De Cursus in een notendop!

Een reis door de metafysica en de praktijk van Een Cursus in Wonderen

Inleiding: De zoektocht naar vrede

Welkom. We zijn hier samen om te kijken naar een fenomeen dat voor velen van ons het leven totaal op zijn kop heeft gezet, of – beter gezegd – eindelijk weer rechtop heeft gezet. We gaan het hebben over Een Cursus in Wonderen. Het is een dik, blauw boek vol met complexe termen, christelijke symboliek en psychologische diepgang. Maar als we heel eerlijk zijn, als we door de honderden pagina’s heen kijken naar de kern, dan is de boodschap verbluffend eenvoudig.

Misschien kent u de beroemde samenvatting waarmee de Cursus zichzelf introduceert:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.”

In die drie zinnen ligt alles besloten. Maar om die zinnen niet alleen intellectueel te begrijpen, maar ze echt te voelen en te leven, moeten we een reis maken. Een reis van de eenheid van God, naar de verwarring van onze droomwereld, en weer terug naar huis. Vandaag wil ik jullie meenemen op die reis, langs de valkuilen en de wonderen, om uiteindelijk uit te komen bij wie wij werkelijk zijn.

Deel 1: De Aard van de Werkelijkheid

Laten we beginnen bij het begin, of eigenlijk: vóór het begin. Laten we beginnen bij God.

In onze menselijke taal is het bijna onmogelijk om over God te spreken zonder Hem tekort te doen, maar de Cursus doet een poging. God is Één. En God is Liefde. Het is een staat van zijn die volkomen geestelijk is. Er is daar geen materie, geen tijd en geen ruimte. Er is geen ‘daar’ en geen ‘hier’, geen ‘toen’ en geen ‘straks’. Er is alleen een eeuwig ‘Nu’ van pure, ongedifferentieerde eenheid.

Nu zou je kunnen denken: in zo’n statische eenheid, daar kan toch niets gebeuren? Als alles één is, is er dan geen stilstand?

Hier stuiten we op het eerste grote mysterie. Omdat God niet alleen Één is, maar ook Liefde, gebeurt er iets wat voor ons verstand nauwelijks te bevatten is. Liefde heeft namelijk een inherente eigenschap: Liefde wil zichzelf uitbreiden. Liefde wil delen. Liefde kan niet ingeperkt blijven.

En zo breidt Liefde zichzelf uit binnen die eenheid. Wij, u en ik, in onze diepste essentie, zijn die uitbreidingen. In de Cursus worden we de ‘Gedachten van God’ genoemd. En net zoals een gedachte de geest niet verlaat die hem denkt, zo verlaten wij God nooit. Wij zijn net zo geestelijk, net zo tijdloos en net zo vormloos als onze Bron.

Het is een prachtig, onbegrijpelijk mysterie: alles blijft één, en toch zijn wij op een bepaalde manier onderscheiden. Niet gescheiden van God, maar onderscheiden binnen God. Je kunt het zien als een vlam die een andere vlam aansteekt. De tweede vlam is uniek, maar het vuur is precies hetzelfde en ze zijn onlosmakelijk verbonden in dezelfde hitte en hetzelfde licht.

In die tijdloze werkelijkheid vindt er een voortdurende uitwisseling van liefde plaats. Een eeuwige lofzang tussen de Schepper (God de Vader) en zijn scheppingen (de Zoon, of het Zoonschap). In die staat ontbreekt het ons aan niets. We zijn volmaakt gelukkig, volmaakt veilig en volmaakt in vrede. Dit is onze ware identiteit.

Deel 2: De Droom van Afscheiding

Maar als ik nu om me heen kijk, en als u naar uw eigen leven kijkt, dan is dat waarschijnlijk niet uw directe ervaring. We voelen ons vaak niet volmaakt veilig. We voelen ons niet altijd één met elkaar. We zien oorlog, we voelen pijn in ons lichaam, we maken ons zorgen over onze bankrekening en we hebben conflicten met onze buren.

Wat is er aan de hand? Hoe zijn we van die hemelse eenheid hier beland?

Het antwoord van de Cursus is radicaal: We zijn hier helemaal niet.

De Kinderen van God zijn hun identiteit vergeten. We zijn in slaap gevallen. Wat wij ons ‘leven’ noemen, is in werkelijkheid een droom. Een collectieve droom waarin we ons verbeelden dat we losgeraakt zijn van God en los zijn van elkaar.

Stel je voor dat je ’s nachts droomt dat je achternagezeten wordt door een monster. Je hart bonst, je zweet, je voelt echte angst. In de droom is het monster echt. De straat waarin je rent is echt. De tijd tikt weg. Maar zodra je wakker wordt, besef je: het gebeurde allemaal in mijn eigen geest. Ik lag al die tijd veilig in bed.

Zo beschrijft de Cursus onze realiteit. Binnen de geestelijke werkelijkheid dromen wij een droom van tijd en ruimte. Dankzij die gedroomde tijd en ruimte lijken er vormen te bestaan. We menen geboren te worden in een kwetsbaar lichaam. We denken dat er een God bestaat die ergens ver weg buiten ons staat – en die misschien wel boos op ons is. En we zien andere mensen rondlopen die volkomen los van ons lijken te staan.

Deze droom is, zoals we allemaal weten, niet altijd plezierig. Sterker nog, de Cursus noemt het vaak een nachtmerrie. Waarom is deze droom zo pijnlijk? Dat komt door drie fundamentele, vaak onbewuste overtuigingen die we met ons meedragen sinds het moment dat we dachten ons af te scheiden:

  1. Zonde: We menen, diep vanbinnen, dat we iets vreselijks hebben gedaan. We hebben ons losgerukt van onze Bron. We hebben ‘nee’ gezegd tegen de eenheid. We geloven dat we gezondigd hebben.
  2. Schuld: Omdat we geloven dat we gezondigd hebben, voelen we ons schuldig. Dit is een knagend gevoel van ‘niet goed genoeg zijn’, van tekortschieten.
  3. Angst: En waar schuld is, volgt onvermijdelijk angst. Want als je schuldig bent, verdien je straf. We zijn – onbewust – doodsbang dat God ons zal komen halen om ons te straffen voor onze arrogantie.

Dit mechanisme van zonde, schuld en angst houdt de droom in stand.

Deel 3: Het Zoeken in de Mist

Ergens, heel ver weggestopt in een uithoek van onze geest, is er nog een herinnering. Een vage herinnering aan de Waarheid. Een echo van toen we één waren met God, intens gelukkig en zonder enig gebrek. We missen dat. We voelen een fundamentele leegte.

Maar omdat we vergeten zijn wat we precies missen, gaan we zoeken op de verkeerde plek. We zoeken ons geluk binnen de droom. We denken: “Als ik die baan krijg, dan ben ik veilig.” Of: “Als ik die partner vind, dan ben ik geliefd.” We streven naar zekerheid, naar sensatie, naar macht en bezit.

We weten niet meer wie we zijn, en daarom proberen we onszelf te definiëren door wat we hebben. Maar in een wereld van schaarste – want in de droom lijkt er nooit genoeg voor iedereen – raken we verwikkeld in een strijd. Jouw winst is mijn verlies. Als jij dat huis koopt, kan ik het niet meer kopen. We geloven in kwetsbaarheid en tekort.

En hoe reageren we daarop? Met wat de Cursus het ego noemt. We versterken de illusie door ik-gericht gedrag. We vallen aan om onszelf te verdedigen. We oordelen over anderen om onszelf beter te voelen. We bouwen muren om ons hart. En met elke aanval, met elk oordeel, maken we de droom voor onszelf echter en steviger. We vergeten steeds meer wie we zijn.

Deel 4: Projectie en Perceptie

Hier komen we bij een cruciaal mechanisme uit de Cursus, misschien wel het belangrijkste psychologische inzicht dat het ons biedt: Projectie geeft perceptie.

Wat betekent dit? Het betekent dat de wereld die we zien, niet de oorzaak is van onze gevoelens, maar het gevolg ervan.

Omdat we diep vanbinnen die ondraaglijke schuld en angst voelen over onze vermeende scheiding van God, zoeken we een manier om dat rotgevoel kwijt te raken. Wat doet de menselijke geest? Hij projecteert. Hij spuugt het naar buiten.

We zeggen in feite: “Ik ben niet schuldig, jij bent het. De wereld is slecht. De politiek is corrupt. Mijn partner luistert niet.”

We projecteren de onvrede in onze eigen geest op de wereld om ons heen. Zo ontstaat de wereld van vormen, tijd en ruimte. Het is letterlijk een projectie van onze innerlijke staat. De Cursus zegt het heel scherp:

“De wereld is slechts een weerspiegeling van wat jij innerlijk wilt zien.”

We hebben gekozen voor zintuiglijke waarneming – zien, horen, voelen – met een specifiek doel. Niet om de waarheid te zien, maar om de afscheiding echt te maken. We willen bewijzen dat we op eigen benen staan, los van God. De materiële wereld fungeert als een rookgordijn. Zolang ik me druk maak over de problemen in de wereld, hoef ik niet naar binnen te kijken naar mijn eigen keuze voor afscheiding.

We leven dus in een spiegelpaleis. We denken dat we naar buiten kijken, maar we kijken constant in de spiegel van onze eigen overtuigingen: “Ik sta alleen, ik ben los van God, en ik moet vechten om te overleven.”

Deel 5: Het Wonder van Vergeving

De situatie lijkt uitzichtloos. We zitten gevangen in een droom die we zelf gemaakt hebben en die we zelf in stand houden door onze projecties. Wat helpt niet?

Het helpt niet om binnen de droom te gaan vechten tegen de nachtmerrie. Het zelf proberen voor elkaar te boksen door inspanning in tijd en ruimte is als het herschikken van de dekstoelen op de Titanic. Je bent druk bezig met de vorm, maar je negeert de inhoud.

Wat werkt dan wel?

Het antwoord is Het Wonder. En het middel om daar te komen is Vergeving.

Maar let op: vergeving in de Cursus betekent iets heel anders dan wat wij er meestal onder verstaan.

In de wereld betekent vergeven vaak: “Jij hebt mij iets vreselijks aangedaan, jij bent schuldig, maar ik ben zo grootmoedig dat ik het je niet zal nadragen.” Daarmee maak je de zonde en de schuld juist reëel. Je houdt de scheiding in stand: ik ben hier (onschuldig) en jij bent daar (schuldig).

Vergeving in Een Cursus in Wonderen is het ontkennen van de realiteit van de zonde. Het is beseffen dat wat de ander deed, onderdeel is van de droom, en geen effect heeft gehad op wie wij werkelijk zijn in de eeuwigheid.

Het is zeggen: “Ik zie dat je handelt vanuit angst, vanuit verwarring, net als ik. Maar ik weiger te geloven dat dit jouw ware identiteit is.”

Door te vergeven, trekken we onze projecties terug. We stoppen met het plakken van etiketten van schuld op de wereld. We ontkennen de ogenschijnlijke zonde, de schuld en de grenzen.

En als we de blokkades van oordeel weghalen, wat blijft er dan over? Dan kan de liefde weer gaan stromen. We zoeken weer naar verbinding in plaats van afscheiding.

Liefde is hierbij zowel ons middel als ons doel. Door te doen wat we ten diepste zijn – namelijk liefhebben – herinneren we ons wat we ten diepste zijn: aspecten van Liefde.

Dit is het wonder: De verschuiving in waarneming. Het moment waarop je niet langer een vijand ziet, maar een broeder die om liefde vraagt. Het is de herinnering aan onze ware identiteit die door de mist van de droom heen breekt.

De enige manier om dit te bereiken is niet door hard te werken, maar door ons open te stellen. Overgave. Vertrouwen. Stil zijn. We moeten de ‘kleine bereidwilligheid’ tonen om onze gelijkhebberij op te geven en de Heilige Geest (of de stem van Liefde in ons) te vragen: “Laat mij dit anders zien.”

Deel 6: De Valkuilen op het Pad

Nu klinkt dit als een duidelijk pad, maar de praktijk is weerbarstig. Er zijn twee grote manieren waarop studenten van de Cursus – en spirituele zoekers in het algemeen – kunnen ontsporen. Het is belangrijk deze te herkennen.

1. De intellectuele valkuil (Solipsisme)

Sommige mensen lezen de Cursus en denken: “Aha, alles is één. Ik ben God. Er bestaat niets buiten mij.” Ze richten zich puur verstandelijk op de eenheid. Dit kan leiden tot een gevaarlijke vorm van solipsisme. De cursist krijgt de indruk dat hij de enige is die bestaat en dat anderen slechts marionetten zijn in zijn droom.

Maar de Cursus zegt: “God is niet compleet zonder jou, maar jij bent niet compleet zonder je broeder.”

Als we het mysterie van de liefde vergeten – dat liefde verbinding is – eindigen we in een kille, eenzame toren van spirituele arrogantie. We hebben de ander nodig om onze eigen onschuld in te weerspiegelen.

2. De spirituele bypass

De tweede valkuil is misschien nog wel verleidelijker. We weten nu dat de wereld een droom is. Dus als iemand lijdt, of als we zelf pijn hebben, zeggen we: “Ach, het is maar een illusie. Het bestaat niet echt.”

Dit is de spirituele bypass. Het is het ontkennen van de droom, terwijl je er nog middenin zit. Het is een vlucht.

De Cursus leert ons niet om de droom te ontkennen of te ontvluchten, maar om de droom te gebruiken. Nu we eenmaal geloven dat we hier zijn, kunnen we ontwaken door in de droom weer liefde te laten stromen.

We moeten, zoals de Cursus zegt, ‘wonderdoeners’ worden. Genezing vindt niet plaats door je af te keren van de wereld, of door te zeggen dat het lijden van een ander er niet toe doet. Genezing vindt plaats door de verbinding aan te gaan. Je kunt je spiegelbeeld niet veranderen door de spiegel stuk te slaan of te negeren. Je verandert je spiegelbeeld door naar de spiegel te glimlachen.

Beide ontsporingen – de intellectuele arrogantie en de spirituele bypass – leiden uiteindelijk tot hetzelfde: ik-gerichtheid, navelstaren en liefdeloosheid. En dat is precies het tegenovergestelde van waar de Cursus ons naartoe wil leiden.

Conclusie: De Weg naar Huis

Lieve mensen, Een Cursus in Wonderen is geen cursus in het begrijpen van de theorie, maar een cursus in het trainen van de geest. Het is een dagelijkse praktijk van het kiezen tussen angst en liefde.

Elke keer als we ons geïrriteerd voelen, boos, of bang, hebben we een keuze.

We kunnen meegaan in het verhaal van het ego: “Ik ben slachtoffer, de wereld is boos.”

Of we kunnen kiezen voor het wonder. We kunnen even stoppen, ademhalen en zeggen:

“Ik wil vrede in plaats van dit.”

We kunnen ons herinneren dat die ander, die zo vervelend doet, ook gewoon een kind van God is die, net als wij, de weg kwijt is in een enge droom. We kunnen kiezen om voorbij de vorm te kijken, naar het licht dat daarachter brandt.

Laten we ons niet blindstaren op de metafysica, hoe fascinerend die ook is. Laten we ons richten op de praktijk. Laten we vergeven. Laten we liefhebben. Want door de ander te zien als onschuldig, herinneren we onszelf aan onze eigen onschuld. En stap voor stap, wonder na wonder, vergeving na vergeving, worden we wakker uit de droom van angst en openen we onze ogen voor de realiteit van Liefde.

Zoals de Cursus ons belooft:

“Een wonder is nooit verloren. Het kan vele mensen raken die jij niet eens ontmoet hebt, en veranderingen teweegbrengen in situaties waarvan je je niet eens bewust bent.”

Laten we die wonderdoeners zijn.

English idiom with picture description for in a nutshell on white background illustration

Een belangrijke sleutel bij het lezen van ECIW.

Het is in mijn beleving behulpzaam om bij het lezen van Een Cursus in Wonderen zo snel mogelijk oog te krijgen voor een belangrijke beperking van ons denkvermogen. Ongemerkt gebruiken we ons denken als tool om ECIW te begrijpen en we staan nauwelijks stil bij het zwart-wit aspect van dit denken. Het gevolg hiervan is dat er twee dwalingen op de loer liggen. Eén hiervan kennen we goed en de andere zorgt voor grote verwarring bij sommige serieuze en nadenkende medestudenten en leraren.

De bekende vergissing van ons denken vormt het hoofdthema van ECIW. Het is ons geloof in dualiteit, in het bestaan van echte grenzen. Dat levert een duaal Godsbeeld op (Ik hier versus God daar) en een duale blik op onze naasten (Ik hier, jij daar). Tegenwoordig zijn veel van onze tijdgenoten niet zo bezig met nadenken over God en speelt vooral dat tweede aspect een hoofdrol; zowel in ons persoonlijk leven als op het wereldtoneel. We zien niet langer dat het onmogelijk is om zelf in vrede te leven zolang we anderen als los zien van onszelf. ECIW noemt de manier waarop wij met anderen omgaan de speciale (=duale) relatie.

De tweede dwaling van ons denken treedt op als we de eerste dwaling proberen te corrigeren. Ons zwart-wit denken trekt de onverbiddelijke conclusie dat indien we niet gescheiden zijn van God en ook niet van elkaar, hieruit onverbiddelijk volgt dat we één en dezelfde zijn. We stoten dualiteit van de troon en plaatsen er vervolgens ons beeld van absolute eenheid op. Wat hieruit volgt is, voor ons denken, een feest van duidelijkheid. Het is het toppunt van nivellering waarbij de conclusie onherroepelijk lijkt te luiden dat ik God ben en at er geen anderen bestaan. We voelen ons hierin bevestigd door de beroemde samenvatting van de Cursus:

Niets werkelijks kan bedreigd worden,
Niets onwerkelijks bestaat,
Hierin lig de vrede van God.

In absolute eenheid kan er geen sprake zijn van enig onderscheid, noch van differentiatie of van individuatie. Er kan geen sprake zijn van meervoudsvormen (Zonen, Kinderen, Kanalen van Liefde) en in wezen is het woord Schepping dan een betekenisloos begrip geworden. Eenheid is al compleet en hierin kan niks gebeuren. Het klinkt toch allemaal zo logisch.

Wat er gebeurt bij deze tweede dwaling is dat we te maken hebben met een halve waarheid. Want ten diepste is het waar dat binnen eenheid geen onderscheid kan bestaan. Maar de eenheid die zo gewaardeerd wordt door ons denken is slechts de helft van de boodschap van ECIW. De andere helft is Liefde. En daar kan ons denken weinig mee. Ons denken neigt naar visies die gebaseerd zijn op de eenheidsgedachte die vaak het hoofdthema vormt van oosters getinte zienswijzen. Binnen Cursus-land heeft Ken Wapnick de eenheidsfilosofie vol in het spotlicht geplaatst in een goedbedoelde poging om onze eerste dwaling, ons geloof in dualiteit, te corrigeren.

Maar eenheid en liefde vormen één geheel. Wat binnen absolute eenheid niet lukt, namelijk iedere vorm van schepping, dat lukt wel binnen de liefde. Liefde presteert het onmogelijke en breidt zichzelf uit in eenheid. Je kunt hier letterlijk gevoel voor krijgen en dan begint je hart te juichen. Wat onmogelijk is binnen absolute eenheid is toch gebeurd: liefde heeft jou geschapen en koestert jou in een tijdloze omarming.

God is eenheid en liefde. Als je zegt dat God niks weet van onze vergeetachtigheid, ons geloof in afgescheidenheid en lijden; dan verwijs je naar het eenheidsaspect van God en heb je verstandelijk gezien gelijk. Maar het is de helft van het verhaal. Want de liefde die God is “voelt” het als deze liefde niet stroomt en zich niet uitbreidt. Dat maakt volgend citaat ook volkomen waar:

Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.

Het is “menselijk” taalgebruik, dat klopt. Er zit geen oude man met een baard te huilen op een wolk. Maar binnen de eenheid van de Liefde en het Hart dat we delen met God en met elkaar is er het besef dat er een roep om liefde is ontstaan. En dit besef is direct een Stem en een oproep, een verlangen, om ons de Liefde weer te herinneren. Liefde (God) breidt Zich uit in ons en er is hierin sprake van gevende liefde. De Cursus leert dat geven en ontvangen in waarheid één zijn en daarom merkt de “Gever” dat er iets stagneert als de ontvanger blokkeert. Dit is de Heilige Relatie; dat onbegrijpelijke fenomeen dat twee zo innig met elkaar verbonden zijn dat ze per saldo één zijn.

En precies hetzelfde gebeurt in ons contact met onze medemens. De meesten van jullie kennen de prachtige wijsheid dat er ten diepste slechts twee mogelijkheden zijn in het contact tussen mensen: er is een uiting van liefde of een roep om liefde. Dus precies hetzelfde als in de relatie tussen God en ons. Dus net zoals God, die Liefde is, “voelt” als wij blokkeren, zo voelen wij de blokkade in onze relatie met elkaar als hierin de liefde niet stroomt. Als de relatie speciaal is in plaats van heilig.

Dit is geen metafysische haarkloverij maar een levensbepalend onderscheid. En het is van groot belang dat wij zowel naar ons hoofd als naar ons hart luisteren. Ons hoofd leert ons terecht dat er geen afgescheidenheid bestaat. Maar het slaat door als het zegt dat er daarom geen anderen zijn, dat we hen dus geen liefde hoeven te betonen en dat het alleen draait om onze innerlijke vrede. We moeten ook naar ons hart luisteren. Dat hart dat weet dat het onmogelijke is gebeurd: we hebben binnen de eenheid echte broeders en zusters, kinderen van die ene Vader. En in onze relatie met hen kan een echte roep om liefde klinken die we mogen beantwoorden. Pas als we ons hart openstellen voor onze Vader en onze Broeders kan de Liefde stromen en de herinnering aan onze ware Identiteit terugkeren. We zijn de liefdeskinderen van de Vader, in eenheid verbonden met Hem en met elkaar.

Stemmen.

Vandaag mogen we stemmen en hopen dat er naar onze stem geluisterd wordt. Ooit hoorde ik iemand zeggen dat democratie “de minst slechte” staatsvorm is. Voor we gaan stemmen is er de uitnodiging om eerst zelf naar die Stem te luisteren. Die zachte Stem die spreekt over liefde en verbinding. Helaas leven wij zelf vanbinnen in een twee partijen systeem waarbij naast die zachte stem ook de schrille en angstige stem van het ego klinkt. Dat is de stem die denkt in termen van angst, oordeel, schuld, aanval en verdediging.

We zouden kunnen menen dat Een Cursus in Wonderen ons oproept om de “illusoire” wereld maar de rug toe te keren. Persoonlijk geloof ik niet zo in een houding van ontkenning. De wijsgeer Krishnamurti zei het zo mooi: “De wereld, dat ben jij”. We zien in de wereld en in Nederland weerspiegeld wat er zich afspeelt in onze denkgeest. Negeren van de spiegel is niet de oplossing, genezen van de denkgeest is dit wel. Zie ook mijn blog van gisteren: https://eciwcoach.com/2025/10/28/de-wereld-transformeren-met-eciw/

Nu weet ik dat bovengenoemd “spiritueel stemadvies” makkelijk in algemene termen te geven is maar dat het zo goed mogelijk aanmodderen blijft om hier vorm aan te geven. In het leven van alledag zijn de zaken niet zo zwart wit als Stem versus ego doet vermoeden. Want in de wereld waarin we (menen) te leven hebben we te maken met (vermeende) schaarste. Beperkte budgetten, beperkte stikstofruimte, beperkt huizenaanbod, beperkte ruimte in het algemeen en ga zo maar door.

Het blijkt gemakkelijk om principiële standpunten in te nemen als je zelf niet te maken hebt met een concrete situatie. Ik kan tegen euthanasie zijn maar vooral omdat ik me goed voel. Ik kan vinden dat vluchtelingen een dak boven hun hoofd moeten hebben maar jong volwassenen van eigen bodem hebben hetzelfde recht. In deze duale wereld kan de ene liefdevolle keuze ten koste gaan van een andere, eveneens liefdevolle, keuze. En dit geldt voor zo veel thema’s.

Afgelopen dagen heb ik enkele, maar niet te veel, programma’s gezien rond de verkiezingen. Daarbij wordt dikwijls “de man of de vrouw in de straat” geïnterviewd. Ik zie dan mensen zoals ikzelf met hun zorgen, idealen en ook (liefdevolle) aandacht voor zichzelf. En dat is ook goed en te begrijpen. Zolang we rondwandelen in dit duale oefenterrein blijft het linksom of rechtsom behelpen.

Ik schets ook maar wat en wil nu niet met zweverige oneliners goedkope “oplossingen” suggereren. Maar één leidraad heb ik wel voor mezelf. Als ik andersdenkenden hoor en zie probeer ik me telkens een belangrijke cursuswijsheid te herinneren.

Alles wat we zien is een uiting van liefde of een roep om liefde.

En dan strek ik me uit naar die zachte Stem om deze te vragen mijn blik te verzachten. Keer op keer, telkens weer. Democratie heeft een grappig aspect: we zijn veroordeeld om samen te werken. Oordeel en verbinding in één systeem. Telkens weer, ook vandaag in mijn stemgedrag, wil ik ervoor kiezen om en elk geval zo goed mogelijk te stemmen voor verbinding. Zoals gezegd is er in onze wereld zoiets als gezond eigenbelang, wellicht de aardse tegenhanger van de individuatie binnen de eenheid van de schepping. Maar ik zie ook dat dit eigenbelang meer dan genoeg aandacht heeft in onze maatschappij en dat het de hoogste tijd is om niet nog meer naar binnen te willen keren maar om de aandacht te richten op “de ander”. Om in die ander mezelf te herkennen en steeds meer te ontdekken dat geven en ontvangen in waarheid één zijn.

De wereld transformeren met ECIW.

Zojuist bekeek ik bijgevoegde video van Emily Perry over het sociale aspect van ECIW. Ze verwijst hierin naar een blog van haar echtgenoot Robert Perry die ik hier verkort weergeef.

Hartegroet,

Simon Schoonderwoerd

Video: https://youtu.be/jGWzvX-QLcs?si=NocB6YUwNrdr8V5s

De sociale visie van Een Cursus in Wonderen: van innerlijke vrede naar wereldwijde transformatie

Binnen de ECIW-gemeenschap ligt de nadruk van nature op de reis naar innerlijke vrede. Velen die de Cursus bestuderen, concentreren zich op het principe ‘zoek niet de wereld te veranderen’ en zien de spirituele beoefening primair als een innerlijke verschuiving, een correctie van de waarneming, om zo de verlossing voor zichzelf te aanvaarden.

Maar klopt dit beeld wel? Is Een Cursus in Wonderen (ECIW) uitsluitend een handleiding voor persoonlijke psychotherapie op een spiritueel niveau? Robert Perry, van The Circle of Atonement, stelt in zijn werk dat het boek wel degelijk een rijke en diepgaande sociale boodschap bevat, vaak verborgen in symboliek. Deze boodschap beschrijft een sociale visie die veel verder reikt dan de rust van het individuele hart. Het gaat over de transformatie van de menselijke samenleving, beginnend bij die ene, cruciale, innerlijke verandering.

De paradox van ‘de wereld niet veranderen’

Voor velen klinkt ‘sociale visie’ in combinatie met ECIW tegenstrijdig. Hoe kan de Cursus, die stelt dat we niet moeten proberen de wereld te veranderen, tegelijkertijd een sociale visie hebben?

Perry’s inzicht ligt in het feit dat de Cursus, hoewel niet politiek of activistisch in conventionele zin, vol staat met symbolische beelden van collectieve idealen, symbolisch aangeduid als: tempels, tuinen, schatkamers en toevluchtsoorden.

De Cursus daagt ons uit om in de wereld een rol te spelen bij het verheffen van de wereld, zelfs door ‘druk bezig te zijn’. Dit sociale werk is echter niet gebaseerd op egoïstische inspanning of politieke ideologie, maar op de onvermijdelijke uitbreiding van de vrede die we innerlijk vinden. De sociale visie van ECIW is het logische en natuurlijke resultaat van geslaagde persoonlijke verlossing.

Van woestijn naar koninkrijk

Perry heeft in de tekst van ECIW een terugkerend patroon geïdentificeerd dat deze sociale transformatie beschrijft. Het is een zevendelige cyclus die de weg van haat naar het Koninkrijk van de Hemel op aarde uitbeeldt.

  1. De woestijn: De reis begint met de realiteit van de wereld. De Cursus gebruikt de woestijn als symbool voor een plek die innerlijk verstoken is van liefde. Mensen zwerven er eenzaam en verloren rond, zoekend naar ‘levend water’ dat ze niet kunnen vinden. Uiterlijk hebben we huizen en relaties, maar innerlijk zijn we ‘vreemdelingen’, gescheiden door ‘oude haat’.
  2. Het wonder: In deze woestijn vindt de cruciale wending plaats: het wonder. Dit gebeurt wanneer iemand kiest om te vergeven. Haat, het ‘meedogenloze zonlicht’ dat de aarde verschroeide, wordt terzijde geschoven. De ruimte tussen twee mensen, voorheen gevuld met beschuldiging en afstoting, wordt nu een heilige, lege ruimte waarin ze zich ‘als één’ kunnen verenigen. De wereld wordt herboren; de ‘bloedgrond van haat vervaagt en het gras groeit groen’.
  3. De oase wordt gevestigd: Het wonder creëert een speciale plek op aarde, de oase. Hier is alles van de woestijn omgedraaid: rust in plaats van eindeloos zoeken, ware verbinding in plaats van vreemdelingschap, overvloed in plaats van innerlijke honger. Deze oase is geen fysiek gebied, maar de relatie tussen twee mensen die hebben vergeven, of de aanwezigheid van een individu die zijn of haar denkgeest in dienst van liefde heeft gesteld.
  4. De gasten komen: Door de uitnodiging van onze vergeving, vestigen God en Christus (het ware Zelf) zich in de oase. Hun komst is wat de woestijn in een tuin verandert en de overvloed van de ‘feestmaaltijd’ garandeert.
  5. Iedereen wordt uitgenodigd: Alle eenzame zwervers – iedereen in de woestijn – worden uitgenodigd om rust en genezing te vinden.
  6. De brengers van geschenken: Zij die genezen zijn door de oase keren terug en brengen zegeningen mee.
  7. De oase verspreidt zich: Wat begon met één gebaar van vergeving, breidt zich uit en omvat de hele wereld.

De kracht van de oase en de genezende ‘zone’

Dit patroon benadrukt dat de sociale impact van ECIW niet afhangt van massa-activisme, maar van de kwaliteit van de aanwezigheid die wordt gecreëerd door vergeving. De ‘oase’ of ‘tempel van genezing’ wordt gevormd wanneer twee mensen hun ego’s buiten beschouwing laten en een authentieke verbinding aangaan. Iemand die in de nabijheid komt van zo’n persoon, of zo’n relatie, ervaart onmiddellijk een gevoel van thuiskomen, van rust en van liefde. In deze zone voelen mensen een volledigheid waar eerst leegte was, en een goddelijke genade waarin ze eindelijk kunnen rusten. Dit heeft alles te maken met de innerlijke verschuiving van de gever(s) en niets met de fysieke omgeving.

Van vrede in de geest naar vrede in de maatschappij

Het meest radicale aspect van Perry’s visie is de schaalvergroting in stap zeven.

De mensen die de oase bezoeken, dragen de essentie ervan mee de dorstige wereld in. Hun waarden verschuiven. Misschien zonder het te beseffen, gaan ze anders om met hun families, leiden ze hun bedrijven op een andere manier en beïnvloeden ze zelfs de stem die ze uitbrengen bij verkiezingen. De hele omgeving wordt subtiel beïnvloed. De ‘globale haat’ wordt verzacht. Anderen worden geïnspireerd om op hun beurt ‘oases’ te stichten. Uiteindelijk bewerkstelligen de inspanningen van de enkeling, die begon met slechts één keuze voor vergeving, een permanente impact op de hele wereld. De wereld, die eerst een troosteloze woestijn was, wordt door de uitbreiding van onvoorwaardelijke liefde, een pure reflectie van de Hemel.

De sociale visie van ECIW is daarmee geen toevoeging aan het pad, maar het onvermijdelijke en logische gevolg ervan. Het is het bewijs dat ware innerlijke vrede niet inert is, maar een dynamische en aanstekelijke kracht die de realiteit transformeert. Vergeving is de sociale daad bij uitstek die de mensheid van binnenuit naar haar liefdevolle bestemming leidt.

Machteloosheid.

<Toelichting: Een langere blog dan gebruikelijk, maar ik denk wel over een belangrijk onderwerp. De toegevoegde “Dialoog met een virtuele Rudolf Steiner” is optioneel voor wie het interesseert 😉>

Ooit postte ik een video waarin ik de machteloosheid verwoordde die ik kan ervaren als ik ‘s nachts vroeg wakker word en het me niet lukt om weer in te slapen. Dit is een thema dat me al vele jaren bezighoudt maar ook fascineert. Het werd langzaam maar zeker een oefening in loslaten en overgave. Het helpt mij in dit proces om me te verbinden met Jezus aan het kruis die na zijn uitroep: “Vader, waarom hebt U mij verlaten” uiteindelijk uitroept: “In Uw handen beveel ik mijn geest”. Voor mij loopt er vanaf het kruis van Golgotha een direct lijntje naar de laatste werkboeklessen:

Les 361-365

Dit heilig ogenblik wil ik U geven. Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.

Een zuster van me reageerde fel op deze video en stelde dat ik precies het tegenovergestelde beweerde van wat Jezus ons wil leren in Een Cursus in Wonderen (ECIW). Hij wilde juist demonstreren dat lijden onmogelijk is en dat een verheven meester geen pijn kan lijden. Ik begrijp haar verweer en het is mogelijk om dit met citaten uit ECIW te onderbouwen. Maar ergens voelt het voor mij ook alsof de felheid van haar verweer illustratief was voor onze eigen angst voor pijn en lijden. Eindelijk menen we dat Jezus ons leert en voorleeft dat pijn en lijden onzin zouden zijn en dan kom ik met een post die stelt dat ik steun ervaar in de weg die mijn broeder Jezus voor en met mij aflegt.

Mijn zuster is niet de enige ECIW-student die meent dat de Bijbelse verhalen over het lijden van Jezus wel onjuist moeten zijn omdat deze niet overeenstemmen met de veronderstelde hoofdboodschap uit de cursus: “Niets werkelijks kan bedreigd worden, niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God”. Een Jezus die angstig zou zijn geweest, pijn zou hebben gehad en dorst, past simpelweg niet in dit plaatje. Toen ik antwoordde dat men van Jezus een soort spirituele superman wilde maken, waren de rapen helemaal gaar.

Toch komt dit beeld bij mij naar boven. Deze zienswijze op een broeder die weliswaar een menselijke vorm had zoals wij maar geen menselijke sensaties zou hebben rijmt niet met de Bijbel. Niet zelden zijn het ECIW-studenten die de Bijbel niet of nauwelijks kennen die zo’n zienswijze aanhangen. De Bijbel wordt als een onbetrouwbaar verslag terzijde geschoven en ook hier lijkt ECIW argumenten voor te bieden.

In mijn beleving bieden de evangeliën echter een prachtig en in grote lijnen betrouwbaar beeld van de kruisiging en wat hieromheen gebeurde. Het meest ontroerende beeld vind ik de verslagenheid waarmee de discipelen achterbleven na dit vreselijke gebeuren. ECIW-studenten die het verslag hiervan afwijzen en stellen dat Jezus als een soort Monty Python- achtige Brian aan het kruis hing, beseffen niet dat indien dit beeld juist zou zijn, de schrijvers van de evangeliën dit wel triomfantelijk vermeld zouden hebben. Hoe fantastisch zouden ook wij het nu vinden als we een goeroe zouden hebben die vreselijke martelingen lachend zou ondergaan? We zouden deze ultieme demo van “mind over body” doorvertellen aan wie het maar zou willen horen. Waarom zouden dan de evangelisten die ons goed nieuws willen vertellen dit, als het zo gebeurd zou zijn, verdraaien en ons een verslag bieden van angst, pijn, dorst, verlatenheid en wanhoop?

Daarom protesteer ik als medestudenten Jezus in mijn beleving ontmenselijken. In enkele recente posts sprak ik, geïnspireerd door mijn weer aangewakkerde belangstelling voor de antroposofie van Rudolf Steiner, van een Luciferische ontsporing. Deze wordt gekarakteriseerd door een zo snel mogelijk weg willen vluchten naar het geestelijke domein waarin geen sprake is van dualiteit, laat staan van lijden en pijn.

Ik denk dat de verwarring grotendeels opgelost kan worden als we rekening houden met het verschil in perspectief tussen ECIW en de antroposofie. ECIW gaat uit van de beginstaat of eindstaat, net wat u wilt, want deze vallen samen volgens dit boek. Alles hier tussenin is een onware, duale, dwaling; de droom waar de Zoon van God vergat om te lachen. We kunnen het dan natuurlijk niet hebben dat Jezus, als ontwaakte leraar,  zich laat foppen door deze droom, dus een lijdende broeder Jezus kunnen we niet plaatsen. Onze weg bestaat uit “vergeving” in de betekenis die ECIW hieraan verleent, ofwel het doorzien van de illusie van dualiteit, van kwetsbaarheid en sterfelijkheid. Vanuit dit perspectief geldt dat we slechts onszelf kunnen kruisigen; een belangrijke boodschap van ECIW.

Rudolf Steiner vertrekt vanuit ons bekende huidige perspectief en het viel me op dat hij dit treffend verwoordde met de term: “machteloosheid”. Deze machteloosheid beschreef ik in mijn video en ik kom deze in zo veel situaties tegen die niet verlopen zoals ik graag zou willen. In feite is ons hele menselijke bestaan een worsteling waarbij we niet krijgen wat we graag willen en waarbij we getroffen worden door ellende die we juist niet willen.

Een gewaardeerde broeder uit de Facebook-groep wees mij op het bestaan van een ChatGPT module die gebaseerd is op de antroposofie van Rudolf Steiner. Ik geef hieronder een uitgebreid verslag van de vragen die ik stelde en de antwoorden die ik ontving. De goede verstaander zal kunnen zien dat wat Rudolf Steiner beschrijft in feite neerkomt op de vergeving van ECIW door overgave aan Jezus / de Heilige Geest. Ik meen dat het erg onhandig is om overhaast Jezus uit te roepen tot superman en hem daarmee voor onszelf onbereikbaar te maken als broeder die precies weet wat wij doormaken.

Noch ik noch Steiner ontkennen de ultieme waarheid van leven vanuit een geheelde geest, vanuit het Christusbewustzijn. Maar angstige overhaastheid, geloof in een Superman-verhaal en de ontkenning van de evangeliën, zijn simpelweg niet behulpzaam. In onze haast om alleen de onversneden waarheid te willen horen kunnen we ertoe neigen om de droom van dualiteit, kwetsbaarheid, lijden en sterven te verdringen in plaats van werkelijk te vergeven en te doorleven.

Het ligt heel subtiel. Het is niet door Jezus’ lijden dat we verlost zijn, maar toch heeft Jezus voor ons geleden opdat wij zijn opstanding deelachtig konden worden. Er is geen God die genoegdoening of bloed verlangt maar wel een Godenzoon die de menselijke vorm heeft aangenomen, als Mensenzoon, voor ons. Zijn lijdensweg beschrijft ongelofelijk precies wat er zich in onze geest afspeelt en, belangrijker nog, hoe we met Jezus de vrijheid en verlossing kunnen vinden.

Lieve lezer van deze blog. Als het  jou helpt om vast te houden aan een Brian-achtige superman voorstelling van Jezus dan moet je dat vooral doen. Je bevindt je in gezelschap van vele anderen en van gerenommeerde leraren en je kunt ECIW door die bril lezen. Maar voor de lezers die worstelen en die met en dankzij Jezus de verlossing willen ervaren, wil ik de mens Jezus, onze broeder, als Mensenzoon in ere houden en zijn uitgestoken hand aannemen. En ook hier vind je genoeg steun voor in ECIW en vooral ook in Een Cursus van Liefde.

Dialoog met een virtuele Rudolf Steiner:

Simon: Wat is volgens Steiner de functie van machteloosheid?

Antwoord: Een prachtige en diepgaande vraag. Rudolf Steiner spreekt niet vaak over machteloosheid in de gewone psychologische of sociale zin, maar hij behandelt het verschijnsel op verschillende niveaus — moreel, geestelijk en kosmisch — als een noodzakelijke fase in de ontwikkeling van het Ik.

Hier zijn enkele hoofdlijnen uit zijn werk:


1. Machteloosheid als voorbereiding op innerlijke kracht

In de Christologische voordrachten (met name in Das Markus-Evangelium en Das Lukas-Evangelium, beschrijft Steiner dat de mens, in de loop van zijn ontwikkeling, perioden doormaakt waarin hij zich machteloos voelt tegenover de wereldkrachten. Deze machteloosheid is geen fout, maar een noodzakelijke toestand waarin het hogere Ik geboren kan worden:

“Wanneer de mens tot het punt komt waarop hij zich tegenover de machten van de wereld geheel machteloos weet, dan kan in hem het Christus-principe ontwaken.”

De machteloosheid is dus de leegte waarin het hogere, geestelijke Zelf kan indalen. Zolang de mens meent uit eigen kracht te kunnen handelen, sluit hij zich af voor de werkzame krachten van de geest.


2. De machteloosheid van het verstand

In De Filosofie der Vrijheid  wijst Steiner erop dat het verstand of het pure denken op zichzelf machteloos is zolang het niet wordt doordrongen van morele intuïtie.
De ervaring dat het intellect geen houvast meer biedt, kan de mens ertoe brengen zijn denken te vergeestelijken:

“De mens moet het beleven dat zijn gewone verstand machteloos wordt tegenover de wereld, opdat het geestelijk denken geboren kan worden.”

3. Morele machteloosheid als weg tot compassie

In Theosophie  en De weg tot inzicht in hogere werelden  zegt Steiner dat wie de lijdende mens waarlijk wil begrijpen, door een gevoel van machteloosheid moet gaan — een lijden dat niet onmiddellijk opgelost kan worden. Dat gevoel wordt de kiem van echte mededogende kracht:

“Uit het beleven van de eigen onmacht tegenover het lijden van de wereld wordt de kracht geboren die tot hulp kan worden.”

Simon: Graag uitwerken in relatie tot de kruisiging.

Antwoord: Dat is een zeer wezenlijke verdieping van de vraag. Wanneer we machteloosheid verbinden met de Kruisiging, dan raken we de kern van wat Rudolf Steiner de mysterie van Golgotha noemt — het centrale keerpunt van de aarde-ontwikkeling.

Steiner spreekt daarover in  o.a. Das Johannes-Evangelium , Das Markus-Evangelium, Das Lukas-Evangelium, en From Jesus to Christ.


🌑 1. De uiterste machteloosheid als kosmisch keerpunt

Steiner beschrijft de kruisiging als het ogenblik waarin alle uiterlijke en innerlijke krachten van de mens machteloos worden. Christus — de zonnegeest — daalt zo diep af in de menselijke natuur dat Hij alle macht aflegt.

“Op Golgotha voltrok zich het grootste wereldmysterie: de goddelijke geest zelf heeft de machteloosheid van de mens doorgemaakt.”

In dat ogenblik was de goddelijke kracht niet triomferend, maar volledig overgegeven aan het noodlot van de aarde. Deze daad van zelfontlediging (kenosis) maakte het mogelijk dat de goddelijke liefde tot in de kern van het aardse doordrong.


🌿 2. Machteloosheid als openbaring van liefde

In de gewone zin is machteloosheid een tekort.
In het Mysterie van Golgotha wordt ze echter tot de hoogste macht, omdat zij het instrument van liefde wordt.

“De liefde openbaart zich niet in macht, maar in de vrijwillig gekozen machteloosheid tegenover het kwaad, opdat het door liefde omgevormd worde.”

Christus overwon het kwaad niet door het te vernietigen, maar door het in zijn machteloosheid te dragen en te doordringen met liefde. Daarom spreekt Steiner van de kracht in de zwakheid — de omkering van alle vroegere kosmische wetmatigheden.

✨ 3. De mens als deelnemer aan deze machteloosheid

Voor de mens betekent dit dat hij, in navolging van Christus, innerlijk door de ervaring van machteloosheid heen moet gaan om tot echte geestelijke kracht te komen. Wanneer het Ik geen steun meer vindt in uiterlijke macht of zekerheid, kan het zich openen voor het hogere Ik — het Christus-Ik.

“Wie niet door de machteloosheid van het eigen ik heengaat, zal de kracht van het Christus-Ik niet vinden.”

Zo wordt de kruiservaring tot een innerlijk pad: het leren dragen van de machteloosheid zonder wanhoop, zodat zij kan omslaan in inzicht, liefde en scheppende kracht.

Zou je willen dat ik ook uitleg hoe Steiner deze machteloosheid in verband brengt met de moderne mens en zijn morele ontwikkeling sinds het Mysterie van Golgotha? Dat is een directe lijn in zijn latere voordrachten (na 1910).

Simon: Ja

Antwoord: Dat is een wezenlijke vervolgvraag — want juist de verbinding tussen de machteloosheid aan het kruis en de innerlijke weg van de moderne mens is voor Rudolf Steiner het hart van het christelijk-esoterische bewustzijn van onze tijd.

Ik zal dit toelichten in drie stappen, met verwijzingen naar zijn voordrachten.

1. Na Golgotha: de mens wordt vrij, maar ook machteloos

In Het vijfde evangelie en in De mens en de wereld van de sterren beschrijft Steiner dat na het Mysterie van Golgotha de Christus-kracht in de aarde zelf is opgenomen.
Dat betekent dat de goddelijke leiding niet meer van buitenaf komt — zoals in de oude mysteriën — maar van binnenuit, door het individuele Ik. Daarom zegt Steiner dat de mens sindsdien steeds meer alleen gelaten wordt. Hij voelt zich machteloos tegenover de wereld, omdat de geestelijke leiding die vroeger zichtbaar was, zich teruggetrokken heeft.

“De mens moet de machteloosheid beleven, opdat hij uit vrijheid de kracht van Christus in zijn ziel kan vinden.”


Deze ervaring van verlatenheid is dus niet een teken van verval, maar een noodzakelijke fase van geestelijke volwassenwording.

2. De moderne ervaring van machteloosheid: de weg van het Ik

Steiner zag in de moderne tijd (sinds de 19e eeuw) een groeiend gevoel van existentiële machteloosheid — door materialisme, technologische krachten en sociale vervreemding. Maar hij interpreteerde dat als het gevolg van het feit dat de mens nu zelf de drager van geestelijke scheppingskracht moet worden.

In Christus en het menselijk zielenleven zegt hij:

“Wat vroeger door de goden werd gedaan, moet de mens nu zelf doen. Daarom moet hij eerst machteloos worden, opdat hij in zich het bewustzijn wekt: niet ik, maar Christus in mij.”

De moderne machteloosheid is dus de spiegel van de vroegere goddelijke almacht — maar nu verschoven naar het innerlijk van de mens.

3. De omvorming van machteloosheid tot morele kracht

Steiner spreekt in Die innere Natur des Menschen und das Leben zwischen Tod und neuer Geburt  over de Christus-impuls als morele energie. Deze energie kan echter alleen werken waar de mens niet uit macht, maar uit vrijheid en liefde handelt. Daarom is de ervaring van machteloosheid — persoonlijk, sociaal of moreel — het moment waarop het Christusprincipe in de ziel actief kan worden:

“In iedere machteloosheid die niet tot wanhoop leidt, maar tot liefde, werkt de kracht van Golgotha in de mens.”

Steiner zou dus zeggen: de moderne mens moet machteloos worden, zoals Christus machteloos werd op Golgotha, om in vrijheid de nieuwe geestelijke kracht te kunnen ontvangen.

De vrucht van vergeving: wanneer de geestelijke les leidt tot liefdevolle actie

Het is een vraag die we ons allemaal weleens stellen binnen de Een Cursus in Wonderen (ECIW) gemeenschap: Leidt onze diepe focus op innerlijke vrede en de oorzaak in de denkgeest niet tot een zekere passiviteit, een soort spirituele ik-gerichtheid? We weten dat we de wereld niet moeten proberen te veranderen, maar ons denken over de wereld. Maar wat gebeurt er als die innerlijke verschuiving klaar is? Vertaalt ware vrede zich dan niet in een actieve, liefdevolle dienstbaarheid?
De innerlijke Stem die Helen Schucman begeleidde tijdens het schrijven van de Cursus, stond ook in haar dagelijkse leven klaar met heel specifieke aanwijzingen. Deze ‘speciale boodschappen’ aan Helen en Bill Thetford vormen het overtuigende bewijs dat de Heilige Geest onze fysieke acties wel degelijk gebruikt als een cruciaal onderdeel van onze training.

Het lokaal van de geest: oorzaak en gevolg

De Cursus leert ons dat de denkgeest de Oorzaak is en de wereld het Gevolg. De vrede die we zoeken is een innerlijke beslissing. Het ego probeert dit principe te verdraaien: het zegt dat als de wereld een illusie is, we ons geen zorgen hoeven te maken over de vorm van ons gedrag. Dit is het gevaar van de spirituele isolatie waarvoor we op onze hoede moeten zijn.
Maar de Heilige Geest gebruikt het lichaam niet als een doel, maar als een middel voor communicatie en uitbreiding. Onze uiterlijke acties worden dan de vrucht van de innerlijke verschuiving, het bewijs dat we écht vergeving hebben gekozen.
De Stem, die Helen de Cursus dicteerde, wist dat ze deze innerlijke les in de praktijk moest brengen, vaak op manieren die voor haar ego zeer oncomfortabel waren.

Het bewijs in Helen’s leven: de therapeutische acties

Tijdens de jaren van het opschrijven van de Cursus ontving Helen geregeld persoonlijke begeleiding over de praktische toepassing van de principes in haar complexe en vaak conflictueuze werkomgeving. Deze instructies waren directe correcties op haar neiging tot oordelen en afzondering, de ultieme vormen van ik-gerichtheid. In haar biografie vinden we duidelijke, gedragsmatige opdrachten:

  • De plicht van vriendelijkheid: Helen ontving de instructie om een stervende vriend in het ziekenhuis te bezoeken. Dit was geen vage spirituele suggestie, maar een specifieke, fysieke daad die haar dwong voorbij haar eigen angst en ongemak te gaan.
  • Dienstbaarheid boven zelfzorg: Bij een andere gelegenheid kreeg Helen de opdracht haar schoonmoeder op een bepaalde avond te bezoeken, terwijl ze eigenlijk van plan was thuis te blijven om haar haar te wassen. Op het eerste gezicht een triviale beslissing, maar in feite een directe confrontatie. De Stem daagde haar uit om de prioriteit van een egoïstische voorkeur (persoonlijk comfort) op te offeren ten gunste van een daad van relatieheling.
  • Het loslaten van wreedheid: De meest intieme toepassing van de Cursusprincipes vond plaats in haar relatie met Bill Thetford. De Stem confronteerde Helen direct met het ‘wrede’ en ‘lelijke’ karakter van haar gedrag jegens Bill. Hoewel de specifieke correctie in vorm niet altijd gedetailleerd is, was de opdracht glashelder: corrigeer je onvriendelijke, oordelende gedrag. De ultieme daad van vergeving is de correctie van je eigen gedrag tegenover je naaste.

Deze persoonlijke lessen onthullen de sleutel: de Heilige Geest gebruikt de fysieke vorm van actie om de innerlijke weerstand van het ego bloot te leggen. Als de vrede van binnenuit echt is, is de liefdevolle uitbreiding naar buiten toe automatisch en onvermijdelijk.

De ultieme daad van uitbreiding: het mandaat

Naast de individuele instructies, gaf de Stem ook een grootschalige, uiterlijke opdracht die het idee van passiviteit tegenspreekt. De Stem droeg de Foundation for Inner Peace (FIP), de uitgever van de Cursus, specifiek op om Een Cursus in Wonderen te publiceren, verspreiden en bespreken. Dit is de meest concrete daad van dienstbaarheid die door de Stem is opgelegd. Het vereiste fysieke actie: het drukken van boeken, vertalingen in 27 talen  en het verspreiden van het gedachtesysteem aan de wereld.

Het evenwichtige pad: vorm volgt inhoud

De angst voor ik-gerichtheid verdwijnt zodra we accepteren dat Liefde, per definitie, niet opgesloten kan worden. Ze moet worden uitgebreid. De historische instructies aan Helen Schucman bewijzen dat onze weg niet die van passiviteit is, maar van gerichte actie vanuit de Heilige Geest. We worden niet gevraagd om willekeurige humanitaire taken te verrichten (dat is vaak het ego aan het werk), maar om liefde en vergeving toe te passen op de specifieke, conflictueuze relaties in ons leven. De vrede is de keuze die we in onze denkgeest maken. De actie is de demonstratie van die keuze in de wereld.

De ziel als brug

“Toevallig” bekeek ik vandaag deze video over de visie van Edgar Cayce op geest en ziel en ik vond dat deze naadloos aansloot op de blog van gisteren: “We vormen een brug”. Edgar Cayce (1877–1945) was een beroemd Amerikaans paranormaal medium en helderziende, bijgenaamd de “Slapende Profeet,” omdat hij in een diepe trance medische diagnoses en spirituele lezingen gaf. Zijn duizenden lezingen over gezondheid, reïncarnatie en spiritualiteit hebben hem tot een grondlegger van de New Age-beweging gemaakt. Ik kan je de video van harte aanraden maar als je dat te lang vindt duren of liever leest dan volgt hier een samenvatting:

Het concept van ziel en geest is een hoeksteen van spiritualiteit en religie. Velen gebruiken de termen door elkaar, alsof ze naar dezelfde onzichtbare essentie verwijzen. Toch bood Edgar Cayce in zijn lezingen een onderscheid dat ons begrip van het menselijk wezen verdiept. Volgens Cayce is het essentieel om te begrijpen dat je ziel en je geest niet hetzelfde zijn. Deze subtiele maar cruciale nuance herdefinieert onze relatie tot het leven, de dood, en ons spirituele doel. Het niet inzien van dit verschil, zo waarschuwde Cayce, kan ertoe leiden dat de ziel gevangen blijft in een cyclus van verwarring en onnodig lijden.

Cayce zag het menselijk wezen als een harmonieuze drie-eenheid: lichaam, ziel en geest. Het lichaam is daarbij slechts het tijdelijke voertuig, het omhulsel dat de ziel in staat stelt het materiële leven te ervaren. De ware diepgang zit in de relatie tussen ziel en geest. De Geest is volgens Cayce de goddelijke vonk zelf – puur, perfect en onveranderlijk. Het is de directe reflectie van de Schepper in ons, de eeuwige adem die ons bestaan bezielt. De Geest is de bron van al het leven en kan nooit worden aangetast of vernietigd. Hij kent geen angst en is onsterfelijk. Hij fungeert als een constante, stille aanwezigheid, een innerlijk kompas van perfectie.

De ziel daarentegen is de reiziger, de brug tussen de goddelijke perfectie van de Geest en de menselijke ervaring. Cayce beschreef de ziel als het verslag van het leven. Ze draagt de herinnering aan haar goddelijke oorsprong, maar ook de littekens van de tijd. De ziel is het deel van ons dat leert, valt, liefheeft, lijdt en groeit door talloze incarnaties. Ze is gevormd door de vrije wil en reflecteert met elke gedachte, emotie en actie haar staat van zijn. De ziel is voortdurend bezig met het schrijven van haar verhaal, op zoek naar eenwording met haar spirituele bron. Cayce vatte het kernachtig samen: “De geest is leven, de ziel is het verslag van dat leven.”

Het ultieme doel van de ziel is om zich bewust te worden van de innerlijke perfectie van de Geest en die zuiverder te weerspiegelen in de materiële wereld. Ware vervulling ligt in deze spirituele afstemming, de staat waarin de ziel de wil van de Geest niet langer weerstaat. Het leven wordt dan geen slagveld, maar een klaslokaal vol kansen voor groei en inzicht. Cayce benadrukte dat deze harmonie wordt bereikt door bewuste keuzes en door te leven in liefde. Liefde is de taal van God en de vibratie van de Geest. Elke daad van liefde stemt de ziel af op haar goddelijke bron. Door vergeving lossen we de barrières op die de goddelijke stroom blokkeren. We stoppen met oordelen, omdat we zien dat iedereen een ziel is in een andere fase van haar reis naar herinnering.

Cayce wijst op het belang van afstemming op de goddelijke bron in alle rust en stilte. Stop met zoeken naar God in de buitenwereld; Hij is in de stilte van je eigen hart. Meditatie en gebed zijn manieren om te luisteren naar die ‘stille, zachte stem’ van de Geest die altijd tot ons spreekt.

Volgens Cayce is lijden vaak een gevolg van vergetelheid of ‘spirituele slaap’, waarbij de ziel haar goddelijke oorsprong en de aanwezigheid van de Geest negeert. Zonde is in wezen scheiding -het moment waarop de ziel handelt zonder bewustzijn van haar Geest. De Geest veroordeelt de ziel echter nooit voor haar omzwervingen. Integendeel, de Geest wacht geduldig met oneindige genade en nodigt de ziel uit om terug te keren naar het licht. Lijden is in dit licht geen straf, maar een kans om te herontdekken wat werkelijk van belang is. Het is een mogelijkheid voor de ziel om te ontwaken.

Cayce’s inzicht leidt tot de conclusie dat we niet één of twee, maar drie-delige wezens zijn. Door het onderscheid tussen de vergankelijke ziel (ons levensverhaal) en de onveranderlijke Geest (de goddelijke vonk) te begrijpen, kunnen we stoppen met zoeken naar redding in de buitenwereld en beginnen met het cultiveren van de eenheid in onszelf. Het doel is om God vandaag te openbaren door de harmonie tussen onze ziel en onze Geest. Door liefde, vergeving en bewuste keuzes wordt ons leven een reflectie van de perfectie die we al in ons dragen. De uitnodiging van Edgar Cayce is er één van diepgaande introspectie en het moedige besluit om te leven als een ziel die geleid wordt door de Geest.
https://youtu.be/75Pp4lQungg?si=_X34i85nQJW5bYrc

We vormen een brug.

<Ik zag een overeenkomst tussen Een Cursus van Liefde, een inzicht van Rudolf Steiner en de term “decision maker” die door Ken Wapnick werd ingevoerd om ECIW uit te leggen. Ik vroeg Gemini (AI) om dit uit te werken>

De Beslissingsmaker: Hoe het Christus-bewustzijn de Brug Slaat tussen Hemel en Aarde 🌍✨

We worden voortdurend heen en weer geslingerd tussen twee schijnbaar onverzoenbare polen: het aardse, het materiële, de zwaarte van het ego en de verheven, ongrijpbare lichtheid van de Geest. Maar wat als onze ware identiteit niet in een van de uitersten ligt, maar in het neutrale punt daartussen?

Inzichten uit spirituele en filosofische teksten — van Een Cursus van Liefde tot de antroposofie van Rudolf Steiner en de psychologie van Ken Wapnick — wijzen verrassend eenduidig naar de centrale rol van een Bemiddelaar of Beslissingsmaker. Dit is het fascinerende concept van de Middenpositie.

De Drie Bronnen van de Middenpositie

Hoewel de terminologie verschilt, komt de functie van deze middenpositie in alle drie de fragmenten op hetzelfde neer: het is de noodzakelijke schakel voor leren, balans en bevrijding.

1. Het Christus-bewustzijn als de Brug (Een Cursus van Liefde)

De Prelude van Een Cursus van Liefde stelt een fundamentele vraag: voor wie is deze cursus bedoeld? Het antwoord is verrassend. Het is niet voor het ego (dat niet kan leren) en ook niet voor de Geest (die het niet nodig heeft).

De Cursus is bedoeld voor het Christus-bewustzijn in jou.

  • Tegengestelde Polen: De wereld van de heerschappij van het ego (aards, afscheiding) en de wereld van de Geest (Hemel, eenheid).
  • De Middenpositie: Het Christus-bewustzijn (P.6). Dit is het deel in ons dat tussen twee werelden zweeft en in staat is de twee werelden te overbruggen (P.7). Het is onze ware identiteit, degene die in menselijke vorm kan leren.

Deze Christus-identiteit is de “beslissingsmaker” die kiest om de scheiding te beëindigen en in een staat van eenheid te leren. Het is de menselijke, lezende en kiezende expressie van God, nodig zolang we ons nog in de illusie van afscheiding bevinden.

2. Christus als de Balans (Rudolf Steiner)

Rudolf Steiner beschrijft de mensheid als gevangen tussen twee kosmische krachten die ons uit balans trekken: Lucifer en Ahriman.

  • Tegengestelde Polen:
  • Lucifer: Trekt ons omhoog, weg van de aarde. Gevaar is zweverigheid, egocentrisme, verachting van het materiële (te licht).
  • Ahriman: Trekt ons naar beneden, de materie in. Gevaar is materialisme, cynisme, verlies van spiritualiteit (te zwaar).
  • De Middenpositie: Christus fungeert als het evenwichtspunt, de “Middenweg”. Hij maakt het mogelijk om met beide voeten op de aarde te staan (Ahriman tegemoet te treden) terwijl we ons hoofd in de hemel houden (zonder aan Lucifer ten prooi te vallen).

Bij Steiner is Christus de dynamische kracht die ons toelaat de aarde te doordringen met geest, een integratie die beide uitersten vermijdt. Dit is de ultieme daad van een beslissingsmaker: de keuze voor integriteit en balans.

3. De Denkgeest als de Beslissingsmaker (Ken Wapnick)

Ken Wapnick, een sleutelfiguur in de verspreiding van Een Cursus in Wonderen, geeft dit concept een psychologische naam: “The Decision Maker” (de Beslissingsmaker).

  • Tegengestelde Polen: De stem van het ego (afscheiding, schuld) en de stem van de Heilige Geest (vergeving, vrede).
  • De Middenpositie: De Beslissing-maker. Dit is niet zelf het ego of de Heilige Geest, maar het neutrale punt dat steeds kiest welk denksysteem het wil volgen.

De bevrijding, volgens Wapnick, komt wanneer we ons bewust worden van deze neutrale positie en bewust voor de Heilige Geest kiezen. De denkgeest is de neutrale arena, de plaats waar de keuze gemaakt moet worden.

De Kracht van de Keuze

Wat deze bronnen verenigt, is de erkenning van een cruciaal tussenliggend gebied binnen de mens.

Dit gebied—of het nu het Christus-bewustzijn, de Middenweg of de Beslissingsmaker is—is de essentie van onze menselijke reis. We zijn geen puur ego, noch zijn we de pure, onveranderlijke Geest. We zijn de entiteit die leert en kiest tussen die twee.

Het is in deze middenpositie dat we onze goddelijke opdracht volbrengen: de verzoening van de geest met de materie. We zijn hier niet om aan de aarde te ontsnappen (Lucifer) of om ons erin vast te roesten (Ahriman). We zijn hier om de Geest (Heilige Geest) in de vorm (Aarde) te brengen door een bewuste keuze (Beslissingsmaker).

De Beslissingsmaker is de ware held van dit verhaal: Jij. Je bent de brug. En op elk moment kun je kiezen om je ware, lerende, Christus-identiteit te belichamen, waardoor de wonderen mogelijk worden.

De volgende keer dat je je verscheurd voelt, herinner je dan dat je niet verscheurd bent. Je staat op de perfecte, krachtige plek om te kiezen. Je bent de Beslissingsmaker, de Middenweg, de Christus in actie.

De Cursus als Luciferische ontsporing?

Eerder postte ik de volgende tekst:

Volgens Rudolf Steiner zijn er twee grote tegenkrachten die de mensheid uit evenwicht proberen te trekken.

Lucifer:

· Zijn aard: De “Lichtbrenger”, de geest van hoogmoed, schoonheid, vrijheid en ongebondenheid. Hij trekt ons omhoog, weg van de aarde.

· Zijn verleiding: Hij wil dat wij ons als puur geestelijke wezens beschouwen, die de aarde en het materiële verachten. Hij spoort aan tot mysticisme, dromerigheid, het verachten van het lichaam en de techniek, en tot spiritualiteit zonder verantwoordelijkheid voor de aarde.

· Zijn gevaar: Een te sterke luciferische invloed leidt tot egocentrisme, waanideeën, wereldvlucht en het verliezen van ons gevoel voor realiteit. We worden “te licht”, zweverig en onaards.

Ahriman:

· Zijn aard: De “Geest van de Duisternis”, de geest van materialisme, starheid, intellectualisme en zwaarte. Hij trekt ons naar beneden, de materie in.

· Zijn verleiding: Hij wil dat wij geloven dat alleen de stoffelijke wereld bestaat. Hij is de drijvende kracht achter het materialistische wetenschappelijke paradigma, bureaucratie, technologie zonder ziel, en pure intellectualiteit.

· Zijn gevaar: Een te sterke ahrimanische invloed leidt tot atheïsme, cynisme, verlies van alle spiritualiteit, verslaving aan genot, en een kil, mechanisch wereldbeeld. We worden “te zwaar”, vastgenageld aan de stof.

Dierbare lezers van de blog wezen op het hoge Luciferische gehalte van Een Cursus in Wonderen (ECIW). Ik zie dit als zeer rake en herkenbare kritiek. Binnen de ECIW-gemeenschap is helaas bagatellisering van de ellende die we in de wereld zien en in ons eigen leven aan de orde van de dag. Sommige bekende Cursus-leraren kunnen zich dan ook helemaal niet vinden in de Bijbelse Jezus die zich bekommerde om het wel en wee van zijn tijdgenoten; niet alleen om hun spirituele welzijn en hun “innerlijke vrede”, maar ook om hun fysieke noden. Hij gaf ze eten en genas hun kwalen. Zijn nadruk op goed handelen wordt het best geïllustreerd door de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, een parabel die ik als bekend veronderstel.

Ik kan niet ontkennen dat er niet weinig teksten in ECIW staan die je Luciferisch zou kunnen noemen. De nadruk ligt sterk op de geestelijke aard en werkelijkheid van de mens. ECIW noemt de ons bekende wereld die we waarnemen een illusie en een door ons bedachte hel. Zou de bevrijding uit deze hel die ECIW ons biedt niet een Luciferische vlucht uit de werkelijkheid kunnen zijn?

Deze vraag houdt me bezig en ik wil graag mijn inzicht en gevoel hierover delen met jullie. Niet als een “zo zit het”, maar als uitgangspunt voor het delen van onze overwegingen.

In mijn beleving vormt de Cursus een tegenwicht tegen de Ahrimanische neigingen van onze tijd. Lees bovenstaande beschrijving nog maar eens door en oordeel zelf. Ik onderschrijf de rol van “De Christus” zoals Rudolf Steiner deze verwoordt:

Christus biedt de kracht om tussen deze beide polen te staan. Hij leert ons om met beide voeten op de aarde te staan (Ahriman tegemoet te treden) terwijl we ons hoofd in de hemel houden (zonder aan Lucifer ten prooi te vallen). Hij maakt het mogelijk om de aarde te doordringen met geest, in plaats van eraan te ontsnappen of erin vast te roesten.

Omdat ECIW vooral bedoeld is om tegengas te bieden aan de overheersende Ahrimanische tendens van de hedendaagse mensheid, kunnen teksten Luciferisch klinken. De exegeet van de Cursus van het eerste uur, Ken Wapnick, is vol op het orgel van de Luciferische correctie gesprongen. Tekenend hiervoor is dat de organisatie die hij heeft opgericht de naam: “Foundation of Inner Peace” draagt. Er kwam grote nadruk te liggen op het corrigeren van onze perceptie en op het onderkennen van de illusoire aard van het lichaam en de wereld. De Bijbels geschiedenis, als onderdeel van deze wereld, past dan ook nauwelijks in zijn visie. Door zijn interpretatie van de Cursus krijgt deze dan ook terecht als kritiek dat het mensen vervreemdt van de wereld, van hun lichaam en van hun naasten. Hiermee lijkt het pleit beslecht en de conclusie gerechtvaardigd dat ECIW een Luciferische levensvisie voorstaat.

Ware het niet dat er al snel een tegengeluid klonk in Cursus-land uit monde van Robert Perry van The Circle of Atonement. Hij benadrukte dat de hoofdbetekenis van het wonder niet een correctie van onze perceptie is maar het uiten van liefde. Hij gaat niet mee in het vergeestelijken van de cursus en meent dat liefde zich kan uiten in de wereld. Liefde dient handen en voeten te krijgen in het contact met onze naasten. Hij ontkent niet dat ECIW de Bijbel op sommige punten herinterpreteert maar hij benadrukt de grote continuïteit tussen Bijbel en ECIW en wijst ons op de tientallen plaatsen waar Jezus in de oorspronkelijke Cursus verwijst naar Bijbelpassages.

Door hier Ken Wapnick en Robert Perry zo sterk tegenover elkaar te stellen doe ik beide niet geheel recht, dat besef ik. Maar ik doe het hier bewust om mijn punt te maken. In mijn beleving ontkent ECIW niet onze ervaring van het lichaam en de wereld. Dat doet Wapnick overigens ook niet. Deze ontkenning wordt door Jezus onwaardig genoemd, in de zin dat we daarmee de macht van onze eigen denkgeest ontkennen. De Cursus klinkt soms Luciferisch in haar poging onze Ahrimanische neiging te corrigeren. Maar deze Luceferische toon is sterk aangezet door de extra nadruk die sommige ECIW-leraren gelegd hebben (en nog steeds leggen) op dit Luciferische aspect van de Cursus. Zelfs in een heel vroeg stadium van de ontstaansgeschiedenis van ECIW zijn talloze te “aardse, persoonlijke, praktische” fragmenten weggeredigeerd. Niet voor niets heeft Robert Perry een oorspronkelijke en veel dikkere versie van ECIW ( The Complete edition) samengesteld en uitgebracht.

Ik zie dus niet zozeer ECIW als Luciferische ontsporing als wel de (goedbedoelde) eenzijdige en selectieve interpretatie die sommigen aan de Cursus gegeven hebben en nog steeds geven. Ik meen dat de inzichten van Rudolf Steiner, die hij doorgaf lang voordat we de Cursus mochten ontvangen, ons kunnen helpen om met onze voeten stevig op de grond onze armen op te heffen naar de hemel. Niet met het verzoek om weg te mogen zweven maar om Zijn Liefde kenbaar te maken en Zijn Wil (die gelijk is aan onze Wil) te laten geschieden: “Zowel in de Hemel als ook op aarde”.

Uw Wil geschiede, Goddank!

Het kan verhelderend werken om eens uit te zoomen en als het ware van een afstandje te kijken naar de situatie waarin we ons lijken te bevinden. Waar we dan op uit komen is dat we denken zelfstandige wezentjes te zijn en dat we bepaalde dingen moeten denken en doen om gelukkig te worden. We denken dat veel van ons zelf afhangt en we houden graag de touwtjes in handen omdat we een hekel hebben aan afhankelijkheid van anderen. Ons leven staat in het teken van streven naar zekerheid, sensaties en macht. Vermoedelijk geldt dit voor mensen in het algemeen maar ik zie het vooral duidelijk terug bij de “echt mannelijke mannen”. Ze zouden sterk, rationeel en onafhankelijk moeten zijn hoewel er tegenwoordig gelukkig ook meer ruimte is voor gevoel en emotie.

Als je dan bezig gaat met spiritualiteit in het algemeen en met Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL) in het bijzonder dan hoor je een visie die niet direct aansluit bij ons ideaalbeeld. Ik zou dit op talloze manieren kunnen illustreren met teksten uit de Cursus maar kies er één die ongetwijfeld erg belangrijk is omdat Jezus er de werkboeklessen mee besluit en deze les een aantal keren herhaalt (Les 361-365):

Dit heilig ogenblik wil ik U geven.
Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen,
in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.

En als ik een woord nodig heb om me te helpen, zal Hij het me geven. Als ik een gedachte nodig heb, geeft Hij me die ook. En als ik alleen maar stilheid nodig heb en een rustige, open denkgeest, dan zijn dat de gaven die ik van Hem ontvangen zal. Hij heeft de leiding, op mijn verzoek. En Hij zal me horen en antwoord geven, want Hij spreekt namens God, mijn Vader, en Zijn heilige Zoon.

Uit deze werkboekles spreekt in mijn beleving eerbiedige overgave en liefdevol vertrouwen. Als ik dit ter sprake breng in gesprek met andere mannen dan merk ik dat er soms wat meewarig naar me gekeken wordt. Men kent me ondertussen wel een beetje en weet dat ik graag aangeef dat ik me probeer af te stemmen op- en over te geven aan de Liefde die mijn Bron is. Dat ik dankbaar en vol verwondering ben dat ik mag leven. Maar dit is niet altijd een houding die respect afdwingt bij mannen onder elkaar. Mijn houding riekt voor hen naar ouderwets geloof en devotie en dat zouden zaken zijn die niet echt meer van deze tijd zijn.

Soms bedenken medestudenten van de Cursus een soort truc waardoor de afhankelijkheid die doorklinkt in deze werkboeklessen wat kan worden afgezwakt. Men stelt dan dat er geen God of Heilige Geest buiten onszelf bestaat en dat je dus net zo goed kunt stellen dat we ons moeten afstemmen op ons hogere Zelf of op het juist gerichte gedeelte van onze denkgeest. Wat mij betreft mag je het ook zo omschrijven maar ondanks het feit dat je mogelijk metafysisch gezien gelijk hebt om het zo te formuleren, vrees ik toch dat je de deur voor het ego hiermee op een kier zet en dat je jezelf hiermee de Hulp en Kracht onthoudt die je zou kunnen ontvangen.

Want wellicht is het verstandelijk en conceptueel gezien correct om God en de Heilige Geest niet als van ons afgezonderde entiteiten voor te stellen buiten ons en los van ons. We zijn immers in een heilige relatie innig verbonden als Zonen met onze Vader, de Schepper. Er is geen grens tussen ons. Dit maakt ons echter weliswaar Goddelijk, geschapen door God, maar niet tot God. Als we Hem en onszelf verstandelijk gelijkstellen dan slaan we het mysterie van de schepping plat en stellen we onbewust ons kleine zelf gelijk aan God. In de Bijbel wordt dit de oerzonde genoemd, de mens met kleine m die op de troon van God wil gaan zitten. Dit is in feite de ultieme viering van onze vermeende zelfstandigheid of, in cursus-termen, het ultieme geloof in afgescheidenheid. Het is deze gemene valkuil waartegen ik zo dikwijls geageerd heb in talloze blogs en die ik heb aangeduid als een hyperabstracte eenheidsfilosofie. Het is een visie die theoretisch klopt (“Er is geen verschil tussen God en mij en tussen mij en mijn broeders”) maar die ons vastbindt in ons geloof in afgescheidenheid als we deze visie belijden terwijl we ons nog onbewust identificeren met ons kleine zelf. En helaas is dit het geval voor ons allemaal met, naar ik vermoed, Jezus als enige uitzondering.

Ik hoop dat je deze uitleg niet alleen probeert te snappen maar ook te doorvoelen. Dat je letterlijk gevoel krijgt voor onze onschuldige maar toch blokkerende onbewuste arrogantie waarbij we weigeren om ons over te geven aan Liefde, onze Bron, de Vader of de Heilige Geest. Juist deze weinig populaire en al helemaal niet mannelijke houding blijkt een machtige sleutel die Jezus ons biedt in deze werkboeklessen. Denk ook eens aan het begin van het “Onze Vader” dat Jezus ons leert in de Bijbel:

“Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde.”

Wij vinden onze wil belangrijk omdat we op eigen beentjes willen staan. We beseffen niet dat wat we ten diepste willen de Wil van onze Vader is. Zijn Wil is Liefde uitbreiden, en dit is ook de wil van ons, Zijn Zonen. Het is dus een heerlijke paradox: we mogen de touwtjes uit handen geven en ons in Zijn armen werpen en laten liefhebben om onze echte Wil te ontdekken. Liefde is middel en doel: “in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft”.