In deze serie blogs schreef ik er regelmatig over dat in mijn beleving de “seculiere” non-duale hedendaagse visies niet 1 op 1 te vertalen zijn naar Een Cursus in Wonderen (ECIW). De werkwijze van deze visies bestaat uit het rustig waarnemen van dat wat in bewustzijn verschijnt. Neutraliteit en acceptatie zijn sleutelwoorden. Deze aanpak is waardevol en kan ruimte en rust bieden in onze drukke denkgeest. Maar deze visies beschouwen dat wat verschijnt in bewustzijn als een vaststaand gegeven dat zich als het ware in bewustzijn aan ons openbaart. En juist op dit punt gaat ECIW aanmerkelijk verder zoals blijkt uit werkboekles #325:
“Al wat ik denk te zien, weerspiegelt een idee.
Dit is de grondgedachte van verlossing: wat ik zie weerspiegelt een proces in mijn denkgeest, dat begint met mijn idee van wat ik wil. Van daaruit bedenkt de denkgeest een beeld van wat hij verlangt, van waarde acht en daarom probeert te vinden. Deze beelden worden dan naar buiten geprojecteerd, gezien, als werkelijk beschouwd en als eigendom bewaakt. Uit waanzinnige wensen ontstaat een waanzinnige wereld. Uit oordelen ontstaat een veroordeelde wereld. En uit vergevende gedachten komt een lieflijke wereld voort, genadig voor de heilige Zoon van God, om hem een vriendelijk thuis te bieden, waar hij een poos kan rusten voor hij verder reist, om zijn broeders te helpen samen met hem voort te gaan en de weg te vinden naar de Hemel en naar God.
Onze Vader, Uw ideeën weerspiegelen de waarheid, en de mijne brengen los van die van U alleen maar dromen voort. Laat me zien wat alleen de Uwe weerspiegelen, want die en die alleen bepalen de waarheid.”
Jezus stel dat wat we zien niet losstaat van ons als waarnemer maar dat het een weerspiegeling is van wat zich afspeelt in onze denkgeest. In ECIW-vaktermen uitgedrukt: projectie is perceptie. De consequenties hiervan zijn enorm zoals blijkt uit Jezus’ woorden: “dit is de grondgedachte van verlossing”. Het is, helaas, ook de grondgedachte geworden van veel misverstanden onder ECIW-studenten. Misschien kunnen we ondertussen wat meer gevoel krijgen voor de aard van deze misverstanden en ze zo achter ons laten.
Want wat gebeurt er? Vanuit ons geloof in afscheiding betrekken we deze woorden van Jezus op ons persoonlijk, op ons IK, op ons kleine zelf. Vrij vertaald krijg je dan zoiets als: “ik projecteer de hele ellendige wereld en al mijn ziektes en kwalen, dus het lijden dat ik ervaar is mijn persoonlijke schuld”. Doordat we denken vanuit afgescheidenheid voelen we ons persoonlijk schuldig en verantwoordelijk. Dit roept, zowel bij ECIW-studenten als bij buitenstaanders, terecht felle vragen en protesten op. Dit gebeurt vooral daar waar de slachtoffers naasten zijn of kinderen die je toch moeilijk kan betichten van kwade aanvalsgedachten die zich tegen hen gekeerd zouden hebben in de vorm van ziekte, ellende en dood.
Punt is dat we geen afgescheiden “ik” zijn en dat dergelijke gedachten deze illusie alleen maar onnodig versterken. Ons ik-gevoel is een onterecht gevoel een afgescheiden wezen te zijn. We zijn echter geen afgescheiden ik dat in staat zou zijn een hele wereld te projecteren. Dit misverstand wordt in de filosofie aangeduid met het woord “solipsisme”. Dat spoor zal ik voor nu niet verder toelichten, maar wellicht kun je er eens op googelen.
ECIW leert dat we als Zonen van God onlosmakelijk onderdeel vormen van het Zoonschap; ook wel aangeduid als “de Zoon van God”. Zie het maar even als een collectief. Wij dromen als collectief de droom van afgescheidenheid dus als collectief dromen we deze materiële wereld van vormen, tijd en ruimte; juist om ons afgescheiden te voelen.
Nu kan ons kleine zelf, ons IK-je, geneigd zijn om opgelucht adem te halen en te denken: “Aha; dan kan ik er dus toch niks aan doen als me ellende overkomt!”. Het probleem van de onterechte persoonlijke schuld lijkt nu opgelost, maar dit is schijn. Ongemerkt zijn we doorgeslagen naar het andere uiterste van het misverstand waarin we menen dat wij niks met dit collectief te maken hebben en dus ook niets met die nare collectieve projectie. Maar zo is het ook weer niet. Wij zijn innig met dit collectief verbonden en dit zit vervat in het mysterieuze concept van de heilige relatie. We zijn heilig, vormen een heelheid, maar zijn toch wezens die in relatie bestaan met het geheel, met de Vader en met elkaar waarbij dus sprake is van een onbegrijpelijke individuatie. We lopen hier dus weer tegen die paradox aan die voor ons verstand bijna niet te bevatten is: ik besta als schepping van God, geïndividueerd, maar toch niet los van mijn Vader of los van mijn Broeders. De wereld is niet of mijn individuele droom of de collectieve droom maar het is, wederom, en-en.
Hetzelfde geldt voor verlossing van deze droom. Als we denken dat alles draait om mijn verlossing dan vergissen we ons. Het is niet voor niks dat Jezus er zo op hamert dat we niet alleen het wonder voor onszelf moeten ervaren maar dat we wonderwerkers moeten worden om, als het ware, iedereen, het hele collectief mee te krijgen. Maar dit neemt niet weg dat onze “eigen” verlossing uiterst belangrijk is, ondanks het feit dat dit concept in feite een illusie is omdat er geen sprake is van een IK dat slechts belang kan hebben in “eigen” verlossing.
Hier komen de lijntjes van deze serie blogs dus samen. Het is uiterst belangrijk, essentieel, dat jij en ik als het ware inpluggen in de stroom van liefde; ware wonderwerkers worden. Want zo worden we medescheppers van de Nieuwe Wereld, de echte wereld. Vanuit ons persoonlijk en collectief geloof in afscheiding projecteren we een duale wereld vol tegenstellingen en strijd. Vanuit onze persoonlijke en collectieve verlossing creëren we een nieuwe wereld, door uitbreiding in lijn met onze Bron die Liefde is.
