Jezus’ weg van kennis en overgave.

Toen ik ongeveer zestien jaar oud was, raakte ik gefascineerd door spirituele verlichting. Met name de boeken van Krishnamurti spraken mij aan. Het leek me geweldig om in een staat van conflictloze vrede te kunnen leven. Jarenlang worstelde ik met de paradox van verlichting: als je er sterk naar verlangt, wijs je de huidige situatie af, en dat is precies het conflict dat je van de felbegeerde vrede weghoudt. Het is ook nogal vreemd. Er is een gevoel van een ‘ik’, een zelf, en vanuit de onvrede van dit zelf ontstaat een verlangen naar een soort zelfloosheid. Degene die zo naar innerlijke vrede streeft, is als iemand die zichzelf aan de haren uit drijfzand probeert te trekken. Het schijnt zo te zijn dat een diep besef van de onmogelijkheid van zelfverlossing voor een doorbraak kan zorgen waardoor ‘iemand’ verlicht raakt. Ik schrijf ‘iemand’ tussen aanhalingstekens omdat verlichting juist het doorzien van de illusie van individuatie zou betekenen. Dit leidt tot het besef dat er geen afgescheiden ‘iemand’ bestaat. Je kunt je afvragen wie dat besef dan heeft, en het standaardantwoord is: ‘bewustzijn zelf’. Deze weg, waarbij het denken het als het ware opgeeft door alle gevonden beperkte antwoorden te verwerpen, wordt de weg van kennis genoemd.

Misschien was het dat besef, het besef dat ik het niet zelf voor elkaar kon krijgen, dat me uiteindelijk naar de kerk dreef. In een Baptisten-gemeente ervoer ik de kracht van overgave en devotie. Het accepteren van Jezus als verlosser en Heer bood de mogelijkheid om me af te stemmen op een kracht die niet van mijn kleine zelf was. Ik zag dat als een geleid worden door de Heilige Geest of door Jezus; overgave en devotie spelen hierbij een hoofdrol. Liefde vormt de basis en is een drijvende kracht. De liefde voor Jezus en het vertrouwen in hem en in de leiding door de Heilige Geest bieden de ervaring van geleid te worden, waarbij je merkt dat je innerlijk verandert.

In Een Cursus in Wonderen komen deze twee wegen samen. Toch zijn veel studenten vooral gericht op dat kennis-aspect. Er wordt hierbij veel aandacht besteed aan het ontkennen van vermeende grenzen tussen jezelf en anderen, of tussen jezelf en de wereld. Men stelt dan dat de correctie van je perceptie vanzelf zal leiden tot het tevoorschijn komen van liefde. Liefde is hierbij een bijproduct van inzicht. Hierdoor wordt ECIW gereduceerd tot een weg van kennis, een training van het denken. Uiteindelijk zal deze weg wel werken, maar in mijn beleving doe je jezelf tekort met deze eenzijdige focus op het denken. Ik heb hier veel over geschreven, vooral over de overmatige aandacht voor het aspect eenheid. Ik noemde dit een ‘hyper abstracte eenheidstheorie’.

Die eenzijdige benadering van ECIW spreekt mensen uit de non-duale hoek aan en zou voor mij vijftig jaar geleden, in mijn Krishnamurti-periode, ook voldoende zijn geweest. Maar nu zou ik de weg van overgave en devotie, waarmee ik kennismaakte in de Baptisten-periode, niet meer willen missen. Daarom vind ik het pijnlijk als sommige leraren ECIW losweken van de Bijbel en er een weg van kennis van maken. Als je onze Vader, Jezus en de Heilige Geest laat oplossen in een vormloze eenheid en ze slechts als symbolisch beschouwt, dan word je weer op jezelf teruggeworpen en ontstaat de machteloze ik-gerichtheid die ik zo goed ken van vroeger. Wie zal zich in liefde toevertrouwen aan de leiding van een symbool dat hij zelf bedacht heeft? Jezus zegt in ECIW het volgende: ‘Als een denkgeest zonder liefde waarneemt, ziet hij een lege huls en is hij zich niet van de geest vanbinnen bewust’ (Txt 1, IV, 2).

Het is niet voor niets dat Jezus zo’n dertig jaar na het doorgeven van Een Cursus in Wonderen ons ook Een Cursus van Liefde (ECvL) gaf. Hij vraagt ons hierin niet om te stoppen met nadenken en het vergeven van denkbeeldige afscheidingen, maar hij moedigt ons aan om relaties met hem en met elkaar aan te gaan vanuit de stilte van ons hart, vanuit liefde. Ik ervaar ECvL als een benadrukking van dat deel van de boodschap van ECIW waar we meer aandacht aan moeten besteden. Via ECvL kwam ik tot een herwaardering van zowel de weg van kennis als de weg van devotie, en daarmee tot een herwaardering, een ‘her-bewondering’ van ECIW en van de wijsheid en liefde van Jezus. Het is niet of-of, maar en-en: hoofd en hart, mannelijk en vrouwelijk, kennis en devotie, eenheid en schepping.

Het kan fijn zijn om je tijdelijk te verdiepen in één aspect van de weg van Jezus, bijvoorbeeld in het non-duale aspect van zijn boodschap. Ik geniet ook van de helderheid van sommige leraren uit de non-duale hoek. Maar de boodschap van Jezus is te rijk om te reduceren tot een abstracte eenheidstheologie. Die overdadigheid straalt je tegemoet als je ECIW leest, bij voorkeur in de complete editie, en andere door hem gegeven geschriften. En wat nog belangrijker is: de waarheid en effectiviteit van zijn boodschap zijn direct ervaarbaar door zijn weg te volgen; de weg van waarheid en liefde.

Op naar de absolute eenheid?

Er wordt in cursuskringen vaak met enige slordigheid gedacht over het thema “eenheid.” Veel studenten en zelfs gerenommeerde leraren van Een Cursus in Wonderen (ECIW) plaatsen de cursus zonder terughoudendheid in de categorie van non-duale filosofieën. Interessant genoeg zijn het juist onbevooroordeelde beoefenaars van non-dualiteit die opmerken dat ECIW niet zomaar gelijkgesteld kan worden aan stromingen als Advaita Vedanta. De cursus spreekt immers over een God die Zonen schept, over de Heilige Geest en engelen als afzonderlijke entiteiten — concepten die moeilijk in een puur non-duaal kader passen.

Een veelgebruikte metafoor binnen non-dualiteit is die van de druppel water en de oceaan. De druppel gelooft dat zij een aparte entiteit is, maar zodra zij weer in de oceaan valt, verdwijnt deze illusie en wordt zij één met het geheel. Waar het vaak misgaat, is in het onvoldoende doorleven van deze metafoor. Het idee om ons minder afgescheiden te voelen van anderen spreekt velen aan, maar is verdwijnen in de oceaan werkelijk zo’n aantrekkelijk vooruitzicht?

Een ander punt van verwarring is het idee dat wij in wezen God zelf zijn, omdat alleen God — de oceaan — de ultieme realiteit vormt. In zuivere non-dualiteit is er geen plaats voor differentiatie of scheppingen; alles is één. ECIW leert dat we weliswaar goddelijk zijn maar maakt wel degelijk onderscheid tussen God en de Zonen, respectievelijk Schepper en schepselen. Goddelijk zijn betekent niet gelijk zijn aan God maar van goddelijke oorsprong zijn. Niet eventjes, als een tijdelijk rondzwevend druppeltje, maar eeuwig, als Kind van God.

Het einddoel en de illusie van zekerheid

Sommige non-duale leraren spreken met grote zekerheid over de bestemming van de spirituele reis, soms gekoppeld aan voorspellingen over wat ons na de dood te wachten staat. In een van zijn YouTube-video’s beschrijft Rupert Spira hoe de ervaringen van het individu ten goede komen aan het geheel, waarna er bij een volgende “lokalisatie van bewustzijn” iets van die opgedane ervaring op aarde zou kunnen terugkeren. Dit klinkt als een vorm van reïncarnatie zonder vastomlijnde ziel, maar hoe zeker kunnen we zijn dat deze interpretatie juist is?

Hoewel Spira ongetwijfeld een diep besef van verbondenheid uitstraalt, blijft het onzeker of hij — of iemand anders — werkelijk kan weten wat absolute eenheid inhoudt. Wat non-duale leraren vaak doen, is hun ervaring van verruimd bewustzijn en verbondenheid extrapoleren naar een hypothese van ultieme eenheid waarin elk spoor van individualiteit verdwijnt. Het blijft echter een veronderstelling.

Jeff Foster is een voorbeeld van iemand die ooit geloofde één te zijn met alles, totdat een ernstige ziekte hem met beide voeten op de grond zette. In recente video’s beschrijft hij de absolute eenheid als een concept — een theorie — en wijst hij erop dat zelfs de ogenschijnlijk meest verlichte goeroes in het dagelijks leven handelen vanuit een zelf-gericht perspectief. Achter de schermen blijken ze meer te lijken op ons, gewone stervelingen, dan we denken als we ze zulke mooie dingen over eenheid horen zeggen op het podium. Wellicht is hun bewustzijn iets verruimd maar zeker niet opgegaan in een soort grenzeloos universeel bewustzijn.

De non-duale interpretatie van Ken Wapnick

Binnen de context van Een Cursus in Wonderen heeft Ken Wapnick een centrale rol gespeeld in het verspreiden van de cursus en het benadrukken van de illusie van afscheiding. Zijn werk verdient respect, maar zijn neiging om de cursus in een non-duaal kader te plaatsen heeft ook geleid tot kritiek. Hij interpreteerde de meervoudige begrippen in de cursus — zoals Zonen, Jezus en de Heilige Geest — als symbolisch, bedoeld om ons naar een onversneden non-duale waarheid te leiden.

Deze benadering is aantrekkelijk voor spirituele zoekers die bekend zijn met Advaita Vedanta, maar laat Christelijke lezers vaak verward achter. Wapnick’s uitspraken als “er zijn geen anderen” en “hoed u voor weldoeners” zijn voor sommigen moeilijk te rijmen met de empathische boodschap van de cursus. Hoewel hij een belangrijk commentator blijft, is zijn interpretatie niet onomstreden. Gelukkig zijn er ook andere leraren, zoals Robert Perry en Joseph Dewey, die trouw blijven aan de letterlijke woorden van Jezus binnen de cursus.

Is geloof in absolute eenheid dan zo erg?

Het goede nieuws is dat, ondanks de interpretatieve verschillen en theoretische slordigheden, de Heilige Geest ons zelfs via niet-cursusgetrouwe visies kan leiden. Het ideaal van absolute eenheid wordt in de praktijk vaak simpelweg vertaald naar een streven naar meer verbondenheid met anderen en niet naar een streven naar zelfloosheid. Dit is in wezen positief, omdat het mensen motiveert om liefde en mededogen te beoefenen, zelfs als ze beweren dat anderen niet bestaan. De eenheidssoep wordt gelukkig niet zo heet gegeten als opgediend.

Non-duale filosofieën en Een Cursus in Wonderen hebben dus raakvlakken, maar ook belangrijke verschillen. Het is waardevol om beide te verkennen maar ik vind het een verschraling van de boodschap van Jezus als we ECIW in een non-duaal keurslijf proberen te persen. Meer informatie over dit onderwerp:

Is Een Cursus in Wonderen een non-duale visie?

De relatie tussen de leer van The Circle en de leer van Ken Wapnick

Een vergelijking van de twee visies

De verschillende edities van ECIW

Eén Zoon of vele Zonen?

<Vertaling van een paar bladzijden uit “The mystery of a course in miracles” van J.J.Dewey>

Een laatste probleem waarmee studenten worden geconfronteerd met betrekking tot het ontwaken is dit. Op sommige plaatsen spreekt de Cursus over God als iemand die slechts één Zoon heeft, en op andere plaatsen spreekt hij over Zonen of vele delen. Dit veroorzaakt een verdeeldheid over wat het uiteindelijke resultaat van ons ontwaken zal zijn.

Sommigen nemen het concept van de Ene Zoon zo letterlijk dat ze geloven dat ze zullen ontwaken om de Ene Zoon te zijn zonder delen. Anderen zien het als ontwaken met het besef verbonden te zijn met het Ene Leven terwijl het er nog steeds deel van uitmaakt, zoiets als een cel in het lichaam heeft een apart leven maar is ook een deel van het geheel.

Het bereiken van de juiste kijk hierop zou een no-brainer moeten zijn. Hoewel het waar is dat de Cursus 14 keer spreekt over God die “één Zoon” heeft, spreekt hij 54 keer over het hebben van Zonen (meervoud). Als we de tekst als geheel bekijken, is het duidelijk dat de Ene Zoon is samengesteld uit vele Zonen die een verenigd leven creëren. Dit hebben we in hoofdstuk vijf wat dieper behandeld.

Een van de beste referenties die dit illustreert is de Cursus die de gelijkenis van Jezus over de verloren zoon gebruikt. De ene zoon verliet zijn huis en de andere bleef achter. Dit komt overeen met de scheiding zoals hier genoemd door de Stem:

‘De verzoening begon eigenlijk al lang voor de kruisiging. Veel Zielen boden hun inspanningen aan ten behoeve van de Afgescheidenen, maar ze konden de kracht van de aanval niet weerstaan en moesten worden teruggebracht. Er kwamen ook engelen, maar hun bescherming was niet genoeg, omdat de Afgescheidenen niet geïnteresseerd waren in vrede.” UR T 2 B 43

Je hebt hier dus twee groepen – de “Afgescheidenen” die de droom binnengingen en de “Vele Zielen” die bij God bleven. Het is duidelijk dat het leven van de Ene Zoon bestaat uit vele delen die in staat zijn tot splitsing.

Deze verschillende interpretatie van eenheid veroorzaakt ook verwarring over wat er gebeurt als we ontwaken uit de droom. Degenen die neigen naar de interpretatie van alleen de Ene-Zoon, zien de droom als de droom van slechts één entiteit en niet als een gedeelde ervaring van vele delen. Ze zeggen dat als we ’s nachts dromen, we van veel verschillende personages kunnen dromen; Maar als we wakker worden, ontdekken we dat het slechts verzinsels van onze verbeelding zijn. Alleen die ene dromer is echt, zeggen ze. Ze geloven daarom dat wanneer ze ontwaken uit deze grotere droom, alle mensen op deze wereld zullen verdwijnen en er niet meer zullen zijn. Alleen de enige dromer zal overblijven.

Deze interpretatie heeft veel problemen. Ten eerste zijn er, zoals we eerder aangaven, tal van verschillen tussen een nachtdroom en onze droomwereld hier. Er zijn enkele ruwe overeenkomsten, maar exacte overeenkomsten werken niet.

De vraag die je aan zo’n gelovige moet stellen, is wie de ware dromer is – ik of jij? Als jij het bent, dan zal ik verdwijnen als je wakker wordt, en als ik het ben, ben jij degene die in de vergetelheid raakt.

Inderdaad, als er maar één is die de droom heeft en het komt overeen met een droom ’s nachts, dan zijn alle miljarden mensen op de planeet slechts verzinsels van je verbeelding en zouden ze verdwijnen bij het ontwaken.

Het probleem is dat dit in werkelijkheid niet is gebeurd. De eerste die we kennen die ontwaakt is, was Jezus met zijn opstanding. Dus, zijn na zijn ontwaken, al zijn geliefden, vrienden en mensen in zijn droom verdwenen, net als mensen in onze nachtelijke dromen?

Nee. Hij bezocht zijn apostelen en geliefden die er nog waren en nog niet helemaal wakker. Sterker nog, de hele wereld was er nog.

Zoals we eerder citeerden: “Toch moet een redder bij degenen blijven die hij onderwijst, zien wat zij zien, maar nog steeds in zijn geest de weg bewaren die hem naar buiten heeft geleid, en nu zal hij u met hem naar buiten leiden.” W-pI.rV.in.6

Dus ook al is Jezus wakker, hij heeft nog steeds de plicht om anderen te leren wat hij weet.

“Het is de taak van Gods dienaren om hun broeders te helpen kiezen zoals zij hebben gedaan. God heeft allen uitverkoren, maar weinigen zijn tot het besef gekomen dat Zijn Wil slechts hun eigen wil is. En terwijl je er niet in slaagt te onderwijzen wat je hebt geleerd, wacht de redding en houdt de duisternis de wereld in grimmige  gevangenschap.” W-pI.153.11

Deze passages en vele andere maken duidelijk dat we niet als enige dromen:

“Net als jij denkt je broer dat hij een droom is. Deel niet in zijn illusie van zichzelf, want jouw identiteit hangt af van zijn werkelijkheid. Beschouw hem liever als een geest waarin illusies nog steeds bestaan, … Jouw geest en de zijne zijn verenigd in broederschap.” T-28. IV.3

“Zij die speciaal zijn, zijn allen in slaap, omgeven door een wereld van lieflijkheid die ze niet zien.” T-24. III.7

Zoals eerder vermeld, gebeurt het ontwaken in twee fasen. Ten eerste ontwaken individuen en helpen ze dierbaren om te volgen. Dan zullen in de verre toekomst alle Zonen van God samen ontwaken.

Deze passage geeft het hele verhaal weer:

“Alles wat je gegeven is, is voor bevrijding; het zicht, de visie en de innerlijke Gids leiden je allemaal uit de hel met degenen die je liefhebt naast je, en het universum met hen.” T-31. VII.7

Degene die ontwaakt, probeert degenen van wie hij houdt te helpen, waardoor uiteindelijk een kettingreactie ontstaat die uiteindelijk het hele universum beïnvloedt.

Het is dit laatste ontwaken dat meer overeenkomt met de nachtdroom. We zullen allemaal het leven van de Ene Zoon delen, en wanneer de vele delen van de Ene Zoon volledig ontwaken, zal de hele droomwereld verdwijnen. Dat is het moment waarop de ware verdwijning van het universum zal plaatsvinden. Voor ons is de gebeurtenis op tijd nog ver weg, maar vanuit het zicht op de eeuwigheid zal er slechts een ogenblik voorbijgaan.

Piet en Jan.

Twee cursusstudenten, Piet en Jan, wandelen door een bergachtig gebied terwijl ze gezellig aan het kletsen zijn. Ze gaan zo op in hun gesprek dat ze de borden die waarschuwen voor een steile afgrond over het hoofd zien. Tegelijkertijd stappen ze de afgrond in, merken niks op terwijl ze naar beneden suizen, en praten gewoon geanimeerd verder:

Piet: “Mijn bloeddruk is de laatste tijd wat aan de hoge kant”.

Jan: “Volgens mij komt dit omdat jij je veel te druk maakt over van alles en nog wat”.

Piet: “Zowel mijn vader als moeder hadden een hoge bloeddruk dus ik denk dat het eerder erfelijk bepaald is”.

Jan: “Daar geloof ik niet zo in. Je bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet.”

Piet: “Nu doe je net alsof het mijn eigen schuld is dat ik lijd aan hoge bloeddruk”.

Jan: “Zo mag je het van mij opvatten. Ik weiger te geloven in noodlot. Mijn vader had ook een hoge bloeddruk maar door dagelijks te mediteren en me af te stemmen op liefde heb ik nergens last van.”

Piet: “Dus jij beweert dat ik mijn ellende zelf over me afroep?”

Jan: “Tja; dit kan hard klinken, maar ik doe constant vergevingsoefeningen, ervaar innerlijke vrede en ben kerngezond”.

Dit waren de laatste, wat zelf ingenomen, woorden van Jan voordat beiden met 200km/h onzacht in aanraking kwamen met de rotsachtige ondergrond.

Nu de metafysische variant:

Twee Zonen van God, Piet en Jan, verkeren in de tijdloze heerlijkheid van de hemel waar ze als Gedachten van de Vader veilig in Zijn armen verkeren, onsterfelijk en onkwetsbaar zijn tot in alle eeuwigheid. Zonder het te merken vergeten ze beiden te lachen om het nietige, dwaze idee dat het mogelijk is zich af te scheiden van deze geestelijke dimensie. Ze komen samen terecht in een fysieke droomwereld.

Piet ervaart ziekte in deze wereld en Jan heeft mazzel en voelt zich prima. Hij ziet Piet worstelen met zijn gezondheid en legt uit dat Piet zijn ziekte zelf projecteert omdat zijn denkgeest nog niet genezen is. Piet voelt zich schuldig en is wat jaloers op Jan. Wat ziet zijn vriend het toch allemaal scherp en wat is hij al spiritueel gevorderd! Piet probeert vervolgens middels vergevingsoefeningen zijn denkgeest te genezen zodat zijn lichaam weer gezond zal worden. Beiden zijn vergeten dat zowel het geloof in gezonde lichamen als het geloof in zieke lichamen onderdeel zijn van het nietige, dwaze idee waarom ze zijn vergeten te lachen.

Moraal van het verhaal:

Laten we als we (lichamelijk) ongemak ervaren onszelf niet schuldig en minderwaardig voelen. De hele sensatie van lichamelijkheid, ziek of gezond, is volgens Een Cursus in Wonderen een vergissing die we kunnen gebruiken als wake-up-call. Telkens is er de uitnodiging om ons open te stellen voor de visie van de Heilige Geest door stil te worden en onze vooroordelen even te parkeren. Jezus’ boodschap is dat we geestelijke Kinderen van de Vader zijn die dromen van afgronden en hoge bloeddruk.

Vanuit de droomtoestand kan ik niet anders zeggen dan dat ik deze droom erg overtuigend vind. Wij geloven in allerlei gradaties in ontwaken; van de goeroe met de serene glimlach tot aan dictatoriale vechtersbazen. ECIW zegt dat er geen rangorde bestaat in wonderen. Zou er dan wel een rangorde in illusies bestaan? Ik denk het niet en dit besef roept op tot bescheidenheid. We zitten samen in het (droom-) schuitje. Jij en ik, goeroe en boef. Nu nog samen wakker worden.

Liefdevol Nieuwjaar!

Hoe beleef jij de jaarwisseling? Misschien kijk je ook even terug op het afgelopen jaar en maak je een soort evaluatie. Heb je een specifiek hoogtepunt of dieptepunt in gedachten? Heb je goede voornemens voor 2025?

Ik merk dat ik wat gemengde gevoelens heb. Gezellig samenzijn, blije mensen op tv, muziek, dansen en springen richting het nationale aftelmoment. 10,9,8,7,6,5,4,3,2,1…  “Gelukkig Nieuwjaar!” Tegelijkertijd vinden er rellen plaats en raken er mensen gewond. De tragiek van de dualiteit; geen licht zonder duisternis.

Was je met dierbaren of was je alleen? Ben je gelukkig of is het leven moeizaam voor je? Ben je vol plannen en heb je leuke dingen in het vooruitschiet? Of is je leven een sleur geworden en verwacht je er niet zo veel meer van? Misschien worstel je met ziekte en pijn of met eenzaamheid.

En dan is daar onze cursus waarin wordt gesproken over verlossing. Maar ja; “verlossing”, wat is dat nu eigenlijk voor begrip? Is het de bedoeling dat we de wereld en het lijden afdoen als een illusie en dat we ons zoveel mogelijk in onszelf terugtrekken en focussen op onze eigen innerlijke vrede? Of moeten we er hier maar het beste van maken en is verlossing iets waar we op mogen hopen aan het einde van de rit, na onze dood?

Afgelopen jaar heb ik veel gepost. In een soort opwelling die 60 dagen duurde schreef ik dagelijks wat er maar in me opkwam om gedeeld te worden. Ik merk dat ik vooral het verlangen had om de centrale boodschap van Liefde van Jezus in het Nieuwe Testament, Een Cursus in Wonderen en Een Cursus van Liefde te benadrukken. Het is een soort reactie op een, in mijn beleving, te verstandelijke benadering van de cursus waarin het accent op absolute eenheid wordt gelegd, waarbij God niets meer zou weten van de wereld en waarbij Jezus en de Heilige Geest gereduceerd worden tot door ons bedachte symbolen.

Wat ik wilde zeggen, heb ik gezegd. Nu mag ik leren dit alles los te laten en te vertrouwen op de kracht van liefde. Het is de ervaring van deze kracht die me inspireerde en inspireert om te schrijven. De les voor mij is vervat in de volgende twee citaten uit Een Cursus van Liefde (uit Verhandelingen III):

19.15 Jij zult in de verlokking komen om terug te keren naar het huis van illusie om degenen die zich hier bevinden te verzamelen om hen te vragen zich bij jou aan te sluiten in de realiteit van de waarheid. Maar in deze tijd van Christus, een nieuwe tijd, een tijd zonder equivalent of gelijke, zal dit niet mogelijk zijn. Het is vanaf het begin gezegd dat jouw rol niet zal zijn te evangeliseren of te overtuigen. Je kunt de zaak van de waarheid niet bepleiten in de rechtszaal van de illusie.

20.3 Nogmaals, laat je gedachten niet afdwalen naar het willen helpen en beïnvloeden van anderen. In eenheid zijn alle anderen één met jou en dus heeft de effectiviteit waar jij naar streeft betrekking op jouw eigen leerproces. Nu, in plaats van de waarheid te leren, leer je hoe te leven naar de waarheid. Dit zal je ten goede komen en daarmee ook alle anderen.

Afgelopen jaren is, vooral door Een Cursus van Liefde, het verlangen in mij gegroeid om de balans te vinden tussen hoofd en hart, eenheid en liefde, begrip en mysterie, doen en overgave en tussen spreken en zwijgen. Ik mag leren dat mijn rol niet bestaat uit “evangeliseren of overtuigen” en dat ik in plaats van te proberen de waarheid te leren”, steeds meer mag gaan “leven naar de waarheid”. Ik weet niet hoe dit eruit zal zien en of  dit vorm zal krijgen in deze Facebook-groep.

En dat hoef ik ook niet te weten of uit te stippelen en als ik dan toch nog een keer evangeliseer dan doe ik dat door uit werkboekles 71 te citeren. Het is een hoopvol bericht in deze donkere tijden voor iedereen die zoek naar richting en verlossing: “Alleen Gods verlossingsplan zal werken”. Ons allemaal en vooral de leraren en studenten die geloven in een God die niets van ons afweet, gun ik het geloof, de hoop en de liefde die Jezus ons biedt in deze les:

“9. Laten we met dit in gedachten de rest van de langere oefenperioden eraan wijden God te vragen Zijn plan aan ons kenbaar te maken. Vraag Hem heel specifiek:

Wat wilt U dat ik doe?
Waarheen wilt U dat ik ga?
Wat wilt U dat ik zeg, en tegen wie?

Vertrouw Hem de volledige leiding over de rest van de oefenperiode toe, en laat Hem je vertellen wat er volgens Zijn plan voor jouw verlossing door jou moet worden gedaan. Hij zal antwoorden in evenredigheid met je bereidwilligheid Zijn Stem te horen. Weiger die niet te horen. Alleen al het feit dat jij de oefeningen doet, bewijst dat je enige bereidwilligheid tot luisteren bezit. Dit volstaat om aanspraak op Gods antwoord te maken.”

Lieve broeders en zusters; ik wens ons allemaal het motto van deze Facebook-groep:

“Laten we ons verbinden met de Liefde van God”

Geloof, hoop en liefde: onze Kerstboodschap.

Iedereen, ook ik, ervaart Een Cursus in Wonderen op zijn of haar eigen wijze. Toch reageer ik dikwijls op berichten waarin iemand een visie op de cursus verkondigt die in mijn beleving de boodschap van Jezus niet helemaal recht doet. Dit is haast een nieuw taboe geworden in cursus-land en wordt gezien als “gelijk willen hebben”. Hoewel we allemaal feilbare interpretatoren zijn en het dus altijd een werk in uitvoering is om de juiste interpretatie te krijgen, is er Jezus zeker veel aan gelegen dat wij de Cursus interpreteren zoals hij het bedoeld heeft. Hij beschouwde de Cursus duidelijk als “niet voor meer dan één uitleg vatbaar” (commentaar aan Helen). Door de Cursus heen geeft hij aan dat het ego altijd probeert te verdraaien wat hij ons zegt. Hij spoort ons aan deze neiging tegen te gaan door de Cursus niet “overhaast of verkeerd” te lezen (HvL-29.7:3). Jezus zelf corrigeert in de oorspronkelijke editie de visies van Freud en Edgar Cayce, en van het Nieuwe Testament. We zullen niet snel tegen Jezus zeggen dat dit “allemaal ego” is.

Hoewel ik me realiseer dat ik ook maar een feilbare student ben, ageer ik dus toch op twee uiterste visies die ik tegenkom in Facebook-groepen. Ik ga dit hier niet uitgebreid uitwerken omdat ik dat afgelopen maanden in een serie blogs heb gedaan. Samengevat stelt de eerste visie dat lichaam en aarde slechts illusies zijn waar we om moeten lachen. Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat, zelfs als dit metafysisch gezien klopt, lachen niet de weg van Jezus is. Vergeven en liefde vormen zijn weg. Bij het andere uiterste neemt men de illusies zo serieus dat men stel dat we wel degelijk kwetsbare en sterfelijke wezens zijn. Aanhangers van deze visie zijn ongetwijfeld liefdevolle broeders en zusters maar zij maken Een Cursus in Wonderen te klein. De cursus heeft niet als einddoel om ons een beetje “menselijker”, iets liefdevoller, te maken maar om ons te wijzen op onze grootsheid. De cursus wil ons verlossen en niet slechts verbeteren.

Wanneer we de cursus verkleinen tot een plezierige doch beperkte vorm van humanisme dan doen we onszelf tekort. In deze kerstperiode herdenken we dan het Licht naar de wereld kwam juist om ons te herinneren aan onze ware identiteit. In Hoofdstuk 15 III “Kleinheid tegenover grootheid”(7) zegt Jezus hierover:

Verbind je in deze (kerst)tijd, waarin de geboorte van heiligheid in deze wereld wordt gevierd, met mij die de keuze voor heiligheid voor jou heeft gemaakt. Het is onze gezamenlijke taak de gastheer die God voor Zichzelf heeft aangesteld het besef van grootheid te doen hervinden. Het gaat al je kleinheid te boven de gave van God te geven, maar dit gaat jou niet te boven. Want God wil Zichzelf geven door jou. Hij strekt Zich van jou uit tot iedereen, en voorbij iedereen tot de scheppingen van Zijn Zoon, maar zonder jou te verlaten. Ver voorbij jouw wereldje, maar nog steeds in jou, breidt Hij Zich voor eeuwig uit. Toch brengt Hij al Zijn uitbreidingen bij jou, als Zijn gastheer.

Onze oudere broer Jezus heeft voor ons de keuze voor heiligheid gemaakt opdat we ons besef van grootheid hervinden. Die grootheid is niet een opgeblazen ego maar een Zoon van God die zichzelf aan God geeft opdat God door hem heen kan scheppen. Jezus gaat verder:

8. Is het een offer om kleinheid achter te laten, en niet vergeefs rond te dolen? Het is geen offer om tot heerlijkheid te ontwaken. Maar het is wel een offer iets aan te nemen wat minder is dan heerlijkheid. Leer dat jij de Vredevorst, geboren in jou ter ere van Hem wiens gastheer jij bent, beslist waardig bent. Jij weet niet wat liefde betekent, want jij hebt geprobeerd haar met kleine geschenken te kopen, en er daardoor te weinig waarde aan verleend om haar grootheid te begrijpen. Liefde is niet klein en liefde verblijft in jou, want jij bent Zijn gastheer. In het aangezicht van de grootheid die in jou leeft, lossen je povere zelfwaardering en alle kleine giften die je geeft op in het niets.

We kunnen worstelen met teksten die handelen over onze grootheid. Pas als we ons hart openen kunnen we gevoel krijgen voor hun betekenis. Want liefde lacht niet om de pijn en ellende die we ervaren en om ons heen zien in de wereld. Maar dezelfde liefde weigert ook om te buigen voor deze beelden en bibberend van angst als slachtoffers onze aardse rit uit te zitten. Liefde wil verlossen en zich geven in gedachte, woord en daad. Het hele Nieuwe Testament biedt ons een voorbeeld in het leven van Jezus die omziet naar zijn naasten, wonderen aanbiedt en doorheen zijn kruisdood de opstandingsmacht van liefde toont. Hij toont ons de grootheid van liefde. Tekstboek 15 paragraaf III eindigt als volgt:

12. Roep in iedereen alleen de herinnering naar boven van God, en van de Hemel die in hem is. Want waar jij wilt dat jouw broeder is, daar zul je zelf denken te zijn. Hoor niet zijn oproep tot de hel en kleinheid, maar alleen zijn roep om de Hemel en grootheid. Vergeet niet dat zijn roep de jouwe is, en antwoord hem samen met mij. Gods macht is voor eeuwig aan de zijde van Zijn gastheer, want ze beschermt slechts de vrede waarin Hij verblijft. Leg geen kleinheid neer voor Zijn heilig altaar dat boven de sterren uitrijst en, door wat eraan geschonken is, zelfs tot aan de Hemel reikt.

Soms menen we dat het prachtige drieluik “Geloof, Hoop en Liefde” thuishoort bij een achterhaald geloofsleven. Maar geloof is ook vertrouwen, het vertrouwen dat we mogen hebben in onze Vader, in Zijn Stem de Heilige Geest en in onze Broeder Jezus. Hoop is geen hoop op enige zelfverbetering maar op verlossing en Liefde is het middel dat ons verbindt en verlost.

Lieve broeders en zusters. Ik wens jullie in deze dagen waarin de duisternis machtig lijkt alle vertrouwen en hoop en vooral onze verlossing door liefde.

Dit Heilig Ogenblik wil ik U geven (slot)

Gisteren gebruikte ik het beeld van een regenboog om onze veelkleurigheid als zoekers naar waarheid te illustreren. In deze serie blogs heb ik mijn kleur getoond zoals ik me daartoe geroepen voelde. Mijn kleur is niet de juiste of enige kleur, maar in mijn beleving voelde het goed om erop te wijzen dat het kleurpalet van de cursus breder is dan we zijn gaan denken. Ik heb geprobeerd aspecten van de weg van Jezus te belichten die soms wat onderbelicht zijn geraakt. Ik denk hierbij aan het volgende:

  • ECIW doet een beroep op ons verstand maar het is niet de bedoeling om te komen tot een niet-doorleefde nieuwe theologie of filosofie.
  • Ik heb geprobeerd te laten zien dat een te grote, verstandelijke focus op eenheid ons de illusie kan geven dat we alleen op de wereld zijn. Dat het alleen om ons draait.
  • Schepping als uitbreiding van liefde gaat ons verstand te boven en het palet van de schepping bevat de Bron, onze Vader, en onze Broeders, verenigd in het Zoonschap met als oudste broeder Jezus.
  • De visie die Jezus ons in ECIW biedt is daarom intrinsiek relationeel: wij zijn wezens in relatie met onze Vader en in relatie met elkaar.
  • Hoewel deze relatie “Heilig” is, heel en onverdeeld, is het onhandig om te luisteren naar de logica van het hoofd dat wil concluderen dat ik God ben of dat jij niet bestaat.
  • Het verstandelijk aannemen van een hyper abstracte eenheidsfilosofie kan namelijk volgens deze logica leiden tot ik-gerichtheid waarbij alles draait om mijn innerlijke vrede en geluk. Bovenmatige ik-gerichtheid is synoniem aan geloof in afscheiding.
  • Het relationele aspect van ECIW plaatst deze geheel in lijn met het Nieuwe Testament en slechts deels in de lijn van wat ik heb aangeduid als seculiere non-duale visies (denk aan Advaita- en Satsang-leraren).
  • In het Nieuwe Testament geeft Jezus ons als grootste “gebod”: “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het grootste en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Heb uw naaste lief als uzelf.” Deze twee geboden vormen de kern van Jezus’ leer en benadrukken het belang van liefde voor God en liefde voor de medemens.
  • ECIW heeft raakvlakken met non-duale visies omdat Jezus ons leert dat er geen grenzen bestaan tussen ik en de wereld en ik en jij. Dit wordt ware ontkenning genoemd en dit vormt een deelaspect van het wonder: het corrigeren van onze perceptie.
  • Maar Jezus benadrukt dat het hoofdaspect van het wonder het uiten van liefde betreft. Wij zijn de liefdesuitingen van de Vader en kunnen ons onze Identiteit herinneren door Zijn Liefde te beantwoorden en aan te bieden aan onze broeders en zusters.
  • In ECIW overstijgt Jezus zowel Bijbel als de seculiere non-duale visies in zijn beschrijving van het fenomeen projectie waarbij wij vanuit geloof in zonde-schuld -angst (en aanval, verdediging en straf) de illusoire beelden van tijd, lichamen en de wereld projecteren.
  • Zo doende corrigeert hij ons beeld van een wraaklustige Bijbelse God; niet God schiep een wereld vol geweld en haat maar wij maken (dromen) deze.
  • En zo doende geeft hij aan dat verlossing verder gaat dan het accepteren van wat er maar in bewustzijn verschijnt; de kern van de “aanpak” van seculiere non-duale visies.
  • Jezus’ hele boodschap is er een van wederkerigheid gebaseerd op de intrinsiek relationele aard van ons wezen.
  • De weg van Jezus bestaat uit het in herinnering brengen van onze liefdesband met God en met elkaar, het afstemmen op Liefde (op de Heilige Geest, Jezus, de Vader), het ophouden met projecteren van schuld op God of op onze Broeders opdat de liefde weer gaat stromen en we ons onze tijdloze, onkwetsbare, onsterfelijke en liefdevolle Identiteit herinneren.
  • Jezus leert ons dat de wereld zoals wij die kennen voorkomt uit onze projectie. Projectie is een soort scheppen in engere zin: het kan nare beelden maken van een wrede duale wereld maar als we ons openstellen voor de correctie door liefde dan kunnen we ook een gelukkigere wereld maken: de gelukkige droom, de nieuwe wereld.
  • Jezus belooft ons dat we uiteindelijk onze ware aard zullen herinneren en zullen weten dat we medescheppers zijn met de Vader. Nu nog onvoorstelbaar voor ons.

Met deze wat droge opsomming nodig ik jullie uit om de laatste werkboeklessen van het jaar met open mind en hart te lezen. Voor mij is één van de belangrijkste sleutels: liefde is zowel middel als doel.

In de inleiding op de laatste werkboeklessen vat Jezus nog eens glashelder samen wat ik met veel woorden in deze serie blogs probeerde onder de aandacht te brengen:

Het is onze functie ons op aarde Hem te herinneren, zoals het ons gegeven is in de werkelijkheid Zijn eigen compleetheid te zijn. Laten we dus niet vergeten dat ons doel gedeeld wordt, want het is die gedachtenis die de Godsherinnering bevat en de weg wijst naar Hem en naar de Hemel van Zijn vrede. Zullen we onze broeder, die ons dit kan bieden, dan niet vergeven? Hij is de weg, de waarheid en het leven dat ons de weg toont. In hem huist de verlossing die ons, door de vergeving die wij hem schonken, geboden wordt.

Nu wil ik zwijgen en in grote liefde en dankbaarheid mijn knie buigen voor mijn Vader. Met mijn hand op Zijn Woord stel ik mijn hoofd en hart open als ik de volgende werkboekles als gebed bid:

Les 361-365

Dit heilig ogenblik wil ik U geven.
Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.

En als ik een woord nodig heb om me te helpen, zal Hij het me geven. Als ik een gedachte nodig heb, geeft Hij me die ook. En als ik alleen maar stilheid nodig heb en een rustige, open denkgeest, dan zijn dat de gaven die ik van Hem ontvangen zal. Hij heeft de leiding, op mijn verzoek. En Hij zal me horen en antwoord geven, want Hij spreekt namens God, mijn Vader, en Zijn heilige Zoon.

Hard leren om niets te doen. (60).

Een Cursus in Wonderen lijkt soms een vat vol tegenstrijdigheden. Jezus geeft ons met dit dikke boek en met de 365 werkboeklessen heel wat te doen. De laatste tijd kwamen er wat mensen op mijn pad die me vroegen hoe ze het best konden beginnen met de cursus. Dat vind ik een lastige vraag want ik herinner me dat ik, toen ik uiteindelijk het boek had gekocht, er geen doorkomen aan vond. Ik was gewoon begonnen aan het begin en kreeg allerlei cryptische wonderprincipes voorgeschoteld die me natuurlijk vrijwel niets zeiden. Toch kreeg het boek me uiteindelijk te pakken en het heeft me niet meer losgelaten.

Ik merkte dat door de jaren heen er een soort “gevoel” ontstond voor de boodschap van Jezus. Met het groeien van dit gevoel kwam bij elke herlezing de boodschap dieper binnen en groeide mijn verwondering en dankbaarheid voor de cursus. Tegelijkertijd groeide het verlangen om mijn blijdschap te delen met mijn broeders en zusters. Ik herken bij hen mijn aanvankelijke frustratie en worsteling. In een poging om werkelijk behulpzaam te zijn en hen te helpen om ook die bron van blijdschap te ontdekken, loop ik tegen de paradox aan dat ik hiervoor woorden nodig heb, veel woorden, net zoals Jezus in de cursus.

Het is een vreemde paradox. Ik bekeek zojuist een video van een broeder die overduidelijk spreekt vanuit de bron die we delen. Net zoals ik nog steeds kan genieten van het lezen in de dikke cursus, zo is het ook fijn om rustig te luisteren naar podcasts of video’s van leraren die vanuit de bron spreken. Je deelt zo als het ware in hun herkenning en blijdschap. Maar tevens valt op dat ook zij aardig wat woorden per minuut nodig hebben om met ons te communiceren. Als je het script van het gesproken woord zou uittypen, krijg je ook een lijvig document, ondanks het feit dat de boodschap voor de goede verstaander niet ingewikkeld is.

Die paradox vind je ook terug in ECIW als Jezus herhaaldelijk tegen ons zegt: “Je hoeft niets te doen”. Hierbij een paar voorbeelden:

“Txt 12: I: 3Maar de waarheid is werkelijkheid krachtens zichzelf, en om in de waarheid te geloven hoef je helemaal niets te doen.

Txt 16: I: 10Ik ben niet alleen, en ik wil het verleden niet aan mijn Gast opdringen. Ik heb Hem uitgenodigd en Hij is hier. Ik hoef niets te doen behalve me er niet in te mengen.

Txt 18: VII: 7Wanneer ten langen leste vrede komt voor hen die worstelen met verleiding en vechten tegen het toegeven aan zonde; wanneer het licht uiteindelijk komt in de denkgeest die zich aan contemplatie heeft overgegeven; of wanneer het doel tenslotte door wie ook wordt bereikt, dan gaat dit steeds met maar één gelukkig inzicht gepaard: ‘Ik hoef niets te doen.’. Dit is de uiteindelijke bevrijding die iedereen op een dag, op zijn eigen wijze en op zijn eigen tijd zal vinden. Je hebt die tijd niet nodig. Er is jou tijd bespaard doordat jij en je broeder tezamen zijn. Dit is het speciale middel dat deze cursus gebruikt om tijd voor je te besparen. Je maakt geen gebruik van deze cursus als je per se middelen wilt gebruiken die anderen goed van dienst waren, en daarbij verwaarloost wat voor jou werd gemaakt.  Spaar tijd voor mij door deze ene voorbereiding alleen, en oefen je erin niets anders te doen. ‘Ik hoef niets te doen’ is een verklaring van trouw, een waarlijk onverdeelde loyaliteit.  Geloof het voor slechts één enkel ogenblik, en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert.”

Je zou zeggen dat deze boodschap van Jezus ons op het lijf geschreven is. Want we willen liever ook geen moeite doen. Het paradoxale is in mijn beleving dat ondanks dit “niets doen” mijn “werken” met de cursus mijn totale passie is, mijn diepste verlangen. Voor mij is dat overigens geen opgave want ik kan niet niet volledig hiermee bezig zijn. Ik heb vergevingslessen te doen als ik met medestudenten communiceer voor wie de cursus (nog) een bijrol speelt in hun leven, voor zover ik dit juist kan inschatten. Die het prima vinden om af en toe een mooie uitspraak uit de cursus te lezen. Ieder heeft zijn weg en studietempo en zal de voor hem of haar juiste vorm aangereikt krijgen.

Met dat ik dit aan het typen ben, tovert God een regenboog tevoorschijn. De kleuren hierin zijn wij; ogenschijnlijk verschillend van elkaar maar toch in een prachtige eenheid met elkaar verbonden. Jij en jouw weg zijn net zo oké als ik en mijn weg. De uitnodiging is om vergeving te laten rusten op alles. Dus broeder, zuster; vergeef me nu mijn vele woorden. Laten we samen naar huis gaan en terwijl we zo samen gaan, gaat de wereld met ons mee op onze weg naar God.

“Les 342

Ik laat op alles vergeving rusten, Want zo wordt vergeving mij geschonken.

Ik dank U, Vader, voor Uw plan mij te verlossen uit de hel die ik heb gemaakt. Hij is niet werkelijk. En U hebt mij het middel verschaft om zijn onwerkelijkheid aan mij te bewijzen. De sleutel ligt in mijn hand, en ik heb de deur bereikt waarachter het eind van dromen ligt. Ik sta voor de Hemelpoort, en vraag me af of ik naar binnen zal gaan om thuis te zijn. Laat ik vandaag niet opnieuw dralen. Laat me alles vergeven en laat de schepping zijn zoals U haar wilt en zoals ze is. Laat ik me herinneren dat ik Uw Zoon ben, en als ik deze deur uiteindelijk open, laat me dan in het schitterende licht van de waarheid alle illusies vergeten, terwijl de herinnering van U tot mij terugkeert.

Broeder, vergeef me nu. Ik kom tot je om jou met mij mee naar huis te nemen. En terwijl we gaan, gaat de wereld met ons mee op onze weg naar God.”

Wat moet ik met die verhalen over zonde en schuld? (59)

Afgelopen weken besprak ik soms de verschillen en overeenkomsten tussen Een Cursus in Wonderen (ECIW) en wat ik aanduid als de “seculiere” non-duale visies; denk hierbij aan de vele Advaita-leraren en sprekers op Satsang bijeenkomsten. Dat deed ik niet vanuit de intentie om één van beide aan te prijzen of te verwerpen, maar wel omdat ik zie dat velen in de cursus-gemeenschap deze visies geheel over één kam scheren en daarmee in mijn beleving de uniekheid en grootsheid van ECIW tekort doen. Want het is niet slechts het taalgebruik waar deze visies in verschillen. Zelf omschrijf ik de cursus-term “zonde” wel eens als het geloof in afgescheidenheid, en dit geloof en het doorzien ervan speelt natuurlijk ook een centrale rol in de seculiere visies.

Maar waar de seculiere visies gewoonlijk niet veel over te melden hebben is de “waartoe”-vraag. Waartoe ervaren we afgescheidenheid en lijden? Wat dit betreft zijn deze visies pragmatisch en ze proberen zich te verhouden tot de ons gegeven werkelijkheid. Men geeft aandacht aan de fenomenen zoals ze in bewustzijn verschijnen en probeert de identificatie hiermee los te laten. Als de seculiere visie beperkt blijft tot een verstandelijke benadering, dan kan deze averechts werken waarbij de illusie van dualiteit met “ik hier” die “alles daar” onbewogen probeert gade te slaan, versterkt wordt. Dit kan leiden tot een situatie waarbij de beoefenaar als vanuit een ivoren toren onbewogen en afstandelijk om zich heen zit te kijken. Dezelfde houding treedt soms op bij cursus-studenten indien ze alles afdoen als illusie, behalve hun kleine zelf.

De cursus gaat verder dan de tip om rustig te observeren en geeft ons als het ware een kijkje achter de schermen en laat zien hoe we terecht gekomen lijken te zijn als afgescheiden wezentjes in deze wereld. Dit kun je afdoen als een aardig verhaal, maar Jezus geeft ons dit verhaal niet zomaar. Hij legt uit dat wij als Zonen van God gekozen hebben voor afscheiding en gebruikt niet voor niets hiervoor het woord “zonde”. Vervolgens legt hij uit hoe we deze zonde moeten zien en dit geeft een verklaring voor onze huidige vermeende status quo die ik niet zo terug zie in de seculiere visies.

Jezus corrigeert eerst ons oude geloof in de betekenis van zonde en legt uit dat onze Vader niet boos op ons is. Zonde is in ECIW geen morele misstap maar een vergissing van ons die gecorrigeerd kan worden. Maar nu komt ECIW los van de seculiere visies, want waar deze de wereld af doen als een gegeven, stelt ECIW dat de wereld onze projectie is waar we een tafereel projecteren waarin schuld en bestraffing een grote rol spelen. Deze visie biedt zowel valkuilen als onze mogelijkheid op verlossing.

Een adept van de seculiere non-duale visie zal bijvoorbeeld bij pijn en ziekte proberen hier onbewogen op toe te kijken en dat kan zeker behulpzaam zijn. Een cursus-student kan in de valkuil trappen zichzelf schuldig te voelen voor de narigheid omdat hij weet dat hij zelf een rol speelt in de projectie ervan. Maar gelukkig mag hij leren dat schuldgevoel niet nodig is bij een vergissing, want meer is het niet. Vervolgens leert de ECIW-student dat hij onbewust zichzelf straft voor deze vergissing die hij gezien heeft als echte zonde. Jezus spreekt in de cursus zo’n tachtig keer over straf. Bijvoorbeeld in Txt 5: V:

5. De schuldeloze denkgeest kan niet lijden. Omdat hij gezond is, geneest de denkgeest het lichaam omdat hij genezen is. De gezonde denkgeest kan zich geen voorstelling maken van ziekte, omdat hij zich niet voorstellen kan dat hij iets of iemand zou aanvallen. Ik heb eerder al gezegd dat ziekte een vorm is van magie. Misschien zou het beter zijn te zeggen dat het een vorm is van een magische oplossing. Het ego gelooft dat het de straf van God zal verlichten door zichzelf te straffen. Maar zelfs hieruit blijkt zijn arrogantie. Het schrijft God de intentie toe te willen straffen, en doet vervolgens alsof deze intentie zijn eigen natuurlijk recht is.

Jezus laat zien dat we geen slachtoffer zijn van de wereld die we zien en van de ellende die we ervaren. We zijn echter ook niet de waarnemers die er los van staan. We zijn vergeetachtige Zonen van God die zichzelf straffen voor vermeende schuld. In onze grotendeels seculiere samenleving kunnen we menen dat we niet meer zo veel van doen hebben met dit archaïsche, Bijbelse taalgebruik. Maar dit is helaas een teken van weinig zelfkennis. Het schuldgevoel zit zo diep verankerd in ons onderbewustzijn dat we er het zicht op verloren zijn. Het ontmaskeren van de onheilige drie-eenheid van zonde-schuld-angst vormt de kern van ECIW en maakt deze visie in mijn beleving schitterend en uniek. Lees, als je wilt, vanuit deze optiek maar eens de werkboekles van vandaag. Hierin lezen we dat wij helaas onszelf, onze zondeloze identiteit als Kind van God, aanvallen. Jezus wil ons hiervoor behoeden en wijst ons op de liefde van onze Vader die in ons geen zonde ziet.

Les 341

Ik kan slechts mijn eigen zondeloosheid aanvallen, en alleen die is het die mij geborgen houdt.

Vader, Uw Zoon is heilig. Ik ben hem, degene tegen wie U glimlacht met zo ‘n dierbare, diepe en stille liefde en tederheid dat het universum naar U teruglacht en Uw Heiligheid deelt. Hoe zuiver, hoe veilig, en hoe heilig zijn wij dan, die in Uw Glimlach toeven, terwijl al Uw Liefde ons geschonken is, en wij als één met U leven in volkomen broederschap en Vaderschap, in zo ‘n volmaakte zondeloosheid dat de Heer der Zondeloosheid ons als Zijn Zoon ziet, een universum van Gedachte dat Hem compleet maakt.

Laten we dan onze zondeloosheid niet aanvallen, want die bevat het Woord van God voor ons. En in haar vriendelijke weerspiegeling zijn we verlost.

Hoe lang duurt deze ellende nog? (58)

Hoe reageer jij op de titel van de werkboekles van vandaag? Deze luidt: “Vandaag kan ik vrij van lijden zijn”. Als je voor de eerste keer de werkboeklessen doet, kan je hart opspringen van vreugde. Zou het vandaag dan eindelijk zo ver zijn? Zou het werkelijk gaan gebeuren? De meesten van ons hebben deze onbevangen frisheid niet meer en reageren mogelijk een beetje gelaten: “Tja; theoretisch zou het moeten kunnen maar de praktijk is weerbarstig”. Mogelijk verwijt je jezelf dat je kennelijk niet de snuggerste bent omdat het kwartje nog steeds niet is gevallen. Waarom is Jezus niet wat realistischer in zijn uitspraken en zegt hij zoiets als: “wanhoop niet, blijf goed je best doen en je zult stapje voor stapje dichter bij het einddoel komen”. Daarmee zou hij beter aansluiten bij ons gevoel en onze ervaring.

In mijn beleving confronteert Jezus ons hier weer bewust met de radicale visie van de cursus. In de eerste blogs in deze serie schreef ik al dat sommigen de uiteenzettingen over tijdloze schepping en over uitbreidende liefde maar liever voorlopig parkeren. Ze kiezen ervoor om “realistisch” te blijven waarmee ze bedoelen dat ons leven altijd gekenmerkt zal blijven door de dualiteit van voor- en tegenspoed, geluk en noodlot. Ik gun ieder zijn of haar manier van omgaan met de cursus en als je binnen deze dualistische kaders toch kracht kan putten uit de cursus dan ben ik blij voor je.

Zelf put ik hoop en kracht uit die “extra dimensie” waar Jezus in de cursus woorden aan probeert te geven. Ik merk dat het schrijven hierover lastig is en dat het snel vragen kan oproepen omdat de woorden die we gebruiken wel iets kunnen zeggen over dat 2-dimensionale, horizontale, vlak waarin de tijd lijkt te regeren. Op dit vlak kan sprake zijn van vooruitgang, van steeds meer leren, van oefenen en het bereiken van een einddoel. Maar deze woorden zijn lastiger te gebruiken om iets te duiden over die derde dimensie waarbij die verticale lijn van tijdloosheid als het ware dat horizontale vlak doorsnijdt. Jezus vertelt in ECIW hoe ons ware wezen volmaakt is in eeuwigheid. Maar vanuit deze volmaaktheid wensen we het spel te spelen van dualiteit, een dualiteit die we ervaren als onvolmaakt. Als we ons in dit spel verliezen, dus als we onze ware identiteit vergeten, dan is er nog die herinnering aan de volmaaktheid, maar omdat we geloven dat we rondwandelen in de dimensie van tijd en ruimte, menen we dat we deze tijd nodig hebben om ons onze volmaaktheid te herinneren. Maar die onkwetsbare, vreugdevolle volmaaktheid is nooit weg geweest, omdat het ons wezen is.

De herinnering hieraan kan onmiddellijk zijn; dus zonder tijdgebonden leer- en oefenprocessen. Dus het klopt; niet alleen vandaag maar NU kan ik vrij van lijden zijn omdat mijn ware aard dat al is. Vanuit ons huidige perspectief, waarbij we ons dus identificeren met de 2-D wereld van tijd en ruimte, zijn we de beleving van de 3D-waarheid kwijtgeraakt. Het aardige van de metafoor van de 2 en 3 dimensionale wereld vind ik dat de 3-D wereld de 2-D wereld omvat. We hoeven dus onze ervaring van de 2-D wereld niet te ontkennen en ervan weg te vluchten maar we mogen deze ervaring vanuit een ruimer 3-D perspectief gaan zien.

Jezus legt in het Tekstboek uitvoerig uit waartoe wij de 2D-wereld bedacht hebben, maar deze informatie bevrijdt ons kennelijk niet zomaar. Daarom geeft Jezus ons een krachtig instrument om een glimp te kunnen opvangen van die derde dimensie. Dat instrument wordt in ECIW “vergeving” genoemd. In mijn beleving is vergeving in een ruime zin van het woord de liefdevolle ontkenning van de “ik hier en jij (de wereld) daar”-ervaring. Je weigert te geloven in afscheiding. Je kijkt naar wat je meemaakt en vooral naar wat je voelt (schuld, angst, pijn, etc) en je beseft: “hé, al deze ervaringen suggereren dat ik een kwetsbaar en tijdgebonden wezen ben. Ik wil niet angstig wegvluchten van deze ervaringen want daarmee verleen ik ze een echtheid die ze niet hebben. Nee; ik wil ze aangaan, doorvoelen en ontdekken dat ik ze niet hoef te misbruiken om mijn geloof in afgescheidenheid te vergroten. Ik ben dat 3D-wezen dat een 2-D ervaring heeft; de vrijheid waarin een ervaring van schijnbare gebondenheid verschijnt.

In elk moment is er de uitnodiging om je antenne uit te trekken en af te stemmen op die derde dimensie. Door niet bang weg te rennen maar door je af te stemmen op de Stem van Liefde kun je met 3D-ogen, de visie van Christus, de 2D-wereld zien. Dat voelt als verlossing.

In Een Cursus van Liefde (ECvL) geeft Jezus aan hoe dit soort momenten eerst als vluchtige glimpen ervaren worden en dat het lijkt of we er moeite voor moeten doen; denk aan dat afstemmen met je antenne. Gaandeweg gaat het meer vanzelf en ontdek je dat het natuurlijk niet van de inspanning van dat kleine 2D-zelf afhangt.

Het is heerlijk te weten dat het nu al oké is maar dat we volkomen zondeloos zijn als we nog denken dat dit niet het geval is. De liefde die onze bron is wordt weerspiegeld in het geduld dat we met een glimlach betrachten als we beseffen dat we nog wel geloven in pijn, lijden, schuld, leren en ploeteren. Alles komt goed want het is al goed. Kan niet missen!

Les 340

Vandaag kan ik vrij van lijden zijn.

Vader, ik dank U voor vandaag en voor de vrijheid die deze dag zeker brengen zal. Deze dag is heilig, want vandaag zal Uw Zoon worden verlost. Zijn lijden is voorbij. Want hij zal Uw Stem horen die hem wijst hoe hij door vergeving de visie van Christus vinden kan, en voorgoed van alle lijden vrij kan zijn. Dank U voor vandaag, mijn Vader. Ik werd in deze wereld geboren enkel om deze dag te bereiken, en wat die aan vreugde en vrijheid bevat voor Uw heilige Zoon en voor de wereld die hij gemaakt heeft, die vandaag samen met hem wordt verlost.

Wees blij vandaag! Wees blij! Er is vandaag geen ruimte voor iets anders dan blijdschap en dank. Onze Vader heeft deze dag Zijn Zoon verlost. Er zal niemand van ons zijn die vandaag niet zal worden verlost. Niemand die in angst zal blijven, en niemand die de Vader niet om Zich heen zal scharen, ontwaakt in de Hemel, in het Hart van de liefde.