500 blogs op ECIW coach!

WordPress, het systeem dat ik gebruik voor m’n website ECIWcoach, stuurde me een berichtje waarin staat dat ik in totaal 500 blogs heb geplaatst in de afgelopen vijf jaar. Reden om een beetje terug- en vooruit te blikken. Het merendeel van de blogs, zeker in de beginjaren, gaat over mijn ervaringen met Een Cursus in Wonderen. Dit wonderlijke boek inspireert me al zo’n tien jaar en verbaast me nog elke dag. Ik vond het vooral leuk om dagelijkse gebeurtenissen te zien in het licht van de Cursus en hierover te schrijven. Het is fijn om te merken dat lezers zich hierin herkennen en erop reageren door zelf iets te delen of door een vraag te stellen.

Ik vind het leuk om te schrijven en ik merk dat het onderdeel is van mijn eigen leerproces. Gevolg hiervan is dat situaties die me eerst nogal van m’n stuk konden brengen nu sneller herkend worden zodat ze direct als vergevingsoefening fungeren. Hoewel me dit blij maakt biedt het minder stof tot smeuïge blogs. Ik merk ook dat ik me de laatste tijd meer geroepen voel om te schrijven over de manier waarop we met ECIW om gaan in wat ruimere zin. Dit levert wat meer abstracte stukjes op, bijvoorbeeld over de metafysica. Al snel merkte ik dat hiervoor minder publiek bestaat en ook m’n lieve partner, die zelf geen student van ECIW is maar wel soms m’n blogs leest, geeft aan dat blogs over m’n praktijkervaringen haar meer aanspreken.

Voor mij was het een oefening om me niet te laten leiden door “likes” of aantallen reacties maar door de innerlijke aansporing om gewoon te schrijven wat kennelijk geschreven moet worden. Sommige stukjes blijken wat controversieel te zijn, vooral blogs die handelen over de manier waarop ECIW geïnterpreteerd wordt, soms zelfs door Cursus-leraren van naam. Ik heb mezelf afgevraagd waarom ik toch stukjes schreef waarvan ik weet dat ze stof tot discussie geven. Ik ontdekte echter dat discussie en kritiek niet hetzelfde zijn als een “aanval”, ondanks het feit dat sommigen m’n blogs zo ervoeren. Als ik erop terugkijk zie ik een soort patroon. De eerste jaren gingen m’n stukjes over de correctie van mijn perceptie van wat me overkwam met behulp van de Cursus en haar metafysica. De laatste tijd gaat het over dezelfde relatie maar vanaf “de andere kant” beschouwd: hoe beïnvloedt onze visie de manier waarop wij kijken naar omstandigheden en handelen in de wereld? Een paar voorbeelden, zonder nu in detail te treden:

  • Wat doet het met je als de wereld als een nare droom beschouwt?
  • Hoe treed je “anderen” tegemoet vanuit een non-duale visie?
  • Wat houdt het in dit verband bijvoorbeeld in om anderen te helpen?
  • Hoe kunnen we ons verhouden tot het lichaam, vooral als we pijn ervaren?
  • Wat houdt “Een nieuwe wereld” eigenlijk in? Enzovoorts

Het is me opgevallen dat er, vooral in Nederland, sterke nadruk ligt op een bepaalde interpretatie van ECIW. Op zichzelf is daar niets mis mee als dit tijdelijk gebeurt en als men er zich bewust van is dat de gekozen interpretatie niet de gehele boodschap van ECIW vertegenwoordigt. Dat is volgens mij helaas niet het geval. Het gevolg is in mijn beleving een wat te verstandelijke en nihilistische visie op ECIW met een eenzijdige focus op innerlijke vrede en een onderwaardering van Gods mysterieuze en liefdevolle Schepping. Samengevat in een wat rare zin: alles moet terug naar nul.

Ik besef dat ik hiermee zelf ook wat chargeer en zaken scherp neerzet. Gelukkig corrigeert ECIW zelf de kaalslag die plaatsvindt als we te ver meegaan in “alles op nul”. In het Engels taalgebied hebben we nu de complete versie van ECIW (The Complete & Annotated Edition). Maar ook ons blauwe boek trekt zich niks aan van doorgeslagen non-dualisme en spreekt bevrijdend over onze Vader, Liefde, de Drie-eenheid, de Schepping, onze Broeders, de Heilige Relatie, over een nieuwe wereld etc. Tenzij we alles afdoen als “symbolisch” in ons streven naar verstandelijke helderheid, bruist ECIW van de scheppingslust. Daar word ik blij van en die blijdschap wil ik delen. Hoe dat vorm gaat krijgen, via blogs of op andere manieren, weet ik niet en hoef ik niet te weten. Liefde vindt haar weg, zelfs in de vorm.

Hartegroet aan alle lezers en dank voor jullie reacties 💜🙏

Simon Schoonderwoerd

Over afstandelijkheid en verbinding

Als we om ons heen kijken zien we een illusie. Dat is de verbijsterende clou van ECIW. Vanuit die ene denkgeest die we in werkelijkheid zijn, projecteren we een buitenwereld om de illusie te maken dat we als afgescheiden zelf naar iets buien onszelf kijken. Waarom begin ik zo vroeg op de zaterdagochtend over zo’n pittig metafysische kwestie? Dat heeft te maken met wat ik ervaren heb op de terugweg uit deze illusie. Toen ik namelijk leerde dat ik in dit leven in feite slechts naar mijn eigen projecties zit te loeren, had dit een paar gevolgen. Zo merkte ik dat er een plezierige ruimte ontstond tussen de vijandige wereld en mijzelf. Ik nam, anders gezegd, de droom wat minder serieus. Dit betrof ook de manier waarop ik omging met mijn lichaam als dit weer eens de aandacht vroeg met pijntjes en kwaaltjes. Ik wilde me niet laten foppen en vond steun in “ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie” en in “ik ben niet dit lichaam”. De ervaring die ik opdeed laat zich omschrijven als “achteruitlopen”, een soort afstand nemen van de droom en deze niet meer serieus nemen.  Ik spreek nu af en toe medestudenten die, net als ik toen, erg enthousiast zijn over de impact van dit achteruitlopen. Het geeft lucht en ruimte en je voelt je minder aangevallen door nare omstandigheden en door nare anderen. Het geeft je een gevoel van innerlijke vrede, en is dat niet waar het allemaal om draait?

Hoewel deze ontkennende benadering even zijn nut zal hebben merkte ik dat het toch niet handig is om erin te blijven hangen. De stilzwijgende aanname is dat liefde als vanzelf zal opborrelen wanneer we de wereld en het lichaam niet langer zien als iets buiten ons zelf. Maar in alles wat ik hierboven schreef is, als je goed kijkt, het ego weer door de achterdeur naar binnen geslopen. De verandering die heeft plaatsgevonden is die van een geïdentificeerd zelf naar een geïsoleerd zelf. Het geïsoleerde zelf kan zich vredig voelen en onkwetsbaar, het kan lachen om alle zogenaamde ellende in de wereld en zelfs in het eigen lichaam. Het merkt zelf nauwelijks op dat het hiermee nog geen scheppingskanaal is geworden, nog geen kanaal van liefde. De naasten van zo’n verstandelijk verlicht zelf merken dit gewoonlijk eerder dan het zelfje zelf. “Ben je er wel helemaal bij?” kun je horen. Of “wat doe je toch afstandelijk en ongeïnteresseerd?” Het zelfje kan dit zelfs als een compliment zien. “Aha, deze speciale relatie is aan het transformeren naar een heilige relatie; het gaat steeds beter!”

In deze fase wil het achteruitlopende zelf alles tot één herleiden en ziet zelfs God de Vader, de Heilige Geest en alle Broeders als eigen projectie, als symbolen die nog even vergeven mogen worden om die ultieme eenheid te ervaren. De mega blinde vlek van dit zelfje is dat het niet in de gaten heeft dat het zich hiermee gelijkgesteld heeft aan God de Schepper, blasfemie in optima forma. Dit is niet zondig of Godslasterlijk, maar het is in mijn beleving wel een doodlopend ego-pad. Het is voor ons ego een erg aantrekkelijk pad, omdat zijn basis onaangeroerd blijft: “ik ben echt en het centrum van het universum”.

Terwijl we zo aan het achteruitlopen waren, zijn we de wereld en onze broeders kwijtgeraakt. We zijn van hen vervreemd geraakt en hopen dat uit de ultieme vervreemding de liefde geboren zal worden. Maar liefde wordt niet geboren vanuit achteruitlopen maar vanuit de omarming, vanuit relatie en vanuit verbinding. Als we met ons verstand leren dat er geen grens is tussen ons en die ander dan dienen we niet lacherig achteruit te lopen maar blij vooruit. Liefde vervreemdt niet maar verbindt. Juist dit verbinden is iets waar het zelf juist niet voor voelt. Onbewogen toeschouwen, waarnemen en achteruitlopen vindt het heerlijk maar zich overgeven aan de liefde om zich te laten voegen in Gods Schepping is voor het zelf wezensvreemd.

De uitnodiging is om, na even achteruitgelopen te zijn, niet zozeer de wereld en anderen te gaan ontkennen maar om de vermeende grenzen tussen ons en anderen naar het Licht te brengen ter vergeving. De ontkenning van het verstand mag samengaan met de warme verbinding van ons hart. “Heer, hier ben ik. Gebruik me, stroom door me heen opdat ik het wonder van liefde mag aanbieden aan de wereld en aan mijn broeders. Ik wil me voegen naar Uw Wil opdat ik mag ervaren dat Uw Wil de mijne is en dat ik Uw Zoon bent, geliefd, liefdevol en overstromend van liefde, een zegening voor mijn broeders”.

Wanneer ik genezen word, word niet ik alleen genezen. En ik wil mijn broeders zegenen, want ik wil met hen genezen worden, zoals zij worden genezen met mij (WB 137:15)

Kiezen voor de Hemel

Onze poes Mies is graag buiten. We hebben geen kattenluik maar Mies heeft ons goed afgericht: als ze bij de keukendeur naar buiten gaat kijken dan doen wij de deur voor haar open. Het valt me op dat Mies niet in staat blijkt om, naar buiten kijkend, in te schatten of het al dan niet lekker weer is. Dus ook bij regen en wind posteert ze zich voor de deur. Pas als we de deur openen deinst ze na twee stapjes terug, duikt in elkaar en blijft op de drempel als versteend zitten totdat we de deur weer sluiten. Ook qua geheugen scoort Mies niet erg hoog. Vijf minuten na bovenstaand tafereel lijkt ze haar eerdere ervaring al vergeten en kijkt ze vragend of we de deur nog eens willen openen.  Aan ons als ECIW studenten wordt ook gevraagd een keuze te maken. Vandaag las ik werkboekles 133: “Ik zal geen waarde geven aan wat geen waarde heeft”.  Hierin lezen we:

Kiezen kun je, sterker nog, dat moet je. Maar het is verstandig de wetten te leren die je in beweging zet wanneer je kiest, en te weten tussen welke alternatieven je kiest.

Ook wij weten van tevoren niet goed wat onze keuze inhoudt en wat deze ons gaat brengen. Jezus zegt echter

..dat er geen compromis mogelijk is in wat jouw keuze je moet brengen. Ze kan jou niet maar een beetje geven, want er is geen tussenmaat. Elke keuze die jij maakt, brengt jou alles of niets

Zo kennen we Jezus en de Cursus weer, radicaal als altijd. Geen enkele doel dat we ons op droomniveau stellen zal de moeite waard blijken. Later herhaalt hij het nog eens:

Alle dingen zijn waardevol of waardeloos, wel of in het geheel niet nastrevenswaard, volkomen wenselijk of niet de minste moeite waard. Kiezen is juist hierdoor gemakkelijk.

 Net als Mies moeten we kiezen. Wat doen we? Blijven we binnen, in onze droom, of aanvaarden we de uitnodiging van Jezus die de deur voor ons openhoudt? Mies weet niet wat haar te wachten staat als wij de deur voor haar openen. Maar Jezus laat er geen onduidelijkheid over bestaan en spreekt in paragrafen 13 en 14 over “de Hemel”. Wij kunnen ons geen voorstelling maken van deze hemel. Jezus legt geduldig uit wat het niet betekent. Het zijn geen dingen die voorbijgaan of zaken die we kunnen “hebben” terwijl anderen het niet hebben. Maar wat is die hemel dan precies? Onlangs stelde een medestudente met ontwapenende eerlijkheid deze vraag in een Zoom meeting: “wat is toch die vrede waar iedereen het maar over heeft?”.

Daar kunnen we lang over nadenken en de vragen stapelen zich dan op. Kan ik vredig pijn hebben en lijden? Ben ik dan altijd blij? Er is niks mis met nadenken en Jezus spreekt ons in de Cursus aan met woorden die sowieso eerst via het denken binnen komen. Maar de reikwijdte van ons denken is beperkt. Het is volkomen bepaald en beperkt door onze identificatie met de droom waarin we menen te leven. Ook in deze werkboekles dienen woorden er slechts toe om aan te geven waar we het niet moeten zoeken en waar we het niet zullen vinden. En als we ons eigen zoeken moe zijn geworden mogen we een keuze gaan maken met ons hart, een keuze gebaseerd op vertrouwen. Jezus wil ons leiden naar een universele ervaring van liefde, niet naar een verstandelijk inzicht of een kortstondige en vluchtige extase. Om te ontdekken wie we echt zijn moeten we onze kleine wil in Zijn handen leggen die symbool staan voor ons ware Zelf. We worden uitgenodigd om onze eigen handjes leeg te maken:

De Hemel zelf wordt bereikt met lege handen en een open denkgeest, die met niets komt om alles te vinden en er als het zijne aanspraak op te maken

Dus mogen we bidden:

“Heer, ik heb zo lang gezocht hier in de droom en ik weet het allemaal niet meer. Ik weet niet wat ik moet doen of wat ik verkeerd doe. Ik ben zo bang en zo moe. Heer, ik wil op u vertrouwen en mijn kleine wil in Uw handen om me te laten leiden. Ik vertrouw u als mijn broeder, als mijn diepste Zelf en wil leren kijken door Uw ogen, de ogen van verbinding en liefde. Hier ben ik Heer.”

En ontvang dan wat iedereen wacht die onbelast de poort van de Hemel bereikt, welke bij zijn komst openzwaait…

 

 

Bijzonder, toch?

Als Nederlandse studenten van ECIW gaan we uit van “het blauwe boek” dat gebaseerd is op de Engelse versie van “The Foudation for Inner Peace”. In de Engelstalige wereld is ook een versie van ECIW beschikbaar die zo exact mogelijk teruggaat op de aantekeningen van Helen Schucman (Van The Circle of Atonement). Helaas is deze versie niet in het Nederlands beschikbaar. Ik hoor soms de opmerking dat die complete versie haast onbegrijpelijk is en veel stukken bevat die specifiek bedoeld waren voor de psychotherapeuten Helen en Bill. Voor een deel klopt dit maar er zijn bij het opstellen van ons blauwe boek helaas ook flinke stukken tekst verdwenen die ons veel hadden kunnen leren. Graag geef ik een voorbeeldje aan de hand van wonderprincipe 27. In ons blauwe boek staat slechts:

“Een wonder is een universele zegening van God via mij naar al mijn broeders. Het is een voorrecht van wie vergeven is om te vergeven”.

Ik ben niet gekwalificeerd als vertaler maar doe een poging om dit wonderprincipe voor jullie te vertalen uit de complete editie:

“Een wonder is een universele zegening van God via mij naar al mijn broeders. Het is een voorrecht van wie vergeven is om te vergeven. Zielen kunnen niet rusten totdat iedereen verlossing heeft gevonden.

De discipelen werden officieel en specifiek gevraagd om anderen te genezen, als artsen voor de heer. Ze werden ook gezegd om zichzelf te genezen. Hun werd beloofd dat ik ze nooit in de steek zou laten. Verzoening is het natuurlijke beroep van de kinderen van God omdat ze mij beleden hebben.
De kinderen hebben zowel kracht als hulp nodig. Je kunt niet helpen totdat je sterk bent. De eeuwige armen zijn jouw kracht, en de wijsheid van God is jouw hulp.
“Hemel en aarde zullen voorbijgaan” houdt in dat ze niet altijd zullen bestaan als afzonderlijke toestanden. Mijn woord, welke de opstanding en het leven is, zal niet voorbijgaan omdat het leven eeuwig is.
Jij bent het werk van God, en zijn werk is totaal beminnenswaardig en liefdevol. Op deze wijze moet je over jezelf denken in het binnenste van je hart, omdat dit is wat je bent. “

Wat een extra informatie hé? In de versie van The foundation for Inner Peace zijn de wonderprincipes samengevat op ongeveer 4 bladzijden. In de completer editie wijdt Jezus er tientallen bladzijden aan. Het gaat me nu niet om de implicaties van (of de redenen voor-) deze omissies. Wat echter opvalt is dat er tekst verloren is gegaan die handelt over zielen, over de Bijbelse Jezus, over de opdracht die hij gaf aan zijn discipelen, over genezen en het aanbieden van genezing en over de denkbeeldige grens tussen hemel en aarde.

Let wel: we hebben het hier niet over extra informatie afkomstig van buiten ECIW maar van informatie die Jezus heeft gedicteerd en waarvan ooit besloten is door iemand dat deze niet vermeldenswaard was.

Ik ben benieuwd hoe jullie hierover denken. Bestaat er interesse in de vertaling van de weggelaten gedeelten?

Hartegroet,

Simon

 

Omgaan met woede

Afgelopen week werd ik knap pissig op iemand die zich, in mijn ogen, erg dwingend opstelde. Direct daarop word ik dan boos op mezelf. Waarom lukt het me niet om sereen alles op afstand te bekijken en laat ik me zo meeslepen door het gebeuren? Kennelijk geloof ik dat noch dwangmatig gedrag noch boosheid er mogen zijn. Ik weet dat ik alleen voor mezelf mag spreken maar toch meen ik dat veel studenten van ECIW vergelijkbare wijze aan het worstelen zijn met hun niet-vredige reacties op allerlei situaties.  Dit voorbeeld laat zien dat we vinden dat sommige ervaringen niet oké zijn en dat we zo snel mogelijk ze dienen om te vormen naar een vredige toestand. Op zich lijkt dit in lijn met ECIW die ons leert dat we een les te leren hebben als we niet gelukkig zijn, in onvrede verkeren en aanvalsgedachten koesteren. Toch kan het bij zo’n ervaring twee kanten op gaan voor wat betreft onze reactie.

  1. We willen de boosheid als het ware overwinnen en als kampioen humeurbeheersing uit de strijd komen (zie mijn reactie). Dit sluipt heel gemakkelijk ons Cursus-werk binnen en we kunnen het herkennen onder de noemer “veilige afstand creëren”. Ongemerkt maken we van ons zelf een achteruit-loper. Iemand die op de achterste stoel gaat zitten, het slagveld van bovenaf gaat beschouwen, het publiek in de bioscoopzaal, degene die herhaalt dat hij niet het lichaam is enzovoorts. Herken je dit? Misschien vraag je je nu af wat hier dan mis mee is. Is dit niet juist de bedoeling van ECIW? Ik meen van niet. Ik vrees dat het een subtiele truc van ons ego kan zijn om de situatie als doenertje te willen beheersen. Het is daarmee uiterst duaal en de enige verandering die optreedt is er hoogstens een van “gefrustreerd zelfje” naar “zelfingenomen zelfje dat zich onaantastbaar waant”, totdat zich een situatie voordoet waarin het weer eens ontploft. Maar wat dat wel?
  2. Het begint met de manier waarop we omgaan met de vervelende ervaring. We worden niet uitgenodigd om achteruit te gaan lopen maar om te omarmen en te komen tot een heilige relatie met alles en iedereen. De ervaring van woede hoeft niet weggepoetst te worden maar mag dienen als een soort zintuig, een boodschapper die me vertelt wat ik nog geloof. Als ik als het ware afdaal in de boosheid en er niet voor wegren dan begint deze mij dingen te vertellen die ik gemist heb door het snel als “ongewenste woede” te labelen. Hoewel ik weet dat het rationeel klinkt en niet gevoelsmatig, kan ik het niet anders formuleren dan door te stellen dat ik de “tweeheid” in de woede kan voelen als een soort innerlijke verscheurdheid en pijn. Denken hierover is van een totaal andere orde dan het innig contact maken ermee. In dat contact herken ik telkens opnieuw de wegloop-neiging. Ik wil weg van het gevoel door mijn beschuldiging van die ander te herhalen of desnoods mezelf nog meer op m’n kop te geven. Alles lijkt me beter dan gewoon stil te staan bij deze innerlijke strijd, verscheurdheid en pijn. Toch is dit mogelijk. Het voelt wat onwennig en vreemd maar op een nieuwe manier ook “juist” om te doen. En vanuit deze pas op de plaats roep ik met een piepklein stemmetje de Liefde om Hulp. Telkens weer opnieuw.

Dit is wat anders dan een successtory of quick-fix. In het beschreven geval diende ik urenlang telkens opnieuw terug te gaan naar die plek vanwaar ik niet wegloop. Maar het kleine beetje vertrouwen op de kracht van Liefde blijkt dan te groeien, niet door mijn verdienste maar omdat kracht de eigenschap van liefde is. Het gave is dat met het langzaam oplossen van de strijd mijn aanvalsgedachten richting die ander ook langzaam maar zeker oplossen. De relatie begint te helen, op weg naar een geheelde, heilige relatie. Er ontstaat geen veilige afstand maar een wonderlijk gevoel van verbondenheid.

Misschien een beetje vreemde wending nu. Volgens mij is deze manier van vergeven, vanuit de omarming en vanuit het hart, precies waar ECIW toe oproept. Het is onze soms wat te verstandelijke en conceptuele benadering van de Cursus die kan leiden tot een nieuwe vorm van dualisme. De non-duale visie dient niet te resulteren in een onbewogen, afstandelijke (!) toeschouwer. Dit gebeurt helaas te vaak als we ECIW beschouwen als legitimatie om de wereld en anderen af te doen als illusie die we moeten ontkennen. Dit is een misplaatst gebruik van ontkenning. Ons geloof in denkbeeldige grenzen tussen onszelf en anderen of de wereld mag naar het licht gebracht worden ter vergeving. Dat deze grenzen denkbeeldig zijn ontdekken we als we kiezen voor liefdevol omarmen en niet door onbewogen achteruit te wandelen. Ik meen dat A Course of Love (en The Way of Mastery) heerlijke boeken zijn om ons te helpen deze valkuil te voorkomen. Dankbaar voor zoveel hulp en liefde.

 

Iemand de les lezen

Wie een beetje meedoet in ECIW- Facebookgroepen zal het wel herkennen. Gesprekjes die ongeveer als volgt verlopen.

A: Ik kwam iemand tegen die heel boos op me werd!

B: Dit betekent dat jij vergevingswerk hebt te doen, want je ziet alleen je eigen projecties. Het gebeurt immers allemaal in die ene denkgeest en er is helemaal geen “boze ander”.

Herkenbaar? Hier is toch geen spel tussen te krijgen? Dit is toch de kern van de non-duale visie? Toch zijn dit soort opmerkingen de dood in de pot. A kan reageren met “Oh ja, dank je wel, dat is ook zo” en B kan tevreden zijn dat hij zoveel helderheid heeft kunnen bieden. Maar is deze manier van elkaar de les lezen nu wel zo behulpzaam?

Ik meen van niet. We kunnen gewoon een boze broeder tegenkomen en hoeven dat niet te ontkennen met een premature niveau-I cursus werkelijkheid. Als iemand ons uitmaakt voor rotte vis dan hebben we dat niet zelf bedacht, laat staan zelf “gedaan”. Wat wél de vraag is, en waar ons werkelijke werkterrein ligt, gaat over onze reactie op deze woesteling. De vraag is niet of er een boze meneer staat te schreeuwen maar hoe we hierop reageren; doen we dit vanuit angst of vanuit liefde? Dus het minste wat B kan doen is om, in plaats van het voorval te ontkennen, aan A te vragen wat het voorval met hem deed. Werd A bang? Ging A zichzelf verdedigen? En kan B in een hierin iets betekenen voor A? En dat hoeft geen belerend metafysisch gesprek te zijn maar het kan ook zoiets simpels zijn als: “Joh, ik zie dat je geschrokken bent (dit is dus ook geen verzinsel dat B moet corrigeren in eigen hoofd!), ga even zitten. Wacht, ik zet even een lekker kopje thee voor je. Enzovoorts.

In ECIW maakt Jezus ons duidelijk dat iets metafysisch gezien op niveau-I inderdaad niet waar is maar dat het voorbarig ontkennen hiervan op niveau II niet behulpzaam is. Hij noemt dit het “oneigenlijk gebruik van ontkenning” (Txt 2, VII 5) en “onwaardig” (Txt 2, IV). In dit laatste geval gaat het over het lichaam (en dus over alles wat we menen te zien in de wereld) en zegt Jezus:

Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. ‘De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.

Ik kan me zo voorstellen dat persoon B de telefoon pakt en Jezus opbelt om verhaal te halen. “Zeg Jezus, wat motiveerde jou eigenlijk om ECIW te dicteren aan Helen Schucman”. Jezus: “eh, ik wilde waarlijk behulpzaam zijn. Ik zag zoveel verwarring onder m’n broeders dat ik graag wilde helpen. B, nu triomfantelijk: “Aha! Daarmee maakte je de illusie echt, lieve broeder. Er zijn geen anderen, dat projecteer je maar. Je had gewoon je eigen denkgeest moeten corrigeren en daar je innerlijke vrede hervinden!”.

Binnen onze wereld mogen we “normaal” doen en hieronder valt het zien en benoemen van alle shit om ons heen. De volgende stap is niet het ontkennen ervan, dat is “bijzonder onwaardig”. Ontkennen is maar al te vaak de reactie van een bang, klein zelf. Anderen aansporen hetzelfde te doen is al helemaal niet behulpzaam. De vraag is, zoals gezegd, wat de beelden met ons doen? Als we bang worden mag de angst naar de liefde gebracht worden. Na vergeving hiervan ontstaat de mogelijkheid om met een liefdevolle respons te komen. En wellicht daagt vervolgens een besef van verbondenheid met die boze man. Mogelijk zien we dan niet langer een boze broeder maar een verwarde broeder die om liefde vraagt. En zou het niet heerlijk zijn als we dan komen tot een ervaring van innige, mysterieuze verbondenheid met hem en alle andere broeders en zusters. Een besef dat de ander geen “denkfout” van ons is maar dat we in eenheid verbonden zijn met elkaar. Liefde is zowel middel als doel om te komen tot een ervaring van eenheid. Dat is heel wat anders dan elkaar met een eenheidstheorietje de les te lezen.

Stoort me dit dan zo? Ja zeker, dat hoef ik dus niet te ontkennen. En nu? Nu mag ik een vergevingsles leren. Wat doet het mij als ik meen dat (een echte!) broeder of zuster mij de les leest? Dan voel ik me soms aangevallen. Oké Heilige Geest, ik maak even een belafspraak met U!

De- of een dromende Zoon?

Laten we dicht bij huis beginnen. Als ik om me heen kijk dan zie ik andere mensen, van mij gescheiden wezentjes die samen met mij deze wereld bewonen. Mij vallen vooral de verschillen op tussen mijzelf en die anderen en tussen die anderen onderling. Ik zie andere lichamen, karakters enzovoort. In de Cursus lees ik dat ik kijk naar Kinderen van God, mijn Broeders, en dat de verschillen die ik meen te zien niet echt zijn maar dat ik ze geloof om m’n illusie van afgescheidenheid te versterken. Volgens Jezus zijn al die andere Kinderen in feite met mij verbonden in een wonderlijke eenheid. In de Cursus leert hij me dat ik niet moet focussen op verschillen (dus niet oordelen, geen grieven koesteren, aanvallen, verdedigen enzovoorts) maar dat ik m’n projecties naar de liefde mag brengen. Steeds meer worden deze blokkades dan opgeruimd en stroomt de liefde vrijelijk. Steeds meer is er die wonderlijke herkenning dat degene die ik “de ander” noemde op liefdevolle en mysterieuze wijze met mij verbonden is in eenheid. Ik was een dromende Zoon die dacht dat hij alleen was en nu ik ontwaak verblijd ik me in de liefdevolle schepping van de Vader.

Bovenstaande omschrijving is, meen ik, zoals Jezus ons benadert in de Cursus. Hij kent ons door en door en weet precies welke woorden hij moet kiezen om ons te helpen. Er staan in ECIW geen complexe diagrammen of illustraties van hoe alles in elkaar zou steken. Ondanks het soms lastige taalgebruik is het scheppingsverhaal en de uitleg van ons geloof in grenzen tamelijk recht-toe-recht-aan beschreven.

Maar de mens zou de mens niet zijn als hij niet zou menen het nog wat te moeten verduidelijken. Het instrument wat hij hiertoe meebrengt is zijn verstand. Dit verstand laat er geen misverstand over bestaan: eenheid is eenheid, nul=nul, binnen deze eenheid kan niks gebeuren en als er al iets lijkt te gebeuren dan is dit nep en moeten we het zo snel mogelijk corrigeren door het te ontkennen. Binnen de hyper verstandelijke benadering is er geen plek voor het mysterie van de schepping: er is uitbreiding mogelijk zonder grenzen. Jezus is niet zo bang voor dit mysterie. Hij schrijft over God de Vader, de Heilige Geest, het Zoonschap en over Zonen. Verschillende “aspecten” die toch niet van elkaar gescheiden zijn. Sommige Cursus-leraren menen dat ze het beter kunnen uitleggen dan Jezus en hameren koppig op de eenheid. Je krijgt dan echter rare ontsporingen die vooral opvallen doordat de liefde, het kenmerk van de schepping, op de achtergrond verdwijnt en een bijproduct wordt van het bereiken van die droge eenheid.

Jezus zei het al in de Bijbel; aan de vruchten herkent men de boom. De vruchten van de Cursus zijn liefde, een woord dat talloze malen voorkomt in de Cursus. In de droge eenheidstheorie gaat het om correctie en, als de teller weer volkomen op nul staat, innerlijke vrede. Als de eenheidstheorie landt in een brein dat nog gelooft in afscheiding dan zijn de vruchten bitter. Het klinkt, ietwat aangezet voor de duidelijkheid, dan als volgt:

“Alles blijft één dus God en ik zijn één. Ik meen anderen te zien maar dat kan niet want ik ben één. Ik ben de Zoon van God. Dus zijn die anderen mijn projectie, mijn verzinsel. Hetzelfde geldt voor de hele wereld. Het is mijn nare droom dus ik mag er hartelijk om lachen. De Heilige Geest is in feite mijn herinnering aan de eenheid. Als ik de hele zogenaamde wereld heb ontkend, inclusief die andere mensen, dan is het wonder verricht en ervaar ik weer dat ik liefde ben”

Ik wil niet verzanden in verstandelijke welles-nietes discussies over de metafysica. Iedereen mag kiezen wat hij of zij wil geloven. Mijn ervaring is echter dat een verstandelijke eenheidstheorie nauwelijks helpt bij het oplossen van het kleine zelf en de herkenning van het Zelf. Ik vrees zelfs dat het omgekeerde het geval is en dat het ego blij is met een God die niks van ons lijden weet, de Heilige Geest die samenvalt met ons geheugen en illusoire broeders en zusters. Alles draait weer om “die ene”, om mijzelf en mijn innerlijke vrede. We zijn terug bij af.

Ik meen dat het goed is om ons vastgeroeste verstand wat los te wrikken met de wonderlijke non-duale visie van ECIW. Het is echter niet handig om hierin door te slaan. Uiteindelijk gaat het niet om een eenheidstheorie maar om de uitbreiding van liefde. Het zou goed zijn om wat meer ons hart te kiezen als kompas op het moment dat ons verstand duizelt van de mysterieuze metafysica. Het is niet de bedoeling dat we ons verstand versterken en op de troon zetten. Het wordt door de Cursus juist onttroond. Ons conceptuele denken is een blokkade en ECIW is juist bedoeld om die onwrikbare mensenlogica te ontmantelen, niet om een nieuwe theologie te stichten. Een Cursus in Wonderen is ten diepste Een Cursus in Liefde.

 

 

Onze worsteling met de Cursus

Hoe kun je het beste beginnen met ECIW? Gisteren klonk deze vraag in de Zoom-groep. En direct maar de spoiler: ik heb ook geen pasklaar antwoord. Als je spreekt met studenten die al wat jaartjes meedraaien dan blijkt iedereen een eigen aanvliegroute te hebben gehad. Dat geldt zowel voor de manier waarop we in aanraking zijn gekomen als de manier waarop we aan het dikke blauwe boek begonnen zijn. Enkelen kunnen het Tekstboek verteren, de meeste beginnen liever met het Werkboek en sommigen zelfs met de Handleiding voor leraren. Ik hoor ook wel van mensen die het boek simpelweg openslaan en de regel of alinea lezen waar hun ogen op vallen.

Ik denk dat hierin geen goed of fout bestaat. We zijn in aanraking gekomen met de Cursus en daar mogen we blij mee zijn hoewel er ook menig gevecht mee wordt gevoerd. Toch wil ik er wel een pleidooi voor houden om niet te snel te denken dat we het wel weten. Het klopt dat een enkeling aan een paar woorden genoeg heeft om het Licht te herkennen maar voor de meesten van ons geldt dit niet. Wat echter wel geldt voor deze meerderheid is dat we te maken hebben met een zeer listig ego dat erg blij is als we zo min mogelijk doen met de woorden van Jezus. Het bedient zich daarbij van een aantal uitspraken die op zich niet onjuist, gevaarlijk of verkeerd zijn maar er wel voor kunnen zorgen dat we blijven hangen in ons geloof in afscheiding. Paar voorbeelden:

  • Een Cursus in Wonderen het niet voor niets “een” Cursus; ik doe van alles en ook een beetje uit de ECIW.
    Op zich een juiste constatering zolang we beseffen dat ook het ego het heerlijk vindt als we van alles een beetje doen zonder de wortels van ons ego-denken bloot te leggen.
  • Het voornaamste is leiding te vragen aan de Heilige Geest.
    Klopt, dat is waar we op uit komen als we onze vergevingsoefeningen doen. Maar zonder studie van ECIW kan dit leiding vragen aan de HG verward worden met het volgen van je intuïtie…
  • Ik volg m’n intuïtie (innerlijke stem/ gids).
    Echter, intuïtie is geen synoniem met Heilige Geest, Zelf of Christus-natuur. Intuïtie kan gebaseerd zijn op onbewuste angsten en bij het luisteren ernaar kies je dan voor het ego als innerlijke Gids. Hoeveel oorlogen zijn er niet begonnen door mensen die, uit naam van God, meenden te weten wat ze moesten doen?
  • Het belangrijkste is om te leren houden van mezelf.
    Het klopt dat zelfhaat uit de koker van het ego komt en dus vergeven mag worden. Maar einddoel van de Cursus is geen tevreden en mogelijk wat narcistisch klein zelf. We worden uitgenodigd ons te voegen in Gods verlossingsplan en kanalen van liefde te worden; te leven vanuit de liefde die we zijn.

ECIW is zo dik omdat de listen van het ego zo talrijk zijn en omdat wij zo graag naar deze valse leraar luisteren. Verreweg de meesten van ons zullen de 365 werkboeklessen tenminste een keer moeten doen. Er zijn mooie boekjes geschreven om ons daarbij te helpen. Het Tekstboek is geen makkelijke kost, ik weet het maar er zijn Facebook groepen en Zoom-meetings waar uitleg wordt gegeven en waar je terecht kunt met je vragen. En na de Corona-droom zullen ook de gewone bijeenkomsten weer gelegenheid bieden om meer te leren over de barrières die ons ego wil opwerpen om de liefde buiten de deur te houden.

Begrijp me goed; je kunt het hier in de droom niet echt fout doen. Dus als je besluit om ECIW er een beetje bij te doen, vooral te luisteren naar je innerlijke stem of je te richten op zelfliefde; helemaal oké. Jezus biedt ons echter in ECIW een snelweg waarbij hij ons waarschuwt voor obstakels en valkuilen. Het “zelf-willen-doen” is de wortel van ons ervaren van- en geloven in de afscheiding. We hebben echter van Jezus een geniale handleiding van onszelf gekregen. De schoonheid ervan kan steeds dieper binnenkomen als we deze samen met de Heilige Geest en samen met onze Broeders lezen. Zelf ben ik nu ruim 10 jaar bezig met dit heerlijke boek en ik heb mogen leren dat een houding van “ik snap het nu wel zo ongeveer” niets anders is dan een nieuwe vergevingsles. Pas als de liefde overstroomt en zich zonder tussenkomst van dit kleine manipulerende zelfje manifesteert, is het klaar met leren. Pas dan hebben we als Zoon van God onze functie in Zijn Schepping hervonden.

 

Hoe kan ik ervaren dat ik liefde ben?

Jezus leert ons dat we niet kunnen leren wat liefde is. We kunnen slechts leren hoe we liefde blokkeren en ons richten op het opruimen van de blokkades.  Zo’n blokkade is bijvoorbeeld een te rationele focus op uitspraken als  “God weet niets van deze wereld “ en, hieraan gelijk, “Er is geen ander”. Vanuit ons verstandelijk begrijpen van de non-duale visie kan dit correct klinken maar toch kan geloof in deze uitspraken vanuit ons kleine zelf opnieuw een blokkade worden als we onze liefdesband met onze Vader en onze Broeders te veel uit het oog verliezen.

Om dit helder te krijgen begin ik met de essentiële vraag die ik stelde in de titel van dit hoofdstuk: “Hoe kan ik ervaren dat ik liefde ben?”. Jezus leert ons al meer dan 2000 jaar het hetzelfde antwoord dat ik maar eens simpel samenvat als: “voeg je in de stroom van liefde die je bent”. Het laat zich ook mooi samenvatten met “liefde is zowel middel als doel”. Dus als de liefde vrijelijk door je heen kan stromen dan groeit het besef dat je liefde bent. Omgekeerd blokkeren we de liefde als we bang zijn wanneer we geloven in de afscheiding. Liefde is niet compleet, kent zichzelf niet als liefde, als ze haar stromende en gevende functie niet kan vervullen. ECIW spreekt zo mooi over deze functie als “kanalen van liefde”. Wij zijn Zijn kanalen van liefde.

Jezus is in de Cursus heel helder en ondubbelzinnig als hij spreekt over het belang van het stromen van liefde door de scheppingskanalen. God wil zijn liefde vrijelijk laten stromen naar ons en het is onze functie om de liefde te laten stromen naar onze broeders. Jezus bedient zich van liefdevolle woorden om ons het belang van deze universele waarheid duidelijk te maken. Zo lazen we gisteren in een Cursus-studiegroep (Txt 2:III-5):

God en Zijn scheppingen zijn volkomen van Elkaar afhankelijk. Hij is van hen afhankelijk omdat Hij hen volmaakt geschapen heeft. Hij gaf hun Zijn vrede, zodat zij niet aan het wankelen konden worden gebracht noch konden worden misleid. Iedere keer dat je bang bent, ben je misleid en kan jouw denkgeest de Heilige Geest niet dienen. Dit laat jou verhongeren door jou je dagelijks brood te ontzeggen. God is eenzaam zonder Zijn Zonen en zij zijn eenzaam zonder Hem. Zij moeten leren de wereld te zien als een middel om de afscheiding te genezen. De Verzoening is de garantie dat ze uiteindelijk zullen slagen.

Als wij ons te snel rijk rekenen en denken dat we de non-duale visie van ECIW kunnen begrijpen met ons beperkte verstand, dan glimlachen we om deze “lieve beeldspraak” van Jezus. Want wij weten immers zo goed dat God natuurlijk niet eenzaam kan zijn. Hij mag van ons namelijk niets afweten van ons lijden want daarmee zou Hij de afscheiding echt maken. Langs dezelfde droge manier van redeneren roepen wij dat we zelf ook niet moeten trappen in de illusie van lijdende broeders en zusters. Net als God zouden we ons moeten richten op de innerlijke vrede door vooral niet te geloven in de echtheid van “die ander”. We moeten slechts onze denkgeest corrigeren. We lazen  gisteravond verder en kwamen bij de volgende zin (Txt 2: IV-1):

In essentie komt elke genezing neer op bevrijding van angst. Om dit op je te kunnen nemen, dien je zelf niet angstig te zijn. Door je eigen angst begrijp je niet wat genezing is.

 In de studiegroep rees de vraag: “Als angst ons blokkeert, hoe kunnen we dan onze eigen genezing ter hand nemen?” We zijn er aan gewend geraakt om bij dit soort citaten over genezing direct en uitsluitend aan onszelf te denken. Een soort  “Laat Gods liefde maar tot mij komen!” Hierbij vergeten we weer de kernboodschap van Jezus over Gods schepping: liefde moet stromen en wel door ons heen naar onze Broeders. Voel eens dat subtiele verschil tussen die soms wat eenzijdige correctie van onze perceptie (“er zijn geen anderen”) en de bereidheid om je te voegen in de stroom van Vaderlijke- en Broederlijke liefde. En nu iets heel frappants. Ik vond het laatste Cursus- citaat ook wat onduidelijk  en zocht het op in de versie van ECIW die gebaseerd is op de originele aantekeningen van Helen Schucman (dus de “Complete & Annotated Edition). Helaas is deze niet in het Nederlands verschenen, maar ik doe een vertaalpoging:

“But to undertake this you cannot be fearful yourself. You do not understand healing because of your own fear. I have been hinting throuhout that you must heal others. The reason is that their healing merely witnesses to yours”.  Dus: “…Ik heb je er herhaaldelijk op gewezen dat je anderen moet genezen. De reden hiervoor is dat hun genezing slechts getuigt van die van jezelf”

 Robert Perry zegt hierbij in een voetnoot: “Die verwijzingen van Jezus beginnen al bij de uitleg van de wonderprincipes. Veel hiervan omschrijven wonderen als iets wat we moeten aanbieden aan anderen om hen te genezen”.  Ik noem daarom eens een paar van de wonderprincipes met als doel om ons te behoeden voor eenzijdige ik-gerichtheid en vroegtijdig roepen dat er geen anderen zijn:

8. Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben.

9. Wonderen zijn een soort uitwisseling. Zoals alle uitingen van liefde, die in de ware zin altijd wonderbaarlijk zijn, draait deze uitwisseling de natuurkundige wetten om. Ze brengen gever en ontvanger beiden meer liefde.

18. Een wonder is een dienst. Het is de maximale dienst die jij een ander kunt bewijzen. Het is een manier om je naaste lief te hebben als jezelf. Je herkent op hetzelfde moment je eigen waarde en die van je naaste. etc

 De boodschap van Jezus is de afgelopen 2000 jaar niet veranderd. Toen hem werd gevraagd wat het grootste gebod is antwoordde hij:

“Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.  Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.”

Er staat dus niet dat Jezus antwoordde: “Het grootste gebod is te geloven dat God en anderen slechts duale verzinsels zijn”.  Aan het einde van onze vergevingslessen zullen we inderdaad in blijdschap uitroepen:  Er zijn geen “anderen”, ik ben in wonderlijke eenheid verbonden met mijn Broeders! Dit is echter geen verstandelijk uitgangspunt maar de ervaring van wonderlijke verbondenheid en liefde die optreedt als we de rol van liefdeskanaal vervullen en de  liefde laten stromen.  Dus als we onze complete functie als wonderwerkers, ontvangen en doorgeven van onvoorwaardelijke liefde, vervullen.

 

Ze verpesten het voor ons allemaal!

Dat dacht ik toen ik op tv de grote groepen mensen zag die op minder dan 1,5 meter afstand van elkaar de milieustraten, boulevards, winkels enzovoorts bezochten. Door deze groep onnozele egoïsten krijgt heel Nederlands straks huisarrest. Door hun halsstarrigheid zit ik straks binnen met dit mooie weer. Hoe stom en zelfzuchtig kun je zijn!

Tja; eerst maar even een stukje eerlijkheid op niveau II, met m’n “normale” denken. Kennissen kwamen langs de deur om even iets te brengen. Toch maar even gezellig een kopje thee gedronken aan de eettafel. Geen handen schudden, dat niet, maar anderhalve meter? En gisteren er zelf ook lekker op uit geweest op het fietsje en even over het rustige strand gewandeld in Egmond aan Zee. Wel steeds gelet op het houden van voldoende afstand, maar zou ik de wandeling hebben overgeslagen als ik wat meer mensen had gezien? Ik zie, kort gezegd, wel de splinter in het oog van de ander maar niet de balk in eigen oog.

Dan waar het echt over gaat; niveau I. Waarom die boosheid in mij jegens domme anderen? Vanwaar die felheid in mijn beschuldigingen? Uit de Cursus leer ik dat dit me niet hoeft te verbazen. Er staat dat er een misvatting ontstaat in de ene denkgeest die we eigenlijk zijn. Ik wil me namelijk speciaal voelen, een zelfje afgescheiden van het Geheel met eigen privileges. Tegelijk met dit geloof in afscheiding, de zonde maar dan zonder morele lading, ontstaat een gevoel van schuld. Hoewel de onafhankelijkheidswens belachelijk is, voel ik me hier direct schuldig over. Ik meen dat ik de eenheid iets ontfutseld heb, dat ik als het ware autonomie gestolen heb van God.

Deze les uit de Cursus was lange tijd niet invoelbaar voor me. Natuurlijk had ik het talloze malen gelezen, maar intellectueel begrip is vluchtig en op zich weinig behulpzaam. Dat niet kunnen aanvoelen van het schuldgevoel duidt ook op iets anders. Het gevoel is zo onaangenaam dat ik het niet in de denkgeest onder ogen wens te zien. Ik wil er zo snel mogelijk vanaf en projecteer het “naar buiten”, terwijl er helemaal geen buiten me is. Dit mechanisme waarbij ik de schuld zo snel mogelijk naar buiten wil duwen is die beruchte projectie, die ik nu zo duidelijk zie gebeuren met die “egoïstische en domme landgenoten”. Het is de metafysische basis voor dat gezegde over balk en splinter.  ECIW spreekt, ook in de herhalingslessen van deze week, over het koesteren van grieven. Dit is zo’n kernachtige uitdrukking die precies mijn neiging beschrijft. Ik koester mijn boosheid over anderen, ik zwelg er haast in en wil in mijn boosheid medestanders zoeken, maar wens de zelfgerichtheid in eigen denkgeest niet onder ogen te zien.

Toen ik hier vanmorgen bij stil stond kwamen direct andere, mildere gedachten naar boven. Want noch die anderen, noch ik zijn welbewust bezig om anderen te willen schaden. We willen vooral genieten van het lekkere buiten zijn, van bewegen, liefst gezellig met elkaar. Mogelijk zien sommige Cursus-studenten het zelfs als een positieve uiting van liefde waarbij geen gehoor wordt gegeven aan angstgedachten. Is het niet mooi om ook in het fysieke te streven naar verbinding met elkaar? Om elkaar op te zoeken zonder angst? Heerlijk met elkaar in het fijne licht van de lentezon, zonder een wolkje aan de hemel? We zijn immers geen lichamen die ziek kunnen worden maar onkwetsbare denkgeesten?

Natuurlijk is het heerlijk als we ons niet bang laten maken en eventuele angst figuurlijk naar het licht brengen om deze te laten genezen. We moeten echter waken voor niveauverwarring. Iedereen vindt het volkomen normaal als we, zelfs als we zonder angst achter het stuur zitten, de verkeersregels in acht nemen. Als we een rood stoplicht naderen is het niet zo dat we onze ogen sluiten, vingers in de oren stoppen, het stuur loslaten en met de kreet “ik ben niet dit lichaam” vol gas geven. Angstloosheid is geen vrijbrief voor dom en zelfgericht gedrag. Het getuigt bijvoorbeeld niet van verheven liefdevol gedrag om bij veel wisselende seksuele contacten geen condoom te gebruiken omdat jij zo goed beseft dat je toch geen lichaam bent.

Liefde is rekening houden met elkaar. Ze is inderdaad niet angstig maar ook niet zelfgericht. Ze is bereid zich over te geven aan het Goddelijk plan om dienstbaar te zijn aan de broeders met wie ze in eenheid verbonden is. Op droomniveau zien we hier nu een weerspiegeling van. Kunnen we de liefde zien in de regels die we nu even mogen volgen? Kunnen we zien dat lichamelijk  afstand houden niet perse op angst gebaseerd hoeft te zijn? Het valt me op hoeveel meer mensen nu vriendelijk groeten als ik ze tegenkom. Er is een groeiend gevoel van solidariteit. “We are in this together”. Het blijkt dus mogelijk dat we fysiek wat verder van elkaar af moeten gaan staan maar dat we elkaar in de denkgeest nu met tederheid aanraken.

Ik denk nu aan de mildheid van Jezus die ons een dikke Cursus heeft gegeven met 365 werkboeklessen. Hij weet dat we graag vast houden aan de vermeende vrijheid van ons kleine zelf. Dat we tijd nodig hebben in onze droom om minder zelf-gericht te worden en tijd nodig hebben om te leren dat overgave aan de Vader en aan elkaar ons pas echt gelukkig maakt. Met dit geduld wil ik leren kijken naar mezelf en anderen in deze periode. We hebben tijd nodig om ons te leren voegen in de eenheid, tijd om te leren dat er iets veel mooiers is dan mijn individuele privileges. Liefdevol omzien naar elkaar, begrip voor elkaars angsten en ons elk moment openen voor vergeving. Dat is onze Cursus, dat is mijn Weg. Help ons Heilige Geest om Uw Liefde te laten stromen opdat we Haar mogen kennen.