De metafysische kern van ECIW versus psychologisch realisme

In de dialoog tussen de psychologische praktijk en Een Cursus in Wonderen (ECIW) ontstaat vaak verwarring over de aard van de werkelijkheid. Waar de psychologie het individu tracht te begrijpen en te versterken binnen de wereld, nodigt de Cursus ons uit om diezelfde wereld te beschouwen als een gezamenlijke droom van afscheiding, waaruit wij samen kunnen ontwaken.

Deze twee benaderingen spreken niet zozeer over hetzelfde onderwerp met verschillende antwoorden, maar vertrekken vanuit verschillende niveaus van vraagstelling. Verwarring — en vaak ook onnodige polarisatie — ontstaat wanneer inzichten van het ene niveau worden ingezet om het andere te weerleggen.

Om ECIW‑studenten handvatten te bieden voor een zuivere dialoog, volgen hieronder vier cruciale toetspunten om de metafysische visie van de Cursus te onderscheiden van psychologisch realisme, zonder de menselijke ervaring te ontkennen.

1 De status van de wereld: een gezamenlijke droom

De visie van ECIW
Volgens de Cursus is de wereld niet de creatie van een individuele geest, maar de uiterlijke manifestatie van de gedachte aan afscheiding in het Zoonschap. Zij is een collectieve droom van fragmentatie. Verlossing bestaat niet uit het verbeteren van deze droom, maar uit het gezamenlijk herkennen dat zij niet waar is. Hiertoe worden wij uitgenodigd wonderwerkers te zijn: het wonder is een verandering van perspectief waarin wij onze onderlinge verbondenheid erkennen en liefde laten stromen.

De Cursus ontkent hiermee niet dat de wereld functioneel en ervaarbaar is, maar stelt dat haar ultieme status niet ligt op het niveau waarop psychologie, ethiek en maatschappelijk functioneren opereren.

De kritische tegenwerping
Vanuit psychologisch realisme wordt de wereld gezien als een objectieve, onafhankelijke realiteit. Het idee dat de wereld een droom zou zijn, wordt dan opgevat als een vlucht uit de werkelijkheid die verantwoordelijkheid en betrokkenheid ondermijnt.

Het toetspunt
Wordt de wereld gezien als een ‘echte’ plaats waar wij ons definitief moeten handhaven, of als een ‘onwerkelijke’ context waarbinnen ontwaken mogelijk is? Is de focus gericht op tijdelijk welzijn binnen de droom, of op verlossing uit de droom door vergeving?

2. De ander: projectie of de Christus?

De visie van ECIW
De ander is binnen de Cursus niet louter een projectie van het persoonlijke ego, maar een Broeder die deel uitmaakt van hetzelfde Zoonschap. Hoewel de vorm waarin de ander verschijnt tot de droom behoort, is de inhoud van de ander de Christus Zelf. Wij ontmoeten geen vreemden, maar delen van de ene Zoon van God. In de Heilige Relatie wordt de ander het middel waardoor wij onze eigen heelheid hervinden.

Hier is een belangrijk onderscheid van belang: waar psychologie spreekt over projectie als een verdedigingsmechanisme van het ego, spreekt de Cursus over projectie als het kosmische gevolg van een collectieve denkfout. Deze begrippen delen een woord, maar niet hetzelfde niveau.

De kritische tegenwerping
De ander wordt gezien als een autonoom individu met een eigen geschiedenis, grenzen en kwetsbaarheid. De visie van de Cursus zou de ‘echte ander’ ontkennen en de ethische ontmoeting reduceren tot een innerlijk spiegelspel.

Het toetspunt
Wordt de ander primair benaderd als losstaand object (het ego‑perspectief), of is er oog voor die diepere verbondenheid van denkgeesten waarin de Broeder wordt gezien als onmisbare metgezel in de terugkeer naar de Heilige Relatie en de eenheid van het Zoonschap?

3. Lijden en slachtofferschap: de roep om liefde

De visie van ECIW
Volgens de Cursus kan geen enkele Broeder ons in waarheid iets aandoen, omdat onze Werkelijkheid in God onveranderlijk is. Wat wij ‘aanval’ noemen, is in wezen een roep om liefde van een Broeder die vergeten is wie hij is. Slachtofferschap is de ontkenning van onze gedeelde kracht als Kinderen van God. Jezus’ vergevende houding ten opzichte van zijn beulen bij de kruisiging en zijn opstanding dienen binnen de Cursus als illustratie hiervan.

Hier spreekt de Cursus niet normatief — je mág je niet slachtoffer voelen — maar ontologisch: in waarheid bén je geen slachtoffer. Dat onderscheid is essentieel.

De kritische tegenwerping
Er bestaat objectief onrecht en feitelijk slachtofferschap. Het ontkennen van dader‑ en slachtofferrollen, met name in contexten van trauma, wordt gezien als moreel problematisch en psychologisch schadelijk.

Het toetspunt
Ligt de nadruk op het herstellen van rechtvaardigheid binnen de droom (ego‑herstel), of op het herkennen van de onschendbaarheid van de Geest die boven de droom verheven is? Wordt metafysische waarheid onderscheiden van psychologische nood?

4. Identiteit: het ego of de relatie met de Vader?

De visie van ECIW
Schepping is uitbreiding. De Vader breidt Zichzelf uit in Zijn Kinderen, en de Kinderen breiden hun liefde uit naar elkaar. Onze werkelijke identiteit is deze eeuwige relatie. Het ego probeert deze eenheid te vervangen door isolatie, tijdgebonden persoonlijkheid en een verhaal van afgescheiden bestaan.

De kritische tegenwerping
De mens wordt gezien als product van tijd, biologie en omgeving. Psychische gezondheid betekent een goed functionerend ego dat zich kan verhouden tot de eisen van de wereld.

Het toetspunt
Wordt er gewerkt aan een ‘beter ik’ binnen de wereld, of aan het opheffen van de blokkades die de ervaring van onze natuurlijke staat van Liefde en verbondenheid verhinderen? Wordt er expliciet onderscheid gemaakt tussen ego‑ontwikkeling en verlossing?

Conclusie

Wanneer een criticus stelt dat de Cursus onzinnig of zelfs krankzinnig is omdat zij de werkelijkheid van de wereld of de ander zou ontkennen, spreekt hij doorgaans vanuit een perspectief waarin afscheiding functioneel als uitgangspunt wordt genomen. Dat perspectief is noodzakelijk en zinvol binnen psychologie en ethiek, maar het is niet het metafysische vertrekpunt van ECIW.

De Cursus ontkent onze ervaring van lichaam, wereld en ander niet, maar duidt deze als symptomen van een geloof in afgescheidenheid — als een gekleurd perspectief. Zij stelt dat een ander perspectief mogelijk is en dat wij dit kunnen leren ontvangen door vanuit Liefde, met behulp van de Heilige Geest en Jezus, anders te leren kijken. Dit is geen ontkenning van ervaring, maar een transformatie van perspectief.

Voor studenten van de Cursus is het daarom niet nodig psychologische kritiek te weerleggen. Vaak volstaat het te verduidelijken dat men verschillende vragen beantwoordt. Waar psychologie vraagt: ‘Hoe functioneert de mens in de wereld?’, vraagt de Cursus: ‘Wat is de wereld zelf?’ Verwarring ontstaat wanneer antwoorden op de ene vraag worden gebruikt om de andere te ontkrachten.

Een zuivere dialoog begint niet bij verdediging, maar bij onderscheid.

Plaats een reactie