Vind je liefde ook zo’n saaie open deur? (9)

In deze serie blogs gaat het wel heel vaak over liefde. Ik schrijf deze blogs omdat ik me hiertoe geroepen voel en niet om veel “likes” te scoren want ik weet na jarenlang bloggen dat ik dan voor meer aansprekende titels en afbeeldingen bij de blogs moet kiezen. Liefde lijkt zo’n open deur, zo’n standaardoplossing. Niemand zal me tegenspreken als ik zeg dat liefde de kern is van de boodschap van Jezus maar het onderwerp is niet bepaald sexy en daarmee is de kans groot dat potentiële lezers bij blogs over liefde denken: “ja, ja; dat weet ik nu wel dus op naar een volgende post”.

Zo’n dertig jaar na Een Cursus in Wonderen (ECIW) werd er een vervolg aan ons gegeven en mocht Mari Perron woorden van Jezus dicteren in het boek Een Cursus van Liefde (ECvL). Ik mocht meehelpen aan de vertaling van ECvL en ben volkomen in de ban van dit boek, net zoals ik dat ben met ECIW. Het is fijn om deze blijdschap te uiten en te merken dat steeds meer ECIW-studenten deze vreugde met mij delen. Je hoeft niet bang te zijn voor belangenverstrengeling want, wees gerust, ik verdien geen cent aan de verkoop van dit boek.

De naam van dit boek zou ons te denken moeten geven: Een Cursus van Liefde. Jezus zelf deinst er niet voor terug om toch weer de liefde centraal te zetten in dit vervolg. In ECvL geeft hij precies aan hoe groot de waarde is van ECIW maar ook hoe we nu verder kunnen nadat ECIW de barrières naar liefde voor ons geslecht heeft. Kort gezegd gaat ECvL over leven vanuit ons hart, het mysterie van relaties en het scheppen van de nieuwe wereld.

Waarom begin ik nu over ECvL? Omdat het zo opvallend is dat Jezus in dit boek, net als in ECIW, dwars door ons heen lijkt te kijken en ons ziet gapen als er weer eens over liefde begonnen wordt. Ik beperk me vandaag verder tot het citeren van zijn woorden uit Hoofdstuk 12 van dit boek:

12.1 Het woord liefde is deel van je probleem met deze Cursus. Wanneer ik het woord liefde zou nemen en het zou vervangen door de een of andere ingewikkelde technische term, en je dan zou vertellen dat dit het materiaal is dat de wereld tot eenheid smeedt, dan zou dit voor jou veel gemakkelijker te aanvaarden zijn. En als ik je vervolgens zou zeggen dat je deze gesofisticeerde term niet kent en dat je daarom meer gelooft in je afscheiding van alles dan in je eenheid met alles, dan zou je er veel eerder toe geneigd zijn instemmend te knikken. Dan zou je zeggen: “Net als ieder ander, was ik hier niet van op de hoogte.” Stel dat een wetenschapper je zou vertellen dat er een goedaardige energie is ontdekt die bewijst dat je met alles en met iedereen in het universum bent verbonden en als deze energie een of andere extravagante naam zou hebben dan zou je zeggen: “Er is een nieuwe wetenschappelijke ontdekking gedaan en ik ben geneigd te geloven dat ze kan kloppen, vooral als anderen er ook in gaan geloven.”

12.2 Je voelt je nu een beetje beetgenomen als je te horen krijgt dat liefde het antwoord is. Je voelt je een beetje berispt als je te horen krijgt dat je niet weet wat liefde is. Je voelt je een beetje misleid nu je gevraagd wordt om te denken dat liefde niet beperkt hoeft te zijn tot wat jij dacht dat het was. Je denkt dat het typisch iets is voor een spirituele tekst om je te vertellen dat liefde het antwoord is, alsof dit niet al eerder is gezegd. Deze boodschap werd al lang geleden verkondigd en toch blijft de wereld hetzelfde. Hoe kan dit dan het juiste antwoord zijn? Het leven is te ingewikkeld om door liefde te worden opgelost.

12.3 Hoe snel neig je dan weer tot cynisme en tot de overtuiging dat je het allang hebt geprobeerd, maar dat het niet is gelukt. Want ieder van jullie gelooft dat je dit idee dat liefde heet wel hebt uitgeprobeerd en ieder van jullie denkt het bewijs te hebben dat liefde helemaal het antwoord niet is. Waaruit bestaat jouw bewijs? Uit je eigen onvermogen om gelukkig te zijn en uit de troosteloze aanblik van de wereld om je heen.

Liefde laten stromen (8)

Oké, de basis is gelegd. Niet door mij maar door Jezus in de Bijbel en in de Cursus. Ik probeer het in mijn eigen woorden een beetje samen te vatten omdat in mijn beleving er in de ECIW-gemeenschap onevenredig veel aandacht wordt gegeven aan het thema eenheid ten koste van de hoofdboodschap: liefde. Ik gaf aan dat ons verstand zich vertilt aan het concept eenheid en dat dit resulteert in uitspraken die vreemd en kil aanvoelen. Ons gevoel is niet bepaald zaligmakend maar het zou niet slecht zijn als we oplettend blijven als er een niet-pluis-gevoel opkomt.

Dit gebeurt bijvoorbeeld als we, vanuit geloof in de eenheidstheorie, alles wat we waarnemen afdoen als onze eigen, persoonlijke projectie. Als je in een ECIW-groep zegt dat iemand heel boos werd dan krijg je al snel te horen dat er niemand buiten jou bestaat en dat die boosheid zich in jouw eigen denkgeest bevindt en vergeven moet worden. Dit voelt direct niet pluis en zelfs beschuldigend, maar ja, ergens hebben we gehoord dat alles onze projectie is dus dan zal het wel kloppen. Maar hier hebben we de basis nodig die ik in de eerder geschreven blogs probeerde uit te leggen. Anderen zijn niet jouw projectie. Je broeders en zusters zijn Kinderen van onze Vader en deze Kinderen kunnen, net als wijzelf, verward zijn en roepen om liefde. Deze roep kan zich vertalen in wat wij waarnemen als boos gedrag. Het is dus helemaal niet zo ingewikkeld: wij kunnen een ontmoeting hebben met een verward Kind van God.

We moeten echter alert blijven en oppassen voor een ouderwets duale valkuil. Want bij erkennen van de wezenlijkheid van onze broeders en zusters gaan wij vanuit ons “normale” denken al snel spreken in termen van ik en jij en in termen van schuld en onschuld, waarbij in het geval van de boze broeder ik niet boos  ben en die ander wel. We gebruiken dan de waargenomen boosheid om grenzen te zien en schuldigen aan te wijzen en hiermee schieten we door. “Hoe zit het nu?”, vraagt ons denken. “Wie is er nu boos?”. De doorgeslagen eenheidstheorie zegt dus dat er geen ander is en dat je alleen je eigen boosheid ziet en ons gangbare duale denken zegt dat of ik of jij boos en schuldig moet zijn.

Maar van wie is de boosheid als jij en ik relatie zijn? Huh? Zie je het verstand doldraaien na deze uitspraak? Maar zo mysterieus is het! Net zoals ik en jij niet los van elkaar bestaan maar in Heilige Relatie, zo wordt er op een gegeven moment in onze relatie boosheid waargenomen. Zodra dit gezien wordt kan er een besef zijn dat we ons naar liefde moeten uitstrekken. Door dit te doen, door de boosheid (niet mijn of jouw boosheid) te vergeven en naar het licht te brengen kunnen we ons de liefde weer herinneren die we zijn. Hoe? Dat valt niet in zijn algemeenheid te zeggen; de cursus geeft geen gedragsregels. Maar vanuit onze afstemming op liefde, bijvoorbeeld door de Heilige Geest om hulp te vragen, kunnen we duidelijkheid krijgen over de vraag of en, zo ja, hoe de uiting van liefde vorm dient te krijgen.

De wonderprincipes uit ECIW spreken over het laten stromen van liefde en zijn pareltjes van schoonheid. Vooral #8 sluit mooi aan bij het voorbeeld van de ontmoeting met een boze broeder:

#8: Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben.

En kijk eens hoe mooi het eerder genoemde gebod van Jezus uit het Nieuwe Testament (“Heb je naaste lief als jezelf”) terugkomt in wonderprincipe #18:

#18: Een wonder is een dienst. Het is de maximale dienst die jij een ander kunt bewijzen. Het is een manier om je naaste lief te hebben als jezelf. Je herkent op hetzelfde moment je eigen waarde en die van je naaste.

Ons verstand is ons zo behulpzaam omdat het laat zien dat de reden waarom wij of die ander van streek is zelden is die wij denken. In ECIW leren we alles te zien als een uiting van liefde of een roep om liefde. We zagen dat onze liefdes-bron, God, het merkt als de liefde niet meer stroomt tussen Hem en zijn Zoon (zie Txt 4;VII:6). Evenzo dienen wij op te merken wanneer de liefde niet meer stroomt tussen ons en onze Broeder bijvoorbeeld omdat boosheid de stroom in onze beleving blokkeert.

Tenslotte, omdat ik er maar geen genoeg van kan krijgen, twee prachtige wonderprincipes die ons verwijzen naar het wezen van onszelf en onze broeder; we zijn scheppingen, Kinderen van God.

#40: Het wonder erkent iedereen als jouw broeder en de mijne. Het is een manier om het universele merkteken van God waar te nemen.

#50: Het wonder vergelijkt wat jij gemaakt hebt met de schepping, waarbij het als waarheid aanvaardt wat ermee in overeenstemming is en als onwaar verwerpt wat er niet mee overeenstemt.

Heb lief!

We zijn beland bij het mysterie van de schepping; binnen eenheid breidt liefde zich uit en creëert ons en onze broeders. Er is sprake van een intieme wederkerigheid waarvan we ons met ons verstand geen voorstelling van kunnen maken, van een Heilige Relatie. De Vader verhoudt zich tot ons en wij tot de Vader en elkaar op een verbluffende manier van geven (uitbreiden) en ontvangen als één. In het vervolg van Een Cursus in Wonderen, het boek Een Cursus van Liefde (ECvL) , gebruikt Jezus het woord “omarming” om deze relatie te beschrijven. Hij spreekt ook de wonderlijke woorden: “wij zijn elkaars eigen”.

Liefde is de centrale boodschap van Jezus in het Nieuwe Testament en in de genoemde cursussen. Niet zomaar een liefde tussen twee van elkaar gescheiden wezens maar een liefde tussen wezens die innig met elkaar verstrengeld zijn in tijdloze eeuwigheid. In ECvL zegt Jezus: “je bent relatie”. Je bent dus niet een afgescheiden persoon die een relatie heeft met God of met een ander; nee, je bent de relatie zelf.

Dit kan klinken als een nieuw geloof als het zoveelste dogma dat je al dan niet kunt aannemen maar Jezus laat het hier niet bij. Hij geeft ons in al de genoemde boeken aanwijzingen hoe we ons onze ware identiteit weer kunnen gaan herinneren. De focus van ECIW ligt op het leren beseffen dat het onderscheid dat wij menen te zien tussen onszelf hier en God daar of tussen ik hier en jij daar, niet klopt. Dit noemt Jezus vergeven. Het is dus begrijpelijk dat we ECIW zijn gaan opvatten als een non-duale visie en als we zorgvuldig met het begrip non-dualiteit omgaan, een begrip dat Jezus overigens zelf niet hanteert, dan is er weinig aan de hand. Want ook het begrip non-dualiteit laat iets van het mysterie intact: er wordt niet gesproken over “absolute eenheid” waarin feitelijk niets kan gebeuren maar over niet-tweeheid. God en jij of jij en ik zijn niet twee (of meer), we zijn non-duaal, maar ook niet absoluut één want dan zou zelfs de schepping, de uitbreiding van liefde, onmogelijk zijn geweest. En er is geschapen want “wij zijn”.

We komen later nog terug op de kwestie waarom we onze innige verbondenheid met de Vader en met elkaar zijn vergeten maar ik wil de liefdes-lijn van deze serie blogs voortzetten. Cursus-leraren die vooral de eenheid benadrukken stellen dat, na onze verstandelijke ontkenning van alles wat met differentiatie en individuatie te maken lijkt te hebben, de liefde als vanzelf overblijft. Ik zal niet beweren dat dit niet klopt maar ik zie veel te vaak het tegenovergestelde gebeuren: de ontkenning van God, Jezus, Heilige Geest en onze broeders maakt ik-gericht. Cursus-studenten zijn vooral met zichzelf bezig om de felbegeerde innerlijke vrede te bereiken. Als je ze vraagt wat het wonder van ECIW behelst dan krijg je als antwoord: “het corrigeren van mijn perceptie”. En het klopt; dit corrigeren van je perceptie is belangrijk maar alleen in het licht van de liefde. Het is veel beter om niet de halve cursus te doen (verstandelijke aandacht voor de eenheid) maar de hele cursus (geworteld blijven in de liefde en bereid zijn deze uit te breiden).

Zag Jezus Liefde als een restproduct? (Zie de blog (Hartverwarmend #4) om een hardnekkig misverstand uit de weg te ruimen). Genoemde eenheidsleraren voelen ergens wel aan dat er kilheid naar binnensluipt in een te eenzijdige focus op eenheid. Ik hoor dan uitspraken als “we moeten natuurlijk wel normaal, of een beetje vriendelijk, blijven doen”, dus niet te veel ik-gericht worden en anderen in hun eigen sop gaar laten koken. Maar dit is wel een heel slap aftreksel geworden van de boodschap van Jezus. Toen hem in het Nieuwe Testament gevraagd werd wat het belangrijkste gebod is antwoordde hij:

“Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.”

Het is geen wonder dat bij een eenzijdige aandacht voor eenheid bij ECIW-leraren, de continuïteit in de boodschap van Jezus van Bijbel naar cursus niet herkend wordt. Zij  moedigen de ECIW-student aan om toch vooral het wonder voor zichzelf te aanvaarden want “omdat toch alles één is” volgt al het andere dan wel vanzelf. Maar de boodschap van Jezus is nooit veranderd en als je de cursus onbevangen leest dan zie je dat wonderen veel vaker worden gezien als uitingen van liefde. De complete cursus begint met de volgende woorden van Jezus: “Je zult wonderen zien via jouw handen via mij”. Ik wil deze blog niet te lang maken maar ik nodig je uit om de 50 wonderprincipes onbevangen te lezen en te zien hoe de gerichtheid op de ander evident is. Ook Helen Schucman werd door Jezus constant “gebruikt” om uitingen van liefde aan te bieden aan de mensen die op haar pad gebracht werden.

Als we dan het Tekstboek uit hebben en de werkboeklessen gedaan en beginnen aan het Handboek voor leraren dan laat Jezus er geen twijfel over bestaan wat zijn doel is. Wat zegt Jezus niet? Hij zegt niet dat een leraar van God iemand is die zich nergens meer iets van aantrekt en zelfvoldaan zit te genieten van zijn innerlijke vrede. Lees zelf maar en verheug je dat de boodschap van Jezus nooit verandert:

1. WIE ZIJN GODS LERAREN?

1. Een leraar van God is ieder die ervoor kiest er een te zijn. Zijn geschiktheid bestaat louter hierin: ergens, op een of andere manier, heeft hij een doelbewuste keuze gemaakt, waarbij hij zijn belangen niet los zag van die van iemand anders. Als hij dat eenmaal heeft gedaan, is zijn weg gebaand en zijn richting zeker. Een licht is de duisternis binnengegaan. Het kan één enkel licht zijn, maar dat volstaat. Hij heeft een overeenkomst met God gesloten, zelfs als hij nog niet in Hem gelooft. Hij is een brenger van verlossing geworden. Hij is een leraar van God geworden

Dank dat we Uw Liefdeskinderen zijn.(6)

Waarom deze serie over schepping, eenheid en liefde? Wat heb je aan dit soort abstracte, metafysisch getinte onderwerpen? Ik meen dat wat je hierover al dan niet bewust bent gaan geloven bepalend is voor hoe wij met de cursus omgaan en hoe wij ons leven inrichten. We dalen af naar de wortel van onze overtuigingen omtrent de boodschap van Jezus. Een beter zicht op ons (verborgen) geloof is in mijn beleving veel, zo niet alles, bepalend. Dus ga ik verder.

Om een beter zicht te krijgen op dit verborgen geloof heb ik voor even twee aspecten van de schepping en de aandacht die we hieraan geven onderscheiden; eenheid en liefde. Ik heb laten zien waartoe een verstandelijke en eenzijdige focus op het eenheidsaspect van de schepping kan leiden namelijk tot ingewikkelde schema’s en, kortgezegd, een extreme naar binnen-gerichtheid omdat er buiten onszelf in eenheid niks zou kunnen bestaan. Geen God, geen Jezus, Heilige Geest of anderen. We menen dat ons enige werk het corrigeren van onze eigen denkgeest is en dat dit neerkomt op de erkenning van al deze “denkbeeldige” entiteiten. Alles is één en in feite verklaren we onszelf hiermee tot God. Dit is extreem gesteld en meestal zien we, gelukkig, een verwaterde variant van dit eenzijdige geloof omdat we voelen (!) dat het toch niet helemaal klopt.

Dit gevoel is een herinnering uit ons hart waarbij ik met dit hart de essentie van ons wezen duidt: liefde. Dit hart gaat anders om met de schepping. Het verbaast en verheugt  zich over zijn bestaan en is gevoelig en dankbaar voor het menselijke taalgebruik dat Jezus in de cursus hanteert. Het hart voelt vanuit zijn wezen dankbaarheid richting zijn Schepper en verheugt zich in het gezelschap van zijn broeders.

We hoeven ons verstand niet af te wijzen maar we dienen ervoor op te passen dat het geen eigen leven gaat leiden, dat het op de troon wil gaan zitten. We mogen ons hoofd gerust volgen in zijn redenering als het zegt: “Er is geen God die los van ons staat” als we het maar laten volgen door de wijsheid van ons hart dat zegt: “En toch ben ik dankbaar dat de Vader mij geschapen heeft”. Het hoofd mag zeggen: “Er zijn geen anderen” maar het hart zal het hoofd ervoor behoeden om te concluderen dat we het enige wezen zijn dat bestaat. Het hart zal tegen het hoofd zeggen: “Je hebt helemaal gelijk want je Broeders zijn wonderlijk met je verbonden maar pas op, hoewel jij het in je slimheid niet begrijpt, bestaan jouw Broeders godzijdank echt en ze kunnen tot je komen met een roep om liefde. En pas op slim hoofd, deze roep om liefde is niet slechts jouw projectie maar deze roep is echt en is de uitnodiging voor jou om liefde te laten stromen naar je broeders zoals deze liefde van de Vader naar jou stroomt.

Het hoofd zal Jezus tenslotte af willen doen als een schijnfiguur zoals het wil omgaan met alle broeders en zusters. Het kan niet anders dan concluderen dat er in eenheid geen broeder Jezus kan bestaan, noch andere broeders, omdat de logica elke vorm van differentiatie en individuatie verbiedt. Ons hart glimlacht en zegt: “Goed zo hoofd dat jij je niet doodstaart op zogenaamde echte verschillen in uiterlijk en karakter, maar ik heb nieuws voor je. Jij snapt niet hoe het kan maar je bent niet de enige zoon van God. Jezus is je “oudere” broeder die jouw hele worsteling al heeft doorgemaakt en volbracht. Hij helpt je en schenkt jou de vrucht van zijn verlossing. En zoals Jezus omzag naar zijn broeders en zusters die schreeuwden om liefde zo mag jij dat nu ook doen. Laat je liefde stromen zoals Jezus deed om zo te ontdekken dat jij, slim hoofd, “gelijk” had toen je zei dat er geen anderen waren. Want jouw broeders en zusters zijn wezenlijk niet anders dan jij, zij zijn ook kinderen van de liefde die samen met jou verbonden zijn in het Zoonschap. Groot is dit wonder. Groot is het mysterie van de Heilige Relatie: we zijn Kinderen van Liefde met elkaar verbonden in een innigheid die ons verstand volkomen te boven gaat.

Vervolgens sluit ons hart ons hoofd in de armen terwijl het fluistert: “Wat goed dat je niet blijft haken aan de verschillen die we menen te zien. Wat goed dat je in de nood van die ander, in die roep om liefde, je eigen roep herkent en daarin geen verschil ziet. Maar laten we nu zijn als de Vader, als onze liefdesbron. Onze vader is Zichzelf gevende liefde die Zijn Liefde niet voor ZichZelf heeft gehouden. Onze Vader corrigeerde niet Zijn perceptie om te besluiten dat er niks te geven zou zijn omdat Zijn Zoon slechts een projectie zou zijn. Nee, onze Vader gaf Zichzelf onvoorwaardelijk en bood ons het wonder van Zijn Liefde aan. En dit vraagt Hij nu aan ons om Zijn Liefde te latenstromen, terug naar Hem en naar elkaar opdat we weten dat we als Zoonschap verenigd zijn in de liefde van Hem. Halleluja.

Papa (5)

In de eerste vier blogs heb ik geprobeerd duidelijk te maken dat ons verstand moeite heeft met nadenken over de schepping en dat het zelfs kan uitkomen op een wat kille theorie waarin alles moet worden afgedaan als illusie omdat er volgens de regels van de logica geen enkele vorm van differentiatie of individuatie mogelijk kan zijn binnen de eenheid. Liefde zou een soortrestproduct zijn dat vanzelf opborrelt als ons noeste en consequente denkwerk alles wat we waarnemen en meemaken heeft afgedaan als “illusoir”, inclusief Jezus, de Heilige Geest en anderen. Toch spreekt Jezus in de cursus ons verstand aan en geeft hij ons een heel tekstboek vol metafysica. Is dit niet tegenstrijdig aan mijn opmerkingen over waar ons denken toe leidt?

Jezus kent natuurlijk onze valkuil en weet dat ons ego zijn toevlucht zal gaan nemen tot “vindingrijkheid en scherpzinnigheid” (zie vorige blog) als hij niet heel voorzichtig te werk gaat. Daarom kiest Jezus zijn woorden heel precies. Hij komt in het Tekstboek niet met ingewikkelde schema’s, diagrammen en stappenplannen. Nee, hij bedient zich van warm en menselijk taalgebruik. Ken Wapnick meent dat Jezus kiest voor een soort kinderachtige brabbeltaal omdat wij nog zo kinderachtig zijn. Jezus zou gewoon nog even toestaan dat wij over God denken als “pappie” en ons vanuit kinderlijk vertrouwen tot Hem wenden omdat we nog te bang zijn om te beseffen dat “pappie” helemaal niet weet dat wij bestaan, laat staan dat Hij zich zou bekommeren om onze noodroep. Wapnick kiest ervoor ons de zogenaamde onversneden waarheid te vertellen en zet vol in op een eenheidstheorie.

Ik weet, zoals eerder aangegeven, dat sommige ECIW-studenten niet of nauwelijks bekend zijn met het Nieuwe Testament. Maar misschien wel de belangrijkste boodschap van Jezus was toen dat God geen afstandelijk en wreed superwezen is maar Liefde. Jezus sprak God aan als “Abba”, vader of preciezer: papa. Ik vind dit vertederend, ontroerend, een ware openbaring en wonderschoon. Het stemt mij dankbaar.

De Jezus die ons de cursus heeft gegeven gaat ons niet uitleggen dat het nu maar eens afgelopen moet zijn met dat kinderachtige beeld van God als papa. Natuurlijk, God is geen lieve kerstman die zijn verwende kinderen wel eens op hun wenken zal bedienen. Maar God is een Vader, Hij is Liefde die Zich uitbreidt. Nu gebruik ik wel vanuit mijn hart de hoofdletters die mijn verstand in de eerste blog (Tijdloze schepping?) nog niet gebruikte. In de cursus vertelt Jezus dat God de Vader Zich uitbreidt en ons, Zijn Zonen, schept. Jij en ik zijn Zonen van een liefhebbende Vader. Met deze woorden meent Jezus dat hij ons het best kan duidelijk maken wie wij zijn. Jezus kiest bewust voor dit warme taalgebruik omdat hij iets van de warmte van het Vaderhart van God wil laten voelen. Jezus wil vooral ons hart aanspreken en niet in de eerste plaats ons verstand. Hij plaatst zo ons verstand onder curatele van het hart.

En wat zegt Jezus dan in het Tekstboek tegen ons hart? Hij vertelt ons dat de Vader Zijn Liefde uitbreidt en dat hij Zonen schept die in eenheid met de Vader en met elkaar verbonden blijven. Jij en ik en iedereen vormen samen het Zoonschap. Het centrale thema van de cursus is, in mijn beleving, het mysterie van de Heilige Relatie. Dat mysterie is dat jij bestaat als uniek Kind van de Vader in alle eeuwigheid en alle tijdloosheid. De ik die jij diep van binnen voelt, de “jij” die aangesproken wordt in de cursus is een uniek Kind van de Vader. Jouw bestaan dat je diep van binnen voelt, ja, wat het enige is waar je totaal zeker van bent, is een godsgeschenk; nu en in alle eeuwigheid. Dát is de onbegrijpelijke waarheid die Jezus ons geeft in de cursus. We leven in een Heilige Relatie waarbij wij bestaan in eenheid met de Vader en met elkaar. Maar ik schrijf hier dus “wij”, meervoud. Maar meervoud (Zonen) met behoud van eenheid (Zoonschap). Maar wat zijn wij dan precies vergeten? Wij zien alleen nog maar die “wij”, die Zonen en niet meer het Zoonschap.

Vervolgens geeft Jezus ons de werkboeklessen die ons kunnen helpen (ons!) dat we weliswaar unieke Kinderen zijn van de Vader maar niet van Hem en elkaar gescheiden. Jezus helpt ons om deze onbegrijpelijke Heilige Relatie weer te gaan ervaren want door te geloven dat “wij” op onszelf staan, blokkeren wij de stroming van liefde die de basis vormt en de essentie van ons bestaan. Liefde is onze bron, onze essentie en het middel om onze Heilige Relatie weer te herinneren.

De woorden van de cursus zijn altijd symbolen (van symbolen) dus ja, zodra we woorden gebruiken dan is er sprake van beeldspraak. Maar als je de zorgvuldig gekozen woorden en het taalgebruik van Jezus afwijst of meent te moeten corrigeren dat begeef jij je op een glibberig en eigenwijs pad. Zou Jezus niet precies de woorden gekozen hebben waarvan hij weet dat deze het meest behulpzaam zijn? Wordt vervolgd.

Txt 4; VII:6:

In de Bijbel wordt herhaaldelijk gezegd dat je God moet prijzen. Dit betekent beslist niet dat je Hem zou moeten zeggen hoe geweldig Hij is. Hij heeft geen ego waarmee Hij zoʹn loftuiting in ontvangst kan nemen, en geen waarneming waarmee Hij die beoordelen kan. Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.

Hartverwarmend (4)

Waar zijn we na de vorige drie blogs nu aangeland? We hebben vastgesteld dat we, als we eerlijk zijn, ons geen voorstelling kunnen maken van de schepping binnen eenheid en liefde. We kunnen echter wel nadenken over eenheid en dat doen we naar hartenlust. Hierin vinden we aansluiting bij andere eenheidsvisies en bij uitvoerig uitgewerkte toelichtingen van sommige cursusleraren op Een Cursus in Wonderen. Deze visies en uitleg vinden we logisch klinken: ”hier kunnen we wat mee!”, is de overheersende gedachte . Ons denken weet dat in eenheid geen onderscheid kan bestaan en dat er geen ruimte is voor differentiatie en individuatie. Ik heb laten zien hoe ons denken dan uiteindelijk komt tot stevige oneliners zoals “God weet niets van ons” en “Er zijn geen anderen” (zie hiertoe vorige blogs in deze serie). We voelen ons gesteund in onze benadering van de cursus door een bekende tekst uit de inleiding:

De cursus beoogt niet de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen kan worden te boven. Hij beoogt echter wel de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die je natuurlijk erfgoed is. Daartoe gebruikt hij woorden, die symbolisch zijn en niet kunnen uitdrukken wat achter symbolen schuilgaat. Alleen het ego stelt vragen, want alleen het ego twijfelt.

Jezus vertelt on in de cursus dat wij scheppingen zijn van een liefdevolle God, uitbreidingen van Zijn liefde, en geeft in bovenstaand citaat aan dat wij ons hier met ons verstand geen voorstelling van kunnen maken. Waar we wel, zij het moeizaam, over kunnen gaan praten is over het wegnemen van de blokkades voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde. En hier kunnen we tenminste wel wat mee als we het gesprek verplaatsen van liefde naar eenheid. Want wat afscheiding is weten we maar al te goed; dat is het geloof in onderscheid. Hoe simpel wordt het nu! Er kan, zo concluderen we nu, geen echt onderscheid bestaan tussen mij en jou, mij en Jezus, mij en de Heilige Geest en, uiteindelijk, tussen mij en God.

In absolute eenheid kan niks gebeuren, zo redeneert ons verstand. Ik heb cursus-studenten de vraag horen stellen of je een kind dat in de vijver valt wel zou moeten redden en een cursus-leraar horen vertellen hoe ze onaangedaan zit te lachen voor de tv bij het zien van beelden over oorlog en geweld. Het is immers allemaal illusoir? In eenheid kan toch niks gebeuren? Is juist ons geloof in ellende niet ontstaan omdat de Zoon van God vergat te lachen om de illusie? Door onze handen uit de mouwen te steken versterken we immers deze illusie alleen maar?

Dit zijn extreme voorbeelden, ik weet het, en goddank loopt het bij de meeste cursus-studenten niet zo’n vaart en voelen ze ergens wel dat dit niet de bedoeling kan zijn. Binnen absolute eenheid is er geen goed en kwaad, kan er niks gebeuren en is sprake van een soort neutrale a-moraliteit. Ons verstand kan smullen van de waterdichte logica, van deze kille helderheid. Is dit wat Jezus ons in de cursus onderwijst? Komt “als vanzelf” de liefde naar boven borrelen als we via kille abstracties zogenaamde kunstmatige blokkades slechten?

We moeten terug naar het begin en de wortel van dit misverstand in beeld proberen te krijgen. In feite volgt na de uitspraak over liefde in bovenstaand citaat een waarschuwing voor ons, want de rest van de tekst luidt:

“De cursus geeft eenvoudig een ander antwoord zodra de vraag is gesteld. Dit

antwoord probeert niet zijn toevlucht te nemen tot vindingrijkheid of scherpzinnigheid. Dit zijn eigenschappen van het ego. De cursus is eenvoudig. Hij heeft één functie en één doel. Alleen daarin blijft hij geheel consistent, want alleen dat kan consistent zijn.”

We moeten niet proberen een eenheidstheologie in elkaar te flansen op basis van vindingrijkheid of scherpzinnigheid. Dit zijn eigenschappen van het ego. Als we enkel ons verstand inzetten en vanuit ons geloof in afgescheidenheid ontkenning of weglachen als methode gaan hanteren dan resulteert dit in de zichzelf superieur voelend, verhard ego.

Wat ontbreekt hier toch? Klopt het verhaal van eenheid dan niet en moeten we toch geloven in onderscheid? Nee, dat is het niet. Maar we hebben ons denken op de troon gezet en zijn ons hart vergeten.

Liefde kan niet onderwezen worden maar wel herkend door ons hart. Ons verstand kan, zoals in eerdere blogs vermeld, niks met schepping binnen eenheid maar ons hart verwondert zich, juicht en is dankbaar. Het is dit hart dat zonder aarzelen ons ertoe beweegt het kind uit de vijver te redden. Het is dit hart dat huilt van mededogen als het de schreeuw om liefde vertaald ziet in het oorlogsgeweld op tv. Het is dit hart dat de goddelijke weg herkent die Jezus ons in de cursus toont; de weg van de heilige relatie. Wordt vervolgd.

Welke visie koester ik? (3)

In “Tijdloze schepping?” probeerde ik te laten zien dat, als we eerlijk zijn, ons voorstellingsvermogen tekort schiet als we nadenken over schepping en over de tijdloze aard van ons wezen. In “Tijdloze schepping en aardse strubbelingen” schetste ik dat we ons niet laten tegenhouden door ons beperkte voorstellingsvermogen om toch aan de slag te gaan met de cursus in ons leven van alledag. Veel bezoekers van ECIW-Facebook-groepen zijn niet heel intensief bezig met de cursus en nemen genoegen met een mooi plaatje hier en een fraai citaat daar. Misschien betreft dit ook de studenten die ik in de blog over aardse strubbelingen onderbracht in groep 1. Helemaal oké natuurlijk en weet je welkom mocht je toch toevallig de moeite nemen deze blog te lezen.

Anders wordt het als we echt werk willen maken van de cursus en deze gaan toepassen op ons leven op basis van een niet (helemaal) doorleefd geloof in metafysische uitspraken waar we ons eigenlijk maar bar weinig bij kunnen voorstellen. Dit zullen vooral lezers zijn die ik ietwat kunstmatig, ik geef het toe, even in groep 2 plaatste in de blog over aardse strubbelingen. Sommigen hebben een christelijke achtergrond en zij ervaren gewoonlijk opluchting omdat we het nare beeld van een wraaklustige God vaarwel kunnen zeggen. Anderen zijn niet of minder bekend met de Bijbel en hebben een interesse die verder reikt dan Een Cursus in Wonderen. Ze kunnen bekend zijn met het non-duale gedachtegoed van andere levensbeschouwelijke stromingen. Zij brengen hun eigen visie en ervaringen met zich mee. Denk aan de “methode” waarbij je de stille waarnemer probeert te zijn van alles wat zich in de geest aandient. Maar ook aan een stellig geloof in absolute eenheid en de illusoire aard van alles dat riekt naar differentiatie en individuatie. De niet-christelijke ECIW-studenten proberen als het ware door de Christelijke terminologie van de cursus heen te kijken om zo te komen tot de kern van de kwestie.

Zij vinden hierbij één van de bekendste exegeten van de cursus aan hun zijde: Ken Wapnick. Hij benadrukte  dat de cursus een specifieke vorm van non-dualiteit aanbiedt met christelijke terminologie, waarin de illusoire duale wereld wordt gebruikt als een middel voor vergeving en genezing van de geest. Wapnick stelde dat dit geen compromittering van de non-duale visie is, maar slechts een praktische en symbolische manier om ons vanuit onze huidige ervaring van dualiteit naar een besef van non-dualiteit te brengen. De uitspraken die ik cursus-studenten uit groep 2 in de mond legde, komen grotendeels voort uit de visie van Ken Wapnick , een visie die al decennia dominant is in Nederland. Deze visie resoneert direct bij studenten die geen christelijke achtergrond hebben en wel bekend zijn met het non-duale gedachtengoed. Ik citeer ze nog een keer:

“Als alles één is dan is er geen God die afweet van de wereld, dan is leed onbestaanbaar, dan bestaan er geen ik en jij, dan is er dus ook geen jij die mijn hulp of aandacht nodig heeft, dan is er eigenlijk ook geen Jezus en geen Heilige Geest; dit zijn slechts symbolen. Hulp vragen aan God of aan de Heilige Geest voor problemen die we tegenkomen is dan onmogelijk; er zijn immers geen problemen in de ongedifferentieerde absolute eenheid waarin geen enkele vorm van onderscheid of conflict kan bestaan.”

De cursus-gemeenschap in Nederland is doordrengd met deze visie die wordt gezien als de meest pure en gezuiverde boodschap van de cursus. Kanttekeningen plaatsen bij deze visie of bij de bruikbaarheid ervan wordt gezien als vloeken in de cursus-kerk en deze “zuivere leer” wordt niet zelden met groot fanatisme verdedigd tegen andersdenkenden. Wat doet jouw denken nu? Concludeert het dat de schrijver van deze blog het volkomen oneens is met Ken Wapnick? Voel je al een lichte weerzin opborrelen dat ik het in mijn hoofd durf te halen om (bruikbaarheid van) de visie van deze autoriteit tegen het licht te houden?

Probeer dan mij en jouw oordeel over mij even te vergeven en gun jezelf de openheid van geest om je af te vragen of je de geciteerde uitspraken echt helemaal doorleeft of vooral sterk gelooft. En als je deze sterk gelooft, onderzoek dan eens hoe bepalend ze zijn voor hoe jij je leven leidt. Ben je er zachter, milder, liefdevoller, verdraagzamer, een wonderwerker, baken van liefde door geworden die niet alleen in woord maar ook in daad je liefde laat stromen naar anderen? Dan ben ik daar dankbaar voor. Maar ben je vooral bezig in je eentje weg te vluchten van deze illusoire, aardse ellende richting jouw eigen innerlijke paradijsje? Dan is daar ook niks mis mee maar dan doe jij je in mijn beleving tekort en nodig ik je uit om verder te lezen. Wordt vervolgd.  

Tijdloze schepping en aardse strubbelingen. (2)

In de blog “Tijdloze schepping?” gaf ik aan hoe moeilijk het is om ons over dit thema iets voor te stellen. Vragen over de oorsprong van het universum en over ons “zijn” worden wel vragen over de ontologie van het bestaan genoemd. Als je dit woord opzoekt, vind je zoiets als

“Ontologie, ook wel bekend als zijnsleer, is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de studie van het ‘zijn’ of het ‘bestaan’. Het onderzoekt de fundamentele aard van de werkelijkheid en de eigenschappen van alles wat bestaat. Ontologische theorieën proberen te definiëren wat ‘is’ en beschrijven de relaties tussen verschillende entiteiten”.

Terecht wordt bij deze omschrijving het woord “theorieën” gebruikt en dit laat zien dat we met ons beperkte verstand toch iets helder proberen te krijgen over de oorsprong van ons bestaan.

Veel cursus-studenten nemen kennis van wat de cursus schrijft over de schepping en als je maar vaak genoeg bepaalde formuleringen hoort, bijvoorbeeld over het uitbreiden van liefde, dan wen je daar aan, je gaat het vanzelfsprekend vinden en ze gaan een plekje krijgen in hoe je denkt over je eigen bestaan. Dit gebeurt haast ongemerkt. Ik zie dat al dan niet goed doordachte theorieën over de schepping sterk doorwerken in ons leven van alledag en in hoe we dit leven proberen vorm te geven vanuit de cursus. Ik zal dit proberen te illustreren met twee uitersten.

  1. Onder het motto “waarom zouden we meer aandacht besteden aan iets dat tot een ander, tijdloos, domein behoort?” kunnen we besluiten de ontologische vragen maar een beetje te parkeren en te focussen op het domein van tijd en ruimte. Dat klinkt als een pragmatische aanpak. Laten we maar gewoon die jaren die ons hier op aarde gegeven zijn proberen zo gelukkig mogelijk door te brengen. We constateren dat we leuke dingen meemaken maar helaas ook ellende en gebruiken de cursus om de balans richting de leuke dingen te laten doorslaan. We werken aan zelfliefde en innerlijke vrede en ons ideale leven bestaat dan uit het bereiken van een hoge leeftijd in een gezond lichaam, omringd door dierbaren en daarna, als het dan toch moet gebeuren, een vlotte en pijnloze dood. Vervolgens zien we wel hoe het nu uitpakt met die ontologie en zo.
  2. Nu het andere uiterste. We richten ons zo veel mogelijk op dat domein waarvan we ons eigenlijk geen voorstelling kunnen maken. Op het tijdloze, eeuwige domein van Gods schepping. Het klinkt ook zo heerlijk: “we zijn tijdloze schepselen, geliefd en vol liefde, onkwetsbaar en onsterfelijk, één en al geluk. Ondertussen overkomt ons evengoed de ellende die hierboven al genoemd werd maar deze doen we af als onecht, als illusoir. We willen alvast leven in een vreedzame bubbel van liefde en eenheid. Alles wat niet past in ons beeld van eenheid ontkennen we. Als alles één is dan is er geen God die afweet van de wereld, dan is leed onbestaanbaar, dan bestaan er geen ik en jij, dan is er dus ook geen jij die mijn hulp of aandacht nodig heeft, dan is er eigenlijk ook geen Jezus en geen Heilige Geest; dit zijn slechts symbolen. Hulp vragen aan God of aan de Heilige Geest voor problemen die we tegenkomen is dan onmogelijk; er zijn immers geen problemen in de ongedifferentieerde absolute eenheid waarin geen enkele vorm van onderscheid of conflict kan bestaan.

Er zijn cursus-studenten die zich kunnen vinden in één van de twee hierboven genoemde standpunten. Als ze met elkaar in discussie treden dan zal de aanhanger van standpunt 1 de adept van standpunt 2 verwijten dat deze ellende en noodlot ontkent en een spirituele bypass uitvoert. Omgekeerd zal iemand uit groep 2 vinden dat de persoon uit groep 1 nog te veel waarde hecht aan de illusoire wereld van tijd en ruimte. Hij zal beweren dat er binnen de eenheid niks kan gebeuren en dat vermeende ellende en noodlot niet meer zijn dan op angst en geloof in afscheiding gebaseerde beelden die je zelf projecteert.

Vermoedelijk horen de meeste studenten beide stemmetjes vanbinnen klinken. We worden heen en weer geslingerd tussen de “realiteit” van het leven van alle dag en de prachtige omschrijving van een Goddelijke identiteit die we echter nog niet helemaal, of zelfs nog helemaal niet, gerealiseerd hebben.

Door onze innerlijke onrust te beschrijven aan de hand van deze twee standpunten komt er nog een eigenschap van onszelf aan het licht. In de blog “Tijdloos scheppen?” gaf ik aan dat we niet anders kunnen dan denken in termen van tijd en ruimte, oorzaak en gevolg. Wat nu naar bovenkomt is onze neiging om te oordelen en om zonder meer aan te nemen dat ons oordeel belangrijk is. Is de wereld die we zien nu een illusie of niet? Moet ik nu wel of niet streven naar lichamelijke genezing? Kan ik anderen helpen of maak ik daarmee hun en mijn illusie juist echt? Mag ik hulp aan God, Jezus en de Heilige Geest vragen voor zaken die het domein van ruimte en tijd betreffen of juist niet en moet ik juist vragen om me te laten zien dat dit domein helemaal niet bestaat? Is er überhaupt wel een “entiteit” (zie omschrijving van ontologie aan het begin van deze blog) aan wie ik hulp kan vragen of kan dat helemaal niet in eenheid en zijn het allemaal symbolen?

De uitnodiging is om te onderzoeken hoe je zelf te werk gaat met deze kwesties. Om te proberen een beetje zicht te krijgen op wat je bent gaan geloven zonder het nog echt te doorleven en hoe dit jouw houding in dit leven (droomleven?) beïnvloedt. Streef je naar die staat van tijdloze, absolute eenheid zelfs als jij je hier geen enkele voorstelling van kunt maken? Doe je aardse zaken af als illusie terwijl deze nog echt voelen? Of neem je deze zaken juist serieus omdat je niks kunt met dat ontologische gedoe? Wordt vervolgd.

Tijdloze schepping?

We kunnen ons bij de schepping niks voorstellen. Zo, dat moest ik als eerste zeggen. Dit is makkelijk gezegd maar de vraag is hoe ik nu verder kan gaan. Wat ik zal doen is aandacht geven aan wat we wel geneigd zijn ons voor te stellen bij de schepping. De kunst is om daarbij zo goed mogelijk onszelf in de gaten te houden. Want bij het maken van een voorstelling van iets, in dit geval van de schepping, gaan we onbewust uit van onszelf. We kunnen niet anders. Als we gaan praten en nadenken over de schepping dan gebeurt dit binnen de beperkingen van ons verstand. Dit verstand kan goed uit de voeten met kwesties die zich afspelen in tijd en ruimte. Zonder er echt bij stil te staan voeren we bijvoorbeeld de factor “tijd” in. Eerst was er dit, toen vond de schepping plaats en toen was er dat. Schepping gaat toch over het ontstaan van iets? En als iets ontstaat dan was het er eerst niet en later wel. Dat is de manier waarop wij over schepping denken. Dus ons verstand wil weten waar we moeten beginnen. Wat was er eerst? We vinden dit een volkomen logische vraag en een goed uitgangspunt omdat wij leven in de wereld van tijd en ruimte waarbij oorzaak en gevolg vanzelfsprekendheden zijn. Uit het één komt het ander voort.

Met dit in het achterhoofd zien we dat het niet zo gek is dat in onze scheppingsverhalen de factor tijd een hoofdrol speelt. Wat was er eerst? En daar gaan we dan. Eerst was er God, Niets, een Bron, een eerste Oorzaak, Eenheid en noem maar op. En vervolgens gaat er iets gebeuren. Zo dachten onze christelijke voorouders na over het begin van de schepping. De vraag: “hoeveel jaar geleden begon het” vinden we heel terecht. Aanvankelijk dachten we dat de schepping zo’n zesduizend jaar geleden plaatsvond. Nu noemen we de big bang het begin en die zou zo’n 13,8 miljard jaar geleden hebben plaatsgevonden. Was dat het begin van het universum? Begonnen toen ruimte en tijd? Het is niet zo moeilijk om te voorspellen welke vragen wij ons vervolgens stellen. Ons voorstellingsvermogen denkt in termen van tijd, wat was er dan voor de big bang, en ruimte, wat is er buiten de buitengrens van het uitdijende heelal?

Studenten van Een Cursus in Wonderen (ECIW) vinden in dit boek woorden die iets proberen te duiden over de schepping. Ik doe ook een poging:

“Schepping is uitbreidende liefde met behoud van eenheid”

Kun jij je hierin vinden? Ik kan het ook in meer antropomorfe taal uitdrukken:

“De vader breidt zich uit in de zoon”

Ik ga maar niet aan de gang met hoofdletters want dat is ook maar een truc om iets een status van verhevenheid te geven die op zich niets verder verduidelijkt. Ik ga ook niet schermen met ECIW-citaten want ik wil zo dicht mogelijk bij jouw en mijn belevingswereld blijven en niet mijn toevlucht nemen tot bewijs dat ik ontleen aan een verheven boek of leraar.

Twee mooie, vetgedrukte zinnen. Maar heb ik nu iets echt helder of voorstelbaar gemaakt? Nee, niet echt. Ik heb het woord “uitbreiden” gebruikt en voor ons is dit woord tijdgebonden. Eerst is er iets (liefde of de vader) en dan komt er iets bij (nog meer liefde of een zoon). Mogelijk denken we niet ruimtelijk in de zin van klein en groot maar toch koppelen we het woord “uitbreiden” aan een vorm van groter worden. En vormen bestaan in tijd en ruimte.

De cursus stelt dat de uitbreiding plaatsvindt in de eeuwigheid of in tijdloosheid. Sta eens stil bij deze begrippen. Stiekem denk ik bij eeuwigheid toch weer aan een hele lange tijd en ik weet dat dit niet de bedoeling is. Wat dat betreft is “tijdloosheid” een beter begrip, juist omdat ik me hier niets meer bij kan voorstellen.

ALLES wat ik nu weet van het leven speelt zich af binnen tijd en ruimte. Hoe is een tijdloze waarneming, gedachte of gevoel? Sta hier goed bij stil! Kijk naar binnen en stel vast dat bij elke waarneming, bij elk gevoel en bij elke gedachte de tijd een rol speelt. Hoe is het als een waarneming, gedachte of gevoel precies nul seconden duurt? Aha; intuïtie dan maar! Maar ja; eerst had je de intuïtie niet en toen wel. Daar is hij weer, de factor tijd.

Hopelijk ben je nu niets wijzer geworden en heb je hooguit iets meer besef gekregen van hoe weinig we ons kunnen voorstellen bij een tijdloze schepping, bij een tijdloze uitbreiding van liefde en bij tijdloos bestaan. Voor nu is er even voldoende geduizeld.

Dank je broeder Jezus!

Onlangs postte ik in de Facebook-groep “Een Cursus in Wonderen-met elkaar” een video met de titel: “In Uw handen beveel ik mijn geest”. Hierin probeerde ik de toehoorder mee te nemen in de innerlijke worsteling die ik ervaar als ik last heb van slapeloosheid. Die worsteling gaat gepaard met een gevoel van onmacht en wanhoop. Tijdens zo’n nachtelijke strijd breng ik mij het kruisigingsverhaal van Jezus te binnen zoals beschreven in de Bijbel. Ik ervaar op zo’n moment grote verbondenheid met hem die deze weg voor mij is gegaan. Met Jezus bereik ik na innerlijke strijd het moment van overgave, de titel van de video, “Vader in Uw handen beveel ik mijn geest”. En dan, in dat moment van volledige overgave aan Liefde, ervaar ik verlossing en de vrede die alle verstand te boven gaat.

Het delen van deze video is niet bedoeld als een vorm van exhibitionisme maar als een poging behulpzaam te zijn voor broeders en zusters die worstelen met hun eigen leed. Om hen uit te nodigen zich in te leven in het kruisigingsverhaal om zo de verlossing van het leed zelf te mogen ervaren.

Een zuster reageerde boos en haast furieus: “Jezus had niet geleden!”. Vervolgens ontsponnen er discussies over die vraag: “Had Jezus geleden?”. Waar ik geprobeerd had iets van mijn innerlijke strijd en verlossing door Liefde te tonen opdat anderen die zouden kunnen herkennen en de vreugde met mij delen, ontstond er een theologische / metafysische discussie die al eeuwenlang aan de gang is. Kort gezegd kan men niet begrijpen dat de Goddelijke Jezus ook menselijke emoties en gevoelens had. Jezus, die tenslotte begreep dat alles illusoir was, speelde slechts alsof hij mens was, als een soort Goddelijke toneelspeler of, in mijn beeldspraak, een geestelijke versie van superman.

Ergens kan ik me inleven in deze felle reacties. In de eeuwen na het leven van Jezus heeft men het lijden van Jezus verheerlijkt en stelde men dat God dit lijden nodig had om de zondige mensheid te vergeven. Dit nare beeld van een wraaklustige God maakte dat ik nauwelijks meer kon luisteren naar de preek die tijdens Pasen werd gegeven in de kerk. Pasen hoort een verhaal te zijn waarin de opstanding wordt gevierd en niet een verhaal van wraak.

In eerder blogs schreef ik dat het meest eerlijke antwoord is dat Jezus de enige is die weet hoe hij alles beleefde. Andere broeders en zusters in de Facebook-groep beseften dit en wilde Jezus via mediums raadplegen. Dit is een onderwerp op zich maar ik stel vast dat verschillende mediums tot verschillende uitspraken komen die net zo uiteenlopen als onze meningen.

En weer is dit niet waar het mij om gaat. Ik wil niet aangeven wat jij moet geloven maar ik geef aan wat voor mij behulpzaam is. Voor mij, en voor talloze christenen, is Jezus als menselijke broeder een bron van herkenning en inspiratie. Hij was mens en leefde onder ons. Wat maakte hem dan zo bijzonder? Hij was een mens die leefde vanuit liefde en vanuit een diep besef van verbondenheid met de Vader en daardoor met zijn broeders en zusters. We leren hem in de Bijbel kennen als warm en bewogen mens. En de Liefde van waaruit hij leefde overwon uiteindelijk de dood. En dit is zijn nalatenschap voor ons. Door in zijn voetsporen te treden, door ons te vereenzelvigen met hem, door te herkennen dat zijn leven symbool mag staan voor ons eigen leven, ervaren we de verlossing met- en door hem. Wat ben ik hiervoor dankbaar!

Jij, als lezer van deze blog, hoeft niet mee te gaan in hoe ik mijn leven ervaar als een opeenvolging van kruisigingen waarin ik besef dat ik deze mezelf aandoe maar me toch onmachtig voel en eenzaam (“Vader, waarom hebt U mij verlaten”) totdat ik, samen met Jezus, roep: “Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest”. In deze laatste uitroep herken ik de woorden van Jezus in de laatste werkboeklessen:

Les 361-365

Dit heilig ogenblik wil ik U geven.
Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.

En dan ervaar ik dat het doek dat in de tempel het Heilige der Heilige afschermde scheurt en de bodem uit het lijden valt. Licht breekt door en er is verlossing met een vrede die alle verstand te boven gaat.

Was mijn lijden hiervoor nodig? Nee, God wil niet dat wij lijden, maar mijn zelfverkozen leed, de kruisiging van mijzelf, brengt mij bij de Bijbelse Jezus die mij de “lijdensweg” tot voorbij het lijden toont. Zo draagt mijn broeder mij en is hij mijn steun en toeverlaat waarvoor ik dankbaar ben. Noem mij een slechte cursusstudent, noem mij onzuiver in de leer en voel je vrij om Jezus anders te zien als dat jou helpt. Ik geniet van zijn ogen vol liefde en medeleven. Dankbaar.