Maar ik vraag toch niet om pijn en angst? (57).

Hoe toepasselijk is de titel van de werkboekles van vandaag, één dag voor sinterklaasavond: “Ik zal ontvangen wat ik maar vraag”. Maar middenin deze les staat een zin die ons verbaast: “Hij heeft gevraagd om wat hem bang zal maken en pijn zal doen”. Hierin herkennen we onszelf allerminst, zacht gezegd. Want nee, ik wil niet bang zijn en nee, ik wil geen pijn. Natuurlijk niet; welk zinnig mens zou bang willen zijn en pijn ervaren? Zolang het goed met ons gaat en we een comfortabel leven leiden met niet al te veel ongemak dan bevat ons verlanglijstje leuke cadeautjes en waarschijnlijk vinden we, zeker als we wat ouder zijn, het gezellig samenzijn belangrijker dan de leuk ingepakte chocoladeletter en douchegel. Maar angst en pijn? Nee, dat is het laatste wat we willen.

Talloze cursus-studenten breken zich het hoofd over werkboeklessen zoals deze. Gevoelens van onbegrip, boosheid en schuld strijden met elkaar om voorrang. Wat een onzin! En hoe zit het dan met zieke kinderen? Of: “ Ik ben zo bang en ik heb zo’n pijn; wat ben ik toch een sukkel dat ik hierom vraag, wat doe ik toch in godsnaam verkeerd?” We zien onszelf als slachtoffer van de narigheid die ons overkomt en niet als de veroorzaker van onze eigen ellende.

Jezus vindt echter deze kwestie zo belangrijk dat hij er telkens weer op terugkomt, in de ene werkboekles na de andere. Hij doet dit niet om ons een schuldgevoel aan te praten of om ons weg te zetten als stommelingen, maar om ons de weg naar verlossing te wijzen. Gisteren wees ik erop dat we de grote metafysische kwesties, waar het in deze werkboekles over gaat, weerspiegeld kunnen zien op het ons bekende, aardse niveau. Want op dit psychologische niveau beseffen we wel degelijk dat we veel van de ellende onszelf aandoen. Als het over angst en pijn gaat, kennen we bijvoorbeeld de uitdrukking: “Een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest”. Ik herken mezelf pijnlijk in deze uitspraak want vanuit mijn “default value”, mijn standaardprogrammering, ben ik niet de meest optimistische persoon. Ik zie snel beren op de weg en dat veroorzaakt veel onnodig piekeren waarbij rampscenario’s aan mijn geestesoog voorbij trekken. Ik kan met bewondering en enige afgunst kijken naar de slecht voorbereide stellen die meedoen aan het programma “Ik vertrek”, hun hele hebben en houden achter zich laten en zich in allerlei ellende storten in een lekkend huis in een moeilijk land waar alles niet zo goed geregeld is als hier in Nederland. Maar goed; ik dwaal af en mijn punt zal duidelijk zijn: veel van onze alledaagse ellende hangt af van onze instelling en onze manier van kijken naar de dingen die ons lijken te overkomen. Zie ook de blog van gisteren (56).

Jezus legt ons uit dat de manier van kijken niet alleen het leven van ons persoontje, van ons kleine zelf, bepaalt, maar dat er meer aan de hand is. Hij wijst er ons telkens op dat wij geestelijke wezens zijn, tijdloos en onkwetsbaar: Zonen van God of een Zelf, met hoofdletters Z. Maar vanuit deze probleemloze, tijdloze toestand van mysterieuze individuatie binnen eenheid, wilde wij als Zonen van God ons uitdrukken in tijd en ruimte, in een wereld van vormen. Dit is op zich niet verkeerd en de verwijzingen in de cursus naar “de gelukkige droom” of “de nieuwe wereld” laten zien dat onze wens niet per se tot angst, pijn en lijden hoeft te leiden.

We zijn echter wat onhandig doorgeschoten in onze wens tot expressie en manifestatie. We wilden zo ver afdalen in het beleven van dualiteit dat we vergaten dat we in waarheid geestelijke wezens zijn. We menen dat lichamen en wereld los van ons bestaan en ons bepalen. We hebben de rollen omgekeerd. In werkelijkheid projecteren wij als Zonen van God, als Zelf, gedachten die we als lichamen en wereld kunnen waarnemen. We wilden spelen met duale relaties, met ik hier en jij of de wereld daar, maar het spel werd te serieus. ECIW zegt dat we vergaten te lachen om ons spel.

Ons kleine zelf is niet de veroorzaker van pijn en angst maar de onbewust geprojecteerde figuur die optreedt in het door onszelf gewenste drama van afscheiding. Daarom is het zo onzinnig om ons als klein zelf schuldig te voelen voor angst en pijn. Een kindje dat zichzelf overschat en bezeert nemen we toch ook niks kwalijk? Nu kunnen we, hopelijk, ook zien waarom het zo weinig zin heeft om te proberen om op “eigen kracht” hiermee op te houden. De vermeende “eigen kracht”, de kracht van een klein zelf dat in een duale droom de dingen naar zijn hand probeert te zetten, is onderdeel van het probleem. Juist door angst en pijn te ervaren voelt het zich extra afgescheiden en dit is de doorgeschoten wens van ons Zelf.

Daarom ageer ik soms tegen cursus-interpretaties waarin God, Heilige Geest en Jezus afgedaan worden als symbolisch en waarin gesteld wordt dat ze niks met onze aardse werkelijkheid te maken kunnen hebben. Hiermee worden velen van ons namelijk op “zich-zelf” teruggeworpen, op dat kleine zelf waar de oplossing nooit gevonden kan worden.

Jezus biedt in ECIW ons juist de weg van de Heilige Relatie waarbij hij ons aanmoedigt om ervoor te kiezen om te stoppen met ploeteren vanuit ons kleine zelf en ons te wenden tot onze Bron. Noem deze Bron maar even slordig Vader, Moeder, Heilige Geest of hoe dan ook maar zie het niet als een symbool dat jezelf gemaakt hebt. Deze Bron heeft Jou geschapen, Jij als Zelf en door je hieraan over te geven en door deze Bron te vertrouwen, kun jij je jouw ware Identiteit gaan herinneren. Dan blijkt die ogenschijnlijk nare uitspraak “je ontvangt wat je vraagt”, de ons gegeven Goddelijke ontsnappingsweg uit de droom van afgescheidenheid. Lees de schuingedrukte zin hieronder, het gebed, hardop voor jezelf en sluit je bij me aan in dankbare verwondering!

Les 339

Ik zal ontvangen wat ik maar vraag.

Niemand verlangt pijn. Maar hij kan denken dat pijn een genoegen is. Niemand zou zijn geluk willen ontlopen. Maar hij kan denken dat vreugde pijnlijk, bedreigend en gevaarlijk is. Ieder ontvangt waar hij om vraagt. Maar hij kan alleszins in verwarring zijn over de dingen die hij wenst, de toestand die hij wil bereiken. Wat kan hij dan vragen dat hij zou willen wanneer hij het ontvangt? Hij heeft gevraagd om wat hem bang zal maken en pijn zal doen. Laten we vandaag het besluit nemen te vragen wat we werkelijk willen, en enkel dat, zodat we deze dag angstloos kunnen doorbrengen, zonder pijn met vreugde, of angst met liefde te verwarren.

Vader, dit is Uw dag. Het is een dag waarop ik niets op mezelf wil doen, maar Uw Stem wil horen bij al wat ik doe; en waarop ik alleen vraag om wat U me biedt, en alleen de Gedachten accepteer die U met mij deelt.

Hoe Gods Gedachte ons verlost (56)

In Een Cursus van Liefde laat Jezus zien dat dikwijls voor ons bekende zaken hier op aarde als het ware een afspiegeling vormen van die hogere werkelijkheid die we wat uit het oog verloren zijn. Dit geldt ook voor de werkboekles van vandaag met de titel: “Ik ondervind uitsluitend de gevolgen van mijn gedachten”. Vrij vertaald: hoe we tegen zaken aankijken bepaalt in hoge mate hoe we ons voelen en gedragen. Neem bijvoorbeeld een potje voetbal. Als je dit ziet als een aardig spelletje dan kun je een speler van het andere elftal feliciteren met een prachtig doelpunt en zelfs als je verliest gezellig met elkaar napraten in de sportkantine. Maar als je je identiteit gekoppeld hebt aan je club en het verlies van deze club ziet als een aanval op je identiteit, dan is de kans groot dat je weinig zin hebt in dat gezellige napraten. Je voelt je bedreigd, aangevallen en je wilt je verdedigen of wraak nemen.

Wat je stellig gelooft bepaalt sterk je emoties en je gedrag. Ooit deed ik een opleiding Rationeel Emotieve Therapie (RET) waarbij dit gegeven centraal staat. Het zijn niet zozeer de gebeurtenissen zelf (bijvoorbeeld verlies van jouw voetbalclub) die bepalen hoe jij je voelt, maar jouw gedachten, je stellige geloof erover (bijvoorbeeld: het is een ramp als we verliezen). Je kunt talloze voorbeelden hiervan ook dichter bij huis vinden. Als ik stellig geloof dat ik een slimme, aardige en eerlijke man ben dan zal ik heftig reageren als iemand mij dom, onaardig of oneerlijk noemt. Als ik mezelf echter zie als een feilbaar menselijk wezen dan is een mildere reactie mogelijk: “Ach ja; het zou kunnen dat die ander een punt heeft maar het zij zo”.

Jezus laat zien dat de wortel van dit fenomeen diep reikt, tot het diepst van ons zelfbeeld. Onze ware identiteit is dat we een Gedachte van de Vader zijn; onbegrensde, onkwetsbare liefde. Als we dit echt door en door zouden beseffen dan zouden we heel anders kijken naar mensen die ons te na komen of naar bedreigende gebeurtenissen. In waarheid zijn we geen lichaam maar geest maar zodra we ons identificeren met het door ons bedachte lichaam dan halen we hiermee direct de angst voor een vermeende aanval in huis. Zodra we geloven in afgescheidenheid, dus in lichamen en een wereld die op zichzelf zouden staan, dan geloven we in kwetsbaarheid, sterfelijkheid en noodlot.

Bij RET bestaat de therapie in het vervangen van dwangmatige eisen door voorkeuren. Een eerste stap zou zijn om de eis “Jij moet mij aardig vinden” te vervangen door de voorkeur “Ik vind het plezierig als je mij aardig vindt”. Voel je hoe direct de beladenheid van een situatie verandert bij het veranderen van je gedachten over de kwestie? Terloops wil ik je wijzen op de titels van de eerste werkboeklessen waarbij Jezus veel zegt over onze eigen gedachten.

Het blijkt in mijn beleving lastig om op eigen houtje de dieper liggende misvatting over onze identiteit te corrigeren. Dit zal de oplettende lezer niet verbazen. Want juist dit “op eigen houtje” is de misvatting. Hoe heftiger je probeert het zelf te fixen des te meer je het belang van dit kleine zelf en de ernst van de vermeende dreiging serieus neemt. Je bent als het ware een hond die in zijn eigen staart bijt.

In de werkboekles van vandaag biedt Jezus ons een houding aan die wel werkt. Hij vraagt ons om ons af te stemmen op Gods plan want “mijn (eigen) gedachten zullen falen en me nergens heen leiden”. We mogen ons in overgave richten op de Bron, op Liefde, op Gods Gedachten. Want: “de Gedachte die U mij gaf, belooft mij naar huis te leiden, omdat ze Uw belofte aan Uw Zoon bevat”.

“Les 338

Ik ondervind uitsluitend de gevolgen van mijn gedachten.

Dit is alles wat nodig is om heel de wereld tot verlossing te brengen. Want in deze ene gedachte is eenieder eindelijk verlost van angst. Nu heeft hij begrepen dat niemand hem bang maakt en niets hem in gevaar kan brengen. Hij heeft geen vijanden en hij is veilig voor alle uiterlijke dingen. Zijn gedachten kunnen hem bang maken, maar aangezien deze gedachten alleen hem toebehoren, heeft hij het vermogen ze te veranderen en elke angstgedachte voor een vreugdevolle gedachte van liefde in te ruilen. Hij heeft zichzelf gekruisigd. Maar het is Gods plan dat Zijn geliefde Zoon zal worden verlost.

Uw plan is feilloos, Vader, – alleen het Uwe. Alle andere plannen zullen falen. En ik zal gedachten hebben die me bang maken, tot ik inzie dat U mij de enige Gedachte gegeven hebt die me naar verlossing leidt. Alleen de mijne zullen falen en me nergens heen leiden. Maar de Gedachte die U mij gaf, belooft mij naar huis te leiden, omdat ze Uw belofte aan Uw Zoon bevat.”

Waarom is die cursus toch zo ingewikkeld! (55)

Mijn ouders vertelden me ooit hoe ik als kleuter op een camping in Italië aan het spelen was met een Franstalig jongetje. Het schijnt dat ik na een tijdje haast wanhopig tegen mijn vriendje uitriep: “praat nou toch eens gewoon!”. Aan deze anekdote moest ik denken toen ik een mail ontving van een dierbare zuster die worstelt met het ingewikkelde taalgebruik van Jezus in Een Cursus in Wonderen. Je moet zinnen talloze keren lezen en dan nog komen ze slecht binnen door bijvoorbeeld de dubbele ontkenningen die Jezus soms hanteert. Waarom zo ingewikkeld? Kan hij niet gewoon zeggen wat hij  bedoelt met begrippen als Kennis en vergeving?

Ik herken deze frustratie. Toen ik na vele hints van de Heilige Geest besloot het dikke blauwe boek te kopen en vol goede moed begon te lezen, zakte de moed me al snel in de schoenen. Ik snapte er weinig van en vond het boek een dure miskoop. Pas na enige tijd greep het boek me en het heeft me niet meer losgelaten. Ook ik wilde, als wetenschappelijk opgeleide mens, helderheid en duidelijkheid en smulde van de DVD waarin Willem Glaudemans uitlegde hoe de metafysica van de cursus in elkaar steekt. Ik ben hem en andere leraren nog steeds dankbaar voor hun uitleg hoewel ik het belang van een verstandelijk begrip van ECIW wel steeds meer ben gaan relativeren. Ik zal het proberen toe te lichten.

In de Bijbel legt Jezus het zo uit:  “Men doet ook geen jonge wijn in oude leren zakken; anders barsten de zakken, en de wijn wordt verspild, en de zakken gaan verloren; maar men doet jonge wijn in nieuwe zakken, en beide blijven behouden.” De betekenis van deze gelijkenis is dat nieuwe ideeën, leringen of veranderingen niet goed samengaan met oude structuren, gewoonten of denkwijzen.

In deze serie blogs heb ik herhaaldelijk geschreven over de beperktheid van ons denken. Als je de titels van de eerste werkboeklessen doorleest dan zie je hoe Jezus via woorden en dus via ons denken, ditzelfde denken relativeert en bijna torpedeert:

Les 3: Ik begrijp niets wat ik in deze kamer zie.
Les 4: Deze gedachten betekenen niets….
Les 5: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Les 8: Mijn denkgeest is voortduren bezig met voorbije gedachten. Et cetera.

Deze werkwijze brengt ons aanvankelijk in verwarring en dat is nu precies de bedoeling van Jezus. Hij wil zijn heerlijke visie, de jonge wijn, geen onderdeel maken van onze gangbare manier van denken; de “oude zak”. Hij wil slechts dat we onze eigen wijsheid opgeven en bereidwillig en geduldig  luisteren zodat hij de woorden kan spreken die ongecensureerd ons hart kunnen bereiken. Hij vraagt vertrouwen van ons en de bereidheid om, middels de werkboeklessen, aan de slag te gaan met zijn woorden. Met “aan de slag gaan” bedoelt Jezus niet even nadenken over zijn woorden en er het jouwe van denken, maar om ze toe te passen. Eerst enkele keren per dag en later frequenter. Je wordt gehersenspoeld in de positieve zin van het woord: je krijgt schone, nieuwe hersenen waarin de nieuwe wijn gegoten kan worden.

Maar de neiging om alles te begrijpen en in te passen in wat we reeds menen te begrijpen is groot. In het vervolg van ECIW, Een Cursus van Liefde (ECvL), wil Jezus met ons een directe hartverbinding aangaan. Hij nodigt ons als het ware uit tot een Heilige Relatie maar ook dit kan hij alleen middels woorden doen waarbij we weer in de war kunnen raken als we te fanatiek met ons hoofd proberen te vatten wat hij nu bedoelt. Jezus zegt in ECvL:

“Voor deze Cursus is geen denken en geen inspanning nodig. Er is geen langdurige studie en de paar specifieke oefeningen zijn niet vereist. Deze Cursus is geslaagd op manieren die je nog niet begrijpt, en die je niet hoeft te begrijpen. Deze woorden zijn binnengekomen in je hart en hebben de kloof tussen je hoofd en je hart gedicht.” (C:32.4)

Men vraagt me wel eens of ECIW nodig is om ECvL te kunnen doen. Of men vraagt of ECvL makkelijker is dan ECIW en daarom misschien wel de voorkeur geniet als je dreigt vast te lopen in ECIW. Ik denk dat deze vraag niet in algemene zin te beantwoorden valt. Ik had ECIW nodig om ECvL te waarderen maar nu ik ECvL heb omarmd, schijnt ECIW helderder dan ooit tevoren. Ik ken mensen waarbij ECvL direct binnenkomt zonder dat ze ECIW gedaan hebben maar ik moet wel zeggen dat deze broeders en zusters al een mate van openheid en bereidwilligheid met zich meebrachten; ze boden Jezus al direct de “nieuwe wijnzak” aan. Helaas zijn het dikwijls vooral de piekeraars, waaronder ik mezelf rekende, die eerst moeten worstelen met ECIW. Het kostte me moeite om afscheid te nemen van de oude wijnzak. Moeten we dan ons verstand uitschakelen? Allerminst! Maar we moeten ons verstand onder curatele plaatsen van ons hart en soms is daar wat ECIW-breekwerk voor nodig.

Ter bemoediging voor allen die worstelen met de tekst volgt hier de werkboekles van vandaag waarbij ik dikgedrukt een cadeautje benadruk dat we vandaag van Jezus krijgen. Relax en vertrouw: onze Vader laat ons niet los.

Les 337

Mijn zondeloosheid beschermt me tegen alle kwaad.

Mijn zondeloosheid verzekert me volmaakte vrede, eeuwigdurende veiligheid, oneindige liefde, eeuwig vrij zijn van elke gedachte aan verlies, totale bevrijding van lijden. En alleen in een staat van geluk kan ik verkeren, omdat alleen geluk mij gegeven is. Wat moet ik doen om te weten dat dit alles mijn deel is? Ik moet de Verzoening voor mezelf aanvaarden, en meer niet. God heeft alles al gedaan wat gedaan moest worden. En ik moet leren dat ik van mezelf uit niets hoef te doen, want ik hoef alleen maar mijn Zelf te accepteren, mijn zondeloosheid, die voor mij geschapen en nu al van mij is, om te voelen dat Gods Liefde mij beschermt tegen alle kwaad, om te begrijpen dat mijn Vader Zijn Zoon liefheeft, om te weten dat ik de Zoon ben van wie mijn Vader houdt.

U, die mij in zondeloosheid geschapen hebt, vergist Zich net omtrent wat ik ben. Ik vergiste me toen ik dacht dat ik zondigde, maar ik aanvaard de Verzoening voor mezelf. Vader, mijn droom is nu ten einde. Amen.

Dank Jezus voor de metafysica van ECIW! (54)

Gisteren had ik het over het feit dat sommige studenten een hekel hebben aan de uitgebreidheid van Een Cursus in Wonderen (ECIW). “Hoe ingewikkeld kan de waarheid zijn?”, vragen ze zich af. “Gewoon telkens hulp vragen aan de Heilige Geest, dat is alles!”. Het klopt ook, de waarheid kan niet ingewikkeld zijn. Maar wij kunnen het wel ingewikkeld maken voor onszelf en vanuit zijn grote liefde voor ons heeft Jezus ons een uitgebreide handleiding gegeven om onze zelfgemaakte en aangeleerde bedenksels te ont-leren: ECIW. Velen menen dit niet nodig te hebben, velen overschatten zichzelf hierin.

Iets dergelijks zie ik gebeuren rond de metafysica van ECIW. Een zorgvuldige lezer merkte op dat nergens in de cursus het woord “metafysica” voorkomt. Nu klopt dit maar deels want het wordt wel genoemd in de “Ten geleide van de Nederlandse vertaling”, waar staat:

“Als een van de dragende concepten van de metafysica van de Cursus moest de vertaling van “mind” duidelijk onderscheiden worden van die van “spirit”.

Wat is metafysica? Metafysica is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de fundamentele aard van de werkelijkheid en het bestaan. Het onderzoekt vragen die verder gaan dan de fysieke wereld en de empirische wetenschap, zoals de aard van het zijn, de structuur van de werkelijkheid, de aard van tijd en ruimte, en de relatie tussen geest en materie. Metafysica probeert de diepere principes en oorzaken van de werkelijkheid te begrijpen, vaak door middel van abstracte en conceptuele analyse.

Als je ook meer enigszins bekend bent met ECIW dan zie je dat de kern van de visie die in dit boek gepresenteerd wordt zo’n beetje samenvalt met het woord metafysica. Ik noemde de weerstand tegen teksten die handelen over de metafysica van de cursus al in de eerste blogs van deze serie. Menig student vindt metafysica lastig en geeft de voorkeur aan een paar simpele handvatten om met de cursus in het dagelijks leven aan de slag te gaan. De talloze posts met daarin een (fraaie!) cursus-oneliner zijn heel wat sneller en makkelijker te lezen dan bijvoorbeeld zo’n lange en ingewikkelde blog als deze. Prima; ieder zijn of haar ding op zijn of haar moment, maar weet wel dat Jezus zich niet beperkt tot tegeltjeswijsheden in ECIW. Zie bijvoorbeeld de werkboekles van vandaag

“Les 336

Vergeving laat me weten dat denkgeesten verbonden zijn.

Vergeving is het aangewezen middel om waarneming te beëindigen. Kennis wordt hervonden nadat” eerst de waarneming veranderd is, om dan volledig te wijken voor wat voor eeuwig buiten haar hoogste bereik blijft. Want beelden en geluiden kunnen in het gunstigste geval slechts dienen om de herinnering terug te brengen die voorbij dat alles ligt. Vergeving vaagt alle vervormingen weg en opent het verborgen altaar voor de waarheid. Haar lelies zenden hun licht de denkgeest in en roepen die op terug te keren en naar binnen te kijken, om te vinden wat hij tevergeefs buiten zich heeft gezocht. Want hier, en hier alleen, wordt innerlijke vrede hervonden, want dit is de woonplaats van God Zelf.

Moge vergeving in stilte mijn dromen van afscheiding en zonde wegwissen. Vader, laat me dan naar binnen kijken en ontdekken dat U Uw belofte omtrent mijn zondeloosheid gehouden hebt; dat Uw Woord onveranderd blijft in mijn denkgeest, en Uw Liefde nog altijd woont in mijn hart.”

Deze werkboekles springt haast uit zijn voegen van de metafysica en sluit aan bij het hierboven genoemde citaat over mind en spirit. Jezus geeft aan dat onze waarneming eerst zal veranderen en dan zal verdwijnen als we het pad van vergeving bewandelen. We kunnen ons misschien nog wel iets voorstellen bij een iets andere, positievere, blik op de wereld maar wat bedoelt Jezus nu met het verdwijnen van waarneming? Is het dan de bedoeling dat ik niets meer zie, hoor, ruik, hoor en voel? Dat is toch helemaal geen fijn vooruitzicht? We zouden ons hierdoor volkomen opgesloten voelen in ons lichaam, afgezonderd van alles en iedereen. Dichter bij de beschrijving van de hel kun je haast niet komen.

Maar we hebben het hier over metafysica pur sang. Want wij zijn “van nature”, geschapen, geestelijke wezens. Onze zintuigen zijn niet de poorten naar buiten maar de door ons gekozen beperkingen om ons de illusie te geven in een lichaam te wonen waarbij we een tegenstelling hebben bedacht van waarnemer en het waargenomene. De metafysica van de cursus leert ons dus dat de werkelijkheid 180 graden omgekeerd is aan wat we denken.

Gelukkig kan God (de Heilige Geest, Jezus) onze bizarre neiging om onszelf middels onze zintuigen klein en lichamelijk te denken, corrigeren middels vergeving. Die vermeende afscheiding wordt in de cursus “zonde” genoemd, en we leren dat zonde niet bestaat. Anders gezegd: we leren dat onze zintuigen ons foppen als ze ons vertellen dat jij (jouw denkgeest) daar is en afgescheiden van mijn denkgeest hier. Door met ons verstand deze denkbeeldige grens te ontkennen kan vanuit ons hart de liefde weer gaan stromen van mij naar jou en zo kan ik leren dat denkgeesten verbonden zijn. Dat jij en ik liefde zijn, de geliefde kinderen van de Vader. Jezus, dank voor dit vergezicht, dank voor de zegen van de metafysica in ECIW.

Zeg toch eens bondig hoe het zit! (53)

Dit advies kreeg ik van een zuster die mijn blogs wel erg lang vond en daardoor slecht leesbaar. Gelukkig hoef ik dat niet te doen want Jezus heeft het al voor me gedaan in het begin van Een Cursus in Wonderen. Zijn bondige samenvatting luidt:

“Waar de Cursus over gaat

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God.”

Hopelijk met Jezus’ welbevinden ben ik zo vrij om zijn woorden te lenen om kort aan te geven wat ik in zoveel blogs probeer duidelijk te maken:

“Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst, wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik me door Hem laat leren hoe ik anderen genees.”

In deze twee passages staan de ultieme werkelijkheid en de weg naar herkenning hiervan uitgelegd. Zo, klaar; niks meer aan toevoegen. Onthoud dit en leef er naar en veel succes!  Wie dit nu helemaal gerealiseerd heeft, heb ik niets meer te zeggen. Aan wie toch niet helemaal zeker is van zichzelf geeft Jezus een dikke cursus en probeer ik op mijn manier enigszins behulpzaam te zijn door te delen hoe mijn weg met Een Cursus in Wonderen verloopt.

Ik heb gemerkt dat ik de uitleg en herhalingen in Een Cursus in Wonderen nog goed kan gebruiken. Kennelijk zijn er enkelen die “het” in één keer zien en geen ECIW of wat dan ook meer nodig hebben. Maar ik ben een trage leerling of misschien is het juiste woord wel “eigenwijs”. Deze eigenwijsheid afleren neemt tijd in beslag voor de meeste studenten en Jezus weet dit. Oude, hardnekkige, patronen loslaten kan gepaard gaan met weerstand en angst. In het vervolg van ECIW, Een Cursus van Liefde (ECvL), besteedt Jezus aandacht aan het tijdrovende proces van ont-leren. Met behulp van ChatGpt geef ik hier deze samenvatting aan je:

“Het begrip ont-leren (unlearning) in Een Cursus van Liefde verwijst naar het proces van het loslaten van valse overtuigingen, verkeerde denkpatronen en oude gewoonten die voortkomen uit het ego of conditioneringen. Het is een essentieel onderdeel van spirituele transformatie, waarbij ruimte wordt gemaakt voor een nieuwe manier van zijn en denken die gebaseerd is op liefde, waarheid en eenheid.

Wat betekent ont-leren?

  1. Loslaten van oude overtuigingen: Ont-leren betekent dat je bewust afscheid neemt van overtuigingen die je hebt aangeleerd, maar die niet langer de waarheid weerspiegelen (C:23.23).
  2. Ruimte creëren voor nieuwe inzichten: Het proces gaat gepaard met het openen van je geest voor nieuwe manieren van begrijpen en ervaren, waarbij oude concepten vervangen worden door een nieuwe visie op waarheid (C:23.24, T2:9.2).
  3. Ontdoen van dualiteit en oordeel: Ont-leren helpt om innerlijke conflicten en polaire denkpatronen op te lossen, zodat je meer in lijn komt met de waarheid van je wezen (C:23.24, C:23.28).
  4. Ervaringen als leermomenten zien: Alle situaties worden gezien als kansen om te ont-leren en te groeien in bewustzijn, wat leidt tot grotere innerlijke vrijheid en eenheid (C:25.19, C:23.25).

Waarom kost ont-leren tijd?

Het ont-leren kost tijd omdat:

  1. Diepgewortelde patronen: Overtuigingen en patronen die we als ‘waarheid’ hebben aangenomen, zitten vaak diep verankerd in ons bewustzijn en ons dagelijkse functioneren. Deze patronen vereisen een bewuste en herhaalde inspanning om losgelaten te worden (T3:14.12).
  2. Weerstand van de geest: De geest is vaak gehecht aan controle en bekende structuren, en verzet zich tegen verandering (C:23.25, T2:9.12). Dit verzet is een teken dat ont-leren plaatsvindt.
  3. Ervaring en oefening nodig: Ont-leren gaat niet alleen over het intellectueel begrijpen van nieuwe concepten, maar over het ervaren en integreren ervan in het dagelijks leven (C:25.24).
  4. Frustratie: Het proces kan emotioneel uitdagend zijn. Je kunt gevoelens van frustratie, schuld of schaamte ervaren terwijl je oude lessen loslaat. Deze gevoelens zijn signalen dat ont-leren plaatsvindt (C:24.1, C:25.19).
  5. Een cyclisch proces: Ont-leren is een doorlopend proces. Het kan lijken alsof je dezelfde lessen herhaalt totdat ze volledig geïntegreerd zijn (T3:10.7).

Hoe ondersteunt Een Cursus van Liefde het proces van ont-leren?

  • Zachte begeleiding: Het benadrukt dat ont-leren geen harde of pijnlijke ervaring hoeft te zijn, maar een proces van zachte overgave en ontvankelijkheid (C:24.1).
  • Aandacht voor weerstand: Het spoort aan om weerstand te herkennen, maar er niet mee te vechten. In plaats daarvan word je aangemoedigd om terug te keren naar je toewijding aan eenheid (C:23.25).
  • Gecombineerd leren en ont-leren: Het proces wordt gezien als een simultane beweging van loslaten en vernieuwen, waarbij oude patronen worden vervangen door een dieper begrip van liefde en waarheid (T2:6.2, T3:10.14).

Samengevat is ont-leren in Een Cursus van Liefde een essentieel en transformerend proces dat ons dichter bij onze ware aard en het besef van eenheid brengt. Het vraagt tijd en geduld, maar biedt uiteindelijk de bevrijding van de beperkingen van het ego en toegang tot een leven geleid door liefde en waarheid.”

Na deze lange ( 😉) uitleg waag ik het toch om hieronder nog de werkboekles van vandaag te geven als “de zoveelste” herhaling van Jezus van het belang van vergeving en van het zien van de zondeloosheid van onze broeders. Ik wens je geduld en vooral liefde.

“Les 335

Ik kies ervoor mijn broeders zondeloosheid te zien.

Vergeving is een keuze. Ik zie mijn broeder nooit zoals hij is, want dat gaat waarneming verre te boven. Wat ik in hem zie is slechts wat ik wens te zien, omdat het staat voor wat ik wil dat de waarheid is. Alleen hierop reageer ik, hoezeer ik ook door uiterlijke gebeurtenissen schijn te worden gedreven. Ik kies ervoor te zien wat ik wil zien, en dat en dat alleen zie ik. Mijn broeders zondeloosheid toont me dat ik die van mijzelf wil zien. En ik zal die zien omdat ik ervoor gekozen heb mijn broeder in dat heilige licht te aanschouwen.

Wat anders zou de herinnering van U bij mij kunnen terugbrengen dan het zien van mijn broeders zondeloosheid? Zijn heiligheid herinnert mij eraan dat hij als één met mij en zoals ik geschapen werd. In hem vind ik mijn Zelf, en in Uw Zoon vind ik ook de herinnering van U.”

De allemansvriend (52)

Moeten we iedereen even aardig vinden, allemansvrienden zijn? Het beantwoorden van deze vraag veronderstelt dat het nu nog niet het geval is en als we eerlijk zijn dan klopt dit ook; we hebben zo onze voorkeuren bij het kiezen van onze vrienden. Ik las ooit ergens een vuistregel die stelde dat door de bank genomen we één derde van de mensen die we tegenkomen wel aardig vinden, één derde vinden we niet aardig en tegenover de rest staan we tamelijk neutraal of onverschillig. Het omgekeerde geldt dan ook bij hoe anderen aankijken tegen ons.

Ik moest denken aan het dierenrijk. Zouden er in een school sardientjes ook speciale vriendschappen bestaan? Ik betwijfel het. Bij hogere diersoorten zie je het wel weer een beetje terug; ik denk aan een groep apen. Maar wij mensen zijn wel heel erg divers en verschillend. Er zijn bijvoorbeeld rustige, vriendelijke en nadenkende mensen en er zijn schreeuwerige, te aanwezige of zelfs agressieve mensen. Er zijn oneindig veel typen mensen en ik wil ze niet bepaald allemaal even graag voor de koffie uitnodigen.

Iets dergelijks geldt voor familieleden. Zelf zit ik daar wat dubbel in. Aan de ene kant ben ik een familie-man en geniet ik van het zien van mijn oude moeder, mijn zussen en vooral mijn dochters maar ook van de familie van mijn partner. Aan de andere kant zijn er ook neven, nichten, tantes en ooms waar ik helemaal niets op tegen heb, maar waarbij ik niet bepaald investeer in het onderhouden van contact. Daarentegen zijn er veel vrienden waar ik me toe aangetrokken voel en waar ik graag mee afspreek.

Gisteren schreef ik over oordelen en hoe dit ervoor zorgt dat we door het veroordelen van anderen ook zorgen voor verharding in onszelf. Het vergroot ons gevoel van afgescheidenheid en dat is nu juist de richting die we niet op willen als we verbinding willen ervaren en gelukkig zijn. Ik ervaar hierin een spanning tussen wat ik zie als de opdracht van Jezus (“heb lief” of “wees een wonderwerker”) en mijn aardse, voor mijn gevoel, ingebakken neigingen.

Dit opmerken is wat mij betreft een eerste stap. Vervolgens probeer ik te voelen wat deze neiging in me bewerkstelligt. Dat kan genoemde verharding zijn maar nu moeten we heel eerlijk zijn. Want vinden we die verharding altijd onaangenaam? Soms vinden we het gewoon “lekker” om eens flink af te geven op een ander. Als we hierin medestanders vinden, door bijvoorbeeld te roddelen, dan kan er zelfs een gevoel ontstaan van een soort groepssuperioriteit die we koesteren. Zo worden oorlogen geboren want er is geen rangorde in illusies. We gaan oordelen op grond van nationaliteit, etniciteit, geloof, genderidentiteit en ga maar door. We dwalen zo steeds verder af van Jezus’ grote gebod: heb je naasten lief als jezelf.

Maar geforceerd liefhebben lukt me niet. Dat voelt onecht. Wat wel werkt is het opmerken van die innerlijke verharding die optreedt als ik een oordeel over je vel. Ik heb ook gemerkt dat, na het opmerken hiervan, het helpt om mezelf toe te spreken en te zeggen: “dit wil ik niet langer”. Ik merk dan de ambivalentie op in mezelf; een spanningsveld. Maar er is goed nieuws. Zodra opmerk dat dit toch niet goed voelt en bereid ben te genezen, dan kan ik hulp krijgen vanuit de Bron. Ik kan bidden tot de Vader of hulp vragen aan Jezus of de Heilige Geest om met liefdevolle ogen te kijken. Dan vindt er een transformatie plaats waarbij ik meer de overeenkomsten ga zien tussen de ander en mijzelf. Ik zie dat we allebei onze eigenaardigheden hebben en dat dit niet meer en niet minder dan onze tijdelijke verschijningsvorm is. Het lukt dan beter om hieraan voorbij te zien en uit te komen op die cursus-wijsheid: ik zie alleen uitingen van liefde of een roep om liefde. Christenen noemen deze omslag “bekering”. We stonden met onze rug naar de zon en zagen de harde schaduwen van ons oordeel. Maar onze Vader heeft ons iets veel beters te bieden. Lees maar

Les 334

Vandaag maak ik aanspraak op de gaven van vergeving.

Ik zal geen dag langer wachten om de rijkdommen te vinden die mijn Vader mij biedt. Illusies zijn allemaal zinloos, en dromen zijn al voorbij op het moment dat ze worden geweven uit gedachten die berusten op onjuiste waarnemingen. Laat ik vandaag niet weer zulke povere geschenken aannemen. Gods Stem biedt de vrede van God aan allen die luisteren en ervoor kiezen Hem te volgen. Dit is vandaag mijn keuze. En dus ga ik de rijkdommen vinden die God me geschonken heeft.

Ik zoek alleen het eeuwige. Want Uw Zoon kan met niets minder dan dat tevreden zijn. Wat anders kan daarom zijn vertroosting zijn dan datgene wat U zijn verbijsterde denkgeest en angstig hart aanbiedt, om hem zekerheid te geven en vrede te brengen? Vandaag wil ik mijn broeder zonder zonde zien. Dit is Uw Wil voor mij, want zo zal ik mijn eigen zondeloosheid zien.

Terug naar het Paradijs (51)

We zijn geschapen als uitbreidingen van Liefde. De cursus noemt ons Gedachten van God. Dat vind ik zo’n mooie omschrijving. Onze gedachten zijn vluchtig en voorbijgaand, maar die van God zijn eeuwig. Onze gedachten zijn onbetekenend en nietig, die van God zijn als de stralen van de zon. Maar voelen wij ons ook Kinderen van de Vader? Of is het slechts iets dat we lezen en mooi vinden klinken maar hebben we er geen gevoel voor?

In het eerste boek van de Bijbel staat een mooi verhaal over twee bomen met vruchten. Het verhaal over de Boom des Levens en de Boom van de Kennis van Goed en Kwaad. God gaf Adam en Eva toestemming om van alle bomen in de tuin te eten, behalve van de Boom van de Kennis van Goed en Kwaad. Hij waarschuwde hen dat als ze van deze boom zouden eten, ze zeker zouden sterven. Het verhaal is je waarschijnlijk bekend. Een sluwe slang overtuigt Eva om toch maar een hapje te nemen van de verboden vrucht en zij haalt op haar beurt Adam over om hetzelfde te doen. Op dat moment werden hun ogen geopend en beseften ze dat ze naakt waren. Ze verborgen zich voor God uit schaamte.

In mijn beleving illustreert dit verhaal een gebeurtenis in onze mind. Het laat zien wat er gebeurt als we als het ware met onze rug naar het licht gaan staan; als we liefde de rug toekeren. Liefde omarmt en sluit niemand uit. Liefde veroordeelt niet. Echter, op het moment dat wij deze liefde niet meer tot ons nemen en kiezen voor voorwaardelijke liefde in plaats van voor onvoorwaardelijke liefde, dan zijn de rapen gaar. Je kunt ook nu van binnen voelen wat een oordeel met je doet, zeker als dit een negatief oordeel is over een broeder of zuster. Je voelt je van binnen verharden en je merkt dat je een afstand gaat ervaren tussen die ander daar en jijzelf hier. Je laat op zo’n moment afgescheidenheid geboren worden en daarmee maak je zelf een denkbeeldige grens tussen jouzelf en anderen. Zo snij je je in je beleving af van je eeuwige Bron, van je wortels, en waan je je een tijdelijk en kwetsbaar wezen. De Bijbel zegt het zo mooi: je voelt je naakt. Je voelt je kwetsbaar, zelfs voor de blik van een ander, en je zoekt naar middelen om jezelf te beschermen, symbolisch uitgedrukt in het proberen te bedekken van je naaktheid. Geloof in de mogelijkheid van aanval en verdediging zijn geboren.

God heeft ons niet voor straf uit de paradijselijke toestand gegooid; we hebben door onze keuze om te oordelen onszelf een geloof aangepraat van kwetsbaarheid en sterfelijkheid. We zijn gaan geloven in zonde, afgescheidenheid, een voelen ons hierdoor schuldig. Wie schuldig is vreest straf en vindt het prettig om deze schuld van zich af te wentelen op een ander. Adam deed het ons voor toen hij tegen God zei: “De vrouw die U mij gegeven hebt om bij mij te zijn, die heeft mij van die boom gegeven en toen heb ik gegeten.”

We plaatsen een Bijbelverhaal als dit het liefst in een ver verleden zodat we er wat afstandelijk om kunnen glimlachen. Leuk geprobeerd; maar het verhaal is springlevend in onze eigen mind. We zijn vergeten wie we zijn, wanen ons naakt en kwetsbaar en beschuldigen alles en iedereen, inclusief en soms zelfs vooral, onszelf. Daardoor zijn we bang geworden, een angst die ons hele droomleven bepaalt en overheerst.

In de Bijbel en in ECIW wijst Jezus ons de weg terug naar Huis, naar de Liefde. Liefde is hierbij middel en doel en de praktische uitvoering hiervan heet vergeving. Vergeving is stoppen met oordelen en je openen voor de liefde die nog steeds ergens in je hart woont. Je bent geroepen om je oorspronkelijke bestemming te herinneren en weer op te pakken, om een kanaal van- en voor liefde te zijn. Jezus vertelt in werkboekles 332 hoe het verhaal van Adam en Eva dan zal aflopen. Een happy end!

Les 332

Angst bindt de wereld. Vergeving maakt haar vrij.

Het ego maakt illusies. De waarheid maakt zijn boze dromen ongedaan door ze weg te schijnen. De waarheid brengt nooit een aanval voort. Ze is er gewoon. En door haar aanwezigheid wordt de denkgeest teruggeroepen uit fantasieën en ontwaakt hij tot wat werkelijk is. Vergeving nodigt deze aanwezigheid uit binnen te komen en haar rechtmatige plaats in de denkgeest in te nemen. Zonder vergeving is de denkgeest geketend, en gelooft hij in zijn eigen nietigheid. Maar mét vergeving schijnt het licht door de droom van de duisternis heen en biedt hem hoop en schenkt hem het middel om de vrijheid die zijn erfgoed is te verwezenlijken.

Wij willen de wereld vandaag niet opnieuw binden. Angst houdt haar gevangen. Maar Uw Liefde heeft ons het middel gegeven om haar vrij te maken. Vader, we willen haar nu bevrijden. Want wanneer we vrijheid aanbieden, wordt ze ons gegeven. En we willen geen gevangenen blijven terwijl U ons vrijheid aanreikt.

Eigen schuld, dikke bult? (50)

Als je wat jaren actief bent in de ECIW-gemeenschap en als je bijeenkomsten bezoekt of rondkijkt in Facebook-groepen dan zie je één grote kwestie waar elke student mee worstelt. Jezus legt uit dat wat wij ons lichaam en de wereld noemen geen op zichzelf staande zaken zijn maar projecties binnen de mind. Op zich is dit al lastig te bevatten; zie ook mijn laatste blogs over het lichaam. Maar goed; menig student wil dit nog wel enigszins geloven als aardig metafysisch theorietje.

Vervelender wordt het als Jezus ons persoonlijk lijkt aan te spreken en ons lijkt te verwijten dat we persoonlijk verantwoordelijk zijn voor ziekten en rampspoed die ons overkomt in dit lichaam en in deze wereld. Zo staat in werkboekles 136:

2. Ziekte is geen toevalligheid. Zoals elke verdediging, is ze een waanzinnig middel tot zelfmisleiding.

Lang verhaal kort: we krijgen sterk de indruk dat we zo stom zijn om ziektes en ellende over onszelf af te roepen dus dat we schuldig zijn aan onze eigen misère. Hoe moeten  we ons toch verhouden tot deze kwestie? De emoties kunnen hoog oplopen als het hierover gaat. Heb ik mijn ziekte zelf gekozen? En hoe zit het dan met een kindje dat ernstig ziek wordt of overlijdt? Er bestaat toch zoiets als noodlot? Er zijn FB-leden die hier jarenlang mee worstelen en haast wanhopig proberen om anderen van de harteloosheid van deze visie te overtuigen.

Om te beginnen is het heel dubbel. Want stel je voor dat we tot de conclusie komen dat we niks kunnen doen aan ellende. Dat we het slachtoffer zijn van de wereld die we zien. Pfff; we zijn dan “off the hook”, voor het moment althans. Want feitelijk zijn we terug bij af en direct poppen de dilemma’s op waar het christendom al eeuwen mee worstelt: waarom heeft God zo’n snert wereld gemaakt en ons hierin gezet om te sterven? En juist deze kwestie heeft Jezus in ECIW de wereld uit proberen te helpen; God is één en al liefde, en wij zijn dat ook.

Verder nu. Wat me opvalt is dat we vooral gaan steigeren als we vinden dat iets niet goed gaat. Waarom word ik ziek? Wat heb ik verkeerd gedaan? Anderen hebben nergens last van dus die zijn kennelijk minder stom dan ik. Als ik zou weten wat ik fout doe dan zou ik dit direct corrigeren zodat ik pijnvrij verder kan met mijn leven. Tja. We kijken niet zorgvuldig genoeg naar de kwestie. Want ook die zogenaamde gezonde mensen geloven over het algemeen dat ze een lichaam zijn en vergissen zich hierin volgens Jezus. Er is geen rangorde in wonderen en ook niet in vergissingen: het is net zo onjuist te geloven dat je een ziek lichaam bent als om te geloven dat je een gezond lichaam bent. Als je denkt dat jouw bestaan afhangt van zuurstof, voedsel en water dan vergis jij je ook. Dat hele gebeuren waarbij we geloven dat we lichamen zijn die, al dan niet gezond, een tijdje rondlopen op aarde om vervolgens te sterven is bijgeloof; een droom, zoals Jezus het noemt.

Dan de volgende stap. We maken het persoonlijk. Waar we, hopelijk, na bijna 50 blogs een beetje gevoel voor hebben gekregen is dat we geen afgescheiden wezen zijn dat zijn hele wereld droomt. We zijn wezens die onlosmakelijk verbonden zijn met onze Bron en met elkaar. We zijn de Zonen binnen het Zoonschap. We leveren als het ware allemaal een bijdrage aan een collectieve nachtmerrie van afgescheidenheid en dus van kwetsbaarheid, sterfelijkheid en ellende. “Aha”, kunnen we nu opgelucht uitroepen: “dan ben ik het slachtoffer van een collectieve nachtmerrie en kan ik er dus niks aan doen!”. Typisch ego, typisch de manier waarop we denken. We denken in of-of termen: of ik ben schuldig of ik ben slachtoffer. Maar dit uiterste klopt ook niet want je speelt wel een rol in de droom.

Allemaal goed en wel, maar hoe kunnen we dan handen en voeten geven aan zo’n en-en verhaal? Ik wil de zaak niet over simplificeren noch me verbeelden dat ik dat even kan uitleggen. Ik kan hooguit vertellen hoe ik hiermee omga.

  • Ik weiger mezelf te beschuldigen voor mijn kwalen. Hierbij vertrouw ik op de woorden van Jezus die zegt dat ik een zondeloos en geliefd kind van de vader ben. Zodra ik een schrille, beschuldigende stem hoor dan weet ik dat ik het ego aan de lijn heb. Ik probeer niet weg te lopen, kijk het ego aan en zeg: “dit klopt niet, ik ben geen sukkel, ik ben de geliefde zoon van de Vader.
  • Ik stel vast dat ik met één ding zeker aan de slag kan; met de vraag hoe ik me wil verhouden tot wat me lijkt te overkomen. Dit is mijn ingang, dit is mijn kans! Praktisch komt het erop neer dat ik mijn mond houd, een pittige opgave voor mij. Ik zwijg en stel mijn vertrouwen op Jezus. “Heer, leer me met uw ogen zien”. Vergeven dus.

We zijn als Zonen en als Zoonschap in slaap gevallen en dromen een nachtmerrie. Word je boos op een kind dat een nare droom droomt? Natuurlijk niet! Je omarmt het, koestert het, streelt het en geeft een zacht kusje op zijn voorhoofd zodat het de oogjes opslaat en beseft dat het veilig is bij papa of mama. Dat is de manier waarop we onze troost mogen zoeken bij onze Vader-Moeder-God.

Kijk eens naar de titel van werkboekles 137 die nu volgt: Wanneer ik genezen word, word niet ik alleen genezen. Zie je die samenhang tussen jezelf en het Zoonschap? Voel je de diepe verbondenheid die we hebben met elkaar. We zijn aan elkaar gegeven om te ontwaken uit de droom waarin we ons alleen en machteloos voelden zodat we samen opgelucht adem kunnen halen en genieten van onze ware identiteit.

Als afsluiting bedank ik Jezus voor de werkboekles van vandaag waarin de hoop gloort aan de horizon.

Les 332

Angst bindt de wereld. Vergeving maakt haar vrij.

Het ego maakt illusies. De waarheid maakt zijn boze dromen ongedaan door ze weg te schijnen. De waarheid brengt nooit een aanval voort. Ze is er gewoon. En door haar aanwezigheid wordt de denkgeest teruggeroepen uit fantasieën en ontwaakt hij tot wat werkelijk is. Vergeving nodigt deze aanwezigheid uit binnen te komen en haar rechtmatige plaats in de denkgeest in te nemen. Zonder vergeving is de denkgeest geketend, en gelooft hij in zijn eigen nietigheid. Maar mét vergeving schijnt het licht door de droom van de duisternis heen en biedt hem hoop en schenkt hem het middel om de vrijheid die zijn erfgoed is te verwezenlijken.

Wij willen de wereld vandaag niet opnieuw binden. Angst houdt haar gevangen. Maar Uw Liefde heeft ons het middel gegeven om haar vrij te maken. Vader, we willen haar nu bevrijden. Want wanneer we vrijheid aanbieden, wordt ze ons gegeven. En we willen geen gevangenen blijven terwijl U ons vrijheid aanreikt.

Verlossing uit de kooi van ons bijgeloof. (49)

Er zit zo’n mooie opbouw in de werkboeklessen. Les 260 draagt de titel: “Laat ik me herinneren dat God mij geschapen heeft”. Het gaat over het vaststellen van onze ware identiteit: we zijn geestelijke wezens. Jezus kent onze reactie op dit gegeven en volgt na les 260 dan ook direct met een verhandeling over wat wij geloven dat we zijn: lichamelijke wezens die een geest hebben of, als je het accent anders wilt leggen, geestelijke wezens die een lichaam hebben. Nou, laten we eens kijken hoe Jezus ons lichaam ziet (Inleiding 5):

Het lichaam is een hek dat de Zoon van God zich verbeeldt te hebben neergezet om delen van zijn Zelf af te scheiden van andere delen. Binnen dit hekwerk denkt hij te leven, om te sterven als dat afbrokkelt en uiteenvalt.

Jezus ziet het lichaam als een maaksel van onszelf, als een hek dus als een beperking. Hij ontkent niet dat wij een hek bedacht hebben, en hij vraagt ook niet van ons om dat wel te doen, maar hij juicht ons geloof in hekwerken, in afgescheidenheid niet bepaald toe. Maar er is goed nieuws. Direct met ons niet zo handige verlangen om te geloven in hekwerken ontstond de mogelijkheid om middels dit hekwerk de terugweg naar onze ware identiteit te gaan ontdekken. Eerst benadrukt Jezus echter nog de illusoire aard van het lichaam:

Het lichaam is een droom. Zoals andere dromen schijnt het soms een beeld van geluk te schilderen, maar kan het heel plotseling omslaan in angst, waaruit iedere droom ontstaat. Want alleen liefde schept in waarheid, en de waarheid kan nooit bang zijn. Gemaakt om beangstigend te zijn, moet het lichaam wel het doel dienen dat eraan gegeven is. Maar wij kunnen het doel veranderen waaraan het lichaam zal gehoorzamen, door anders te gaan denken over waartoe het dient.

Dan volgt het meesterlijke antwoord van God, van de Heilige Geest:

Het lichaam is het middel waardoor Gods Zoon zijn innerlijke gezondheid hervindt. Hoewel het gemaakt werd om hem zonder ontsnappingsmogelijkheid in te sluiten in de hel, is nu het hemelse doel voor het najagen van de hel in de plaats gekomen. De Zoon van God reikt zijn broeder de hand om hem te helpen samen met hem de weg te gaan. Nu is het lichaam heilig. Nu dient het om de denkgeest te genezen, terwijl het gemaakt was om die te doden.

In deze tekst ligt zoveel besloten omdat hij niet alleen geldt voor ons lichaam maar voor de hele wereld. Door in de droom, via ons lichaam en in de wereld, wonderwerker te worden, dus liefde te laten stromen, kunnen we gaan ontdekken dat we liefde zijn, dat we eigenlijk onkwetsbare geestelijke wezens zijn. Zo wordt wat wij wilden gebruiken om onze afgescheidenheid te bewijzen, een middel om de terugweg te vinden.

Soms ageren mensen heel fel als ik hen wijs op de droom-aard van het lichaam juist vanwege het feit dat we het nu kunnen gebruiken om onze vergissing te corrigeren. Maar een beperking, een hek, is geen doel op zich maar een manier om te ervaren hoe groot de opluchting is als we het weghalen. Een vogel die opgesloten is geweest in een kooi zal zijn hervonden vrijheid goed waarderen, maar dat maakt de kooi op zich niet gewenst.

We kunnen als cursus-studenten menen dat we lichaam en geest zijn en dat het doel van wonderen is om gelukkige lichaam-geest-mensen te worden. Dit is in feite vergelijkbaar met de houding van klassieke christenen. We bidden om leiding van God, zijn hem dankbaar, maken ons (godzijdank) druk om het welzijn van anderen en de wereld, en hopen later (in de hemel!) ooit een keer helemaal gelukkig te worden. Ik moet erkennen dat ik deze beperking van ECIW meer waardeer dan een ontkenning van lichaam en wereld waar ik in deze serie blogs veelvuldig tegen ageerde.

Maar ECIW is meer dan Christelijk-geloof-2.0. Het is meer dan een opfrisbeurt van ons lichamelijke bestaan. Het is een oproep tot ontwaken uit de droom van afgescheidenheid, ontwaken uit het geloof als sterfelijke wezens gevangen te zitten in tijd en ruimte. Als we deze grootse visie gemakshalve of uit praktische overwegingen (“we hebben er toch nog niets aan”) maar voorlopig parkeren dat doen we onszelf ernstig tekort.

In ECIW zelf maar zeker in Een Cursus van Liefde en in de boeken van Sebastian Blaksley zien we waartoe we echt geroepen zijn. We zijn niet geroepen om nieuwe gelovigen te worden die hopen op een wat betere toekomst maar om verlossers van de wereld te worden, medescheppers van de nieuwe wereld. Dit vergt herkenning en erkenning van de macht van de mind om te creëren. Waar we eerst sterfelijke lichamen bedachten mogen we nu godzijdank zelfs via onze bedenksels leren dat we meer zijn dan de bedenkers van hekjes en kooien.

Ik wil deze blog niet (veel) te lang maken maar ik nodig je van harte uit om de inleiding 12 te lezen van de werkboeklessen. Hier alleen de eerste zinnen:

12. Wat is het ego?

Het ego is afgoderij, het teken van een beperkt en afgescheiden zelf, geboren in een lichaam, en gedoemd te lijden en zijn leven te eindigen in de dood. Het is de ‘wil’ die de Wil van God als vijand ziet en een vorm aanneemt waarin die wordt ontkend…

Ik laat het aan Jezus om ons te verblijden met een verlossend inzicht:

“Les 331

Er is geen conflict, want mijn wil is die van U.

Hoe dwaas, Vader, te geloven dat Uw Zoon de oorzaak van zijn eigen lijden zou kunnen zijn! Zou hij een plan kunnen maken voor zijn verdoemenis en achtergelaten worden zonder een zekere weg naar zijn bevrijding? U hebt mij lief, Vader. U zou me nooit eenzaam achter kunnen laten, om te sterven in een wereld van wreedheid en pijn. Hoe zou ik kunnen denken dat Liefde Zichzelf verlaten heeft? Er is geen andere wil dan de Wil van de Liefde. Angst is een droom en heeft geen wil die in conflict kan zijn met die van U. Conflict is slaap, en vrede is ontwaken. Dood is een illusie, leven eeuwige waarheid. Er is geen verzet tegen Uw Wil. Er is geen conflict, want mijn wil is die van U.

Vergeving laat ons zien dat Gods Wil Eén is en dat wij die delen. Laten we kijken naar de heilige taferelen die vergeving ons vandaag laat zien, zodat we de vrede van God mogen vinden. Amen.”

Over pijn. (48)

Onlangs ben ik begonnen met het lezen van het boek “Unlearn your pain” door Howard Schubiner. Kerngedachte van dit boek is dat veel chronische pijn niet zozeer veroorzaakt wordt door “echte” lichamelijke schade maar door een soort pijnprogrammeringen die we onder stress en / of naar aanleiding van een pijnlijke of nare gebeurtenis, in onze hersenen hebben opgeslagen. Het is niet zo dat Schubiner beweert dat de pijn niet echt zou zijn en dat we ons, plat gezegd, maar een beetje aanstellen. Hij spreekt bij deze pijnen, die dus hun oorsprong hebben in de hersenen en niet in het lichaam hoewel het wel zo voelt, over het Mind Body Syndrome (MBS). Samenvattend, en voor zover ik dat nu kan zeggen na het lezen van de helft van het boek, stelt hij dus:

  • Je hebt pijn door fysieke schade (gebroken been, kanker, infectie etc)
  • Je hebt, dikwijls chronische, pijn veroorzaakt door signalen uit de hersenen die niet meer correleren met fysieke schade.
  • De Mind is hierbij de oorzaak van pijn (een syndroom) in het lichaam (Body).

Schubiner probeert vervolgens de lezer te helpen door als het ware de hersenen te herprogrammeren zodat de chronische pijn minder wordt of zelfs helemaal verdwijnt.

ECIW-studenten zullen niet vreemd opkijken van deze visie. Lees bijvoorbeeld de werkboekles van vandaag maar eens:

“Les 330

Ik zal mezelf vandaag geen pijn meer doen.

Laten we deze dag vergeving aanvaarden als onze enige functie. Waarom zouden we onze denkgeest aanvallen en hem beelden geven van pijn? Waarom zouden we hem leren dat hij machteloos is, wanneer God Zijn macht en Liefde aanreikt en hem uitnodigt te nemen wat reeds het zijne is? De denkgeest die bereid is gemaakt de gaven van God te aanvaarden, is tot de geest hersteld, en breidt zijn vrijheid en zijn vreugde uit, zoals het de Wil is van God, verenigd met die van hem. Het Zelf dat God geschapen heeft kan niet zondigen en kan daarom niet lijden. Laten we er vandaag voor kiezen dat Hij onze Identiteit is, en zo voorgoed ontsnappen aan alles wat de droom van angst ons schijnbaar biedt.

Vader, Uw Zoon kan niet worden gekwetst. En als we denken dat we lijden, verzuimen we slechts onze ene Identiteit te kennen, die we delen met U. We willen daar vandaag naar terugkeren om voorgoed van al onze vergissingen te worden bevrijd, en te worden verlost van wat we dachten dat we waren.”

Gisteren schreef ik in algemene zin over de ellende die we soms ervaren in deze wereld. Pijn is hierin natuurlijk een hoofdrolspeler. Ik gaf aan dat sommige leraren adviseren om het onvermijdbare, en dit is hoe we pijn toch dikwijls zien, maar te accepteren. Schubiner legt zich hier dus niet bij neer. Ik zie zijn visie als een opstapje naar de radicale visie van ECIW. Het aardige van zijn insteek is dat je uitgenodigd wordt om zijn aanpak te proberen waarbij je kunt gaan ervaren dat inderdaad geldt: “mind over body”. Ofwel; door je hersenen te herprogrammeren kun je daadwerkelijk ervaren dat pijnklachten verminderen of zelfs helemaal verdwijnen.

Nu denkt en schrijft Schubiner nog als materialistisch ingestelde wetenschapper en stelt hij mind gelijk aan hersenen. Voordeel hiervan is dat we ons er gemakkelijk in kunnen vinden want in feite gaan talloze ECIW-studenten ook nog uit van een soort hybride mind-body-visie. Je ziet deze visie terug in ons taalgebruik waarbij we onderscheid maken, net als Schubiner, tussen somatische, psychische en psychosomale klachten. Ofwel, echt lichamelijke (somatische) klachten zoals een gebroken been, echt psychische klachten (zoals angst) en psychosomatische klachten waarbij we denken aan spanningshoofdpijn, burn-out, maagzweer, hoge bloeddruk enzovoort.

Jezus gaat verder, veel verder. Hij ontkent niet dat wij momenteel lichamelijkheid ervaren maar hij leert ons dat we 100% mind zijn. We zijn mind die meent een lichaam te zijn of een lichaam te hebben. We maken het lichaam dikwijls nog te echt. We zijn 100% mind en dromen een lichaam te zijn/hebben maar deze droom is 0% echt.

Schubiner stelt dat pijn soms een keuze is.
Jezus stelt dat lichamelijkheid altijd een keuze is.

Jezus is niet van de waterige compromissen. Hij stelt niet dat we zowel geest als lichaam zijn. Het is niet anders dan ons bijgeloof dat bestaansgrond biedt aan de echtheid van het lichaam. Echte genezing, zoals Jezus die aanbiedt, wordt al beschreven in wonderprincipe #17:

“Wonderen overstijgen het lichaam. Het zijn plotselinge verschuivingen naar onzichtbaarheid, weg van het lichamelijke niveau. Dat is de reden waarom ze genezen.”

Ergens anders zegt hij dat onder normale omstandigheden we ons lichaam niet of nauwelijks opmerken. Het is niet meer dan een neutraal, pijnloos, communicatiemiddel waarmee we liefde mogen uitdrukken naar elkaar zolang we wensen te spelen met droombeelden. Maar uiteindelijk zullen we “verlost worden van wat we dachten dat we waren”.

Maar goed; stap voor stap. Verlossing betekent niet het ontkennen van wereld, lichaam en pijn om hier uit angst zo snel mogelijk vanaf te willen komen. Verlossing is geen vlucht, en rustig en zonder angst de vermeende ellende onder ogen komen kan, ook volgens Schubiner, bevrijdend werken. Zo bezien is er wel degelijk een rol weggelegd voor acceptatie, zolang dit maar geen doffe berusting wordt en we blijven hopen- en vertrouwen op vergeving, het einde van pijn en lijden, en op de uiteindelijke verlossing en terugkeer naar Thuis.