Onze intieme omgang met de cursus.

Je kunt op twee manieren met ECIW aan de haal gaan.

  1. Je focust je alleen op het non-duale karakter van de cursus waarbij je meent dat alleen absolute eenheid bestaat. Je stelt vervolgens dat binnen deze eenheid geen enkele tegenstelling kan bestaan. Er is dan geen goed en geen kwaad, geen ik en God en geen ik en de ander. Vervolgens doe je alles wat je ziet af als illusie en als een droom.
  2. Je focust je alleen op de liefdesboodschap van de cursus, maar je ziet liefde te beperkt, als aardig doen tegen elkaar. Dikwijls is deze liefde voorwaardelijk omdat we haar duaal zien: je kunt lief doen en onaardig doen.

Jezus kent natuurlijk beide valkuilen en probeert ons ervoor te behoeden door reeds in het begin van ECIW zo goed mogelijk uit te leggen wat hij verstaat onder “het wonder”. Als je de wonderprincipes goed bestudeert, liever in de originele uitgave van de cursus dan in de beknopte FIP-editie, dan zie je bovengenoemde twee punten duidelijk terugkeren:

  1. Het wonder is een correctie van perceptie
  2. Het wonder is een uiting van liefde

Wonderen spelen zich af in het domein van tijd en ruimte; het domein waarvan Jezus ons vertelt dat het een gebeuren is in onze mind en dat niet de ultieme werkelijkheid is. Hetzelfde geldt voor vergeving die ook alleen betekenis heeft binnen de ons bekende wereld.

Om enig benul te krijgen van het feit dat het hele aardse gebeuren zich afspeelt in onze mind dienen we wonderwerkers te worden en vergeving te beoefenen. Als  we dit doen kunnen we een glimp opvangen van een werkelijkheid die tijdloos is en waar we ons gewoonlijk niet van bewust zijn.

Maar terug naar de werkwijze van ECIW: wonderwerker worden en vergeving beoefenen. In feite zou elke ECIW-student zich de vraag moeten stellen hoe dit nu precies “van binnen” in zijn werk gaat. Aanvankelijk lijkt dit verwarrend omdat zich talloze verschillende situaties lijken voor te doen in ons leven. Maar door het doen van de werkboeklessen kun je er als het ware gevoel voor krijgen dat elk probleem uiteindelijk terug te voeren is op een soort oer-vergissing: we denken dat we afgescheiden zijn van onze Vader, onze Bron die Liefde is, en van elkaar.

We moeten ons van binnen als het ware steeds die twee aspecten op intieme wijze eigen maken:

  1. Ik corrigeer mijn perceptie: ik meen waar te nemen dat jij en ik verschillen, dat ik op gespannen voet sta met een van mij gescheiden buitenwereld, maar ik overweeg de mogelijkheid dat ik dit verkeerd zie. Ik ben bereid mijn waarneming te laten corrigeren.
  2. Ik realiseer me dat alles wat ik zie een uiting van liefde is of een roep om liefde. Jezus heeft laten zien dat angst, zonde en schuld vergeven mogen worden en oplossen in het licht van liefde. Ik stel me open voor deze liefde, verbind me ermee. Ik stel me open voor hulp van de Heilige Geest, Jezus, Liefde, de Vader, de harmonie van het Al.

De Cursus is een intieme metgezel die ons glimpen kan bieden van een diepe waarheid over onze identiteit, een waarheid die we uit het oog verloren zijn. Als dit gebeurt gaat liefde stromen en word je dankbaar.

Hopelijk is dit behulpzaam bij het voorkomen van een onvolledige of moeizame omgang met de cursus. Deze is terug te voeren op eenzijdigheid. Ook hier twee uitersten:

  1. Je ziet de cursus als een soort nieuw en conceptueel geloof en gaat er verstandelijk mee aan de haal of er juist mee in gevecht. Als je ermee aan de haal gaat dan verlies je de intieme omgang ermee uit het oog en doorleef je de cursus niet. Er treedt afstandelijkheid op en haast een soort wreedheid. Want waarom zou je anderen helpen als er geen anderen zijn en alles een droom is? Doordat deze ontsporing heeft plaatsgevonden krijg je als een soort corrigerende maar verwarrende reactie, mensen die de hele cursus af willen doen als een hyper-abstracte en wrede uitwas. Beide reacties zien de intieme en warme liefdescomponent van de cursus over het hoofd.
  2. Maar je kunt deze liefde-component ook te veel ontdoen van de metafysische diepte ervan. Dit is waar Ken Wapnick tegen waarschuwde toen hij zei: hoed u voor de weldoeners. Wat je krijgt als je de metafysica te veel uit het oog verliest is een uitgeklede versie van ECIW met een zware spruitjeslucht, een gezapig lief doen om lief gevonden te willen worden. Het gevaar bestaat dat de radicale visie van de cursus en de oproep tot echte verlossing en ontwaken uit het oog worden verloren.

Het blijkt erg lastig om onze houding te bepalen zo tussen droom en werkelijkheid. Het lijkt erop alsof we moeite moeten doen om onze ware aard die we niet kunnen kwijtraken te herontdekken. Het vergt genezing van onze hele mind, van hoofd en hart. Ons hoofd dient te wennen aan de gecorrigeerde perceptie waarbij het verbinding leert zien in plaats van afgescheidenheid. En tegelijkertijd dient ons hart zich te openen om weer kanaal van liefde te worden en te ontdekken dat liefde zowel middel als doel is.

De “oerzonde” is ons geloof dat we afgescheiden, op onszelf staande wezentjes zijn die zichzelf moeten verlossen. Maar alles wat ik hierboven gezegd heb, is bedoeld om ons terug te brengen tot het besef dat we juist verbonden zijn met de Vader en met elkaar (gecorrigeerde perceptie: er zijn geen anderen want WE zijn één) en dat deze verbinding niet abstract is maar een liefdesband (liefde is middel en doel).

Dank.

Plaats een reactie