Bereidwillig?

Wij doen graag ons best. Zo ook met de Cursus. Vooral als we ons erg ongelukkig voelen, schakelen we nog een tandje bij. We moeten en zullen die fel begeerde innerlijke vrede bereiken. Ogenschijnlijk gooien de Werkboeklessen van gisteren en vandaag dan ook nog eens olie op het vuur van onze begeerte.

WB 20: Ik ben vastbesloten te zien.

WB 21: Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien.

Jezus begint ook voor wat betreft de denkgeesttraining zelf wat meer van ons te vragen. Hij nodigt ons uit om twee maal per uur te denken aan de les van de dag. Hij weet als geen ander dat we behoorlijk vastgeroest zijn in ons gebruikelijke denkpatroon. We dromen een diepe droom van afgescheidenheid.

Mijn lieve partner is niet echt een ochtendmens. Als ze voor haar werk eens vroeger dan gewoonlijk op pad moet dan zet ze twee wekkers in de herhaalstand en word ik ook ingeschakeld om haar wakker te krijgen. Als ik met m’n hand door haar krullen strijk en vraag of ze wakker wordt krijg ik een soort “jahummmhrrrrmm” te horen. Dat is echter het enige teken van leven en ze keert zich nog eens om en knort verder. Zowel de wekkers als ik hebben herhaling nodig om haar te helpen om wakker te worden. Ik rust hierbij niet totdat ik zoiets hoor als “jaha, ik ben wakker”.

Jezus is in werkboeklessen 20 en 21 onze herhaalwekker. Hij weet dat we heel makkelijk “ja, dat is prima hoor” tegen hem zeggen en vervolgens doorslapen. Hij weet dat we dikwijls niet naar hem zullen luisteren maar hij wordt niet boos of ongeduldig. Hij glimlacht en geeft ons gelukkig nog 340 lessen voor de rest van het jaar. Vergt het dan zo’n inspanning van ons om de Cursus te doen? Hierbij moeten we zorgvuldig kijken naar het verschil tussen bereidwilligheid en inspanning. Jezus legt het ons helder uit in het Tekstboek:

T 2:VI-6: Het is mogelijk een toestand te bereiken waarin je jouw denkgeest zonder bewuste inspanning onder mijn leiding plaatst, maar dit veronderstelt een bereidwilligheid die jij nu nog niet ontwikkeld hebt. De Heilige Geest kan niet méér vragen dan jij bereid bent te doen. De kracht daartoe komt voort uit jouw onverdeelde beslissing. Er is geen spanning in het doen van Gods Wil zodra je inziet dat die ook de jouwe is. De les hier is heel eenvoudig, maar wordt bijzonder makkelijk over het hoofd gezien. Ik zal het daarom herhalen, waarbij ik je dringend verzoek te luisteren. Alleen je denkgeest kan angst produceren. Dit gebeurt telkens wanneer hij in conflict verkeert over wat hij wil, hetgeen onvermijdelijk spanning veroorzaakt omdat willen en doen met elkaar botsen. Dit kan alleen worden gecorrigeerd door het aanvaarden van een eenduidig doel.

 Jezus stelt dat Hij bereid is onze denkgeest te leiden waarbij er geen bewuste inspanning van ons gevraagd wordt. Wij weten immers helemaal niet wat we zouden moeten doen om onze denkgeest te corrigeren. Wat moet ons doel zijn? Wat moeten we nastreven? Wij identificeren ons vooralsnog met ons droomlichaam en onze wensen en doelen zijn gebaseerd op deze identificatie. Jezus ziet ons als de Christus, als Zichzelf, en wil ons helpen om deze visie met Hem te delen. Hier kunnen wij ons nu nog weinig bij voorstellen.

De werkboekoefeningen van gisteren en vandaan zijn wake-up calls waarvan Jezus in het Tekstboek zegt dat hij ons “dringend verzoekt om te luisteren”. Kijk eens goed naar de Werkboeklessen. Merk op dat we niet vragen om iets specifieks te mogen zien. Wij zien aanval, bedreiging en een wereld vol narigheid. Wat moeten we hiervan denken, wat kunnen we hieraan doen? We hebben geen idee. Maar we worden opgeroepen om ons in te spannen om onze beperkte blik op onze wereld en op onszelf te laten corrigeren. We mogen onze bereidwilligheid ontwikkelen en ons best doen om vele keren op een dag tegen Jezus te zeggen:

“Heer ik snap er weinig van en ik zie zo veel problemen. Ik weet dat mijn waarnemen en denken verstoord is, dat heeft u in de eerste 19 werkboeklessen duidelijk gemaakt. Nu wil ik me tot U wenden. Kijk door mijn ogen, verleen me uw visie. Ik wil geen betekenis toekennen aan wat ik meen te zien maar mijn blik en mijn denken aan U geven. Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien”.

En zo stellen we ons vertrouwen op Hem, op zijn- en onze liefdeskracht. Hij popelt om zijn liefdevolle blik met ons te delen. Hij kan niet wachten om zijn heelheid van zien, zijn visie met ons te delen opdat we slechts Gods schepping zien, broeders en zusters met wie we in wonderlijke eenheid verbonden zijn.

Heer, genees mij denkgeest; leer me kijken met de ogen van liefde.

Ons beperkte verstand

Jezus leert ons in ECIW dat onze gedachten niets betekenen (WB 4). De diepgang van deze les is nauwelijks te peilen. Zonder dat we er erg in hebben kunnen we ons best doen om de werkboeklessen te begrijpen. Maar ra ra, waar doen we dat mee? Met ons conceptuele denken. We proberen hiermee tot een juiste conclusie te komen. Is dit dan zo erg? Nee hoor, helemaal niet. Sterker nog; we kunnen in het begin niet anders dan de tool te gebruiken die we altijd in de strijd gooien als we iets willen leren: ons denken. Jezus weet dit en deinst er niet voor terug om ons nieuwe gedachten te geven zoals de werkboekles van vandaag. Best grappig: gedachten die een bom leggen onder het instrument van ons denken, dat almachtige verstand van ons waar we zo graag een oordeel mee vellen.

Maar, zoals gezegd, er is niks mis met het gebruiken van ons verstand, mits we dit niet als een eindstation zien. Het doel van ECIW is niet om een eindconclusie te bereiken. Een definitief, verstandelijk: “Aha, zo zit het volgens mij!”. Het is plezierig als we verstandelijk begrip krijgen van de metafysica van ECIW. Het levert mooie oneliners op: “Alles is één”, “Er is niemand buiten mij”, “Ik ben geen lichaam”; enzovoorts. Maar we moeten oppassen dat we niet intens tevreden blijven hangen in deze staat van verstandelijke verlichting. Wellicht heb je nu je bachelors gehaald als slimme non-duale student. De basis is gelegd, maar je hebt nog meer te leren. Of misschien is “ont-leren” een beter woord.

Want Gods schepping is niet een puzzeltje dat opgelost kan worden. Het is een mysterie dat geleefd mag worden. Het is niet slechts een non-duale waarheid maar tevens een liefdevolle en wonderlijke schepping. Als we niet oppassen spoelen we echter het liefdeskind weg met het badwater van de onjuiste denkbeelden. We blijven dan superieur, tevreden en ongenaakbaar achter. Maar wat baat het een mens als hij het besef van liefde is kwijtgeraakt? Als hij zich beter acht dan de broeders die het nog niet zo goed door hebben?

We moeten ervoor waken dat we bij het corrigeren van ons droom-denken vergeten de liefde uit te nodigen om ons verstand te verlichten. Ons denken dient niet gecorrigeerd te worden maar omgekeerd te worden. Het moet niet langer geworteld zijn in een getraind maar beperkt verstand maar in de liefde zelf. En dat kan simpelweg gebeuren als we, na het opmerken van ons geloof in afgescheidenheid, de liefde (Jezus, Heilige Geest) uitnodigen om de denkgeest te genezen.

“Lieve Heer, ik weet met mijn verstand dat mijn broeder en ik één zijn, maar ik ben toch boos op hem. Hier ben ik heer, met mijn scherpe verstand maar met mijn koude hart. Ik stel me open voor Uw warmte, Uw liefde, uw genezing. Leer me kijken door uw zachte ogen”.

En dan mogen we zwijgen. Dit zwijgen, in het volste vertrouwen op de liefdeskracht, is een belediging voor ons kleine zelf die het denkt al te begrijpen. Maar door ons te openen kan ons hart geraakt worden en kunnen we ervaren dat Zijn liefde uitstroomt naar onze broeder en daarmee naar ons zelf. Wat nu gebeurt is veel mooier, dieper en wonderbaarlijker dan het verstandelijk besef dat alles één is. We ervaren de wonderlijke verbondenheid met onze broeder. We ervaren het mysterie van de eenheid in de ervaring van de liefde. Wauw, wat doen we onszelf tekort door te blijven hangen in dat stadium van verstandelijk begrijpen.

We mogen, zoals ECIW het zo fraai zegt, ontslag nemen als onze eigen leraar. Wat een zegen dat we het zelf niet kunnen doen “doen”. Slechts dat kleine beetje bereidwilligheid om Hem te vragen door ons heen te stromen. En dan borrelt het en bruist het. “Hier ben ik Heer; vul me, gebruik me in de glorie van Uw liefde”.

“Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW” als pdf beschikbaar

Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW
<klik op de link voor pdf van het hele boekje>
Goedemorgen lieve medestudenten van ECIW,
Het jaar is bijna voorbij. Laatste maanden heb ik de hoofdstukken van een klein boekje op deze site gepubliceerd. Aanvankelijk twijfelde ik of ik het de lezers wel mocht aandoen om deze langere tekst te posten. Een vriendin wees me er op dat internetbezoekers ongeduldig zijn en liever hele korte en pakkende stukjes lezen.
Toen ik echter mijn aarzeling naar de HG bracht kreeg ik het beeld door van een lachende Jezus met een dikke Cursus in zijn hand. Hij zei me om me niet bezig te houden met de vraag of mijn broeders wel het geduld hadden om te lezen en te studeren. “Doe maar gewoon wat ik je vraag en laat de rest maar aan mij over”. Dus dat heb ik gedaan en ik heb ervan genoten.
In het boekje “Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW” zit een opbouw bedoeld om “gevoel” te krijgen voor ECIW en valkuilen door niveauverwarring te voorkomen. Dit kost tijd om uiteen te zetten maar kan je heel veel tijd van vruchteloos ploeteren besparen.
Ik wens jullie voor 2020 de levende ervaring van liefde. De droomwereld heeft ons als bakens van liefde nodig om te ontwaken. Dank voor wie jullie zijn, dank aan onze Vader.

Is ECIW het ultieme en laatste boek dat Jezus heeft gedicteerd?

Toelichting: ECIW stamt uit de jaren zeventig. Hierna zijn er meer geschriften verschenen waarvan gezegd wordt dat Jezus erin aan het woord is. Moeten we dit nu wel of niet serieus nemen?

Overwegingen: Vanuit ons droomperspectief is dit een belangrijke vraag. Het kan behulpzaam zijn om niet direct uit de startblokken te willen schieten maar eerst de vraag zelf eens te bekijken. Of beter gezegd: de vraagsteller. Kun je zien dat het stellen van deze vraag reeds uitgaat van een aantal veronderstellingen? Bijvoorbeeld:

  • Het is mogelijk om voor eens en altijd via woorden uit te drukken hoe de waarheid in elkaar steekt.
  • Dit is dan wat Jezus gedaan zou hebben middels een ECIW.
  • Eigenlijk menen we dat Jezus zoiets zou kunnen zeggen als: “let op, ik zal het nog één keer haarfijn uitleggen en dan houd ik erover op”.
  • Wij, als ikjes in de droom, kunnen beoordelen welk boek het ultieme gezag heeft en welk boek gezien moet worden als minder waardevol of zelfs regelrecht bedrog.

Om te beginnen is de titel van ons prachtige blauwe boek: Een Cursus in Wonderen en niet De Cursus in Wonderen. Jezus geeft aan dat ECIW een bijzondere vorm is van een universele les die ieder mens die gelooft in de afscheiding dient te leren <HvL: 1>:

“Dit is een handboek voor een bijzonder leerplan, bestemd voor leraren die een bijzondere vorm van de universele cursus onderwijzen. Er zijn vele duizenden andere vormen, alle met dezelfde uitkomst. Ze besparen louter tijd. “

 In Txt 18: VII legt Jezus uit dat ECIW een cursus is die ons veel tijd kan besparen. Deze weg van vergeving, wonderen en de heilige relatie is kennelijk een aanpak die voor ons heilzaam is:

“Jouw weg zal anders zijn, niet wat het doel maar wat de middelen betreft. Een heilige relatie is een middel om tijd te besparen”

 In het laatste deel van ECIW, het Handboek voor leraren,  legt Jezus ons in hoofdstuk 29 “En wat de rest betreft” uit dat er zeker nog vragen zullen overblijven bij ons. Gelukkig kunnen we hiermee altijd terecht bij de Heilige Geest:

“Niemand zou moeten proberen deze vragen alléén te beantwoorden. Er is zonder enige twijfel geen enkele leraar van God die tot hier gekomen is zonder dat te beseffen. Het leerplan is hoogst persoonlijk toegesneden, en alle aspecten staan onder de bijzondere zorg en leiding van de Heilige Geest. Vraag en Hij zal antwoorden. Het is Zijn verantwoordelijkheid, en Hij alleen is geschikt om die op zich te nemen. Dat is Zijn functie. Die van jou is de vragen aan Hem voorleggen. Zou jij verantwoordelijk willen zijn voor beslissingen waar jij zo weinig van begrijpt? Wees blij dat je een Leraar hebt die geen fouten kan maken. Zijn antwoorden zijn steeds juist. Kun jij dat van de jouwe zeggen?”

 Na het dicteren van Tekstboek, Werkboek en Handboek voor leraren volgden in de jaren hierna nog de aanvullingen “Psychotherapie” en “Het lied van gebed”. Dit laat ons zien dat Jezus er geen moeite mee heeft om zaken nog eens te verduidelijken voor ons.

Nadat ik enkele jaren ECIW bestudeerd had kwamen er nog twee boeken op mijn pad: “The Way of Mastery (WOM)” en “A Course of Love (ACOL)”. Ook hiervan wordt beweerd dat ze geïnspireerd zijn door Jezus. Zoals altijd in onze droomwereld blijken de meningen van de lezers verdeeld. Sommige leraren van ECIW beweren met stelligheid dat deze latere boeken niet alleen onnodig zijn maar ook nog eens in staat om de zuivere en non-duale visie van ECIW te vertroebelen. Ik vond het opvallend dat ik ECIW studenten sprak die genoemde boeken niet hadden ingezien, schermden met uitspraken van anderen en de geschriften als “erg duaal” van de hand wezen. Tja.

Het mag natuurlijk allemaal. Ik ben blij dat de Heilige Geest in de jaren zeventig een weg en een vorm gevonden heeft om met ons te communiceren. Klaarblijkelijk kunnen we er goed mee leven dat dezelfde Stem enkele jaren later de twee genoemde aanvullingen dicteerde. In WOM en ACOL is de toon onmiskenbaar anders dan in ECIW. Ik schrik hier echter niet van. Wat is “de toon van een boek” anders dan de vorm die de Heilige Geest gebruikt om ons te helpen barrières in onze denkgeest op te ruimen zodat we ons kunnen herinneren dat we liefde zijn? En zou het niet zo kunnen zijn dat de Heilige Geest zo rijk en overvloedig liefde schenkt dat ons nog meer prachtige muziek wordt geschonken? Liefde weet wat we nodig hebben en laat zich niet afremmen door ons of-of-denken. Ze weet dat de waarheid niet bedreigd kan worden maar is bereid om ons precies de uitleg, de toon, de aanraking te bieden die we nodig hebben.  De vraag “wat doen deze boeken met me” vind ik belangrijker dan de dwang een onnodige keuze te maken. En op die vraag heb ik slechts een kinderlijk antwoord: “ik ben dankbaar en kan m’n geluk niet op!”. Zo simpel. Moet iemand ECIW doen? Natuurlijk niet. Moet een ECIW-student ook WOM en/of ACOL tot zich nemen. Natuurlijk niet. Maar goddank zijn deze parels ons geschonken. Er is liefde in overvloed.

 

 

Klopt het dat ik gewoon alles moet leren accepteren wat me overkomt?

Toelichting: Als we ten onrechte denken dat we een afgescheiden doenertje zijn dat in een denkbeeldige wereld lijkt te leven dan kun je het idee krijgen dat acceptatie van alles wat je overkomt de beste manier is om je niet druk te maken.

Overwegingen: In dit werkje “Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW”, staat de vraag “wat kan ik doen” centraal. We zijn nu op een punt gekomen waarop we zien dat dat kleine zelf onderdeel is van de illusie. Als we als Zoon van God geloven dat dit kleine zelf onze ware identiteit is en als we dit ons handelen laten bepalen dan zinken we nog dieper weg in het doolhof. Acceptatie van onheil als pijn, ziekte, angst en alle andere gevoelens van onbehagen lijkt dan een uitstekende houding om aan te nemen. Toch moeten we hier wat genuanceerder naar kijken. Welk gevoel roepen deze zinnen bij he op? Is het een gevoel van gelatenheid? Zo van: “ach ja, dan zal ik er maar mee moeten leven?”. Of in klassiek Christelijke termen: de mens wikt maar God beschikt?

In ECIW worden voor deze houding de woorden slachtoffer en martelaar gebruikt. Probeer te voelen wat er schuil gaat achter deze etiketten. De rode lijn bij dit doorvoelen is altijd de vraag of geloof in negatieve etiketten als martelaarschap en slachtofferschap je gevoel van eenheid en verbinding versterkt of dat het juist je gevoel van alleen-zijn, kwetsbaar zijn, afgescheiden zijn. Neem de tijd om zo te doorvoelen wat de leefregel om alles maar te accepteren van binnen met je doet. Is dit de innerlijke vrede en het geluk waarvan Jezus zegt dat het ons geboorterecht is?

Jezus roept ons niet op om te blijven geloven dat wij kwetsbare, dappere martelaars zijn. Er is in de non-duale visie geen verschil tussen iemand die gelooft een dappere vechter te zijn en iemand die gelooft een wijze martelaar te zijn. In beide gevallen geloven we nog steeds in een afgescheiden zelf dat worstelt met omstandigheden buiten zichzelf. Juist deze perceptie mag vergeven worden. Ons gebed kan dan bijvoorbeeld zo klinken:

“Heer ik denk dat ik een dappere vechter ben of juist dat ik alles dapper accepteer. Ik erken dat ik nog steeds geloof dat ik iets aan het presteren ben en dat het dus op mij neerkomt hoe dit zal gaan aflopen. Heer corrigeer mijn perceptie, laat Uw liefde binnenstromen zodat ik alles anders mag zien en ervaren. Genees mijn bijgeloof in martelaarschap en in heldendom. Ik ben Uw Heilige Zoon en hoef niet te geloven in strijd tegen- of acceptatie van onheil. Heer, mag ik Uw liefde en vrede ervaren zodat ik diep van binnen mag weten dat ik veilig ben en me niet hoeft te verdedigen? Mag ik leren dat ik altijd veilig in Uw armen rust. Dank u dat u er altijd bent als ik me zo tot U wend. Dank voor de almacht van Liefde, dank voor Uw Kracht”.

Nu is er ruimte voor het wonder. In eerste instantie geldt dat onze verkeerde perceptie wordt genezen. De kracht van liefde maakt van ons geen super-zelfjes die nog wat sterker zijn. Nee, door de correctie valt de bodem uit de vermeende tweestrijd van “ik versus de wereld”. Dit is een kwantumverschil. Innerlijke vrede treedt direct op als het geloof in tweeheid wegvalt.

Als wij als klein doenertje zo letterlijk uit beeld verdwijnen zal de liefde overvloeien naar alles en iedereen. Dit is een scheppende en genezende kracht. Het wonder van Een Cursus in Wonderen is meer dan de correctie van onze perceptie waardoor wij ons wat vrediger voelen. Het wonder is het weer gaan stromen van de liefde die er altijd al was maar die wij wilden blokkeren om ons afgescheiden te voelen. Het is de aard van liefde om te stromen, om te geven. Stromen naar ons, door ons en naar zogenaamde anderen binnen de droom. Plotseling zien we niet langer het boze gezicht van onze partner maar zien we onze Broeder die zichzelf vasthoudt in zijn illusie van afgescheidenheid. De genezing die op gang is gekomen bereikt anderen moeiteloos en gebruikt jouw lichaam als communicatiemiddel. Waar acceptatie een mate van passiviteit inhoudt is vergeven een dynamisch gebeuren. Het is niet slikken en stikken maar openen, ontvangen en doorgeven. Zo wordt door ons heen het wonder aangeboden aan heel Gods schepping. We zijn geen martelaars maar wonderdoeners.

 

 

Mag ik nu wel of niet streven naar lichamelijke genezing?

Toelichting: Bij deze vraag mogen we het woord “lichamelijk” heel ruim nemen en niet alleen denken aan fysieke klachten maar ook aan psychische en emotionele klachten.

Overwegingen: In de Bijbel staat dat Jezus wonderen verrichtte en deze waren voor iedereen zichtbaar met de ogen van ons fysieke lichaam. Vandaar dat dit ook de wijze is waarop wij denken over wonderen.

In deze betekenis zijn het plotselinge en onverklaarbare verbeteringen van allerlei lichamelijke aandoeningen. Het grootste wonder is dan het zelfs opwekken van doden. Als we heel eerlijk zijn dan zijn dit soort heerlijke verbeteringen ook waar we op hopen als we aan de slag gaan met ECIW. Misschien verwachten we niet direct dat er fysieke wonderen plaats zullen vinden maar dan toch tenminste grote verbeteringen in ons psychisch en emotioneel welbevinden.  Ook hier mogen we weer alert zijn op onze of-of vragen: of we mogen wél streven naar lichamelijke genezing of we moeten ons beperken tot een correctie van onze perceptie van ziek-zijn waarbij de klachten gewoon kunnen voortduren. Wat is nu de juiste houding?

De focus van ECIW is nooit op ons lichaam. Hoewel ik niet uitgebreid wil ingaan op de verschillen en overeenkomsten tussen Bijbel en de Cursus wil ik toch noemen dat de Bijbelse Jezus bij het verrichten van wonderen ook wijst op zaken als “geloven” en “zonden vergeven”. De fysieke genezingen zijn geen doel op zich maar een bewijs van de macht van liefde. Maar eerst terug naar de denkgeest. Wat is het effect van lichamelijk ongemak op ons gevoel van vrede en eenheid? Dat is niet zo ingewikkeld. We ervaren pijn en ziekte als een strijd die we moeten proberen te winnen. We zeggen niet voor niets dat iemand na een moedige strijd toch overleden is aan bijvoorbeeld kanker.

Ook nu moeten we weer terug naar de metafysica om te leren dat ziekte ons niet overkomt als noodlot waarbij wij het ongelukkige slachtoffer zouden zijn. Nergens klinkt ECIW in onze oren harder dan hier: wij hebben als Zoon van God om ziekte gevraagd om ons zondige ik te straffen en daarmee onze illusie echt te laten lijken. Onderzoek eens wanneer je geloof in eigen afgescheidenheid en dus in kwetsbaarheid het grootst is. Dat is op het moment dat we lichamelijk bedreiging ervaren en we de dood in de ogen kijken. De Cursus wijst ons op een verbijsterende waarheid. De dood en de doodsdreiging zijn voor de verdwaasde Zoon van God het beste “bewijs” dat het spel van de afscheiding gelukt is. God is boos, ik ben schuldig en kwetsbaar, ik zal gestraft worden en kan echt sterven. Het ultieme bewijs zou hiermee geleverd zijn: ik ben afgescheiden, afgesneden van de eenheid, en kan dus sterven. Wij geloven in de echtheid van de bedreiging door pijn, ziekte en dood. ECIW spreekt hierbij over het aanbidden van afgoden. We sidderen en beven voor hen en zijn bereid om al onze nep-kostbaarheden, al ons geld, te betalen als ons leven maar gespaard blijft. Al is het maar voor enkele maanden of jaren want, zo geloven we, de dood is onze enige verschrikkelijke zekerheid.

Dit alles, dit geloof in de echtheid van het lichaam, speelt zich af in die ene onmetelijke denkgeest die we zijn. Hier vieren we het geloof in de afscheiding, zelfs als de consequentie hiervan is dat we ook moeten vrezen voor leed en voor de dood. Dat is de prijs die we gek genoeg graag bereid zijn te betalen. En dit is ook de plek waar ware genezing nodig is: in de denkgeest. Hier mogen we eerst, om het toch maar Bijbels te zeggen, “onze zonden belijden”. Maar dan niet in de zin dat we het ons als Zoon van God echt gelukt zou zijn om ons los te denken. Dat is godsonmogelijk. Nee, we belijden onze zonden als we constateren dat we groot geloof hechten aan het succes van onze onafhankelijkheidsstrijd. We mogen belijden dat we ervan overtuigd zijn dat het ons gelukt is. Dat we een afgescheiden zelf zijn dat kan lijden en sterven. Dan mogen we zwijgen en de Heilige Geest uitnodigen om dit bijgeloof te genezen. Dáár moet onze focus liggen, op het genezen van de denkgeest.

De valse getuigen, de pijn en het lijden, zullen schreeuwen om aandacht en aanbidding. Geef ze binnen de droom de normale droomzorg. Bezoek een arts, slik een pijnstiller als dat je helpt. Binnen de droom hoef je niet de rol van martelaar te spelen die dapper de pijn verbijt. Behandel je kleine zelf zoals je een klein ziek kind zou behandelen. Wees gewoon lief. Maar ondertussen. Wees wel vastberaden om je vergevingsoefening te doen. En wees hierin oplettend. Vergeven is niet hetzelfde als de pijn ontkennen. Zie hiervoor ook vraag 1. De droom van pijn is er, je hebt deze zelf gemaakt. Voel je hierover niet stom, minderwaardig of schuldig. Zie de pijn uitsluitend als gelegenheid om genezing te zoeken voor de denkgeest. Laat je troosten en genezen door de liefde en geef je strijd aan Hem. Niet met als doel om als zogenaamd gezond droomfiguur je rug zo snel mogelijk toe te keren aan je Geneesheer maar om nu en voor altijd bij Hem te verblijven. In Zijn heerlijke armen. Dat is ons enige doel: de illusie van de afscheiding door Liefde laten genezen zodat we weer beseffen dat we Liefde zijn.

Toch een laatste gedachte over lichamelijke genezing. Ons of-of denken hoeft nu niet door te schieten en stellen dat de genezen denkgeest niet door zou kunnen werken tot in de droom van onze niveau II werkelijkheid. Alles wat we menen te zien is projectie en een genezen denkgeest kan heel anders projecteren dan een ongenezen denkgeest. Sommige cursusleraren, zoals Nouk Sanchez, plaatsen een ander accent. Zij zien het genezen lichaam als ultiem en triomfantelijk bewijs van de waarheid van ECIW en de kracht van liefde. Ik juich met hen mee in deze waarheid maar heb te vaak gezien dat de mogelijkheid van wonderbaarlijke veranderingen op droomniveau enorm verleidelijk zijn voor de Zoon van God die wil blijven geloven in afscheiding. We hechten meer belang aan de genezing van ons fysieke droomlichaam dan aan het genezen van de gespleten denkgeest. Door je hoop op lichamelijke genezing te vestigen in plaats van op genezing van de denkgeest, verwissel je oorzaak en gevolg. Je denkbeeldig lijden vindt zijn oorsprong in de niet-genezen denkgeest. Het is het beste om Liefde te vragen je te genezen van je geloof een afgescheiden en kwetsbaar lichaam te zijn. Vrees daarentegen niet de wonderbaarlijke effecten hiervan, sta er voor open. Het kan een zeer krachtige getuigenis zijn van de macht van de denkgeest en van ware genezing van de denkgeest.

Tenslotte dit nog. Ik geloof dat de beschrijvingen in het Nieuwe Testament wat betreft wonderbaarlijke genezingen accuraat zijn. Het ultieme voorbeeld hiervan heeft Jezus ons zelf gegeven door zijn droomlichaam na de kruisiging uit zijn graf, de grot, te laten verdwijnen en ten overstaan van zijn discipelen weer te tonen. Een genezen denkgeest hoeft geen droom meer te dromen van een lichaam dat aangevallen kan worden door ziekte en dood. Dit is de verzoening; halleluja!

 

 

Hoe kunnen we nu hulp vragen aan God, Jezus of HG? Die bestaan toch niet buiten onszelf dus dan foppen we toch onszelf?

Toelichting: We moeten er dus voor waken dat we als droomdoenertje aan de slag willen gaan om onszelf te verbeteren. Maar wat kunnen we anders als er buiten ons geen godheid bestaat die ons te hulp kan komen?

Overwegingen: Vanuit ons droomperspectief menen we dat we te kiezen hebben tussen goed en fout, het is het één of het ander. Wij denken in tegenstellingen. Dus als er niemand buiten ons bestaat kunnen we ook geen hulp vragen aan een ander. En als we één zijn dan betekent dit automatisch dat we dus zelf onze problemen dienen op te lossen. Dit zijn binnen onze niveau II werkelijkheid de enige opties.
We missen hierbij echter de wonderlijke, mysterieuze en paradoxale “eigenschappen” van de schepping. Ik schreef erover in hoofdstuk <De onbegrijpelijke niveau I werkelijkheid> maar er verstandelijk kennis van nemen wil niet zeggen dat hiermee onze blinde vlek verdwenen is. Telkens weer gaan we over dit soort vragen nadenken zonder ons de beperktheid van de zogenaamde denker bewust te zijn.

De schepping is een mysterie waarbij eenheid zich uitbreidt en toch één blijft. Sta hier eens bij stil en laat het tot je doordringen. Ons denken duizelt. Hoe kan iets dat niet gebonden is door tijd en ruimte zich uitbreiden? Wat moeten we ons voorstellen bij zoiets als de Heilige Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest? Is Jezus nu echt een oudere broeder van ons of kan dat helemaal niet?

Zoals ik eerder schreef moeten we niet denken dat we nu een of ander raadsel moeten en kunnen oplossen. Het is veel behulpzamer om iets van die universele ervaring te proeven waar ECIW over spreekt <VvT Inleiding>:

“Theologische overwegingen als zodanig zijn per definitie controversieel, aangezien ze op geloof berusten en daarom aanvaard of verworpen kunnen worden. Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk. Het is deze ervaring waarop de cursus aanstuurt. Alleen hier is consistentie mogelijk, want alleen hier komt aan onzekerheid een eind.”

Dat geldt ook voor deze vraag. Ook hier geldt dat we vooral enige helderheid kunnen ervaren als we de fout in ons denken herkennen en vergeven. Door ons of-of-denken kunnen we op twee manieren ontsporen:

  1. We geloven net als vele broeders en zusters binnen het Christendom, Islam en Jodendom, dat we gescheiden zijn van God en dat het dus handig is om Hem te hulp te roepen om weer thuis te kunnen komen. Met de mond belijden we als cursusstudenten dat we een non-duale visie hebben. Zoals ik echter bij vraag 5 beschreef, zien we toch dikwijls het ego en de Heilige Geest als een soort krachten buiten onszelf. Voor ons, in ons geloof in afgescheidenheid, bestaat het risico dat we ons tot in lengte van dagen slachtoffer blijven voelen van de ellende die ons overkomt in de droom. We bidden en smeken om genezing van onze ziekte, voor een eind aan alle lijden en pijn. We hopen dat ooit onze gebeden verhoord zullen worden en dat God, Allah, Jezus of welke Goddelijke entiteit dan ook ons een keer zal komen verlossen. Waarschijnlijk geloven we als ECIW-studenten niet meer in een hel en een hemel na dit fysieke leven. We willen verlost worden uit de hel die we nu ervaren en dan ook nu die heerlijke verlichting, de hemel ervaren. Zolang we echter dit slachtofferschap koesteren zal het voortduren. Ten diepste willen we namelijk geloven in dualiteit en niets kan de Wil van de Zoon van God weerstaan.
  2. We geloven dat alles één is en dat er niets buiten onszelf bestaat. Dat is toch de kern van de non-duale visie? Er is toch geen God buiten ons zoals de klassieke Christenen en gelovigen van andere monotheïstische godsdiensten geloven? Dan moeten we het dus zelf doen. Wij zijn immers die machtige Zoon van God? Nu rekenen we onszelf echter te snel rijk. Want ja, we zijn de machtige Zoon van God maar nee, dat zijn we niet vanuit ons geloof in afgescheidenheid, vanuit ons kleine alledaagse zelf. Daarom is streven naar zelfliefde ( zie vraag 4) wellicht plezierig maar toch wat anders dan Zelfrealisatie. Het is absoluut niet behulpzaam als we ons kleine zelf op de heilige troon willen zetten van God. Dat is pas blasfemisch. Niet blasfemisch in de zin van zondig of godslasterlijk. Wie denken wij wel dat we zijn als denkbeeldig droomfiguur dat we de Schepper kunnen beledigen? Nee, het is blasfemisch in de zin van bespottelijk en op een trieste manier grappig dat we denken als klein zelf ons te kunnen verheffen tot een Goddelijke status.

Maar wat moeten we dan als we in nood denken te zijn en onze hersenen zo beginnen te kraken? We kunnen ons gespartel zien en erkennen dat wij zelf niets kunnen doen. Dit is een belediging voor ons ego <Txt 18: IV,7>:

“Dit is het wat het heilig ogenblik zo makkelijk en zo natuurlijk maakt. Jij maakt het moeilijk, doordat je volhoudt dat er vast en zeker meer is dat jij zou moeten doen. Je vindt het moeilijk het idee te aanvaarden dat je zo weinig hoeft te geven om zoveel te ontvangen. En het valt jou heel zwaar in te zien dat het geen persoonlijke belediging is dat jouw bijdrage en die van de Heilige Geest in zo grote wanverhouding tot elkaar staan. Je bent er nog steeds van overtuigd dat jouw inzicht een machtige bijdrage vormt aan de waarheid, en haar maakt tot wat ze is. Toch hebben we beklemtoond dat je niets hoeft te begrijpen. Verlossing is makkelijk, juist omdat ze niets vraagt wat je niet nu meteen kunt geven.”

We kunnen slechts zoiets bidden als:

“Heilige Vader, liefde. Hier ben ik. Ik spartel om u te bereiken maar ik weet dat ik niet kan klimmen tot de hemel. Het voelt zo raar Vader dat ik moet toestaan dat U mij vervult. Dat ik al mijn gespartel moet opgeven en me openen voor U. Het voelt zo weerloos en machteloos Vader. Het voelt een beetje als het opgeven van alles wat me zo dierbaar lijkt, als sterven. Maar hier ben ik Vader.”

Pas dan kan het wonder gebeuren. Het wonder dat het besef gloort dat het geen sterven betekent om je te openen voor de Vader, voor de liefde die je bent. Het is leven en het is vrede. Je hebt er geen woorden voor om te beschrijven wat je nu geopenbaard wordt. Het heeft niets met eigen verdienste te maken. Het vervult je met de zekerheid dat dit het is maar je kunt “dit” niet benoemen. Je kunt alleen maar gelukkig zijn.

Terug naar de vraag. Want heb je nu iets zelf gedaan? Nee. Ben je geholpen? Ja, zo voelt het wel. Door Iemand buiten je? Nee. Zie je het? Zie je de beperking van ons kleine verstand en voel je dat heerlijke mysterie?

Vraag 5: Hoe kom ik toch af van dat hardnekkige ego?

Toelichting: Dit thema keert met regelmaat terug tijdens bijeenkomsten en in Facebook-groepen. We menen een strijd te voeren tegen het ego en hopen deze strijd uiteindelijk te winnen.

 

Overwegingen: Vanuit ons geloof in afgescheidenheid gezien, dus vanuit ons duale gezichtspunt, lijkt er sprake te zijn van twee tegengestelde krachten. Aan de ene kant is er het ego dat ons wil verleiden om ons te blijven identificeren met de droomwereld. Aan de andere kant is er dan de Stem van de Heilige Geest die ons uitnodigt om onze waarneming te laten corrigeren zodat we weer meer besef krijgen van ons ware Zelf. Wij zitten als het ware tussen deze twee kampen in. Cursusleraren beschrijven onze positie als die van “de keuzemaker”. Naar wie zullen we gaan luisteren, naar het ego of naar de Heilige Geest?

De terminologie die uitgaat van keuzemaker, ego en Heilige Geest kan zeker behulpzaam zijn. Toch is het goed om de metafysica van de Cursus helder voor ogen te houden. Door onszelf namelijk te identificeren met de keuzemaker kan het gemakkelijk gebeuren dat we het ego gaan zien als een op zichzelf staande kracht die ons tegenwerkt. We maken het dan, anders gezegd, tot een externe factor die ons bedreigt en we reduceren onszelf dan automatisch als potentieel slachtoffer van zijn listen en bedrog. Maar er zijn niet drie van elkaar gescheiden partijen in deze kwestie. We hebben beelden gevormd van een zelf als keuzemaker, een vervelend ego en een vriendelijke Heilige Geest. Hiermee kunnen we uit het oog verliezen dat niemand de Zoon van God verleidt dan Hijzelf. Wijzelf, als Zoon van God,  kiezen ervoor om het spel van afscheiding te spelen, te projecteren en de beelden die we maken serieus te nemen. Het is en blijft dus onze keuze en we zijn nooit en te nimmer slachtoffer van iets of iemand buiten ons. Ofwel:

Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie. <Wb 31>

Evenmin is de Heilige Geest een wezen dat los van ons staat. Wij zijn in eenheid met Hem verbonden (zie ook vraag 6). Hij is de kracht van onze eigen liefde die ons terugvoert naar de herinnering van wie we zijn als we stoppen met het serieus nemen van onze geprojecteerde maaksels. Wij zijn het dus die onszelf voor de gek wensen te houden en deze zelffopperij noemen we gemakshalve “ego”. Wij zijn het ook die toch wel weer besef willen hebben van onze ware identiteit en onze terugroepende kracht is de Heilige Geest.

Waarom is dit belangrijk? Zolang we ons slachtoffer voelen van het ego hebben we onze sleutel uit handen gegeven. We voelen ons speelbal van krachten buiten ons. We hopen maar dat de Heilige Geest ons te hulp zal komen zodat we niet al te lang die terreur van het ego hoeven te ondergaan. Zo is het dus niet. We zijn van niemand anders afhankelijk dan van onze eigen bereidheid om niet langer als doenertje te willen strijden en vechten. Want dát is onze verborgen agenda: wij willen winnen met behulp van God. Maar wij kunnen geen overwinning boeken, er is geen verlichtingsbuit te scoren. Wij zijn in onze Vader de alfa en de omega. Wij zijn al heel en compleet maar kiezen ervoor om anders te ervaren. Zo ook kunnen we kiezen om ons steeds meer en meer te herinneren door ons te openen voor de liefde die we zijn. Dat is onze weg van vergeving.

Moet ik eerst leren om meer van mezelf te houden?

Toelichting: ECIW gaat over het Zelf en over liefde en het lijkt dus voor de hand te liggen dat zelfliefde een belangrijke sleutel is voor zelfrealisatie. Het is ook een begrip dat ons aantrekkelijk in de oren klinkt.

Overwegingen: Een krachtige manier om ons niet verbonden te voelen met de wereld, anderen en onszelf is door het instrument “beschuldigen” te hanteren. Liefst beschuldigen we vanuit ons geloof in afgescheidenheid de zogenaamde anderen buiten ons. Dat kunnen onze naasten zijn, de farma-industrie, de boeren, politici of zelfs de president van Amerika. Zij zijn dan de schuldigen aan allerlei ellende en ze lijken ons boos en verontwaardigd te kunnen maken. ECIW leert dat dit zogenaamde projecteren van boosheid een manier is om ons geloof in afgescheidenheid heel écht te laten voelen. We projecteren daarbij de schuld op anderen maar we kunnen deze ook op vermeende slechte eigenschappen van onszelf projecteren. Dan vinden we onszelf slecht, minderwaardig, traag, dom, lelijk, onaardig, oneerlijk en ga maar door. De vormen van zelfbeschuldiging zijn haast eindeloos. Maar onder de streep komt het beschuldigen van anderen of onszelf op hetzelfde neer: er is een schuldige dus moet de afscheiding wel hebben plaats gevonden.

Ik behoor in de droom tot de categorie mensen die vooral zichzelf beschuldigen. Psychologen zouden samen met mij op zoek gaan naar oorzaken hiervan in mijn jeugd. Mijn vader was een autoritaire man, beroepsmilitair, met duidelijke beelden van goed en fout. We moesten gehoorzaam zijn, eerlijk, hardwerkend en beleefd. Papa’s oordeel was natuurlijk erg belangrijk voor de kleine Simon. Ik werd een pleaser en een expert in het interpreteren van de mimiek van mijn vader. Was hij blij met me of zag ik een eerste teken van afkeur en irritatie op zijn gezicht? Ik wilde het zo dolgraag goed doen om zo zijn liefde en waardering te mogen ontvangen. Zo’n uiterlijk gedragspatroon dat je als kind ontwikkelt kan uiteindelijk als een soort standaardprogrammering verankerd raken in je lichaam. Dat merk ik inderdaad nog steeds. Als een situatie niet helemaal verlopen is zoals ik had gehoopt dan is mijn eerste vraag: “wat heb ik fout gedaan?”. Ik ben wel eens jaloers op mensen die in eerste instantie de vinger op anderen richten. Een ander beschuldigen voelt voor mij minder vervelend dan mezelf beschuldigen.

Dat zoeken van de oorzaak van huidige trauma’s in onze jeugd kan resulteren in een beschuldigende houding richting onze opvoeders. Dit lijkt in eerste instantie wat verlichting te bieden maar, zoals gezegd, we houden ons geloof in dualiteit hiermee in stand. Binnen de niveau I werkelijkheid zijn we allemaal onschuldige Kinderen van de ene Vader, zowel onze aardse ouders als onszelf. Als we boosheid koesteren jegens hen dan help dit niet om ons in eenheid met onze ouders verbonden te voelen.

Maar terug naar mijn neiging tot zelfverwijt, zelfbeschuldiging en schaamte. Mogelijk herken je jezelf in deze neiging. Helpt het nu om ons bezig te gaan houden met het leren van zelfliefde? Ja en nee. “Ja” in de zin dat het zelfs op het niveau van onze II werkelijkheid handiger is om onszelf oké te vinden en onszelf niet te geselen met beschuldigingen. Maar “nee” als we doorslaan richting narcistische zelfgenoegzaamheid. We zijn namelijk noch een waardeloos zelf noch een waardevol zelf.  We zijn helemaal geen afgescheiden wezentjes waar een etiket opgeplakt zou kunnen worden. Elk oordeel, zowel negatief als positief, is misplaatst voor een Zoon van God en dat geldt net zo goed voor onze ouders als voor onszelf. Als we investeert in zelfverbetering en na enige tijd tevreden zijn over het resultaat dan blijven we geloven in de waarde van ons oordeel over ons droom-zelf. We hoeven niet op duale wijze een zelf lief te hebben waar we beoordelend naar zou kunnen kijken. We zijn die liefde.

Nu even praktisch. Wat moeten we dan doen als we weer eens zo streng zijn voor onszelf? Ook hier weer het advies om gevoel te krijgen voor wat het boos-zijn doet binnen onze denkgeest. Zie, maar vooral, voel hoe we een denkbeeldige innerlijke splitsing erger maken naarmate we bozer zijn op onszelf. Het is een bizarre situatie waarbij er sprake is van een soort gespleten zelf: de ene helft lijkt erg op die strenge ouder van vroeger en die andere helft is het stoute kind dat fout zou zijn. Hoe zou het zijn om gewoon eens te stoppen met dat zelfverwijt? Kijk hoe dat voelt. Merk op dat het haast ongepast lijkt om zo maar in eens niet langer boos te zijn op onszelf. Raar hé? Het is niet fijn om ons schuldig te voelen en toch houden we eraan vast. Weet je hoe dat komt? Omdat we onbewust willen vasthouden aan die rare illusie van tweeheid. Blijf stilstaan bij die aarzeling om je zelfverwijt zomaar los te laten en nodig onze liefdevolle Vader uit om je hart te vullen. Laat de liefde binnenstromen ook al voelt dit haast onverdiend. Deze liefde is tevens kracht en in staat om de donkere wolken van zelfbeschuldiging uit onze denkgeest weg te blazen. Open je voor die zachtheid en geniet van die liefde.

Maak ik de illusie écht als ik anderen probeer te helpen?

Toelichting: Deze kwestie kwam al eerder aan de orde maar is belangrijk genoeg om nogmaals te noemen.

Overwegingen: Het is weer behulpzaam om bedacht te zijn op het fenomeen niveauverwarring. Gewoonlijk denken en praten we dus zonder dat we in de gaten hebben dat we ons beperkte niveau-II verstand op de troon gezet hebben. Ons kleine zelf is dan het “ik” dat aan het woord is. Dit zelf gelooft in afscheiding, in kwetsbaarheid, ellende en ziekte. Als we nu bang worden van het leed dat we menen te zien en op onze eigen en beperkte manier zogenaamd afgescheiden en hulpeloze medemensen willen gaan helpen dan maken we hiermee inderdaad onze droom alleen maar echter voor onszelf. We geloven dan namelijk dat anderen écht in nood kunnen zijn. Het kan niet anders dan dat we dan hetzelfde mogelijk houden voor onszelf. We geloven dan dus in de dualiteit.

Wat moeten we dan? Een bekende en gerenommeerde cursusleraar, Ken Wapnick, schat het “gevaar” van het echt maken van de illusie zo hoog in dat hij adviseert om uiterst terughoudend te zijn. “Hoed u voor de weldoeners” is zijn waarschuwing. Toch moeten we dit niet als nieuw dogma gaan koesteren. ECIW geeft immers nooit gedragsregels maar nodigt ons uit om onze motieven te onderzoeken. Wie is onze raadgever? Handelen we vanuit geloof in afgescheidenheid (vanuit ons ego) of handelen we geïnspireerd door de Stem van de Heilige Geest? Als wij namelijk een broeder in droomnood zien en ons in stilte keren naar de Heilige Geest dan kan deze ons zonder enig probleem vragen om de liefde voor die ander uit te drukken in de vorm. Als iemand dreigt te verdrinken dan werpen we zonder aarzeling een reddingsboei toe, ook al kan de Zoon van God niet sterven. Ken Wapnick is daar gelukkig ook heel helder in als hij adviseert om toch vooral “normaal” te blijven doen.

Ik vrees dat de ongetwijfeld goedbedoelde waarschuwing van deze leraar zijn doel in cursusland voorbij geschoten is door onze neiging om zijn woorden te verheffen tot richtlijnen voor gedrag. Hij zag zelf ook dat gevaar toen hij zei dat je beter geen cursusstudent kunt vragen om je te helpen als je ziek bent. Je zou dan namelijk makkelijk een koud en afstandelijk antwoord kunnen krijgen. Ik vind de kwestie te pijnlijk om hierover te lachen. Als we pijn en ziekte serieus nemen zouden we toch juist een medestudent moeten bellen? Iemand die ons vanuit liefde en vanuit contact met de Heilige Geest precies kan geven wat we nodig hebben. Of dat nu een passend woord of een daad is; het zal uiteindelijk behulpzaam blijken om het geloof in ziekte in de denkgeest et genezen. En waarom zouden we dan bang zijn om de droom echt te maken? We mogen overstromen van liefde en ook middels ons lichaam werkelijk behulpzaam zijn in de droom zodat een ander deze liefde ook leert kennen. Ons lichaam is een communicatiemiddel. In dienst van de liefde is het prima geschikt om de schoonheid van verbondenheid te tonen.

Ik wil je uitnodigen om eens iets te lezen over de ontstaansgeschiedenis van ECIW. Het is erg verhelderend om te zien wat Jezus vraagt aan Helen Schucman, de psychologe die zijn woorden heeft opgeschreven. Hij vraagt haar niet alleen om het wonder te ervaren van haar gecorrigeerde perceptie maar ook om de liefde soms heel praktisch in de droomwereld te laten stromen en daarmee wonderen aan te bieden. Willen wij ECIW neerzetten als een zelfgerichte visie waarbij studenten zich distantiëren van het “normale” leven? Dat brengt me bij de volgende vraag.