The Voice of Holland and our choice for love.

Het lijkt wel of er een beerput is opengetrokken. We krijgen een blik achter de schermen van dit populaire programma en wat we daar zien is schokkend. Mannen met een machtspositie hebben deze macht misbruikt en deelnemers, zelfs minderjarige, ongepast en beschadigend behandeld. Laat ik het voor nu maar even zo uitdrukken, je weet waar ik het over heb. Verontwaardiging overheerst in de media. Hoe kon dit gebeuren? Wie waren erbij betrokken en wie waren hiervan op de hoogte? Er zullen koppen gaan rollen en ik vermoed dat enkele bekende gezichten zelfs achter de tralies zullen verdwijnen.

Nadat mijn eigen verontwaardiging een beetje tot rust was gekomen, probeerde ik dieper te kijken. Eerst zag ik dus die boosheid en toen een soort plaatsvervangende schaamte voor de mannelijke vorm die ik voor mijn huidige incarnatie gekozen heb. Wat drijft deze mannen toch? Ze zijn rijk en beroemd, hebben een partner en lijken niks tekort te komen. Die onverzadigbaarheid interesseert me. Ik hoorde ooit van een boek met de titel: “Niets meer te wensen en toch niet gelukkig”. Dat omschrijft het wel zo’n beetje.

ECIW maakt ons bewust van onze eigen verslaving om de dader-slachtoffer indeling te projecteren op wat we buiten onszelf menen te zien. Onze verslaving komt bij deze situatie duidelijk aan het licht. We hebben medelijden met de onschuldige slachtoffers en zijn boos op de schuldige daders. We willen de daders veroordelen en straffen. Op ons alledaagse droom-niveau is dit voorlopig mogelijk ook de beste aanpak om herhaling te voorkomen. Mogelijk is dit dus het meest liefdevol voor alle betrokkenen.

Maar toch heb ik / hebben wij vergevingslessen te leren. Het boek “Een Cursus van Liefde (ECVL)” werpt hier een wijze blik op. De hele situatie bij The Voice of Holland illustreert dat we niet weten wie we werkelijk zijn en hoe we werkelijk gelukkig kunnen worden. Kandidaten kunnen menen dat ze echt afhankelijk zijn van de goedkeuring en steun van bandleiders en coaches. De begeleiders denken dat hun seksuele uitspattingen iets toe zullen voegen aan hun geluk dat kennelijk maar niet compleet wil worden ondanks al hun zogenaamde succes. We zien niet in dat we liefde verwarren met zogenaamde behoeftes. We denken iets nodig te hebben van anderen of we denken dat we anderen kunnen gebruiken om zelf gelukkiger te worden. We verlangen naar iets wat we maar niet te pakken kunnen krijgen.  Over dit verlangen zegt ECVL:

C4.3 Liefde en verlangen zijn zo nauw met elkaar verbonden omdat ze zich hebben verenigd op het moment van de afscheiding, toen zowel de keuze om van liefde weg te gaan en ook de keuze om naar liefde terug te keren gelijktijdig werden geboren. Daarmee was de liefde niet voor altijd verloren maar werd ze overschaduwd door het verlangen dat, geplaatst tussen jou en jouw Bron, zowel haar licht verduisterde als jou herinnerde aan haar eeuwige aanwezigheid. Verlangen vormt het bewijs dat liefde bestaat, want zelfs hier zou je niet kunnen verlangen naar iets waaraan je geen enkele herinnering hebt. 

ECIW legt het ons uit in termen van de speciale relatie. Wij denken een soort ruilhandel te moeten bedrijven om gelukkig te kunnen worden. Ten diepste gaat het steeds over hetzelfde patroon of deze ruilhandel nu vrijwillig gebeurt of meer de vorm krijgt van ‘offer’ of ‘roof’ zoals in de Voice.

De uitnodiging aan mijzelf en aan ons is tweeledig. Eerst mogen we ons bewust worden van onze neiging om te oordelen, om per se de etiketten ‘slachtoffer’ en ‘dader’ te willen opplakken. Kunnen we zien hoe het fundamentele verlangen naar liefde, naar de herinnering van wie we zijn, vervormd is geraakt tot de rare karikatuur die we op de tv zien? Kunnen we voelen hoe ons oordeel zich naar binnen keert en zorgt voor een verharding van onze houding? Tot aanvalsgedachten? Daarna volgt de uitnodiging om de blik naar binnen te slaan en te onderzoeken hoe wij marchanderen in onze speciale ‘liefdes-‘ relaties.  Kunnen we hier de ruilhandel ontdekken? De subtiele vormen van manipulatie en chantage? Kunnen we onder al dit gekonkel het oerverlangen herkennen, dat verlangen om te ontdekken wie we werkelijk zijn? ECIW reikt ons dat machtige instrument van ‘vergeving’ aan. Een instrument dat we niet kunnen misbruiken. We mogen ons oordeel laten wegnemen door de Heilige Geest, hoezeer ons ego ook schreeuwt om rechtvaardigheid en straf. En nogmaals; het kan voor nu het meest liefdevol zijn om, zonder haatgedachten, te zoeken naar manieren om misbruik van deelnemers te voorkomen. Ik heb niet de expertise om uitspraken te doen over de beste vorm van slachtoffer- en daderhulp, om dit onderscheid voor de laatste keer te maken.

Graag sluit ik af met mooie woorden uit ECVL.

4.5 Elke vorm van angst eindigt wanneer het bewijs voor jouw bestaan is geleverd. Alle angst is gebaseerd op je onvermogen om liefde te herkennen en dus te herkennen wie je bent en wie God is. Hoe zou zo’n hevige twijfel geen angst veroorzaken? Hoe zou je niet verblijd kunnen zijn wanneer twijfel heeft plaatsgemaakt voor liefde? Alle schaduwen vervliegen wanneer twijfel verdwijnt. Niets staat meer tussen het Kind van God en zijn eigen Bron. Er zijn geen wolken meer waarachter de zon kan schuilgaan, en de nacht maakt plaats voor de dag.  

4.6 Kind van God, je bent een vreemde hier, maar je hoeft geen vreemde voor jouw Zelf te zijn. In het kennen van jouw Zelf verdwijnt alle angst voor tijd, ruimte en plaats. Je mag dan nog steeds lopen door een wezensvreemd land, maar niet meer in een mist van geheugenverlies die dat wat slechts een kort avontuur zou zijn, heeft veranderd in een nachtmerrie en zo’n totale verwarring dat er geen greintje veiligheid mogelijk is en de dag eindeloos overgaat in de nacht in een lange mars naar de dood. Herken wie je bent en Gods licht zal je voorgaan, ieder pad verlichten en de mist van dromen oplossen zodat je ongestoord ontwaakt.  

4.7 Uitsluitend liefde heeft de macht om deze doodsdroom te veranderen in een ontwakend gewaarzijn van eeuwig leven. 

Jezus, ons baken van Liefde

We kennen het kerstverhaal toch vooral vanuit de Bijbel. Jezus, de belichaming van licht en liefde, kwam onder ons om de duisternis te verdrijven. Zijn boodschap over een liefdevolle Vader en zijn oproep om elkaar lief te hebben klinkt al tweeduizend jaar. Een boodschap van onvoorwaardelijke liefde bleek voor ons te groot om te bevatten en we vertroebelde Jezus’ blijde boodschap met een duister verhaal over een God die het bloed van zijn zoon nodig zou hebben om weer van ons te kunnen houden. Goddank werd dit verhaal gecorrigeerd in Een Cursus in Wonderen. God, onze Vader, is louter licht en er is in Hem in het geheel geen duisternis. Halleluja! Wij worden uitgenodigd onze denkgeest te laten genezen zodat ook hier alle duistere projecties vervangen mogen worden door licht en liefde.

Kenmerk van licht is dat het zich wil uitbreiden, zich wil manifesteren. Hierover gaat Een Cursus van Liefde (A Course of Love) dat binnen enkele maanden in het Nederlands zal verschijnen. Reeds in de Bijbel zei Jezus dat we het licht niet moesten afdekken onder een korenmaat. In ECIW leert Jezus ons dat we het wonder niet alleen voor onszelf moeten accepteren maar moeten aanbieden aan onze naasten. De boodschap van Jezus is nooit veranderd: we zijn het geliefde Kind van de Vader en mogen als een kerstster stralen in Zijn Schepping.


Over de boodschap van Jezus in Bijbel, ECIW en ECvL schreef ik een wat uitgebreidere blog (pagina op http://www.eciwcoach.com) die je vindt via onderstaande link. Ik wens jullie alle licht en liefde!

Simon

https://eciwcoach.com/nieuwe-testament-een-cursus-in-wonderen-en-een-cursus-van-liefde/

Wat blijft er van me over?

Het blijft een lastig dingetje die “verlichting” of, in ECIW-termen, verlossing. Ook best wel een beetje eng. Het beeld wat te pas en te onpas wordt gebruikt is dat van een druppel water die terugvalt in de oceaan. Dat druppeltje staat hierbij model voor ons geloof in afgescheidenheid waarbij het druppeltje vergeten is dat het uit hetzelfde materiaal bestaat als de oceaan. Kun je bij jezelf ook die dubbele gevoelens bespeuren bij dit beeld? Aan de ene kant lijkt het je fijn om weer te beseffen dat je niet afgescheiden bent van het geheel, van die oceaan. Maar is het, aan de andere kant, nu wel zo geruststellend om als druppeltje te verdwijnen in de onmetelijkheid? Zou de angst je niet om het hart slaan als dat oplossen in het geheel zich dreigt aan te dienen?

Broeders en zusters die het fijn vinden om het non-duale karakter van ECIW te benadrukken kunnen zeer radicale taal hanteren. In de absolute eenheid kan er natuurlijk geen God zijn die iets afweet van een droomwereld, geen God tot wie we kunnen bidden, geen entiteit die we de naam ‘Heilige Geest’ kunnen geven, geen echte broeder Jezus noch andere broeders en zusters: alles is immers één? Ik noem dit wel eens ‘de theorie van de platte pannenkoek’. Zodra zo’n radicale medestudent een uitspraak bespeurt met een zweem van dualiteit dan gaan de wenkbrauwen omhoog. In de eenheid kan geen sprake zijn van differentiatie of van indivuatie.

Ik spreek en correspondeer regelmatig met verstandelijk verlichte broeders en zusters. Wat me opvalt is dat ze vooral zeer oplettend zijn voor zogenaamd duale uitspraken van hun gesprekspartner. Zodra deze bijvoorbeeld het woord ‘anderen’ in de mond neemt wordt dit direct gecorrigeerd. Soms heel subtiel maar toch wat belerend. Soms slechts door hun antwoord: “anderen?” Er zijn immers geen anderen in de eenheid. Dit roept dan wel weer onmiddellijk de vraag op waarom deze verlichte leraar de moeite neemt om corrigerende woorden uit te spreken. Immers, consequent doorredenerend spreekt hij of zij slechts tegen zichzelf. Het einddoel van verstandelijke verlichting is totale naar binnen gerichtheid, totale indifferentie richting de ‘buitenwereld’ (want die is er immers niet) en dezelfde indifferentie voor wat betreft eigen lichamelijke en psychische gesteldheid. In de praktijk eten deze broeders en zusters de eigen soep ook niet zo heet.

Het kan lijken of ik dit veroordeel. Dat is niet zo. Wie wil we nou niet zo’n ultieme innerlijke vrede? Mijn punt is dat de ultieme, non-duale theorie allesbehalve origineel is en ook geen recht doet aan de woorden van Jezus in ECIW. Velen van jullie zijn bekend met Advaita en wellicht dat we daarom ook zo snel accepteren dat de visie van Jezus hiermee helemaal samenvalt. Het is minder bekend dat de illusie “eigenlijk bestaat alleen mijn bewustzijn” allang bekend is binnen de filosofie onder de naam solipsisme. (Wikipedia: Solipsisme (van het Latijnse solus (“alleen”) en ipse (“zelf”)) is de overtuiging of de filosofie dat er maar een enkel bewustzijn bestaat: dat van de waarnemer. Het hele universum en alle andere personen waarmee gecommuniceerd wordt, bestaan slechts in de geest van de waarnemer.)

Ik meen dat Jezus in de Bijbel, in ECIW, ECvL, WoM en andere boeken, meer biedt dan een radicale non-duale theorie. De kern hiervan zit eigenlijk vervat in het woord ‘Schepping’. We nemen dit woord zo makkelijk in de mond terwijl het in feite voor de radicaal non-duale persoon een onaanvaardbaar woord zou moeten zijn. De ultieme conclusie voor hem kan alleen zijn dat er niets bestaat en dat dit hetzelfde is als zeggen dat er slechts sprake is van ‘alles’. Dus alles = niets. Het unieke van Schepping echter, bestaat uit het onbegrijpelijke fenomeen van zich uitbreidende liefde. God, onze vader, dit zijn, deze liefde kan niet anders dan zich uitbreiden om Zichzelf te kennen. Anders gezegd: hij dient ogenschijnlijk onderscheid te creëren om zichzelf te kennen. Dat begint al direct met de heilige Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. De verstandelijk verlichte zou, consequent doorredenerend, moeten toegeven niks met deze wonderlijke Drie-eenheid te kunnen. Hij zou deze moeten afdoen als “louter symbolisch” (iets dat Ken Wapnick dan ook daadwerkelijk doet).

Hier zie je in volle glorie de rijke, mysterieuze en vooral liefdevolle boodschap van Jezus en hoe deze zich verhoudt tegenover de platte-pannenkoek-theorie. En dit biedt ons de hoop dat we meer zijn dan een anoniem druppeltje dat zich even boven de oceaan bevindt om vervolgens terug te vallen in het alles of niets. Ik had vroeger een wiskundeleraar die als gevleugelde uitspraak had: “het is alles of niets en het is allebei niets”. En zo is het.

Het unieke van de boodschap van Jezus is dat de Heilige Relatie bestaat. Nu schieten woorden echt te kort. Er is sprake van ‘een soort’ differentiatie, individuatie, onderscheid, meervoudigheid enzovoort zonder dat er sprake is van afscheiding. Voor ons verstand kan dit niet. Ons verstand zegt dat relatie alleen kan bestaan als er sprake is van tenminste twee ‘entiteiten’. Het mysterie van de schepping is dat er relatie is zonder afscheiding, zonder verschil. En dat is de hoop van dat druppeltje. Dat druppeltje is geen druppeltje bewustzijn dat zal verdwijnen in het anonieme zijn. Nee, dat druppeltje is een eeuwige Zoon van God, geschapen voor de eeuwigheid en veilig in de omarming van zijn Vader. Kunnen we ons dit voorstellen? Nee, daar kan ons verstand niet bij. Kunnen we er alvast van proeven? Ja, dat kan! Als we ons in deze droomwereld middels ware vergeving verbinden met onze broeders, als we de liefde laten stromen, dan krijgen we steeds meer glimpen te zien van onze ware aard, van de liefde die we zijn. We krijgen openbaringen die we niet in keurige, kloppende woorden kunnen uitdrukken maar die wel enorm bemoedigend zijn. We zijn de geliefde Kinderen van de Vader. Wat een heerlijke boodschap van Jezus!

In den beginne schiepen Vader en Zoon de aarde?

In de complete editie van ECIW heeft Robert Perry een mooie studie gemaakt over de vraag wie de schepper is van het universum dat we menen te zien (Cameo Essays 13). Is dit dan niet duidelijk? Stelt ECIW niet overduidelijk dat wij, als Zoon van God, deze wereld dromen om de illusie van afgescheidenheid zo echt mogelijk te laten lijken? Opvallend genoeg staat in de beginhoofdstukken van de complete editie, gebaseerd op de aantekeningen van Helen Schucman, dat God de wereld van tijd en ruimte gemaakt heeft als een leerinstrument, om verzoening weer mogelijk te maken in onze denkgeest. In de latere hoofdstukken wordt deze rol toebedeeld aan de Heilige Geest. De schrijvers van de ons bekende versie van ECIW (de FIP-versie, het blauwe boek) hebben de God die een doel heeft met de wereld vervangen door de Heilige Geest om consistentie in de tekst te brengen.

Ik betrapte mezelf erop dat ik in termen van tijd blijf denken als ik denk aan het nieuwe doel dat God/HG met de wereld hebben. Dus ik stel me dan voor dat eerst de mens in de fout gaat (gaat geloven in afscheiding) en daarna God/HG ingrijpt en een soort truc bedenkt om onze miskleun toch ten goede aan te kunnen wenden. Zo van: “laten we er dan maar het beste van maken”.

We moeten echter heel voorzichtig zijn met dat logische denken van ons. Want dat “eerst” en “daarna” gaat al uit van het bestaan van tijd. Het is veel zuiverder om te overwegen dat “tijd” dus op hetzelfde moment door de mens werd gemaakt als dwaling, en tegelijk door God/HG werd geschapen als oplossing. Wellicht dat we nu weer protesteren tegen dat woord “geschapen” omdat we zo goed geleerd hebben dat het tijdelijke niet geschapen werd maar gemaakt. Maar ook hier geldt dat de oorspronkelijke Cursus, zeker in de eerste hoofdstukken, helemaal niet zo streng onderscheid maakte tussen maken en scheppen. (Hetzelfde geldt overigens voor het woord “projecteren” dat wij slechts zien als het projecteren van dromen terwijl de Cursus ook spreekt over projecteren (van liefde=scheppen) door God).

Waarom zouden we aandacht geven aan dit soort kwesties? Maakt het de boel niet onnodig verwarrend? Ik meen dat we deze nuance hard nodig hebben en dat deze behulpzaam is. Als wij immers de wereld slechts zien als een “door ons geprojecteerde hel” dan willen we deze zo snel mogelijk ontvluchten. We willen er ons van distantiëren en dit kan leiden tot een averechts effect waarbij we ons nog meer afgescheiden voelen dan we al deden. Als we daarentegen de wereld van tijd en ruimte ook kunnen zien als “Goddelijke creatieve oplossing” dan openen we de mogelijkheid om de weg van liefde en verbinding in deze wereld te kunnen bewandelen. Niet om de droom echt te maken maar om de verzoening in onze denkgeest te bewerkstelligen.

Ik heb genoemde Cameo Assay 13 voor eigen gebruik vertaald en plaats deze om mijn website voor geïnteresseerden (link: https://eciwcoach.com/schiep-god-ruimte-en-tijd  ). Het is een wat vrije vertaling en de referenties betreffen de Complete and Annotated Edition, maar ik meen dat de boodschap duidelijk overkomt.

Hartegroet,

Simon

Van correctie naar feest!

Goedemorgen broeders en zusters. Vandaag wil ik graag een ervaring delen die jullie zullen herkennen maar die toch ook weer lastig te delen valt. Het heeft te maken met een soort feestelijke overgang in ons wezen. Deze overgang is grondig voorbereid door ECIW en ECIW heeft ook alles in zich om deze overgang in gang te zetten. Wij mogen ECIW eerst gebruiken voor een grote opruimactie. Wat moet er dan zo nodig opgeruimd worden? Ons verstandelijk geloof in “zo-zit-het” concepten. Het diepst gewortelde en onjuiste concept is “ik ben afgescheiden van God en van anderen”. Geloof in het concept van afgescheidenheid brengt alle ellende met zich mee waar we helaas zo vertrouwd mee zijn geworden: eenzaamheid, angst, boosheid en eindeloos zoeken naar vrede.

En wat een heerlijk geschenk is ECIW dan! Ik ben zo dankbaar voor dit boek. De sleutel die ons hierin wordt aangereikt is die van vergeving. Vergeving is zoiets als ons geloof in afgescheidenheid laten oplossen door liefde. En dat voelt vreemd genoeg een beetje eng in het begin. Het voelt alsof je een wapenuitrusting moet neerleggen terwijl je bij iemand bent die je nog niet vertrouwt. Ik heb hier tijd voor nodig en steun. Het is een heerlijke ontdekking wanneer je hoort dat die steun er daadwerkelijk is in de vorm van onze wijze broer Jezus en de Heilige Geest. Als we ons vanuit onze vermeende afgescheiden staat tot hen richten en vragen om hulp bij het leren vertrouwen van onze naasten dan is deze hulp direct voor ons beschikbaar.

Sommigen wijzen erop dat we Jezus en de HG eigenlijk moeten zien als symbolen. Voor mij werkt dit niet. Als ik vanuit mijn kleine zelfje mijn vertrouwen moet richten op iets wat ik zou moeten opvatten als zelfbedacht symbool dan lukt dat natuurlijk niet. En de kracht komt ook niet uit mijn kleine zelf. Als ik Jezus en HG opvat als tijdelijke, eigen bedenksels dan moet ik nog steeds mijzelf aan mijn eigen haren uit het moeras trekken. Het is een feest om je over te geven aan de kracht van de liefde die van buiten dit kleine zelf lijkt te komen. Je Vader en je Broeders trekken je uit het moeras; wat een wonder!

Deze ontdekking brengt ons terug bij het ervaren van de scheppingskracht van liefde. Niet mijn eigen, naar binnen gerichte, kleine denken zal mij bevrijden. Nee, pas als ik mijn vertrouwen schenk aan die grote Wil, die liefdevolle scheppingswil van onze Vader, pas dan stroom ik in de flow van de schepping.

Wie mijn blogs een beetje volgt weet dat ik gepassioneerd reageer als ECIW-leraren ons oproepen om de blik voor 100% naar binnen te richten. Ik houd van hen omdat ik hun passie voel om innerlijke blokkades op te ruimen. Maar als de focus compleet komt te liggen op ontkenning van een ‘buiten’ dan ontken je het mysterie van de schepping en werp je het kleine zelf in feite terug op zichzelf. Dat vindt het ego helemaal niet erg. Het viert een macaber ‘feest’ als het roept dat het op zichzelf staat, dat er geen Jezus of HG of Vader ‘buiten’ hemzelf is om op te vertrouwen en te hulp te roepen. Als gevolg hiervan wordt ook het bestaan van andere Broeders en Zusters ontkend. Het ego wil koning zijn in zijn eigen rijk en wil alles zelf bedacht hebben en zijn redding zelf ter hand nemen.

Ik vermoed, of hoop vooral, dat deze knieval voor het ego slechts een tijdelijk gebeuren is op weg naar verlossing. Als je de valkuil zelf ervaren hebt dan herken je het ook duidelijk in de boodschap van anderen. De verstandelijke ‘verlichte’ zal mij met verbloemde strengheid direct willen corrigeren als ik het woord ‘anderen’ hanteer. Het is te merken dat vreugde, verwondering en sprankeling ontbreken. De gevorderde ECIW-student is vooral blij verwonderd als hij ontdekt dat de ‘andere’ broeders en zusters niet anders zijn maar in wonderlijke eenheid met hem verenigd. Voel je het verschil?

ECIW heeft een heerlijke omschrijving voor dat diepe mysterie van één te zijn zonder alleen te zijn. Het spreekt van een Heilige Relatie. Ons kleine verstand kijkt hier met opgetrokken wenkbrauwen naar. Het mompelt dat dit ook maar een tijdelijk iets is op weg naar echte eenheid. Maar met ‘Heilige Relatie’ plaatst Jezus ons in het hart van het mysterie van Gods door liefde gedreven schepping. Woorden schieten hier tekort maar het is werkelijk feest als je via de weg van vergeving en het ontvangen en aanbieden van wonderen ontdekt dat de anderen niet anders zijn maar wel echte Broeders en Zusters van Jou. Deze ontdekking luidt het einde van de angst in, zelfs de angst voor de dood. Wat een feest!

Jezus en onze vaccinatie-ruzie

Ik merk dat de discussie over wel- of niet vaccineren enorm beladen is geraakt. Ook in de ECIW-community. Sommige gevaccineerden houden de vaccinatie-weigeraars verantwoordelijk voor de overbezetting in de ziekenhuizen, de hieraan gekoppelde maatregelen in de maatschappij en daardoor een verlies van vrijheid. Sommige vaccinatie-weigeraars voelen zich onder druk gezet om iets te doen met hun lichaam wat ze niet willen en ook zij vinden dat ze in hun vrijheid beperkt worden omdat ze niet meer gaan en staan kunnen waar ze willen. Beschuldigingen vliegen over en weer. Vaccinatie-weigeraars worden, even scherp geformuleerd, uitgemaakt voor asocialen en gevaccineerden voor dictators.

Binnen ECIW-groepen vindt er een lastige spraakverwarring plaats die we kunnen herkennen als niveauverwarring. Gevaccineerden wijzen er dan op dat het heel liefdevol is om je te laten vaccineren, niet alleen voor jezelf maar ook voor de hele samenleving. Vaccinatie-weigeraars zeggen dat liefde je nooit de wet voorschrijft maar juist vrijheid biedt en zeker geen dwang. In de onderlinge discussie lijken niveau-I woorden als “liefde” en vrijheid” te botsen met niveau-II woorden als “ziekte, bijwerkingen, consequenties en schaarste”. Valt dit nog te ontrafelen? Mogelijk helpt het als we ons bezinnen op de vraag: “wat zou Jezus doen?”  

Jezus had ook te maken met een situatie waarbij anderen hem hun wil oplegden en hem lichamelijk leed aandeden in de vorm van geseling en kruisiging.  Hij keek liefdevol naar de soldaten die hem doodden. “Hoewel jij mij lijkt aan te vallen en te doden weet ik dat ik meer ben dan dit lichaam en houd ik van jou, onschuldige broeder”.

Ik wil dit niet vertalen naar de vraag hoe wij ons zouden moeten gedragen in de huidige vaccinatie-kwestie. Maar wellicht kunnen zowel gevaccineerden als vaccinatie-weigeraars iets leren van zijn houding en visie op leed dat anderen ons lijken aan te doen. Dus zie wat nu volgt als illustratie om binnen te laten komen, om de toon te zetten. Hoe zouden wij kunnen reageren vanuit Christus-bewustzijn?

  • Jezus tegen de gevaccineerde: “Waarom vrees je jouw ongevaccineerde broeders en zusters? Vreesde ik de melaatsen, de verstotenen en uitgeworpenen? Nee, ik zocht ze op, at met hen en omarmde hen. Je bent zo bezorgd over eigen gezondheid dat zelfs het vooruitzicht niet behandeld te kunnen worden bij een eventuele toekomstige ziekte je bang maakt, en je wijst beschuldigend richting de mensen die tussen jou en jouw verzorging in kunnen staan. Laat me jouw angst genezen. Zie de angst bij de vaccinatie-weigeraars en laat hun jouw angstloosheid zien door van hen te houden. Bied hun het wonder aan van jouw angstloosheid opdat hun denkgeest tegelijk met de jouwe mag genezen.
  • Jezus tegen de vaccinatie-weigeraar: “Waarom ben je zo boos op je bange gevaccineerde broeders? Je verdedigt jouw keuzes en jouw bewegingsvrijheid als een recht. Niemand mag jou dwingen iets tegen je zin in te ondergaan en als ze dat toch doen dan verdienen ze jouw oordeel. Ik zweeg toen ik aangeklaagd werd, liet me kruisigen door de angstigen en bood hun daarmee het wonder aan. Hoe ziet jouw kruisiging eruit? Een prikje in je arm? Een paar maanden thuiszitten? Kun je dat ondergaan zonder de stroom van liefde te doorbreken?”

Jezus zou, zowel met als zonder vaccin in zijn lichaam, het volgende zeggen tegen zowel vaccinatie-weigeraar als gevaccineerde: “als jij ziek bent en er geen bed voor jou is dan geef ik je het bed waar ik in lig, zelfs als dit betekent dat mijn lichaam sterft.” En daarmee laat hij ons zien dat zijn denkgeest genezen is en biedt hij ons door zijn gedrag het wonder van liefde aan.

Voordat iedereen over me heen buitelt dus nogmaals: dit zijn geen adviezen voor gedrag maar een poging om het radicale karakter van de boodschap van Jezus binnen te laten komen.

Ik heb geen boter op mijn hoofd broeders en zusters. Binnen de droom heb ik gekozen voor geloof in vaccinatie en heb ik te dealen met mijn oordeel over vaccinatie-weigeraars. Ik merk dat ik het oneens ben met hun argumenten maar doe telkens weer een beroep op de Heilige Geest om mijn angst en oordeel te genezen. En dat geeft me hoop. Het voorbeeld van het verven van een doek textiel spreekt me hierbij aan. Na één onderdompeling van het doek in het verfbad is de kleur nog bleek. Pas na vastbesloten en herhaald onderdompelen krijgt de doek zijn beoogde kleur. Ik heb veel en herhaalde vergevingsoefeningen nodig maar ik wil de kleur van liefde krijgen. Niet 50 of 90% maar 100%. Laat jij je met mij onderdompelen in Liefde?

Wat adviseert mijn leraar of medium?

Gisteren sprak ik een mede ECIW-student over rare opvattingen die soms de ronde doen. Eén van die ontsporingen is dat het niet handig zou zijn om iemand in deze wereld te helpen omdat je daar de illusie echt mee zou maken. Dit is een typisch geval van niveauverwarringen. De Cursus geeft geen richtlijnen over wat we wel of niet moeten doen maar spoort ons aan om vanuit liefde te handelen. Zo simpel is het. Ons hart weet direct dat we een drenkeling de helpende hand moeten reiken. Het is slechts ons denken dat de stroom van liefde blokkeert. Natuurlijk heeft ons denken een functie in de wereld maar als we ons verstand gaan gebruiken om te bepalen wat we wel of niet vanuit liefde zouden moeten doen volgens de één of andere theorie of theologie, dan slaan we de plank mis.

Ons verstand gaat op zoek naar boeken of leraren waar het gezag aan verleent om te horen wat het moet doen. Het gesprek met mijn broeder had een opvallend vervolg. Thuisgekomen had hij de kwestie van het helpen van anderen met zijn vrouw besproken. Hij mailde me dat zijn vrouw een medium kende dat direct contact had met Jezus en dat dit medium gezegd had dat het helpen van anderen volgens Jezus oké was. “Nou, prachtig toch?”, zou je nu wellicht zeggen, hiermee is de vraag beantwoord.

Ik ben echter helemaal niet gerustgesteld door deze gang van zaken. Natuurlijk is het antwoord totaal niet verrassend. Maar het is de afhankelijkheid van mijn broeder van een “autoriteit” die me zorgen baart. Want wat zouden mijn broeder en zijn vrouw zijn gaan geloven als het medium had gezegd dat je beslist niet moet proberen om in deze wereld anderen te helpen? Zouden ze dit dan tot leidraad van hun leven en handelen gemaakt hebben?

Dat zoeken naar de mening van zogenaamd gezaghebbende anderen is wijdverbreid. Kennelijk voelen we ons zo onzeker dat we ons tot autoriteiten wenden die ons moeten zeggen wat wáár en wat onwaar is, wat we wel en wat we niet moeten doen. We zien dit gevaarlijke patroon makkelijker bij anderen dan bij onszelf. Van de zelfmoordterrorist die zich in naam van God opblaast vinden we dat hij of zij gevaarlijk geradicaliseerd is. Vanuit blind geloof in een foute uitleg van (bijvoorbeeld) de Koran doet hij akelige dingen. Maar is die afstand tot onze eigen neiging om vanuit vreemde opvattingen te handelen werkelijk zo groot? Wat als een ECIW- leraar ons aanspoort om de ellende die we op tv zien weg te lachen? Wat als hij of zij ons zegt om het kind dat in de vijver valt maar te laten verdrinken omdat je slechts naar een droom kijkt? Volgen wij dan deze adviezen?

We zijn ons nauwelijks bewust hoe afhankelijk we zijn van de mening van mensen die we als autoriteit beschouwen. Ik ken studenten die de negatieve mening van ECIW-leraren over Een Cursus van Liefde klakkeloos overnemen terwijl deze leraren het boek zelf niet gelezen hebben. Maar vooral als channelers claimen een direct lijntje met Jezus te hebben neigt men tot blinde gehoorzaamheid aan hen. Besluiten om op hun advies een boek niet te lezen is één ding, maar je medemens niet meer helpen is allesbehalve behulpzaam. Momenteel is het kennelijk “hot” dat mediums apocalyptische uitspraken doen over het einde der tijden. Dat de tijd een illusie is hoeft ons als ECIW-studenten niet te verbazen maar uit angst op advies van een medium een moestuin beginnen, WC-rollen kopen, je niet (of wel) laten vaccineren etc is koren op de molen van het bange ego.

In Een Cursus van Liefde gaat het over onze relatie met leraren en channelers en vooral over onze relatie met Jezus. En laat ik helder zijn over mijn eigen relatie met hen: ik kan leren, genieten en geïnspireerd raken door woorden van anderen. Maar dat is wat anders dan hen zien als gezaghebbende orakels. ECvL gaat over het (her)vinden van de juiste balans tussen hoof en hart. Om te leren handelen vanuit ons Christus-bewustzijn. Als er via onze oren woorden binnen komen in ons verstand, dan is het goed om deze woorden onder curatele van ons hart te plaatsen. Wat merken we daar? Herkennen we de woorden als een expressie van liefde of klinkt er angst, minachting en aanval in door? Jezus roept ons ook in ECIW op om niks zo maar aan te nemen. Onze functie is om werkelijk behulpzaam te zijn, de genezing voor onze denkgeest door liefde te aanvaarden en het wonder van naastenliefde aan onze broeders en zusters aan te bieden.

Ik denk dat er onnoemelijk veel ellende plaatsvindt in de wereld omdat we klakkeloos anderen volgen waarvan we vinden dat ze een goed verhaal hebben. Die anderen kunnen bekenden zijn, stamhoofden, staatshoofden, religieuze leiders, ECIW-leraren van aanzien, channelers etc. De uitnodiging is om oplettend te blijven en het luisteren, nadenken en handelen onder leiding van de liefde, Jezus, de Heilige Geest te plaatsen. Vooral voor mezelf voeg ik er nog de volgende uitnodiging aan toe: liefdevol reageren wanneer te volgzame en verwarde broeders, zusters (en ikzelf) tijd nodig hebben om door liefde genezen en geleid te worden.

Is dat echt wat Jezus ons leert in ECIW?

.https://eciwcoach.com/eciw-fabeltjes-2/

Jezus heeft ECIW woordelijk gedicteerd aan Helen Schucman. We mogen ervan uitgaan dat hij zijn woorden zorgvuldig gekozen heeft en precies zegt wat hij bedoelt. Het is fijn dat er in de verspreiding van Jezus’ mooie boodschap een rol is weggelegd voor leraren. Jezus wijdt zelfs een apart gedeelte in ECIW aan hun rol (Handboek voor leraren). Wij als eenvoudige studenten moeten echter waakzaam blijven wanneer we luisteren naar de uitleg van leraren. Zeker als een leraar zoiets zegt als: “Jezus zegt in ECIW misschien wel dit, maar dit is slechts symbolisch bedoeld omdat wij de échte waarheid nog niet kunnen verdragen. Want de echte waarheid is zus of zo”

Als we te veel gaan steunen op de interpretatie van ECIW-leraren dan lopen we het risico om in ECIW precies te vinden wat we graag willen horen. Er sluipen misvattingen binnen in onze denkgeest. Robert Perry is een cursus-leraar die zo dicht mogelijk bij de woorden van Jezus blijft. Hij is zelf de eerste die toegeeft dat ook hij in zijn uitleg feilbaar is en verwijst ons daarom telkens terug naar de woorden van de volledige versie van ECIW, The Complete and Annotated Edition (helaas niet vertaald in het Nederlands).

Robert heeft een opsomming gemaakt van 50 veel gemaakte vergissingen die afgelopen decennia onze denkgeest zijn binnengeslopen. Afgelopen twee weken heb ik deze in gedeelten vertaald en deels als blog gedeeld in de serie “ECIW-fabeltjes”. De vertaling van Roberts hele artikel heb ik als pagina op mijn website geplaatst, ook als pdf (zie bovenstaande link). Ik hoop hiermee medestudenten te kunnen helpen die nu struikelen over vreemde misvattingen die over de cursus de ronde doen. Ik noem er hieronder een aantal.

Ik wens je veel wijsheid en liefde!

Simon Schoonderwoerd

Voorbeelden van misvattingen:

  • We moeten de Cursus niet zo letterlijk nemen
  • Zoeken naar de juiste interpretatie van ECIW is iets voor het ego
  • God weet niet dat wij bestaan en hij weet niets van de scheiding
  • God verhoort geen gebeden
  • De Heilige Geest is geen wezen maar onze herinnering aan God
  • De Jezus van ECIW heeft niets te maken met de Jezus uit de Bijbel
  • De wereld die we zien is een illusie en als je daarin wilt handelen of helpen maak je de illusie echt.
  • Het gaat er uitsluitend om mijn perceptie te veranderen
  • Anderen zijn mijn projectie
  • Hitler vervulde gewoon zijn perfecte functie
  • Je moet niet plannen maar slechts in het moment verkeren
  • Het doel van de cursus is uitsluitend om innerlijke vrede te vinden
  • Het gaat om het gevoel, woorden zijn vooral obstakels

Ken Wapnick en Robert Perry

Dit zijn bekende namen voor de meeste ECIW-studenten. Beiden hebben veel gedaan bij de verspreiding van ECIW en vertegenwoordigen twee verschillende visies op de Cursus (Zie: One Course, Two Visions). Over deze beide visies kun je dus, letterlijk, boeken schrijven. Ik probeerde voor mijzelf zo kort mogelijk te formuleren waarin de aanpak van beide gerenommeerde leraren verschilt en kwam tot het volgende:

  • Robert volgt zo precies mogelijk alle woorden van Jezus en komt zo tot een diep besef van de mysterieuze liefdevolle verbondenheid binnen de Schepping.
  • Ken vertrekt vanuit een absoluut non-duaal standpunt en beziet de woorden en boodschap van Jezus vanuit dit standpunt.

Ons verstand stelt nu onmiddellijk de vraag: “welke aanpak klopt?” Ik heb niet de pretentie dat ik deze vraag kan beantwoorden en betwijfel ook of zo’n antwoord behulpzaam zou zijn. Maar weer kan ik wel mijn beleving schetsen.

Ik vind het heerlijk om, net als Robert, de woorden van Jezus uit de complete Cursus te lezen zoals ze geschreven zijn, dus zonder een corrigerende non-duale bril op mijn neus. Daarbij merk ik dat deze benadering leidt tot een liefdevolle houding tegenover de wereld. Ik ervaar ook in dankbaarheid de grote continuïteit van de boodschap van Jezus van het Nieuwe Testament naar ECIW en naar andere geïnspireerde boeken. Voor mij is deze benadering werkelijk behulpzaam. Er groeit hierdoor een besef van verbondenheid en eenheid. De kwaliteit hiervan is mysterieus en liefdevol.

Dat neemt niet weg dat voor anderen de uitleg van Ken behulpzaam kan zijn. Waar bijvoorbeeld iemand denkt dat er grenzen zouden bestaan tussen hemzelf en God of tussen hemzelf en anderen is een non-duale visie (“er zijn geen anderen”) mogelijk behulpzaam. Mijn aarzeling bestaat echter hieruit dat het vertrekken vanuit een verstandelijke non-duale visie het risico met zich meebrengt dat we het mysterie uit de Schepping knuppelen. Het is een mysterie dat er “anderen” zijn, andere Zonen van de Vader, die toch niet van ons Zelf gescheiden zijn. Zolang dit nog niet volledig door ons beseft wordt, en dit geldt voor de meesten van ons, bestaat er een grote kans dat de uitspraak “er zijn geen anderen” wordt geïnterpreteerd als “alleen ik besta”, een narcistische ontsporing van de boodschap van Jezus.

Tot slot: Mijn belangrijkste aarzeling om te veel te steunen op de visie van Ken komt voort uit de volgende vraag: “Waarom zou Jezus zich in ECIW niet direct bediend hebben van de terminologie en manier van toelichten die Ken hanteert?”. Ken stelt dat Jezus ons tegemoet wil komen op het niveau waarop wij ons bevinden en daarom duale taal gebruikt. Maar dan snap ik het nog minder. Als Jezus meent dat wij het meest geholpen zijn met deze (zogenaamd) duale taal die hij Helen gedicteerd heeft, waarom zouden wij ons dan toch wenden tot de manier van uitleggen en toelichten van Ken? Een manier die Jezus kennelijk niet geschikt vond voor ons?

Mijn conclusie: voor mij is er één echte leraar van ECIW en dat is Jezus. Ik ga ervan uit dat hij precies de woorden gekozen heeft die optimaal zijn voor mij. Ik vind het fijn om eventuele toelichting te lezen van iemand die de intentie heeft om Jezus’ woorden zo serieus mogelijk te nemen. Ik ben Ken dankbaar als mijn eerste leraar, de man die me hielp om de restanten van het klassieke duale Godsbeeld die ik nog had op te ruimen. Maar ik ben enorm verheugd dat Robert me terugvoert naar het hart van een liefdevol mysterie: de unieke boodschap van Jezus.

ECIW-fabeltje deel XII

Vandaag het laatste deel in deze serie van misvattingen die de ECIW-community zijn binnengeslopen. Ik heb overigens niet het hele artikel van Robert Perry vertaald maar de kwesties die me aanspraken en die ik opmerk in mijn contacten met medestudenten.Ik besef dat veel lezers dit mogelijk taaie kost vinden en de voorkeur geven aan korte, opbeurende boodschappen. Toch heeft Jezus ervoor gekozen ons een dikke Cursus te geven die studie vergt. Onzorgvuldige studie is weinig vruchtbaar. In feite is dit ook het thema van vandaag.Het is waar dat de kern van Jezus’ boodschap nooit veranderd is: heb God, je naaste en jezelf lief. Maar zoals gezegd, hij geeft ons met ECIW geen tegeltje voor aan de muur maar een cursusboek. Mooier kan ik het niet maken.

Hartegroet,

Simon Schoonderwoerd

Misvattingen:

Je moet bij je studie van de Cursus niet de nadruk leggen op woorden. Woorden zijn, zoals de Cursus zegt, slechts symbolen van symbolen.

De Cursus is niets anders dan een lange reeks woorden. Het onderricht ervan is in de vorm van woorden. En het grootste deel van de praktijk bestaat uit het in stilte herhalen van woorden. De Cursus mag dan zeggen dat “woorden slechts symbolen van symbolen zijn” (M-21.1:9), maar hij zegt ook dat “de woorden die we gebruiken machtig zijn” (W-pI.162.4:2), en dat de Heilige Geest woorden kan verheffen “van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (M-21.5:9). Woorden zijn zo potentieel transformerend omdat zij betekenis overbrengen, en de betekenis waarin wij geloven bepaalt de emoties die wij voelen.

Het intellect is een uitdrukking van het ego. De denkgeest is het probleem, het hart is de oplossing, want het hart is van nature zuiver en spiritueel.

De Cursus ziet logica en rede als krachtige middelen om de denkgeest ertoe te brengen het ego los te laten en voor God te kiezen. De Cursus beweert zelfs dat de rede inherent ego-overstijgend is: “Er is geen rede in krankzinnigheid, want die berust volledig op de afwezigheid van rede. Het ego maakt er nooit gebruik van, want het beseft niet dat ze bestaat.” (T-21.V.8:6-7). De Cursus richt zich zozeer op het denken omdat hij het denken ziet als datgene wat het gevoel bepaalt. Om deze reden stelt de Cursus de denkgeest en het hart nooit tegenover elkaar. Hij plaatst ze altijd bij elkaar, hetzij ten goede (“Mijn hart is rustig en mijn denkgeest in rust”-W-pII.286.1:8), hetzij ten kwade (“zijn verbijsterde denkgeest en angstig hart”-W-pII.334.2:3).

Het gaat echt allemaal om directe ervaring, daarom zijn gevoelens waar het om gaat. Woorden, gedachten en overtuigingen zijn abstracties van directe ervaring, en daarom staan ze in de weg.

Directe ervaring wordt in de Cursus zeer gewaardeerd, maar dit leidt er niet toe dat de dingen van de denkgeest worden ontkend. Hoewel ze geen directe ervaring zijn, kunnen woorden, gedachten en overtuigingen cruciale representaties zijn van de waarheid die we op een dag rechtstreeks zullen ervaren. Ze kunnen noodzakelijke reflecties zijn die ons daadwerkelijk naar directe ervaring kunnen brengen, zoals velen hebben ervaren bij het doen van de Werkboek-lessen, die meestal gaan over het herhalen van woorden. Verder worden gevoelens als zodanig in de Cursus niet verheerlijkt. In de visie van de Cursus zijn er twee soorten gevoelens: gevoelens die van het ego zijn en geen betekenis hebben (woede, schuld, angst, zorgen, depressie, enzovoort) en gevoelens die van God zijn en waar zijn (liefde, vrede, vreugde, enzovoort). En welke kant we ervaren is een gevolg van welke gedachten we verkiezen te geloven.

Kinderen en dieren leven dichter bij de geest dan wij, omdat zij in het moment leven in directe ervaring. In principe is alles met een minder ontwikkeld intellect spiritueler.

De Cursus verheerlijkt kinderen of dieren niet. Hij gebruikt kinderen als grote symbolen voor ons, omdat hun ego’s, hun gebrek aan begrip en hun behoefte aan hulp en leiding duidelijker zijn dan bij ons het geval is. Dieren hebben het niet beter in de Cursus. Er zijn niet veel verwijzingen naar hen, maar degene die er zijn, beelden dieren af als mensen die menselijke emoties ervaren (liefde voor het nageslacht, woede, woede), in plaats van dat ze op de een of andere manier vrij zijn van dergelijke op het ego gebaseerde gevoelens. Dieren, met andere woorden, hebben ook ego’s.