Een wrede cursus? Over de valkuil van niveauverwarring

In Een Cursus in Wonderen (ECIW)-kringen spreekt men met enige regelmaat over niveauverwarring. Het is een term om de lastige kwestie te duiden die optreedt wanneer we spreken over het leed dat we meemaken in de ons bekende wereld, afgezet tegen de spirituele waarheid van de Cursus. ECIW-puristen kunnen dan direct steigeren en roepen dat er binnen eenheid helemaal geen niveaus bestaan. In de kern zal dat waar zijn, maar het te vroeg roepen van dit soort — nog niet of nauwelijks doorleefde — oneliners raakt precies aan het probleem waar het hier om gaat.

ECIW noemt de wereld zoals wij die kennen illusoir: een door ons geprojecteerde droomwereld waarin wij menen kwetsbare en sterfelijke wezens te zijn. De centrale boodschap is dat wij ons vergissen in onze identiteit. We zijn niet deze afgescheiden lichamen, maar tijdloze kinderen van God. Aanvankelijk klinkt dit voor ons als een vorm van geloof, vergelijkbaar met het klassieke idee van een hemel na de dood. In mijn beleving schuilt de kracht van de Cursus er juist in dat we via de Werkboeklessen langzaam gevoel kunnen krijgen voor deze kernboodschap. Jezus vraagt ons niet om iets blind te geloven, maar om ons oordeel even op te schorten en de lessen daadwerkelijk te oefenen. Waar wij gewend zijn te zeggen: “eerst zien, dan geloven”, lijkt hier iets te gelden als: eerst vertrouwen, dan (enigszins) gaan zien.

De kernboodschap van ECIW is radicaal samengevat in de woorden: “Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.” Deze waarheid is echter te geconcentreerd en te heftig voor ons. Daarom worden we stap voor stap meegenomen, zodat we vanuit onze droomtoestand voorzichtig iets kunnen ervaren van verlossing en vrede. De ‘wonderen’ waar de Cursus over spreekt zijn als kleine scheurtjes in de sluier van onwetendheid, waardoorheen even een lichtstraal binnenvalt. Soms ervaren we iets wat op een openbaring lijkt: een moment van diepe vrede, dankbaarheid en vertrouwen dat zich nauwelijks laat verwoorden. Pas dan begint het besef te dagen dat er inderdaad maar één niveau is. En pas dan krijgen we enig gevoel voor uitspraken die, zolang ze niet doorleefd zijn, vreemd of zelfs wreed kunnen overkomen: dat er geen anderen zijn, dat projectie perceptie is, dat geven en ontvangen in waarheid één zijn, dat ik niet het slachtoffer ben van de wereld die ik zie, en dat ik slechts mijzelf kan kruisigen.

Zolang we geen werkelijk gevoel hebben voor de diepe waarheid van dit soort uitspraken, past ons dezelfde liefdevolle terughoudendheid die Jezus zelf met ons betracht. Die voorzichtigheid is niet leugenachtig, maar juist compassievol. Helaas is van ECIW op sommige plaatsen een karikatuur gemaakt, zoals zo vaak gebeurt met visies die nog niet werkelijk begrepen zijn. Het kan bijvoorbeeld wreed zijn om tegen iemand die rouwt te zeggen dat er “niets aan de hand is” omdat de overledene nu in de hemel is. Voor de één kan dat troost bieden, voor de ander voelt het als een ontkenning van zijn of haar pijn. Op vergelijkbare wijze kan een ECIW-student menen troost te bieden door te wijzen op het dode lichaam als illusie, of door te citeren dat we geen lichaam zijn en vrij blijven zoals God ons geschapen heeft. Zulke woorden kunnen onszelf bemoedigen, maar we kunnen ze een ander hooguit aanbieden wanneer we in een heilige relatie, in een heilig ogenblik, werkelijk door Liefde daartoe geleid worden.

Dat spanningsveld wordt nog scherper bij uitspraken over slachtofferschap en het ‘kruisigen van onszelf’. In situaties van ernstige ziekte, geweld of verlies lukt het ons soms nauwelijks om de realiteit van wat gebeurt te verdragen, laat staan om iets van de waarheid van zulke uitspraken te voelen. We interpreteren ze dan automatisch vanuit het droomperspectief, vanuit het geloof in afgescheidenheid. Het voelt alsof ons wordt verweten dat we als individu om deze ellende hebben gevraagd: “wat heb ik dan gedaan dat dit mij of mijn geliefde overkomt?” Pogingen om dit te verzachten met theorieën over karma of onsterfelijkheid kunnen dan net zo kil en afstandelijk overkomen als het aanbieden van de hemel. Dat wij daar zelf troost aan beleven is prima, maar laten we uiterst terughoudend zijn met het aandragen van zulke verklaringen aan hen die rouwen.

Dit alles betekent niet dat de visie van ECIW onwaar of wreed is. Dat het ongepast is om Cursus-oneliners te smijten naar mensen in pijn, spreekt voor zich. Maar dat iemand (nog) geen toegang heeft tot de troost, warmte en hoop die Jezus ons aanbiedt, maakt de Cursus zelf nog niet tot een wrede leer. Als we dicht bij huis blijven, bij onszelf, kunnen we stap voor stap ontdekken dat uitspraken als “ik kan alleen mezelf kruisigen” juist een sleutel tot verlossing bevatten. Wanneer ons ongevraagd leed overkomt, kunnen we — onder leiding van de Heilige Geest — onderzoeken of we een grief willen koesteren, of dat we bereid zijn te overwegen dat wij zelf de betekenis aan het voorval hebben gegeven. Niet als beschuldiging, maar als uitnodiging tot een andere keuze: kies ik voor slachtofferschap, of durf ik me over te geven aan Liefde?

Toen Jezus aan het kruis hing en uitriep: “In Uw handen beveel ik mijn geest”, wordt in de Bijbel beschreven dat het voorhangsel van de tempel scheurde — het doek dat het Heilige scheidde van het Heilige der Heiligen. In die totale overgave, vanuit wat wij zien als ultiem slachtofferschap, werd de verbinding tussen God en mens hersteld, of misschien beter: werd het besef van die verbinding hersteld. Jezus biedt ons diezelfde keuze aan, in de Bijbel, in ECIW en in zoveel andere geschriften: blijf ik geloven in afgescheidenheid, dood en sterfelijkheid, of werp ik mij in Zijn armen?

Ik wil geen goedkope theorie verkopen, noch mezelf verheven voordoen. Als ik geconfronteerd word met verlies, of als ik beelden zie van lijdende kinderen, rollen de tranen over mijn wangen. Ik weiger dan te vluchten in abstracties of me uitsluitend om mijn eigen innerlijke vrede te bekommeren. Maar dankzij de Cursus weet ik ook dat ik kijk naar de diagnose van onze geest. We zijn niet geroepen om ontkenners te worden of om de ellende gelaten te accepteren, maar om scheppers te worden van een nieuwe wereld: gemanifesteerde Liefde.

Er is hoop.

Een gedachte over “Een wrede cursus? Over de valkuil van niveauverwarring

  1. anandaroger's avatar anandaroger

    Eind december stierf mijn zwager na een slepende ziekte. Woorden uit de cursus wilde ik mijn zus en haar kinderen niet aanbieden als magere troost…maar het besef dat mensen tijdelijke en sterfelijke manifestaties zijn van de Eeuwige, zoals sint Augustinus al aanvoelde in zijn Belijdenissen, en tegelijkertijd met moed en waardigheid de dood tegemoet treden omdat je gelooft dat Gods Zoon niet kan sterven, dat kan je ook midden in het verdriet en het rouwproces van het afscheid nemen. Dankjewel voor je reflectie waarin zoveel liefde en mededogen schuilt voor de pijn van het “sterfelijk” zijn Roger

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie