Helen, Mari, Jayem en wij.

Zojuist heb ik The Way of Mastery (TWOM) uitgelezen. Het blijft een fijn boek, zelfs na de zoveelste herlezing.  Ik heb afgelopen weken weer intens genoten van de speelse directheid van TWOM. Het boek komt minder serieus over dan Een Cursus in Wonderen (ECIW) of dan Een Cursus van Liefde (ECVL). De toon past, voor zover ik dat kan inschatten, goed bij de persoon van Jon Marc Hammer, beter bekend als Jayem, de scribent van TWOM. Iets dergelijks valt me op bij ECIW en bij ECVL. De toon van ECIW is serieus, poëtisch en wetenschappelijk tegelijkertijd. Dat past goed bij Helen Schucmann, de scribent van dit boek. ECVL klinkt ook serieus en tegelijkertijd bewogen, zacht en liefdevol. Dit past weer bij de wat schuchter ogende, zachtaardige Mari Perron.

Ons verstand kan zich hierover verbazen. Het denkt heel rechtlijnig en vraagt zich af: “Hoe is het mogelijk dat men stelt dat in alle drie de boeken dezelfde Jezus aan het woord zou zijn, maar dat er toch zulke duidelijke stijlverschillen zijn?”. Hierna volgt dan natuurlijk direct de vraag of ECVL en TWOM wel echt door Jezus gedicteerd zijn. Zo werkt ons duale denken nu eenmaal. Het ziet Jezus als de historische persoon van 2000 jaar geleden die scribenten gebruikt als een soort veredelde typemachine/computer; Jezus spreekt en Helen, Mari en Jayem notuleren.

Het klopt dat Jezus in ECIW kritisch te werk ging waar het zijn woordkeuze betrof. Hij corrigeerde Helen dikwijls en verwees haar terug naar tekst die ze eerder niet helemaal naar zijn wens had weergegeven. Volgens Ken Wapnick moest Helen er “nog even inkomen” en hij vindt daarom de eerste hoofdstukken van ECIW minder mooi dan de latere. Volgens Jayem zei Jezus tegen hem dat Helen van Jezus eiste dat alles heel logisch en intellectueel moest zijn. Jezus moest daarom heel voorzichtig zijn wat hij met haar deelde en hoe hij het bracht. Ons kritisch denken vindt dit te gemakkelijk.  Want stel je nu eens voor dat Jayem dit beweert als excuus voor het gebrek aan doordachtheid van het door hem gechannelde boek. Kunnen we hem wel op zijn woord geloven als hij zegt deze info over Helen van Jezus gehoord te hebben?

Maar ja; het hele fenomeen “channeling” blijft toch wat ongrijpbaar en vreemd voor ons nuchtere Nederlanders. Ik loop hier tegenaan als ik mijn enthousiasme voor deze boeken probeer te delen met mijn familie en kennissen. Als ze me vragen wie deze boeken heeft geschreven aarzel ik soms. Het is veilig om de naam van de scribent te noemen maar het voelt niet goed om het daarbij te laten. Dus gewoonlijk vertel ik er dan maar bij dat de schrijvers zich geïnspireerd voelden vanuit een soort hoger bewustzijn. Dan gaan de wenkbrauwen al een beetje omhoog. Als ik “bewustzijn” vervang door “Christus-bewustzijn” dan kijkt men nog kritischer en als ik het helemaal aftop door de naam “Jezus” te noemen dan verandert de argwaan soms in meewarigheid. Ik hoor ze denken: “Ach, laat die man maar, als hij dat nou toch gelooft”.

Wellicht zegt de aarzeling die ik bij mijn gesprekspartners meen te zien vooral wat over mijn eigen verwarring. Deze verwarring en de verstandelijke vragen verstommen echter als ik zonder vooroordelen geniet van deze drie boeken. De woorden, wijsheid en liefde hebben mijn denken helemaal niet nodig om mij blij te maken. Alles komt binnen in mijn hart en daar spelen al die zogenaamd belangrijke vragen over auteurschap helemaal geen rol meer. Hier, in de stilte van het hart, is slechts sprake van herkenning en vreugde. Hier herken ik in ECVL en in TWOM direct en overduidelijk dezelfde liefdevolle stem als in ECIW. Soms lijkt deze stem zichzelf tegen te spreken maar dat is slechts schijn. Jezus blijkt precies dát tegen me te zeggen wat ik op dat moment nodig heb en kan ontvangen.

Jezus zou Jezus niet zijn als hij niet met woorden zou proberen ons iets duidelijk te maken wat eigenlijk niet te zeggen is. Hij spreekt over het mysterie van relatie. Dat doet hij in ECIW wanneer hij het heeft over de Heilige Relatie. In TWOM bouwt Jezus het zorgvuldig op en sluit hij af met een beschrijving van de wonderlijke eenheid tussen hem en ons. Zelf ervaar ik ECVL als zijn meesterwerk waar het gaat om het direct ervaren van “de dialoog” tussen Jezus en mij. In deze dialoog vervagen de grenzen tussen Jezus en mij en mag ik ervaren wat heilige relatie inhoudt. Deze ervaring laat zich door mij nauwelijks meer met woorden uitdrukken maar wordt direct herkend door broeders en zusters die hier ook een glimp van hebben opgevangen. In de relatie met Jezus, in het gedeelde Christus-bewustzijn, is er sprake van een woordloos weten. Bij een poging om dit toch in woorden uit te drukken treedt er een soort persoonlijke kleuring op. Zo heeft deze blog mijn “persoonlijke” kleur maar hoop ik toch dat jij ziet en herkent dat het hier niet gaat om persoonlijke kennis van mij. Jij herkent het en zou er andere woorden aan wijden om het te schetsen. De gekozen woorden hangen dan ook nog eens af van het publiek waartoe de schrijver of spreker zich richt. Dat is iets om dankbaar voor te zijn. Misschien is het logisch dat ECIW een andere lezer trekt dan ECVL of TWOM. De ene lezer houdt van serieus en verstandelijk, de ander van zacht en vriendelijk of juist van sprankelend en licht. Mogelijk spreken de verschillende boeken elke lezer bovendien aan in verschillende fasen van zijn of haar leven. Zo kwam ECIW in mijn leven toen ik vastliep in de dogmatische en onlogische aspecten van het klassiek Christelijke geloof. Toen die barrières geslecht waren, kwam er ruimte om te genieten van ECVL en TWOM. Grappig genoeg waardeer ik nu ook de Bijbel weer meer dan vroeger en blijft mijn bewondering voor ECIW onverkort bestaan. Wellicht ben ik wat “luchtiger” geworden.

(Over lucht gesproken: toen ik zojuist TWOM dichtsloeg zag ik dat grappige wolkje. Ik zag er een lachend vliegend visje in met vleugels uit zijn hoofdje. Vond ik wel passen bij Jayem 😉)

Zo zit het! (denk ik…)Over vrouwelijke voorgangers en homoseksuele broeders en zusters.

Een aantal christenen blijft worstelen met kwesties als de rol van vrouwen binnen de kerk en met de leefwijze van onze niet-heteroseksueel geaarde broeders en zusters. Het uitgangspunt lijkt hierbij volkomen duidelijk: de Bijbel. De betreffende Christen zal zeggen dat hij zich baseert op de Bijbel en dat hij niet wil marchanderen met wat God hierin kenbaar maakt. Hiermee is zijn standpunt stevig verankerd en onwrikbaar geworden. Het staat in de Bijbel en dus is het waar.

Maar is de Bijbel in deze kwestie echt het uitgangspunt? Wat ziet men hier over het hoofd? Voor een buitenstaander is dit direct duidelijk. In feite is niet de Bijbel het uitgangspunt maar het geloof in de Bijbel, het menselijke geloof in dit boek. Het is immers de keuze van de mens om een geschreven tekst al dan niet aan te nemen als onwankelbaar uitgangspunt. Deze mens besluit dikwijls onbewust dat een bepaald boek de absolute waarheid bevat. De woorden van het boek vormen vanaf dat moment het fundament voor deze mens. Natuurlijk kan dit fundament ook bestaan uit de woorden van een godsdienstig of wereldlijk leider. Wat deze persoon dan zegt wordt dan gezien als de absolute waarheid.

De Engelse politicus en wijsgeer Bryan Magee schreef dat het in feite niet mogelijk is om een echte dialoog te hebben met iemand die een fundamenteel geloof aanhangt. De wederzijdse uitwisseling van ideeën en gevoelens blokkeert door de harde rotsen van de aangenomen overtuiging. Vrouwen kunnen geen leidende rol in de kerk hebben en homo’s mogen geen uiting geven aan hun gevoelens. Waarom niet? Antwoord: omdat dit in de Bijbel staat. Nee! Het juiste antwoord: omdat ik besloten heb om de woorden van, in dit geval, de Bijbel als onwrikbare waarheid aan te nemen en alles beoordeel vanuit deze keuze van mij.

Deze rotsvaste overtuigingen zijn hiermee keiharde dogma’s geworden. Ergens voelen de aanhangers van deze dogma’s aan dat deze houding liefdeloos is. Dan klinken er woorden als: “wij waarderen onze zusters in de gemeente natuurlijk enorm en zijn ze ook dankbaar voor de koffie die ze ons net gebracht hebben”. Of, over de homoseksuele medemens: “God haat de zonde maar heeft de zondaar lief”. Ik vrees dat Magee gelijk heeft. Een gesprek hierover heeft alleen zin als je gesprekspartner bereid is om zijn of haar uitgangspunt ter discussie te stellen. Dit blijkt heel moeilijk te zijn vanwege een cirkelredenering. Men heeft namelijk besloten om te geloven in de Bijbel waarin staat dat ongeloof in dit boek een zonde is die bestraft zal worden. Dit maakt een heroverweging van het eigen standpunt nog moeilijker.

Zijn ECIW-studenten dan zo anders? Ik vrees van niet. Die neiging om teksten uit een boek aan te nemen als absolute waarheid is een neiging die alle broeders en zusters die geloven in afgescheidenheid met elkaar delen. Allen geloven namelijk in de macht van het eigen verstand om te beslissen welke teksten waar en welke teksten onwaar zijn. De Christen heeft gelijk als hij zegt dat de mens beter niet de plaats van God kan innemen. Het is niet goed als het “ikje” op Gods troon wil gaan zitten. Wat hij echter niet ziet is dat dit nu precies is wat er gebeurt als het ikje teksten over liefde gaat verdraaien tot conceptuele dogma’s. Ook ECIW-studenten kunnen overmatig vertrouwen op de suprematie van het denken. Vervolgens gebeurt er exact hetzelfde namelijk het ontstaan van (ECIW-)dogma’s die gehanteerd worden als onwrikbare waarheden. Er is een nieuw geloof ontstaan. Herken je dit niet? Laat me dan één voorbeeld noemen.

Ik zag laatst een opsomming op Facebook van teksten die stelden dat “God niets afweet van deze wereld”. Deze wereld wordt gezien als een illusie en God heeft niets met illusies van doen. Denk niet dat het klakkeloos geloven van zo’n tekst minder gevolgen heeft voor de nieuwe gelovige dan de klassieke dogma’s voor de strenggelovige christen. Het kan gevolgen hebben voor iemands volledige doen en laten. Want waarom zou ik iemand willen helpen in deze wereld als deze wereld niet bestaat en zelfs God nergens van op de hoogte is?

Wat missen we hier lieve broeders en zusters? Wat gaat er toch telkens mis dat we na elk geïnspireerd boek weer blijven zitten met een nieuw geloof, met verschillende opvattingen en in het ergste geval strijd en oorlog? We presteren het om telkens onbewust ons conceptuele denken op de troon te zetten. Nu is er niks mis met dit denken als het er om gaat praktische probleempjes in ons leven op te lossen. Maar dit instrument, dat beperkte verstand van ons, is ten diepste ongeschikt om iets wezenlijks duidelijk te maken over het diepe mysterie van ons bestaan.

Het mysterieuze “gevoel” van het bestaan zelf, de verwondering, de tranen van ontroering, het ontzag, de liefde voor onze broeders en zusters, voor de natuur, voor de wereld en ga zo maar door laat zich niet vangen in dogma’s. Elk nieuw dogma is de dood in de pot. We kunnen uren erover praten dat we het ikje niet op Gods troon moeten zetten of dat we af moeten komen van ons ego maar als we rondjes blijven draaien in ons eigen hoofd en dit dan heel serieus blijven nemen dan doen we niet anders dan dát wat we juist willen voorkomen.

Natuurlijk herken ik de neiging om vanuit een vooropgezet idee een ander de maat te nemen. Deze blog illustreert dat zelfs. Op het moment dat ik een Christen of ECIW-student veroordeel als deze het conceptuele begrip van Bijbel respectievelijk het blauwe boek graag tot leidraad van zijn leven neemt, dan creëer ik met zo’n opvatting een nieuw geloof dat gericht is tegen gelovigen. Hoe komen we toch uit deze hersenspinsels?

Gelukkig is Jezus’ geduld met ons eindeloos. Hij is telkens bereid om ons bij te sturen en in deze tijd geeft hij ons zeer veel geïnspireerde woorden en boeken waarin hij ons telkens wijst op liefde als middel en doel. Kennelijk hebben we dit nu keihard nodig. En ik vind het zeer bemoedigend dat steeds meer broeders en zusters, zowel christenen als ECIW-studenten als wie dan ook, meer en meer gaan luisteren naar hun hart. Ik zag een jonge Christelijke voorganger die een mildere koers koos en afweek van de rigide koers van zijn kerkgemeente. Dit ondanks de dreigende woorden van oude, geleerde mannen met gefronste voorhoofden die waarschuwden voor een kerkscheuring.

In het onlangs in het Nederlands verschenen “Een Cursus van Liefde” (ISBN 978-94-64433-68-5) nodigt Jezus ons uit om ons denken onder leiding te plaatsen van ons hart. Dit hart staat symbool voor die liefde, dat Goddelijke licht in ons dat maar één doel heeft: het verwelkomen en verwarmen van al onze medemensen ongeacht geslacht, huidskleur, geaardheid, geloof enzovoorts. Deze liefde leidt nooit tot veroordeling, buitensluiting, scheuring en afscheiding maar altijd tot verbinding en samen zijn, met en voor elkaar.

Een ervaring met Een Cursus van Liefde (ECVL)

In al de jaren dat ik blogde over Een Cursus in Wonderen voelde het goed voor mij om mijn rol te omschrijven als “coach” in plaats van “leraar”. Dit kwam voort uit een verlangen om vooral naast mijn broeders en zusters te willen staan omdat ik zag dat het voor mij ongezond zou zijn om mezelf leraar te gaan noemen. Met deze houding was ik strenger voor mijzelf dan ECIW vroeg. Jezus was in ECIW namelijk niet zo bang voor de tijdelijke rol van leraren.

Nu, achteraf, zie ik dat mijn aarzeling bij het etiket van leraar een soort voorbode was van wat Jezus te zeggen heeft in ECVL. Een hoofdthema in ECVL is de rol van onderwijs, studie en leren in de weg die Jezus met ons wil gaan. In ECVL geeft Jezus aan dat er niks mis was met de leraar-leerling situatie maar dat het nu wel tijd wordt om onze studie af te ronden. Het is niet de bedoeling om eeuwige student te blijven. Als je vordert in ECVL zul je merken dat Jezus zich ook steeds meer terugtrekt als leraar. Hij legt uit dat hij ons geen nieuwe informatie wil aanreiken die we moeten opslaan in ons hoofd. Nee, hij wil ons laten ervaren hoe het is om vanuit Christus-bewustzijn te leven. Het blijkt heel wat anders om iets te menen te weten over eenheid dan om echt vanuit eenheid te leven in je relaties met Jezus, anderen en de wereld om ons heen.

In de jaren dat ik nu lees in ECVL merkte ik het volgende. Eerst resoneerde de tekst wel ergens maar ervoer ik deze toch vaak als ingewikkeld, van de hak op de tak en wat onsamenhangend. De beeldspraak die Jezus hanteerde sprak me lang niet altijd aan. Ergens voelde ik wel aan dat er iets van binnen aan het gebeuren was maar het lukte maar niet om als het ware een soort mentaal overzicht van het boek te krijgen. Over ECIW zijn talloze boeken geschreven met toelichting en uitleg. Er zijn zelfs filmpjes gemaakt over de metafysica van ECIW. Ik kon echter ECVL niet samenvatten, ondanks verwoede pogingen daartoe.

Toch trad der door ECVL zoiets op als transformatie. Een soort verschuiving van perspectief waarbij de rol van “het begrijpen” kleiner werd. Jezus omschrijft deze transformatie als de heel-wording van hoofd en hart. De eindtoestand duidt hij aan met “heelheid-van-hart”. Bij het herlezen van ECVL vanuit deze heelheid-van-hart groeit de diepe bewondering voor dit boek. Dan blijkt namelijk dat Jezus iets voor elkaar krijgt wat haast onmogelijk lijkt. Het lukt hem om te beschrijven wat er bij ons vanbinnen gebeurt als we ECVL volgen. Dit heeft als gevolg dat ECVL steeds dieper binnenkomt en herkend wordt als een erg treffende omschrijving van dit innerlijke proces naarmate we onszelf minder blokkeren om vanuit ons Zelf, vanuit die heelheid-van-hart, te gaan leven.

Wat eerst door mij gezien werd als toch wat lastig leesbaar en niet zo samenhangende taal blijkt een erg precieze beschrijving van die bijna niet te beschrijven innerlijke weg. De herkenning die dit oproept maakt me blij. Het zal duidelijk zijn dat ik deze woorden niet opschrijf als leraar. Zelfs het woord “coach” dekt niet helemaal de lading. Nee, ik schrijf deze blog om je te bemoedigen als je begint met ECVL. Als je een ECIW-student bent dan ken je het fenomeen dat ook ECIW bij elke herlezing dieper binnenkomt. Mogelijk is het enige verschil dat bij ECIW ons verstand vrij snel erkent dat het boek geniaal is maar dat we het niet direct begrijpen. Datzelfde verstand zal de neiging kunnen hebben om te oordelen dat ECVL anders overkomt qua structuur dan ECIW. Ik ben enorm blij dat ik mijn verstandelijk oordeel over ECVL geparkeerd heb en dat ik ben doorgegaan met lezen. Het paradoxale is namelijk dat je de genialiteit van ECVL pas ervaart als je voorbij dit verstandelijke oordeel kunt gaan.

In ECVL geeft Jezus aan dat sommigen ervoor zullen kiezen om verder te leren op de bekende wijze. Hij respecteert die keuze en geeft zelfs aan dat het een valkuil is om jezelf speciaal te gaan vinden als je wel je aandacht gaat geven aan deze weg van het hart. Arrogantie en een gevoel van speciaalheid komen uit de koker van het ego en als je hier geloof aan hecht dan zie je nog niet de eenheid die bestaat in het Christus-bewustzijn tussen alle broeders en zusters. Toch wilde ik mijn ervaring met- en enthousiasme voor ECVL hier met jullie delen. Ook ter bemoediging als je net bent begonnen met dit boek. Ik voel me met jullie allemaal verbonden.

De brug van Christus-bewustzijn

In Een Cursus van Liefde (ECVL) vertelt Jezus ons dat het niet mogelijk is en gelukkig ook niet nodig is dat wij in ons eentje onze ware aard kunnen realiseren. Juist onze neiging om op onszelf te willen staan is de oorzaak van ons gevoel van eenzaamheid dat gepaard gaat met heimwee naar ons thuis. We hebben de illusie gecreëerd dat we een losstaand zelfje zijn dat flink zijn best moet doen om de weg terug naar huis te vinden. Dit is de overtuiging die we moeten ont-leren om weer besef te krijgen van die wonderlijke verbondenheid met alles en iedereen om ons heen.

De herinnering aan onze onderlinge verbondenheid leeft bij veel broeders en zusters en vormt mogelijk de reden dat we ons zo aangetrokken voelen tot de non-duale visie. Iets in ons resoneert als we horen dat alleen de eenheid werkelijk is en dat grenzen alleen bestaan in onze verbeelding. Als we ons openstellen voor de woorden van verlichte broeders en zusters dan raken deze woorden ons en willen we nog sterker deze verlichte staat bereiken, zelfs als dezelfde leraren ons proberen duidelijk te maken dat het juist dit zelfgerichte verlangen is dat onze illusie van afgescheidenheid in stand houdt. Het is heerlijk dat deze verlichte broeders en zusters bakens van licht vormen waarin we iets van het goddelijke vonkje dat in onszelf gloeit herkennen. Maar hoe nu verder? Is er nu niets wat we kunnen doen om van ons eigen vonkje een helder licht te maken?

Het is vloeken binnen de non-duale visie om te spreken over iets doen en over stadia van verlichting. Toch is het duidelijk dat het slechts verstandelijk begrijpen van de onderlinge verbondenheid van alles en iedereen niet voldoende is om te komen tot een innerlijke revolutie die leidt tot een liefdevolle houding richting elkaar en richting de wereld die we met ons allen bewonen. We hoeven maar naar het journaal te kijken om te zien dat het nog te vaak “ieder voor zich” is. We zien daar een demonstratie van de ego-krachten die leven in ons binnenste.

Deze situatie vormt als het ware het beginpunt van ECVL. Jezus merkt op dat ons bekende kleine zelfje te veel zijn oren laat hangen naar het ego. Dit ego leert ons dat we afgescheiden zijn, dat we wonen in een kwetsbaar lichaam en dat onze angst voor de boze buitenwereld gerechtvaardigd is. We zijn gaan denken in tegenstellingen en geloven in de dualiteit. We willen geen ziekte maar gezondheid, geen armoede maar rijkdom, geen oorlog maar vrede geen dood maar leven. We projecteren ons innerlijk geloof in afscheiding naar buiten: ik versus God en ik versus de wereld.

In Een Cursus in Wonderen (ECIW), de voorloper van ECVL, bood Jezus ons een uniek inzicht in de gevolgen van het luisteren naar de stem van het ego. Hij wees ons in dit boek op het bestaan van een andere Stem, de Stem van de Heilige Geest. Waar het ego de stem was van zonde, schuld en angst sprak de Heilige Geest van zondeloosheid, schuldeloosheid en vergeving. Door naar deze zachte Stem te luisteren verloor het ego aan kracht en voelden we de kracht van liefde in ons werken.

In ECVL spoort Jezus ons aan om onze laatste aarzeling om ons over te geven aan deze liefdeskracht te laten varen. Hij ziet dat we aangekomen zijn bij een brug die we mogen oversteken om werkelijk thuis te komen en onze ware identiteit te herinneren. Maar hij ziet ook ons gepieker, onze neiging om te blijven hangen in verstandelijk begrip en in de rol van eeuwige student. Hij geeft aan dat er niks mis is met onze “studententijd” maar dat we geroepen zijn tot meer dan dit.  

De diepere waarheid van onze identiteit kan niet begrepen worden door ons conceptuele denken. Toch bestaat er diep in ons hart een “weten” dat dieper gaat en directer is dan wat ons dagelijkse denken ons te bieden heeft. Ons denken kan niet zo veel met het mysterie van de schepping en van de heilige relatie. We kunnen hier van alles over lezen maar als we eerlijk zijn dienen we toe te geven dat we het niet kunnen begrijpen. Jezus neemt ons in ECVL aan de hand en nodig ons uit om ons denken onder curatele van ons hart te stellen. Stapje voor stapje geeft hij aandacht aan onze bezwaren en angsten en nodigt hij ons uit om ons open te stellen voor een werkelijke, heilige relatie met hem, met elkaar en met de wereld.

ECVL bestaat uit drie delen: Een Cursus van Liefde, De Verhandelingen en De Dialogen. Naarmate we vorderen in het boek kunnen we ervaren dat Jezus ons de hand reikt en ons uitnodigt de brug over te steken. Die brug blijkt te bestaan uit het Christus-bewustzijn dat we delen met hem en met al onze broeders. Zorgvuldig zorgt hij ervoor dat dit niet blijft bij een nieuw concept maar dat het voor ons een geleefde ervaring kan worden. We ervaren in ECVL steeds meer en dieper hoe het is om vanuit dit Christus-bewustzijn te leven. Hoe het is om de kracht van liefde in ons leven tot expressie te brengen. Dit is het wonder waartoe hij ons uitnodigt. Wederom vraagt hij van ons hetzelfde als in ECIW: slechts een klein beetje bereidwilligheid. Onze keuze voor liefde.

Nu beschikbaar in het Nederlands: Een Cursus van Liefde.

Velen, waaronder ikzelf, zien het Engelstalige “A Course of Love” (Een Cursus van Liefde) als het vervolg van Een Cursus in Wonderen (ECIW). Dit betekent niet dat ik mijn interesse voor ECIW verloren heb. Nee, mijn bewondering voor dit magnifieke boek blijft onverkort bestaan. Elke keer als ik erin lees ontdek ik weer diepere lagen. Een belangrijk doel van ECIW is, in mijn beleving, om ons onze ware identiteit als Zoon van God te doen herinneren. Jezus spreekt ons aan op het niveau waarop wij ons menen te bevinden, dat van een zoekend ikje dat verdwaald is in een duale wereld. Jezus nodigt ons in ECIW uit om niet langer naar de stem van het ego te luisteren. De stem die ons wil overtuigen van de echtheid van de afscheiding en van de sterfelijkheid van ons lichaam. Jezus nodigt ons uit om te luisteren naar de stem van de Heilige Geest die onze droom van afscheiding geneest en ons zo via vergeving weer de herinnering biedt aan onze ware identiteit.

In Een Cursus van Liefde (ECVL) merkt Jezus op dat we de neiging kunnen hebben om te blijven hangen in het leerproces. De macht van het ego is weliswaar aangetast maar nog niet definitief gebroken. We blijven hangen in de rol van leerling die met vallen en opstaan zijn weg baant door dit leven. Deze manier is echter niet die waartoe wij als Zonen van God bestemd zijn. Daar is ECIW natuurlijk ook duidelijk over. Hierin nodigt Jezus ons uit om onze speciale haat- en liefdesrelaties te laten transformeren tot heilige relaties. Maar wat is nu toch zo’n heilige relatie? Daar komt ons verstand eigenlijk niet goed uit. In eenheid kan er toch geen relatie zijn? Wie zou een relatie met wie/wat moeten hebben? Hetzelfde probleem ondervindt ons verstand met de schepping van God. Hoe kan er in eenheid sprake zijn van schepping waarbij je toch zou denken dat er onderscheid moet zijn tussen schepper en het geschapene?

Precies hier helpt Jezus ons in ECVL verder. Hij doet dit door met ons een dialoog aan te gaan. In de drie delen van ECVL legt Jezus op zijn bekende liefdevolle en geduldige manier uit wat het inhoudt om werkelijk in vereniging en relatie te zijn met onze broeders en zusters en met onze Vader. Omdat hij weet dat ons denken tekortschiet om dit te vatten, spreekt Jezus ons aan op het niveau van ons hart. Dit is ons diepste wezen, ons Zelf, dat totaal geen moeite heeft met ogenschijnlijke tegenstellingen zoals in het begrip heilige relatie. Hetzelfde geldt voor het mysterie van schepping. Hoe kan er sprake zijn van zoiets als individuatie zonder dat de eenheid doorbroken wordt? Jezus nodigt ons uit tot direct weten door ons denken als het ware onder curatele te stellen van ons hart. Hij nodigt ons uit tot “heelheid-van-hart”.

Ons verstand protesteert heftig tegen het mysterie van de heilige relatie en het mysterie van de schepping. ECVL werd rond de millenniumwisseling geschreven door Mari Perron die de woorden mocht ontvangen van Jezus. Vele ECIW-studenten herkenden direct de stem van Jezus in ECVL en verheugden zich in het geschenk dat ze mochten ontvangen. Sommigen, waaronder enkele ECIW-prominenten, hadden en hebben meer moeite met de nieuwe benaderingswijze waarbij het denken niet langer de hoofdrol speelt. Jezus spreekt hierover in ECVL en zijn reactie is vol begrip. Maar hij weet dat de tijd van discussiëren, argumenteren, overtuigen en evangeliseren voorbij is. Jezus nodigt ons uit om ons bereidwillig open te stellen voor de liefde van God, de liefde van ons Zelf. De tijd van gehoorzamen aan autoriteiten is voorbij ook al betreft het geleerde mannen van naam. Uiteindelijk stapt aan het einde van ECVL zelfs Jezus terug als leraar wanneer hij ons uitnodigt om, zelfs in deze wereld, te gaan leven vanuit ons Zelf, vanuit het Christus-bewustzijn dat we delen met de hele schepping.

Ik weet niet of jij, lieve broeder of zuster, lezer van dit bericht, eraan toe bent om via ECVL de directe dialoog met Jezus aan te gaan. Misschien is het beter om je op ECIW te blijven richten. Misschien is “nog niet” het juiste antwoord voor jou. Ik wil je dus niet overtuigen of overhalen om eraan te beginnen. Maar het vervult me wel met grote blijdschap je te mogen vertellen dat het Engelstalige “A Course of Love” nu in zijn geheel vertaald is en beschikbaar via de Nederlandse boekhandels als “Een Cursus van Liefde”. Let wel op als je het boek wilt aanschaffen dat je niet per abuis het roze boek getiteld “Een Cursus in Liefde” bestelt.  Dit roze boek bevat slechts het eerste van de drie delen van de complete editie.

In liefde met je verbonden,

Simon Schoonderwoerd

https://www.bol.com/nl/nl/p/een-cursus-van-liefde/9300000100791796/?bltgh=njjJOroOrJbI2sxesIpJUg.2_5.6.ProductImage

Innerlijke transformatie en rust door ECIW en ECVL

Onze ware identiteit is te wonderlijk voor woorden. Dit weerhoudt ons er niet van om te proberen deze identiteit toch met woorden te omschrijven. Ook Jezus kan in Een Cursus in Wonderen (ECIW), Een Cursus van Liefde (ECVL) en The Way of Mastery (WOM) niet anders dan te werken met woorden. Als wij zijn teksten lezen dan komen die woorden in eerste instantie binnen via ons hoofd, ons verstand. Wij hebben vragen en verwachten antwoorden. We hebben problemen en willen weten wat we ermee moeten doen. We willen, anders gezegd, leren hoe het zit en weten wat te doen. Deze aanpak is voor ons zo vanzelfsprekend dat we deze zonder bij stil te staan accepteren als juiste handelswijze. Deze aanpak is echter de manier van doen van de Zoon van God die is gaan geloven in de afscheiding. Het is de manier van de wereld, de manier uit de droom van afgescheidenheid. Dit geeft niks, we kunnen niet anders en Jezus weet dit. Ken Wapnick zei treffend dat Jezus ons aanspreekt op het niveau waarop wij ons bevinden.

Het gave van ECIW, en vooral van de werkboeklessen, is dat we langzaam maar zeker getransformeerd worden, zelfs zonder dat we het beseffen. Misschien komt dit doordat ons verstand telkens weer tegen zijn grens aanloopt. Of misschien komt het door de ervaringen die we krijgen door het doen van de werkboeklessen. Hoe het werkt weet ik niet, maar dát het werkt weet ik wel. Het is ook de ervaring van mijn medestudenten. Bij een eerste lezing van ECIW snap je er soms weinig van. Bij de tweede lezing denk je dat je het doorkrijgt. Oh nee, bij de derde lezing zie je het toch weer met nieuwe ogen. Enzovoorts. Als ik dit proces probeer te beschrijven dan zou ik zeggen dat zich een fijngevoeligheid ontwikkelt, een soort intuïtie. Hele stukken van het Tekstboek komen nu veel directer en moeitelozer binnen en je weet gewoon dat het klopt. Het is niet zozeer het “verhaaltje” dat klopt maar waar het naar verwijst.

Wat er vervolgens kan gebeuren is, ik doe mijn best om er woorden aan te geven, een soort innerlijke shift. Er treden momenten op waarbij je simpelweg weet dat je beperkte droomperspectief wordt overstegen. Met deze shift komen er momenten van direct weten, van directe kennis. ECIW geeft aan hoe je hier komt. Door oordelen achterwege te laten en door je projecties te laten oplossen door liefde, door de Heilige Geest. Dit is vergeving. Een Cursus van Liefde gaat daar nader op in en spreekt van het onderhouden van het Christus-bewustzijn. Dit gaat gepaard met een gevoel van tederheid en vereniging. ECIW spreekt van het besef van de Heilige Relatie.

In ECVL gaat Jezus de dialoog met ons aan waarbij er iets “van binnen” gaat gebeuren dat diepgaand is. Zolang we nog vanuit ons droomperspectief leven, lijken Jezus en Heilige Geest min of meer los van ons te staan en op te treden als intermediairs. Het is, wederom, Ken Wapnick die aangaf dat er natuurlijk geen echte grens bestaat tussen ons, God, Jezus en de Heilige Geest. Ik heb echter afgelopen jaren gezien dat er ECIW-studenten zijn die met deze woorden van Ken (“Jezus en HG zijn symbolen”) gingen schermen vanuit een droomperspectief. Dit resulteert in uitspraken die weliswaar soms woordelijk uit ECIW gehaald kunnen worden maar die, uitgesproken vanuit droomperspectief, niet behulpzaam zijn. Het “God weet niets van deze wereld” leidt, zonder gevoel voor onze diepe vereniging met God, tot gevoelens van wanhoop en eenzaamheid. Het “er zijn geen anderen” leidt onder deze condities tot naar binnen gekeerde apathie. Ik heb hier dikwijls over geschreven. Het vormde voor mij de reden om te wijzen op de uitleg van die andere grote ECIW-leraar, Robert Perry. Niet omdat deze gelijk zou hebben en Ken Wapnick ongelijk, maar om ons overactieve brein te behoeden voor het formuleren van een nieuw dogmatisch geloof dat geen recht doet aan het mysterie van ECIW.

In mijn beleving probeert Jezus in ECVL hetzelfde duidelijk te maken als Ken Wapnick. En, wederom in mijn beleving, doet Jezus dit op een dusdanig wijze en directe manier dat de kans op misverstanden minimaal is. De kern van deze aanpak is het direct aanspreken van ons hart zonder daarbij ons overactieve verstand te activeren. Dit maakt van ECVL een boek dat zich niet één, twee drie makkelijk laat begrijpen of samenvatten. Ook ECVL is een boek dat je moet beleven en dat tijd nodig heeft om zijn werk te doen, net zoals dat geldt voor ECIW.

Er zijn Amerikaanse ECIW prominenten die weinig begripvol spreken over ECVL. Het is voor mij lastig hierop te reageren. Ik kan me namelijk zonder moeite verplaatsen in hun argumenten. Het enige dat ik daar namelijk voor hoef te doen is mezelf terugtrekken in mijn hoofd zonder te luisteren naar mijn hart. Op dit verstandelijk, conceptuele niveau zou ik aan de hand van allerlei citaten een poging kunnen doen om aan te tonen dat er geen spanning bestaat tussen ECIW en ECVL. Hoe zou dat kunnen? Jezus spreekt zichzelf niet tegen. Vanuit mijn hart borrelt echter zachtheid omhoog voor ons oververhitte hoofd. Voor alles is een tijd en dit heb ik in mijn eigen leven zo duidelijk ervaren. Ik heb gezocht, getwijfeld en gediscussieerd. Het hoorde er gewoon bij en het zal nog wel eens gebeuren. Maar nu mag ik even genieten en rusten.  

Mijn Vaders ogen van Liefde

Zodra ik wakker word open ik de Werkboekles van vandaag (Nr 100). Wat ik lees ontroert me:

“Gods Wil voor jou is volmaakt geluk” en “Zonder jouw vreugde is Zijn vreugde incompleet”

Deze woorden getuigen van een intimiteit tussen mij en mijn Vader die alle verstand te boven gaat. Ik moet denken aan een zin uit Hfst 4:VII:6  die ik eerder deelde op Facebook deze week:

“Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.”

Mijn Vader is Liefde en Hij wil zich delen in zijn Kinderen, in jou en in mij. Hij is ons dichterbij dan de gedachten in mijn hoofd. Hij geeft Zich totaal in mij, in mijn wezen. Deze liefde heeft een Wil, de Wil om Zich uit te breiden, een Wil om te Scheppen. Het is mijn natuurlijke functie om onderdeel te zijn van deze hartverwarmende Liefde, om mijn hart af te stemmen op Zijn Hart en mee te creëren, mee te stromen. Dit is mijn functie, dit is mijn volmaakte geluk dat vanzelf gebeurt als ik me voeg in die liefdesstroom.

Ik begin dit steeds duidelijker diep in me te voelen en het maakt me onbeschrijfelijk blij. En als vanzelf wil ik deze blijdschap delen met allen. Ik zou het uit willen schreeuwen dat in ons binnenste een liefdeskracht is die zich wil uitbreiden en dat ik daar niets anders voor hoef aan te dragen dan mijn bereidheid om me over te geven. Zonder mijn bereidheid blokkeer ik de stroom. Jezus beschrijft dit met heerlijke en warme woorden. Hij zegt dat God verdrietig is als hij merkt dat Hij in zijn Wezen, een Wezen dat stromende Liefde is, wordt geblokkeerd door Kinderen die afgescheiden willen zijn. En Zijn “verdriet” is natuurlijk niets anders dan mijn eigen verdriet als ik mijn functie van stromende liefde niet vervul.

Ik kan niet anders dan te proberen deze ervaring te willen delen maar ik merk dat ik dit afgelopen week niet handig deed toen ik verdrietig werd van zoveel teksten die maar herhaalden dat God niets van onze wereld weet. Ik meen te weten wat Jezus hiermee wil zeggen (waarover later meer) maar als ik zie dat broeders en zusters gaan geloven dat God niks weet van hun verdriet maakt me dat droevig en wil ik troosten. Ik wil ze zeggen dat hun Vader zo diep in hun hart zit dat Hij het natuurlijk direct merkt als zijn Liefde niet ontvangen kan worden door Zijn Kind. “Hij weet het in Zijn eigen Wezen” want, en nu wordt het wonderschoon, “en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring”. God huilt met ons mee omdat hij in een Heilige Relatie met ons verbonden is, nu en altijd. Het raakt me enorm als mijn broeders en zusters zich verlaten voelen als ze de indruk krijgen dat hun Vader niets van hen zou weten. Alles in mij roept dan “NEE”, Hij houdt inniger van je dan je weet en Hij mist je als je kiest voor afscheiding.

Dus post ik dan teksten zoals aan het begin van deze blog. Helaas word ik hierbij gehinderd door een mogelijk niet zo handige karaktereigenschap van me. Ik probeer tegenargumenten aan te dragen voor de berichten die suggereren dat God niks van ons weet. Deze hoofd-aanpak roept hoofd-reacties op. Ik roep: “God weet goddank wel van ons” en het te verwachten antwoord is, kortgezegd, “NIETTES!”, onderbouwd met talloze citaten.


Ik zie dat de hele discussie een oneigenlijke discussie is maar kan dit niet duidelijk maken via een uitleg over de zinloosheid van al dit soort verstandelijke concepten. Deze uitleg werkt eerder averechts. Via een zuster krijg ik de uitnodiging om in de ik-vorm te schrijven. Pas nu zie ik dat dit het “delen” is waar Een Cursus van Liefde me toe oproept. De tijd van onderwijzen en leren is voorbij. Dit is de tijd van delen, van geven en ontvangen als één.

Tenslotte kom ik toch nog even terug op God die niets weet van de wereld. Als ik hier slechts over nadenk, dus vanuit mijn hoofd, dan denk ik al na vanuit geloof in de afscheiding. Ik zou hier zijn en God daar. Het uitgangspunt is dan al niet goed en dan kom ik slechts tot rare, kille godsbeelden. Pas als hoofd en hart als één werken komt er warme helderheid. Want wat gebeurt er als ik vanuit liefde leer kijken, vanuit mijn hart? Zie ik dan nog onderscheid en strijd of zie ik dan een Nieuwe Wereld? Dat is het heerlijk vooruitzicht dat Jezus me probeert uit te leggen met de woorden “God weet niets van deze wereld”. Hij voorspelt dat mijn waarneming zal genezen en ik mijn broeder en zusters zonder oordeel zal gaan zien. Ik zal geen zonde en scheiding meer zien maar alleen uitingen van Zijn Liefde. Want Gods ogen zijn mijn ogen.

Neti neti- noch dit, noch dat

Afgelopen dagen presenteerde ik naast elkaar twee visies op thema’s uit Een Cursus in Wonderen; de visie van Ken Wapnick en de versie van Robert Perry. Ik moet bekennen dat ik al jong de neiging had om, als iemand heel hard A riep, als vanzelf een beetje rebels “B” te willen roepen. Zo heb ik tijdens mijn werk op de universiteit lange tijd beweerd dat ik een Telegraaf-lezer was, wat dus niet het geval was, omdat ik verkeerde tussen mensen die zweerden bij het NRC en hun neus ophaalden voor de Telegraaf. Ik vind het ook leuk om mee te doen aan een discussie-spel waarbij halverwege de rollen worden omgekeerd en je het standpunt van “de tegenpartij” moet gaan verdedigen.

Sindsdien heb ik geleerd dat geloof in de waarheid van een bepaald concept (zoals de wereld bestaat niet/wel of God weet wel/ niet iets van de wereld) een relatieve, verstandelijke kwestie blijft. Zo’n geloof biedt een schijnzekerheid waarbij de aanhanger ervan zeker meent te weten dat hij of zij gelijk heeft. “Zo zit het!”  Ik merkte dat het presenteren van de minder gangbare visie van Robert Perry op genoemde kwestie soms heftige reacties teweegbracht. Mij werd oorlogszuchtige taal verweten, passief agressief gedrag en vooral “ego”-gedrag. Ons denken wordt heel onrustig van schijnbaar tegengestelde visies en ziet degene die een afwijkende mening verkondigt als aanvaller van de eigen gemoedsrust en als verkondiger van onwaarheid.

Voor ons denken zijn de genoemde vragen erg belangrijk. Kenmerk van ons duale denken is dat het wil kiezen; het is óf dit óf dat. Het wordt helemaal gek als iemand de mogelijkheid oppert dat het zowel-dit-als-dat is. Of, anders geformuleerd, dat het noch-dit-noch-dat is. Binnen de Jnana-yoga is de neti-neti (noch dit, noch dat) aanpak bekend. Zodra je denkt “zo zit het” dan luidt het antwoord: “dus niet”. Ons denken houdt helemaal niet van: “God weet niets van deze wereld en toch ook alles”. Of “Ik ben niet dit lichaam maar toch ook weer wel” en: “Er is maar één Zoon van God en toch zijn we met velen”.

Deze neti neti aanpak kan zinloos aanvoelen, en dat is het in feite ook, als je het proces alleen met het verstand benadert. Het ware gevoel van de Goddelijke Werkelijkheid is in feite onuitsprekelijk. Wanneer je dit probeert vast te pinnen met het verstand, voelt het als een heel moeilijk mysterie dat niet “opgelost” kan worden. Maar, door toegang te krijgen tot diepere lagen van je wezen, wordt het moeilijke mysterie een prachtig mysterie, en kan er enig gevoel voor worden verkregen.

Om Adyashanti te citeren: “Als dit begrip alleen in je hoofd vastgehouden wordt, kun je het weten, maar je bent het niet. Het hoofd zegt, ‘Oh, ik weet het, ik ben het mysterie,’ en toch doet je lichaam alsof het de boodschap niet heeft gekregen. Het zegt: ‘Ik ben nog steeds iemand, en ik heb al deze angstige gedachten en wensen en verlangens. Als we het bewust zijn, ontvangt ons hele wezen de boodschap. En wanneer het hele lichaam de boodschap ontvangt, is het alsof er lucht uit een ballon gaat. Wanneer alle tegenstrijdigheid, onrust, en het zoeken naar dit en dat leegloopt, is er de ervaring dat het lichaam een verlengstuk is van het mysterie. Dan kan het lichaam gemakkelijk bewogen worden door het mysterie, door pure geest.”

Ken Wapnick zou overigens gruwen van die laatste twee zinnen uit het citaat van Adyashanti. Volgens mij passen ze prima in de visie van Jezus zoals deze staat in de Bijbel, de complete Cursus, The Way of Mastery en Een Cursus van Liefde. Maar nu val ik terug in mijn “jij zegt A dus zeg ik B”-neiging. 😉

Ik sluit graag af met de wijze woorden van Nisargadatta Maharaj

“Liefde zegt ‘ik ben alles’. Wijsheid zegt: ‘Ik ben niets. Tussen die twee stroomt mijn leven.”

Weet God af van deze wereld?

Ken Wapnick meent van niet. Robert Perry meent van wel. Beiden zijn ervan overtuigd zich op De Cursus in Wonderen te baseren. Het is een grappige ‘discussie’ die gewoonlijk nergens toe leidt maar die ook wij, als toeschouwers van de discussie, serieus nemen. Ik heb helemaal geen zin om met argumenten voor de één of voor de ander de kwestie nog verwarrender te maken. Dus slechts een kort commentaar.

Als we nadenken over de vraag of God iets afweet van deze wereld dan neemt ons ego-verstand direct één onbewuste stap: het vormt zich een heel rommelig beeld van ‘God’ en vervolgens gaan we piekeren of dit conceptuele Godsbeeld iets van de ons bekende wereld zou kunnen afweten. De hoofdrolspeler in deze vraag (God) is echter in ons hoofd niet meer dan een allegaartje aan opvattingen.

En waartoe zouden we ons met deze vraag bezighouden? Is dit behulpzaam? Tot mijn stomme verbazing wordt zo’n uitspraak als “God weet niets van deze wereld” door de lezers begroet met “geweldig” of “helemaal waar” of “fantastisch” enzovoorts. We weten niet eens wie of wat we bedoelen als we het over God hebben maar zijn oh zo blij en enthousiast dat hij niets van ons afweet…

Wat zijn we toch een grappige en lieve kinderen van een vader die misschien wel maar misschien ook niet van ons afweet!

Voorbij het ik-perspectief

Het zal geen toeval zijn dat ik de laatste maanden telkens in gesprek kom met mensen over het thema “wie ben ik” of “wie of wat is dat zelf”. De achtergrond van deze mensen is heel divers; hoog- en minder hoog opgeleid, geïnteresseerd in filosofie, vooral gericht op vakanties en lekker eten, spirituele zoekers enzovoorts.

Studenten van ECIW en ECvL zullen op z’n minst nagedacht hebben over deze vragen. Als deze je niet interesseren zul je vermoedelijk niet op het pad van deze cursussen zijn beland. Maar ik merk dat zelfs bij mensen die al jarenlang spiritueel gezien op zoek zijn, het thema van het ik-perspectief nog een voornamelijk verstandelijke kwestie kan zijn gebleven. Deze ‘ik’ is dan nog steeds aan het leren, aan het onderzoeken, aan het zoeken naar die ene speciale leraar of goeroe en aan het proberen de een of andere verlichte toestand te bereiken.

Vanuit ditzelfde ego-perspectief kan het lijken alsof hierboven verschillende stadia worden gegeven die beginnen bij een hedonistische houdingen en kunnen overgaan in meer spirituele interesses. Zodra het ego verschillen ziet wil het gaan beoordelen en bijvoorbeeld de wereldgerichte houding van de hedonist afkeuren en de spiritueel ingestelde mens hoger waarderen. Dit is vooral een valkuil voor degene die dit oordeel meent te kunnen vellen. In Een Cursus van Liefde wijst Jezus erop dat iedereen geroepen is, dat gerichtheid op ervaringen en het streven naar spirituele kennis allemaal zijn functie heeft en niet mag leiden tot een gevoel van superioriteit bij degene die dit ziet gebeuren.

Ik heb deze verschillende stadia, als ik ze toch even zo mag noemen, gezien in mijn eigen zoektocht door de tijd en ik zie ze nog steeds opduiken in m’n denkgeest. Soms ben ik ondergedompeld in werelds genot, soms meen ik dat er spiritueel gezien nog van alles te doen en te bereiken is maar, gelukkig, soms zijn er momenten van grotere helderheid waarbij er een soort toekijken is op dit hele gebeuren vanuit een ruimer perspectief. Vanuit dit ruimere perspectief is dan te zien dat zich vanuit eenheid iets ontvouwt dat ik eerder heb omschreven als ‘het spel van tweeheid’. Vanuit stilte is het mogelijk om zoiets als gevoel te krijgen voor het ontstaan van de tijd-illusie en de ik-jij-illusie. Vanuit dit ruimere perspectief is er een doorzien van de ogenschijnlijke drama’s in de 3D wereld. Dit ‘doorzien’ vergt een kleine toelichting.

Er kan sprake zijn van een verstandelijk en afstandelijk doorzien of van een warmer en betrokken doorzien. Bij het uitsluitend verstandelijk doorzien van de 3D-illusie kan er onbewust nog flink sprake zijn van hetzelfde ego-perspectief, soms nu aangeduid als ‘spiritueel ego’. Het onderkennen hiervan vergt eerlijkheid. Ervaar je ongenaakbaarheid, afscheiding, gevoelens van verhevenheid en superioriteit? Kijk je neer op ‘lagere’ stadia? Dan heb je duidelijk nog vergevingswerk te doen en mag je deze trots, dit oordeel deze hang naar afgescheidenheid laten genezen door de liefde. Maar het is ook mogelijk om een ander soort zicht op de 3D droom te verkrijgen. Hierbij herken je de neiging om een ik-positie in te nemen die je opmerkt in gesprekken met anderen ook in jezelf. In de eerlijke, open en liefdevolle erkenning hiervan gaat plotseling compassie stromen; naar die ogenschijnlijke ander en weer terug naar jezelf. Je ziet dat je geen haar beter bent dan die ander en dat het hele concept van ‘beter zijn’ niet meer is dan dat; een concept dat je mag loslaten. Die zogenaamde ander is net zo heilig als jij, ook een volkomen en voltooid kind van de Vader.

Toch merk ik dat vanuit deze compassie in mij de respons ontstaat om iets te willen uitdrukken van de mogelijkheid van het 5D-perspectief. Gewoonlijk kom ik hierbij met een mond vol tanden te staan en volgen er conceptuele 3D-vragen. Ik zie hoe mijn gesprekspartner probeert met de voor hem of haar bekende tool, het conceptuele verstand, iets te grijpen van de vreugdevolle verwondering die hij of zij wel degelijk opmerkt in onze relatie. Ik mag leren om te zoeken naar de juiste woorden, houding of beter gezegd naar de meest liefdevolle en behulpzame respons. Soms blijkt die geen woorden nodig te hebben, wat voor mij een hele uitdaging is. Soms kan er wel gesproken worden of voelt het goed om een boekje aan te raden. En soms lijkt er sprake te zijn van angst bij mijn broeder of zuster en zegt deze zoiets als ‘ach, dat boeit me niet en als er iets meer is dan dit leven dan zie ik dat wel na mijn dood’. Ook deze houding mag ik leren aanvaarden en respecteren. Toch hoop en bid ik dan stiekem dat er een zaadje is geplant.