Ons hardnekkig geloof in een materiële werkelijkheid

Veel studenten van A Course in Miracles herkennen dat de cursus een uiterst radicale uitspraak doet over de aard van de werkelijkheid: de wereld die wij zien is niet werkelijk zoals wij denken, en alles wat wij ervaren vindt plaats in de geest. Toch blijft dit voor velen iets wat ze begrijpen in woorden, maar niet werkelijk ervaren. Het voelt alsof er ergens een kloof zit tussen de metafysica die ze bestuderen en de wereld die ze dagelijks waarnemen. Juist hier kan het helpen om kort stil te staan bij een hedendaagse filosofische benadering die verrassend dicht in de buurt komt van wat de cursus zegt, namelijk het analytisch idealisme van Bernardo Kastrup.

Kastrup vertrekt niet vanuit spiritualiteit, maar vanuit filosofie en wetenschap. Hij stelt de vraag wat we eigenlijk met zekerheid kunnen zeggen over de werkelijkheid, en komt tot een opvallend eenvoudige conclusie: alles wat wij ooit kennen, kennen we als ervaring in bewustzijn. We hebben nooit directe toegang tot een wereld buiten bewustzijn; zelfs wat wij “materie” noemen, verschijnt altijd als een ervaring, bijvoorbeeld als zien, voelen of meten. Vanuit die redenering is het volgens hem logischer om te zeggen dat bewustzijn fundamenteel is, en dat de fysieke wereld een verschijningsvorm binnen dat bewustzijn is, in plaats van andersom. Zijn werk sluit aan bij discussies in de filosofie van de geest en bij interpretaties van de moderne natuurkunde waarin de rol van observatie en informatie steeds centraler staat. Daarmee is zijn visie geen zweverige speculatie, maar een serieuze, rationeel onderbouwde positie binnen het huidige denken.

Voor veel studenten van de cursus kan dit in eerste instantie herkenbaar klinken. Het idee dat de wereld niet los van de geest bestaat, maar daarin verschijnt, ligt immers dicht bij uitspraken als “projectie maakt perceptie”. En toch gebeurt er iets opmerkelijks: zelfs wanneer iemand deze redenering volledig volgt en logisch overtuigend vindt, blijft de ervaring van een externe, materiële wereld vaak onaangetast. Men begrijpt dat alles in bewustzijn verschijnt, maar voelt het niet zo. De wereld blijft “daarbuiten”.

Vanuit het perspectief van de cursus is dit geen klein detail, maar precies de sleutel. Het verschil tussen begrijpen en werkelijk zien heeft namelijk te maken met iets wat Kastrup slechts zijdelings aanraakt, maar wat binnen de cursus centraal staat: de rol van intentie of wil. De cursus leert dat perceptie niet neutraal is. Wij zien de wereld niet simpelweg zoals zij is, maar zoals wij haar willen zien. Dat betekent dat de ervaring van een externe wereld niet alleen een vergissing in denken is, maar ook een keuze op een dieper niveau van de geest.

Hier wordt duidelijk waar de cursus verder gaat dan het analytisch idealisme. Waar Kastrup laat zien dat de wereld in bewustzijn verschijnt, legt de cursus uit waarom wij haar als buiten ons blijven ervaren. Volgens de cursus is er een verlangen naar afscheiding, een wens om een afzonderlijk zelf te zijn in een wereld die los van ons bestaat. Die wens kleurt onze waarneming zodanig dat de wereld automatisch als extern en materieel wordt ervaren. Zelfs als het denken gecorrigeerd wordt, kan die onderliggende keuze intact blijven, waardoor de ervaring niet mee verandert.

Dit verklaart waarom zoveel studenten de metafysica van de cursus kunnen herhalen zonder dat hun waarneming wezenlijk verschuift. Het ego kan de ideeën prima begrijpen, zolang ze geen directe bedreiging vormen voor zijn basis: het geloof in afscheiding. Het is dus niet zo dat mensen tekortschieten in intelligentie of inzicht. Wat er gebeurt, is subtieler. Er is een onbewuste terughoudendheid om de implicaties van de waarheid volledig toe te laten, omdat die implicaties het vertrouwde zelfbeeld ondermijnen.

Wanneer dit eenmaal wordt gezien, verandert ook de manier waarop je naar dit “probleem” kijkt. Het gaat niet langer om het beter uitleggen van de metafysica, maar om het herkennen van de weerstand tegen het daadwerkelijk loslaten van een bepaald wereldbeeld. De cursus biedt daarvoor een andere ingang dan filosofie: niet het aanscherpen van begrip, maar het beoefenen van vergeving, waarbij vergeving wordt opgevat als het loslaten van onze interpretaties en oordelen. In dat proces begint de waarneming geleidelijk te verschuiven, niet omdat we onszelf overtuigen van een nieuwe theorie, maar omdat we minder vasthouden aan de oude.

Vanuit die benadering wordt het ook begrijpelijk waarom dit proces niet geforceerd kan worden, noch bij jezelf, noch bij anderen. In de woorden en de benadering van de cursus ligt de nadruk steeds op bereidheid: je hoeft de waarheid niet te maken, maar alleen de blokkades ertegen los te laten. Zolang er nog angst is voor wat het betekent als de wereld niet werkelijk buiten je is, zal de ervaring zich daarnaar blijven vormen.

Wat overblijft is een zachtere, maar eerlijkere houding. Niet het idee dat anderen het “nog niet snappen”, maar het besef dat iedereen, op zijn eigen tempo, door lagen van gehechtheid en identificatie heen beweegt. Het inzicht dat alles in de geest verschijnt is uiteindelijk niet iets wat je afdwingt met argumenten, maar iets wat zich aandient wanneer de behoefte aan afscheiding begint te ontspannen. En precies daar ontmoeten de filosofie van Kastrup en de weg van de cursus elkaar: in de aanwijzing dat de werkelijkheid niet is wat ze lijkt, maar dat het werkelijke inzicht pas ontstaat wanneer die aanwijzing ook innerlijk wordt toegelaten.

2 gedachtes over “Ons hardnekkig geloof in een materiële werkelijkheid

  1. Mooi geschreven stukje! Ik begrijp hier dat het dus in principe mogelijk is om de implicaties van de waarheid te leren zien, maar in je eigen tempo omdat je hele wereld- en zelfbeeld aan diggelen gaat. Een soort van egodood. Leuk ook dat je de filosofie van Kastrup aanhaalt; ik vind het fijn om de cursus ook op een dieper niveau te begrijpen. Wat er bij mij dan ook meteen opkomt is de vraag wat de waarheid – of werkelijkheid – dan is. De cursus verwijst daar vaak naar, maar naar mijn idee meer naar wat het niet is, en in taal termen – wat slechts verwijst naar de werkelijkheid. Een andere wetenschapper, Donald Hoffman, zegt met de Interface Theory (als ik het goed begrijp hoor) dat de werkelijkheid niet als zodanig gekend kan worden, en dat we daarom alleen met een ‘interface’, als met een soort van beeldscherm kunnen waarnemen. Het achterliggende mechanisme kunnen we niet waarnemen omdat dat voor onze overleving niet relevant is, en omdat de werkelijkheid ons zou overspoelen als we die wel waar zouden nemen. We zouden in die overload van informatie niet meer kunnen functioneren. Ik begrijp nu dat de cursus zegt dat het wel mogelijk is maar dat het een rijpingsproces is, een deconditionering. Hoe zie jij dat? En hoe zit het dan met mensen zoals Tolle die (schijnbaar?) ineens ‘verlicht’ raken?

    Like

    1. cleanducky's avatar cleanducky

      Stefan Schoenmacker Hi Stefan,
      Dank voor je leuke reactie. ECIW spreekt over de ultieme verlossing in erg radicale termen (zie ook mijn stukje: De gelukkige droom en het verheven Zelf van vorm). Ik vind de bewoordingen van de cursuslerares Nouk Sanchez behulpzaam: er is verlossing mogelijk binnen de droom en van de droom, waarbij deze laatste de ultieme verlossing voorstelt. Eerst verlossing binnen de droom.
      Hierbij valt op dat ECIW aangeeft dat “bewustzijn” nog tot het egodomein behoort, waarbij er onderscheid blijft bestaan tussen degene die ervaart en de ervaring. Het is nog steeds ruimte en tijdgebonden. Ik zie dit als bewustzijnsverruiming, waarbij “je” (inclusief Tolle, Wapnick, Hoffmeister, etc.) steeds meer benul krijgt van de verbondenheid van “jezelf” met alles en allen.
      Ik heb contact gehad met mensen die beschouwd worden als “verlicht” en meen dat dit geen dichotomisch gebeuren is (dus wel of niet verlicht), maar een gradueel proces: min of meer “verlicht”. ECIW en ECvL werken binnen dit droomdomein van vorm en ruimte en kunnen daarom een soort stapsgewijze methode bieden waarmee het bewustzijn een steeds hogere mate van verbondenheid gaat ervaren.
      Kort gezegd: je laat je geloof in afgescheidenheid steeds meer los; je plugt in op Liefde / HG / God, etc., waardoor je meer contact maakt met het metabewustzijn: “de Wil van God”. Dat voelt ruimer en vrijer; verlichter. Voor de meesten gebeurt dit geleidelijk en een enkele keer sprongsgewijs. Dit voelt dan als “de verlichting”.
      Adyashanti geeft mooi aan dat dit gewoonlijk bepaalde facetten van de persoonlijkheid betreft. Als voorbeeld noemt hij Osho, die op bepaalde gebieden (wellicht macht en seksualiteit) nog wat vergevingswerk had te doen. Het interface en dashboardmodel wordt ook door Bernardo genoemd. We zien via deze interface inderdaad slechts dat deel van de mentale/geestelijke werkelijkheid dat nodig is voor ons bewegen en “voortbestaan” in tijd en ruimte.
      Bij bewustzijnsverruiming — en daarbij denk ik nu even vooral aan Rudolf Steiners Hoe verkrijgt men bewustzijn van hogere bewustzijnsgebieden? (of iets dergelijks) — verruimt je blik en zie je meer dan via de bekende zintuigen.
      Maar, zoals gezegd: bij het ontwaken uit de droom verlaten we het terrein van bewustzijn zoals wij dat kennen en ons kunnen voorstellen. Er is dan een doorzien van de illusie van waarneming, van ruimte tijd en van zoiets als “overleving”. ECIW gebruikt dan de term Kennis. Maar de vraag wie dan wat kent, hoort thuis op droomniveau.
      Vanuit dat “niveau” (erg veel aanhalingstekens, ik weet het) is er de herinnering aan ons medeschepperschap. ECvL spreekt ook over expressie binnen ruimte tijd vormen, zonder dat je dit domein misbruikt om je gevoel voor afscheiding te versterken. Dan kom je terecht op dat mysterieuze gebied van de nieuwe wereld.
      Ik stel ook vast dat mannen als Tolle, en andere mensen die wij verlicht verklaren (overigens een contradictio in terminis), bij lange na niet op dezelfde manier onze perceptie van vormen in tijd en ruimte kunnen corrigeren zoals Jezus dat deed (de wonderen beschreven in het Nieuwe Testament).
      Tot zover wat spontane ingevingen.

      Like

Plaats een reactie