Dat lastige maar cruciale onderwerp: projectie maakt perceptie (43)

In deze serie blogs schreef ik er regelmatig over dat in mijn beleving de “seculiere” non-duale hedendaagse visies niet 1 op 1 te vertalen zijn naar Een Cursus in Wonderen (ECIW). De werkwijze van deze visies bestaat uit het rustig waarnemen van dat wat in bewustzijn verschijnt. Neutraliteit en acceptatie zijn sleutelwoorden. Deze aanpak is waardevol en kan ruimte en rust bieden in onze drukke denkgeest. Maar deze visies beschouwen dat wat verschijnt in bewustzijn als een vaststaand gegeven dat zich als het ware in bewustzijn aan ons openbaart. En juist op dit punt gaat ECIW aanmerkelijk verder zoals blijkt uit werkboekles #325:

“Al wat ik denk te zien, weerspiegelt een idee.

Dit is de grondgedachte van verlossing: wat ik zie weerspiegelt een proces in mijn denkgeest, dat begint met mijn idee van wat ik wil. Van daaruit bedenkt de denkgeest een beeld van wat hij verlangt, van waarde acht en daarom probeert te vinden. Deze beelden worden dan naar buiten geprojecteerd, gezien, als werkelijk beschouwd en als eigendom bewaakt. Uit waanzinnige wensen ontstaat een waanzinnige wereld. Uit oordelen ontstaat een veroordeelde wereld. En uit vergevende gedachten komt een lieflijke wereld voort, genadig voor de heilige Zoon van God, om hem een vriendelijk thuis te bieden, waar hij een poos kan rusten voor hij verder reist, om zijn broeders te helpen samen met hem voort te gaan en de weg te vinden naar de Hemel en naar God.

Onze Vader, Uw ideeën weerspiegelen de waarheid, en de mijne brengen los van die van U alleen maar dromen voort. Laat me zien wat alleen de Uwe weerspiegelen, want die en die alleen bepalen de waarheid.”

Jezus stel dat wat we zien niet losstaat van ons als waarnemer maar dat het een weerspiegeling is van wat zich afspeelt in onze denkgeest. In ECIW-vaktermen uitgedrukt: projectie is perceptie. De consequenties hiervan zijn enorm zoals blijkt uit Jezus’ woorden: “dit is de grondgedachte van verlossing”. Het is, helaas, ook de grondgedachte geworden van veel misverstanden onder ECIW-studenten. Misschien kunnen we ondertussen wat meer gevoel krijgen voor de aard van deze misverstanden en ze zo achter ons laten.

Want wat gebeurt er? Vanuit ons geloof in afscheiding betrekken we deze woorden van Jezus op ons persoonlijk, op ons IK, op ons kleine zelf. Vrij vertaald krijg je dan zoiets als: “ik projecteer de hele ellendige wereld en al mijn ziektes en kwalen, dus het lijden dat ik ervaar is mijn persoonlijke schuld”. Doordat we denken vanuit afgescheidenheid voelen we ons persoonlijk schuldig en verantwoordelijk. Dit roept, zowel bij ECIW-studenten als bij buitenstaanders, terecht felle vragen en protesten op. Dit gebeurt vooral daar waar de slachtoffers naasten zijn of kinderen die je toch moeilijk kan betichten van kwade aanvalsgedachten die zich tegen hen gekeerd zouden hebben in de vorm van ziekte, ellende en dood.

Punt is dat we geen afgescheiden “ik” zijn en dat dergelijke gedachten deze illusie alleen maar onnodig versterken. Ons ik-gevoel is een onterecht gevoel een afgescheiden wezen te zijn. We zijn echter geen afgescheiden ik dat in staat zou zijn een hele wereld te projecteren. Dit misverstand wordt in de filosofie aangeduid met het woord “solipsisme”. Dat spoor zal ik voor nu niet verder toelichten, maar wellicht kun je er eens op googelen.

ECIW leert dat we als Zonen van God onlosmakelijk onderdeel vormen van het Zoonschap; ook wel aangeduid als “de Zoon van God”. Zie het maar even als een collectief. Wij dromen als collectief de droom van afgescheidenheid dus als collectief dromen we deze materiële wereld van vormen, tijd en ruimte; juist om ons afgescheiden te voelen.

Nu kan ons kleine zelf, ons IK-je, geneigd zijn om opgelucht adem te halen en te denken: “Aha; dan kan ik er dus toch niks aan doen als me ellende overkomt!”. Het probleem van de onterechte persoonlijke schuld lijkt nu opgelost, maar dit is schijn. Ongemerkt zijn we doorgeslagen naar het andere uiterste van het misverstand waarin we menen dat wij niks met dit collectief te maken hebben en dus ook niets met die nare collectieve projectie. Maar zo is het ook weer niet. Wij zijn innig met dit collectief verbonden en dit zit vervat in het mysterieuze concept van de heilige relatie. We zijn heilig, vormen een heelheid, maar zijn toch wezens die in relatie bestaan met het geheel, met de Vader en met elkaar waarbij dus sprake is van een onbegrijpelijke individuatie. We lopen hier dus weer tegen die paradox aan die voor ons verstand bijna niet te bevatten is: ik besta als schepping van God, geïndividueerd, maar toch niet los van mijn Vader of los van mijn Broeders. De wereld is niet of mijn individuele droom of de collectieve droom maar het is, wederom, en-en.

Hetzelfde geldt voor verlossing van deze droom. Als we denken dat alles draait om mijn verlossing dan vergissen we ons. Het is niet voor niks dat Jezus er zo op hamert dat we niet alleen het wonder voor onszelf moeten ervaren maar dat we wonderwerkers moeten worden om, als het ware, iedereen, het hele collectief mee te krijgen. Maar dit neemt niet weg dat onze “eigen” verlossing uiterst belangrijk is, ondanks het feit dat dit concept in feite een illusie is omdat er geen sprake is van een IK dat slechts belang kan hebben in “eigen” verlossing.

Hier komen de lijntjes van deze serie blogs dus samen. Het is uiterst belangrijk, essentieel, dat jij en ik als het ware inpluggen in de stroom van liefde; ware wonderwerkers worden. Want zo worden we medescheppers van de Nieuwe Wereld, de echte wereld. Vanuit ons persoonlijk en collectief geloof in afscheiding projecteren we een duale wereld vol tegenstellingen en strijd. Vanuit onze persoonlijke en collectieve verlossing creëren we een nieuwe wereld, door uitbreiding in lijn met onze Bron die Liefde is.

Ik volg slechts (42)

Soms voer ik gesprekken met filosofisch ingestelde broeders en zusters. Binnen de filosofie gaat het onder ander over de vraag: “wat kunnen we als mens nu eigenlijk zeker weten?” Je treft er briljante redeneringen aan maar vooral ook steeds wisselende inzichten. In deze serie blogs heb ik geschreven over de beperkte reikwijdte van ons denkvermogen, bijvoorbeeld toen ik schreef over schepping en over de uitbreiding van liefde in eenheid. Ons conceptueel denken, dus het proberen te beschrijven hoe “iets in elkaar steekt”, schiet hier tekort. Daarom hebben mensen van alle tijden hun toevlucht genomen tot symboliek en rituelen. Door hierop te mediteren of contempleren respectievelijk eraan deel te nemen kan er een soort intuïtief weten ontstaan, een “vage” ervaring of een soort herinnering aan dat grotere geheel waar we deel van uitmaken. Een gevoel van eenheid, verbondenheid maar ook van gedragen worden en geleid worden door liefde. Nu zie je hoe ik probeer iets met woorden te duiden wat eigenlijk niet precies te duiden valt. Woorden zijn, zo stelt ECIW, symbolen van symbolen; ze kunnen ergens naar verwijzen maar slechts indirect.

Ik moest hieraan denken bij de volgende werkboekles (#324).

“Ik volg slechts, want ik wil niet de leiding.

Vader, U bent Degene die mij het plan voor mijn verlossing hebt gegeven. U hebt de weg bepaald die ik heb te gaan, de rol die ik op me heb te nemen en elke stap op het mij aangewezen pad. Ik kan de weg niet kwijtraken. Ik kan er slechts voor kiezen een tijdje af te dwalen, om dan terug te keren. Uw liefderijke Stem zal me altijd terugroepen en mijn voeten de goede kant op leiden. Mijn broeders kunnen allen de weg volgen die ik hun voorga. Maar ik volg slechts op de weg naar U toe, zoals U die mij wijst en wil laten gaan.

Laten we dus Iemand volgen die de weg kent. We hoeven niet te talmen en we kunnen niet afdwalen van Zijn liefdevolle Hand voor langer dan een ogenblik. We gaan samen onze weg, want we volgen Hem. En Hij is het die de afloop zeker stelt en een veilige thuiskomst waarborgt.”

Je kunt gaan nadenken over deze tekst en dan kun je hier ongeveer tegenaan lopen:

“Hé, is er een God die weet wat ik in elke situatie moet doen? Als Hij mijn weg heeft bepaald dan ben ik daar niet zo blij mee want dan heeft hij ook gezorgd voor veel ellende die ik moet verduren. En ik hoor helemaal geen stem; wat wordt hiermee dan bedoeld? En hoe moet ik dan aankijken tegen thuiskomen? Een soort hemel na de dood? Daar geloof ik niet zo in”.

Een filosoof zou kunnen stellen:

“Hier is sprake van een antropomorf Godsbeeld. De ontologische grond van ons bestaan is per definitie onkenbaar en de enige zekerheid die we hebben is die van ons menselijk leven vol vreugde en verdriet waartoe we ons zo goed mogelijk hebben te verhouden in de jaren die ons hier gegeven zijn”.

Jezus legt ons in het Tekstboek van de Cursus zo goed mogelijk met woorden uit hoe “het ongeveer in elkaar steekt”. Wij zijn eeuwige / tijdloze scheppingen van de Vader, Gedachten van God. Deze werkelijkheid vormt onze essentie en staat niet los van ons als een soort hemel waar we pas na onze dood terecht zouden kunnen komen. Wij projecteren echter vanuit deze tijdloze staat een wereld van tijd, ruimte, vormen, lichamen en de wereld. Op zich is dit geen probleem, ware het niet dat we zijn gaan lijden aan geheugenverlies en het fysieke domein als een soort afgod zijn gaan aanbidden. Daardoor zijn we ons niet meer bewust van onze ware identiteit; we zijn vergeten dat we de Heilige Zoon van God Zelf zijn. Zie s.v.p. deze tekst uit ECIW:

Txt 30 III: 11. Waar zou de Gedachte die God van jou bewaart anders kunnen bestaan dan waar jij bent? Is jouw werkelijkheid iets wat los van jou staat, in een wereld waarvan jouw werkelijkheid niets weet? Buiten jou is er geen eeuwig firmament, geen onveranderlijke ster en geen werkelijkheid. De denkgeest van de Zoon des Hemels is in de Hemel, want daar hebben de Denkgeest van de Vader en de Zoon zich verenigd in de schepping die geen einde kent. Jij hebt geen twee werkelijkheden, maar één. Evenmin kun jij je van meer dan één bewust zijn. Een afgod of de Gedachte die God van jou bewaart, is jouw werkelijkheid. Vergeet dan ook niet dat afgoden wel verborgen moeten houden wat jij bent, niet voor de Denkgeest van God, maar voor die van jou. De ster straalt nog steeds, het firmament is nooit veranderd. Maar jij, de heilige Zoon van God Zelf, bent je niet bewust van jouw werkelijkheid.

In ECIW geeft Jezus ons eerst het tekstboek met daarin het hier bovenstaande citaat. Hier kunnen we onze hersenen op breken, al dan niet filosofisch onderbouwd. Maar Jezus wil ons geen nieuw geloof opdringen, maar nodigt ons uit om het Werkboek te doen en simpelweg gevoel te krijgen voor “de metafysica” (de relatie tussen tijdloosheid en tijd, tussen geest en lichaam) die hij in het tekstboek uiteenzet.

En dan worden er andere kwaliteiten aangesproken bij ons. Onze scherpzinnigheid zal ons niet echt veel helpen. Het leven is geen puzzel die opgelost kan worden maar een mysterieuze ervaring die geleefd mag worden. Dus rest de vraag: hoe kunnen we dat doen; God (de Heilige Geest, Jezus) volgen? Wat zal overgave aan Liefde me brengen? Dat kan ik niet even snel aan je uitleggen maar ik kan je er wel van harte toe uitnodigen hier zelf achter te komen.

Hoe kan mijn angst verdwijnen? (41)

De werkboekles van vandaag gaat over angst. Angst speelt een centrale rol in Een Cursus in Wonderen (ECIW), net als zonde en schuld. Waar zonde en schuld niet iedere ECIW-student direct aanspreken, geldt dit niet voor angst. Iedereen is wel eens bang en herkent angst als een onaangenaam gevoel. Schijnbaar speelt het thema angst in het leven van de één een grotere rol dan in het leven van een ander. Voor mij is angst een oude bekende. Het is interessant om na te gaan hoe diep de wortels van angst reiken. Ik heb gehoord dat mijn oma van moeders kant heel angstig was in de oorlog. Mijn moeder was, zoals zoveel moeders, ook erg bezorgd om het wel en wee van haar kinderen, nu, op 89-jarige leeftijd, nog steeds. Mijn vader leek heel stoer en dapper maar terugkijkend is het niet moeilijk om te zien dat deze houding gebruikt werd om angstgevoelens af te dekken. Een paar maanden geleden sprak ik met mijn dochter en zij vertelde dat ze last ondervond rond de thema’s eten en geld waarbij ze had ontdekt dat haar problemen in haar beleving te herleiden waren tot mijn bezorgdheid over haar eetgewoonten en haar financiële uitgaven. Ik zag haar punt en verbaasde me over het feit dat de “beste bedoelingen”, het willen beschermen van je kinderen tegen vermeend gevaar, zo diep doorwerken en kunnen leiden tot een angstige houding.

Maar ECIW leert ons dat de wortel nog verder terug reikt, nog dieper verborgen zit in ons wezen. De kern ervan komt voort uit ons geloof in zonde, in afgescheidenheid van onze Bron. Deze serie blogs gaat over onze ware identiteit; we zijn tijdloze, onkwetsbare Scheppingen, Kinderen, van de Vader. Sta er eens bij stil wat deze uitspraak zou betekenen als we deze daadwerkelijk tot in onze diepste vezels zouden erkennen en ervaren. Als je echt zou beseffen dat je niet dit kwetsbare lichaam zou zijn dan verandert daarmee je blik op ziekte en op alle ellende in de wereld. Vergelijk het met het wakker worden uit een nare droom. In één klap verdwijnt bij het ontwaken uit die droom alle angst en je beseft: “ach, het was maar een droom”. Jezus vertelt in ECIW dat wat wij ons normale leven noemen hier op aarde, in de fysieke “werkelijkheid”, ook slechts een droom is die plaatsvindt in de mind. Al onze angsten, jawel, AL onze angsten, zijn herleidbaar tot onze existentiële vergissing waarbij we menen een kwetsbaar en sterfelijk lichaam te zijn. We vergissen ons hierin. Lees met dit in gedachten eens de werkboekles van vandaag:

“Les 323

Ik breng graag het ‘offer’ van de angst.

Hier is het enige ‘offer’ dat U van Uw geliefde Zoon vraagt: U vraagt hem alle lijden, alle gevoel van verlies en verdriet, alle verontrusting en twijfel op te geven, en in zijn bewustzijn vrijelijk Uw Liefde te laten binnenstromen, die hem van pijn geneest en hem Uw eigen eeuwigdurende vreugde geeft. Dat is het ‘offer’ dat U van mij vraagt, een dat ik gaarne breng, de enige ‘prijs’ voor het herstel van Uw herinnering in mij, voor de verlossing van de wereld.

En wanneer we de schuld betalen die we aan de waarheid zijn verplicht – een schuld die alleen bestaat uit het loslaten van zelfmisleidingen en van beelden die we ten onrechte aanbaden – keert de waarheid in heelheid en in vreugde tot ons terug. We worden niet langer misleid. Liefde is nu tot ons bewustzijn weergekeerd. En we zijn opnieuw in vrede, want angst is verdwenen en alleen de liefde blijft.”

Deze les gaat heel diep en vergt zorgvuldig lezen. Als we namelijk bang zijn dan zijn we geneigd om te bidden, ons te richten tot God, de Heilige Geest of Jezus, met het verzoek om de angst van ons weg te nemen. Dit lijkt zo’n goede aanpak maar toch is het dikwijls niet echt behulpzaam. Hoe kan dit toch? Waarom blijven we bang terwijl we God bidden om moed en het einde van angst?

Dit komt omdat God, de Bron van Liefde, onze keuze om te geloven in afgescheidenheid “respecteert”. Wij hebben de macht om te geloven dat we ons succesvol hebben afgescheiden van de Vader en angst is het gevolg van deze keuze. Overigens net als “schuldgevoel” en de neiging om onszelf te straffen, maar daar zal ik voor nu niet verder op ingaan. Dus hoewel wij angst ervaren als ongenode “gast” is het toch het gevolg van onze keuze om afgescheiden te zijn, om ons niet af te stemmen en laten leiden door Liefde maar om zelf keuzes te maken, te bepalen wat goed en fout is en op eigen beentjes te staan. Liefst willen wij transformeren van een bang IK naar een dapper IK. Zolang het maar een IK blijft.

Daarom hamert Jezus zo op een klein beetje bereidwilligheid. Bereidwilligheid waartoe? Om dapperder te worden? Om te mediteren en angst te zien verschijnen in bewustzijn en verdwijnen? Om angst te ontkennen? Nee; bereidheid om het “offer van angst” te brengen door ons af te stemmen op liefde. Om deze te laten binnenstromen. En zo zijn we terug bij het hoofdthema van deze serie blogs: liefde is middel en doel. Door ons in vertrouwen over te geven aan Zijn Wil die Liefde is, valt uiteindelijk de bodem uit onze illusie van afgescheidenheid, van zonde, schuldgevoel en angst. Dit stemt me dankbaar en blij.

xr:d:DAFbSKniof8:10,j:47440005500,t:23022208

Niets te verliezen, alles te winnen (40)

Vandaag voelde ik na het lezen van de werkboekles niet de neiging om iets te posten. “Mooi, dan niet; lekker rustig”, dacht ik. Gewoon fijn wat voor mezelf lezen en straks een stukje wandelen. Dus ik las verder in het boek “Resurrection Consciousness”, door Sebastian Blaksley; een liefdevol medium. Maar toen ik de titel las van het hoofdstuk waar ik gisteren gebleven was (Everything is profit) wist ik dat ik dit “moest” vertalen omdat het zo mooi aansluit bij de werkboekles van vandaag uit ECIW (#322): “Ik kan slechts opgeven wat nooit werkelijk was”. Kijk maar hoe het stuk van Sebastian eindigt: “Voorwaar, voorwaar, zeg ik je, geliefde mensheid, dat je, door naar mij toe te komen, niets zult verliezen maar alles zult winnen”.

Ik besef dat ik het citaat van Sebastian wat uit zijn context haal door het hier af te drukken dus blijf alsjeblieft niet haken aan zijn woordgebruik (bijvoorbeeld: “Schepper-Moeder”). Ik hoop dat je gewoon blij wordt van deze tekst, net als ik.

Les 322

Ik kan slechts opgeven wat nooit werkelijk was.

Ik offer illusies op, meer niet. En zodra illusies verdwijnen vind ik de geschenken die ze probeerden te verbergen, die in een stralend welkom op me wachten, klaar om mij Gods aloude boodschappen te geven. Zijn herinnering woont in elk geschenk dat ik van Hem ontvang. En iedere droom dient alleen om het Zelf te verhullen dat Gods enige Zoon is, Zijn evenbeeld, de Hoogheilige, die nog steeds voor eeuwig in Hem verblijft, zoals Hij nog steeds in mij.

Vader, voor U blijft elk offer voor eeuwig ondenkbaar. En dus kan ik niet offeren, behalve in dromen. Zoals U me geschapen hebt, kan ik niets opgeven wat U mij gegeven hebt. Wat U niet gegeven hebt, heeft geen werkelijkheid. Welk verlies kan ik verwachten behalve het verlies van angst en de terugkeer van liefde in mijn denkgeest?

Uit: Resurrection Consciousness (p44)

Alles is Winst

Laat me duidelijk zijn; in de nieuwe schepping is een nieuw lichaam hetzelfde lichaam, maar herenigd met het heilige doel om perfecte liefde te communiceren en goddelijke gelukzaligheid voor eeuwig te genieten. Het sterft niet, verzwakt niet, noch verandert het door de tijd, omdat het alleen onderworpen is aan het eeuwige. Zijn functie is gemeenschap uit te breiden en heiligheid te communiceren. Het is een levende uitdrukking van het lichaam van Christus.

In het nieuwe Aardse Koninkrijk is een nieuwe denkgeest dezelfde denkgeest, maar samengebracht in het heilige doel van het verspreiden van waarheid en het zijn van een actief medium waarmee je met God gelooft. Het wordt niet verdoofd door disharmonieuze gedachten die het van het eeuwige goddelijke nu verwijderen. Het is een verenigde denkgeest, geheeld en gecentreerd in waarheid, en geniet daardoor van perfecte zekerheid en kennis. Daarom verblijft hij vreugdevol in de vrede van de Hemel. Het is de denkgeest van Christus die zich in jou uitdrukt.

Een nieuw hart is hetzelfde hart als altijd, maar gericht op het uitbreiden van perfecte liefde. Zo creëert het nieuwe liefde in eenheid met zijn heilige Bron. Het is getransformeerd tot een kanaal van goddelijke liefde. Het beweegt niet meer schokkend, want het klopt op het ritme van het hart van God. Alles erin is puur, straalt het licht van Christus uit en zingt alleen hymnen van lof en dankbaarheid. Het glimlacht alleen naar de liefde, waarin het al zijn voorkeur heeft, omdat het niets anders kent dan het liefhebben van zijn goddelijke geliefde, met wie het voor altijd omarmd en verenigd blijft.

Te geloven dat God boos is om wat de mensheid heeft gemaakt, is liefde beschouwen als niet-liefhebbend. Te geloven dat het eindresultaat van de geschiedenis van de mensheid—en daarmee van de reis van je ziel—bestaat uit het verschijnen voor de goddelijke liefde om je dwaasheid te laten zien, en om jou Zijn prachtige scheppingen te tonen, is te geloven dat jouw Schepper-Moeder met jou concurreert en iets moet bewijzen. Dat is onzinnig. Dus vraag ik je liefdevol om elk geloof dat hierop lijkt los te laten.  

Denk niet dat het idee van verlies bij God bestaat; het is wat de jubelende en triomfantelijke ingang van de mensheid in de Hemel, haar eeuwige thuis, heeft vertraagd. Nogmaals, mijn zoon en dochter, je zult niets verliezen door naar mijn armen terug te keren. Er zal alleen winst zijn, veel groter dan je kunt bevatten, en je zult alles behouden wat je hebt gecreëerd, getransmuteerd in een kwaliteit van heiligheid in Christus—grootsheid, schoonheid en geluk die alles overstijgen wat je kunt zien, horen of zelfs bedenken.

Voorwaar, voorwaar, zeg ik je, geliefde mensheid, dat je, door naar mij toe te komen, niets zult verliezen maar alles zult winnen. De verlangens van je hart zullen vervuld worden tot een mate van volheid die het menselijke begrip overstijgt. Verheug je in deze waarheid!

Maar ik vertrouw op U. (39)

In mijn blogs schrijf ik regelmatig over non-duale visies in het algemeen in vergelijking met Een Cursus in Wonderen. Het kan lijken dat ik op zoek ben naar verschillen en probeer zoiets als de superioriteit van ECIW aan te tonen. Dat is echter niet mijn bedoeling. Zoals eerder gezegd spreekt de helderheid en directheid van non-dualiteit mij aan en ik zie de “aanpak” hiervan als waardevol. Die aanpak houdt in dat je leert dat er geen aanpak nodig of mogelijk is omdat je nog altijd het onveranderbare bewustzijn bent waarin alles verschijnt. In ECIW-termen: je bent het onveranderlijke Kind van de Vader.

Wat is wél probeer duidelijk te maken is dat ik minder gelukkige gevolgen zie van het gelijkstellen van ECIW aan de “algemeen seculiere non-duale”-visies. Hierboven schreef ik “aanpak” tussen aanhalingstekens, omdat de leraren uit de “pure” non-duale school terecht zullen stellen dat in werkelijkheid alles al volkomen oké is en dat juist het geloof in een aanpak de illusie in stand houdt dat er nog iets te bereiken zou zijn. Ze propageren de “directe weg”, het in één keer doorzien van de futiliteit om iets te proberen te bereiken. Illustratief voor deze weg is de “niet dit, niet dat” benadering; de weg van de ultieme ontkenning. Men ontkent alles wat riekt naar dualiteit.

Als je deze “aanpak” toepast op ECIW dan ondergraaf je in mijn beleving de weg van Jezus. Ik wil dit illustreren aan de hand van de werkboekles van vandaag (#321):

“Vader, mijn vrijheid is in U alleen.

Ik heb niet begrepen wat mij heeft vrijgemaakt, noch wat mijn vrijheid is, noch waar ik moest kijken om haar te vinden. Vader, ik heb vergeefs gezocht, tot ik hoorde dat Uw Stem mij de weg wees. Nu wil ik niet langer mijn eigen gids zijn. Want ik heb de weg die tot mijn vrijheid leidt noch gemaakt, noch begrepen. Maar ik vertrouw op U. U, die mij mijn vrijheid geschonken hebt als Uw heilige Zoon, zult voor mij niet verloren zijn. Uw Stem leidt me, en de weg tot U opent zich eindelijk en wordt duidelijk voor mij. Vader, mijn vrijheid is in U alleen. Vader, het is mijn wil dat ik terugkeer.

Vandaag antwoorden wij namens de wereld, die samen met ons zal worden bevrijd. Hoe blij zijn we onze vrijheid te vinden via de zekere weg die onze Vader heeft vastgelegd. En hoezeer is de verlossing van heel de wereld verzekerd, wanneer we leren dat onze vrijheid alleen gevonden kan worden in God.”

Kijk eens naar die sleutelzin: “Maar ik vertrouw op U”. Pure non-dualisten kunnen weinig met deze uitspraak en zullen stellen dat er geen externe entiteit bestaat waar wij ons vertrouwen op kunnen vestigen. Ze zullen dit afdoen als een conceptueel geloof dat ontkend dient te worden. De werkboekles stelt dat de wereld verlost zal worden en ook hier kan de pure non-dualist niets mee. Er hoeft immers helemaal niets verlost te worden en alles mag gewoon geaccepteerd worden omdat het gewoon is zoals het is.

Het is opletten geblazen nu. Want ten diepste stelt Jezus in de cursus dat de afscheiding inderdaad nooit heeft plaatsgevonden en dat we gewoon altijd veilig zijn gebleven in de armen van de Vader; Die heeft hiervoor ons vertrouwen helemaal niet nodig. Maar wat Jezus als master teacher ook weet is dat wij geneigd zijn om dergelijke uitspraken beschouwen vanuit ons geloof in de echtheid van ons kleine zelf waarvan we geloven dat het in afgescheidenheid leeft. Dit kleine zelf is, per definitie, ik-gericht en wil graag op eigen beentjes staan, autonoom zijn.

Het is daarom dol op ontkenning omdat bij deze aanpak het op eigen kracht denkt te kunnen vertrouwen. Als IK alles ontken wat riekt naar dualiteit dan kom IK er wel. Dus daar gaan we: IK hoef niemand te vergeven want er is niemand buiten MIJ, IK hoef niemand te helpen want in eenheid kan niets echt gebeuren, als IK alles ontken dan komt liefde vanzelf, Jezus en de Heilige Geest bestaan niet echt want alleen IK besta, et cetera.

In zo’n visie is simpelweg geen plek beschikbaar voor zo’n duaal begrip als “vertrouwen”. Maar Jezus gebruikt dit woord zo’n 300 keer in ECIW en hij stelt vertrouwen centraal in het Handboek voor leraren. Lees bijvoorbeeld:

“I. Vertrouwen
….

De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. Het is deze kracht die alles geborgen houdt. Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven.

Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd? Wat is het dat hen ertoe aanzet de omslag te maken?”

Kun je zien hoe dat IK-je, dat kleine zelf, in deze tekst onmachtig wordt verklaard? De kracht die nodig is komt niet van het ego maar is de liefdeskracht die vanuit de Bron door ons heen mag stromen.

We foppen onszelf niet als we vertrouwen stellen op een liefdeskracht die ons overstijgt maar we bewijzen onszelf een enorme dienst. Ons dappere “niet dit, niet dat” -prevelementjes zijn als het gespartel van de vleugels van een musje. Door ons echter in vertrouwen te openen voor Zijn kracht, worden we gedragen op adelaarsvleugels.

Graag stel ik het nog wat anders. Het klinkt mogelijk abstract maar wellicht is het toch behulpzaam. Het inzicht dat alles in feite in eenheid met elkaar verbonden is, is niet onjuist maar verstandelijke ontkenning van alles, inclusief je eigen kleine zelf, is een moeizaam pad. Je in vertrouwen overgeven aan liefde en deze liefde door je heen laten stromen naar je naasten klinkt misschien duaal, maar als je het doet, ervaar je makkelijker de Heilige Relatie; het besef dat je als Kind van God innig verbonden bent ( “één bent”)  met Hem en met je naasten.

Eeuwig leven in Zijn armen! (38)

Wat jullie zeker met mij zullen delen is het besef “er te zijn”. Dit is het meest elementaire niveau van mens-zijn dat we kennen. Ik heb gemerkt dat minder mensen mijn verbazing, verwondering en dankbaarheid delen voor dit besef “er te zijn”. Juist omdat dit de basis is van alles wat we gaan beleven en bedenken, vinden we dit “gegeven” vanzelfsprekend. Als we er wel eens bij stilstaan dan zijn er twee invalshoeken. De eerste schetste ik al, die opperste verbazing van “er te zijn”. De tweede is erover na gaan denken of gaan geloven wat anderen ons hierover vertellen. De absolute eenheidstheorie die ik beschrijf in deze serie blogs is hier een voorbeeld van. Je kunt dan uitspraken horen en dingen gaan geloven waar we, als we eerlijk zijn, ons niets meer bij voor kunnen stellen. Lang verhaal kort: de filosofie van de absolute eenheid laat in feite geen ruimte voor individuatie en feitelijk daarmee ook niet voor schepping en voor ons als Kinderen (“Gedachten”) van de Vader. Dit narratief keert dus als een boomrang naar ons terug en we worden gedwongen te concluderen dat we eigenlijk niet bestaan. Als eenheid en individuatie elkaar uitsluiten dan is ons einddoel om op te lossen in de eenheid waaruit we menen te zijn voortgekomen. Denk aan het beeld van een druppel die oplost in de oceaan.

Ik ga er niet om strijden of deze eenheidsfilosofie waar is of niet want dan ga ik mee in de valkuil van overschatting van ons denkvermogen. Elke conclusie waar ik op uit zou komen behelst een vorm van geloof en laat ruimte voor twijfel en onzekerheid. Wie non-duale verhalen over zelfloosheid fijn vindt, gun ik alle ruimte. Zelf waardeer ik deze als opstapje naar het mysterie van schepping zoals uitgelegd door Jezus in ECIW, maar daar houdt mijn geloof in de predikers van de absolute eenheidstheorie op. Eerlijk gezegd vermoed ik dat bekende goeroes hun besef van geïndividueerd zijn niet echt helemaal verloren zijn en in feite spreken vanuit een besef van een geïndividueerd Zijn, met een hoofdletter Z. Daarin zijn ze dan in lijn met ECIW. Maar zodra ze dit gaan extrapoleren naar een vermeende mogelijkheid van complete Zelf-loosheid dan haak ik af en vertrouw ik op eigen besef “er te zijn”, als ultieme zekerheid

Ons Zijn, dat we ervaren vanuit ons hart, die verwondering over ons bestaan is echt. Als je vanuit je hart oplet dan kun je als het ware voelen dat jouw wezen niet anders kan zijn ontstaan dan uit liefde. Je weet diep van binnen dat het klopt, dat je niet afgescheiden bent van de Bron of van anderen, maar dat je toch een geïndividueerd Kind van God bent, gedragen door- en gekoesterd in Zijn (/Haar) armen. Vanuit deze “gevoels- of vertrouwens-“ zekerheid, valt alles wat je leest in ECIW op zijn plek. Je raakt onder de indruk van de precisie van Jezus’ woorden en je hebt helemaal geen behoefte meer aan ingewikkelde schema’s die jou moeten gaan uitleggen dat je eigenlijk niet bestaat en uiteindelijk zult verdwijnen.

Dat neemt niet weg dat ook mijn denken, vanzelfsprekend, tekortschiet waar het gaat over zoiets als “individuatie in tijdloosheid”, dus over schepping of over de Heilige Relatie. Maar wat ik wel geleerd heb is om mijn denken onder toezicht van mijn hart te plaatsen en niet andersom. Om liefde de basis te laten zijn van mijn omgang met ECIW en niet mijn verstand. Ik nodig je uit om nu eens de volgende inleiding op de komende werkboeklessen te lezen. Zie je de volkomen ondubbelzinnigheid van Jezus’ woorden; de directheid en schoonheid ervan? Mooi hé?

11. Wat is de schepping?

De schepping is de som van al Gods Gedachten <Simon: waaronder wij dus!>, oneindig in getal en overal totaal zonder beperkingen. Alleen liefde schept, en alleen als zichzelf. Er is geen tijd geweest waarin al wat zij geschapen heeft er niet was. Noch zal er een tijd zijn waarin wat zij ook schiep enig verlies lijdt. Voor eeuwig en altijd zijn Gods Gedachten precies zoals ze waren en zoals ze zijn, onveranderd door de tijd heen en nadat de tijd voorbij is.

Aan Gods Gedachten is alle macht gegeven die hun eigen Schepper heeft. Want Hij wil aan liefde toevoegen door haar uit te breiden. Zo heeft Zijn Zoon deel aan de schepping en moet hij daarom delen in de macht om te scheppen. Wat God gewild heeft dat voor eeuwig Eén is zal nog Eén zijn wanneer de tijd is gedaan; en het zal door de loop der tijden niet worden veranderd, en blijven zoals het was voor de gedachte aan tijd begon.

De schepping is het tegendeel van alle illusies, want de schepping is de waarheid. De schepping is de heilige Zoon van God, want in de schepping is Zijn Wil in ieder aspect compleet, ervoor zorgend dat elk deel het geheel bevat. Haar eenheid is voor eeuwig als onschendbaar gewaarborgd, blijft eeuwig in Zijn heilige Wil bewaard, buiten elke mogelijkheid tot schade, scheiding, onvolmaaktheid, en buiten enige smet op haar zondeloosheid.

Wij zijn de schepping, wij de Zonen van God. We lijken elk apart te zijn en ons niet bewust van onze eeuwige eenheid met Hem. Maar achter al onze twijfels, voorbij al onze angsten is nog altijd zekerheid. Want liefde blijft bij al haar Gedachten, terwijl haar zekerheid de hunne is. De Godsherinnering is in onze heilige denkgeest, die zijn eenheid en verbondenheid met zijn Schepper kent. Laat het onze functie zijn alleen deze herinnering terug te doen keren, alleen Gods Wil op aarde te laten geschieden, alleen onze innerlijke gezondheid weer terug te vinden en slechts te zijn zoals God ons geschapen heeft.

Onze Vader roept ons. We horen Zijn Stem en we vergeven de schepping in de Naam van haar Schepper, de Heiligheid zelf, wiens Heiligheid gedeeld wordt door Zijn eigen schepping, wiens Heiligheid nog altijd deel is van ons.

Ik ben gekomen voor de verlossing van de wereld (37)

Ik las vanmorgen in de krant dat Trump zijn regeringsteam aan het samenstellen is. Ik houd mijn hart vast. Wat kunnen we verwachten van een club mensen die bulken van het geld, die vreemdelingen haten, `America first` schreeuwen en `fight, fight, fight`? De beelden die ik ’s avond op het journaal zie maken me ook niet vrolijker. Wat bezielt mensen om te denken dat het opblazen of met kogels doorzeven van lichamen van je medemensen ook maar iets kan opleveren? We houden wereldleiders verantwoordelijk maar we worden uitgenodigd de waanzin dichter bij huis te zoeken; in onze mind, individueel en collectief, als Zoon van God en als Zoonschap. Als we de krant lezen of de tv aanzetten dan zien we in de spiegel onze eigen waanzin.

Door de hedendaagse communicatiemiddelen is onze wereld letterlijk een dorp geworden en krijgen we alle ellende keurig voorgeschoteld. Als we niet oppassen dan zwemmen we een fuik in van zwartgalligheid. We zijn gefixeerd geraakt op het negatieve en we moeten bewust uitzoomen en om ons heen kijken om weer oog te krijgen voor het positieve. Dat valt niet mee, ik geef het toe. Maar het is mogelijk en zelfs onze heilige, helende, taak.

De wereld is niet alleen een dorp geworden in technische zin, in de zin van sociale media en internet. De wereld als zodanig is veel meer één met ons dan we gewoonlijk beseffen. Het is onze collectieve droom waarin we onze eigen intentie leren kennen, weerspiegeld zien. Communicatie tussen “minds” is veel reëler dan we ons kunnen voorstellen. Een Cursus in Wonderen (ECIW) is hierover al in werkboekles #18 en #19 glashelder: “Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn zien, respectievelijk, van mijn gedachten”. In les 19 stelt Jezus: “Denken en de resultaten daarvan zijn in feite gelijktijdig, want oorzaak en gevolg zijn nooit gescheiden”. En iets verder: “We beklemtonen vandaag opnieuw het feit dat denkgeesten verbonden zijn.”

Dus laten we niet neerslachtig worden als het lijkt alsof we het maar te doen hebben met wat anderen projecteren in het veld van de mind. Het lijkt alsof angstgedachten en aanvalsgedachten echte gevolgen kunnen hebben  en alsof deze gedachten groot, krachtig en machtig zijn. Dat zijn ze niet. Ze hebben geen kracht want ze zijn niet verbonden met de Bron die Liefde heet. Wij kunnen er zondermeer voor kiezen om onze denkgeesten af te stemmen op werkelijke Macht en zodoende de wereld, de reflectie van de mind, te transformeren. Het lijkt alsof de duisternis de overhand krijgt maar dit is schijn. Het zijn de barensweeën van de Nieuwe Wereld. In les 19# zegt Jezus: “..je zult uiteindelijk begrijpen dat dit wel waar moet zijn, wil verlossing überhaupt mogelijk zijn. En verlossing moet mogelijk zijn, want het is de Wil van God”.  Sta hier eens bij stil. Besef in wiens heilige dienst wij mogen dienen en put hier kracht en vertrouwen uit.

Vandaag, 300 werkboeklessen verder, klinkt hetzelfde geluid als Jezus in werkboekles 319 ons enorm bemoedigt met de volgende woorden:

Ik ben gekomen voor de verlossing van de wereld.

Hier is een gedachte waaruit alle arrogantie weggenomen is en waarin alleen de waarheid overblijft. Want arrogantie is in strijd met de waarheid. Maar wanneer er geen arrogantie is, zal de waarheid onmiddellijk komen om de ruimte in te nemen die het ego door leugens onbezet liet. Alleen het ego kan beperkt zijn en daarom moet het doelen zoeken die begrensd en beperkend zijn. Het ego denkt dat wat de één wint, de totaliteit moet verliezen. En toch is het de Wil van God dat ik leer dat wat de één wint aan allen wordt gegeven.

Vader, Uw Wil is totaal. En het doel dat daaruit voortvloeit deelt die totaliteit. Welk ander doel dan de verlossing van de wereld kon U mij hebben gegeven? En wat anders kon de Wil zijn die mijn Zelf met U deelt?

En ik kan niet wachten tot morgen en sluit af met Les 320. Wow!

Mijn Vader verleent mij alle macht.

De Zoon van God is onbeperkt. Er zijn geen beperkingen aan zijn kracht, zijn vrede, zijn vreugde, of aan welke eigenschap ook die zijn Vader hem bij zijn schepping schonk. Wat hij samen met zijn Schepper en Verlosser wil, moet geschieden. Zijn heilige wil kan nooit verloochend worden, omdat zijn Vader Zijn Licht laat stralen over zijn denkgeest, waarvoor Hij alle macht en liefde op aarde als in de Hemel legt. Ik ben degene aan wie dit alles is gegeven. Ik ben degene in wie de kracht van mijn Vaders Wil verblijft.

Uw Wil vermag alles in mij, en breidt zich vervolgens via mij tot heel de wereld uit. Uw Wil kent geen beperking. En aldus is alle macht gegeven aan Uw Zoon.

Over Helen en andere scribenten en mediums. (36)

Helen Schucman, de scribent van Een Cursus in Wonderen (ECIW), was niet altijd even blij met haar rol als scribent van de cursus. Ze schaamde zich voor het boek richting haar vakgenoten, andere psychotherapeuten. Ze ontweek in gesprekken ook dat ze de woorden van Jezus had ontvangen. Ze vroeg aan hem waarom hij nu juist haar had gekozen om zijn woorden op papier te zetten. “Omdat je bereid bent het te doen”, was ongeveer de strekking van zijn antwoord. Ze gebruikte steno om de stroom aan inzichten op papier te zetten. Ze kon als er iets tussendoor kwam gewoon stoppen en daarna moeiteloos de draad weer oppakken. In haar biografie kun je lezen dat ze soms worstelde met Jezus en dat haar houding over zijn boodschap ambivalent was. Ze schijnt zelfs te hebben gezegd dat ze het boek soms vervloekte. Soms grijpen critici dit aan om “te bewijzen” dat dit boek uit de koker van een kwade macht komt, misschien wel de duivel zelf. Maar Helen werd tijdens het schrijven niet “overgenomen” door een andere entiteit maar ze schreef vrijwillig Jezus’ woorden op. Als ze een tijdje geen zin had dan stopte ze, maar dat voelde dan toch niet lang goed en daarna ging ze weer verder.

Als we dit zo horen dan vragen we ons af hoe dit nu mogelijk is. Helen zou toch de gelukkigste vrouw van de wereld moeten zijn met zo’n direct lijntje met Jezus? We vinden haar bevoorrecht en zouden graag zelf zo’n relatie met hem hebben. Hoe kan dit toch dat haar biografie in het Nederlands de titel draagt: “Een leven geen geluk”? Dat lijkt ons geen reclame voor de zaak!

Dat mensen worstelen met de boodschap vanuit het Christusbewustzijn, van God zo je wilt, is voor Christenen niets nieuws. Mozes werd gevraagd spreekbuis te zijn van God maar had daar helemaal geen zin in. Jona voelde er ook heel weinig voor en hetzelfde gold voor Jeremia. Toch werden ze geroepen om zich als “kanalen” beschikbaar te stellen voor God. Wij gebruiken nu het toepasselijke woord: channeling.

Bij dat channelen zie je een soortsamenwerking tussen God en mens. Er is een Goddelijk plan, een wijsheid vanuit liefde en eenheid, die kenbaar gemaakt moet worden aan de mensen. Vanuit ons duale denken gaan wij ervan uit dat, in het geval Jezus de bron is, hij als het ware een monoloog houdt die het medium dan even mag noteren of uitspreken. We kunnen er ons dan over verbazen dat de stijl van gechannelde boeken kan verschillen: Een Cursus in Wonderen komt anders over dan Een Cursus van Liefde of The Way of Mastery, om maar eens wat meesterwerken te noemen. Als rationele lezers stellen we dan dat sommige boeken niet van Jezus kunnen komen omdat ze niet zo erudiet overkomen als ECIW.

Wie met zijn hart kan luisteren merkt de continuïteit op tussen het Nieuwe Testament en genoemde boeken. Jezus zou in de Bijbel zeggen: “de schapen herkennen de stem van de herder en volgen hem”. Het mediumschap van de scribenten past helemaal binnen de visie van ECIW die stelt dat we wonderwerkers mogen zijn door bereid te zijn liefde te manifesteren richting onze naasten, bijvoorbeeld door een mooi boek op papier te stellen. We zijn hier om waarlijk behulpzaam te zijn en mogen elke dag aan Jezus vragen waar we de liefde door ons heen mogen laten stromen naar onze naasten. Gebruikt Jezus ons dan? Is dit een soort bezetenheid? Nee, maar je ziet wel dat het niet alleen om “mijn” geluk draait. Uit de biografie van Helen blijkt hoe Jezus door haar heen ook anderen helpt, zelfs zonder dat Helen dit nu echt bewust doorheeft. Dit doet me denken aan de eerste zin in het Tekstboek van de complete editie: “Je zult wonderen zien via jouw handen door mij”.

Bij genoemde boeken proef je als het ware ook iets van het wezen van de scribent. Het zal niet toevallig zijn dat ECIW door een psychotherapeute is opgeschreven en wat wetenschappelijk en rationeel overkomt. Dat Een Cursus van Liefde de warmte voelbaar maakt van Mari Perron. Zij is een bijzonder zachtaardig mens en het is wonderlijk dat ze in gesprekken helemaal niet welbespraakt overkomt, wat warrig zelfs en onzeker. Maar Een Cursus van Liefde straalt een wijsheid en liefde uit die resoneert in ons hart. In The Way of Mastery proef je de luchtige joligheid van Jayem maar tevens hoor je dezelfde wijsheid als in ECIW.

Scibenten en mediums vormen geen eenheidsworst en kleuren de boodschap die ze samen met Jezus beschikbaar maken voor ons. In de mate waarin ze de doorgegeven woorden en boodschappen als het ware omarmen en “incorporeren” , de verzoening aanvaarden voor zichzelf, ervaren ze vrede en geluk, maar velen hebben hun worstelingen, net als jij en ik.

Les 318

In mij zijn middel en doel van de verlossing één.

In mij, Gods heilige Zoon, zijn alle onderdelen van het hemelse plan om de wereld te verlossen in harmonie gebracht. Wat zou er in conflict kunnen zijn, wanneer alle onderdelen slechts één bedoeling hebben en één doel? Hoe zou er één enkel onderdeel kunnen zijn dat op zichzelf staat, of één dat van meer of van minder belang is dan de rest? Ik ben het middel waardoor Gods Zoon wordt verlost, want het doel van de verlossing is de zondeloosheid te vinden die God in mij heeft geplaatst. Ik werd geschapen als hetgeen ik zoek. Ik ben het doel waarnaar de wereld streeft. Ik ben Gods Zoon, Zijn ene, eeuwige Liefde. Ik ben zowel middel als doel van de verlossing.

Mijn Vader, laat mij vandaag de rol op me nemen die U mij aanbiedt door Uw verzoek dat ik de Verzoening voor mijzelf aanvaard. Want zo wordt datgene wat daardoor in mij in harmonie wordt gebracht, even zeker met U in harmonie gebracht.

Mijn Vaders plan (35)

We willen graag weten wat we moeten doen om gelukkig te worden. Als iemand dan komt met zo’n algemeen antwoord als “liefde laten stromen”, dan kunnen we daar niet zo veel mee. Het klinkt mooi maar het is te vaag, te zweverig en te algemeen. Althans, dat denken we al snel. Het antwoord lijkt ook in contrast te staan met het begin van de werkboekles van vandaag (#317) waarin we de volgende zin lezen: “Ik heb een speciale plaats in te nemen, een rol voor mij alleen.” Iets verder lezen we dat onze Vader “een plan heeft aangewezen” voor mij. Nu is de verwarring compleet, zeker bij ECIW-studenten die jarenlang ondergedompeld zijn geweest in de uitleg van cursusleraren die hamerden op absolute eenheid. Want wat zeiden deze?

“God weet niets van deze wereld”, “Het ego wil een speciaal plan want het wil zich speciaal voelen” of “Als er een speciaal plan zou zijn dan zou de illusie echt gemaakt worden”, en meer van dergelijke uitspraken. Jezus trekt zich in ECIW niets aan van de rigiditeit van ons denken en gebruikt antropomorfe (=menselijke) beelden van een Vader met plannen voor elk van ons. Kennelijk ziet hij dit toch als de beste onderwijsmethode voor ons.

Dat neemt niet weg dat ik de intentie van deze leraren onderken en waardeer: ze willen ons behoeden voor een klassiek en duaal Godsbeeld. Want ze hebben gelijk als ze ons waarschuwen om God niet te willen gaan zien als entiteit los van ons die ons wel eens zal vertellen wat we wel en wat we niet hebben te doen. En ze zien ook heel scherp dat wij de neiging hebben om ons speciaal te voelen en beter dan andere broeders of zusters. In het Nieuwe Testament streden de discipelen om de gunst van Jezus en wilden ze een ereplaats in de hemel bemachtigen.

Hopelijk begin je ondertussen gevoel te krijgen welke kant ik opga met deze blog. Want ook nu lopen we aan tegen de grenzen van ons of-of denken waarbij ons verstand meent te moeten kiezen. Of God weet niets van deze wereld en kan dus ook geen plan hebben voor ons of hij staat los van ons en dat maakt van Hem een vreemde schaakspeler en van ons onbeduidende pionnen. Pionnen die liever een speciaal schaakstuk willen zijn.

Maar als Kinderen van God die menen te zijn afgedwaald van de Vader, zijn we vergeten dat we niet losstaan van de Vader en van elkaar maar dat we onderdeel zijn van een geheel, dat we samen het lichaam van Christus vormen. We menen dat we zijn afgedwaald van dit ene lichaam en dat we op onszelf staan. Maar diep van binnen ontstond gelijk met ons besluit om zelfstandig op avontuur te gaan het besef van de terugweg. Ik denk wel eens aan een elastiek: als je het uittrekt dan ontstaat automatisch en onmiddellijk de neiging terug te keren naar de oorspronkelijke vorm. Maar zelfs metaforen schieten hier tekort. Je kunt denken aan puzzelstukjes. Bevat elk stukje een uniek deel van het totaalplaatje? Ja! Maakt dit unieke deel van het totaalplaatje dit stukje beter of slechter dan een ander puzzelstukje? Nee! Elk stukje is nodig om de puzzel compleet te maken, elk stukje heeft zijn eigen specifieke plekje in het geheel. Of denk aan de metafoor van het lichaam van Christus. Elke cel in dit lichaam heeft zijn eigen plaats en functie om het lichaam als geheel compleet en gezond te houden.

Wij hebben onszelf los-gefantaseerd van de liefde van God en zijn het overzicht compleet kwijt omdat we niet meer afgestemd zijn op de kern van ons wezen; de liefde die alles verbindt in harmonie. We zijn als op hol geslagen kankercellen die willen groeien ten koste van elkaar en van de wereld. Er is één grote troost: dit kan niet echt gebeuren maar alleen in onze fantasie. We kunnen onze hang naar afscheiding slechts botvieren in onze mind, in een angstdroom, in een projectie die we waarnemen als een wereld gevuld met lichamen.

De terugweg bestaat niet uit het in ene ontkennen van ons vermogen om de droom van afscheiding te dromen. Nee, de terugweg bestaat in onze afstemming op de Wil van de Vader, die Liefde is, en te zien hoe onze droom hierdoor verandert in een droom van harmonie, onderlinge afstemming en vrede waarin ieder van ons een liefdevolle rol vervuld die ten goede komt aan allen en aan de wereld. Onze droom biedt ons een unieke gelegenheid om te zien waarop we zijn afgestemd. De “opdracht” van de Vader is 100% generiek: “laat mijn liefde stromen” maar wij percipiëren deze in onze droom als uiterst persoonlijk en specifiek: “ik mag mij, op voor mij 100% unieke wijze, voegen in de gelukkige droom en daarmee een nieuwe wereld zien verschijnen”. Dit is de “echte” wereld in de zin dat ze doorstraald zal zijn van het hemelse liefdeslicht.

Ik merk dat ik veel woorden nodig heb, maar ik hoop dat je het een beetje aanvoelt. Maakt God onze droom echt? Nee. Hebben we een specifieke “liefdesrol” in te nemen in de droom? Ja. Kunnen we niet beter die hele droom in één keer ontkennen? Nee, want dat doen we als regel vanuit angst. We mogen onze scheppende kracht, de scheppende kracht van liefde, leren kennen door ons met elkaar en de Vader te verbinden in eenheid en zo de Nieuwe Wereld te scheppen. Pas dan zullen we ontdekken: we zijn de liefdeskinderen van de Vader die ten onrechte droomden te zijn verdwaald.

Les 317

Ik volg de mij aangewezen weg.

Ik heb een speciale plaats in te nemen, een rol voor mij alleen. De verlossing wacht tot ik deze rol aanneem als wat ik verkies te doen. Totdat ik deze keuze maak, ben ik de slaaf van tijd en menselijk lot. Maar wanneer ik bereidwillig en graag de weg ga die mijn Vaders plan voor mij heeft aangewezen, dan zal ik inzien dat de verlossing hier reeds is, reeds al mijn broeders is gegeven en ook mij reeds toebehoort.

Vader, Uw weg kies ik vandaag. Waar die me heenleidt, verkies ik te gaan; wat die me wil laten doen, verkies ik te doen. Uw weg is zeker en het eind staat vast. De herinnering van U wacht mij daar op. En al mijn verdriet eindigt in Uw omarming, die U beloofd hebt aan Uw Zoon, die ten onrechte dacht dat hij van de veilige bescherming van Uw liefdevolle Armen was afgedwaald.

Geschenken van liefde (34)

Ik vind het behulpzaam om bij het lezen van de Cursus steeds die simpele sleutel in gedachten te houden: “liefde is zowel middel als doel”. Dat wil zeggen dat we door liefde te delen kunnen ontdekken dat we zelf liefde zijn. Dit is geen nieuwe geloofsstelling maar een feit dat zo overduidelijk is als je enigszins uitzoomt en contact maakt met je gevoel. Want wat is de kern van ons schijnbare probleem hier op aarde? Ons geloof dat we afgescheiden, kwetsbare en sterfelijke wezens zijn. Eerst moeten we dit eerlijk in onszelf onder ogen durven te komen. Dan zullen we moeten toegeven dat het ons vooral gaat om eigen geluk en dat we het liefst op eigen benen willen staan; los en onafhankelijk van wie dan ook.

Nu is een tweede sleutel handig om te gebruiken. Deze sleutel zit verstopt in het begrip Heilige Relatie maar je kunt deze als tool inzetten door je telkens te herinneren dat je geen op jezelf staand wezen bent maar (heilige) relatie. Wij danken ons hele bestaan aan het feit dat wij een aspect zijn van de Vader, van zijn uitbreiding. Wij staan niet op onszelf, we zijn niet gelijk aan God maar we zijn (heilige) relatie. Dankzij de inherent liefde gevende kwaliteit van de Vader, Die Liefde is, bestaan wij in- en als Zijn omarming in alle eeuwigheid. Amen.

En onze Vader Wil dat wij gelukkig zijn en wij mogen deze Wil met hem delen. Er is dus niets mis met onze wens om gelukkig te willen zijn maar doordat wij onze ware aard vergeten zijn (we zijn relatie) beseffen we niet meer dat het onmogelijk is om dit geluk alleen voor onszelf te wensen. Herinner je het begin van het Handboek voor leraren: “Zijn geschiktheid (om Gods leraar te zijn) bestaat louter hierin: ergens, op een of andere manier, heeft hij een doelbewuste keuze gemaakt, waarbij hij zijn belangen niet los zag van die van iemand anders.”

Alle manieren om met de cursus om te gaan die vooral eenzijdig, ik-gericht zijn, zijn minder behulpzaam, inclusief de zienswijze: “eerst mijn geluk en daarna jouw geluk”. Het hele fenomeen “tijd” en het hele onderscheid “ik hier en jij daar” hebben wij als kinderen van God juist bedacht om op eigen benen te staan en in ons eentje aan de slag te gaan. Dus het introduceren van de “eerst ik, dan jij “-gedachte is een illustratie van onze dwaling en geen deel van de verzoening. De op zich gezonde neiging om gelukkig te willen zijn wordt niet vervuld in een leven gericht op het verzamelen van giften voor jezelf. Het is typisch denken vanuit geloof in afscheiding: “ik moet eerst hebben om te kunnen geven”. Een veel gezondere formulering zou zijn: “ik moet me inderdaad eerst openstellen voor de liefde van de Vader, maar toch vooral vanuit de bereidheid  deze door te geven opdat ik een kanaal van Zijn Liefde kan worden”.

Bij levensovertuigingen die uitgaan van werken aan jezelf, op welke (non-duale) manier dan ook, zie je dat woorden als “liefde” en “geven” onderbelicht raken. Zojuist doorzocht ik de complete Engelse editie van ECIW om te zien hoe vaak het woord gift(s) hierin voorkomt: bijna 400 keer! Een “gift” is een stroming, een stroming van liefde van de Vader naar mij en omgekeerd en van mij naar jou en omgekeerd. Wij willen graag liefde ontvangen, “wonderontvangers” zijn, maar we worden gevraagd wonderwerkers te zijn en om het wonder, een uiting van liefde, aan te bieden aan onze broeders en zusters.

Kijk eens naar de volgende sleuteltekst (Txt 2:V):

Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst, wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik me door Hem laat leren hoe ik anderen genees.

Lees deze tekst en de werkboekles (#316) van vandaag eens met de hoofdboodschap van Jezus in gedachten: Liefde is middel en doel, liefde moet stromen.

“Alle geschenken die ik mijn broeders geef, zijn de mijne.

Zoals elk geschenk dat mijn broeders geven van mij is, zo behoort ieder geschenk dat ik geef mij toe. Elk laat een vroegere vergissing verdwijnen, zonder een schaduw achter te laten op de heilige denkgeest die mijn Vader liefheeft. Zijn genade wordt me geschonken in elk geschenk dat een broeder door alle tijden heen en ook voorbij alle tijden ontvangen heeft. Mijn schatkamer is vol, en engelen bewaken haar open deuren, opdat geen enkel geschenk verloren gaat en er alleen meer worden bijgevoegd. Laat me komen naar waar mijn schatten zijn, en daar binnengaan waar ik werkelijk thuis en welkom ben, te midden van de geschenken die God mij gegeven heeft.

Vader, ik wil Uw geschenken vandaag aannemen. Ik herken ze niet. Maar ik vertrouw erop dat U die ze gegeven hebt het middel zult verschaffen waardoor ik ze kan aanschouwen, hun waarde kan zien en alleen Uw geschenken kan koesteren als wat ik verlang.”

God is love concept text lying on the rustic wooden background.