Krachtig licht in de denkgeest

En er was lichtHoeveel moet je nog lezen, studeren en filmpjes bekijken voordat je vrij bent? Hoe lang gaat dit nog duren? Vraag je je dit wel eens af? Het antwoord zal je mogelijk verrassen. Het duurt nog zolang je denkt dat er een probleem waartegen je moet vechten dus zolang je meent dat er een afgescheiden “jij” is die van alles overkomt. Je vliegt elk schijnbaar probleem aan vanuit dit geloof in afscheiding. “Ik moet hier iets aan doen”. Dit is echter geen echte uitgangssituatie maar een statement. Je verklaart hiermee namelijk:

“Als gelukkig, liefdevolle en almachtige Zoon van God die met alles en iedereen op mysterieuze in eenheid verbonden is besluit ik nu te geloven dat ik dit niet langer ben naar dat ik afgescheiden ben van alles en iedereen. Dit werkt het beste als ik vergeet wie ik echt ben en blindelings geloof dat de wereld en jij van mij gescheiden zijn en mij kunnen aanvallen of juist kunnen pleasen. Wat ook helpt om de illusie in leven te houden is dat ik iets moet doen om weer gelukkig te worden. Eigenlijk ben ik nu al geluk maar om de schijn op te houden dat ik afgescheiden ben, bedenk ik ook het fenomeen “tijd”: ik ben nu zogenaamd niet geluk(kig) en moet iets doen om het in de toekomst te bereiken. Oh yes, ik voel hoe dit de illusie van afgescheidenheid verder versterkt!”

Maar dan Jezus in de Cursus. Hij vraagt aan ons of we dit spelletje al zat zijn. Zo ja, dan mogen we het wonder van de herinnering meemaken. In feite is dit alleen wonderlijk gezien vanuit geloof in afgescheidenheid. Wat is er wonderlijk aan het ervaren wie je altijd al geweest bent? Maar waarom lijkt het dan zo lastig voor ons? Omdat we gekozen hebben voor vergeetachtigheid juist met als reden om ons eens lekker afgescheiden in ruimte en tijd te voelen. Is dit slecht of verkeerd? Nee! Zelfs het maken van fysieke vormpjes in ruimte en tijd (bijvoorbeeld zo’n lollig heelal) is onderdeel van het spel en uiting van onze creatieve kracht als Zoon van God.

Maar geloven dat afscheiding hierdoor écht is geworden is onnodig tenzij we het spel van aanval, angst, slachtofferschap, verdedigen, schuld en dood willen spelen. Niemand die het ons verbiedt en kennelijk vonden we het als Zoon van God even grappig om even niet meer te lachen. We zitten nu echter zo fanatiek te spelen dat onze oudere broer ons  komt halen om hiermee te stoppen en om ons te herinneren dat we slapen en angstig om ons heen aan het slaan zijn omdat we een nachtmerrie ervaren. Hoe doet Jezus dat? Hoe helpt hij ons om onze fanatieke blik op het spel van zonde (=geloof in afscheiding) af te wenden, om ons te helpen ons te herinneren dat we een nachtmerrie geloven die niet echt is?

Hij verschijnt in onze droom en vertelt ons dat we geen slachtoffer kunnen zijn van wat dan ook omdat we alle denkbare ellende en problemen (inclusief de dood) aan het fantaseren zijn. Hij wijst ons erop dat we geloof hechten aan slachtofferschap omdat dit lijkt te bevestigen dat we een afgescheiden droomfiguurtje zijn dat iets kan overkomen. In de droom zegt Jezus tegen ons: “Nou, let op: ik laat me nu beschuldigen en kruisigen door een boze mensenmassa. Nee broer, je hoeft niet te huilen want ik had toch gezegd dat het niet echt is maar slechts een projectie van je denkgeest? Ach, je gelooft me niet. Nou kijk eens, ik droom de opstanding en daarbij dus even een nieuw lichaam zodat je ziet dat lichaam en dood niks meer zijn dan gedachtes die we kunnen denken en geloven. Grappig he? We geven alles slechts de betekenis die het voor ons heeft. Noem je dit water? Hopla; ik denk dat het nu wijn is. Zie je het? Jochie toch; denk je dat je ziek en melaats bent: hatsikidee, nu ben je beter. Je gebruikte de ziekte slechts om je geloof in afgescheidenheid overeind te houden”. Ik kijk in verwondering op naar m’n broer en vraag: “wat moet ik dan doen?”.

Sssst Simon, wees maar stil. Er is nooit iets gebeurd dus jij als droomfiguur hoeft niks te doen. Het is volbracht en nooit anders geweest dan dat. Aan Liefde is gegeven alle kracht in de hemel en op de droomaarde. Ssst Simon, wees maar stil. Liefde is kracht en dat ben jij. Vertrouw op deze kracht wat je ook droomt. Vertrouw, geef me je hand en voel hoe de kracht van liefde de nachtmerrie doet verdwijnen. De donkere wolken in je denkgeest lossen op en kijk, je bent de warmte, licht en liefde. Geniet van de vrede en het geluk. Welkom thuis.

De narigheid “kleeft” aan mij

ellende

Met regelmaat voel ik me niet zoals ik zou willen. Het ongewenste gevoel kan talloze vormen aannemen en gekoppeld lijken aan evenzovele verschillende situaties. Even een paar voorbeeldjes om het wat meer herkenbaar te maken:

  • Ik voel me midden in de nacht moe en slaperig en kan toch de slaap niet vatten.

  • Ik ben bezorgd over de drukte rondom de komende verhuizing; er moet zo veel geregeld worden..
  • Of, een voorbeeld van een lieve medestudent van ECIW: ik vind geen geluk meer in de zaken die vroeger mijn bruisende leven vulden en het lijkt wel of ik kansen mis met m’n leventje dat gevuld is met van die alledaagse kleine zaken. Ik voel me wat mat en inspiratieloos.
  • Een andere medestudent vertrouwde me toe: als kind ben ik door m’n ouders verwaarloosd en de gevolgen hiervan sleep ik steeds met me mee.

Als ik in dergelijke kwesties een stapje terug doe dan zie ik dat we ons gevangen voelen en onvrij. We worden in beslag genomen door bepaalde vervelende kwesties. Soms zijn de kwesties wat minder “bepaald” en is het gewoon een negatieve stemming die als een stuk kauwgum onder onze schoen kleeft. Het achtervolgt ons tegen onze zin in. Is dit herkenbaar voor je? Heb je zo je eigen kwesties en stemmingen die je achtervolgen? Duurt het je te lang voordat je de beloofde vrede van de Cursus ervaart en ben je wat jaloers op die blij lachende serene leraren die voorbij trekken op Facebook en in YouTube filmpjes? Hoe kom je toch af van deze ellende?

De Cursus komt met een visie die hard kan aankomen en die ons ego doet steigeren. Ze stelt dat we niet het slachtoffer zijn van de narigheid die ons lijkt te overkomen. De uitnodiging is om af te dalen in je negatieve gevoel en daarbij op te merken hoezeer je gelooft dat dit je overkomt, dat je dit niet wilt en er al helemaal niet om gevraagd heb. Als iemand je vertelt dat je geen slachtoffer bent dan is er voor het ego maar één alternatief: dan ben je de dader. Dan ben jij schuldig aan de narigheid die je overkomt, dan heb je er om gevraagd en ben je stom dat je dat nog niet inziet. Zegt de Cursus niet dat je het zelf allemaal projecteert? Nou dan; als ik de ellende zelf projecteer dan ben ik dus schuldig. Dat kan vreemde vormen aannemen bij ernstige lichamelijke ziektes die we menen te zien: “wat gek, die Cursus-leraar heeft kanker, goh, dan had hij het toch niet helemaal door want anders zou hij dit niet geprojecteerd hebben”.

Klinkt dit liefdevol? Niet echt. Tegenwoordig klinkt er in Cursus-kringen een alternatief wat mooi aansluit bij onze Nederlandse neiging tot “polderen” maar toch slechts voor meer verwarring zorgt. Er zou dan geen sprake zijn van individuele projectie maar van een collectieve projectie. Dus die kanker is niet de schuld van Pietje maar van ons collectieve geloof in dualiteit. Maar kijk eens goed. Pietje wordt opnieuw een willoos slachtoffer en deze keer van de collectieve projectie. Pietje wil het zelf niet maar zwicht voor de machtige overmacht van deze gezamenlijke projectie. Daar kan je in je eentje echt niet tegenop, toch?

Wat een niveauverwarring. Deze gaat terug tot ons onvermogen om vanuit ons geloof in afscheiding dat wonderlijke mysterie te doorgronden: we zijn als Zonen van God nog steeds 100% met elkaar verbonden en één. Als wij aan “zonen” denken die één zijn dan denken we aan een soort democratisch collectief van individuen. De meerderheid stemt voor kanker of andere narigheid en nu ben jij hier de dupe en het slachtoffer van. Stop met piekeren en met de vraag wie de dader is van de ellende. Kijk naar het effect van de narigheid die aan je lijkt te kleven want dan wordt duidelijk wat de intentie van je is; of je je nu slachtoffer of dader voelt. De uitkomst in Cursus termen luidt altijd: je kiest er momenteel voor om in zonde (afscheiding) geloven. Linksom of rechtsom, slachtoffer of dader: je voelt je afgescheiden en dat is je geheime doel en agenda. Het maakt niet uit waar de schuld ligt: bij de wereld, de collectieve projectie of bij mezelf; als er maar schuld is. Als we maar grieven kunnen blijven koesteren. Wat hebben geloof in een rot situatie, in een nare collectieve projectie of in je eigen stomheid om te projecteren overeen? Er is geloof in een afgescheiden zelf dat fier overeind blijft in al zijn ellende!

Er is genezing nodig door de waarheid binnen te laten. En die waarheid is liefde. Liefde is je openstellen voor verbinding. Zie hoe lastig je het vindt om zelf te stoppen met het vechten tegen de shit. Er is echter geen narigheid die jou overkomt maar een verslaving aan vechten (aanvallen) met als verborgen doel om je afgescheiden (slachtoffer) te kunnen blijven voelen. Voel maar gewoon hoe je verkrampt in je gevecht. Stop met vechten, in je verdedigingsloosheid ligt je vrede. Je vecht tegen spoken die niet echt zijn omdat juist dit onzinnige gevecht je de illusie geeft dat jij echt bent. Dit hoeft niet zo te zijn. Laat je genezen lieve broeder en zuster door de liefde die je bent. Jij hebt als Zoon van God alle macht om hetzij het pijnlijke spel van vechten te spelen waardoor je je afgescheiden voelt of om hiermee te stoppen door de kleine bereidwilligheid te hebben om je te laten genezen door de liefde die je bent. Geloof niet langer in de illusie die je meent te zien. Is die bereidwilligheid dan niet erg moeilijk op te brengen? Welnee. Houd het simpel: als je het echt zat bent dan ga je naar Jezus (de Vader, God, HG, liefde). In de Bijbel zei hij: “je zonden zijn je vergeven, sta op en wandel”. In de Cursus klinkt het nog helderder: stop met het overeind houden van een lijdend zelfbeeld door grieven te koesteren en laat het licht binnen om je te genezen opdat je ontdekt wat je bent: Zoon van God, één en al vrede en liefde.

WB 85: Mijn grieven verbergen het licht van de wereld in mij
Mijn verlossing komt van mij

Ontzag voor de goeroe?

mooji

In het eerste MIC Magazine van dit jaar stond een leuk stukje waarin een broeder beschreef welk effect het verkeren in de aanwezigheid van een goeroe op hem heeft. Hij beschrijft zijn grote dankbaarheid en schrijft bijvoorbeeld: “Ik kniel met tranen van dankbaarheid voor de heiligen, de ontwaakten. Zij geven zoveel aan zovelen”. Toen ik dit las herkende ik dit enthousiasme en het effect wat zelfs het kijken van een YouTube filmpje van een toespraak van een, in mijn ogen, verlichte goeroe om me kan hebben. Er resoneert dan iets in mij en met de schrijver van dit stukje zeg ik ook “Zij herinneren mij aan ons Thuis”.

Ik ervoer het een beetje als een koude douche dat, tamelijk ongebruikelijk, het stukje in MIC Magazine voorzien was van een naschrift door Koos Janson. Deze stelt: “Het is alsof je zegt: ga eens wat vaker naar een gevorderde leraar, een ontwaakte, verlichte! Maar dat is helemaal geen advies in de lijn van de Cursus zelf, tenzij je daarbij denkt aan de Heilige Geest of Jezus”. Toen ik dit las dacht ik: “Kom, kom Koos; niet zo rationeel en afstandelijk. Hier spreekt gewoon een enthousiaste en blije broeder die met blijheid reageert op de uitstraling van het Goddelijke door een leraar. Dat kan toch niet verkeerd zijn?”

Het zal echter geen toeval zijn dat ik gisteren een link naar een webpagina doorgestuurd kreeg van een lieve zuster waarop misstanden onthuld werden die zouden bestaan binnen de “sekte van Mooji” (op gurumag.com). Ik zal jullie details besparen maar denk aan misbruik van vrouwen door hem, financiële wantoestanden, dwang, opsluiting, uitschelden, hersenspoeling, narcisme etc. Nu is Mooji ook zo’n leraar die ik een prachtige uitstraling vind hebben op de filmpjes die ik van hem zie. Een mooie rustige diepe stem, zijn serene uitstraling en ook de inhoud van wat hij zegt; ik vind het prachtig. Dus ook ik, net als degene die me het stukje stuurde, reageerde met een mix van ongeloof, verbazing, ontkenning, afkeer en verontwaardiging. Hoe kan dat nou? Is zelfs Mooji een oplichter die uit is op seksueel genot, macht en zelfverrijking?

In eerste instantie riep ik mezelf tot de orde op, laat ik het even omschrijven als, niveau-II: iemand is onschuldig tot zijn schuld bewezen is. Zijn de berichten niet gekleurd door een negatieve bril van de verslaggever? Getuigt het stukje niet slechts van een benepen blik op zaken als seksualiteit, geld en een onorthodoxe aanpak? Valt het Mooji te verwijten dat twee bezoekers zelfmoord hebben gepleegd; is dat niet inherent aan de psychische gesteldheid van de duizenden zoekers die bij hem komen? Is hersenspoeling niet gewoon een negatieve aanduiding voor “trainen van de denkgeest”?

De werkelijke kwestie bevindt zich echter op een ander niveau (I): waartoe meen ik Mooji te moeten “verdedigen” of schuld in hem te constateren? Over de gebeurtenissen in de droom kunnen we eindeloos kletsen en discussiëren maar het is behulpzamer om de denkgeest te bezien en te kijken waar genezing nodig is. Wat is er gaande als ik een goeroe op een voetstuk plaats en hem begin te adoreren? Waarom reis ik af naar Portugal als ik naar Mooji ga en wat verwacht ik van hem? Nu blijkt dat ik van hem een symbool maak van de liefde in mijzelf. Ik veronderstel dat hij de spreekbuis is van de Heilige Geest die mij exact laat blijken hoe ook ik diezelfde vrede kan ervaren die hij uitstraalt. Er is ontzag binnengeslopen in mijn houding jegens hem. Al in het Tekstboek Hoofdstuk 1 (paragraaf 2) leert Jezus ons over ontzag:

“3Jij bent een volmaakte schepping, en hoort alleen ontzag te voelen in Tegenwoordigheid van de Schepper van volmaaktheid. 4Het wonder is dan ook een teken van liefde tussen gelijken. 5Gelijken behoren geen ontzag voor elkaar te koesteren, daar ontzag ongelijkheid veronderstelt. 6Daarom is het een misplaatste reactie tegenover mij. 7Een oudere broer verdient respect vanwege zijn grotere ervaring, en gehoorzaamheid vanwege zijn grotere wijsheid. 8Hem komt ook liefde toe omdat hij een broer is, en toewijding als hij is toegewijd. 9Slechts op grond van mijn toewijding heb ik recht op de jouwe”

Het koesteren van ontzag is het spiegelbeeld van het koesteren van grieven, het zijn de twee kanten van dezelfde medaille. Bij het koesteren van grieven zie ik mezelf als beter of hoger dan degene die ik beschuldig. Bij dweperig ontzag zie ik iemand als verheven boven mij. Ik ben nog niet goed genoeg maar die ander wel en zo wil ik ook worden.

De Cursus stelt:

“Ontzag is alleen op zijn plaats bij openbaring, want hierop is het volmaakt en met recht toepasbaar. 2Bij wonderen is het misplaatst, omdat een toestand van ontzag aanbidding in zich draagt en ervan uitgaat dat iemand van lagere orde voor zijn Schepper staat.”

Zelfs Jezus vraagt van ons geen aanbidding en ontzag en het is dus ook niet handig om vol ontzag een goeroe te benaderen. De Cursus spreekt over toewijding aan- en liefde voor een oudere broer zoals Jezus. Hij kan ons laten delen in zijn wijsheid omdat hij is toegewijd aan de liefde en aan ons.

Vanuit ons geloof in afgescheidenheid, vanuit ons ego, willen we oordelen tussen goed en kwaad. Eerst vellen we over Mooji het oordeel “totaal verlicht en goed”, dan horen we opvallende berichten en dan slaat ons ontzag om in boosheid en is hij “slecht en een oplichter”. Deze neiging tot oordelen mogen we in de denkgeest openstellen voor genezing door de liefde die we zijn. Het past ons niet onze broeder te adoreren noch om hem te veroordelen.

Moeten we het dan allemaal goed vinden en ongerijmdheden door de vingers zien? Ook nu is het ego aan het woord. Het is niet aan mij om als een soort rechter op afstand vanaf mijn bank een oordeel te vellen over Mooji. Ik mag mijn neiging tot veroordelen laten genezen door liefde. Maar het is een misverstand om aan te nemen dat er vanuit liefde geen actie kan plaatsvinden als dit nodig is. Als ik op straat zie dat een jonge vrouw wordt lastig gevallen door een man is het mogelijk dat ik vanuit liefde handel. Hoe dat gedrag er dan uit zal zien is niet te voorspellen maar ook zonder schuldvraag en aanvalsgedachten is het mogelijk dat vanuit liefde er iets dient te gebeuren in de wereld, ook al spreken we van een droomwereld. Liefde breidt zich uit en wonderen mogen ontvangen en aangeboden worden. Liefde is niet onverschillig en kijkt niet de andere kant op. Jezus prijst in het Nieuwe Testament de Samaritaan die vanuit bewogenheid gewoon praktische zorg biedt aan een gewonde medereiziger. Lees met me mee in de werkboekles (82) van vandaag:

“Mijn vergeving is het middel waardoor het licht van de wereld uitdrukking vindt via mij”

Het genezen van onze boosheid

hitler utrechtAfgelopen weken zag ik twee documentaires over het leven van Hitler en las ik het uitstekende boek “Kanttekeningen bij Hitler”(Sebastian Haffner). Het interesseert me wat het nu precies was waardoor Hitler gedreven werd. Je kan deze motieven proberen te voorzien van een etiket en dan komen tot omschrijvingen als “De overwinning van het Duitse volk over andere volken” of “Haat tegen Joden”. Ik merk dat ik zoek naar één of andere reden, hoe absurd deze ook mag zijn. Hetzelfde merkte ik op bij de aanslag gisteren in Utrecht en die van een paar dagen geleden in Christchurch. Wat drijft deze mensen? Geloofsmotieven? Eerwraak?

De verpakking doet er echter niet toe. In feite kijken we bij deze gebeurtenissen de rauwe haat recht in de ogen. Wat iemand zogenaamd motiveert is een kulverhaaltje en als we dit laten voor wat het is zien we naakte agressie en de neiging tot aanvallen, verscheuren, moorden om een gevoel van triomf over te houden. “Ik verscheur jou en blijf over als triomfator”. We vinden deze directe blik op het ego walgelijk en ervaren boosheid, woede en verontwaardiging jegens hen in onze denkgeest. Dit zijn echter dezelfde gevoelens en aanvalsneigingen die we bij hen zo verfoeien. Ook wij willen nu straffen en zinnen op wraak om de zogenaamde honger naar onze versie van rechtvaardigheid te stillen.

De Cursus spreekt van het koesteren van grieven. In de denkgeest van moordenaars en in die van ons wordt, zolang we wensen te geloven in afgescheidenheid, een kiem van oordelen en aanvallen gekoesterd. De uitnodiging is om dit niet een beetje verstandelijk te overdenken maar om, bijvoorbeeld via werkboekles 78 van vandaag, iemand in gedachten te nemen waarvan je denkt dat deze je irriteert. Dit kan een kennis zijn of een familielid maar evenzogoed een politicus waar je het niet mee eens bent. Onderzoek vervolgens heel nauwkeurig waar het hebben van een andere mening overgaat in het afkeuren en veroordelen van die ander als persoon. Wees heel stil en zie hoe daarbij het zaadje van haat uitgroeit tot boosheid, verontwaardiging , de neiging fel te debatteren en de neiging iemand te veroordelen en belachelijk te maken. Let op wat een raar gevoel van macht je dit lijkt te geven. Het voelt stiekem een beetje “lekker” om je af te zetten tegen een ander, bij voorkeur samen met gelijkgestemden. Het aanvallen en liefst overwinnen van die ander doet ons ego zwellen en we zwelgen hierin. Dit is het koesteren van grieven, deze neiging die we allemaal hebben, zien we uitvergroot op tv en precies hier, in onze denkgeest, moeten we genezing vragen.

Deze genezing beperkt zich niet tot oppervlakkige pogingen om het gedrag van moordenaars door de vingers te zien of te rechtvaardigen. Nee, we moeten haarfijn leren aanvoelen wat veroordelen en aanvallen ons lijkt op te leveren (gevoelens van macht, genoegdoening en triomf) en dit doorzien als een leugen die we aanhangen om de ervaring van liefde, vrede en verbondenheid te blokkeren.

En dát, liefde en verbondenheid, is onze echte vaak onbewuste wil die we vreemd genoeg delen met onze broeders die we uitvergroot op tv zien in Berlijn, Christchurch, Utrecht en politiek Den Haag. En nee, deze vergelijking is niet vergezocht en ongepast en het rijtje loopt van hier uit dus direct door tot in onze denkgeest. De liefde is niet alleen ons echte doel maar ook het enige middel voor onze genezing. Ik, als afgescheiden zelf, zoek stiekem naar triomf en macht en kan niet anders doen dan de bereidheid op te brengen om hiermee te stoppen en liefde haar genezende werk te laten doen. In het wonder van de vergeving van mijn denkgeest breidt deze liefde zich uit naar anderen, naar Utrecht, Den Haag, Berlijn de wereld.

Zo mogen we in onbegrijpelijke verbondenheid met elkaar onze nachtmerrie genezen en deze zien veranderen in een gelukkige droom waarvan uit ontwaken mogelijk is. We mogen een oceaan van liefde vormen waarin af en toe een hard stuk ijs van haat lijkt te vallen. De oceaan neemt het ijsblokje moeiteloos op en het veld van liefde sluit zich erom heen. Zo mogen we anderen uitnodigen om met ons te gaan ervaren dat ze zachte warmen golven zijn en dat dit veel fijner is dan te leven in een droom van koude afscheiding. Laten we ontdooien en een oceaan van liefde vormen. Laat de aarde op deze positieve manier opwarmen en een planeet worden waar de liefde regeert. Vanuit liefde, door ons hart uitstromend naar buiten. In liefde, door liefde met elkaar verbonden.

WB78: Laat wonderen alle grieven vervangen

Leven naar Zijn Wil

jesaja over liefdeMag je seks hebben voor het huwelijk? Geloof je in de hemel en de hel? Zijn homoseksualiteit en masturbatie tegen de wil van God? Dit zijn enkele van de vragen die gesteld werden aan Christenen in het tv-programma “Mag ik je wat vragen” dat ik gisteravond bekeek. Ik werd geraakt door de openheid en eerlijkheid van de geïnterviewden. Hier zaten jonge en oudere mensen die net als wij zoeken naar een juiste levenshouding en beseffen dat de ik-gerichtheid die we normaal vinden niet het geluk biedt dat we zoeken. Deze mensen zoeken in de Bijbel naar antwoorden op levensvragen zoals wij dat doen in de Cursus. We zoeken naar houvast. Geconfronteerd met onze dagelijkse problemen willen we simpelweg weten wat we moeten doen en we hebben sterk de indruk dat Bijbel of Cursus ons hierin kunnen helpen. En dat voelen we goed aan. Beide boeken wijzen ons op een Bron van wijsheid en liefde waar we uit kunnen putten en die ons kan leiden op Zijn weg.

Bij de zoektocht maken we, als we niet opletten, telkens weer dezelfde vergissing. We gaan op zoek naar Zijn wil met een verkeerd instrument namelijk met ons beperkte verstand. Met ons denkvermogen gaan we de voor ons belangrijke boeken bestuderen en op zoek naar gedragsregels. Ten diepste zijn we op zoek naar liefde en helaas is ons verstand niet zo’n handig instrument om liefde te ontdekken. Vergelijk het met een situatie waarbij je op een marktplein gaat staan met om je nek een bord met daarop de tekst “wie geeft me een liefdevolle hug?” terwijl je in beide handen scalpels vasthoudt om degene die zijn liefde wil tonen te ontleden op zoek naar zijn of haar liefde. De mes van ons verstand is niet het instrument om liefde uit te nodigen en Zijn wil te vinden. Ik besef dat ik het wat overdreven “scherp” stel, maar zo is het wel.

Denken over Zijn Wil is denken over liefde en dit kan lieden van verwarring tot verwarring. Ik moet het nog preciezer uitdrukken. Ons verstand, de messen in onze handen, zijn in feite neutraal en ongevaarlijk maar vanuit ons geloof in afscheiding gebruiken wij ze op een wijze die dat zelfde geloof slechts steviger in het zadel helpt. Om ons bijgeloof van afscheiding te verstevigen hebben we de eenheid in stukjes gesneden en God en de ander buiten ons geplaatst. Zoeken naar Zijn Wil wordt hiermee het zoeken naar een wil die we niet meer herkennen als de onze. We hebben onszelf losgesneden van de liefde die we zijn en gaan met ons verstand gezaghebbende boeken uitpluizen op zoek naar de weg die een God buiten ons voor ons in gedachten zou hebben. We verheffen gedragsregels en gedragingen die we in de Bijbel tegenkomen tot voorbeelden die zouden moeten tonen wat een liefdevol leven inhoudt.

Laat ik zo’n beladen onderwerp als “seks” maar eens als voorbeeld gebruiken. Het lijkt ingewikkeld maar dat valt misschien wel mee. Net als alles in onze wereld geven we seks de betekenis die het voor ons heeft. Gezien vanuit het perspectief van liefde kan seks de lichamelijke uitdrukking van deze liefde zijn. Gezien vanuit het perspectief van tekort komen, geloof in afscheiding, kan het de vergissing zijn dat seksueel samenzijn op zichzelf of seksueel genot een oplossing zouden vormen voor de armoede die we ervaren als we onze ware identiteit (liefde) vergeten zijn. Dit is weliswaar een vergissing maar hiermee geen zonde. We kunnen ons niet losmaken van de liefde die we zijn door onze vergissingen. De grootste vergissing is om de vergissing zelf als zonde te zien en te geloven dat deze ons blijvend kan scheiden van onze identiteit. In Christelijke terminologie: op genot gerichte seks is mogelijk niet behulpzaam om de Wil van God te ontdekken maar, en nu komt het, er is geen entiteit buiten jou die nu boos wordt en je de toegang tot de hemel (de ervaring van Zijn liefde) zal ontzeggen.

Seks staat natuurlijk niet op zich als het gaat om zoeken naar magische oplossingen waarvan we denken dat ze ons gelukkig zullen maken. We kunnen menen dat lekker eten en drinken ons gelukkig zal maken en ons ongeremd volproppen en vol laten lopen. Dit is niet zondig, maar ook niet behulpzaam. Of we denken dat een stapel geld ons zal helpen. Maar ook voor geld geldt dat we het kunnen gebruiken vanuit de vergissing van geloof in nepzekerheid of kopen van nepgenot of dat we het in het verlengde van liefde laten uitgaan naar daar waar het als symbool van de liefde gezien mag worden.

We mogen leren kijken vanuit liefde naar alles in onze droom en van Hem houden met geheel ons verstand maar vooral ook met heel ons hart. De Heilige Geest smeedt onze messen om tot ploegen om het land te bewerken zodat het vrucht kan dragen. We kunnen niet met ons verstand de liefde vinden in de Bijbel of in de Cursus. We kunnen wél zwijgen en de liefde die nog altijd in ons hart leeft de ruimte geven zodat deze ons verstand in juiste banen leidt en we Zijn liefde mogen tonen aan al onze broeders en zusters. Deze liefde is zijn “Wet” en het is een feest van liefde om te ontdekken dat zijn Wil in werkelijk de onze is.

WB76: Ik sta onder geen andere wetten dan die van God

 

Nepwereld?

nepwereld

Vanuit ons geloof in afgescheidenheid kunnen we overijverig worden in een poging onderscheid te maken tussen waarheid en illusie. Leren we niet in de Cursus dat alleen eenheid echt is? Betekent dit niet automatisch dat de wereld die we zien onecht is? Een droom? Omdat we ons niet willen laten foppen door dromen en illusies schieten we in de ontkenning. We voelen ons hierin gesteund door de Cursus met als stevige steunpilaar de uitspraak “ik ben niet dit lichaam”, die we dikwijls kunnen terugvinden. We menen dat het tijd is voor de grote lenteschoonmaak waarbij alle illusies overboord gegooid dienen te worden. Weg met geloof in een wereld, weg met geloof in een lichaam, weg met geloof in alles wat met die droom, die wij de fysieke werkelijkheid noemen, te maken heeft. Op naar die heerlijke eenheid waar geen sprake kan zijn van enige grens of onderscheid.

We kunnen hierin zelfs zover gaan dat de grote schoonmaak niet beperkt blijft tot de wereld die we met onze fysieke ogen menen te zien. Zelfs de Drie-eenheid kan ons een doorn in het oog worden. Een Heilige Geest als Hulp die ons de weg kan wijzen in een fysieke wereld die niet bestaat? Mag niet, kan niet, weg ermee. En dat akelige meervoud in Zonen van God? Mag niet, kan niet; weg ermee. Er is één Zoon en eigenlijk zelfs dat niet want er is alleen eenheid. Wereld, ons lichaam, Heilige Geest, Zonen van God: alles moet in de hoge druk pan en samengedrukt worden tot één indifferente massa genaamd: eenheid.

Het lastige is dat deze redeneringen zo dicht langs de echte boodschap van de Cursus scheert maar deze toch mist. De bijwerkingen van het geloof in die ongedifferentieerde eenheid laten zich ervaren. We voelen ons dom dat we er nog intrappen en streven een soort ultieme onverschilligheid na waarin niks ons meer kan raken. De neiging om iets te doen aan de ellende die we menen te zien zou ook fout zijn dus trekken we onszelf terug van de wereld en ervaren eenzaamheid, futloosheid, inspiratieloosheid. Is dit wat Jezus ons voorleefde in de Bijbel? Vroeg hij de Samaritaan om het leed van de gewonde medereiziger te doorzien als een illusie en aan deze man voorbij te lopen? NEE!! Hij roept op om liefde te laten stromen vanuit onszelf naar de fysieke wereld. We mogen, nee MOETEN, deze liefde laten stromen om te leren dat we liefde zijn.

Onze ego-interpretatie van de Cursus met een eenzijdige focus op eenheid is niet wat Jezus ons wil leren, in weerwil van de interpretatie van sommige beroemde Cursus-leraren. Die mysterieuze eenheid is geen stilstaande plas met stinkend water maar een levende Bron. Het is het levende water uit de Bijbel. In die eenheid is een wonderlijke en Goddelijke Kracht genaamd Liefde. Die Liefde is een scheppende kracht die alles in Zijn hand houdt en met alles in eenheid verbonden blijft. Onbegrijpelijk voor ons oordelende en kiezende ego, maar toch waar.

Liefde schept in eenheid; iets wat we niet kunnen begrijpen met ons verstand. Liefde schept echt Zonen van God en deze scheppen de echte wereld waarin afgescheidenheid niet bestaat. Waarom zijn we zo bang voor fysieke vormen? Leert de Cursus ons niet dat lichamen neutraal zijn en dat wij ze de betekenis hebben gegeven die ze voor ons hebben? Wij willen ze als écht afgescheiden en fout bestempelen en gelukkig is er een echte Heilige Geest, één met de Vader, die ons hierin kan corrigeren.

Vergelijk het eens met het volgende. Stel je voor dat vanuit “zijn”, vanuit de eenheid, eerst waterdamp ontstaat, dan water en dan ijs. Zelfs het ijs bestaat uit louter “zijn”. IJs is niet fout of zondig maar geloof in ijs als onafhankelijk van water, waterdamp en Zijn is onwaar. IJs lijkt apart te staan maar dat is niet zo. Onze lichamen lijken los te staan voor ons oordelende ego, maar dat is niet zo. Wij lijken los te staan van anderen, maar dat is niet zo. Wij lijken los te staan van de wereld, maar zijn mysterieus verbonden. Wij lijken Zonen, maar zijn de Zoon. De Heilige Geest lijkt apart maar is één met de Vader.

Maar het ego is dol op het omkeren van de werkelijkheid. Zijn zaken één?,  dan bestaan ze niet en dienen ontkend te worden. NEE! Alles is één en bestaat in die eenheid op unieke niet afgescheiden noch begrensde wijze. Onbegrijpelijk voor ons knippende verstand maar, halleluja, onderdeel van een schepping gemaakt uit liefde.

Dus zie geen onderscheid tussen jezelf en anderen, maar zie anderen wel en heb ze lief. Liefde giet zich uit in ons en door ons in de wereld. Liefde wil betekenis geven aan de neutrale lichamen en wereld en wil genezen. Het wonder mag ervaren worden door het aan te bieden aan onze broeders in de wereld: ons licht mag stralen; halleluja!

Ik ben het licht van de wereld (WB61)

Wie anders is het licht van de wereld dan Gods Zoon? 2Dit is dan ook niets anders dan een uitdrukking van de waarheid over jezelf. 3Het is het tegendeel van een uitdrukking van trots, hoogmoed of zelfbedrog. 4Het beschrijft niet het beeld dat jij van jezelf hebt gevormd. 5Het verwijst naar geen enkel kenmerk waarmee jij je afgoden hebt toegerust. 6Het verwijst naar jou zoals jij door God werd geschapen. 7Het drukt eenvoudig de waarheid uit.  Voor het ego is het idee van vandaag het toppunt van zelfverheerlijking. 2Maar het ego begrijpt niet wat nederigheid is en verwart dit met zelfvernedering. 3Nederigheid houdt in dat je jouw rol in de verlossing aanvaardt en geen andere op je neemt. 4Het is geen nederigheid vol te houden dat jij niet het licht van de wereld kunt zijn als dat de functie is die God jou heeft toegewezen. 5Alleen arrogantie kan beweren dat deze functie niet voor jou bestemd kan zijn, en arrogantie komt altijd van het ego.