Wat verkies je te geloven?

Met regelmaat verschijnen er op tv documentaires over mensen die zijn opgegroeid in een streng Christelijk milieu en daar stevig onder hebben geleden. Ik denk bijvoorbeeld aan mensen met een niet heteroseksuele geaardheid. Het is schrijnend om te zien dat ouders op grond van hun geloof en hun interpretatie van de Bijbel menen hun niet hetero kind te moeten heropvoeden, corrigeren, berispen, genezen of zelfs de deur moeten wijzen. Het gaat me er niet om deze ouders hiervoor te veroordelen. Ik wil slechts aangeven hoe een (onbewuste) keuze om een religieuze “waarheid” aan te nemen kan doorwerken in het leven van de betrokkenen. In dit voorbeeld menen ouders dat alle teksten uit de Bijbel door God geïnspireerd zijn en een bruikbaar handvest bieden om hun leven in te richten, zelfs als dit gepaard gaat met oordeel, afwijzing en het projecteren van schuld.

Studenten van Een Cursus in Wonderen (ECIW) menen niet zelden dat zij zelf niet dogmatisch zijn en de pure vertolkers zijn van de boodschap van liefde zoals Jezus deze bedoeld heeft. Het fijne van ECIW is dat ons niet gevraagd wordt om geloof te hechten aan dogma’s of om bepaalde gedragsregels te volgen. Zolang we ons in het dagelijks leven af proberen te stemmen op de liefde is er ook weinig aan de hand. In mijn Baptisten-periode hanteerden we de slogan “what would Jesus do” en ik denk dat we, met het Nieuwe Testament in gedachten, aan deze slogan een goed houvast hebben.

Maar onbewust zijn we ook van ECIW een nieuw geloof gaan maken. Hiermee bedoel ik dat we zaken die we (nog) helemaal niet zelf doorleefd hebben als “logische” waarheid zijn gaan aannemen, verkondigen en verdedigen. En ook nu gebeurt het weer dat dit nieuwe geloof een stevig stempel kan drukken op het leven dat we leiden. Ik denk nu met name aan het geloof in absolute eenheid. Onder invloed van oosterse levensbeschouwingen en de interpretatie van de Cursus door enkele leraren is er een onevenredig grote nadruk gelegd op het aspect “eenheid” binnen ECIW. En het klopt; Jezus hamert er in ECIW op dat we in eenheid met elkaar verbonden zijn en dat de afscheiding zoals wij die percipiëren niet heeft plaatsgevonden. Maar in die woorden “we” en “wij” zit direct ook het mysterie van de Schepping verborgen. Ons verstandelijke, nieuwe geloof kan niks met meervoudsvormen zoals we en wij. Als alles één is dan is hier simpelweg geen plek voor.

Doe nu even een stap terug en onderken dat wat je nu zeker weet het feit is dat je wel degelijk ervaart dat er sprake is van jij en ik, van wij. Wees nu heel eerlijk jegens jezelf en geef toe dat je geen voorstelling kunt maken van absolute eenheid of van zoiets als zelfloosheid. Je hoort er sereen ogende mannen en vrouwen op podia tussen mooie bossen bloemen over praten maar je kunt niet anders doen dan geloof hechten aan hun theorie van absolute eenheid en het oplossen van het zelf in de onmetelijke oceaan van bewustzijn. Hebben deze mensen echt geen enkel zelfbesef meer? Wees geen gelovige en durf deze vraag liefst hardop te stellen zonder dat je jezelf afvallig of schuldig voelt.

Precies deze kwestie behandelt Kim Michaels in bijgevoegde video. Hij beantwoordt een vraagsteller die heel concreet vraagt wat het verschil is in het dagelijks leven tussen iemand die gelooft in zelfloosheid versus iemand die uitgaat van het bestaan van een hoger Zelf; lees: van de echtheid van God Schepping waarin sprake is van Kinderen van de Vader. Onderzoek vervolgens jezelf en probeer te zien hoe bepaalde geloofsstellingen doorwerken in jouw leven. Ben je door ECIW gaan geloven dat je afstand van de wereld moet nemen omdat deze toch maar een illusie is? Hoe zeker weet je dat deze houding de juiste is? Wat je wel zeker weet is wat het met jou doet en met je relaties met anderen. Is er sprake van stromende liefde of van terugtrekking, somberheid, doelloosheid, cynisme enzovoort?

Ik vermoed dat Jezus ons na ECIW het boek Een Cursus van Liefde (ECvL) heeft gegeven precies omdat we in de nihilistische valkuil van de absolute eenheidstheorie zijn gevallen. Daarom sluit ik graag af met zijn woorden uit deel III van ECvL:

1.6 Je hart kent de realiteit van deze waarheid, weet dat deze nieuwe realiteit werkelijk is en verschilt van de realiteit van het oude. Ideaal gesproken accepteren het verenigde hoofd en hart samen deze nieuwe realiteit en met deze acceptatie wordt het hart bevrijd om te verblijven in het Huis van de Heer, de nieuwe wereld, het Koninkrijk dat al is voorbereid en dus geen voorbereiding behoeft.

1.7 Deze aanvaarding is cruciaal voor de verheffing van het persoonlijk zelf. Zonder deze aanvaarding moet het persoonlijk zelf nog steeds worstelen en proberen, voorbereiden en plannen maken. Het weet niet hoe het anders moet. Je denkt dat je niet weet hoe het anders moet.

1.8 Dit is de laatste overgave. De overgave van de controle van het persoonlijk zelf. Zelfs wanneer het ego verdwenen is, kan het persoonlijk zelf zich in de wereld blijven bewegen als een naamloze entiteit, zonder gezicht, een wezen zonder identiteit, nederig, zelf-loos en effect-loos. Want er dient een oorzaak te zijn om een effect voort te brengen.

1.9 Deze anti-ego neigingen zijn een reëel gevaar in deze tijd. Je wordt niet geroepen tot zelf-loosheid maar tot het Zelf!

1.10 Dit is de overgang waarvan je het gevoel hebt er middenin te zitten. Het ego is verdwenen, maar het is jouw ware Zelf nog niet toegestaan om in het persoonlijk zelf te verblijven om zo het persoonlijk zelf te verheffen. Een tijdje ben je op die manier zelf-loos geweest en het persoonlijk zelf is de draad kwijtgeraakt door dit gemis aan een identiteit. Iemand zou letterlijk kunnen sterven tijdens deze periode van het ontbreken van een identiteit, het ontbreken van een oorzaak. Het persoonlijk zelf laten sterven is niet langer nodig omdat we in plaats hiervan werken aan de verheffing van het persoonlijk zelf. Deze verheffing vindt plaats door de aanvaarding van je ware identiteit en niet door identiteit-loos te zijn. De heerschappij van het ego begon juist in zo’n periode van identiteitloosheid. Op die manier kun je niet verder gaan.

De roep om wonderwerkers.

Tjonge; wat gebeurt er toch veel op het wereldtoneel. De Engelsen hebben er een mooie uitdrukking voor: “never a dull moment” (“het is geen moment saai”). Maar dat klinkt vriendelijker dan waar we getuige van zijn. Met meneer Donald Trump is alles in een stroomversnelling gekomen. Hij zou op de puinhopen van Gaza het liefst een vakantieparadijs bouwen maar daarvoor moeten de bewoners wel eerst even naar het buitenland verhuizen. Fijn dat hij de oorlog in Oekraïne wil beëindigen maar als dat moet gebeuren door de heer Poetin zijn zin te geven en meneer Zelenski te schofferen dan levert dat schokkende t.v.-beelden op. Europa moet snel op eigen beentjes gaan staan en overweegt 800 miljard te gaan besteden aan wapentuig. Spul dat bedoeld is om onze medemensen zo efficiënt en massaal mogelijk te verlossen van hun fysieke verschijningsvorm. Bedenk eens wat  je met zo’n bedrag zou kunnen doen in ontwikkelingslanden. Maar ja; daar zie ik ook alleen maar boze donkere mannen met machinegeweren elkaar, vrouwen en kinderen afslachten. Waar zit ik toch in godsnaam naar te kijken? Wat gebeurt er en hoe heb ik me hiertoe te verhouden?

Cursus-studenten die in mijn beleving wat doorslaan doen alles af als illusie, als een droom die we maar het beste kunnen negeren. Jezus zegt het toch duidelijk: “niets werkelijks kan bedreigd worden, niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God”. Dus alles wat bedreigd lijkt te kunnen worden is onwerkelijk. Oorlog, geweld, kinderlijkjes? Allemaal illusie en als we het serieus zouden nemen dan trappen we in de valkuil van niveauverwarring waarbij we vergeten dat alleen de eeuwige hemelse schepping waar kan zijn. Zou wegkijken dan de oplossing kunnen zijn? Ik vermoed dat dit wegkijken nogal eens voortkomt uit angst. En als je ergens bang voor bent dan is het nog echt voor je. Geeft niks; maar wel iets om even bij stil te staan.

Maar waarin zit dan het onwerkelijke van de ellende? Het onwerkelijke, niet alleen van de ellende maar van heel de fysieke wereld, zit hem in het feit dat er geen op zichzelf staande fysieke wereld is. Alles is denkgeest en gebeurt in de denkgeest. Gedachten verlaten niet hun bron. Ik las ooit in een of ander oosters boek de volgende uitspraak: “wie denkt dat hij gedood kan worden vergist zich, wie denkt dat hij doodt, vergist zich eveneens”. Dat komt dan weer in de buurt van genoemde cursus-uitspraak over de bedreigbaarheid van de werkelijkheid. Maar betekent dit dan dat we er rustig op los kunnen bombarderen en dat we naar een comedy zitten te kijken. Nee, natuurlijk niet. Het verbaast me dat doorgeslagen cursus-studenten hiermee onder de wol kunnen gaan. Als ik ze wijs op ons grote voorbeeld, de Jezus uit het Nieuwe Testament, dan beweren ze met droge ogen dat hij niets te maken heeft met de Jezus van de cursus. Hoe schrijnend, hoe pijnlijk en hoe onwaar is dit toch. Maar goed; laat ik me dan beperken tot de cursus zelf. Als er toch helemaal niks aan de hand is en alles maar een droom is; waarom heeft Jezus dan de moeite genomen om zijn angstige broeders en zusters onze mooie cursus te geven? Jarenlang teksten dicteren aan Helen Schucman (en later nog aan andere scribenten van prachtige boeken) omdat alles oké is?

Weet je wat niveauverwarring is? Het is niveauverwarring indien je zegt dat de Zoon van God geen nare droom droomt. Dromen zijn niet “echt” maar het feit dat we dromen is wel echt. In deze droom denken we voor afscheiding te kunnen kiezen en deze collectieve droom doet zich aan ons voor als een fysieke wereld in het algemeen en, bij voldoende aanvalsgedachten, als een wereld in oorlog. Wat we zien gebeuren, werkt als een spiegel waarin we haarscherp zien wat er mis is in onze denkgeest. We zien levensgroot ons geloof in afscheiding, in speciaalheid, aanval, angst, verdediging enzovoort. We zien hoe we lijden aan een collectieve geheugenstoornis waarbij we denken dat we op onszelf staande wezentjes zijn die niks te maken hebben met andere denkgeesten en met de werkelijke wereld, de schepping van God.

Een Kind van God dat zichzelf ziet als geïsoleerde denkgeest is in de war en dat verbetert niet als hij onbewust angstig zich wil terugtrekken in de schijnbaar veilige omgeving van zijn eigen schijnbare grenzen. De hermetische wijsheid geeft ons de mooie uitspraak: “zo boven, zo beneden”. Ook Een Cursus van Liefde laat ons zien dat zelfs onze droomwereld ons een beeld kan geven van een diepere waarheid. Want droom of niet; wat doe je als je bij het klussen je hoofd hard stoot, in de spiegel kijkt en je een flinke straal bloed ziet stromen? Je geeft er aandacht aan, stelpt het bloeden, verzorgt de wond en neemt je voor wat beter op te passen. Wat doe je als je lichaam signalen geeft van dorst of honger? Je drinkt en eet wat.

De tv laat ons zien dat onze denkgeest ziek is en enorme honger heeft. Het geneesmiddel is verbinding en het voedsel is liefde. Dat is totaal anders dan je terugtrekken en gaan zitten lachen. Jezus zag en ziet onze ziekte en geeft ons het medicijn van de cursus en zegt ons naar de dokter te gaan, naar de Heilige Geest, zodat die ons weer op het pad van vergeving, verbinding en liefde kan zetten.

Maar hoe nu praktisch? De cursus geeft ons geen gedragsregels maar wijst ons wel op onze verantwoordelijkheid. In Les 19 leren we: “Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten”. Denkgeesten zijn verbonden. En in Les 33: “Er is een andere manier om naar de wereld te kijken”. Dan Les 39: “Mijn liefdeloze gedachten over …. houden mij in de hel. Mijn heiligheid is mijn verlossing”. Hierin gloort onze hoop: als liefdeloze gedachten de ellende veroorzaken dan zullen liefdevolle gedachten effect hebben, juist omdat denkgeesten verbonden zijn. Waar halen we die Liefde vandaan? Uit onze herinnering aan onze Vader, onze Bron: God is de Denkgeest waarmee ik denk.

Er zijn maar twee mogelijkheden voor de beelden die we zien: ze zijn een uiting van liefde of een roep om liefde. Alle haat en oorlogen vormen een wanhoopskreet om liefde. De spanning bouwt zich op in de droom. Velen dromen de nachtmerrie van oorlog en het is aan ons om de roep om liefde te horen en te beantwoorden opdat de gelukkige droom zichtbaar mag worden. En dan, als we ontwaken en niet eerder, kunnen we lachen als we terugkijken op de dwaze droom. Dat is de wonderlijke paradox: in waarheid valt er niets te vergeven maar toch is dit vooralsnog wel wat van ons gevraagd wordt: dat vergeven wat in werkelijkheid niet is gebeurt. We moeten wonderwerkers zijn. Wonderen zijn uitingen van liefde. Uitingen! In de hemel is alles perfect en is er geen gemis. Maar tot die (schijnbare) tijd geldt voor ons wonderprincipe 8:

“Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben”.

Trump’s Plan to ‘Cleanse’ Gaza: Origins and Implications

Zelf-loosheid?

Lezers van mijn blogs weten dat ik regelmatig schrijf over het, in mijn beleving, te ver doorvoeren van de boodschap van non-dualiteit. Ik verbaas me dat ECIW-studenten helemaal enthousiast worden van de druppel-metafoor waarbij de mens gezien wordt als een schijngestalte, een druppel, die straks weer “heerlijk” terugvloeit in die ene oceaan van zijn. Ik geloof dat we als ECIW-studenten (en -leraren) te ver doorslaan als we zo’n hyper-abstracte boodschap omarmen en ik geloof ook niet dat deze inherent is aan Een Cursus in Wonderen (ECIW) of Een Cursus van Liefde (ECvL). Hoewel ik niet ontken dat ik de helderheid van sommige eigentijdse leraren die een non-duale boodschap verkondigen kan waarderen, heb ik twijfel geuit of hun boodschap van zelfloosheid, zoals uitgebeeld in de druppelmetafoor, echt op hun ervaring stoelt of meer een extrapolatie van een gedachtegang is, een theorie, een nieuw geloof. Zie bijvoorbeeld mijn blog: https://eciwcoach.com/2025/01/15/op-naar-de-absolute-eenheid/ .

Zoals gezegd geloof ik niet dat Jezus in ECIW deze visie ondersteunt en in ECvL corrigeert hij zelfs nadrukkelijk ons idee dat we naar zelfloosheid zouden dienen te streven. Zie onderstaande citaten:

A.24 Door ontvankelijkheid wordt de wijsheid die inherent is aan wie je werkelijk bent geopenbaard. Zijn wie je werkelijk bent, je ware identiteit aanvaarden, is het doel van deze Cursus en van dit aanvangsniveau van wat ik slechts gemakshalve een curriculum noem. Het is nuttig om je op dit niveau te herinneren en eraan herinnerd te worden dat trouw zijn aan jouw Zelf niet gaat om het bereiken van een ideale staat, of een staat van identiteit die precies hetzelfde is als die van iemand anders. Het gaat ook niet om zelf-loos te zijn. Ook deze ideeën zijn onderdeel van het ont-leren in deze Cursus en dienen ontmoedigd te worden.

1.9 Deze anti-ego neigingen zijn een reëel gevaar in deze tijd. Je wordt niet geroepen tot zelf-loosheid maar tot het Zelf!

1.10 Dit is de overgang waarvan je het gevoel hebt er middenin te zitten. Het ego is verdwenen, maar het is jouw ware Zelf nog niet toegestaan om in het persoonlijk zelf te verblijven om zo het persoonlijk zelf te verheffen. Een tijdje ben je op die manier zelf-loos geweest en het persoonlijk zelf is de draad kwijtgeraakt door dit gemis aan een identiteit. Iemand zou letterlijk kunnen sterven tijdens deze periode van het ontbreken van een identiteit, het ontbreken van een oorzaak. Het persoonlijk zelf laten sterven is niet langer nodig omdat we in plaats hiervan werken aan de verheffing van het persoonlijk zelf. Deze verheffing vindt plaats door de aanvaarding van je ware identiteit en niet door identiteit-loos te zijn. De heerschappij van het ego begon juist in zo’n periode van identiteitloosheid. Op die manier kun je niet verder gaan.

15.28 Bedenk dat deze reis niet ging over zelf-loos worden, maar over het verwezenlijken van je ware identiteit. We hebben nu je mythes ontkracht over je ware identiteit als een geïdealiseerde vorm van het zelf. Nu ben je er klaar voor, door je vermogen je eigen Zelf te zien, evenals dat wat je waarneemt, vanuit een neutraliteit die zowel het ongekende als het gekende omarmt, om je eigen Zelf en je bestemming hier opnieuw op te eisen.

Van mij mag iedereen geloven wat hij of zij wil en als je blij wordt van de gedachte een druppeltje te zijn dat bedoeld is om op te lossen in een oceaan dan is het niet mijn intentie je tot andere gedachten te brengen. Maar ik heb er ook op gewezen hoe het doorschieten in een geloof in absolute eenheid kan leiden tot een extreem naar binnen gerichte houding en een afkeer van de wereld. Vandaag kwam ik een video tegen die ik onder jullie aandacht wil brengen omdat deze nu precies handelt over deze kwestie (https://youtu.be/N564irM3MyQ?si=8nPEiXYuVKkSN_Ok .) Kim Michaels is bekend met ECIW maar niet per se een cursus-leraar. Hij onderkent echter wel dat de non-duale visie die we voorbij zien komen op YouTube eigenlijk een nieuw geloof is waar we tamelijk klakkeloos achteraan zijn gaan hobbelen. De video is in het Engels maar als je een beetje handig bent kun je deze binnen YouTube automatisch laten vertalen. Benieuwd wat jullie ervan vinden.

Hartegroet,

Simon

Helen Schucman en Jezus

<Ik liet AI onderzoeken hoe de relatie tussen Helen Schucman, scribent van ECIW, en Jezus was en vond het resultaat inspirerend>


In de Urtext, de vroegste versie van Een Cursus in Wonderen, zijn er verschillende momenten waarop Jezus Helen Schucman persoonlijk helpt, haar angst probeert te verminderen en haar correcties of geruststelling biedt. Hier zijn enkele voorbeelden:

1. Jezus helpt Helen haar angst te verminderen

Helen had veel moeite met het idee dat ze boodschappen van Jezus doorkreeg. Ze voelde zich vaak angstig en onzeker over het proces. Jezus probeerde haar gerust te stellen:

“Voel je alsjeblieft niet schuldig over het feit dat je soms aan mij twijfelt. Dat is begrijpelijk en heeft op geen enkele manier het proces zelf verstoord.”
(Urtext, Special Messages)

Hier zegt Jezus eigenlijk dat haar twijfels geen obstakel zijn voor het ontvangen van de Cursus en dat ze zich daar niet schuldig over hoeft te voelen.

2. Jezus benadrukt dat ze niet alles meteen hoeft te begrijpen

Helen wilde graag de betekenis van de Cursus volledig begrijpen, maar Jezus moedigde haar aan om simpelweg te schrijven zonder zich te laten afleiden door intellectuele vragen:

“Onthoud, je wordt alleen gevraagd op te schrijven wat ik zeg. Het is niet nodig dat je het op dit moment begrijpt, en eigenlijk zou het veel nuttiger zijn als je dat niet probeert.”
(Urtext, Special Messages)

Hier helpt Jezus haar om zich te ontspannen en haar weerstand tegen het proces los te laten.

3. Jezus corrigeert haar gedachten over persoonlijke kwesties

In een van de vroege dictaten had Helen ruzie gehad met Bill Thetford, haar collega en medeontvanger van de Cursus. Jezus zegt tegen haar:

“Je hebt alle reden om zo te reageren op Bill, maar hij is nu ook in zijn juiste denkgeest, en hij verdient het om geholpen te worden met wat hij heeft laten gebeuren.”
(Urtext, Special Messages)

Hier erkent Jezus haar gevoelens maar moedigt hij haar aan om Bill te vergeven en hem te helpen, in plaats van zich te laten meeslepen door haar eigen frustratie.

4. Jezus helpt haar haar functie te accepteren

Helen had een intellectuele achtergrond als psycholoog en voelde zich ongemakkelijk met het idee dat ze een ‘spiritueel’ boek moest ontvangen. Jezus erkent haar strijd en biedt een perspectiefverandering aan:

“De rol die ik je heb toegewezen is heel specifiek. Je moet vragen en ontvangen.”
(Urtext, Special Messages)

Hij stelt hier duidelijk dat haar enige taak is om de woorden op te schrijven zonder zich zorgen te maken over wat het betekent of hoe het zal worden ontvangen.

5. Jezus helpt Helen met haar schuldgevoelens

Helen had veel last van schuldgevoelens en zelfkritiek. Jezus corrigeerde haar hierop:

“Je zou je niet schuldig moeten voelen over iets dat God heeft geschapen. Schuld is een duidelijk teken dat je denken niet creatief is en liefde mist.”
(Urtext, Special Messages)

Hier helpt Jezus haar in te zien dat schuldgevoelens een blokkade zijn voor liefde en creativiteit.

6. Jezus helpt haar met lichamelijke klachten

Helen had last van fysieke ongemakken, waaronder hoofdpijn en spanning. Jezus gaf haar advies over hoe ze haar denken kon gebruiken om dit te verlichten:

“De enige echte remedie is rust. En de enige plaats waar je die kunt vinden is in je denkgeest.”
(Urtext, Special Messages)

Hier moedigt Jezus haar aan om innerlijke rust te zoeken in plaats van zich te laten meeslepen door stress.

7. Jezus biedt aan haar schrijven te vergemakkelijken

Helen had moeite met bepaalde passages en aarzelde soms om ze op te schrijven. Jezus stelde haar gerust dat hij haar zou helpen bij het formuleren:

“Als je je verzet, zal ik het gemakkelijker voor je maken. Maar je moet wel de bereidheid tonen om het proces te laten gebeuren.”
(Urtext, Special Messages)

Dit laat zien dat Jezus zich aanpaste aan haar weerstand en haar niet dwong, maar haar uitnodigde om zich te openen voor het proces.

Conclusie

Deze passages laten zien dat Jezus zich niet alleen richtte op het doorgeven van de Cursus, maar ook op Helen als persoon. Hij probeerde haar gerust te stellen, haar angst te verminderen en haar te helpen haar functie te accepteren zonder zich schuldig of onzeker te voelen. Ze worstelde echter haar hele leven met haar eigen weerstand tegen deze lessen.

We zijn één.

Ik mag graag ook andere levensbeschouwelijke boeken lezen dan Een Cursus in Wonderen (ECIW). Daarbij merk ik dat ik filosofie boeken lees door de bril van ECIW. Zo zag ik bij Plato aandacht voor de transcendente werkelijkheid van ideeën. Dat doet me dan denken aan de ultieme geestelijke werkelijkheid (Mind) van ECIW. Aristoteles krijgt wat meer aandacht voor wat om hem heen gebeurt, de werkelijkheid zoals wij die zien, en probeert een link te leggen tussen het geestelijke en het fysieke. Deze relatie vormt ook een hot topic in de ECIW-community.

Mannen als Descartes, Kant, Schopenhauer, Nietzsche, Bernardo Kastrup en vele anderen, betrekken ook de filosoferende mens zelf bij hun onderzoek. Wat kunnen wij eigenlijk weten van onszelf en van de wereld? Ze lopen hierbij tegen een soort dubbelrol van de mens aan. Aan de ene kant is de mens het subject dat het onderzoek verricht en aan de andere kant ook het object dat hij onderzoekt. Levinas schrijft mooi over de fundamentele onmogelijkheid die in dit spanningsveld opgesloten zit: het oog kan zichzelf nooit zien.

Dit thema is nog steeds actueel voor hedendaagse spirituele zoekers . In non-duale kringen hoor je dat alles verschijnt in bewustzijn en dat dit de stille achtergrond (het oog) is waarin alles verschijnt. “En dat ben jij”, klinkt het dan plechtig. In ECIW gebeurt iets dergelijks. Alles wat verschijnt in bewustzijn wordt aan de kant geschoven als onwerkelijk. We zijn niet ons lichaam en ook niet onze gedachten; deze betekenen niets.  Wij zijn de Zoon van God (een soort Goddelijk oog) dat een illusie ziet, de droom van de fysieke wereld met daarin ook onze fysieke lichamen. Vervolgens zien we het klassiek filosofische spanningsveld weer tevoorschijn komen. Veel ECIW-studenten willen namelijk de focus zo snel mogelijk leggen op de geestelijke wereld en menen dat het handig is om de fysieke wereld te ontkennen; dromen zijn immers niet echt. Anderen zien, een beetje in stijl van Aristoteles, de fysieke wereld als een soort afspiegeling van wat zich in het geestelijke domein afspeelt.

Het lastige van dat onderscheid tussen de geestelijke wereld en de fysieke wereld is dat van de eerste wordt gezegd dat deze tijdloos is terwijl van hieruit een fysieke wereld van tijd en ruimte als het ware geboren (“gedroomd”), wordt. ECIW introduceert een unieke visie waarbij intentie een grote rol speelt. Filosofen als Schopenhauer en Nietzsche zijn deze intentie door noest denkwerk op het spoor gekomen. Schopenhauer sprak van “De wereld als wil (dus intentie) en voorstelling”. Het viel Nietzsche daarna op dat die wil niet echt een heel vriendelijke wil was, maar een wil tot macht, tot beheersing en overheersing; in ECIW-termen: het ego-denksysteem. Hij stelde dat dit het enige is waar we zeker van kunnen zijn en hij wees alle geloof in een hemel, God of liefde af. Dit alles zag hij als een soort sluwe zoethouders voor mensen die tegen hun eigen machteloosheid aanliepen. Schopenhauer zag, net als sommige ECIW-studenten, verzaking (ascese) van de wereld als enige uitweg om niet meegezogen te worden in de maalstroom van het aardse leven. Hij herkent wel het bestaan van schoonheid in kunst en vooral in muziek.

Waar het de tijdloze oergrond van ons bestaan betreft, beginnen de filosofen in het duister te tasten. Dit is ook niet zo gek want ons denken kan zichzelf niet overstijgen, iets wat Nietzsche glashelder maakt.  

Als de filosofen dan toch de grenzen van het denken opzoeken dan zie je dat ze uitkomen op een visie die tegenwoordig wordt uitgedragen door Bernardo Kastrup: het analytisch idealisme. Dit stelt dat de werkelijkheid mentaal van aard is en niet materieel. Als ECIW-studenten kunnen we hier wat zelfvoldaan over glimlachen want dit wisten wij toch allang? Toch moeten we onszelf hierbij niet al te snel rijk rekenen. Ik merk dat het werkelijke, diepe besef van wat dit betekent nauwelijks echt is binnen gekomen bij veel ECIW-studenten en dat bijvoorbeeld Bernardo Kastrup, en met hem andere filosofen, de impact en waarheid hiervan veel dieper doorvoelen en beleven. Ik besef dat dit arrogant kan klinken want hoe kan ik dat nu weten? Welnu, dit is te merken aan hoe men zich uit over het lichaam en de wereld. Veel ECIW-studenten komen niet veel verder dan “ik ben geen lichaam maar ik heb een lichaam” en dit getuigt van niet meer dan een ontluikend besef van de grootse visie van het filosofisch idealisme en de werkelijke en diepere visie van ECIW; alles is mentaal respectievelijk Mind.  Geïnteresseerden verwijs ik graag naar de website van de Essentia-foundation (www.essentiafoundation.org).

Het fascinerende van ECIW is dat het ten diepste een openbaring betreft vanuit, naar we aannemen, het Christusbewustzijn. Veel van deze openbaringen kunnen steeds beter bevestigd worden; niet alleen vanuit de filosofie maar ook vanuit de kwantumfysica. Zo komen alle grote denkers erop uit dat onze kern ten diepste tijdloos (eeuwig) is en mentaal / mind / geestelijk. De mentale eenheid ziet zichzelf door een ogenschijnlijke afsplitsing (dissociatie). Dit zou in ECIW worden aangegeven met geloof in de afscheiding en met ”projectie maakt perceptie”. In werkelijkheid zegt ECIW echter ook:  “ideeën verlaten niet hun bron”, oftewel: alles is en blijft fundamenteel Mind.

Maar nu volgt onvermijdelijk een grote vraag: wat gebeurt er als aan deze tijdelijke dissociatie een einde komt, als we sterven? De filosofen kunnen niet anders dan onverbiddelijk concluderen dat de mens die zich slechts als subject kon ervaren in verhouding tot een ogenschijnlijke buitenwereld, weer zal oplossen in de tijdloze eenheid waar hij even uit leek voort te komen. Aanvankelijk kan het prettig klinken als we denken dat “we” terugkeren tot God, totdat we beseffen dat er in deze visie geen sprake meer is van een “we” als we oplossen in eenheid.

Maar ECIW openbaart iets waar we met ons denken niet bij kunnen. Jezus vertelt dat ons diepste gevoel een uniek Kind van God te zijn niet berust op een illusie. Hij onthult een mysterie dat we weliswaar geen wezens zijn die echt van elkaar gescheiden zijn, maar dat we toch ook niet één amorf mentaal veld zijn. We zijn tijdloze Kinderen van de Vader. Het lastige is dat we ons bij die “we” niks meer kunnen voorstellen omdat we niet langer praten over de we als individuen die van elkaar verschillen in tijd en ruimte. Maar die onkenbare “We” is wel cruciaal, wonderbaarlijk en buiten het bereik van ons denken.

Deze “We” wordt geopenbaard in ECIW in de talloze meervoudsvormen die Jezus hanteert (Scheppingen, Kinderen, Zonen, kanalen, minds etc). Filosofisch ingestelde cursus-leraren hinken soms op twee gedachten waarbij ze willen aanschurken tegen logisch klinkende non-duale filosofieën, niet alleen van westerse- maar ook van oosterse origine. Vanuit menselijk standpunt is dit begrijpelijk en perfect verdedigbaar. Ze menen te moeten kiezen voor eenheid ten koste van het mysterie van de schepping, waarbij we bestaan in heilige relatie met de Vader en met elkaar.

Jezus gebruikt in ECIW termen die wijzen op eenheid en op meervoudigheid door elkaar. Denk aan de Zoon en aan Zonen (verenigd in het Zoonschap). Genoemde ECIW-leraren doen Jezus’ uitspraken af als kinderlijke, duale taal die hij hanteert omdat wij hem anders niet zouden begrijpen. Punt is dat je hiermee zegt dat je beter kunt uitleggen dan Jezus hoe “alles” in elkaar steekt. Ik meen dat Jezus duale en non-duale taal door elkaar gebruikt omdat de waarheid vanuit ons perspectief paradoxaal is. Dit paradoxale karakter blijkt uit termen als Schepping (onmogelijk in absolute eenheid) en Heilige Relatie (Heilig is “heel”, of één terwijl relatie tenminste twee impliceert). Ik zag een prachtige video over deze paradox waarbij de non-duale Boeddhistische visie van “no self” naast de visie van Carl Jung op individuatie wordt geplaatst (zie: https://youtu.be/TS6dyRekTUY?si=O2syBZYjRA6LHXTg ).

Ik durf het aan een voorspelling te doen. Komende decennia zullen filosofen, wetenschappers en volgelingen van Jezus steeds meer zicht krijgen op het grootste mysterie aller tijden: we zijn één. Meervoud (individuatie) en eenheid. We zijn tijdloze Kinderen van de Vader innig verbonden met onze Bron en met elkaar. Een Cursus van Liefde gebruikt een prachtige omschrijving: we zijn relatie. Ons “zicht” hierop is in tijd en ruimte per definitie zeer beperkt. Maar het bewustzijn van onze ware aard zal duidelijker worden als we gaan handelen in overeenstemming met onze ware identiteit. Nu zien we nog verschillen en vechten we elkaar subtiel en minder subtiel te tent uit. We zijn zo goed als blind. Maar als we doorkrijgen dat we niet zonder gezonde wereld en goede relaties kunnen, als we liefde laten regeren, dan gaan we onze “eenheid”, in de zin van mysterieuze verbondenheid met elkaar en de wereld, erkennen en herkennen. Als één koor zullen we van vreugde lofliederen zingen rondom de troon van liefde. Dit zijn wat bombastische, niet wetenschappelijk klinkende, woorden, ik weet het. Maar Schopenhauer zei het al: muziek heeft iets van die goddelijke kwaliteit. En zo staat het in de Cursus:

Txt 13: VI (8): Nu is het de tijd van de verlossing, want nu is het de bevrijding van de tijd. Reik naar al je broeders, en raak hen aan met de aanraking van Christus. In tijdeloze verbondenheid met hen ligt jouw continuïteit, ononderbroken, omdat ze geheel wordt gedeeld. Gods schuldeloze Zoon is louter licht. Nergens is er duisternis in hem, want hij is heel. Roep al jouw broeders op om van zijn heelheid te getuigen, zoals ik jou oproep je te verbinden met mij. Elke stem zingt zijn partij in het lied der verlossing, de lofzang van blijdschap en dank voor het licht aan de Schepper van het licht. Het heilige licht dat van Gods Zoon uitstraalt, getuigt dat zijn licht van zijn Vader komt.

Het Heilig Avondmaal als Poort naar Geestelijk Bewustzijn

Het Heilig Avondmaal is meer dan een symbolische herdenking van Jezus’ lijden en dood; het is een diep mystieke handeling waarin wij worden uitgenodigd om de weg van Christus innerlijk mee te beleven. Door deel te nemen aan het Avondmaal, worden wij niet alleen herinnerd aan Jezus’ offer, maar worden wij opgeroepen om zelf doorheen het lichaam het besef van onze ware identiteit als geest te realiseren.

Deelname aan het Lijden: Ontwaken uit de Droom van het Lichaam

Wanneer Jezus zegt: “Dit is mijn lichaam, dat voor jullie gegeven wordt” (Lukas 22:19), kunnen we dit verstaan als een uitnodiging om het lichaam niet als onze ware identiteit te zien, maar als onze huidige perceptie van onze identiteit. Het lijden en sterven van Christus symboliseert de illusie van afgescheidenheid, die het ego in stand houdt door zich met het lichaam te identificeren.

Door bewust deel te nemen aan het Avondmaal, treden wij in het besef dat ook wij het “kruis” dragen van de valse identificatie met het lichaam. Wij worden uitgenodigd om dit lijden niet te verwerpen, maar er doorheen te gaan – niet als slachtoffers, maar als wezens die ontwaken tot de waarheid.

Het Brood en de Wijn als Symbolen van Transformatie

Het Brood (Lichaam van Christus) staat voor de manifestatie van de illusie van vorm. Door het te eten, nemen wij als het ware de schijnwerkelijkheid van het lichaam in ons op, maar alleen om het in bewustzijn te overstijgen.

De Wijn (Bloed van Christus) symboliseert de levende Geest, de eeuwige essentie die ons verbindt met God. Door de wijn te drinken, erkennen wij dat ons ware Zelf niet stoffelijk is, maar goddelijk.

Hierin ligt de kern van transformatie: wij doorleven de ervaring van het lichaam, maar laten ons er niet door gevangen houden. Door deze “doortocht” worden wij herinnerd aan onze geestelijke oorsprong.

De Verrijzenis: Het Bewustzijn van de Geestelijke Werkelijkheid

Het Avondmaal eindigt niet bij het lijden en sterven. Jezus’ opstanding toont dat de dood geen macht heeft over de ware identiteit. Zo wordt ook ons bewustzijn, door het Avondmaal heen, opgetild tot het besef dat wij niet het lichaam zijn, maar pure Geest. Dit komt overeen met de kernboodschap van Een Cursus in Wonderen:

“Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf zoals God mij geschapen heeft.” (Les 201, Werkboek)

Door het Heilig Avondmaal werkelijk te beleven, sterft ons geloof in de lichamelijke identiteit en verrijst ons besef van eenheid met God. Dit is geen intellectueel begrip, maar een innerlijke ervaring die ons bevrijdt van angst en ons terugbrengt naar liefde.

taken under studio light with electronic flash

De Heilige Drie-eenheid,

Toelichting: Ik heb alle alinea’s uit Een Cursus in Wonderen (Originele Editie) en Een Cursus van Liefde verzameld en AI gevraagd hier een verhandeling over te schrijven. Dit is het resultaat:

De Heilige Drie-eenheid, bestaande uit de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, vormt de kern van veel spirituele en theologische leringen. In “Een Cursus in Wonderen” wordt de Drie-eenheid op verschillende manieren belicht, waarbij de nadruk ligt op eenheid, liefde en de afwezigheid van conflict. De Zoon van God, als onderdeel van de Heilige Drie-eenheid, herinnert zich zijn Schepper wanneer hij zijn Geest in de handen van zijn Vader legt. Dit proces leidt tot een ontwaken van de geest en het verdwijnen van alle gevoel van afscheiding. De Drie-eenheid zelf is één, zonder verwarring binnen haar niveaus, omdat ze uit één Geest en één Wil bestaat. Deze eenheid creëert perfecte integratie en vestigt de vrede van God.

De Heilige Geest, het enige symbolische deel van de Drie-eenheid, wordt in de Bijbel beschreven als de Genezer, de Trooster en de Gids. Hij fungeert als een brug tussen perceptie en kennis, waardoor genezing mogelijk wordt. De Heilige Geest is deels van ons en deels van God, wat de relatie tussen ons en de Drie-eenheid versterkt.

God, de eerste in de Heilige Drie-eenheid, is de Oorspronkelijke Schepper. Zijn scheppingen zijn tijdloos en onveranderlijk. Hij verlangt naar zijn Zoon, die zijn enige schat is, en onze scheppingen zijn onze geschenken aan de Drie-eenheid, gecreëerd uit dankbaarheid voor onze eigen schepping. Deze scheppingen verlengen onze liefde en vergroten de vreugde van de Drie-eenheid.

De Heilige Drie-eenheid is heilig omdat zij één is. Als we onszelf uitsluiten van deze eenheid, zien we de Drie-eenheid als gescheiden. We moeten onze plaats innemen binnen deze eenheid en onze functie vervullen als onderdeel ervan, anders blijven we afgescheiden en in conflict. In essentie benadrukt “Een Cursus in Wonderen” dat de Heilige Drie-eenheid een symbool is van ultieme eenheid en liefde. Door onszelf te zien als onderdeel van deze eenheid, kunnen we de vrede en vreugde ervaren die voortkomen uit het ware begrip van onze relatie met God en de Drie-eenheid.

De Heilige Drie-eenheid, bestaande uit de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, is een fundamenteel concept binnen het christendom dat de eenheid en diversiteit van God uitdrukt. Deze drie-eenheid wordt vaak gezien als een mysterie, maar de cursus van liefde biedt ons een dieper inzicht in hoe deze relaties werken en wat ze voor ons betekenen. Volgens de cursus van liefde is de bron van alles liefde. Deze liefde is altijd beschikbaar in elke situatie, zolang we erom vragen: “Wat zou liefde willen dat ik doe? Wat zou liefde willen dat ik zie? Wat zou liefde willen dat ik zeg?” Wanneer we een beroep doen op liefde, doen we een beroep op onze bron. Wanneer we de wijsheid van ons hart zoeken, doen we een beroep op de Zoon. Wanneer we de waarheid in onze geest zoeken, doen we een beroep op de Heilige Geest. Zo is de Heilige Drie-eenheid altijd beschikbaar in elke situatie en voor elke leermethode waarmee we ons het meest op ons gemak voelen.

De cursus van liefde benadrukt dat de verschillen tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest vergelijkbaar zijn met de verschillen die we ervaren wanneer we onszelf leren kennen als één geest en één hart. Ondanks deze eenheid verliezen we onszelf niet. De manier waarop we een relatie ervaren met elk aspect van de Drie-eenheid is anders, ondanks de eenheid van de Drie-eenheid. Dit geldt ook voor alle relaties met alles. De manier waarop we een relatie ervaren met elk aspect van de schepping is anders, ondanks de eenheid van de schepping. Het is in de verschillende relaties van één aspect van de schepping met al het andere dat het verschil dat we zo waarderen als onze uniciteit bestaat. En alleen daar. Alleen in relatie ben je uniek jezelf. Alleen relatie bestaat. Want liefde is relatie.

De cursus van liefde legt verder uit dat er alleen verschil is tussen ons wezen en God in relatie. Dit is het voorbeeld dat de ideeën van Vader, Zoon en Heilige Geest als een drie-eenheid die één God vertegenwoordigen, bedoeld waren om uit te beelden. De Zoon kan alleen God zijn in relatie tot God. De Heilige Geest kan alleen God zijn in relatie tot God. De Vader kan alleen God zijn in relatie tot God. God kan alleen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn in relatie. Zonder relatie is God simpelweg alles – zijn. Zonder relatie is wat niet God is simpelweg zijn – simpelweg bestaan aan het andere uiteinde van het continuüm van alles wat schepping is.

Overzicht van de eerste 50 werkboeklessen.

Begrijpen waar deze lessen over gaan is geen vervanging voor het daadwerkelijk doen van deze lessen maar kan wel een behulpzaam beeld, een soort overzicht, maken. Zo kan ons verstand een behulpzame gerichtheid krijgen waardoor de lessen makkelijker binnenkomen. ChatGpt hielp bij het maken van onderstaand overzicht.

De eerste 50 werkboeklessen van Een Cursus in Wonderen in vogelvlucht.

De wereld zoals wij die ervaren, heeft op zichzelf geen inherente betekenis. Alles wat we waarnemen, krijgt zijn betekenis door de interpretaties die we eraan geven. Dit betekent dat de realiteit die we denken te zien niet objectief is, maar een constructie van onze eigen geest. Omdat we alles door de lens van het verleden bekijken, zijn onze gedachten en waarnemingen doordrenkt van eerdere ervaringen en overtuigingen. Hierdoor zien we niets zoals het werkelijk is, en blijven we vastzitten in een wereld die slechts een reflectie is van onze eigen mentale conditionering.

Onze gedachten vormen beelden die we vervolgens projecteren als onze werkelijkheid. Omdat onze gedachten niet neutraal zijn, heeft alles wat we waarnemen een emotionele lading. De wereld die wij zien, is daarom een weerspiegeling van ons innerlijk. Wanneer deze gedachten ons angst inboezemen, ervaren we een bedreigende wereld. Maar wanneer we ons realiseren dat de wereld zoals wij die waarnemen niet door God is geschapen en dat we er zelf betekenis aan hebben gegeven, ontstaat de mogelijkheid om anders te kijken. We kunnen de keuze maken om vrede te zien in plaats van conflict, liefde in plaats van angst. Dit vergt vastberadenheid, want zonder een bewuste intentie blijven we gevangen in het oude perspectief.

De overtuiging dat we slachtoffer zijn van de wereld is een illusie. In werkelijkheid hebben wij de wereld die we zien zelf bedacht. Dit inzicht opent de deur naar een andere manier van kijken. We kunnen ons losmaken van onze aanvalsgedachten, die niets anders doen dan onze ware kracht ondermijnen. Door deze gedachten op te geven, bevrijden we onszelf uit de gevangenschap van een zelf gecreëerde werkelijkheid en kiezen we ervoor om de wereld anders te zien.

In deze nieuwe visie wordt alles geheiligd door ons eigen innerlijk licht. Wat we waarnemen, wordt niet langer door angst beheerst, maar door de erkenning dat ons denken deel uitmaakt van een goddelijke Bron. Omdat deze Bron in ons is, kunnen we haar overal zien. Dit betekent dat we niet machteloos zijn, maar dat onze heiligheid de wereld kan zegenen en transformeren. Onze ware kracht schuilt niet in controle, maar in de erkenning van de goddelijke eenheid waarin we bestaan.

De aanwezigheid van God vergezelt ons voortdurend. Hij is onze kracht en onze ware visie. Wanneer we inzien dat we niet los van Hem kunnen denken, wordt ons denken helder. De illusies van angst en beperking verdwijnen in het licht van deze waarheid. Gods liefde is de kracht waarin we vertrouwen, de stem die ons leidt en de zekerheid die ons draagt. Werkelijk begrip ontstaat niet door analyse, maar door de overgave aan deze liefde. In dit besef verdwijnt elke angst en rest er slechts vrede.

De conclusie is onontkoombaar: de wereld die we ervaren is geen vaste, objectieve werkelijkheid, maar een reflectie van onze geest. Wanneer we onze intentie veranderen en liefde boven angst verkiezen, transformeert onze ervaring. Waar we voorheen conflict zagen, zien we nu vrede. Onze waarneming is niet vaststaand; ze is kneedbaar en afhankelijk van onze keuze. Door de weg van liefde te bewandelen, leren we een nieuwe wereld zien.

Is de Jezus uit de cursus dezelfde als degene uit het Nieuwe Testament?

Cursus-studenten kunnen op verschillende manieren denken over Jezus. Ken Wapnick, een cursus-leraar van het eerste uur, is in de loop van zijn leven in steeds abstractere termen gaan spreken over de auteur van Een Cursus in Wonderen. “Jezus” zou een symbool zijn in het denken van Helen Shucman waaraan zij de tekst die ze ontving toedichtte.

In het Handboek voor Leraren is een hoofdstuk gewijd aan Jezus-Christus. Hierin wordt de wonderlijke heilige relatie beschreven die wij tot hem hebben (en in wezen ook met elkaar). Deze intieme verbondenheid komt ook uitgebreid aan de orde in Een Cursus van Liefde. Maar een heilige relatie en intieme verbondenheid maken Jezus nog niet tot een door ons bedacht symbool.

De manier waarop wij kijken naar Jezus heeft praktische consequenties. Als we hem zien als oudere broer, zoals ECIW hem beschrijft, dan kunnen we de bereidheid opbrengen om ons door hem te laten leiden, of door de Heilige Geest. Maar als we Jezus (en de Heilige Geest) zien als een door ons bedacht, voorlopig en kinderlijk symbool, dan is die bereidheid er niet of minder.

Ik meen dat Jezus in ECIW precies de bewoordingen gebruikt die het meest behulpzaam zijn voor ons. In deze opvatting sta ik niet alleen. Robert Perry van de Circle of Atonement en Joseph Dewey blijven in hun visie op ECIW ook graag zo dicht mogelijk bij de (oer-)tekst van de cursus. Laatstgenoemde schreef het boek “The mysteries of ACIM” dat op freeread.com in het Engels te lezen is. Het leuke van Dewey is dat hij zeer cursus-getrouw controversiële onderwerpen recht voor zijn raap beschrijft. Herhaaldelijk ageert hij tegen hyperabstracte interpretaties van de cursus door leraren en studenten die nauwelijks meer met beide benen op de grond staan. Verfrissend om te lezen.

In het laatste deel van zijn boek kiest Dewey de vorm van een dialoog tussen een cursus-getrouwe leraar en een leerling die verwart is geraakt door hyperabstracte uitspraken als: “Er zijn geen Zonen maar slechts één Zoon, We moeten wereld en lichaam zo snel mogelijk ontkennen want ze zijn illusoir, Er zijn geen stadia in bewustzijnsontwikkeling enzovoort”. Hieronder vertaal ik zo’n tweegesprek over Jezus. Veel leesplezier!

Hartegroet,

Simon Schoonderwoerd

<PS: de cursuscitaten heb ik ook door de computer laten vertalen. Voor de officiële vertaling verwijs ik graag via de referenties naar de gepubliceerde Nederlandse editie>

De historische Jezus

Vraag: Ik ben een paar rare overtuigingen van studenten tegengekomen over Jezus, van wie wordt gezegd dat hij de auteur is van Een cursus in wonderen.

Leraar: Waarom ben ik niet verrast? Oké, ik kan vrijwel raden wat ze zijn, maar laat maar eens horen.

Leerling: De Stem in ACIM identificeert zichzelf duidelijk als de historische Jezus, maar veel studenten verwerpen dit. Ik hoor wel eens dat ze zeggen: “Wij zijn allemaal Jezus.”

Leraar: Waarom denk je dat ze dat zeggen?

Vraag: Ik veronderstel dat het komt omdat de Cursus leert dat er één Zoon is, dus gaan ze ervan uit dat wat de één heeft gedaan, allen hebben gedaan.

Leraar: Ja, het idee van een-zijn is voor velen verwarrend, vooral als ze al hele leven zien als één zonder delen, zoals we eerder hebben besproken.

Leerling: Eenheid is inderdaad veel logischer en in harmonie met de Cursus als je het ziet als vele delen die verenigd zijn als één.

Leraar: Als een student het vreemde idee van een-zijn accepteert, zodat iedereen kan beweren Jezus te zijn, dan zou je ook moeten zeggen dat hij ook Hitler is.

Leerling: Ja, hoor niemand die dat beweren.

Leraar: Er zijn veel uitspraken van de Stem in de Cursus die ons vertellen dat, hoewel we allemaal één zijn met God, we individuele levens zijn en dat wat Jezus heeft bereikt anders is dan wat studenten van de Cursus hebben bereikt. Lees deze tekst:

Leerling: “Ik overbrug de afstand als een oudere broer naar jou aan de ene kant, en als een Zoon van God aan de andere kant. Mijn toewijding aan mijn broeders heeft mij de leiding gegeven over het Zoonschap, dat ik volledig maak omdat ik het deel. Dit lijkt misschien in tegenspraak met de uitspraak “Ik en mijn Vader zijn één”, maar de uitspraak bestaat uit twee delen in de erkenning dat de Vader groter is. T-1. II.4

Leraar: Hoe noemt Jezus zichzelf hier?

Leerling: Onze oudere broer.

Leraar: Kun je een oudere broer voor jezelf zijn?

Vraag: Dat zou net zo moeilijk zijn als onszelf scheppen, waarvan de Cursus ons vertelt dat we dat niet kunnen.

Leraar: Goed punt. En van wie wordt gezegd de leiding  over het Zoonschap te hebben, van jou of van Jezus.

Leerling: Van Jezus

Leraar: En waar komen wij in beeld?

Leerling: Er staat dat Jezus het zoonschap met ons deelt.

Leraar: Dus, is het logisch dat we in plaats van Jezus te zijn, één zijn, of verenigd zijn met onze oudere broer door het gedeelde zoonschap te aanvaarden?

Student: Lijkt me vanzelfsprekend.

Leraar: Er zijn veel passages die ons vertellen dat Jezus een  individu is, onderscheiden van onszelf. Hier is er nog een.

Leerling: “Er is niets aan mij dat je niet kunt bereiken. Ik heb niets dat niet van God komt. Het verschil tussen ons nu is dat ik niets anders heb. Dit plaatst me  in een staat die alleen potentieel in jou is. T-1. II.3

Leraar: Dus, wat is het verschil tussen studenten van de Cursus en Jezus?

Leerling: Jezus heeft niets anders dan wat van God komt. Ik veronderstel dat wij in plaats daarvan op het ego vertrouwen.

Leraar: En wat is de belofte aan ons?

Leerling: We kunnen dezelfde dingen bereiken die hij deed.

Leraar: Hier is nog een passage om te lezen die aanmoediging in die richting geeft:

Leerling: “Ik heb je bevolen je te gedragen zoals ik me gedroeg, maar we moeten op dezelfde Geest reageren om dit te doen. Deze Geest is de Heilige Geest, Wiens Wil altijd voor God is. Hij leert je hoe je mij als model voor je denken kunt houden en je als gevolg daarvan als mij kunt gedragen.” T-5. II.12

Leraar: Hoe moet de student Jezus dan zien – als zichzelf of als iets anders?

Leerling: Het zegt dat we hem moeten zien als een model van waaruit we ons gedrag kunnen modelleren.

Leraar: Ik veronderstel dat het verleidelijk kan zijn om de werken van Jezus te kunnen claimen zonder moeite te doen om zijn status te bereiken, maar het is duidelijk dat er stappen zijn die ieder van ons moet nemen om te kunnen doen wat hij deed.

Student: Je zou denken dat dat voor de hand ligt. Er is nog een ander punt dat sommige studenten naar voren brengen. Sommigen zeggen dat de Jezus in de Cursus niet de historische Jezus uit het Nieuwe Testament is.

Leraar: En waarom zeggen ze dat?

Leerling: Sommigen hebben een atheïstische of agnostische achtergrond en hebben het verhaal van zijn leven nooit geaccepteerd. Anderen geloven dat de identificatie slechts symbolisch is.

Leraar: Als iemand twijfelt aan de perfectie van het Cursusscript, dan is het logisch om te twijfelen of de Stem Jezus is of niet. Maar als men accepteert dat de Cursus een goddelijke openbaring is zonder grote fouten, dan zou men moeten accepteren dat de Stem die van de historische Jezus is.

Student: Kan dat uit de Cursus worden bewezen?

Leraar: Het bewijs is behoorlijk solide, want de Stem identificeerde zich talloze keren specifiek met de Jezus van de geschiedenis. Hier verifieert hij de ervaring in de tuin, zijn kruisiging en zijn relatie met de apostelen:

“Mijn broers sliepen tijdens de zogenaamde ‘doodsstrijd in de tuin’, maar ik kon niet boos op hen zijn omdat ik wist dat ik niet in de steek gelaten kon worden.” T-6. I.7

“De apostelen begrepen het vaak verkeerd (de kruisiging), en om dezelfde reden dat iedereen het verkeerd begrijpt. Hun eigen onvolmaakte liefde maakte hen kwetsbaar voor projectie, en uit hun eigen angst spraken zij over de “toorn van God” als Zijn vergeldingswapen. T-6. I.14

‘Als je de leringen van de apostelen leest, bedenk dan dat ik ze zelf heb gezegd dat ze later veel zouden begrijpen, omdat ze op dat moment nog niet helemaal klaar waren om mij te volgen. Ik wil niet dat je enige angst toestaat in het denksysteem waar ik je naartoe leid.” T-6. I.16

En hier identificeerde hij zich specifiek met “Christus Jezus”.

“De Bijbel zegt: ‘Moge de gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was’, en gebruikt dit als een zegen. Het is de zegen van wonderbereidheid. Het vraagt dat u denkt zoals ik dacht, en u met mij verenigt in het Christusdenken.” T-5. I.3

Student: Dat is behoorlijk sterk bewijs. Noemde hij Judas niet specifiek?

Leraar: Ja, hier is het:

“Judas was mijn broer en een Zoon van God, evenzeer een deel van het Zoonschap als ikzelf. Was het waarschijnlijk dat ik hem zou veroordelen als ik klaar was om aan te tonen dat veroordeling onmogelijk is?” T-6. I.14-15

Leerling: Dat klinkt als de entiteit die Jezus is die zich herinnert wat er is gebeurd.

Leraar: Lees nu dit, want hij is nog specifieker:

Leerling: “Mijn lichaam verdween omdat ik er geen illusies over had. De laatste was weg. Het werd in het graf gelegd, maar er was niets meer om te begraven. Het viel niet uiteen omdat het onwerkelijke niet kan sterven. Het werd gewoon wat het altijd was. En dat is wat “de steen wegrollen” betekent. Het lichaam verdwijnt en verbergt niet langer wat daarachter ligt. Het houdt alleen op het zicht te verstoren. De steen wegrollen is verder kijken dan het graf, voorbij de dood, en de nietsheid van het lichaam begrijpen. Wat onder niets wordt verstaan, moet verdwijnen.

“Ik nam daarna een menselijke vorm aan met menselijke eigenschappen, om te spreken tot degenen die de waardeloosheid van het lichaam aan de wereld moesten bewijzen. Dit is vaak verkeerd begrepen. Ik kwam hen vertellen dat de dood een illusie is, en dat de geest die het lichaam heeft gemaakt een andere kan maken, omdat de vorm zelf een onzin is. Ze begrepen het niet. Maar nu spreek ik tot jullie en geef ik jullie dezelfde boodschap. De dood van een illusie betekent niets. Het verdwijnt wanneer je wakker wordt en besluit niet meer te dromen. En je hebt nog steeds de macht om deze beslissing te nemen zoals ik deed.” Uit “Special Messages”, door Jezus… Aanvullend materiaal via Helen Schuchman. Ook geciteerd in Absence From Felicity van Ken Wapnick

Wauw! Dat is vrij specifiek

Leraar: Maar misschien is de genadeslag wel de genadeslag de vele citaten die de Stem van ACIM gebruikt en die worden toegeschreven aan de historische Jezus van het Nieuwe Testament. De Stem geeft vaak aan dat hij zichzelf citeert. Ik heb een lijst samengesteld. Ga je gang en lees ze maar.

 ‘Niemand komt tot de Vader dan door Mij’

“Ik en mijn Vader zijn één,”

“Hemel en aarde zullen voorbijgaan”

‘Leid ons niet in verzoeking’

“Behalve als gij wordt als kleine kinderen”

“De zachtmoedigen zullen de aarde beërven.”

“Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen”

“Doe dit tot mijn gedachtenis”

“Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien”

“Voordat Abraham was, ben ik.”

“Velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren” zou moeten zijn: “Allen zijn geroepen, maar weinigen kiezen ervoor om te luisteren.”

“Oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt,”

‘Zoek eerst het Koninkrijk der hemelen’

‘Het Koninkrijk der hemelen is in u’

“Zoekt en gij zult vinden”

“De andere wang toekeren.”

“Van U is het Koninkrijk,”

“Ik ben gekomen als een licht in de wereld,”

“Ik ben altijd bij je,”

Toen ik zei: ‘Mijn vrede geef Ik u’, meende ik dat.

“Wie is mijn vader?”

Dat is wat ik bedoelde toen ik zei: “Zalig zijt gij die niet hebt gezien en nog steeds gelooft.”

“Zoekt en gij zult vinden,”

Ik zei eerder: “Aan hun vruchten zult gij hen kennen, en zij zullen zichzelf kennen.”

“Uw wil geschiede,”

“Laat me niet in verzoeking komen.”

“Dit is mijn geliefde Zoon

“Uit Mijzelf kan ik niets doen” is alle macht verwerven

“Bidden voor je vijanden.”

Wauw. Dat is nogal een lijst. Het is duidelijk dat de Stem zich identificeert met de Jezus van het Nieuwe Testament.

Leraar: Zoals ik al zei. Als men twijfelt aan de volmaaktheid van de Cursus, dan kan men het recht hebben om te overwegen dat de Stem slechts symbolisch kan zijn, maar als men het accepteert als een echte Goddelijke openbaring, dan moet men concluderen dat de Stem de historische Jezus is, of op zijn minst beweert dat te zijn.

Overgave en devotie.

Naar aanleiding van mijn blog “Jezus’ weg van kennis en overgave” vroegen lezers me om iets meer over mijn ervaring met overgave en devotie te schrijven. Dat doe ik graag en ik wil dit proberen enigszins in “metafysisch verband” te plaatsen waarbij ik zo kort mogelijk door de bocht zal proberen te gaan.

Een Cursus in Wonderen (ECIW) leert ons dat we als Kinderen van God vanuit de mysterieuze eenheid met onze Vader op eigen beentjes wilden staan. In Een Cursus van Liefde (ECvL) legt Jezus uit dat dit verlangen op zichzelf niet het probleem was maar wel dat we zo ver gingen dat we ons besef van innige verbondenheid met onze Vader (en met elkaar) vergaten. Liefde stroomde niet langer vrijelijk en we voelden ons afgescheiden, alleen, angstig en niet meer veilig in de stroom van liefde die onze Bron en Basis vormt.

Hoe kunnen we ons weer gaan herinneren wie we zijn? In ECIW corrigeert Jezus onze opvattingen. Hij nodigt ons uit om ons geloof in afgescheidenheid op te geven (=vergeving, stoppen met veroordelen). Als we deze uitnodiging ontvangen dan willen we dat gaan proberen en gaan we ons best doen met als doel om weer de oorspronkelijke innerlijke vrede te gaan ervaren. Deze intentie en bereidwilligheid valt te prijzen maar kan ook de illusie versterken dat er echt een afgescheiden zelf bestaat dat echt iets moet doen omdat het echt los zou zijn komen te staan van de Bron. Kortgezegd geloven we: “ik moet iets doen om een fijne toestand te bereiken”.

Het vergt enig uitzoomen om op te merken wat dit streven naar eigen succes vanbinnen met je doet. Het maakt je niet zozeer schuldig maar wel ik-gericht. Probeer maar eens eerlijk op te merken dat je je eigen geluk toch wel wat los ziet van het geluk van de andere 8 miljard bewoners op aarde. Zo in de spiegel kijken is niet prettig want je zult constateren dat je veel ik-gerichter bent dan je had gedacht. Christenen kennen deze valkuil en spreken over onze neiging tot zelfverlossing, over het plaatsen van het ego op de troon, over de oerzonde en over het willen innemen van de positie van God.

Nu wordt de valkuil van de absolute eenheidstheorie die ik gisteren noemde duidelijk. Een aanhanger hiervan redeneert ongeveer langs de volgende lijnen: IK moet mijn perceptie corrigeren, alles is MIJN projectie, in feite ben IK God (want alles is één), er zijn geen anderen, Jezus en de Heilige Geest zijn MIJN projecties (symbolen) en als IK mijn doel behaal zal de wereld verdwijnen en zal IK in absolute eenheid weer helemaal gelukkig zijn. Als je leert uit te zoomen en eerlijk te kijken dan krijg je oog voor de listigheid van het ego dat alleen maar bezig is om langs deze lijnen totaal ik-gericht te worden.

In ECIW spreekt Jezus over het autoriteitsprobleem: wij hebben ons Zelf niet gemaakt (wij zijn niet God) maar we zijn Kinderen van de Vader (Goddelijk). Onze Vader verdient “awe”. Dit “awe” is lastig te vertalen en bij het woord “devotie” word je snel op het verkeerde been gezet. Want hoewel je niet God bent, is God ook niet een oude man met een grote baard die los van je staat en onze lofprijzing nodig zou hebben. Die misvatting zag ik in de Baptistengemeente. Maar hoewel God niet onze lofprijzing nodig heeft is het voor ons opgeblazen ik-gevoel gezond om Hem te prijzen en zo uiting te geven aan onze “awe”, onze bewondering, ons besef Zijn Kind te zijn, afhankelijk van Hem en geborgen in Zijn armen. In ECIW staat bidden en lofprijzing 2.0 beschreven in het supplement “Het lied van het gebed”.

In ECIW waarschuwt Jezus ons tegen pogingen om zelf te druk aan de slag te willen gaan en zegt ons dat we niets hoeven te doen. Christenen spreken van onverdiende genade. Jezus biedt ons als oudere broeder zijn hulp aan. Hij heeft een perfect menselijk leven geleefd waarbij hij de macht van stromende liefde heeft gedemonstreerd. De clou van zijn weg is niet ik-gerichtheid maar afstemming op de Vader waardoor Zijn liefde handen en voeten kon krijgen in de dienstbaarheid naar de medemens. In ECIW zegt hij dat we wonderwerkers moeten worden en dit is synoniem aan “doorgeefluiken van liefde”. Dit kunnen we dus niet vanuit onszelf opbrengen maar daartoe moeten we ons alleen uitstrekken naar God (de Heilige Geest of Jezus) en bereid te zijn onze doorgeefluik-functie te vervullen. Dit vergt vertrouwen en zoiets als bescheidenheid.

In ECvL benadrukt Jezus dat wij geen relatie hebben met God en met elkaar maar dat we deze relatie zijn. Dit is voor ons, ik-gerichte mensen, nauwelijks te bevatten. De herinnering aan deze waarheid kan tot leven komen als we ons in het volste vertrouwen en in complete verwondering en dankbaarheid overgeven aan die Liefde. Dichterbij onze ware Identiteit kunnen we niet komen. De correctie van ons denken over afgescheidenheid is een prima opmaat maar laten we ons niet verbeelden dat we “op eigen houtje”, zoals ECvL het vaak omschrijft, ons deze Liefde kunnen herinneren.

Bij de Baptisten ben ik als volwassene gedoopt. Voordat ik in volledige overgave koppie onder ging in het doopbassin werd mij de vraag gesteld: “Heb je de Here Jezus Christus leren kennen als je persoonlijke verlosser en Heer?”. Weet je waar mijn hele “inspanning” uit bestond? Door volmondig en vanuit mijn gehele hart “JA” te antwoorden. Als ik nu terugkijk op de 32 jaar die sindsdien verstreken zijn dan zie ik dat mijn broeder Jezus me nooit heeft losgelaten. Daarvoor ben ik hem, de Vader en de Heilige Geest dankbaar.