Is het wel handig om een illusoire wereld te omarmen?

Staat het “omarmen van de wereld” niet haaks op de visie van ECIW? De wereld is toch juist de projectie van de Zoon van God die Hij heeft gemaakt om zichzelf te overtuigen van de echtheid van dualiteit? Je wilt toch niet de illusie in de armen sluiten? Het helpt mij om (tijdelijk) onderscheid te maken tussen de absolute waarheid en de weg hiernaartoe (waarbij ik me realiseer dat de waarheid er reeds is en dat spreken over een weg ernaartoe dus feitelijk onjuist is). Laat me dit toelichten.

Waar landt de boodschap “de wereld is een illusie” gewoonlijk in? In mijn beleving in ons duale verstand. Dit verstand wil na het horen van deze uitspraak het juiste “doen”, namelijk de illusie afwijzen. Het heeft niet door dat er binnen eenheid niets valt af te wijzen en dat juist de daad van afwijzing weer een vorm van veroordelen is. Als je dus de wereld afwijst dan trap je in de valkuil van het duale denken en versterk je de illusie van dualiteit slechts.

Het is al wat behulpzamer om onze projectie (zoals wereld en lichaam) “neutraal” te noemen. Dat zorgt er tenminste voor dat de extra verharding door een negatief oordeel grotendeels achterwege blijft. De “weg terug” naar eenheid verloopt slecht via verstandelijke veroordeling ergens van en veel beter via het aardse surrogaat voor de Liefde: omarming. Het is dan wel belangrijk dat je deze omarming goed begrijpt. Omarming is eigenlijk vergeving, het liefdevol aanvaarden dat er geen grens is tussen de Zoon van God en wat dan ook. Elk oordeel, elke afkeer wordt gezien als schuldeloos doch onzinnig en losgelaten. Jezelf openstellen voor iets en bereid zijn de vereniging te verwelkomen (zelfs van de illusoire wereld) is, in mijn beleving, behulpzamer dan jezelf te verharden door te oordelen. Natuurlijk kan ook dit omarmen weer doorslaan, bijvoorbeeld als je denkt dat je voor je geluk afhankelijk bent van de geprojecteerde wereld.

Een voorbeeld. Ik heb als kind maandenlang elke nacht dezelfde nachtmerrie gehad waarbij ik over een weg liep en een gorilla moest passeren die in een veld stond waar de weg langs liep. Ik keek telkens bang naar de grote aap om te zien of hij me in de smiezen had. Ik wilde er snel langs rennen maar de gorilla merkte me steevast op en zette de achtervolging in waarna ik zwetend en gillend wakker werd. Het hielp helemaal niks dat mijn toegesnelde moeder me probeerde gerust te stellen door te zeggen dat het maar een droom was. De droom bleef maar terugkomen. Totdat. Totdat ik tijdens de droom een vaag besef had dat ik droomde. Toen de gorilla kwam aanrennen spreidde ik mijn armpjes open, lachte en zei: “kom maar”. Onmiddellijk verdampte de droom als het ware en werd ik blij wakker.

Ik roep niemand op om te streven naar geluk in de wereld (hoewel ik het ook niet afraad). De gorilla hoefde niet mijn denkbeeldige vriendje te worden. Mijn uitnodiging is simpelweg om te onderzoeken wat jou meer leidt naar vereniging: afwijzing of omarming. Wederom: in mijn beleving is het dikwijls niet behulpzaam om verstandelijk ECIW-waarheden te accepteren wanneer dit leidt tot het veroordelen van zogenaamde onwaarheden. Neutraliteit “werkt” al wat beter tenzij deze ontaardt in onverschilligheid waarbij een verhard zelfje zegt dat het “MIJ allemaal niks meer uitmaakt”. Ik meen dat Jezus daarom ons de weg van liefdevolle omarming biedt, zowel in de Bijbel, in ECIW, in ACvL als in WOM. Na de ultieme omarming kan daar het verbluffende inzicht komen dat er sprake is van een compleet mysterieuze, liefdevolle schepping zonder grenzen.

Hartegroet,

Simon  

LONDON, ENGLAND – MAY 02: Kumbuka, a 15-year-old western lowland gorilla, explores his new enclosure in ZSL London Zoo on May 2, 2013 in London, England. The silverback male, who weights 185 kg and stands seven foot tall, moved from Paignton Zoo two weeks ago. It is hoped that Kumbuka will mate with the zoo’s three female gorillas to increase numbers of the critically endangered species as part of the European breeding programme. (Photo by Oli Scarff/Getty Images)

Hoe bereik je “het”?

Is dat niet waar we mee bezig zijn? Met een poging “het” te bereiken, het te pakken te krijgen? Als je enigszins bekend bent met spirituele paden dan weet je dat het als ongepast gezien wordt om de vraag zo te stellen. Haast een beetje banaal. Je weet dan dat streven naar zoiets als verlichting diezelfde verlichting juist in de weg zou staan. Maar ondertussen gaat het streven ernaar gewoon onderhuids door en dat is ook helemaal niet erg.

Het streven naar verlichting voert terug op het besef dat je huidige visie op de wereld je niet bevalt en dat is prima. Je lijkt te leven in een wereld van oorlog, ziekte en klimaatrampen en het is dus niet zo gek dat je dan naar verlichting van deze ellende streeft. Verlichting kun je zien als de herinnering dat het ook anders kan, dat de mens niet veroordeeld is tot lijden. Dus schaam je niet voor de vraag hoe je verlicht kan worden. Omarm dat verlangen gewoon, laat het er zijn. Kijk in de spiegel en geef toe dat je baalt als een stekker, dat je het zat bent en streeft naar verlichting. Wat gaat je helpen? Welk boek gaat je het antwoord geven? Welke leraar weet exact de juiste toon aan te slaan? Wat dien je te begrijpen, te doen of juist niet te doen om die verlichting te ervaren? Wat is, kort gezegd, het antwoord?

Dat antwoord is ons al ontelbare manieren gegeven maar we vinden het te abstract, te algemeen, te zweverig, te generiek. Ons ego walgt van het overbekende antwoord. Let maar eens op wat je nu ervaart: “Liefde is zowel middel als doel”. Bléhhh, wat een cliché. Het ego zegt vervolgens: “ja, ja; dat weet ik nu wel, maar hoe bereik ik dat antwoord, die liefde, dan?”.

Laat ik die liefde dan anders omschrijven. Je dient innerlijk te verzachten om zelf de weldaad van dit verzachten te ervaren. Dat is het. Zo simpel. Laat je niet afschrikken door uitspraken dat liefde niet te leren zou zijn. Het is wellicht niet te leren op de manier waarop wij gewend zijn te leren. Liefde is geen formule die je dient te doorgronden en te begrijpen. Maar de ervaringsweg van innerlijke verzachting ligt gewoon voor iedereen open. Je hoeft daarvoor niet eerst jezelf te forceren en dingen te gaan doen die (nog niet) bij je passen. Je hoeft maar één “ding te doen”: een beetje opletten wat er met je gebeurt als je oordeelt en wat er met je gebeurt als je vergeeft. Zo simpel. Gewoon een oogje in het zeil houden of misschien moet ik zeggen een oogje op je ziel houden.

Twee voorbeeldjes dan. Wat gebeurt er als jij je zoeken naar verlichting veroordeelt? Kijk naar binnen, voel en ervaar. Ervaar je door deze zelfveroordeling een toename van vrede of merk je een toename van boosheid. Doorvoel het oplettend en laat je dan bijsturen door dit gevoel. Oordelen stuurt naar innerlijke verkramping. Wil je dat? Wil je dat opnieuw? Zo niet, let dan op wat een milde houding met je doet. Wat ervaar je als je onderkent dat je keihard streeft naar verlichting? Kun je glimlachen om je vurige verlangen? Kun je merken dat acceptatie ervan onmiddellijk leidt tot verzachting. Laat je dan leiden door die verzachting.

Het tweede voorbeeld. Iemand vertelt je dat hij een boek gelezen heeft wat hem enorm heeft geholpen en geïnspireerd. Je bestelt het boek en het raakt je totaal niet. Sterker nog, je hebt sterk de indruk dat de schrijver helemaal geen lijntje met Jezus had maar dat er sprake is van simpel effectbejag of zelfs van fraude. Je probeert nu anderen ervan te overtuigen dat het betreffende boek niet de status verdient die het nu krijgt. Trouwe lezers van mijn blogs zullen deze neiging ook bij mij herkennen 😉. Maar wat doet deze mentale heksenjacht met ons? Wat levert het me op om anderen te overtuigen van de onechtheid van een spiritueel boek? Van een bepaalde visie? Niet meer dan een kortstondige, intellectuele genoegdoening maar zeker geen duurzame vrede, geen groei van mildheid en liefde. Is het dan slecht of zelfs zondig om kritiek te leveren? Het gaat niet om de vorm. We mogen gerust uitspreken dat een bepaald boek of een bepaalde leraar ons niet zo aanspreekt. Zolang we maar opletten wat er innerlijk met ons zelf gebeurt. Voelen we innerlijke verharding? Willen we daarin blijven hangen of, zoals ECIW zo mooi zegt, willen we onze grieven blijven koesteren? Prima; dan doe je dat nog even. Maar besef dat dit betekent dat je het eenvoudige antwoord op de vraag hoe je verlicht kunt worden dan simpelweg nog niet wilt aanvaarden. Je kiest er dan voor om de vergevende liefde nog niet binnen te laten. Je kiest er dan voor om nog wat langer het duale spel van innerlijke verharding te spelen. Totdat je het beu bent.

De vraag is simpel: kies je voor oordeel en innerlijke verharding of kies je voor vergeving en innerlijke verzachting? Kijk gewoon naar binnen en ervaar de gevolgen van je keuze. Je hebt de sleutel in je eigen hand. Wil je blijven verharden of aanvaard je de verzoening voor jezelf door liefde en mildheid toe te laten. Kies en ervaar het gevolg.

Hartegroet,

Simon

Uitgepreekt

Afgelopen weken keek ik met interesse naar het programma “Uitgepreekt”. Hierin werden predikanten geïnterviewd die niet langer mochten voorgaan in hun kerkelijke gemeente. Er was bijvoorbeeld een man die een kortstondige affaire had gehad. Dat betekende dus het einde van zijn carrière. Zo’n voorval zet me aan het denken. De voorganger in kwestie ervoer dat hij geloofwaardigheid had verloren. Hoe zou hij zijn gemeenteleden ooit nog kunnen aansporen om een net leven te leiden nu hij zelf zo’n ‘slecht’ voorbeeld had gegeven.  Het deed me een beetje denken aan die situatie met Grapperhaus die op zijn huwelijk zijn schoonmoeder een hug had gegeven terwijl hij enkele dagen daarvoor met een meetlint door een park liep om jongeren te wijzen op hun ‘onverantwoordelijke’ gedrag waarbij ze wat te dicht bij elkaar zaten.

Beide voorvallen hebben het geloof in ‘correct gedrag’ met elkaar gemeen. Op het wereldse droomniveau waarop Grapperhaus moet functioneren begrijp ik dat wel. Hoewel ik die meetlint actie van hem tamelijk overdreven vond, hebben we in het dagelijks leven nu eenmaal te maken met gedragsregels. Daarbij moet Grapperhaus zelf ook de regels die hij verkondigt opvolgen en heeft hij zelfs daarbij een voorbeeldfunctie.

Bij de dominee lopen het wereldse droomniveau en het levensbeschouwelijke aspect van de christelijke visie wat meer door elkaar. Door de eeuwen heen is er, waarschijnlijk gebaseerd op de tien geboden, een beeld ontstaan van hoe christelijk gedrag eruit hoort te zien. Één van die geboden is “U zult niet echtbreken”. Ik ben zelf jarenlang lid geweest van een kerkelijke gemeente en pas dan merk je dat die oudtestamentische geboden nog redelijk fier overeind staan. De verwarring in de situatie van de overspelige dominee ontstaat doordat Jezus in het Nieuwe Testament ons juist oproept om keer op keer elkaars zonden te vergeven. Wellicht kan de gemeente deze vergeving voor een gewoon overspelig gemeentelid nog opbrengen, maar heeft de dominee, net als Grapperhaus, niet ook een voorbeeldfunctie? Kan hij ooit nog preken zonder dat zijn toehoorders een pakje boter op zijn hoofd kunnen visualiseren?

Ook in non-duale kringen hebben we zo onze verwachtingen van onze ‘voorgangers’. Een vriend van mij adoreerde Hans Laurentius. Op een kwade dag hoorde hij echter dat Hans een woedeaanval richting zijn partner had. Daarmee viel Hans van het voetstuk waarop mijn vriend hem had geplaatst. En laat ik mezelf niet boven de gemeenteleden of boven mijn vriend plaatsen. Ook ik verwacht onbewust dat een ECIW-leraar kalm blijft als hij een meningsverschil heeft over de vraag of het raam in de bijeenkomstruimte open- of dicht moet. Een woedeaanval zou me zeer verbazen en de leraar zou me tegenvallen.

Dit alles laat zien dat we nog steeds menen dat er sprake is van correcte gedragingen en van foute gedragingen, zowel in de kerk als in ECIW-kringen. Dikwijls klinkt in ECIW-groepen de vraag wat je in een situatie het beste zou kunnen doen volgens de Cursus. Het bekende antwoord hierop luidt steevast: ‘de cursus geeft geen gedragslijnen’. We worden slecht opgeroepen om ons oordeel te laten genezen en ons in ons denken en handelen te laten leiden door de Heilige Geest of door Liefde. Wat dat oplevert in een bepaalde situatie laat zich niet voorspellen. Als een zuster in een ECIW-groep last heeft van het geopende raam kan het bijvoorbeeld liefdevol zijn om het raam dicht te doen, haar te adviseren een andere plek in de ruimte te zoeken of, als er een afleidende discussie ontstaat, haar te vragen de zaal te verlaten.

Maar wat als het duidelijk is dat de toon minder liefdevol is? Of dat het gedrag van een dominee niet echt liefdevol overkomt? Wat als ECIW-leraren en dominees van hun voetstuk vallen? Dan hebben wij zelf onderzoek te doen waarom wij überhaupt mensen op voetstukken willen plaatsen. In mijn beleving koesteren we daarbij een ideaalbeeld van onszelf en projecteren we dat op de geestelijk leraar. Wij maken als het ware een afgodsbeeld waarvoor wij knielen. We streven zelf naar een continue staat van sereniteit waarbij we met een milde en vriendelijke glimlach altijd onze kalmte bewaren. We vinden dat we onszelf weg moeten cijferen en dat we nobele en verheven verlangens en gevoelens moeten hebben. Seksuele begeertes en woede-uitbarstingen horen daar niet bij. Dat accepteren we niet bij onszelf en al helemaal niet bij ons ideaalbeeld op de kansel of op het podium.

Eigenlijk zouden we blij moeten zijn als we teleurgesteld raken in onze dominee of goeroe. Het biedt ons een prachtige gelegenheid tot werkelijke vergeving. Die vergeving betreft niet de ander maar ons eigen oordeel over die ander. Zou het niet heerlijk zijn als we onszelf én onze rolmodellen zien als liefdevolle kinderen van de Vader die allemaal een beetje in de war zijn en dit droomleven mogen gebruiken om hun vergevingslessen te leren? Mag de dominee leren, net als wijzelf, dat van een speciale seksuele relatie, op zichzelf totaal schuldeloos, geen blijvend geluk te verwachten is? Mag de schuldeloos boze ECIW-leraar voelen dat hij nog vergevingswerk te doen heeft en mogen wij ons oordeel over hem of haar ook laten genezen? ECIW zelf doet niet zo krampachtig over de rol van leraar. In feite is de oproep van Jezus aan ons om allemaal leraar te worden als hij in het Handboek voor leraren (1:3) zegt:

“Hij <de leraar> heeft iemand anders als zichzelf gezien. Daardoor heeft hij zijn eigen verlossing en de verlossing van de wereld gevonden. In zijn wedergeboorte wordt de wereld herboren”.  

“Awe”, aaahhhhhh…..

Wij willen weten hoe het zit. Zo simpel is het. Wie ben ik, waar kom ik vandaan, wat doe ik hier en wat gebeurt er met me als ik doodga? We hopen dat iemand ons de antwoorden kan geven op deze vragen dus lezen we boeken, bezoeken we leraren en bekijken we allerlei YouTube-filmpjes. ECIW is één van de boeken die, naar we menen, ons een antwoord kan verschaffen.

Er gebeurt echter iets geks met mij. Hoe langer ik me bezighoud met ECIW en soortgelijke boeken des te dieper dringt het besef bij me door dat het geen kwestie van begrijpen of snappen is. In feite word ik steeds meer teruggeworpen op een diep gevoel van een soort oer-verbazing ‘dat er iets is’, waarbij ik dan deel uitmaak van dat ‘iets’. Alles wat ik gelezen heb in ECIW heeft als paradoxaal effect dat het zichzelf als conceptueel bouwwerk lijkt af te breken. Telkens weer merk ik dat woorden eenvoudigweg tekortschieten om iets van dat mysterieuze “er zijn” weer te geven.

Het lezen in boeken als ECIW heeft een andere “functie” gekregen. ECIW fungeert daarbij als een soort spiegel waarin ik de grabbelende Simon kan zien en die me duidelijk maakt dat dit grabbelen helemaal niet nodig is. Alles is al perfect oké. Het denken kan zich vervolgens ontspannen en wat overblijft is een soort ruime verbazing waarin voor alles plaats is en waarbij alles met verwondering wordt waargenomen.

Het geestige is daarbij dat ik jarenlang een soort non-duale fundamentalist was. Dat ging heel ver. Als ik erop terugkijk dan was het eigenlijk mijn ultieme doel om te verdwijnen. Iedere waarneming, iedere ervaring was immers duaal en daarmee verdacht en onwaar. De uitleg van Ken Wapnick van ECIW sloot hier naadloos bij aan. Heerlijk hoe hij alles tot die ene, ware grote NUL wist te herleiden, dat niets waarin van onderscheid natuurlijk geen sprake kan zijn. Elk onderscheid impliceert immers dualiteit. Wat een glasheldere heerlijkheid! Daar waar in ECIW sprake leek te zijn van onderscheid ging ik met Wapnick mee en meende ik dat Jezus zich hier bediende van tijdelijke symbooltaal, op weg naar het ultieme doel, de grote NUL.

Toch begon dit te wringen. Het wring al op het meest fundamentele niveau, de diepste metafysica, van de Cursus: God schept. Dit is de kern van een groot mysterie: God schept. Want hoe we het ook wenden of keren, bij scheppen lijkt het alsof er sprake is van twee: schepper en schepping. Natuurlijk poetsen we dit direct weg door heel hard te roepen dat toch alles één blijft. Maar als we eerlijk zijn, heel eerlijk en we even rustig stil blijven staan bij “God schept” dan valt, als het goed is, ons denken stil en is er slechts sprake van wat in de Engelse tekst wordt aangeduid “awe”, een soort diep ontzag en diepe verbazing.

Deze “awe” verlaat me niet meer. Het is ook een enorm bevrijdende awe waarin ruimte is voor alles. Letterlijk Alles. Hierin is weer ruimte voor Jezus, voor de Heilige Geest, voor al mijn broeders en zusters en voor de hele wereld. Ik weet dat er geen grenzen zijn maar meen deze toch te zien. Er is ervaring maar deze valt samen met de ervarende: zonder ervaring geen ervarende en omgekeerd.

In Een Cursus van Liefde probeert Jezus meer te vertellen over dat diepe awe waarbij hij spreekt over de dialoog die hij met ons heeft. Hé, dialoog? Dat kan toch niet echt want voor een dialoog heb je toch twee partijen nodig? Juist dit fenomeen “dialoog” grijpt Jezus aan om ons terug te brengen dat dat mysterie van schijnbaar onderscheid in eenheid. In het laatste hoofdstuk spreekt hij over verlichting als het wegvallen van elk geloof in grenzen. Hij heeft het over het oplossen van het “zelf” en wat er dan overblijft “een grenzeloos Zelf van liefde”. En hij heeft het ook over die oer scheppingsdrang waarbij “Zijn”’ in beweging lijkt te komen en tot expressie lijkt te komen opdat er sprake kan zijn van gewaarzijn.

Het is zo diep. Ik durf nu weer vaker te schrijven over die schijnbare dualiteit van de schepping. Ik merk daarbij dat sommige ECIW-mede broeders en zusters hiervan schrikken en menen een duale ontsporing te ontwaren. In hun liefdevolle poging om me te helpen het rechte pad van NUL weer terug te vinden herken ik mijn eigen denken uit mijn Wapnick-episode. Misschien is het goed om fundamentele hoeders van de non-dualiteit te hebben want het klopt dat we van ego-nature neigen tot een duale knieval waarbij we grenzen ongemerkt weer echt maken. Maar ik gun mijn lieve hoeders ook iets van die awe. Wie bijvoorbeeld zoiets zegt als “God is geen mysterie want als jij jezelf kent dan ken je God”, die geeft het ‘goede’ antwoord. Hetzelfde geldt voor “Ach, alles wat we zien is maar een droom”. Ook dat klopt. Maar leeft dan de verwondering nog, de verbazing, de awe? Dat kan ik natuurlijk nooit beoordelen voor een ander. Bovenstaande zinnen kunnen ook gesproken worden vanuit een diepe awe, maar ik nodig iedereen uit om te waken voor de onschuldige arrogantie van het denken. Kijk eens naar dat tedere bloempje in de zon. Zeg je “ach, het is maar een droombeeld” of zeg je “aaaahhhhhh……”?

Broeder Peter R. de Vries

Ik aarzel om te schrijven over Peter R. de Vries. De woorden die naar boven komen klinken te klein, te armetierig, goedkoop haast. Eerst is er de vertrouwde reactie van geschoktheid en verontwaardiging. Vervolgens buitelen de gedachten over elkaar heen. Er worden filmpjes gedeeld op social media. “Schandalig!” roep ik direct. Maar als ik heel, heel eerlijk ben onderken ik ook bij mezelf de nieuwsgierigheid van de ramptoerist die ik tegelijk zo verafschuw. Daar schrik ik weer van. Ik val mezelf tegen.

Als de eerste schok voorbij is val ik terug op ECIW. Hoe dien ik zo’n aanslag te zien? Fragmenten uit het Tekstboek en uit de Werkboeklessen komen naar boven. “Ik ben niet dit lichaam”. “Ik heb alles de betekenis gegeven die het voor me heeft”. “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”.

Niet het slachtoffer? Als er één persoon nu slachtoffer is dan is het toch zeker Peter? Die man doet gewoon zijn werk en één of andere schoft heeft geprobeerd hem te vermoorden! Daar heeft Peter toch zeker nooit zelf om gevraagd? Ja, hij wist natuurlijk zelf ook wel dat hij een gevaarlijk beroep had, maar dit wil je toch zelf niet? Peter is toch zeker niet schuldig aan de aanslag op zijn eigen leven?

Even ademen nu. Het stof laten neerdwarrelen. Natuurlijk is Peter een totaal onschuldige broeder, een Kind van God. Maar dat geldt ook voor de dader en voor de opdrachtgever. Ik steiger weer. Die laatste twee onschuldige broeders van me? Die moordenaars?

Beelden uit de Bijbel komen omhoog. Jezus die liefdevol omgaat met het zogenaamde uitschot van zijn tijd. Als hij aan het kruis hangt vraagt hij vergeving voor de mensenmassa die hem dood wenst en voor de soldaten die de executie uitvoeren. Wat een mildheid.

Dan zie ik de Bijbels Jezus bij het graf van Lazarus. Jezus huilt. Huilt Jezus? Waarom zou hij huilen? Hij doorziet toch de hele illusie van dit droomleven? Hij weet toch dat het lijk in het graf slechts een omhulsel is? En zelfs als hij het tijdelijke gezelschap van zijn vriend, heel menselijk, zal missen dan weet hij toch van tevoren dat hij het lichaam van Lazarus toch weer kan laten rondlopen?

Mijn denken maakt overuren. Het zoekt naar verklaringen, naar geruststelling. Nu zie ik mijn eigen angst. Angst voor de dood, angst voor de vermeende kwetsbaarheid van het leven. Ik zie hoe diepgeworteld mijn geloof in de droom is. Tegelijk met dit inzicht welt verdriet naar boven. Verdriet om deze nachtmerrie waarin we pijn hebben, lijden en elkaar naar het leven staan. Door het verdriet heen komt een golf van verlangen die me overweldigt. Een verlangen naar vrede, naar liefde. Een verlangen naar huis.

Ik Googel wat op  “Jezus en Lazarus” en vind het volgende stuk. Het raakt me, het ontroert me. Ik zie daar mijn broeder Jezus die met me huilt. Tranen van mededogen, van liefde. En dan zwijg ik ontroerd en kijk naar hem, naar zijn ogen. Hij glimlacht. Och Heer…

De tranen van Jezus (bron: ikzoekgod.nl)

Het is een bijzondere tekst, de kortste die in de Bijbel staat: “Jezus huilde” (Johannes 11:35). In de situatie waarin Jezus huilt staat Hij bij het graf van zijn vriend Lazarus. Een paar dagen daarvoor gestorven. En… Hij zou Lazarus weer uit het graf halen. Waarom zou Hij huilen? Het was namelijk niet omdat Hij het niet meer zag zitten. Of omdat de situatie te erg was om te zien, of omdat het uitzichtloos was. Volgens mij zijn dit zo ongeveer de redenen waarom wij zouden huilen. Maar waarom zou Hij, wat is de reden van het huilen van Jezus?

Waarom huilde Jezus?

De emoties van Jezus maken iets heel bijzonders duidelijk… Hij huilt niet vanwege de uitzichtloosheid, of omdat Hij de controle helemaal is verloren. Blijkbaar is zijn huilen, het delen van verdriet, voor Hem net zo belangrijk als Lazarus uit het graf halen. Dit woordloze huilen van Jezus maakt zoveel van Zijn hart en compassie duidelijk.

Het maakt mij duidelijk dat de hemel huilt vanwege onrecht in de wereld. Jezus huilt als er mensen worden getroffen door ellende. De hemel gaat er niet stilletjes aan voorbij. Jezus snapt het lijden van deze wereld, Hij heeft het allemaal meegemaakt. Zijn huilen is er een die meer zegt dan duizend woorden.

Hij huilt om jou

Hij huilt als jij lijden kent. Als je gevangen zit in onrecht. Als het leven je onmogelijk is gemaakt. Als je waardigheid is afgepakt. Als je zo in de put zit dat je eruit wilt stappen. Als je zo gespannen wordt van het leven dat je er gek van dreigt te worden. Als het verdriet niet meer te hanteren is. Als je jezelf hebt verborgen achter een stoere muur. Of achter een waas van drukte en maar doorgaan.

Eenheid ervaren?

Ik heb jarenlang Satsang meetings bijgewoond en leuke gesprekken gevoerd met mensen die geïnspireerd werden door de helderheid van non-dualisme. Het aardige van deze visie is dat je er goed beschouwd geen zinnig woord over kunt zeggen. Dat begint al direct als ik het woord ‘visie’ laat vallen. Hardcore studenten van het non-duale gedachtengoed zullen snel en terecht stellen dat zelfs ‘visie’ een concept is, dat er geen studenten bestaan en dat gedachtengoed al helemaal uit den boze is. Het zijn woorden die doorspekt zijn van dualiteit. Tja, dat geldt voor alle woorden waarmee we proberen ‘dat’ te beschrijven wat beschrijving te boven gaat.

Op de middelbare school had ik een wiskundeleraar die een grappige uitspraak deed: “Het is alles of niks, en het is allebei niks”. Wij zijn niet de enige die worstelen met het probleem van alles-en-niks. (Eigenlijk moet ik hier weer ‘probleem’ tussen quotes zetten, maar vergeef me als ik dat omwille van de leesbaarheid niet consequent doe). Zelfs God ontkomt niet aan een soort hemels dualisme. Want zowel als we zeggen dat God ‘alles’ is als wanneer we zeggen dat God ‘niks’ is dan zadelen we Hem met een probleem op. Want alles kan alles niet kennen en niks kan niks niet kennen. Er moet een soort tweedeling optreden wil er sprake kunnen zijn van de kenner en het gekende, van de ervarende en de ervaring.

Daarom wordt er in Een Cursus in Wonderen (ECIW) gesteld dat God een Schepper is. Een Schepper creëert opdat Hij zichzelf in zijn Schepping kan kennen. Het is een soort dualisme avant la lettre. Een Goddelijk Dualisme. God schept bijvoorbeeld een zoon en kent zichzelf in- en door zijn zoon. God schept een hele schepping en kent zichzelf in en door deze schepping. God is echter wat minder vergeetachtig dan wij om het maar eens heerlijk duaal te zeggen. God vergeet niet dat Hij één is met wat Hij heeft geschapen. Hij verkeert in een Heilige Relatie met Zijn Schepping, dus Hij trapt niet in de ons zo bekende valkuil: Ik ben hier en daarbuiten is een wereld waar ik los van sta.

Hier steigeren de hardcore non-dualisten, waaronder veel ECIW-studenten. Dat is prima, want dat steigeren is een mooie confrontatie voor de arrogantie van ons verstand. Het valt ook niet te begrijpen want het is een mysterie. Vanuit het ogenschijnlijke niks verschijnt van alles waardoor het ogenschijnlijke niks zichzelf kan kennen. Wow! Jezus heeft er zelf wat minder moeite mee, zoals blijkt uit de boeken die hij inspireerde. Hij spreekt hierin gewoon over schepping, zonen van God, de Heilige Geest als schepping, heilige relatie enzovoorts. Het enige wat hij niet doet is hiermee de fundamentele en mysterieuze eenheid, het een-zijn van alles, ontkennen.

Het grappige is dat sommige ECIW-studenten nog wat verder gaan dan aanhangers van andere non-duale leringen. (wat zou ik veel quotes in deze zin kunnen zetten!). ECIW-studenten zijn soms zo geschrokken van de fysieke wereld dat ze onbedoeld een heel duale uitspraak doen: “de fysieke wereld bestaat niet, alleen de wereld van de denkgeest is echt”. En daar zijn we dan weer, terug bij af. Alles wat ook maar neigt naar een vorm (zonen, heilige geest, Jezus, relatie, lichaam, wereld) moet nu stellig ontkend worden. De hardcore niet-ECIW-studenten kunnen gewoon zeggen dat alles verschijnt in bewustzijn en van dezelfde ‘substantie’ is als bewustzijn. Bewustzijn kijkt dus naar zichzelf, exact wat ECIW ook zegt.

Jezus leert ons, althans in mijn beleving, dat we moeten ophouden om te geloven in GRENZEN en AFGESCHEIDENHEID. Dat is de crux. Dus daar waar ‘zonen, HG, lichaam etc’ lijken te suggereren dat er sprake is van echte grenzen worden we uitgenodigd om ons te herinneren: “oh nee, we moeten ons niet laten foppen door de ogen van ons lichaam. Die grenzen zijn er niet”. Immers; dat lichaam is niet meer dan een (tijdelijke, ruimtelijke) projectie in die ene (tijdloze, onbegrensde) denkgeest.

ECIW is, in mijn beleving, niet ingewikkeld. We moeten niet geloven dat onze maaksels losstaan van onszelf. We moeten dus eigenlijk, net zoals onze Vader dat doet, ons constant herinneren dat onze ‘scheppingen’, onze projecties niet los staan van ons.

Samenvattend: waar staan we nu? We geloven dat we het slachtoffer zijn van situaties buiten onze macht (wereld, lichaam etc). Wat zijn we vergeten? Dat we dit vanuit eenheid, als Zoon van God projecteren. Hoe voelt dat? Afgescheiden. Hoe stopt dit? Door voorbij te zien aan de ogenschijnlijke tweedeling (ik hier, de rest daar). ECIW noemt dit ‘vergeven’. Helpt het als we lichaam en wereld nep noemen? Ja, als dit tenminste betekent dat we doorzien dat we zelf de maker ervan zijn en dat we de daarmee denkbeeldige grenzen ontkennen. Maar nee, als we menen dat er iets buiten ons bestaat dat we dienen te ontkennen. Als we dit laatste doen dan zegt Jezus (Txt 2;IV, 3):

Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. ‘De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.

Wij zijn een mysterie. Eenheid die Zichzelf ervaart in eeuwige schepping en zelfs in een tijdelijke droom.

Wandelen met Jezus,

Ruim tweeëneenhalf jaar ben ik intensief bezig geweest met de vertaling van A Course of Love in het Nederlands (Een Cursus van Liefde: ECvL) samen met een klein team. We hebben alles vertaald en zijn nu bezig met het zetten van de puntjes op de i. Daarbij herlezen we het hele boek nogmaals, verzamelen onze commentaren en bespreken die. Het kost meer tijd dan ik dacht maar het is goed zo. Gedurende deze hele periode bleef ik ook lezen en me verwonderen over Een Cursus in Wonderen (ECIW). Ik merkte dat teksten uit ECIW me nog directer aanspraken dan ooit tevoren. Iets wat overigens gebeurt bij iedere herlezing van dit wonderlijke boek, net zoals bij iedere herlezing van ECvL.

Momenteel krijg ik weer wat meer tijd beschikbaar en ik voel al een tijdje het verlangen om The Way of Mastery (WOM) te herlezen. En weer is daar die wonderlijke en blij-makende ervaring van diepe herkenning.  Het valt me moeilijk om het te verwoorden. Mijn Belgische broeder uit het vertaalteam zegt het zo mooi: “alles komt op zijn plooi” ofwel “alles valt op zijn plek”. Dat kan klinken als een soort verstandelijk begrijpen van wat er staat maar het is veel ruimer dan dat. Inzichten komen binnen, tekstfragmenten uit de verschillende boeken blijken hetzelfde te zeggen en verbinden zich tot een soort melodie die lieflijk is.

Ons denken stelt van die oordelende en defensieve vragen. Heb ik dan al die drie boeken nodig? Is ECIW dan niet genoeg? Zijn er dan geen duidelijke verschillen? Maar ondertussen juicht mijn hart hier gewoon stilletjes doorheen. Ik kan slechts aangeven wat het in mijn beleving doet. Tijdens het lezen van ECIW is er de verwondering over zoveel geduld en zoveel wijsheid. In ECvL ontmoet ik weer broeder Jezus, zo geduldig. Hij probeert iets te vertellen over het onnoembare. We zwijgen tenslotte samen en ontmoeten elkaar. En dan nu WOM. Daarin wandel ik samen met Jezus door een mooie tuin en hij praat enthousiast, gedreven en vrijuit. We lachen samen en genieten.

Wat is het toch bijzonder. In onze beleving van de droom sprak broeder Jezus ons al tweeduizend jaar geleden toe. En de drie boekjes die ik hier noem sluiten andere boekjes natuurlijk totaal niet uit. Er zit geen maat op liefde. Ze stroomt over, gul en gevend. Het maakt me dankbaar en blij.

De “duale” Jezus,

Iedere lezer van ECIW zal de Cursus op zijn of haar eigen manier beleven. Dit geldt voor studenten en leraren. Ook leraren zien dit simpele feit nogal eens over het hoofd. Ik vorm hierop geen uitzondering. Dus als een cursusleraar zoiets zegt als: “Jezus leert ons in de Cursus dat iets zus of zo metafysisch in elkaar zit” dan zou het goed zijn als hij of zij dit zou laten volgen door “althans, in mijn beleving”. Dit relativeert direct de uitspraak van de leraar en vervolgens kunnen wij onderzoeken of zijn visie ons helpt om obstakels op te ruimen zodat we de liefde beter kunnen ervaren.

Eenheidstheorie

De bril die de leraar op heeft kan zijn interpretatie van ECIW vooral kleuren als hij erg graag de nadruk wil leggen op een bepaald aspect van de Cursus. Zo zal een leraar die ons wil doordringen van de eenheid van Gods schepping dikwijls het accent leggen op, jawel, eenheid. Alles wat ook maar riekt naar dualisme moet dan “uitgelegd” worden. Een dergelijke leraar zal ons erop wijzen dat het in de Cursus er soms op lijkt alsof de boodschap toch duaal is, maar dat dit zeker niet het geval is. Dus wijst hij erop dat God en zijn Zoon niet twee entiteiten vormen. Ook bij de Heilige Drie-eenheid zijn er geen drie losse entiteiten. Hij zal uitleggen dat de Zonen (meervoud) van God niet los staan van elkaar. En, als laatste voorbeeld, zal hij zeggen dat in het kernbegrip “Heilige Relatie” het woord relatie niet betekent dat er sprake is van meerdere partijen. Hier is weinig tegenin te brengen en het is fijn om zo’n verstandige leraar te hebben die ons scherp houdt.

Toch is het belangrijk dat een leraar die als favoriet onderwerp de “eenheid van de schepping” heeft beseft dat die schepping ten diepste niet begrepen kan worden. Hij dient “gevoel” te blijven houden voor het paradoxale karakter van die schepping. Misschien is zelfs “gevoel” niet het juiste woord en zouden we zijn termen als verwondering, verbazing, blijdschap en dankbaarheid meer op hun plaats. Hij zou dat als volgt kunnen uitspreken: “Wow, ongelofelijk dat liefde zich kan uitbreiden en toch zichzelf blijven. Wat een mysterie dat er sprake is van een ogenschijnlijke, mysterieuze veelvoudigheid maar dat toch alles en iedereen in een heilige relatie met elkaar verbonden is, een onverbrekelijke eenheid vormt. Ik word hier helemaal stil van en dankbaar.”

Het wordt oppassen geblazen als de overenthousiaste leraar vindt dat hij ECIW nog wat beter kan uitleggen dan Jezus zelf. Jezus zelf schrikt er in ECIW helemaal niet voor terug om vrijelijk zogenaamd duale taal te gebruiken om ons zo goed mogelijk te helpen. Jezus geeft ook aan dat het er hem niet om te doen is om ons een waterdichte nieuwe “eenheidstheologie” te onderwijzen. Hij gebruikt de woorden uit het Tekstboek, maar vooral de Werkboeklessen, om ons de gelegenheid te geven een glimp op te vangen van een universele ervaring van mysterieuze liefde en verbondenheid in heilige relatie. Zijn weg in de Cursus is niet anders dan zijn weg in de Bijbel. Het is de weg van de liefde. Door ons in liefde en vergevingsbereid uit te strekken naar de Vader, naar onze broeder Jezus, naar de Heilige geest en naar al onze broeders en zusters ontdekken we dat we liefde zijn. Zeker, verstandelijk begrip van de schijngrenzen die we menen te zien helpt hierbij. Maar in feite is de belangrijkste taak van het denken om zijn eigen schijnautoriteit te ontmantelen. Het denken vormt maar al te vaak het obstakel dat vergeven mag worden opdat liefde ervaren kan worden.

Behulpzaam?

Een leraar hoort niet alleen oog te houden voor de juistheid van zijn boodschap maar ook voor de vraag of zijn boodschap behulpzaam is voor de student. Jezus kent de studenten van de Cursus door en door en kiest zijn woorden zeer behoedzaam. Het is, in mijn beleving, niet handig als een leraar onevenredig veel aandacht gaat geven aan zijn eenheidsstokpaardje. De eenheidsboodschap landt namelijk als regel in het brein van iemand die, zoals wij allemaal, nog grotendeels geïdentificeerd is met het afgescheiden zelf. Vervolgens wordt de boodschap mentaal opgepakt en gebruikt als leidraad voor het leven in de wereld. Zelden leidt de eenheidsboodschap tot het openen van het hart van de ander. Vanuit het perspectief van het kleine zelf wordt de eenheidsboodschap vertaald tot ogenschijnlijk logische, doch kille, oneliners. Het “we zijn allen één” wordt daarbij vervormd tot “alleen ik besta en jij bent slechts mijn projectie”. Op eenzelfde wijze wordt het “de wereld is een illusie” een reden om een clownsneus op te zetten en hartelijk te lachen om alle ellende die je “meent” te zien. ECIW zou moeten leiden tot het doorzien van denkbeeldige grenzen tussen mij en jou en daarmee tot het openen van mijn hart voor jou. In plaats daarvan leidt het uitsluitend verstandelijk omarmen van het eenheidsconcept in feite tot versterking van het gevoel van isolatie: alleen ik besta en de rest niet.

In mijn rol als ECIW-coach heb ik veel berichten ontvangen van eenzame, zwaarmoedige en wanhopige broeders en zusters die zich geen raad meer wisten nadat een eenheids-leraar hen piekfijn had uitgelegd dat er geen Vader, Heilige Geest of echt bestaande broeders/ zusters bestaan. Deze werden door de leraar allemaal afgedaan als projecties. Natuurlijk heeft de eenheidsfilosofie niet dit effect op iedereen. Sommigen ervaren hierdoor wel degelijk een bevrijding van een oud duaal godsbeeld en dit kan gepaard gaan met grote helderheid. Toch geef ik de voorkeur aan de uitgebalanceerde woorden die Jezus zelf gebruikt in ECIW, of deze nu duaal klinken of niet. Jezus weet, althans in mijn beleving, dat er in werkelijkheid geen keuzes gemaakt hoeven te worden tussen het ene concept en het andere. Het is niet zo dat er óf sprake is van één Zoon óf van oneindig veel Zonen.  Er is op onbegrijpelijke wijze sprake van oneindig veel Zonen die toch op mysterieuze wijze één zijn: en/en. Hetzelfde geldt voor de heilige relatie. Volgens de eenheidsleraar bestaan relaties in feite niet want het woord “relatie” suggereert tenminste twee entiteiten. Maar juist deze heilige relatie wordt weer ontdekt als we naar die zogenaamde ander kijken en niet langer geloven wat onze ogen ons laten zien. Er is geen ander in de vorm van een lichaam maar een ander die, oh wonderschoon mysterie, in eenheid verbonden is met mij: één in zijn. De weg naar deze ontdekking is een weg van genezen perceptie, omarming, aanvaarding, aanbieden van het wonder van de stromende liefde. Een eenzijdige weg van een kloppende eenheidstheorie ontaard dus, althans in mijn beleving, te vaak in een versterking van het gevoel van afgescheidenheid.

Een Cursus van Liefde

Ik kwam op dit onderwerp toen ik de recensie las van een “ECIW-autoriteit” over A Course of Love (Een Cursus van Liefde, ECvL: wordt momenteel vertaald in het Nederlands). Duizenden ECIW-studenten zien dit boek als een heerlijke voortzetting van ECIW, een verrijking, een verheldering.  Net zoals leraren die de focus te eenzijdig op het eenheidsaspect leggen problemen hebben met de woorden van Jezus in ECIW zelf en aangeven dat, althans volgens hen, Jezus kinderlijke taal gebruikt  “bedoeld voor mensen die nog bang zijn en de radicale boodschap nog te spannend vinden” zo vindt de recensent ECvL ook als een “duale regressie, geschikt voor bange studenten.” Hij blijft hangen aan een begrip als “het verheven Zelf van vorm” en beweert dat ECvL daarmee de vormwereld echt zou maken. Dit verbaast me zeer. Het klopt dat ECvL het neutrale lichaam niet veroordeelt of verwerpt maar liefdevol tegemoet treedt vanuit het “onbegrensde Zelf”. Studenten die vertrouwd zijn met beide werken zien zonder al te veel moeite dat dit in ECIW termen zou uitgelegd worden als “het vergeven van het geloof in de grenzen van- en ons samenvallen met het fysieke lichaam”.
De recensent zegt:

Als ECvL er dan niet in slaagt “het persoonlijke zelf of het lichaam te ontkennen” en de illusoire wereld op de een of andere manier om te vormen tot iets nieuws en begerenswaardigs, dan is het, ondanks zijn beweringen van het tegendeel, geen non-duaal systeem.

Ook hiermee illustreert de beste broeder slechts zijn geloof in eigen oordelend en duale denken. Ontkenning van het lichaam is, althans in mijn beleving, ook niet de boodschap van ECIW. Ze zegt bijvoorbeeld in (Txt 2: IV:3)

“Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. ‘De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.”

En ook ECvL benadrukt natuurlijk dat de wereld van vormen tijdelijk is en geen eeuwigheidswaarde bezit. Verder vindt ECvL het lichaam zoals we dat nu kennen vanuit ons geloof in afgescheidenheid, evenmin als ECIW, “begerenswaardig”.

Tenslotte een laatste voorbeeld van een te ver doorgevoerde  eenheidstheorie in de recensie van deze ECIW-leraar. Hij schrijft:

“ECvL beweert dat “God vereniging is” en dat “God alle relatie schept (5.1)”; en ook dat “De werkelijkheid, het waarlijk werkelijke, relatie is (6.1).” Het verheft relatie en vereniging tot het niveau van God. ECIW ondersteunt dit niet; de “werkelijk echte” is God en alleen God. Immers, een-zijn en vereniging zijn niet identiek, evenmin als een-zijn en relatie. Relatie en vereniging impliceren beide afzonderlijke entiteiten die met elkaar verbonden of verbonden zijn, of die volledig verenigd zijn.”

Het handelt hier, althans in mijn beleving, over het wonder van de Schepping en over het mysterieuze van de Heilige Relatie. De eenheidsleraar struikelt hier, zoals eerder uitgelegd, over het woord “relatie”. Dit impliceert in zijn beleving dualiteit. Ons denken kan hier niet bij en dus velt de leraar hier zijn oordeel. Maar Jezus kiest zijn woorden in ECvL net zo behoedzaam als in ECIW. Nergens wordt de (denkbeeldige) afscheiding echt gemaakt. Er wordt slechts gewezen op dat onbegrijpelijke, inclusieve mysterie: we zijn één in zijn en “verschillend” in relatie.

Autoriteit: Jezus maakt ons in ECvL veel duidelijk over de tijdelijke rol van leraren. We mogen hen, inclusief mijn broeder de recensent, dankbaar zijn voor hun intentie en inzet. Maar het wordt tijd om ons denken weer in lijn te brengen met ons hart. Ons denken is en was behulpzaam om denkbeeldige ego-grenzen te ontmaskeren en de hulp van leraren was hierbij welkom. Nu mogen we ons laten leiden door ons Zelf, ons Christus bewustzijn. Het of/of denken lost op in de mysterieuze en/en werkelijkheid, ondanks het gebruik van per definitie duale woorden door Jezus in ECIW en ECvL. Zo hoeven we, althans in mijn beleving, totaal geen keuze te maken tussen ECIW en ECvL ondanks de suggestie hiertoe van de eenheidsleraar. Jezelf openen voor het mysterie van de Schepping waarbij niets ontkend noch verworpen hoeft te worden is niet typerend voor zogenaamd bange studenten die de eenheid niet onder ogen zouden durven zien. Integendeel. Het is voor broeders en zusters die zich ergens diep van binnen herinneren dat het ontdekken van de waarheid van wie ze zijn, mysterieuze en onbegrensde liefde, niet dichtgetimmerd kan- en hoeft te worden met de juiste eenheidsconcepten. Liefde is zoveel groter dan ons verstand, althans in mijn beleving. Goddank.

Onze houding tegenover klachten in het lichaam: enkele gedachten

De Cursus leert ons dat wij niet zijn overgeleverd aan lichamelijke klachten die ons zo vaak lijken te teisteren. Deze klachten houden ons een spiegel voor. Ze zijn het effect van een oorzaak waarvan we ons niet bewust zijn. De oorzaak is dat we, bewust maar meestal onbewust, geloven dat we ons afgescheiden hebben van de eenheid, van God. Hoe kunnen we de zogenaamde echtheid van deze illusie bewijzen? Hoe kunnen we, anders gezegd, voor onszelf bewijzen dat we afgescheiden wezentjes zijn (“zondig” zijn) in tijd en ruimte met zogenaamd echte grenzen? Dat doen we door schendingen van die grenzen, van onze lichamelijke en psychische integriteit, pijnlijk te laten zijn. Het ultieme “bewijs” is dat we het lichaam sterfelijk hebben gemaakt: het wordt daarbij ouder in de tijd en raakt in verval. Jezus wijst ons op nog een reden waarom lichamelijkheid zo dikwijls als pijnlijk wordt ervaren. Door ons geloof in zonde (=afscheiding) menen we dat we schuldig zijn. Het heeft mij jaren ECIW-studie gekost om hier wat “feeling” mee te krijgen. Uiteindelijk zag ik steeds helderder hoe diep en wijdverbreid schuldgevoelens zijn in de denkgeest. Willem Glaudemans beschreef het illustratief: “Of ik nu naar voren, naar achteren, naar links of naar rechts ga: ik voel me schuldig”. En wat meent iemand die schuldig is te verdienen? Inderdaad: straf! En die straf neemt allerlei vormen aan. Van pech, tot ongelukken, van ziekte tot uiteindelijk de dood.

De Cursus vraagt ons om te overwegen om lichamelijke klachten te zien als gevolg van vergissingen in de denkgeest. Als gevolg en niet als oorzaak. Als je dit zo leest kun je opmerken dat het ego er als de kippen bij is om te roepen dat alle ellende dus je eigen “schuld” is. Hoe hardnekkig is toch onze neiging om een schuldige te willen vinden. Probeer de oorzaak liever te zien als een grotendeels onbewuste vergissing waarvan jij je bewust kan worden. Bewustwording van de vergissing opent de deur naar het binnenlaten van genezing waar deze nodig is; namelijk in de denkgeest.

We moeten zorgvuldig zijn in onze reactie op lichamelijke klachten bij onszelf of bij anderen. Jezelf beschuldigen van het veroorzaken van eigen leed of, haast nog schrijnender, een ander beschuldigen van “eigen schuld” is dus niet de weg. Wat is dan wel een liefdevolle houding? Met “ontkenning” dienen we voorzichtig te zijn. We dienen niet de lichamelijke klachten te ontkennen, weg te lachen of te bagatelliseren. De Cursus vertelt ons dat we daarmee de macht van onze denkgeest ontkennen. Wij zijn als Zonen van God zo machtig dat we de hele illusie van afgescheidenheid hebben kunnen projecteren, inclusief alle pijn en conflict die daarmee gepaard gaan. We mogen wel degelijk bewogen zijn als we bij onszelf en bij anderen het bijgeloof in de denkgeest via lichamelijke klachten waarnemen. Daar, in de denkgeest, zit de ziekte; we zijn vergeten dat we eeuwige, onkwetsbare liefde zijn. Zeker richting onze broeders en zusters helpt het niet echt, en dit is zacht uitgerukt, om de bovenstaande metafysica als bittere pil voor te lezen. Het ware geneesmiddel is liefde. Deze liefde mogen we aanbieden en daarbij mogen we ons lichaam als communicatiekanaal gebruiken. En dit medicijn, de liefde, heeft een heerlijke bijwerking: geven en ontvangen zijn in waarheid één. Door die ander (en jezelf) te zien als perfecte broeder, door liefde te laten stromen door deze gewoon te uiten zoals de Heilige Geest (Jezus, je Zelf) je ingeeft, geneest iedereen.

En laten we tenslotte pijn en ziekte niet los zien van de rest van ons droomleven. Waar we gewoonlijk niet zo bij stilstaan is dat alle geloof in behoeften, niet slechts de behoefte aan een gezond en pijnvrij lichaam, illusies zijn. Denk je echt dat je leven afhangt van warme kleren en een dak boven je hoofd? Ten diepste is dit net zo illusoir als geloof in ziekte. Vergeet niet dat ons hele geloof in kwetsbaarheid en sterfelijkheid één grote illusie is. Dit brengt me bij wellicht het beste “advies” dat te geven is. Laten we ervoor kiezen om ons eigen lichamelijke leed en dat van anderen te benaderen vanuit ons hart en niet vanuit ons hoofd. Als alle leed en alle illusie voortkomt uit het feit dat wij en anderen vergeten zijn dat we liefde zijn dan is het duidelijk dat deze zelfde liefde het antwoord is. Maar totdat wij van denkgeest tot denkgeest met elkaar kunnen communiceren (ik kan het niet minder duaal zeggen) dienen we deze liefde te uiten in de vorm, juist om onszelf en anderen te verheffen tot voorbij identificatie met deze vorm. Dus voorlopig geven we warme kleding, een onderkomen, pillen en vaccins aan eenieder die meent deze zaken nog nodig te hebben. En voor wie geldt dat nu niet? Ik hoop dat als ik lijd aan vergeetachtigheid dat ik een Cursus-broeder of zuster ontmoet die praktisch handen en voeten geeft aan zijn of haar liefde voor mij, arme vergeetachtige ziel.

Kunnen we leren om verlicht te worden?

Zelfrealisatie valt niet te leren. Het komt immers neer op het doorzien van de illusie van de afgescheiden student die één of andere verheven staat zou kunnen bereiken door flink zijn best te doen. Dat ‘doorzien’ is niet hetzelfde als verstandelijk begrijpen. Het is niet zo dat we het nu nog niet snappen, een tijdje ECIW doen en het dan na enkele jaren wél snappen. Aan de ene kant is dat jammer voor ons omdat we niet kunnen toepassen waar we denken goed in te zijn: ons best doen om iets door te krijgen. Aan de andere kant is het ook wel weer fijn omdat het dan ook niet zo gek veel meer uitmaakt als we het niet zo goed snappen. Hiermee worden alle verbeten discussies over de juiste interpretatie van de metafysica van ECIW direct gerelativeerd.

“Hoe moet ik God, de Heilige Geest en andere nu zien binnen de Cursus? Begrijp ik ECIW nu wel of niet op de juiste manier?” Al dat ‘begrijpen’ lijkt zich in ons hoofd af te spelen. Het is vermoeiend en buitenstaanders verwijten ECIW dat het de student naar “het hoofd” zou trekken. Dat klopt bijna. Echter, ECIW trekt studenten niet naar hun hoofd maar studenten hebben de neiging om met hun hoofd aan de slag te gaan met ECIW. Is ECIW dan geen training voor de denkgeest? Jawel, maar de denkgeest is niet hetzelfde als ons denken, ons verstand. In het Engels wordt het woord “mind” uit A Course in Miracles gebruikt voor zowel ons Nederlandse “denken/verstand” als voor het meer abstractere “geest”.

Er is correctie nodig in onze ‘mind’. Dat kan beginnen met het corrigeren van ons denken, van verkeerde mentale concepten. Vooral erg “duale concepten” kunnen blokkerend werken. Paar voorbeelden:

  • Ik ben een afgescheiden lichaam
  • Ik sta los van God
  • De Heilige Geest kan mijn verlangens inwilligen
  • Ik ben ik en jij bent jij

Jezus is in ECIW niet bevreesd om middels het denken en met behulp van woorden deze duale concepten flink door elkaar te rammelen. Je krijgt dan zoiets als:

  • Ik ben niet dit lichaam
  • Ik ben een schepping van God, innig met Hem verbonden
  • De Heilige Geest kan mijn denkgeest corrigeren
  • Jij en ik zijn in éénheid met elkaar verbonden

Dit kan ons een eerste gevoel van verruiming geven. Het lijkt of onze blik wat breder wordt. We ervaren wat meer verbondenheid. Toch beoordelen we al die ruimere gedachten en de wat meer vredige gevoelens nog steeds vanuit een grotendeels onbewust geloof in afgescheidenheid. Dat onze blik nog steeds beperkt is blijkt uit onze neiging om de strijd aan te gaan met studenten die ogenschijnlijk nog niet zo ver zijn als wij en nog lijken te geloven in duale concepten. Zo kan het gebeuren dat ECIW studenten kritiek leveren op Een Cursus van Liefde (ECvL). In ECvL geeft Jezus aandacht aan de grens van ons conceptuele “begrijpen”. Hij laat zien dat de correctie van ons denken nuttig was maar dat we er niet zijn met geloof in nieuwe, zogenaamd “non-duale” denkbeelden. In mijn eigen woorden uitgerukt gaat ECvL over een mysterie waar woorden tekortschieten. Grof geschetst gaat het hier over:

  • Ik ben inderdaad niet beperkt tot een lichaam maar er hoeft ook niet duaal afstand genomen te worden van het lichamelijke of van het fysieke als zodanig.
  • Ik ben niet gescheiden van God maar er is wel zoiets als onbegrensde individuatie.
  • Wat is “leren”, wat is de rol van de HG, wie is het ten diepste die leert, wat is het Zelf, wat is leven vanuit de Christus-natuur etc?
  • Wat is de relatie tussen “jou” en “mij”?

Het doel van ECvL is om ons verstand onder curatele te stellen van ons hart. Correctie van duale concepten was goed en nodig maar moet niet doorslaan in een nieuw, zogenaamd non-duaal, leersysteem van waaruit het spel van beoordeling en veroordeling vrolijk doorgaat. Na het opruimen van blokkerende denkbeelden dient er een verder oplossen plaats te vinden van de denkbeeldige grenzen van ons zelfje.

Op een bepaald moment kan het gebeuren dat het kwartje valt en dat er een diep besef is van de beperkte waarheid en houdbaarheid van mentale concepten. Er wordt dan gezien dat het zelf, het denkertje, het doenertje, de zoeker etc een denkbeeldige identiteit is die oprijst in ‘mind’, in de geest. Dit gaat samen met een relativering van gehanteerde concepten. Er wordt diep beseft dat concepten niet waar of onwaar zijn maar bruikbaar of minder bruikbaar voor een bepaalde student op een bepaald moment in zijn of haar weg naar verzoening.

Een voorbeeld. Een student die meent duidelijk afgescheiden te zijn van zijn broeders kan geholpen zijn door enige tijd gecorrigeerd te worden door de woorden “er zijn geen anderen”. Deze woorden kunnen in deze situatie verbindend werken. Maar als de student doorslaat kun je de situatie krijgen dat hij het volgende denkt: “IK besta als enige en God en jij zijn MIJN bedenksels die IK moet negeren.” De woorden “er zijn geen anderen” werken nu niet langer verruimend en versterken nu de student slechts in een uiterst verkrampte en duale illusie van IK ben hier echt en de rest is nep.

Als die IK niet “ervaren” wordt als het ondoorgrondelijke, verbonden en van liefde overstromende Zelf dan is er slechts sprake van het geloof in de ultieme afscheiding. In gesprek met mentaal ‘verlichte’ leraren merk je een onweerlegbare doch koude logica. Dit wordt haarfijn gevoeld door kritische “buitenstaanders”. Het is, zoals gezegd, zeker niet inherent aan ECIW maar wel iets wat zorgt voor volharding in de illusie van afgescheidenheid.

Het doel van ECvL én ECIW is niet het bereiken van de ultieme conclusie die gepaard gaat met een waterdichte babbel. Als middels deze boeken het starre denken gecorrigeerd wordt en daardoor de liefde weer haar natuurlijke ruimte krijgt dan groeit er een zekerheid en een verwondering die niets van doen heeft met mentale conclusies. Er ontstaat een besef dat woorden en concepten verschijnen en verdwijnen in een onbegrensd, tijdloos en mysterieus “Zijn”. Sterker nog; het besef van “Zijn” vindt slechts plaats middels dat wat erin verschijnt. We hebben geen relatie met allen en alles maar zijn deze relatie. Een Heilige Relatie.