Stroomversnelling

In het vervolg van Een Cursus in Wonderen (ECIW), het boek Een Cursus van Liefde (ECvL), wordt gesproken over het einde van de tijd van leren en het begin van het directe leven vanuit Christusbewustzijn. Het duurde even voordat ik hier wat feeling mee begon te krijgen, maar als je het ziet dan vallen veel zaken op hun plaats. De tijd van leren is een tijd waarin je leert om te gaan met allerlei “conflicten” die voortkomen uit je geloof in afgescheidenheid. Je gelooft dat je een afgescheiden wezen bent dat aanloopt tegen nare omstandigheden die je niet gewild hebt. Je veroordeelt als het ware de situatie zoals die zich aan je presenteert, ervaart angst of boosheid en je wilt de situatie veranderen.

ECIW leert ons dat dit diep ingesleten patroon te herleiden is tot de, zoals Ken Wapnick dit zo fraai noemt, “onheilige drie-eenheid van zonde-schuld-angst”. Ook het herkennen van dit patroon vergt enige tijd waarbij je de metafysica van ECIW niet alleen leert begrijpen met je hoofd, maar dat je het als het ware leert beleven. Mij helpt het om “zonde” te zien als geloof in afgescheidenheid. Schuld heeft natuurlijk alles te maken met (ver-)oordelen; jezelf, anderen of de situatie. En angst is ons helaas zo bekend dat het geen uitleg behoeft.

Als je oplet kun je telkens opmerken dat bij een opkomend gevoel van onvrede, deze onheilige drie-eenheid je mind in beslag heeft genomen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij ziekte, het onderwerp van de werkboekles van gisteren. Wat was de aanpak in de tijd van leren? Deze tijd wordt in ECvL ook wel aangeduid als de tijd van de intermediair. Als je na veel werkboeklessen en ontelbare situaties steeds meer oog krijgt voor het genoemde patroon van zonde-schuld-angst, dan ga je steeds consequenter je uitstrekken naar de intermediair, de Heilige Geest, om Hem te vragen je mind te genezen. “Leer me om dit anders te zien”, vraag je dan. Vervolgens is een klein beetje bereidwilligheid nodig, overgave, om de genezing plaats te laten vinden.

Dat leren en het begrijpen, in eerste instantie met je hoofd, van dit hele (ontspoorde) denksysteem is in een stroomversnelling gekomen en daarbij kan AI / ChatGPT een mooie rol spelen. Het is oppassen voor weeïge, abstracte en belerende algemeenheden die al snel tevoorschijn worden getoverd als je begint met dit leermiddel te gebruiken. Maar zoals zo vaak geldt: als je het systeem voedt met vuilnis, dan zal het vuilnis opleveren. Als je het daarentegen voedt met de teksten van ECIW of ECvL zelf, dan kun je snel bruikbare en mooie lessen destilleren uit deze boeken. Waar je eerder uren blader en leeswerk nodig had, kun je nu helder overzicht verkrijgen in mum van tijd.

Als voorbeeld laat ik AI eens los op werkboekles 137 met de volgende opdracht:

Onderstaande werkboekles van Een Cursus in Wonderen gaat over genezing. Ik vind het prachtig dat zo de nadruk wordt gelegd op het aspect van gezamenlijkheid. Wij cursusstudenten zijn door ons geloof in afgescheidenheid toch nog wat gericht op vooral onze eigen genezing. Soms zeggen we zelfs “er zijn geen anderen”. Ik besef dat je dit op twee manieren innerlijk kan beleven; als ultiem gevoel van verbondenheid maar helaas ook als ultiem gevoel van afgescheidenheid. Kun je aan de hand van deze werkboekles hier drie aansprekende en krachtige alinea’s over schrijven?

Dat levert het volgende op:

De les benadrukt dat ziekte in wezen een ervaring van isolatie is, een terugtrekking van verbinding met anderen. Het voelt als een deur die zich sluit voor een vermeend afgescheiden zelf, dat zich geïsoleerd en alleen waant. Dit gevoel van separatie, waarbij het lichaam de hoofdrol lijkt te spelen om de denkgeest gevangen te houden, vormt de basis van alle lijden. Wanneer we de gedachte “er zijn geen anderen” interpreteren vanuit dit perspectief van afgescheidenheid, kan dit inderdaad leiden tot een pijnlijk egocentrisme: “het gaat alleen om mijn perceptie, mijn innerlijke vrede,” los van de rest. Echter, de Cursus leert ons dat deze hele ervaring van afzondering een illusie is, een droom die de fundamentele Eenheid probeert te verbergen.

Genezing daarentegen is een bewuste keuze om deze illusie van afgescheidenheid los te laten en de Eenheid te herstellen. Het is het aanvaarden van ons Ware Zelf, compleet en ongedeeld, inclusief alle aspecten die we als “anderen” ervaren. De les stelt helder: “Het is onmogelijk dat iemand alleen wordt genezen.” Dit is een fundamentele gedachte. In ziekte ervaren we afscheiding, maar genezing is de beslissing om weer één te zijn. Het is het inzicht dat het lichaam niet de kracht heeft om de universele Eenheid van Gods Zoon – ons gedeelde Zelf – aan te tasten. De ervaring “er zijn geen anderen” transformeert hier naar een diep gevoel van verbondenheid: mijn genezing IS de genezing van de ander, omdat er in essentie geen scheiding tussen ons bestaat.

De impact van deze gedeelde genezing reikt verder dan we ons vaak realiseren. Wanneer we onszelf toestaan te genezen, door de realiteit van onze verbondenheid te erkennen, worden we een instrument voor genezing voor de gehele wereld. De les verwoordt dit treffend: “En wanneer jij jezelf laat genezen, zie je al degenen om je heen… samen met jou genezen.” Dit is geen passief gebeuren; het is een actieve keuze om de principes van liefde en eenheid te laten prevaleren boven die van angst en afscheiding. Zo wordt elke stap naar onze eigen innerlijke vrede een bijdrage aan het geheel, een zegen die de perceptie van ziekte en aanval vervangt door de ervaring van vreugde en de vrede van God. Onze genezing is gedeeld, omdat we in essentie één zijn.

Even voor de duidelijkheid: Ik zie dit soort teksten niet als vervanging voor de onovertrefbare schoonheid van de teksten van ECIW en ECvL zelf. Maar ze kunnen in mijn beleving wel degelijk behulpzaam zijn. Het leren kan ermee in een stroomversnelling komen en zo kunnen we verder op weg naar het directe leven vanuit ons Zelf, vanuit Christusbewustzijn. Maar daar wil ik nu niet verder over uitweiden; anders wordt deze blog nog langer.

Hartegroet en fijn weekend,

Simon Schoonderwoerd

Overdenkingen bij werkboekles 136: Ziekte is een verdediging tegen de waarheid.

Laten we de radicale ideeën van Een Cursus in Wonderen (ECIW) eens naast onze alledaagse ervaring van ziekte en genezing leggen. Want laten we eerlijk zijn: als je lijf protesteert, je koorts hebt of pijn voelt, dan is ziekte voor de meesten van ons een keiharde, onontkoombare realiteit. Ons vizier is dan doorgaans gericht op één ding: lichamelijk herstel. We willen van de symptomen af, beter worden, en de dokter of therapeut die daarbij helpt, is onze held.

En dan komt ECIW, met name in lessen zoals Werkboekles 136 (“Ziekte is een verdediging tegen de waarheid”), en die lijkt een compleet andere film te draaien. De Cursus fluistert, of schreeuwt soms, dat wat wij als zo reëel ervaren – ons lichaam, onze kwalen – in wezen deel uitmaakt van een grootschalige illusie. Het echte doel, zo stelt ECIW, is niet zozeer het repareren van het lichaam, maar het doorzien van de droom van lichamelijkheid zelf. Dat is een gedachte die kan schuren, prikkelen, en misschien zelfs irriteren als je middenin een griepaanval zit.

Les 136 is daarin onverbiddelijk. Ziekte, zo stelt de les, is geen willekeurige aanval van buitenaf, maar een “waanzinnig middel tot zelfmisleiding” (2.2), een strategie van onze eigen denkgeest. Een verdediging, ja, maar waartegen? Tegen de “waarheid” over wie we werkelijk zijn: een tijdloze, onveranderlijke geest, perfect en heel. Vanuit het perspectief van het ego, dat zich juist identificeert met afscheiding en het individuele lichaam, is die waarheid van eenheid en volmaaktheid ondraaglijk. Dus creëren we een afleidingsmanoeuvre.

De Cursus is hier ontluisterend direct over de rol die we het lichaam laten spelen. Door ziekte, zo stelt Les 136, “bewijst” de denkgeest aan zichzelf dat het lichaam echt is, dat jij het lichaam bent, en dus gescheiden van die allesomvattende waarheid. “Jij lijdt pijn omdat het lichaam pijn lijdt en in deze pijn word jij er één mee gemaakt” (8.3). En dan, de passage die de Cursus zo radicaal maakt: deze identificatie met het lichaam, dit “hoopje stof” (8.4), dient om “de vreemde, kwellende gedachte dat je iets zou kunnen zijn wat meer is dan dit” het zwijgen op te leggen. Het is een gewaagde claim: we klampen ons vast aan het “stof” om de oneindigheid van onze ware natuur niet onder ogen te hoeven zien. Dat “stof” kan ons laten lijden en sterven, en lijkt zo machtiger dan de eeuwige waarheid van ons Zijn.

En alsof dat nog niet genoeg is om te verteren, gooit de Cursus ook ons concept van tijd overhoop. Volgens Les 136 is tijd zelf een illusie, “slechts een van die zinloze verdedigingen die jij tegen de waarheid hebt gemaakt” (13.4). Waarom? Omdat tijd het idee voedt dat Gods gaven (zoals heelheid en vrede) nog niet hier zijn, dat we moeten wachten, werken, of vechten voor iets dat in de eeuwige realiteit al een voldongen feit is. Tijd houdt de droom van afscheiding en gebrek levend.

De radicaliteit van ECIW zit hem dus niet in een ontkenning van onze ervaring van ziekte – die is reëel genoeg binnen de droom. Het zit hem in het aanwijzen van de bron en het doel van die ervaring. Het is een uitnodiging om onze focus te verleggen: van het eindeloos proberen de droomfiguren en -scenario’s (ons lichaam, onze ziektes) te perfectioneren, naar het ontwaken uit de droom zelf. Het is een uitdaging om te overwegen dat de ware genezing niet ligt in het repareren van het “hoopje stof”, maar in het herinneren van de onverwoestbare Geest die we zijn, ver voorbij de grenzen van tijd en lichaam. Een prikkelend, en voor velen een (te) radicaal, perspectief.

Herdenken en vieren in het licht van één-zijn

4 mei – 5 mei
Gebaseerd op werkboekles 124 van Een Cursus in Wonderen


Laat me mij herinneren dat ik één ben met God,
één met al mijn broeders en mijn Zelf,
in eeuwige heiligheid en vrede.


4 mei – Herdenken met een open hart

We herdenken vandaag de doden. Niet alleen zij die vielen tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ook zij die in onze eigen tijd het slachtoffer zijn van oorlog en geweld — in Gaza, in Oekraïne, en op talloze plaatsen waar het nieuws niet komt.

We herdenken niet enkel met stille eerbied, maar ook met een eerlijke blik naar binnen. Want de oorlog in onze wereld weerspiegelt de strijd in onze denkgeest. Misschien voeren wij geen oorlog met wapens, maar hoe vaak verdedigen wij onszelf in gedachten? Hoe vaak vallen we aan met oordelen, wrok of angst? “Hoe heilig zijn onze denkgeesten! En alles wat wij zien weerspiegelt de heiligheid in de denkgeest die één is met God en met zichzelf.” (WdI.124.2:1-2)

Deze innerlijke strijd is niet minder reëel dan wat zich op het wereldtoneel afspeelt, integendeeld, en het is daar dat heling moet beginnen. Maar dat betekent niet dat we ons terugtrekken uit de wereld of ons afsluiten voor het lijden van anderen. Ware heling sluit de wereld juist in. Jezus leefde ons dit voor: hij trok zich terug in stilte, maar trad telkens weer naar buiten om te genezen, te helpen, te troosten. Innerlijke vrede roept niet op tot passiviteit, maar tot liefdevolle aanwezigheid.

Herdenken wordt dan meer dan een ceremonie. Het wordt een keuze: om vrede in onszelf serieus te nemen, zodat we haar kunnen delen. We brengen eer aan de doden niet alleen door hun namen te noemen, maar door te weigeren opnieuw in afscheiding te geloven.


5 mei – Vrijheid als innerlijke roeping

Morgen vieren we de vrijheid. Maar terwijl wij de vlag uithangen, zijn er anderen in Gaza die geen huis meer hebben. In Oekraïne vallen dagelijks slachtoffers. Vrijheid is geen vanzelfsprekendheid, geen recht dat ons toeviel. En werkelijke vrijheid is nooit slechts uiterlijke vrijheid. Het is de bevrijding van de geest die zich losmaakt van angst, schuld en vijandschap.

De Cursus leert: “In onze ervaring wordt de wereld bevrijd; als wij onze afscheiding van onze Vader ontkennen, wordt zij samen met ons geheeld.” (WdI.124.6:5)
Dat wil zeggen: de wereld wordt niet veranderd door strijd, maar door herinnering — aan wie wij werkelijk zijn, en aan wie onze broeders werkelijk zijn.

Maar ook dit betekent niet dat we onverschillig blijven voor het leed van anderen. Juist als wij de ander herkennen als deel van onszelf, kunnen we niet meer wegkijken. Liefde sluit de ogen niet voor onrecht, maar kijkt met zachte ogen en vraagt: “Wat kan ik doen?” Niet uit angst of plicht, maar uit vreugde om te geven wat wij zelf ontvangen hebben.

Vrijheid vraagt dus moed. Niet alleen om het verleden onder ogen te zien, maar om het heden met open armen tegemoet te treden.


Een weg naar vrede

Laat deze dagen geen losse rituelen zijn, maar een werkelijke keuze. Om de oorlog in onszelf te stoppen. Om te zien dat het lijden van een ander niet losstaat van ons eigen innerlijk. En om te erkennen dat God met ons meegaat — “in alles wat wij doen, is bescherming gegarandeerd; kracht en macht zijn beschikbaar in alles wat wij ondernemen.” (WdI.124.1:2)

Laat je liefde niet beperken tot je meditatie, je gebed of je inzichten. Laat ze je leiden tot werkelijke daden van compassie, steun, betrokkenheid. Of dat nu een gebed is voor een moeder in Gaza, een donatie aan een vluchteling, een luisterend oor voor een eenzame buur — het doet ertoe.

Zoals Jezus mensen raakte, aanraakte, en optilde — zo mogen ook wij in deze wereld zijn handen en voeten zijn. “Wat wij ontvangen hebben is ons eeuwige geschenk aan wie na ons komen, en aan wie vóór ons gingen of even met ons meereisden.” (WdI.124.2:6)


Tot slot

Misschien zie je het vandaag. Misschien morgen. Maar op een dag zal je werkelijk herkennen: “De zondeloze lichtheid die je ziet, is van jou; de lieflijkheid die je aanschouwt, is jouw eigen wezen.” (WdI.124.10:1)

Tot die dag, mogen wij herdenken in liefde en vieren in nederigheid.
Niet als mensen die het antwoord al weten, maar als mensen die bereid zijn het samen te vinden.
Want jij bent niet alleen. Jij bent deel van mij. En ik van jou.


Laat me mij herinneren dat ik één ben met God,
één met al mijn broeders en mijn Zelf,
in eeuwige heiligheid en vrede.

Van Inzicht naar Overgave: De Weg van Liefde in ECIW, ECvL en Raj

<Voor wie vertrouwd is met Een Cursus in Wonderen en Een Cursus van Liefde, maar de naam Raj nog niet kent: Raj is de naam waaronder Jezus spreekt via Paul Tuttle, op een wijze die vele jaren lang mondeling is doorgegeven in bijeenkomsten, workshops en studieavonden. Raj spreekt niet als een andere leraar, maar als dezelfde Christus die in beide Cursussen tot ons komt — liefdevol, helder, direct, en altijd gericht op de levende ervaring van eenheid met God, met elkaar en met het Zelf. Zijn boodschappen vormen geen nieuw pad, maar een verdieping en verheldering van het ene Pad dat leidt van afscheiding naar heelheid. Voor velen is Raj een brug geweest van intellectueel begrijpen naar innerlijk ervaren — van theorie naar relatie, van denken naar zijn.>

Veel studenten van Een Cursus in Wonderen benaderen het pad vooral via het denken. De kracht en precisie van de Cursus — haar vermogen om het ego te ontmaskeren en de denkgeest te trainen in vergeving en onderscheid — maken het begrijpelijk dat velen er een mentale discipline van maken. Begrippen als projectie, waarneming, oordeel en het onware zelf worden nauwgezet onderzocht. En terecht: de Cursus is een scherp mes dat afscheiding blootlegt en doorziet.

Maar in die scherpte schuilt ook een risico. Want wanneer de focus blijft hangen in de correctie van perceptie, zonder dat deze zich opent naar relatie, devotie en expressie, dan verwordt het pad tot een persoonlijke ontsnapping. Alsof het gaat om het onttrekken aan de wereld via innerlijke helderheid, in plaats van om het binnengaan van de wereld met open armen — als levende liefde.

Jezus zegt in Een Cursus in Wonderen: “Wonderen zijn uitdrukkingen van liefde.” En Raj benadrukt: “De correctie van je denken is geen doel op zich. Het is wat je nodig hebt om je weer vrij te voelen liefde te zijn in de wereld.” Hierin wordt duidelijk dat het wonder geen privégebeuren is in de stilte van je geest, maar een relatie. Iets dat tussen jou en de ander tot leven komt. Het is daar waar de Cursus raakt aan de geest van het evangelie: “Heb je naaste lief.” Niet als opdracht, maar als natuurlijke uitdrukking van wie je geworden bent.

En dit is precies waar Een Cursus van Liefde opnieuw adem geeft. Jezus zegt daarin dat de training van de denkgeest nu voldoende is geweest. Het is tijd dat het denken rust vindt in het hart, dat het opgehouden heeft om te leiden, en dat de werkelijke kennis — het innerlijk weten — weer erkend wordt. In ECvL lezen we dat “het hart het huis is van het ware Zelf”, en dat we nu worden uitgenodigd niet alleen te begrijpen, maar te zijn. Niet als conclusie na veel studie, maar als overgave aan de zachte zekerheid die liefde heet.

Waar Een Cursus in Wonderen de onwaarheid in ons denken afbreekt, nodigt Een Cursus van Liefde ons uit om te rusten in wie we wérkelijk zijn. Geen concept, geen vergeestelijkt zelfbeeld, maar het levende Christus-Zijn in ieder van ons. Daar komt het denken thuis in het hart, en ontstaat een stille dankbaarheid die geen woorden nodig heeft. Daar leeft devotie — niet als ritueel, maar als intieme relatie met het Goddelijke. Daar wordt overgave geen verlies, maar een terugvinden. En naastenliefde geen plicht, maar een vanzelfsprekende stroom.

Raj bevestigt dit alles op zijn eigen wijze, wanneer hij zegt: “Zeg ‘help mij’ en weet dat Hij antwoordt. Niet als concept, maar als werkelijke aanwezigheid.” De relatie met Jezus — de levende Christus — is geen theologisch idee. Het is geen geloof dat je moet aanhangen. Het is een ontmoeting. Steeds opnieuw. Niet iets dat je denkt, maar iemand die je kent.

In die zin komen de verschillende stemmen — Raj, Jezus in ECIW, Jezus in ECvL — tot een stille eenheid. Allen wijzen ze niet naar zichzelf als autoriteit, maar nodigen ze je uit om de Liefde die je bent weer toe te laten. Dat begint misschien in het denken. Maar het eindigt in het hart.

Daar — waar denken en voelen elkaar niet meer bevechten maar omarmen — wordt het wonder tastbaar. Daar vindt de verzoening plaats, niet als idee, maar als gebeurtenis. Daar leeft de Christus in jou en in mij.

Buitenaards leven?

Het universum prikkelt opnieuw onze nieuwsgierigheid. Wetenschappers hebben met de krachtige James Webb-ruimtetelescoop mogelijk de sterkste aanwijzing tot nu toe gevonden voor leven buiten ons zonnestelsel. Op de verre planeet K2-18b zijn sporen ontdekt van gassen die hier op Aarde vooral door leven worden gemaakt. Dit zorgt natuurlijk voor opwinding: zijn we dan toch niet alleen?

De ontdekking: een teken van leven?

In de atmosfeer van K2-18b vonden onderzoekers dus ‘chemische vingerafdrukken’ van een gas (dimethylsulfide) dat bij ons vooral door minuscule organismen zoals algen wordt geproduceerd. Omdat de planeet zich ook nog eens in een zone bevindt waar vloeibaar water mogelijk is, wordt dit gezien als een mogelijke aanwijzing voor biologische activiteit – een ‘biosignatuur’. Het is een spannende vondst die de deur opent naar een nieuw tijdperk in de zoektocht naar leven.

Wetenschappelijke voorzichtigheid

Toch is het belangrijk om nuchter te blijven. De onderzoekers zelf benadrukken dat dit nog geen hard bewijs is. Er zijn misschien andere, niet-biologische processen op K2-18b die deze gassen ook kunnen verklaren. Zoals een wetenschapper opmerkte: “Er gebeuren heel veel vreemde dingen in het heelal.” Er is dus nog veel meer onderzoek nodig.

Een andere lens: de blik van Een Cursus in Wonderen

Deze fascinerende zoektocht ‘daarbuiten’ nodigt uit tot een diepere vraag, zeker als we erdoor de bril van Een Cursus in Wonderen (ECIW) naar kijken. De Cursus biedt namelijk een heel ander perspectief op de realiteit en op wie wij denken te zijn.

Onze zoektocht naar buitenaards leven is gebaseerd op ons vaste geloof in ruimte en tijd. We zoeken naar fysieke wezens op verre planeten, gescheiden door enorme afstanden, en gebruiken fysieke instrumenten om fysieke signalen op te vangen.

ECIW stelt echter dat ruimte en tijd geen objectieve feiten zijn, maar projecties van onze eigen denkgeest, van een bewustzijn dat gelooft in afscheiding en vorm. De ware realiteit, volgens de Cursus, is tijdloos en vormloos. Wijzelf zijn in essentie geen kwetsbare lichamen, maar tijdloze ‘Kinderen van God’, deel van een Eenheid die nooit verbroken is.

Zoeken we naar een spiegelbeeld?

Vanuit dit ECIW-perspectief: wat zoeken we eigenlijk als we naar buitenaards leven speuren? Zoeken we niet onbewust naar wezens die lijken op hoe wij denken dat wij zijn: fysiek, plaatsgebonden, levend binnen de kaders van geboorte en dood? Projecteren we ons eigen beperkte zelfbeeld op de kosmos?

De Cursus suggereert dat deze focus op het externe ons afleidt van een veel directere vorm van ‘contact’. Als ruimte en tijd illusies zijn, dan is de ware ‘plek’ van al het bestaan niet ‘daarbuiten’, maar ‘hierbinnen’, in ons eigen bewustzijn.

Een alternatieve zoektocht: naar binnen keren

Wat als de belangrijkste ontdekking van ‘ander’ bewustzijn niet via telescopen komt, maar via een verandering in onze eigen kijk? ECIW nodigt ons uit om verder te kijken dan wat onze fysieke zintuigen ons vertellen. Die zintuigen zijn immers ontworpen om een wereld van vorm en afscheiding waar te nemen – precies de illusies die de Cursus ons wil helpen doorzien.

Om echt contact te maken met wat ‘anders’ is dan ons beperkte zelf, moeten we misschien een andere ‘ontvangstmodus’ gebruiken: innerlijke stilte, het bevragen van onze overtuigingen, en ons openstellen voor een innerlijk weten.

De ontmoeting met de Heilige Geest

En precies daar, in die innerlijke ruimte, stelt ECIW dat we een heel bijzonder ‘niet-menselijk wezen’ kunnen vinden: de Heilige Geest. Dit is geen figuur buiten ons, maar de Stem namens God in onze eigen denkgeest, de herinnering aan wie we werkelijk zijn. De Heilige Geest vertegenwoordigt een bewustzijn dat losstaat van de illusies van ruimte, tijd en lichaam.

Deze ‘ontmoeting’ vraagt geen dure technologie, maar bereidheid om naar binnen te kijken en te geloven dat er meer is dan we met onze ogen zien.

Conclusie: twee wegen van ontdekking

De vondst op K2-18b is fascinerend en een knap staaltje menselijk vernuft. Het houdt de droom levend, in meer dan één opzicht.  Tegelijkertijd herinnert de visie van ECIW ons eraan dat onze externe zoektocht misschien een spiegel is van onze innerlijke staat. De meest revolutionaire ‘ontdekking’ ligt wellicht niet lichtjaren ver, maar in de diepten van onze eigen geest, waar we contact kunnen maken met de Heilige Geest.

De vraag is niet alleen: “Zijn we alleen?”, maar ook: “Wie zijn ‘wij’, en waar zoeken we werkelijk naar?” Misschien ligt het antwoord dichterbij dan we denken.

Jij bent relatie: Over de relationele identiteit volgens Een Cursus van Liefde

In Een Cursus van Liefde wordt een radicaal ander mensbeeld ontvouwd dan dat van de afgescheiden, autonome individualiteit. Het boek stelt dat wij niet slechts in relatie bestaan, maar dat wij in wezen relatie zíjn. Dit inzicht vormt een van de fundamenten van de Cursus en raakt aan een diepe waarheid over onze identiteit en ons Zijn.

1. Relatie als het weefsel van het leven

Het eerste inzicht dat de Cursus aanbiedt is dat relatie niet iets bijkomstigs is – een toevallige interactie tussen afzonderlijke wezens – maar dat relatie het verbindende weefsel van al het leven is. We zijn niet mensen die relaties hebben; we zijn relatie. “Zeg tegen jezelf terwijl je de gebeurtenissen en situaties van jouw wereld tegemoet treedt dat je zijn in relatie bent,” klinkt het uitnodigend. Dit betekent dat alles wat we doen, denken, voelen of ervaren zich afspeelt binnen een veld van onderlinge verbondenheid.

2. Schepper én relatie tegelijk

De Cursus gaat nog een stap verder door te stellen dat we niet enkel deelnemers zijn aan relaties, maar ook hun scheppers, én dat we zélf deze relatie belichamen. We zijn “de schepper van de relatie en de relatie zelf”. Daarmee wordt onze creatieve macht erkend: we zijn medescheppers van werkelijkheid doordat we haar in relatie beleven. Zonder relatie is er geen ervaring, geen betekenis, geen bestaan. Wij zijn relationele wezens in de meest letterlijke zin.

3. Van begin af aan relationeel

Onze identiteit als relationeel wezen is geen bijkomstigheid, maar onze oorspronkelijke staat. De Cursus stelt: “Je kwam in de wereld, in vorm, als een wezen in relatie”. Relatie gaat dus vooraf aan bewuste keuzes of persoonlijke ontwikkeling. Het is geen stadium dat we bereiken, maar een gegeven dat aan ons voorafgaat en dat we ons slechts hoeven te herinneren of opnieuw toe-eigenen.

4. De wederkerige aard van Zijn

Er wordt een prachtige parallellie getrokken tussen ons wezen en dat van God: “Je bent wie je bent in relatie. Ik Ben ook wie Ik Ben in relatie”. Zelfs het goddelijke wordt in de Cursus niet voorgesteld als een afstandelijk Absoluut, maar als een wezen dat zich eveneens in relatie voltrekt. Deze uitspraak weerspiegelt een theologie van nabijheid en betrokkenheid: wij en God worden gekend en gerealiseerd in relatie tot elkaar.

5. Relatie is eenheid

De Cursus stelt dat relatie en eenheid uiteindelijk hetzelfde zijn. “Relatie is eenheid en relatie is je natuurlijke staat. Het is wie jij bent”. Hier verdwijnt het dualisme tussen ‘ik’ en ‘ander’. In ware relatie is geen afstand, geen afgescheidenheid, slechts verbinding. Het idee van het autonome zelf maakt plaats voor het besef van een gedeeld, participatief bestaan.

6. Geen sprong, maar een thuiskomst

Misschien het meest confronterende, en tegelijk bevrijdende, is de vraag die wordt gesteld: “Is het zo’n enorme sprong om van het idee dat je alleen in relatie bestaat, te gaan naar het idee dat je alleen als relatie bestaat?”. Wat de Cursus hiermee suggereert, is dat het idee van een zelfstandig, afgescheiden ‘zelf’ slechts een illusie is die we krampachtig proberen te handhaven. De waarheid is eenvoudiger, vriendelijker en veel omvattender: wij zijn relatie – altijd al geweest.


Conclusie: Ontwaken tot wie je bent

De Cursus nodigt ons uit tot een fundamentele verschuiving in ons zelfbegrip. Wie jij bent, kan nooit los gezien worden van de ander, van het leven zelf, van God. Zelfkennis ontstaat niet in isolatie, maar in de erkenning van jouw verwevenheid met alles wat is. Zoals liefde geen object is maar een manier van Zijn, zo is relatie geen optionele aanvulling op het bestaan, maar de vorm van het bestaan zelf.

Jij bent relatie. In dat besef begint de terugkeer naar eenheid, naar waarheid, naar liefde.

De kruisiging anders bekeken: Een verhaal van bevrijding

Er zijn van die verhalen die zo diep in ons collectieve bewustzijn verankerd zijn, dat we ze bijna niet meer durven te bevragen. Het verhaal van de kruisiging is er zo een. Generaties lang hebben we het gehoord als een tragedie van schuld en boete, als een noodzakelijk offer om een toornige God te sussen. Maar wat als we het mis hebben? Wat als de kern van dit verhaal niet draait om straf, maar om een radicale les in liefde?

Een Cursus in Wonderen nodigt ons uit om de kruisiging met nieuwe ogen te lezen. Niet als een gruwelijk einde, maar als een krachtig begin. Niet als een veroordeling van de mensheid, maar als een bevrijdende waarheid: liefde kan niet worden gekruisigd.

Het oude verhaal: Een God die straft

We kennen het wel: Jezus, de onschuldige, sterft aan het kruis om de zonden van de wereld op zich te nemen. Het is een verhaal dat stelt dat lijden een goddelijk vereiste was. Alsof liefde niet kon zegevieren zonder eerst bloed te eisen.

Maar stel je eens voor dat dit nooit de bedoeling was. Stel je voor dat we het verkeerd hebben begrepen, niet omdat het onduidelijk was, maar omdat angst ons blik vertroebelde. “Wie angstig is, neemt angst waar,” zegt de Cursus. En zo zagen we straf waar er alleen maar liefde was.

Een nieuwe sleutel: Het kruis als keuze, niet als veroordeling

Jezus’ weg naar Golgotha was geen passief ondergaan van een goddelijk vonnis. Het was een actieve keuze—een demonstratie van wat het betekent om volkomen vrij te zijn, zelfs in de schijnbaar meest hopeloze omstandigheden.

Toen hij geslagen werd, reageerde hij niet met wraak.
Toen hij verraden werd, weigerde hij te oordelen.
Toen de nagels door zijn handen gingen, bad hij voor wie hem kruisigden.

Dit was geen onderwerping aan geweld, maar een ontmaskering ervan. Alsof hij wilde zeggen: “Kijk goed. Dit is wat jullie denken dat macht heeft. Maar het raakt mij niet. Want wat werkelijk is, kan niet worden aangetast.”

Het diepste inzicht: Lijden is een illusie, liefde is onverwoestbaar

De wereld zag een man sterven. Maar wie werkelijk keek, zag iets anders: een leraar die liet zien dat angst geen echte macht heeft. Het lichaam kon worden gebroken, maar de liefde in hem bleef onaangetast.

“Een gewelddaad kan alleen het lichaam raken,” herinnert de Cursus ons. “Maar als vernietiging onmogelijk is, dan kan wat vernietigbaar is niet werkelijk zijn.”

Met andere woorden: als pijn, verraad of zelfs de dood Jezus’ vrede niet konden wegnemen, wat kan ons dan werkelijk schaden?

Wat betekent dit voor jou en mij?

We hoeven niet aan een kruis te hangen om deze les te leren. We hoeven alleen maar te stoppen met geloven dat we slachtoffers zijn.

  • Herken je eigen “kruisigingsmomenten”—die keren dat je dacht: Dit overkomt me. Dit is oneerlijk. Ik word aangevallen. Wat als het geen aanval is, maar een uitnodiging om te kiezen: geloof ik in angst, of in liefde?
  • Stop met martelaar spelen. Jezus vroeg geen navolging in lijden, maar in zien wat waar is. Hij zei niet: “Doe dit na,” maar: “Besef wat ik je laat zien.”
  • Leer wat vergeving werkelijk is. Niet “ik laat het je door de vingers zien,” maar: “ik weet dat wat jij deed geen werkelijk effect heeft, want liefde is onkwetsbaar.”

De opstanding begint nu

Het mooiste aan dit verhaal? Het eindigt niet met een graf. Het eindigt met een lege tombe—een symbool van wat er gebeurt wanneer we stoppen met geloven in de macht van angst.

“De opstanding is je herontwaken,” zegt de Cursus. En dat herontwaken hoeft niet te wachten tot na de dood. Het kan nu beginnen. Telkens wanneer we kiezen:

  • Niet: “Dit overkomt me.”
  • Wel: “Niets kan wat ik werkelijk ben raken.”

Dat is de ware boodschap van de kruisiging. Niet een verhaal om ons klein te houden, maar een uitnodiging om eindelijk vrij te zijn.

Wat een verademing!

De illusie van subjectieve waarheid – Inzicht vanuit Een Cursus van Liefde

Volgens Een Cursus van Liefde (ECVL) is het idee dat waarheid subjectief is en per persoon verschilt, geen weerspiegeling van de werkelijke aard van waarheid, maar eerder een product van perceptie en ego-denken. De cursus maakt een scherp onderscheid tussen twee vormen van “waarheid”: de subjectieve werkelijkheid die voortkomt uit het denken, en de objectieve Waarheid die voortkomt uit Liefde, Eenheid en God.

De wereld van het denken: een subjectieve werkelijkheid

De door het ego en denken gecreëerde realiteit is fundamenteel subjectief. Ze is gevormd door persoonlijke oordelen, angsten, overtuigingen en het geloof in afscheiding. In deze staat is “niets wat het is, maar uitsluitend wat het is voor jou”. Dit wordt door de cursus niet gepresenteerd als waarheid, maar als de manier waarop een afgescheiden geest naar de wereld kijkt.

Het denken herschikt voortdurend de werkelijkheid om deze te laten passen in zijn eigen kaders en noemt dit dan “waarheid”. Maar deze zogenaamde waarheden zijn veranderlijk, afhankelijk van tijd, plaats en persoonlijke interpretatie. In wezen zijn ze illusoir — een rookgordijn dat de werkelijke Waarheid verhult.

De uiteindelijke Waarheid: objectief en onveranderlijk

Daartegenover staat de Werkelijke Waarheid, die ECVL met een hoofdletter schrijft. Deze Waarheid is verbonden met Liefde, met God, met het Christus-bewustzijn. Ze is universeel, absoluut en onveranderlijk. “Waarheid is waarheid. Ze verandert niet. Ze is voor iedereen gelijk.” Deze Waarheid is niet gebaseerd op scheiding, maar op Eenheid. Ze verenigt, waar het ego juist verdeelt.

Het doel van de cursus is dan ook niet om mensen te bevestigen in hun persoonlijke waarheden, maar om hen te helpen deze te overstijgen. Het gaat om het herkennen van een gedeelde, objectieve Waarheid die voorbij het denken ligt.

De oorzaak van onze subjectieve blik

De subjectieve manier waarop we de wereld ervaren is, volgens de cursus, het gevolg van een ‘val’ of een existentiële keuze voor afscheiding. We zijn vergeten dat we één zijn met God en de Schepping. Deze vergetelheid leidt tot een gefragmenteerde blik op de werkelijkheid, gekleurd door angst, oordeel en het gevoel van afgescheidenheid.

De weg terug naar Eenheid

Het pad dat ECVL aanbiedt, is er een van herinnering en terugkeer. Niet via het denken, maar via het hart. Door het loslaten van oordeel, angst en het geloof in afscheiding, kan de illusie van subjectieve perceptie worden overstegen. Wat dan zichtbaar wordt, is een gedeelde en onveranderlijke Waarheid, waarin Liefde de enige werkelijkheid is.

Tot slot

Een Cursus van Liefde erkent dat we allemaal onze eigen waarneming van de wereld hebben, maar stelt dat deze perceptie geen ware grondslag heeft. Het is een tijdelijke illusie, ontstaan uit afscheiding. De enige echte Waarheid is universeel en voor iedereen hetzelfde. Het is geen kwestie van persoonlijke interpretatie, maar van herinnering aan wie we werkelijk zijn.

Statistieken weergeven

0 Berichtbereik

Leuk

Opmerking plaatsen

Verzenden

Over bomen, bloesems en het verlangen naar eenvoud

Velen die zich verdiepen in Een Cursus in Wonderen komen vroeg of laat uit bij een punt van verwarring — een soort knooppunt waar de woorden van de Cursus botsen met diepe geloofsovertuigingen of persoonlijke intuïties. Zoals een lezeres me onlangs schreef:

“8 miljard individuen die samen als Zoon deze wereld dromen… ik weet van niets zelf. En ik vermoed de ander ook niet. De Cursus verbaast me door de hersenkronkels die ik moet maken om het aanvaardbaar te vinden. In logische taal is het toch niet meer uit te leggen?”

Ze vertelt hoe ze is opgegroeid met het geloof dat God de wereld schiep. Dat God overal te vinden is, vooral in de schoonheid van de natuur. Bloesems, bomen, de zee — dat zijn toch niet zomaar projecties? En als dat zo is, hoe kan dan gezegd worden dat God niets met deze wereld te maken heeft? Is het dan allemaal “maar” een droom? En hoe kan zo’n gedachte troost geven?

Ze vraagt zich ook af wie toch dat verhaal heeft bedacht van die “lach om het idee van afscheiding”. Ze schrijft:

“Ik had geen idee van afscheiding, maar voelde Jezus lange tijd als een oudere broer. En nu zou blijken dat we deze wereld hebben gedroomd, ooit — dat we zelfs de zee zouden hebben gemaakt… Staat dat letterlijk zo in de Cursus?”

Deze vragen raken een snaar. Want wie zich serieus bezighoudt met Een Cursus in Wonderen zal moeten toegeven: de metafysica van de Cursus is niet eenvoudig. En ja, ze kán verwarrend zijn. Maar dat komt niet doordat ze ons wil verwarren — het is juist omdat ons oude denken zo sterk verankerd is, dat het losmaken ervan aanvankelijk voelt als desoriëntatie.

Metafysica als hulpmiddel, geen dogma

De Cursus reikt een radicale visie aan: God heeft de wereld niet geschapen zoals wij die waarnemen, omdat God geen illusies schept. De wereld is een projectie van een gedachte van afscheiding — een droom. Maar, en dat is cruciaal: we zijn nog steeds Eén met God. De afscheiding is nooit werkelijk gebeurd.

Deze metafysische uitleg is bedoeld als hulpmiddel — niet als eindstation. Ze kan werken als een soort splintertje hout waarmee we een andere splinter verwijderen. Denkbeelden kunnen namelijk bevrijdend zijn wanneer ze helpen om starre overtuigingen op te lossen. Maar zodra we metafysica tot dogma maken, loopt ons denken opnieuw vast — ditmaal in spiritueel ingewikkelde concepten in plaats van in religieuze stelligheid.

Het gaat er niet om dat we alles snappen. Het gaat erom dat we bereid worden om te vergeven — dat wil zeggen: om onze waarneming te laten corrigeren door de Heilige Geest.

Het hart als gids

In Een Cursus van Liefde — een vervolg op ECIW waarin Jezus verder spreekt over de weg van het hart — wordt dit nog duidelijker benoemd. Hij zegt daar:

“Je denken dient onder curatele te staan van je hart.”

Dit is een andere manier om te zeggen: we mogen stil worden, zodat ons voelen én denken geleid kunnen worden door de Heilige Geest. Niet meer proberen het mysterie te beheersen met ons hoofd, maar het toe te laten met ons hart.

De lezeres schreef ook:

“Wat zou ik het fijn vinden als je eens precies uitlegt hoe je luistert naar de Heilige Geest. Hoe weet je of het Zijn stem is en niet je eigen wil, je trots of je ego?”

Dat is een prachtige, wezenlijke vraag. Want uiteindelijk is luisteren naar de Heilige Geest het hart van de hele Cursus. En het antwoord is eenvoudiger dan we vaak denken:

De Heilige Geest spreekt in zachtheid. Zijn stem oordeelt niet, dringt zich niet op, maar herinnert je eraan dat je veilig bent. Als je innerlijk hoort: “Het is goed. Je bent geliefd. Je hoeft niets te bewijzen,” — dan is dat Zijn Stem. Voel je druk, haast of schuld? Dan is het het ego dat spreekt.

Liefde als herinnering

In Een Cursus van Liefde staat:

“Je hoeft niets meer te leren. Je hoeft alleen te aanvaarden wie je bent. En wie je bent, weet je al – diep vanbinnen. Het is de liefde die in je leeft en nooit is weggeweest.”
(ECvL, Boek I, Hoofdstuk 4)

Die liefde is geen theorie. Ze leeft in je, ze ademt in je. Soms herinnert een bloesem je eraan. Of een zachte blik. Of het gevoel dat Jezus als oudere broer nog steeds naast je loopt.

Dus: nee, je hoeft niet alles te begrijpen. De vragen die je stelt zijn al een teken van je bereidheid. En het verlangen naar eenvoud is geen naïviteit — het is een echo van wie je werkelijk bent.

De weg terug is niet via de juiste metafysische overtuiging. De weg terug is via het hart. En dat hart weet de weg. Altijd.

De wereld als projectie van de denkgeest: over schepping, perceptie en het lichaam.

Velen die zich verdiepen in Een Cursus in Wonderen lopen vroeg of laat aan tegen een fundamentele vraag: als God de wereld niet geschapen heeft, waar komt ze dan vandaan? De fysieke wereld lijkt immers zo ingenieus in elkaar te zitten – van het menselijk lichaam tot het ecosysteem, van het samenspel der elementen tot de instincten van dieren. Kan zoiets werkelijk slechts een droom zijn? En zo ja, wie droomt die dan?

Dit soort vragen raakt aan diepgewortelde aannames over wat echt is, wat wij zijn, en wie of wat God is. Om deze vragen serieus te benaderen, nodigt Een Cursus in Wonderen ons uit om onze denkkaders te bevragen en open te staan voor een radicaal ander perspectief – een perspectief waarin werkelijkheid niet langer materieel is, maar geestelijk.

De illusie van binnen en buiten

In onze alledaagse ervaring maken we vanzelfsprekend onderscheid tussen een innerlijke wereld van gedachten en gevoelens, en een uiterlijke wereld van tastbare dingen en objectieve gebeurtenissen. Dit duale wereldbeeld ligt ten grondslag aan hoe wij naar onszelf en de werkelijkheid kijken: wij bevinden ons in een wereld die onafhankelijk van ons lijkt te bestaan.

Maar de Cursus doorbreekt dit beeld op een rigoureuze manier. Er is volgens haar niet een innerlijke en een uiterlijke werkelijkheid. Er is slechts één wereld: de wereld van de denkgeest (mind). Wat wij als een buitenwereld ervaren is geen werkelijkheid op zichzelf, maar een projectie van binnenuit. Anders gezegd: alles wat wij waarnemen is perceptie, en perceptie vindt plaats in de denkgeest.

De vergelijking met een droom is hier verhelderend. Tijdens de slaap zijn we er vaak volledig van overtuigd dat we een echte wereld beleven. We voelen, horen, zien en ondergaan dingen die volkomen reëel lijken – tot we wakker worden en beseffen dat alles zich in onze eigen geest heeft afgespeeld. Zo, zegt de Cursus, leven wij nu in een droomtoestand waarin wij geloven dat de wereld buiten ons ligt, terwijl deze in werkelijkheid een beeld is binnen de denkgeest van de Zoon van God.

Projectie is geen schepping

Vanuit dit perspectief wordt een belangrijk onderscheid duidelijk: God schept, maar de Zoon projecteert. Scheppen is een daad van liefde, eeuwig, onveranderlijk en vrij van angst. Projecteren daarentegen is het gevolg van het geloof in afscheiding, en roept tijd, ruimte, lichaam en wereld in het leven als verdediging tegen een onbewuste schuld die ontstond toen de Zoon geloofde zich te hebben afgescheiden van God.

Het is dus niet God die de wereld van vormen, lichamen en vergankelijkheid heeft gemaakt, maar de Zoon – niet als individu, maar als collectieve denkgeest, het Zoonschap – die deze wereld droomt en projecteert. Dat is een essentieel punt: de wereld is niet geschapen, maar gemaakt als vervanging voor de werkelijkheid van God. Ze is het resultaat van een idee van afscheiding, van het “kleine dwaze idee” dat volgens de Cursus nooit werkelijk heeft plaatsgevonden, maar waaraan wel geloof werd gehecht.

De Zoon als dromer van de wereld

Het idee dat wij als individuele mensen deze wereld niet bedacht kunnen hebben, klopt. Ons beperkte, persoonlijke zelf – dat zich bewust is van zijn kwetsbaarheid, verwarring en onwetendheid – is niet bij machte tot zo’n immense “schepping”. Maar dit is dan ook niet de werkelijke dromer. De ware dromer van deze wereld is de Zoon van God als geheel, de ene schepping van God die in slaap viel en een droom begon te dromen over een wereld van afscheiding, verschil, conflict en dood.

Toch draagt deze droom, paradoxaal genoeg, nog altijd de sporen van haar goddelijke oorsprong. In de schoonheid van een bloem, in de structuur van een lichaam, in het vermogen tot liefde en verwondering – daar herkennen we nog iets van de liefde en wijsheid van onze Bron, hoe vervormd ook. Zoals Een Cursus van Liefde het zegt: zelfs in deze droomwereld weerspiegelt zich nog iets van het licht dat ons geschapen heeft.

Maar die weerspiegeling is vermengd geraakt met angst, zonde en schuld. We kijken naar de wereld door de bril van afgescheidenheid, en dus nemen we tekorten, gevaren en conflict waar. De “schepping” die we zien is geen werk van liefde, maar een projectie van een idee waarin liefde vergeten lijkt. Dit verklaart waarom de natuur tegelijk adembenemend en meedogenloos kan zijn, waarom het lichaam zowel een bron van vreugde als van pijn is, en waarom tijd en ruimte ons beperken terwijl we iets in ons voelen dat oneindig is.

Het lichaam als symbool

Het menselijk lichaam – hoe ingenieus ook – is in deze visie niet onze ware identiteit. Het is een symbool binnen de droom, een communicatiemiddel dat de denkgeest gebruikt om te communiceren in de droomstaat. De bewondering die we voelen voor de complexiteit en schoonheid van het lichaam is terecht, maar deze bewondering is niet zozeer gericht op het lichaam zelf, als wel op datgene waar het lichaam een vervormde afspiegeling van is: de kracht, wijsheid en liefde van de Geest.

Dat we zulke ervaringen van verwondering kunnen hebben is een teken dat we nog steeds verbonden zijn met de Werkelijkheid van God, ook al zijn we die vergeten. De droom mag dan een illusie zijn, ze is niet zonder betekenis – zolang we bereid zijn er doorheen te kijken naar de liefde die ons blijft roepen.

De keuze voor een andere projectie

Wat betekent dit alles praktisch? Volgens de Cursus zijn we als Zoon van God nog steeds in staat om te kiezen welke leraar we volgen: het ego of de Heilige Geest. Zolang we kiezen voor het ego blijven we een wereld waarnemen die getuigt van angst, aanval en tekort. Maar wanneer we kiezen voor de Heilige Geest, verandert onze waarneming: we beginnen de wereld anders te zien – vergevend, liefdevol, genezend.

Deze verandering in waarneming wordt door de Cursus de echte wereld genoemd: niet een fysieke herconfiguratie van atomen en moleculen, maar een innerlijke verschuiving die maakt dat we niet langer oordelen, aanvallen of ons verdedigen. De droom verandert van karakter; hij wordt zacht, vriendelijk, transparant – en steeds meer een voorhof tot het ontwaken in de Werkelijkheid.


Slotbeschouwing

De wereld die wij als “fysiek” ervaren is geen objectief gegeven buiten ons, maar een droomtoestand binnen de denkgeest. Ze is niet geschapen door God, maar geprojecteerd door de Zoon die geloofde in afscheiding. Toch draagt deze droomwereld nog steeds de echo’s van het Licht dat ons heeft geschapen. In het lichaam, de natuur, en zelfs in onze verwarring, kunnen we tekenen herkennen van het heilige. Niet om de droom te verheerlijken, maar om te ontwaken tot de Werkelijkheid die haar overstijgt.