Misschien heeft het te maken met mijn Baptisten verleden of met de herinnering aan Pasen nog vers in het geheugen, maar ik blijf geïntrigeerd door de kruisiging van Jezus. Daarbij heb ik gemerkt dat ik hierbij twee invalshoeken gebruik die echter steeds meer versmelten tot één geheel.
De eerste invalshoek is die van het normale, “gezonde” verstand. Vanuit deze invalshoek las ik met interesse het boek “Echo’s van het goede nieuws” door Geurt Henk van Kooten. Van Kooten nam me op knappe wijze mee de geschiedenis in waarbij hij me als het ware ooggetuige maakte van het leven en sterven van Jezus. Ik was blij verrast dat hij overtuigende argumenten aanvoerde voor een vroege datering en de betrouwbaarheid van het Johannes evangelie. Sommige schrijvers beweren dat Jezus nooit echt bestaan heeft, dat hij geen historische figuur is geweest, maar dat de evangeliën als het ware een construct zijn dat opgebouwd is uit oudere sagen en legenden. Ik geloof dit niet en vind het fijn om zo’n erudiet historicus als Van Kooten aan mijn zijde te hebben. Ik leer Jezus kennen als echt mens, maar wel een mens van waaruit het Goddelijk licht de wereld in straalt.
De tweede invalshoek is die van mijn gevoel en intuïtie. Vanuit deze invalshoek lees ik momenteel “Jesus; a gospel of Love” door David Hoffmeister. Op meesterlijke wijze legt hij Een Cursus in Wonderen (ECIW) naast de Bijbel en wijst hij op de overeenkomsten maar vooral op de diepe schoonheid van de boodschap van Jezus. Binnen cursus-land bestaan (licht) verschillende visies op de juiste interpretatie van de cursus waarbij Hoffmeister op dezelfde radicale golflengte zit als Ken Wapnick. Dat betekent dat hij vooral de Goddelijkheid en volmaaktheid van Jezus benadrukt. Hoffmeister ontkent niet dat wij de illusie nog serieus nemen, maar hij stelt dat Jezus de illusie volkomen doorzag en zich niet liet foppen door wat we menen te zien en te ervaren in de wereld. Ik vind het fijn om deze boodschap te lezen en te absorberen. Van binnen klinkt een “ja” tegen deze non-duale visie: “God is licht en er is in Hem in totaal geen duisternis”. Of, in ECIW-termen: Liefde kent geen tegendeel.
Terug naar de kruisiging van Jezus. Ik heb daar al een aantal blogs aan gewijd en verschillende standpunten belicht. Daarbij kreeg ik van lezers soms bijval en soms felle tegenspraak. Als ik de menselijkheid van Jezus benadrukte, wees men me op ECIW-citaten waarin stond dat Jezus geen pijn ervaarde en niet leed aan het kruis. De kruisiging zou juist bedoeld zijn om aan te tonen dat deze narigheid niet echt is. Ooggetuigen die meenden dat Jezus leed, zo stelt men, zagen slechts hun eigen angsten bevestigd.
Als ik de Goddelijkheid van Jezus benadrukte dan wees men mij er op dat Jezus echt mens was. Dat hij gewoon moest eten en drinken en ook dorst had. Soms kiest men een soort tussenoplossing waarbij Jezus wel pijn mag hebben maar, omdat hij zich hier niet tegen verzette, niet zou hebben geleden. Puristen zoals Hoffmeister ontkennen echter ook de pijnsensatie.
Het valt me op dat deze discussie zich altijd afspeelt vanuit een derde-persoonsperspectief. Wij lezen de Bijbel, ECIW of de boeken van genoemde leraren en gaan bedenken wat het meest logisch klinkt. We denken dan na over het mens-zijn van Jezus of juist over zijn God-zijn, over wat onze eigen ervaringen zijn en over hoe we de Bijbel of de metafysica van ECIW moeten interpreteren. Zoals gezegd is er in mijn beleving niks mis met het gebruik van ons verstand, maar als dit het enige instrument is dat we gebruiken dan zitten we voor we er erg in hebben in een nieuwe mini godsdienstoorlog.
Voor mij werkt het beter als ik me beperk tot een eerste-persoonsperspectief. Daarin voel ik me erg bevestigd nadat Een Cursus van Liefde (ECvL) op mijn pad kwam. In dit wonderlijke boek kom ik voor mijn gevoel in een heilige relatie met Jezus terecht. Woorden schieten uiteindelijk tekort als ik contempleer op teksten als: “je bent relatie” en “jij bent mijn eigen, ik ben jouw eigen”.
Vanuit het eerste-persoonsperspectief wordt het leven en de kruisgang van Jezus mijn eigen levensverhaal. Zijn mind en mijn mind zijn niet verschillend maar vormen één geheel. Probeer dit als je wilt te doorvoelen in plaats van te overdenken. Ik voel zowel zijn mens-zijn als zijn God-zijn in mijn eigen mind. Ik ervaar de moeilijkheden en het leed van het menselijk bestaan , maar ook de diepe en alles oplossende vergeving van de visie van Christus.
De kruisgang van Jezus is niet langer het besluit van een historisch relaas van 2000 jaar terug. Nee; het is een intiem symbool van mijn eigen levensverhaal. Jezus wordt zowel de mens waarin alles volbracht werd, als het symbool voor de opstanding in “mijn” mind. Hij is het Licht waarin gezien wordt dat pijn en lijden oplossen in het Licht van Liefde en vergeving. Maar zijn Licht mag mijn Licht zijn.
Christenen zeggen dat Jezus gestorven is voor onze zonden. Zij vatten dit meestal duaal en historisch op, maar er zit een diepe kern van waarheid in. Ik geloof(de) in zonde (=afscheiding) en Jezus heeft dit geloof ontmaskerd. Ik mag hem zien als “mijn persoonlijke verlosser en Heer’, niet in duale zin maar in diepe, heilige zin. Samen met hem roep ik vanuit mijn pijn en lijden uit: “Vader, vergeef hen (en mijzelf); ze weten niet wat ze doen”. Vervolgens: “In Uw handen beveel ik mijn geest”. En uiteindelijk: “Het is volbracht”.
In, met en door Jezus ben ik de verloren Zoon die verwelkomd wordt door de Vader. Na een leven waarin ik de droomwereld van genot en leed serieus nam, heb ik me uiteindelijk gewend tot de Vader. En deze rende me tegemoet met open armen en bereidde me een feestmaal.
In het verhaal van Jezus komt alles voor mij en in mij samen. Hij is mijn verlosser en Heer; hij is mijn eigen. Wat een wonder, wat een vreugde, wat een voorrecht.
“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”
“En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.”
ECIW: “Dit heilig ogenblik wil ik U geven. Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.”
