Een relatie met Zoon-Jezus

In de blog “Jezus: voorbeeld en verlosser” nodigde ik ECIW-studenten uit om als het ware Jezus dichter te benaderen en hem niet uitsluitend als leraar of goeroe te beschouwen. Wij denken in termen van tijd en stellen dan dat Jezus de eerste was die de verlossing helemaal aanvaardde. Als we zo denken dan zien we Jezus onbewust slechts als historisch persoon die zo’n tweeduizend jaar geleden leefde.

Als ECIW-studenten willen we ervoor waken om Jezus “speciaal” te maken en daarbij kunnen we wat afkeurend kijken naar Christenen die de neiging hebben om hem de enig geboren, unieke zoon van God te noemen. In zekere zin doen we daar goed aan omdat het plaatsen van Jezus op een voetstuk ons de indruk kan geven dat hij fundamenteel verschillend zou zijn van ons. Daarmee blokkeren we dan onbewust zijn verlossingsweg voor onszelf.

Maar, zoals zo vaak, kunnen we ook nu weer doorslaan. Als we dit doen dan reduceren we Jezus tot een goeroe zoals er zo vele zijn; als een soort Satsang-leraar. Hierover ging genoemde eerdere blog: we accepteren dan Jezus als voorbeeld (=leraar) maar niet als verlosser.

Dat woord verlosser is erg beladen geraakt. Wat ik er niet mee bedoel is een iemand die “het cadeautje van verlossing” geeft aan een volgeling die slechts verstandelijk instemt met één of andere geloofsuitspraak. Als we zo denken dan plaatsen we de verlosser op duale wijze buiten ons; hij (of zij) is dan iemand die anders is dan wij, iets heeft wat wij niet hebben en dat aan ons zou kunnen geven. Zo duaal is het niet.

Er zijn ECIW-leraren die Jezus slechts als bruikbaar symbool willen opvatten. Als onze tijdelijke projectie van een soort ideale toestand die helemaal zal verdwijnen op het eind. Het voordeel hiervan is dat je duale valkuilen voorkomt maar het nadeel kan zijn dat je voor je gevoel helemaal op je (kleine!) zelf wordt teruggeworpen. En als je het zelf moet doen dan geldt helaas de wet van het ego: zoek en je vindt niet. Het is lastig; we moeten ontslag nemen als onze eigen leraar (ECIW) maar we moeten ook beseffen dat Jezus niet uitsluitend leraar is en dat de tijd van leren zijn einde nadert (Een Cursus van Liefde: ECvL).

Ons verstand worstelt met deze kwestie en wil een keuze maken: is Jezus nu een verlosser die anders is dan wij of een tijdelijk symbool in onze eigen gedachten? Sommige ECIW-leraren zien dit als het onderscheid tussen het klassiek Christelijke geloof en de onversneden visie van ECIW. Ik vind dit een te verstandelijke stellingname die een onnodige keuze suggereert die bovendien niet eens in overeenstemming is met de diepste kerngedachte van ECIW.

ECIW gebruikt termen die ons zouden moeten waarschuwen tegen de dictatuur van ons denken. Ik zal twee voorbeelden noemen: de termen “schepping” en “heilige relatie”. Ons verstand zal stellen dat alleen absolute eenheid waar kan zijn en dat elke vorm van onderscheid illusoir moet zijn binnen deze eenheid. Vanuit deze gedachte kunnen er niet meerdere Zonen zijn (bijvoorbeeld een Zoon die ooit eens in de droomwereld verscheen als Jezus en een Zoon die nu verschijnt als Simon). ECIW spreekt echter vrijuit over de schepping van Zonen en binnen deze zienswijze kunnen twee van deze Zonen dus ook een relatie hebben met elkaar. Zoon-Jezus kan een relatie hebben met Zoon-Simon en vice versa. Waar ECIW echter op wijst is dat ons denken niet kan begrijpen dat Zoon-Jezus en Zoon-Simon niet gescheiden zijn van elkaar en ten diepste bestaan in een Heilige Relatie. ECvL besluipt dit mysterie door te stellen: je bent relatie. Dit is mind-blowing voor ons.

Ik hoop dat je echter voelt dat, waar je denken mogelijk protesteert en middels ECIW-citaten de discussie wil aangaan, je hart een vreugdesprong maakt. En nee; dit is geen verkapte poging van het ego om zijn hachje te redden. Het ego wil helemaal geen relatie zijn, maar op eigen beentjes staan. Maar denk ook eens aan de ECIW uitspraak dat wij Gedachten ofwel Uitbreidingen van God zijn. Zie je ook hierin die wonderlijke verbondenheid? De stralen van de zon staan niet los van de zon maar vallen toch ook niet helemaal samen met haar.

En in deze intieme verbondenheid van de Vader met de Zonen en tussen de Zonen onderling is de verlossing volbracht in Zoon-Jezus. In mijn heilige relatie met Zoon-Jezus kan ik deze verlossing ervaren en dit onder woorden brengen door te stellen dat Jezus mijn verlosser is.

Lieve broeders en zusters; ik besef dat mijn woorden hier tekort schieten en dat ik de deur naar oeverloze discussies open. Ik zal deze niet met je aangaan want ik wil je geen idee opdringen waar je zelf geen feeling mee hebt. Ik ervaar deze band die ik mag hebben met Zoon-Jezus als een kostbaar geschenk dat ik met je wil delen. Dit kan ik het beste doen door je te wijzen op het reeds genoemde boek: Een Cursus van Liefde (ECvL). Wat ik ervaar bij het lezen van dit wonderlijke boek is dat Zoon-Jezus een relatie met me aanbiedt. Daarbij komt hij als het ware steeds dichterbij waarbij de onderscheiden contouren van Jezus steeds vager worden terwijl de herkenning van dat ene Zelf in hem en mij groeien. Dit maakt voor mij de Heilige Relatie, het wonder van Schepping, ervaarbaar.

Ik sluit deze blog dan ook graag af met enkele zinnen uit het derde boek van ECvL en wel uit het eerste Hoofdstuk van de 40 dagen; Dag 1:

1.15 Jullie zijn allen geliefde zonen en dochters van de liefde zelf, ongeacht hoe je die liefde noemt. Jullie zijn allemaal even geliefd. Dat jullie je devotie richten op de een of andere religieuze traditie is niet van belang. Dat jullie aanvaarden dat ik degene ben die jullie tot voorbij jullie leven vol ellende kan leiden naar een nieuw leven, is absoluut van belang.

1.16 Ik ben niet je leraar en je wordt niet geroepen mij blindelings te volgen. Maar je wordt geroepen mij te volgen, of mij op te volgen. Alleen op deze manier kan nieuw leven naar het oude gebracht worden.

1.17 Jouw verlangen mij te kennen is gegroeid terwijl je deze woorden hebt gelezen en dichter bij jouw Zelf bent gekomen. Dit komt omdat wij Eén zijn. Mij kennen is jouw Zelf kennen.

Jezus: voorbeeld én verlosser

<Een wat langere blog dan gewoonlijk, maar hopelijk behulpzaam. Hartegroet, Simon>

Waarschijnlijk overdrijf ik niet wanneer ik stel dat er door de eeuwen heen duizenden auteurs hebben geschreven over Jezus en over de betekenis van zijn leven. Ik koester geen enkele illusie dat deze blog daar iets werkelijk origineels aan toevoegt. Toch vermoed ik dat veel studenten van Een Cursus in Wonderen (ECIW) vroeg of laat met dezelfde vraag worstelen: hoe moeten we Jezus eigenlijk zien?

Laat ik beginnen bij een klassieke christelijke visie. Daarin lijkt Jezus een dubbele rol te vervullen. Enerzijds is hij de Zoon van God die laat zien hoe wij geroepen zijn te leven: liefdevol, vergevingsgezind en toegewijd. Hij is leraar en voorbeeld. In mijn jeugd werd dat samengevat in het bekende acroniem WWJDWhat Would Jesus Do? Anderzijds wordt Jezus gezien als het “Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt”. In een vereenvoudigde uitleg: de mens heeft gezondigd, God is rechtvaardig en boos, en de straf die ons toekomt wordt door Jezus gedragen in zijn kruisdood. Hij offert zich plaatsvervangend op, zodat wij vrijuit gaan.

Deze manier van spreken kan problematisch worden. God verschijnt dan al snel als rechter die genoegdoening eist, en straf als noodzakelijk middel ziet. Dat beeld sluit overigens naadloos aan bij hoe wij mensen zelf vaak denken over schuld en vergelding. Jezus wordt in dat kader de “rijke broer” die onze schuld betaalt. Wij hoeven slechts dankbaar te aanvaarden wat hij voor ons heeft gedaan.

Tegelijk zou het onrecht doen aan het christelijk geloof om het hierbij te laten. Zeker binnen evangelische en baptistische tradities gaat het niet alleen om het aannemen van een offer, maar ook om het erkennen van Jezus als Heer. Dat betekent: je leven willen afstemmen op zijn leiding, openstaan voor de Heilige Geest, en de intentie hebben om daadwerkelijk liefdevol te leven. De focus ligt dan niet uitsluitend op het hiernamaals, maar ook op een getransformeerd leven hier en nu.

Vanuit dat perspectief blijkt de kloof tussen deze christelijke visie en die van ECIW misschien kleiner dan vaak wordt gedacht. Toch zullen veel cursusstudenten twee fundamentele correcties willen aanbrengen. Ten eerste wordt God in ECIW radicaal “ontschuldigd”: Hij is louter Liefde, zonder oordeel, zonder woede, zonder behoefte aan straf of offer. Ten tweede leert de Cursus dat Gods Kinderen niet kunnen zondigen in morele zin. Wat zij wel kunnen doen, is zich vergissen – door serieus te geloven dat afscheiding van God mogelijk is.

ECIW ontkent niet dat wij ons schuldig voelen. Integendeel: dat schuldgevoel wordt gezien als een signaal dat er iets niet klopt in onze waarneming. Het wijst ons op een vergissing, niet op werkelijke schuld. Vanuit dat schuldgevoel projecteren wij vervolgens een beeld van een straffende God. Het bevrijdende inzicht – en misschien wel het diepste evangelie – luidt dan: je bent niet schuldig, maar verdwaald.

Ook projecteren wij een schijnwereld waarin tijd, verbetering, strijd en dood centraal komen te staan. Sommigen blijven daarin geloven in een boze God; velen laten God helemaal los. Het leven wordt dan een poging om binnen deze schijnwereld zekerheid, liefde en betekenis te vinden – terwijl de dood als ultieme dreiging boven alles hangt.

Tegen die achtergrond verschijnt Jezus in ECIW allereerst als leraar: iemand die uitlegt hoe de illusie van afscheiding tot stand komt (Tekstboek) en hoe wij haar kunnen loslaten (Werkboek). Sommigen zien hem daarbij vooral als een non-duale wijsheidsleraar, vergelijkbaar met oosterse goeroes. Dat is niet onbegrijpelijk, maar het doet mogelijk tekort aan zowel de Bijbel als de Cursus. In beide is Jezus méér dan alleen een leraar.

Laat me dat proberen toe te lichten. De klassieke christelijke belijdenis spreekt over Jezus als de eniggeboren Zoon die de zonden der wereld wegneemt. Op het eerste gezicht lijkt dit ver verwijderd van ECIW. Maar wat gebeurt er als we deze voorstelling vertalen naar een minder dualistisch kader? Dan zou je kunnen zeggen: Jezus is degene die de illusie van afscheiding volledig heeft doorzien, die het geloof in zonde en dood heeft losgelaten, en die door zijn weg te gaan – tot en met het kruis – heeft laten zien dat de dood niet het laatste woord heeft.

Dat komt al verrassend dicht bij zowel de Bijbel als de Cursus. Toch blijft Jezus hier vooral de oudere broer die ons voorgaat. De verlossing lijkt dan alsnog iets wat wij uiteindelijk zelf moeten volbrengen. Maar juist daar zet ECIW een beslissende stap verder. De Cursus stelt expliciet dat wij onszelf niet kunnen verlossen – “God zal de laatste stap zetten” – en dat van ons slechts een kleine bereidwilligheid wordt gevraagd. Dat klinkt opvallend verwant aan het christelijke spreken over genade.

Op dat punt ontstaat vaak de vraag: heb ik Jezus hier eigenlijk nog wel voor nodig? Is hij niet slechts een inspirerend voorbeeld? Die vraag blijft echter steken in een subtiel dualisme, waarin Jezus, de Heilige Geest en wijzelf als gescheiden worden gedacht. De Cursus nodigt juist uit om dit onderscheid voorzichtig los te laten, zonder het mysterie te willen oplossen.

In die ruimte ontstaat een ander verstaan: wat in Jezus is volbracht, is in waarheid ook in ons volbracht. Wij ervaren dat in de tijd als een volgorde – hij eerst, wij later – maar op het niveau van de ene Mind is die scheiding niet werkelijk. Jezus wordt dan zowel onze Broeder als het levende symbool van onze eigen verlossing.

Vanuit dat perspectief kan Jezus in ECIW werkelijk als verlosser worden gezien: niet als iemand die God gunstig stemt, maar als degene in wie de overwinning op het geloof in afscheiding reeds voltooid is – en waarin wij mogen “inpluggen”. Dat krijgt voor mij ook een existentiële diepte wanneer ik kijk naar het lijden. Natuurlijk is het waardevol om niet te blijven hangen in het kruis en om de opstanding niet uit het oog te verliezen. Maar wanneer we het lijden van Jezus te snel wegredeneren als ‘illusoir’, plaatsen we hem gemakkelijk op afstand. Dan wordt hij een onbereikbaar ideaal.

Persoonlijk ervaar ik juist kracht in het beeld van Jezus als oudere broer die weet wat menselijke pijn is. Wie worstelt met verlies, slapeloosheid, angst of machteloosheid, herkent misschien iets van het “vastgespijkerd zijn” tussen hemel en aarde. In dat moment kan het helend zijn om te voelen: hij is hier, met mij. En om samen met hem te zeggen: “Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest.” Dan mag ook het vertrouwen groeien dat het werkelijk waar is wat Jezus uitroept: “Het is volbracht.”

Ik besef dat er ECIW-studenten zijn die niets willen weten van een Jezus die net als wij geleden heeft. Zij zien hem het liefst als symbool voor de onmogelijkheid van het lijden. Ik ga hierover niet twisten en begrijp dat hun visie resoneert met de kernboodschap van de Cursus: niets werkelijks kan bedreigd worden. Als dit voor je werkt als hoopgevend baken dan begrijp ik dat.

Zelf ervaar ik meer steun aan een Jezus die waarlijk mens geweest is met alle menselijke gevoelens van dien. Zo wordt hij ook beschreven in het Nieuwe Testament. Deze Jezus is geen verheven toneelspeler die net doet alsof hij moe is, dorst heeft, bang is en pijn heeft. Hij beleeft de menselijke conditie net als ik. Maar in zijn mens-zijn reis ik mee en maakt hij mij deelgenoot van zijn ultieme overgave aan de liefde, aan zijn Vader, op het kruis en daarmee deelgenoot van zijn opstanding.

Na zijn opstanding verschijnt hij in zijn opstandingslichaam aan zijn discipelen om hen verder te onderwijzen en te troosten. Ik wil hier niet te veel over fantaseren maar ik vermoed dat dit zomaar ons voorland is waarin wij mogen delen in zijn glorie. Ik denk dat hier alle tranen van onze ogen gewist zullen worden en we, samen met hem, uitgeleerd zijn en ten diepste beseffen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden,
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God”

ECIW-citaten

Uit Handboek voor Leraren:

“Eén geheel volmaakte leraar, wiens leerproces voltooid is, volstaat. Deze ene, geheiligd en verlost, wordt het Zelf dat Gods Zoon is.”

“Hij heeft de dood overwonnen, want hij heeft het leven aanvaard. Hij heeft zichzelf herkend zoals God hem heeft geschapen, en daardoor heeft hij alle levende wezens als deel van hem herkend.”

“Zijn deel in het Zoonschap is ook dat van jou en zijn voleindigde leerweg garandeert jouw eigen welslagen.”

Bijbel citaten:

Johannes 17:21–23 (NBV21)

“Laat hen allen één zijn, Vader, zoals U in Mij bent en Ik in U.
Laat hen in Ons zijn, zodat de wereld gelooft dat U Mij gezonden hebt.
Ik heb hun de grootheid gegeven die U Mij gegeven hebt,
opdat zij één zijn zoals Wij één zijn:
Ik in hen en U in Mij.
Dan zullen zij volkomen één zijn.”

Johannes 17:24 (NBV21)

“Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt,
om de grootheid te zien die U Mij gegeven hebt,
omdat U Mij al liefhad vóór de grondlegging van de wereld.”

Openbaring 21:4 (NBV21)

“Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen.
De dood zal er niet meer zijn,
geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn,
want wat er eerst was is voorbij.”

Openbaring 7:17 (NBV21)

“Want het Lam dat midden voor de troon staat, zal hen weiden
en hun de weg wijzen naar de waterbronnen van het leven,
en God zal alle tranen uit hun ogen wissen.”

Lieve broeders en zusters uit de Facebook-groep “ECIW-met elkaar”, en bezoekers van “ECIW coach.com”

We wensen elkaar zo gemakkelijk en haast wat mechanisch het beste voor 2026, om daarna de draad van het dagelijks leven weer op te pakken. Ondertussen horen we dat de politie spreekt van een heftige jaarwisseling, waarbij 112 overbelast was, verwoestingen zijn aangericht en hulpverleners zijn aangevallen en gewond geraakt. En als straks de beelden hiervan uit het journaal verdwenen zijn, zal hun plaats snel weer worden ingenomen door die van het “gewone” geweld van alle oorlogen en conflicten om ons heen.

Als studenten van Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL) hebben we ons hiertoe te verhouden. Er zijn leraren en studenten die menen dat ontkenning de juiste aanpak is. Zij stellen dat in absolute eenheid niets kan gebeuren en dat alles slechts schijn is, waardoor we ons niet moeten laten foppen.

Gelukkig was dit niet de overweging van Jezus toen hij besloot ons genoemde cursussen te geven via Helen Schucman en Mari Perron. Hoewel hij de ultieme waarheid kent dat “niets werkelijks bedreigd kan worden en niets onwerkelijks bestaat”, wees hij ons toch op onze functie binnen deze (droom)wereld. Deze functie is vergeving en het aanbieden van wonderen. Vergeving is niet het ontkennen van geweld, maar het horen van de roep om liefde die onder de agressie schuilgaat. En het wonder is het aanbieden van liefde: in gedachten, woord en daad.

Onze eerste taak als wonderwerkers is het accepteren van de verzoening voor onszelf. Te snel rekenen we onszelf rijk en achten we onszelf superieur aan de geweldplegers die we zien. Maar onze cursus vergt een radicale eerlijkheid, waarbij we de ego-krachten die we buiten onszelf menen te bespeuren ook in onszelf herkennen en erkennen. Er is geen rangorde in wonderen, maar ook niet in de wensen tot afscheiding. Onze geringste irritatie en onze neiging tot veroordelen – van onszelf en van anderen – zijn de bouwstenen van wat we uitvergroot op tv zien.

De wereld schreeuwt momenteel om bewustwording en liefde. Vanuit stilte en radicale eerlijkheid moeten we de neiging tot oorlog in onszelf zien en deze laten helen door Liefde. Dit vergt grote wakkerheid en oplettendheid.

Engelsen zeggen het zo kernachtig: “We are in this together.” En zo is het. We staan als mensheid voor een ultieme uitdaging. Als mensheid, als lid van deze Facebook-groep, samen, jij en ik. God zij dank dat we mogen putten uit de Bron die ons voedt en draagt, en die zich door ons heen wil manifesteren. Dus dat is mijn wens voor ons allen:

“Stay connected to God’s Love.”

Hartegroet,
Simon Schoonderwoerd