Jezus: voorbeeld én verlosser

<Een wat langere blog dan gewoonlijk, maar hopelijk behulpzaam. Hartegroet, Simon>

Waarschijnlijk overdrijf ik niet wanneer ik stel dat er door de eeuwen heen duizenden auteurs hebben geschreven over Jezus en over de betekenis van zijn leven. Ik koester geen enkele illusie dat deze blog daar iets werkelijk origineels aan toevoegt. Toch vermoed ik dat veel studenten van Een Cursus in Wonderen (ECIW) vroeg of laat met dezelfde vraag worstelen: hoe moeten we Jezus eigenlijk zien?

Laat ik beginnen bij een klassieke christelijke visie. Daarin lijkt Jezus een dubbele rol te vervullen. Enerzijds is hij de Zoon van God die laat zien hoe wij geroepen zijn te leven: liefdevol, vergevingsgezind en toegewijd. Hij is leraar en voorbeeld. In mijn jeugd werd dat samengevat in het bekende acroniem WWJDWhat Would Jesus Do? Anderzijds wordt Jezus gezien als het “Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt”. In een vereenvoudigde uitleg: de mens heeft gezondigd, God is rechtvaardig en boos, en de straf die ons toekomt wordt door Jezus gedragen in zijn kruisdood. Hij offert zich plaatsvervangend op, zodat wij vrijuit gaan.

Deze manier van spreken kan problematisch worden. God verschijnt dan al snel als rechter die genoegdoening eist, en straf als noodzakelijk middel ziet. Dat beeld sluit overigens naadloos aan bij hoe wij mensen zelf vaak denken over schuld en vergelding. Jezus wordt in dat kader de “rijke broer” die onze schuld betaalt. Wij hoeven slechts dankbaar te aanvaarden wat hij voor ons heeft gedaan.

Tegelijk zou het onrecht doen aan het christelijk geloof om het hierbij te laten. Zeker binnen evangelische en baptistische tradities gaat het niet alleen om het aannemen van een offer, maar ook om het erkennen van Jezus als Heer. Dat betekent: je leven willen afstemmen op zijn leiding, openstaan voor de Heilige Geest, en de intentie hebben om daadwerkelijk liefdevol te leven. De focus ligt dan niet uitsluitend op het hiernamaals, maar ook op een getransformeerd leven hier en nu.

Vanuit dat perspectief blijkt de kloof tussen deze christelijke visie en die van ECIW misschien kleiner dan vaak wordt gedacht. Toch zullen veel cursusstudenten twee fundamentele correcties willen aanbrengen. Ten eerste wordt God in ECIW radicaal “ontschuldigd”: Hij is louter Liefde, zonder oordeel, zonder woede, zonder behoefte aan straf of offer. Ten tweede leert de Cursus dat Gods Kinderen niet kunnen zondigen in morele zin. Wat zij wel kunnen doen, is zich vergissen – door serieus te geloven dat afscheiding van God mogelijk is.

ECIW ontkent niet dat wij ons schuldig voelen. Integendeel: dat schuldgevoel wordt gezien als een signaal dat er iets niet klopt in onze waarneming. Het wijst ons op een vergissing, niet op werkelijke schuld. Vanuit dat schuldgevoel projecteren wij vervolgens een beeld van een straffende God. Het bevrijdende inzicht – en misschien wel het diepste evangelie – luidt dan: je bent niet schuldig, maar verdwaald.

Ook projecteren wij een schijnwereld waarin tijd, verbetering, strijd en dood centraal komen te staan. Sommigen blijven daarin geloven in een boze God; velen laten God helemaal los. Het leven wordt dan een poging om binnen deze schijnwereld zekerheid, liefde en betekenis te vinden – terwijl de dood als ultieme dreiging boven alles hangt.

Tegen die achtergrond verschijnt Jezus in ECIW allereerst als leraar: iemand die uitlegt hoe de illusie van afscheiding tot stand komt (Tekstboek) en hoe wij haar kunnen loslaten (Werkboek). Sommigen zien hem daarbij vooral als een non-duale wijsheidsleraar, vergelijkbaar met oosterse goeroes. Dat is niet onbegrijpelijk, maar het doet mogelijk tekort aan zowel de Bijbel als de Cursus. In beide is Jezus méér dan alleen een leraar.

Laat me dat proberen toe te lichten. De klassieke christelijke belijdenis spreekt over Jezus als de eniggeboren Zoon die de zonden der wereld wegneemt. Op het eerste gezicht lijkt dit ver verwijderd van ECIW. Maar wat gebeurt er als we deze voorstelling vertalen naar een minder dualistisch kader? Dan zou je kunnen zeggen: Jezus is degene die de illusie van afscheiding volledig heeft doorzien, die het geloof in zonde en dood heeft losgelaten, en die door zijn weg te gaan – tot en met het kruis – heeft laten zien dat de dood niet het laatste woord heeft.

Dat komt al verrassend dicht bij zowel de Bijbel als de Cursus. Toch blijft Jezus hier vooral de oudere broer die ons voorgaat. De verlossing lijkt dan alsnog iets wat wij uiteindelijk zelf moeten volbrengen. Maar juist daar zet ECIW een beslissende stap verder. De Cursus stelt expliciet dat wij onszelf niet kunnen verlossen – “God zal de laatste stap zetten” – en dat van ons slechts een kleine bereidwilligheid wordt gevraagd. Dat klinkt opvallend verwant aan het christelijke spreken over genade.

Op dat punt ontstaat vaak de vraag: heb ik Jezus hier eigenlijk nog wel voor nodig? Is hij niet slechts een inspirerend voorbeeld? Die vraag blijft echter steken in een subtiel dualisme, waarin Jezus, de Heilige Geest en wijzelf als gescheiden worden gedacht. De Cursus nodigt juist uit om dit onderscheid voorzichtig los te laten, zonder het mysterie te willen oplossen.

In die ruimte ontstaat een ander verstaan: wat in Jezus is volbracht, is in waarheid ook in ons volbracht. Wij ervaren dat in de tijd als een volgorde – hij eerst, wij later – maar op het niveau van de ene Mind is die scheiding niet werkelijk. Jezus wordt dan zowel onze Broeder als het levende symbool van onze eigen verlossing.

Vanuit dat perspectief kan Jezus in ECIW werkelijk als verlosser worden gezien: niet als iemand die God gunstig stemt, maar als degene in wie de overwinning op het geloof in afscheiding reeds voltooid is – en waarin wij mogen “inpluggen”. Dat krijgt voor mij ook een existentiële diepte wanneer ik kijk naar het lijden. Natuurlijk is het waardevol om niet te blijven hangen in het kruis en om de opstanding niet uit het oog te verliezen. Maar wanneer we het lijden van Jezus te snel wegredeneren als ‘illusoir’, plaatsen we hem gemakkelijk op afstand. Dan wordt hij een onbereikbaar ideaal.

Persoonlijk ervaar ik juist kracht in het beeld van Jezus als oudere broer die weet wat menselijke pijn is. Wie worstelt met verlies, slapeloosheid, angst of machteloosheid, herkent misschien iets van het “vastgespijkerd zijn” tussen hemel en aarde. In dat moment kan het helend zijn om te voelen: hij is hier, met mij. En om samen met hem te zeggen: “Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest.” Dan mag ook het vertrouwen groeien dat het werkelijk waar is wat Jezus uitroept: “Het is volbracht.”

Ik besef dat er ECIW-studenten zijn die niets willen weten van een Jezus die net als wij geleden heeft. Zij zien hem het liefst als symbool voor de onmogelijkheid van het lijden. Ik ga hierover niet twisten en begrijp dat hun visie resoneert met de kernboodschap van de Cursus: niets werkelijks kan bedreigd worden. Als dit voor je werkt als hoopgevend baken dan begrijp ik dat.

Zelf ervaar ik meer steun aan een Jezus die waarlijk mens geweest is met alle menselijke gevoelens van dien. Zo wordt hij ook beschreven in het Nieuwe Testament. Deze Jezus is geen verheven toneelspeler die net doet alsof hij moe is, dorst heeft, bang is en pijn heeft. Hij beleeft de menselijke conditie net als ik. Maar in zijn mens-zijn reis ik mee en maakt hij mij deelgenoot van zijn ultieme overgave aan de liefde, aan zijn Vader, op het kruis en daarmee deelgenoot van zijn opstanding.

Na zijn opstanding verschijnt hij in zijn opstandingslichaam aan zijn discipelen om hen verder te onderwijzen en te troosten. Ik wil hier niet te veel over fantaseren maar ik vermoed dat dit zomaar ons voorland is waarin wij mogen delen in zijn glorie. Ik denk dat hier alle tranen van onze ogen gewist zullen worden en we, samen met hem, uitgeleerd zijn en ten diepste beseffen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden,
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God”

ECIW-citaten

Uit Handboek voor Leraren:

“Eén geheel volmaakte leraar, wiens leerproces voltooid is, volstaat. Deze ene, geheiligd en verlost, wordt het Zelf dat Gods Zoon is.”

“Hij heeft de dood overwonnen, want hij heeft het leven aanvaard. Hij heeft zichzelf herkend zoals God hem heeft geschapen, en daardoor heeft hij alle levende wezens als deel van hem herkend.”

“Zijn deel in het Zoonschap is ook dat van jou en zijn voleindigde leerweg garandeert jouw eigen welslagen.”

Bijbel citaten:

Johannes 17:21–23 (NBV21)

“Laat hen allen één zijn, Vader, zoals U in Mij bent en Ik in U.
Laat hen in Ons zijn, zodat de wereld gelooft dat U Mij gezonden hebt.
Ik heb hun de grootheid gegeven die U Mij gegeven hebt,
opdat zij één zijn zoals Wij één zijn:
Ik in hen en U in Mij.
Dan zullen zij volkomen één zijn.”

Johannes 17:24 (NBV21)

“Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt,
om de grootheid te zien die U Mij gegeven hebt,
omdat U Mij al liefhad vóór de grondlegging van de wereld.”

Openbaring 21:4 (NBV21)

“Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen.
De dood zal er niet meer zijn,
geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn,
want wat er eerst was is voorbij.”

Openbaring 7:17 (NBV21)

“Want het Lam dat midden voor de troon staat, zal hen weiden
en hun de weg wijzen naar de waterbronnen van het leven,
en God zal alle tranen uit hun ogen wissen.”

Een gedachte over “Jezus: voorbeeld én verlosser

Plaats een reactie