De Vader was nooit boos: gedachten over de kruisdood van Jezus.

Ik ben dol op het adagium: “Verwijder dat wat mensen van elkaar scheidt en zoek naar dat wat verbindt.” Wat zou de wereld er anders uitzien als politici dit als kompas zouden gebruiken. Maar hetzelfde geldt voor het gesprek tussen christenen en studenten van Een Cursus in Wonderen (ECIW) – voor zover er tussen die twee werelden überhaupt al sprake is van een dialoog. Meestal ligt de focus namelijk op de loopgraven: de onoverbrugbare verschillen tussen de Bijbelse boodschap en die van de Cursus.

De angst voor de ‘valse profeet’

Het thema kwam onlangs weer scherp bij me naar boven door een video van een gedreven vrouw. Na twintig jaar ECIW-student te zijn geweest, had zij plotseling het “licht” gezien: de Cursus was volgens haar letterlijk het werk van de duivel.

Wat mij intrigeert, zijn de aannames die tot zo’n radicale verharding leiden. Haar betoog rustte op de overtuiging dat de Bijbel de enige zuivere bron is. Vanuit die optiek is de mens een zondaar die redding nodig heeft door het bloed van Jezus. Wie beweert dat de mens in zijn ware natuur zondeloos is – zoals de Cursus leert – wordt weggezet als een dwaalleraar. De angst die uit zo’n boodschap spreekt, wordt vaak gezien als een “gezonde angst”: een noodzakelijke prikkel om je te bekeren tot de enige weg.

Twee verhalen, één kloof

Aan de andere kant staan de ECIW-studenten. Zij geloven dat God enkel Liefde is en geen bloed hoeft te zien om ons in de armen te sluiten. Voor velen van hen is zonde geen blijvende werkelijkheid maar een vergissing in perceptie; kwaad heeft geen zelfstandige macht en de kruisiging wordt gezien als een demonstratie van onkwetsbaarheid. Jezus is in die visie een oudere broer of een wijze leraar, maar geen plaatsvervangend offer in juridische zin.

In mijn beleving lopen beide groepen echter in dezelfde val wanneer zij hun overtuigingen reduceren tot een vaststaand narratief. Of je nu gelooft in een wraaklustige God die bloed eist, of in een abstracte liefde die het menselijk lijden ontkent; in beide gevallen kan het een “verhaaltje” in het hoofd worden. Het wordt dan niet langer diep doorleefd of belichaamd. Om in de terminologie van Een Cursus van Liefde te spreken: men leeft nog niet vanuit de “heelheid-van-hart”.

De Cursus zelf is echter geen nieuw verhaal, maar een correctie van waarneming — een uitnodiging om anders te zien.

De sleutel: Projectie en het “niet-pluis-gevoel”

De brug tussen deze twee werelden ligt volgens mij in het begrijpen van projectie.

Zowel de Bijbel als de Cursus spreken over een beweging waarin de mens meende “op eigen benen” te kunnen staan, los van zijn Bron. In de Bijbel heet dit de zondeval, in de Cursus de afscheiding. In de Cursus wordt echter benadrukt dat deze afscheiding geen feitelijke breuk is, maar een geloof in afscheiding — een denkbeeldige keuze.

Die beweging gaat gepaard met een diep ongemak: een gevoel van vervreemding, een “niet-pluis-gevoel”. Dat gevoel is geen straf van God en ook geen goddelijk oordeel, maar het natuurlijke signaal dat onze waarneming niet in overeenstemming is met onze ware aard. Het is het innerlijk besef dat we onszelf verkeerd zien.

Wanneer een ECIW-student dit ongemak ontkent via een spirituele bypass (“er is geen zonde”), kan hij voorbijgaan aan de kans tot correctie. Maar de correctie ligt niet in schuld of zelfveroordeling — zij ligt in het durven loslaten van de poging om zelfstandig te definiëren wie we zijn. Zoals de Verloren Zoon moest terug keren, niet om gestraft te worden, maar om te ontdekken dat hij nooit werkelijk verstoten was.

De fout die veel christenen maken, is dat ze hun eigen schuldgevoel projecteren op de Vader. Ze menen dat God boos is, omdat zij zich schuldig voelen. Maar de gelijkenis van de Verloren Zoon zegt iets anders: de Vader eist geen straf, Hij wacht met open armen. Hij wil geen bloed zien; Hij wil Zijn kind terug — of beter gezegd: Hij is het nooit kwijt geweest.

Het Kruis: Meer dan een symbool

Wat betekent de kruisiging dan nog?

Sommige ECIW-studenten spreken erover alsof het lijden er niet toe deed, omdat de wereld uiteindelijk geen zelfstandige werkelijkheid heeft. Maar dat kan gemakkelijk ontaarden in een ontkenning van menselijke ervaring.

De Cursus leert echter dat de kruisiging geen betaling was voor zonde, maar een demonstratie: aanval heeft geen werkelijke macht over de Zoon van God. Jezus liet zien dat Liefde onaangetast blijft, zelfs wanneer het lichaam wordt aangevallen. Hij toonde dat de afscheiding geen werkelijkheid is die overwonnen moet worden, maar een geloof dat kan worden losgelaten.

Zijn woorden: “Vader, vergeef hen, ze weten niet wat ze doen” verwijzen niet naar een goddelijke woede die gestild moet worden, maar naar onwetendheid die gecorrigeerd kan worden. Hij overwon geen juridische schuld; hij doorzag het geloof in schuld. Dat is geen “verhaaltje” waar je wel of niet in gelooft; het is een uitnodiging om dezelfde verschuiving in bewustzijn toe te laten.

Een gedeeld geschenk

De dankbaarheid van christenen voor wat Jezus aan het kruis volbracht, is dus begrijpelijk en oprecht. Maar wat hij demonstreerde, behoort niet exclusief tot hem alleen. Hij liet zien wat waar is voor ieder van ons. Hij stierf niet om een boze God tevreden te stellen, maar om te laten zien dat zelfs de uiterste projectie van angst de Werkelijkheid van Liefde niet kan aantasten. Er is geen sprake van goddelijke genoegdoening, maar van de onkwetsbaarheid van Gods Liefde.

Jezus nodigt ons uit – zowel in de Bijbel als in de Cursus – om zijn inzicht te delen, niet hem op afstand te vereren. “Wat ik ben, zijn jullie ook.” Het Licht schijnt in de duisternis. Of we hem nu ontmoeten in de eeuwenoude Schriften of in de lessen van de Cursus: Jezus Christus wijst naar verlossing, vergeving en eenheid — niet als uitzondering, maar als demonstratie van wat wij in waarheid zijn. Jezus Christus, wat een geschenk. Halleluja! Amen.

Plaats een reactie