Een klein kiertje.

imageDe Cursus vormt een wonderlijke combinatie van zeer radicale uitspraken over hoe wij de Liefde verduisteren met onze aanvalsgedachten en milde liefdevolle aanwijzingen hoe we hiermee om kunnen gaan.  Als voorbeeld van zo’n radicale uitspraak een stukje uit de werkboekles van vandaag:

Wat ik zie is een vorm van wraak.

De wereld die ik zie, is beslist niet de weergave van liefdevolle gedachten. Ze is er een beeld van hoe alles alles aanvalt. Ze is allesbehalve een weerspiegeling van de Liefde van God en de Liefde van Zijn Zoon. Het zijn mijn eigen aanvalgedachten die dit beeld doen ontstaan. Mijn liefdevolle gedachten zullen mij verlossen van deze waarneming van de wereld, en mij de vrede geven die God voor mij heeft voorbestemd.

Dit is stevige taal. De Cursus geeft hier kort en krachtig aan wat onze situatie lijkt te zijn. We hebben de indruk dat we in een behoorlijk heftige wereld leven. Ruzie, oorlog, conflicten en ziekte zijn zaken waar we allemaal mee te maken hebben. We hebben geleerd dat wat we buiten ons menen te zien slechts een projectie is die voortkomt uit onze angst voor liefde, schuldgevoel over de denkbeeldige afscheiding, angst en de vlucht naar een denkbeeldig buiten, het lichaam in de wereld. Zo projecteren we de genoemde ellende die slechts een afspiegeling is van de angst en schuldgevoelens in onze denkgeest die we serieus zijn gaan nemen.

Dit is makkelijk gezegd maar hoe krijgen we feeling met dit soort radicale inzichten die zo ver van ons bed lijken dat het aanvankelijk klinkt als een bizarre theorie? Hoofdstuk 30 van het Tekstboek biedt in het begin een liefdevol stappenplan dat rekening houdt met onze onbewuste angsten en de daaruit volgende kleine bereidheid om goed te kijken waar alle ellende nou echt vandaan komt. Als je de narigheid ziet heb je onbewust besloten vreemde dingen te geloven. De tekst wijst er vriendelijk op dat het resultaat hiervan, de ellende die je echt meent te zien, in ieder geval iets is waar je niet vrolijk van wordt. Dit is niet wat je wilt:

Herinner je nogmaals wat voor dag je wilt, en onderken dat er iets gebeurd is wat daar geen deel van uitmaakt. Besef dan dat je op eigen gelegenheid een vraag gesteld hebt en op eigen voorwaarden een antwoord moet hebben geformuleerd. Zeg dan:

Ik heb geen vraag. Ik ben vergeten wat ik moet beslissen.

Wat liefdevol en wijs geformuleerd! Wij stellen per definitie de verkeerde vragen omdat ze allemaal gebaseerd zijn op wat we menen te zien en denken nodig te hebben. We slikken nu eens onze eigen vragen en bijbehorende oplossingen in en erkennen slechts onze eigen onwetendheid; ik weet niet wat ik moet vragen  en ik weet alleen dat ik me nu niet fijn voel:

Op zijn minst kan ik besluiten dat ik niet prettig vind wat Ik nu voel.

En dus hoop ik dat ik ongelijk heb.

De tekst spreekt over een piepkleine opening in onze vastgeroeste manier van kijken. De kleine bereidheid om onze eigen-wijsheid te parkeren:

Ik wil hier op een andere manier naar kijken.

We openen ons voor Zijn blik, Zijn liefdevolle visie.

Misschien is er een andere manier om hiernaar te kijken. Wat kan ik verliezen als ik daarnaar vraag?

We worden uitgenodigd om heel voorzichtig, met veel aarzeling de deur op een klein kiertje te zetten. Onze herhalingsles van vandaag zegt het als volgt:

Ik ben bereid de Gids te volgen die God mij gegeven heeft om te ontdekken wat werkelijk mijn hoogste belang is, omdat ik inzie dat ik dit niet uit mezelf kan zien.

Een klein beetje bereidheid is alles wat gevraagd wordt! Wie kan dit weigeren, wie kan hier moeite mee hebben? Het antwoord van de Liefde staat vast. Er is geen wispelturige God die nu eens achter de goddelijke oren krabt en denkt “wat zal ik vandaag eens doen?” God kan niet ontrouw zijn aan Zijn Eigen Wil om Liefde te delen als wij de deur op een klein kiertje zetten. Probeer maar. Wat een zegen!

imageDe herhalingsles van vandaag wijst op de eenheid. Lees bijvoorbeeld maar eens de tekst achter “Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten”

Het viel me op hoe het ego telkens de uitspraken uit de Cursus naar zich toe trekt. Van de zojuist geciteerde zin maakt het ego: “als ik kwaad ben zorg ik er voor dat andere mensen ook kwaad worden maar als ik lief ben roep ik liefde op in andere mensen”. Dat klinkt best wel holistisch en spiritueel en binnen de droom klopt het ook wel een beetje. Toch begeven we ons via deze denklijnen makkelijk op glad ijs want heel snel besluiten we dat we dat ik en jij echt zijn en dat we verantwoordelijk zijn voor de gevoelens van andere mensen. Zodra we ons afgescheiden en verantwoordelijk voelen ligt het schuldgevoel op de loer. “Hé, ik doe het niet goed en zuig andere mensen mee in mijn negativiteit”. We maken van onszelf het afgescheiden centrum van het universum dat verantwoordelijk is voor alles en iedereen om ons heen.
Maar vindt de Cursus dit dan ook niet? Ik ben het toch die de projecties maak en daarmee word ik toch automatisch verantwoordelijk? De adder onder het gras is dat we er hierbij steeds van uit gaan dat er een “ik” bestaat die ook nog eens kan besluiten wat hij gaat projecteren. Ik zou kunnen kiezen voor het maken van positieve of juist van negatieve gedachten. Dit is haast een vorm van grootheidswaanzin.
Toch staat in het Cursus-citaat “mijn gedachten”. Hoe zit dat dan? Deze “mijn gedachten” zijn gedachten waarmee ik me identificeer. Als er een gedachte van boosheid voorbij drijft in bewustzijn dan is er helemaal niks aan de hand. Zoals alles in de denkbeeldige buitenwereld zijn gedachten op zich neutraal. Wij geven zelf betekenis aan wat we menen waar te nemen. Pas als ik een gedachte serieus neem en hem mij toe-eigen heb ik er geloof aan gehecht en besluit ik dat ik boos ben. En eerlijk gezegd doet het ego dit dolgraag. Het vindt het heerlijk om zich te identificeren met gedachten omdat het hiermee zijn denkbeeldige “ik-zijn” bevestigt. Tolt het al een beetje? Dan terug naar het Cursus-vervolg na het genoemde citaat:
“Ik ben in niets alleen. Alles wat ik denk, zeg of doe onderricht heel het universum. Een zoon van God kan niet vruchteloos spreken of handelen. Hij kan in niets alleen zijn. Het ligt daarom in mijn macht om ieders denken tezamen met het mijne te veranderen, want aan mij is de macht van God.”
Weer raakt het ego in de war. Hier staat toch wel degelijk dat ik denk (zeg of doe)? Zie je wel, ik kan toch denken. En het ego zwelt nog verder op want “mij is de macht van God”. Dan maar even terug naar Werkboekles 4: “Deze gedachten betekenen niets”. En de zin die hierna staat illustreert wat ik eerder schreef: “De gedachten waar ik me van bewust ben, betekenen niets omdat ik probeer te denken zonder God. Wat ik “mijn” gedachten noem, zijn niet mijn werkelijke gedachten”.
En dit brengt ons op het spoor van “werkelijke gedachten”. Wat zijn dat voor gedachten? Hoe moet ik die denken? Wat wij onze gedachten noemen zijn een soort geestelijke schijnbeelden met een bepaald vorm. Ze hebben de denkbeeldige dimensies ruimte en tijd nodig om te kunnen bestaan. Het zijn wolkerige flarden waaraan we vastgeplakt lijken te zitten. Dat is die identificatie waar ik het over had. Nogmaals; wat zijn dan gedachten die ik denk met God? Zijn dat vriendelijke gedachten? Gedachten over vrede en liefde? Bijna. Deze kwaliteiten zijn de afspiegelingen van Gods gedachten in onze gelukkige droom. Maar Gods gedachten gaan ons voorstellingsvermogen te boven. Ze zijn eeuwig, vormloos en worden opgemerkt als wij ervoor kiezen om de flarden van gedachten in onze geest niet langer te geloven. We hoeven deze flarden niet weg te drukken maar we gaan er niet meer in mee. En daarin zit hem de crux. We hebben niet echt de macht om de gedachten te denken die we willen denken maar wel om de gedachten die we voorbij zien komen al dan niet te geloven, serieus te nemen. En als we het geloven van deze  beelden achterwege laten en ons rustig openstellen voor een ander geluid, dan verschijnt er vanzelf de kwaliteit van vrede. Dan valt die vraag over het beïnvloeden van “anderen” met “onze gedachten” weg. Want in die stilte worden gedachten niet serieus genomen en vallen het ik-gevoel en denkbeeldige grenzen tussen jou en die ander weg. Dan groeit het besef hoe de openingszin bedoeld is: “Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten”. Want je ziet dat de hemel open gaat, nee, al open was, en dat het licht schijnt op alle denkbeeldige vormen. Dan laat de zin zich als volgt begrijpen: het geloof in mijn gedachten bevestigde slechts de illusie van ik versus jij. Nu ik dit geloof loslaat en me open stel voor liefde wordt er gezien dat er geen grens bestaat tussen ik en jij. Dat we waarlijk één zijn en verbonden in Liefde. En de aard van Liefde is dat zij zich uitbreidt. En daar kunnen we vanuit ons duale denken niet meer bij. Schepping.

Gewoon wat mijmeringen..

imageWat liggen het klassiek Christelijk geloof (chr) en de Cursus dicht bij elkaar en wat zijn ze toch verschillend! Bij chr bidden we tot onze geliefde verlosser Jezus. We denken hierbij dat zowel wijzelf als Hij echt en van elkaar onderscheiden zijn. Bij de Cursus bestaan we niet echt (ons ego is een illusie) en wenden we ons ook tot Jezus. Hoewel we weten dat de non-duale Cursus stelt dat er geen aparte godheid buiten ons is, mogen we in eerste instantie toch Zijn (denkbeeldige) hand pakken.

Zowel bij chr als bij de Cursus stellen we ons Jezus voor als liefdevol. Bij chr geloven we dat onze echt bestaande ikjes zondig zijn en ten dode opgeschreven. Tenzij we de kruisdood van Jezus aanvaarden als plaatsvervangend offer. Dan zal ons sterfelijk lichaam ooit worden getransformeerd tot een onsterfelijk, maar nog steeds afgescheiden, lichaam. Eeuwig leven als een verheerlijkt lichaam in de hemel. Bij de Cursus leren we dat ons illusoire lichaam inderdaad ‘sterfelijk’ lijkt maar dat dit lichaam helemaal niet bestaat. Het is slechts een projectie die serieus genomen wordt. Door op Jezus (liefde) te vertrouwen ervaren we steeds meer dat dit niet zo maar een theorietje is, maar een levende ervaring.

Als we problemen ervaren in de wereld dan vragen we zowel binnen chr als binnen de Cursus om hulp. Bij chr denken we dat alles echt gebeurt en mogen we gerust vragen of Jezus (of God) daadwerkelijk ingrijpt in de materie (bijvoorbeeld bij een lichamelijke genezing). Binnen de Cursus vragen we hulp om te zien dat ons zogenaamde lijden denkbeeldig is. Dat we het bedenken om ons afgescheiden te kunnen voelen. Bevrijding van geloof in de illusie is onze genezing.

Bij chr zien we vervelende mensen buiten ons. We menen dat ze ons echt iets aangedaan hebben maar we zijn bereid om ze het niet langer aan te rekenen. Ze zijn dus écht fout, maar zand erover. Zo denken we ook over ons zelf; we zijn écht fout maar Jezus’ bloed erover. Binnen de Cursus praten we ook over vergeven. Maar hier leren we dat er geen anderen mensen bestaan die ons denkbeeldige ik kunnen aanvallen. Zowel zij als wij zijn beelden in dezelfde denkgeest die we serieus zijn gaan nemen. Er is niks gebeurd dus er zijn geen zondige anderen. Ook geen zondig ‘ik’ trouwens. Als we onze beschuldigende houding loslaten omdat we niet langer hoeven te zoeken naar een zondebok buiten ons spreekt de Cursus van vergeving. Ons ikje krijgt dit zelf niet echt voor elkaar want die kan, per definitie, alleen maar denken in termen van ik en jij. Vergeving is een functie van Liefde en wordt zichtbaar als we met ons denkbeeldige ikje uit de weg stappen.

Klassiek Christelijk denken sluipt makkelijk de Cursus binnen. Zoals gezegd stellen we ons dan (voorlopig) God, Jezus of de Heilige Geest nog voor als iets buiten onszelf. Dit ‘onszelf’ nemen we dan terloops nog serieus. We hopen er stiekem op dat ruzies en ziektes verdwijnen als we wat meer ‘verlicht’ raken. We vergeten dan dat het niet gaat om veranderingen in de ogenschijnlijke buitenwereld maar om het oplossen van geloof in illusies in de denkgeest. De Cursus is hierin mild en liefdevol. Eerlijkheid is een sleutelrol. Zolang we menen dat we hier op aarde rondlopen en hard moeten studeren hechten we kennelijk allemaal nog tenminste enigszins geloof aan een dualistisch wereldbeeld. Aan een ikje dat zijn of haar best doet om God (liefde) te bereiken.

Als ex klassiek Christen zie ik wel een verschil. Hoewel ik toen meende gered te zijn door mijn geloof in Jezus was ik toch altijd bezig om zo goed mogelijk te leven. Er kwam denkwerk en Bijbelstudie aan te pas om de vraag WWJD (what would Jesus do?) te beantwoorden in een poging om dit na te doen. De Cursus is, althans in mijn beleving, wat mystieker. Er is meer sprake van verstilling en overgave. Het zoeken naar het juiste gedrag (vorm) is verdwenen. Loslaten, luisteren, overgave, vertrouwen en verwondering spelen een grotere rol. En dankbaarheid. Ja, vooral dat.

Rustig aan beginnen?

imageVandaag de eerste herhalingsles (51). Het valt me weer op hoe zeer de Cursus direct met de deur in huis valt. Deze les gaat over dat wat we menen te zien en te denken. Je zou verwachten dat de Cursus haar radicale zienswijze rustig zou introduceren. Zoiets als:’ onze ogen geven ons niet altijd een betrouwbaar beeld van de buitenwereld’ en ‘we kunnen ons met ons denken makkelijk vergissen’. Maar niks daarvan. De Cursus hakt er reeds bij de eerste Werkboeklessen stevig op los. Vrij vertaald: wat we menen te zien en te denken slaat totaal nergens op. We nemen hier kennis van en denken zoiets als ‘tjonge jonge; het is wat zeg!’ en gaan over tot de orde van de dag.

De implicaties zijn echter duizelingwekkend. Als je de Cursus al een keer gedaan hebt dan weet je waar ze uiteindelijk naartoe gaat en heb je kans dat de lessen wat dieper binnenkomen. Je begrijpt dan dat de Cursus reeds in het begin jou als waarnemer en denker totaal niet serieus neemt. We zitten we met onze waarnemingen en gedachten niet zo maar een beetje naast. Het is veel fundamenteler dan dat. We hebben waarnemingen en gedachten bedacht (geprojecteerd) met een duidelijk doel. Het doel is dat we door waarnemingen en gedachten kunnen geloven dat we een waarnemer en een denker zijn. Dat we een afgescheiden ‘ikje’ zijn dat echt bestaat.

Het liefdevolle van de Cursus is dat ze begint waar we menen te zijn. We denken dat we rond gluren in de buitenwereld en daar eens rustig over na kunnen denken. En de eerste werkboeklessen hakken de stam van deze illusie net boven de grond af. De wortel, het geloof in een denkbeeldig ikje, wordt ogenschijnlijk nog even ongemoeid gelaten. Toch werken deze lessen wel degelijk diep door. Want door de effecten van onze projecties (onze waarnemingen en gedachten) te diskwalificeren als gekkigheid wordt de oorzaak hiervan (geloof in afgescheidenheid) ook op de helling gezet. In het tekstboek wordt erop gewezen dat een echte oorzaak (God) een echte effect heeft (de Zoon van God). Maar deze oneindige Liefde (eenheid) heeft geen vormpjes (dingen in een zogenaamde buitenwereld of gedachten) geschapen. Dit zijn slechts de miscreaties van van onze denkgeest. Deze miscreaties worden aangeduide als valse getuigen. Al onze zintuiglijke waarnemingen en ons tijd- en ruimte gebonden gedachten hebben we zelf geprojecteerd en serieus genomen omdat we graag gefopt willen worden. We willen graag geloven dat we als afgescheiden ikje kunnen waarnemen en denken. Waarom willen we dat zo graag?
Omdat we het eng vinden om het besef binnen te laten dat we de onbegrensde, tijdloze Zoon van God zijn. We geloven dat het loslaten van de identificatie met ons denkbeeldige ikje onze dood zal betekenen. Daarom vluchten we in de projectie van ons lichaam en de buitenwereld.

Wat zo fijn is met de Cursus is dat ze weet dat we angsthaasjes zijn. Ze weet overigens ook dat deze haasjes helemaal niet bestaan. Dat ze slechts droomfiguurtjes zijn. Door de werkboeklessen wordt er gerammeld aan ons geloofsysteem. Als we onbewust heel bang zijn dan gaan we een klein beetje mee in de radicaalheid van deze eerste lessen. Naarmate we leren dat het niet de dood is die op ons wacht maar juist het eeuwige leven, durven we de lessen dieper te laten doordringen in de denkgeest. Goddank dat de Cursus zo’n dik boek is en dat we zoveel herhalingen aantreffen. Wat kent God ons goed. Hij kent ons als Zichzelf.

Goed ons best doen?

141104-Tammo_en_Trui-we_doen_ons_best-v02We kunnen van alles leren. Op school leren we allerlei basisvaardigheden zoals lezen en schrijven.  Vervolgens leren we een beroep. En we kunnen eindeloos doorgaan met het volgen van cursussen. Wil je Zweeds leren? Doe een taalcursus, ga flink oefenen en ga bij voorkeur tussen de Zweden wonen. Na enkele jaren kun je je waarschijnlijk aardig redden in een vreemde taal.

Stel je nu eens voor dat het LOI een cursus op 1 april “vliegen gelijk een vogel, zonder hulpmiddelen” aanbiedt. Ze hebben er een handige marketeer op gezet die mooie beloftes doet: “slechts na 6 maanden zult u met niets dan uw eigen lichaam hoog boven de weilanden zweven waarbij u met rustige armbewegingen het luchtruim doorklieft”. Het zal duidelijk zijn dat u hier geen 500 euro voor zult betalen, zelfs niet als u in termijnen mag betalen.

Waarom trapt u hier niet in? Omdat u weet dat uw lichaam niet gebouwd is om te kunnen vliegen. U kunt een lange aanloop nemen en wild flapperen met uw armen maar het gaat hem niet worden. Waarom dit wat flauwe voorbeeld? Omdat we makkelijk in dezelfde valkuil stappen bij ons streven naar verlichting. We denken dat we met een Cursus en een flinke inspanning uiteindelijk wel verlicht kunnen worden. Gewoon een kwestie van lang studeren en flink oefenen. Precies zoals we gewend zijn uit ons school- en opleidingsverleden.

Ik betrap me erop dat ik er ook zo tegenaan kijk. Dagelijks een stukje lezen, er goed over nadenken, stille tijd en natuurlijk trouw de Werkboeklessen doen. En als het in één jaar niet lukt dan begin ik gewoon opnieuw. Volhouden is het motto. Er is een onuitgesproken gedachte dat ik het op een gegeven moment allemaal zal doorhebben. Ik stel me dat ultieme inzicht onbewust voor als een soort Conclusie met een hoofdletter C. “Aha, zo zit het dus. Fijn dat ik het weet, nu zal ik het eens aan m’n broeders en zusters uitleggen” En vervolgens schrijf ik dan stukjes over God, liefde, projecties en vergeving. Wat abstracter geformuleerd denk ik dat ik uiteindelijk de waarheid wel zal begrijpen. Dat ik het door zal hebben en dat het kwartje wel zal vallen.

En dan die Cursus. Bijvoorbeeld Werkboekles 10: Mijn gedachten betekenen niets. Tsjakka. Lekker dan. “Dit idee zal helpen mij te bevrijden van alles wat ik nu geloof”. Het is pijnlijk verfrissend om zo even op je nummer gezet te worden. De arrogantie van het ego wordt stevig onderuit geschoffeld. Het gaat er niet om een kloppend intellectueel bouwwerk in elkaar te draaien:

De leerstof die de Cursus aanbiedt is zorgvuldig samengesteld en wordt stap voor stap uitgelegd, zowel op theoretisch als op praktisch niveau. Hij legt de nadruk op toepassing in plaats van theorie en op ervaring in plaats van theologie. Hij stelt uitdrukkelijk: ʹEen universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk (VvT. In.2:5)

 “Een universele theologie is onmogelijk..”.  Daar ga je dan met je alomvattende Conclusie. Zoals een echt ego hoort te doen ontstaat de neiging om dan maar het roer 180 graden om te gooien. Weg met het denken en de logica. Het gaat niet om de juiste “gedachten” maar om de juiste “gevoelens”. Anders gezegd; het gaat er niet om of het “klopt”, zolang het maar goed voelt. Daarover staat in Hoofdstuk 19 (IV) een aardig stukje:

Waarom zou het lichaam voor jou iets moeten betekenen? 2Zeker is, dat waarvan het is gemaakt, niet kostbaar is. 3En even zeker is dat het geen gevoel bezit. 4Het brengt jou de gevoelens over die jij wenst. 5Zoals elk communicatiemiddel ontvangt en zendt het lichaam de boodschappen die het krijgt. 6Het heeft er geen gevoelens over. 7Alle gevoel waarmee ze zijn bekleed, wordt door de zender en de ontvanger eraan gegeven.

Dat lijkt niet op te schieten. Mijn gedachten betekenen niets en mijn lichaam brengt mij slechts de gevoelens die ik wens. Dus ik kan mijn best doen om de juiste gedachten te denken en de juiste gevoelens te voelen maar het brengt me op zich niet dichter bij de fel begeerde verlichting. Net zo min als het wapperen met mijn armen en de flinke aanloop me helpen om het luchtruim te kiezen. Het ikje dat zo dapper zijn best doet om er iets van te maken heeft gewoonweg niet de kwaliteiten om de waarheid te bemachtigen. Zoals een mens niet de vleugels heeft om te vliegen zo heeft het ego niet de mogelijkheid om de waarheid te begrijpen, hoezeer het ook z’n best doet.

Wat dan? Waarom dan toch die Cursus? Wat kan ik dan doen? In feite is de Cursus een boek dat ons leert dat we geen vogel zijn en dus niet kunnen vliegen. We kunnen stoppen met rennen, zwoegen en met de armen flapperen. Daar staan we dan. Ik kan verlichting nooit bereiken hoezeer ik ook m’n best doe. Lullig, op z’n zachtst gezegd. Maar dan dat wonderlijke. Want wat kunnen we wel? Laten we daar eens mee beginnen (en eindigen). We kunnen leren dat we het niet kunnen. We kunnen zien dat het bedenken van fraaie theorieën en het nastreven van lekkere gevoelens niet fout zijn maar ons ook geen steek verder helpen. Ze zijn namelijk slechts bedoeld om de illusie te versterken dat er een “ons” bestaat die vooruit zou kunnen komen. En juist deze inspanningen, deze pogingen creëren een  “zware illusie” die niet kan vliegen. Geloof in onze gedachten en gevoelens als bewijs van ons “ik-zijn” maakt ons tot een denkbeeldig zwaar persoon die niet los kan komen uit de modder van onze denkbeeldige wereld.

Is er dan geen hoop? Oh jawel, maar niet voor ons ego. Momenteel lezen we prachtige werkboeklessen die stralen van het licht. God is mijn kracht. Visie is Zijn geschenk (42). God is mijn Bron. Los van Hem kan ik niet zien (43). God is het licht waarin ik zie (44). God is de Denkgeest waarmee ik denk (45). Wat een tegenhanger voor “ik ben sterk, en krijg het door. Ik red me wel en zie het scherp. Ik snap het nu, denk ik”. Wat een opluchting. We mogen studeren om door te krijgen dat ons denken  niets voorstelt. We mogen gevoelens voelen om te leren dat dit getuigen zijn die we niet langer hoeven te geloven. En dan ontstaat de Heilige relatie, de gelukkige droom. Er is nog steeds een licht gevoel van “ik” maar de grenzen vervagen en het lijkt of we af en toe een stukje vliegen. Totdat… Totdat er een Belofte in vervulling zal gaan waar ons denken niet meer bij kan. Een universele ervaring. Want als we alle grond onder de voeten lijken te hebben verloren dan is alle zwaarte verdwenen. We vliegen, hoewel deze metafoor hopeloos tekort schiet, want “we” vervaagt en woorden schieten nu tekort. Er is alleen dankbaarheid. Liefde in Hem.

Één keuze

imageIk word vroeg wakker. Te vroeg naar m’n zin. Vergeefs draai ik me van de ene zij op de andere. ‘Getverderrie, ik voel me niet uitgeslapen’. Gedachten over de dag die gaat komen laten zich niet tegenhouden. Het verleden besluit ook een duit in het zakje te doen en laat me plaatjes zien die ik natuurlijk allemaal serieus neem. Problemen en foute beslissingen, zorgen en vage angsten. Aan onrustige ingrediënten is geen gebrek.

Ik zie voor me hoe het verder kan gaan. Dit kan een onrustige worsteling worden die een paar uur gaat duren gevolgd door gevoelens van zelfmedelijden en een stoer besluit om hier niet tegen andere over te zeuren en ‘m’n leed’ dapper te dragen. Ondertussen geloof ik dat ik machteloos slachtoffer ben van een te druk leven met veel gedoe.

Gelukkig valt het kwartje tegenwoordig wat sneller, slechts na enkele minuten. Dan besef ik dat ik nu ‘mindless’ ben. Ik geloof hierbij dat ik een ikje ben in een fysiek-emotioneel lichaam dat slachtoffer is van oncontroleerbare omstandigheden. En dat is voor een deel ook waar. Ik heb in feite maar één keuze: kies ik ervoor om dit te geloven?

Dan dat rare fenomeen. M’n verstand heeft het door maar er is een half onbewust verlangen om vast te houden aan de ellende. Een masochistische neiging om me slachtoffer te voelen. Zo voelt het namelijk heel erg. Toch weet ik nu dat ik opnieuw kan kiezen. Hoewel ik hier niet echt zin in heb, doe ik het toch. Ik zeg iets wat ik nog helemaal niet geloof: ‘ God is mijn kracht, Visie is Zijn geschenk’. Deze Werkboekles (43) klinkt wat vreemd en echt geloven doe ik het niet. Ik denk er even over en besluit ‘Ik ben liefde en deze liefde breidt zich uit’. Rustig herhaal ik deze zin en laat toe dat ze de ingrediënten van mijn zorgelijke gedachten ontmoet en omspoelt. Ik besef dat deze gedachten mijn keuze zijn en dat er geen boze wereld buiten me bestaat. Het gebeurt allemaal binnen de denkgeest. Binnen deze denkgeest klinkt nu echter ook de gedachte van Liefde. Ik besluit deze te geloven en me niet zo druk te maken over het gemurmel van andere gedachten op de achtergrond. Ik kies door Zijn ogen van Liefde te kijken. En die Liefde kan niet anders dan trouw zijn, want ze is nooit weggeweest. Ze schijnt nu rustig de onrust uit de denkgeest weg. Geen gevecht meer maar vrede.

WB 44: God is het licht waarin ik zie

Wat moet ik nou doen?

wat moet ik doenElke actie begint bij onszelf.

Ik wil met je vechten / vrijen
Ik wil de Cursus beter begrijpen
Ik wil verlicht worden

Al deze opmerkingen vertrekken vanuit één punt: IK. Deze “ik” overkomt van alles en als  “ik” niet tevreden is, dan komt deze in actie om iets aan de situatie te veranderen. De Cursus wijst ons erop dat dit ik-gevoel een nietig dwaas idee is dat serieus werd genomen door de eindeloze Zoon van God. Er werd dus geloof gehecht aan de gedachte van een “ik”, inclusief dat gevoel dat we allemaal kennen. Dat duidelijke “hier ben ik en ik besta”-gevoel. Dit zien we als ons uitgangspunt. Dit is ons basisstation, menen we.

Is dit dan zo erg dat we ons “ik” voelen? Dat is toch normaal? Binnen de wereldse illusie is dit onze normale ervaring. Het ik- gevoel is verbonden met ons lichaam en heeft ook een psychische component. Het zorgt er voor dat we opzij springen als er een auto aankomt en dat we de voorkeur geven aan een complimentje boven een vervelende opmerking. Is dit dan fout? Nee, niks is fout en laten we binnen dit ‘normale’ leven vooral ook normaal blijven doen en geen psychisch- of fysiek masochisme nastreven. Dit gezegd hebbende is het denkbeeldige ik-gevoel ook de bron van de diepgewortelde onvrede die we kunnen gaan voelen. We leven ons leven van alledag met een conflictje hier en een aai over de bol daar, maar voelen toch ergens een eenzaamheid, een leegte en onvrede. We kunnen plezier en vermaak zoeken wat we willen maar niets biedt ons blijvend vreugde. Na wat rondzwervingen op spiritueel en levensbeschouwelijk gebied leren we dat het geloof in een afgescheiden ikje, ons ego, denkbeeldig is en dat echte liefde en vrede pas ontstaan bij zoiets als zelfrealisatie.

Mooi zo, concluderen we nu. Got the picture; wat kan ik (!) doen om deze zelfrealisatie te bereiken? En daar gaan we weer. Dat ikje reageert graag op deze manier. Waarom? Omdat onze actiegerichte manier van denken hetzelfde ik-gevoel weer versterkt. Dat voelt veilig, sterk en afgescheiden. Denken dat je in actie kunt komen is een spirituele vorm van bodybuilding. Een ikje dat druk aan de gang denk te kunnen gaan doet aan ego-building. Maar wat moeten we dan?

De Cursus leert ons om de boel om te keren. We worden uitgenodigd bij onze ervaringen te beginnen. Als we iets waarnemen, ergens een afkeer van hebben of juist aangetrokken worden, als we met een ander willen vechten of denken dat we zijn of haar liefde nodig hebben dan zijn dit signalen voor ons. De Cursus noemt dit “valse getuigen” voor ons gevoel van afgescheidenheid. Vanuit onze denkgeest hebben we een lichaam bedacht dat in een eveneens bedachte buitenwereld denkbeeldige ervaringen op doet. Een lichaam om te vechten en te vrijen met andere lichamen. Waarom? Om onze illusie van ik-zijn, van afgescheidenheid te versterken.

En nu klinkt het als een mission impossible. Want dit betekent dat we met elke actie van dit ik verder wegzakken in het drijfzand van de illusie. Dat klopt. En hier oog voor krijgen is tevens de uitweg. Zodra je er oog voor krijgt dat alles rondom je ik-bestaan bedoeld is om je ik- gevoel te versterken, dan komt er ruimte voor een ander geluid. Voor Liefde. Voor een Stem die van buiten lijkt te komen. Alleen hulp die niet uitgaat van “ik” kan de vicieuze cirkel van ik-geworstel doorbreken. Slechts ons vertrouwen in deze Stem kan onze schijngevecht bezien. Ogenschijnlijk van buitenaf. Door overgave aan de Heilige Geest en rustig kijken naar het ik-strijdtoneel zonder bemoeienis kan er vrede de situatie binnenkomen.

En dan de paradox. Als die vrede neerdaalt dan is er herkenning. Dit komt niet vanuit een vreemde God, een supermacht buiten ons. Nee, dit is vertrouwder dan ons ego. Dit is niet begrensd, niet van mij maar hierin worden wij allemaal gekoesterd. Dit is de onbegrensde Liefde die we Zijn. Geen grenzen, geen ik versus de rest, geen hunkering naar surrogaat liefde maar oneindig Zijn.

Samenvattend: ‘wat kan ik doen?’ is een onmogelijke vraag omdat deze ervan uitgaat dat er een ik is dat iets zou kunnen doen. Het gaat er ook van uit dat er zoiets bestaat als een huidige toestand die niet oké is die door wat acties kan veranderen in een toestand die wèl oké is. Maar zowel de ik-acteur als alle toestanden, gevoelens en gedachten zijn niet echt. Het ego kan zich niet aan eigen haren uit dit moeras trekken. Al z’n denkbeeldige schermutselingen in een illusoire buitenwereld zijn er juist op gericht om de schijn van afgescheidenheid te bevèstigen. We kunnen met mildheid kijken naar ons gespartel en het niet langer voor waar houden. We maken pas op de plaats en stellen ons open voor een andere mogelijkheid waar we zelf niets anders voor hoeven te doen dan een beetje bereidwilligheid te tonen. De Liefde die je bent komt dan teder in beeld. Zonder actie-gericht geweld; vanZelf.

 

Een ego verhaaltje

In de oneindigheid ontstond een illusie van een ego. Een leeg figuurtje zonder enige betekenis.

image

De zoon van God, zelf oneindige liefde, identificeerde zich met dit figuurtje. Maar om zich een afgescheiden “ikje” te kunnen blijven voelen moest het zich ergens tegen afzetten. Want wie of wat ben je zonder grenzen? Omdat ego voelde dat hij net zo makkelijk weer uitgegumd kon worden werd hij bang voor de tekenaar. Hij was vergeten dat hij zichzelf getekend had en projecteerde een machtige Tekenaar met een hoofdletter T; God. Ego meende dat God wel boos zou zijn dat ego zo eigenwijs rondliep. Maar zolang ego alleen was werd hij geconfronteerd met die wankele lijn waarop hij liep. God zou deze levenslijn zomaar kunnen stoppen!

image
Dit was te spannend! Dus ego tekende verder en bedacht andere poppetjes. Om zich echt serieus een ikje te kunnen voelen moest hij deze andere poppetjes de macht toekennen om hem iets aan te doen.

image
De speciale haatrelatie was geboren. Andere poppetjes kunnen het bestaan van ego bedreigen. En niet alleen andere poppetjes zijn gevaarlijk en echt! Ego projecteerde een hele boze buitenwereld die hem van alles zou kunnen aandoen.

image

Ego nam dit allemaal heel serieus. Hij was ervan overtuigd dat andere poppetjes hem echt kwaad konden doen en dat de wereld een gevaarlijke plek was om te leven. Gelukkig konden andere poppetjes hem ook een surrogaat liefde geven, de speciale liefdesrelatie. Die meende ego nodig te hebben omdat hij vergeten was dat hij eigenlijk zelf liefde is!

image
En zo ‘leefde’ ego zijn zelfbedachte leventje. Hij vulde alle figuurtjes en de wereld met het geloof dat het allemaal echt was. En zo droomde ego dat hij geboren was, leefde, van alles meemaakte en uiteindelijk zou sterven.
En wat nu als het je allemaal teveel wordt? Dan hoef je alleen maar te beseffen dat het allemaal niet echt is. Dat je bent gaan geloven in het bestaan van deze tekeningetjes. Neem het gewoon niet te serieus, en lach er lekker om!

image

Makkelijk praten!

imageMakkelijk praten!

Het gebeurt steevast op FB. In een topic over illusies of vergeving klimt een lieve broeder of zuster in de pen en noemt een ‘heftig voorbeeld’. Zwaar geweld, moord, verkrachting, Hitler. Vervolgens volgt de verontwaardiging. ‘Als het jou gebeurt piep je wel anders, zeg je dat ook tegen je dochter als ze verkracht is, jij hebt makkelijk kletsen met je zoutjes op de bank etc’

Wat kunnen we leren van deze reacties? Het is handig om hier twee (denkbeeldige) niveaus te onderscheiden. Ten eerste het niveau van de wereld die we menen te zien. De cursus geeft geen gedragsregels voor binnen de illusie maar de beste tip, komt meen ik van Ken Wapnick, is ‘doe maar gewoon’. Wat houdt dit in? Dat je eet als je honger hebt, dat je ademt, dat je geweld probeert te voorkomen, dat je de gewonden verzorgt, dat je troost, omarmt, zorgt voor elkaar, begrip toont. Normaal, liefdevol en begripvol menselijk gedrag. Op dit niveau zeg je niet tegen iemand die honger lijdt, bedreigt wordt met een geweer of net verkracht is: ‘stel je niet aan, het is maar een illusie’. Dat is dan inderdaad makkelijk praten en we moeten onze broeders en zusters die hier zo fel op reageren dankbaar zijn als wij de cursus op deze manier misbruiken. Zo is de cursus niet bedoeld. Het is niet de bedoeling dat we vanuit onze luie stoel alle ellende wegredeneren. Dat voelt harteloos en stoot mensen af.

Maar dit gezegd hebbende is daar het tweede ‘niveau’. Het niveau van de waarheid, de eenheid en de liefde. En op dit niveau is er geen rangorde in illusies. Op dit niveau geldt dat een ingegroeide teennagel je hetzelfde signaal geeft als levensbedreigende kanker. Het signaal dat je gelooft in de echtheid van je projecties. Zo’n uitspraak is een gruwel voor hen die persé willen blijven schakelen binnen niveau 1. Het is ook niet liefdevol om aan iemand die de cursus nog niet (zo lang, zo goed) kent zoiets voor de voeten te gooien. Dan voelt iemand zich absoluut niet serieus genomen. Binnen niveau 2 is dit ‘niet serieus nemen’ de heerlijke sleutel tot vrede en liefde. Binnen dit niveau wordt het een feest om te merken dat er geen rangorde in illusies bestaat en hiermee verbonden geen rangorde in wonderen.

Het medium FB is wat dit betreft een lastige. Binnen de ECIW groepen ontluikt het feestelijke besef van het bestaan van niveau 2; de liefde, de eenheid. Voor hen die te bang zijn om zich over te geven aan deze liefde en eenheid is dit een gruwel. En vergis je niet, dit geldt niet alleen voor broeders en zusters die zo heftig reageren; deze reactie zit in ons allemaal. Wij ALLEMAAL nemen tijdens onze leerweg nog zoveel illusies serieus met dezelfde reden: angst om de liefde te vertrouwen.
In de FB groep worden we allemaal geconfronteerd met illusies die we nog serieus nemen. Als wordt opgeroepen deze minder serieus te nemen en te vergeven hebben we allemaal een ‘ja maar..!’ reactie. De vraag is of we hierin willen blijven hangen? Willen we gelijk krijgen dat onze illusie heel echt is en serieus genomen moet worden of durven we uiteindelijk te vergeven?

Een praktische aspect (niveau 1) betreft de tijd. Tijdens onze leerweg is ons denkbeeldige tijd gegund om de angst af te bouwen middels ‘kleine’ vergevingsstapjes. Dat betekent dat we liefdevol mogen reageren als, bijvoorbeeld naar aanleiding van dit stukje, een boze of verontwaardigde reactie volgt. Uitleggen wat er gebeurt help dan vaak niet. Er is te veel angst maar dit wordt niet gezien. Gelukkig hoeven we denkbeeldige anderen niet te overtuigen van ons gelijk. We hebben slechts één functie: door liefdevol vergeven laten zien dat God nooit gekruisigd is.

image

Weerstand tegen vergeven

image

De uitweg uit onze ingebeelde ellende is gemakkelijk. Het sleutelbegrip hierbij is ‘vergeven’. Als je een andere persoon, je zieke lichaam of nare omstandigheden vergeeft zul je vrede ervaren. Dit gebeurt niet soms, maar altijd. Het is een Goddelijke wetmatigheid. Ik besef dat dit niet onze beleving is. We ervaren niet de hele tijd vrede; integendeel. Hoe kan dat nu? Ik zal twee blokkerende factoren bespreken en ook de manier om hiermee om te gaan.

De eerste blokkade wordt gevormd door onze verkeerde opvatting van wat vergeven inhoudt. We zijn gewend dat we iemand die iets verkeerd gedaan heeft kunnen vergeven. Je hebt weliswaar het gevoel dat jou onrecht is aangedaan maar je besluit het door de vingers te zien. Zand erover. We voelen ons hierbij dan erg nobel.
De cursus is hier niet bepaald mild over. Deze manier van vergeven is natuurlijk niet zondig maar het is wel een mispeer van de eerste orde die ons gevoel van afgescheidenheid bevestigt. Deze arrogante manier van vergeven gaat er namelijk vanuit dat die ander echt bestaat als afgescheiden persoon (lichaam). Die afgescheiden ander zou jou écht iets aangedaan hebben en dus bij jou in het krijt staan. Ook jij gelooft dat je bestaat als slachtoffer-ikje. Jouw vergeven laat slecht zien dat je die afgescheiden ander, je ikje en de zogenaamde zonde die de ander begaan heeft allemaal heel serieus neemt. En dit is onzin.

Die zogenaamde ander en jij vormen samen één denkgeest. Die ander is niet meer dan een projectie die jij serieus neemt. Waarom neem je die serieus? Omdat je onbewust door die ander aangevallen wilt worden. Je meent je losgedacht te hebben van de eenheid en voel je daar schuldig over. Je denkt dat de eenheid, God, je terug zal willen pakken en je ikje weer zal opslurpen. Je besluit te vechten voor je denkbeeldige hachje. Dat doe je in feite tegen de onzichtbare God maar omdat dit zo lastig voor je is doe je het tegen geprojecteerde anderen. Je denkt dat die jou willen aanvallen en doden, net als God. Dus je haat God en die ander maar je bent tegelijkertijd bang voor ze. Dus hoewel je ze wilt doden (kruisigen) wil je toch dat ze lief voor je zijn. Dus vergeef je ze met een glimlach voor wat ze nooit hebben gedaan. Ken Wapnick noemt het zo mooi; forgiveness to kill.

Dan de tweede blokkade. Stel dat je bovenstaand mechanisme een beetje in de gaten krijgt. Niet alleen als theoretisch verhaal maar echt dat je er feeling mee krijg. Dan ontwikkelt er een soort fijngevoeligheid die je laat zien wat er met jou gebeurt als je iemand beschuldigt. Zodra je iemand fout vindt en veroordeelt, schiet je direct in je eigen voet. Dit is schrijnend om te zien gebeuren. Soms merk je op Facebook dat iemand wild om zich heen begint te slaan. De één na de ander krijgt een veeg uit de pan. Waar iemand dan helemaal niet op zit te wachten is dat je hem of haar er aan herinnert dat dit geen zonde is maar dat dit wilde fulmineren hemzelf pijn doet. Dit wordt gezien als een belerende opmerking waardoor de woede nog grotere vormen aanneemt.
Waarom noem ik dit bij de beschrijving van de tweede blokkade? Omdat deze weerstand tegen het zien van wat je jezelf aandoet zich niet beperkt tot die naïeve broeder of zuster. Deze weerstand zit gek genoeg in ons allemaal. Als je een beetje besef van de cursus begint te krijgen dan zie je dat je geen onschuldig slachtoffer bent. Je KIEST er voor om je zo te voelen. Je kiest ervoor om de schuld bij anderen te leggen omdat je diep van binnen gelooft dat je zelf schuldig bent. Maar tjonge jonge; wat is onze weerstand om dit toe te laten in ons bewustzijn groot. We klampen ons wanhopig vast aan onze slachtofferrol. We schreeuwen het uit dat die ander fout is, dat we er niks aan kunnen doen dat we zo het haasje zijn. We zien niet in dat we een geheime agenda hebben. We hebben onze aanvalsgedachten de wereld ingestuurd om getuigen te vinden van ons slachtofferschap. Ze zijn teruggekomen met beelden van nare mensen, een ziek lichaam of ellende in de buitenwereld. Zie je wel, schreeuwen we, het is een rot wereld en ik ben de klos. Ik kan er niks aan toen.

Hoe verder? Die weerstand tegen het nemen van eigen verantwoordelijkheid lijkt levensgroot. Eerst willen we er gewoon niet aan. Keihard ontkennen en overdekken door het tegendeel vinden we het fijnst. Maar zelfs als we er oog voor krijgen dan gebeurt het wonderlijke dat we het weliswaar zien maar nauwelijks los kunnen laten. En Goddank komt hier het wonder in beeld.

Als we zelf willen gaan vergeven dan gebeurt dit onvermijdelijk vanuit ons ego en krijgen we die arrogante versie waar ik mee begon. Dat schiet niet op en maakt de frustratie alleen maar groter. Kijk naar je dappere, ouderwetse vergevingspogingen en je pogingen om het effect van die rotopmerking, de pijn of de ellende weg te dringen. Dat werkt niet; als je ervan af wilt komen heb je in feite al gezegd dat je het serieus neemt. Ook als je zegt dat je het NIET serieus neemt als truc om ervan af te komen, dan nog neem je het heel serieus.

Nu komt echt vertrouwen in beeld. Bedank je ego voor alle ervaringen en zeg dan tegen jezelf: er is een andere manier om hier naar te kijken. Ik kan in plaats van dit ook vrede zien. En wees verder stil, in vertrouwen. Vertrouw op God, op éénheid, op de liefde die je bent. Vergeving vindt plaats ONDANKS jou. Laat het ego maar spartelen en blijf open en stil. Merk wat er gebeurt als je je aanvalsgedachten zo liefdevol beschouwt. Merk dat het terugnemen van de projectie een verademing is. Merk dat liefde de situatie binnenstroomt. Het gevecht met die ander, met de buitenwereld loopt leeg gelijk een ballon. Ontspannen. Vrede.

Dit wens ik je,

Lieve groet,

Simon