets is als een “buitenwereld”. Vandaar uit gaan we verder fantaseren en moeilijk doen. De vraag is echter heel raar. Vergelijk het met de vraag “hoe krijgen we de kamelen van de maan weer terug op aarde?” Er zijn geen kamelen op de maan en er is geen buitenwereld. Er is slechts onze eigen projectie die we om verborgen redenen graag overeind houden.

Dit overeind houden van de illusoire projectie lukt erg goed door ervan af te willen. Hoe liever ik de kamelen van de maan wil hebben des te erger moet ik er wel van overtuigd zijn dat ze daar echt lopen. Ik kan ook proberen de kamelen te ontkennen. “Ze zijn al weg, ze zijn al weg, ze zijn al weg? etc”. En dan even stiekem kijken of ze al weg zijn? Accepteren dan maar? Oké, die beestjes leven nu eenmaal op de maan en er is niks meer wat ik er aan kan doen dus ik leer er maar mee te leven? Zie je dat dit ook de schijnvraag niet oplost?

Terugnemen van projecties is niet slechts accepteren van wat je meent te zien. Het is meer. Het is doorzien dat de projecties niet echt zijn en er de complete verantwoordelijkheid voor nemen als spel dat je verkiest te spelen om jezelf te foppen en je afgescheiden te voelen.

Hoe? Door onze werkelijke creatieve scheppingsdrang te volgen en niet langer dat wangedrocht van een zogenaamde 3D-tijd-werkelijkheid te projecteren. Kunnen “wij” dat vanuit onszelf? Nee, want als de projectie echt wordt doorzien dan wordt ook doorzien dat die kleine “wij” die er slachtoffer van zou zijn helemaal niet bestaat. Is dat eng of erg? NEE, want als we ons overgeven aan onze authentieke scheppingsdrang, door te kijken door de ogen van de liefde die we zijn, dán is er de vreugde. Vreugde voor een klein ikje? Nee, de allesomvattende vrede van het ervaren van een mysterie. We zijn één met de liefde als eeuwige en onbegrensde schepping van onze Vader.

Les 265

De zachtaardigheid van de schepping is al wat ik zie. Ik heb inderdaad de wereld verkeerd begrepen, omdat ik mijn zonden erop gelegd en die naar met terug zag kijken. Hoe venijnig leken ze! En hoe misleid was ik te denken dat wat ik vreesde zich in de wereld bevond, in plaats van enkel in mijn denkgeest. Vandaag zie ik de wereld in de hemelse zachtaardigheid waarmee de schepping straalt. Er schuilt geen angst in. Laat niet de uiterlijke schijn van mijn zonden het hemelse licht verduisteren dat de wereld overstraalt. Wat daar weerspiegeld wordt, huist in de Denkgeest van God. De beelden die ik zie, weerspiegelen mijn gedachten. Toch is mijn denkgeest één met die van God. En zo kan ik de zachtaardigheid van de schepping zien.

In stilte wil ik naar de wereld kijken, die Uw Gedachten slechts weerspiegelt alsook de mijne. Laat ik onthouden dat ze dezelfde zijn en ik zal de zachtaardigheid van de schepping zien.

Onze vader houdt van ons

vader en kindGisteren schreef ik over de afstandelijkheid die kan optreden wanneer we de Cursus op verstandelijk niveau als waarheid zien en van daaruit naar de wereld kijken met een gesloten hart. Vandaag ontvangen we een zegen in de vorm van Werkboekles 263. Hierin biedt Jezus ons namelijk een vreugdevol alternatief voor een afstandelijke blik waarmee we alles af doen als een nachtmerrie waar “we” boven willen zweven.

De tweede alinea van de werkboekles zegt het zo mooi. Lees alsjeblieft met me mee:

“En laten we, zolang we nog buiten de Hemelpoort verblijven, naar al wat we zien met de heilige visie en de ogen van Christus kijken”.

Jezus weet dat we al lang in de hemel zijn maar dat we verkozen hebben om dit te vergeten. Hij spreekt ons vandaag toe op het niveau waarop we menen te zijn. Dat is het niveau van de wereld die we om ons heen zien. Wij menen dat dit een wereld is waarin veel ellende plaatsvindt. Op een ander moment in de Cursus sluit Jezus zich ook bij onze perceptie aan en spreekt hij in dit verband van “een nachtmerrie”. En wat Jezus vervolgens zegt is een prachtige sleutel. Eerst wat Jezus niet zegt. Hij zegt niet : “laten we alles bezien als een illusie en besluiten dat het nep is en er smakelijk om lachen”. Denk eens aan het beeld van Jezus zoals ons dat vanuit de Bijbel toe straalt. Loopt hij lachend langs de melaatsen omdat ze zich hun ziekten slechts inbeelden? Kijkt hij onbewogen naar de mensenmassa die hem smeken om hen te helpen met hun aardse noden en kwalen? Nee, Jezus kijkt naar hen met de heilige ogen van Christus en raakt bewogen door liefde. Vervolgens laat hij deze liefde vrijelijk door zich heen stromen door zich uit te strekken naar armen, hoeren, tollenaars en ga maar door. Hij biedt hen wonderen aan. Er is nul komma nul sprake van verstandelijke kilheid omdat hij het allemaal wel door heeft. Nee lieve broeders en zusters. Het is onhandig om zaken om te keren en een voorschot te nemen om Niveau I terwijl we menen dat Niveau II, onze droomwereld, echt is. Zolang we gevangen zitten in de droom worden we uitgenodigd met de heilige ogen van Christus te kijken.

“Laten alle verschijningsvormen ons zuiver toeschijnen, zodat we er in onschuld aan voorbij kunnen gaan..”

Dat wat we zien in de wereld schijnt ons niet zuiver toe als we het vroegtijdig af doen als een illusie waar we zo snel mogelijk af willen komen. Het is een heel subtiele, maar in mijn ogen, oh zo belangrijke kwestie. Het is een balanceren tussen afstandelijkheid en je mee laten sleuren door wat je meent te zien. Mediteer op deze woorden: “laat dat wat ik zie me zuiver toeschijnen”.. Proef je die wonderlijke en tedere openheid die noch afstand neemt noch zich laat foppen? Het is zuivere, stromende liefde, delicaat en teder.

“..om ons samen naar het huis van onze Vader te begeven, als broeders en de heilige Zonen van God.”

Weer wat er niet staat: en lach om alles wat je meent te zien zodat je weg mag zweven van alle ellende op een grote roze wolk, ver weg van alles en iedereen. De denkbeeldige anderen zijn geen fop-projecties van jezelf die je ziet creperen op tv en waar je niks mee te schaften hebt. Nee, het zijn je broeders. Zelfs in onze droomwereld raakt het wel en wee van onze naaste familieleden ons zeer terwijl we daar zelfs nog menen dat ze van ons afgescheiden zijn in de vorm. Maar in werkelijkheid kijken we naar onze broeders waarmee we zo innig verbonden zijn dat er van onderscheid geen sprake meer is maar slechts van een onbegrijpelijke eenheid in liefde. Er staat ook niet dat we opgaan in een neutrale eenheid. Nee, we gaan naar het huis van onze Vader. We zullen thuis zijn met onze broeders en onze Vader. Voel de warmte, lieve broeders en zusters. Onze Vader heeft de schepping gezegend met lieflijkheid..

Simpel gezegd: als we ons vroegtijdig de waarheid van Niveau I op een verstandelijke manier toe-eigenen en vandaaruit naar de wereld kijken dan kan dit resulteren in duale en kille afstandelijkheid. We mogen gelukkig met liefde en tederheid beginnen daar waar we menen te zijn; in onze wereld. Als we hier de tederheid van vergeving leren kennen aan de hand van Jezus dan zullen we ten diepste beseffen dat we liefde zijn (Niveau I) en niet langer geloven in de echtheid van kille afstandelijkheid die we op Niveau II zagen.

Zolang je afstandelijk kijkt, zal je geloven in afstandelijkheid. Door met liefde te kijken leer je dat je liefde bent.

WB 263: Mijn heilige visie ziet alles als zuiver.

 

Word je door de Cursus het hoofd in getrokken?

in het hoofd getrokken

Deze keer direct maar het antwoord. Nee, natuurlijk niet. Dat zou namelijk betekenen dat er zoiets bestaat als een ikje dat slachtoffer is van iets “daarbuiten”, namelijk de Cursus en vervolgens getrokken zou worden in een denkbeeldige vorm van een hoofd. Zo, dit misverstand is uit de weg geruimd. Maar dit is toch te kort door de bocht. Is de Cursus niet een training van de denkgeest? En heeft dat niet te maken met ons denkvermogen?

En hier zit hem dan meteen, naar mijn mening, de crux. Want jawel, de Cursus corrigeert foute opvattingen die wij koesteren. Ze vertelt ons dat we niet afgescheiden zijn, dus ook geen lichaam zijn, en dat we één zijn met God en onze broeders.  De hamvraag is wat wij doen met deze woorden. Wij worden niet door deze woorden als vanzelf ons hoofd in getrokken. Maar onze ego-neiging is wel degelijk om op deze wijze aan de slag te gaan met de in woorden uitgedrukte waarheden. Wat is hiervan het resultaat?

Als we de stem van het ego volgen dan maken we van de Cursus een nieuwe theologie. De gecorrigeerde onwaarheden (ik ben afgescheiden en een lichaam) kunnen uitkristalliseren tot nieuwe stellingen (ik ben niet dit lichaam, ik heb niks te maken met de nachtmerrie die ik om me heen meen te zien). Dit kan in eerste instantie behulpzaam zijn om wat ruimte te creëren. Vergelijk het met snoeiwerk waarbij er wat overtollige takken worden weggeknipt. Zo kan het affirmeren van juiste uitspraken ons letterlijk wat licht en lucht geven in nare situaties. Ik maak hier zelf ook soms dankbaar gebruik van.

Tegenhanger van het principe van het trainen van de denkgeest om foute overtuigingen te corrigeren is binnen onze bekende droomwereld de Rationeel Emotieve Gedragstherapie van Albert Ellis. Van hem komt het beroemde ABC-model. Kortgezegd menen we gewoonlijk dat een nare gebeurtenis (Activating event) nare Consequenties( C ) voor ons heeft. We geloven dat dit vanzelf zo gebeurt en dat wij hier verder niks aan kunnen doen. Albert Ellis laat met talloze voorbeelden zien dat dit niet zo is. Zo kan Pietje heel boos worden als iemand hem een idioot noemt terwijl Jantje gewoon blijft lachen. Dus A (iemand is aan het schelden) leidt niet automatisch tot C (als consequentie vanzelf boos worden). Er zit iets tussen; namelijk het geloof (Believe) van beide heren. Zo kan Pietje geloof hechten aan: “ik ben een slimme vent en niemand mag anders beweren”. Jantje kan zoiets geloven als: “wat anderen menen te moeten roepen zegt niets over hoe of wie ik ben”. Zie je dat het de opvattingen (Believe/geloof) van beide heren is wat hun reactie bepaalt?

Langs deze lijnen zullen ook de correcties van de Cursus in onze denkgeest leiden tot een ander geloof (een andere B) zodat bij eenzelfde A (gebeurtenis) je nu bijvoorbeeld een vredigere reactie ( C ) krijgt. Iemand die er bijvoorbeeld 100% van overtuigd is dat hij een lichaam is zal bij ziekte anders reageren dan iemand die gelooft dat het lichaam slechts een tijdelijk instrument is.

Het aardige is dat Ellis aanvankelijk focuste op deze bevrijdende waarheid van het ABC-model. Later echter, breidden hij en zijn opvolgers het uit tot een ABCDEFG-model. Kortgezegd zag men dat het corrigeren van foute opvattingen een stap in de goede richting is maar dat mensen real-life oefeningen en ervaringen nodig hadden om een echt doorleefde gedragsverandering te kunnen hebben. Ik herken dit vanuit de Cursus en ik meen dat ik hierin niet alleen sta.

Als we blijven hangen in een nieuw geloof, in een nieuwe theologie, dan hebben we ons tevreden gesteld met een nieuwe duale situatie die inderdaad omschreven kan worden als “naar het hoofd getrokken zijn”. Vind je dit voorlopig oké en een prima plek om een tijdje te vertoeven? Be my guest and enjoy! Is dit waar de Cursus toe oproept? De Cursus roept volgens mij niet op tot een afstandelijk loeren naar een droom waarbij het ego moe en voldaan naar de gesnoeide struik kijkt en zich afvraagt waarom er steeds weer van die nare doornige takken bijgroeien. Gelukkig niet!

Het goede nieuws is dat het prima is als wij wat verkeerde opvatting corrigeren maar dat wij niet als fanatieke tuinmannetjes tekeer hoeven blijven gaan. We mogen aan de voet van de boom gaan zitten met ons gezicht naar de zon. Lekker ontspannen en ons afvragen waar we toch zo druk mee bezig zijn. Als we zo ontspannen dan mogen we de warmte van de zon op ons gezicht voelen. Er steekt een heerlijk koele bries op. Door ons open te stellen voor wat zich aandient en ons niet dood te staren op de takken die nog gesnoeid moeten worden ervaren we dat we één zijn met de lucht, de vogels, de bomen, de wind en met de stemmetjes van de kinderen die iets verder op het veld spelen.

Het is een moment van vergeving, van tederheid. Het is thuiskomen vanuit ons hoofd in ons hart en daarmee in ons diepste Zelf. Niet als hard werkende en kritische zwoegers maar als ontspannen Kinderen van God die genieten van het mysterie dat zich aandient in een heerlijk Heilig Ogenblik.

Les 262

Laat me vandaag geen verschillen zien.

..Wij die één zijn, willen vandaag opnieuw de waarheid over onszelf kennen. We willen thuiskomen en in eenheid rusten. Want daar is vrede en nergens anders kan vrede worden gezocht en gevonden.

Met vergevende ogen

jezus kijkt naar me

Het ego is dol op afstand. Het geloof in afstand is een belangrijk fundament van zijn denkbeeldige bestaan. Laten we het doel van het ego niet uit het oog verliezen. Dit doel is om het geloof in afscheiding in stand te houden, het geloof dat er een ikje is dat losstaat van het geheel. Dat losstaan vertaalt zich in verschillende waanideeën. Hier een paar voorbeelden:

  • Het eerste waanidee komt ons een beetje abstract voor. Ik zou afgescheiden zijn van God. Hoewel de Cursus ons leert dat deze denkbeeldige afscheiding van de Liefde de wortel van de vergissing is, hebben we er toch als regel niet veel feeling mee. Met de mond belijden we makkelijk dat we weten dat we in feite één zijn met God/Liefde maar als we dit écht zouden beseffen dan zou de denkbeeldige reis voorbij zijn.
  • Dan een meer herkenbaar waanidee: ik ben ik en jij bent jij en samen zijn we toch echt met ons tweeën. Dit is uit te breiden tot die zogenaamde andere 7 miljard mensen op aarde.
  • Het volgende waanidee is ons ook bekend en omvat in feite bovengenoemde “persoonlijke” variant: als ikje leef ik in een buitenwereld. Een buitenwereld met aarde, lucht, boompjes, huisjes enzovoort.
  • Als ikje leef ik niet alleen in die ruimte van de buitenwereld maar ook in de tijd. Nu zit ik hier, straks loop ik daar. Nu snap ik het nog niet, straks hopelijk wel. Nu geloof ik nog in de illusie, straks ben ik hopelijk verlicht. Meesterlijke zet van het ego, dit geloof in het fenomeen tijd.

Dan de instrumenten die we gebruiken om ons geloof overeind te houden:

  • In algemene zin is dit projectie. Maar het valt niet mee om hier wat gevoel voor te krijgen en er slechts over filosoferen is slechts een aardig tijdverdrijf. Vanuit die mysterieuze eenheid projecteren we een denkbeeldige ruimte, inclusief denkbeeldige andere mensen en ook denkbeeldige tijd. Voilà alle benodigdheden voor ons duale spelletje van afscheiding.
  • Een meer herkenbaar instrument is oordelen. Het aantal varianten hiervan is eindeloos. Wij denken snel aan boos zijn op een ander en dat is inderdaad een duidelijk voorbeeld. Maar ook als we oordelen dat het ons bijvoorbeeld ergens aan ontbreekt en dat we dus op zoek moeten gaan naar vervulling binnen de droomwereld, doen we precies hetzelfde. Het ego smult van al onze vormen van oordelen.

Hoe kan die neiging tot oordelen en het in stand houden van de illusie van ik-versus-de-rest doorzien worden? Jezus wijst ons er op dat het om te beginnen handig is als we onze illusie van slachtofferschap loslaten. Er ligt namelijk een sluier van onwetendheid over bovenstaande mechanismen. Wij kiezen voor projecteren en oordelen omdat we afgescheidenheid willen ervaren. We hebben dus een verborgen agenda. Zelfs het geloof in een ego als boos duiveltje dat ons probeert te verleiden is hier onderdeel van. We willen onszelf foppen door die projectie/oordelen-truc serieus te nemen en onze waanideeën overeind te houden. Dat is best gek om te lezen. We zijn gaan geloven in de noodzaak van het in stand houden van de illusie omdat we geloven dat “we” verdwijnen wanneer we de grenzen niet langer bewaken en overeind houden. Anders gezegd: we zijn bang voor de grenzeloze liefde die we zijn.

Terug naar waar we menen te zijn en naar waar we ogenschijnlijk mee bezig zijn. Als je nu oplet zie je dat je waarschijnlijk zit te denken over het een en ander. De illusie die je hiermee automatisch koestert is die van een zogenaamde denker die gedachten denkt. Gefopt! Tussen denker en gedachten zit weer die denkbeeldige afstand waar we zo graag in geloven. Zo in-ons-hoofd-zijn vindt het ego prima en al helemaal wanneer we het combineren met het aanvallen van ideeën van zogenaamde anderen. Dan voegen we heerlijk ik-versus-de-vijand toe en zitten we lekker diep in onze illusie. Door de gedachten slechts waar te nemen als onschuldige en neutrale fenomenen word je in elk geval niet in zo’n denkbeeldig gevecht gezogen. Toch kun je dan als ikje nog steeds triomfantelijk geloven dat “je” het nu door hebt, waarin je dus toch weer gefopt wordt. Dat gebeurt bijvoorbeeld als we zogenaamd onbewogen naar het leven als nachtmerrie kijken. Een ikje dat met zijn handen op de rug langs de zijlijn staat kan nog steeds geloven dat het goed bezig is en vast wel ergens zal komen met dat gedrag. Voor het hebben van gevoelens geldt in feite hetzelfde. Misschien zeg je niet langer “ik ben bang” maar al wat genuanceerder “ik heb angstgevoelens” maar als je hierbij gelooft in een los ikje dat van alles aan gevoelens heeft of juist niet, dan is dit toch weer geloof in dualiteit.

De Cursus geeft aan dat het enige wat we kunnen doen is “vergeven”. Daarmee kunnen we niet verlicht raken, want dat zijn we al, maar we maken de denkbeeldige toestand er in elk geval niet erger mee. Wellicht moeten we na jaren studie van de Cursus het woord “vergeven” wat afstoffen. Want we snappen nu wel dat vergeven niet hetzelfde is als het klassieke “jij bent fout en zand erover”. Maar het gaat veel verder dan dat. Vergeven is in mijn beleving een heel intiem en teder gebeuren. Het is het natuurlijkste en makkelijkste wat er is en daarmee, paradoxaal genoeg voor ons, ook weer het moeilijkste. Het is geen afwijzen en geen accepteren. Beide woorden zijn te doenerig, te ikkerig, te duaal. Het is geen onbewogen toekijken, dat is te afstandelijk.

Het komt meer in de buurt van wat we ervaren in onze droomwereld wanneer we diep kijken in de ogen van een ander. Wat een mysterie speelt zich af in deze intieme vorm van communicatie en relatie. We kunnen ons kwetsbaar voelen en de neiging krijgen weg te kijken of te gaan lachen. Maar we kunnen ook toestaan dat we in één beweging tegelijkertijd aanraken en aangeraakt worden. We kunnen proeven aan een wonderlijke intimiteit waarbij we beseffen dat we samen zijn en toch één zijn. We kunnen wonderlijke eenheid ervaren als liefde door- en tot ons stroomt. Zó kunnen we alles wat zich lijkt voor te doen binnen de illusie stil en liefdevol aanraken.

Vanuit ons ikje durven we dit niet zo goed. Maar er is Hulp. Wij hoeven slechts te zien dat we bang zijn en hieraan eigenlijk vast willen houden. Vervolgens mogen we met een heel dun stemmetje zeggen: Heilige Geest, Kracht van Liefde, zie mijn angst en mijn neiging om me te verzetten tegen werkelijke vergeving. Zie mijn vecht-, vlucht-, doe-neiging, alles wat ik doe uit angst voor deze intieme liefde. Heer houd me vast als ik mijn ogen opsla naar die ander om U te zien. En in dit hulp vragen zit dezelfde paradox. Je vraagt Hulp aan de liefde die je bent. Als Zoon van God, schepping van een Liefdevolle vader en toch één met Hem. Stromende Liefde. Er zijn geen woorden voor.

Uit WB 256: “God is ons doel, vergeving is het middel waardoor onze denkgeest ten langen leste tot Hem terugkeert.”

Sprakeloos

ik ben van loesjeHoe leer je jezelf kennen? Leer je jezelf kennen door over jezelf na te denken en door er ideeën over jezelf op na te houden? Nauwelijks. Je kunt van alles over jezelf denken maar pas als je opstaat en aan het leven deelneemt leer je jezelf kennen. Dat kennen van jezelf gebeurt in relatie met van alles en nog wat. In relatie tot de dingen die je ziet, tot de dingen die je voelt en de ervaringen die je al doende opdoet. Zelfs binnen onze droom waarbij we geloven in afscheiding is dit de manier waarop we onszelf echt leren kennen. Dé weg tot zelfkennis in onze wereld is natuurlijk vooral de relatie met andere mensen. Hoe reageer ik op jou en wat voel ik daarbij? De speciale haat- en liefdesrelaties zijn dus instrumenten tot aardse zelfkennis.

Hoe meer je oplet voor wat betreft wat je ervaart in relatie met een ander hoe dieper deze aardse zelfkennis reikt. Voelen is hierbij dus een ingang en een sleutel woord. Zodra we het instrument van afscheiding gebruiken, oordelen dus, verdwijnen we als het ware in ons hoofd, in ideeën over onszelf en anderen. De zogenaamde zelfkennis die we hier opdoen en waar we graag over praten is echter afgeleide kennis, een beetje doods en weinig smeuïg.

We hebben nu via de Cursus een instrument aangereikt gekregen om beperkte zelfkennis te transformeren tot Zelfkennis met een hoofletter Z. Dat instrument heet vergeving. Als we namelijk binnen de droom ons oordeel opschorten dan komt er ruimte voor steeds meer verbinding in onze relatie. Binnen onze droomwereld is het summum van oordeelloos omgaan met een ander de bekende verliefdheid. We zien de ander door een roze bril en hij of zij kan in onze ogen geen kwaad doen. Zelfs deze aardse grenzeloosheid voelt heerlijk en we stromen, helaas tijdelijk, in elkaar over en weer.

Terug naar de vergeving. Hierin worden de speciale haat- en liefdesrelatie overstegen. We zien het oordelen gebeuren en we zien dat het ons, naar onze eigen keuze, vasthoudt in de illusie van afgescheidenheid. Ik versus de rest van de wereld en ik versus jou. Door dit oordeel naar de liefde te brengen ervaren we het wonder van de Heilige relatie. Dit is een voor ons gekke toestand omdat we het mysterie van non-dualiteit benaderen. Binnen de droom denken we dat we een afgescheiden zelf zijn dat dingen buiten zichzelf kan kennen. Deze beperkte en mentale kennis blijkt in de Heilige relatie weinig voor te stellen. In de Heilige relatie wordt het mysterie beleeft waarbij je een diep besef krijgt van de eenheid van jou en je broeder die slechts duidelijk wordt doordat jullie een relatie hebben, terwijl dat woord relatie toch echt lijkt te duiden op twee.

Nu kan vanuit de droom de discussie losbarsten. Een zelfde soort discussie als over de vraag of God nu wel of niet weet heeft van zijn schepping. Over dit mysterie gaat A Course of Love. Juist doordat God Zijn Zoon, ons, schept kent Hij ons en wij Hem. Doordat God Liefde is en scheppend uitstroomt is er de overgang van Being naar I Am. Mysterieuze woorden klinken op: Ik Ben Die Ik Ben. Eenheid? Jawel. Met een Zoon in eenheid verbonden met de Vader? Jawel.

Bij het innerlijk aanraken en herkennen van dit mysterie begint er iets te bruisen diep in me. Ik wil erover vertellen, ik wil delen en stroom daarbij soms over van een goedbedoelde woordenstroom. Maar dan gebeurt hetzelfde als bij nadenken over jezelf; het levenssap dat je ervoer in de relatie zakt weg in een mentale woestijnbodem. Wat nu? Als ik zwijg dan borrelt de dankbaarheid omhoog en de liefde die ik ervaar wil zichzelf delen, wil eruit. Het is een spanning, maar niet vervelend. Uitleg en woorden zijn niet voldoende. Het klassieke leren en onderwijzen werkt niet. Het is directer en intiemer. Het is onmiddellijk.

Voor iemand die graag kletst en schrijft is het een uitdagend maar heerlijk proces. Een proces van overgave en vertrouwen dat de Kracht die ervaren wordt mijn kleine hulp en plannetjes helemaal niet nodig heeft. Het is de kunst van het leren om een instrument te zijn. Om de neiging tot speciaalheid te vergeven en me te laten bespelen door liefde, door het Goddelijke Geheel. Mijn God, wat ben ik dankbaar voor dit liefdevolle mysterie.

Les 251

Ik heb niets nodig dan de waarheid. Ik heb naar veel dingen gezocht, en wanhoop gevonden. Nu zoek ik er slechts één, want in dat ene ligt al wat ik nodig heb en het enige wat ik nodig heb. Al wat ik voorheen zocht had ik niet nodig en wilde ik niet eens. Mijn enige behoefte zag ik niet. Maar nu zie ik in dat ik alleen de waarheid nodig heb. Daarin zijn alle behoeften bevredigd, eindigen alle hunkeringen, is alle hoop uiteindelijk vervuld en zijn dromen verdwenen. Nu heb ik alles wat ik nodig kan hebben. Nu heb ik alles wat ik verlangen kan. En nu vind ik eindelijk vrede.

En voor die vrede, Vader, zeggen we dank. Wat wij onszelf ontzegden, heeft U teruggegeven, en dat alleen is wat we werkelijk verlangen.

 

 

“Zo zit het!” vergeven

don quichot

Zo’n tien jaar geleden was ik plotseling helemaal klaar met het klassiek Christelijk geloof waarin zonde, schuld en plaatsvervangend lijden van Jezus een centraal thema is. Met grote helderheid zag ik dat het niet klopte en, wat belangrijker is, dat het onnodig de ervaring van de liefde van God in de weg zat. Ik was blij dat ik het nu, in mijn ogen, zo helder zag en wilde mijn blijdschap delen met andere Christenen. Deze verrijking, deze vrijheid wilde ik niet voor mezelf houden. Ik bleek in deze houding nogal naïef. Mensen die mijn verse en bevrijdende inzicht reeds deelden vonden mijn boekje hierover (Een Christen op Satsang) erg goed maar voor hen had ik het eigenlijk niet geschreven. Ik wilde vooral mijn broeders en zusters in de kerkbanken bereiken en hen het goede nieuws brengen. Zij zaten hier niet echt op te wachten en sommigen deden een lief bedoelde poging om met me het gesprek aan te gaan om me weer op het rechte pad te helpen. Ik snapte het niet goed. Zien ze het nou echt niet? Ik deed er dus maar een schepje bovenop en schreef het ironische boekje “Geen beeld van God”. Ook dit werd gewaardeerd door, in mijn ogen, het verkeerde publiek, namelijk gelijk denkenden. Als ik eerlijk ben vond ik daarna mijn klassiek Christelijke broeders en zusters een beetje dom. Zagen ze het nou echt niet of wilden ze het gewoon niet zien? Omgekeerd vond ik mezelf dus slimmer en, in Cursus-termen’ speciaal. Ik gebruikte mijn nieuwe inzicht om hun “achterhaalde” geloof aan te vallen en verdedigde met verve mijn bevindingen. Dit duurde enkele jaren.

Momenteel dreigt hetzelfde te gebeuren. Na een jaartje of tien ECIW te hebben gebruikt als richtlijn en inspiratiebron voor mijn leven zie ik dat een doorgeschoten non-duale opvatting zelf ook weer duale trekjes krijgt. Door God en de Heilige Geest toegang tot- en wetenschap van onze “droomwereld” te ontzeggen wordt de kans groter dat studenten menen dat het doorzien van de illusie neerkomt op het aannemen van dezelfde afstandelijkheid die wordt toegeschreven aan God en de HG. Door Robert Perry wordt dit geweten aan interpretaties door Ken Wapnick die niet overeenstemmen met de Cursus. Dit doorschieten in theologisch non-dualisme werd mij vooral helder tijdens het lezen van A Course of Love en The Way of Mastery, maar ook doordat het wringt met voor mij zeer inspirerende boeken van Adyashanti, Toni Persons, Jeff Foster en andere. Als ik het op subjectieve manier probeer te duiden merk ik dat doorgeschoten theologisch non-dualisme bij mij leidt tot een mate van afstandelijkheid en “het hoofd in getrokken worden”. Het lijkt net alsof het doel van de Cursus is om alles te zien als “fake news”, nep nieuws, en dit zo onbewogen mogelijk naast je neer te leggen. Dit inzicht leidt, als ik weer voor mezelf spreek, tot een soort stilstaand water en niet echt tot een levende en bruisende stroom.

Ook nu trek ik weer enthousiast op pad om dit “goede nieuws” te verspreiden en ook nu merk ik weinig enthousiasme bij andere studenten van de Cursus. En ook nu dreig ik te vervallen in de oude valkuil waarin ik ga proberen hen te overtuigen. Deels goed bedoeld maar ook met het risico dat ik mijn gelijk wil halen. Niet erg vredevol en met aanvallende, beschuldigende en verdedigende trekjes. Op twee niveaus heb ik hierin te leren.

Niveau II: Na eerst de klassiek Christenen te hebben bezien als de wat dommere achterblijvers ervoer ik ook wel een bepaalde jaloezie in hun vermogen om te kunnen rusten in een geloofssysteem dat in mijn ogen niet klopte. Ook kreeg ik, na enkele jaren, veel meer respect voor hun intentie die natuurlijk liefdevol is. Deze waardering breidde zich uit naar volgers van andere stromingen zoals ik bij mezelf merkte toen ik de serie “kijken in de ziel van religieuze leiders” volgde. Ik was het niet altijd met hun geloof eens maar zag slechts lieve en goedbedoelende medereizigers. Ik leer eindelijk dat het niet zozeer om de juistheid van de theologie gaat maar om het jezelf openen voor de liefde. Waar ik hierin gehinderd wordt als het theologisch teveel rammelt hebben andere daar geen besef of geen last van.

Niveau II: Heel gemakkelijk ontaardt bij mij een nieuwe inzicht in een “verhitte hoofden, koude harten”-houding. Nu weet ik dat ik geen jaren als een Don Quichot op pad hoef om te strijden voor de goede zaak. Ik mag direct aan het echte werk beginnen en mijn eigen aanvalsgedachten opmerken en naar de HG brengen. Of ik nu denk dat deze HG wél of niet meer is dan slechts mijn Godsherinnering doet er niet toe. Wat er wél toe doet is dat ik kies voor oordeel in plaats van voor liefde. Dus werk aan de winkel.

Misschien heb ik afgelopen tien jaar toch echt wat ingezien en zal het wonder de tijd “dubbelvouwen” zodat ik nu geen jaren maar slechts een Heilig Ogenblik nodig heb om te stoppen met overtuigen en te beginnen met zwijgen en liefhebben en me mijn ware Identiteit herinneren. Zoon van God, in liefde verbonden met alles en iedereen.

Waarheid en liefde

drieeenheid

M’n zoeken naar de waarheid begon met ooit het lezen van de boeken van Krishnamurti. Hij bracht me op het non-duale spoor. Tijdens m’n verdieping hierin groeide de diepe bewondering voor de wijsheid die zichtbaar is binnen deze non-duale visie. Toch miste er iets, althans in mijn beleving. Noem het warmte, liefde of compassie. Dat bracht me op m’n Christelijke tocht langs evangelische en Baptistische stromingen. Het was heerlijk om hier op te warmen en te genieten van de relaties met mijn broeders en zusters. Toch wrikte er iets van binnen voor wat betreft het duale Godsbeeld dat binnen deze visies wordt aangehangen. Om een lang verhaal kort te maken: het klopt niet.

Zo kwam ik op het spoor van de Cursus. Noem het de non-duale variante van het Christelijke geloof of noem het de Christelijke versie van het non-dualisme. In ECIW spreekt Jezus met liefde over de waarheid. Via de Cursus kwam ik op andere boeken waarin Jezus aan het woord is; The Way of Mastery (WOM) en A Course of Love (ACOL). Hierin ervaar ik een liefdevolle Kracht die me met enthousiasme en eindeloos geduld aan m’n hand wil nemen en Die met me wil communiceren van hart tot hart. Het ego probeerde z’n verdeel en heers truc en maakte me wijs dat ik moest kiezen tussen ECIW en WOM of ACOL. Maar dit voelde niet goed en onnodig. Het maakte me wel bewust van iets anders. Na jaren een student geweest te zijn van ECIW was daar weer het besef dat ik meer neigde naar waarheid dan naar liefde. Hoe kwam dit?

De Cursus corrigeert en breekt met engelengeduld de barrières af die we zelf verkiezen op te houden. Toch bleef er een gevoelsmatige barrière bestaan in mijn hoofd als ik met behulp van de Cursus het oude Godsbeeld omver haalde. God is niet buiten mij en is geen super Sinterklaas. Ik meende uit de Cursus te kunnen halen dat God zelfs niks weet van onze nachtmerrie. De illusie is Hem onbekend. Iets dergelijks gold voor de Heilige Geest. Ook Hij werd, meende ik uit de Cursus te kunnen halen, van Zijn duale sokkel getrokken en gereduceerd tot een symbool van de Godsherinnering. Anders gezegd; stilzwijgend was er een geloof ontstaan in absolute eenheid waarin geen plaats was voor een God of een Heilige Geest die als échte wezens, écht één zijn met mij als Zoon van God via de scheppende kracht van liefde.

Waartoe leidde dit geloof in absolute eenheid zonder ruimte voor het mysterie van de drie-eenheid? Tot een houding van afstandelijkheid. God wist niks van mijn nachtmerrie en het leek mij ook beter om zo ver mogelijk boven het slagveld te zweven totdat alle ellende uit de droom onzichtbaar zou worden. Dezelfde tendens bespeur ik bij broeders en zusters. Het wordt een hele “kunst” om bij het zien van ellende, bijvoorbeeld op tv, te stellen dat alles toch maar een droom is. De ultieme test is dan om onbewogen te blijven bij al het leed wat we zien. Op naar de absolute eenheid!

Hoe is dit zo gekomen? Onlangs kwam ik terecht op de website van The Circle of Atonement. Tot mijn verbazing durfde men hier het oneens te zijn met mijn absolute favoriete interpreet van de Cursus: Ken Wapnick. In mijn eigen woorden komt hun kritiek neer op het volgende: Ken Wapnick spoelt het kind met het badwater weg met een doorgeslagen streven tot absolute eenheid ten koste van het mysterie van de drie-eenheid. God moet in zijn visie gereduceerd worden tot iemand die inderdaad niks afweet van onze ellende en de Heilige Geest moet in zijn streven naar absolute eenheid gereduceerd worden tot onze godsherinnering. Noch God noch HG noch Zoon van God zijn ,langs deze absolute lijnen redenerend, het wonderlijke mysterie gegund van een onderscheiden bestaan in eenheid. In een zeer helder schrijven op de website van The Circle door Greg Mackie wordt duidelijk dat de visie van Ken Wapnick niet inherent is aan de ECIW. Er bestaat geen kloof tussen ECIW, WOM en ACOL. [Een vertaling van het stuk van Greg Mackie geef ik in de FB-groep ECIWcoach].

Is dit zo erg en moet nu gekozen worden tégen de interpretaties van Ken Wapnick? Nee, want dan zou ik hetzelfde doen en ook het kostbare kind wegspoelen met het badwater. Ken heeft ons zoveel nagelaten en ik ben hier dankbaar voor. Maar ik merk dat in zijn streven naar die absolute theologische metafysische eenheid bij mij een scheppende energie in het gedrang lijkt te komen. In WOM wordt bijvoorbeeld gesproken over het volgen van “de draad van verlangen”. Via “desire, intention, allowance en surrender [verlangen, intentie, toestaan en overgave] kunnen we ons steeds meer openstellen voor de leiding van de Heilige Geest. In deze woorden klinkt een liefde en een hartsverlangen door die de reflectie vormen van de Liefde van God voor ons en het uitstrekken van Zijn hand naar de onze. Liefde is een betrokken kracht die zich in relatie uitstrekt naar een ander en zichzelf hierin leert kennen als liefde. Wij zijn naar dat beeld geschapen in alle denkbeeldige vormen van ons bestaan. Niet door een onbewogen afstandelijke eenheid maar door een zich uitstrekkende en liefdevolle Vader. Dit is de weg waarop wij onszelf mogen herkennen als Kind van God: ons in liefde uitstrekken naar onze broeders en zo de liefde laten stromen die we zijn om deze te kunnen herkennen als ons diepste wezen.

Dit wonder wordt gevierd in ECIW zoals blijkt uit de Werkboekles van vandaag. Zie hierin de eenheid van waarheid (eerste alinea) en onbeschrijflijke en betrokken liefde (tweede alinea):

Les 248

Wat lijdt is geen deel van mij. Ik heb de waarheid verstoten. Laat me nu even trouw zijn in het verwerpen van de onwaarheid. Wat lijdt is geen deel van mij. Wat verdriet heeft ben ik niet zelf. Wat pijn heeft is niets dan een illusie in mijn denkgeest. Wat sterft heeft in werkelijkheid nooit geleefd en heeft slechts de waarheid over mijzelf bespot. Nu verwerp ik zelfbeelden en valse voorstellingen en leugens over de heilige Zoon van God. Nu ben ik bereid hem opnieuw te aanvaarden zoals God hem geschapen heeft, en zoals hij is.

Vader, mijn aloude liefde voor U keert terug en laat me ook Uw Zoon weer liefhebben. Vader, ik ben zoals U mij geschapen hebt. Nu herinner ik me Uw Liefde alsook de mijne. Nu begrijp ik dat die één zijn.