Een relatie met Zoon-Jezus

In de blog “Jezus: voorbeeld en verlosser” nodigde ik ECIW-studenten uit om als het ware Jezus dichter te benaderen en hem niet uitsluitend als leraar of goeroe te beschouwen. Wij denken in termen van tijd en stellen dan dat Jezus de eerste was die de verlossing helemaal aanvaardde. Als we zo denken dan zien we Jezus onbewust slechts als historisch persoon die zo’n tweeduizend jaar geleden leefde.

Als ECIW-studenten willen we ervoor waken om Jezus “speciaal” te maken en daarbij kunnen we wat afkeurend kijken naar Christenen die de neiging hebben om hem de enig geboren, unieke zoon van God te noemen. In zekere zin doen we daar goed aan omdat het plaatsen van Jezus op een voetstuk ons de indruk kan geven dat hij fundamenteel verschillend zou zijn van ons. Daarmee blokkeren we dan onbewust zijn verlossingsweg voor onszelf.

Maar, zoals zo vaak, kunnen we ook nu weer doorslaan. Als we dit doen dan reduceren we Jezus tot een goeroe zoals er zo vele zijn; als een soort Satsang-leraar. Hierover ging genoemde eerdere blog: we accepteren dan Jezus als voorbeeld (=leraar) maar niet als verlosser.

Dat woord verlosser is erg beladen geraakt. Wat ik er niet mee bedoel is een iemand die “het cadeautje van verlossing” geeft aan een volgeling die slechts verstandelijk instemt met één of andere geloofsuitspraak. Als we zo denken dan plaatsen we de verlosser op duale wijze buiten ons; hij (of zij) is dan iemand die anders is dan wij, iets heeft wat wij niet hebben en dat aan ons zou kunnen geven. Zo duaal is het niet.

Er zijn ECIW-leraren die Jezus slechts als bruikbaar symbool willen opvatten. Als onze tijdelijke projectie van een soort ideale toestand die helemaal zal verdwijnen op het eind. Het voordeel hiervan is dat je duale valkuilen voorkomt maar het nadeel kan zijn dat je voor je gevoel helemaal op je (kleine!) zelf wordt teruggeworpen. En als je het zelf moet doen dan geldt helaas de wet van het ego: zoek en je vindt niet. Het is lastig; we moeten ontslag nemen als onze eigen leraar (ECIW) maar we moeten ook beseffen dat Jezus niet uitsluitend leraar is en dat de tijd van leren zijn einde nadert (Een Cursus van Liefde: ECvL).

Ons verstand worstelt met deze kwestie en wil een keuze maken: is Jezus nu een verlosser die anders is dan wij of een tijdelijk symbool in onze eigen gedachten? Sommige ECIW-leraren zien dit als het onderscheid tussen het klassiek Christelijke geloof en de onversneden visie van ECIW. Ik vind dit een te verstandelijke stellingname die een onnodige keuze suggereert die bovendien niet eens in overeenstemming is met de diepste kerngedachte van ECIW.

ECIW gebruikt termen die ons zouden moeten waarschuwen tegen de dictatuur van ons denken. Ik zal twee voorbeelden noemen: de termen “schepping” en “heilige relatie”. Ons verstand zal stellen dat alleen absolute eenheid waar kan zijn en dat elke vorm van onderscheid illusoir moet zijn binnen deze eenheid. Vanuit deze gedachte kunnen er niet meerdere Zonen zijn (bijvoorbeeld een Zoon die ooit eens in de droomwereld verscheen als Jezus en een Zoon die nu verschijnt als Simon). ECIW spreekt echter vrijuit over de schepping van Zonen en binnen deze zienswijze kunnen twee van deze Zonen dus ook een relatie hebben met elkaar. Zoon-Jezus kan een relatie hebben met Zoon-Simon en vice versa. Waar ECIW echter op wijst is dat ons denken niet kan begrijpen dat Zoon-Jezus en Zoon-Simon niet gescheiden zijn van elkaar en ten diepste bestaan in een Heilige Relatie. ECvL besluipt dit mysterie door te stellen: je bent relatie. Dit is mind-blowing voor ons.

Ik hoop dat je echter voelt dat, waar je denken mogelijk protesteert en middels ECIW-citaten de discussie wil aangaan, je hart een vreugdesprong maakt. En nee; dit is geen verkapte poging van het ego om zijn hachje te redden. Het ego wil helemaal geen relatie zijn, maar op eigen beentjes staan. Maar denk ook eens aan de ECIW uitspraak dat wij Gedachten ofwel Uitbreidingen van God zijn. Zie je ook hierin die wonderlijke verbondenheid? De stralen van de zon staan niet los van de zon maar vallen toch ook niet helemaal samen met haar.

En in deze intieme verbondenheid van de Vader met de Zonen en tussen de Zonen onderling is de verlossing volbracht in Zoon-Jezus. In mijn heilige relatie met Zoon-Jezus kan ik deze verlossing ervaren en dit onder woorden brengen door te stellen dat Jezus mijn verlosser is.

Lieve broeders en zusters; ik besef dat mijn woorden hier tekort schieten en dat ik de deur naar oeverloze discussies open. Ik zal deze niet met je aangaan want ik wil je geen idee opdringen waar je zelf geen feeling mee hebt. Ik ervaar deze band die ik mag hebben met Zoon-Jezus als een kostbaar geschenk dat ik met je wil delen. Dit kan ik het beste doen door je te wijzen op het reeds genoemde boek: Een Cursus van Liefde (ECvL). Wat ik ervaar bij het lezen van dit wonderlijke boek is dat Zoon-Jezus een relatie met me aanbiedt. Daarbij komt hij als het ware steeds dichterbij waarbij de onderscheiden contouren van Jezus steeds vager worden terwijl de herkenning van dat ene Zelf in hem en mij groeien. Dit maakt voor mij de Heilige Relatie, het wonder van Schepping, ervaarbaar.

Ik sluit deze blog dan ook graag af met enkele zinnen uit het derde boek van ECvL en wel uit het eerste Hoofdstuk van de 40 dagen; Dag 1:

1.15 Jullie zijn allen geliefde zonen en dochters van de liefde zelf, ongeacht hoe je die liefde noemt. Jullie zijn allemaal even geliefd. Dat jullie je devotie richten op de een of andere religieuze traditie is niet van belang. Dat jullie aanvaarden dat ik degene ben die jullie tot voorbij jullie leven vol ellende kan leiden naar een nieuw leven, is absoluut van belang.

1.16 Ik ben niet je leraar en je wordt niet geroepen mij blindelings te volgen. Maar je wordt geroepen mij te volgen, of mij op te volgen. Alleen op deze manier kan nieuw leven naar het oude gebracht worden.

1.17 Jouw verlangen mij te kennen is gegroeid terwijl je deze woorden hebt gelezen en dichter bij jouw Zelf bent gekomen. Dit komt omdat wij Eén zijn. Mij kennen is jouw Zelf kennen.

Jezus: voorbeeld én verlosser

<Een wat langere blog dan gewoonlijk, maar hopelijk behulpzaam. Hartegroet, Simon>

Waarschijnlijk overdrijf ik niet wanneer ik stel dat er door de eeuwen heen duizenden auteurs hebben geschreven over Jezus en over de betekenis van zijn leven. Ik koester geen enkele illusie dat deze blog daar iets werkelijk origineels aan toevoegt. Toch vermoed ik dat veel studenten van Een Cursus in Wonderen (ECIW) vroeg of laat met dezelfde vraag worstelen: hoe moeten we Jezus eigenlijk zien?

Laat ik beginnen bij een klassieke christelijke visie. Daarin lijkt Jezus een dubbele rol te vervullen. Enerzijds is hij de Zoon van God die laat zien hoe wij geroepen zijn te leven: liefdevol, vergevingsgezind en toegewijd. Hij is leraar en voorbeeld. In mijn jeugd werd dat samengevat in het bekende acroniem WWJDWhat Would Jesus Do? Anderzijds wordt Jezus gezien als het “Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt”. In een vereenvoudigde uitleg: de mens heeft gezondigd, God is rechtvaardig en boos, en de straf die ons toekomt wordt door Jezus gedragen in zijn kruisdood. Hij offert zich plaatsvervangend op, zodat wij vrijuit gaan.

Deze manier van spreken kan problematisch worden. God verschijnt dan al snel als rechter die genoegdoening eist, en straf als noodzakelijk middel ziet. Dat beeld sluit overigens naadloos aan bij hoe wij mensen zelf vaak denken over schuld en vergelding. Jezus wordt in dat kader de “rijke broer” die onze schuld betaalt. Wij hoeven slechts dankbaar te aanvaarden wat hij voor ons heeft gedaan.

Tegelijk zou het onrecht doen aan het christelijk geloof om het hierbij te laten. Zeker binnen evangelische en baptistische tradities gaat het niet alleen om het aannemen van een offer, maar ook om het erkennen van Jezus als Heer. Dat betekent: je leven willen afstemmen op zijn leiding, openstaan voor de Heilige Geest, en de intentie hebben om daadwerkelijk liefdevol te leven. De focus ligt dan niet uitsluitend op het hiernamaals, maar ook op een getransformeerd leven hier en nu.

Vanuit dat perspectief blijkt de kloof tussen deze christelijke visie en die van ECIW misschien kleiner dan vaak wordt gedacht. Toch zullen veel cursusstudenten twee fundamentele correcties willen aanbrengen. Ten eerste wordt God in ECIW radicaal “ontschuldigd”: Hij is louter Liefde, zonder oordeel, zonder woede, zonder behoefte aan straf of offer. Ten tweede leert de Cursus dat Gods Kinderen niet kunnen zondigen in morele zin. Wat zij wel kunnen doen, is zich vergissen – door serieus te geloven dat afscheiding van God mogelijk is.

ECIW ontkent niet dat wij ons schuldig voelen. Integendeel: dat schuldgevoel wordt gezien als een signaal dat er iets niet klopt in onze waarneming. Het wijst ons op een vergissing, niet op werkelijke schuld. Vanuit dat schuldgevoel projecteren wij vervolgens een beeld van een straffende God. Het bevrijdende inzicht – en misschien wel het diepste evangelie – luidt dan: je bent niet schuldig, maar verdwaald.

Ook projecteren wij een schijnwereld waarin tijd, verbetering, strijd en dood centraal komen te staan. Sommigen blijven daarin geloven in een boze God; velen laten God helemaal los. Het leven wordt dan een poging om binnen deze schijnwereld zekerheid, liefde en betekenis te vinden – terwijl de dood als ultieme dreiging boven alles hangt.

Tegen die achtergrond verschijnt Jezus in ECIW allereerst als leraar: iemand die uitlegt hoe de illusie van afscheiding tot stand komt (Tekstboek) en hoe wij haar kunnen loslaten (Werkboek). Sommigen zien hem daarbij vooral als een non-duale wijsheidsleraar, vergelijkbaar met oosterse goeroes. Dat is niet onbegrijpelijk, maar het doet mogelijk tekort aan zowel de Bijbel als de Cursus. In beide is Jezus méér dan alleen een leraar.

Laat me dat proberen toe te lichten. De klassieke christelijke belijdenis spreekt over Jezus als de eniggeboren Zoon die de zonden der wereld wegneemt. Op het eerste gezicht lijkt dit ver verwijderd van ECIW. Maar wat gebeurt er als we deze voorstelling vertalen naar een minder dualistisch kader? Dan zou je kunnen zeggen: Jezus is degene die de illusie van afscheiding volledig heeft doorzien, die het geloof in zonde en dood heeft losgelaten, en die door zijn weg te gaan – tot en met het kruis – heeft laten zien dat de dood niet het laatste woord heeft.

Dat komt al verrassend dicht bij zowel de Bijbel als de Cursus. Toch blijft Jezus hier vooral de oudere broer die ons voorgaat. De verlossing lijkt dan alsnog iets wat wij uiteindelijk zelf moeten volbrengen. Maar juist daar zet ECIW een beslissende stap verder. De Cursus stelt expliciet dat wij onszelf niet kunnen verlossen – “God zal de laatste stap zetten” – en dat van ons slechts een kleine bereidwilligheid wordt gevraagd. Dat klinkt opvallend verwant aan het christelijke spreken over genade.

Op dat punt ontstaat vaak de vraag: heb ik Jezus hier eigenlijk nog wel voor nodig? Is hij niet slechts een inspirerend voorbeeld? Die vraag blijft echter steken in een subtiel dualisme, waarin Jezus, de Heilige Geest en wijzelf als gescheiden worden gedacht. De Cursus nodigt juist uit om dit onderscheid voorzichtig los te laten, zonder het mysterie te willen oplossen.

In die ruimte ontstaat een ander verstaan: wat in Jezus is volbracht, is in waarheid ook in ons volbracht. Wij ervaren dat in de tijd als een volgorde – hij eerst, wij later – maar op het niveau van de ene Mind is die scheiding niet werkelijk. Jezus wordt dan zowel onze Broeder als het levende symbool van onze eigen verlossing.

Vanuit dat perspectief kan Jezus in ECIW werkelijk als verlosser worden gezien: niet als iemand die God gunstig stemt, maar als degene in wie de overwinning op het geloof in afscheiding reeds voltooid is – en waarin wij mogen “inpluggen”. Dat krijgt voor mij ook een existentiële diepte wanneer ik kijk naar het lijden. Natuurlijk is het waardevol om niet te blijven hangen in het kruis en om de opstanding niet uit het oog te verliezen. Maar wanneer we het lijden van Jezus te snel wegredeneren als ‘illusoir’, plaatsen we hem gemakkelijk op afstand. Dan wordt hij een onbereikbaar ideaal.

Persoonlijk ervaar ik juist kracht in het beeld van Jezus als oudere broer die weet wat menselijke pijn is. Wie worstelt met verlies, slapeloosheid, angst of machteloosheid, herkent misschien iets van het “vastgespijkerd zijn” tussen hemel en aarde. In dat moment kan het helend zijn om te voelen: hij is hier, met mij. En om samen met hem te zeggen: “Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest.” Dan mag ook het vertrouwen groeien dat het werkelijk waar is wat Jezus uitroept: “Het is volbracht.”

Ik besef dat er ECIW-studenten zijn die niets willen weten van een Jezus die net als wij geleden heeft. Zij zien hem het liefst als symbool voor de onmogelijkheid van het lijden. Ik ga hierover niet twisten en begrijp dat hun visie resoneert met de kernboodschap van de Cursus: niets werkelijks kan bedreigd worden. Als dit voor je werkt als hoopgevend baken dan begrijp ik dat.

Zelf ervaar ik meer steun aan een Jezus die waarlijk mens geweest is met alle menselijke gevoelens van dien. Zo wordt hij ook beschreven in het Nieuwe Testament. Deze Jezus is geen verheven toneelspeler die net doet alsof hij moe is, dorst heeft, bang is en pijn heeft. Hij beleeft de menselijke conditie net als ik. Maar in zijn mens-zijn reis ik mee en maakt hij mij deelgenoot van zijn ultieme overgave aan de liefde, aan zijn Vader, op het kruis en daarmee deelgenoot van zijn opstanding.

Na zijn opstanding verschijnt hij in zijn opstandingslichaam aan zijn discipelen om hen verder te onderwijzen en te troosten. Ik wil hier niet te veel over fantaseren maar ik vermoed dat dit zomaar ons voorland is waarin wij mogen delen in zijn glorie. Ik denk dat hier alle tranen van onze ogen gewist zullen worden en we, samen met hem, uitgeleerd zijn en ten diepste beseffen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden,
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God”

ECIW-citaten

Uit Handboek voor Leraren:

“Eén geheel volmaakte leraar, wiens leerproces voltooid is, volstaat. Deze ene, geheiligd en verlost, wordt het Zelf dat Gods Zoon is.”

“Hij heeft de dood overwonnen, want hij heeft het leven aanvaard. Hij heeft zichzelf herkend zoals God hem heeft geschapen, en daardoor heeft hij alle levende wezens als deel van hem herkend.”

“Zijn deel in het Zoonschap is ook dat van jou en zijn voleindigde leerweg garandeert jouw eigen welslagen.”

Bijbel citaten:

Johannes 17:21–23 (NBV21)

“Laat hen allen één zijn, Vader, zoals U in Mij bent en Ik in U.
Laat hen in Ons zijn, zodat de wereld gelooft dat U Mij gezonden hebt.
Ik heb hun de grootheid gegeven die U Mij gegeven hebt,
opdat zij één zijn zoals Wij één zijn:
Ik in hen en U in Mij.
Dan zullen zij volkomen één zijn.”

Johannes 17:24 (NBV21)

“Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt,
om de grootheid te zien die U Mij gegeven hebt,
omdat U Mij al liefhad vóór de grondlegging van de wereld.”

Openbaring 21:4 (NBV21)

“Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen.
De dood zal er niet meer zijn,
geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn,
want wat er eerst was is voorbij.”

Openbaring 7:17 (NBV21)

“Want het Lam dat midden voor de troon staat, zal hen weiden
en hun de weg wijzen naar de waterbronnen van het leven,
en God zal alle tranen uit hun ogen wissen.”

Lieve broeders en zusters uit de Facebook-groep “ECIW-met elkaar”, en bezoekers van “ECIW coach.com”

We wensen elkaar zo gemakkelijk en haast wat mechanisch het beste voor 2026, om daarna de draad van het dagelijks leven weer op te pakken. Ondertussen horen we dat de politie spreekt van een heftige jaarwisseling, waarbij 112 overbelast was, verwoestingen zijn aangericht en hulpverleners zijn aangevallen en gewond geraakt. En als straks de beelden hiervan uit het journaal verdwenen zijn, zal hun plaats snel weer worden ingenomen door die van het “gewone” geweld van alle oorlogen en conflicten om ons heen.

Als studenten van Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL) hebben we ons hiertoe te verhouden. Er zijn leraren en studenten die menen dat ontkenning de juiste aanpak is. Zij stellen dat in absolute eenheid niets kan gebeuren en dat alles slechts schijn is, waardoor we ons niet moeten laten foppen.

Gelukkig was dit niet de overweging van Jezus toen hij besloot ons genoemde cursussen te geven via Helen Schucman en Mari Perron. Hoewel hij de ultieme waarheid kent dat “niets werkelijks bedreigd kan worden en niets onwerkelijks bestaat”, wees hij ons toch op onze functie binnen deze (droom)wereld. Deze functie is vergeving en het aanbieden van wonderen. Vergeving is niet het ontkennen van geweld, maar het horen van de roep om liefde die onder de agressie schuilgaat. En het wonder is het aanbieden van liefde: in gedachten, woord en daad.

Onze eerste taak als wonderwerkers is het accepteren van de verzoening voor onszelf. Te snel rekenen we onszelf rijk en achten we onszelf superieur aan de geweldplegers die we zien. Maar onze cursus vergt een radicale eerlijkheid, waarbij we de ego-krachten die we buiten onszelf menen te bespeuren ook in onszelf herkennen en erkennen. Er is geen rangorde in wonderen, maar ook niet in de wensen tot afscheiding. Onze geringste irritatie en onze neiging tot veroordelen – van onszelf en van anderen – zijn de bouwstenen van wat we uitvergroot op tv zien.

De wereld schreeuwt momenteel om bewustwording en liefde. Vanuit stilte en radicale eerlijkheid moeten we de neiging tot oorlog in onszelf zien en deze laten helen door Liefde. Dit vergt grote wakkerheid en oplettendheid.

Engelsen zeggen het zo kernachtig: “We are in this together.” En zo is het. We staan als mensheid voor een ultieme uitdaging. Als mensheid, als lid van deze Facebook-groep, samen, jij en ik. God zij dank dat we mogen putten uit de Bron die ons voedt en draagt, en die zich door ons heen wil manifesteren. Dus dat is mijn wens voor ons allen:

“Stay connected to God’s Love.”

Hartegroet,
Simon Schoonderwoerd

Jezus toen en nu.

Er zijn cursus-leraren die stellen dat de Jezus van Een Cursus in Wonderen (ECIW) niet zoveel te maken heeft met de Jezus uit het Nieuwe Testament (NT) van de Bijbel. Ik meen dat dit een vergissing is. Waar ik wel in meega is de vaststelling dat mensen in de eeuwen na het leven van Jezus een draai hebben gegeven aan de Bijbel die niet behulpzaam is. Helaas heeft de kerk hierin een rol gespeeld waardoor veel cursusstudenten nu een aversie hebben tegen alles wat met de kerk en met het christelijk geloof te maken heeft. Overigens zijn er ook bekende cursusleraren die juist wijzen op de continuïteit tussen NT en ECIW zoals Robert Perry van The Circle of Atonement. Maar dit terzijde.

Gisteren en vandaag beluisterde ik bijgevoegde podcast waarin Prof. Geurt Henk van Kooten zijn visie geeft op de betrouwbaarheid van de bronnen van de evangeliën waarin het leven van Jezus beschreven wordt. Ik wil je niet ervan overtuigen om deze hele video te bekijken want ik besef dat mijn interesse hiervoor niet breed gedeeld zal worden. Lang verhaal kort: Van Kooten stelt na uitgebreide research dat Mattheus en Johannes ooggetuigen zijn geweest van het leven van Jezus en dat is opmerkelijk omdat tot nu toe werd aangenomen dat het evangelie van Johannes pas aan het einde van de eerste eeuw na Christus zou zijn geschreven. Waarom ik deze video hier deel is omdat ik tegen het eind van de video getroffen werd toen Van Kooten uitlegde waar het unieke van de boodschap van Jezus in het NT uit bestaat. Eerst blijft hij wat abstract als hij aangeeft hoe Jezus in die tijd manoeuvreerde tussen het brengen van een boodschap over een innerlijke transformatie en de politieke situatie van zijn tijd (men verwachtte dat de Joodse Messias een politieke vrijheidsstrijder zou zijn). 

Dit zette me al een beetje aan het denken toen ik besefte dat wat wij “politiek” noemen in feite de hele duale werkelijkheid is die wij als mensheid in de collectieve mind projecteren. Als cursusstudenten bestaat onze hele leerschool eruit om ons te leren verhouden tot de wereld die zich schijnbaar van buitenaf aan ons opdringt. “Schijnbaar”, want we projecteren deze wereld vanuit onze gespleten denkgeest. Hierna ging Van Kooten echter verder en benoemde hij het echt unieke van de boodschap van Jezus waarbij hij twee Griekse woorden noemde: metanoia en katharsis. En precies daar gebeurde iets bij mij. Niet omdat ik deze woorden nog nooit was tegengekomen – ze duiken al lang op in theologie, filosofie en psychologie – maar omdat ik ineens scherp zag wat ze werkelijk aanduiden. En vooral: dat ze exact benoemen waar Een Cursus in Wonderen in essentie over gaat.

Metanoia wordt meestal vertaald als bekering of inkeer, maar dat dekt de lading maar gedeeltelijk. Het gaat niet om spijt hebben of om morele zelfverbetering binnen hetzelfde kader. Metanoia duidt op een fundamentele verandering van denken, een radicale perspectiefwisseling. Geen kleine correctie, maar een omkering. Een mentale draai van 180 graden. Je kijkt niet langer vanuit hetzelfde punt naar dezelfde wereld, maar vanuit een ander uitgangspunt naar alles wat je ervaart.

Toen ik dat zo hoorde, viel voor mij een kwartje. Want dit is precies wat ECIW steeds weer benadrukt. Het probleem zit niet in de wereld, niet in de ander en niet in de omstandigheden, maar in de manier waarop wij waarnemen. In de denkgeest die voortdurend interpreteert, oordeelt en betekenis geeft vanuit angst en afgescheidenheid. De cursus vraagt ons niet om de wereld te verbeteren, maar om onze manier van kijken te laten corrigeren. Dat is metanoia, zonder omwegen.

Metanoia gaat gepaard met een innerlijk proces dat minstens zo wezenlijk is: katharsis. Zuivering. Reiniging. Het loslaten van wat zich in de loop van de tijd heeft vastgezet in onze denkgeest. Angst, schuld, woede, slachtofferschap. Niet als abstracte begrippen, maar als levende innerlijke reacties die ons dagelijks gedrag sturen.

In ECIW heet dat proces vergeving. En ook dat woord roept vaak misverstanden op. Vergeving is hier geen moreel gebaar waarbij ik besluit jou je fouten niet langer kwalijk te nemen. Het is een innerlijke schoonmaak. Een zuivering van mijn eigen waarneming. Ik zie dat mijn oordelen en mijn verontwaardiging voortkomen uit dezelfde vergissing: het geloof dat ik afgescheiden ben en mij moet verdedigen. Vergeving is het proces waarin die vergissing langzaam wordt losgelaten. Dat is katharsis.

Wat mij hierin aanspreekt, is hoe concreet dit alles is. Je merkt wellicht niet direct aan grootse spirituele ervaringen, maar aan kleine verschuivingen in het dagelijks leven. In hoe snel je je aangevallen voelt. In hoe vanzelfsprekend je angst serieus neemt. In hoe hardnekkig je vasthoudt aan je eigen gelijk. Katharsis betekent hier niet één grote emotionele ontlading, maar een voortdurende bereidheid om die innerlijke spanning niet langer te rechtvaardigen of te projecteren, maar te laten oplossen.

En dan, soms bijna ongemerkt, treedt het wonder op. Niet als iets bovennatuurlijks, maar als een perspectiefwisseling. Je kijkt anders. Niet omdat de situatie veranderd is, maar omdat jij met andere ogen kijkt. Waar eerst angst zat, komt ruimte. Waar eerst oordeel zat, komt mildheid. Waar eerst verdediging zat, komt rust. Dat is de metanoia waar de cursus op mikt: leven vanuit de Heilige Geest, ofwel vanuit het Zelf met een hoofdletter Z, in plaats van het zelf met de kleine letter z dat voortdurend bezig is zichzelf overeind te houden.

Het interview met Van Kooten hielp mij om scherper te zien hoe consistent en helder de oorspronkelijke boodschap van Jezus eigenlijk is. Niet politiek, niet moralistisch en niet gericht op uiterlijke hervorming, maar radicaal innerlijk. Een oproep tot metanoia, gedragen door een proces van katharsis.

In dat licht vervaagt voor mij het vermeende verschil tussen de Jezus van het Nieuwe Testament en de Jezus van Een Cursus in Wonderen, omdat de kernboodschap zichtbaar hetzelfde blijft. In beide gevallen gaat het om dezelfde beweging: weg van angst en projectie, en naar een innerlijke omkering van perspectief. Niet door strijd, maar door inzicht. Niet door veroordeling, maar door zuivering van de denkgeest.

Het interview maakte voor mij duidelijk dat Jezus in de evangeliën op precies dezelfde heldere manier spreekt als in ECIW. Andere woorden, andere context, maar dezelfde richting. Het koninkrijk is geen toekomstig ideaal en geen uiterlijke orde, maar een andere manier van zien die nu beschikbaar is. Mits we bereid zijn die innerlijke weg te gaan. En misschien is dat wel waarom deze twee oude Griekse woorden mij zo blij maakten: omdat ze in één adem benoemen wat deze weg vraagt én wat zij schenkt. Een zuivering die ruimte maakt voor een omkering. En een omkering die ons herinnert aan wat we in wezen al zijn: geliefde Kinderen van de Vader, samen met Jezus, onze Broeder.  https://youtu.be/NKAfmcFXYw4?si=Yy2gW-BqA_TxMh75

Het wonder van heelheid-van-hart

<Leven vanuit je Grote Zelf in een wereld vol angst>

De werkboeklessen gaan in deze periode over twee centrale thema’s: vergeving en het wonder. Ken Wapnick geeft aan dat deze begrippen erg dicht bij elkaar liggen. Vergeving verwijst hierbij vooral naar het proces, terwijl het wonder de correctie van onze waarneming zelf is.

Maar laten we ons hoofd niet breken over de terminologie van de cursus. Het is veel belangrijker dat hoofd en hart samen gericht zijn op eenheid en liefde. We kunnen de wereld en haar problemen namelijk aanvliegen vanuit het hoofd óf vanuit het hart. In eerste instantie is het nuttig om dit onderscheid te maken, want beide hebben hun valkuilen.

De balans tussen Hoofd en Hart

Als we te veel de nadruk leggen op één van beide aspecten, kan er scheefgroei ontstaan:

  • Te veel “hoofd”: Ons hoofd kan terecht beredeneren dat de grenzen die onze zintuigen waarnemen, ons een onterecht beeld van afgescheidenheid voorschotelen. ECIW stelt dat dit aanvankelijk zelfs enig geloof van ons vergt. Maar als we hierin doorslaan, vervallen we in een hyper-abstracte theologie. We verliezen dan het gevoel, het besef dat we als Kinderen van de Vader gedragen worden door Zijn liefde en dat we onze broeders en zusters mogen liefhebben “gelijk ons Zelf”.
  • Te veel “hart”: Ons hart geeft ons het gevoel voor verbondenheid en bewogenheid; het is de plek van verwondering over het mysterie van de schepping. Maar bij een teveel aan emotie zonder inzicht, kunnen we terugvallen in een duaal beeld van God en onze medemens. We willen dan weldoeners zijn, maar gaan twijfelen aan onszelf: schieten we niet tekort? Is God wel tevreden? Ideeën over zonde, schuld en angst sluipen dan ongemerkt onze mind weer binnen.

Daarom legt Een Cursus van Liefde (ECvL) extra nadruk op “heelheid-van-hart”. Dit is de staat van zijn waarin hoofd en hart samensmelten. We leven dan niet langer vanuit het geloof in afgescheidenheid (het kleine zelf), maar vanuit het diepe besef van eenheid met de Bron en met elkaar.

De wereld als spiegel

ECIW legt op onnavolgbare wijze uit dat de ellende die we in de wereld zien, niet de oorzaak is van onze nare gevoelens, maar het gevolg. De wereld die we zien is het spiegelbeeld van ons eigen geloof in afgescheidenheid.

Als wij, als Zoon van God, geloven dat we losstaan van de Vader en van elkaar, zien we een wereld vol afgescheidenheid en voelen we ons kwetsbaar. Dit vraagt om een klein beetje bereidwilligheid. Durven we te overwegen dat wij niet de slachtoffers zijn die rondwandelen in een vaststaande wereld, maar dat wij degenen zijn die deze wereld zelf maken, als een droom in onze mind? Denk aan de teksten die stellen dat we zelf betekenis geven aan alles, dat we geen slachtoffer zijn van de wereld die we zien en dat we onszelf “kruisigen” door onze gedachten.

De praktijk: Hoe werkt het wonder?

Dit lijkt misschien een onmogelijke geloofsstap. Daarom nodigt Jezus ons uit om de theorie even te laten voor wat het is en het gewoon te proberen. Hoe ziet dit er in de praktijk uit?

Stel je de volgende situatie voor:

  1. De trigger: Ik zie een naar persoon en ben ervan overtuigd dat hij mij boos maakt.
  2. De neiging: Ik wil mezelf verdedigen of de aanval inzetten.
  3. Het besef: Dan realiseer ik me dat ik hiermee mijn geloof in afgescheidenheid bevestig. Ik voel letterlijk hoe ik vanbinnen verhard.
  4. De keuze: Ik besluit pas op de plaats te maken en een andere keuze te maken.
  5. De uitnodiging: Ik vraag de Heilige Geest om mijn waarneming te corrigeren:

“Bron van Liefde, ik meen iemand te zien die anders is dan ik en die mij aanvalt. Help me om te zien dat mijn geloof dat ik afgescheiden ben van hem niet klopt. Ik weiger te kiezen voor verdediging of tegenaanval. Oei, wat valt dit me lastig; het lijkt of ik mezelf fop. Help me, Liefde!”

  1. Het wonder: Het wonder vindt plaats. Het is die vreemde maar fijne ervaring dat de boosheid verdampt. Er ontstaat ruimte voor een liefdevolle respons.

Van oordeel naar Grote Zelf

Gaandeweg, en door stug volhouden, ontdek je dat het klopt. Duistere gedachten en emoties zijn geen onvermijdelijk gevolg van de wereldproblematiek; er is een bevrijdende keuze mogelijk!

Je gaat er gevoel voor ontwikkelen dat je niet samenvalt met je kleine zelf. Je gaat zien dat het precies omgekeerd werkt: door onze keuze tot oordeel projecteren we – vanuit het Grote Zelf dat we in waarheid zijn – een klein zelf dat gelooft in afgescheidenheid. Angst en aanval maken de illusie dat je een kwetsbaar, lichamelijk wezen bent “echt” voor je.

De cursussen zijn er juist op gericht om dit mechanisme om te draaien. Door vergeving en door ons af te stemmen op de Heilige Geest, stappen we uit die projectie. We geven ons over, zodat we weer gaan leven vanuit ons Grote Zelf, dat in Heilige Relatie verbonden is met de Vader en met onze Broeders. Je merkt dat jouw vergevende houding werkt als balsem voor je ziel. Op dat moment vergt het wonder geen geloof meer, want je ervaart simpelweg wat verlossing inhoudt.

Door je zo telkens af te stemmen op eenheid, wordt je geest gevuld met “Gedachten die je denkt met God”. Omdat je gaat inzien dat jij degene bent die de narigheid projecteert, opent zich de weg naar dat waar projectie slechts een schaduw van is: extensie, de uitbreiding van liefde en schepping. We worden uitgenodigd om een nieuwe wereld te scheppen door een oneindige verdieping van onze verbondenheid.

Actuele toepassing: Strijdbaarheid vs. Verbondenheid

Vanmorgen las ik in de krant dat de “willingness to fight” (bereidheid om te vechten) in Nederland erg laag is en verhoogd moet worden gezien de dreiging in de wereld.

ECIW en ECvL laten een geluid horen dat hier 180 graden tegenin gaat: de “willingness to fight” mag vergeven worden en vervangen door de “willingness to unite”. Laten we niet wanhopen, noch meegaan in de verharding.

Wat is dan de uitnodiging als we geconfronteerd worden met beelden van geweld? Ze weglachen en ontkennen? Nee. Ze serieus nemen en vervallen in wanhoop? Ook niet.

De uitnodiging is om ze te zien en te beseffen dat we in de spiegel kijken van onze collectieve mind. Dit is hoe geloof in afgescheidenheid eruitziet: als een fysieke werkelijkheid vol dood en verderf. We kijken naar onze eigen roep om liefde.

Deze roep vraagt om een respons vanuit heelheid-van-hart. Er zijn geen vaste gedragsregels; ieder Kind van God verhoudt zich op unieke wijze tot wat zich aandient. Het is onze houding die telt: kijken we vanuit angst of vanuit liefde? Als we kiezen voor liefde, treedt er een Kracht in werking die door ons heen precies dat zal doen wat nodig is.

Moge Zijn Wil geschieden, zowel in de hemel als op aarde, want deze zijn tenslotte één.

Het tipje van de sluier

De eenvoud van liefde, maar de complexiteit van barricades.

Na een paar jaar studie van Een Cursus in Wonderen (ECIW) drong het tot me door: het is niet genoeg om deze cursus slechts met het hoofd te begrijpen. Jezus probeert ons geen nieuwe theologie te onderwijzen, maar ons te leiden naar verlossing. Dat is ten diepste een ervaring van vrede.

Omdat ik merkte dat veel medestudenten moeite hadden om die ervaring daadwerkelijk te proeven, organiseerde ik een workshop. Mijn doel was helder: mijn gasten laten voelen wat oordeel en vergeving vanbinnen met je doen, zodat de keuze voor dat laatste makkelijker zou worden.

Weerstand en verantwoordelijkheid

De avonden verliepen echter niet zoals ik me had voorgesteld. De oorzaak daarvan zoek ik nu vooral bij mezelf. Ik voelde me gespannen en overmatig verantwoordelijk voor ‘het resultaat’. Hoewel ik geen kosten rekende, voelde ik de druk van mensen die soms een uur in de auto hadden gezeten.

Daarnaast onderschatte ik de onbewuste weerstand tegen wat de Cursus het ‘loslaten van grieven’ noemt. Voor mij leek de keuze zo evident: waarom zou je vasthouden aan boosheid als je weet dat het je pijn doet? In mijn blogs ben ik soms ook geneigd die bocht kort te nemen: Wil je liefde ervaren? Heb dan lief! Zo simpel is het toch?

Maar tijdens de workshop leerde ik dat die eenvoud bedrieglijk kan zijn. Ik ontdekte dat iedereen een eigen tempo en specifieke aandachtspunten heeft in het doorlopen van het curriculum. Die ontdekking deed me besluiten om liever in 1-op-1 gesprekken te werken. Daarin kan ik veel beter aanvoelen wat bij iemand aanslaat en waar iemand dreigt af te haken.

Lessen in nederigheid

Toch had ik die stroeve workshop-ervaringen voor geen goud willen missen. Juist in de wrijving en het gesprek met broeders en zusters ontstaan de diepste inzichten. Voor mij betekende dit concreet:

  • Van leraar naar leerling: Mijn gespannenheid liet zien dat ik zelf nog verlossingswerk te doen had. Ik moest het advies van ECIW opvolgen: mezelf ontslaan als ‘leraar’ die de avond moet dragen. De eerste avonden bereidde ik nog krampachtig voor; bij de vervolgavonden stemde ik me vooraf en tijdens de start bewust af op de Heilige Geest. Die avonden verliepen soepel, fijn en van-Zelf.
  • De noodzaak van complexiteit: Ik begreep ineens waarom ECIW zo’n dik en psychologisch gelaagd boek is. De basisboodschap van liefde is simpel, maar onze barricades ertegen zijn dat niet. Onze wens om afgescheidenheid te ervaren heeft geleid tot diepgewortelde angst- en schuldgevoelens, die we zorgvuldig hebben toegedekt.
  • De weg terug: Jezus geeft ons een gedetailleerde kaart van hoe we die barrières hebben opgebouwd én hoe we ze stap voor stap kunnen slechten. Verlossing is niets anders dan de stapsgewijze overgave aan liefde, door inzicht te krijgen in hoe we die liefde zelf blokkeren.

Maatwerk van hoofd en hart

De Cursus is een meesterstuk van maatwerk. Ik ervaar het dan ook als genade dat we na ECIW ook Een Cursus van Liefde (ECvL) hebben gekregen. Waar ECIW vaak wordt gezien als een boek voor het ‘hoofd’ (het ontmantelen van het ego) en ECvL voor het ‘hart’, is die scheiding te zwart-wit. ECIW stroomt over van geduld en liefde, terwijl ECvL ook prachtige intellectuele inzichten biedt. Samen vormen ze voor mij een machtige bron die blijft verbazen.

In gesprekken met anderen zie ik met dankbaarheid hoe ieder mens op een uniek moment, via het hoofd of het hart, geraakt wordt en hoe het transformatieproces op gang komt.

Licht in de duisternis

Nu Sinterklaas voorbij is, komt Kerst in beeld. We vieren dat het Licht schijnt in de duisternis. Vaak denken we dan terug in de tijd, aan de incarnatie van Jezus, ruim 2000 jaar geleden. Maar tijd is slechts perceptie; dat Licht is nooit gedoofd. De duisternis die we ervaren is niets anders dan de sluier die wij zelf over het Licht hebben geworpen.

De cursussen nodigen ons uit om slechts een puntje van die sluier op te lichten. De warmte van de liefde die we dan voelen, doet de rest.

Mag je “kleine dingen” vragen aan de Heilige Geest?

Toen ik vele jaren geleden deelnam aan een huiskring van een Baptistengemeente kwam de vraag naar boven of je aan de Heilige Geest hulp mocht vragen om een parkeerplek te vinden of om je verloren huissleutels terug te vinden. De uitkomst van het gesprek weet ik niet meer precies, maar ik meen me te herinneren dat de meningen verdeeld waren.

In m’n eerdere blog (Ik hoef slechts te roepen en U geeft me antwoord) schreef ik:

“Als studenten van de cursus hebben we geleerd dat het niet zo zinvol is om vast te houden aan het duale beeld van een God die buiten ons bestaat en tot wie wij kunnen bidden om hem te vragen aan al onze wensen te voldoen. Het is ondertussen een beetje een cliché geworden maar gezien de tijd van het jaar waarin we nu leven zeg ik het toch maar: God is geen Sinterklaas in de hemel.”

Hier is toch enige nuance nodig.

In zijn contact met Helen Schucman nodigt Jezus haar uit om zijn leiding te vragen waar het alledaagse dingen betreft, zoals zelfs de plek waar ze naar toe zou kunnen gaan om een nieuwe jas te kopen. Jezus zegt dat we Hem niet alleen mogen vragen om hulp bij grote, spirituele kwesties, maar ook bij de meest gewone en kleine dingen van het dagelijks leven — zelfs waar je een jas moet kopen. Hij benadrukt dat er geen hiërarchie van belangrijkheid bestaat in leiding: alles wat jou onrust geeft, groot of klein, is een blokkade voor innerlijke vrede.

Door Hem te vragen om leiding in zulke ‘triviale’ zaken, train je jezelf om voortdurend op de innerlijke Stem te vertrouwen in plaats van op angst, twijfel of eigen wilskracht. Zijn doel is niet om je winkelkeuze te bepalen, maar om je te helpen steeds dieper afgestemd te raken op leiding — zodat je leert leven vanuit vrede en zekerheid, in plaats van vanuit het ego.

Maar in dit voorbeeld speelt ook een ander aspect, een tweede laag: niet alleen kreeg zij zelf wat ze nodig had, maar haar aanwezigheid bleek op dat moment ook waardevol voor de eigenaar/kassier, wiens gehandicapt kind (binnen Helen’s vakgebied) om aandacht vroeg. Volgens Jezus was de leiding ook bedoeld “because the furrier needed you.” Ook bij andere gelegenheden waar Jezus heel direct aanwijzingen gaf aan Helen waren belangen van anderen gediend.

Mijn Sinterklaas-vergelijking betreft de neiging om ons verlanglijstje aan de Heilige Geest (of aan Jezus) voor te leggen en Hem te vragen om als het ware te tekenen bij het kruisje. Ik zeg niet dat dit niet mag of dat het niet behulpzaam zou kunnen zijn om het vertrouwen op te bouwen dat we ook in ons alledaagse leven geleid kunnen worden door de Heilige Geest. Integendeel, zou ik haast zeggen. Want met regelmaat ageer ik tegen dat hyperabstracte beeld van God waarbij gesteld wordt dat God niets af zou weten van de roep om hulp van zijn kinderen die verdwaald zijn in de droom van dualiteit.

Maar ook nu geldt dat we bij de vraag of de Heilige Geest nu wel of niet handelt in de wereld en of we nu wel of niet onze verlangens bij Hem neer moge leggen, ons kunnen verliezen in twee uitersten.

  1. De duale variant: God (Heilige Geest, Jezus) als Sinterklaas om te voldoen aan onze ego-wensen.
  2. De hyper abstracte variant: God als absolute eenheid die niets van onze roep om hulp af zou weten (overigens is dit ook een duaal beeld van God, maar dit terzijde).

De grens tussen God en ons is niet zo absoluut, zo duaal. Hij is de Bron van stromende Liefde en wij zijn aspecten van deze Liefde. Punt is dat wij als aspecten van Liefde menen onszelf “losgedacht” te hebben van de Bron. Gelukkig kan dat helemaal niet en tegelijk met deze rare wens van ons om op eigen beentjes te staan is er een Stem in ons die ons eraan herinnert dat dit niet kan: de Heilige Geest. Je kunt dit omschrijven door te stellen dat God “direct de Heilige Geest schiep” toen wij begonnen te dwalen. Merk op dat ook bij deze metafoor God, de Bron van Liefde, dus moet “opmerken” dat de Liefde niet meer stroomt: “Hij” weet ervan. Vanuit ons gezien voelt deze innerlijke Stem als een herinnering aan de Liefde.

Punt is dat wij als verdwaalde aspecten van Liefde onze verlossing zijn gaan zoeken in te kleine dingen; we vragen niet te veel maar te weinig. Anders gezegd: onze kleine verlangens zijn minuscule afspiegelingen van dat grote verlangen naar verlossing uit de droom van dualiteit.

Dit plaatst, hoop ik, zaken wat in perspectief. Want met het vergeten van onze ware Identiteit, die Liefde is, zijn we niet alleen onze Bron, onze Vader, vergeten maar ook dat onze terugweg bestaat uit het laten stromen van Liefde. Herinner je dat Liefde zowel middel als doel is. In genoemde voorbeelden uit het leven van Helen zie je dan ook dat niet alleen zij geholpen wordt maar tevens anderen met wie zij in contact komt. De Heilige Geest (of Jezus) kan dus leiding geven die optimaal is voor alle betrokkenen. Aan de ene kant kan dit betekenen dat zelfs van origine ik-gerichte wensen dusdanig “vervuld” worden dat niet alleen ik maar ook die ander gediend zijn met de leiding die we ontvangen. Dit klinkt ook mooi door in het: “niet mijn wil, maar uw Wil geschiede!”. Want in feite is Zijn Wil ook onze wil.

Tenslotte nog een ander aspect. Wij bidden ook om hulp in situaties die ons niet aanstaan: “Heer, neem deze angst, boosheid, jaloezie, nare buurvrouw etc van mij weg”. Maar als wij onbewust ervoor kiezen om vast te houden aan onze illusie van afgescheidenheid dan kiezen wij ervoor om onze grieven te blijven koesteren. Hierin is de cursus heel radicaal en stelt hij dat we zelfs kunnen kiezen voor ziekte omdat we onbewust willen aantonen dat de afscheiding (met de dood als koning) echt is. De Heilige Geest respecteert onze keuze voor het gevoel van afgescheidenheid en voor ons lijkt het alsof ons gebed maar niet verhoord wordt. Met het ligt dan dus anders: wij kruisigen onszelf.

Deze blog is nu al langer dan ik wilde, maar hopelijk zie je dat de vraag die ik in de titel stel niet zo makkelijk te beantwoorden is als we zouden willen. Wat steeds meespeelt op de achtergrond is de vraag of ons gebed en de verhoring hiervan behulpzaam zijn bij de verlossing, het weer vrijelijk gaan stromen van liefde, tussen ons en God en tussen ons en elkaar. Onze blik op de situatie is per definitie vernauwd. Wij zien alles door de bril van afgescheidenheid waarbij het belang van een denkbeeldig en afgescheiden ikje voorop staat. Liefde ziet ons in oneindig veel groter verband en stelt alles in het grotere perspectief van Haarzelf, zelfs door ons misschien op 5 december een klein ego-cadeautje te geven 😉.

Ik hoef slechts te roepen en U geeft me antwoord.

Een Cursus in Wonderen (ECIW) corrigeert op radicale wijze ons duale beeld van God. God is geen entiteit die los van ons staat en die teleurgesteld is geraakt over zijn ongehoorzame schepsels. Als studenten van de cursus hebben we geleerd dat het niet zo zinvol is om vast te houden aan het duale beeld van een God die buiten ons bestaat en tot wie wij kunnen bidden om hem te vragen aan al onze wensen te voldoen. Het is ondertussen een beetje een cliché geworden maar gezien de tijd van het jaar waarin we nu leven zeg ik het toch maar: God is geen Sinterklaas in de hemel.

Waarom zouden we dan nog aandacht moeten besteden aan zo’n clichématig beeld dat we ondertussen achter ons hebben gelaten? Vanuit ECIW weten we nu toch dat we niet van God gescheiden zijn? Nu niet en nooit geweest. Hij houdt van ons en ziet geen zonden in ons. Alles koek en ei. We voelen meer voor de uitspraak: “God en ik zijn één”. Einde van geloof in dualiteit, er valt niets meer te doen, niets goed te maken want we weten nu dat we de hemel nooit verlaten hebben. Het lijkt dan ook te getuigen van cursus-wijsheid als we zeggen dat er eigenlijk niets te vergeven valt en dat goedbeschouwd de cursus helemaal niet nodig is. Dit lijkt nog eens een diep inzicht!

Zo kunnen we tevreden om ons heen kijken. Ietwat meewarig zelfs. We zien kerkgangers bidden tot God en liedjes zingen voor hem en voelen ons verheven boven dit al te menselijke beeld van God waar zij kennelijk nog geloof aan hechten. Wij weten dat God deze devotie en dit eerbetoon helemaal niet nodig heeft van ons want we zijn tenslotte al één met hem. Onze relatie met hem is helemaal oké en goedbeschouwd is er helemaal geen sprake van een relatie omdat we zelf goddelijk zijn. Wat onze aandacht wel nodig heeft is die innerlijke onrust die we nog ervaren. Ons hoogste goed is niet de verering van een God die dit helemaal niet nodig heeft, maar het bereiken van innerlijke vrede.

Maar nu even pas op de plaats. In “Een belangrijke sleutel bij het lezen van ECIW” en “De cursus in een notendop” probeerde ik aan te geven dat we beter niet slechts aan “eenheid” kunnen denken zonder ons hart ook open te stellen voor “liefde”. Woorden kunnen God niet adequaat beschrijven, maar met de uitspraak “God is eenheid en liefde” dwalen we minder ver af dan wanneer we menen te moeten kiezen of God nu eenheid of liefde is.

Als we alleen oog hebben voor het liefde-zijn van God dan kunnen we Hem ten onrecht te veel buiten ons zelf plaatsen. Dan openen we de deur naar projectie waarbij we denken dat God ook boos kan worden op ons omdat we zouden kunnen afdwalen van Hem. Dus daar hebben we het één-zijn van God nodig. God kan niet boos worden op Zijn Kinderen die Hij nog altijd in Zijn armen koestert omdat ze één zijn met Hem.

Het is prima om denkbeeldige grenzen tussen God en ons (en tussen ons onderling) te “vergeven”. Dit is ware ontkenning. Een bekende cursus-wijsheid stelt dat we niet kunnen leren wat liefde is en dat we slechts de barricades hoeven op te ruimen waarvan we geloven dat ze tussen ons en liefde in staan. En daarom gaan we dapper “zelf” aan de slag om het besef te hervinden dat we één zijn met God. We beginnen met een psychologische krachttoer om de barricades te slechten en we doen dit in ons eentje omdat er tenslotte niemand is die buiten ons bestaat en die we om hulp zouden kunnen vragen. Zei een bekende leraar niet dat God niets van ons geploeter afweet, dat Jezus en de Heilige Geest slechts symbolen zijn, beelden in onze geest en dat er geen anderen zijn? Dus ploeteren maar, om die felbegeerde innerlijke vrede deelachtig te worden!

Helaas. Waar we christenen, wellicht deels terecht, verwijten een eenzijdig Sinterklaas-Godsbeeld te hebben, hebben wij alles, God en iedereen, overboord gegooid en ploeteren op eigen kracht verder.  We focussen ons op één aspect van het wonder: de correctie van onze perceptie van afgescheidenheid. Maar we vergeten de hoofdbetekenis van het wonder: een uiting van liefde.

Liefde vergt inderdaad geen onderwijs maar wel bereidwilligheid. De bereidwilligheid om je in “awe”, verwondering, open te stellen voor het wonderlijke feit dat je bestaat omdat Liefde (God de Vader) dit gewild heeft. Liefde is middel en doel. Door je hart en hoofd bereidwillig open te stellen voor liefde kan die liefde binnen stromen, je vervullen en je de verlossing bieden waarnaar je zo smacht. Innerlijke vrede is het product van je bereidheid om geen verschillen te zien (correctie van perceptie, opruimen van barricades) en je open te stellen om je functie als kanaal van liefde te vervullen. En dan beginnen je hart en mogelijk ook je mond spontaan te zingen en misschien steek je zelfs in extase je handen in de lucht.

De beste manier om deze blog af te sluiten is met de werkboekles van vandaag (Les 327). Wow, dank u Heer!

Ik hoef slechts te roepen en U geeft me antwoord.

Er wordt mij niet gevraagd om verlossing aan te nemen op grond van een ongefundeerd geloof. Want God heeft beloofd dat Hij mijn roep zal horen en mij Zelf antwoord geven. Laat me slechts op grond van mijn ervaring leren dat dit waar is, en vertrouwen in Hem zal zeker tot me komen. Dit is het vertrouwen dat stand zal houden en me steeds verder en verder zal brengen op de weg die tot Hem leidt. Want zo zal ik er zeker van zijn dat Hij me niet verlaten heeft en nog steeds liefheeft, en slechts wacht op mijn roep om me alle hulp te geven die ik nodig heb om tot Hem te komen.

Vader, ik dank U dat Uw beloften in mijn ervaring altijd zullen worden ingelost, als ik ze maar uitprobeer. Laat me daarom proberen ze te beproeven en ze niet te beoordelen. Uw Woord is één met U. U schenkt de middelen waardoor overtuiging komt en de zekerheid van Uw blijvende Liefde eindelijk wordt verworven.

De Cursus in een notendop!

Een reis door de metafysica en de praktijk van Een Cursus in Wonderen

Inleiding: De zoektocht naar vrede

Welkom. We zijn hier samen om te kijken naar een fenomeen dat voor velen van ons het leven totaal op zijn kop heeft gezet, of – beter gezegd – eindelijk weer rechtop heeft gezet. We gaan het hebben over Een Cursus in Wonderen. Het is een dik, blauw boek vol met complexe termen, christelijke symboliek en psychologische diepgang. Maar als we heel eerlijk zijn, als we door de honderden pagina’s heen kijken naar de kern, dan is de boodschap verbluffend eenvoudig.

Misschien kent u de beroemde samenvatting waarmee de Cursus zichzelf introduceert:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.”

In die drie zinnen ligt alles besloten. Maar om die zinnen niet alleen intellectueel te begrijpen, maar ze echt te voelen en te leven, moeten we een reis maken. Een reis van de eenheid van God, naar de verwarring van onze droomwereld, en weer terug naar huis. Vandaag wil ik jullie meenemen op die reis, langs de valkuilen en de wonderen, om uiteindelijk uit te komen bij wie wij werkelijk zijn.

Deel 1: De Aard van de Werkelijkheid

Laten we beginnen bij het begin, of eigenlijk: vóór het begin. Laten we beginnen bij God.

In onze menselijke taal is het bijna onmogelijk om over God te spreken zonder Hem tekort te doen, maar de Cursus doet een poging. God is Één. En God is Liefde. Het is een staat van zijn die volkomen geestelijk is. Er is daar geen materie, geen tijd en geen ruimte. Er is geen ‘daar’ en geen ‘hier’, geen ‘toen’ en geen ‘straks’. Er is alleen een eeuwig ‘Nu’ van pure, ongedifferentieerde eenheid.

Nu zou je kunnen denken: in zo’n statische eenheid, daar kan toch niets gebeuren? Als alles één is, is er dan geen stilstand?

Hier stuiten we op het eerste grote mysterie. Omdat God niet alleen Één is, maar ook Liefde, gebeurt er iets wat voor ons verstand nauwelijks te bevatten is. Liefde heeft namelijk een inherente eigenschap: Liefde wil zichzelf uitbreiden. Liefde wil delen. Liefde kan niet ingeperkt blijven.

En zo breidt Liefde zichzelf uit binnen die eenheid. Wij, u en ik, in onze diepste essentie, zijn die uitbreidingen. In de Cursus worden we de ‘Gedachten van God’ genoemd. En net zoals een gedachte de geest niet verlaat die hem denkt, zo verlaten wij God nooit. Wij zijn net zo geestelijk, net zo tijdloos en net zo vormloos als onze Bron.

Het is een prachtig, onbegrijpelijk mysterie: alles blijft één, en toch zijn wij op een bepaalde manier onderscheiden. Niet gescheiden van God, maar onderscheiden binnen God. Je kunt het zien als een vlam die een andere vlam aansteekt. De tweede vlam is uniek, maar het vuur is precies hetzelfde en ze zijn onlosmakelijk verbonden in dezelfde hitte en hetzelfde licht.

In die tijdloze werkelijkheid vindt er een voortdurende uitwisseling van liefde plaats. Een eeuwige lofzang tussen de Schepper (God de Vader) en zijn scheppingen (de Zoon, of het Zoonschap). In die staat ontbreekt het ons aan niets. We zijn volmaakt gelukkig, volmaakt veilig en volmaakt in vrede. Dit is onze ware identiteit.

Deel 2: De Droom van Afscheiding

Maar als ik nu om me heen kijk, en als u naar uw eigen leven kijkt, dan is dat waarschijnlijk niet uw directe ervaring. We voelen ons vaak niet volmaakt veilig. We voelen ons niet altijd één met elkaar. We zien oorlog, we voelen pijn in ons lichaam, we maken ons zorgen over onze bankrekening en we hebben conflicten met onze buren.

Wat is er aan de hand? Hoe zijn we van die hemelse eenheid hier beland?

Het antwoord van de Cursus is radicaal: We zijn hier helemaal niet.

De Kinderen van God zijn hun identiteit vergeten. We zijn in slaap gevallen. Wat wij ons ‘leven’ noemen, is in werkelijkheid een droom. Een collectieve droom waarin we ons verbeelden dat we losgeraakt zijn van God en los zijn van elkaar.

Stel je voor dat je ’s nachts droomt dat je achternagezeten wordt door een monster. Je hart bonst, je zweet, je voelt echte angst. In de droom is het monster echt. De straat waarin je rent is echt. De tijd tikt weg. Maar zodra je wakker wordt, besef je: het gebeurde allemaal in mijn eigen geest. Ik lag al die tijd veilig in bed.

Zo beschrijft de Cursus onze realiteit. Binnen de geestelijke werkelijkheid dromen wij een droom van tijd en ruimte. Dankzij die gedroomde tijd en ruimte lijken er vormen te bestaan. We menen geboren te worden in een kwetsbaar lichaam. We denken dat er een God bestaat die ergens ver weg buiten ons staat – en die misschien wel boos op ons is. En we zien andere mensen rondlopen die volkomen los van ons lijken te staan.

Deze droom is, zoals we allemaal weten, niet altijd plezierig. Sterker nog, de Cursus noemt het vaak een nachtmerrie. Waarom is deze droom zo pijnlijk? Dat komt door drie fundamentele, vaak onbewuste overtuigingen die we met ons meedragen sinds het moment dat we dachten ons af te scheiden:

  1. Zonde: We menen, diep vanbinnen, dat we iets vreselijks hebben gedaan. We hebben ons losgerukt van onze Bron. We hebben ‘nee’ gezegd tegen de eenheid. We geloven dat we gezondigd hebben.
  2. Schuld: Omdat we geloven dat we gezondigd hebben, voelen we ons schuldig. Dit is een knagend gevoel van ‘niet goed genoeg zijn’, van tekortschieten.
  3. Angst: En waar schuld is, volgt onvermijdelijk angst. Want als je schuldig bent, verdien je straf. We zijn – onbewust – doodsbang dat God ons zal komen halen om ons te straffen voor onze arrogantie.

Dit mechanisme van zonde, schuld en angst houdt de droom in stand.

Deel 3: Het Zoeken in de Mist

Ergens, heel ver weggestopt in een uithoek van onze geest, is er nog een herinnering. Een vage herinnering aan de Waarheid. Een echo van toen we één waren met God, intens gelukkig en zonder enig gebrek. We missen dat. We voelen een fundamentele leegte.

Maar omdat we vergeten zijn wat we precies missen, gaan we zoeken op de verkeerde plek. We zoeken ons geluk binnen de droom. We denken: “Als ik die baan krijg, dan ben ik veilig.” Of: “Als ik die partner vind, dan ben ik geliefd.” We streven naar zekerheid, naar sensatie, naar macht en bezit.

We weten niet meer wie we zijn, en daarom proberen we onszelf te definiëren door wat we hebben. Maar in een wereld van schaarste – want in de droom lijkt er nooit genoeg voor iedereen – raken we verwikkeld in een strijd. Jouw winst is mijn verlies. Als jij dat huis koopt, kan ik het niet meer kopen. We geloven in kwetsbaarheid en tekort.

En hoe reageren we daarop? Met wat de Cursus het ego noemt. We versterken de illusie door ik-gericht gedrag. We vallen aan om onszelf te verdedigen. We oordelen over anderen om onszelf beter te voelen. We bouwen muren om ons hart. En met elke aanval, met elk oordeel, maken we de droom voor onszelf echter en steviger. We vergeten steeds meer wie we zijn.

Deel 4: Projectie en Perceptie

Hier komen we bij een cruciaal mechanisme uit de Cursus, misschien wel het belangrijkste psychologische inzicht dat het ons biedt: Projectie geeft perceptie.

Wat betekent dit? Het betekent dat de wereld die we zien, niet de oorzaak is van onze gevoelens, maar het gevolg ervan.

Omdat we diep vanbinnen die ondraaglijke schuld en angst voelen over onze vermeende scheiding van God, zoeken we een manier om dat rotgevoel kwijt te raken. Wat doet de menselijke geest? Hij projecteert. Hij spuugt het naar buiten.

We zeggen in feite: “Ik ben niet schuldig, jij bent het. De wereld is slecht. De politiek is corrupt. Mijn partner luistert niet.”

We projecteren de onvrede in onze eigen geest op de wereld om ons heen. Zo ontstaat de wereld van vormen, tijd en ruimte. Het is letterlijk een projectie van onze innerlijke staat. De Cursus zegt het heel scherp:

“De wereld is slechts een weerspiegeling van wat jij innerlijk wilt zien.”

We hebben gekozen voor zintuiglijke waarneming – zien, horen, voelen – met een specifiek doel. Niet om de waarheid te zien, maar om de afscheiding echt te maken. We willen bewijzen dat we op eigen benen staan, los van God. De materiële wereld fungeert als een rookgordijn. Zolang ik me druk maak over de problemen in de wereld, hoef ik niet naar binnen te kijken naar mijn eigen keuze voor afscheiding.

We leven dus in een spiegelpaleis. We denken dat we naar buiten kijken, maar we kijken constant in de spiegel van onze eigen overtuigingen: “Ik sta alleen, ik ben los van God, en ik moet vechten om te overleven.”

Deel 5: Het Wonder van Vergeving

De situatie lijkt uitzichtloos. We zitten gevangen in een droom die we zelf gemaakt hebben en die we zelf in stand houden door onze projecties. Wat helpt niet?

Het helpt niet om binnen de droom te gaan vechten tegen de nachtmerrie. Het zelf proberen voor elkaar te boksen door inspanning in tijd en ruimte is als het herschikken van de dekstoelen op de Titanic. Je bent druk bezig met de vorm, maar je negeert de inhoud.

Wat werkt dan wel?

Het antwoord is Het Wonder. En het middel om daar te komen is Vergeving.

Maar let op: vergeving in de Cursus betekent iets heel anders dan wat wij er meestal onder verstaan.

In de wereld betekent vergeven vaak: “Jij hebt mij iets vreselijks aangedaan, jij bent schuldig, maar ik ben zo grootmoedig dat ik het je niet zal nadragen.” Daarmee maak je de zonde en de schuld juist reëel. Je houdt de scheiding in stand: ik ben hier (onschuldig) en jij bent daar (schuldig).

Vergeving in Een Cursus in Wonderen is het ontkennen van de realiteit van de zonde. Het is beseffen dat wat de ander deed, onderdeel is van de droom, en geen effect heeft gehad op wie wij werkelijk zijn in de eeuwigheid.

Het is zeggen: “Ik zie dat je handelt vanuit angst, vanuit verwarring, net als ik. Maar ik weiger te geloven dat dit jouw ware identiteit is.”

Door te vergeven, trekken we onze projecties terug. We stoppen met het plakken van etiketten van schuld op de wereld. We ontkennen de ogenschijnlijke zonde, de schuld en de grenzen.

En als we de blokkades van oordeel weghalen, wat blijft er dan over? Dan kan de liefde weer gaan stromen. We zoeken weer naar verbinding in plaats van afscheiding.

Liefde is hierbij zowel ons middel als ons doel. Door te doen wat we ten diepste zijn – namelijk liefhebben – herinneren we ons wat we ten diepste zijn: aspecten van Liefde.

Dit is het wonder: De verschuiving in waarneming. Het moment waarop je niet langer een vijand ziet, maar een broeder die om liefde vraagt. Het is de herinnering aan onze ware identiteit die door de mist van de droom heen breekt.

De enige manier om dit te bereiken is niet door hard te werken, maar door ons open te stellen. Overgave. Vertrouwen. Stil zijn. We moeten de ‘kleine bereidwilligheid’ tonen om onze gelijkhebberij op te geven en de Heilige Geest (of de stem van Liefde in ons) te vragen: “Laat mij dit anders zien.”

Deel 6: De Valkuilen op het Pad

Nu klinkt dit als een duidelijk pad, maar de praktijk is weerbarstig. Er zijn twee grote manieren waarop studenten van de Cursus – en spirituele zoekers in het algemeen – kunnen ontsporen. Het is belangrijk deze te herkennen.

1. De intellectuele valkuil (Solipsisme)

Sommige mensen lezen de Cursus en denken: “Aha, alles is één. Ik ben God. Er bestaat niets buiten mij.” Ze richten zich puur verstandelijk op de eenheid. Dit kan leiden tot een gevaarlijke vorm van solipsisme. De cursist krijgt de indruk dat hij de enige is die bestaat en dat anderen slechts marionetten zijn in zijn droom.

Maar de Cursus zegt: “God is niet compleet zonder jou, maar jij bent niet compleet zonder je broeder.”

Als we het mysterie van de liefde vergeten – dat liefde verbinding is – eindigen we in een kille, eenzame toren van spirituele arrogantie. We hebben de ander nodig om onze eigen onschuld in te weerspiegelen.

2. De spirituele bypass

De tweede valkuil is misschien nog wel verleidelijker. We weten nu dat de wereld een droom is. Dus als iemand lijdt, of als we zelf pijn hebben, zeggen we: “Ach, het is maar een illusie. Het bestaat niet echt.”

Dit is de spirituele bypass. Het is het ontkennen van de droom, terwijl je er nog middenin zit. Het is een vlucht.

De Cursus leert ons niet om de droom te ontkennen of te ontvluchten, maar om de droom te gebruiken. Nu we eenmaal geloven dat we hier zijn, kunnen we ontwaken door in de droom weer liefde te laten stromen.

We moeten, zoals de Cursus zegt, ‘wonderdoeners’ worden. Genezing vindt niet plaats door je af te keren van de wereld, of door te zeggen dat het lijden van een ander er niet toe doet. Genezing vindt plaats door de verbinding aan te gaan. Je kunt je spiegelbeeld niet veranderen door de spiegel stuk te slaan of te negeren. Je verandert je spiegelbeeld door naar de spiegel te glimlachen.

Beide ontsporingen – de intellectuele arrogantie en de spirituele bypass – leiden uiteindelijk tot hetzelfde: ik-gerichtheid, navelstaren en liefdeloosheid. En dat is precies het tegenovergestelde van waar de Cursus ons naartoe wil leiden.

Conclusie: De Weg naar Huis

Lieve mensen, Een Cursus in Wonderen is geen cursus in het begrijpen van de theorie, maar een cursus in het trainen van de geest. Het is een dagelijkse praktijk van het kiezen tussen angst en liefde.

Elke keer als we ons geïrriteerd voelen, boos, of bang, hebben we een keuze.

We kunnen meegaan in het verhaal van het ego: “Ik ben slachtoffer, de wereld is boos.”

Of we kunnen kiezen voor het wonder. We kunnen even stoppen, ademhalen en zeggen:

“Ik wil vrede in plaats van dit.”

We kunnen ons herinneren dat die ander, die zo vervelend doet, ook gewoon een kind van God is die, net als wij, de weg kwijt is in een enge droom. We kunnen kiezen om voorbij de vorm te kijken, naar het licht dat daarachter brandt.

Laten we ons niet blindstaren op de metafysica, hoe fascinerend die ook is. Laten we ons richten op de praktijk. Laten we vergeven. Laten we liefhebben. Want door de ander te zien als onschuldig, herinneren we onszelf aan onze eigen onschuld. En stap voor stap, wonder na wonder, vergeving na vergeving, worden we wakker uit de droom van angst en openen we onze ogen voor de realiteit van Liefde.

Zoals de Cursus ons belooft:

“Een wonder is nooit verloren. Het kan vele mensen raken die jij niet eens ontmoet hebt, en veranderingen teweegbrengen in situaties waarvan je je niet eens bewust bent.”

Laten we die wonderdoeners zijn.

English idiom with picture description for in a nutshell on white background illustration

Een belangrijke sleutel bij het lezen van ECIW.

Het is in mijn beleving behulpzaam om bij het lezen van Een Cursus in Wonderen zo snel mogelijk oog te krijgen voor een belangrijke beperking van ons denkvermogen. Ongemerkt gebruiken we ons denken als tool om ECIW te begrijpen en we staan nauwelijks stil bij het zwart-wit aspect van dit denken. Het gevolg hiervan is dat er twee dwalingen op de loer liggen. Eén hiervan kennen we goed en de andere zorgt voor grote verwarring bij sommige serieuze en nadenkende medestudenten en leraren.

De bekende vergissing van ons denken vormt het hoofdthema van ECIW. Het is ons geloof in dualiteit, in het bestaan van echte grenzen. Dat levert een duaal Godsbeeld op (Ik hier versus God daar) en een duale blik op onze naasten (Ik hier, jij daar). Tegenwoordig zijn veel van onze tijdgenoten niet zo bezig met nadenken over God en speelt vooral dat tweede aspect een hoofdrol; zowel in ons persoonlijk leven als op het wereldtoneel. We zien niet langer dat het onmogelijk is om zelf in vrede te leven zolang we anderen als los zien van onszelf. ECIW noemt de manier waarop wij met anderen omgaan de speciale (=duale) relatie.

De tweede dwaling van ons denken treedt op als we de eerste dwaling proberen te corrigeren. Ons zwart-wit denken trekt de onverbiddelijke conclusie dat indien we niet gescheiden zijn van God en ook niet van elkaar, hieruit onverbiddelijk volgt dat we één en dezelfde zijn. We stoten dualiteit van de troon en plaatsen er vervolgens ons beeld van absolute eenheid op. Wat hieruit volgt is, voor ons denken, een feest van duidelijkheid. Het is het toppunt van nivellering waarbij de conclusie onherroepelijk lijkt te luiden dat ik God ben en at er geen anderen bestaan. We voelen ons hierin bevestigd door de beroemde samenvatting van de Cursus:

Niets werkelijks kan bedreigd worden,
Niets onwerkelijks bestaat,
Hierin lig de vrede van God.

In absolute eenheid kan er geen sprake zijn van enig onderscheid, noch van differentiatie of van individuatie. Er kan geen sprake zijn van meervoudsvormen (Zonen, Kinderen, Kanalen van Liefde) en in wezen is het woord Schepping dan een betekenisloos begrip geworden. Eenheid is al compleet en hierin kan niks gebeuren. Het klinkt toch allemaal zo logisch.

Wat er gebeurt bij deze tweede dwaling is dat we te maken hebben met een halve waarheid. Want ten diepste is het waar dat binnen eenheid geen onderscheid kan bestaan. Maar de eenheid die zo gewaardeerd wordt door ons denken is slechts de helft van de boodschap van ECIW. De andere helft is Liefde. En daar kan ons denken weinig mee. Ons denken neigt naar visies die gebaseerd zijn op de eenheidsgedachte die vaak het hoofdthema vormt van oosters getinte zienswijzen. Binnen Cursus-land heeft Ken Wapnick de eenheidsfilosofie vol in het spotlicht geplaatst in een goedbedoelde poging om onze eerste dwaling, ons geloof in dualiteit, te corrigeren.

Maar eenheid en liefde vormen één geheel. Wat binnen absolute eenheid niet lukt, namelijk iedere vorm van schepping, dat lukt wel binnen de liefde. Liefde presteert het onmogelijke en breidt zichzelf uit in eenheid. Je kunt hier letterlijk gevoel voor krijgen en dan begint je hart te juichen. Wat onmogelijk is binnen absolute eenheid is toch gebeurd: liefde heeft jou geschapen en koestert jou in een tijdloze omarming.

God is eenheid en liefde. Als je zegt dat God niks weet van onze vergeetachtigheid, ons geloof in afgescheidenheid en lijden; dan verwijs je naar het eenheidsaspect van God en heb je verstandelijk gezien gelijk. Maar het is de helft van het verhaal. Want de liefde die God is “voelt” het als deze liefde niet stroomt en zich niet uitbreidt. Dat maakt volgend citaat ook volkomen waar:

Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.

Het is “menselijk” taalgebruik, dat klopt. Er zit geen oude man met een baard te huilen op een wolk. Maar binnen de eenheid van de Liefde en het Hart dat we delen met God en met elkaar is er het besef dat er een roep om liefde is ontstaan. En dit besef is direct een Stem en een oproep, een verlangen, om ons de Liefde weer te herinneren. Liefde (God) breidt Zich uit in ons en er is hierin sprake van gevende liefde. De Cursus leert dat geven en ontvangen in waarheid één zijn en daarom merkt de “Gever” dat er iets stagneert als de ontvanger blokkeert. Dit is de Heilige Relatie; dat onbegrijpelijke fenomeen dat twee zo innig met elkaar verbonden zijn dat ze per saldo één zijn.

En precies hetzelfde gebeurt in ons contact met onze medemens. De meesten van jullie kennen de prachtige wijsheid dat er ten diepste slechts twee mogelijkheden zijn in het contact tussen mensen: er is een uiting van liefde of een roep om liefde. Dus precies hetzelfde als in de relatie tussen God en ons. Dus net zoals God, die Liefde is, “voelt” als wij blokkeren, zo voelen wij de blokkade in onze relatie met elkaar als hierin de liefde niet stroomt. Als de relatie speciaal is in plaats van heilig.

Dit is geen metafysische haarkloverij maar een levensbepalend onderscheid. En het is van groot belang dat wij zowel naar ons hoofd als naar ons hart luisteren. Ons hoofd leert ons terecht dat er geen afgescheidenheid bestaat. Maar het slaat door als het zegt dat er daarom geen anderen zijn, dat we hen dus geen liefde hoeven te betonen en dat het alleen draait om onze innerlijke vrede. We moeten ook naar ons hart luisteren. Dat hart dat weet dat het onmogelijke is gebeurd: we hebben binnen de eenheid echte broeders en zusters, kinderen van die ene Vader. En in onze relatie met hen kan een echte roep om liefde klinken die we mogen beantwoorden. Pas als we ons hart openstellen voor onze Vader en onze Broeders kan de Liefde stromen en de herinnering aan onze ware Identiteit terugkeren. We zijn de liefdeskinderen van de Vader, in eenheid verbonden met Hem en met elkaar.