Automutilatie

Ik blog nu zo’n negen jaar op www.eciwcoach.com. Het valt daarbij nauwelijks te vermijden dat ik soms in herhalingen val. Hetzelfde geldt voor de opmerkingen en vragen die volgen op mijn stukjes. Eén van de meest voorkomende is: “wat maak je het toch ingewikkeld met die metafysica”. Gewoonlijk gevolgd door: “Je moet gewoon alles bij de Heilige Geest brengen en met liefde bezien”. Dat gepraat over metafysica zou de lezer maar naar zijn of haar hoofd trekken waarna er eindeloze discussies ontstaan over “hoe het nu zit”. Dit brengt je toch geen steek verder?

Goedbeschouwd staan deze broeders en zusters de directe weg voor die populair is door zijn eenvoud. “Zie hoe alles verschijnt in bewustzijn. Aanvaard het, je bent het niet want alles wat je kunt waarnemen kun je niet zijn”. Als extraatje voegt Een Cursus in Wonderen dan de Christelijke terminologie toe en aspecten als overgave en liefde, hoewel deze liefde eerder een bijproduct is van het oordeelloos warnemen dan een bewuste intentie.

Deze ktitiek lijkt zeer terecht en is het deels ook. We hebben, na Een Cursus in Wonderen (ECIW), van Jezus Een Cursus van Liefde ontvangen (EcvL) juist omdat ons hoofd weer onder curatele van ons hart geplaatst dient te worden. Het klopt, we kunnen verzanden in het bouwen van een kaartenhuis van beweringen en uitspraken die we nog helemaal niet als waarheid ervaren maar die we wel met fanatisme verkondigen.

Toch wordt hierbij één niet onbelangrijk feit over het hoofd gezien. Ik ben niet degene die bedacht heeft om over metafysica te praten. Jezus heeft ons in ECIW en in EcvL twee dikke boeken gegeven die bol staan van de metafysica. Als ik me vergis door aandacht te geven aan deze metafysica dan bevind ik me in buitengewoon goed gezelschap.

Laat ik voorop stellen dat ik het erg eens ben met de oproep om toch vooral ons hart te laten spreken in alles wat ons overkomt en in elke ontmoeting met broeders en zusters die we mogen hebben. Maar door niet te spreken over de metafysica gooien we iets unieks en belangrijks weg met het badwater. Wat is dat unieke aspect? Ik hoorde dit terug in de video van Ken Wapnick die ik gisteren postte. Met hem meen ik dat de Cursus uniek is omdat Jezus ons het grotere plaatje schetst. Hij geeft antwoord op de vraag waartoe we hier zo aan het worstelen zijn met alle ellende die ons lijkt te overkomen.

Ik heb nagedacht over de kern van dit waartoe. Hoe kan ik dit zo kort en bondig mogelijk illustreren? Ik kwam uit op het begrip “automutilatie” waarbij ik begrijp dat het kiezen voor deze term pijnlijk kan zijn voor mijn broeders en zusters die er zelf mee te maken hebben of die naasten hebben die dit betreft. Aan hen vraag ik begrip voor mijn uitleg en ik zou er niet voor gekozen hebben als ook op “metafysisch niveau” de kwestie niet uiterst pijnlijk is.

We kunnen iemand die zichzelf pijn doet proberen te leren om hier met aandacht naar te kijken telkens als hij zichzelf verwondt. “Accepteer het gewoon, vecht er niet tegen, bezie het met liefde”, et cetera. Ik vrees echter dat het niet behulpzaam is om jarenlang toe te kijken hoe iemand dit gedrag blijft herhalen. Als we hem of haar echt willen helpen dan dienen we te weten waartoe hij of zij dit doet. Dit “waartoe” vormt de metafysica van Een Cursus in Wonderen. Iemand die zijn lichaam verwondt wil op destructieve wijze voelen dat hij leeft, al is het door pijn te ervaren. In ECIW leert Jezus ons dat wij in de denkgeest de ervaring van lichamelijkheid projecteren met een doel. Het doel om ons afgescheiden te voelen van onze Bron en van elkaar. De Cursus is er niet op gericht om ons ertoe te bewegen genoegen te nemen met deze zelfverwonding, om dit liefdevol te leren accepteren. Nee, Jezus wil ons laten zien waar we mee bezig zijn opdat we ermee stoppen.

En ja, hij neemt hiermee het risico dat wij zijn woorden en wijsheid nog niet doorvoelen, nog niet doorleven en er een nieuwe theologie van maken waar we elkaar weer fanatiek mee om de oren slaan. Maar hij doet er met bijvoorbeeld de werkboeklessen en met Een Cursus van Liefde alles aan om dit risico zo klein mogelijk te maken. Hij wil ons echt inzicht en een levende ervaring bieden in waar we mee bezig zijn. Doet hij dit door het er maar niet meer over te hebben? Door zich te beperken tot de oproep om er liefdevol en geduldig toeschouwer van te zijn? Nee, hij biedt met zijn uitleg en metafysica meer en hij probeert ons wakker te maken opdat we stoppen met beschuldigen, bang zijn, aannvallen en alles wat hoort bij onze keuze om te geloven in afgescheidenheid. Gun jezelf zijn liefde maar ook zijn wijsheid, hij geeft deze niet voor niks.

Omgaan met ego-verhalen.

Als ik me goed herinner betrof het volgende de manier waarop indianen omgingen met stamgenoten die worstelden met persoonlijke problemen. Ze gingen in een kring zitten en gaven allemaal volledige en liefdevolle aandacht aan het verhaal van hun broeder die het probleem inbracht. Meer niet. Als echter deze persoon bij een volgende gelegenheid dezelfde kwestie nogmaals uitgebreid wilde gaan vertellen dan keerden de anderen zich demonstratief om. Ze gaven het verhaal geen verdere aandacht.

Deze handelswijze doet me denken aan een opleiding non-duaal coachen die ik ooit volgde. De eerste les ging over drie manieren van luisteren die we praktisch uitvoerden om te ervaren wat de gevolgen van de betreffende manier waren. Ik schets de oefening:

  1. “Detached”: Je luistert afwezig of zelfs afwijzend naar het verhaal van de ander. Je zit bijvoorbeeld wat achterover met je benen en/of armen over elkaar geslagen. Gevolg: er ontstaat weinig contact en de spreker voelt zich niet gehoord laat staan begrepen. Hij gooit er mogelijk een schepje bovenop of loopt boos weg.
  2. “Attached”: Je zuigt gulzig de woorden van de ander naar binnen en buigt je bijvoorbeeld naar hem toe om je aandacht te tonen. Je kunt zijn arm aanraken en dingen zeggen als: “Och, man toch. Wat erg. Wat een toestand. Oh ja, ik begrijp precies wat je bedoelt. Je hebt het ook niet makkelijk. Ik snap helemaal waarom jij je zo ellendig voelt. Je hebt natuurlijk een punt. Et cetera. Gevolg: De spreker voelt zich helemaal begrepen en in zijn gelijk gesteld. “Zie je wel, de therapeut vind ook dat ik gelijk heb en een enorm menselijk drama meemaak!”.
  3. “Neutraal”: Je geeft als therapeut alle aandacht en maakt open oogcontact. Je zit rechtop en kunt verbaal en non-verbaal laten merken dat de boodschap gehoord wordt en overkomt. Je kunt ook vragen stellen om de kwestie duidelijker te krijgen. Je wijst de persoon en zijn probleem niet af, je ontkent het niet maar je gaat het ook niet bevestigen als zijnde een onoverkomelijk fenomeen dat de persoon de rest van zijn leven zal achtervolgen.

Deze bespiegelingen kwamen naar boven toen ik vanmorgen het bijgevoegde filmpje van Ken Wapnick zag dat ik je van harte aanbeveel. De titel ervan is veelbetekenend: “You can’t get to the truth until you first look at the error” (je kunt niet tot de waarheid komen als je niet eerst bereid bent naar de vergissing te kijken).

Laat me deze drie invalshoeken proberen te combineren. We hebben als cursusstudenten natuurlijk te maken met ziekte en conflicten. Wat gebeurt er als we hier mee omgaan volgens de eerste manier dus detached? We kunnen dan besluiten om heel snel ons heil te zoeken in het roepen van oneliners als “ik ben niet dit lichaam” of “er is eigenlijk niks aan de hand”. Op zich zijn deze uitspraken helemaal waar maar de vraag is of wij ze uit angst roepen, dus om zo snel mogelijk van de vermeende ellende af te komen, of dat we ze roepen als doorleefde ervaring na bijvoorbeeld een vergevingsoefening.

We kunnen ook attached reageren, dus via manier 2. Dat is het “gevaar” van je ervaringen delen met anderen en blijven hangen in “ach wat erg” of “oh, dat heb ik ook (of zelfs erger)”. Je kijkt dan wel naar het ogenschijnlijke probleem maar je accepteert de ego-interpretatie ervan en neemt het serieus. Je geloof in afscheiding en dus ook in de echtheid van kwetsbaarheid, aanval, verdediging, schuld en noem maar op. Het verhaal moet verteld worden, zie het voorbeeld van de indianen, en er moet aandacht gegeven worden maar we moeten voorkomen dat we samen met de spreker gaan geloven dat er een echt drama plaatsvindt.

Het is de taak van de luisteraar en van ons in deze Facebook-groep om liefdevol aandacht te geven aan degene die een kwestie inbrengt. Daarbij wil ik graag opmerken dat ik zelf geen fan ben van de wel erg rigoureuze aanpak van de indianen om na één keer me af te wenden van de spreker. Volgens mij schiet je dan ook door naar de detached houding. Jezus antwoordt in de Bijbel op de vraag van Petrus hoe vaak we de ander moeten vergeven: 7 x 70 maal, dus in feite met engelengeduld.

Het is niet behulpzaam om de ander te bevestigen in zijn visie dat hij werkelijk een slachtoffer is van de wereld of van anderen. Denk aan misschien wel de lastigste maar belangrijkste werkboekles uit de cursus (Nr 31): “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. Door deze les te noemen neem ik het “risico” dat er een cascade aan ellende genoemd gaat worden door lezers van deze blog variërend van een rottige opvoeding, tot karma via natuurrampen naar oorlogsgeweld. Ontken ik dit dan allemaal? Nee, natuurlijk niet, want dat zou een detached reactie zijn, een ontkenning van de macht van de denkgeest die al deze ellende bedenkt zoals Jezus direct uitlegt in les 32: “Ik heb de wereld die ik zie bedacht”. En deze les kan als olie op het vuur gezien worden omdat wij de neiging hebben om het te zien als een beschuldiging.

Ik ga dat hier nu niet uitwerken. Wat ik wel zie is dat het niet behulpzaam is om weg te kijken noch om de vermeende ellende op te blazen. Het rustige luisteren van indianen en van de “neutrale” therapeut kun je zien als het brengen van de kwestie naar de Heilige Geest, naar Liefde. Hij kijkt niet weg van de ego-illusie noch maakt hij de illusie echt door mee te jammeren. Hij kijkt met vergevende ogen en ziet achter alle vermeende ellende een roep om liefde. Kunnen we onze ego-verhalen laten genezen door die zachte blik en kunnen we behulpzaam zijn door met dezelfde blik te kijken naar elkaars verhalen? Laten we samen verder gaan, met engelengeduld.

https://www.youtube.com/watch?v=nZgZHNNizSw

Verder praten over deze blog? Dat kan in de Facebook groep Een Cursus in Wonderen -met elkaar: https://www.facebook.com/groups/1729402673955236

Ik ben op weg samen met jou.

Ik heb veel Advaita of Satsang achtige bijeenkomsten bezocht. Het is fijn om te doen. Je leert hoe alles verschijnt in bewustzijn en je bent samen met gelijkgestemden. Heerlijk. Je drukke denken kan wat kalmeren, je voelt je verbonden met de leraar en de aanwezigen en vredig. Na afloop stap je in de auto, nog helemaal in de sfeer van de meeting. Onderweg toetert de auto achter je omdat hij vindt dat je te langzaam rijdt. Hij haalt je in en snijdt je af om je een lesje te leren. Thuis tref je je partner aan die druk is geweest met de kinderen en jou stilzwijgend verwenst om de serene ochtend die jij hebt gehad terwijl zij thuis aan het redderen was. Er blijft weinig over van de vrede die zo welkom was in je geest.

Het is niet zo moeilijk jezelf verlicht te wanen als je alleen op je kamer zit. De “proof of the pudding”, zoals de Engelsen het zo mooi zeggen, zit hem in de interactie met andere mensen en in de gebeurtenissen in je dagelijks leven. Anders gezegd: in communicatie met anderen word je een spiegel voorgehouden waarbij snel duidelijk wordt hoe diep die mooie eenheidstheorieën nu echt zijn ingedaald.

Er zijn meerdere wegen die tot inzicht leiden. Eén van die wegen is talloze malen bij elkaar komen en lezingen aanhoren waarin je verteld wordt dat er geen zelf is die iets kan bereiken en dat er niets te doen of te leren valt omdat dit juist de illusie van een afgescheiden doener in stand houdt. Is dit dan niet waar? Ja hoor; klopt helemaal, ook volgens de cursus. Maar als Jezus ons deze methode zou willen leren dan had hij zich wel beperkt tot het dicteren van een paar zinnen:

Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.

Prachtig, diep en oh zo waar. Maar Jezus beperkt zich niet tot het eindeloos herhalen van dezelfde oneliner, hoe prachtig deze ook is. Hij geeft ons een hele dikke cursus met daarin een specifieke werkwijze. “Werkwijze? Aha; dat kan niet!”, kan iemand roepen die gecharmeerd is van de eenvoud van de waarheid. “Er valt niks te werken, je bent al voltooid, er is geen weg en dus ook geen werkwijze!”. Wederom, helemaal waar en als je deze “directe weg” (overigens een contradictio in terminis) jouw ding is, so be it.

Maar de weg die Jezus ons aanreikt is er één waarbij hij onze relatie met de medemens centraal stelt. Van “relation” afgeleide woorden komen 352 keer voor in de cursus. Wij mogen leren hoe we van “speciale relaties” (en dit ”speciaal” is in de cursus niet positief bedoeld) komen tot heilige relaties. In het Nieuwe Testament raadt Jezus ons aan om God lief te hebben en om onze naasten lief te hebben als onszelf. Vertaald in de terminologie van de cursus kunnen we zeggen dat we het wonder mogen accepteren voor onszelf en het mogen aanbieden aan onze broeders en zusters.

Jezus’ boodschap is niet veranderd. Hij vertelt ons in de Bijbel de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Een reiziger is aangevallen door rovers en ligt gewond langs de weg. Wat adviseert Jezus niet? Hij geeft ons geen tips hoe we kunnen voorkomen dat onze innerlijke rust verstoord wordt door dit tafereel. Hoe we sereen en liefdevol het wonder, de liefde, voor onszelf mogen ervaren en genieten van onze spirituele verlichting zonder verder iets te doen. Nee, liefde moet stromen en daarvoor zijn we aan elkaar gegeven. Door het wonder, in dit geval in de vorm van tastbare hulp aan de gewonde reiziger, aan te bieden leren we dat we liefde zijn. De hele weg van Jezus is een weg waarbij we aan elkaar gegeven zijn om samen te ervaren dat liefde de enige waarheid is.

Natuurlijk moet ik de bereidheid hebben om “ja” te zeggen tegen liefde en het laten stromen van liefde en zo bezien kun je de weg van Jezus een individuele weg noemen. Maar open voor de grap eens een online versie van de Cursus en zoek hierin op het woord “together” (samen). Je vindt meer dan 200 prachtige hits.

Hier één voorbeeld (Txt 17: V: 10):

Door heel het Zoonschap weerklinkt het lied der vrijheid, als vreugdevolle echo van jouw keuze. Jij hebt je met velen in het heilig ogenblik verbonden, en zij hebben zich verbonden met jou. Denk niet dat je keuze jou zonder troost* zal achterlaten, want God Zelf heeft jullie heilige relatie gezegend. Sluit je aan in Zijn zegen, en houdt de jouwe niet achter. Want al wat ze nu nodig heeft is jouw zegen, opdat jij mag zien dat daarin verlossing rust. Veroordeel de verlossing niet, want ze is tot je gekomen. En verwelkom ze tezamen, want ze is gekomen om zich bij jou en je broeder samen aan te sluiten in een relatie waarin heel het Zoonschap tezamen gezegend is.

Hartegroet,

Simon Schoonderwoerd
Verder praten over deze blog? Bezoek de Facebookgroep “Een Cursus in Wonderen – met elkaar.” Welkom!https://www.facebook.com/groups/1729402673955236

Beschuldigd.

Een goede vriendin van me leeft in onmin met haar zoon. Of beter gezegd; de zoon leeft in onmin met zijn moeder. Er is al vele jaren geen contact. De moeder is erg verdrietig temeer daar ze ook nooit contact heeft mogen hebben met haar kleinkinderen. Ze kan niet veel meer doen dan machteloos meekijken via sociale media. Iedere poging van haar om het contact met haar zoon en zijn gezin te herstellen wordt afgewezen. Bemiddeling door haarjongere zoon bleek tevergeefs.

Ik heb dikwijls hierover met haar gesproken maar had niet verwacht dat een dergelijke situatie ook op mijn pad zou komen; een dierbare is boos op mij, spreekt haar boosheid wel uit naar anderen maar niet naar mij. Contact wordt afgehouden. Zo’n situatie triggert van alles bij me. Eerst is er verbazing: “wat is er aan de hand?”. Ik spoel de band van mijn geheugen terug en laat onze laatste contactmomenten de revue passeren. Op die band tref ik nauwelijks conflicten aan. Ik snap het niet. Als haar iets dwars zit, waarom neemt ze dan geen contact met me op?

Ik zit zo in elkaar dat ik direct op zoek ga naar wat ik fout heb gedaan. Ik ga het pad op van zelfbeschuldiging. Mijn verstand probeert me vrij te pleiten maar zo werkt het niet. Ergens moet ik wel schuldig zijn, de dader die de telefoon moet oppakken om het weer allemaal goed te maken. Degene die om vergiffenis moet vragen en hopen op de edelmoedigheid van de ander. Ik zie foto’s voorbij komen. Ze is op vakantie en heeft het heerlijk naar haar zin. Dan groeit er ook iets van boosheid in me. Zij zit schijnbaar nergens mee en ik loop me zorgen te maken, voel  me onzeker en ongelukkig, gegijzeld haast.

Eerst weer even landen. Rustig ademhalen. Toekijken. Ik zie nu dat ik heb gekozen voor “het koesteren van grieven”, dus het (onbewust) koesteren van boosheid. Ik doe nog een stapje terug en zie dat onze “normale, menselijke” benadering niet werkt en nooit zal werken. Wij willen als een soort rechter de balans van goed en kwaad erbij halen en op de ene schaal haar zonden leggen en op de andere schaal de mijne. Het lijkt zo’n logische aanpak maar hiermee maken we de zonden echt. We gaan er dan vanuit dat we afgescheiden, kwetsbare wezentjes zijn die elkaar echt iets kunnen aandoen. Daarmee geloven we weer in de zondeval, onze val uit het geestelijke domein, de Hemel. Dit geloof resulteert in geloof in zonde jegens God, een diep schuldgevoel in onszelf en een gevoel van afgescheidenheid ten opzichte van onze broeders en zusters. Het spel van zonde, schuld, angst, aanval en verdediging is begonnen. Het zwartepieten met schuldgevoelens.

Weer even tot rust komen. Nu komt het beeld van Jezus naar voren die voor Pontius Pilates staat. “Ik zie geen schuld in deze mens”, stelt Pilates. “Kruisig hem!”, schreeuwt de massa. Deze massa is gek van woede. De, in onze ogen, echte schuldige, Barabbas, mag van de massa worden vrijgelaten als de onschuldige Jezus maar gedood wordt. Wij kunnen ware onschuld niet verdragen, het is te bedreigend en voor ons gevoel overweldigend. We zijn bang voor de niet-oordelende liefde van God en van Jezus. Jezus zwijgt tot verbazing van Pilates. Ik moet denken aan werkboekles 153: “In mijn verdedigingsloosheid ligt mijn veiligheid”. Jezus speelt het spel van beschuldigen, van aanval en verdediging, niet mee. Hij vergeeft de soldaten die hem kruisigen. “Vergeef hen vader, ze weten niet wat ze doen”. Hij ziet slechts vergissing, zondeloze broeders en geen schuldigen.

Het voelt alsof we door de beschuldiging van de ander gekruisigd kunnen worden maar ECIW leert ons dat we alleen onszelf kunnen kruisigen. Dat gebeurt als we meegaan in de illusie van schuld. Er zijn geen schuldigen en onschuldigen, zelfs Barabbas was een schuldloos Kind van God die hooguit vanuit een roep om liefde gedrag vertoonde dat wij misdadig zouden noemen.

Wij zijn verslaafd aan beschuldigen: “Kijk broeder, ik sterf door jouw handen”, willen we de ander toeroepen. We koesteren ons slachtofferschap en weer grijpt de cursus in: WB31: “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. Degene die mij beschuldigt projecteert schuld op mijn maar dit is een roep om liefde. Als ik niet oplet doe ik hetzelfde richting haar, maar dat wil ik niet. Ik merk de aantrekkende werking van schuld, van het koesteren van grieven maar wil die weg niet inslaan.

Wat dan? Ik hoef mijn verdriet over het verloren contact niet te ontkennen. Het is Gods Wil dat Liefde stroomt. Dat we vergeven en hiermee onze rol vervullen:  Txt 4: VII:6:

Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.

Want zo voelt het nu: eenzaam omdat communicatie niet plaatsvindt, omdat een kanaal van liefde gesloten lijkt.

Ik breng alle betrokkenen voor mijn geestesoog en herhaal de zin: “wij zijn de zondeloze Kinderen van God”. Dit doet me goed, het voelt goed. Door “wij” te zeggen vindt er een zoeken naar verbinding plaats, een open zetten van alle kanalen. Ik besef dat liefde, hoewel zij een kracht is, niet zal overweldigen. Mijn Zuster kan ervoor kiezen de deur nog even dicht te houden. Maar ik mag bidden: “Geef me je zegen, heilige Zuster van God”. Ik mag voorbij de schijn kijken, voorbij de illusie, met toegewijde, liefdevolle waarneming. Ik houd de deur open en nodig haar uit om na haar vakantie langs te komen om bij te praten. Dat lijkt me fijn.

Dapper

De hoofdmeester op de lagere school sprak een keer over dapperheid. Hij legde uit dat dapperheid niet betekent dat je helemaal geen angst kent voor gevaarlijke situaties. Nee, echte dapperheid, zo stelde hij , betekent dat je ondanks je angst toch doet wat er gedaan moet worden. Ik was als kind al wat angstig en misschien dat ik daarom zijn woorden vijftig jaar kon onthouden. Ik sprak ze laatst nog uit tegen een dierbare broeder die in zijn leven ook veel heeft geworsteld met het thema angst.

Onlangs kreeg ik via via een bericht toegestuurd van een, letterlijk, oude bekende die op 90 jarige leeftijd “na een dappere strijd” toch was overleden. Ik weet niet precies wat er aan de hand was maar de woorden suggereren dat de man langere tijd aan een slopende ziekte heeft geleden. Het bericht zette me aan het denken. Wil ik als het zo ver is ook dapper strijdend het aardse tafereel verlaten? Wat is dapperheid eigenlijk?

Het eerste dat bij me naar boven kwam is dat wij denken in tegenstellingen. Daarbij is dapperheid het tegengestelde van angstigheid. Ik heb altijd een lichte tegenzin om mijn vertrouwde huis te verlaten en om op vakantie te gaan. Als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat hier angst achter zit, angst voor het onbekende en gehechtheid aan het bekende, aan mijn vertrouwde omgeving, mijn eigen bed enzovoort. Ik kan wel eens wat jaloers zijn op mensen die avontuurlijk zijn en met een rugzak op de natuur in trekken of op een zeilboot de oceaan oversteken. Als ik me dit voorstel dan komen er allerlei “maar wat als…” gedachten naar boven. Mogelijk denken de avonturiers minder ver vooruit of misschien hebben ze meer zelfvertrouwen en denken ze: “dat zien we dan wel weer” of “als er wat gebeurt dan los ik het wel op”.

In Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL) gaat het ook over vertrouwen. Wat droog geformuleerd komt het er in mijn beleving op neer dat we ons mogen overgeven aan de leiding door de Heilige Geest of mogen vertrouwen op de welwillendheid van het Al. Dat valt niet mee. Als ik om me heen kijk zie ik vooral tv-beelden van mensen die niet bepaald welwillend door het Al worden behandeld. Voorbeelden zijn hier overbodig. Vanuit ons huidige perspectief zijn we kwetsbare en sterfelijke wezentjes en zolang we dit geloven en geen ervaring hebben die ons wat anders laat zien, tobben we angstig verder.

Twee maal in mijn leven werd ik gedwongen om in grote angst de “dappere strijd” te staken. Eén voorval beschreef ik in een eerdere blog (zie: https://eciwcoach.com/2024/06/11/stel-je-krijgt-een-erge-ziekte/) . Het andere voorval heeft hiermee te maken. De goedaardige hersentumor waar ik in de eerdere blog over schreef kondigde zich aan met een epileptische aanval. Ik wist niet wat er gebeurde terwijl steeds meer spiergroepen van mijn lichaam verkrampten. Ik dacht dat ik zou sterven en werd doodsbang. Ik viel in de keuken en het laatste wat ik zag was hoe de keukenkastjes zich van me af leken te bewegen. De angst was weg en ik moest inwendig lachen terwijl ik dacht: “ook wat, het laatste wat ik in dit leven zie zijn keukenkastjes”.

In beide situaties staakte ik uiteindelijk de strijd en daarmee verdween direct de angst en daalde een onmiddellijke en diepe vrede op me neer. De voorvallen vormen nu bakens voor me, een soort vergezicht en de hoop dat er meer mogelijk is dan strijdend ten onder gaan. Ik wil voordat dit lichaam definitief terzijde gelegd gaat worden in het reine komen met wat wij zien als die verschrikkelijke dood. Die dood waar we doodsbang voor zijn en waartegen we zo dapper willen strijden. ECIW en ECvL zijn mijn trouwe metgezellen op weg naar het inzicht dat niet dapperheid mijn doel is maar het verkrijgen van inzicht in de illusie van lichamelijk lijden, leven en sterven.

Een voor mij belangrijke les is de vraag waar we om mogen bidden waar het gaat om angst. We neigen ernaar om zoiets te bidden als: “Heer, ik ben zo bang, maak me dapper”. Maar dit gaat niet ver genoeg. In het woord “dapper” zit als het ware het woord “angst” verstopt. Als je vecht tegen angst dan waardeer je deze angst als zijnde “echt” en als iets dat bestreden dient te worden. Maar ECIW en ECvL roepen ons niet op om dappere strijders te worden maar om ons te leren dat er altijd sprake is van vrede maar dat wij ervoor kiezen om er een angstige droom van afgescheidenheid in te projecteren. De Heilige Geest speelt dit spel gelukkig niet met ons mee door ons dapperder te maken. Hij respecteert onze keuze om ons afgescheiden, en daarmee angstig, te willen maken en kan ook niet anders. Onze wil is zo machtig dat we ervoor kunnen kiezen om ons afgescheiden en angstig te voelen en de liefde buiten de deur te houden. De liefdevolle HG overweldigt ons niet. Wat en hoe dan wel?

Onze angst, of deze nu voor een reisje is of voor de dood, is gebaseerd op ons geloof in- en keuze voor afscheiding, ook al is deze afscheiding onmogelijk. We vergissen ons slechts. Angst laat ons dit zien. Ons geloof, onze zieke (denk)geest, mag genezen worden en hierom mogen we bidden. We moeten niet vragen om het effect (de angst) van ons weg te nemen maar de oorzaak ervan in onze denkgeest, onze onschuldige en onmogelijke rebellie tegen de Vader, tegen de Liefde. Het lijkt misschien een woordenspel maar het is essentieel als we hierover duidelijkheid willen krijgen.

Wij zijn liefde en liefde kent geen tegendeel. Er is geen strijd gaande tussen angst en liefde maar we nemen de angstdromen nu nog serieus. Een beter gebed zou ongeveer zo kunnen luiden:

Heer ik voel me bang en kwetsbaar, een speelbal van het noodlot.
Ik geloof nog zo stellig dat ik dit lichaam ben en dat ik moet vechten voor mijn bestaan.
Heer, ik ben vergeten wie ik werkelijk ben.
Ik ben U en Uw Liefde vergeten.
Ik wil stil worden Vader en me overgeven aan Uw Liefde.
Dank dat U trouw bent en altijd op mij wacht.
Dank U voor Wie U bent en dat ik U mijn Vader mag noemen.
Amen.

Ach dat is slechts jouw eigen projectie!

Misschien herken je dit wel. Je vertelt aan een medestudent dat je door iemand vervelend bent behandeld waarop de ander je haarfijn uitlegt dat dit “slechts jouw projectie” betreft. En daar sta je dan, ietwat beschaamd zelfs. Je hebt het weer fout gedaan, je hebt weer eens iets geprojecteerd en nu sta je te kijk als een soort naïeve beginneling. “Projectie” wordt de algemene oplossing voor elk gesprek, de dooddoener die in één harde klap precies duidelijk maakt wat er aan de hand zou zijn.

Maar schieten we hier nu echt veel mee op? Ik betwijfel het. Klopt het dan niet? Jawel; metafysisch gezien is alles wat we hier menen mee te maken projectie. Een Cursus in Wonderen (ECIW) leert dat we tijdloze, onkwetsbare geesten zijn en alles, ja alles, wat maar enigszins iets anders lijkt te zeggen, is projectie. Ons lichaam? Projectie. De wereld? Projectie. Een medestudent verwijten dat hij of zij aan het projecteren is? Ha, ha; ook projectie. Het idee dat je door noodlot getroffen kunt worden? Projectie. En ga zo maar door.

In mijn beleving worden gesprekken over projectie vooral vervelend als we anderen de maat nemen. Er klinken dan harteloze uitspraken als: “kennelijk hebben ze nog vergevingslessen te leren; in feite roepen ze de situatie over zichzelf af”. Ofwel: ze projecteren hun eigen ellende. En wederom geldt dat dit op een “hoog metafysisch niveau” waar mag wezen; de Zoon van God projecteert inderdaad volgens ECIW het tijd- en ruimte gebonden universum met alles erop en eraan inclusief al het leed. Maar is het behulpzaam om hiermee telkens te schermen richting je broeders en zusters? Mij helpt het om vooral zelf  m’n eigen projecties te onderzoeken als ik van streek raak in contact met anderen, ziekte of rampspoed.

Dus de vraag: “hoe zit het nu precies met dat projecteren”, parkeer ik voorlopig. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet aan de gang ga met mij reacties. Want als ik mijn innerlijke vrede verlies in contact met anderen, bij ziekte of bij rampspoed dan geloof ik dat ik een kwetsbaar wezentje ben en is dit een teken dat ik me mijn ware identiteit als onkwetsbaar, geestelijk Kind van de Vader niet herinner. Ik heb dan nog vergevingslessen te leren. Maar daarin hoef ik ook weer niet te overspannen te reageren en te streng te zijn voor mezelf.

Het zal best zo zijn dat ten diepste geldt dat ik uiteindelijk, als God de laatste stap heeft gezet, helemaal geen anderen en geen wereld meer zal zien. Maar dat ligt buiten het bereik van de cursus. Tot die tijd kom ik gewoon broeders en zusters tegen die zich, net als ik, op grillige en dikwijls onplezierige wijze kunnen gedragen, bijvoorbeeld boos, sacherijnig, jaloers, hooghartig enzovoort. ECIW leert me niet om ernstig aan mijzelf te gaan twijfelen als ik deze mensen tegenkom en al helemaal niet om vroegtijdig de dooddoener te lanceren en te roepen: “er zijn geen anderen; het is allemaal slechts projectie!”.  

Zolang ik hier meen rond te wandelen is de uitnodiging niet om alles te ontkennen maar om te onderzoeken wat mij nog triggert. Word ik bang van die boze ander? Raak ik geïrriteerd van dat slechte humeur van haar? Voel ik me beledigd als die ander voor wie ik zo veel heb gedaan mij niet dankbaar is?  Zie je het verschil? Wat raakt mij in dit leven (illusoir of niet)? Wat triggert mij?

Jezus zet me aan het denken door mij er op te wijzen dat het gedrag van mijzelf en dat van anderen eigenlijk in twee categorieën uiteenvalt: uitingen van liefde of een roep om liefde. Door hierop te letten kan ik steeds meer gaan leren wat er aan de hand is. Ik kan leren om mijn interpretatie van het gedrag van anderen ernstig te betwijfelen. Als ik iets anders zie dan een uiting van liefde of een roep om liefde dan heb ik genezing nodig van mijn denkgeest. Ben ik bereid mijn oordeel los te laten en de Heilige Geest te vragen mij een andere blik op de situatie of op die ander aan te reiken? Of wil ik blijven mokken, me verongelijkt voelen of, zoals de cursus het zo treffend omschrijft, mijn grieven blijven koesteren?  

En dan kan er iets bijzonders gebeuren. Als de denkgeest geneest lijkt het wel of je minder vaak, of misschien helemaal niet meer, in steeds weer diezelfde soort nare situaties terecht komt. Het lijkt wel of je minder vaak “dat soort irritante mensen” tegenkomt. Soms merk je dat pas na verloop van tijd of je krijgt het terug van anderen. “Je blijft er zo rustig onder”, hoor je dan bijvoorbeeld.

Je krijgt langzaam maar zeker door dat je het inderdaad jezelf aan doet als je van streek raakt in contact met vervelend gedrag van anderen of in nare situaties. Natuurlijk kun je je nog steeds slachtoffer voelen maar zodra dit gebeurt richt je de blik naar binnen. Je herkent de gekwetstheid als trigger, als diagnosticum: hé, ik geloof dat ik slachtoffer ben van hem, haar of van deze situatie. Heilige Geest, Heer, Vader, Liefde: leer mij anders zien. Door deze bereidheid kan het wonder plaatsvinden. Liefde kan met al haar transformerende kracht jou en jouw relatie met je broeders en zusters genezen. Zelfs als die ander nog wat liefde blijft vragen door te blijven mopperen en “projecteren” raak je minder snel van slag. Je weet het immers zelf: projecteren is lastig af te leren.

De verwarring: ECIW en non-dualiteit

Is het nodig om weer woorden te besteden aan dit onderwerp? Naar mijn mening wel. Veel cursus-studenten zijn min of meer bekend met het directe pad via Advaita, satsang-bijeenkomsten en andere visies. Dit leidt tot spraakverwarring in ECIW Facebook-groepen en dit blijkt niet altijd even behulpzaam. In mijn beleving verschillen ECIW en de directe weg niet zozeer in doelstelling als wel in aanpak. Probeer bezwaren die direct naar boven komen bij mijn duale taalgebruik even te parkeren en onbevooroordeeld verder te lezen.

Laat ik het zo algemeen en kort mogelijk, en daarmee misschien ietwat simplistisch,  proberen te omschrijven. Beide wegen geven aan dat wij ons vergissen als we ons identificeren met ons “kleine zelf”, ons lichaam en het ego. Ze stellen dat wij ten diepste onbegrensd bewustzijn zijn ofwel denkgeest. Anders gezegd: onze werkelijke natuur is veel ruimer en veel meer verbonden met alles en iedereen dan wij normaal gesproken ervaren. Wij denken dat we een klein doenertje zijn die van alles voor elkaar kan boksen in de wereld. Met een vrije wil, met de mogelijkheid plannetjes te maken om een rijker, gezonder, gelukkiger mens te worden. Helaas gaat dit ook gepaard met een gevoel van kwetsbaarheid, van lijden en een geloof in eindigheid en sterfelijkheid. Beide wegen stellen dat we ons dus vergissen.

De directe weg is compromisloos waar het de mogelijkheid betreft voor dit kleine zelf om zichzelf aan zijn haren uit het moeras te trekken. Deze pogingen versterken slechts de illusie dat het doenertje echt is, dat de situatie nu nog niet oké is en dat door de inspanningen van dat onechte doenertje alles wél oké zal worden. Je bent als een hondje dat zijn eigen staart achterna rent. Sleutelwoorden bij de directe weg zijn acceptatie (zelfs accepteren dat je niet accepteert) of, iets preciezer gezegd, zien hoe alle fenomenen verschijnen in bewustzijn. Je kunt in feite niets doen omdat je niet het doenertje bent maar bewustzijn en dat besef kan in ene of geleidelijk doordringen. Dat voelt als bevrijding, als bewustzijnsverruiming als verlichting etc.

Het einddoel van ECIW is hetzelfde. Je wilt ontdekken dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden en dat je nog steeds thuis bent in de Denkgeest van God; gedachten verlaten niet hun Bron. De weg is echter wel degelijk duaal maar wel duaal op een bijzondere manier. Waarom is ECIW een duaal pad? Omdat, zo stelt de cursus, Jezus kiest voor duale taal omdat dit de enige taal is die we vooralsnog snappen. Wat maakt zijn duale taal dan zo bijzonder? Ook zijn kernboodschap is “ik hoef niets te doen” maar omdat hij weet dat wij erg slecht zijn in niets doen, geeft hij ons toch iets te doen. Hij vraagt ons bereidwillig te zijn, ons open te stellen voor de leiding door de Heilige Geest (duidelijk duale taal) of om onszelf en anderen te vergeven (duaal) om zo verlossing deelachtig te worden (ook duale taal: als alles oké is, wie kan er dan verlost worden door wie en waartoe?). Tenslotte zet God de laatste stap (maar in de non-duale visie valt er weinig te stappen).

Maar kijk eens wat een “zachte” doe-vormen Jezus aanreikt. Van “het instrument” vergeven zegt hij: “ga er maar mee aan de slag, je kunt er in ieder geval geen kwaad mee aanrichten”. Hij geeft aan vergeving daartoe wel een nieuwe betekenis: je neemt iemand niet meer kwalijk wat hij niet heeft gedaan. De ander wordt dus ook al middels de visie van Christus beschouwd als voltooid en zondeloos. Ofwel; Jezus’ oefenvormen zijn tamelijk veilig en nauwelijks illusie versterkend.

De grote grap is dat we door deze veilige oefenvormen (zelfs een heel werkboek) steeds meer gevoel gaan krijgen voor de non-duale waarheid. Anders gezegd; we gaan steeds beter ervaren en doorzien dat het “al volbracht is”, dat we nooit weg zijn geweest van Thuis en dat we reeds de voltooiden zijn. We ontdekken dat de kruisiging in feite ons (schuldeloos) geloof in afscheiding is en dat verlossing neerkomt op het doorzien dat alles al volbracht is, dat het totale genade is, dat er geen inspanning van een doenertje mogelijk is omdat er geen afgescheiden doenertje bestaat. Zie je dezelfde uitkomst als de non-duale weg?

Overigens is menig student van de non-duale weg toch ook opvallend doenerig bezig met het pad waarop zogenaamd niks te doen valt. Hij bezoekt trouw talloze meetings en geeft zich over aan de woorden van de leraar en de vredige sfeer in de meeting. Ook hier ontstaat een gevoel van verbondenheid en de kans dat de bodem uit het geloof van een afgescheiden ikje te zijn valt.

Spraakverwarring vindt plaats als ECIW-studenten hun medestudenten alvast met non-duale oneliners gaan bestoken en daarmee de zachte “methode” van ECIW ter discussie stellen. Dat gebeurt bijvoorbeeld als ze zeggen dat er geen Heilige Geest is tot wie we ons kunnen richten of dat we Jezus als symbool moeten zien. De cursus beoogt in mijn beleving ons via de zachte “methoden” van overgave en vertrouwen (en vergeving, wonderen ontvangen en aanbieden) een ervaring van verlossing (Engels: at-one-ment, eenwording) te bieden. Via duale begrippen en deze zachte methode ontdekken we dat we de dromer van de droom zijn. Hiervan zegt men op de directe weg: alles is bewustzijn.

Persoonlijk geniet ik erg van de universaliteit van de (niet-) verschillende visies. Maar ik zie ook dat de methodiek van de Cursus op een bijzondere, niet gevoel-van-afscheiding-bevorderende wijze duaal is. Hier is niks minderwaardigs aan en dit hoeft niet telkens gecorrigeerd te worden want dat werkt in mijn beleving verwarrend voor veel studenten. Daarom is één van de “groepsregels” binnen de Facebook-groep “Een Cursus in Wonderen -met elkaar” dat we zoveel mogelijk uitgaan van de weg van Jezus. Dit is de weg van vertrouwen op Jezus en op de Heilige Geest, het wonder van liefde ontvangen voor onszelf, het aanbieden van liefde in gedachte, woord en daad aan elkaar om zodoende ons geloof in afgescheidenheid te laten helen en de ervaring van stromende liefde (vereniging, verbondenheid, heilige relatie) deelachtig te worden. Het Engelse “Course” van Een Cursus in Wonderen en Een Cursus van Liefde kan ook vertaald worden als “pad” of “weg”; een weg van wonderen of een weg van liefde. Het bijzondere is dat we een weg bewandelen om te gaan leren dat we nooit zijn vertrokken van Thuis. Hoe non-duaal wil je het hebben?

Tenslotte een korte opmerking over de “eindvisie”. Hierover kunnen aanhangers van de directe weg verschillen van mening met ECIW-studenten. Zelfs ECIW-leraren hebben hierop niet zelden verschillende visies. Verdwijnt alles in absolute eenheid? Hier schiet ons voorstellingsvermogen tekort. Dus zullen we dit maar even laten rusten en elkaar niet met metafysica om de oren gaan slaan? Dan stellen we gewoon voor nu: we zien wel waar het op uitloopt. 😉

Kerngedachten van Een Cursus in Wonderen.

1: De vergissing:

Jezus legt ons uit dat we tijdloze, geestelijke Kinderen zijn van de Vader en dat we ons vergissen als we menen dat we afgescheiden, fysieke, tijd- en ruimte gebonden mensen zijn die een tijdje rondwandelen op aarde om na een leven van geluk en ongeluk te sterven. Toch noemen wij onze vergissing: “de werkelijkheid”.

2: De remedie:

Door niet vast te houden aan ons geloof in onze “werkelijkheid” en ons over te geven aan de Heilige Geest kan onze vergissing gecorrigeerd worden (“de gespleten denkgeest kan genezen”). De Heilige Geest kan onze onjuiste waarneming van lichaam en wereld genezen, helende liefde gaat stromen en we gaan onszelf en onze broeders en zusters weer herkennen als geestelijke wezens in heilige relatie met elkaar en met de Vader.

NB: De Heilige Geest kan dus zelfs onze onjuiste perceptie van onszelf en van de wereld gebruiken ter heling (heiliging).

3: De eindsituatie:

Genezing van onze denkgeest zorgt ervoor dat de droom van afscheiding overgaat in een gelukkige droom. Dat onze beperkte visie wordt getransformeerd naar de visie van Christus. Uiteindelijk spreekt ECIW over de Nieuwe of Echte Wereld. Hierna neemt God de laatste stap en zijn we weer Thuis. Dan zien we dat we nooit echt weg zijn geweest.

We zijn mind en projectie bepaalt perceptie:

Binnen de zich vergissende (zieke) mind projecteren we beelden van een fysieke wereld waarin we ons als fysiek lichaam afgescheiden voelen, een klein, kwetsbaar en afgescheiden zelf. Projectie maakt perceptie. Door ons geloof hieruit terug te trekken en door (binnen de droomwereld) liefde te ontvangen en te laten stromen, geneest onze mind, projecteren we heelheid en gaan we een geheelde wereld zien. Sleutelwoorden zijn ontwaken, vergeving en verlossing.

Grootste blinde vlek bij omgaan met de cursus:

Omdat we ons echt afgescheiden voelen, een klein zelf, redeneren we ook vanuit dit kleine zelf. We denken dat IK anderen en de wereld projecteer en voelen ons hierover persoonlijk (!) schuldig. We zien niet dat een zich schuldig en afgescheiden voelend klein zelf de uitkomst is van een vergissing en in feite het vreemde doel van deze vergissing.  

Ontwaken uit de droom:

Pogingen om alles te begrijpen vanuit ons IK, vanuit het kleine zelf, dus pogingen om het gepercipieerde leed zelf op te lossen zijn tot mislukken genoemd. We hebben bereidheid nodig ons over te geven aan- en te vertrouwen op de Heilige Geest. We hebben een verschuiving van perspectief nodig. Daarom vormen vergeving en verlossing sleutelwoorden in de cursus.

Waarom deze samenvatting?

Omdat ik meen dat het nuttig is deze kerngedachten van de Cursus niet uit het oog te verliezen. Dit zie ik namelijk op twee manieren gebeuren:

1: Te snel naar de eindconclusie springen en stellen dat we alles moeten afdoen als illusoir. We gaan dan in feite onze droom ontkennen en stellen dat het kleine zelf, de wereld en het lijden niet bestaan terwijl we het wel degelijk nog als echt ervaren. Dit is niet de weg van de cursus maar een spirituele bypass. Vergeving is meer dan verstandelijke ontkenning.

Als niet echt behulpzame tegenreactie volgt dan dikwijls het volgende:

2: De droom omschrijven als “werkelijk” en door God bedoeld. We halen dan twee begrippen door elkaar: werkelijkheid en behulpzaamheid. Nergens stelt de Cursus dat de droom werkelijk is en door God bedoeld. Maar de Cursus geeft wel aan dat de Heilige Geest de droom kan gebruiken om ons terug te voeren naar de Werkelijkheid.

Het kan heel wijs klinken om te stellen dat het onderscheid maken tussen geest en lichaam een duale misvatting is en dat daarom ego, lichaam en rampspoed in de wereld door God bedoeld moeten zijn en onderdeel vormen van Zijn Schepping. Je tornt dan echter aan de kern van de Cursus door wat de cursus aanduidt als een vergissing onderdeel van Gods Schepping te maken. De droom zou zo bedoeld zijn en ontwaken is dan ook volgens deze redenering niet nodig. Wie deze visie aanhangt reageert dan ook allergisch op woorden als vergeving en verlossing. Want wat zou er te vergeven zijn als er niks gebeurd is? Waar zouden we van verlost kunnen worden als alles al oké is en door God zo bedoeld?

In feite neemt men ECIW hiermee niet serieus. Er wordt in de cursus bijna 500 maal gesproken over vergeving, ruim 200 keer over verzoening en 350 keer over de droom.

Samenvattend: We hoeven wat wij onze “normale” wereld noemen niet te ontkennen en we mogen in deze wereld leren om het wonder van liefde te aanvaarden voor onszelf en het wonder aan te bieden aan anderen. Maar ons doel is niet om er hier maar het beste van te maken. Het doel is om wakker te worden en onze ware Identiteit steeds meer te gaan herinneren. Laten we de kerngedachten van ECIW niet vergeten. Jezus wil ons vertellen dat we meer zijn dan een klein sterfelijk wezentje dat mag dromen over een betere wereld. Hij stelt dat we tijdloze Kinderen van de Vader zijn die dromen een klein kwetsbaar zelf te zijn. Wat een perspectief! Amen.

Door Hem gedragen.

Lezers die mijn blogs volgen weten dat ik al jarenlang tegengas geef als ik meen dat cursus-waarheden op een weinig liefdevolle wijze worden gebruikt. Ik zal hier volstaan met één voorbeeld: het is niet behulpzaam om tegen iemand die een dierbare verloren heeft te zeggen dat deze dierbare een les moest leren, zelf zijn ongeluk of ziekte projecteerde en dat er in feite niks aan de hand is omdat hij toch nooit het lichaam was maar een onsterfelijk kind van God. We mogen het onszelf aanrekenen als we op grond van dit soort uitspraken door buitenstaanders worden gezien als een maffe club en als een dogmatische sekte.

Langzaam maar zeker begon ik onderscheid te maken tussen de (cursus-)waarheid an sich en de vraag hoe behulpzaam deze waarheid is voor degene die haar te horen krijgt of er mee aan de slag gaat. Ik ontdekte dat de cursus-gemeenschap in Nederland jarenlang vooral bekend was met de door Ken Wapnick uitgegeven versie van de Cursus (de FIP-editie) en met Ken’s, zoals ik het omschreef, hyper abstracte interpretatie van Een Cursus in Wonderen. Vind ik zijn visie onjuist? Nee, dat gaat mij te ver. Maar ik merk wel dat we onszelf voorbij lopen en het contact met het “normale” leven dreigen te verliezen als we de problemen waar we mee te maken hebben vanuit ons huidige perspectief te snel weg redeneren vanuit het abstracte eindperspectief van de cursus.

Het was voor mij een verademing toen ik ontdekte dat er andere, completere, edities van Een Cursus in Wonderen bestaan en dat er leraren waren die in hun uitleg meer aansloten bij de woorden van Jezus uit de cursus. Ik denk vooral aan Robert Perry van The Circle of Atonement en zijn Complete & Annotated editie van de cursus. Robert ziet en benadrukt ook veel meer de continuïteit van de boodschap van Jezus in het Nieuwe Testament en de cursus en deze continuïteit ervaar ik zelf ook heel sterk. Zijn visie op de cursus klinkt warmer, zachter en menselijker en toch heel cursus-getrouw.

Vervolgens gebeurde er iets opvallends. Ik raakte betrokken bij de vertaling van A Course of Love (Een Cursus van Liefde, ECvL) en samen met vele ECIW-studenten verheugde ik me over de diepgang en warmte van dit boek. Vanuit de ECIW-gemeenschap werd verdeeld gereageerd op ECvL. Sommigen vonden het boek “te duaal” en anderen, waaronder ikzelf, hoorden hoe Jezus in dit boek de draad van ECIW oppakte en ons weer aan de hand nam. Het opvallende bestaat hieruit dat door ECvL de boodschap van ECIW weer dieper bij me binnenkomt. ECvL spreekt over heelheid-van-hoofd-en-hart en het voelt daadwerkelijk dat de boodschap van ECIW (en van het Nieuwe Testament) steeds meer gaat resoneren met mijn hele wezen.

Het maffe is dat hierdoor een herwaardering voor de onversneden kern van de boodschap van ECIW bij me plaatsvindt. Ik las en herlees de boeken van Nouk Sanchez (The End of Death en A Manual for Holy relationship) met daarin de radicale kernboodschap van ECIW. Haarscherp zet zij neer dat we een keuze hebben te maken tussen twee denksystemen; dat van het ego en dat van de Heilige Geest. Ze laat aan de hand van talloze citaten uit ECIW zien dat er geen compromis mogelijk is tussen deze twee. Ze laat zien dat wij van het lichaam het idool gemaakt hebben van het ego denksysteem en hoe ons geloof hierin onze verlossing blokkeert.

In de Facebook-groep Een Cursus in Wonderen – met elkaar delen we onze ervaringen met de door Jezus geïnspireerde boeken en teksten. Het is mooi om persoonlijke getuigenissen te horen, ervaringen met de cursus maar ook de worstelingen met de cursus.

In deze worstelingen herken ik mijn eigen worstelingen. Ik zie bij broeders en zusters hoe hard en onvoorstelbaar de boodschap van de cursus overkomt als het gaat om de visie op leed en noodlot. Ik zie bij hen dezelfde vragen opkomen die ik had en de neiging om te zoeken naar een andere, zachtere interpretatie van de Cursus. Zijn we als mens geen combi van lichaam en geest? Wij zijn toch niet verantwoordelijk voor wat ons overkomt? Er is toch zoiets als noodlot? En ik zie bij hen de boosheid als ze antwoorden krijgen die weliswaar in lijn zijn met de cursus maar die te makkelijk worden gegeven en mogelijk nog niet doorleefd zijn door degene die ze in de mond neemt, maar mogelijk ook wel.

In gesprek met deze medecursisten merk ik dat de weerstand tegen de onversneden cursus-waarheid niet makkelijk wordt weggenomen. Ik herken hierin mijn eigen jarenlange verontwaardiging en strijd tegen de dooddoeners. Ik onderken ook de onmogelijkheid om via rationele uitleg en citaten de ander te laten zien dat de cursus toch echt wel klopt. Ik herken nu mijn eigen jarenlange worsteling als een ego-strijd, als schuldeloze arrogantie, maar daar had je me een paar jaar geleden niet op hoeven te wijzen.

Ik heb geleerd dat ik tijd nodig had. Geen tijd om het zelf uit te zoeken maar om de Heilige Geest Zijn werk te laten doen in mijn geest. Onlangs werd ik uitgebreid geïnterviewd door MIC-magazine en als ik dit teruglees dan zie ik dat de Heilige Geest een onvoorstelbaar repertoire aan mogelijkheden heeft om mij als dwalend schaapje weer enigszins terug naar de kudde te voeren. Het stemt me nederig, dankbaar en het geeft me vertrouwen. Niet in mijn eigen wijsheid maar in die van Hem.

Hardnekkige pijn en ziekte.

Het is voor ons een lastige vraag: waarom word ik niet beter terwijl ik toch mijn toevlucht zoek tot Jezus / de Vader / de Heilige Geest / Liefde? De Cursus bevat, naar onze menselijke maatstaven, keiharde teksten over “lichamelijke” ziekteverschijnselen: deze wijzen op een nog niet (helemaal) geheelde denkgeest. Wij zijn experts in de “als-dit-dan -dat” logica. Dus als ik nog ziekte zie of ervaar dan is er nog iets mis in de denkgeest. Tot hier valt de schade nog mee, maar dan gaat het ego naadloos door: dus dan doe ik iets fout en daardoor voel ik me schuldig en minderwaardig. Geplaagd door zelfverwijt, schuldgevoelens en minderwaardigheidsgevoelens hobbelen we verder op weg naar onze kist. Mochten we zelf het geluk hebben weinig fysiek ongemak te voelen dan menen we dat we het redelijk goed doen met de cursus en kijken we wat meewarig naar mensen die meer klachten hebben dan wij.

Ach, ach, egootje toch. Wat ben je slim, gemeen maar vooral bang. Het ego vindt het heerlijk om zo over ziekte en gezondheid te praten. Hij vindt het lekker overzichtelijk: als je gezond bent dan doe je het goed en als je ziek wordt dan doe je dus iets fout. Gezondheid is je eigen verdienste en ziekte is je eigen schuld. Waar gaan we toch de mist in met deze denkwijze?

Wat opvalt als je bovenstaande eens terugleest is dat er een onbewuste aanname in schuilgaat. Een onuitgesproken geloof. Dat geloof is: “Ik ben een lichaam” met daaraan gekoppeld: “Een sterk en gezond lichaam is goed en mijn ultieme doel en een ziek of pijnlijk lichaam is fout en een teken van schuld”. Wij zijn dan ook al met al redelijk tevreden als we gezond 90 jaar worden en vredig overlijden in onze slaap. “Hij of zij had een mooi leven”, stellen we dan. En “rust in vrede”. Maar zolang de vredig ingeslapen persoon nog dacht dat hij een lichaam was is zijn denkgeest niet genezen en zal hij via nieuwe lichamelijkheid teruggestuurd worden naar de school van onze wereld van lief en leed om (verder) te genezen.

Het is zo dubbel. Want ja, de cursus stelt dat genezing van onze mind gevolgen heeft voor hoe wij de wereld en ons lichaam percipiëren. Ieder van ons heeft als huiswerkopdracht en de bevoorrechte kans om zich uit te strekken naar de Heilige Geest, het wonder te aanvaarden en bemoedigd te worden door de reflectie hiervan in wat wij aanduiden als het fysieke domein. Maar wij moeten niet denken dat de kous af is zolang wij denken dat een gezond lichaam dat 90 wordt het ultieme doel is. Het ultieme doel is ontdekken dat wij geen sterfelijke lichamen zijn maar onkwetsbare Kinderen van de Vader. Wij vragen niet te veel van de cursus maar te weinig.

In het Nieuwe Testament schrijft Paulus in bedekte termen over een “doorn in zijn vlees”, kennelijk een stevig fysiek ongemak:

2 Korinthiërs 12:7.

“En opdat ik mij door het alles overtreffende karakter van de openbaringen niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen.”

Zie je wat hier staat? Paulus ziet deze doorn in zijn vlees als een soort bescherming tegen zelfgenoegzaamheid. Als hij nergens last van zou hebben dan zou hij zichzelf verheffen; dan zou zijn spiritueel ego erg zelfingenomen zijn.

Zijn wij sterker dan Paulus? Ik niet, in elk geval. Ik heb wat fysieke klachten, ben een gedreven cursus-student en als ik plotseling pijnvrij zou zijn dan zou de zelfingenomenheid onvermijdelijk toeslaan. “Kijk mij het eens goed doen”, zou ik dan denken. Maar nu word ik constant bij de les gehouden. Natuurlijk denk ik ook: “ik ben schuldig want ik doe het kennelijk nog fout omdat ik fysieke klachten ervaar”. Maar ik heb er ook een soort genoegen in om te antwoorden:

“MAAR TOCH!; toch geloof ik Jezus als hij zegt dat ik een schuldeloos Kind van de Vader ben. En toch geloof ik dat de mensen die ik ziek zie worden en zie sterven mijn Heilige Broeders zijn die zich, net als ik, nog tijdelijk vergissen omdat we bang zijn”.

En nu wil ik wat speculeren. In de Bijbel lezen we dat Jezus tijdens zijn leven gewoon moe werd en dorst kreeg. Dat hij vlak voor zijn dood bang was en ook aan het kruis “mij dorst” zei. Wij, en vooral Een Cursus in Wonderen-studenten, willen van Jezus een superman maken die lachend aan het kruis hing omdat hij wist dat alles illusie was. Maar Jezus had net als wij een menselijk lichaam en lessen te leren. En ja; hij was een zeer gevorderde student die de eindstreep, het eindexamen, als eerste haalde en een opstandingslichaam kreeg. In Een Cursus van Liefde (ECvL) lezen we dat toen het Woord daadwerkelijk vlees werd (Verhandelingen 2):

8.5 Zoals ik niet langer lijd onder de afscheiding, zo hoef jij ook niet langer te lijden onder de afscheiding. Hoewel de wederopstanding het leven niet liet terugkomen in de vorm die ik eens aannam, bracht ze mij terug bij jou in de vorm van de herrezen Christus die in allen van jullie aanwezig is, waardoor wederopstanding zelfs tot in jullie vorm is gebracht. Ik werd het vleesgeworden Woord bij mijn wederopstanding, meer dan bij mijn geboorte. Dit kan verwarrend lijken, gegeven jouw definitie van het Woord dat vleesgeworden is. Je hebt dit opgevat als zou het vlees de betekenis van het Woord of de almachtige hebben aangenomen toen ik door mijn geboorte vlees en botten werd. Maar noch mijn geboorte, noch mijn dood waren in overeenstemming met het Woord, omdat het Woord is: “Ik Ben;” het Woord is Eeuwig Leven. Mijn wederopstanding bracht tot stand dat het Woord in eenieder van jullie vlees geworden is. Jullie, die na mij gekomen zijn, zijn niet zoals ik was, maar zoals Ik Ben. Is dit niet logisch, zelfs in jullie menselijke termen van evolutie? Jij bent de weder opgestane en het Leven.

Schiet nu niet direct als ECIW-student in de stress. Want ja; ook ECVL kijkt verder dan de wereld van vorm. En nee, ECIW gaat niet over de ultieme geestelijke, tijdloze waarheid: openbaring wacht op ons maar deze laatste stap is aan de Vader.

Wij hebben onze lessen hier te leren. Ons einddoel is niet dat we blijven geloven dat de wereld van tijd en ruimte met zieke (of gezonde) lichamen die uiteindelijk sterven de ultieme werkelijkheid is. Ons voorlopige einddoel is de Nieuwe Wereld, de Echte Wereld of (ECvL): het verheven Zelf van vorm of, (Nieuwe Testament; NT): het opstandingslichaam. Hierover worden in ECIW, ECvL en NT wonderbaarlijke dingen gezegd waar het bijvoorbeeld onze perceptie van tijd, ruimte en sterfelijkheid betreft. We hebben een oudere broer die ons is voorgegaan: Jezus. En we hebben dappere, bange, broeders en zusters die met ons optrekken, ook hier in de Facebook-groep Een Cursus in Wonderen- met elkaar.