Het blijft een lastige vraag hoe we ons als ECIW-studenten te verhouden hebben tot mensen als Epstein, Trump, Poetin en vergelijkbare figuren. Gewoonlijk passeert Hitler ook nog even de revue. Misschien biedt het wat helderheid als ik begin met twee uiterste visies;
- De klassiek duale visie: Vanuit deze visie zien we schurken die ten koste van anderen aan hun gerief proberen te komen. Ze willen bijvoorbeeld respectievelijk het lichaam van jonge meisjes, ik-gerichte deals en het land van de buurman.
- De ontspoorde ECIW-visie: “Er zijn helemaal geen foute anderen, ik zie alleen maar de projectie in die ene (lees: “mijn”) denkgeest. Vergeving betreft alleen mijn eigen foute gedachten.
Mij help het om, zoals ik ook in andere blogs heb beschreven, alert te blijven op deze zogenaamde of-of-vraagstukken. In dit geval lijkt de keuze te zijn om óf alle schuld buiten onszelf te zien (“de foute ander”) óf om alles binnen onze eigen denkgeest te zien (“er zijn geen anderen, ik zie alleen mijn eigen perverse denkgeest”).
Aangezien jij als lezer van deze blog een ECIW-student bent, mag ik ervan uitgaan dat je in elk geval niet helemaal meer denk langs de lijnen van de klassiek duale visie. Dus ergens heb je het besef dat wat je buiten je meent te zien, in dit geval de “schurken”, ook iets te maken heeft met jezelf. En dat is in mijn beleving ook zo, maar het behoeft nuancering en een beter begrip van- en gevoel voor de metafysica van de cursus.
Visie 2 wordt verdedigd door ECIW-leraren die de hyper abstracte theorie van absolute eenheid voorstaan. Dan ontwikkelt zich de volgende gedachtegang:
- Alles is één, er is één denkgeest
- Dus mijn denkgeest is die ene denkgeest
- Alles wat ik zie is mijn projectie
- Dus “foute anderen” zijn mijn projectie
- Het wonder is slechts een correctie van mijn perceptie
De metafysische vergissin die hier begaan wordt, is dat de persoon die dit zegt, meent dat zijn denkgeest samenvalt met de Denkgeest van God, zijn Schepper. Hij denkt dan in feite dat zijn broeders zijn projecties zijn. Dan reduceert hij “foute broeders” tot “foute nepfiguren”. Maar volgens mij leert ECIW ons iets anders, namelijk:
- God is de Ene Denkgeest
- Wij zijn Gedachten van God, uitbreidingen van Liefde, Zonen van God, in wonderlijke eenheid verbonden met Hem en met elkaar.
- Als Zoonschap vergissen we ons collectief; elke Zoon vergist zich
- Ten diepste is elke vergissing een geloof in afgescheidenheid en een roep om liefde.
- Het wonder is zowel een correctie van perceptie (“jij bent niet anders dan ik”) en de onderkenning van de roep om liefde van de “andere” Zoon (vergeving: liefde weer laten stromen).
Wat is nu het fundamentele verschil tussen deze twee zienswijzen? Bij de doorgeschoten, hyper-abstracte eenheidstheorie, zien we in feite geen echte Broeder en menen we een figurant in onze droom te zien. Bij de en-en visie (mijn Broeder is één met mij en (toch) een echte (“andere”) Zoon van God; komen we echte “anderen” tegen die, zoals genoemde mannen, behoorlijk in de war kunnen zijn. Anders gezegd: we ontmoeten medemensen die een duidelijke roep om liefde laten horen.
Het ligt subtiel broeders en zusters, en de deur naar discussies zwaait nu wijd open. Dat is inherent aan dat en-en-aspect waar ons denken niet bij kan. De hyper-abstracte eenheidstheorie is juist ontstaan om ons duale denken en het geloof in afgescheidenheid te corrigeren. Daarom schrijf ik steeds “anderen” tussen aanhalingstekens, om hiermee die onbegrijpelijke verbondenheid met elkaar niet uit het oog te verliezen.
Tot zover de “theorie”, de metafysica; maar wat moeten we nu in de praktijk? Toch alles maar met de mantel der liefde bedekken omdat deze lievertjes dit nodig hebben? ECIW geeft geen gedragsregels en natuurlijk heb ik ook geen pasklare antwoorden over hoe om te gaan met deze verdwaasde broeders. Ik wil me beperken tot het schetsen van twee situaties die wellicht enige inspiratie en stof tot reflectie kunnen geven.
Ter inspiratie: Ik heb vroeger zowel op karate als op Aikido gezeten. Ik ervaarde bij de beoefening hiervan verschillende energieën; vermoedelijk bepaald door de leraar die ik had. Bij karate probeer je de aanval van de ander af te weren om daarna een tegenaanval te plaatsen en de ander uit te schakelen. Hard tegen hard. Bij Aikido luidde de instructie om de verwarde ander met zachte hand naar de grond te begeleiden zodat hij daarna zichzelf en anderen geen kwaad meer kon doen. Voel je het verschil? Voorzichtig zie ik een parallel met een lijfstraf aan de ene kant en gevangenisstraf aan de andere kant.
Tenslotte stof ter reflectie en daarmee een uitdrukking voor mijn sympathie ook voor de “vergeef je eigen denkgeest”-gedachte: Ik ging met een grote groep vrienden ergens koffie drinken en we besloten er een gebakje bij te nemen. Het appelgebak zag er heerlijk uit maar het aantal beschikbare stukken was beperkt. Ik zat aan het einde van de lange tafel en halverwege het opnemen van de bestellingen gaf de serveerster aan dat er nog maar twee punten appelgebak over waren. “Wie wil er nog appelgebak?”, vroeg ze. Het “ik, ik, ik..” was niet van de lucht, en ook mijn vinger schoot de lucht in. Maar helaas; ik moest het doen met een taartje dat niet echt mijn voorkeur had. Ik merkte irritatie bij mezelf die wat versterkt werd toen ik de tevreden blik bij de anderen zag die “nog net op tijd” waren geweest. Vervolgens werd ik kwaad op mijzelf. In Oekraïne sterven mensen door bommen en granaten en zitten in de barre kou en ik zit jaloers te zijn op een appelgebakje. Ongelofelijk!
Maar het heeft zo moeten zijn, hoe pijnlijk het ook is om zo geconfronteerd te worden met de ego-krachten in onszelf. Want ten diepste zag ik bij mezelf “in het klein” exact hetzelfde thema: “Ik wil wat jij hebt!”. Dus de illusie dat ik gelukkiger zou zijn met een stukje surrogaat-liefde. Gevolgd door de irritatie dat niet ik maar die ander het begeerde “schaarste-artikel” veroverde. Deze hebzucht, waar ik gelukkig snel om kon lachen, is van exact dezelfde kwaliteit als die van genoemde mannen. Zij denken ook gelukkig te worden van surrogaat-liefde (seks, geld, macht etc) en worden boos als ze hun zin niet krijgen. Het is voor mij veel fijner om deze boeven of mijn appeltaart-vrienden te beschuldigen van hebzucht en ego-gericht gedrag, maar ik dien deze neiging te herkennen en erkennen in mijn denkgeest en hier te vergeven.
Jezus kent onze neiging tot projectie. In het Nieuwe Testament brengen omstanders een overspelige vrouw naar hem toe die ze willen stenigen. Zijn antwoord? Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen!”. Of: “We zien wel de splinter in het oog van de ander, maar niet de balk in eigen oog”.
Dus, moeten we alles maar goed vinden? Nee; er zijn broeders en zusters die op destructieve wijze om liefde roepen en die, voor eigen – en ieders bestwil, “begeleid” moeten worden; dus zo liefdevol mogelijk gestopt. Maar dat gezegd hebbende mogen we de blik naar binnen slaan. Dit vergt radicale eerlijkheid. Zien we daar niet dezelfde ego-impulsen? Wil ik hebben wat jij hebt omdat ik meen dat dit mij gelukkig zal maken? Tja…
