Een worstelende broeder,

Drie jaar geleden zocht een man, laat ik hem maar even Piet noemen, contact met me per mail omdat hij worstelde met groot persoonlijk leed. Hij wilde hiermee aan de slag met behulp van Een Cursus in Wonderen (ECIW). Ik antwoordde hem toen het volgende:

Als ik ga proberen de waaromvraag te beantwoorden dan verval ook ik in metafysische gemeenplaatsen waar je weinig aan zult hebben. Kun je ook maar één antwoord bedenken dat je tevreden zou kunnen stellen? Christenen zouden zoiets zeggen als “De mens wikt maar God beschikt”. ECIW-studenten komen met “de droom waarom de Zoon van God vergat te lachen”. Etc Ik wil met alle liefde de visie van ECIW op ons lichamelijk en emotioneel lijden voor je samenvatten, maar zit je hier op te wachten? De belangrijkste vraag is hoe jij je kunt verhouden tot de nare privé-gebeurtenissen die nu in je leven spelen. Deze in een conceptueel metafysisch kader plaatsen biedt gewoonlijk weinig soelaas.

 Mag ik aan je vragen hoe intensief je met ECIW bezig bent? Probeer je echt de denkgeest te trainen door het volgen van de werkboeklessen? Zonder deze toepassingsgerichte werkboeklessen zullen “kloppende” ECIW-antwoorden je niets bieden. Concreet kan ik deze vraag herformuleren door te vragen of je de ECIW-wijze van vergeven al toepast in je leven. Zo ja; wat is dan je ervaring hiermee? Wat brengt dit je?

Er zijn nu bijna drie jaren verstreken en Piet is een felle bestrijder geworden van de metafysica van ECIW. Ik heb talloze malen geprobeerd om mijn eerste, bovenstaande, antwoord dusdanig te formuleren dat Piet geholpen zou zijn. Mijn kortst mogelijke antwoord zou zijn: “geef je over aan de kracht en troost van liefde”. Piet blijft echter strijden en komt met de meest doorwrochte redeneringen die moeten aantonen dat de cursus niet klopt en wreed is. Ook andere ECIW-leraren kunnen vooralsnog Piet niet echt bereiken.

Er komen een aantal vragen bij me naar boven naar aanleiding van Piets worsteling:

  1. Wat weerhoudt hem om te vertrouwen op de Heilige Geest?
  2. Wat drijft mij en andere ECIW-studenten om telkens weer met hem in debat te gaan?
  3. Is er een manier om hem te helpen?

Bij het beantwoorden van deze vragen meen ik dat het goed is om als eerste de denkbeeldige kloof tussen Piet en mij te dichten en te beseffen dat we dezelfde ego-krachten delen en dezelfde liefde. Want de worsteling met de cursus vindt niet alleen plaats in de denkgeest van Piet maar in de gedeelde denkgeest van ons allemaal. Piet is, anders gezegd, het ultieme symbool van de verstandelijke worsteling met de metafysica van de cursus. Niet alleen Piet, maar wij allemaal aarzelen om ons over te geven aan liefde en koesteren onze grieven tegen de cursus.

En dit verklaart dan het tweede punt. Als wij onze worsteling en moeilijke vragen over de cursus verdringen dan bestaat de kans dat wij ze op Piet projecteren. Onze heftige reactie wordt dan gevoed door de onbewuste angst dat hij ergens een punt heeft. Maar is dit het hele verhaal? Ik vermoed het niet. We kunnen immers echt geraakt worden als we een broeder ontmoeten met een zo luide roep om liefde. En een dergelijke roep om liefde vraagt bij ons een respons. Het achtste wonderprincipe luidt:

“Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben.”

En dat brengt me bij het derde punt. ECIW geeft geen pasklare voorschriften hoe te handelen in elke specifieke situatie. Het is dan ook goed mogelijk dat indien ik aan de HG vraag hoe ik hier waarlijk behulpzaam kan zijn, ik een ander antwoord krijg dan een andere “hulpverlener”, ofwel broeder of zuster.

Zelf heb ik moeten leren dat het lastig is om een ander via logica van de waarde van ECIW te overtuigen. Niet dat ECIW ten diepste onlogisch is. In tegendeel, het is in mijn beleving voor de meeste van ons haast te logisch; we willen de waarheid liever niet horen. Maar het risico van meegaan in verstandelijke discussies is dat ik daarmee de illusie bij mijn broeder versterk dat de cursus verdedigd zou moeten worden. In werkboekles 153 zegt Jezus:

7. Een verdedigende houding is zwakheid. Ze verkondigt dat jij de Christus hebt verloochend en Zijn Vaders woede bent gaan vrezen. Wat kan jou nu verlossen van je waanidee van een boze god, wiens vreeswekkend beeld jij aan het werk meent te zien in alle kwaad ter wereld? Wat anders dan illusies kunnen jou nu verdedigen, wanneer het slechts illusies zijn die jij bestrijdt?

Wij, en Piet, zijn dol op het spel van aanval en verdediging, zelfs als we dit een dialoog zouden noemen. Het is een manier om onze grieven te koesteren en ons ego te verharden.

Het is aan ons om op te merken of, en zo ja hoe, we dreigen te verzanden in het meespelen van het spel van het ego. Het ego wil strijden, beargumenteren, slim zijn en winnen. Dit terwijl de ware antwoorden pas gevonden worden in verdedigingsloosheid, in bereidwilligheid en overgave. Jezus wordt het lam Gods genoemd en niet de discussiekampioen Gods. Maar zelfs Jezus merkte in het Nieuwe Testament op dat zonder enige bereidwilligheid en vertrouwen in zijn woord, het evangeliseren (=het brengen van het goede nieuws) zinloos was. Zijn woorden kunnen zelfs wat hard klinken:

“En zo wie u niet zal ontvangen, noch uw woorden horen, gaat uit van dat huis of van die stad, en schudt het stof uwer voeten af.” (Mattheüs 10:14)

Wij kunnen hiervan schrikken en ons afvragen of we zo Piet niet in de steek zouden laten. Stoppen met argumenteren wil echter niet zeggen stoppen met liefhebben. Maar we hoeven niet naïef te zijn en te menen dat we iemand die ervoor kiest om, al is het maar voorlopig en als vertragingsmanoeuvre, de controverse op te zoeken, tegen zijn eigen (onbewuste) keuze in kunnen helpen. Laat iedereen echter zijn of haar eigen hart volgen in de omgang met onze eigen controverses en die van Piet waarbij we het volgende ECIW-citaat in gedachten houden:

2. Alle termen zijn in aanleg controversieel, en zij die de controverse zoeken zullen die vinden. Maar zij die verheldering en verklaring zoeken zullen die eveneens vinden. Ze dienen echter bereid te zijn aan controversen voorbij te zien in het besef dat die een verweer zijn tegen de waarheid in de vorm van een  vertragingsmanoeuvre. Theologische overwegingen als zodanig zijn per definitie controversieel, aangezien ze op geloof berusten en daarom aanvaard of verworpen kunnen worden. Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk. Het is deze ervaring waarop de cursus aanstuurt. Alleen hier is consistentie mogelijk, want alleen hier komt aan onzekerheid een eind.

Plaats een reactie