Medicijnen gebruiken zonder schuldgevoel

Laat ik beginnen met een disclaimer: ik heb farmacie gestudeerd, geneesmiddelenonderzoek gedaan en gewerkt bij de farma-industrie. Deze ontboezeming zal me voor sommigen direct tot verdacht persoon maken; “big-pharma” heeft een behoorlijk negatieve naam. Maar daar gaat het me nu niet om. Wat mij altijd gefascineerd heeft is de mogelijkheid om met medicijnen ons welbevinden te beïnvloeden. Vooral pijnstillers en psychofarmaca vind ik interessant. Ik heb last (gehad) van hoofdpijn en buikpijn en deze pijn verdwijnt na inname van pijnstillers. Ik ken mensen die leden aan depressiviteit of aan angsten en zij kregen zo’n beetje hun leven terug toen ze behandeld werden met antidepressiva of anxiolytica. Die invloed die fysieke middelen hebben op ons psychisch welbevinden boeit me, zoals gezegd.

Direct tijd voor een tweede disclaimer. Dit is geen reclamepraat voor ongebreideld gebruik van deze middelen en zelfs geen aanbeveling om ernaar te grijpen. Waar mogelijk heeft een niet-medicamenteuze aanpak de voorkeur. Preventie, verandering van leefstijl, ontspanning, meditatie, coaching, psychotherapie, etc.; al deze zaken raad ik iedereen aan die te maken heeft met pijn of psychische klachten van welke aard dan ook. Medicijnen hebben gewoonlijk effecten die we opsplitsen in gewenst en ongewenst; de bijwerkingen. Je komt makkelijk terecht in een neerwaartse spiraal waarbij de bijwerking van middel A behandeld gaat worden met middel B. Dit is een reëel gevaar. Het gaat me echter om de situatie waarbij je met je rug tegen de muur staat en waarbij je leven bepaald wordt door pijn, angst, sombere stemming of andere klachten.

Ik heb gemerkt dat vooral in “spirituele kringen”, maar ook daarbuiten, er sprake is van schuldgevoel als iemand zijn of haar toevlucht neemt tot medicijngebruik. De reden is gewoonlijk dat we vinden dat we deze psychische klachten zelf de baas zouden moeten kunnen worden. Mogelijk vinden we dat we de pijn niet moeten bestrijden, maar dat we deze moeten omarmen, erin af moeten dalen en kijken wat deze ons wil vertellen. Ook hier sta ik achter; vooral doen, en als dit voldoende voor je is dan ben ik blij voor je. Maar soms is dit niet voldoende.

Bij angstklachten en stemmingsstoornissen vinden we al helemaal dat we deze met geestkracht zouden moeten kunnen overwinnen. Gaat het niet gewoon om je houding? Kun je dingen niet wat positiever bekijken? Is het niet een kwestie van “doen” of van doorzetten? Van wat flinker zijn? Je niet aanstellen? Van je erover heen zetten? Van niet zo met jezelf bezig zijn? Met dit soort taal kunnen we het onszelf en anderen flink lastig maken. In feite hangt de (zelf-)beschuldiging constant in de lucht: je faalt als je dit niet op eigen kracht kunt overwinnen. Zo; laten we het maar heel helder en hard neerzetten, dan kunnen we de uitspraak eens doorlichten.

Nu kunnen we een flinke stap terugzetten en er eens metafysisch naar kijken. Wat was de onhandige gedachte waarmee de illusie van afgescheidenheid begon? Dat was: “Ik wil het zelf doen en op eigen benen staan”. We komen vanuit de Goddelijke eenheid waarin alles ons deel was en waar sprake is van compleet geluk. Geven en ontvangen zijn daar één. Er is een constante uitwisseling tussen Vader en Zoon, God en mij. Eén gelukzalige stroom van liefde. De Wil van de Vader was onze wil. Totdat we wilden weten hoe het is om afgescheiden te zijn. Daartoe zijn we gaan dromen dat we sterfelijke en kwetsbare wezens zijn in tijd en ruimte. We zijn gaan denken dat we slachtoffer zijn van zaken buiten onszelf (waaronder ziekte en rampspoed) en dat we zaken buiten onszelf nodig hebben om ons in onze kwetsbaarheid te beschermen. Deze zaken duidt de cursus aan met de term “magische middelen”. Dit alles is een illusie: in waarheid zijn we onkwetsbaar en hebben we niks nodig. Maar nu komt het.

Wij hebben ook niet de speciale liefde nodig van andere mensen. Wij kunnen geen slachtoffer zijn van “speciale haat”; niemand kan ons iets aandoen. Wij hebben geen geld nodig, zelfs geen dak boven ons hoofd, geen voedsel en geen drinken. Wij zijn immers geestelijke wezens; één met de Vader en één met elkaar?

Wij zijn onderscheid gaan maken in vormen van afhankelijkheid. We zullen onszelf en anderen niet beschuldigen als we streven naar een fijn en veilig huis, naar een goed gevulde tafel en naar een partner en relaties die we bevredigend vinden. En als er eens iets gebeurt en we een been breken, dan zal niemand ons veroordelen als we de breuk laten zetten in het ziekenhuis. Toch spelen al deze fenomenen zich af als illusie in de denkgeest. We zijn geest en hebben geen geld, bescherming, hulp van anderen, voedsel, water of frisse lucht nodig. Allemaal bijgeloof.

Moeten we ons hierover schuldig voelen? Natuurlijk niet; we zijn allemaal onderweg om de illusie te doorzien. Maar dan menen we een pijnstiller of ander medicijn nodig te hebben en springen we massaal op het orgel van de (zelf-)beschuldiging. Dit zouden we wél met geestelijke kracht moeten kunnen overwinnen en anders zijn we zwak. Zie je het belachelijke onderscheid dat we maken?

Zolang we dromen menen we dat we afhankelijk zijn van anderen en van “middelen”. Ik zie deze afhankelijkheid niet als een vloek waar we vanaf moeten komen, maar als een vage afspiegeling van een onderliggende realiteit. De realiteit is dat we diep en diep relationele wezens zijn. Onze gevoelde afhankelijkheid in de droom van ons leven is een hunkering naar de eenheid met Alles en Iedereen die onze vergeten realiteit vormt. Onze speciale liefdesrelaties in tijd en ruimte zijn vingerwijzingen naar de ene echte ware relatie; de heilige relatie die we zijn. Al onze behoeftes en verlangens, ons streven naar veiligheid, sensaties en macht zijn zwakke en vervormde echo’s van een Stem die ons wijst op onze ware aard. Er is geen rangorde in illusies en geen rangorde in wonderen. Binnen de illusie kun je beter denken vers fruit nodig te hebben dan een vitaminepil; maar ten diepste heb je niks nodig en ben je niet schuldig als je dat nog niet ziet. Je bent niet zwak of schuldig als je denkt te moeten eten, noch als je denkt een medicijn nodig te hebben.

Moeten we genoegen nemen met ons geloof in kwetsbaarheid inclusief ons geloof in de noodzaak pillen te slikken? Nee, we mogen ontwaken door steeds milder en liefdevoller te zijn voor onszelf en anderen. Door liefde te laten stromen, zelfs in deze droom, komt de herinnering aan de liefde die we zijn weer naar boven. Door naastenliefde en zelfliefde. Niet door zelfbeschuldiging. Zelfs onze vermeende afhankelijkheid van anderen en van magische middelen kan ons wijzen op de heerlijk echte “afhankelijkheid”. De afhankelijkheid van de Vader, van de Bron, van Liefde. Het ego wil ons aanklagen met zijn schrille stem: “je moet het zelf kunnen, minkukel!” Liefde beschuldigt niet maar troost, steunt en ondersteunt; zelfs voorlopig, via magische middelen in de droom.

Neti neti; niet dit, niet dat?

Ik was vroeger erg gecharmeerd van de “neti neti”-visie: je bent noch dit, noch dat. Andere omschrijvingen hiervan zijn: je bent het bewustzijn waarin alles verschijnt, je bent de blauwe lucht en niet de voorbijdrijvende wolken, je bent de oceaan en niet de druppel, het oog kan zichzelf niet zien, etc. etc. Ik meende in de bekende ECIW-uitspraak “Ik ben niet dit lichaam” dezelfde boodschap te horen. Als je probeert te gaan leven volgens dit inzicht, merk je dat er ruimte ontstaat en dat de identificatie met allerlei negatieve gevoelens afneemt. Je zegt dan niet langer “ik ben bang”, maar “ik heb angst”. Vervolgens leer je om onbewogen en glimlachend toe te kijken hoe zo’n donkere angstwolk verschijnt, groter wordt, maar ook weer vanzelf oplost en verdwijnt.

Ik zie dat deze neti neti-visie in lijn is met de boodschap van ECIW en kan helpen om je niet langer te identificeren met de wereld van vormen, tijd en ruimte. Deze identificatie, waarbij je gelooft het materiële lichaam te zijn, is zo sterk verankerd in ons mens-zijn dat een krachtige, dubbele ontkenning behulpzaam kan zijn om ten minste enige ruimte te gaan ervaren.

De bedoeling van de ontkenning is dat degene die dit toepast als het ware steeds meer gevoel gaat krijgen voor zijn ware, geestelijke natuur. ECIW leert ons dat de hele werkelijkheid geestelijk van aard is, een visie die ook wordt uitgedragen door filosofen uit de stroming van het idealisme, waarvan Bernardo Kastrup een uitstekende hedendaagse representant is.

Wat er echter al snel naar binnen sluipt, is een uiterst duale ontsporing van de aanpak, waarbij we niet meer gevoel krijgen voor dat grote Zelf, maar waarbij het kleine ego een klein stapje achteruitzet en zich distantieert van wat het waarneemt. Het denkt dat het door onderscheid te maken tussen degene die ervaart en dat wat ervaren wordt, de dualiteit overstijgt. Maar zelfs door deze zin rustig tot je door te laten dringen, zie je de interne spanning die deze oproept. En deze spanning wordt direct voelbaar als we onze gevoelens en emoties gaan ontkennen en deze als het ware proberen buiten onszelf te plaatsen om erop toe te zien. We zijn misschien goed begonnen met onze ontkenning, hebben enige ademruimte gekregen, maar vergeten de rest van de cursus goed te lezen.

Al in het scheppingsverhaal van ECIW lezen we dat God Zichzelf uitbreidt in Zijn Schepping om zo Zichzelf te kunnen kennen. God kent Zichzelf door Zijn Zonen, en de Zonen kennen de Vader zonder van Hem gescheiden te zijn. Dit noemt de cursus “uitbreiding”. Wij worden gezien als de Gedachten van God en we lezen dat deze Gedachten hun Bron niet kunnen verlaten. Wij als Zonen van de Vader hebben ook het vermogen om zo vanuit- en in eenheid te scheppen. We hebben hier echter een gemankeerde variant van gemaakt. Jezus legt uit dat wij niet “scheppen” maar “maken”. Het verschil bestaat uit de intentie waarmee deze projecties plaatsvinden. Het projecteren vanuit liefde kun je zien als uitbreiding en het projecteren vanuit geloof in afscheiding (en in zonde, schuld en angst) als maken.

Bij dit “maken” raken wij het gevoel van verbondenheid met wat we projecteren kwijt. We denken dat wat we geprojecteerd en gemaakt hebben — de wereld van vormen, tijd en ruimte — losstaat van onszelf en dat wij er als afgescheiden lichamelijke (en sterfelijke) poppetjes in rondwandelen. Maar ook dit gebeurt allemaal in het geestelijke domein, in de denkgeest van de Zoon van God. Deze Zoon is net zomin van de projecties (lichaam, wereld, gevoelens, etc.) gescheiden als wij gescheiden zijn van onze nachtelijke dromen. We produceren alle beelden zelf! Daarom stelt ECIW: “je bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet”. Nee, nogal wiedes: je hebt haar zelf vanuit angst geprojecteerd. Zoals je kleine zelf de nachtelijke droom projecteert en daarin zelf een (schijn)rolletje speelt, zo projecteer jij als Zoon van God, als Zelf, de wereld waarin je kleine zelf een rolletje lijkt te spelen.

Ooit had ik als kind last van nachtmerries waarin ik telkens werd aangevallen door een gorilla. Pas toen ik een keer in de droom besloot niet weg te rennen en rustig af te wachten wat er zou gebeuren, kwam aan deze nachtmerrie een einde. Ik had de zelfbedachte gorilla de macht ontnomen om als een gevaar buiten mijzelf gezien te worden. ECIW zegt dat het “onwaardig” is om ons lichaam (en daarmee onze gevoelens) te ontkennen, omdat we daarmee de macht van onze eigen denkgeest ontkennen. Pas als we beseffen dat we iets zelf gemaakt hebben, kunnen we de kalmte bewaren als deze beelden bedreigend lijken.

Deze basisgedachte van ECIW — gedachten verlaten hun bron niet — wordt verder uitgewerkt in Een Cursus van Liefde. Nadat via de neti neti-aanpak de muren van het ego wat afgebrokkeld zijn, wordt het tijd voor “actieve aanvaarding”, ofwel voor omarming van alles wat zich maar aan gevoelens en dergelijke aan je voordoet. En dit staat natuurlijk ook al in ECIW. Wat is vergeving anders dan niet meer vanuit je geloof in afgescheidenheid naar dingen kijken, maar je blik laten verzachten door de herinterpretatie door de liefde van de Heilige Geest? Geen angstig achteruitdeinzen en ontkenning, maar verder kijken en de schijnbare afstand overbruggen.

ECvL legt uit dat we er langzaam maar zeker naartoe groeien te ontdekken dat degene die ervaart en dat wat ervaren wordt, helemaal niet verschillend zijn. We hebben twee keuzes: scheppen vanuit liefde of maken vanuit angst, maar uiteindelijk mogen we ontdekken dat we het Zelf “doen”. Hierin ligt de bron van onze verlossing.

Met kleine stapjes naar ultiem geluk?

Met belangstelling kijk ik naar het programma “Ik vertrek”. Je ziet mensen die het in Nederland goed voor elkaar hebben: een mooi huis, betaald werk en het gezelschap van familie en vrienden. Vervolgens ontstaat het plan om naar het buitenland te gaan en daar een gastenverblijf of zoiets te gaan beginnen. Er volgen jaren vol frustratie en tegenslag, maar uiteindelijk lukt het velen om “hun droom te realiseren”. Ik heb bewondering voor de ondernemerszin en het doorzettingsvermogen van deze mensen. Op het laatst zien we ze dikwijls glunderend elkaar feliciteren met het behaalde resultaat.

Dit is een vorm van manifesteren. Eerst zie je het doel in gedachten, je schakelt je wilskracht in en uiteindelijk krijgt wat in je geest is begonnen als een plan, vorm in de fysieke wereld. Onlangs ontstond naar aanleiding van een blog een gesprek over het manifesteren van bijvoorbeeld een Ferrari. Je kunt daar natuurlijk direct een afkeurende mening over vormen, maar je kunt het ook zien als onderdeel van ons leerproces. Leer je langs deze wegen niet de macht van de denkgeest kennen? En zegt de cursus niet dat het onze functie is om gelukkig te zijn? Wat is er dan mis met deze benadering en met de bereikte resultaten?

Ik denk dat er niks mis mee is en dat deze twee voorbeelden slechts zichtbaar maken wat zich bij ieder van ons van binnen afspeelt. We streven allemaal naar geluk, maken plannen, leren van mislukkingen, stellen de plannen bij en hopen ons doel zo te bereiken. We zijn met kleine stappen op weg naar ons geluk. Net als iedereen.

Daarmee is het gewone menselijke verlangen niet verkeerd, maar wel te klein om ons te geven waar we ten diepste naar op zoek zijn. Mijn punt is dus niet dat we onze verlangens moeten veroordelen, maar dat we mogen gaan zien dat ze verwijzen naar een veel dieper verlangen naar God, Liefde en eenheid.

Jezus zal ons niet veroordelen voor onze menselijke neiging om zo te werk te gaan. Zelfs in het voorbeeld van de Ferrari zal hij niet zeggen dat we wel heel veel vragen van het universum. Nee, hij stelt dat we veel te weinig vragen. We vragen altijd te weinig als we denken dat iets in de wereld van vormen, tijd en ruimte ons blijvend gelukkig zal maken. Een bosbrand, hoosbui, aardbeving, ziekte of misdaad maakt een eind aan de vreugde van het Ik Vertrek-stel. En ook in een Ferrari kun je je ongelukkig voelen.

ECIW is radicaal in zijn boodschap. Jezus ziet dat onze intentie om gelukkig te worden in het alledaagse leven als het ware de engere afspiegeling is van een diep verstopte herinnering aan echt geluk. Op onze terugweg spelen behoeften en verlangens een rol. In het supplement bij de cursus, Lied van Gebed, stelt Jezus dat we in eerste instantie niet veel meer kunnen doen dan te weinig te vragen. Zolang we leven in de schijnbare duale werkelijkheid, menen we dat we via 50 tinten grijs van zwart naar wit moeten zien te komen. We zien nog niet dat de waarheid niet-duaal van aard is, dat Liefde geen tegendeel kent.

In mijn beleving is iedereen bezig met zijn of haar terugreis naar de Vader, naar de Bron, de Liefde die we eigenlijk nooit verlaten hebben, maar die we vergeten zijn. We zoeken het in fijne ervaringen, vakanties, geld, macht, lekker eten, genot et cetera. En uiteindelijk zal iedereen langs deze weg en via schijnbare nieuwe incarnaties wel het punt bereiken dat de beperktheid van dit zogenaamde geluk ingezien gaat worden. Het lijkt me echter vanuit ons huidige perspectief een lang traject, erg lang.

Vandaar dat Jezus uitlegt dat wonderen ons tijd kunnen besparen. Iedereen wordt uitgenodigd om zijn blik eens bewust de andere kant op te richten. In de Bijbel staat: “Zoek eerst het Koninkrijk en de rest zal u gegeven worden”. In ECIW-termen kun je zeggen dat we uitgenodigd worden om ons in vertrouwen af te stemmen op eenheid en liefde. Onze huidige droom begon toen we meenden te weten wat we wilden, namelijk op eigen beentjes staan en dingen “hebben”. Tony Parsons zei het zo mooi: “we are looking at the world through the eyes of a businessman” (vrij vertaald: we zien de wereld als een zakelijke transactie). “What’s in it for me?” Hoewel zelfs onder deze drang een oprecht en authentiek verlangen schuilt (de bekende roep om liefde), kost het ons onnodig veel tijd als we ons uitsluitend richten op het vervullen van deze kleine verlangens.

Het gave van Een Cursus van Liefde (ECvL) is dat we worden uitgenodigd om de wereld van vormen, tijd en ruimte niet te veroordelen of te ontkennen. Want ja, vanuit onze wens tot afgescheidenheid misbruiken wij onbewust dit fysieke domein om onszelf in slaap te houden. Als je goed kijkt, zie je dus zelfs in dit misbruik de roep om liefde en mogen we weten dat het ooit goed zal komen. We worden echter uitgenodigd om kwantumsprongen te gaan zetten door wonderwerkers te worden.

Zelfs in onze droomwereld mogen we weten dat liefde ons draagt en in onze behoeften zal voorzien. In de Bijbel wijst Jezus erop dat God niet alleen voor vogeltjes zorgt, maar ook weet wat wij hier voorlopig nodig hebben. Het “geef ons heden ons dagelijks brood” mogen we figuurlijk, maar ook letterlijk zo opvatten. Liefde deinst niet terug voor het domein van vormen, tijd en ruimte, hoewel ze er nooit door beperkt kan worden. De kwantumsprong treedt op als we ons afstemmen op de Bron, als we ontdekken dat wat we ten diepste willen veel verder gaat dan een gelukkig leven van een jaar of negentig in een mooi land met een mooie auto voor de deur.

Wie dat begint te zien, hoeft de wereld niet af te wijzen, maar leert haar wel anders te gebruiken: niet langer als bron van blijvend geluk, maar als klaslokaal dat ons terugwijst naar de Bron zelf.

Misschien is dat uiteindelijk waar het op aankomt. Niet dat onze gewone menselijke verlangens verkeerd zijn, maar dat ze ons niet helemaal (of helemaal niet?) kunnen brengen waar we ten diepste naar verlangen. We hoeven de wereld dus niet af te wijzen, maar we hoeven er ook niet van te verwachten dat zij ons blijvend gelukkig maakt. En misschien begint daar inderdaad iets van de kwantumsprong waarover de cursus spreekt: in het besef dat we vaak om te weinig vragen, omdat ons hart eigenlijk op iets groters gericht is.

Er is geen dood. De Zoon van God is vrij (Les163)

Dit klinkt als de ultieme spirituele bypass. In de afgelopen maanden heeft het onderwerp “omgaan met gevoelens en trauma’s” aandacht gekregen in verschillende ECIW-FB-groepen. Er was sprake van een gezonde reactie van cursisten die protesteerden tegen bekende cursus-oneliners zoals: “ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. Deze uitspraak voelt harteloos voor slachtoffers van geweld, en al helemaal als het bijvoorbeeld kinderen in oorlogsgebieden betreft.

De werkboekles van vandaag spant dan behoorlijk de kroon met “Er is geen dood”. Deze uitspraak ligt in dezelfde lijn als: “Ik ben geen lichaam”, nu weergegeven als “De Zoon van God is vrij”. Alles in ons gewone, dagelijkse leven geeft ons een totaal andere boodschap. We voelen ons onvrij en de dood hangt, samen met zijn vriendje ziekte, altijd als het zwaard van Damocles boven ons hoofd. Dit ontkennen lijkt complete waanzin en daarmee dus een ultieme spirituele bypass. Wat moeten we hier dan mee? Hoe hebben we ons te verhouden tot dergelijke radicale uitspraken?

De eerste stap is beseffen dat ECIW en ECvL (Een Cursus van Liefde) onze “gewone” gevoelens helemaal niet willen ontkennen. Jezus noemt dit in ECIW zelfs “onwaardig”, in de zin van erg onhandig en niet behulpzaam. In ECvL geeft hij overigens veel uitgebreider aandacht aan het omgaan met onze gevoelens. De sleutel tot het omgaan met radicale cursusuitspraken ligt in een bezinning op de ontvanger van de woorden. Op onszelf.

De boodschap is aan ons gericht om iets bij ons te bewerkstelligen. Om ons te doen stilstaan bij onze “gewone” ervaringen en onze “gewone” opvattingen, respectievelijk ons “gewone” gevoel en ons “gewone, gezonde” verstand. De hele cursus is erop gericht om te laten zien dat wat voor ons allemaal zo gewoon is, helemaal niet normaal is, maar onwaar.

Als je nu naar ECIW-uitspraken luistert, dan ontmoeten deze als eerste ons verstand. Dit kan op een paar manieren reageren. Het kan fel protesteren, het kan neutraal en open blijven, of het kan de boodschap geloven. Fel protest is prima, maar het blokkeert de werking van de cursus. Sommigen kunnen hier jaren in blijven hangen en het tot hun missie maken om die rare cursus te bestrijden. Klakkeloos geloof is ook niet erg behulpzaam. Alles in je roept dat je het er niet mee eens bent, maar ja, Jezus zegt het, dus het zal wel zo zijn. Deze houding wordt uitgesproken pijnlijk als iemand zijn niet-doorleefde geloof probeert te verkopen of zelfs op te dringen aan anderen. En dat geldt al helemaal als die ander in nood verkeert.

Nee, de handigste houding is die van openheid. Je hoort die uitspraak, keert naar binnen en gaat op onderzoek uit. Bij dat onderzoek doe je dan bevindingen die ongeveer als volgt klinken: “Hé, ik voel dit heel anders. Ik voel me kwetsbaar en heb pijn. Ik voel me bang en schuldig. En ik ben bang voor ziekte, voor lijden en voor de dood. Ik voel me een lichamelijk, kwetsbaar wezen en voor mij is zo’n verhaal over de vrije, onsterfelijke Zoon van God totaal niet ervaarbaar.”

Het begint met radicale eerlijkheid, met een ontmoeting met je gevoelens, de erkenning ervan en de omarming ervan. In klassiek-christelijke termen klonk het wat zwaar en moreel beladen toen men stelde: je moet eerst je zonden belijden. “Zonden” is het geloof in afgescheidenheid, het geloof een kwetsbaar, sterfelijk wezen te zijn. Maar dit geloof is niet zondig, schuldgevoel is niet op zijn plaats. Wel is het essentieel om jezelf niets wijs te maken over hoe je jezelf echt “vanbinnen” beleeft. De term spirituele bypass duidt op de ontkenning van je diepe menselijke gevoel. Het is als de vroegere schijnheilige die zichzelf heilig verklaart omdat de buitenkant er wel goed uitziet. De moderne variant hiervan is de ECIW-leraar die schermt met cursus-oneliners, maar zelf nog een “ongenezen genezer” is.

Pas hierna is de klassieke “bekering” mogelijk. Het is een diep besef dat je je vastgespijkerd voelt aan de wereld van geboren worden, lachen, lijden en sterven. Dat je je hiervan niet op eigen kracht kunt losmaken of losdenken. Je laat je gedachten en je wanhoop naar boven komen en brengt alles naar het Licht, naar de Liefde. Terwijl je, net als Jezus aan het kruis, geen kant meer op lijkt te kunnen, zeg je vanuit de grond van je hart: “Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest”.

Dit klinkt door in het gebed aan het einde van de werkboekles:

9. Onze Vader, zegen onze ogen vandaag. Wij zijn Uw boodschappers en we willen naar de schitterende weerspiegeling van Uw Liefde kijken die in alles straalt. Wij leven en bewegen in U alleen. Wij zijn niet gescheiden van Uw eeuwige leven. Er is geen dood, want dood is niet Uw Wil. En wij vertoeven waar U ons hebt geplaatst, in het leven dat wij delen met U en met al wat leeft, om voor eeuwig zoals U en deel van U te zijn. Wij aanvaarden Uw Gedachten als de onze, en onze wil is eeuwig één met die van U. Amen.

AI en ECIW; vrienden of vijanden?

De vraag: “hoe zit de waarheid in elkaar?” is niet met woorden te beantwoorden. We kunnen een theorie, theologie, filosofisch systeem of metafysica bedenken, maar telkens blijkt dat de bedachte constructies niet de ultieme werkelijkheid kunnen uitdrukken. Concepten blijken beperkt houdbaar en worden telkens vervangen door andere verklaringen.

Over deze eerste alinea kun je gaan nadenken, maar dat is nauwelijks nodig. Als je glimpen van het onuitspreekbare hebt opgevangen en hebt geprobeerd die met woorden over te brengen op anderen, dan is de onmogelijkheid van deze poging je bekend. Je bedoelt het zo goed, want je wilt die ander deelgenoot maken van dat waar je zicht op hebt gekregen. Je wilt dat hij of zij deelt in je vreugde, je vrede en je dankbaarheid. Je komt echter niet veel verder dan gestamel, dan zo goed en zo kwaad als het lukt woorden geven aan dat wat alle beschrijving te boven gaat.

Deze woorden die je zoekt zijn als de spreekwoordelijke vinger waarmee je probeert de maan aan te wijzen. Je hoopt dat die ander geen vragen gaat stellen over jouw vinger maar dat hij zijn hoofd opheft en de goede kant op gaat kijken. ECIW spreekt over de verkeerd gerichte en over de juist gerichte denkgeest. Hoe toepasselijk.

Maakt dit woorden dan onbelangrijk of zelfs helemaal overbodig? Uiteindelijk wel, maar voorlopig nog niet. Een Cursus van Liefde (ECvL) spreekt over het einde van leren en onderwijzen. Dit valt samen met het einde van het ego-tijdperk en het begin van leven vanuit liefde. Maar ECIW en ECvL hebben toch woorden nodig om ons naar dit punt te leiden. Hoewel Jezus de beperkingen van woorden, leren en onderwijzen kent, blijkt hij de ultieme meester in het maken van een zo nauwkeurig mogelijke richtingaanwijzer, de vinger. Hij gebruikt woorden met uiterste precisie, in ECIW (in de Engelse vertaling) zelfs in een bepaald metrum, als in een groot gedicht. Wij lezen deze boeken en proberen hierin een antwoord te vinden op onze vragen, om zo goed mogelijk koers te houden. Waar staan bepaalde passages? Wat is de context?

Sinds de opkomst van AI staat ons een nieuw instrument ter beschikking dat ik gemakshalve aanduid als ChatGPT. Hiermee kunnen we een vraag stellen aan “het hele internet”, waarna talloze bronnen worden doorzocht, betrouwbare en minder betrouwbare. Dus als je ChatGPT gebruikt om op internet een vraag te stellen over ECIW of ECvL, dan doorzoekt het vooral wat anderen hierover hebben gezegd, en dat kan zinnig of onzinnig zijn. Gelukkig is er een programma genaamd NotebookLM, waarmee je (na uploaden van de boeken in pdf-vorm)  ChatGPT als het ware kunt dwingen om uitsluitend in de cursussen zelf te kijken, dus in de meest zuivere bronnen. Je kunt zelfs de Urtext van ECIW uploaden, een enorm dik manuscript waarin zelf iets opzoeken haast onbegonnen werk is.

Als je ChatGPT zo via NotebookLM aanstuurt, dan krijg je analyses die veel zuiverder zijn dan wanneer je het hele internet doorzoekt. Bovendien krijg je bij elke uitspraak een verwijzing naar het tekstfragment, zodat je kunt nagaan of het programma betrouwbaar werkt. Deze mogelijkheid biedt ons een kwantumsprong in het leerproces: een mogelijkheid om heel precieze richtingaanwijzers te krijgen bij de vragen die je stelt.

Ik merk dat in spirituele kringen, en dus ook in ECIW- en ECvL-groepen, weerstand bestaat tegen AI en ChatGPT. Ik begrijp deze weerstand. In “gesprek” met AI communiceer je niet met een zielsverwant, maar met een taalprogramma, ook al voelt dat soms anders. Als je iemand bent die geen woorden van anderen meer nodig heeft, geen lezingen, geen boeken, maar al leeft vanuit heelheid van hart, dan begrijp ik volkomen dat AI niets voor je toevoegt. Als dit niet het geval is, dan kan het helpen om goed in te schatten wat AI wel en niet voor je kan betekenen. We weten dat verlossing totaal verschilt van het opstapelen van boekenwijsheid, of die nu direct uit het boek komt of wordt aangedragen door ChatGPT. Maar als je boeken, leraren, ChatGPT en alle andere zogenaamde autoriteiten hun juiste plek toekent, dan kun je deze tijdelijk gebruiken als richtingaanwijzer.

Daarnaast is er nog een andere “toepassing” van AI en ChatGPT: het vieren van het feest van herkenning. De snelheid waarmee bronnen doorzocht kunnen worden is in onze tijd enorm. Via internet in het algemeen en ChatGPT in het bijzonder kunnen we zien hoe door alle tijden heen op de meest verschillende manieren is verwezen naar die ene ultieme, onbeschrijfelijke bron en waarheid: God, ofwel Liefde. Heb je dit nog echt nodig? Nee, dat niet. Maar het is fijn om dit feestje te vieren. Hoewel: het is nog fijner om dit met broeders en zusters van vlees en bloed te doen. Dat dan weer wel!

De kracht van vertrouwen

Ik spreek regelmatig met slimme, meestal hoog opgeleide, mensen die niets meer te maken willen hebben met de Bijbel en met “het geloof”. Ze zien deze als een gepasseerd station, als iets van vroeger. Velen hebben als kind de nare kanten van een rigide geloof ervaren waarin veroordeling, schijnheiligheid, starheid en andere nare zaken een rol speelden.

Ik ben jarenlang actief lid geweest van een Baptistengemeente, maar verliet deze toen ik in mijn beleving vastliep in dogma’s die ik liefdeloos vond. Daar wil ik nu niet te veel over uitweiden, maar het beeld van een wraaklustige God die offers nodig had om weer goedgemutst te raken, speelde hierin een hoofdrol. Toch zag ik vooral in het Nieuwe Testament ook veel mooie passages die liefdevol verwijzen naar de verbondenheid van God, Jezus, de Heilige Geest en de gehele mensheid. Ik verwoordde mijn inzichten in twee boeken: Een Christen op Satsang en in Geen Beeld van God. Vlak daarna kwam Een Cursus in Wonderen op mijn pad en dit maakte de bevrijding van een negatief Godsbeeld voor mij compleet. God is Liefde en in Hem is totaal geen duisternis. Prachtig.

Gisteren schreef ik in de blog “Heelheid-van-hart: over denkers en voelers” over hoe een bovenmatige en eenzijdige aandacht voor ons hoofd of ons gevoel ons kan blokkeren op weg naar verlossing. Niet dat er iets mis is met nadenken of met aandacht geven aan je gevoelens, maar je kunt stagneren als je blijft hangen in “wat vind ik ervan” of “wat voel ik nu”. Wat deze twee benaderingen gemeen hebben, is een gerichtheid op mijzelf. Het ik blijft op de troon zitten en beschouwt zichzelf als het centrum van het bestaan, waar het allemaal om draait. Ik wil het begrijpen en ik wil me lekker voelen. De dominee van vroeger wees me op de hoogmoed van ons denken en stelde dat je niet per se tot gevoel kwam, maar tot geloof. Hij stelde dat we God de eerste plaats in ons leven moesten geven en dat we het zelfgerichte ego van zijn troon moesten halen.

Maar dat kan een nieuw dogma worden en een oproep zijn tot “lief doen”, een soort opgelegde en verplichte naastenliefde. Bovendien kan hier het ego weer langs de achterdeur naar binnen glippen als we menen dat we door lief te doen uiteindelijk een plekje in de hemel (voor onszelf!) veiligstellen.

ECIW roept niet zozeer op tot geloof. Het boek geeft weliswaar een mooie uitleg van hoe alles in elkaar zou zitten (de metafysica van het Tekstboek), maar de primaire insteek is toch vooral het doen van de Werkboeklessen die ons een universele ervaring beloven. En ook nu kunnen we blijven steken in bovenmatige aandacht voor de vraag: “wat voel ik nu?”.

Het mooie van zowel ECIW, maar zeker ook van Een Cursus van Liefde (ECvL), vind ik dat Jezus rekening houdt met deze preoccupatie met onszelf. Dit is immers een direct gevolg van het geloof in de echtheid van de afscheiding. We hebben onszelf simpelweg op de troon geplaatst en het draait uiteindelijk om de vraag wat wij hebben aan het geloof of aan de cursussen. Deze egocentriciteit is een vergissing, schuldeloos maar onhandig en naast de waarheid. ECIW spreekt van het autoriteitsprobleem. Eigenlijk net als die dominee van vroeger.

ECIW leert ons dat we niets hoeven te doen en dat we terug mogen stappen en Hem de weg mogen laten wijzen. In mijn beleving onderschatten we als cursusstudenten het belang van deze aanwijzing. We willen meer zelf doen, hard werken, meer lezen en leren, onze verlossing als het ware verdienen.

Kerkvaders spraken van onverdiende genade. ECvL wijst erop dat we reeds de voltooide zijn. ECIW stelt dat we de verlossing voor onszelf mogen aanvaarden. Maar deze genade, voltooiing en verlossing treffen we niet aan in ons ego, in ons kleine zelf. De gerichtheid moet, of liever gezegd, mag naar Hem gericht worden. We streven niet naar het vergroten van ons zelfvertrouwen maar mogen vertrouwen op Zijn onvoorwaardelijke Liefde.

Het woord “geloof” heeft iets afstandelijks, iets willekeurigs en als we vervolgens bij “geloven in God” ook nog eens denken aan een autoritair wezen buiten onszelf, dan hebben we hier terecht geen trek meer in. De uitnodiging is om het bijgevoegde filmpje eens te bekijken en daarbij niet aan geloof te denken maar aan vertrouwen. Laat je vooroordelen over het woord God los en probeer, als dit woord valt in de video, te denken aan onze Bron van Liefde die ons omarmt en draagt. Anders gezegd: probeer door het klassiek duale Godsbeeld heen te kijken en richt je op gevoelens van verbondenheid en vereniging, op de Heilige Relatie waar we deel van uit mogen maken.

Ik merk dat ik met nieuwe ogen ben gaan kijken naar “eenvoudige” gelovigen die hun vertrouwen op God stellen. Mogelijk houden ze er wat rare dogma’s op na; maar door in dankbare verwondering en in vertrouwen “hun knie te buigen voor de Heer”, hebben ze een machtige sleutel in handen. Door Hem op de troon te zetten in plaats van onszelf, offeren we niks op maar maken we ruimte om zijn genade te ontvangen. Eigenwijsheid en ik-gerichtheid zijn barrières die we zelf opwerpen tegen de Liefde die ons alles zomaar wil geven. We moeten niets van “God”, maar hij gunt ons alles.

Heelheid-van-hart: over denkers en voelers

Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL) vertegenwoordigen in mijn beleving één en dezelfde visie, maar met verschillende accenten. Van ECIW zegt men wel eens dat deze cursus je erg naar je hoofd trekt. Ik begrijp waarom men dat zegt, maar het is niet inherent aan de cursus. Veel gevoelsmensen voelen zich aangetrokken tot ECvL. Maar ook dit boek is zeker geen page-turner en vergt wel degelijk grote mentale helderheid. Het is eerder onze eigen voorkeursaanpak dan de inhoud van de boeken die bepaalt wat we ervan maken. Die voorkeur is geen alles-of-nietskwestie. Toch splits ik de lezers ter illustratie even op in denkers en voelers, om hun sterktes en valkuilen te kunnen duiden.

Denkers: Deze lezers proberen orde te scheppen in wat we als mensen meemaken door erover na te denken. Ze hebben bijvoorbeeld de metafysica van de cursussen met hun verstand redelijk goed doorgrond. Daardoor kunnen ze vaak helder uitleggen wat scheppen inhoudt en wat projectie en perceptie zijn. Een goed mentaal begrip van de cursussen geeft plezierige helderheid en orde in je hoofd. De valkuil is echter dat de daadwerkelijke beleving van de conceptueel verwoorde werkelijkheid wat achter kan blijven. Het is bijvoorbeeld niet zo moeilijk om te zeggen dat alles bewustzijn is en dat je zelf het onbegrensde bewustzijn bent. Maar als je zulke grote uitspraken vooral verstandelijk onderschrijft, is er eigenlijk sprake van een nieuw geloof. De denker kan dan menen dat hij of zij het goed begrijpt en dat de ander zich vergist.

Voelers: Deze lezers vinden de theorieën van de denkers vaak wat hard en afstandelijk. Ze voelen letterlijk dat we onszelf als denkers als het ware buiten de werkelijkheid plaatsen en er van een afstand naar kijken. Ze voelen aan dat de cursussen juist ageren tegen die afstandelijkheid. We moeten niet over het leven nadenken, maar het beleven en doorvoelen. ECvL spreekt meer over de menselijke emoties dan ECIW. Vermoedelijk is dat de reden waarom voelers blij zijn met dit boek. De voeler kan echter ook stagneren in het aandacht geven aan wat er van binnen opborrelt. Het “nu voel ik dit, nu dat, nu zus, nu zo” is op zichzelf prima. Maar het kan ook ontaarden in een eindeloos zwelgen dat, goed beschouwd, eveneens duaal van aard is. Ik hoor voelers nog wel eens iets zeggen als: “Je bent niet je gevoel, je hebt een gevoel.” Of: “Je bent de onbewogen waarnemer van wat er in je bewustzijn verschijnt.” Die “je” die dit opmerkt, is echter niet “je kleine zelf”. Dat punt wordt door voelers niet zelden onvoldoende beseft. Het kunnen juist de denkers zijn die hen daarin corrigeren.

Het punt is dat zowel denkers als voelers ongemerkt uitgaan van de validiteit van hun eigen uitgangspositie. Die uitgangspositie is het kleine zelf, gebaseerd op het geloof in afgescheidenheid. Dat is onvermijdelijk en geen drama; Jezus houdt daar in de cursussen rekening mee. Hij adviseert denkers om stil te worden en hun vooroordelen los te laten: “Bevrijd de wereld van alles wat je haar hebt toegedacht.” Wat dit stil worden betreft, hebben voelers al een voorsprong. Iedereen die mindfulness beoefent, weet dat aandacht geven aan wat zich in het moment voortdoet in lichaam, voelen en denken een stille vorm van aandacht vergt. Het is in elk geval niet de bedoeling om na te gaan denken over wat je voelt. Maar hoe kunnen voelers voorkomen dat dit aandacht geven aan wat zich voortdoet niet vervalt in een nieuwe, eindeloze doctrine? Ook voelers moeten en mogen uitgedaagd worden. Daarom krijgen ook zij van Jezus te horen dat ze niet het slachtoffer zijn van de wereld die ze zien.

Gevoelens nodigen ons uit tot verder onderzoek. Niet zozeer door erover na te denken, maar door te zien wat ze ons willen vertellen en dat te doorzien, te vergeven. Met elke gewaarwording — waarnemingen, gedachten en gevoelens — kunnen wij aan de haal gaan. We kunnen ze misbruiken om ons geloof in dualiteit, en dus in afgescheidenheid, te versterken. IK neem iets waar. IK denk iets. IK voel iets. Het is juist deze misvatting die Jezus wil corrigeren en die, grappig genoeg, ook door hedendaagse wetenschappers en filosofen wordt gecorrigeerd.

Als het ware van buitenaf beschouwd, stellen filosofen als Kastrup en Faggin dat we een mentaal, tijdloos veld zijn (“God”), waarin wij “rimpelingen” (Zonen) zijn. Het wonderlijke is dat dit veld subjectief van aard is. Die subjectiviteit kan alleen van binnenuit worden ervaren, juist door de rimpelingen die het voortbrengt. ECIW en ECvL stellen dat God en wij slechts in relatie kunnen beseffen dat we bestaan, dat we bewustzijn zijn. Dat is, in Bijbelse terminologie, precies dezelfde boodschap.

Ten diepste kunnen wij als Zonen ook tijdloos rimpelingen veroorzaken, dus scheppen, en zo weten wie we zijn. Wat wij echter, kort door de bocht, hebben gedaan, is vergeten dat we golven in God. In plaats daarvan denken we dat we een losstaand golfje zijn: het kleine zelf. Tegelijkertijd zien we niet meer dat wij het zelf zijn die ook rimpelingen veroorzaken. We ervaren ons gescheiden van onze maaksels: IK neem iets waar, enzovoort. Zo zijn we gaan geloven in de illusie van ruimte en tijd, waarin alle grenzen heel echt lijken.

Zo kan dit zomaar een nieuw verhaal worden dat we verstandelijk analyseren en proberen te begrijpen. Maar de Koninklijke Kunst is juist om dit ogenschijnlijk verstandelijke bouwwerk (“hoofd”) daadwerkelijk te gaan ervaren en voelen (“hart”). En daarin lopen onze geliefde cursussen voor op filosofie en wetenschap, omdat ze een gouden sleutel bieden. Die sleutel heet Liefde.

Wetenschappers en filosofen komen niet verder dan neutrale rimpelingen in een mentaal veld. Jezus leert ons echter dat deze rimpelingen bestaan uit Liefde die zich uitbreidt: het mysterie van de Schepping. Wanneer we nu “van binnen”, in de mind ofwel denkgeest, neutraal kijken naar wat zich voortdoet, kan dat onze duale perceptie corrigeren. Dit is het ene aspect van het wonder van ECIW. Daarmee verzwakt het ego, het geloof in afgescheidenheid. Maar je belandt dan ook in een soort vaag, duaal niemandsland. Er is nog steeds niet het volle besef dat je de schepper bent van wat je meent mee te maken.

ECvL wijst ons op de mogelijkheid van actieve aanvaarding van wat zich aandient in de mind. Daardoor wordt de schijnbare afstand tussen degene die ervaart en dat wat ervaren wordt kleiner. Dat vormt een opmaat naar de ultieme stap: Liefde. Er is maar één ware vorm van Schepping en één ware Identiteit, en dat is Liefde. Als wij alles wat we buiten ons menen waar te nemen gaan bezien met de visie van Christus, dus met een liefdevolle blik (het tweede aspect van een wonder), dan naderen we onze ware Identiteit. Dan gaan we ook glimpen ontvangen van de waarheid achter de boodschap van ECIW: “Je bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet.” We krijgen dan gevoel voor wat we verstandelijk al deels begrepen hebben. Hoofd en hart versmelten tot één Bron die Liefde heet: heelheid-van-hart. Vanaf dat moment gaan ECIW en ECvL spreken over “medescheppers worden van de nieuwe wereld”. Niet langer is dan ons angstige en schuldbeladen bijgeloof vormgevend, maar verbindende liefde. De herinnering zal en kan gloren, zelfs in de wereld van vormen, tijd en ruimte, dat we nooit afgescheiden zijn geweest van onze Vader en van elkaar. We zijn één Zoonschap, heel-van-hart.

De macht om te beslissen is aan mij (Les 152)

Bijna halverwege het jaar gooit Jezus de knuppel in het ego-hoenderhok met werkboekles 152: “De macht om te beslissen is aan mij”. Lees de eerste alinea maar eens door:

Niemand kan verlies lijden tenzij het zijn eigen beslissing is. Niemand lijdt pijn behalve als zijn keuze deze toestand voor hem verkiest. Niemand kan verdrietig of bang zijn, of denken dat hij ziek is, als dit niet het resultaat is dat hij wenst. En niemand sterft zonder zijn eigen instemming. Niets gebeurt er wat niet jouw wensen vertegenwoordigt, en niets wordt achterwege gelaten wat jij kiest. Hier is jouw wereld, compleet tot in elk detail. Hier ligt voor jou haar volledige werkelijkheid. En hier alleen is sprake van verlossing.

We kunnen flink verontwaardigd raken bij het lezen van deze woorden en er zijn ECIW-critici die het tot hun missie hebben gemaakt om keer op keer de wreedheid van deze boodschap te benadrukken. Daar ga ik verder niet op in, en hun kritiek laat zich eenvoudig samenvatten: dit “eigen schuld, dikke bult” klinkt verschrikkelijk. De verontwaardiging en woede kunnen zo groot worden dat de laatste zin van de alinea al niet meer doordringt: “En hier alleen is sprake van verlossing”.

Wat is nu de crux om iets van deze boodschap op waarde te kunnen schatten? Dat is de vraag wie of wat hier nu eigenlijk aangesproken wordt. Eén ding is duidelijk: als we ons vanuit ons kleine zelf aangesproken voelen, vanuit ons ego, dan slaan onze stoppen door.

Dit ego is de identiteit waarmee we ons gewoonlijk onbewust vereenzelvigen. We noemen dit ons “normale” menselijke zijn. Ons wezentje dat meent ooit geboren te zijn, te leven met ups en downs om vervolgens te sterven. Vanuit het perspectief van deze identiteit is de werkboekles inderdaad onzinnig en hard. Ons overkomt precies wat we niet willen en we krijgen niet wat we juist wel willen. Dit staat haaks op deze les!

De paradox is dat je pas enig gevoel voor deze les krijgt als je ego-identificatie wat afneemt. De les is bedoeld om deze identificatie wat te verminderen, maar wordt pas steeds beter begrepen als dit proces van de-identificatie vordert.

Ik vind het leuk om kennis te nemen van hoe verschillende tradities en stromingen aankijken tegen dit fenomeen van de-identificatie met het kleine zelf, het ego, en hoe zij gevoel krijgen voor dat waarin het beeld van het ego verschijnt; noem het bewustzijn, het hogere Zelf of hoe je wilt. In mijn beleving is het gevoel krijgen voor dat wat ons kleine ik overstijgt in eerste instantie een geleidelijk gebeuren. Dat geldt voor beide uitersten van het spectrum. Goeroes die claimen verlicht te zijn en vertellen hoe ze plotseling het licht zagen, blijken in de praktijk (soms) slechts iets meer benul te hebben van de relativiteit van hun ego-identiteit. Aan de andere kant zijn er “niet-spirituele” mensen die wel degelijk onbewust gevoel hebben voor de verbinding met alles en iedereen in de wereld.

Ken Wapnick introduceerde de term “decision maker” voor dat wat een keuze moet maken tussen geloven in afgescheidenheid of uitreiken naar dat hogere, naar de Heilige Geest. Helaas duikt ons denken direct op zo’n term als decision maker, en dan wordt ook deze een prooi voor critici die de onzinnigheid ervan willen aantonen. Een Cursus van Liefde (ECvL) besteedt nuttige en mooie woorden aan de vraag wie er nu precies geadresseerd wordt in ECIW en ECvL. Het is niet het ego, want dat blijft rondjes draaien in zijn eigen wereldje. En het is ook niet de geest, spirit, of de Zoon van God, want uitgaande van deze identiteit is er geen verdeeldheid en ellende, maar slechts heelheid en liefde. In ECvL wordt, in mijn beleving, de decision maker van Wapnick omschreven als “de Christus in ons”.

Maar is het belangrijk om te begrijpen wie of wat kan beslissen in ons wezen? Wellicht wel voor theoretici, filosofen en psychologen, maar voor ons, eenvoudige studenten van de cursus, is het feit dat we allemaal van binnen voelen dat er een keuze mogelijk is het feestje dat gevierd mag worden. Dit gegeven waar we helemaal geen moeite voor hoeven te doen is de sleutel tot onze verlossing. We hoeven slechts helderheid te krijgen over de aard van die keuze en hoe we hier vervolg aan kunnen geven.

De hamvraag, de keuze, is of we bereid zijn te overwegen dat ons geloof in de wereld die we zien, de duale wereld van tijd en ruimte, beperkt en beperkend is. Om ons geloof in afgescheidenheid, en daarmee de echtheid van ons ego, op te schorten. En dan lopen velen tegen de muur van wat de cursus aanduidt als (onschuldige) arrogantie aan. We zijn er zo van overtuigd dat we zelfstandige wezentjes zijn die alles kunnen begrijpen en die weten dat de wereld die we zien precies zo is zoals we geloven, dat we weigeren om de controle en onze slimheid even te parkeren, stil te worden, en te luisteren naar een andere Stem. De Stem vanuit het Geheel, het Goddelijke, de Liefde; de stem van de Heilige Geest.

Deze bereidheid wordt in het Nieuwe Testament bekering genoemd en in elke traditie vind je hiervan beschrijvingen onder wisselende benamingen. Deze bekering is niet het aannemen van een “zo zit het”-beschrijving van de werkelijkheid, maar een open bereidheid tot het ontvangen van liefde, van een inzicht dat niet bepaald wordt door de duale wereld van tijd en ruimte.

De genade van het inzicht is er voor iedereen, maar je zult de knie van het ego moeten buigen om deze deelachtig te worden. Dit inzicht is vervolgens als een mosterdzaadje dat gaat groeien in je binnenste. Er gaat een zekerheid groeien die je blij maakt. Als je hiervan probeert te getuigen, kun je tegen een muur van onbegrip aanlopen. Je merkt dat er broeders en zusters zijn die oren hebben maar niet horen, die ziende blind zijn. Wij worden niet gevraagd hen met woorden te overtuigen, maar om levende voorbeelden te worden van liefde.

Ik geloof ook niet in het harde onderscheid tussen zienden en blinden, tussen spirituele en niet-spirituele, tussen verlichte en onverlichte broeders en zusters. We zijn allemaal onderweg en sommigen zijn iets verder gevorderd en mogen de achterblijvers opwachten, ondersteunen en begeleiden. Zacht en liefdevol. Bewust of onbewust hangen we allemaal aan onze eigen handrem en zijn we bang voor die overgave aan liefde.

Pas als we rustig verder gaan krijgen we er benul van dat dit “hangen aan de handrem” ver gaat. Heel ver. Dat we als Zoonschap kiezen voor het kleine, gekke idee dat de keuze voor remmen, grenzen en ons afgescheiden wanen ons gelukkig zal maken. Dat we ons daarmee verzetten tegen de Wil van de Vader die Liefde is. Pas dan gaan we de blijde boodschap van de werkboekles herkennen:

De macht om te beslissen is aan mij.
Vandaag zal ik mijzelf aanvaarden
zoals mijn Vaders Wil mij geschapen heeft.

Voorbij de spirituele bypass: Hoe ware ontkenning ons naar werkelijke heelheid leidt

Binnen de community van Een cursus in wonderen (ECIW) en Een cursus van liefde (ECvL) horen we vaak over het concept van ontkenning. Maar wist je dat er een cruciaal en diepgaand verschil bestaat tussen wat we ‘ware ontkenning’ noemen en het fenomeen dat we tegenwoordig aanduiden als een ‘spirituele bypass’? Dit verschil draait in de kern om het onderscheid tussen het corrigeren van een fundamentele denkfout en het simpelweg verbergen van onze menselijke realiteit. Hoewel de specifieke term “spirituele bypass” niet letterlijk in de bronteksten van de Cursussen te vinden is, beschrijven ze dit gedrag heel duidelijk als een “onwaardige” of “onjuiste” vorm van ontkenning.

Wat is ware ontkenning? 
Volgens ECIW is ware ontkenning juist een krachtig instrument om onze geest te beschermen en de waarheid te dienen. Het doel hiervan is uitsluitend gericht op het ontkennen van de macht en de realiteit van de dwaling (error). Het is een bewuste en standvastige weigering om te geloven dat illusies de macht hebben om je ware Zelf te kwetsen. In plaats van dat je iets probeert te verbergen, brengt ware ontkenning de dwaling juist volledig in het licht, zodat deze automatisch gecorrigeerd kan worden.

Je kunt het zien als een gezonde vorm van “reality testing”. De geest leert hierbij inzien dat angst en afscheiding geen enkele substantie hebben—ze zijn in feite niets—in vergelijking met de liefde van God, die alles is. In plaats van te vechten tegen wie je bent, herken je met ware ontkenning de Voltooidheid die al in je aanwezig is. Deze beweging is altijd gericht naar de waarheid toe om correctie te laten plaatsvinden. Het aanvaardt het gevoel in het heden volledig, met als doel om de werkelijke bron ervan—namelijk angst—te corrigeren. Het prachtige resultaat hiervan is dat het de wil bevrijdt en de geestelijke gezondheid herstelt door de verstikkende greep van het ego-denksysteem volledig los te laten.

De valkuil van de spirituele bypass 
Hoe anders is dat wanneer we in een spirituele bypass stappen, oftewel de onwaardige ontkenning. Hierbij wordt ontkenning op een onjuiste manier gebruikt om de waarheid te verhullen of om juist te ontsnappen aan de menselijke ervaring. Een veelvoorkomende vorm hiervan is het simpelweg wegdenken van het lichaam of het ontkennen van fysieke feiten. ECvL waarschuwt ons hier nadrukkelijk voor: doen alsof je geen lichaam bent terwijl je ondertussen nog steeds pijn of kou voelt, is puur een poging om jezelf voor de gek te houden. Op dat moment ontken je niet de dwaling, maar juist de aanwezigheid van je actuele menselijke ervaring.

Een spirituele bypass treedt ook op wanneer je opkomende menselijke gevoelens, zoals boosheid of verdriet, direct afwijst omdat je meent dat ze “niet spiritueel” zijn. Je verwerpt dan je werkelijke gevoelens ten gunste van een spiritueel “ideaalbeeld”. In feite probeer je een geïdealiseerd beeld—een soort afgod—van jezelf te bereiken, in plaats van werkelijk te zijn wie je op dit moment bent. Je bent dan constant aan het streven naar een toekomstige, betere versie van jezelf. In plaats van de innerlijke dwaling te corrigeren, misbruik je ontkenning als een “verhullingsmiddel” om ongemakkelijke menselijke situaties te vermijden. Deze beweging is een vlucht; het beweegt weg van de realiteit als een ontsnapping. Het onvermijdelijke gevolg hiervan is dat het leidt tot verdere afscheiding en dualiteit, omdat je een constante innerlijke strijd voert tussen een “spiritueel zelf” en een “menselijk zelf”.

Kiezen voor transformatie en heelheid 
Als we deze twee dynamieken helder naast elkaar leggen, zien we een prachtige les voor onze innerlijke groei. Ware ontkenning zegt in wezen: “Dit lijden is niet de uiteindelijke waarheid over mij,” terwijl het de menselijke ervaring van dat specifieke moment tegelijkertijd volledig omarmt om deze te kunnen transformeren. Een spirituele bypass daarentegen zegt star: “Ik mag dit niet voelen, want ik ben een spiritueel wezen,” waarmee het de eigen menselijkheid onderdrukt en de afscheiding juist versterkt.

Volgens ECvL is de enige echte weg naar heelheid dan ook het volledig aanvaarden van jezelf in het heden, inclusief alle dingen die je op dit moment misschien niet leuk vindt. Alleen door die totale, liefdevolle acceptatie van onze huidige staat kunnen we de vorm verheffen.

Jij doet het fout!

Gisteren schreef ik over m’n echtscheiding en de bijbehorende schuldgevoelens. Vandaag trek ik het breder, zodat het misschien herkenbaar wordt voor meer lezers. Want wie kent niet de situatie waarin iemand anders iets anders wil dan jij en dat uitspreekt door te zeggen dat jij het fout doet of fout gedaan hebt? Soms ziet die ander zichzelf daarbij als slachtoffer, maar hij hoeft niet eens direct bij de situatie betrokken te zijn. Punt is dat hij (of zij) jou beschuldigt: “Je doet het fout.” Het effect wordt nog sterker als er ook nog gesuggereerd wordt dat iemand anders lijdt doordat jij iets verkeerd aanpakt. Dan heb je pas echt reden om je schuldig te voelen. Herken je dit in je eigen leven?

De herhalingsles van vandaag verwijst naar Les 135 met als titel: “Als ik me verdedig word ik aangevallen” en naar de uitnodiging om te onderzoeken wat verdedigingsloosheid je te bieden heeft. Dat is, in mijn beleving, makkelijker gezegd dan gedaan. Het vergt in elk geval nader onderzoek.

Wat gebeurt er met mij als ik me door een ander beschuldigd voel? Dan start ik vanbinnen een soort rechtszaak, waarin ik zowel rechter als beklaagde ben. De hamvraag luidt: “Heeft die ander gelijk?” Er hoeft nog niet eens veel emotie op de lijn te zitten. De mogelijke antwoorden zijn “ja”, “nee” of “dat ligt eraan”. Vervolgens kun je besluiten je uitspraken of gedrag al dan niet te wijzigen. Deze nuchtere aanpak kun je omschrijven als: je maakt het niet persoonlijk. Je voelt je niet aangevallen en het gebeuren wordt als het ware op verstandelijk niveau afgewikkeld.

Zelfonderzoek heeft me geleerd dat ik vroeger vooral persoonlijk getriggerd werd als iemand beweerde dat ik iets doms, onaardigs of oneerlijks had gedaan. Dat eerste, iets doms doen, heeft flink aan lading verloren. Vaak kunnen dingen handiger of slimmer en als iemand me daarop wijst, is dat niet zo’n punt meer. Er zijn altijd mensen die bekwamer of slimmer zijn dan ik; geen probleem, en vaak zelfs handig. Onaardig gevonden worden is lastiger om een plek te geven. En als iemand beweert dat ik keihard sta te liegen, dan is de neiging om me te verdedigen het sterkst. Vermoedelijk gaat dit terug op mijn wat strenge vader, die altijd hamerde op eerlijkheid.

Terug naar de werkboekles. Want wat moeten we hier nu mee? Sommigen zien deze als een oproep om je alles maar te laten welgevallen. Om alles goed te vinden en met een glimlach te accepteren. Is dat niet onze opdracht? Om alles te aanvaarden wat er gebeurt en wat anderen ons aandoen? Moeten we niet de andere wang toe keren als we geslagen worden? Onze spullen afgeven aan het dievengilde? Ons zonder verzet laten kruisigen door wie dat maar wil?

Ik meen dat de werkboekles geen oproep is om een soort ultieme deurmat te worden. ECIW geeft nooit richtlijnen voor gedrag, ook niet in deze werkboekles. De cursus nodigt echter wel uit tot zelfonderzoek en eerlijkheid. Want wat zie je van binnen als je je gekwetst voelt? Dat is hier de eerste uitnodiging. En in dat onderzoek wordt eerlijkheid gevraagd, geen cursus-sausje. Die eerlijkheid kan betekenen dat je oog in oog komt te staan met angst en boosheid. Misschien ook met verdriet, teleurstelling of andere emoties. Deze emoties vragen niet om ontkenning, om als het ware overgeslagen te worden op weg naar zogenaamd “ideaal gedrag”. Er wordt geen plastic glimlach van je gevraagd, of meegaandheid terwijl alles in jou “NEE” roept. Je wordt ook niet gevraagd degene met wie je een aanvaring hebt te knuffelen of op de koffie te vragen terwijl je nog aanvalsgedachten koestert.

Er zijn cursus-studenten die overhaast willen roepen dat er helemaal geen anderen zijn en dat “aanval” dus helemaal niet mogelijk is. En ach, metafysisch gezien zullen ze ergens wel een punt hebben, maar het is niet behulpzaam om dit als een soort nieuw geloof aan te nemen, terwijl je het in wezen nog niet echt hebt ingezien en doorleefd. Maar het andere uiterste werkt op de lange duur ook niet. Die ander als echte dader afschilderen en de verantwoordelijkheid (schuld!) geven voor jouw innerlijke onrust, kan even opluchting geven. Want ja, er zijn verdwaasde broeders en zusters die zich in hun roep om liefde zo waanzinnig gedragen dat je ze liever ontloopt. Je hoeft geen acteur te worden in hun bizarre drama’s. Dat zou ook niet behulpzaam zijn. Maar zelf gaan beschuldigen werkt evenmin. Als jij dat doet raak je verstrikt in de dynamiek van beschuldiging en zelfrechtvaardiging. Dan blijft de interne rechtszaak, en daarmee de worsteling, doorgaan. Ook dat brengt je niet dichter bij helderheid of vrede. De uitnodiging is juist om eerlijk te kijken naar wat er in jou geraakt wordt, zonder de ander tot absolute dader te maken en zonder jezelf tot slachtoffer te verklaren.

Het thema “slachtoffer-dader” is zo groot dat het nauwelijks mogelijk is om het in één blog recht te doen. Ook hierin is er geen rangorde in conflicten. Er lopen zo’n 8 miljard mensen rond, allemaal met hun eigen willetje, en dat botst bijna continu. In plaats van alles te proberen te ontrafelen en analyseren, hanteer ik voor mezelf drie handvatten. Misschien heb je er wat aan:

  1. Mijn gevoelens niet ontkennen maar deze liefdevol aanvaarden.
  2. Aan de slag gaan met Les 135 waarbij de eerste zin van alinea 4 het startschot vormt: “Laten we eerst eens kijken wát je verdedigt”.
  3. Een gebed:

    “Heer, ik voel me bang, boos, verdrietig, tekortgedaan, enzovoort. Daardoor voel ik me vijandig ten opzichte van die ander. Als ik eerlijk ben, koester ik die vijandigheid en die grieven. Vanuit mijn eigen kleine wil ben ik nauwelijks bereid mijn grieven los te laten. Het kost me moeite en het is bijna met tegenzin dat ik U toch wil vragen mij tegemoet te komen. Geef mij kracht om de deur naar liefde en vrede op een kier te zetten. Heer, U vraagt mij: ‘Wil je gelijk hebben of vrede ervaren?’ Ik merk dat ik voor 99% gelijk wil hebben; wilt U dat ene procent te hulp komen? Dank U wel!”