De wereld van vorm kan zowel misbruikt worden, als we ons geloof in afgescheidenheid willen versterken, maar kan ook in positieve zin aangewend worden om liefde tot expressie te brengen. Van hieruit is het een kleine stap om stil te staan bij het lichaam omdat hiervoor hetzelfde geldt als voor de wereld. We kunnen ons geloof in lichamelijkheid misbruiken om ons afgescheiden te wanen; los van de denkgeest, los van de Vader en gescheiden van elkaar. De correctie van dit geloof vormt de focus van Jezus’ woorden en de kern van zijn bekende boodschap: “Ik ben niet een lichaam, ik ben vrij” (WB 199). Er is Jezus alles om te doen om onze identificatie met het lichaam te doorbreken.
We hebben goedbedoeld deze woorden van Jezus verheven tot absolute oneliner en hebben gemeend dat we zowel wereld als lichaam moesten ontkennen als onwaardige, tijdelijke illusies. We willen zo snel mogelijk weg uit dit tranendal van tijd, ruimte en vormen; weg uit een bedreigende wereld en kwetsbare lichamen. Het lijden willen beëindigen is op zich een prima intentie maar ons geloof in de echtheid van wereld en lichaam als op zichzelf staande, materiële, werkelijkheden is zo groot dat we menen deze te moeten ontkennen en, zoals gezegd, af te doen als illusoir. Maar wereld en lichaam zijn niet meer, maar ook niet minder, dan representaties van de denkgeest. Als deze denkgeest geregeerd wordt door geloof in zonde, schuld en angst dan zien we die bedreigende wereld en bedreigde lichamen. Wat wij in de wereld en in het lichaam zien weerspiegeld een intentie in de denkgeest. Je gebruikt een spiegel om de slordig zittende kleding recht te trekken en als je vindt dat je spiegelbeeld wel erg sacherijnig kijkt dan glimlach je eens. Wat je niet doet is het spiegelbeeld ontkennen of, sterker nog, de spiegel stukslaan. Wereld en lichaam zoals wij die nu zien vormen een niet zo fraaie maar perfecte weerspiegeling van de staat van onze denkgeest. De spiegel zelf is volkomen neutraal.
Jezus weet natuurlijk dat wij de neiging tot doorslaan hebben en daarom is het belangrijk om geen oneliners te maken van cursuscitaten zonder het grotere plaatje van de gehele boodschap van de cursus voor ogen te houden. Daarom geeft hij ons de volgende werkboekles (294):
Mijn lichaam is iets volkomen neutraals.
Ik ben een Zoon van God. Kan ik dan tevens iets anders zijn? Heeft God het sterfelijke en vergankelijke geschapen? Welk nut heeft iets wat sterven moet voor Gods geliefde Zoon? En toch zal iets neutraals de dood niet smaken, want angstgedachten worden er niet geïnvesteerd, noch wordt er een karikatuur van liefde aan verleend. Zijn neutraliteit beschermt het zolang het bruikbaar is. En nadien, als het geen doel meer dient, wordt het terzijde gelegd. Het is niet ziek, of oud, of beschadigd. Het is slechts functieloos en overbodig, en wordt afgedankt. Laat me vandaag inzien dat het niet meer is dan dit: een poos van nut en geschikt om te dienen, om bruikbaar te blijven zolang het dienen kan, en vervolgens vervangen te worden door een groter goed.
Mijn lichaam, Vader, kan Uw Zoon niet zijn. En wat niet geschapen is, kan zondig noch zondeloos zijn, goed noch slecht. Laat me deze droom dan gebruiken om bij te dragen aan Uw plan, opdat we ontwaken uit alle dromen die wij hebben gemaakt.
Het lichaam is neutraal en kan misbruikt worden waardoor wij de afscheiding als werkelijk gaan ervaren maar het kan ook gebruikt worden om liefde mee tot expressie te brengen, zelfs in de wereld van vorm. Zie ook de vorige blog over de echte, nieuwe, heilige wereld.
Ik besluit deze blog graag met één van mijn favoriete citaten (Txt 2:IV). Wat ik omschreef als spiegel noemt Jezus hierin een “leermiddel”. Hij noemt de ontkenning van het spiegelbeeld “onwaardig” omdat je daarmee de macht van de denkgeest ontkent; wij projecteren zelf wereld en lichaam en nemen deze projectie (het spiegelbeeld) slechts waar. Wereld en lichaam zijn neutraal en kunnen misbruikt worden of in positieve zin “gebruikt”.
3. Alleen de denkgeest kan scheppen, aangezien de geest reeds geschapen is, en het lichaam een leermiddel voor de denkgeest vormt. Leermiddelen zijn op zichzelf geen lessen. Hun doel is louter het leren te vergemakkelijken. Het ergste wat een foutief gebruik van een leermiddel kan aanrichten is dat het nalaat het leren te vergemakkelijken. Op zich bezit het niet het vermogen om daadwerkelijke leerfouten in te voeren. Het lichaam, mits juist begrepen, is evenals de Verzoening niet bevattelijk voor een tweesnijdende toepassing. Dit komt niet doordat het lichaam een wonder is, maar doordat het naar zijn aard niet openstaat voor een verkeerde interpretatie. Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.
