Mindblowing!

Het was grappig om uit de mond van een kwantumfysicus, Federico Faggin, te horen dat hij en zijn vakbroeders in wezen niets begrijpen van kwantumfysica. Ons denken is namelijk door en door gevormd en bepaald door de fysieke wereld waarmee we bekend zijn: de wereld van vormen, ruimte en tijd. Deze kwantumfysici zoeken de grens op van wat wij kennen als “materie” en komen tot een ontstellende ontdekking: materie blijkt op zichzelf niet te bestaan. Ze stuiten slechts op “velden”: velden van mogelijkheden. Deze velden lijken bovendien buiten ruimte en tijd te bestaan en laten zich uiteindelijk niet werkelijk bevatten of begrijpen. Wat wij zien als vormen in ruimte en tijd is hooguit een piepkleine, symbolische representatie van zo’n veld.

Federico stelt vast dat deze velden een opmerkelijke overeenkomst vertonen met wat wij kennen als onze binnenwereld, waarin we ons bewust zijn van percepties, gevoelens en gedachten. Neem bijvoorbeeld de smaak van een sinaasappel. Zo’n ervaring heeft ten diepste net zulke mysterieuze eigenschappen als een kwantumveld. Het is voor een buitenstaander eigenlijk onbegrijpelijk. Probeer maar eens aan iemand die nog nooit een sinaasappel heeft geproefd uit te leggen hoe die smaakt. Je kunt woorden gebruiken (“een beetje zurig maar ook zoet, verrassend, fris”), maar je weet dat die beschrijving nooit de echte ervaring kan vervangen.

Kwantumfysici proberen deze velden te beschrijven met ingewikkelde wiskunde. Ze kunnen er getallen en eigenschappen aan toeschrijven, maar daarmee ontstaat nog geen directe beleving van wat zo’n veld “is”. Federico ziet hierin een analogie met bewustzijnstoestanden en maakt vanuit die vergelijking een filosofische sprong: misschien kan de diepste werkelijkheid beter worden begrepen als een soort subjectieve binnenwereld dan als objectieve materie.

Die ultieme werkelijkheid omschrijft hij als “Één”: een ongedeelde, subjectieve eenheid. ECIW spreekt van God. Deze Één lijkt Zichzelf te willen kennen, en dat kan alleen door Zichzelf als het ware uit te breiden en Zichzelf in die uitbreiding te ervaren. ECIW spreekt in dat verband over de Schepping, waarin de Vader Zich uitbreidt in Zijn Zonen. Elk deel bevat het geheel; de Vader leeft in de Zoon.

Onze fysieke wereld zou dan een symbolische weerspiegeling kunnen zijn van deze drang tot uitbreiding, waarin het geheel zichzelf leert kennen door interactie tussen delen. Federico verwijst naar de cellen van ons lichaam: elke cel bevat de informatie van het geheel waaruit zij voortkomt (elke cel draagt bijvoorbeeld hetzelfde DNA als de eerste bevruchte eicel) en staat voortdurend in relatie tot andere cellen. Op celniveau is dat moeilijk invoelbaar, maar op het niveau van organismen — planten, dieren, mensen — kunnen we ons makkelijker voorstellen hoe we als onderdeel van een groter geheel via interactie en ervaring groeien in bewustzijn.

Ik kan natuurlijk niet in een korte blog uiteenzetten wat Federico nauwelijks met woorden kan uitleggen in dikke boeken. Maar voor mij ontstaat hier wel een duidelijke resonantie met de werkboeklessen die we deze dagen doen.

Omdat wij materialistisch zijn gaan denken, zien we onszelf als lichamen die bewustzijn produceren. Daardoor ervaren we onszelf als op onszelf staand. Vanuit dat perspectief lijkt het alsof we in gevecht zijn met onze omgeving en alsof we moeten aanvallen en verdedigen om ons afgescheiden wezentje veilig te stellen. We zien onszelf niet als aspecten van die Ene, van dat tijdloze bewustzijn, maar als individuele dragers van individueel bewustzijn. Anders gezegd: we zijn het gevoel kwijtgeraakt dat we onlosmakelijk verbonden zijn met onze Bron. Ons denken raakt daardoor vooral gericht op controle, zelfbehoud en het veiligstellen van een eigen koers.

De werkboekles van gisteren (Les 45: God is de Denkgeest waarmee ik denk) nodigde ons uit om ons opnieuw bewust te worden van de grote Mind waartoe we behoren. De werkboekles van vandaag (Les 46: God is de Liefde waarin ik vergeef) verschuift vervolgens de focus: als onderdeel van het geheel hoeven we ons niet te richten op oordelen over anderen en de wereld, en dus ook niet op het versterken van afscheiding, maar op vergeving — het herstellen van verbinding door lief te hebben. Zo laten Les 45 en 46 samen de twee kernaspecten van het wonder zien: correctie van perceptie (denken) en uitbreiding van liefde (het openen van het hart).

Vanuit kwantumperspectief zouden we kunnen zeggen dat wij ons ten onrechte een afgescheiden deeltje wanen binnen een veld. Deeltjes blijken immers niet op zichzelf te bestaan; ze lijken vorm te krijgen in relatie tot observatie en meting — een fenomeen dat de klassieke natuurkunde moeilijk kan plaatsen. Waar die klassieke visie uitgaat van vaste objecten buiten onszelf, suggereert de kwantumfysica dat wat we waarnemen mede afhankelijk is van hoe we waarnemen. Voor mij ontstaat hier een opvallende resonantie met de metafysica van ECIW. Als onze intentie gericht is op het bevestigen van afgescheidenheid, ervaren we een wereld van strijd. Maar wanneer we onze innige verbondenheid herinneren, kan een andere ervaring zichtbaar worden: een wereld waarin eenheid en liefde voor onze ogen verschijnen.

Federico wijst op het bekende en-en-fenomeen: we zijn zowel observator als geobserveerde; als schijnbaar deeltje onderdeel van het veld. Vanuit dat besef kan het inzicht groeien dat onze identiteit gedeeld is. ECIW spreekt in dat verband over de Heilige Relatie: de geheelde, liefdevolle relatie die visie mogelijk maakt. Een Cursus van Liefde (ECvL) stelt dat het mogelijk is te leven als “het verheven Zelf van vorm”: als vorm die zich bewust is van de eenheid en innige verbondenheid met de Bron en met elkaar.

De Engelsen hebben hier zo’n mooi woord voor: mindblowing!

Plaats een reactie