God gunt ons zoveel meer dan doffe berusting! (47)

Gisteren hadden we het over de vraag: “wat wil je het liefst?”. Een voor de hand liggend antwoord is: “gelukkig zijn”. Preciezer gezegd bedoelen we dan: “gelukkig, of nog gelukkiger dan nu, worden”. Hier in het domein van tijd en ruimte zijn we gewoonlijk min of meer gelukkig. Soms zit het tegen, soms zit het een beetje mee en een enkele keer loopt alles op rolletjes en kunnen we onze vreugde niet op. Helaas gaan die zeldzame momenten ook weer voorbij. Als we nader kijken naar de vraag wat we eigenlijk willen dan valt op dat we willen dat een niet zo fijne toestand zal verbeteren of dat een fijne toestand zal blijven bestaan. We kunnen ons wilskracht inzetten om een situatie te verbeteren of vast te houden.

Een Satsang-leraar deed ooit een uitspraak die me bij is gebleven: “als je simpelweg wilt wat zich voortdoet, dan ben je gelukkig”. Dit vormt de basis van de vele paden die gebaseerd zijn op acceptatie. Door volledig te accepteren wat zich ook maar voortdoet zul je niet de onrust ervaren van ontevredenheid. De stoïcijnen hebben er een hele filosofie op gebaseerd. Ik denk ook aan  het beroemde Serenity Prayer (Gebed om Kalmte), geschreven door Reinhold Niebuhr:”God, geef me de kalmte om te accepteren wat ik niet kan veranderen, de moed om te veranderen wat ik kan veranderen, en de wijsheid om het verschil te zien.”

Deze zaken kwamen vandaag in mijn gedachten toen ik de werkboekles van vandaag las (#329):

“Ik heb al gekozen wat U wilt.

Vader, ik dacht dat ik afgedwaald was van Uw Wil, die getrotseerd had, zijn wetten overtreden en een tweede wil had ingevoeld, machtiger dan die van U. Maar wat ik in waarheid ben is niets dan Uw Wil, die zich heeft uitgebreid en uitbreidt. Dit ben ik en dit zal nooit veranderen. Zoals U Eén bent, zo ben ik één met U. En dit heb ik gekozen bij mijn schepping, waar mijn wil voor eeuwig één werd met de Uwe. Die keuze werd voor alle eeuwigheid gemaakt. Die kan niet veranderen en tegengesteld zijn aan zichzelf. Vader, mijn wil is de Uwe. En ik ben veilig, onbezorgd en sereen, in oneindige vreugde, omdat het Uw Wil is dat het zo is.

Vandaag zullen we onze eenheid met elkaar en onze Bron aanvaarden. We hebben geen wil los van die van Hem, en we zijn allen één omdat Zijn Wil door ons allen wordt gedeeld. Door deze beseffen we dat we één zijn. Door deze vinden we eindelijk onze weg naar God.”

Bij het lezen van deze werkboekles zoom je uit. Je ziet jezelf als het ware van een afstand, als een poppetje op het toneel en je beseft dat je niet samenvalt met dit poppetje. Dit poppetje is een aspect van je mind waarmee je je hebt geïdentificeerd en dat zich onderdeel waant van de wereld van tijd en ruimte waarmee we zo vertrouwd zijn. In deze duale droomwereld ervaren we voor- en tegenspoed, plezier en pijn, vreugde en verdriet. Wat ik hierboven schreef speelt zich vooral af in dit, denkbeeldige, domein van tijd en ruimte. Het hoogst haalbare hierin is om je maar neer te leggen bij de ellende waar je niks aan kunt doen of deze ellende zelfs te willen. Een dergelijke houding kan ons tot steun lijken te zijn binnen de droom maar Jezus wil ons van deze droom verlossen. Hij wil ons doen ontwaken en ons onze ware identiteit laten herinneren. Deze ware identiteit heeft niets van doen met ellende, noodlot en het gelaten accepteren hiervan als zijnde de onomkoombare menselijke conditie. De werkboekles stelt het overduidelijk: dit is niet de Wil van God.

Want God heeft ook een Wil en Wilskracht. Deze Wil is Liefde en de kracht is de uitbreidingskracht van Liefde. Liefde kent geen tegendeel en hierin zit weer die heerlijke, heilige, paradox van de schepping. Je zou zeggen dat in eenheid niets meer te willen valt, zelfs niet voor God. Maar God, Die Liefde is, Wil wel wat; Hij wil Ons. En omdat Hij ons schept door Zichzelf uit te breiden zijn wij van dezelfde goddelijke substantie als Hij: Liefde. Zijn aard is onze aard. Onze aardse wil die zich verliest in het willen veranderen van droomtoestanden is een merkwaardige, vervormde en nietige afspiegeling van onze echte Wil die onveranderlijk is omdat deze onze geschapen identiteit vormt.

Door dit te beseffen valt alles op zijn plek. Echt geluk valt ons niet toe door doffe berusting in ellende maar door te willen met de Wil die onze gegeven identiteit is; de Wil van God. Denk terug aan dat eerste gebod uit het Oude Testament dat ik gisteren noemde: wij moeten geen andere goden willen aanbidden en alleen Zijn Wil willen doen. Niet omdat God jaloers is in menselijke zin. Nee, omdat Zijn Wil van uitbreidende Liefde eeuwig geluk inhoudt en omdat dit is wat Hij Wil voor ons; gelukkig te worden door liefde uit te breiden, medeschepper te zijn met Hem. Dank U liefdevolle Vader!

Gelukkig zijn door Zijn Wil te doen. (46)

Er zijn meerdere ECIW groepen op Facebook en het is fijn als de kans dat mensen in contact komen met de cursus hierdoor vergroot wordt. Elke groep heeft zo zijn eigen signatuur en accenten zodat elke zoeker wel ergens een plekje kan vinden dat bij hem of haar past. Eén zo’n groep verandert af en toe van naam en dit zette me aan het denken. De groep heet nu: “Gelukkig zijn met een cursus in wonderen”, van harte aangeraden daar op bezoek te gaan!

“Wie wil dit nu niet; gelukkig zijn?”, bedacht ik. We zoeken ons geluk op zo veel plekken; goede gezondheid, fijne familie en vrienden, leuke baan, genoeg geld, mooi huis en ga maar door. En als je dan merkt dat dit het toch niet helemaal is, dan is het fijn om te horen dat ECIW je gelukkig kan maken.

Ik heb jarenlang als marketeer gewerkt en keek eens “zakelijk” terug op de naam van de Facebook-groep die ik zelf beheer. Eerst heette deze “ECIW-coach”, omdat de groep in mijn beleving gekoppeld is aan de website www.eciwcoach.com. Logisch maar toch wat onnadenkend gekozen. Na advies van enkele groepsleden veranderde ik toch de naam naar de huidige naam: “Een Cursus in Wonderen – met elkaar”. Dit was duidelijk een verbetering want de eerder gebruikte afkorting “ECIW” is niet zo algemeen bekend als ik veronderstelde en dat “coach” dekt misschien wel de lading, maar is niet echt aansprekend. Niet iedereen zit te wachten op coaching en wat zou je je hierbij voor moeten stellen?

Maar ja; is “Een Cursus in Wonderen – met elkaar” dan wel zo aansprekend. Boeit het ons het “samen op pad zijn” nu echt zo veel? Met het “met elkaar” wil ik dolgraag duidelijk maken dat we aan elkaar gegeven zijn en dat “mijn geluk” niet los gezien kan worden van “jouw geluk”. Maar wat zien we als we eerlijk in de spiegel kijken? Zien we daar iemand die echt geïnteresseerd is in het “met elkaar” of zien we toch vooral iemand die gericht is op “eigen geluk”, al is het maar in eerste instantie?

Iets dergelijks geldt ook voor het logo dat ik voor de Facebook-groep gebruik: “Stay connected to Gods Love” (Blijf verbonden met de liefde van God). “Is zo’n uitspraak niet een beetje sleets geworden? Spreekt het de hedendaagse mens nog wel aan?”. Ik stelde me eens voor hoe de moderne mens zou opkijken als ik hem zou aanspreken en vragen: “Hoi; wil je verbonden zijn met de liefde van God?” Nee; dan trekt het aanbod om gelukkig te zijn de gemiddelde zoeker toch wel wat meer, veronderstel ik.

Vandaag las ik in Trouw een rubriek waarbij men min of meer bekende Nederlanders om een reactie vragen als hen de Tien Geboden wordt voorgelegd. Ik moest glimlachen toen ik het eerste gebod eens in gedachten voorlegde aan een gelukszoeker. Dit gebod luidt:

Eerste gebod “Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. Vereer naast Mij geen andere goden.”

Dit gebod lijkt tijd- en cultuurgebonden en specifiek bedoeld voor het volk Israël van destijds. Maar Egypte en slavernij staan symbool voor ons gevangenschap in de illusie van afscheiding. In deze illusie jagen we geluk na op duizend en één manieren, maar niet echt door naar “verbinding met de liefde van God te streven”. En toch is dit de eerste, belangrijkste en gouden tip van het Oude Testament: “Vereer naast Mij geen andere goden”. Vanuit ons geloof in afgescheidenheid projecteren we een nare eigenschap van onszelf op God: we denken dat Hij jaloers is. Maar dat is totaal niet de kwestie: wij zijn ik-gericht en willen op de eerste plaats staan. Eerst mijn geluk, mijn verlossing, en daarna kan ik misschien iets van mijn geluk delen met jouw.

Wil God dan niet dat ik gelukkig ben? Hier klinkt, iets subtieler, nog steeds de ego-programmering in door. Werkboekles 101 luidt: “Gods Wil voor mij is volmaakt geluk” gevolgd door Les 102: “Ik deel Gods Wil dat ik gelukkig ben”. “Aha”, kunnen we nu verheugd uitroepen, “het draait dus toch om mijn geluk; daar is niks mis mee!”. En dat klopt; er is niks mis met jouw geluk, zolang je maar beseft dat dit onlosmakelijk verbonden is met het doen van de Wil van God door liefde door je heen te laten stromen naar elkaar. Zo is de centrale boodschap van les 102:

“Ik deel Gods Wil dat ik gelukkig ben, en aanvaard die als mijn functie nu.”

Huh; is “gelukkig zijn” dan een functie? Jawel; kijk maar verder in de werkboekles:

“Jij hoeft jegens Gods Zoon niet minder liefdevol te zijn dan Hij Wiens Liefde hem even liefdevol geschapen heeft als Hijzelf.”

Zo zijn we weer terug bij de hoofdthema’s van deze serie blogs. Het is niet “of-of” maar “en-en”; zelfs bij de vraag hoe we gelukkig kunnen zijn. Het is niet of mijn geluk of jouw geluk maar ons geluk. Ons ego heeft het hier lastig mee want hem wordt gevraagd “de knie te buigen voor de Wil van God”. Niet omdat God een machtswellusteling is, maar omdat Hij weet dat het voor ons van doorslaggevend belang is om ons te verbinden met de Liefde, met Zijn Wil, en dus ook met elkaar. Om gelukkig te zijn mogen we ons “onderwerpen” aan Zijn Liefde en deze laten stromen naar onze broeders en zusters. Graag sluit ik af met Jezus’ werkboekles van vandaag:

Les 328

Ik kies de tweede plaats om de eerste te verwerven.

Wat de tweede plaats lijkt is de eerst, want alles wat we waarnemen staat op z’n kop, tot we luisteren naar de Stem namens God. Het lijkt alsof we alleen autonomie kunnen verwerven door ons streven afgescheiden te zijn, en dat onze onafhankelijkheid van de rest van Gods schepping de manier is waarop verlossing wordt bereikt. Maar al wat we vinden is ziekte, lijden, en verlies en dood. Dit is niet wat onze Vader voor ons wil, en evenmin is er naast Zijn Wil een tweede. Zich met de Zijne verenigen is niets anders dan die van ons vinden. En aangezien onze wil de Zijne is, dienen we tot Hem te gaan om onze wil te herkennen.

Er is geen andere wil dan die van U. En ik ben blij dat niets wat ik me voorstel, in tegenspraak is met wat U wilt dat ik ben. Het is Uw Wil dat ik volkomen veilig ben, en eeuwig in vrede. En met vreugde deel ik die Wil die U, mijn Vader, mij als deel van mij gegeven hebt.

De liefde van God gaan ervaren (45)

Critici van Een Cursus in Wonderen (ECIW) stellen dat de cursus mensen “naar hun hoofd” zou trekken. Ik meen dat we ons deze kritiek moeten aantrekken. We spreken, ook en misschien wel vooral in Facebook-groepen, zo ontiegelijk veel over de cursus in plaats van dat we de cursus daadwerkelijk doen. Nu kunnen we ook niet veel anders dan praten en schrijven over de cursus, want dit is nu eenmaal de manier waarop we als mensen met elkaar communiceren. Ik wil ook niet oproepen ermee te stoppen en ons te beperken door alleen maar geïsoleerde (mooie!) cursus-uitspraken te verpakken in een virtuele tegeltjeswijsheid. Jezus zelf deinst niet bepaald terug voor het gebruik van woorden, kijk alleen maar eens naar de omvang van de cursus. Maar de crux van ECIW is wel dat het een cursus is waar we niet alleen over moeten blijven praten maar die we daadwerkelijk moeten gaan doen, willen we gaan ervaren dat waar de woorden op duiden ook daadwerkelijk waar is en betekenisvol voor ons leven.

Woorden zijn, zo stelt de cursus, symbolen (van symbolen) maar dit is niet per se een diskwalificatie van het gebruik van woorden. De vraag is van waaruit deze symbolen, deze woorden, gestalte krijgen. Is het vanuit een verward, conceptueel ego-denken of vanuit een doorleefde ervaring van stromende liefde? In Een Cursus van Liefde (ECvL) gaat het over “De Kunst van Denken”. Hierin wordt beschreven hoe je kunt ervaren dat er “gedachten die je zelf niet denkt” als het ware door je heen kunnen stromen waarbij je uitgenodigd wordt om deze tot expressie te brengen wat, bijvoorbeeld, kan gebeuren in woord, maar ook in daad. ECIW spreekt over “de denkgeest die denkt met God”, zoals in werkboekles 45 (9):

“Probeer in de korte oefenperioden vandaag te onthouden hoe belangrijk het voor jou is om de heiligheid te begrijpen van de denkgeest die denkt met God. Neem een minuut of twee, wanneer je vandaag het idee herhaalt, om de heiligheid van jouw denkgeest te waarderen. Neem afstand, al is het nog zo kort, van alle gedachten die Hem wiens gastheer jij bent, onwaardig zijn. En dank Hem voor de Gedachten die Hij met jou denkt.”

Deze gedachten zijn niet zozeer de gedachten zoals wij die kennen maar eerder een vorm van direct inzicht, van weten. In genoemd citaat legt Jezus uit hoe we dit zelf kunnen gaan ervaren: “neem afstand van alle gedachten, al is het nog zo kort, die Hem wiens gastheer jij bent, onwaardig zijn”. Dat brengt ons dan direct bij de volgende vraag: “Hoe doe je dit dan?”. En daar komt het werkboek om de hoek kijken en het belang van het daadwerkelijk doen van de werkboeklessen. ECIW wil niet leiden tot een nieuwe theologie maar wil ons een universele ervaring bieden. In de inleiding van de verklaring van termen zegt Jezus:

“2. Alle termen zijn in aanleg controversieel, en zij die de controverse zoeken zullen die vinden. Maar zij die verheldering en verklaring zoeken zullen die eveneens vinden. Ze dienen echter bereid te zijn aan controversen voorbij te zien in het besef dat die een verweer zijn tegen de waarheid in de vorm van een  vertragings-manoeuvre. Theologische overwegingen als zodanig zijn per definitie controversieel, aangezien ze op geloof berusten en daarom aanvaard of verworpen kunnen worden. Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk. Het is deze ervaring waarop de cursus aanstuurt. Alleen hier is consistentie mogelijk, want alleen hier komt aan onzekerheid een eind.”

Ik nodig je uit om in dit verband de werkboekles van vandaag te lezen:

“Les 327

Ik hoef slechts te roepen en U geeft me antwoord.

Er wordt mij niet gevraagd om verlossing aan te nemen op grond van een ongefundeerd geloof. Want God heeft beloofd dat Hij mijn roep zal horen en mij Zelf antwoord geven. Laat me slechts op grond van mijn ervaring leren dat dit waar is, en vertrouwen in Hem zal zeker tot me komen. Dit is het vertrouwen dat stand zal houden en me steeds verder en verder zal brengen op de weg die tot Hem leidt. Want zo zal ik er zeker van zijn dat Hij me niet verlaten heeft en nog steeds liefheeft, en slechts wacht op mijn roep om me alle hulp te geven die ik nodig heb om tot Hem te komen.

Vader, ik dank U dat Uw beloften in mijn ervaring altijd zullen worden ingelost, als ik ze maar uitprobeer. Laat me daarom proberen ze te beproeven en ze niet te beoordelen. Uw Woord is één met U. U schenkt de middelen waardoor overtuiging komt en de zekerheid van Uw blijvende Liefde eindelijk wordt verworven.”

Ik sluit deze blog af met een citaat uit de inleiding op het werkboek en ik ga ervan uit dat de oproep van Jezus hierin voor zichzelf spreekt:

“7 Het hoofddoel van alle oefeningen is het vergroten van je vermogen de ideeën die je zult oefenen zo uit te breiden dat ze alles omvatten. Dit zal van jouw kant geen inspanning vergen. De oefeningen zelf voldoen aan de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor deze vorm van overdracht.

8 Sommige ideeën die het werkboek presenteert zul je moeilijk kunnen geloven, en andere kunnen nogal onthutsend lijken. Dit doet er niet toe. Jou wordt slechts gevraagd de ideeën toe te passen zoals je opgedragen wordt. Er wordt je helemaal niet gevraagd ze te beoordelen. Er wordt je alleen gevraagd ze te gebruiken. Juist het gebruik ervan zal ze betekenis voor je laten krijgen en je tonen dat ze waar zijn.

9 Onthoud alleen dit: je hoeft de ideeën niet te geloven, je hoeft ze niet te aanvaarden, laat staan toe te juichen. Tegen een aantal ervan zul je je misschien heftig verzetten. Dit alles is niet van belang en zal hun uitwerking niet verminderen. Maar sta jezelf niet toe uitzonderingen te maken in de toepassing van de ideeën die het werkboek bevat, en – wat je reacties op de ideeën ook mogen zijn – gebruik ze. Meer wordt er niet gevraagd.”

Wow Vader, ik ben Uw Gedachte! (44)

In de tweede blog van deze serie, Tijdloze schepping en aardse strubbelingen, gaf ik twee uitersten van de manier waarop we met de cursus om kunnen gaan. Kort samengevat is het ene uiterste een ontkenning van de onbegrijpelijke, tijdloze (eeuwige) aard van de schepping. De cursus wordt dan teruggebracht naar een verhaal over hoe wij binnen tijd en ruimte een zo goed mogelijk mens kunnen worden waarbij men geen oog meer heeft voor het feit dat we onkwetsbare Kinderen van de Vader zijn. Het andere uiterste is precies het tegenovergestelde: men bagatelliseert ons menselijk bestaan in deze wereld en heeft slechts oog voor onze eeuwige, Goddelijke natuur.

Dit kwam bij me naar boven toen ik zag hoe er in een andere ECIW-groep geschreven werd over het fenomeen “projectie maakt perceptie”. Dit kwam neer op een visie volgens dat eerst genoemde uiterste waarbij de aandacht uitgaat naar dit fenomeen op psychologisch, “werelds” niveau. Dit niveau is herkenbaar voor ons en we kunnen het makkelijk aanvoelen omdat we bijvoorbeeld beseffen dat we vooroordelen hebben als we met onze medemens omgaan. We bekijken de ander als het ware door een gekleurde bril. Ik herinner me een situatie waarbij ik een vrouw hoorde spreken die, in mijn beleving, een zeurstem had. Alles wat ze zei klonk klagerig. “Wat een zeurpiet”, dacht ik eerst. Maar ik ontdekte al snel dat deze vriendelijke vrouw eigenlijk nooit klaagde; haar stem was gewoon zoals die was en ik had dus slechts mijn eigen vooroordeel beluisterd.

In feite geldt bij de cursus: zo boven, zo beneden. Dikwijls valt te ontdekken dat fenomenen die we waarnemen in ons gewone, dagelijkse en aardse leven iets duiden dat ook op “grotere schaal” of op “hoger niveau” speelt. Fijnslijpers zullen me direct willen corrigeren door te stellen dat er helemaal geen niveaus bestaan en dat alles één is en dat vind ik helemaal best als ze dat ook als zodanig ervaren, maar dat vraag me ik me soms toch wel af. Want dat hogere niveau is bijzonder radicaal en ligt eerder bij dat tweede uiterste dat ik hierboven benoemde. Want als Jezus in ECIW over projectie spreekt dan doelt hij op het fenomeen dat we vanuit onze status als tijdloos wezen een vooroordeel ontwikkelen dat we tijdgebonden en sterfelijke wezens zijn. En het is dat vooroordeel dat we projecteren en weerspiegeld zien als ons universum waarin we menen als sterfelijke wezens rond te dartelen.

Dit is toch van een wat andere orde dan ons “gewone” menselijke perspectief want het zet ons hele denken over wie of wat we zijn op zijn kop. Het doel van de cursus is niet beperkt tot het enigszins corrigeren van onze gewone menselijke blik. Nee, het doel is een radicale correctie waarbij we onze ware aard gaan ontdekken en herinneren wie we zijn; onkwetsbare, eeuwige Kinderen van de Vader.

Ik heb gemerkt dat het lastig is om mijn verbazing en ontzag over de radicaliteit van de cursus te delen. Natuurlijk moet ik ervoor oppassen niet opnieuw een beperking te projecteren op broeders en zusters die me wat waterig aanhoren en dit allemaal “heel gewoon” vinden. Wellicht ben ik die achterblijver, die beginneling, die dit perspectief van Jezus op mijn ware identiteit zo verbazingwekkend heerlijk en enorm vindt. Maar ik voel me ook wel wat gesteund door de werkboekles die Jezus ons vandaag aanbiedt waarin hij dit perspectief nog eens heel nadrukkelijk bevestigt, alsof hij weet dat wij het enorme, onbegrijpelijke, heerlijke perspectief anders niet opmerken.

“Les 326

Ik ben voor eeuwig een Gevolg van God.

Vader, ik werd geschapen in Uw Denkgeest, een heilige Gedachte die zijn thuis nooit verlaten heeft. Ik ben voor eeuwig Uw Gevolg en U bent voor eeuwig en altijd mijn Oorzaak. Zoals U mij geschapen hebt, ben ik gebleven. Waar U mij gehuisvest hebt, verblijf ik nog altijd. En al Uw eigenschappen verblijven in mij, omdat het Uw Wil is een Zoon te hebben zo gelijk aan zijn Oorzaak dat Oorzaak en Gevolg niet te onderscheiden zijn. Laat me weten dat ik een Gevolg van God ben en dus het vermogen heb te scheppen zoals U. En zoals het is in de Hemel, zo ook op aarde. Uw plan volg ik hier, en ik weet dat U tenslotte Uw gevolgen samen zult brengen in de vredige Hemel van Uw Liefde, waar de aarde zal verdwijnen en alle afgescheiden gedachten zich glorievol zullen verenigen als de Zoon van God.

Laten we vandaag het verdwijnen van de aarde gadeslaan, eerst getransformeerd, om dan, vergeven, volledig op te gaan in Gods heilige Wil.”

Wow! Dit is wel even wat meer dan een cursusje psychologie in engere zin. Heel wat meer dan een iets andere kijk op dingen krijgen of je een beetje bewust worden van je vooroordelen. Goed, eerst vindt er een transformatie plaats, “gewoon” hier beneden, op aarde. Maar het perspectief dat Jezus ons hier biedt verwondert en verbaast me, telkens weer. Het maakt me blij en dankbaar als ik uitroep: “Wow Vader; ik ben Uw Gedachte!”.

Dat lastige maar cruciale onderwerp: projectie maakt perceptie (43)

In deze serie blogs schreef ik er regelmatig over dat in mijn beleving de “seculiere” non-duale hedendaagse visies niet 1 op 1 te vertalen zijn naar Een Cursus in Wonderen (ECIW). De werkwijze van deze visies bestaat uit het rustig waarnemen van dat wat in bewustzijn verschijnt. Neutraliteit en acceptatie zijn sleutelwoorden. Deze aanpak is waardevol en kan ruimte en rust bieden in onze drukke denkgeest. Maar deze visies beschouwen dat wat verschijnt in bewustzijn als een vaststaand gegeven dat zich als het ware in bewustzijn aan ons openbaart. En juist op dit punt gaat ECIW aanmerkelijk verder zoals blijkt uit werkboekles #325:

“Al wat ik denk te zien, weerspiegelt een idee.

Dit is de grondgedachte van verlossing: wat ik zie weerspiegelt een proces in mijn denkgeest, dat begint met mijn idee van wat ik wil. Van daaruit bedenkt de denkgeest een beeld van wat hij verlangt, van waarde acht en daarom probeert te vinden. Deze beelden worden dan naar buiten geprojecteerd, gezien, als werkelijk beschouwd en als eigendom bewaakt. Uit waanzinnige wensen ontstaat een waanzinnige wereld. Uit oordelen ontstaat een veroordeelde wereld. En uit vergevende gedachten komt een lieflijke wereld voort, genadig voor de heilige Zoon van God, om hem een vriendelijk thuis te bieden, waar hij een poos kan rusten voor hij verder reist, om zijn broeders te helpen samen met hem voort te gaan en de weg te vinden naar de Hemel en naar God.

Onze Vader, Uw ideeën weerspiegelen de waarheid, en de mijne brengen los van die van U alleen maar dromen voort. Laat me zien wat alleen de Uwe weerspiegelen, want die en die alleen bepalen de waarheid.”

Jezus stel dat wat we zien niet losstaat van ons als waarnemer maar dat het een weerspiegeling is van wat zich afspeelt in onze denkgeest. In ECIW-vaktermen uitgedrukt: projectie is perceptie. De consequenties hiervan zijn enorm zoals blijkt uit Jezus’ woorden: “dit is de grondgedachte van verlossing”. Het is, helaas, ook de grondgedachte geworden van veel misverstanden onder ECIW-studenten. Misschien kunnen we ondertussen wat meer gevoel krijgen voor de aard van deze misverstanden en ze zo achter ons laten.

Want wat gebeurt er? Vanuit ons geloof in afscheiding betrekken we deze woorden van Jezus op ons persoonlijk, op ons IK, op ons kleine zelf. Vrij vertaald krijg je dan zoiets als: “ik projecteer de hele ellendige wereld en al mijn ziektes en kwalen, dus het lijden dat ik ervaar is mijn persoonlijke schuld”. Doordat we denken vanuit afgescheidenheid voelen we ons persoonlijk schuldig en verantwoordelijk. Dit roept, zowel bij ECIW-studenten als bij buitenstaanders, terecht felle vragen en protesten op. Dit gebeurt vooral daar waar de slachtoffers naasten zijn of kinderen die je toch moeilijk kan betichten van kwade aanvalsgedachten die zich tegen hen gekeerd zouden hebben in de vorm van ziekte, ellende en dood.

Punt is dat we geen afgescheiden “ik” zijn en dat dergelijke gedachten deze illusie alleen maar onnodig versterken. Ons ik-gevoel is een onterecht gevoel een afgescheiden wezen te zijn. We zijn echter geen afgescheiden ik dat in staat zou zijn een hele wereld te projecteren. Dit misverstand wordt in de filosofie aangeduid met het woord “solipsisme”. Dat spoor zal ik voor nu niet verder toelichten, maar wellicht kun je er eens op googelen.

ECIW leert dat we als Zonen van God onlosmakelijk onderdeel vormen van het Zoonschap; ook wel aangeduid als “de Zoon van God”. Zie het maar even als een collectief. Wij dromen als collectief de droom van afgescheidenheid dus als collectief dromen we deze materiële wereld van vormen, tijd en ruimte; juist om ons afgescheiden te voelen.

Nu kan ons kleine zelf, ons IK-je, geneigd zijn om opgelucht adem te halen en te denken: “Aha; dan kan ik er dus toch niks aan doen als me ellende overkomt!”. Het probleem van de onterechte persoonlijke schuld lijkt nu opgelost, maar dit is schijn. Ongemerkt zijn we doorgeslagen naar het andere uiterste van het misverstand waarin we menen dat wij niks met dit collectief te maken hebben en dus ook niets met die nare collectieve projectie. Maar zo is het ook weer niet. Wij zijn innig met dit collectief verbonden en dit zit vervat in het mysterieuze concept van de heilige relatie. We zijn heilig, vormen een heelheid, maar zijn toch wezens die in relatie bestaan met het geheel, met de Vader en met elkaar waarbij dus sprake is van een onbegrijpelijke individuatie. We lopen hier dus weer tegen die paradox aan die voor ons verstand bijna niet te bevatten is: ik besta als schepping van God, geïndividueerd, maar toch niet los van mijn Vader of los van mijn Broeders. De wereld is niet of mijn individuele droom of de collectieve droom maar het is, wederom, en-en.

Hetzelfde geldt voor verlossing van deze droom. Als we denken dat alles draait om mijn verlossing dan vergissen we ons. Het is niet voor niks dat Jezus er zo op hamert dat we niet alleen het wonder voor onszelf moeten ervaren maar dat we wonderwerkers moeten worden om, als het ware, iedereen, het hele collectief mee te krijgen. Maar dit neemt niet weg dat onze “eigen” verlossing uiterst belangrijk is, ondanks het feit dat dit concept in feite een illusie is omdat er geen sprake is van een IK dat slechts belang kan hebben in “eigen” verlossing.

Hier komen de lijntjes van deze serie blogs dus samen. Het is uiterst belangrijk, essentieel, dat jij en ik als het ware inpluggen in de stroom van liefde; ware wonderwerkers worden. Want zo worden we medescheppers van de Nieuwe Wereld, de echte wereld. Vanuit ons persoonlijk en collectief geloof in afscheiding projecteren we een duale wereld vol tegenstellingen en strijd. Vanuit onze persoonlijke en collectieve verlossing creëren we een nieuwe wereld, door uitbreiding in lijn met onze Bron die Liefde is.

Ik volg slechts (42)

Soms voer ik gesprekken met filosofisch ingestelde broeders en zusters. Binnen de filosofie gaat het onder ander over de vraag: “wat kunnen we als mens nu eigenlijk zeker weten?” Je treft er briljante redeneringen aan maar vooral ook steeds wisselende inzichten. In deze serie blogs heb ik geschreven over de beperkte reikwijdte van ons denkvermogen, bijvoorbeeld toen ik schreef over schepping en over de uitbreiding van liefde in eenheid. Ons conceptueel denken, dus het proberen te beschrijven hoe “iets in elkaar steekt”, schiet hier tekort. Daarom hebben mensen van alle tijden hun toevlucht genomen tot symboliek en rituelen. Door hierop te mediteren of contempleren respectievelijk eraan deel te nemen kan er een soort intuïtief weten ontstaan, een “vage” ervaring of een soort herinnering aan dat grotere geheel waar we deel van uitmaken. Een gevoel van eenheid, verbondenheid maar ook van gedragen worden en geleid worden door liefde. Nu zie je hoe ik probeer iets met woorden te duiden wat eigenlijk niet precies te duiden valt. Woorden zijn, zo stelt ECIW, symbolen van symbolen; ze kunnen ergens naar verwijzen maar slechts indirect.

Ik moest hieraan denken bij de volgende werkboekles (#324).

“Ik volg slechts, want ik wil niet de leiding.

Vader, U bent Degene die mij het plan voor mijn verlossing hebt gegeven. U hebt de weg bepaald die ik heb te gaan, de rol die ik op me heb te nemen en elke stap op het mij aangewezen pad. Ik kan de weg niet kwijtraken. Ik kan er slechts voor kiezen een tijdje af te dwalen, om dan terug te keren. Uw liefderijke Stem zal me altijd terugroepen en mijn voeten de goede kant op leiden. Mijn broeders kunnen allen de weg volgen die ik hun voorga. Maar ik volg slechts op de weg naar U toe, zoals U die mij wijst en wil laten gaan.

Laten we dus Iemand volgen die de weg kent. We hoeven niet te talmen en we kunnen niet afdwalen van Zijn liefdevolle Hand voor langer dan een ogenblik. We gaan samen onze weg, want we volgen Hem. En Hij is het die de afloop zeker stelt en een veilige thuiskomst waarborgt.”

Je kunt gaan nadenken over deze tekst en dan kun je hier ongeveer tegenaan lopen:

“Hé, is er een God die weet wat ik in elke situatie moet doen? Als Hij mijn weg heeft bepaald dan ben ik daar niet zo blij mee want dan heeft hij ook gezorgd voor veel ellende die ik moet verduren. En ik hoor helemaal geen stem; wat wordt hiermee dan bedoeld? En hoe moet ik dan aankijken tegen thuiskomen? Een soort hemel na de dood? Daar geloof ik niet zo in”.

Een filosoof zou kunnen stellen:

“Hier is sprake van een antropomorf Godsbeeld. De ontologische grond van ons bestaan is per definitie onkenbaar en de enige zekerheid die we hebben is die van ons menselijk leven vol vreugde en verdriet waartoe we ons zo goed mogelijk hebben te verhouden in de jaren die ons hier gegeven zijn”.

Jezus legt ons in het Tekstboek van de Cursus zo goed mogelijk met woorden uit hoe “het ongeveer in elkaar steekt”. Wij zijn eeuwige / tijdloze scheppingen van de Vader, Gedachten van God. Deze werkelijkheid vormt onze essentie en staat niet los van ons als een soort hemel waar we pas na onze dood terecht zouden kunnen komen. Wij projecteren echter vanuit deze tijdloze staat een wereld van tijd, ruimte, vormen, lichamen en de wereld. Op zich is dit geen probleem, ware het niet dat we zijn gaan lijden aan geheugenverlies en het fysieke domein als een soort afgod zijn gaan aanbidden. Daardoor zijn we ons niet meer bewust van onze ware identiteit; we zijn vergeten dat we de Heilige Zoon van God Zelf zijn. Zie s.v.p. deze tekst uit ECIW:

Txt 30 III: 11. Waar zou de Gedachte die God van jou bewaart anders kunnen bestaan dan waar jij bent? Is jouw werkelijkheid iets wat los van jou staat, in een wereld waarvan jouw werkelijkheid niets weet? Buiten jou is er geen eeuwig firmament, geen onveranderlijke ster en geen werkelijkheid. De denkgeest van de Zoon des Hemels is in de Hemel, want daar hebben de Denkgeest van de Vader en de Zoon zich verenigd in de schepping die geen einde kent. Jij hebt geen twee werkelijkheden, maar één. Evenmin kun jij je van meer dan één bewust zijn. Een afgod of de Gedachte die God van jou bewaart, is jouw werkelijkheid. Vergeet dan ook niet dat afgoden wel verborgen moeten houden wat jij bent, niet voor de Denkgeest van God, maar voor die van jou. De ster straalt nog steeds, het firmament is nooit veranderd. Maar jij, de heilige Zoon van God Zelf, bent je niet bewust van jouw werkelijkheid.

In ECIW geeft Jezus ons eerst het tekstboek met daarin het hier bovenstaande citaat. Hier kunnen we onze hersenen op breken, al dan niet filosofisch onderbouwd. Maar Jezus wil ons geen nieuw geloof opdringen, maar nodigt ons uit om het Werkboek te doen en simpelweg gevoel te krijgen voor “de metafysica” (de relatie tussen tijdloosheid en tijd, tussen geest en lichaam) die hij in het tekstboek uiteenzet.

En dan worden er andere kwaliteiten aangesproken bij ons. Onze scherpzinnigheid zal ons niet echt veel helpen. Het leven is geen puzzel die opgelost kan worden maar een mysterieuze ervaring die geleefd mag worden. Dus rest de vraag: hoe kunnen we dat doen; God (de Heilige Geest, Jezus) volgen? Wat zal overgave aan Liefde me brengen? Dat kan ik niet even snel aan je uitleggen maar ik kan je er wel van harte toe uitnodigen hier zelf achter te komen.

Hoe kan mijn angst verdwijnen? (41)

De werkboekles van vandaag gaat over angst. Angst speelt een centrale rol in Een Cursus in Wonderen (ECIW), net als zonde en schuld. Waar zonde en schuld niet iedere ECIW-student direct aanspreken, geldt dit niet voor angst. Iedereen is wel eens bang en herkent angst als een onaangenaam gevoel. Schijnbaar speelt het thema angst in het leven van de één een grotere rol dan in het leven van een ander. Voor mij is angst een oude bekende. Het is interessant om na te gaan hoe diep de wortels van angst reiken. Ik heb gehoord dat mijn oma van moeders kant heel angstig was in de oorlog. Mijn moeder was, zoals zoveel moeders, ook erg bezorgd om het wel en wee van haar kinderen, nu, op 89-jarige leeftijd, nog steeds. Mijn vader leek heel stoer en dapper maar terugkijkend is het niet moeilijk om te zien dat deze houding gebruikt werd om angstgevoelens af te dekken. Een paar maanden geleden sprak ik met mijn dochter en zij vertelde dat ze last ondervond rond de thema’s eten en geld waarbij ze had ontdekt dat haar problemen in haar beleving te herleiden waren tot mijn bezorgdheid over haar eetgewoonten en haar financiële uitgaven. Ik zag haar punt en verbaasde me over het feit dat de “beste bedoelingen”, het willen beschermen van je kinderen tegen vermeend gevaar, zo diep doorwerken en kunnen leiden tot een angstige houding.

Maar ECIW leert ons dat de wortel nog verder terug reikt, nog dieper verborgen zit in ons wezen. De kern ervan komt voort uit ons geloof in zonde, in afgescheidenheid van onze Bron. Deze serie blogs gaat over onze ware identiteit; we zijn tijdloze, onkwetsbare Scheppingen, Kinderen, van de Vader. Sta er eens bij stil wat deze uitspraak zou betekenen als we deze daadwerkelijk tot in onze diepste vezels zouden erkennen en ervaren. Als je echt zou beseffen dat je niet dit kwetsbare lichaam zou zijn dan verandert daarmee je blik op ziekte en op alle ellende in de wereld. Vergelijk het met het wakker worden uit een nare droom. In één klap verdwijnt bij het ontwaken uit die droom alle angst en je beseft: “ach, het was maar een droom”. Jezus vertelt in ECIW dat wat wij ons normale leven noemen hier op aarde, in de fysieke “werkelijkheid”, ook slechts een droom is die plaatsvindt in de mind. Al onze angsten, jawel, AL onze angsten, zijn herleidbaar tot onze existentiële vergissing waarbij we menen een kwetsbaar en sterfelijk lichaam te zijn. We vergissen ons hierin. Lees met dit in gedachten eens de werkboekles van vandaag:

“Les 323

Ik breng graag het ‘offer’ van de angst.

Hier is het enige ‘offer’ dat U van Uw geliefde Zoon vraagt: U vraagt hem alle lijden, alle gevoel van verlies en verdriet, alle verontrusting en twijfel op te geven, en in zijn bewustzijn vrijelijk Uw Liefde te laten binnenstromen, die hem van pijn geneest en hem Uw eigen eeuwigdurende vreugde geeft. Dat is het ‘offer’ dat U van mij vraagt, een dat ik gaarne breng, de enige ‘prijs’ voor het herstel van Uw herinnering in mij, voor de verlossing van de wereld.

En wanneer we de schuld betalen die we aan de waarheid zijn verplicht – een schuld die alleen bestaat uit het loslaten van zelfmisleidingen en van beelden die we ten onrechte aanbaden – keert de waarheid in heelheid en in vreugde tot ons terug. We worden niet langer misleid. Liefde is nu tot ons bewustzijn weergekeerd. En we zijn opnieuw in vrede, want angst is verdwenen en alleen de liefde blijft.”

Deze les gaat heel diep en vergt zorgvuldig lezen. Als we namelijk bang zijn dan zijn we geneigd om te bidden, ons te richten tot God, de Heilige Geest of Jezus, met het verzoek om de angst van ons weg te nemen. Dit lijkt zo’n goede aanpak maar toch is het dikwijls niet echt behulpzaam. Hoe kan dit toch? Waarom blijven we bang terwijl we God bidden om moed en het einde van angst?

Dit komt omdat God, de Bron van Liefde, onze keuze om te geloven in afgescheidenheid “respecteert”. Wij hebben de macht om te geloven dat we ons succesvol hebben afgescheiden van de Vader en angst is het gevolg van deze keuze. Overigens net als “schuldgevoel” en de neiging om onszelf te straffen, maar daar zal ik voor nu niet verder op ingaan. Dus hoewel wij angst ervaren als ongenode “gast” is het toch het gevolg van onze keuze om afgescheiden te zijn, om ons niet af te stemmen en laten leiden door Liefde maar om zelf keuzes te maken, te bepalen wat goed en fout is en op eigen beentjes te staan. Liefst willen wij transformeren van een bang IK naar een dapper IK. Zolang het maar een IK blijft.

Daarom hamert Jezus zo op een klein beetje bereidwilligheid. Bereidwilligheid waartoe? Om dapperder te worden? Om te mediteren en angst te zien verschijnen in bewustzijn en verdwijnen? Om angst te ontkennen? Nee; bereidheid om het “offer van angst” te brengen door ons af te stemmen op liefde. Om deze te laten binnenstromen. En zo zijn we terug bij het hoofdthema van deze serie blogs: liefde is middel en doel. Door ons in vertrouwen over te geven aan Zijn Wil die Liefde is, valt uiteindelijk de bodem uit onze illusie van afgescheidenheid, van zonde, schuldgevoel en angst. Dit stemt me dankbaar en blij.

xr:d:DAFbSKniof8:10,j:47440005500,t:23022208

Niets te verliezen, alles te winnen (40)

Vandaag voelde ik na het lezen van de werkboekles niet de neiging om iets te posten. “Mooi, dan niet; lekker rustig”, dacht ik. Gewoon fijn wat voor mezelf lezen en straks een stukje wandelen. Dus ik las verder in het boek “Resurrection Consciousness”, door Sebastian Blaksley; een liefdevol medium. Maar toen ik de titel las van het hoofdstuk waar ik gisteren gebleven was (Everything is profit) wist ik dat ik dit “moest” vertalen omdat het zo mooi aansluit bij de werkboekles van vandaag uit ECIW (#322): “Ik kan slechts opgeven wat nooit werkelijk was”. Kijk maar hoe het stuk van Sebastian eindigt: “Voorwaar, voorwaar, zeg ik je, geliefde mensheid, dat je, door naar mij toe te komen, niets zult verliezen maar alles zult winnen”.

Ik besef dat ik het citaat van Sebastian wat uit zijn context haal door het hier af te drukken dus blijf alsjeblieft niet haken aan zijn woordgebruik (bijvoorbeeld: “Schepper-Moeder”). Ik hoop dat je gewoon blij wordt van deze tekst, net als ik.

Les 322

Ik kan slechts opgeven wat nooit werkelijk was.

Ik offer illusies op, meer niet. En zodra illusies verdwijnen vind ik de geschenken die ze probeerden te verbergen, die in een stralend welkom op me wachten, klaar om mij Gods aloude boodschappen te geven. Zijn herinnering woont in elk geschenk dat ik van Hem ontvang. En iedere droom dient alleen om het Zelf te verhullen dat Gods enige Zoon is, Zijn evenbeeld, de Hoogheilige, die nog steeds voor eeuwig in Hem verblijft, zoals Hij nog steeds in mij.

Vader, voor U blijft elk offer voor eeuwig ondenkbaar. En dus kan ik niet offeren, behalve in dromen. Zoals U me geschapen hebt, kan ik niets opgeven wat U mij gegeven hebt. Wat U niet gegeven hebt, heeft geen werkelijkheid. Welk verlies kan ik verwachten behalve het verlies van angst en de terugkeer van liefde in mijn denkgeest?

Uit: Resurrection Consciousness (p44)

Alles is Winst

Laat me duidelijk zijn; in de nieuwe schepping is een nieuw lichaam hetzelfde lichaam, maar herenigd met het heilige doel om perfecte liefde te communiceren en goddelijke gelukzaligheid voor eeuwig te genieten. Het sterft niet, verzwakt niet, noch verandert het door de tijd, omdat het alleen onderworpen is aan het eeuwige. Zijn functie is gemeenschap uit te breiden en heiligheid te communiceren. Het is een levende uitdrukking van het lichaam van Christus.

In het nieuwe Aardse Koninkrijk is een nieuwe denkgeest dezelfde denkgeest, maar samengebracht in het heilige doel van het verspreiden van waarheid en het zijn van een actief medium waarmee je met God gelooft. Het wordt niet verdoofd door disharmonieuze gedachten die het van het eeuwige goddelijke nu verwijderen. Het is een verenigde denkgeest, geheeld en gecentreerd in waarheid, en geniet daardoor van perfecte zekerheid en kennis. Daarom verblijft hij vreugdevol in de vrede van de Hemel. Het is de denkgeest van Christus die zich in jou uitdrukt.

Een nieuw hart is hetzelfde hart als altijd, maar gericht op het uitbreiden van perfecte liefde. Zo creëert het nieuwe liefde in eenheid met zijn heilige Bron. Het is getransformeerd tot een kanaal van goddelijke liefde. Het beweegt niet meer schokkend, want het klopt op het ritme van het hart van God. Alles erin is puur, straalt het licht van Christus uit en zingt alleen hymnen van lof en dankbaarheid. Het glimlacht alleen naar de liefde, waarin het al zijn voorkeur heeft, omdat het niets anders kent dan het liefhebben van zijn goddelijke geliefde, met wie het voor altijd omarmd en verenigd blijft.

Te geloven dat God boos is om wat de mensheid heeft gemaakt, is liefde beschouwen als niet-liefhebbend. Te geloven dat het eindresultaat van de geschiedenis van de mensheid—en daarmee van de reis van je ziel—bestaat uit het verschijnen voor de goddelijke liefde om je dwaasheid te laten zien, en om jou Zijn prachtige scheppingen te tonen, is te geloven dat jouw Schepper-Moeder met jou concurreert en iets moet bewijzen. Dat is onzinnig. Dus vraag ik je liefdevol om elk geloof dat hierop lijkt los te laten.  

Denk niet dat het idee van verlies bij God bestaat; het is wat de jubelende en triomfantelijke ingang van de mensheid in de Hemel, haar eeuwige thuis, heeft vertraagd. Nogmaals, mijn zoon en dochter, je zult niets verliezen door naar mijn armen terug te keren. Er zal alleen winst zijn, veel groter dan je kunt bevatten, en je zult alles behouden wat je hebt gecreëerd, getransmuteerd in een kwaliteit van heiligheid in Christus—grootsheid, schoonheid en geluk die alles overstijgen wat je kunt zien, horen of zelfs bedenken.

Voorwaar, voorwaar, zeg ik je, geliefde mensheid, dat je, door naar mij toe te komen, niets zult verliezen maar alles zult winnen. De verlangens van je hart zullen vervuld worden tot een mate van volheid die het menselijke begrip overstijgt. Verheug je in deze waarheid!

Maar ik vertrouw op U. (39)

In mijn blogs schrijf ik regelmatig over non-duale visies in het algemeen in vergelijking met Een Cursus in Wonderen. Het kan lijken dat ik op zoek ben naar verschillen en probeer zoiets als de superioriteit van ECIW aan te tonen. Dat is echter niet mijn bedoeling. Zoals eerder gezegd spreekt de helderheid en directheid van non-dualiteit mij aan en ik zie de “aanpak” hiervan als waardevol. Die aanpak houdt in dat je leert dat er geen aanpak nodig of mogelijk is omdat je nog altijd het onveranderbare bewustzijn bent waarin alles verschijnt. In ECIW-termen: je bent het onveranderlijke Kind van de Vader.

Wat is wél probeer duidelijk te maken is dat ik minder gelukkige gevolgen zie van het gelijkstellen van ECIW aan de “algemeen seculiere non-duale”-visies. Hierboven schreef ik “aanpak” tussen aanhalingstekens, omdat de leraren uit de “pure” non-duale school terecht zullen stellen dat in werkelijkheid alles al volkomen oké is en dat juist het geloof in een aanpak de illusie in stand houdt dat er nog iets te bereiken zou zijn. Ze propageren de “directe weg”, het in één keer doorzien van de futiliteit om iets te proberen te bereiken. Illustratief voor deze weg is de “niet dit, niet dat” benadering; de weg van de ultieme ontkenning. Men ontkent alles wat riekt naar dualiteit.

Als je deze “aanpak” toepast op ECIW dan ondergraaf je in mijn beleving de weg van Jezus. Ik wil dit illustreren aan de hand van de werkboekles van vandaag (#321):

“Vader, mijn vrijheid is in U alleen.

Ik heb niet begrepen wat mij heeft vrijgemaakt, noch wat mijn vrijheid is, noch waar ik moest kijken om haar te vinden. Vader, ik heb vergeefs gezocht, tot ik hoorde dat Uw Stem mij de weg wees. Nu wil ik niet langer mijn eigen gids zijn. Want ik heb de weg die tot mijn vrijheid leidt noch gemaakt, noch begrepen. Maar ik vertrouw op U. U, die mij mijn vrijheid geschonken hebt als Uw heilige Zoon, zult voor mij niet verloren zijn. Uw Stem leidt me, en de weg tot U opent zich eindelijk en wordt duidelijk voor mij. Vader, mijn vrijheid is in U alleen. Vader, het is mijn wil dat ik terugkeer.

Vandaag antwoorden wij namens de wereld, die samen met ons zal worden bevrijd. Hoe blij zijn we onze vrijheid te vinden via de zekere weg die onze Vader heeft vastgelegd. En hoezeer is de verlossing van heel de wereld verzekerd, wanneer we leren dat onze vrijheid alleen gevonden kan worden in God.”

Kijk eens naar die sleutelzin: “Maar ik vertrouw op U”. Pure non-dualisten kunnen weinig met deze uitspraak en zullen stellen dat er geen externe entiteit bestaat waar wij ons vertrouwen op kunnen vestigen. Ze zullen dit afdoen als een conceptueel geloof dat ontkend dient te worden. De werkboekles stelt dat de wereld verlost zal worden en ook hier kan de pure non-dualist niets mee. Er hoeft immers helemaal niets verlost te worden en alles mag gewoon geaccepteerd worden omdat het gewoon is zoals het is.

Het is opletten geblazen nu. Want ten diepste stelt Jezus in de cursus dat de afscheiding inderdaad nooit heeft plaatsgevonden en dat we gewoon altijd veilig zijn gebleven in de armen van de Vader; Die heeft hiervoor ons vertrouwen helemaal niet nodig. Maar wat Jezus als master teacher ook weet is dat wij geneigd zijn om dergelijke uitspraken beschouwen vanuit ons geloof in de echtheid van ons kleine zelf waarvan we geloven dat het in afgescheidenheid leeft. Dit kleine zelf is, per definitie, ik-gericht en wil graag op eigen beentjes staan, autonoom zijn.

Het is daarom dol op ontkenning omdat bij deze aanpak het op eigen kracht denkt te kunnen vertrouwen. Als IK alles ontken wat riekt naar dualiteit dan kom IK er wel. Dus daar gaan we: IK hoef niemand te vergeven want er is niemand buiten MIJ, IK hoef niemand te helpen want in eenheid kan niets echt gebeuren, als IK alles ontken dan komt liefde vanzelf, Jezus en de Heilige Geest bestaan niet echt want alleen IK besta, et cetera.

In zo’n visie is simpelweg geen plek beschikbaar voor zo’n duaal begrip als “vertrouwen”. Maar Jezus gebruikt dit woord zo’n 300 keer in ECIW en hij stelt vertrouwen centraal in het Handboek voor leraren. Lees bijvoorbeeld:

“I. Vertrouwen
….

De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. Het is deze kracht die alles geborgen houdt. Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven.

Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd? Wat is het dat hen ertoe aanzet de omslag te maken?”

Kun je zien hoe dat IK-je, dat kleine zelf, in deze tekst onmachtig wordt verklaard? De kracht die nodig is komt niet van het ego maar is de liefdeskracht die vanuit de Bron door ons heen mag stromen.

We foppen onszelf niet als we vertrouwen stellen op een liefdeskracht die ons overstijgt maar we bewijzen onszelf een enorme dienst. Ons dappere “niet dit, niet dat” -prevelementjes zijn als het gespartel van de vleugels van een musje. Door ons echter in vertrouwen te openen voor Zijn kracht, worden we gedragen op adelaarsvleugels.

Graag stel ik het nog wat anders. Het klinkt mogelijk abstract maar wellicht is het toch behulpzaam. Het inzicht dat alles in feite in eenheid met elkaar verbonden is, is niet onjuist maar verstandelijke ontkenning van alles, inclusief je eigen kleine zelf, is een moeizaam pad. Je in vertrouwen overgeven aan liefde en deze liefde door je heen laten stromen naar je naasten klinkt misschien duaal, maar als je het doet, ervaar je makkelijker de Heilige Relatie; het besef dat je als Kind van God innig verbonden bent ( “één bent”)  met Hem en met je naasten.

Eeuwig leven in Zijn armen! (38)

Wat jullie zeker met mij zullen delen is het besef “er te zijn”. Dit is het meest elementaire niveau van mens-zijn dat we kennen. Ik heb gemerkt dat minder mensen mijn verbazing, verwondering en dankbaarheid delen voor dit besef “er te zijn”. Juist omdat dit de basis is van alles wat we gaan beleven en bedenken, vinden we dit “gegeven” vanzelfsprekend. Als we er wel eens bij stilstaan dan zijn er twee invalshoeken. De eerste schetste ik al, die opperste verbazing van “er te zijn”. De tweede is erover na gaan denken of gaan geloven wat anderen ons hierover vertellen. De absolute eenheidstheorie die ik beschrijf in deze serie blogs is hier een voorbeeld van. Je kunt dan uitspraken horen en dingen gaan geloven waar we, als we eerlijk zijn, ons niets meer bij voor kunnen stellen. Lang verhaal kort: de filosofie van de absolute eenheid laat in feite geen ruimte voor individuatie en feitelijk daarmee ook niet voor schepping en voor ons als Kinderen (“Gedachten”) van de Vader. Dit narratief keert dus als een boomrang naar ons terug en we worden gedwongen te concluderen dat we eigenlijk niet bestaan. Als eenheid en individuatie elkaar uitsluiten dan is ons einddoel om op te lossen in de eenheid waaruit we menen te zijn voortgekomen. Denk aan het beeld van een druppel die oplost in de oceaan.

Ik ga er niet om strijden of deze eenheidsfilosofie waar is of niet want dan ga ik mee in de valkuil van overschatting van ons denkvermogen. Elke conclusie waar ik op uit zou komen behelst een vorm van geloof en laat ruimte voor twijfel en onzekerheid. Wie non-duale verhalen over zelfloosheid fijn vindt, gun ik alle ruimte. Zelf waardeer ik deze als opstapje naar het mysterie van schepping zoals uitgelegd door Jezus in ECIW, maar daar houdt mijn geloof in de predikers van de absolute eenheidstheorie op. Eerlijk gezegd vermoed ik dat bekende goeroes hun besef van geïndividueerd zijn niet echt helemaal verloren zijn en in feite spreken vanuit een besef van een geïndividueerd Zijn, met een hoofdletter Z. Daarin zijn ze dan in lijn met ECIW. Maar zodra ze dit gaan extrapoleren naar een vermeende mogelijkheid van complete Zelf-loosheid dan haak ik af en vertrouw ik op eigen besef “er te zijn”, als ultieme zekerheid

Ons Zijn, dat we ervaren vanuit ons hart, die verwondering over ons bestaan is echt. Als je vanuit je hart oplet dan kun je als het ware voelen dat jouw wezen niet anders kan zijn ontstaan dan uit liefde. Je weet diep van binnen dat het klopt, dat je niet afgescheiden bent van de Bron of van anderen, maar dat je toch een geïndividueerd Kind van God bent, gedragen door- en gekoesterd in Zijn (/Haar) armen. Vanuit deze “gevoels- of vertrouwens-“ zekerheid, valt alles wat je leest in ECIW op zijn plek. Je raakt onder de indruk van de precisie van Jezus’ woorden en je hebt helemaal geen behoefte meer aan ingewikkelde schema’s die jou moeten gaan uitleggen dat je eigenlijk niet bestaat en uiteindelijk zult verdwijnen.

Dat neemt niet weg dat ook mijn denken, vanzelfsprekend, tekortschiet waar het gaat over zoiets als “individuatie in tijdloosheid”, dus over schepping of over de Heilige Relatie. Maar wat ik wel geleerd heb is om mijn denken onder toezicht van mijn hart te plaatsen en niet andersom. Om liefde de basis te laten zijn van mijn omgang met ECIW en niet mijn verstand. Ik nodig je uit om nu eens de volgende inleiding op de komende werkboeklessen te lezen. Zie je de volkomen ondubbelzinnigheid van Jezus’ woorden; de directheid en schoonheid ervan? Mooi hé?

11. Wat is de schepping?

De schepping is de som van al Gods Gedachten <Simon: waaronder wij dus!>, oneindig in getal en overal totaal zonder beperkingen. Alleen liefde schept, en alleen als zichzelf. Er is geen tijd geweest waarin al wat zij geschapen heeft er niet was. Noch zal er een tijd zijn waarin wat zij ook schiep enig verlies lijdt. Voor eeuwig en altijd zijn Gods Gedachten precies zoals ze waren en zoals ze zijn, onveranderd door de tijd heen en nadat de tijd voorbij is.

Aan Gods Gedachten is alle macht gegeven die hun eigen Schepper heeft. Want Hij wil aan liefde toevoegen door haar uit te breiden. Zo heeft Zijn Zoon deel aan de schepping en moet hij daarom delen in de macht om te scheppen. Wat God gewild heeft dat voor eeuwig Eén is zal nog Eén zijn wanneer de tijd is gedaan; en het zal door de loop der tijden niet worden veranderd, en blijven zoals het was voor de gedachte aan tijd begon.

De schepping is het tegendeel van alle illusies, want de schepping is de waarheid. De schepping is de heilige Zoon van God, want in de schepping is Zijn Wil in ieder aspect compleet, ervoor zorgend dat elk deel het geheel bevat. Haar eenheid is voor eeuwig als onschendbaar gewaarborgd, blijft eeuwig in Zijn heilige Wil bewaard, buiten elke mogelijkheid tot schade, scheiding, onvolmaaktheid, en buiten enige smet op haar zondeloosheid.

Wij zijn de schepping, wij de Zonen van God. We lijken elk apart te zijn en ons niet bewust van onze eeuwige eenheid met Hem. Maar achter al onze twijfels, voorbij al onze angsten is nog altijd zekerheid. Want liefde blijft bij al haar Gedachten, terwijl haar zekerheid de hunne is. De Godsherinnering is in onze heilige denkgeest, die zijn eenheid en verbondenheid met zijn Schepper kent. Laat het onze functie zijn alleen deze herinnering terug te doen keren, alleen Gods Wil op aarde te laten geschieden, alleen onze innerlijke gezondheid weer terug te vinden en slechts te zijn zoals God ons geschapen heeft.

Onze Vader roept ons. We horen Zijn Stem en we vergeven de schepping in de Naam van haar Schepper, de Heiligheid zelf, wiens Heiligheid gedeeld wordt door Zijn eigen schepping, wiens Heiligheid nog altijd deel is van ons.