Goddelijke psychotherapie (19)

We hebben uitvoerig stilgestaan bij wat ECIW ons leert over onze ware identiteit: we zijn de onvoorstelbare, eeuwige ofwel tijdloze, liefdeskinderen van de Vader. Deze per definitie gebrekkige beschrijving toont ons zowel de beperking van ons denken als de dankbare verwondering van ons hart. Ik heb geprobeerd te schetsen hoe ons denken kan leiden tot voorstellingen die bepalen hoe wij ons opstellen in dat wat wij ons leven noemen, ons rondwandelen in een lichaam hier op aarde. Er zijn twee niet behulpzame uitersten te onderscheiden die we bedenken. Het ene uiterste is dat waarin we niets willen weten van deze “ontologie” van ons wezen. We stellen dan dat we kwetsbare en sterfelijke wezentjes zijn die er in hun leven maar het beste van moeten maken. Het andere uiterste stelt in wezen dat “ik God ben”, absolute eenheid. Dit leidt ook tot rare gedachten waarbij we de roep om liefde van onze broeders afdoen als onzinnig en er om lachen.

Nu wordt het tijd om stil te staan bij de vraag hoe we vanuit bescheidenheid en vanuit slechts een vaag gevoel van de bron van ons wezen, ons het best kunnen verhouden tot de wereld waarin we ons menen te bevinden en tot onze broeders en zusters. Misschien goed om te beginnen met de vraag wat er bedoeld wordt met dat kleine woordje “best”. Wat is ons doel? Ons doel is ons te herinneren wat onze ware identiteit is. Het is allemaal wel goed en aardig om te horen dat we geen kwetsbare en sterfelijke wezentjes zijn maar is dat wel zo? Moeten we dit gewoon maar aannemen?

Ondanks het feit dat we ons niet echt iets kunnen voorstellen bij de omschrijving van onze ware identiteit weten we één ding wel zeker: het lijden dat we nu ervaren vinden we allesbehalve prettig dus als iemand ons vertelt dat het ook anders kan dan zijn we geïnteresseerd. We hebben eeuwenlang genoegen genomen met een toekomstige belofte van een soort leven zonder lijden door te geloven in allerlei vormen van een beter, nieuw leven na onze fysieke dood. Gelovigen denken aan de hemel of aan een stapsgewijze verbetering middels reïncarnatie. Zelfs materialisten die weigeren “zichzelf te foppen” zeggen als ze naast de kist van een dierbare staan: “rust zacht”, wat paradoxaal is als je gelooft dat de dierbare geheel en al verdwenen is in het niets.

Om de “methode” van ECIW om benul te krijgen van onze ware identiteit enigszins te begrijpen en vooral te doorvoelen heb ik afgelopen 18 blogs met handen en voeten een beetje invoelbaar geprobeerd te maken wat de cursus ons vertelt over ons ware wezen. We hebben slechts terloops stilgestaan bij wat er “fout” is gegaan en bij wat de reden is dat we onze ware identiteit niet meer herinneren. Dit is een beladen onderwerp omdat we voor we er erg in hebben “in ons hoofd schieten” en komen met uitleg, verklaringen, theorieën en metafysische schema’s. Het grappige is dat de clou van ECIW zal blijken te zijn dat er binnen de tijdloze eeuwigheid nooit wat gebeurd is en nooit wat gebeurd kan zijn. Vandaag zijn we bij werkboekles 300 en deze luidt: “Deze wereld duurt maar een ogenblik” en eindigt met: “We willen voorbij dat nietige moment naar de eeuwigheid toe gaan”.

Er bestaat dus geen “ondertussen” maar ondertussen ervaren wij dit niet zo. Wij voelen ons niet innig verbonden met een liefdevolle Vader en met elkaar maar we voelen ons afgescheiden. Het ontstaan van dit gevoel van afgescheidenheid en de manier om er vanaf te komen vormen het hoofdthema van ECIW.

Nu kunnen we teruggrijpen op de uitleg van de schepping waarin we zagen dat wij onvoorstelbare uitbreidingen van liefde zijn. God de Vader breidt Liefde uit omdat dit “een manier” is om Zichzelf te kennen in en door Zijn schepping, in een door Zijn Kinderen. Hierin ligt een machtige sleutel. Om onze ware identiteit te her-kennen dienen wij ook liefde uit te breiden. Liefde moet stromen om zichzelf te kennen. Ik vertelde eerder dat liefde een wat sleets begrip is geworden en dat wij het een softy benadering, een weinig spannende open deur zijn gaan vinden (Zie: “Vind je liefde ook zo’n saaie open deur? (blog 9)”. Moet je dit verhaaltje over liefde dan maar voor (te) zoete koek slikken?

In de Bijbel vroeg men Jezus wat nu eigenlijk de kern van zijn boodschap was. Zijn antwoord was, kort gezegd, heb God, je naasten en jezelf lief. Heb lief! Die boodschap is niet veranderd. ECIW is het godsgeschenk dat ons kan helpen te ontdekken wat wij aan het doen zijn waardoor we ons niet meer onze ware identiteit herinneren. Het zal niet toevallig zijn dat Jezus het boek aan psychotherapeuten doorgaf. ECIW is goddelijke psychotherapie. Wordt vervolgd.

Waarom deze wat abstracte blogs en geen aansprekende voorbeelden? (18)

Misschien vind je dat de blogs tot nu toe wel erg abstract waren. Is het echt nodig om zo uitvoerig te schrijven over zaken die toch wat ver van ons bed lijken te staan? Over schepping, de beperking van ons denken en over de relatie die we hebben met onze Vader en met elkaar?

Toen ik jaren geleden begon met bloggen over mijn eigen ervaringen met de cursus ging ik dikwijls uit van concrete situaties om vervolgens aan te geven hoe ik de “cursus-principes” hierop toepaste. Velen, waaronder mijn partner, vinden dergelijke blogs het meest aansprekend. Deze pragmatische invalshoek heeft zijn waarde en ik nodig iedereen in deze FB-groep (Een Cursus in Wonderen – met elkaar) uit om zijn of haar ervaringen met- en toepassing van de cursus hier te delen.

Maar om de cursus toe te kunnen passen moet er wel een fundament zijn want anders is het lastig om de rode draad te zien die al onze problemen in dit leven met elkaar verbindt. De cursus stelt ergens dat er in feite maar één probleem is en ook één oplossing (Wb 80):

3. Je hebt recht op vrede vandaag. Een probleem dat opgelost is, kan jou geen last bezorgen. Zorg er alleen voor dat je niet vergeet dat alle problemen hetzelfde zijn. Wanneer je dit onthoudt, zul jij niet door hun vele vormen worden misleid. Eén probleem, één oplossing. Aanvaard de vrede die deze eenvoudige uitspraak brengt.

Mijn persoonlijke doel is niet om de rest van mijn leven te blijven worstelen met talloze problemen en jullie van dit eindeloze gebeuren getuige te laten zijn met aansprekende en onderhoudende blogs. Mijn doel daarentegen is om mezelf en jullie waarlijk behulpzaam te zijn en op zoek te gaan naar de wortel van alle problemen; dat ene probleem. Dat verklaart mijn passie voor het leggen van een juist fundament.

Juist wat dit fundament betreft bespeurde ik afgelopen jaren, eerst bij mezelf en later bij ECIW-leraren en studenten, een eenzijdigheid die, in mijn beleving, lang niet altijd behulpzaam blijkt. Die eenzijdigheid betreft een bovenmatige aandacht voor een intellectueel begrip van de metafysica van de cursus. Ik zag en zie hier verschillende vormen van. Zo zijn er studenten die denken te snappen hoe “het zit” en daarom de werkboeklessen niet doen. Juist deze werkboeklessen zullen deze onschuldige arrogantie ontmantelen: “mijn gedachten betekenen niets”. Een andere vorm van eenzijdigheid is minder opvallend en betreft het blijven hangen in het hoofd. Ook hierin ben ik ervaringsdeskundige maar daardoor weet ik ook hoe zeer dit een blokkade kan worden.

Ik noem deze ontsporing het verstandelijk geloof in een absolute eenheidsfilosofie. Omdat deze filosofie ook buiten cursus-land gangbaar is in non-duale levensbeschouwingen en omdat het aspect van eenheid zo benadrukt is door de meest invloedrijke cursusleraar, Ken Wapnick, is deze eenzijdigheid helaas mainstream geworden in Nederland. De correctie van deze eenzijdigheid liet niet lang op zich wachten want er ontstond naast The Foundation of Inner Peace een andere cursus-organisatie; The Circle of Atonement met als belangrijkste representant Robert Perry. Hij schreef het boek “One Course, two visions” (voor een overzicht zie: https://eciwcoach.com/de-relatie-tussen-de-leer-van-the-circle-en-de-leer-van-ken-wapnick/ ) waarin hij de visie van beide organisaties vergelijkt. Hij wil geen welles-nietes discussie maar een samen op zoek gaan naar de betekenis van Jezus’ woorden in de cursus. Helaas wilde Ken Wapnick toen hij nog leefde het gesprek met Robert niet aangaan maar gelukkig is er nu wel een constructieve dialoog gaande.

Maar ook Jezus zag dat de door hem gegeven Een Cursus in Wonderen veel moois had gebracht, dat ons ego verzwakt was, maar dat wij als het ware bleven hangen of zelfs op onze schreden terugkeerden, terug naar “de orde van de dag”. Daarom dicteerde hij aan Mari Perron het boek Een Cursus van Liefde (ECvL). Sommige “autoriteiten” uit ECIW-gemeenschap vonden dit maar niets en veroordeelden dit vervolg, soms zelfs zonder het zelf gelezen te hebben. Gelukkig zijn er vele anderen, waaronder ikzelf,  die in ECvL direct dezelfde stem van Jezus herkenden en dankbaar zijn liefdevolle en wijze woorden tot zich nemen.

Aanvankelijk probeerde ik in mijn enthousiasme de critici uit ECIW-hoek ervan te overtuigen dat er continuïteit bestaat tussen ECIW en ECvL. Bij het lezen van de kritiek van genoemde “autoriteiten” voelde ik tamelijk moeiteloos aan dat ze er naast zaten met hun kritiek. “Hé; waarom zeggen ze dat nou? Zien ze nu echt niet dat Jezus in ECIW precies hetzelfde zegt?” Ik ontdekte dat het onbegrip precies gelegen was in het feit dat de critici slechts of vooral met hun hoofd op zoek gingen naar verschillen en daarin dan hopeloos vastliepen. Waar het hoofd in de knoop raakte was het voor het hart helemaal geen probleem om de heerlijke boodschap van liefde zowel in ECIW als in ECvL schitterend te zien oplichten.

Dit verklaart wellicht waarom ik in deze serie kanttekeningen zet bij een overwaardering van ons verstand en probeer iets van het gevoel van verwondering en ontzag over te brengen wat ik ervaar bij deze prachtige geschriften. Voor vandaag sluit ik daarom af met een mooi citaat waarmee ECvL begint:

I.1 Deze Cursus is geschreven voor het denken, maar alleen om het denken ertoe te bewegen een beroep op het hart te doen. Om het ertoe te bewegen te luisteren. Het ertoe te bewegen verwarring te accepteren. Het ertoe te bewegen zijn weerstand tegen mysterie op te geven, zijn zoektocht naar antwoorden te staken en zijn focus te richten op de waarheid, weg van wat alleen door het denken kan worden geleerd.

Gedragen door Zijn Liefde (17)

Deze serie blogs begon met aandacht voor het mysterie van de schepping: binnen de eenheid is er toch sprake van uitbreiding, iets wat volgens ons verstand niet mogelijk is. Als we slechts de lijn van ons hoofd volgen dan kunnen we tot conclusies komen die “vreemd aanvoelen”. Zo’n conclusie is bijvoorbeeld dat anderen slechts onze projectie zijn en niet echte Broeders. Ons hoofd vindt de term “Zoonschap” nog wel oké, hoewel het spreken over de Vader en Zijn Zoonschap ook al duaal en dus wonderbaarlijk is, maar het zou het liefst de meervoudsvormen, zoals Zonen, uit de cursus schrappen. Daarom wringt ons hoofd zich in moeilijke bochten en gaat dan zoiets zeggen als: “Jezus gebruikt kinderlijke taal in de cursus omdat wij het anders niet snappen” of “Jezus, Heilige Geest, God de Vader: het is allemaal slechts symbooltaal want in werkelijkheid is alles één”.

In de blog “Het opstandingslichaam van Jezus (16)” was Ken Wapnick, een leraar die erg hamert op eenheid, dan ook verbaasd dat Jezus desgevraagd aan Helen Schucman doorgaf dat hij vanuit de denkgeest zich in zijn opstandingslichaam daadwerkelijk na zijn dood aan zijn discipelen manifesteerde om met hen te communiceren. Vanuit de absolute eenheidsgedachte is dit vreemd, vooral omdat lichamen hierin vooral als symbool voor de afscheiding gezien worden en dan geldt: opgeruimd staat netjes. Jezus verheerlijkt het lichaam niet maar gebruikt het als instrument om mee te communiceren.

Dit gebeuren roept bij mij twee metaforen in gedachten die gebruikt worden om iets van het mysterie op ons over te dragen op een wijze die dieper doordringt dan woorden die alleen ons hoofd bereiken. De eerste metafoor is die van de druppel en de oceaan. Deze beeldspraak is erg populair in allerlei non-duale visies. Hierin stelt men dat wij een druppeltje zijn dat even boven het wateroppervlak zweeft, meent afgescheiden te zijn van de oceaan, maar daarna er toch weer in terugvalt en erin verdwijnt.

De tweede metafoor is die van de Zon, God onze Vader, die talloze lichtstralen schept, Zijn Zonen. Elke lichtstraal is een uniek Kind van de Vader; jij, ik en de anderen. De warmte van de zon is voelbaar in ons hart, in de verwondering over het feit dat we echt bestaan en in tijdloze eeuwigheid gedragen worden in de liefdevolle armen van de Vader. Elke lichtstraal kan liefde in vorm manifesteren zoals Jezus ons heeft voorgeleefd. Deze vorm is niet onze identiteit maar wel een beperkte representatie van wie we zijn. Onze aardse relaties vormen een beperkte afspiegeling van de onbeschrijfelijke, intieme relatie die we als Broeders met elkaar hebben in tijdloze eeuwigheid. Onbegrijpelijk voor ons hoofd maar invoelbaar voor ons hart.

Ik kan me voorstellen dat uitgaande van de druppelmetafoor het raar is als het druppeltje dat net verdwenen is in de oceaan als herkenbaar druppeltje nogmaals opduikt in het opstandingslichaam. Dat druppeltje was toch slechts een schijngestalte? Alleen het Zoonschap, de oceaan, is toch echt? Dat druppeltje was toch slechts een symbool dat hoogstens als herinnering kan opleven in de denkgeest van de andere druppeltjes die nog even rondzweven maar straks ook zullen verdwijnen in de oceaan?

Maar ons hart weet dat we geborgen zijn in de omarming van de Vader; we zijn Zijn eeuwige Stralen, in ECIW aangeduid als kanalen (van Liefde). Als je het Nieuwe Testament leest dan proef je iets van de liefde van Jezus voor zijn Vader, de intieme band die hij ervaart met de Liefdevolle Bron van zijn bestaan. Hij weet dat hij niet uit een kille, neutrale oceaan als toevalligheidje omhoog is gespat en gedoemd is om er weer in te verdwijnen.

Ik besef goed dat dit mijn beleving is bij deze metaforen en dat jij dit anders kunt beleven. Wat de druppel-metafoor bijvoorbeeld wel sterk benadrukt is dat er echt geen grens bestaat tussen jou en mij, dat onze innige verbondenheid, onze eenheid, werkelijk is. Je zou, terecht, kunnen opmerken dat we geen aparte stralen van de zon kunnen onderscheiden en dat licht net zo één is als water.

Het enige wat ik wil proberen te communiceren is het wonder van de schepping en van de Heilige Relatie. Verstandelijk geloof in absolute eenheid waarin we gaan oplossen kan heel bedreigend voor ons voelen. “Aha; dat is ego!”, zal ons verstand roepen. “Dat ego wil afgescheiden blijven en vreest daarom de metafoor van de oceaan!”. Ach ja; dat ego-aspect zal zeker een rol spelen, dat geef ik toe. Maar er is toch ook een diep weten, een herinnering, een verwondering over mijn bestaan dat nu slechts van één ding zeker is: “Ik ben”. En laat dit nu juist het enige zijn dat we van God mogen zeggen en laat hij nu juist de Vader zijn die mij geschapen heeft.

En dan zucht ik na deze woorden eens diep en opgelucht en zwijg ik. En vanuit die stilte borrelt dankbaarheid omhoog en geen angst omdat ik weet: Ik word gedragen door Zijn Liefde.

Het opstandingslichaam van Jezus (16)

Toeval bestaat niet, zegt men wel eens. Het is ook mijn ervaring dat “toevalligheden” steeds vaker optreden als we ons afstemmen op het Christusbewustzijn. Dit noemt men ook wel synchroniciteit. Een frappant voorbeeld vindt nu ook weer plaats. In deze FB-groep post een zuster “toevallig” een video die een gesprek weergeeft tussen twee jonge mensen; Christopher en Selina. Selina geeft in het gesprek aan dat ze eerst een non-duale ervaring had waarbij ze opmerkte dat het ego even afwezig was. De hardcore non-dualisten zullen gruwen van mijn omschrijving maar dat zij maar even zo. Het was een soort openbaring.

Selina kreeg hierna het inzicht dat het hebben van zo’n vredige ervaring niet het abstracte einddoel van ECIW is terwijl ze dit wel steeds terug hoorde in de ECIW-groepen die ze met haar moeder bezocht. Lang verhaal kort en in mijn eigen woorden naverteld: liefde en vertrouwen moeten handen en voeten krijgen in het dagelijkse leven. Jezus geeft ons geen hyper abstracte theologie maar een leidraad voor ons dagelijks leven. Het wonder mag uitgedrukt worden in vorm. Selina roept verrast uit dat ze ontdekte dat Jezus in ECIW gewoon precies zegt wat hij bedoelt. De wonderen die in de Bijbel genoemd worden zijn niet symbolisch bedoeld maar ze zijn letterlijk waar; een gebroken been zal bij voldoende geloof (dat wil zeggen: besef dat alles gebeurt in de denkgeest en dat dit weerspiegeld wordt in het fysieke domein) letterlijk helen. Wellicht zijn we nog niet zo ver, maar dit is wel onze bestemming.

Er zijn hedendaagse cursusleraren die deze onversneden boodschap durven te verkondigen; ik denk aan Nouk Sanchez en haar zus. Maar het is niet in lijn met de school van Ken Wapnick die de hele cursus liefst “symbolisch” interpreteert; dus ook zichtbare wonderen en de opstanding uit de dood. Nu moeten we goed opletten. Want lichamelijke genezingen en een lichamelijke opstanding uit de dood zijn geen doel op zich. Het ultieme doel is de genezing van de denkgeest, maar omdat dit weerspiegeld wordt in wat wij percipiëren als het fysieke domein, zal dit ons getoond worden als fysiek voorval. Zie mijn blog van gisteren: Wijs je spiegelbeeld niet af (15).

“Allemaal goed en wel”, zul je wellicht denken, “maar ik kies er toch liever voor Ken Wapnicks visie te volgen!”. En dan de nieuwe “toevalligheid”. Een broeder uit onze FB-groep zoekt uit waar Selina, naast de cursus zelf, haar inzicht op baseert: op een passage uit de biografie van Helen Schucman, “Een leven geen geluk”, geschreven door, jawel, Ken Wapnick. Hij schrijft hierin (p420-421):

“Een heel specifieke boodschap kwam op 2 oktober 1976. Omwille van het speciale karakter ervan geef ik die buiten de chronologische volgorde.

Helen en ik zaten op haar bank en ze vroeg me of ik in de lichamelijke opstanding van Jezus geloofde. Ik antwoordde dat ik er niet echt in geloofde, want als het lichaam niet werkelijk en niet levend was, hoe kon het dan verrijzen? Bovendien is de definitie van de opstanding, zoals die in principe in de Cursus wordt gegeven, een ontwaken uit de droom van de dood, een proces dat in de denkgeest en niet in het lichaam plaats vindt, aangezien het alleen de denkgeest is die slaapt. Maar, ging ik verder, het was zeker mogelijk dat de volgelingen van Jezus dit ontwaken als een fysieke gebeurtenis ervaren hebben, wanneer men hun begripsniveau en hun verwarring van vorm en inhoud in aanmerking neemt. Vervolgens stelde ik aan Helen voor het aan de ‘Baas’ zelf te vragen, want wie anders dan Jezus zelf zou haar vraag kunnen beantwoorden? Toen kwam het volgende antwoord:

Was er een fysieke opstanding?

Mijn lichaam verdween omdat ik er geen illusie over koesterde. De laatste was verdwenen. Het werd in het graf gelegd, maar er bleef niets over om te begraven. Het viel niet uiteen want het onwerkelijke kan niet sterven. Het werd gewoon wat het altijd al was. En dat is wat ‘het wegrollen van de steen’ betekent. Het lichaam verdwijnt en verbergt niet langer wat daarachter ligt. Het houdt gewoon op visie in de weg te staan. De steen wegrollen betekent voorbij het graf en voorbij de dood te zien, en het niets-zijn van het lichaam te begrijpen. Wat als niets begrepen wordt, moet wel verdwijnen.

Ik nam daarna inderdaad een menselijke vorm met menselijke eigenschappen aan, om te spreken tot diegenen die aan de wereld moesten bewijzen dat het lichaam zonder waarde is. Dit is erg misverstaan. Ik kwam om hen te zeggen dat de dood een illusie is en dat de denkgeest, die het lichaam gemaakt heeft, een ander maken kan aangezien een vorm zelf een illusie is. Ze hebben het niet begrepen. Maar nu spreek Ik tot jou en geef jou dezelfde boodschap. De dood van een illusie betekent niets. Ze verdwijnt wanneer je ontwaakt en besluit niet langer te dromen. En je bezit nog altijd de macht om die beslissing te nemen, net als Ik dat deed. ”

Dit stukje is natuurlijk geen lofzang op het lichaam. Maar het laat wel zien dat we niet te snel moeten denken dat “alles projectie is”. Jezus stelt dat het niet zo is dat de discipelen een levendige fantasie hebben en als het ware een lichamelijke opstanding van Jezus dromen / projecteren; iets wat Ken Wapnick gelooft en waar veel van zijn volgelingen nog steeds van overtuigd zijn. Nee; Jezus bestaat na zijn ogenschijnlijke dood natuurlijk gewoon nog. Hij is een Zoon van God, een denkgeest en niets werkelijks kan bedreigd worden. En vanuit deze denkgeest kan Jezus een opstandingslichaam gebruiken om te communiceren met zijn volgelingen.

Dit is de betekenis die ons lichaam nu voor ons kan hebben. Het is te gebruiken als communicatiemiddel, om liefde te laten stromen naar elkaar en zo wonderwerkers te zijn.

Wijs je spiegelbeeld niet af (15)

De wereld van vorm kan zowel misbruikt worden, als we ons geloof in afgescheidenheid willen versterken, maar kan ook in positieve zin aangewend worden om liefde tot expressie te brengen. Van hieruit is het een kleine stap om stil te staan bij het lichaam omdat hiervoor hetzelfde geldt als voor de wereld. We kunnen ons geloof in lichamelijkheid misbruiken om ons afgescheiden te wanen; los van de denkgeest, los van de Vader en gescheiden van elkaar. De correctie van dit geloof vormt de focus van Jezus’ woorden en de kern van zijn bekende boodschap: “Ik ben niet een lichaam, ik ben vrij” (WB 199). Er is Jezus alles om te doen om onze identificatie met het lichaam te doorbreken.

We hebben goedbedoeld deze woorden van Jezus verheven tot absolute oneliner en hebben gemeend dat we zowel wereld als lichaam moesten ontkennen als onwaardige, tijdelijke illusies. We willen zo snel mogelijk weg uit dit tranendal van tijd, ruimte en vormen; weg uit een bedreigende wereld en kwetsbare lichamen. Het lijden willen beëindigen is op zich een prima intentie maar ons geloof in de echtheid van wereld en lichaam als op zichzelf staande, materiële, werkelijkheden is zo groot dat we menen deze te moeten ontkennen en, zoals gezegd, af te doen als illusoir. Maar wereld en lichaam zijn niet meer, maar ook niet minder, dan representaties van de denkgeest. Als deze denkgeest geregeerd wordt door geloof in zonde, schuld en angst dan zien we die bedreigende wereld en bedreigde lichamen. Wat wij in de wereld en in het lichaam zien weerspiegeld een intentie in de denkgeest. Je gebruikt een spiegel om de slordig zittende kleding recht te trekken en als je vindt dat je spiegelbeeld wel erg sacherijnig kijkt dan glimlach je eens. Wat je niet doet is het spiegelbeeld ontkennen of, sterker nog, de spiegel stukslaan. Wereld en lichaam zoals wij die nu zien vormen een niet zo fraaie maar perfecte weerspiegeling van de staat van onze denkgeest. De spiegel zelf is volkomen neutraal.

Jezus weet natuurlijk dat wij de neiging tot doorslaan hebben en daarom is het belangrijk om geen oneliners te maken van cursuscitaten zonder het grotere plaatje van de gehele boodschap van de cursus voor ogen te houden. Daarom geeft hij ons de volgende werkboekles (294):

Mijn lichaam is iets volkomen neutraals.

Ik ben een Zoon van God. Kan ik dan tevens iets anders zijn? Heeft God het sterfelijke en vergankelijke geschapen? Welk nut heeft iets wat sterven moet voor Gods geliefde Zoon? En toch zal iets neutraals de dood niet smaken, want angstgedachten worden er niet geïnvesteerd, noch wordt er een karikatuur van liefde aan verleend. Zijn neutraliteit beschermt het zolang het bruikbaar is. En nadien, als het geen doel meer dient, wordt het terzijde gelegd. Het is niet ziek, of oud, of beschadigd. Het is slechts functieloos en overbodig, en wordt afgedankt. Laat me vandaag inzien dat het niet meer is dan dit: een poos van nut en geschikt om te dienen, om bruikbaar te blijven zolang het dienen kan, en vervolgens vervangen te worden door een groter goed.

Mijn lichaam, Vader, kan Uw Zoon niet zijn. En wat niet geschapen is, kan zondig noch zondeloos zijn, goed noch slecht. Laat me deze droom dan gebruiken om bij te dragen aan Uw plan, opdat we ontwaken uit alle dromen die wij hebben gemaakt.

Het lichaam is neutraal en kan misbruikt worden waardoor wij de afscheiding als werkelijk gaan ervaren maar het kan ook gebruikt worden om liefde mee tot expressie te brengen, zelfs in de wereld van vorm. Zie ook de vorige blog over de echte, nieuwe, heilige wereld.

Ik besluit deze blog graag met één van mijn favoriete citaten (Txt 2:IV). Wat ik omschreef als spiegel noemt Jezus hierin een “leermiddel”. Hij noemt de ontkenning van het spiegelbeeld “onwaardig” omdat je daarmee de macht van de denkgeest ontkent; wij projecteren zelf wereld en lichaam en nemen deze projectie (het spiegelbeeld) slechts waar. Wereld en lichaam zijn neutraal en kunnen misbruikt worden of in positieve zin “gebruikt”.

3. Alleen de denkgeest kan scheppen, aangezien de geest reeds geschapen is, en het lichaam een leermiddel voor de denkgeest vormt. Leermiddelen zijn op zichzelf geen lessen. Hun doel is louter het leren te vergemakkelijken. Het ergste wat een foutief gebruik van een leermiddel kan aanrichten is dat het nalaat het leren te vergemakkelijken. Op zich bezit het niet het vermogen om daadwerkelijke leerfouten in te voeren. Het lichaam, mits juist begrepen, is evenals de Verzoening niet bevattelijk voor een tweesnijdende toepassing. Dit komt niet doordat het lichaam een wonder is, maar doordat het naar zijn aard niet openstaat voor een verkeerde interpretatie. Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.

Teken van Gods volmaaktheid (14)

Jezus gebruikt ECIW om ons uit te leggen hoe ons geloof in de afscheiding van de Bron (de Vader, Liefde, van elkaar) ondersteund wordt door ons geloof dat de wereld van vormen (lichaam en wereld) het bewijs vormt van de echtheid van de afscheiding. Wij hebben een verkeerde blik op het lichaam en op de wereld en misbruiken deze als het ware om ons bijgeloof te bekrachtigen. Door onze eenzijdige focus op de kracht waarmee Jezus in de cursus ons geloof in afscheiding onder woorden brengt, zijn wij de complete boodschap van hem over lichaam en wereld uit het oog verloren. We zien alleen nog de negatieve aspecten en spreken over illusie, nachtmerrie, gevangenis en over hoe we zo snel mogelijk dit allemaal achter ons kunnen laten. Daarom gaan we lichaam en wereld ontkennen om zo snel mogelijk terug te keren naar de hemelse staat van eenheid.

Over het lichaam wil ik het later hebben en vooralsnog kijken we naar “de wereld”. Ik liet zien dat de cursus ook een andere, en geheelde, visie biedt op de wereld waarbij Jezus zachte, warme termen gebruikt. Zie bijvoorbeeld een tekst als Txt 17:II:

6. Al deze schoonheid zal oprijzen om je zicht te zegenen wanneer jij de wereld met vergevende ogen beziet. Want vergeving vormt visie letterlijk om, en laat jou de werkelijke wereld zien die zich vredig en zacht over de chaos uitstrekt, en daarbij alle illusies wegneemt die jouw waarneming vervormd hadden en op het verleden gefixeerd. Het kleinste blaadje wordt iets wonderbaarlijks, en een grassprietje een teken van Gods volmaaktheid.

In onze wereld kan liefde weerspiegeld worden in vorm. Een grassprietje kan getuigen van Gods volmaaktheid. Deze woorden dalen als dauwdruppels neer op ons oververhitte hoofd dat uit volle macht probeert de wereld te ontkennen met: “zo snel mogelijk vergeten en vergeven deze nachtmerrie en doooorrrrrr; naar de vredige eenheid!”.

Maar de passages over de vergeven-, echte- of nieuwe wereld zijn te mooi om zomaar aan voorbij te hollen. Op basis van de rationele eenheidstheorie willen we God en zijn domein van tijdloze eenheid, krampachtig apart houden van de wereld van vorm. Vorm zien we als synoniem aan onderscheid en daar kan en mag God niets vanaf weten omdat hij dan “de vergissing echt zou maken”.

Eerder wees ik op de onschuldige maar onbewuste arrogantie van ons denken. Dit denken is tijdgebonden en vertaalt schepping en zondeval, om dit woord maar eens te gebruiken als omschrijving voor ons geloof in afscheiding, in een “eerst dit, toen dat en tenslotte dit-” verhaal. Ofwel: eerst was er tijdloze eenheid, toen een vergissing, toen de (nare) wereld van tijd en ruimte, toen vergeving en uiteindelijk zet God de laatste stap en is er weer tijdloze eenheid. Anders gezegd: wij denken in termen van sequentie en causaliteit en Jezus kan niet anders dan ons in deze termen in de cursus te woord staan. Soms geeft hij ons, voor zover mogelijk met woorden, een verwijzing naar het mysterieuze van dit alles. Hij stelt bijvoorbeeld dat er in alle eeuwigheid niets gebeurd is. En als hij dan toch “afdaalt” naar het domein van de wereld dan is daar sprake van een wonderlijke gelijktijdigheid. Tegelijkertijd met onze “vergissing”, ons geloof in afgescheidenheid was daar Gods respons in de vorm van de Heilige Geest met Zijn gecorrigeerde visie op de wereld. Dus onze nachtmerrie en de echte wereld, respectievelijk een verstoorde waarneming en een juiste visie, zijn beide, in ene, geschapen / gemaakt.

In de complete editie van Een Cursus in Wonderen staan zelfs teksten die erop wijzen dat God de tijd heeft geschapen (T-1.15.1:2) als een leermiddel, een klaslokaal, zodat wij onze weg uit de afscheiding kunnen leren en naar Hem kunnen terugkeren. Dat doen we door de tijd “creatief” (T-1.15.1:2) en “constructief” (T-1.15.2:2) te gebruiken – door wonderen te verrichten. Een uitgebreidere behandeling van dit thema vind je achterin de complete editie als toegevoegd artikel dat ik vertaald heb op: https://eciwcoach.com/schiep-god-ruimte-en-tijd/ .

Waar brengt ons dit in mijn beleving? We zien een beeld opdoemen van twee werelden: een wereld die ons geloof in afscheiding weerspiegelt vol angst en narigheid en een nieuwe, echte, vergeven, heilige wereld waarin de liefde in vorm weerspiegeld wordt. Is deze nieuwe wereld hetzelfde als de Hemel? Nee, dat niet. Zie bijvoorbeeld dit mooie citaat (Txt 11: VIII):

Want als de Hemel en de aarde één worden, zal zelfs de werkelijke wereld uit je zicht verdwijnen. Het einde van de wereld is niet haar vernietiging, maar haar omzetting in de Hemel. De herinterpretatie van de wereld is de overdracht van alle waarneming naar kennis.

Onze missie is in mijn beleving niet om de wereld zo snel mogelijk te ontkennen en weg te vluchten naar de hemel. Die “laatste stap” is aan God. Onze missie is om, net als het grassprietje, op aarde een teken te worden van Gods volmaaktheid. We hebben een prachtig voorbeeld: Jezus zoals we hem kennen vanuit het Nieuwe Testament. En we hebben een prachtige uitwerking van zijn visie over hoe te leven als een representant van liefde op aarde. Deze uitwerking heet Een Cursus van Liefde.

De wereld straalt in de weerspiegeling van liefde. (13)

Wat zijn wij als ECIW-studenten gaan geloven over de wereld, hoe diep zit ons geloof en wat doet het met ons? Kijk eens naar de volgende omschrijving:

“De Zoon van God, ik dus, wilde zich afscheiden van de Vader en projecteerde een wereld van tijd, ruimte en vormen waarin hij zich als lichaam zogenaamd op eigen beentjes bewoog. Ik voel me hierover echter schuldig en daarom straf ik mezelf met een wereld vol ellende waarin ik als kwetsbaar lichaam plezier en ellende meemaak om vervolgens te sterven. De wereld is dus mijn illusoire nachtmerrie en mijn doel is om zo snel mogelijk deze wereld achter mij te laten en terug te keren naar de tijdloze werkelijkheid van Gods schepping.”

Klopt het een beetje? Herken jij jezelf in dit verhaal? Je kunt voor dit narratief zeker onderbouwing vinden in de cursus, dus zo gek is het niet. Gelukkig weten de meeste cursus-studenten dat het verhaal hiermee niet is afgelopen en dat de Heilige Geest aan onze onzalige projectie toch een positieve draai weet te geven. Als we namelijk met zijn hulp onze projectie (wereld en lichaam) “vergeven” dan zal het goed komen.

De aanhangers van de eenheidstheorie menen dat vergeven geheel neerkomt op ontkenning. Ze willen zo snel mogelijk wegrennen van de wereld van onderscheid naar een “hemel” van ongedifferentieerde eenheid en gooien daarmee soms het kind (de scheppingen van de Vader) met het badwater (geloof in de echtheid van afgescheidenheid) weg. Gelukkig kan vergeven ook liefdevol, vanuit ons hart, plaatsvinden en dan geloven we met hulp van de Heilige Geest (Liefde) niet langer in de grenzen tussen elkaar zodat we de liefde weer laten stromen. Liefde blijkt dan middel en doel; doordat de liefde stroomt herkennen we elkaar als Kinderen van de Vader.

Met dit happy end kan ik leven omdat we er in ons dagelijks leven goed mee uit de voeten kunnen. Het is pragmatisch en liefdevol en als we niet extreem ik-gericht bezig zijn door uitsluitend te focussen op het aanvaarden van het wonder voor onszelf maar bereid zijn de hele cursus toe te passen en het wonder (uiting  van liefde) ook aan te bieden aan onze broeders en zusters, dan komt het helemaal goed.

Toch merk ik dat het verrijkend en bevrijdend kan zijn om nauwkeuriger te kijken naar ons geloof in het ontstaan van de wereld. Want welk gevoel houd je over aan bovenstaand verhaal? Ik vermoed toch zoiets als : “Oei, ik ben in de fout gegaan en nu pluk ik hier de wrange vruchten van. Laten we proberen dit hele gebeuren zo snel mogelijk achter ons te laten en terugkeren naar onze vormloze en tijdloze identiteit”.

Anders gezegd: we voelen ons naar en zondig dat we gekozen hebben voor de afscheiding. Hoe konden we toch zo stom zijn? In het klassiek, christelijk geloof meenden we dat God ons strafte voor deze hoogmoed maar nu zijn we in feite gaan geloven dat wij onszelf straffen voor onze wens om afgescheiden te zijn van de Vader. We geloven misschien niet meer in een wraaklustige God maar nu in een wraaklustig zelf; hoe konden we zo stom zijn? Waarom verlieten wij toch het paradijs?

We blijven, anders gezegd, heel zwart-wit denken: de absolute eenheid is de hemel en de wereld van vormen is de (denkbeeldige) hel. Deze twee laten zich volgens ECIW niet en nooit met elkaar verzoenen en elke poging daartoe is een verwatering van de cursus, een duale knieval.

Het is me opgevallen hoe weinig aandacht er in de cursusgemeenschap wordt gegeven aan het begrip nieuwe, echte of heilige wereld terwijl dit toch vaak genoemd wordt in de cursus. Lees svp werkboekles 293 nog maar eens door die ik gisteren in zijn geheel citeerde (deel van dit citaat: “Maar in het heden is liefde onmiskenbaar en zijn haar gevolgen zonneklaar. Heel de wereld straalt in de weerspiegeling van haar heilig licht, en ik zie een wereld die ten langen leste is vergeven.”). En als er al over de nieuwe wereld gesproken wordt dan is het op een manier die de Engelsen zo mooi omschrijven als: “Let’s get it over with!”; “laat het maar zo snel mogelijk voorbij zijn.

Deze wereld wordt gezien als een soort voorlopige pleister tegen het bloeden. Als een gelukkige nachtmerrie, maar nog steeds een nachtmerrie. Het is niet verrassend dat ons verstand hier net zo weinig mee kan als met het begrip Heilige Relatie. Ons rationele denken zegt dat het of-of moet zijn; of je hebt eenheid of je hebt de mogelijkheid van een relatie, of je hebt tijdloze eenheid of je hebt een wereld. En-en is onmogelijk want daarmee “maak je de illusie echt”. Maar is dat zo of zou er een mogelijkheid zijn dat liefde weerspiegeld wordt in de wereld? Kunnen we ons openstellen en ons verheugen in die zin?

“Heel de wereld straalt in de weerspiegeling van liefde”.

Jezus; ik luister. (12)

De elf eerdere blogs schreef ik moeiteloos en in korte tijd. Dit zie ik altijd als een goed teken want als ik er lang over moet nadenken dan wordt het ook meestal dat: denkwerk. Zulk denkwerk kan slim en helder overkomen maar toch niet helemaal, en soms zelfs helemaal niet, de boodschap overbrengen. Na de blog van gisteren liep ik vast. Ik wist wel wat ik wilde overbrengen maar niet hoe. Ik wilde duidelijk maken dat er op zich niks mis is met de wereld van vorm omdat vorm slechts onze perceptie is binnen de denkgeest. Er is alleen maar denkgeest en geen op zichzelf staande materiële wereld. Ik wilde uitleggen dat de wereld van vorm op zichzelf neutraal is en dat wij onhandig vormen zijn gaan gebruiken, of misschien is misbruiken een beter woord, waardoor we ons afgescheiden zijn gaan voelen van de Bron, de Vader, van Liefde en van elkaar. Dit werd duidelijk in de zin waarmee ik de vorige blog afsloot:

“De denkgeest die denkt dat hij een zonde is heeft maar één doel…”.

Ik wilde een ander doel gaan schetsen, het doel van de genezen denkgeest, van de geheelde geest, van de Heilige Geest. Ik zou gaan wijzen op passages in de cursus die gaan over de nieuwe, echte wereld die we bedekken met onze op zonde- en angstgevoel baseerde projecties. Maar waar moest ik beginnen?

In mijn gepieker herkende ik de goede intenties van cursus-leraren die terugvielen op ingenieuze schema’s met daarin allerlei niveaus, pijlen, de beslissingsnemer en ga maar door. Ik schreef eerder dat het beter is om bij ingewikkelde kwesties terug te vallen op de cursus zelf. Jezus is onze oudste broer en beste leraar. Toen ik vanmorgen de werkboekles van vandaag las, kreeg ik een vette knipoog van Jezus. Ik hoorde hem als het ware zeggen: “Rustig maar Simon; doe maar even een stapje achteruit en laat mij maar even”. Ik moest lachen om mijn blinde vlek, ontspande en bedankte Jezus voor zijn altijd aanwezige steun. Ik kan alleen maar zeggen: “Dankjewel broer; ik luister”. En Jezus spreekt:

Les 293

Alle angst is voorbij, en hier is louter liefde.

Alle angst is voorbij, nu zijn bron is verdwenen en daarmee alle angstgedachten verdwenen zijn. Liefde blijft de enige toestand in het nu, waarvan de Bron voor eeuwig en altijd hier is. Kan de wereld stralend en helder, veilig en uitnodigend lijken, terwijl al mijn vroegere vergissingen op haar drukken en mij verwrongen vormen van angst laten zien? Maar in het heden is liefde onmiskenbaar en zijn haar gevolgen zonneklaar. Heel de wereld straalt in de weerspiegeling van haar heilig licht, en ik zie een wereld die ten langen leste is vergeven.

Vader, laat Uw heilige wereld vandaag niet aan mijn blik ontsnappen. En laat evenmin mijn oren doof zijn voor alle dankliederen die de wereld zingt onder de klanken van de angst. Er is een werkelijke wereld die door het heden wordt behoed voor alle vroegere vergissingen. En ik wil vandaag alleen deze wereld voor mijn ogen zien.

Amen.

Weg met die nachtmerrie? (11)

De visie van ECIW op het ontstaan van de wereld van tijd, ruimte en vormen laat zich eenvoudiger samenvatten dan je zou denken. We lezen dat we tijdloze wezens zijn die een droom dromen van afscheiding. Afscheiding is dan min of meer synoniem aan de wereld, het universum en ons lichaam zoals wij deze waarnemen. In de tweede blog van deze serie (Tijdloze schepping en aardse strubbelingen) gaf ik twee manieren aan hoe we met deze informatie om kunnen gaan, twee uitersten. Aan het ene kant van het spectrum van mogelijke reacties staan mensen die de schouders eens ophalen en denken: “het zal allemaal wel”. De aardse strubbelingen voelen verdraaid echt en zeker niet als een droom. De tweede groep is meer geneigd de geschetste visie voor waar aan te nemen en besluit de droom te zien als een nachtmerrie die niet echt is en waarvan ze het bestaan ontkennen. Ze maken de bekende uitspraak uit Txt 27: VIII: 6 “In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen” tot hun leidraad en besluiten te gaan lachen om de strubbelingen. Het zal duidelijk zijn dat iemand uit de eerste groep heel boos kan worden als iemand uit groep twee zijn leed en noodlot ontkent. Omgekeerd kan iemand uit groep twee de persoon uit groep 1 naïef en geen echte student van de cursus vinden. Deze cursus stelt toch duidelijk dat je niet je lichaam bent?

In de eerdere blogs gaf ik herhaaldelijk aan dat wij dit soort kwesties aanvliegen met ons verstand en dit doen met een soort onschuldige arrogantie waarbij we denken dat we kunnen snappen hoe het nu werkelijk in elkaar steekt. Ik liet zien dat ons verstand tegen zijn grenzen aanloopt bij het nadenken over de schepping en over de Heilige Relatie. Want hoe zit het nu? Ben je een individuele, eeuwige ziel of kan dit helemaal niet binnen absolute eenheid? Als we menen hierin een beslissing te moeten nemen dan zijn de rapen gaar en lopen de gemoederen hoog op. Ons hoofd denkt in of-of termen en ons hart kan zwijgen en ruimte geven aan en-en.

Jezus gaat in ECIW deze paradoxen niet uit de weg. Hij spreekt bijvoorbeeld over zowel Zonen, meervoud, als over Zoonschap, enkelvoud. Maar wat betreft de wereld van tijd en ruimte lijkt op het eerste gezicht minder ruimte te bestaan voor zo’n paradoxale visie. Jezus gebruikt de meest felle bewoordingen als hij spreekt over de gulzigheid waarmee onze zintuigen ons bewijzen aandragen voor de echtheid van de afscheiding. Bijvoorbeeld in Txt 31: III:

5. De denkgeest die denkt dat hij een zonde is, heeft maar een doel: dat het lichaam de bron van zonde zou zijn, teneinde het in de gevangenis te houden die hij gekozen heeft en bewaakt, en waar hij zichzelf in vasthoudt als een slapende gevangene ten prooi aan de grommende honden van haat en kwaad, van ziekte en aanval, van pijn en ouderdom, en van lijden en verdriet. Hier worden de offergedachten bewaard, want hier regeert schuld, die beveelt dat de wereld moet zijn zoals hij: een plaats waar niets genade kan vinden en evenmin de vernietigende werking van de angst kan overleven, behalve in moord en dood. Want hier word jij tot zonde gemaakt, en zonde kan hen die vreugdevol en vrij zijn niet verdragen, want dat zijn de vijanden die de zonde dient te doden. In de dood wordt de zonde bewaard, en zij die denken dat ze zonde zijn, moeten sterven omwille van wat ze denken te zijn

In de erop volgende paragraaf (IV) schetst Jezus het volgende beeld dat handelt over het zoeken van geluk in de wereld:

2. Werkelijke keuze is geen illusie. Maar de wereld heeft er geen te bieden. Al haar wegen leiden slechts tot teleurstelling, het niets en de dood. Er is geen keuze in haar alternatieven. Probeer hier niet aan problemen te ontkomen. De wereld werd gemaakt zodat problemen niet ontlopen zouden kunnen worden. Laat je niet misleiden door alle verschillende namen die aan haar wegen worden toegekend. Ze hebben maar één einddoel. En elk is slechts het middel om dat doel te bereiken, want daarheen leiden al haar wegen, hoe verschillend ze ook lijken te beginnen, hoe verschillend ze ook lijken te verlopen. Hun eind staat vast, want er is geen keuze tussen. Alle leiden ze tot de dood. Op sommige reis je een poosje vrolijk voort, voordat narigheid haar intrede doet. En op andere worden de doornen meteen gevoeld. De keuze is niet wát het eind zal zijn, maar wanneer het zal komen.

Na het lezen van deze citaten lijkt er maar één conclusie mogelijk: het lichaam en de wereld hebben ons helemaal niets te bieden en laten we deze dus maar ontkennen en zo snel mogelijk vergeten. We willen ons zo snel mogelijk afkeren van deze hel van tijd en ruimte en wegvluchten naar de waarheid, onze tijdloze ware identiteit als onkwetsbare kinderen van God.

Maar het probleem zit niet in de droom zelf maar in de denkgeest van de dromer. Een begin van nuance vinden we in de openingszin van het eerste citaat:

“De denkgeest die denkt dat hij een zonde is heeft maar één doel…”.

Wordt vervolgd.

Ontzag voor God en respect voor Jezus (10)

Zo; even pas op de plaats en even bijkomen. Waar zijn we nu aangekomen na dat loflied op de liefde van vorige keer? Ik heb geprobeerd om de macht van ons conceptuele denken te relativeren vooral waar dit het nadenken betreft over de schepping en over onze relatie met de Vader en met elkaar. Het is zo bijzonder: we zijn scheppingen van God, Kinderen van de Vader in liefde en eenheid verbonden met elkaar.

Als ons verstand het pad van eenheid gaat bewandelen en vergeet om afgestemd te blijven op liefde dan belanden we bij vreemde, kille karikaturen van de Cursus. De kans dat dit gebeurt neemt toe als we de warme taal van de cursus afdoen als kinderachtig, onwaar en symbolisch en menen met slimme schema’s uit te kunnen leggen hoe de schepping heeft plaatsgevonden en hoe wij ons ertoe verhouden. Zijn dergelijke verhandelingen dan onwaar? Dat beweer ik niet en ik meen dat ze zelfs hun waarde kunnen hebben om ons geloof in afgescheidenheid te ontmantelen. Maar dit neerhalen van denkbeeldige grenzen is bedoeld om dat wat tevoorschijn komt te herkennen als de Vader, als je Broeders en als de schepping van God. ECIW spreekt van ware ontkenning en ECvL van toegewijde, dus liefdevolle, waarneming.

Het is kort samen te vatten. Onware verstandelijke ontkenning stelt: “alleen ik besta en jij, God, Jezus en de Heilige Geest, bestaan niet en zijn slechts projecties van mijzelf”. Alleen God Zelf zou dit kunnen zeggen maar wij als schepsels niet; we zijn goddelijk maar niet God. In de cursus leert Jezus ons dan ook dat (alleen) God ons ontzag verdient (Txt 1:VII):

Ik heb gezegd dat ontzag misplaatst is met betrekking tot de Zonen van God, omdat je geen ontzag dient te voelen in aanwezigheid van jouw gelijken. Er werd echter ook beklemtoond dat ontzag wél gepast is in Tegenwoordigheid van jouw Schepper.

Wij kunnen ontkenning wél gebruiken door te stellen: “Er bestaat geen grens tussen De Vader en mij, tussen mij en mijn Broeders; we zijn in wonderlijke eenheid met elkaar verbonden”. Ons verstand moet zich dus beperken tot het ontkennen van denkbeeldige grenzen maar niet doorslaan en de Vader en de schepping gaan ontkennen. Ware ontkenning gaat uit van liefde, van een verenigd hoofd en hart. Zo belanden we bij de Heilige Relatie, die wonderlijke en wonderschone paradox: we bestaan en toch zijn we één. We worden gedragen door Liefde en we dragen elkaar in liefde.  Hopelijk begrijp je wat ik bedoel  maar belangrijker dan dit is misschien wel het vanuit je hart aanvoelen wat ik bedoel.

Maar genoeg hierover; we gaan verder. Want hoe mooi al deze woorden over Vader, liefde en broeders ook zijn; onze ervaring is anders. Ik wil proberen om stapje voor stapje te gaan schrijven over de wereld zoals wij die zien; een wereld met schoonheid maar ook met leed. Ook hier past grote bescheidenheid en is het niet de bedoeling om uit te gaan leggen hoe het nu precies zit. Ik moet niet zelf in de valkuil trappen die ik meen te zien bij degenen die ik noemde en die met allerlei schema’s aan de gang gaan. De uitleg die het hoogst haalbaar is, is reeds in de cursus gegeven door Jezus zelf en dit wil ik respecteren.  Hij zegt het volgende over zijn rol (Txt 1: II):

Gelijken behoren geen ontzag voor elkaar te koesteren, daar ontzag ongelijkheid veronderstelt. Daarom is het een misplaatste reactie tegenover mij. Een oudere broer verdient respect vanwege zijn grotere ervaring, en gehoorzaamheid vanwege zijn grotere wijsheid. Hem komt ook liefde toe omdat hij een broer is, en toewijding als hij is toegewijd. Slechts op grond van mijn toewijding heb ik recht op de jouwe. Er is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken.

Dus ik respecteer de uitleg en de manier van uitleggen van Jezus in de Cursus. Wat ik in de volgende blogs zal doen is aangeven hoe zijn uitleg bij mij binnenkomt, wat het mij zegt en hoe ik dit beleef. Hiermee hoop ik behulpzaam te kunnen zijn voor sommigen die iets van wat ik zeg herkennen. Fijn als je meeleest en mijn vreugde en verwondering enigszins kunt delen en veel liefde en wijsheid gewenst als mijn woorden jou niet aanspreken en je een andere weg naar ons gezamenlijke doel kiest.