<Opmerking: Vandaag een lange, pittige maar in mijn beleving belangrijke post die handelt over de kernboodschap van Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL); over ontwaken ofwel verlossing. Misschien biedt deze post ook wat helderheid over die raadselachtige ECIW-uitspraak die stelt dat wij onszelf kruisigen. Dat past dan weer goed bij de Paasdagen. 😊).
Er bestaan meer dan genoeg theorieën en boeken over de fasen van groei in bewustzijn. Vaak zijn daaraan stappenplannen gekoppeld die beschrijven hoe we van de ene fase naar de andere zouden kunnen gaan. Daar wil ik eigenlijk geen nieuw schema aan toevoegen. Tegelijk merk ik dat ook ik er niet aan ontkom om dat wat in wezen één is – één fenomeen in de menselijke geest – toch in stukjes op te knippen om erover te kunnen communiceren. Zodra die stukjes elkaar in de tijd lijken op te volgen, ontstaat al snel iets dat verdacht veel lijkt op verschillende fasen. Probeer daarom vooral met je gevoel te luisteren, terwijl je verstand de rol vervult van dienstbare assistent. Vanuit die houding durf ik voorzichtig te spreken over de fasen van ontwaken, ofwel over de ontwikkeling van de relatie tussen onszelf en de wereld. Let wel op; de term ‘fasen’ verwijst hier niet naar een werkelijk ontwikkelingsproces, maar naar ogenschijnlijke verschillen in waarneming binnen een keuze die altijd in het huidige moment plaatsvindt.” Dit gezegd hebbende ga ik van start.
Aanvankelijk ervaren we onszelf als kwetsbare wezentjes in een wereld die los van ons lijkt te bestaan. We voelen ons afhankelijk van die wereld: we hebben zuurstof nodig, drinken, voedsel, onderdak, enzovoort. We ervaren behoeften en doen ons best om deze te vervullen. Er is een sterk gevoel van kwetsbaarheid en afhankelijkheid. ECIW verwoordt dit kernachtig met de uitspraak: “We voelen ons het slachtoffer van de wereld die we zien.”
Wanneer we ons begeven op het pad van bewustzijnsontwikkeling, horen we dat onze neiging om gebeurtenissen als positief of negatief te beoordelen voortkomt uit oordelen. Het ene vinden we slecht en willen we vermijden, het andere vinden we goed en willen we nastreven. Vervolgens kunnen we proberen dit oordelen achterwege te laten en te experimenteren met het accepteren van wat ons overkomt. Dit wordt soms verwoord als: “Ik geef me over aan de wil van God.” We streven dan naar neutraliteit, naar stoïcisme, soms zelfs naar onverschilligheid. We willen de onbewogen waarnemer zijn van alles wat voorbijtrekt: de blauwe hemel achter de wolken.
In Bijbel- en cursusland komt op dit punt liefde om de hoek kijken. Het geheel begint warmer te voelen wanneer we spreken over toegewijde waarneming en over het omarmen van situaties en medemensen. Jezus roept ons in de Bijbel immers op om God lief te hebben met ons gehele hart, ziel en verstand, en onze naaste als onszelf.
Laten we hier even pas op de plaats maken en de blik naar binnen slaan, als je wilt. Kun je voelen hoe de relatie die je meent te hebben met de buitenwereld als het ware van temperatuur verandert? Eerst kan die relatie koud en vijandig aanvoelen (slachtofferschap), daarna neutraal (zeg maar kamertemperatuur) en vervolgens liefdevol, als een warm bad.
Maar ondanks deze plezierige en nuttige verschuiving blijft ons onbewuste gevoel duaal. We ervaren nog steeds een buitenwereld waartoe we ons moeten verhouden. Er lijkt iemand te zijn die ervaart, en iets dat ervaren wordt. Dat geldt zowel voor gebeurtenissen in de zogenaamde buitenwereld als voor “gebeurtenissen” in de binnenwereld: gedachten, gevoelens en emoties.
ECIW en ECvL gaan verder dan deze duale visie. In de cursussen vindt een perspectiefwisseling plaats, waarin we verschuiven van “de wereld overkomt mij” naar “wij projecteren de wereld die we menen te zien”. De zogenaamde buitenwereld blijkt een projectie te zijn in de denkgeest van het Zoonschap. Wij hebben de wereld waartoe we ons proberen te verhouden dus zelf bedacht, op basis van een merkwaardige intentie: we wilden ons speciaal voelen en daarmee afgescheiden. Dat zet onze kijk op de relatie tussen onszelf en de wereld volledig op zijn kop.
Hiermee komt een belangrijk aspect in beeld: onze vergeten intentie. De centrale vraag wordt dan: waartoe projecteren we een buitenwereld? Het antwoord luidt: om onszelf te ervaren als een afgescheiden “ervaarder” in een wereld buiten ons.
Het gevoel van afgescheidenheid is het sterkst wanneer we een vijandige wereld projecteren – wanneer we kiezen voor de nachtmerrie van slachtofferschap. Krijg je hier oog voor, dan ontstaat ook begrip voor de pogingen om dat gevoel van afgescheidenheid te verzachten. Dat doen we door neutraler of welwillender naar de wereld en naar anderen te kijken. Zodra dit lukt, verandert de hardheid van het afgescheidenheidsgevoel. Er ontstaat meer besef van verbinding tussen onszelf en de wereld.
Maar volgens de cursussen gaat ook dit niet ver genoeg. Het is te vergelijken met dromen. De overgang van een nachtmerrie naar een plezierige droom is niet hetzelfde als ontwaken. Ontwaken is het moment waarop het besef doorbreekt: “Hé, ik heb dit allemaal zelf bedacht. Ik was een acteur in een door mezelf ontworpen decor.”
We kunnen nog dieper de denkgeest in door opnieuw stil te staan bij de waartoe-vraag. Waartoe projecteert de Zoon een lichaam en waarnemingen van een binnen- en buitenwereld? Omdat elke gewaarwording iets lijkt te suggereren: ik, een afgescheiden wezen, ervaar iets waar ik los van sta. De Zoon produceert dus zelf het denkbeeld van iets in de geest en neemt daar vervolgens afstand van. De “ervaarder” blijkt dus de bron van de eigen ervaring te zijn. Wie goed oplet, kan zien dat met deze projectietruc ook het geloof in ruimte en tijd ontstaat. Dat vormt het ideale decor voor het drama van een ikje dat reist door tijd en ruimte.
Het vergt grote oplettendheid om te zien dat bij elke ervaring die we zelf maken – elke projectie – een schijnbare splitsing optreedt tussen “ervaarder” enerzijds en “gebeurtenis” (in binnen- en buitenwereld) anderzijds waarop wordt toegezien. Het merkwaardige is dat we vervolgens proberen af te komen van de nare ervaring die we zelf hebben voortgebracht. Dat is de betekenis van de ECIW-uitspraak dat we onszelf kruisigen.
Tot slot keren we terug naar het begin: de relatie. ECIW spreekt over de Heilige Relatie en over Schepping. Gods Schepping is niet de wereld van vormen in tijd en ruimte. Die Schepping is tijdloos en bedoeld om tijdloos kennen mogelijk te maken. Door te scheppen kent God Zichzelf als God, en kennen wij onszelf als Zonen en medescheppers. Wij hebben dit Scheppen – het goddelijk projecteren dat de cursus “uitbreiden” noemt – vervangen door maken: het menselijk projecteren van een droom in tijd en ruimte.
Waarnemen en omarmen doen de duale grenzen vervagen en kunnen zo opstapjes vormen naar ontwaken. Dat ontwaken is de realisatie dat wij onze droom projecteren vanuit de eenheid van ons Zoonschap. Daarbij ontstaat de illusie van een dolend ikje dat staande probeert te blijven in een wereld van tijd en ruimte.
Aanvankelijk krijg je oog voor dit proces op een verstandelijk en theoretisch niveau. Later ga je het als het ware voelen plaatsvinden, telkens wanneer je merkt dat je jezelf vanuit een duale positie beoordeelt en probeert bij te sturen. Uiteindelijk gloort het inzicht dat wij medescheppers zijn. Ook dit inzicht roept gemakkelijk misverstanden op, omdat we het vaak interpreteren vanuit ons geloof in afgescheidenheid. We belanden dan al snel in het populaire domein van manifesteren: het creëren van een fijnere (droom)wereld binnen tijd en ruimte. Dat is niet per se verkeerd. Je kunt het vergelijken met lucide dromen, waarin we bijna wakker worden en merken dat we de droom enigszins kunnen sturen. Maar bij werkelijk ontwaken en werkelijk medeschepper-zijn voltrekt zich iets radicaal anders. Dan is er een onvoorstelbare realisatie van verbondenheid met onze Bron, van de Heilige Relatie. We beseffen dan ten diepste dat ontwaken geen verdienste is van het kleine ikje. Vanuit een veel dieper perspectief wordt doorzien dat dit ikje zelf een droomfiguur is, levend in een droomwereld.
Jezus stelt dan ook in ECIW dat God de laatste stap zet. En let wel: God is hierin geen entiteit buiten onszelf, maar het liefdevolle zijn dat onze Bron en identiteit vormt. Het gaat om het totale oplossen van ons geloof in afgescheidenheid. Ontwaken, verlossing en realisatie vallen hier samen. De bodem valt als het ware weg onder ons geloof in afgescheidenheid. In dankbaarheid ervaren we de onvoorstelbare liefde van onze Bron.
Zo klinkt dit in ECIW (Les 106):
Vandaag wordt de belofte van Gods Woord vervuld. Luister en wees stil. Hij wil tot je spreken. Hij komt met wonderen, duizendmaal zo vreugdevol en wonderschoon als waarvan jij ooit gedroomd hebt of waarnaar jij in je dromen hebt verlangd. Zijn wonderen zijn waar. Ze zullen niet vervliegen wanneer het dromen eindigt. In plaats daarvan beëindigen ze de droom en duren eeuwig voort, want ze komen van God tot Zijn geliefde Zoon, wiens andere naam jij is. Bereid jezelf voor op wonderen vandaag. Sta toe vandaag dat jouw Vaders aloude belofte aan jou en al je broeders wordt ingelost.
Wij kunnen dit alles niet bevatten – ik dus ook niet. Wat ik hier heb geprobeerd, is iets weer te geven van dat mysterie dat steeds dieper doordringt in onze denkgeest. Hopelijk resoneert het enigszins en helpt het ons om ons verder te openen voor de liefde die we zijn.
Hartegroet,
Simon
