Herdenken en vieren in het licht van één-zijn

4 mei – 5 mei
Gebaseerd op werkboekles 124 van Een Cursus in Wonderen


Laat me mij herinneren dat ik één ben met God,
één met al mijn broeders en mijn Zelf,
in eeuwige heiligheid en vrede.


4 mei – Herdenken met een open hart

We herdenken vandaag de doden. Niet alleen zij die vielen tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ook zij die in onze eigen tijd het slachtoffer zijn van oorlog en geweld — in Gaza, in Oekraïne, en op talloze plaatsen waar het nieuws niet komt.

We herdenken niet enkel met stille eerbied, maar ook met een eerlijke blik naar binnen. Want de oorlog in onze wereld weerspiegelt de strijd in onze denkgeest. Misschien voeren wij geen oorlog met wapens, maar hoe vaak verdedigen wij onszelf in gedachten? Hoe vaak vallen we aan met oordelen, wrok of angst? “Hoe heilig zijn onze denkgeesten! En alles wat wij zien weerspiegelt de heiligheid in de denkgeest die één is met God en met zichzelf.” (WdI.124.2:1-2)

Deze innerlijke strijd is niet minder reëel dan wat zich op het wereldtoneel afspeelt, integendeeld, en het is daar dat heling moet beginnen. Maar dat betekent niet dat we ons terugtrekken uit de wereld of ons afsluiten voor het lijden van anderen. Ware heling sluit de wereld juist in. Jezus leefde ons dit voor: hij trok zich terug in stilte, maar trad telkens weer naar buiten om te genezen, te helpen, te troosten. Innerlijke vrede roept niet op tot passiviteit, maar tot liefdevolle aanwezigheid.

Herdenken wordt dan meer dan een ceremonie. Het wordt een keuze: om vrede in onszelf serieus te nemen, zodat we haar kunnen delen. We brengen eer aan de doden niet alleen door hun namen te noemen, maar door te weigeren opnieuw in afscheiding te geloven.


5 mei – Vrijheid als innerlijke roeping

Morgen vieren we de vrijheid. Maar terwijl wij de vlag uithangen, zijn er anderen in Gaza die geen huis meer hebben. In Oekraïne vallen dagelijks slachtoffers. Vrijheid is geen vanzelfsprekendheid, geen recht dat ons toeviel. En werkelijke vrijheid is nooit slechts uiterlijke vrijheid. Het is de bevrijding van de geest die zich losmaakt van angst, schuld en vijandschap.

De Cursus leert: “In onze ervaring wordt de wereld bevrijd; als wij onze afscheiding van onze Vader ontkennen, wordt zij samen met ons geheeld.” (WdI.124.6:5)
Dat wil zeggen: de wereld wordt niet veranderd door strijd, maar door herinnering — aan wie wij werkelijk zijn, en aan wie onze broeders werkelijk zijn.

Maar ook dit betekent niet dat we onverschillig blijven voor het leed van anderen. Juist als wij de ander herkennen als deel van onszelf, kunnen we niet meer wegkijken. Liefde sluit de ogen niet voor onrecht, maar kijkt met zachte ogen en vraagt: “Wat kan ik doen?” Niet uit angst of plicht, maar uit vreugde om te geven wat wij zelf ontvangen hebben.

Vrijheid vraagt dus moed. Niet alleen om het verleden onder ogen te zien, maar om het heden met open armen tegemoet te treden.


Een weg naar vrede

Laat deze dagen geen losse rituelen zijn, maar een werkelijke keuze. Om de oorlog in onszelf te stoppen. Om te zien dat het lijden van een ander niet losstaat van ons eigen innerlijk. En om te erkennen dat God met ons meegaat — “in alles wat wij doen, is bescherming gegarandeerd; kracht en macht zijn beschikbaar in alles wat wij ondernemen.” (WdI.124.1:2)

Laat je liefde niet beperken tot je meditatie, je gebed of je inzichten. Laat ze je leiden tot werkelijke daden van compassie, steun, betrokkenheid. Of dat nu een gebed is voor een moeder in Gaza, een donatie aan een vluchteling, een luisterend oor voor een eenzame buur — het doet ertoe.

Zoals Jezus mensen raakte, aanraakte, en optilde — zo mogen ook wij in deze wereld zijn handen en voeten zijn. “Wat wij ontvangen hebben is ons eeuwige geschenk aan wie na ons komen, en aan wie vóór ons gingen of even met ons meereisden.” (WdI.124.2:6)


Tot slot

Misschien zie je het vandaag. Misschien morgen. Maar op een dag zal je werkelijk herkennen: “De zondeloze lichtheid die je ziet, is van jou; de lieflijkheid die je aanschouwt, is jouw eigen wezen.” (WdI.124.10:1)

Tot die dag, mogen wij herdenken in liefde en vieren in nederigheid.
Niet als mensen die het antwoord al weten, maar als mensen die bereid zijn het samen te vinden.
Want jij bent niet alleen. Jij bent deel van mij. En ik van jou.


Laat me mij herinneren dat ik één ben met God,
één met al mijn broeders en mijn Zelf,
in eeuwige heiligheid en vrede.

Van Inzicht naar Overgave: De Weg van Liefde in ECIW, ECvL en Raj

<Voor wie vertrouwd is met Een Cursus in Wonderen en Een Cursus van Liefde, maar de naam Raj nog niet kent: Raj is de naam waaronder Jezus spreekt via Paul Tuttle, op een wijze die vele jaren lang mondeling is doorgegeven in bijeenkomsten, workshops en studieavonden. Raj spreekt niet als een andere leraar, maar als dezelfde Christus die in beide Cursussen tot ons komt — liefdevol, helder, direct, en altijd gericht op de levende ervaring van eenheid met God, met elkaar en met het Zelf. Zijn boodschappen vormen geen nieuw pad, maar een verdieping en verheldering van het ene Pad dat leidt van afscheiding naar heelheid. Voor velen is Raj een brug geweest van intellectueel begrijpen naar innerlijk ervaren — van theorie naar relatie, van denken naar zijn.>

Veel studenten van Een Cursus in Wonderen benaderen het pad vooral via het denken. De kracht en precisie van de Cursus — haar vermogen om het ego te ontmaskeren en de denkgeest te trainen in vergeving en onderscheid — maken het begrijpelijk dat velen er een mentale discipline van maken. Begrippen als projectie, waarneming, oordeel en het onware zelf worden nauwgezet onderzocht. En terecht: de Cursus is een scherp mes dat afscheiding blootlegt en doorziet.

Maar in die scherpte schuilt ook een risico. Want wanneer de focus blijft hangen in de correctie van perceptie, zonder dat deze zich opent naar relatie, devotie en expressie, dan verwordt het pad tot een persoonlijke ontsnapping. Alsof het gaat om het onttrekken aan de wereld via innerlijke helderheid, in plaats van om het binnengaan van de wereld met open armen — als levende liefde.

Jezus zegt in Een Cursus in Wonderen: “Wonderen zijn uitdrukkingen van liefde.” En Raj benadrukt: “De correctie van je denken is geen doel op zich. Het is wat je nodig hebt om je weer vrij te voelen liefde te zijn in de wereld.” Hierin wordt duidelijk dat het wonder geen privégebeuren is in de stilte van je geest, maar een relatie. Iets dat tussen jou en de ander tot leven komt. Het is daar waar de Cursus raakt aan de geest van het evangelie: “Heb je naaste lief.” Niet als opdracht, maar als natuurlijke uitdrukking van wie je geworden bent.

En dit is precies waar Een Cursus van Liefde opnieuw adem geeft. Jezus zegt daarin dat de training van de denkgeest nu voldoende is geweest. Het is tijd dat het denken rust vindt in het hart, dat het opgehouden heeft om te leiden, en dat de werkelijke kennis — het innerlijk weten — weer erkend wordt. In ECvL lezen we dat “het hart het huis is van het ware Zelf”, en dat we nu worden uitgenodigd niet alleen te begrijpen, maar te zijn. Niet als conclusie na veel studie, maar als overgave aan de zachte zekerheid die liefde heet.

Waar Een Cursus in Wonderen de onwaarheid in ons denken afbreekt, nodigt Een Cursus van Liefde ons uit om te rusten in wie we wérkelijk zijn. Geen concept, geen vergeestelijkt zelfbeeld, maar het levende Christus-Zijn in ieder van ons. Daar komt het denken thuis in het hart, en ontstaat een stille dankbaarheid die geen woorden nodig heeft. Daar leeft devotie — niet als ritueel, maar als intieme relatie met het Goddelijke. Daar wordt overgave geen verlies, maar een terugvinden. En naastenliefde geen plicht, maar een vanzelfsprekende stroom.

Raj bevestigt dit alles op zijn eigen wijze, wanneer hij zegt: “Zeg ‘help mij’ en weet dat Hij antwoordt. Niet als concept, maar als werkelijke aanwezigheid.” De relatie met Jezus — de levende Christus — is geen theologisch idee. Het is geen geloof dat je moet aanhangen. Het is een ontmoeting. Steeds opnieuw. Niet iets dat je denkt, maar iemand die je kent.

In die zin komen de verschillende stemmen — Raj, Jezus in ECIW, Jezus in ECvL — tot een stille eenheid. Allen wijzen ze niet naar zichzelf als autoriteit, maar nodigen ze je uit om de Liefde die je bent weer toe te laten. Dat begint misschien in het denken. Maar het eindigt in het hart.

Daar — waar denken en voelen elkaar niet meer bevechten maar omarmen — wordt het wonder tastbaar. Daar vindt de verzoening plaats, niet als idee, maar als gebeurtenis. Daar leeft de Christus in jou en in mij.

Buitenaards leven?

Het universum prikkelt opnieuw onze nieuwsgierigheid. Wetenschappers hebben met de krachtige James Webb-ruimtetelescoop mogelijk de sterkste aanwijzing tot nu toe gevonden voor leven buiten ons zonnestelsel. Op de verre planeet K2-18b zijn sporen ontdekt van gassen die hier op Aarde vooral door leven worden gemaakt. Dit zorgt natuurlijk voor opwinding: zijn we dan toch niet alleen?

De ontdekking: een teken van leven?

In de atmosfeer van K2-18b vonden onderzoekers dus ‘chemische vingerafdrukken’ van een gas (dimethylsulfide) dat bij ons vooral door minuscule organismen zoals algen wordt geproduceerd. Omdat de planeet zich ook nog eens in een zone bevindt waar vloeibaar water mogelijk is, wordt dit gezien als een mogelijke aanwijzing voor biologische activiteit – een ‘biosignatuur’. Het is een spannende vondst die de deur opent naar een nieuw tijdperk in de zoektocht naar leven.

Wetenschappelijke voorzichtigheid

Toch is het belangrijk om nuchter te blijven. De onderzoekers zelf benadrukken dat dit nog geen hard bewijs is. Er zijn misschien andere, niet-biologische processen op K2-18b die deze gassen ook kunnen verklaren. Zoals een wetenschapper opmerkte: “Er gebeuren heel veel vreemde dingen in het heelal.” Er is dus nog veel meer onderzoek nodig.

Een andere lens: de blik van Een Cursus in Wonderen

Deze fascinerende zoektocht ‘daarbuiten’ nodigt uit tot een diepere vraag, zeker als we erdoor de bril van Een Cursus in Wonderen (ECIW) naar kijken. De Cursus biedt namelijk een heel ander perspectief op de realiteit en op wie wij denken te zijn.

Onze zoektocht naar buitenaards leven is gebaseerd op ons vaste geloof in ruimte en tijd. We zoeken naar fysieke wezens op verre planeten, gescheiden door enorme afstanden, en gebruiken fysieke instrumenten om fysieke signalen op te vangen.

ECIW stelt echter dat ruimte en tijd geen objectieve feiten zijn, maar projecties van onze eigen denkgeest, van een bewustzijn dat gelooft in afscheiding en vorm. De ware realiteit, volgens de Cursus, is tijdloos en vormloos. Wijzelf zijn in essentie geen kwetsbare lichamen, maar tijdloze ‘Kinderen van God’, deel van een Eenheid die nooit verbroken is.

Zoeken we naar een spiegelbeeld?

Vanuit dit ECIW-perspectief: wat zoeken we eigenlijk als we naar buitenaards leven speuren? Zoeken we niet onbewust naar wezens die lijken op hoe wij denken dat wij zijn: fysiek, plaatsgebonden, levend binnen de kaders van geboorte en dood? Projecteren we ons eigen beperkte zelfbeeld op de kosmos?

De Cursus suggereert dat deze focus op het externe ons afleidt van een veel directere vorm van ‘contact’. Als ruimte en tijd illusies zijn, dan is de ware ‘plek’ van al het bestaan niet ‘daarbuiten’, maar ‘hierbinnen’, in ons eigen bewustzijn.

Een alternatieve zoektocht: naar binnen keren

Wat als de belangrijkste ontdekking van ‘ander’ bewustzijn niet via telescopen komt, maar via een verandering in onze eigen kijk? ECIW nodigt ons uit om verder te kijken dan wat onze fysieke zintuigen ons vertellen. Die zintuigen zijn immers ontworpen om een wereld van vorm en afscheiding waar te nemen – precies de illusies die de Cursus ons wil helpen doorzien.

Om echt contact te maken met wat ‘anders’ is dan ons beperkte zelf, moeten we misschien een andere ‘ontvangstmodus’ gebruiken: innerlijke stilte, het bevragen van onze overtuigingen, en ons openstellen voor een innerlijk weten.

De ontmoeting met de Heilige Geest

En precies daar, in die innerlijke ruimte, stelt ECIW dat we een heel bijzonder ‘niet-menselijk wezen’ kunnen vinden: de Heilige Geest. Dit is geen figuur buiten ons, maar de Stem namens God in onze eigen denkgeest, de herinnering aan wie we werkelijk zijn. De Heilige Geest vertegenwoordigt een bewustzijn dat losstaat van de illusies van ruimte, tijd en lichaam.

Deze ‘ontmoeting’ vraagt geen dure technologie, maar bereidheid om naar binnen te kijken en te geloven dat er meer is dan we met onze ogen zien.

Conclusie: twee wegen van ontdekking

De vondst op K2-18b is fascinerend en een knap staaltje menselijk vernuft. Het houdt de droom levend, in meer dan één opzicht.  Tegelijkertijd herinnert de visie van ECIW ons eraan dat onze externe zoektocht misschien een spiegel is van onze innerlijke staat. De meest revolutionaire ‘ontdekking’ ligt wellicht niet lichtjaren ver, maar in de diepten van onze eigen geest, waar we contact kunnen maken met de Heilige Geest.

De vraag is niet alleen: “Zijn we alleen?”, maar ook: “Wie zijn ‘wij’, en waar zoeken we werkelijk naar?” Misschien ligt het antwoord dichterbij dan we denken.

Jij bent relatie: Over de relationele identiteit volgens Een Cursus van Liefde

In Een Cursus van Liefde wordt een radicaal ander mensbeeld ontvouwd dan dat van de afgescheiden, autonome individualiteit. Het boek stelt dat wij niet slechts in relatie bestaan, maar dat wij in wezen relatie zíjn. Dit inzicht vormt een van de fundamenten van de Cursus en raakt aan een diepe waarheid over onze identiteit en ons Zijn.

1. Relatie als het weefsel van het leven

Het eerste inzicht dat de Cursus aanbiedt is dat relatie niet iets bijkomstigs is – een toevallige interactie tussen afzonderlijke wezens – maar dat relatie het verbindende weefsel van al het leven is. We zijn niet mensen die relaties hebben; we zijn relatie. “Zeg tegen jezelf terwijl je de gebeurtenissen en situaties van jouw wereld tegemoet treedt dat je zijn in relatie bent,” klinkt het uitnodigend. Dit betekent dat alles wat we doen, denken, voelen of ervaren zich afspeelt binnen een veld van onderlinge verbondenheid.

2. Schepper én relatie tegelijk

De Cursus gaat nog een stap verder door te stellen dat we niet enkel deelnemers zijn aan relaties, maar ook hun scheppers, én dat we zélf deze relatie belichamen. We zijn “de schepper van de relatie en de relatie zelf”. Daarmee wordt onze creatieve macht erkend: we zijn medescheppers van werkelijkheid doordat we haar in relatie beleven. Zonder relatie is er geen ervaring, geen betekenis, geen bestaan. Wij zijn relationele wezens in de meest letterlijke zin.

3. Van begin af aan relationeel

Onze identiteit als relationeel wezen is geen bijkomstigheid, maar onze oorspronkelijke staat. De Cursus stelt: “Je kwam in de wereld, in vorm, als een wezen in relatie”. Relatie gaat dus vooraf aan bewuste keuzes of persoonlijke ontwikkeling. Het is geen stadium dat we bereiken, maar een gegeven dat aan ons voorafgaat en dat we ons slechts hoeven te herinneren of opnieuw toe-eigenen.

4. De wederkerige aard van Zijn

Er wordt een prachtige parallellie getrokken tussen ons wezen en dat van God: “Je bent wie je bent in relatie. Ik Ben ook wie Ik Ben in relatie”. Zelfs het goddelijke wordt in de Cursus niet voorgesteld als een afstandelijk Absoluut, maar als een wezen dat zich eveneens in relatie voltrekt. Deze uitspraak weerspiegelt een theologie van nabijheid en betrokkenheid: wij en God worden gekend en gerealiseerd in relatie tot elkaar.

5. Relatie is eenheid

De Cursus stelt dat relatie en eenheid uiteindelijk hetzelfde zijn. “Relatie is eenheid en relatie is je natuurlijke staat. Het is wie jij bent”. Hier verdwijnt het dualisme tussen ‘ik’ en ‘ander’. In ware relatie is geen afstand, geen afgescheidenheid, slechts verbinding. Het idee van het autonome zelf maakt plaats voor het besef van een gedeeld, participatief bestaan.

6. Geen sprong, maar een thuiskomst

Misschien het meest confronterende, en tegelijk bevrijdende, is de vraag die wordt gesteld: “Is het zo’n enorme sprong om van het idee dat je alleen in relatie bestaat, te gaan naar het idee dat je alleen als relatie bestaat?”. Wat de Cursus hiermee suggereert, is dat het idee van een zelfstandig, afgescheiden ‘zelf’ slechts een illusie is die we krampachtig proberen te handhaven. De waarheid is eenvoudiger, vriendelijker en veel omvattender: wij zijn relatie – altijd al geweest.


Conclusie: Ontwaken tot wie je bent

De Cursus nodigt ons uit tot een fundamentele verschuiving in ons zelfbegrip. Wie jij bent, kan nooit los gezien worden van de ander, van het leven zelf, van God. Zelfkennis ontstaat niet in isolatie, maar in de erkenning van jouw verwevenheid met alles wat is. Zoals liefde geen object is maar een manier van Zijn, zo is relatie geen optionele aanvulling op het bestaan, maar de vorm van het bestaan zelf.

Jij bent relatie. In dat besef begint de terugkeer naar eenheid, naar waarheid, naar liefde.

De kruisiging anders bekeken: Een verhaal van bevrijding

Er zijn van die verhalen die zo diep in ons collectieve bewustzijn verankerd zijn, dat we ze bijna niet meer durven te bevragen. Het verhaal van de kruisiging is er zo een. Generaties lang hebben we het gehoord als een tragedie van schuld en boete, als een noodzakelijk offer om een toornige God te sussen. Maar wat als we het mis hebben? Wat als de kern van dit verhaal niet draait om straf, maar om een radicale les in liefde?

Een Cursus in Wonderen nodigt ons uit om de kruisiging met nieuwe ogen te lezen. Niet als een gruwelijk einde, maar als een krachtig begin. Niet als een veroordeling van de mensheid, maar als een bevrijdende waarheid: liefde kan niet worden gekruisigd.

Het oude verhaal: Een God die straft

We kennen het wel: Jezus, de onschuldige, sterft aan het kruis om de zonden van de wereld op zich te nemen. Het is een verhaal dat stelt dat lijden een goddelijk vereiste was. Alsof liefde niet kon zegevieren zonder eerst bloed te eisen.

Maar stel je eens voor dat dit nooit de bedoeling was. Stel je voor dat we het verkeerd hebben begrepen, niet omdat het onduidelijk was, maar omdat angst ons blik vertroebelde. “Wie angstig is, neemt angst waar,” zegt de Cursus. En zo zagen we straf waar er alleen maar liefde was.

Een nieuwe sleutel: Het kruis als keuze, niet als veroordeling

Jezus’ weg naar Golgotha was geen passief ondergaan van een goddelijk vonnis. Het was een actieve keuze—een demonstratie van wat het betekent om volkomen vrij te zijn, zelfs in de schijnbaar meest hopeloze omstandigheden.

Toen hij geslagen werd, reageerde hij niet met wraak.
Toen hij verraden werd, weigerde hij te oordelen.
Toen de nagels door zijn handen gingen, bad hij voor wie hem kruisigden.

Dit was geen onderwerping aan geweld, maar een ontmaskering ervan. Alsof hij wilde zeggen: “Kijk goed. Dit is wat jullie denken dat macht heeft. Maar het raakt mij niet. Want wat werkelijk is, kan niet worden aangetast.”

Het diepste inzicht: Lijden is een illusie, liefde is onverwoestbaar

De wereld zag een man sterven. Maar wie werkelijk keek, zag iets anders: een leraar die liet zien dat angst geen echte macht heeft. Het lichaam kon worden gebroken, maar de liefde in hem bleef onaangetast.

“Een gewelddaad kan alleen het lichaam raken,” herinnert de Cursus ons. “Maar als vernietiging onmogelijk is, dan kan wat vernietigbaar is niet werkelijk zijn.”

Met andere woorden: als pijn, verraad of zelfs de dood Jezus’ vrede niet konden wegnemen, wat kan ons dan werkelijk schaden?

Wat betekent dit voor jou en mij?

We hoeven niet aan een kruis te hangen om deze les te leren. We hoeven alleen maar te stoppen met geloven dat we slachtoffers zijn.

  • Herken je eigen “kruisigingsmomenten”—die keren dat je dacht: Dit overkomt me. Dit is oneerlijk. Ik word aangevallen. Wat als het geen aanval is, maar een uitnodiging om te kiezen: geloof ik in angst, of in liefde?
  • Stop met martelaar spelen. Jezus vroeg geen navolging in lijden, maar in zien wat waar is. Hij zei niet: “Doe dit na,” maar: “Besef wat ik je laat zien.”
  • Leer wat vergeving werkelijk is. Niet “ik laat het je door de vingers zien,” maar: “ik weet dat wat jij deed geen werkelijk effect heeft, want liefde is onkwetsbaar.”

De opstanding begint nu

Het mooiste aan dit verhaal? Het eindigt niet met een graf. Het eindigt met een lege tombe—een symbool van wat er gebeurt wanneer we stoppen met geloven in de macht van angst.

“De opstanding is je herontwaken,” zegt de Cursus. En dat herontwaken hoeft niet te wachten tot na de dood. Het kan nu beginnen. Telkens wanneer we kiezen:

  • Niet: “Dit overkomt me.”
  • Wel: “Niets kan wat ik werkelijk ben raken.”

Dat is de ware boodschap van de kruisiging. Niet een verhaal om ons klein te houden, maar een uitnodiging om eindelijk vrij te zijn.

Wat een verademing!

De illusie van subjectieve waarheid – Inzicht vanuit Een Cursus van Liefde

Volgens Een Cursus van Liefde (ECVL) is het idee dat waarheid subjectief is en per persoon verschilt, geen weerspiegeling van de werkelijke aard van waarheid, maar eerder een product van perceptie en ego-denken. De cursus maakt een scherp onderscheid tussen twee vormen van “waarheid”: de subjectieve werkelijkheid die voortkomt uit het denken, en de objectieve Waarheid die voortkomt uit Liefde, Eenheid en God.

De wereld van het denken: een subjectieve werkelijkheid

De door het ego en denken gecreëerde realiteit is fundamenteel subjectief. Ze is gevormd door persoonlijke oordelen, angsten, overtuigingen en het geloof in afscheiding. In deze staat is “niets wat het is, maar uitsluitend wat het is voor jou”. Dit wordt door de cursus niet gepresenteerd als waarheid, maar als de manier waarop een afgescheiden geest naar de wereld kijkt.

Het denken herschikt voortdurend de werkelijkheid om deze te laten passen in zijn eigen kaders en noemt dit dan “waarheid”. Maar deze zogenaamde waarheden zijn veranderlijk, afhankelijk van tijd, plaats en persoonlijke interpretatie. In wezen zijn ze illusoir — een rookgordijn dat de werkelijke Waarheid verhult.

De uiteindelijke Waarheid: objectief en onveranderlijk

Daartegenover staat de Werkelijke Waarheid, die ECVL met een hoofdletter schrijft. Deze Waarheid is verbonden met Liefde, met God, met het Christus-bewustzijn. Ze is universeel, absoluut en onveranderlijk. “Waarheid is waarheid. Ze verandert niet. Ze is voor iedereen gelijk.” Deze Waarheid is niet gebaseerd op scheiding, maar op Eenheid. Ze verenigt, waar het ego juist verdeelt.

Het doel van de cursus is dan ook niet om mensen te bevestigen in hun persoonlijke waarheden, maar om hen te helpen deze te overstijgen. Het gaat om het herkennen van een gedeelde, objectieve Waarheid die voorbij het denken ligt.

De oorzaak van onze subjectieve blik

De subjectieve manier waarop we de wereld ervaren is, volgens de cursus, het gevolg van een ‘val’ of een existentiële keuze voor afscheiding. We zijn vergeten dat we één zijn met God en de Schepping. Deze vergetelheid leidt tot een gefragmenteerde blik op de werkelijkheid, gekleurd door angst, oordeel en het gevoel van afgescheidenheid.

De weg terug naar Eenheid

Het pad dat ECVL aanbiedt, is er een van herinnering en terugkeer. Niet via het denken, maar via het hart. Door het loslaten van oordeel, angst en het geloof in afscheiding, kan de illusie van subjectieve perceptie worden overstegen. Wat dan zichtbaar wordt, is een gedeelde en onveranderlijke Waarheid, waarin Liefde de enige werkelijkheid is.

Tot slot

Een Cursus van Liefde erkent dat we allemaal onze eigen waarneming van de wereld hebben, maar stelt dat deze perceptie geen ware grondslag heeft. Het is een tijdelijke illusie, ontstaan uit afscheiding. De enige echte Waarheid is universeel en voor iedereen hetzelfde. Het is geen kwestie van persoonlijke interpretatie, maar van herinnering aan wie we werkelijk zijn.

Statistieken weergeven

0 Berichtbereik

Leuk

Opmerking plaatsen

Verzenden

Over bomen, bloesems en het verlangen naar eenvoud

Velen die zich verdiepen in Een Cursus in Wonderen komen vroeg of laat uit bij een punt van verwarring — een soort knooppunt waar de woorden van de Cursus botsen met diepe geloofsovertuigingen of persoonlijke intuïties. Zoals een lezeres me onlangs schreef:

“8 miljard individuen die samen als Zoon deze wereld dromen… ik weet van niets zelf. En ik vermoed de ander ook niet. De Cursus verbaast me door de hersenkronkels die ik moet maken om het aanvaardbaar te vinden. In logische taal is het toch niet meer uit te leggen?”

Ze vertelt hoe ze is opgegroeid met het geloof dat God de wereld schiep. Dat God overal te vinden is, vooral in de schoonheid van de natuur. Bloesems, bomen, de zee — dat zijn toch niet zomaar projecties? En als dat zo is, hoe kan dan gezegd worden dat God niets met deze wereld te maken heeft? Is het dan allemaal “maar” een droom? En hoe kan zo’n gedachte troost geven?

Ze vraagt zich ook af wie toch dat verhaal heeft bedacht van die “lach om het idee van afscheiding”. Ze schrijft:

“Ik had geen idee van afscheiding, maar voelde Jezus lange tijd als een oudere broer. En nu zou blijken dat we deze wereld hebben gedroomd, ooit — dat we zelfs de zee zouden hebben gemaakt… Staat dat letterlijk zo in de Cursus?”

Deze vragen raken een snaar. Want wie zich serieus bezighoudt met Een Cursus in Wonderen zal moeten toegeven: de metafysica van de Cursus is niet eenvoudig. En ja, ze kán verwarrend zijn. Maar dat komt niet doordat ze ons wil verwarren — het is juist omdat ons oude denken zo sterk verankerd is, dat het losmaken ervan aanvankelijk voelt als desoriëntatie.

Metafysica als hulpmiddel, geen dogma

De Cursus reikt een radicale visie aan: God heeft de wereld niet geschapen zoals wij die waarnemen, omdat God geen illusies schept. De wereld is een projectie van een gedachte van afscheiding — een droom. Maar, en dat is cruciaal: we zijn nog steeds Eén met God. De afscheiding is nooit werkelijk gebeurd.

Deze metafysische uitleg is bedoeld als hulpmiddel — niet als eindstation. Ze kan werken als een soort splintertje hout waarmee we een andere splinter verwijderen. Denkbeelden kunnen namelijk bevrijdend zijn wanneer ze helpen om starre overtuigingen op te lossen. Maar zodra we metafysica tot dogma maken, loopt ons denken opnieuw vast — ditmaal in spiritueel ingewikkelde concepten in plaats van in religieuze stelligheid.

Het gaat er niet om dat we alles snappen. Het gaat erom dat we bereid worden om te vergeven — dat wil zeggen: om onze waarneming te laten corrigeren door de Heilige Geest.

Het hart als gids

In Een Cursus van Liefde — een vervolg op ECIW waarin Jezus verder spreekt over de weg van het hart — wordt dit nog duidelijker benoemd. Hij zegt daar:

“Je denken dient onder curatele te staan van je hart.”

Dit is een andere manier om te zeggen: we mogen stil worden, zodat ons voelen én denken geleid kunnen worden door de Heilige Geest. Niet meer proberen het mysterie te beheersen met ons hoofd, maar het toe te laten met ons hart.

De lezeres schreef ook:

“Wat zou ik het fijn vinden als je eens precies uitlegt hoe je luistert naar de Heilige Geest. Hoe weet je of het Zijn stem is en niet je eigen wil, je trots of je ego?”

Dat is een prachtige, wezenlijke vraag. Want uiteindelijk is luisteren naar de Heilige Geest het hart van de hele Cursus. En het antwoord is eenvoudiger dan we vaak denken:

De Heilige Geest spreekt in zachtheid. Zijn stem oordeelt niet, dringt zich niet op, maar herinnert je eraan dat je veilig bent. Als je innerlijk hoort: “Het is goed. Je bent geliefd. Je hoeft niets te bewijzen,” — dan is dat Zijn Stem. Voel je druk, haast of schuld? Dan is het het ego dat spreekt.

Liefde als herinnering

In Een Cursus van Liefde staat:

“Je hoeft niets meer te leren. Je hoeft alleen te aanvaarden wie je bent. En wie je bent, weet je al – diep vanbinnen. Het is de liefde die in je leeft en nooit is weggeweest.”
(ECvL, Boek I, Hoofdstuk 4)

Die liefde is geen theorie. Ze leeft in je, ze ademt in je. Soms herinnert een bloesem je eraan. Of een zachte blik. Of het gevoel dat Jezus als oudere broer nog steeds naast je loopt.

Dus: nee, je hoeft niet alles te begrijpen. De vragen die je stelt zijn al een teken van je bereidheid. En het verlangen naar eenvoud is geen naïviteit — het is een echo van wie je werkelijk bent.

De weg terug is niet via de juiste metafysische overtuiging. De weg terug is via het hart. En dat hart weet de weg. Altijd.

De wereld als projectie van de denkgeest: over schepping, perceptie en het lichaam.

Velen die zich verdiepen in Een Cursus in Wonderen lopen vroeg of laat aan tegen een fundamentele vraag: als God de wereld niet geschapen heeft, waar komt ze dan vandaan? De fysieke wereld lijkt immers zo ingenieus in elkaar te zitten – van het menselijk lichaam tot het ecosysteem, van het samenspel der elementen tot de instincten van dieren. Kan zoiets werkelijk slechts een droom zijn? En zo ja, wie droomt die dan?

Dit soort vragen raakt aan diepgewortelde aannames over wat echt is, wat wij zijn, en wie of wat God is. Om deze vragen serieus te benaderen, nodigt Een Cursus in Wonderen ons uit om onze denkkaders te bevragen en open te staan voor een radicaal ander perspectief – een perspectief waarin werkelijkheid niet langer materieel is, maar geestelijk.

De illusie van binnen en buiten

In onze alledaagse ervaring maken we vanzelfsprekend onderscheid tussen een innerlijke wereld van gedachten en gevoelens, en een uiterlijke wereld van tastbare dingen en objectieve gebeurtenissen. Dit duale wereldbeeld ligt ten grondslag aan hoe wij naar onszelf en de werkelijkheid kijken: wij bevinden ons in een wereld die onafhankelijk van ons lijkt te bestaan.

Maar de Cursus doorbreekt dit beeld op een rigoureuze manier. Er is volgens haar niet een innerlijke en een uiterlijke werkelijkheid. Er is slechts één wereld: de wereld van de denkgeest (mind). Wat wij als een buitenwereld ervaren is geen werkelijkheid op zichzelf, maar een projectie van binnenuit. Anders gezegd: alles wat wij waarnemen is perceptie, en perceptie vindt plaats in de denkgeest.

De vergelijking met een droom is hier verhelderend. Tijdens de slaap zijn we er vaak volledig van overtuigd dat we een echte wereld beleven. We voelen, horen, zien en ondergaan dingen die volkomen reëel lijken – tot we wakker worden en beseffen dat alles zich in onze eigen geest heeft afgespeeld. Zo, zegt de Cursus, leven wij nu in een droomtoestand waarin wij geloven dat de wereld buiten ons ligt, terwijl deze in werkelijkheid een beeld is binnen de denkgeest van de Zoon van God.

Projectie is geen schepping

Vanuit dit perspectief wordt een belangrijk onderscheid duidelijk: God schept, maar de Zoon projecteert. Scheppen is een daad van liefde, eeuwig, onveranderlijk en vrij van angst. Projecteren daarentegen is het gevolg van het geloof in afscheiding, en roept tijd, ruimte, lichaam en wereld in het leven als verdediging tegen een onbewuste schuld die ontstond toen de Zoon geloofde zich te hebben afgescheiden van God.

Het is dus niet God die de wereld van vormen, lichamen en vergankelijkheid heeft gemaakt, maar de Zoon – niet als individu, maar als collectieve denkgeest, het Zoonschap – die deze wereld droomt en projecteert. Dat is een essentieel punt: de wereld is niet geschapen, maar gemaakt als vervanging voor de werkelijkheid van God. Ze is het resultaat van een idee van afscheiding, van het “kleine dwaze idee” dat volgens de Cursus nooit werkelijk heeft plaatsgevonden, maar waaraan wel geloof werd gehecht.

De Zoon als dromer van de wereld

Het idee dat wij als individuele mensen deze wereld niet bedacht kunnen hebben, klopt. Ons beperkte, persoonlijke zelf – dat zich bewust is van zijn kwetsbaarheid, verwarring en onwetendheid – is niet bij machte tot zo’n immense “schepping”. Maar dit is dan ook niet de werkelijke dromer. De ware dromer van deze wereld is de Zoon van God als geheel, de ene schepping van God die in slaap viel en een droom begon te dromen over een wereld van afscheiding, verschil, conflict en dood.

Toch draagt deze droom, paradoxaal genoeg, nog altijd de sporen van haar goddelijke oorsprong. In de schoonheid van een bloem, in de structuur van een lichaam, in het vermogen tot liefde en verwondering – daar herkennen we nog iets van de liefde en wijsheid van onze Bron, hoe vervormd ook. Zoals Een Cursus van Liefde het zegt: zelfs in deze droomwereld weerspiegelt zich nog iets van het licht dat ons geschapen heeft.

Maar die weerspiegeling is vermengd geraakt met angst, zonde en schuld. We kijken naar de wereld door de bril van afgescheidenheid, en dus nemen we tekorten, gevaren en conflict waar. De “schepping” die we zien is geen werk van liefde, maar een projectie van een idee waarin liefde vergeten lijkt. Dit verklaart waarom de natuur tegelijk adembenemend en meedogenloos kan zijn, waarom het lichaam zowel een bron van vreugde als van pijn is, en waarom tijd en ruimte ons beperken terwijl we iets in ons voelen dat oneindig is.

Het lichaam als symbool

Het menselijk lichaam – hoe ingenieus ook – is in deze visie niet onze ware identiteit. Het is een symbool binnen de droom, een communicatiemiddel dat de denkgeest gebruikt om te communiceren in de droomstaat. De bewondering die we voelen voor de complexiteit en schoonheid van het lichaam is terecht, maar deze bewondering is niet zozeer gericht op het lichaam zelf, als wel op datgene waar het lichaam een vervormde afspiegeling van is: de kracht, wijsheid en liefde van de Geest.

Dat we zulke ervaringen van verwondering kunnen hebben is een teken dat we nog steeds verbonden zijn met de Werkelijkheid van God, ook al zijn we die vergeten. De droom mag dan een illusie zijn, ze is niet zonder betekenis – zolang we bereid zijn er doorheen te kijken naar de liefde die ons blijft roepen.

De keuze voor een andere projectie

Wat betekent dit alles praktisch? Volgens de Cursus zijn we als Zoon van God nog steeds in staat om te kiezen welke leraar we volgen: het ego of de Heilige Geest. Zolang we kiezen voor het ego blijven we een wereld waarnemen die getuigt van angst, aanval en tekort. Maar wanneer we kiezen voor de Heilige Geest, verandert onze waarneming: we beginnen de wereld anders te zien – vergevend, liefdevol, genezend.

Deze verandering in waarneming wordt door de Cursus de echte wereld genoemd: niet een fysieke herconfiguratie van atomen en moleculen, maar een innerlijke verschuiving die maakt dat we niet langer oordelen, aanvallen of ons verdedigen. De droom verandert van karakter; hij wordt zacht, vriendelijk, transparant – en steeds meer een voorhof tot het ontwaken in de Werkelijkheid.


Slotbeschouwing

De wereld die wij als “fysiek” ervaren is geen objectief gegeven buiten ons, maar een droomtoestand binnen de denkgeest. Ze is niet geschapen door God, maar geprojecteerd door de Zoon die geloofde in afscheiding. Toch draagt deze droomwereld nog steeds de echo’s van het Licht dat ons heeft geschapen. In het lichaam, de natuur, en zelfs in onze verwarring, kunnen we tekenen herkennen van het heilige. Niet om de droom te verheerlijken, maar om te ontwaken tot de Werkelijkheid die haar overstijgt.

De houding jegens de wereld in verschillende levensbeschouwingen

Inleiding

De wijze waarop mensen de wereld beschouwen verschilt sterk per religie, filosofie en spirituele stroming. Sommigen zien de wereld als een heilige schepping, anderen als een illusie, en weer anderen als een plek van beproeving of groei. Dit artikel verkent de houding jegens de wereld in verschillende levensbeschouwingen, waaronder christendom, hindoeïsme, boeddhisme, islam, anthroposofie en spirituele stromingen zoals Een Cursus in Wonderen en Een Cursus van Liefde.

Christendom: Schepping en Verlossing

In het christendom wordt de wereld in Genesis beschreven als door God geschapen en oorspronkelijk goed. De zondeval heeft de wereld echter gecorrumpeerd, waardoor lijden en kwaad een rol spelen. Toch blijft de wereld een plaats waar Gods liefde en genade zichtbaar zijn. Jezus roept op tot naastenliefde en belooft een vernieuwde schepping, waarin hemel en aarde samenkomen (Openbaring 21:1). De wereld is dus niet alleen een plek van beproeving, maar ook een heilige plek waarin Gods liefde ervaren kan worden.

Hindoeïsme: Samsara en Maya

In het hindoeïsme wordt de wereld gezien als samsara, de cyclus van geboorte en wedergeboorte, waarin zielen gebonden zijn door karma. Tegelijkertijd wordt maya, de illusie van de materiële wereld, genoemd als een kracht die ons verblindt voor de ware werkelijkheid: Brahman, het goddelijke principe. De wereld is dus zowel een plaats van ervaring als een begoocheling die doorzien moet worden om moksha (bevrijding) te bereiken.

Boeddhisme: Lijden en Onthechting

Het boeddhisme beschouwt de wereld als dukkha, een plek van lijden dat voortkomt uit verlangen en gehechtheid. Door het Achtvoudige Pad te volgen kan men verlichting bereiken en ontsnappen aan de kringloop van wedergeboorte. De wereld wordt dus niet zozeer als kwaad gezien, maar als een tijdelijke manifestatie waarin men zich niet dient te verliezen.

Islam: De Wereld als Beproeving

In de islam wordt de wereld (dunya) gezien als een test en een tijdelijke fase in de reis naar het hiernamaals. Allah heeft de wereld geschapen als een plek waarin mensen hun geloof en karakter kunnen ontwikkelen. Hoewel wereldse zaken niet worden afgewezen, wordt gewaarschuwd tegen overmatige gehechtheid eraan, omdat de uiteindelijke realiteit in het hiernamaals ligt.

Antroposofie: De Wereld als Spiritueel Ontwikkelingsveld

De door Rudolf Steiner ontwikkelde antroposofie beschouwt de wereld als een spiritueel evolutieveld. De materiële wereld is niet slechts een illusie, maar een noodzakelijke fase in de ontwikkeling van de mensheid. Door bewustzijnsgroei en morele ontwikkeling kan de mens bijdragen aan de transformatie van de wereld en het realiseren van een hogere spirituele werkelijkheid.

Een Cursus in Wonderen: De Wereld als Leermiddel

Een Cursus in Wonderen (ECIW) stelt dat de wereld zoals wij die waarnemen een projectie is van de denkgeest van de Zoon van God, voortkomend uit een geloof in afscheiding. De wereld is niet door God geschapen, maar wordt beschouwd als een illusie. Toch wordt in sommige passages van de Cursus gesuggereerd dat tijd en ruimte een doel dienen in het leerproces van verzoening en vergeving. De wereld functioneert als een klaslokaal waarin we kunnen leren vergeven en ontwaken uit de droom van afscheiding. Dit betekent dat hoewel de wereld geen uiteindelijke realiteit heeft, ze wel een waardevolle rol speelt in onze spirituele groei. Hierdoor ontstaat een meer genuanceerd beeld waarin de wereld niet per definitie negatief hoeft te worden beschouwd, maar een middel kan zijn voor genezing en verlossing.

Een Cursus van Liefde: De Wereld als Manifestatie van Liefde

Een Cursus van Liefde (ECVL) bouwt voort op het idee dat de wereld een klaslokaal is, maar voegt eraan toe dat de wereld niet alleen een illusie is, maar ook een plek waar het goddelijke zich kan manifesteren. Waar ECIW de nadruk legt op het ontwaken uit de illusie, richt ECVL zich op het omarmen en transformeren van de wereld door middel van liefde. De perceptie van de (nieuwe) wereld wordt niet langer als een obstakel gezien, maar als een heilige ervaring waarin waarheid en liefde zichtbaar kunnen worden. Opgemerkt moet worden dat ook in ECIW frequent melding wordt gemaakt van de echte- of nieuwe wereld. Het bereiken hiervan is het doel van onze vergevingslessen want die laatste stap, de overgang naar de hemel, is aan God.

Conclusie

De houding ten opzichte van de wereld varieert sterk per levensbeschouwing. Waar sommige tradities de wereld als illusoir of misleidend zien (zoals in het hindoeïsme, boeddhisme en sommige interpretaties van Een Cursus in Wonderen), benadrukken andere tradities de wereld als een betekenisvolle schepping en ontwikkelingsplaats (zoals in het christendom, islam en anthroposofie). Een Cursus van Liefde biedt een middenweg door de wereld niet af te wijzen, maar haar juist als een plek te zien waar liefde en waarheid geopenbaard kunnen worden. Door de nuance binnen Een Cursus in Wonderen zelf te erkennen – dat de wereld ondanks haar illusoire aard een leermiddel is – ontstaat er een logische continuïteit naar Een Cursus van Liefde, waarin diezelfde wereld wordt gezien als een plek van transformatie en manifestatie van het goddelijke. Uiteindelijk is de manier waarop men de wereld beziet sterk verbonden met de spirituele doelen en het wereldbeeld van elke traditie.

Schepping en individuatie.

Een Cursus in Wonderen (en Een Cursus van Liefde) zijn heel helder in hun visie op de schepping. God (de Denkgeest) schept Zonen (Kinderen, “Kanalen”) die verenigd zijn in het Zoonschap. Deze Zonen dromen een droom van afscheiding waarin ze menen hun contact met hun Vader (God) en met de andere Zonen te hebben verloren. Door de weg van wonderen te gaan (corrigeren van de foute perceptie en uiten van liefde) kun je weer gaan ervaren dat jouw Zelf innig verbonden is met de Vader en met de andere Zonen. Deze visie wordt onderschreven The Circle of Atonement (CoA), opgericht door Robert Perry.

Leraren zoals Ken Wapnick meenden dat Jezus in de cursussen niet precies zei wat hij bedoelde en komen met een (zogenaamd) gecorrigeerde versie die aansluit bij de visie van hedendaagse leraren uit de non-duale school. Daartoe heeft hij ingewikkelde schema’s bedacht die, kort samengevat, op het volgende neerkomen: God schept één Zoon en deze vergist zich waardoor hij denkt uit verschillende zonen te bestaan. Deze visie wordt uitgedragen door The Foundation of Inner Peace (FIP).

Dit onderscheid en deze discussie lijkt metafysische haarkloverij maar de consequenties zijn groot. Ik heb daar veel blogs aan gewijd en ga dit nu niet allemaal herhalen. Maar over één belangrijke consequentie gaat deze video van Kim Michaels. Volgelingen van de FIP-versie zijn allergisch geworden voor individuatie omdat ze menen dat dit afscheiding betekent. Hierdoor ontkennen ze het bestaan van andere Zonen van God, denken ze dat zij de enige zijn die bestaan en eigenlijk zelfs dat niet; ze streven naar zelfloosheid en stellen dat ze God zijn.

Persoonlijk vind ik het grappig dat FIP-aanhangers wel geloof kunnen opbrengen voor de schepping van de Zoon van God (is dit dan geen individuatie?) maar niet voor Zonen van God. Van 1 naar 2 zou wel kunnen maar van 1 naar oneindig veel Zonen zou niet kunnen. Zie je het? Of je gelooft dat alleen God bestaat en dat jij dan die God bent of je staat open voor de mogelijkheid van Schepping van Zonen (in oneindige meervoud) zonder dat dit afscheiding impliceert.

Kim Michaels heeft veel hierover gesproken en doet dat in deze video opnieuw. In andere video’s geeft hij aan tot welke desolate houding de “no-self” theorie kan leiden. Eigenlijk is de ultieme vraag de volgende: wil je ophouden te bestaan of medeschepper worden?

Transcript Vertaling

De vraag, of beter gezegd, de opmerking waar ik op wil reageren, werd geplaatst onder mijn video over de onzin van het ‘non-self’-concept. De opmerking luidde:

“Je bent je — tussen aanhalingstekens — ‘bewust’ van dit gevoel van zelf. Alleen bewustzijn is aanwezig in elke ervaring. Ik begrijp wat je zegt, maar kijk dieper. Jouw gevoel van zelf is simpelweg bewustzijn dat verschijnt als een gedachte dat je een ‘zelf’ bent. Dat maakt een wereld van verschil tussen lijden en niet-lijden. Ik begrijp je punt, maar het is gewoon niet waar. Onze ware aard is bewustzijn, dat is altijd zo geweest. Daar is niets mis mee, net zomin als met wat jij zegt. De meeste mensen ervaren hun gevoel van zelf achter hun ogen, maar jij bent je óók bewust van dat gevoel. Kijk maar, het is zo duidelijk als wat. Met alle liefde.”

De reden dat ik hierop wil reageren, is omdat ik denk dat we hier een belangrijk onderscheid kunnen maken.

Laat me vooropstellen dat ik begrijp waar deze persoon vandaan komt en wat hij probeert te zeggen. Maar het blijft gebaseerd op diezelfde non-self-filosofie. De persoon zegt namelijk dat je je bewust bent van je gevoel van zelf — met andere woorden: achter dat gevoel van zelf zit alleen bewustzijn. En dat klopt, daar ben ik het mee eens. Maar de manier waarop ik ernaar kijk, is dat wij, zoals ik al vaker heb uitgelegd, een uiterlijke persoonlijkheid hebben. Dat is wat je je onderbewuste geest kunt noemen, opgebouwd uit talloze kleine, onderbewuste ‘zelven’ die samen een geheel vormen, wat vaak ‘het ego’ wordt genoemd.

Dit uiterlijke zelf is het zelf dat lijdt. Je lijdt altijd via dat uiterlijke zelf. Daar ben ik het volledig mee eens.

Achter al die uiterlijke zelven bevindt zich wat ik ‘het bewuste zelf’ noem. Dat is pure bewustzijn. Het heeft geen vooroordelen, meningen, angsten of verlangens zoals die vastzitten in de afzonderlijke zelven. De meeste mensen zijn volledig geïdentificeerd met die uiterlijke persoonlijkheid en denken dat dát is wie ze zijn. Maar wanneer je begint te ervaren dat je pure bewustzijn bent, ervaar je dat je niet die uiterlijke persoonlijkheid bent. Dat is absoluut waar.

En ik begrijp dat wanneer je voor het eerst die ervaring van puur bewustzijn hebt, je alleen dát ervaart. Je ervaart niets meer van die uiterlijke zelven — er is alleen waarnemen, een stille getuige zonder oordeel of mening. En het contrast tussen die twee staten kan zó diepgaand zijn, dat je de conclusie trekt: er is geen zelf, want er is niet het soort zelf dat je gewend was vanuit de uiterlijke persoonlijkheid.

Ik begrijp dat volkomen. Ik heb dit zelf ervaren.

Maar hier komt het belangrijke punt: de waarde van het concept van het bewuste zelf zit in twee dingen. Ten eerste verklaart het de mystieke ervaringen die mensen al duizenden jaren hebben. Al lang voordat we het over non-dualiteit of non-self hadden, hadden mensen mystieke ervaringen. Wat er dan gebeurt, is dat je tijdelijk buiten je uiterlijke geest stapt en een totaal ander bewustzijn ervaart. En dat is door de eeuwen heen in verschillende contexten verklaard.

Wat we nu hebben, is een non-self-cultuur, waarin mensen een authentieke mystieke ervaring hebben gehad, uit hun uiterlijke zelf zijn gestapt, de enorme tegenstelling hebben gevoeld, en concluderen: “Ik ben alleen bewustzijn. Er is geen zelf.” En ik begrijp hoe iemand dat kan voelen. Ik heb het zelf ervaren, zelfs al vanaf mijn jeugd, zonder te weten hoe ik het moest uitleggen.

Maar het probleem is: als je vanuit dat non-self-idee denkt, trek je de conclusie dat je in wezen niets bent. Of, zoals in de opmerking werd gezegd, dat jouw gevoel van zelf simpelweg bewustzijn is dat verschijnt als de gedachte dat je een zelf bent. Dit klopt als je het hebt over het uiterlijke zelf. Dat is inderdaad een gedachte, een gevoel van identiteit.

Maar het probleem is dat je dan gaat denken dat het doel van spiritueel ontwaken is om te eindigen bij niets anders dan bewustzijn, zonder enige vorm van zelf. Je denkt dan dat alles uiteindelijk ongedifferentieerd is. Maar je stelt jezelf dan niet de simpele vraag: waarom besta ik? Waarom ben ik er in de eerste plaats?

Want als je zegt dat de bron van alles puur bewustzijn is, dat volkomen zelfvoorzienend en onveranderlijk is — waarom heeft dat bewustzijn zich dan gemanifesteerd als deze wereld? Als jij? Als ik? Wat was daar de reden voor?

Ik geloof dat we bestaan omdat de schepper van deze wereld van vorm zichzelf van binnenuit wilde ervaren. Dat is waarom jij bestaat. En bovendien geloof ik dat we bestaan omdat we in een proces zitten waarin we onze eigen scheppende vermogens ontwikkelen. We beginnen met een puntachtig gevoel van zelf, en door ons door de verschillende lagen van deze schepping heen te ontwikkelen, vergroten we ons bewustzijn en kunnen we uiteindelijk zelf scheppers worden.

Wanneer je zegt: “Er is alleen bewustzijn,” negeer je dat groeiproces volledig. Dan blijf je zitten met de onbeantwoorde vraag: waarom bestaat er dan überhaupt iets? Waarom heeft Brahman, puur bewustzijn, zich gemanifesteerd als de wereld?

Het probleem met de non-self-filosofie is dat je wel uit de droom van het uiterlijke zelf kunt ontwaken, maar dan denkt dat je helemaal niet meer bestaat. Maar dat is niet waar. Wanneer je ontwaakt, ontdek je je ware zelf, je bewuste zelf. En dat zelf is altijd bewust geweest, al sinds het moment dat de schepper jou als individuele geestessprank heeft gecreëerd. Dat is wie je altijd bent geweest — een individueel bewustzijn, niet afgescheiden, maar uniek.

En je bent niet bedoeld om dat te vernietigen. Je kunt het niet vernietigen. Het is je gegeven door Spirit (Simon: dus door God). Wat je wél kunt, is het laten groeien, het uitbreiden, je bewustzijn vergroten. Want wat is bewustzijn anders dan bewustzijn van iets? Tenzij je spreekt over puur, ongedifferentieerd bewustzijn, maar dat ben jij niet. Jij bent een individu met een uniek perspectief.

De vraag is niet of je een zelf hebt, maar of je je bewust bent van jezelf als afgescheiden, of als verbonden met het geheel.

Ik begrijp dat we hier op een subtiel terrein komen, waar woorden tekortschieten. Ik zeg niet dat degene die deze opmerking maakte ‘fout’ is. Ik zeg alleen dat onze ware aard bewustzijn is, ja — maar niet in de zin dat we geen individu zijn. Het is bewustzijn dat zich bewust is van zichzelf als een individueel zelf, verbonden met het geheel.
https://www.youtube.com/watch?v=PnzKpzdVsJQ