De reis van hoofd naar hart: het voelen van de waarheid.

We voelen het allemaal wel eens, die knagende onrust. Een gevoel van afgescheidenheid in een wereld die schreeuwt om verbinding. We zijn meesters geworden in het navigeren vanuit ons ‘ik’. Onze dagen zijn gevuld met doelen, meningen en het bewaken van onze eigen belangen. We hebben, zonder het misschien bewust te beseffen, een afstand gecreëerd tussen onszelf en de natuur, en misschien nog wel het pijnlijkst, tussen onszelf en de ander.

Dit egocentrisme is een slinkse valkuil. Het fluistert ons in dat we onszelf kunnen verrijken, vaak ten koste van iets of iemand anders. Relaties worden verlaagd tot transacties, tot handelsovereenkomsten waarbij we angstvallig de balans van geven en nemen in de gaten houden. “Wat krijg ik ervoor terug?” is de onuitgesproken vraag die als een schaduw over onze interacties hangt. Dit fundamentele gebrek aan verbondenheid is de vruchtbare bodem voor de conflicten die we dagelijks om ons heen zien, van kleine irritaties tot wereldwijde spanningen.

De Barrières Slechten

Maar wat als de oplossing niet ligt in het aanleren van een nieuw ‘kunstje’ dat we ‘liefde’ noemen? Wat als liefde onze natuurlijke staat is, en we alleen maar hoeven op te ruimen wat haar in de weg staat? Dit is de kern van een levensveranderend inzicht, zoals prachtig verwoord in Een Cursus in Wonderen (ECIW). Het vraagt niet om een nieuw geloof of een strikt dogma, maar om iets veel moedigers: een open houding. De bereidheid om te ervaren wat er gebeurt als je stopt met oordelen. Als je stopt met aanvallen, zowel in je woorden als in je gedachten.

Probeer het maar eens. Let op wat het met je doet, vanbinnen, als je de neiging voelt opkomen om een ander (of jezelf) te veroordelen. Voel je de verkramping? De subtiele spanning? En voel dan wat er gebeurt als je bewust kiest voor zachtheid. Als je kiest om niet te oordelen. De innerlijke vrede die volgt, is geen beloning, het is een direct gevolg. Het is het voelen van de waarheid.

De Ware Vorm van Egoïsme

Het ironische is dat het meest ‘egoïstische’ wat je kunt doen, het inzien is van eenheid. Het besef dat jouw welzijn onlosmakelijk verbonden is met dat van de ander, van de natuur, van het geheel. In die waarheid zijn geven en ontvangen hetzelfde. Het handboek van ECIW stelt iets revolutionairs: je wordt een leraar van God op het moment dat je deze verbinding erkent.

WIE ZIJN GODS LERAREN?

  1. Een leraar van God is ieder die ervoor kiest er een te zijn. 2 Zijn geschiktheid bestaat louter hierin: ergens, op een of andere manier, heeft hij een doelbewuste keuze gemaakt, waarbij hij zijn belangen niet los zag van die van iemand anders. 3 Als hij dat eenmaal heeft gedaan, is zijn weg gebaand en zijn richting zeker. 4 Een licht is de duisternis binnengegaan. 5 Het kan één enkel licht zijn, maar dat volstaat. 6 Hij heeft een overeenkomst met God gesloten, zelfs als hij nog niet in Hem gelooft. 7 Hij is een brenger van verlossing geworden. 8 Hij is een leraar van God geworden.

Dit gaat niet over een officiële titel of een heilige status. Het gaat over een innerlijke verschuiving. Het moment dat je oprecht voelt dat de vreugde van een ander ook jouw vreugde is, en hun pijn ook de jouwe, ben je een lichtje geworden.

Van Hoofd naar Hart: De Eenwording

Dit diepe inzicht moet indalen. Het moet de reis maken van de logica van het hoofd naar het weten van het hart. Deze vereniging van hoofd en hart is een centraal thema in Een Cursus van Liefde. Aanvankelijk wordt er een onderscheid gemaakt tussen die twee, om ons te helpen de weg naar binnen te vinden. Maar uiteindelijk is er slechts één ‘mind’ die steeds heler kan worden, een staat die de cursus omschrijft als ‘eenheid-van-hart’. Dit hart is niet het fysieke orgaan, maar het symbool voor ons Zelf met een hoofdletter Z. De goddelijke vonk, de pure liefde die we in essentie zijn.

Deze reis is een geleidelijk en vaak onzichtbaar proces. Je merkt het aan subtiele veranderingen in jezelf. Je ziet mensen om je heen worstelen met dezelfde angsten en piekergedachten die jou vroeger volledig in beslag namen. Maar nu voel je geen superioriteit. Integendeel. Je voelt een diep mededogen en een bescheiden geduld. Het maakt je nederig, omdat je beseft dat je zelf ook maar een reiziger bent. Een reiziger die misschien een paar stappen op het pad heeft gezet, maar nog een lange, prachtige weg te gaan heeft. Een weg naar liefde en waarachtige, heilige relaties.

De uitnodiging is simpel en tegelijkertijd het meest uitdagende wat je ooit zult doen: durf de waarheid te voelen. Durf de reis van je hoofd naar je hart te aanvaarden. Het is de enige reis die je ooit echt thuis zal brengen.

Waarom laat een liefdevolle God lijden toe? Een reis van filosofie naar innerlijke vrede op basis van werkboekles 168.

Filosoof en wetenschapper Bernardo Kastrup stelt in zijn werk een vraag die velen van ons bezighoudt. Hij benadert het vanuit het concept van ‘meta-bewustzijn’ en raakt aan de kern van een eeuwenoud dilemma: als er een almachtige, alwetende bron is – of we die nu God, Bron of meta-bewustzijn noemen – waarom heeft deze dan een universum geschapen waarin lijden zo’n onmiskenbaar onderdeel van de ervaring is? Het is een intellectueel en emotioneel zware vraag. Waarom de pijn, de angst, het verlies?

Kastrup’s filosofische benadering nodigt ons uit om diep na te denken. Maar wat als het antwoord niet ligt in het begrijpen waarom God dit zou doen, maar in het herzien van de aanname dat Hij dit überhaupt gedaan heeft? Spirituele paden zoals Een Cursus in Wonderen (ECIW) en de daaropvolgende Een Cursus van Liefde (ECvL) bieden hier een radicaal ander perspectief op. Ze verrijken de vraag van Kastrup door de premisse ervan te verschuiven.

De Keuze voor Afscheiding: Niet Gods Wil, maar Onze Keuze

Volgens ECIW en ECvL heeft God geen wereld van lijden geschapen. De Bron, die pure, onvoorwaardelijke Liefde is, kan niets anders scheppen dan Zijn eigen volmaaktheid. De ervaring van een wereld van tijd, ruimte, vorm en lijden is volgens deze leringen niet afkomstig van God, maar van een keuze die gemaakt werd door wat de Cursus de ‘Zoon van God’ of de ‘Zoonschap’ noemt – de collectieve eenheid van bewustzijn waarvan wij allen deel uitmaken.

Er was een verlangen om ‘iets anders’ te ervaren dan de eenheid van de Hemel. Een verlangen naar individualiteit, naar vorm. Maar deze keuze “schoot door”. Het idee van individualiteit transformeerde in een geloof in afscheiding: de gedachte dat we werkelijk los en apart van onze Bron en van elkaar konden zijn. Uit deze ene, fundamentele misvatting vloeide alles voort wat we als lijden ervaren: schuldgevoel over deze vermeende afscheiding, angst voor straf, en de daaruit volgende dynamiek van oordeel en aanval. De fysieke wereld die we waarnemen, is de uiterlijke reflectie van deze innerlijke staat van een in afscheiding gelovende denkgeest. Het is dus geen wereld die God voor ons heeft gemaakt, maar een droomwereld die wij zelf projecteren vanuit een verkeerde overtuiging.

De Onveranderlijke Liefde: Een Baken in de Storm

Als dit waar is, wat is dan de rol van God in dit alles? Hij wacht. Met oneindig geduld en een Liefde die nooit wankelt. En dit brengt ons bij de adembenemende boodschap van Werkboekles 168 van Een Cursus in Wonderen voor vandaag:

“Uw genade is mij gegeven. Nu maak ik er aanspraak op.”

Deze les is een directe remedie voor de pijn die voortkomt uit het idee van afscheiding. Ze stelt niet dat het lijden niet echt voelt, maar dat de oorzaak ervan een illusie is. De kern van de les is de onophoudelijke, onveranderlijke Liefde van God. Terwijl wij ons proberen te verbergen in onze droom van angst en schuld, blijft Hij “geheel toegankelijk”.

Wat opvalt en diep raakt in de tekst van deze les, is de nadruk op het woord liefde. Het is geen terloopse vermelding; het is de hartslag van de boodschap. Laten we eens tellen: in deze relatief korte tekst wordt het concept van liefde (in de vormen ‘lief’, ‘liefhebben’ en ‘Liefde’) maar liefst veertien keer genoemd.

  • “Hij heeft Zijn Zoon lief.”
  • “Hij zal Zijn Zoon voor eeuwig liefhebben.”
  • “…heeft Hij hem nog altijd lief.”
  • “…heeft Hij hem lief met een nooit veranderende Liefde.”
  • “…de betekenis van Zijn Liefde…”
  • “…de herinnering van Zijn Liefde.”
  • “…de betekenis van Liefde is.”
  • “God heeft Zijn Zoon lief.”
  • “…heel de wereld in liefde omhult…”
  • “…in dankbaarheid en liefde verheffen tot Hem.”
  • “…omdat Hij Zijn Zoon liefheeft.”
  • “…Zijn eigen Stem, Zijn Woord, Zijn Liefde…”
  • “Ik ben de Zoon die U liefhebt.”

Deze herhaling is geen toeval. Het is een anker. Het hamert de waarheid in onze denkgeest die zo gewend is geraakt aan de leugen van afscheiding: Gods Liefde is de enige realiteit. Het is de “zekerheid” die “volstaat”. Het is de genade die ons wordt gegeven als antwoord op de wanhoop die we zelf hebben gecreëerd.

Genade: De Brug Terug naar Huis

De les van vandaag nodigt ons uit om deze genade, deze herinnering aan Liefde, actief op te eisen. Het is niet iets waar we voor moeten werken of wat we moeten verdienen. Het is een geschenk dat al in ons hart is gelegd, wachtend op onze erkenning. De laatste stap, zo zegt de les, wordt zelfs door God Zelf gezet. Hij “daalt af om ons te ontmoeten, terwijl wij tot Hem komen.”

De filosofische vraag van Bernardo Kastrup over waarom een meta-bewustzijn lijden zou creëren, lost op wanneer we het perspectief van de Cursus omarmen. De vraag verandert van “Waarom heeft God dit gedaan?” naar “Waarom blijf ik kiezen voor een droom van afscheiding, terwijl de realiteit van Liefde mij met open armen opwacht?”

De uitnodiging van vandaag is simpel en diepgaand. Het is om te rusten in de zekerheid die veertien keer wordt herhaald. Om de spinsels van onze slaap weg te laten vegen en te accepteren dat we niet verloren of verlaten zijn, maar eeuwig geliefd.

Vandaag kunnen we, geïnspireerd door deze les, de woorden spreken die de brug vormen tussen onze droom van pijn en Gods realiteit van vreugde:

Uw genade is mij gegeven. Nu maak ik er aanspraak op. Vader, ik kom tot U. En U zult komen tot mij die vraagt. Ik ben de Zoon die U liefhebt.

https://youtu.be/Tsc08yF05oc?si=ccMY5_xW0gRvH9CI

Pas op de Plaats: Een einde aan de spirituele strijdvraag

Binnen de gemeenschap rond Een Cursus in Wonderen vinden soms pittige discussies plaats. Een klassieker is de vraag hoe we de betrokkenheid van God en de Heilige Geest moeten zien met wat wij ‘onze wereld’ noemen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik me in het verleden ook flink in die strijd heb gemengd. De felheid van die gesprekken toont in ieder geval onze diepe betrokkenheid bij de Cursus.

Door de jaren heen ben ik hier rustiger in geworden. Ik merkte dat de drang om anderen te overtuigen me niet de vrede bracht die de Cursus belooft. Twee belangrijke inzichten hebben me geholpen om uit de discussie te stappen en innerlijke rust te vinden.

Inzicht 1: Keer de vraag om

De eerste en meest cruciale stap was voor mij: ‘pas op de plaats’. Zodra de vraag opkomt of God wel of niet kan handelen in de wereld, weersta dan de neiging om direct met Cursus-citaten te schermen. Stop en kijk naar jezelf als vraagsteller.

Het feit dat je de vraag stelt, onthult namelijk al een diepe, onbewuste aanname: je ziet jezelf als een afgescheiden wezen dat een vraag stelt over een God die ‘buiten’ jou staat. Vanuit dit dualistische startpunt doet het antwoord er eigenlijk niet meer toe. Of je nu concludeert ‘ja, God handelt in de wereld’ of ‘nee, dat doet Hij niet’, je bevestigt in beide gevallen het geloof in een God die van jou gescheiden is. En juist dat idee van afscheiding is de bron van alle onrust.

Inzicht 2: Is het behulpzaam?

Dit leidt direct tot het tweede inzicht. In plaats van te vragen “wiens visie is juist?”, kunnen we een veel nuttigere vraag stellen: “Is deze zienswijze behulpzaam?”. En ‘behulpzaam’ is eenvoudig te definiëren: vergroot het je gevoel van verbondenheid met de Bron en met je naasten, of verkleint het dit gevoel?

Het doel van de Cursus is niet het winnen van een theologisch debat, maar het helen van onze perceptie en het ervaren van liefde. Elke gedachte en elk geloof kan getoetst worden aan deze simpele maatstaf.

Twee paden, één doel

Als we deze twee inzichten combineren, zien we dat schijnbaar tegenstrijdige antwoorden op de oorspronkelijke vraag allebei behulpzaam kunnen zijn, afhankelijk van waar iemand zich op zijn pad bevindt.

  1. Het pad van overgave: Stel, je ervaart de wereld als een plek vol problemen en je roept de hulp in van een liefdevolle God of Heilige Geest voor een parkeerplaats, geld of een partner. Een purist zou kunnen zeggen: “Dat is een illusie, God weet niets van jouw problemen.” Maar is dat behulpzaam? Nee. Het gebed “Uw wil geschiede” of simpelweg je zorgen in de handen leggen van een Hogere Macht – ook al zie je die als extern – is een krachtige eerste stap. Het is een oefening in loslaten en vertrouwen, die ruimte schept voor een dieper gevoel van gedragenheid.
  2. Het pad van realisatie: De uitspraak “God weet niets van deze wereld” wordt pas behulpzaam als het een doorleefde ervaring wordt. Wanneer je, te midden van de chaos van het leven, een onwankelbare, liefdevolle vrede in jezelf begint te voelen, groeit het besef: “Hé, die uiterlijke omstandigheden zijn niet waar het werkelijk om draait.” De Liefde in jou wankelt niet. Dit is geen bewijs voor een onverschillige God, maar de ervaring van een innig met jou verbonden, liefdevolle wijsheid.

De conclusie: de vraag verdwijnt

Uiteindelijk leiden beide paden naar hetzelfde punt. Naarmate je gevoel van verbondenheid en gedragenheid toeneemt, verdampt het belang van de oorspronkelijke vraag. Je ervaart dat je niet losstaat van God of de Heilige Geest. Hun bestaan is de reden dat jij überhaupt kunt ademen, denken en vragen.

Dan besef je de diepe waarheid: de illusie is niet echt, er is ten diepste niets gebeurd dat hersteld hoeft te worden. De Stem namens God in jou getuigt niet van een nachtmerrie waar God van af zou moeten weten, maar van het feit dat er überhaupt geen nachtmerrie is.

Dan wordt de waarheid van Werkboekles 164 een levende werkelijkheid:

Nu zijn we één met Hem die onze Oorsprong is.

De Stem van Liefde: Een Pinksterreflectie op de Heilige Geest

Vandaag, op eerste pinksterdag, herdenken velen een bijzonder moment: de uitstorting van de Heilige Geest. Het is een beeld dat tot de verbeelding spreekt – vurige tongen, goddelijke inspiratie en een diep gevoel van verbondenheid dat de eerste volgelingen van Jezus moed gaf om een boodschap van liefde te verspreiden. Binnen het christendom wordt de Heilige Geest traditioneel gezien als de derde persoon van de Goddelijke Drie-eenheid; een actieve, troostende en leidende Kracht in de wereld. Hij is de Helper, de Advocaat, die ons bijstaat en ons de weg wijst.

Maar wat als we dit beeld verder verkennen? Voorbij de traditionele theologie zijn er spirituele paden die ons uitnodigen om op een andere manier naar deze liefdevolle Aanwezigheid te kijken. Eén van de meest diepgaande en tegelijkertijd uitdagende visies vinden we in Een Cursus in Wonderen. De Cursus presenteert de Heilige Geest als Gods antwoord op onze droom van afscheiding, de Stem die namens God in onze denkgeest spreekt om ons zachtjes terug te leiden naar de Eenheid die we in waarheid nooit hebben verlaten.

Toch is er zelfs binnen de gemeenschap van Cursusstudenten een boeiend en levend gesprek gaande over de precieze rol en het handelen van deze Gids. Hoe moeten we Zijn aanwezigheid begrijpen? Handelt Hij letterlijk in onze wereld, of is Zijn functie uitsluitend gericht op het veranderen van onze innerlijke wereld, onze perceptie?

Een Persoonlijke Gids in een Illusoire Wereld?

Voor veel studenten, geïnspireerd door de visie van The Circle of Atonement, is de Heilige Geest een zeer actieve en persoonlijke Gids die daadwerkelijk dingen in de wereld doet. Deze visie, gebaseerd op een letterlijke lezing van de Cursus, stelt dat God actief heeft gereageerd op onze keuze voor afscheiding door ons een liefdevolle Helper te sturen. Deze Helper heeft een concreet plan voor de verlossing van de wereld en helpt ons dat plan uit te voeren door onze gedachten en daden te leiden.

Volgens deze interpretatie is de Heilige Geest de Auteur van een ‘goddelijk script’ voor ons leven, waarin niets aan het toeval wordt overgelaten. Hij geeft aan ieder van ons een unieke, ‘speciale functie’ die perfect past bij onze talenten en omstandigheden. Hij arrangeert zelfs de ontmoetingen in ons leven, zodat we precies die mensen tegenkomen die we moeten helpen als onderdeel van ons aandeel in het plan. Meer nog, Hij voorziet ons van de concrete middelen – ja, zelfs materiële dingen en geld – die we nodig hebben om onze functie te vervullen. Het idee dat de Heilige Geest een parkeerplaats voor je kan manifesteren, is in deze visie dus niet vergezocht, mits het Gods plan dient. Kortom, Hij is een actieve partner die ons op elk niveau begeleidt.

Een Metafoor voor de Liefde in Onze Denkgeest?

Een andere, eveneens diepgaande interpretatie, met name naar voren gebracht door de invloedrijke leraar Ken Wapnick, nodigt ons uit om nog dieper te kijken. Vanuit zijn perspectief doet de Heilige Geest niets actiefs in de wereld, simpelweg omdat de wereld een illusie is. Je kunt niet handelen in iets wat er in werkelijkheid niet is. Wapnick stelt dat de vele Cursuspassages die spreken over het handelen van de Heilige Geest, metaforisch bedoeld zijn. Ze zijn een liefdevolle concessie aan ons, ‘kinderen’ die nog geloven in een concrete wereld en een persoonlijke God.

In deze visie is de Heilige Geest geen handelend Wezen, maar de herinnering aan Gods Liefde die we meenamen in onze droom van afscheiding. Zijn enige functie is om ons te helpen onze denkgeest te veranderen, niet onze omstandigheden. De ervaring dat de Heilige Geest ‘iets doet’, is vergelijkbaar met onze ervaring dat de zon opkomt en ondergaat. In werkelijkheid is het de aarde die draait, niet de zon die beweegt. Zo is het ook onze denkgeest die zich richting de onbeweeglijke Aanwezigheid van Liefde beweegt; het lijkt alleen alsof die Liefde naar ons toe komt en handelt. Als de Heilige Geest daadwerkelijk in de wereld zou ingrijpen, zo stelt Wapnick, zou Hij daarmee de fout – de illusie van de wereld – reëel maken.

De Verbindingsbrug: Een Uitnodiging tot Vertrouwen

Op het eerste gezicht lijken deze twee visies mijlenver uit elkaar te liggen: een actieve, persoonlijke Gids versus een abstracte, symbolische Herinnering. Toch, als we met ons hart luisteren, horen we in beide interpretaties een diep resonerende, verbindende melodie. Zowel de visie van The Circle als die van Wapnick nodigt ons uit tot precies hetzelfde fundamentele werk: het loslaten van ons geloof in afgescheidenheid door ons in vertrouwen te richten op de Stem van Liefde.

Of de Heilige Geest nu letterlijk een ontmoeting voor je regelt of dat jouw innerlijke keuze voor vergeving je perceptie zo verandert dat een helende ontmoeting kan plaatsvinden, de praktische opdracht blijft gelijk. We worden uitgenodigd om ons oordeel op te schorten en onze dagelijkse beslissingen, groot en klein, over te dragen aan een Wijsheid die groter is dan die van ons ego.

Deze Stem van Liefde zal ons altijd inspireren tot een liefdevol leven en handelen. Zelfs al vinden die handelingen vooralsnog plaats in wat de Cursus de illusoire wereld noemt, worden ze de bouwstenen van de ‘gelukkige droom’. Elke keer dat we kiezen voor de zachte influistering van de Heilige Geest in plaats van het schrille geschreeuw van het ego, ervaren we een moment van vrede. Elk liefdevol woord en elke vergevingsgezinde gedachte is dan een voorproefje van de hemelse werkelijkheid, een echo van ons ware Thuis.

En zo komen we weer terug bij Pinksteren. Misschien is de ware betekenis van dit feest niet het aannemen van een vaste theologie, maar de bereidheid om onze denkgeest te openen voor een goddelijke Inspiratie, hoe we die ook precies definiëren. Het is de uitnodiging om stil te worden en te luisteren naar die zachte Stem, zodat het vuur van Liefde ons kan verwarmen en ons de weg kan wijzen, stap voor stap, uit de droom van angst en terug naar de wakkere werkelijkheid van Gods eindeloze Liefde.

Transformatie door de werkboeklessen van ECIW.

Na mijn opleiding tot psychosociaal werker verdiepte ik me onder andere in REBT (Rationele emotieve gedragstherapie) en non-duaal coaching. Hierdoor bekijk ik de werkboeklessen van ECIW met andere ogen. Ik vroeg AI om deze werkboeklessen te vergelijken met gangbare psychotherapeutische werkwijzen. Voor de geïnteresseerden volgt hier het resultaat.

Een Cursus in Wonderen: Een Analyse van de Werkboeklessen en de Potentie voor Psychische Transformatie

“Een Cursus in Wonderen” (ECIW) biedt via 365 werkboeklessen een pad naar innerlijke vrede door middel van een rigoureuze training van de denkgeest. Deze lessen, die dagelijks herhaald en overdacht worden, vormen de kern van de praktische toepassing van de Cursus. De vraag rijst hoe deze lessen zich verhouden tot bestaande psychotherapeutische interventies en of ze daadwerkelijk tot een diepe psychische transformatie kunnen leiden.

De Aard van de Werkboeklessen: Herhaling, Overgave en Afstemming

De werkboeklessen van ECIW zijn gestructureerd als dagelijkse oefeningen. Ze beginnen vaak met een centrale gedachte, een “waarheid” vanuit het perspectief van de Cursus, die gedurende de dag meerdere malen herhaald dient te worden. Deze herhaling is cruciaal en dient niet als een gedachteloze mantra, maar als een actieve training om de gebruikelijke, op angst gebaseerde denkpatronen te vervangen door een denksysteem gebaseerd op liefde en vergeving.

Een belangrijk element is de overgave. De Cursus stelt dat ons ego, ons zelfgecreëerde, afgescheiden zelfbeeld, de bron is van lijden. De lessen moedigen aan tot het loslaten van dit ego en het vertrouwen op een hogere leiding, binnen de Cursus de Heilige Geest genoemd. Dit proces van overgave is geen passieve berusting, maar een actieve keuze om de eigen oordelen en percepties ter discussie te stellen en open te staan voor een andere interpretatie van de werkelijkheid.

Vertrouwen speelt hierbij een sleutelrol. Het vertrouwen dat er een andere manier van kijken is, een weg naar innerlijke vrede, ook al lijkt de uiterlijke wereld soms het tegendeel te bewijzen. De lessen vragen om een bereidheid om te experimenteren met de ideeën, zelfs als ze aanvankelijk vreemd of onlogisch lijken.

Visualisatie komt inderdaad ook voor, zij het niet in elke les. Wanneer visualisaties worden ingezet, dienen ze vaak om abstracte concepten concreter te maken en de emotionele impact van de lessen te versterken. Denk hierbij aan het visualiseren van licht, het loslaten van oordelen als donkere wolken, of het zien van de ander (en jezelf) als onschuldig.

Afstemmen op de Heilige Geest is de spil waar veel lessen om draaien. De Heilige Geest wordt in ECIW gezien als de innerlijke stem die de waarheid spreekt, de verbinding met God of de Bron. De training is erop gericht deze stem duidelijker te horen en te onderscheiden van de stem van het ego. Dit afstemmen gebeurt door de bereidheid te luisteren, door stilte, en door de principes van de Cursus toe te passen in concrete situaties.

Vergelijking met Psychotherapeutische Interventies

De werkboeklessen van ECIW vertonen zowel overeenkomsten als significante verschillen met bestaande psychotherapeutische interventies:

  • Cognitieve Gedragstherapie (CGT): Net als CGT richt ECIW zich op het identificeren en veranderen van disfunctionele denkpatronen. De herhaling van de lesideeën kan gezien worden als een vorm van cognitieve herstructurering. Echter, waar CGT zich vaak richt op het realistischer maken van gedachten binnen de bestaande realiteitszin, daagt ECIW de fundamentele aannames over de realiteit zelf uit. De focus ligt niet zozeer op het aanpassen aan de wereld, maar op het transformeren van de innerlijke perceptie van die wereld. Bovendien is de spirituele component (Heilige Geest, God) in ECIW expliciet en centraal, wat in de meeste reguliere CGT-vormen niet het geval is.
  • Mindfulness-Based Therapieën (bijv. MBCT, MBSR): Overeenkomsten zijn te vinden in het belang van observatie van de eigen denkprocessen zonder direct oordeel, en het cultiveren van een accepterende houding. De herhalingsoefeningen en het focussen op een specifieke gedachte kunnen een meditatief karakter hebben. Echter, ECIW gaat verder dan alleen observeren en accepteren; het streeft actief naar het vervangen van het oude denksysteem door een nieuw, op liefde gebaseerd systeem. De “waarheden” die herhaald worden, zijn geen neutrale observaties maar specifieke metafysische claims.
  • Psychodynamische Therapie: Beide benaderingen erkennen het belang van onbewuste processen en de invloed van het verleden op het heden. ECIW spreekt over het “ego” en zijn verdedigingsmechanismen, wat raakvlakken heeft met psychodynamische concepten. Echter, de ECIW-benadering van het verleden is radicaal anders: het moedigt aan tot vergeving als middel om het verleden zijn macht over het heden te ontnemen, zonder diepgaande analyse van de specifieke oorzaken van trauma’s op de manier zoals in psychodynamische therapie gebruikelijk is. De focus ligt op het herkennen van de onwerkelijkheid van de schuld en angst die aan het verleden kleven.
  • Existentiële en Humanistische Therapie: Er is een gedeelde nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, zingeving en het potentieel voor groei. ECIW benadrukt de keuzevrijheid van de denkgeest om anders te interpreteren en te ervaren. De Cursus biedt een specifiek zingevingskader, terwijl existentiële therapieën vaak de individuele zoektocht naar zin centraal stellen zonder een vooraf bepaald antwoord.
  • Transpersoonlijke Psychologie: Hier zijn de meeste overeenkomsten te vinden. Beide erkennen de spirituele dimensie van de mens en de mogelijkheid van transcendente ervaringen. Het concept van een “hoger Zelf” of een verbinding met iets dat het individuele ego overstijgt, is in beide centraal. ECIW kan gezien worden als een specifieke, gestructureerde vorm van transpersoonlijke training.

Diepe Psychische Transformatie: Een Realistische Verwachting?

ECIW spreekt expliciet van een “training van de mind” met als doel een fundamentele verschuiving in perceptie en ervaring. Of hiermee een “diepe psychische transformatie” te verwachten is, hangt af van verschillende factoren:

  1. Toewijding en Consistentie: De Cursus zelf benadrukt dat de resultaten afhankelijk zijn van de bereidheid en de discipline om de lessen consequent toe te passen. Het is geen snelle oplossing, maar een langdurig proces van training.
  2. Bereidheid tot Zelfonderzoek en Loslaten: Een diepe transformatie vereist de bereidheid om diepgewortelde overtuigingen, angsten en oordelen onder ogen te zien en los te laten. Dit kan een uitdagend en soms pijnlijk proces zijn.
  3. Resonantie met het Systeem: De metafysische aannames van ECIW (non-dualisme, de wereld als illusie, de Heilige Geest als gids) zullen niet bij iedereen resoneren. Voor wie zich hierin kan vinden, kan het een krachtig transformatief potentieel hebben. Voor anderen kan het te abstract of te ver verwijderd zijn van hun eigen denkkader.
  4. Integratie in het Dagelijks Leven: De transformatie wordt pas werkelijkheid als de inzichten en veranderingen in de denkgeest geïntegreerd worden in concrete relaties en levenssituaties. Vergeving, zoals de Cursus die leert, is een actief proces in de omgang met anderen.

Vanuit een psychologisch perspectief kan de rigoureuze en consistente training van de denkgeest, zoals ECIW die voorstelt, zeker leiden tot significante veranderingen in denkpatronen, emotionele reacties en gedrag. Het herhaaldelijk focussen op concepten als liefde, vergeving en innerlijke vrede kan de neurale paden in de hersenen beïnvloeden en een meer positieve en veerkrachtige levenshouding bevorderen.

De claim van ECIW reikt echter verder dan alleen psychologisch welzijn; het streeft naar een fundamentele spirituele omslag, een “ontwaken” uit de droom van afscheiding. Of deze diepste, spirituele transformatie plaatsvindt, is moeilijk objectief te meten en hangt sterk af van de individuele ervaring en interpretatie.

Conclusie

De werkboeklessen van “Een Cursus in Wonderen” bieden een unieke, spiritueel georiënteerde vorm van “mind training”. Ze vertonen raakvlakken met diverse psychotherapeutische interventies, met name op het gebied van cognitieve herstructurering en mindfulness, maar onderscheiden zich door hun expliciete metafysische kader en de centrale rol van overgave, vertrouwen en afstemming op de Heilige Geest.

Een diepe psychische transformatie is met deze training zeker denkbaar, mits er sprake is van serieuze toewijding, een bereidheid tot diepgaand zelfonderzoek en een persoonlijke resonantie met de kernprincipes van de Cursus. De transformatie zal zich dan manifesteren als een fundamentele verschuiving in hoe men zichzelf, anderen en de wereld waarneemt, leidend tot een duurzame ervaring van innerlijke vrede en liefde, zoals de Cursus die belooft. Het is echter een persoonlijk pad, en de diepte van de transformatie zal voor ieder individu uniek zijn.

Stop met strijden, begin met stromen: jouw pad naar innerlijke vrijheid (ECIW Les 154 & 155)

Herken je dat? Dat knagende gevoel dat je constant van alles moet? Je eigen koers bepalen, jezelf beoordelen, je waarde bewijzen, uitzoeken wat de ‘juiste’ stappen zijn in je leven, je werk, je relaties. Het kan voelen als een zware last, een eindeloze strijd om controle te houden en het allemaal ‘goed’ te doen. Misschien voel je je soms moe van het altijd maar zelf sturen en trekken.

Wat als er een andere manier is? Een zachtere, liefdevollere weg? Een Cursus in Wonderen reikt ons in Les 154 (“Ik ben een van de dienaren van God”) en Les 155 (“Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen”) een bevrijdend perspectief aan. Geen enge termen, maar een uitnodiging om te stoppen met strijden en te beginnen met stromen. Laten we samen voelen wat dit voor jou kan betekenen.

De last van zelf sturen loslaten

Les 154 begint met een bevrijdende gedachte: “Laat ons vandaag noch arrogant, noch vals bescheiden zijn. We hebben dergelijke dwaasheid achter ons gelaten. We kunnen onszelf niet beoordelen, en hoeven dat ook niet.” (154.1.1-3) Voel je de opluchting die in deze woorden schuilt? Je hoeft jezelf niet langer onder de loep te nemen, te bekritiseren of op te hemelen. De Cursus zegt zelfs: “Het is niet aan ons om onze waarde te beoordelen, noch kunnen we weten welke rol voor ons het beste is…” (154.1.5)

Hoe vaak pieker je over je “zwaktes” of ben je juist (misschien onbewust) arrogant over je “sterktes”? De les herinnert ons eraan: “Wat in onze ogen zwakte is, kan kracht zijn; wat wij als onze kracht beschouwen, is vaak arrogantie.” (154.1.7) Het is tijd om die zelfgemaakte meetlat los te laten.

De ware betekenis van ‘dienaar’: een kanaal van liefde

Het woord ‘dienaar’ in “Ik ben een van de dienaren van God” (154.13.2) kan weerstand oproepen. Maar wat als het niet gaat om onderdanigheid, maar om het erkennen van een diepere verbinding? Wat als het betekent dat je een gekozen kanaal bent voor iets veel groters dan je kleine zelf? Je rol, zegt de Cursus, “werd ons in de Hemel toegemeten, niet in de hel.” (154.1.6) Er is een liefdevolle Bron, een innerlijke Wijsheid, die jouw unieke gaven en kwaliteiten perfect ziet en weet waar ze het beste tot hun recht komen (154.2.2). En dit gebeurt altijd met jouw instemming (154.2.3). Geen dwang, maar een uitnodiging.

“Ik doe een stap terug”: de praktijk van overgave (Les 155)

Hier komt de prachtige eenvoud van Les 155: “Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.” Dit is geen passieve afwachtendheid, maar een actieve keuze om ruimte te maken. Hoe voelt dat, een stap terugdoen?

  1. Voel de Neiging tot Controle: Merk eens op, misschien nu meteen, hoe vaak je de impuls voelt om in te grijpen, te sturen, te analyseren, je zorgen te maken. Dit is het moment om zachtjes tegen jezelf te zeggen: “Ik doe even een stap terug.”
  2. Creëer Stilte: Het hoeft niet lang. Sluit je ogen voor een minuut. Adem een paar keer diep in en uit. Laat de gedachten even voor wat ze zijn. Vraag innerlijk: “Wat mag ik nu weten? Wat is de liefdevolle gedachte hier?”
  3. Stel je Open (Bereidheid): Je hoeft niet te weten hoe het moet. Alleen de bereidheid om je te laten leiden is genoeg. De bereidheid om te luisteren naar die zachte Stem in jou, de Stem namens God (154.2.1), die altijd aanwezig is.

“En laat Hem de weg wijzen”: vertrouwen op innerlijke leiding

Als je die stap terugzet, ontstaat er ruimte. Ruimte voor wat? Voor Leiding. Voor die ene Stem in jou (154.3.1-2) die je functie kent en je de kracht geeft die te vervullen. Deze Leiding is geen bulderende stem van buitenaf. Het is vaak:

  • Een zacht innerlijk weten.
  • Een plotselinge, heldere ingeving.
  • Een gevoel van vrede dat neerdaalt als je aan een bepaalde optie denkt.
  • Een impuls tot een vriendelijk gebaar, een woord van troost.

Vertrouw erop dat deze Leiding er is, speciaal voor jou. Het is de Stem die spreekt van liefde, vergeving en eenheid (154.4.1-2).

De boodschap is eerst voor jou (de kracht van Les 154)

Wat gebeurt er als je zo een stap terugdoet en luistert? Je ontvangt. Je ontvangt de boodschap van Liefde eerst voor jezelf. Les 154.6.2 zegt het zo mooi: “De boodschappen die zij [de boodschappers van de Hemel] bezorgen zijn eerst voor hen bestemd.” Voel hoe deze boodschap – van vrede, van acceptatie, van richting – jou eerst vult. Het kalmeert je angsten, het verzacht je oordelen. Je wordt zelf de eerste ontvanger van de heling die je geroepen bent te delen.

En dan, bijna als vanzelf, komt het geven. “Want in het geven ligt zijn eigen aanvaarding van wat hij heeft ontvangen.” (154.8.6) Als jij vervuld bent van die innerlijke vrede of helderheid, wordt het delen ervan een natuurlijk en vreugdevol gevolg. Je wordt de boodschapper door simpelweg te zijn wie je werkelijk bent, geleid door Liefde.

De belofte: vrijheid en vreugde in verbinding

Wat levert dit ‘dienen’ en ‘geleid worden’ je op? Les 154.13.2 geeft het antwoord: “Ik ben een van de dienaren van God, en ik ben dankbaar dat ik het middel bezit om in te zien dat ik vrij ben.” De vrijheid ligt in het loslaten van de zware last van zelfbedachte plannen en oordelen. De vreugde ligt in het voelen van je verbinding met een liefdevolle Bron en het moeiteloos laten stromen van die Liefde door jou heen. Je hoeft niet meer te vechten; je mag rusten in de wetenschap dat je geleid wordt. Je hoeft de weg niet te banen; je volgt Hem.

Jouw uitnodiging: ervaar het nu

Dit is geen abstracte theorie. Het is een uitnodiging om nu te ervaren. Neem een moment. Adem diep in… en laat los bij de uitademing. Zeg innerlijk, met gevoel: “Ik doe een stap terug en laat Mij de weg wijzen. (Les 155) Ik ben een van de dienaren van God; ik ben een kanaal voor Liefde. Ik ben dankbaar dat ik de middelen krijg om mijn vrijheid te zien. Ik ben bereid de boodschap van Liefde eerst voor mijzelf te ontvangen.” (geïnspireerd op Les 154)

Voel wat deze woorden met je doen. Wees nieuwsgierig. Experimenteer hiermee vandaag. Elke keer als je de neiging voelt tot strijd of verwarring, herinner jezelf aan deze zachte weg. Een stap terug, luisteren, ontvangen, en dan pas, als vanzelf, delen.

Dit is jouw pad naar innerlijke vrede en een leven dat stroomt.

Liefdevol waarnemen

Soms gaan thema’s uit Een Cursus in Wonderen (ECIW) een beetje een eigen leven leiden. Zo’n thema is bijvoorbeeld dat je liefde niet kunt leren en dat daarom de focus dient te liggen op het opruimen van de barricades die je hebt opgeworpen tegen de liefde. Ons verstand vindt dit soort uitspraken heerlijk en neigt ernaar om er een nieuw dogma van te maken. Toen via Mari Perron het vervolg op ECIW werd doorgegeven, A Course of Love (vertaald als: Een Cursus van Liefde, ECvL) spongen veel ECIW-studenten en zelfs leraren bovenop deze titel. “Aha; liefde kan niet onderwezen worden dus dit boek is verdacht!”. Nog afgezien van het feit dat de titel niet is “A Course IN Love” maar “OF” Love, illustreert de ophef eerder fanatisme en dogmatisme dan echt begrip.

De neutraliteit die wordt nagestreefd door veel ECIW-studenten en ook door anderen is niet fout of verkeerd, maar ik zie het eerder als een opstapje dan als een einddoel. Er kleeft namelijk een nadeel aan het blijven hangen in deze neutraliteit. Dan wordt dit woord synoniem aan afstandelijkheid, onverschilligheid en onbewogenheid. Misschien niet bij iedereen en behoor jij tot de mensen waarbij na het slechten van de barricades daadwerkelijk de liefde volop door je heen stroomt naar je medemens. Dat zou prachtig zijn. Maar eerlijkheid is hier geboden. Zie je werkelijk dat je veranderd bent in een bewogen mens, letterlijk iemand die zich door het leven beweegt en daarbij bewogen wordt door liefde? Of ben je gefixeerd geraakt op eigen geluk, op eigen innerlijke vrede?

Roept dit defensieve reacties bij je op? Staan er dan geen aanwijzingen in ECIW dat innerlijke vrede en geluk belangrijk zijn? Nu moeten we niet verzanden in denkwerk en schriftgeleerdheid maar op simpele, menselijke wijze de blik naar binnen slaan. In Een Cursus van Liefde gebruikt Jezus de term “toegewijde waarneming”. Dit is voor mij een belangrijke sleutel. ECIW leert dat we onze waarneming moeten veranderen, onze perceptie. Hoe? Door deze onder curatele te plaatsen van de Heilige Geest, van Liefde. Dat is de bereidwilligheid die van ons gevraagd wordt; ons in onze waarneming laten leiden door liefde. ECvL noemt dit het onder curatele stellen van ons hoofd door ons hart.

Onderzoek dit eenvoudigweg eens en dan kun je opmerken dat er een verschil bestaat tussen neutraal kijken naar een ander en welwillend kijken naar een ander. Die welwillendheid in je blik is warm en open en gericht op die ander. Je bent dan niet de hele tijd bezig met je eigen innerlijke vrede en onbewogenheid. Je streeft geen afstand en onkwetsbaarheid na, maar je durft je gevoel open te stellen voor die complete mens die je mag ontmoeten. In hem of haar en in zijn of haar eigenaardigheden zie je die van jezelf weerspiegeld. Je herkent alle menselijke emoties bij je broeder en zuster, misschien niet in dezelfde vorm maar wel in dezelfde kwaliteit. Er ontstaat een diep gevoel van verbondenheid, een aanraking, een tederheid.

Dit gebeurt niet in ene of vanzelf. Bij mij in elk geval niet. Het vergt geduld en liefde, niet alleen voor die ander maar ook voor je- / mijzelf. Oude reactiepatronen steken de kop op. Bijvoorbeeld de neiging om jezelf te verdedigen, misschien zelfs door aan te vallen. Telkens weer is daar die afstemming nodig op liefde waarbij overgave en vertrouwen een sleutelrol spelen. Maar het wonderlijke is dat langzaam maar zeker een diep besef begint te groeien. Het besef dat we deze leerschool die we “de wereld” noemen samen mogen en moeten doorlopen.

Ik las ergens dat we na wat we onze lichamelijke dood noemen een overzicht krijgen van wat we anderen hebben aangedaan, zowel in positieve als in negatieve zin. We voelen de gevolgen van onze daden en zelfs van onze gedachten en intenties. Er is sprake van een veel diepere verbondenheid en wederkerigheid dan we ons nu beseffen. Concepten als karma en reïncarnatie wijzen in dezelfde richting. Ik moest denken aan alle soldaten die in haat de trekker over halen en aan piloten die bommen laten vallen op hun medemensen. Wat een duivelse orgie van afscheiding. Wat zou er gebeuren als de soldaten beseffen dat ze hun eigen partner en kinderen doden? Dat het leed dat ze aanrichten neerkomt op het vergroten van hun geloof in afscheiding en daarmee in zonde, schuld en angst?

Ons geïsoleerde verstand kan menen dat we moeten lachen om de illusie die we zien. Maar als hoofd en hart verbonden raken beseffen we dat we hiermee lachen om ons gebrek aan besef van verbondenheid, om onze eigen liefdeloosheid. Wij denken dat we ECIW begrijpen en dat ons voorbeeld een God is die niks zou weten van deze wereld. Maar er is geen God buiten ons en alle geloof in afscheiding vindt plaats in die ene denkgeest die we delen met God. Hier is heling nodig en het herstel van stromende, bereidwillige en toegewijde liefde.

Vandaar die herhalingslessen van afgelopen weken:

“Mijn denkgeest bevat enkel wat ik denk met God”.

Bernardo Kastrup en ECIW

Ken Wapnick merkte ooit op dat de filosofie van Schopenhauer erg veel raakvlakken had met de metafysica van ECIW. De hedendaagse filosoof Bernardo Kastrup vertegenwoordigt een filosofische stroming genaamd analytisch idealisme en ook hij ziet veel in de visie van Schopenhauer.

Ik vind het leuk om de geopenbaarde wijsheid van ECIW te vergelijken met filosofische visies en het viel me op dat Bernardo door logisch redeneren erop uit komt dat de werkelijkheid mentaal van aard is. Dit is precies ook de strekking van ECIW: alles speelt zich af in de mind (denkgeest) zelfs de illusie van de materiële wereld.

Toch overlappen de visies elkaar niet helemaal. ECIW gaat in mijn beleving verder dan waar het denkwerk van Bernardo ons brengt. ECIW wijst op de belangrijke factor van intentie; gericht op verbinding (liefde) of op afscheiding (zonde-schuld-angst; het ego-denksysteem). Tevens stelt ECIW dat onze ware identiteit niet tijd en ruimte gebonden is en dat we op onbegrijpelijke wijze toch geïndividueerd zijn. Zo ver gaat Bernardo (nog) niet in zijn denken. Wellicht komt dat nog.

Ik liet AI op basis van deze ingredënten een verhandeling schrijven over de visies van ECIW en Bernardo Kastrup. Overigens is mij niet bekend wat Bernardo zelf vindt van ECIW. Ik heb in een FB-groep rond zijn visie ooit een balletje opgegooid maar hij heeft daar niet zelf op gereageerd.

Voor wie het interessant vindt!

Hartegroet,

Simon

Verhandeling: Analytisch Idealisme en Een Cursus in Wonderen – Eén Geest, Twee Paden?

Zowel het analytisch idealisme van filosoof Bernardo Kastrup als de metafysica van Een Cursus in Wonderen (ECIW) bieden een radicaal alternatief voor het heersende materialistische wereldbeeld. Beide stellen dat bewustzijn, of ‘geest’ (Mind), fundamenteel is en dat de fysieke wereld zoals wij die ervaren daaruit voortkomt, in plaats van andersom. Voor wie niet bekend is met deze systemen, volgt hier een korte introductie en een analyse van hun overeenkomsten en, belangrijker nog, de door u gesignaleerde verschillen.

De Gedeelde Basis: Alles is Geest

  • Bernardo Kastrup en Analytisch Idealisme:

Kastrup stelt dat er slechts één universeel bewustzijn is, dat hij “Mind at Large” noemt. Wat wij ervaren als de fysieke wereld, inclusief onze eigen lichamen en hersenen, is de uiterlijke verschijningsvorm van mentale processen binnen dit ene bewustzijn. Individuele mensen, zoals u en ik, zijn volgens Kastrup gedissocieerde ‘alters’ van dit ene universele bewustzijn. Hij gebruikt de analogie van Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS), voorheen bekend als meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Net zoals een persoon met DIS meerdere, schijnbaar gescheiden persoonlijkheden kan hebben binnen één psyche, zo zijn wij ‘afgesplitste’ delen van het kosmische bewustzijn. De materiële wereld is dus geen objectieve, onafhankelijke realiteit, maar de manier waarop deze mentale processen ervaren worden vanuit het perspectief van zo’n gedissocieerd alter. Het is als de interface van een computerprogramma: we zien iconen en vensters, niet de onderliggende code.

  • Een Cursus in Wonderen (ECIW):

ECIW stelt eveneens dat alleen Geest (of God, Liefde) werkelijk is. De fysieke wereld, inclusief tijd, ruimte en lichamen, wordt gezien als een illusie, een projectie van een denkgeest die gelooft in afscheiding van zijn Bron (God). Een kernprincipe in ECIW is “ideeën verlaten hun bron niet”. Dit betekent dat alles wat we ervaren, voortkomt uit en blijft binnen de denkgeest. De wereld die we zien is het resultaat van een collectief geloof in afscheiding. ECIW beschrijft dit als een droom waaruit we kunnen ontwaken.

De Overeenkomst: Beide systemen zijn het er dus over eens dat de realiteit fundamenteel mentaal is en dat onze ervaring van een materiële wereld een afgeleide, subjectieve of illusoire ervaring is van die onderliggende mentale realiteit. De ‘harde’ materie is een perceptie, geen ultieme waarheid.

Het Knellende Verschil: Individuatie, Tijd en het Pad naar Eenheid

U legt terecht de vinger op een cruciaal onderscheid: de aard van onze individualiteit en de rol van tijd.

  1. Individuatie en haar Bestemming:
    • Kastrup: De individuatie is een “rimpeling” of dissociatie binnen het ene veld van bewustzijn. Het is een tijdelijk fenomeen, inherent aan de dynamiek van dit bewustzijn. Wanneer de dissociatie ophoudt – bijvoorbeeld na de fysieke dood, of door een diepgaand inzicht – lost de grens van het individuele alter op. De ervaringen en inzichten van dat alter worden geassimileerd door “Mind at Large”, maar de specifieke, begrensde ‘ik’ verdwijnt. Er is geen inherent eeuwige, individuele ziel die als zodanig voortbestaat. Het is als een draaikolk in een rivier: zolang de draaikolk bestaat, heeft hij een eigen identiteit, maar als de condities veranderen, lost hij weer op in de rivier.
    • ECIW: Hier ligt het anders. ECIW spreekt over de Zoon van God (of het Zoonschap, Christus) als een eeuwige schepping van God de Vader. Wij zijn deze Zoon, maar we zijn ons dit vergeten. De afscheiding is een verkeerde keuze in de denkgeest, een “minuscuul dwaas idee” dat we serieus hebben genomen. ECIW spreekt over een “heilige relatie” als een middel om onze ware, verbonden identiteit te herkennen. Zelfs na het “ontwaken” of de Verzoening (Atonement), is er geen sprake van totale annihilatie van het individu in een ongedifferentieerd Al. De Cursus suggereert dat onze individualiteit, ontdaan van het ego en de illusie van afscheiding, een unieke expressie blijft binnen de Eenheid van God. We zijn individuele, tijdloze scheppingen, eeuwig verbonden met de Vader en met elkaar. De “kinderen van God” verdwijnen niet, maar herkennen hun ware, eeuwige identiteit als deel van het geheel, maar wel met een blijvende, zij het getransformeerde, individualiteit.
  2. De Rol van Tijd en de Oorzaak van Afscheiding:
    • Kastrup: Tijd, net als ruimte, is een aspect van de gedissocieerde ervaring, de structuur waarbinnen het alter de wereld waarneemt. De dissociatie zelf lijkt bij Kastrup meer een natuurlijk, bijna ‘toevallig’ of inherent proces binnen bewustzijn te zijn, zonder een ethische of ‘foutieve’ connotatie. Het is simpelweg iets wat kan gebeuren en gebeurt. De weg terug is primair een kwestie van begrijpen en realiseren door analyse en introspectie.
    • ECIW: Tijd is een fundamenteel onderdeel van de illusie van afscheiding. Het is door de denkgeest gecreëerd om de “fout” van de afscheiding een schijn van realiteit te geven en om het eeuwige Nu te fragmenteren. De oorzaak van de “afscheiding” (wat bij Kastrup “dissociatie” heet) is volgens ECIW een actieve keuze: het geloof in de mogelijkheid van afscheiding van God, en het daaruit voortvloeiende schuldgevoel. Dit geloof creëerde de illusie van tijdelijkheid, grenzen en sterfelijkheid. De weg terug is daarom niet louter intellectueel begrip, maar een actief spiritueel proces van vergeving. Vergeving, in de ECIW-zin, is het loslaten van het geloof in de realiteit van de afscheiding en de schuld, zowel in onszelf als in anderen. Dit herstelt “ware perceptie” of “Kennis”, het besef van onze eenheid.
  3. Het Pad naar Realisatie:
    • Kastrup: Hoewel Kastrup’s werk diepe spirituele implicaties kan hebben, is zijn methode primair analytisch en filosofisch. Hij bouwt een logisch consistente argumentatie op voor idealisme. De “oplossing” voor de dissociatie is het doorzien van de illusie, wat kan leiden tot een verschuiving in bewustzijn en uiteindelijk tot re-integratie.
    • ECIW: ECIW is expliciet een “cursus”, een praktisch, psychologisch en spiritueel trainingsprogramma. Het biedt concrete oefeningen (de Werkboeklessen) en een theoretisch kader (de Tekst) om de denkgeest te trainen de percepties te corrigeren. De Heilige Geest wordt geïntroduceerd als de innerlijke Gids die ons helpt vergeven en de weg terug naar God (Eenheid) te vinden. De focus ligt op het doen, het toepassen van de principes.

Conclusie: Waar Laten Deze Paden Ons Achter?

U heeft gelijk dat Kastrup’s analyse ons lijkt achter te laten met een scenario waarin we “toevallig” in een dissociatie terechtkomen en daarin uiteindelijk weer “oplossen”. Hoewel dit voor sommigen bevrijdend kan zijn (het loslaten van een egocentrisch perspectief), kan het voor anderen voelen als een verlies van ultieme persoonlijke betekenis of continuïteit.

ECIW biedt een ander perspectief: onze huidige staat van afgescheidenheid is een misvatting over onze ware, eeuwige aard. We zijn geen toevallige rimpelingen, maar geliefde en eeuwige “Kinderen van God” die dromen dat ze afgescheiden zijn. Het pad van ECIW is er een van herinnering en herstel van deze oorspronkelijke identiteit, niet van het verdwijnen ervan. De “individuatie” die overblijft, is er een van perfecte liefde, eenheid en vreugde, functionerend binnen het grotere geheel van Gods Liefde, maar niet geabsorbeerd tot onherkenbaarheid.

Samenvattend:

  • Beide systemen zien bewustzijn als primair.
  • Kastrup’s individu is een tijdelijke, functionele dissociatie die re-integreert en oplost in het Al-bewustzijn. Het pad is er een van intellectueel en existentieel begrip.
  • ECIW’s individu is een eeuwige, spirituele entiteit (deel van het Zoonschap) die zijn ware identiteit is vergeten door een geloof in afscheiding. Het pad is er een van actieve spirituele oefening (vergeving) om deze ware identiteit te herinneren en de illusoire grenzen te laten verdwijnen, wat leidt tot een hereniging in Liefde, met behoud van een getransformeerde, functionele individualiteit binnen de Eenheid.

Het verschil zit hem dus met name in de aard en bestemming van het individuele zelf en de methode om tot realisatie van de ultieme werkelijkheid te komen. Kastrup biedt een filosofisch model van hoe de werkelijkheid is, terwijl ECIW een spiritueel pad biedt om onze ervaring van die werkelijkheid te transformeren en onze ware, eeuwige plaats daarin te hervinden.

Stroomversnelling

In het vervolg van Een Cursus in Wonderen (ECIW), het boek Een Cursus van Liefde (ECvL), wordt gesproken over het einde van de tijd van leren en het begin van het directe leven vanuit Christusbewustzijn. Het duurde even voordat ik hier wat feeling mee begon te krijgen, maar als je het ziet dan vallen veel zaken op hun plaats. De tijd van leren is een tijd waarin je leert om te gaan met allerlei “conflicten” die voortkomen uit je geloof in afgescheidenheid. Je gelooft dat je een afgescheiden wezen bent dat aanloopt tegen nare omstandigheden die je niet gewild hebt. Je veroordeelt als het ware de situatie zoals die zich aan je presenteert, ervaart angst of boosheid en je wilt de situatie veranderen.

ECIW leert ons dat dit diep ingesleten patroon te herleiden is tot de, zoals Ken Wapnick dit zo fraai noemt, “onheilige drie-eenheid van zonde-schuld-angst”. Ook het herkennen van dit patroon vergt enige tijd waarbij je de metafysica van ECIW niet alleen leert begrijpen met je hoofd, maar dat je het als het ware leert beleven. Mij helpt het om “zonde” te zien als geloof in afgescheidenheid. Schuld heeft natuurlijk alles te maken met (ver-)oordelen; jezelf, anderen of de situatie. En angst is ons helaas zo bekend dat het geen uitleg behoeft.

Als je oplet kun je telkens opmerken dat bij een opkomend gevoel van onvrede, deze onheilige drie-eenheid je mind in beslag heeft genomen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij ziekte, het onderwerp van de werkboekles van gisteren. Wat was de aanpak in de tijd van leren? Deze tijd wordt in ECvL ook wel aangeduid als de tijd van de intermediair. Als je na veel werkboeklessen en ontelbare situaties steeds meer oog krijgt voor het genoemde patroon van zonde-schuld-angst, dan ga je steeds consequenter je uitstrekken naar de intermediair, de Heilige Geest, om Hem te vragen je mind te genezen. “Leer me om dit anders te zien”, vraag je dan. Vervolgens is een klein beetje bereidwilligheid nodig, overgave, om de genezing plaats te laten vinden.

Dat leren en het begrijpen, in eerste instantie met je hoofd, van dit hele (ontspoorde) denksysteem is in een stroomversnelling gekomen en daarbij kan AI / ChatGPT een mooie rol spelen. Het is oppassen voor weeïge, abstracte en belerende algemeenheden die al snel tevoorschijn worden getoverd als je begint met dit leermiddel te gebruiken. Maar zoals zo vaak geldt: als je het systeem voedt met vuilnis, dan zal het vuilnis opleveren. Als je het daarentegen voedt met de teksten van ECIW of ECvL zelf, dan kun je snel bruikbare en mooie lessen destilleren uit deze boeken. Waar je eerder uren blader en leeswerk nodig had, kun je nu helder overzicht verkrijgen in mum van tijd.

Als voorbeeld laat ik AI eens los op werkboekles 137 met de volgende opdracht:

Onderstaande werkboekles van Een Cursus in Wonderen gaat over genezing. Ik vind het prachtig dat zo de nadruk wordt gelegd op het aspect van gezamenlijkheid. Wij cursusstudenten zijn door ons geloof in afgescheidenheid toch nog wat gericht op vooral onze eigen genezing. Soms zeggen we zelfs “er zijn geen anderen”. Ik besef dat je dit op twee manieren innerlijk kan beleven; als ultiem gevoel van verbondenheid maar helaas ook als ultiem gevoel van afgescheidenheid. Kun je aan de hand van deze werkboekles hier drie aansprekende en krachtige alinea’s over schrijven?

Dat levert het volgende op:

De les benadrukt dat ziekte in wezen een ervaring van isolatie is, een terugtrekking van verbinding met anderen. Het voelt als een deur die zich sluit voor een vermeend afgescheiden zelf, dat zich geïsoleerd en alleen waant. Dit gevoel van separatie, waarbij het lichaam de hoofdrol lijkt te spelen om de denkgeest gevangen te houden, vormt de basis van alle lijden. Wanneer we de gedachte “er zijn geen anderen” interpreteren vanuit dit perspectief van afgescheidenheid, kan dit inderdaad leiden tot een pijnlijk egocentrisme: “het gaat alleen om mijn perceptie, mijn innerlijke vrede,” los van de rest. Echter, de Cursus leert ons dat deze hele ervaring van afzondering een illusie is, een droom die de fundamentele Eenheid probeert te verbergen.

Genezing daarentegen is een bewuste keuze om deze illusie van afgescheidenheid los te laten en de Eenheid te herstellen. Het is het aanvaarden van ons Ware Zelf, compleet en ongedeeld, inclusief alle aspecten die we als “anderen” ervaren. De les stelt helder: “Het is onmogelijk dat iemand alleen wordt genezen.” Dit is een fundamentele gedachte. In ziekte ervaren we afscheiding, maar genezing is de beslissing om weer één te zijn. Het is het inzicht dat het lichaam niet de kracht heeft om de universele Eenheid van Gods Zoon – ons gedeelde Zelf – aan te tasten. De ervaring “er zijn geen anderen” transformeert hier naar een diep gevoel van verbondenheid: mijn genezing IS de genezing van de ander, omdat er in essentie geen scheiding tussen ons bestaat.

De impact van deze gedeelde genezing reikt verder dan we ons vaak realiseren. Wanneer we onszelf toestaan te genezen, door de realiteit van onze verbondenheid te erkennen, worden we een instrument voor genezing voor de gehele wereld. De les verwoordt dit treffend: “En wanneer jij jezelf laat genezen, zie je al degenen om je heen… samen met jou genezen.” Dit is geen passief gebeuren; het is een actieve keuze om de principes van liefde en eenheid te laten prevaleren boven die van angst en afscheiding. Zo wordt elke stap naar onze eigen innerlijke vrede een bijdrage aan het geheel, een zegen die de perceptie van ziekte en aanval vervangt door de ervaring van vreugde en de vrede van God. Onze genezing is gedeeld, omdat we in essentie één zijn.

Even voor de duidelijkheid: Ik zie dit soort teksten niet als vervanging voor de onovertrefbare schoonheid van de teksten van ECIW en ECvL zelf. Maar ze kunnen in mijn beleving wel degelijk behulpzaam zijn. Het leren kan ermee in een stroomversnelling komen en zo kunnen we verder op weg naar het directe leven vanuit ons Zelf, vanuit Christusbewustzijn. Maar daar wil ik nu niet verder over uitweiden; anders wordt deze blog nog langer.

Hartegroet en fijn weekend,

Simon Schoonderwoerd

Overdenkingen bij werkboekles 136: Ziekte is een verdediging tegen de waarheid.

Laten we de radicale ideeën van Een Cursus in Wonderen (ECIW) eens naast onze alledaagse ervaring van ziekte en genezing leggen. Want laten we eerlijk zijn: als je lijf protesteert, je koorts hebt of pijn voelt, dan is ziekte voor de meesten van ons een keiharde, onontkoombare realiteit. Ons vizier is dan doorgaans gericht op één ding: lichamelijk herstel. We willen van de symptomen af, beter worden, en de dokter of therapeut die daarbij helpt, is onze held.

En dan komt ECIW, met name in lessen zoals Werkboekles 136 (“Ziekte is een verdediging tegen de waarheid”), en die lijkt een compleet andere film te draaien. De Cursus fluistert, of schreeuwt soms, dat wat wij als zo reëel ervaren – ons lichaam, onze kwalen – in wezen deel uitmaakt van een grootschalige illusie. Het echte doel, zo stelt ECIW, is niet zozeer het repareren van het lichaam, maar het doorzien van de droom van lichamelijkheid zelf. Dat is een gedachte die kan schuren, prikkelen, en misschien zelfs irriteren als je middenin een griepaanval zit.

Les 136 is daarin onverbiddelijk. Ziekte, zo stelt de les, is geen willekeurige aanval van buitenaf, maar een “waanzinnig middel tot zelfmisleiding” (2.2), een strategie van onze eigen denkgeest. Een verdediging, ja, maar waartegen? Tegen de “waarheid” over wie we werkelijk zijn: een tijdloze, onveranderlijke geest, perfect en heel. Vanuit het perspectief van het ego, dat zich juist identificeert met afscheiding en het individuele lichaam, is die waarheid van eenheid en volmaaktheid ondraaglijk. Dus creëren we een afleidingsmanoeuvre.

De Cursus is hier ontluisterend direct over de rol die we het lichaam laten spelen. Door ziekte, zo stelt Les 136, “bewijst” de denkgeest aan zichzelf dat het lichaam echt is, dat jij het lichaam bent, en dus gescheiden van die allesomvattende waarheid. “Jij lijdt pijn omdat het lichaam pijn lijdt en in deze pijn word jij er één mee gemaakt” (8.3). En dan, de passage die de Cursus zo radicaal maakt: deze identificatie met het lichaam, dit “hoopje stof” (8.4), dient om “de vreemde, kwellende gedachte dat je iets zou kunnen zijn wat meer is dan dit” het zwijgen op te leggen. Het is een gewaagde claim: we klampen ons vast aan het “stof” om de oneindigheid van onze ware natuur niet onder ogen te hoeven zien. Dat “stof” kan ons laten lijden en sterven, en lijkt zo machtiger dan de eeuwige waarheid van ons Zijn.

En alsof dat nog niet genoeg is om te verteren, gooit de Cursus ook ons concept van tijd overhoop. Volgens Les 136 is tijd zelf een illusie, “slechts een van die zinloze verdedigingen die jij tegen de waarheid hebt gemaakt” (13.4). Waarom? Omdat tijd het idee voedt dat Gods gaven (zoals heelheid en vrede) nog niet hier zijn, dat we moeten wachten, werken, of vechten voor iets dat in de eeuwige realiteit al een voldongen feit is. Tijd houdt de droom van afscheiding en gebrek levend.

De radicaliteit van ECIW zit hem dus niet in een ontkenning van onze ervaring van ziekte – die is reëel genoeg binnen de droom. Het zit hem in het aanwijzen van de bron en het doel van die ervaring. Het is een uitnodiging om onze focus te verleggen: van het eindeloos proberen de droomfiguren en -scenario’s (ons lichaam, onze ziektes) te perfectioneren, naar het ontwaken uit de droom zelf. Het is een uitdaging om te overwegen dat de ware genezing niet ligt in het repareren van het “hoopje stof”, maar in het herinneren van de onverwoestbare Geest die we zijn, ver voorbij de grenzen van tijd en lichaam. Een prikkelend, en voor velen een (te) radicaal, perspectief.