“Er is niets wat mijn heiligheid niet kan.”
Het is een zin die gemakkelijk groots gaat klinken in het hoofd. Voor sommigen werkt hij bemoedigend, voor anderen roept hij verwarring op, en voor weer anderen ontstaat er een stille maar hardnekkige vraag: wat betekent dit concreet?
Wie deze les serieus neemt, komt vroeg of laat uit bij Jezus. Niet uit verering, maar uit logica. Als de Course zegt dat onze heiligheid onbeperkt is, en als Jezus in de Course wordt neergezet als iemand die dit volledig belichaamde, dan lijkt de conclusie onvermijdelijk: zou dat voor ons dan niet ook moeten gelden? Inclusief genezing, inclusief wonderen die zichtbaar zijn in de wereld?
Het antwoord is genuanceerder dan een simpel ja of nee, en juist die nuance is de kern van deze les.
De Course spreekt over heiligheid niet als een eigenschap van een persoon, maar als een toestand van onverdeeldheid. Heiligheid is niet iets wat je ontwikkelt of activeert; het is wat overblijft wanneer je ophoudt jezelf als een autonoom handelend “ik” te beschouwen. In die zin is heiligheid geen kracht die je bezit, maar een openheid waarin niets meer wordt tegengehouden.
Dat is ook hoe Jezus in de Course wordt beschreven. Niet als iemand met uitzonderlijke vermogens, maar als iemand die geen privé-wil meer had. Hij probeerde niet te genezen, hij streefde geen uitkomst na, hij gebruikte geen methode. Hij luisterde, en hij liet dat wat hij hoorde volledig tot uitdrukking komen. Waar die afstemming ononderbroken was, kon conflict geen stand houden. En waar conflict verdwijnt, verdwijnt soms ook de lichamelijke uitdrukking ervan.
Maar hier ontstaat gemakkelijk een misverstand. Want zodra dit wordt opgevat als iets wat jij moet kunnen doen, verschuift de aandacht ongemerkt weer naar het ego. Dan wordt heiligheid een doel, genezing een criterium, en innerlijke vrede iets wat pas mag volgen als de vorm zich heeft aangepast. De Course draait dit precies om.
Genezing, zoals de Course die begrijpt, vindt altijd plaats in de geest. Het lichaam is niet de oorzaak, maar het toneel waarop een innerlijke splitsing zichtbaar wordt. Wanneer die splitsing wordt gecorrigeerd, kan het lichaam daarop reageren met herstel, maar dat is geen vereiste en geen maatstaf. Soms verdwijnt een ziekte. Soms verandert alleen de beleving. Soms wordt het lichaam losgelaten. Vanuit het perspectief van de Course zijn dit geen verschillende uitkomsten, maar verschillende vormen waarin dezelfde genezing zich voltrekt.
Dat maakt les 38 minder spectaculair dan sommigen hopen, maar ook veel radicaler. De les belooft geen macht over de wereld, geen vermogen om vorm naar believen te manipuleren. Ze wijst op iets anders: dat waar heiligheid volledig wordt toegelaten, geen enkele vorm van angst, schuld of conflict kan blijven bestaan. En omdat de wereld zoals wij die ervaren uit die conflicten is opgebouwd, kan de wereld daar niet onveranderd blijven.
De werkelijke vraag die deze les stelt is dan ook niet of jij fysieke genezing kunt bewerkstelligen. De vraag is of je bereid bent vrede te laten voorgaan boven uitkomst. Of je bereid bent niets te willen bewijzen. Of je kunt verdragen dat heiligheid haar werk doet zonder dat jij bepaalt hoe dat eruit moet zien.
Wanneer die bereidheid er is, verliest de vraag “wat kan mijn heiligheid?” vanzelf haar urgentie. Niet omdat er minder mogelijk is, maar omdat controle geen rol meer speelt. Wat dan gebeurt, gebeurt niet door jou, maar ook niet buiten jou om. Het gebeurt omdat er niets meer is dat het tegenhoudt.
Misschien is dat de meest eerlijke manier om les 38 te lezen: niet als een belofte van wat jij zult kunnen, maar als een uitnodiging om te ontdekken waar jij nog denkt dat iets van jou afhangt. Precies daar begint het loslaten. En precies daar krijgt heiligheid de ruimte om te doen wat zij altijd al deed.
